2.13 2025.06.10 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 10 JUNI 2025 Vergaderzaal 3 1. Raadswerkgroep (burger)participatie 2. Agendacommissie 3. Jaarverantwoording 2024 en Uitvoeringsprogramma 2025 Smart Delta Drechtsteden inzake Groeiagenda 2030 Drechtsteden – Raadsvoorstel Voorzitter: De heer Van der Net Raadsgriffier: Mevrouw Bronsveld Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Boom-Vos (VVD) Dhr. Van Dam Timmers (CDA) Dhr. De Gelder (ChristenUnie/SGP) Dhr. Gorter (Op Ons Eiland) Dhr. Katif (Beter voor Dordt) Mevr. Lindner (Beter voor Dordt) Dhr. Van Pelt (Forum voor Democratie) Dhr. Roggekamp (Gewoon Dordt) Mevr. Schnabel (Partij van de Arbeid) Dhr. Stolk (VSP) Dhr. Uysal (GroenLinks) Dhr. Venderbos-Lambinon (Partij voor de Dieren) Dhr. De Vries (VSP) Portefeuillehouder: Overige aanwezigen: dhr. Huykman, dhr. Goossensen, mevr. Goutziers-Leidekker De voorzitter: Beste commissie, welkom in ieder geval bij deze commissie. Ik moet van tevoren even aangeven dat een deel van de techniek ons in de steek laat, want er is een camera kapot. Dat betekent dat een beetje links daar niemand zijn haar goed hoeft te doen, want die komen niet in beeld. Als de heer Uysal denkt, mijn krullen zitten verkeerd, dat geeft niet, u bent niet in beeld in ieder geval. Horen doen we het wel. Het geluid is er wel, maar de camera kreeg de heer Beemer niet meer aan de slag.
Wij zitten hier bij een onderwerp voor Bestuurlijk en Ondersteunend Dordrecht, en met name de Jaarverantwoording 2024 en Uitvoeringsprogramma 2025 Smart Delta Drechtsteden, inzake Groeiagenda 2030 Drechtsteden. Ik begin eerst even met een rondje, dat we iedereen eventjes op de band hebben, ook qua stem. Dat is met name ook voor de linkerkant belangrijk. En dan begin ik gelijk maar links hier naast mij. Mevrouw Bronsveld: Corine Bronsveld, commissiegriffier.
1
Mevrouw Boom-Vos: Karin Boom, Dordtse VVD. Mevrouw Schnabel: Marije Schnabel, Partij van de Arbeid. De heer Venderbos-Lambinon: Cees Venderbos-Lambinon, Partij voor de Dieren. De heer Uysal: Abdullah Uysal, GroenLinks Dordrecht. De heer De Gelder: Peter de Gelder, ChristenUnie/SGP. De heer De Vries: André de Vries, VSP. De heer Stolk: Leo Stolk, VSP. De heer Katif: Jacques Katif, Beter voor Dordt. Mevrouw Lindner: Naomi Lindner, Beter voor Dordt. De heer Van Pelt: Dirk van Pelt, Forum voor Democratie. De heer Roggekamp: Erik-Jan Roggekamp, Gewoon Dordt. De heer Gorter: Wouter Gorter, Op Ons Eiland. De heer Van Dam Timmers: Jan van Dam Timmers, CDA Dordrecht. De heer Huykman: André Huykman, interim-manager Smart Delta. De heer Goossensen: Hans Goossensen, ambtelijke ondersteuning. Mevrouw Goutziers-Leidekker: Eveline Goutziers, ook ambtelijke ondersteuning. De voorzitter: Welkom, mijn naam is John Van der Net, en ik mag deze commissie uw voorzitter zijn. Waarom zijn wij hier bij elkaar? Vanavond gaat het over de Groeiagenda, over de strategische visie voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van de Drechtsteden. In de Jaarverantwoording 2024 staat een overzicht van de activiteiten en behaalde resultaten. Het Uitvoeringsprogramma 2025 bevat de belangrijkste activiteiten om deze visie te realiseren, in samenwerking met overheid, onderwijs en bedrijfsleven.
Het Uitvoeringsprogramma 2025 van Smart Delta Drechtsteden is pas recent aan de gemeente aangeboden, terwijl het programma al van kracht is in het lopend jaar. Hoe later het voorstel door de zeven gemeenteraden wordt behandeld, hoe beperkter de ruimte voor bijsturing. Daarom bespreken wij het vanavond beeldvormend, zodat u goed geïnformeerd bent. Concreet vraagt het raadsvoorstel u om financiële besluiten en een verkenning naar een regionaal vervoersbedrijf. We beginnen vanavond met een korte presentatie, en daarna is er ruimte voor het stellen van vragen. En ik mag dan het woord geven aan de heer Goossensen en mevrouw Goutziers. Het woord is aan u. Mevrouw Goutziers-Leidekker: Dank u wel, voorzitter. Wij nemen u mee vandaag, wat u al zegt, in een korte presentatie waarom we regionaal samenwerken en wat er het belang van Dordrecht in is, hoe we dat doen en wat de doorontwikkeling is. Want u gaf
2
ook al aan, we zijn al lopende dit jaar. We geven een terugblik, samen met de heer Huykman wat de successen zijn van 2024 en nu lopend de activiteiten. En we geven een blik vooruit met ook de financiën en de dilemma's die daarbij horen. En we sluiten keurig af met het voorliggende raadsbesluit. Waarom werken we samen? Water verbindt ons als gemeente in de regio. Wij zitten ook in de top drie van maritieme regio's. Wonen en bedrijven van ons zijn aan het water, veel natuur, onze Daily Urban Systems, onze bedrijven, onze inwoners, die stoppen ook niet met hun activiteiten bij de grenzen van onze gemeente. En we hebben daarin samen te werken met elkaar. Maar er zijn ook een aantal trends en ontwikkelingen en specifieke uitdagingen voor ons als regio. En hierbij geef ik graag het woord aan Hans Goossensen, directeur ook op het ruimtelijkeconomisch domein, om daar een paar zaken uit te lichten. En wij hadden zelf bedacht, op het moment dat er meer vragen zijn op het einde of misschien heel urgent tussendoor kunnen we ze aanstippen. Maar dan is het meer een gesprek zo meteen. Wij nemen nu even de highlights mee. Hans. De heer Goossensen: Een paar zinnen. Wij hebben vanaf 2018 samenwerking op de zogeheten Groeiagenda, sociaaleconomisch beter in balans komen door te groeien qua aantal inwoners, qua aantal banen.
Dat heeft ons eigenlijk met name gedreven in die samenwerking van de zeven Drechtsteden. Wat je nu ziet, dat er kansen zijn voor ons als maritieme regio. Industrie is ook weer voor het Rijk vreselijk belangrijk. En alles wat gerelateerd is aan defensie nog belangrijker en nog bepalender op dit moment. Daar kunnen we echt heel goed samen in op werken. Trouwens ook met gemeenten als Altena, voor Werkendam en Krimpen, bij wijze van spreken, richting Rotterdamse. Dat is ontzettend goed dat dat op de regionale schaal goed wordt opgepikt. Je ziet daarnaast, ik pak nog twee andere woorden, bij netcongestie, wij zullen op onze gebiedsontwikkelingen en onze projecten echt moeten sturen van, waar kunnen we in de tijd dat het net gewoon niet op orde is met wat slimme maatregelen toch tempo houden, bijvoorbeeld op je gebiedsontwikkeling, bijvoorbeeld op het DistriPark, en waar moet je wat vertragen? Maar de samenwerking met zo'n partij als Stedin, die kun je ontzettend goed regionaal vormgeven. Een regionale taskforce op de strategie. Hoe zorgen we nu dat we dat net zo slim mogelijk versterken en tussentijds maatwerk. Ontzettend fijn dat de regio snel zaken heeft ingericht de afgelopen jaren, om ons daarin te helpen met datgene wat we binnen Dordt willen. Laatste misschien even de arbeidsmarktaanpak. Ontzettend belangrijk dat we die ook op een regionale schaal goed hebben vormgegeven.
We zijn in het begin van deze raadsperiode met banen met impact gestart. Hoe zorg je nu dat je samen met werkgevers echt kijkt naar banen met ontwikkelkansen, met verbindingen naar de verduurzaming die je in die regio wil? En het is hartstikke leuk dat bijna alle gemeenten in de Drechtsteden dat omarmd hebben, zodat je ook echt een arbeidsmarkt regionaal kunt doen. Om maar een paar punten te pakken even uit de woorden die u ziet, ze zijn ook echt te spreken over hoe de regiostructuur is ingeschoten op dingen die zich aandienden. De voorzitter: De heer Gorter. De heer Gorter: Misschien een hele domme vraag, maar wat is RE-domein. Domein snap ik, maar wat is RE?
3
Mevrouw Goutziers-Leidekker: Voorzitter, goed dat u hierom vraagt, om de verduidelijking. RE staat voor ruimtelijk-economisch domein. Dat was anders een erg lange titel. Maar u heeft helemaal gelijk, we moeten niet te veel in vakjargon praten. De voorzitter: Ik weet uit ervaring dat dat soort afkortingen altijd tot verwarring leiden bij mensen die het niet begrijpen. Gaat u door? Mevrouw Goutziers-Leidekker: En er staat nog iets op die sheet. En dat heeft eigenlijk ook met de volgende sheet te maken. De brede welvaart in dit gebied staat onder druk. En dat is een reden om samen te werken, want dat geldt niet alleen voor Dordrecht, dat geldt eigenlijk ook voor onze omliggende buurgemeenten. Wij zitten allen in de laatste kolom van de Brede Welvaartsindex. En daar wil je natuurlijk met elkaar echt wat aan doen. De voorzitter: Mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: Dank u wel. De voorzitter: Ik kan het ook niet lezen hoor. Mevrouw Boom-Vos: Ik ga ervan uit dat die pijltjes onze gemeente zijn. Mevrouw Goutziers-Leidekker: Voorzitter, dat klopt. Mevrouw Boom-Vos: Helemaal mee eens dat u zegt, de brede welvaart moet in onze regiogemeentes wat beter. Hoe is dat de afgelopen vijf jaar geweest? Hebben we altijd in die rechterkolom gestaan? De heer Goossensen: We hebben altijd hoog staan in onze woonaantrekkelijkheid. Als je al ons cultuuraanbod, onze voorzieningen pakt, scoren we hoog.
En op de sociaaleconomische indicatoren, hoeveel baanzekerheid voelen de mensen, hoe zit het met mensen in de verdeling van hogere inkomens, meer de lage inkomens, hoeveel bijstandsmensen heb je, zoals u dit pijltje ziet, dan scoren wij bij de 50 grote gemeenten als nummer 43, 44. En dat is een redelijk constant beeld. De voorzitter: Gaat u door. Mevrouw Goutziers-Leidekker: Voorzitter, dank u wel. En dit is ook precies de reden waarom we samenwerken met onze buurgemeenten. En ik zeg overigens wel buurgemeenten, maar we zullen zo meteen ook nog even stilstaan dat het zeker niet alleen overheidssamenwerking is, maar ook steeds meer Triple Helix. Maar zoals Hans Goossensen net ook al aangaf, de eerste focus van de Groeiagenda lag vooral op meer woningen, extra banen, betere bereikbaarheid en nieuwe energie. In 2023 is de Groeiagenda 2030 herijkt en is doorgezet op die programma's, maar ook echt aandacht gevraagd voor een integralere benadering, met focus meer op die brede welvaart. Dat was ook echt iets waar u als raden om vroeg. En de sturing vindt plaats met jaarlijkse Uitvoeringsprogramma's. Daar zijn wij hier voor, omdat we zeggen, dat programma 2025 willen we u kennis van laten nemen ook. En die samenwerking wordt
4
ook regelmatig geëvalueerd en doorontwikkeld. Recentelijk zaten we hier ook bij u over het Common Eye rapport bijvoorbeeld. Maar u kunt ook breder denken dat we kijken, moet dat nog Drechtsteden breed zijn of kan dat breder. Bijvoorbeeld de Regio Deal is met Gorinchem ook opgepakt. En zoals ik net al zei, meer Triple Helix. Ik denk dat zo meteen de heren nog wat wilden zeggen. (Er wordt een filmpje afgespeeld) Mevrouw Goutziers-Leidekker: Deze sheet geeft aan dat we het ook echt samen doen met onze partners uit het onderwijs, uit het bedrijfsleven. Dus ook met andere instanties. Dit was even ook een voorbeeld van de Regio Deal. En we zijn ook echt als regio twee keer heel succesvol geweest. Ook goede Regio Deals binnengehaald met zeventig partners en hoge bedragen. En dat zie je, dat ook bij het Rijk aankomt. De heren geen aanvulling. Dan geef ik graag nu het woord aan André Huykman voor de successen en wat inhoudelijke bespiegelingen. De voorzitter: Is toch fijn dat u het woord geeft. Mevrouw Goutziers-Leidekker: Sorry. De voorzitter: Nee, echt. Mevrouw Goutziers-Leidekker: Via de voorzitter uiteraard. De voorzitter: Ik maak een grapje. Gaat uw gang. De heer Huykman: Dank. Bij de stukken zit een overzicht van wat we de afgelopen jaren met elkaar bereikt hebben. En daar zitten naast ingewikkeldheden ook echt hele mooie resultaten in.
En daaronder ligt ook nog een keer de vraag van, waarom werk je samen met elkaar? Ik mocht hier in januari volgens mij, of februari, zijn om wat te vertellen over Common Eye en de ontwikkeling van de regio-opgave. In dat gesprek en in die gesprekken die ik sindsdien heb gehad, is één ding voor alle gemeenten echt heel duidelijk, we kunnen het niet alleen. Als je kijkt naar de echt grote opgaven, of het mobiliteit is of een warmtenet of de klimaatopgave, geen van de gemeenten kan dit alleen. Dat heeft te maken met financiën. Dat heeft te maken met slagkracht richting Den Haag. En dat heeft ook te maken met de personele inzet. Want je moet heel zorgvuldig zijn met de mensen die je hebt. En dan kun je beter dingen slimmer samen doen dan alleen. En hier zie je daar een aantal voorbeelden van, van mooie resultaten die we met elkaar hebben behaald. En de Regio Deals zijn daar het meest duidelijk van, ook omdat daar een heleboel geld achter heeft gezeten. Maar er zitten ook wel, en dat zit volgens mij op de volgende sheets, een aantal opgaven die we redelijk nieuw met elkaar hebben te adresseren. En een daarvan en de eerste is netcongestie. Per december vorig jaar is ook deze regio rood gekleurd en hebben we opeens bedrijfsterreinen zonder stopcontact. En dat is onbedoeld. En als je gronden uit wil geven, heb je wel een probleem dan. En dat geldt ook voor woningbouwlocaties.
Dat geldt ook zelfs al voor grotere renovaties. Op het moment dat de energie er niet meer is, stokt ook daar de ontwikkeling. En dat zien we nu. En dat is best in een rap tempo aan het doorontwikkelen. Op heel veel locaties gaat dit zijn impact
5
hebben. En dat betekent dat je met elkaar richting Stedin, richting Rijk een verhaal moet hebben, ook echt een gezamenlijke inzet moet hebben van, hoe krijg je nog je plannen en ambities gerealiseerd op het moment dat dat stopcontact er niet meer is? Datzelfde geldt overigens, en dat is een tweede logistieke opgaaf of een infrastructurele opgaaf eigenlijk, voor de mobiliteitskwesties hier in de regio. We zien dat de congestie in een rap tempo is toegenomen. En de komende jaren, en dat is de komende tien tot twaalf jaar, hebben we te maken met werkzaamheden aan bruggen en tunnels en als pièce de résistance gaat de Brienenoord eruit. Op dat moment liggen we als Dordrecht vijf kwartier van Rotterdam af, op goede dagen. Dat doet echt iets met de bedrijven die hier zitten. En je merkt nu al dat dat impact heeft op mensen. Je ziet sommige bedrijven stoppen al met werven van personeel ver buiten de regio, omdat je dan moet gaan vertellen dat we de komende jaren veel slechter bereikbaar zijn. Dat begint al volgend jaar. Volgend jaar zomer gaat de Papendrechtsebrug eruit. En dan ook helemaal eruit. En afgelopen jaar was Rijkswaterstaat bezig om de verlichting in de tunnelbuizen te vervangen. Op dat moment zag je al dat de hele regio vastliep. Als je er een buis uithaalt, als je de Papendrechtsebrug eruit haalt en we weten dat, dan is het netwerk stuk.
En dan krijg je congestie in de hele regio. Daar hebben we met elkaar echt iets belangrijks, ook namens alle bedrijven, en dat doen we ook goed samen met de bedrijven, op te lossen om te zorgen dat dit gewoon beheersbaar blijft. Als overheid kun je er nog een keer voor kiezen om weer een soort van corona-achtig thuiswerkscenario te introduceren. Als je een bedrijf hebt en je hebt vrachtwagens rijden, heb je die luxe niet. En dan heb je gewoon echt een probleem. En meer dan een decenniumlang hebben wij te maken met die werkzaamheden. Dat gaat ons kei- en keihard raken. De voorzitter: Mevrouw Boom, een vraag. Mevrouw Boom-Vos: Dank u wel. U schetst hier reële problemen over de netcongestie en over de mobiliteit. Wat ik hier eigenlijk nog mis, is een plan van aanpak of een zoektocht naar oplossingen. Komt die later nog in de presentatie? Ben ik te voorbarig? De heer Huykman: Hij zit in de in de regionale werkvoorraad voor dit jaar. Dat is het uitvoeringsplan voor dit jaar. Een daarvan is een plan van aanpak, hoe gaan we om richting Rijkswaterstaat om de problemen rond de verkeerscongestie op te lossen? Netcongestie zit niet zozeer in het uitvoeringsplan nog. Dat is er eentje, volgens mij was het 5 december, is netcongestie afgekondigd.
Samen met Dordrecht hebben wij de Taskforce Netcongestie opgericht, om te kijken van, hoe gaan we hiermee om richting netbeheerders en ook richting partijen die nu bezig zijn met deze problematiek, richting ook weer ondernemers? We hebben een aantal energiehubs, waarbij de energievoorziening veel regionaler gaat worden dan het landelijk systeem dat we tot voor kort hadden. Als ik nu met ondernemers praat, hebben die het allemaal over een regionaal energiesysteem. Dat is echt iets wat in hele korte tijd veranderd is, in het besef van ondernemers en de verantwoordelijkheid die daar ook gevoeld wordt om hier een oplossing te gaan verzinnen. We zijn daar dit jaar mee bezig. En de successen komen weer in de verantwoording van volgend jaar. Maar er zitten nog een aantal hele stevige uitdagingen, zowel in Dordrecht als in de rest van de regio. De voorzitter: Ik zie een vervolgvraag aankomen. Mevrouw Boom.
6
Mevrouw Boom-Vos: Misschien dat ik te ongeduldig ben. U bent daar hard mee bezig. Wanneer krijgen wij daar een terugkoppeling van? Bijvoorbeeld, gaat u een flexanalyse doen op netcongestie? Moeten wij als gemeentes nog meer industrienetwerken regelen? Wanneer verwacht u daarmee richting de gemeente Dordrecht en andere gemeentes te komen, met het plan van aanpak? De heer Huykman: Daar zitten verschillende sporen in en ook verschillende snelheden. Ik heb daar niet één datum voor. En we zijn gewoon gestart, omdat de urgentie zo hoog was. En ik denk na de zomer ergens zal daar gekeken worden van, de ideeën die nu achter de Taskforce Netcongestie zaten, zijn dat ideeën die werken en kunnen we hiermee doorgaan en doorpakken? En rond mobiliteit, dat speelt op dit moment al, daar zit een hele lobbystrategie achter naar alle stakeholders. Daar zijn we ook aan het kijken of we de komende tijd dat nog kunnen intensiveren. En samen met de bedrijvigheid nog, of met een aantal grote bedrijven namens onze regio ook richting Den Haag optrekken om echt de noodklok te luiden van, dit kun je een regio niet aandoen. En dat besef begint wel langzaam ook in Den Haag door te dringen. De voorzitter: Dat is in ieder geval belangrijk. De heer Goossensen zag ik. De heer Goossensen: Even in aanvulling, want u stelt een goede vraag. Kijk, dat ongeduld zit bij ons ook.
Gelukkig is de regio … Of gelukkig? De regio is vaak ook een partij die je faciliteert. Bijvoorbeeld voor de tweede fase van ons DistriPark hebben we echt een issue, want we hebben een gasvrij nieuw bedrijventerrein. En er is ook netcongestie. Wat gaan we doen? Dan zijn er twee opties. We kunnen de post stilleggen of we kunnen met tijdelijke maatregelen toch de bouw inzetten. Maar dan is wel de afweging van, moet je dan wat fossiel gaan gebruiken? Wij benutten de taskforce, zoals die nu functioneert, om ook goed met Stedin en andere partijen te overleggen op de opties, beste oplossing. Zo benutten we die regiostructuur. En als ik nu kijk bijvoorbeeld bij zo'n maatregel als de Papendrechtsebrug, dat is een traject wat natuurlijk geleid wordt door Rijkswaterstaat. Daar is het niet in faciliterende zin, maar meer een beetje de luis in de pels, precies een beetje zoals u net hoort van, maar het kan toch niet waar zijn dat dat ding bij wijze van spreken een jaar dicht is? Dan is met een hoop duwen en trekken, inzet van onze burgemeester, meerdere keren naar Rotterdam getogen, de conclusie dat die één keer per maand opengaat. Die regiostructuur is ook om te faciliteren en te interveniëren. De voorzitter: De heer Van Dam Timmers is eerst. Dan de heer Gorter. En daarna ga ik verder kijken. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Ook even een vraag over die mobiliteit.
Want kijk, we hebben natuurlijk Smart Delta Drechtsteden en de Groeiagenda en dergelijke. Maar tegelijkertijd zijn dit ook allemaal actuele zaken. En mijn vraag een beetje zit hem in van, wanneer valt dit nu eigenlijk onder die Regionale Groeiagenda en de lobby en eigenlijk u als directeur daarvan en wanneer is dit meer iets van de lokale colleges? Want in de zin hoe er nu op gereageerd wordt, lijkt het wel een beetje van iedereen te zijn. Maar de ervaring is ook wel, als iets van iedereen is, is het van niemand. De heer Huykman: Maar wij werken heel nauw samen. Dat maakt het in ieder geval makkelijker. We hebben rond mobiliteit gezegd, dat is een, en dat raakt de A15, A16,
7
eigenlijk de hele infrastructuur en ook het onderliggend openbaar vervoer, dat is zo één geheel, die hoofdstructuur is een regiovraagstuk. En dan de korte en de lange termijn. De komende jaren ga je zien dat door de werkzaamheden aan de bruggen en tunnels ontstaat daar een … Eigenlijk breng je in beeld hoe kwetsbaar deze regiostructuur is. He haalt er een brug uit. Dat levert acuut en tijdelijk een probleem op. Maar wat je ook doet, is inzichtelijk maken hoe kwetsbaar de hoofdstructuur is en dat je eigenlijk niet een deukje kunt hebben, omdat je dan meteen vastloopt als regio. Het gaat ook de komende tijd … En dat klinkt zuur, maar hoe groter de problemen zijn, hoe urgenter ook de discussie wordt over een verbreding A15 of over MerwedeLingelijn of over dergelijke investeringen. Die urgentie zal de komende tijd ook echt wel zichtbaarder worden. En onze langetermijnagenda houden we ook steeds daarachter als einddoel. Dat raakt ook je ov discussie. We zitten nu met een kwetsbaarheid rond de waterbus. Daar gaat de provincie ook financiële conclusies aan verbinden. De lijn vanuit de regio zal zijn, pas even op wat je doet op het moment dat er bruggen uitgaan en dan tegelijkertijd bezuinigen op een waterbus. Dat klinkt niet als een verstandige strategie. En een derde spoor, wat daarin ook speelt, is de verkenning die nu wordt gedaan naar maatwerk vervoer.
We hebben Stroomlijn als vervoersbedrijf, wat zich richt op doelgroepenvervoer, dus jeugd en Wmo. Om te kijken of we dat kunnen combineren als een pilot met ons regio of eigenlijk ons regulier ov, om te kijken of je zo slimmere verbindingen kunt maken en effectiever materiaal en mensen kunt inzetten op dunne lijnen, om toch bussen te laten rijden. Dat is ook een traject wat nog … Die verkenning loopt ook op dit moment. En daar zijn we nu mee bezig. Dat is de verkenning regionaal mobiliteitsbedrijf. Eigenlijk, ik zou de pilot liever de pilot noemen gericht op het doelgroepenvervoer, gecombineerd met ov. Maar als je dat gaat doen en je gaat Stroomlijn als bedrijf … Dat zit nu bij de Sociale Dienst. En om een aantal technische governance redenen mag dat eigenlijk niet. Als je doelgroepenvervoer gaat verbreden, dan loop je tegen de grenzen aan van wat Stroomlijn zou mogen doen. Dan moet je het op een andere manier organiseren. En dan komt de discussie boven, moet je er dan een regionaal vervoersbedrijf van maken of niet? De voorzitter: Daar komen we zo nog, denk ik, op. Want ik zag nog wat vragen die waarschijnlijk betrekking hadden op het eerdere onderwerp. De heer Gorter eerst.
De heer Gorter: Dank u wel, voorzitter. Waar wij nadrukkelijk naar gekeken hebben, we horen hier heel veel praten over ondernemers, maar wat de effecten voor deze ondernemers zijn, is natuurlijk groot, is enorm groot. De urgentie is groot. Maar als ik het plan lees, dan zie ik een Triple Helix samenwerking. Ik zie innovatietafels. Ik zie betrokkenheid bij de thema's. Ik zie een lobby. Maar ik kan nergens teruglezen dat er expliciet een relevante rol voor die ondernemers is. Met andere woorden, hebben die ondernemers na het opstellen van het rapport, voordat het definitief is, nog enige inspraak gehad? Ik zie wel betrokkenheid, maar ik zie niet dat zij echt een onderdeel van dit plan zijn. En daar maak ik mij wel erg zorgen over, want er gaat heel veel gebeuren de komende jaren in deze regio, waar ondernemers zwaar door getroffen worden. De voorzitter: Ik ben benieuwd of die zorgen weg kunnen worden genomen, maar ik denk het nog niet helemaal. De heer Huykman.
8
De heer Huykman: Als ik de zorg wegneem, zou ik hem niet serieus nemen. Volgens mij is een reëel beeld even belangrijker dan al te zeer mooi weer spelen. De lijntjes met ondernemers zijn heel kort. Alles rond de werkzaamheden rond de Papendrechtsebrug, dat is nu de meest actuele, die gaat zomer volgend jaar spelen, zitten de collega's van Verkeer samen met de werkgevers Drechtsteden met de federatie met een aantal grote bedrijven aan tafel. En hebben we ook aan tafel gezeten met de maritieme sector. Want op het moment dat de brug eruit gaat, zou dat ook een aantal bedrijven direct raken die afhankelijk zijn van de doorvaartroute daar. Met al die partijen hebben we samen gezeten om het plan te maken van, hoe gaan we richting Rijkswaterstaat en hoe zorgen we dat de nadelige effecten zo klein mogelijk zijn? En met diezelfde ondernemers zitten we ook aan tafel om te kijken, hoe kunnen we de lobby richting Den Haag voor de langetermijndoelstellingen en de kortetermijndoelstellingen zo effectief mogelijk krijgen? En daar zit echt geen licht tussen op dit moment. En heel eerlijk gezegd iets eerder in het traject is die afstand tussen ondernemers en overheid te groot geweest. Die is er nu helemaal uit. Ondernemers weten op dit moment het vrijwel direct op het moment dat er een koerswijziging of nieuws te melden is dat dat gebeurt.
De voorzitter: Dat moet in ieder geval een goed iets zijn toch, mijnheer Gorter? De heer Gorter: Een kleine vervolgvraag. De voorzitter: Nog een vervolgvraag. Zeker. De heer Gorter: Een korte. Ik begrijp uw antwoorden, en ik hoop ook dat het zo is, maar ik lees het niet in het Uitvoeringsprogramma. De heer Huykman: Dat snap ik. En daar zit een bijzonderheid onder. Als je kijkt naar Smart Delta Drechtsteden en je opent de website, kom je geloof ik in de eerste alinea tegen dat we een Triple Helix samenwerking zijn. Alleen de plannen die gemaakt worden, worden echt wel door de overheden gemaakt. De raden stellen nu het uitvoeringsplan vast. Daar hebben de ondernemers geen formele rol in. In het maken van het programma in de voorbereidende rol zitten ze wel aan tafel. Maar we hebben geen gemeenschappelijke regeling waar ook de ondernemersvereniging of de EDB lid van zijn. Dat had een stap kunnen zijn. Daarvoor is niet gekozen. We hebben een nogal informele netwerkorganisatie van zeven, en straks misschien acht gemeenten. De voorzitter: Ik zag de heer Roggekamp. De heer Roggekamp: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, er komt heel veel op ons af. Dat weten we ook. En ik verwacht van een bovengemeentelijke samenwerking dan ook dat er om ons heen gekeken wordt.
Alleen als ik hier al de plaatjes bekijk, maar ook in de beschrijvingen, dan zie ik dat er alleen naar de provincie gekeken wordt. Heel ons ondergebied, Brabant, weet ik niet hoe het bijvoorbeeld is met netcongestie. Weet ik niet hoe het daar is met vervoer. Want het zou zomaar een uitweg kunnen zijn dat we daar ook aanhaken of doen. Stel dat Brabant helemaal groen is, dan zou daar misschien een heel mooi iets zitten. Zou er meer gekeken kunnen worden naar buiten Zuid-Holland en ook naar onze andere buren.
9
De voorzitter: Met name Brabant, denk ik dan. Niet met Groningen, denk ik, mijnheer Roggekamp. De heer Roggekamp: Dat zijn denk ik niet onze buren, voorzitter. De voorzitter: Hoe zit het eventueel met een samenwerking met onze Brabantse vrienden? De heer Huykman: Ik denk, op dit moment zijn we best intern gericht. Dat heeft ook te maken met de doorontwikkeling en de transitieopgave die we onszelf hebben opgelegd. In dat traject ben ik ook aan het kijken van, hoe ziet onze omgeving eruit? Met welke spelers hebben we daar te maken? En dat gaat over een havenbedrijf. Dat gaat over Rotterdam. Dat gaat over een MRDH. Maar dat gaat ook over West-Brabant als buurgemeente. Maar ook een aantal gemeenten die nu aan de rand van ons gebied liggen, waar ook de gesprekken mee zijn, omdat er belangstelling is om met onze agenda, en met name met de maritieme agenda mee te doen, maar ook met de mobiliteitsagenda. Er lopen nu gesprekken met een aantal gemeenten aan de randen van ons gebied, waar duidelijk belangstelling is om structureel of op thema's samen te werken. En de naastgelegen regio's, daar moeten we ook zeker, en zeker als het gaat om de agenda's die we maken, zorgen dat die op elkaar aansluiten. Met de directeur van de MRDH heb ik vorige week nog gesproken, om ook de ruimtelijke of de economische visie die vanuit de MRDH nu geschreven is met ons te delen.
En ook om te kijken van, hoe kunnen we dat op elkaar aan laten sluiten? De voorzitter: Mijnheer Roggekamp. De heer Roggekamp: Voorzitter, ik zou dat heel graag in het plan terug gaan zien, dat er om ons heen gekeken wordt dan, ook die kanten op, ook naar het zuiden. De voorzitter: Die begrijp ik. Op dit moment is dit natuurlijk het plan wat er ligt uiteindelijk. Maar als ik het zo hoor, dan is in ieder geval wel de urgentie om verder te kijken aanwezig, als ik het zo mag zeggen. De heer Van Pelt. De heer Van Pelt: Dank u wel, voorzitter. Ik heb nog even een vraag over de netcongestie. Het woord is weer eens gevallen. Ik begrijp dat wat we proberen te doen om netcongestie tegen te gaan of te voorkomen, is dat we maatregelen treffen in de sfeer van meer transformatorhuisjes bouwen in de stad, de bekabeling voor de elektriciteit verzwaren. En mijn vraag is eigenlijk, houdt de oplossing een beetje gelijke tred met het probleem? Gaan wij inderdaad voorkomen dat we in een situatie terechtkomen, doordat we die maatregelen nemen van echte energieschaarste, of gaan wij uiteindelijk in een scenario belanden van echte schaarste? Moeten we de schaarse elektriciteit dan gaan verdelen met allerlei effecten voor burgers en bedrijven? De voorzitter: Wie? De heer Huykman: De investeringen die we doen, gaan nog breder. Het gaat niet alleen over verzwaring van het net. Dat is een van de sporen.
Daar zitten de transformatorhuisjes en de zwaardere verbindingen. Het gaat ook over de investering in een warmtenet. Ik bedoel, hoe meer aansluitingen op het warmtenet we hebben, hoe
10
minder er op een elektriciteitsnet komen. Een derde gaat ook over duurzaamheidsmaatregelen, hoe minder energie we verbruiken, hoe kleiner de kwetsbaarheid is. Het gaat ook over slimme energiesystemen. En je ziet dat de markt daar sneller gaat dan de overheid op dit moment, in systemen die op dalmomenten of op piekmomenten juist leveren of aan het net onttrekken. Daar zit een heel scala achter. Of dat snel genoeg gaat? Nee. De regio Drechtsteden was een van de laatste regio's. Er had nog iemand de vraag gesteld, is Brabant groen? Nee, Brabant is niet groen. Drechtsteden was een van de laatste regio's waar netcongestie werd afgekondigd. Langzaam zie je in heel Nederland rood kleuren en hebben we met elkaar te maken met de grenzen van het systeem. En hoever die precies gaan reiken, weet ik niet. Maar het kan zelfs zo zijn, in ieder geval bij de Autoriteit Consument & Markt ligt volgens mij ook die opgaaf, wat gebeurt er als je te maken hebt met schaarste en welke functies krijgen dan voorrang? Nederland bereidt zich voor op scenario's waar we nog slecht aan gedacht hebben. En niet om de wereld nog somberder te maken, maar we krijgen een vergelijkbare discussie, en ik ga ervan uit dat die volgend jaar in het jaarplan zal staan, waarbij we deze discussie ook rond drinkwater gaan voeren met elkaar. De heer Van Pelt: Het wordt tijd om te emigreren.
De voorzitter: Ik hoor dat de heer Goossensen ook nog wat wil toevoegen. De heer Goossensen: Een gemeente als Amsterdam of Utrecht heeft sinds 2021 te maken met netcongestie. Sorry? Een gemeente als Amsterdam of een gemeente Utrecht heeft al sinds 2021 te maken met netcongestie. En daar speelt heel concreet precies wat u aangeeft. Er is schaarste en je moet hele lastige keuzes maken, bijvoorbeeld op het gebied van bedrijventerreinen. Maar bij wijze van spreken in de regio Utrecht zeggen ze, kunnen we die woningen nog doen of kiezen we voor die extra basisschool? Zo extreem gaat het daar. En we hebben helemaal geen reden om aan te nemen dat we met een jaar of twee, bij wijze van spreken, niet in dezelfde situatie zouden zitten. De voorzitter: Dat is duidelijk. Mevrouw Schnabel, ook nog een vraag. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Mijn stem hapert een beetje. Ik hoop dat het gewoon verstaanbaar is. Fijn. Ik heb eigenlijk drie vragen. Mag ik ze alle drie tegelijkertijd stellen? De voorzitter: Als het niet te complexe vragen zijn wel, anders zou ik ze een voor een stellen. Mevrouw Schnabel: De eerste vraag is eigenlijk, ik kan me heel goed voorstellen, ook met wat er net verteld werd, dat er heel veel lastige keuzes te maken zijn en obstakels. Maar wanneer kunnen we echt concrete resultaten verwachten, als het gaat over meer huizen en meer banen? Dat is de eerste vraag.
En de tweede vraag is, ik las in het stuk dat Zwijndrecht nee heeft gezegd tegen de begroting van 2025. Maar ik heb daarbij niet de reden kunnen lezen waarom zij nee hebben gezegd. Daar was ik heel benieuwd naar. En als derde was ik benieuwd, in het stuk of in de RIB staat, de verwachte lokale inzet wordt benoemd, maar de lokale kosten maken geen onderdeel uit van de uitvoeringsagenda. Kunnen we dat nog verwachten, of wat is daar precies de bedoeling van?
11
De voorzitter: Wie van de heren? Die kijken elkaar aan. De heer Huykman: Laat ik beginnen met Zwijndrecht. Dat is ook de reden waarom dit uitvoeringsplan zo laat bij de gemeenteraden ligt, omdat daar de discussie ontstond en de gemeente Zwijndrecht zei, we hebben niet de financiële middelen om op dit moment in te kunnen stemmen met het uitvoeringsplan voor 2025. Dat is puur de financiële problematiek van de gemeente Zwijndrecht. Die moesten van de provincie een sluitende begroting opleveren. Daarin hebben ze gekeken, waar gaan we op bezuinigen? Daar stond Smart Delta bij. En we hebben geen hele heldere afspraken als het gaat over samenwerking en uittreding. Strikt juridisch zou je het misschien moeten zien als gedeeltelijke uittreding. Er ontstond een discussie van, hoe gaan we nu om met het Uitvoeringsprogramma in de begroting? Want de rest van de gemeenten waren wel akkoord. Die hadden gezegd, dit is de lijn die we met elkaar in onze eigen begrotingen hebben staan. Daar heeft de nodige vertraging in gezeten. Maar de financiële problematiek van Zwijndrecht was daarin de meest acute reden. De voorzitter: Die had ik al verwacht, maar goed dat de vraag toch nog een keer gesteld wordt. Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. En hebben zij naast de financiële problematiek nog meer duiding gegeven waarom dat ze uitgetreden zijn?
De heer Huykman: Die discussie loopt, heel eerlijk gezegd, nog. We zijn op dit moment, en dat is het traject Common Eye wat loopt, bezig om in beeld te brengen wat de regionale opgaven op dit moment zijn. Wat zou je moeten doen als regio de komende jaren en hoeveel kost dat? Voor de zomer wordt het rapport opgeleverd en in september de begroting voor de komende jaren. En dan probeer ik ook een meerjarenbegroting aan te leveren. Dan gaan we in hetzelfde ritme meelopen als een gemeentebegroting. En dan na september kan dat naar de gemeenteraden gaan, om met elkaar het gesprek te hebben van, is dit de begroting die we de komende jaren met elkaar zien en de onderliggende opgaven, worden die adequaat genoeg aangepakt met elkaar? Dan was er nog een derde vraag. De voorzitter: Vandaar dat ik al zei, u mag hem nog een keer stellen. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Eigenlijk nog twee vragen. Wanneer kunnen we de concrete resultaten verwachten, zoals meer woningen, meer banen? En dan de derde vraag was de lokale inzet. De heer Huykman: Meer woningen, dat is goed dat u dat zegt. We zijn ook aan het kijken, wat is de regionale opgave als het gaat over woningen? En we hebben met elkaar in onherroepelijke bestemmings- en omgevingsplannen op dit moment negenduizend woningen staan. Die zouden we, bij wijze van spreken, morgen kunnen bouwen.
Als je een hei-installatie vindt, mag je bouwen als het plan onherroepelijk is. Maar van die negenduizend bouwen we op dit moment maar een heel klein deel. Onze woningbouwproductie als regio staan we onder in Zuid-Holland. Daar ligt een vraag tussen, hoe kan het dat we best veel plannen hebben en zo weinig productie halen met
12
elkaar? Daar komt ook een advies bij, hoe daarmee om te gaan? En dan hebben we met elkaar in de regio en later ook in de verschillende gemeenteraden het gesprek van, het voorstel wat daar nu bij zit, geeft dat voldoende vertrouwen in dat onze woningbouwproductie omhooggaat? Want plannen maken is leuk, maar mensen gaan het pas merken als je de sleutel overhandigd krijgt. En tot die tijd is het, een geplande woning is ook geen woning. Die discussie zullen we echt volgend jaar moeten voeren. En ik denk dat er iets anders moet gebeuren dan we tot nu toe hebben gedaan. En we hebben een bouwtafel en een versnellingstafel, waarin we in algemene zin kijken met bouwers, ontwikkelaars en onderwijsinstellingen hoe je je productie kunt versnellen. Ik denk dat het nodig is om ook op projectniveau te kijken van, hoe kan het dat dit project niet van de grond komt? Daar zit een stap achter. En de gemeentelijke inzet die nodig is, ook dat is een discussie die we zien in het hele traject wat op dit moment doorlopen wordt. Op een aantal plekken is de capaciteit zo dun en zo kwetsbaar dat we ook daar een gesprek moeten voeren van, kunnen we met de mensen die er nu zijn nog deze samenwerking bolwerken met elkaar of moet je op een andere manier instappen? Bij energie zie je dat bijvoorbeeld, dat de regio al ook in de uitvoering meer taken overneemt van een gemeente.
Bij andere domeinen, zoals wonen, geldt dat niet. Maar daar kan ook de vraag zijn, hebben we daar nog iets anders nodig? En je ziet een aantal functies, ik noem dat altijd de rode lijst, dat zijn een soort bedreigde diersoorten. Daar zitten verkeerskundigen, daar zitten planeconomen. Die lijst groeit steeds verder. En daar zie je dat de hele regio het lastig heeft om de mensen te leveren die nodig zijn om deze productie te halen. En daar lopen we echt tegen de grens aan. De voorzitter: Personeelstekort is niet nieuw, volgens mij, eigenlijk. Ik kijk naar de heer Gorter, want die had ook nog een vraag hierover. En dan de heer Katif. En dan stel ik voor dat we nog naar de volgende slide even over gaan. De heer Gorter. De heer Gorter: Dank u wel, voorzitter. Ik wil het toch een klein beetje opnemen voor de gemeente Zwijndrecht. En sommigen snappen misschien ook wel waarom. De definitieve agendering voor besluitvorming was ook pas klaar op 12 december 2024. Dat mag toch ook wel geconcludeerd worden dat dat rijkelijk laat is voor een Uitvoeringsprogramma 2025. Dat wil ik een beetje ook opnemen voor de gemeente Zwijndrecht. Als ik uw verhaal hoor, betekent dan dat de gemeente Zwijndrecht helemaal niks meer gaat bijdragen? En wat betekent dat dan voor het Uitvoeringsprogramma? Betekent dat dan dat u de gemeente Zwijndrecht uit uw programma knipt? Twee vragen.
De voorzitter: Gaan we Zwijndrecht eruit knippen? Dat is de vraag, volgens mij. De heer Gorter: Twee, de eerste gaan zij daadwerkelijk niks bijdragen aan euro's? En dan pas knippen. Dat is de goede volgorde, als het zo is. De heer Huykman: Het is twee keer nee. En de eerste constatering is ook terecht. En dat had te maken met het transitieplan. In eerste instantie is de afspraak gemaakt, zullen we de huidige begroting doortrekken en geen nieuw uitvoeringsplan gaan maken? Die discussie heeft best lang gelopen. Uiteindelijk is gezegd, we maken toch een uitvoeringsplan. En daarmee is die laat aangeleverd. Terecht. En het was ook niet mijn bedoeling om Zwijndrecht in het hoekje te zetten. Dat helemaal niet. Ik snap de financiële problematiek daar. Zwijndrecht blijft overigens participeren. Ze hebben alleen
13
aangegeven, we hebben niet het geld voor het gehele bedrag. Ze hebben nu voor een kleiner deel meebetaald. Ik gaf eerder al aan, Smart Delta is een beetje een informele samenwerkingsvorm, een netwerkorganisatie. Er zijn geen hele harde afspraken over, hoe ga je om met een gemeente die niet meer het gehele bedrag betaalt? Strikt genomen, in juridische zin moet je dit als gedeeltelijke uittreding beschouwen, is dit jaar frictie en moet aan het eind van het jaar een afrekening plaatsvinden hoe dit met elkaar verevend wordt. Daar heb ik overigens goede gesprekken met Zwijndrecht over. Weten dat ook. En we moeten aan het eind van het jaar zien waar we precies staan, maar er is best goede hoop dat er nog zicht is. En ik hoop van harte dat Zwijndrecht aan boord blijft. Want op het moment dat we als regio, en we hebben een lobby in Den Haag moeten gaan zeggen, deze keer zijn we met zes, want één van ons kon niet betalen, dat doet het slecht. Drechtsteden is een goede naam, maar is ook een naam, omdat je het met elkaar samen doet. Dat is wel het eerlijke verhaal. Ik zou ervoor pleiten, als een van de partners in financiële krapte zit in Zwijndrecht, is dat op dit moment dat we met elkaar kijken van, hoe kun je toch zorgen dat je als eenheid en als gebied op de kaart blijft staan? Wat je kwijt bent, krijg je heel lastig weer terug. De voorzitter: Duidelijk. De heer Katif.
En dan gaan we naar de volgende slide. De heer Katif: Voorzitter, dank u wel. En als we het toch over financiën hebben, we zien namelijk dat de gemeente Dordrecht 1,8 miljoen investeert. Dat is een investering die je doet, een totale investering van 4,8 voor de hele regionale samenwerking. Ik heb de beide stukken even op elkaar gezet, het Uitvoeringsprogramma en de jaarrekening. En ik maak me best zorgen. Zorgen als het gaat om de financiële haalbaarheid en de bestuurlijke betrouwbaarheid, want je moet dat geld sowieso hebben. En daar heb ik sowieso een aantal vragen over. De oplopende structurele tekorten binnen de uitvoering van de Regionale Groeiagenda. Wij praten over 191 duizend euro in 2023 en 2024. Daar ben ik benieuwd, wat voor concrete maatregelen worden overwogen om dit tekort te nivelleren, om een mooi woord te gebruiken? En een tweede vraag, voorzitter, wat is de impact van circa 2 duizend euro lager budget voor 2025? Ik moest het lezen van een aantal mensen. Met name als het gaat om de kernprogramma's. Je hebt daar woningbouw, ruimtelijke ontwikkeling, economie.
En ik ben benieuwd welke onderdelen van het Uitvoeringsprogramma, omdat we die 2 ton in principe tekortkomen, er misschien de dupe van kunnen worden? En last but not least, en ik hoop dat de heren en de dame dat wel even kunnen onthouden, het Uitvoeringsprogramma noemt een verdienbedrag van 120 duizend euro. Vorig jaar is het niet gelukt. Nou vraag ik me af, hoe realistisch is het wel dat het dit jaar lukt? Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Ik zit even te kijken natuurlijk op de agenda, waar deze punten mooi staan uit gespecificeerd. Ik wilde het natuurlijk ook weer niet te politiek maken. Daar is deze bijeenkomst niet over. Ik geef het eventjes aan, mijnheer Katif. En ik kijk gewoon naar de partijen, inderdaad naar de heren met name, of hier ook nog wat over te zeggen valt, over het geld en waar de problemen zitten en hoe we dat dan denken te gaan oplossen? De heer Huykman: Het eerlijke antwoord, vorig jaar, er hebben vier managers gezeten in een jaar. En dat is nooit goed voor het halen van bezuinigingsdoelstellingen. Het tweede deel van het antwoord is, ik heb nu elk kwartaal een financieel monitoringsoverleg met de mensen van financiën van de gemeente Dordrecht en alle programmamanager om te zorgen dat we niet uitkomen boven het afgesproken bedrag. Of als dat speelt om tijdig
14
te melden dat er afwijkingen zijn waar wij een antwoord op moeten vinden met elkaar. Het stuk Papendrechtsebrug lijkt nu nog binnen de budgetten te passen. Heb ik een extra projectmanager aangetrokken, om te zorgen dat het verkeer zo maximaal mogelijk blijft doorrijden. Dat gaat ongetwijfeld een kleine overschrijding teweegbrengen. Maar ik denk dat dat probleem minder groot zal worden gevoeld door de gemeenteraden en door de ondernemers dan wanneer ik dat niet zou doen. Maar dan meld ik hem wel. En in de andere gevallen heb ik per kwartaal het gesprek om te zorgen dat de financiële monitoring ook strak wordt vormgegeven. En het derde deel is dat we op dit moment aan het kijken zijn of we door verdere samenwerking kunnen kijken of er, en misschien zelfs nog voor dit jaar, ook extra bijdragen van andere partners richting Smart Delta kan plaatsvinden. De voorzitter: Er wordt aan gewerkt, mijnheer Katif.
De heer Katif: Voorzitter, ik heb nog een vervolgvraag. We hebben het toch over financiën. Vorig jaar zijn de overheadkosten eigenlijk niet doorberekend en dit jaar worden ze wel doorberekend. Heeft dat geen consequenties namelijk voor het Uitvoeringsprogramma? De heer Huykman: Niet voor het overall gedeelte. Wat ik heb gezien, is dat, en dat zat met name op communicatie, corporate communicatie liep omhoog en de communicatie inzet voor de programma's werd niet volledig doorbelast. Daar zag je op de één een positief saldo en op de ander een negatief saldo. Dat is ook een van de thema's waar het nu even extra op zit, om te zorgen dat de doorbelasting van al die uren die gemaakt worden ook klopt, vooraf en achteraf. En dat we ook geen personele inzet hebben die boven dat bedrag uitgaat. De voorzitter: De heer Gorter nog een korte vraag. De heer Gorter: Een korte vraag. Want u had het net over de mogelijkheid om extern geld binnen te halen. Moet ik dat zien in de vorm van subsidies of sponsoring van bedrijven? In welke hoek zoekt u dat dan? De heer Huykman: Subsidies is corebusiness. Dat loopt eigenlijk altijd door. Er komen ook weer extra bedragen, maar die gaan we niet gebruiken om de lopende exploitatie van te financieren. Er zijn een aantal gesprekken, onder andere het gesprek met Gorinchem, om te participeren, Gorinchem draagt ook al bij aan de agenda Public Affairs en lobby.
Er zijn nu ook gesprekken met een aantal andere gemeenten, en daar zijn ook al financiële bijdragen op toegezegd, waarbij met name de maritieme agenda daarin interessant is. De heer Gorter: Voorzitter, volgens mij hebben wij dat nieuwtje bij de … Toen onze nieuwe burgemeester werd aangesteld, zei de voorzitter van jullie club dat Gorinchem erbij kwam. Maar als ik u zo hoor, dan is het nog niet helemaal in kannen en kruiken. De voorzitter: Is Gorinchem er al bij? Dat is de vraag.
15
De heer Gorter: Wie heeft nu gelijk? De voorzitter: Volgens mij is het antwoord gedeeltelijk, maar gaat uw gang. De heer Huykman: Ik denk dat de voorzitter van de regio op dat moment het hart raakte van alle luisteraars. Strikt formeel is het zo dat mocht het tot een aanpassing komen van de samenwerkingsovereenkomst, en dat is nodig op het moment dat er een nieuwe partij aansluit, dat dat een besluit is wat door de gemeenteraad van Gorinchem genomen zal moeten worden en ook door de gemeenteraden van alle andere betrokken gemeenten. Maar tot nu toe is het gesprek zodanig, en ik was laatst ook bij de raad van Gorinchem, dat alle seinen op groen staan en dat ze heel graag willen participeren. En dat is ook wel leuk, we hebben een ruimtelijke strategie gemaakt, en op dat moment was Gorinchem nog niet aan boord. En ze willen nu eigenlijk ook hun handtekening gaan zetten onder die ruimtelijke strategie, omdat ze zeggen, als we nu kijken naar de problematiek van de Drechtsteden, dat is een-op-een de problematiek van Gorinchem. Daar ontstaat denk ik een hele mooie samenwerking, met ook nog een financiële component. De voorzitter was misschien iets voorbarig. De voorzitter: Daar zijn dat soort momenten af en toe voor, om een voorzetje te geven, denk ik dan. Ik stel voor dat we even doorgaan nog met de slides, want we hebben nog een half uur.
Waar waren we? Mevrouw Goutziers-Leidekker: Ik heb eigenlijk al een paar slides vooruit gedaan. Ik weet niet of we nog even terug moeten komen. Maar de sheet financiën, de sheet publieke mobiliteit, en we waren nu hier bij de sheet blik vooruit. Ik kijk even naar de heren opzij. Waar wilt u verdergaan? De heer Huykman: Ik vind dit wel een mooie. Dit is ook, waar gaan we naartoe met elkaar? Want we hebben het nu over een heleboel problemen en uitdagingen gehad. De ruimtelijke strategie ligt deze maand voor op de bestuurlijke tafels. Gaat daarna door, als er groen licht wordt gegeven, naar de colleges. En de vraag is dan ook om op basis van die ruimtelijke strategie met elkaar een Regionale Investeringsagenda te maken. En dat zijn die projecten. Dat moet geen bedelbrief worden richting Rijk. Het zal ook geen nieuwe Regio Deal zijn. Maar het moeten wel die projecten zijn waar we met elkaar van zeggen, die gaan het verschil maken als het gaat over de regionale ontwikkeling. De ruimtelijke strategie is daar de basis voor. En het traject rond de Regionale Investeringsagenda, of de RIA, zal starten na de zomer. En hoe dat proces er precies uit gaat zien, daar zijn we op dit moment nog mee bezig. Maar daar zullen ook zeker de gemeenteraden een rol in hebben. Ik gaf al heel even kort aan, dat is ook de blik vooruit, Gorinchem heeft het groene licht gegeven.
Formeel moet dat nog geregeld worden. Ook met Molenlanden en Altena ben ik in gesprek om op onderdelen en thema's samen te werken. Molenlanden heeft ook wel echt een urgentie. Die zijn nu al informeel lid bij mobiliteit. Op het moment dat ook, nogmaals, die Papendrechtsebrug eruit gaat, wordt Molenlanden echt een sluiproute. En wie weleens door Molenlanden rijdt, weet dat dat niet heel veel draagkracht heeft om extra verkeer aan te kunnen. Dan zijn we ook aan het kijken, de Triple Helix en de werkgevers Drechtsteden en de federatie hebben pas weer een heel mooi boekje nog aan de oud-burgemeester inmiddels uitgereikt, over wat
16
we aan innovatietafels met elkaar allemaal doen. Dat is echt wel een mooie agenda. En dat is echt wel iets waar we trots op mogen zijn. En heel eerlijk, soms claimen we als overheden iets te veel positie en mogen we iets meer ruimte geven aan de bedrijven om te laten zien wat we hier aan mooie dingen doen. En ik heb altijd zoiets van, als de zon schijnt van als de lamp aangaat, hoef je niet altijd op het podium te gaan staan. Mag je ook iemand anders even de ruimte geven. Ik denk dat we dat als overheden met elkaar de komende tijd wat meer zouden mogen doen. En ook waardering geven aan de bedrijven die deze regio echt vormgeven. En ik hoop ook dat die bedrijven mee gaan doen met het maken van die Regionale Investeringsagenda. Dat we ook zien welke investeringen zij doen om onze regio verder te brengen. En die Regionale Investeringsagenda is ook nodig in de samenwerking met het Rijk. Het Rijk heeft gezegd, er komt niet zomaar een vervolg op de Regio Deals. En nu is de Regionale Investeringsagenda het nieuwe middel wat je nodig hebt om in ieder geval ook de financiële gesprekken met het Rijk te kunnen voeren. Wat mij betreft meteen daarin de … Nee, dat is te veel politiek als ik dat zeg Technisch.
Hoe doe ik dat technisch? Ik constateer dan heel feitelijk dat ik blij ben dat er op dit moment heel veel aandacht uitgaat naar alles rond mobiliteit en dat we daar het Rijk echt om hulp vragen. In dat schemaatje daaronder heel in het kort de verkenning waar we nu zitten, het ruimtelijk perspectief die de komende hopelijk twee, drie maanden wordt afgerond. Dan maken we de stap van, welke grote investeringen die echt het verschil zouden maken in de regio zien we? Welke zet je daarvan op een investeringsagenda? En dan de belangrijkste, en één waar echt meer focus op mag zijn in onze samenwerking, hoe krijg je ze ook uiteindelijk gerealiseerd en gebouwd? Dilemma's. Ik denk dat we er al een heleboel hebben gehad. Ik ga ze denk ik ook even niet herhalen dan. Dat zou een dubbel worden. We zijn aan het kijken, dat heeft met de financiering van Smart Delta te maken. Op dit moment wordt er een uitvoeringsplan voor een jaar telkens vastgesteld. Dat betekent dat je per jaar kijkt waar je naartoe gaat. Ik zal in ieder geval het voorstel doen om daar een meerjarenbegroting van te maken, op dezelfde manier als de gemeente, omdat je dan ook makkelijker kunt kijken, wat doen we in de exploitatie en wat doen we in projectensfeer? Zeker in de tijd van het ravijn is dat laatste ook in de financiering makkelijk. De voorzitter: Mevrouw Schnabel had nog een vraag naar aanleiding van deze slide.
Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Een vraag over punt twee, verder verschralen ov. En het werd net ook kort aangegeven, er wordt wel in de raadsinformatiebrief de wens uitgesproken om een regionaal vervoersbedrijf te hebben. Terwijl er natuurlijk verschillende problematieken al spelen met Qbuzz en ook met de waterbus, zoals al net werd aangegeven. Vanwaar dan de wens voor een regionaal vervoersbedrijf? De voorzitter: Dat is een andere slide, volgens mij. Die heb ik al gezien. Daar komt hij. De heer Huykman: Dat zijn heel veel lettertjes waar hij aan raakt. De voorzitter: Prima. De heer Huykman: We hebben nu Stroomlijn als vervoersbedrijf. En die mag, gelet op zijn scope en statuten, eigenlijk alleen werken voor doelgroepenvervoer, Wmo-vervoer
17
en jeugd. Op het moment dat we een pilot starten en zeggen, we willen kijken of we die vorm van vervoer kunnen combineren met regulier ov om te zorgen dat er op meer plekken gewoon een bus in de wijk blijft rijden, dat betekent dat je het doelgroepenvervoer dan onderdeel kunt laten zijn van je regulier vervoer of omgekeerd. Dan moet je naar een regionaal vervoersbedrijf, als formele stap. Dan kun je ook nog de discussie beginnen of je vindt dat daar een waterbus in thuis wordt, maar dat is denk ik een discussie die op een later moment gevoerd moet worden. Dat zal nu niet direct voorliggen. Dat is een van de redenen eigenlijk om twee geldstromen bij elkaar te brengen en efficiënter om te gaan met twee vervoersstromen. Daar is overigens ook heel veel belangstelling voor. En als we een pilot starten, zou het heel goed kunnen dat daar ook een extra subsidiestroom deze kant op komt, om te kijken hoe dit gaat werken. De voorzitter: Nog een vervolgvraag, mevrouw Schnabel. En dan de heer Roggekamp. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Maar daar speelt eigenlijk ook al natuurlijk mee Stroomlijn B.V. En bij die vervoerskwesties spelen ook al best wel wat problemen.
Hoe zou deze koppeling dat op kunnen lossen dan? Is dat echt dan gelegen in het feit dat er meer subsidie onze kant op komt, of is er nog een andere beweegreden waarom dat dat dan opgelost zou kunnen worden? En in aanvulling daarop, we hebben natuurlijk in de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag de RET. Waarom koppelen we daar dan niets aan en willen we echt een eigen regionaal vervoersbedrijf? De voorzitter: Volgens mij is daar die verkenning voor. Maar gaat uw gang. De heer Huykman: Ik kan nog niet vooruitlopen op de verkenning. Die loopt op dit moment nog. En ik wil ook echt even wachten tot daar de conclusies en de aanbevelingen van zijn. Er is overigens wel overleg met de MRDH. Die vinden dit ook best een interessante pilot wat we aan het doen zijn. Overigens HTM en RET zijn met elkaar nu aan het kijken of zij tot één, dat zijn ze al best lang overigens, kunnen komen. Eigenlijk wat je doet, Stroomlijn is nu een bv, die hangt onder de Sociale Dienst. Als je zegt, dat bedrijf gaat ook regulier ov uitvoeren, mag het niet meer onder de Sociale Dienst hangen. Moet je er een regionaal mobiliteitsbedrijf van maken. Het is niet dat je iets nieuws optuigt. Het is meer dat je de bordjes verhangt en zegt, de doelstelling wordt breder. Er gebeurt van alles in governance sfeer, maar vooral de inhoudelijke pilates is denk ik heel interessant.
De voorzitter: Maar goed, daar is de verkenning voor, als ik het zo … Dat is even wachten. De heer Roggekamp, nog een vraag hierover. De heer Roggekamp: Voorzitter, ik schrok eigenlijk een beetje zo'n regionaal vervoersbedrijf en dan inderdaad later de uitleg richting een RET, HTM. GVB hebben we natuurlijk ook nog. Volgens mij worden die namelijk helemaal gefinancierd vanuit de gemeenten waar ze zitten zelf, of een groot gedeelte in ieder geval, en zitten wij heel erg onder de concessies van de provincie. Misschien ben ik daar een beetje, voor mij dan, het spoor bijster. Altijd als wij dingen hebben geroepen dat we hier wat wilden, dan kon het niet, want het was de provincie. En nu is het van, maar als je er een eigen vervoersbedrijf van maakt, kan het wel. Ik zou daar wel iets meer duidelijkheid in willen
18
hebben hoe dat dan zit met die verantwoordelijkheden, met de mandaten en met dat soort dingen. De voorzitter: Ik zou zeggen, als het in Rotterdam en Den Haag kan, kan het hier ook, maar misschien kan er verduidelijking komen. De heer Huykman: Ik wil echt even de verkenning afwachten. We zijn nu ergens halverwege. De tussenresultaten spelen op dit moment. Ik heb ook de eindrapportage nog niet gezien. Die is er ook nog niet. Maar ik denk dat we echt met elkaar goed de voor- en nadelen naast elkaar gaan zetten en ook het gesprek breed gaan voeren, want dit raakt ook alle gemeenten. De voorzitter: Dat lijkt me duidelijk. Ik zie nog een blik van de heer Goossensen. De heer Goossensen: Een hele kleine aanvulling. De provincie is vervoersautoriteit en de Metropoolregio Den Haag-Rotterdam is dat voor het gebied Den Haag-Rotterdam. Zo werkt het. Extra subsidies werd gevraagd, dat is het probleem. Dat ministerie wat vroeger Verkeer en Waterstaat heette, en nu heet het I&W, dat had altijd heel veel geld. Konden altijd wat dingetjes bij en experimentjes, et cetera. Dat is nu echt heel anders. Er worden heel forse bezuinigingen gedaan. En het kabinet dat nu gevallen is, had bovendien nog de neiging om dingen naar buiten de Randstad te bedienen. Het feit dat er een keer per uur een bus in Urk rijdt belangrijker vinden dan dingen die in de Randstad spelen.
Vandaar dat het ook voor de provincie interessant is om toch te kijken of je de middelen die je hebt zo slim mogelijk kunt inzetten. Dat maakt het wel dat in die verkenning, en er komt een RIB of een beantwoording van raadsvragen uw kant op, daar staat ook nog even in de mooie teksten wat we nu aan het doen zijn, wat we erbij betrekken, maakt het interessant wel voor alle partijen, ook de provincie, om te kijken wat verstandig is. De voorzitter: Het lijkt me inderdaad handig om door te gaan. De verkenning komt eraan. Mevrouw Boom, toch een vraag over de bussen? Mevrouw Boom-Vos: Nee, niet over de bussen. Over de voorliggende sheet, die triggerde mij. Want wat ik u hoor, is Smart Delta Drechtsteden vooral overkoepelend, synergie, waar kan je samen lobbyen, samen van elkaar leren. En de gemeenten moeten nog steeds zelf bouwen. Daar zijn jullie niet verantwoordelijk voor, althans in mijn visie. Hier staat iets over deelname gemeenten, meer maatwerk. Alle gemeentes hebben een financieel moeilijke boekhouding. Waar moet ik hier dan aan denken als u zegt, meer maatwerk? Wordt dat een soort menukaart of ga ik dan al te ver? Komt u daar later in het jaar mee? De voorzitter: Maatwerk, waar gaat dat over? Dat is de vraag.
De heer Huykman: Maatwerk, wat mij betreft, maar dat zal de advisering zijn en ik ben degene die daarin mag adviseren, maar niet besluit, bouwen we met elkaar een begroting die bestaat uit een exploitatie, een soort basisregeling van als je lid bent van de Drechtsteden, dan betaal je hier met elkaar aan mee, de keuken, de kok en de
19
verwarming. En daarbovenop komen dan nog twee brokken. Eén gaat over de investeringen. Daar kan een andere financiering onder zitten waarvan je zegt, een aantal van de gemeenten gaan gezamenlijk met elkaar, zoals dat nu ook gebeurt, een warmtenet realiseren. En dat geef je een impuls voor vier jaar. Dan kun je het ook met incidentele financiële middelen financieren. Dat maakt het ook makkelijker in een tijd dat iedereen in een ravijn kijkt en zich zorgen maakt. En een tweede is, en dat is nog een andere vorm van maatwerk, het kan ook zo zijn, een aantal gemeenten geeft op dit moment aan, wij redden het niet meer, wij kunnen de mensen niet vinden, kunnen we niet meer zaken juist regionaal regelen met elkaar? Help ons. We hebben heel weinig verkeerskundige capaciteit in de regio bijvoorbeeld. En een aantal gemeenten zegt, laten we in vredesnaam meer regionaal gaan doen. En een aantal gemeenten zegt, maar daar hebben we het geld niet voor. Daar kun je dan vervolgens nog maatwerk in leveren en zeggen, dan kijken we misschien naar een extra verkeerskundige in de regio. Die hoef je dan niet lokaal in te vullen. En dan kun je hem, weet ik veel, een contractje, ook gebruiken voor lokale expertise. Dan bouw je een soort van kenniscentrum. Dat is eigenlijk wel een bredere vraag die onder de regio ligt.