CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.13 2025.02.18 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 11 maart 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 4 februari 2025 en de Dordtse Dinsdag van 21 en 28 januari en van 11 en 18 februari 2025 Vergaderzalen 1, 3 en 513.101 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 18 FEBRUARI 2025 Vergaderzaal 5 1. Vaststellen van de Lokale Nota Gezondheid 2024-2027 – Raadsvoorstel Voorzitter: Mevrouw Van Engelen Raadsgriffier: De heer Boogaard Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Ayverdi (DENK) Mevr. Boom-Vos (VVD) Dhr. Van Dam Timmers (CDA) Dhr. Droog (ChristenUnie/SGP) Mevr. De Groot (Beter voor Dordt) Dhr. Hartmeijer (SP) Mevr. Kruger (GroenLinks) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Dhr. Van Pelt (Forum voor Democratie) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter voor Dordt) Mevr. Schnabel (Partij van de Arbeid) Mevr. Simon-van Waardhuizen (Fractie van Waardhuizen) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Venderbos-Lambinon (Partij voor de Dieren) Portefeuillehouder: wethouder R. van der Linden Ambtelijke ondersteuning: dhr. Roubos, mevr. Maleton, mevr. De Koning De voorzitter: Goedenavond allemaal, aan alle raads- en commissieleden en de ambtenaren en de wethouder en de mensen op de publieke tribune. We komen net uit een hele andere werkvorm dan normaal. Maar nu terug naar wat we gewend zijn, een heerlijke beeldvormende technische sessie over de Lokale Nota Gezondheid 2024-2027. Krijgen we vanavond een ambtelijke toelichting op. Maar voor het verslag beginnen we even met een voorstelrondje. En dan begin ik links van mij. De heer Boogaard: André Boogaard, commissiegriffier.

De heer Van Dam Timmers: Jan Van Dam Timmers, CDA Dordrecht. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, SP. De heer Venderbos-Lambinon: Cees Venderbos-Lambinon, Partij voor de Dieren. Mevrouw Boom-Vos: Karin Boom, Dordtse VVD. De heer Van Pelt: Dirk van Pelt, Forum voor Democratie.

1

De heer Ayverdi: Emin Ayverdi, DENK Dordrecht. Mevrouw De Groot: Megan de Groot, Beter voor Dordt. De heer Schalken-den Hartog: David Schalken, Beter voor Dordt. Mevrouw Kruger: Ik moest nog even de vorige sessie afronden in de hal. Kitty Kruger, GroenLinks Dordrecht. De heer Van der Meer: Frans-Bauke van der Meer, GroenLinks. Mevrouw Schnabel: Marije Schnabel, Partij van de Arbeid. Mevrouw Simon-van Waardhuizen: Claudia Simon-van Waardhuizen, Fractie van Waardhuizen. De heer Droog: André Droog, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP. De heer Roubos: Maurice Roubos, ambtelijke ondersteuning. Mevrouw Maleton: Mia Maleton, ambtelijke ondersteuning. Mevrouw De Koning: Eline de Koning, ambtelijke ondersteuning. De heer Van der Linden: Rik van der Linden, wethouder. De voorzitter: En mijn naam is Yara van Engelen. En ik ben vanavond uw voorzitter. We gaan zo meteen een presentatie krijgen. Een beetje in drie delen. Eerst krijgen we mevrouw De Koning en dan een deel van mevrouw Maleton, die gaat een presentatiedeel doen. En na dat deel is er gelegenheid om vragen te stellen daarover. En dan gaat de heer Roubos de presentatie voortzetten. En doen we na dat deel ook weer vragen. En dat heeft ermee te maken, omdat dat deel van de presentatie vooral het onderwerp houtstook raakt. En dat roept dan natuurlijk weer andere vragen op.

En dan hoeft u de vraag over de andere onderwerpen niet zo lang vast te houden. Volgens mij kan ik gewoon het woord geven aan mevrouw De Koning. Gaat uw gang. Mevrouw De Koning: Fijn dat we hier samen zitten. We gaan het hebben over de Lokale Nota Gezondheid. Ik dacht, ik begin met een paar plaatjes uit 2024, want u ziet dat nota al sinds toen liep. Dit zijn een aantal foto's eigenlijk van samenwerkingen die er zijn op het gebied van gezondheid. U ziet de samenwerking met het Albert Schweitzer ziekenhuis. Dat gaat over een groepsvoorlichting eigenlijk voor zwangere vrouwen. U ziet een roze bus verstopt met een hele delegatie ervoor. Dat was een bijeenkomst over Gezond Zwanger Worden op het Da Vinci College. Heel leuk. Waar ook de jonge moeders met kindjes aanwezig waren. En daaronder zien we nog een foto van een werkbezoek van het college aan de Jeugdgezondheidszorg en de GGD. En ze zijn toen thuis geweest bij een aantal inwoners die ook een vaccin kregen en tegelijkertijd wat voorlichting kregen over valpreventie. Zo

2

proberen we ook slimme koppelingen te maken. Ik denk dat om misschien de energie weer even in dit thema te krijgen. We komen van ver, want we hebben al een startnotitie vastgesteld. Dat heeft uw raad gedaan. Daarin heeft u wel drie moties aangenomen. Daar komen we zo meteen nog even op terug. Daar zal Mia nog een toelichting op geven. Er is een beleidsplan vastgesteld en een uitvoeringsprogramma van de Dienst Gezondheid & Jeugd. En het is goed om nog even samen te grijpen op die samenhang, want daarin staat eigenlijk uitgelegd wat de GGD en de Jeugdgezondheidszorg regionaal doen. En daar linken we dan natuurlijk wel weer aan in onze lokale nota. Maar daarin omschrijven we ook, wat vinden we in Dordrecht belangrijk? Dat is hoe die documenten zich tot elkaar verhouden. Dat heeft u ook bijvoorbeeld in de begrotingsparagraaf kunnen zien van, welke elementen dekken we nu waaruit en wat zijn lokale of regionaal verankerde kosten? Nog even heel kort een recap. Hoe werken we aan gezondheid in Dordrecht? Dat is altijd in samenwerking met verschillende partners. Destijds bij de startnotitie hebben de GGD, de Jeugdgezondheidszorg en een kinderarts van het Albert Schweitzer veel toegelicht over wat voor samenwerking hebben we, wat voor een product werken we aan? Dan zie je dat een deel van werkzaamheden regionaal verankerd is. Dan gaat het bijvoorbeeld over infectieziektebestrijding.

Dan gaat het over het Rijksvaccinatieprogramma. En een deel zijn echt werkzaamheden die wij lokaal inkopen. Dan gaat het bijvoorbeeld over het maatwerk van de Jeugdgezondheidszorg als onderdeel van Kansrijke Start. Velerlei eigenlijk voorbeelden heeft u in die nota voorbij zien komen. Dat alles hebben we samengevat in zes pijlers in de nota. Beginnend met bestaanszekerheid als basis voor gezondheid, omdat we toch wel zien als er armoedeproblematiek speelt in een gezin, dan hebben die leefstijladviezen vaak niet zoveel zin of dan is er niet de ruimte in het hoofd om daaraan te werken. Als voorbeeld gezond en kansrijk opgroeien. Daar refereerde ik net al even aan met de Kansrijke Start. Eigenlijk de samenwerking rondom de eerste duizend opgroeidagen van het kind. Een gezonde leefstijl. Een vrij brede paragraaf. Dat ging over sport en bewegen, over mentale gezondheid. Allerlei eigenlijk onderwerpen die aan de orde kwamen. Gezonde leefomgeving, daar zullen we vanavond even op inzoomen. En dan met name het onderwerp luchtkwaliteit. Dat was ook een vraag die vanuit u kwam van, hoe verhoudt houtstook zich daartoe? Daar komt Maurice zo even op terug. Dan hadden we nog de paragraaf gezond oud worden, met thema's als mantelzorg. Onze vrijwillige inzet van senioren komt daar even aan de orde.

En dan als laatste die goede bescherming tegen infectieziekten, wat regionale taken zijn, waar je ook niet zo heel veel te kiezen hebt als raad. En dat komt doordat die mate van beleidsvrijheid eigenlijk in die wet wel een beetje bepaald wordt. In gezondheidsbevordering zit eigenlijk de meeste keuze. Die gezondheidsbescherming en ziektepreventie zijn eigenlijk allerlei taken die het Rijk ons ook oplegt. En die hebben we georganiseerd bij de GGD en bij de Jeugdgezondheidszorg. Maar daar valt iets minder in te kiezen, omdat je dat Rijksvaccinatieprogramma bijvoorbeeld gewoon uit te voeren hebt. Crisisorganisatie, mocht er een keer iets gebeuren, een milieuramp of dergelijke, daar heb je je op te voorbereiden. En ook die monitoring en epidemiologisch onderzoek is een wettelijke taak die je uit te voeren hebt. Vandaar dat die nota eigenlijk ook leest als van, er zitten heel veel voorbeelden in die echt op dat snijvlak met gezondheidsbevordering zitten. Dan dacht ik nog heel even kort van, welke ontwikkelingen zijn nu actueel? Want we hadden voor 2024 ook een Lokale Nota Gezondheid. We zien dat er wel echt een transformatie is van zorg naar gezondheid. Dat gaat niet vanzelf. Er zijn veel ontwikkelingen met het Gezond en Actief

3

Leven Akkoord en het Integraal Zorgakkoord. Die lopen ook bestuurlijk af en toe hoog op. Er wordt nog steeds ook door de VNG bijvoorbeeld onderhandeld over, als gemeenten weer gaan werken aan dat Integraal Zorgakkoord, wat betekent dat dan financieel op de langere termijn? Dat zijn echt gesprekken die worden nu nog steeds gevoerd. Daar weten wij ook nu nog niet van hoe dat zich gaat ontwikkelen. Suïcidepreventie, daar komt Mia zo even op terug. Er komen een aantal aanpassingen in het Rijksvaccinatieprogramma. En dat heeft vooral te maken met het moment dat kinderen gevaccineerd worden. In veel gevallen wordt dat iets opgeschoven naar voren, of in een aantal gevallen iets naar achteren qua leeftijd. Er komt een subsidie Gezond Zwanger Worden onze kant op. Dat is nog ook weleens leuk om een meevaller mee te krijgen. Dat is met name met dank aan de Jeugdgezondheidszorg die zich daar hard voor hebben gemaakt vanuit het Gezond en Actief Leven Akkoord. En dan zullen wij een van de regio's zijn in Nederland die daar een beetje op mogen pionieren. Dat is wel een mooie ontwikkeling. En dan het minder goede nieuws. U ziet natuurlijk ook in die begroting terug dat er vanaf 2026 gewoon minder geld beschikbaar is.

En dat hebben we ook uitgesplitst per onderwerp in ieder geval van, waar zien we die dekking vanuit het Rijk wegvallen? Dan nog even kort, hoe hebben we nu uw feedback eigenlijk naar aanleiding van die startnotitie verwerkt? We hebben advies opgehaald bij de Dordtse Adviesraad Sociaal. Sorry. Ik moet soms nog een beetje oefenen, Bert. Ik doe mijn best. Dat was heel fijn, heel proactief ook natuurlijk in het meedenken. En goede suggesties gedaan. Onder andere met, hoe kunnen we wat we leren in Dordt West ook toepassen in andere wijken. We hebben de nota concreet gemaakt waar het kan. Maar we zien ook dat doelen en ambities wel afhankelijk zijn van het bijbehorend budget. Dat zal komende beleidsperiode ook wel de zoektocht zijn, maar dat herkent u ook van het bredere gesprek wat we nu hebben binnen de gemeente. Dan geef ik wat mij betreft het woord over aan Mia, tenzij er al vragen zijn over wat ik net heb verteld. De voorzitter: Als we dat liever toch nu hebben, dan kan dat natuurlijk, als dat handig is. Als ik zo rondkijk, dan is er een tijdsbewaking, zijn het ook één of twee vragen. Dan kan dat wel. Is wel efficiënt om dat gelijk te doen. Mevrouw Schnabel, Partij van de Arbeid, gaat uw gang. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Bedankt voor de toelichting. Ik vroeg me af, we hebben het ... En dat is wel al een paar maanden terug.

Toen we ook de nota bespraken, hebben we het volgens mij ook gehad over dat onderdeel van een gezonde leeromgeving ook is om schimmelvrij te leven, of in een huis waar het schimmelvrij is. En dat zie ik nog niet helemaal meegenomen worden. Komt dat nog of hoe wordt daartegenaan gekeken?

Mevrouw De Koning: Dat is een goede vraag. Kijk, ik denk dat die aanpak met name in combinatie met woningcorporaties zo wordt gemaakt. En uiteindelijk herken ik ook wel eens een nota van, het is zo'n breed thema die gezondheid, dat je ook bepaalde elementen wat meer of wat minder uitlegt. Ik denk dat er in de praktijk zeker aan gewerkt wordt en dat het wel onder de aandacht is, maar dat je het misschien in die zin wat minder terugleest in dit stuk. De voorzitter: Nog een kleine vervolgvraag van mevrouw Schnabel.

4

Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Want afgelopen sessie werd er gezegd, we zullen kijken hoe we dat op kunnen nemen. Er is voor gekozen om het niet op te nemen, maar het bij de woningcorporaties zelf neer te leggen? Mevrouw De Koning: Ja, dat contact met de woningcorporaties is er sowieso natuurlijk vanuit de gemeente. En kijk, onder deze nota lopen er natuurlijk allerlei samenwerkingen op thema's. We kunnen dat ook ambtelijk meer in de uitvoering meegeven van, hoe werken we hierin samen en zou daarin nog iets extra moeten of niet? De voorzitter: Het kan geïmplementeerd worden. Een vraag van de heer Van der Meer, GroenLinks. De heer Van der Meer: Dank u wel, voorzitter. Even voortbordurend op dat thema leefomgeving. Is natuurlijk breder dan alleen de schimmel in de dingen, maar ook de buitenruimte en dat soort dingen. Dat wordt eigenlijk nauwelijks uitgewerkt in deze nota, terwijl het wel heel erg preventief kan werken voor gezondheidsproblemen, en zeker als er ook bezuinigd moet worden. Waarom wordt die leefomgeving niet nog wat meer uitgewerkt in deze nota? Mevrouw De Koning: Dat is omdat we zien dat op leefomgeving ook vanuit de Omgevingswet best wel hele lijvige stukken zijn geschreven. Het is wel een bewuste keuze om daarnaar te verwijzen in deze nota, want anders dan gaan we toch ook dingen dubbel bij u onder de aandacht brengen.

Het is soms even zoeken van, hoe kan dit wel een goede kapstok zijn van hoe we werken aan gezondheid, zonder ook in de herhaling te vallen. De voorzitter: Er zijn gewoon wat dingen in deze nota die raken dan weer aan andere portefeuilles, gebieden. Dat is iets om rekening mee te houden. De heer Hartmeijer nog een ... De heer Van der Meer: Even nog een kleine vervolgopmerking. Ik denk dat dat terecht is op zichzelf. Maar dat betekent wel dat op het moment dat je over krappe budgetten gaat praten je die andere aspecten mee moet nemen, want anders maak je geen afgewogen keuzes. De voorzitter: Ik vermoed dat daarover nagedacht wordt. De heer Hartmeijer, SP. De heer Hartmeijer: Dank u. Drie verhelderende vragen eigenlijk over de nota. Ik weet niet of het handig is om ze meteen allemaal achter elkaar stellen? De voorzitter: Er komen natuurlijk nog twee delen van de presentatie. De heer Hartmeijer: Die gaan over de nota zelf. Dan wacht ik eventjes. De voorzitter: Dat is handiger. De heer Hartmeijer: Dat is handiger.

5

De voorzitter: En achteraf, ze zitten er alle drie de hele tijd, kan het altijd nog, wat u wil zeggen. De heer Hartmeijer: Het was even voor de orde van het debat. Vandaar. Maar dan wacht ik even. De voorzitter: Niet een debat, mijnheer Hartmeijer. Nee hoor, grapje. Dan gaan we nu het stokje inderdaad doorgeven aan mevrouw Maleton. Gaat uw gang. Mevrouw Maleton: Goedenavond, ik ben Mia Maleton, beleidsadviseur binnen team Jeugd en Onderwijs. En ik ga u meenemen op twee wat meer inhoudelijke punten die aan bod komen in de Lokale Nota Gezondheid, waaronder het mentaal welbevinden en straks ook het stukje verslavingspreventie voor middelengebruik. Zoals u heeft kunnen lezen in de lokale nota zien we gezondheid niet alleen als fysieke gezondheid, maar ook het mentale welbevinden van de inwoners is zeer belangrijk. Daarnaast zien we ook dat dit juist best wel onder druk is komen te staan, mede door de veranderende maatschappij, maar ook de impact van de coronapandemie die nog zeker wel zichtbaar is. Ook zien we dat met name onder jongeren en jongvolwassenen het stressniveau toeneemt en ook de prestatiedruk wel een dal kent. We zetten daarom dan ook de komende periode verder in om eigenlijk de weerbaarheid en de veerkracht van inwoners te vergroten.

Dit doen we ook samen met verschillende partners, zoals het Sociaal Wijkteam, het jongerenwerk, maar ook de GGD, waarmee we effectieve interventies inzetten om eigenlijk inwoners laagdrempelige handvatten te bieden om zelf ook aan de slag te kunnen gaan met hun mentale gezondheid. Specifiek hebben we in de lokale nota ook aandacht voor suïcidepreventie. En dat is anders ten opzichte van de vorige Nota Lokale Gezondheid. Vorig jaar is de Wet integrale suïcidepreventie aangenomen, waardoor suïcidepreventie verankerd is in de Wet publieke gezondheid. Suïcide is nog steeds nummer 1 doodsoorzaak onder jongeren tot 30 jaar. Het is nog steeds een groot taboe om te praten over gevoelens van zelfdoding. Vandaar dat wij nu ook samen met de GGD, JGZ en andere regiogemeenten een regionale aanpak opstellen om te kijken hoe we hier preventief op in kunnen zetten. En daarbij kijken we voornamelijk naar de risicogroepen waar we ons beleid op willen inzetten, maar ook hoe we het taboe rondom zelfdoding kunnen doorbreken. Een voorbeeld daarvan is de gatekeeperstraining.

En dat is een specifieke training gericht voor professionals, om te begrijpen hoe de theorie achter suïcide zit en hoe je die gedachte kunt herkennen, maar ook zeker dat kunt bespreken en vervolgens kunt opvolgen om de juiste ondersteuning te geven. Ik zie een vraag. De voorzitter: De vragen liever achteraf, tenzij het over bijvoorbeeld een betekenis van iets gaat waardoor we niet verder zouden kunnen. Maar dat is puur voor de efficiëntie. Het kan achteraf. Dan gaan we nog even door met de presentatie. Mevrouw Maleton: Helemaal goed. Dan ga ik door naar het volgende inhoudelijke stuk, onder de pijler gezonde leefstijl, namelijk verslavingspreventie. In de lokale nota hebben we ook aandacht voor verslavingspreventie. En hebben we ons doel gesteld om ervoor te zorgen dat minder jongeren roken, vapen, alcohol drinken of drugs gebruiken. We zetten

6

daarop in eigenlijk voornamelijk op universele preventie, samen met verschillende partners, waaronder de GGD. Een voorbeeld daarvan is de NIX18-campagne. Dit is een campagne waarbij we bijeenkomsten organiseren voor ouders, waarbij zij tools krijgen aangereikt om het goede gesprek te voeren met hun kind over het gebruik van roken, vapen of alcohol. Daarnaast zetten we lokaal ook vroegtijdig preventieve interventies in, wanneer dit nodig is. En dit doen wij samen met Youz verslavingspreventie. En dat zetten we bijvoorbeeld in wanneer jongeren door een alcoholvergiftiging of een vergiftiging door drugsgebruik in het ziekenhuis terechtkomen. Dan kan Youz verslavingspreventie ingezet worden om eigenlijk een interventie in te zetten. Dit kan eventueel ook via het jongerenwerk worden ingezet of het Sociaal Wijkteam of het Jongeren op de Rit team. Nou gaat hij niet verder. Verder werken we daarnaast in 2025 ook aan ons Integrale Preventie en Handhavingsplan voor alcohol en andere drugs. We hebben daar nadrukkelijk aandacht voor niet alleen alcohol, maar we nemen daarbij ook de drugsaanpak, de aanpak voor het vapen en ook de aanpak voor online gokken/gamen daarin mee. In die zin geven we daarmee uitvoering aan de eerder ingediende moties bij de startnotitie van de nota.

En in dit plan spreken we eigenlijk af welke maatregelen we de komende jaren treffen om problematisch gebruik van de middelen te voorkomen en ook terug te dringen. En dit plan stellen we eigenlijk ook samen weer op met verschillende partners, waaronder Youz verslavingspreventie, het Sociaal Wijkteam, het onderwijs, et cetera. En het een en het ander is wel, zoals mijn collega Eline eerder aangaf, sterk afhankelijk van beschikbare middelen. Dan sta ik bij dit punt ook nog even kort stil bij de vragen die gesteld zijn rondom het alcohol- en gokreclamebeleid en hoe dat zich verhoudt tot de APV. Op dit moment is het geregeld bij ons in de APV dat de handelsreclame alleen gevoerd mag worden op het eigen terrein voor dat eigen verhandelde product. En reclame in de openbare ruimte is in principe geregeld tussen contracten tussen de gemeente en onze reclamepartners. En wanneer er eigen handelsreclame gevoerd wil worden, dan is het de bedoeling dat er een reclamevergunning wordt aangevraagd. En bij het aanvragen van een reclamevergunning wordt er eigenlijk getoetst of deze reclame-uiting voldoet aan de regels van de Stichting Nederlandse Reclame Code. Ook de contracten die wij hebben met de reclamepartners voor de openbare ruimte moeten voldoen aan die regels van de Nederlandse Reclame Code.

En in de Nederlandse Reclame Code zitten een aantal regels die specifiek gaan over alcohol en gokken. Specifiek voor alcohol houdt dat in dat uitingen of reclame rondom alcohol mag niet in het zicht zijn van bijvoorbeeld ontwenningsklinieken, basisscholen, middelbare scholen of andere opleidingsinstituten die eigenlijk door minderjarigen worden bezocht. En daarnaast is het ook de bedoeling dat alle reclame over alcohol een NIX18-logo op zich heeft. En daarnaast mag ook reclame voor alcoholvrij houdende drank niet specifiek gericht zijn op minderjarigen. Voor kansspelen zijn er ook specifieke regels. En ook dat mag niet in het zicht zijn van middelbare scholen, het voortgezet onderwijs, et cetera. En specifiek mag dat ook niet gericht worden op kwetsbare doelgroepen in de maatschappij, waaronder minderjarigen, maar ook bijvoorbeeld inwoners die verslaafd zijn aan kansspelen. In principe hanteren wij die regels van de Nederlandse Reclame Code, zowel in de openbare ruimte, door middel van de overeenkomsten, als voor de eigen reclame op eigen grond. En dat doen we dan door middel van de reclamevergunningen. Daarmee ben ik tot een einde gekomen.

7

De voorzitter: Kijk, dat was dit deel van de presentatie. En dan zijn er gelijk wat vragen. Mevrouw Kruger, GroenLinks. Mevrouw Kruger: Dank u wel. Ik had eerst nog een vraag over die suïcidepreventie. Mag dat? De voorzitter: Jazeker, dat zat gewoon in dit deel van de presentatie. En alles mag uiteindelijk, maar het is gewoon voor de indeling. Mevrouw Kruger: Maar goed, ik vraag maar even. De voorzitter: Ga vooral uw gang. Mevrouw Kruger: ik was heel blij te horen welke vormen dat krijgt. Maar is er ook meegenomen interculturele, de culturele achtergronden van mensen? Want er wordt gesproken over jongeren, maar ik weet dat ook juist bij mensen met een andere culturele achtergrond dat het nog meer taboe is om erover te spreken en nog meer bedekt is, zodat je heel moeilijk de signalen kan herkennen voordat dat plaats ... Om ook hulp te kunnen bieden, laat ik het zo zeggen. Mevrouw Maleton: Jazeker. We kijken samen met de GGD inderdaad op welke plekken we ook die gatekeeperstraining in willen zetten. En daarbij is inderdaad aandacht voor ook de verschillen in culturele achtergrond en op welke plek we dan er nu voor kunnen kiezen om die training als eerste in te zetten. Maar daar is zeker aandacht voor in de ontwikkelingen. De voorzitter: Dank u wel. Dan mevrouw Schnabel, Partij van de Arbeid. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Eigenlijk in aanvulling op wat mevrouw Kruger net zegt.

Worden die gatekeeperstrainingen dan ook op azc's en in de Oekraïne opvang aangeboden? Want daar hoor je ook weleens berichtgevingen over dat het daar ingewikkeld is. Mevrouw Maleton: We zijn nu nog wel in ontwikkeling met het beleid. Het is in die zin nog niet vastgelegd. Maar die achtergronden worden wel meegenomen. Maar de mate waarin we die trainingen bijvoorbeeld in kunnen zetten, is afhankelijk, ook van de middelen die vanuit het ministerie dan richting de gemeente komen. Inhoudelijk gezien is het antwoord ja. Maar het is nog de vraag, waar kunnen we als eerste inzetten met de beschikbare middelen die er dan voor zijn. Dat is nog in ontwikkeling. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Van Dam Timmers, zag ik met een hand. Gaat uw gang. De heer Van Dam Timmers: Dank u, voorzitter. Eigenlijk twee vragen. De eerste gaat over specifieke gerichtheid op jongeren. Maar je hebt natuurlijk ook gewoon scootmobiel ouderen die een treetje alcohol aan het drinken zijn. Mijn vraag eigenlijk is van ... Dat is mogelijk. Alcoholgebruik is niet weggelegd alleen voor jongeren. Dat is eigenlijk het punt. En mijn vraag is, welke plannen zijn daar eigenlijk voor? Dat is vraag 1. En het tweede is ... En dat gaat eigenlijk over deze slide. Dan gaat het over problematisch

8

gebruik van deze middelen. En ik was even benieuwd van, hoe definiëren jullie dat? Gaat het dan om gebruik of wat is precies problematisch gebruik? Mevrouw Maleton: Kom ik eerst even terug op de eerste vraag rondom het alcoholgebruik bij bijvoorbeeld senioren. In het Preventie- en handhavingsplan is het zo dat we ons richten op risicogroepen. Ik noemde jongeren, maar dat betekent ook dat we ons inderdaad richten op ouderen die bijvoorbeeld problematisch alcoholgebruik hebben door andere oorzaken, bijvoorbeeld eenzaamheid. We kijken daar echt in breder verband naar. Maar ook bijvoorbeeld moeders die zwanger zijn, die tijdens de zwangerschap alcohol gebruiken. In die zin worden wel bredere doelgroepen meegenomen in dit plan. En uw tweede vraag ging over? De voorzitter: Wanneer is het gebruik van, even kijken, drugs, vapen en gokken problematisch? Of het problematisch gebruik van deze middelen en wanneer is het dan problematisch? Mevrouw Maleton: Voor alcohol en drugs zijn er richtlijnen vanuit het Trimbos die wij daarin hanteren. En problematisch wordt gezien als het veelvuldig van, pin me er niet op vast hoeveel glazen per week, alcohol ... Maar in principe ook als er lichamelijke effecten en klachten zijn.

Op het moment dat iemand zoveel drugs of alcohol gebruikt waardoor er ook andere nadelige effecten ontstaan, bijvoorbeeld in het werken of sociale contacten of lichamelijke klachten. Als u specifiek wilt weten hoeveel alcohol glazen dat per week zijn, dan zou ik dat even na moeten gaan De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, misschien aanvullend. De voorzitter: De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Kijk, elk gebruik heeft natuurlijk effect op het lichaam. Daarmee zou je ook gewoon het gebruik van deze middelen moeten proberen te voorkomen. Niet alleen problematisch gebruik. Maar dat is dan meer een politieke opvatting misschien. Maar daarom verbaasde me het woord problematisch, omdat ik in deze context dat niet snapte. De voorzitter: Maar dat is wel, misschien dan even om dat technisch helder te krijgen, eigenlijk iets wat vanuit landelijk of andere instanties gewoon bepaald wordt. Wij kunnen zelf niet helemaal als gemeente gaan bepalen wat problematisch is, begrijp ik uit uw verhaal. Mevrouw Maleton: In principe in het plan richten wij ons inderdaad op de richtlijnen die worden gehanteerd voor op welk niveau het problematisch is voor wanneer je drugs gebruikt of alcohol tot je neemt. De voorzitter: Precies. Dan stond er eerst nog een vraag van de heer Hartmeijer. Ik zie daar nog een vraag en daar nog een vraag. De heer Hartmeijer, gaat uw gang.

De heer Hartmeijer: Dank. Eventjes verder inderdaad in het blokje alcohol. Dank voor de toelichting over reclame. Er staat wel in de nota, we passen reclamebeleid aan om

9

gezonde keuze te stimuleren. De vraag is, hoe krijgt dat dan concrete vorm? Wat is die aanpassing dan? En de tweede vraag is, ik lees dat er weinig, althans maar voor een derde goede naleving is op het verkopen van alcohol aan minderjarigen. Dan denk ik, we zijn toch gewend aan die identificatieplicht. Toch loopt dat blijkbaar niet lekker. En is dat dan een derde van de winkels die zich daar niet goed aan houdt of is het een derde van de minderjarigen die maar gesnapt wordt, om het zo maar even te zeggen? Mevrouw Maleton: Het klopt inderdaad dat er nalevingsonderzoek gedaan wordt door de GGD. En wat daarin met name naar voren kwam, is dat bijvoorbeeld voornamelijk in een informele setting de regels niet nageleefd worden of onvoldoende. Te denken bijvoorbeeld aan een sportvereniging waarin een vriend of kennis ook degene is die de alcohol schenkt en dat daar toch een informelere sfeer wordt gecreëerd. Dat is het antwoord op die vraag. De andere vraag over de reclame-uitingen. In principe is het zo dat er specifiek gehanteerd wordt voor die alcohol en gokken vanuit de Nederlandse Reclame Code. En in principe kunnen we verder kijken in de overeenkomsten die wij hebben voor de openbare ruimte. Dat zou onderzocht kunnen worden hoe dat verder aangepast zou kunnen worden richting gezondheidsbeleid. De voorzitter: Dank u wel.

Dan is er ook een vraag van mevrouw Boom van de Dordtse VVD. Mevrouw Boom-Vos: Dank u wel. Ik zat zelf nog even na te denken over de leefstijlpreventie. En ik vind het een goed idee om mensen te vertellen wat de effecten van alcohol, drugs, te veel eten, dat soort zaken zijn. Houden wij ook het effect bij? Als ik naar mijzelf en mijn omgeving kijk, dan weet je allemaal wel dat je niet moet doen, maar ondertussen wordt het toch gedaan. Houden wij ook het effect bij van die leefstijlpreventie? Bijvoorbeeld als u het wat meer beeldend wil hebben. Als er een jongere of een oudere te veel alcohol gebruikt, en dan met een, ik weet niet, coma in het ziekenhuis komt en het wordt uitgelegd, wordt er dan ook bijgehouden dat die personen nog in recidive vallen, bijvoorbeeld? Mevrouw Maleton: Wij houden in principe dat niet op casuïstiek niveau bij als gemeente. Maar Youz verslavingspreventie werkt wel met echt effectief bewezen interventies door het NJI. Dat zijn wel interventies die effectief zijn gebleken. De voorzitter: Helder. Dank u wel. Dan zijn we mooi de tafel weer rond bij mevrouw Kruger van GroenLinks. Gaat uw gang. Mevrouw Kruger: Dank u wel. Preventie voor alcohol en drugs en gokken op scholen.

Hebben we het dan alleen over middelbare scholen, of hebben we het ook over basisscholen? Worden signalen altijd wel herkend als jongeren gebruiken? Worden die snel herkend of pas als het problematisch is? Want als iemand altijd te laat komt op school of veel bij de dokter moet zijn of weet ik wat, dan kan je denken, er is misschien wat aan de hand. Maar ik weet een tijd dat docenten en leerkrachten getraind werden in het herkennen van iemand die stoned in de klas zat of wat dan ook of geld moest hebben, waardoor je dat signaal kon oppakken dat er wat aan de hand was. Wordt er ook gebruikgemaakt van ouders? Ouders die ervaringsdeskundige zijn, die hun kinderen problemen hadden met alcohol en drugs, en die echt weten wat ze gemist hebben in de begeleiding om daarmee te handelen. Ook als kinderen een training hebben gehad. U

10

zegt net, Youz houdt dat dan bij of er een terugval is. Maar hoe kunnen ouders daarmee omgaan? En dat was het wel. En dan laatste vraag. Worden alle ontwikkelingen ten aanzien van drugsgebruik bijgehouden? Want op het ogenblik gaat het zo snel met alle nieuwe chemische drugs, dat het bijna niet bij te benen is. In hoeverre worden ook de hulpverleners daarin goed getraind? De voorzitter: Dank u wel. Een viertal vragen. Eerst over of het alleen op middelbare scholen of ook op basisscholen plaatsvindt? Mevrouw Maleton: Die inzet is in principe vanuit de Gezonde School aanpak vanuit de GGD beschikbaar voor op basisscholen, middelbare scholen en ook het mbo. En eigenlijk kan er per school bekeken worden op welk onderdeel er inzet gewenst is en waar de behoefte ligt. Of dat specifiek op bijvoorbeeld vapen is of op het roken van wiet bijvoorbeeld. De voorzitter: Ik heb meegeschreven. Misschien heb je het zelf ook wel gedaan. Maar er werd net ook gevraagd, wordt het op tijd herkend en erkend? En dat raakt ook een beetje aan de signaleringsplicht. Mevrouw Maleton: Vanuit die Gezonde School aanpak met de GGD is er de Helder op School aanpak beschikbaar. De Helder op School aanpak is ontwikkeld vanuit het Trimbos. En binnen die aanpak worden eigenlijk verschillende stappen doorlopen om een goed beleid neer te zetten op de school.

Dat gaat enerzijds over het geven van de juiste voorlichting aan de jongeren. Maar anderzijds gaat dat ook echt over het trainen inderdaad van de docenten over, hoe kun je nu problematisch gebruik signaleren en wat kun je daar dan vervolgens mee doen? Daarnaast zit er ook een onderdeel in waarin ouders meegenomen worden. Dat is het andere antwoord op uw vraag. Niet zozeer als ervaringsdeskundige, maar wel als, welke tools kunnen zij inzetten om het gesprek aan te gaan met hun kinderen om te praten over het gebruik van deze middelen? En overigens het inzetten van ervaringsdeskundigen, daar is ook een richtlijn vanuit het Trimbos over. En die beschrijft eigenlijk per welke leeftijdsgroep het wel en niet gewenst is om een ervaringsdeskundige in te zetten. Want bijvoorbeeld bij een jongere leeftijdsgroep van 10 tot 12 jaar is dat eigenlijk volgens de richtlijnen juist weer niet gewenst. Daar is ook een ... Mevrouw Kruger: Voorzitter, even ter aanvulling. Ik bedoelde niet direct dat je iemand voor de klas zet die ervaring heeft met drugsgebruik. Maar ik bedoelde echt ook de ervaringsdeskundigen van mensen die relaties hebben gehad met drugsgebruikers of de ouders inderdaad. Die kunnen zo steunend zijn in het hele systeem om dat op te lossen. We gaan alleen maar uit van de cliënten, die dan drugs of alcohol gebruiken. Maar het systeem is zo belangrijk daaromheen.

De voorzitter: Komt dat wel voor basisschoolleeftijd of ook niet? Mevrouw Maleton: Nee, want daar zijn eigenlijk de richtlijnen heel duidelijk in dat dat eigenlijk niet effectief is en dat je juist op die jonge leeftijd meer in moet zetten op het versterken van emotionele, sociale vaardigheden en het stellen van grenzen. En nog niet

11

heel specifiek aandacht moet hebben voor drugs, vapen en alcohol inhoudelijk. Dat is eigenlijk echt pas die latere leeftijdsgroep waarin die richtlijn ook verandert. De voorzitter: En dan de laatste vraag, of we alle ontwikkelingen op het gebied van drugs ook een beetje bijhouden? Want het zijn natuurlijk enorme trends op het moment. Mevrouw Maleton: Wij laten daarin ons adviseren door Youz verslavingspreventie. Zij zullen ons ook adviseren in het opstellen van het Preventie- en handhavingsplan. Zij werken samen met Antes en ook natuurlijk met het Trimbos en Verslavingskunde Nederland. Op die wijze proberen wij alle ontwikkelingen tot ons te nemen en ook ons beleid daarop aan te passen. De voorzitter: Dank u wel. Dan is het tijd voor het derde en laatste deel van de presentatie door mijnheer Roubos. Last but not least, werd net gezegd. Gaat uw gang. De heer Roubos: Hopelijk ben ik ook goed te verstaan zo voor iedereen. Er is aan mij gevraagd, ook vanuit uw raad is volgens mij het verzoek gekomen om wat te komen vertellen over houtstook. Hierin hebben we ook een klein beetje de keuze gemaakt voor onszelf van, laten we het wat breder hebben over luchtkwaliteit en gezondheid, en dan verder inzoomen, verder in de presentatie op het thema houtstook. En ook heeft u een wat globaler beeld.

En dan kunt u ook beter inschatten van wat de rol van houtstook is in ons brede luchtkwaliteitsbeleid. Zoals u waarschijnlijk al weet, zijn we sinds 2020, of is de gemeente Dordrecht medeondertekenaar van het Schone Lucht Akkoord. En in het akkoord hebben we eigenlijk met alle andere deelnemers een programmatische aanpak met elkaar afgesproken voor het verbeteren van de algehele luchtkwaliteit. Daarin hebben we eigenlijk samen allemaal ten doel gesteld om in 2030 een gezondheidswinst te behalen van minimaal 50 procent ten opzichte van het basisjaar 2016. En dat hebben we eigenlijk door laten vloeien. En dat is ook op basis van het uitvoeringsprogramma wat daaraan vastgekoppeld zit, waarin we decentraal en ook integraal zoveel mogelijk maatregelen voor het bevorderen van gezonde lucht proberen in door te voeren. Tegelijkertijd vloeit dat eigenlijk ook weer gelijk door in onze Omgevingsvisie. Volgens mij eerder werd ook al de vraag gesteld, waarin is die gezonde leefomgeving ... Waarin speelt dat een rol? Vooral wat meer in de fysieke documenten zien we dat steeds meer terugkomen. Als het goed is, ligt er nu ook een nieuwe versie van de Omgevingsvisie, die nog door uw raad moet worden vastgesteld.

Maar in de oude versie staat in elk geval nog het doel, het permanent streven, staat andersom, verbeteren van de luchtkwaliteit met het doel om de WHOadvieswaarde van 2005 voor schone lucht te bereiken. Even kijken. Zo kan het ook. Zo ben ik er snel doorheen. De voorzitter: Was dat het einde van de presentatie? De heer Roubos: Ja, dat was het einde inderdaad. De voorzitter: Toch niet? De heer Roubos: Nee, zeker niet.

12

De voorzitter: Ik dacht al, volgens mij het een geintje. En toen dacht ik, is toch serieus? We gaan nog verder. Gaat uw gang. De heer Roubos: Eigenlijk alle inzet die we daarop inzetten, moet uiteindelijk leiden ook tot een bevordering van het gezondheidseffect. Vanuit het RIVM als het Schone Lucht Akkoord is er een zogeheten gezondheidsindicator opgesteld. En op dit kaartje vind ik dat toch wel aardig weergegeven, waarin een paar slimme koppen een berekening hebben weten te maken, oftewel de overbrugging van luchtkwaliteitswaardes naar ook gezondheid. En wat u hier eigenlijk ziet, als we eerst beginnen bij de linker kaart, ik had het al verteld over het basisjaar 2016, waar het SLA zich op baseert, daarin ziet u veel roze. En dan hebben we het over een graadmeter, volgens mij is het net een beetje te klein voor u om te zien in de legenda, maar daar staat tussen de 8 en 10. En dat betekent verkorte maanden, of levensmaanden eigenlijk. In 2016 leefden vooral mensen in de wat hele donkere rozige delen nog 8 tot 10 maanden korter als gevolg van ongezonde lucht. De kaart heeft ook gelijk een ... Ze hebben ook gelijk een prognose gemaakt. Daarin zijn eigenlijk de meest recente maatregelen, zowel vanuit het Rijksbeleid als vanuit de SLA-deelnemers in doorgevoerd. En daarin ziet u al dat we een stuk blauwer zijn geworden.

En u ziet nog wel natuurlijk dat met name rondom de grote steden en ook grotere infrastructuur, waar veel mobiliteitsbewegingen in plaatsvinden, nog wel in het roze gebied kleuren. Gemiddeld zitten we nu tussen de 2 tot 6 maanden waarin we korter leven als gevolg van ongezonde lucht. Althans, zo is de prognose voor 2030. Even kijken. Het is misschien ook interessant, diezelfde kaart kunnen we ook gelijk een beetje inzoomen op de situatie die we hier zo in Dordrecht hebben. Ook hier ziet u in de grafiek aan de rechterkant een stukje in het donkerroze en een stukje in het blauw. Donkerroze of donkerrood lijkt het van of hier, volgens mij, zitten we in het jaar 2016. En zoals u ziet in de tekst ook leefden we 10,1 maand korter als gevolg van ongezonde lucht, aldus volgens de berekeningen. En u ziet, we zijn al mooi opgeschoven en gaan richting de prognose voor 2030, richting 5,8 maanden gemiddeld. Dat betekent dat we in 2030 een gezondheidswinst behalen van net geen 43 procent. Eigenlijk kunnen we daar al een paar mooie conclusies uit trekken. Namelijk dat de Dordtse lucht aanzienlijk schoner is geworden, maar dat we nog een aantal stappen hierin moeten maken. En ik heb ook nog even in cursief gezet, met elkaar blijven werken aan schonere lucht. Want ik denk dat dat voor iedereen wel heel duidelijk is, schone lucht beperkt zich niet tot de grenzen van onze gemeente.

Geluid daarin en andere soorten milieuthema’s beperken zich op een gegeven moment wel tot grondgebied. Maar lucht dreigt toch al snel de grenzen over te gaan. Nu gaan we een klein beetje de techniek in. We hebben het al even gehad over luchtkwaliteit. Maar waar hebben we het dan eigenlijk precies over? Daarom wil ik ook even specifiek met u ingaan op, wat is eigenlijk van belang op luchtkwaliteit en ook het stukje gezondheid? Als we beginnen links aan de tabel, dan zien we eigenlijk daarin de belangrijkste stoffen die van invloed zijn op de gezondheid. Bovenaan ziet u een mooi tekentje NOx. Dan hebben we het hier over stikstofdioxide. En dat is een verzamelnaam van een aantal andere verschillende stoffen. Maar daar ga ik u verder niet mee lastig vallen. En eigenlijk kwam die stof grotendeels voor bij de verbrandingsprocessen, zoals als gevolg van mobiliteit en ook uit de industrie. Verder zien we 2 andere tekentjes, namelijk PM10 en PM2,5. En dan hebben we het hier over fijnstof. En dat sluit natuurlijk aan bij het thema houtstook zo dadelijk. Waarom dat onderscheid PM10, PM2,5. Dan hebben we het namelijk over de

13

grootte van de fijnstofdeeltjes, namelijk 10 micrometer en 2,5 micrometer. Hier wordt namelijk een onderscheid in gemaakt, omdat er ook verschillende gezondheidseffecten zijn van de fijnere deeltjes. Als we nog even verder in de tabel kijken, dan ziet u een aantal waardes ook aan de bovenzijde. Zoals we hebben de oude grenswaardes waar we ons de afgelopen jaren aan hebben moeten houden. De WHO-advieswaarden uit 2005, die nog in de oude Omgevingsvisie zijn vastgesteld. En misschien nog wel het belangrijkste ook, de EU-kwaliteitswaarde en de WHO-advieswaarde van 2021 en 2030. U ziet namelijk, voor wie even snel kijkt, dat er een aardige vermindering gaat plaatsvinden, zowel voor stikstofdioxide als fijnstof. En als we helemaal rechts in de tabel kijken, dan ziet u daarin de meest actuele waardes van 2023. Recenter dan dat kon ik ze helaas nog niet aanleveren. Maar die van ‘24 komen eraan. Ik ben benieuwd hoe daar de ontwikkelingen verder op zijn. Ik denk, voor nu is het belangrijkste om even de vergelijking te maken tussen de Europese kwaliteitswaarden en de actuele concentraties die we in Dordrecht hebben. U ziet, als het gaat om stikstofdioxide, dan gaan we eigenlijk al de goede kant op. PM10, de wat grovere fijnstof, zitten we net nog iets boven.

Maar we gaan zeker nog wat problemen krijgen, of in elk geval moet er nog aardig wat inzet worden gemaakt als het gaat om de wat fijnere fijnstof. Nu komen we bij u nog een wat breder plaatje. Ik pak nog heel even de vorige slide. De actuele concentraties die wij in Dordrecht hebben op basis van 2023, die ziet u hier eigenlijk in terugkomen. Als u in de meest linkerkant kijkt van deze tabel, dan zien we daarin heel klein ook wel de 16,59 en de 8,89 voor zowel PM10 als PM2,5 in terugkomen. En dat is eigenlijk het totaal van alle fijnstof dat we hier zo in Dordrecht in 2023 hebben gemeten. Dit zijn dan de zogeheten achtergrondconcentraties. Belangrijk hierin is in elk geval, en daar heb ik even een cirkeltje om gedaan, de zogeheten binnenlandse bronnen. Ik had het al even verteld natuurlijk, luchtkwaliteit beperkt zich niet tot de grenzen van onze eigen gemeente. En ook in de atmosfeer vinden allerlei chemische processen plaats, waar fijnstof bij vrijkomt. Eigenlijk het stukje waar wij als het ware invloed op hebben of sturing aan kunnen geven, is alleen dat kleine stukje wat ik daar omcirkeld heb. Eigenlijk in de hele staafgrafiek ziet u de verschillende bronnen die wij kennen in de stad, of in elk geval waarin een onderscheid wordt gemaakt. Industrie, verkeer. Volgens mij zitten daar ook nog wegverkeer en dergelijke bij. Ik heb hem zelf even niet helemaal scherp.

Maar op de meest rechterkant ziet u denk ik de belangrijkste voor u nu, in elk geval voor het thema houtstook. En dan hebben we het over consumentenverwarming. Consumentenverwarming wordt altijd wel wat breder genomen, want hier wordt bijvoorbeeld ook de emissies van cv-ketels en dergelijke in meegenomen. Maar ik denk dat het wel vanzelfsprekend is voor u dat er vanuit een cv-ketel niet bepaald veel fijnstof vrijkomt, maar wel stikstofdioxide. Ik ga nog heel even terugpakken. Ik denk nog even belangrijk ... Een vraag. De voorzitter: Een verhelderende vraag die even tussendoor nodig is? Mevrouw Boom-Vos: Ja. De voorzitter: Mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: Dank u wel. Ik kan niet lezen wat de meest twee linkerkolommen zijn. Volgens mij is het verkeer, maar wat is de meest linkerkolom?

14

De heer Roubos: Dat is industrie. Ik had het al heel even gezegd inderdaad, je kan nu eigenlijk over het totaal zien wat de bijdrage is van consumentenverwarming als het gaat om fijnstof. En ziet u over het totaal gezien, oftewel eigenlijk alles bij elkaar valt het eigenlijk wel mee. Maar als u kijkt naar wat er daadwerkelijk in de stad wordt uitgestoten, dan ziet u toch dat de bijdrage van houtstook voor de totale uitstoot of emissies van fijnstof nog wel er aanzienlijk aan bijdraagt. Met name als het gaat om de fijnere fijnstof PM2,5. Mevrouw Kruger: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Even ook toch een verduidelijkende vraag. Want dit zijn de metingen in heel Dordrecht. Ik kan me zo voorstellen dat er op bepaalde gebieden een veel hogere concentratie in de lucht zit. Als ik denk aan toevallig bij Chemours of zo en in bepaalde straten waar parkeergarages staan, daar zitten veel hogere concentraties in. Hoe moet ik dit dan zien? Want die hebben een veel slechtere luchtkwaliteit dan ... De voorzitter: Eigenlijk inderdaad, hoe wordt er gemeten en op welke plekken dan? De heer Roubos: Dan zal ik denk ik eerst even naar het volgende stapje gaan. Dan maak ik gelijk even het sprongetje naar houtstook ook inderdaad.

We hebben nu dan even een klein beetje een beeld gekregen van de bijdrage van houtstook, of in elk geval van consumentenverwarming voor binnen onze stad. Misschien wel het meest gekke eigenlijk in de situatie is, is dat andere bronnen steeds schoner worden. We hebben natuurlijk het dan met name over verkeer, maar ook de industrie stoot in de afgelopen jaren steeds minder uit. Maar zoiets als houtstook is eigenlijk niet schoner te krijgen. Er wordt weleens gezegd, er bestaat niet zoiets als goed stoken. En dat blijkt ook wel uit de metingen van de afgelopen jaren. Naast fijnstof hebben we het natuurlijk bij houtstook ook nog over een aantal andere stoffen. Daar hebben we het natuurlijk over ... Die natuurlijk ook nog afhangen van het soort kachel, de brandstof die u hierbij gebruikt en hoe de gebruiker er zelf mee omgaat. En dan moet u bijvoorbeeld denken aan stoffen als koolmonoxide, VOS, vluchtige organische stoffen, en polycyclische aromatische koolwaterstoffen, oftewel PAK’s. En uiteraard moeten we roet hier niet bij uitsluiten. Misschien ook nog wel belangrijk om bij te vertellen, vanuit verschillende hoeken is er ook al aardig wat onderzoek gedaan naar houtstook en ook de gezondheidseffecten hiervan. Maar de conclusies hieruit zijn toch nog wel heel vaak wisselend.

Zo concludeert het RIVM dat houtstook inderdaad een negatieve bijdrage levert aan de gezondheid, maar dat er niet altijd makkelijk is vast te stellen wat de impact is van een individuele stoker. En even terugkomend dan misschien ook op uw vraag van, hoe speelt zich dat af op wijkniveau? Dat is gewoon heel lastig om dat vast te stellen. Om te bepalen van, als jij een buurman hebt die hout stookt, word ik daar ongezonder van? Die conclusie is niet zo heel makkelijk te trekken op basis van de onderzoeken die er nu liggen. De voorzitter: Maar dan over de gehele linie is houtstook ongezond? De heer Roubos: Over de hele linie is houtstook ongezond.

15

De voorzitter: Maar u kunt niet aangeven van, als je er echt direct naast woont, is het risico groter, maar bijvoorbeeld binnen een gemeente ... De heer Roubos: Laat ik het zo zeggen, in die zin is het moeilijk om vast te stellen of dat je op wijkniveau daadwerkelijk ongezonder wordt als jij een wijk hebt waar veel hout gestookt wordt. Omdat het toch op een bepaalde hoogte in de atmosfeer komt en dat er eigenlijk als het ware een soort fijnstofdeken over een groter gebied van de stad komt. De voorzitter: Beantwoordt dat uw vraag, mevrouw Kruger, of niet? Mevrouw Kruger: Gedeeltelijk. Want we hebben het hier alleen over houtstook, maar we hebben het ook over de totale schone lucht of de gezonde lucht. En ik weet gewoon, als je bij een parkeergarage woont, zoals hier in de binnenstad, en daar staan de hele dag die auto's te draaien ... Ik heb een vriendin gehad die had zo'n filter in haar kamer hangen. Dat was wel heel duidelijk wat daar dan binnenkwam, een hele hoge concentratie. De voorzitter: We zoomen nu specifiek even in op houtstook, omdat daar vragen over werden gesteld. Inderdaad, de luchtkwaliteit zit er ook volledig in, maar houtstook wordt in de gezond ... Mevrouw Kruger: Wat jammer dat dat niet dan even meegenomen wordt. Maar goed, geeft niet. Laten we het maar houden bij houtstook. Ik vind het dikke prima. De heer Roubos: Volgende keer pakken we garages mee.

De voorzitter: Maar in de vorige tabel ging het volgens mij ook over luchtkwaliteit in algemene zin. Dat klopt? De heer Roubos: Ja, in brede zin. De voorzitter: Zo meteen na de presentatie kunt u gewoon alle vragen stellen over luchtkwaliteit in de gehele gemeente. Dat is geen probleem. Gaat u verder. De heer Roubos: Prima. De voorzitter: Mevrouw Schnabel, verhelderende vraag? Mevrouw Schnabel: Ik kan mijn vraag ook later, na deze presentatie, stellen. De heer Roubos: Dat is ook goed. De voorzitter: Dank u wel. De heer Roubos: Ik had het al heel even gezegd inderdaad, gezondheidseffecten zijn niet zo heel eenduidig vast te stellen als het gaat om houtstook. Maar zoals we, denk ik, wel allemaal kennen, veroorzaakt het ook in de beleefwereld van mensen veel overlast en met name geurhinder. En eigenlijk zie je ook dat met name de kwetsbare groepen, dan moet u denken aan jonge kinderen, mensen met onderliggende klachten, zoals COPD of andere longkwalen, dat die eigenlijk de meeste overlast ervaren. En dan vooral in deze

16

periode, in de winterperiode, wanneer mensen eigenlijk het meest stoken. En er is ook een heel duidelijk verband daarin gelegd met slechte meteorologische weersomstandigheden. Denk aan windstil of aan mistig weer, dan zien we echt eigenlijk dat de klachten, zij het hinder of ook echt daadwerkelijk de gezondheidsklachten, dat die aanzienlijk gaan toenemen. Misschien nog wel belangrijk voor u ... Moor mij is nog niet helemaal duidelijk of u die wel of nog niet heeft ontvangen. Maar ik heb begrepen dat hij vandaag bij de Agendacommissie ligt. Gaat u nog een raadsinformatiebrief ook ontvangen over onze aanpak over houtstook. En daar sluit dit verhaal dan ook bij aan. Ik weet nog niet of die nog gaat komen. Hij zit bij de Agendacommissie van vandaag. Dan gaat u die nog ook ontvangen van ons. De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Hier sluit mijn vraag mooi op aan. De heer Roubos: Dat is mooi.

Mevrouw Schnabel: Heel fijn om meer over houtstook te horen. Mijn vraag is, zou daar ... Kijk, het is lastig natuurlijk om daar goed op te handhaven. Maar zou er op een bepaalde manier wel beter over gecommuniceerd kunnen worden? Dat bijvoorbeeld met mist of met windstilte en met vochtig hout of slecht hout dat het dan beter is om niet hout te stoken? De heer Roubos: Misschien een stukje alvast wat u zei van, niet stoken met slecht hout. Wij zijn eigenlijk van mening, er bestaat niet zoiets als goed stoken. Er bestaat wel zoiets als van, je gedrag aanpassen en zorgen dat je zo min mogelijk overlast voor je buren of je buurt of je wijk gaat veroorzaken. Inderdaad zoiets als de Stookwijzer, dat is eigenlijk nu het belangrijkste instrument om daarbij te gebruiken. Waarin nu ook nadrukkelijk het advies wordt gegeven, niet stoken bij code rood. En je ziet ook gemeentes die daar echt een beleidsregel op hebben ingevoerd, zoals Amersfoort, die echt zeggen, ook op handhavingsgebied natuurlijk, ga niet stoken. In dit geval is volgens mij ook code rood en code oranje nog van de Stookwijzer. De voorzitter: Eerst even checken, was dit dan het einde van de presentatie? De voorzitter: Ja. De voorzitter: Geen grap deze keer. Het klonk inderdaad zo maar even definitief. Mevrouw Schnabel, een vervolgvraag. Mevrouw Schnabel: Dank u wel.

Hoe kijkt onze gemeente aan tegen zo’n beleidsregel? De voorzitter: Dan gaan we eigenlijk aan ambtenaren vragen, wat vinden jullie ervan? Terwijl ik denk dat de beleidsregel uiteindelijk voortkomt uit wat de politiek wil.

17

Mevrouw Schnabel: Dat snap ik. Ik formuleer het niet helemaal juist. Wordt die beleidsregel ook meegenomen in de raadsinformatiebrief, of moeten we gewoon in spanning afwachten op wat daar in die ... De heer Roubos: Hij wordt daar zeker in meegenomen. Mevrouw Schnabel: Fijn. De voorzitter: Dank u wel. De heer Roubos: En inderdaad, wat u zelf al zegt, de grootste uitdaging zit hem rondom handhaving. Zeker ook het stukje van, hoe ga je dat organisatorisch met elkaar opzetten? En natuurlijk lopen de collega's van handhaving tegen beperkte capaciteit en ook middelen aan. Dat is gewoon iets waar we nog met elkaar goede afspraken over moeten maken. De voorzitter: Dank u wel. Dan nu alle vragen over luchtkwaliteit en resterende vragen. Begin ik bij mijnheer Hartmeijer en dan mevrouw Boom. Gaat uw gang. De heer Hartmeijer: Ik was toch? Dank u wel. Ik kijk even naar dat tekeningetje. En dan komt er rook uit die schoorsteen en die daalt dan heel vervelend zo meteen op die wandelaar. Dat is niet fijn natuurlijk. Maar welke proportie hebben we het dan over wat dan neerdaalt op straat vanuit zo’n schoorsteen? Want dit lijkt natuurlijk heel erg dramatisch, maar welke orde van grootte hebben we het dan over? De voorzitter: Is de cartoon op schaal? De heer Roubos: U moet maar zo denken ... Misschien is het een klein beetje een overdreven plaatje, als ik het zo mag zeggen.

U moet maar zo denken, wat komt er qua temperatuur uit de schoorsteen. Dan hebben we het, geloof ik, over ongeveer bijna 300 graden. Dat gaat op een aanzienlijke hoogte de lucht in. Vandaar ook dat er natuurlijk gezegd wordt over windstil en slechte weersomstandigheden. Dan heb je wel dat het in elk geval op een redelijk laag niveau, verdiepingsniveau of straatniveau, kan neerdalen en dat je inderdaad wel dit soort overlast gaat ondervinden. Ik bedoel, u merkt het zelf denk ik ook wel. U hoeft maar, zoals vanavond of op een wat minder goede avond, een rondje te maken door de wijk en dan is het eigenlijk maar kort zoeken eigenlijk naar een geur in de lucht die niet helemaal lekker is. De voorzitter: Mijnheer Hartmeijer, een vervolgvraag? De heer Hartmeijer: Ja. Maar ik kan me zo voorstellen dat er een verschil zit tussen de geur en het spul zelf. Je ruikt iets in de verte misschien. Maar het ging mij erom van, in welke proportie daalt dat dan op straat? Is dat dan de helft? De heer Roubos: Nee, dat is hetzelfde ook daarin inderdaad. Geur, en omdat je het ruikt zitten daar natuurlijk ook diezelfde stoffen bij. Die zitten natuurlijk ook op dat lage niveau. De voorzitter: Helder. Dan eerst naar mevrouw Boom.

18

Mevrouw Boom-Vos: Eigenlijk een opmerking en een vraag. Ik woon zelf ook in een vooroorlogse wijk. Daar zitten een heleboel open haarden of stookkanalen nog in. Je merkt wanneer het echt code rood is dat ... Dan merk je dat. Wat u zegt, je hoeft er vanavond maar rond te lopen, dat vind ik wel een beetje suggestief, want het is nu gewoon echt code geel. Voor ons is het nu wel, ik ben er zelf ook, stookseizoen. En dan kijk je naar de Stookwijzer. Vandaar dat ik blij ben dat u zegt, waarschijnlijk gaan we met code rood handhaven. Dat lijkt mij heel normaal dat je daar als Dordtenaar rekening mee houdt, met je medeburger. Maar dat zeg ik als een recreatief stoker. En dat is volgens mij het overgrote deel. Maar hoeveel huizen zijn er nog in Dordt waarvan een houtkachel de hoofdverwarming is? De heer Roubos: Dat is inderdaad een goede vraag. Daar hebben we zelf ook over nagedacht. Dat is natuurlijk waar we hier binnenskamers ook weleens met elkaar over hebben na zitten denken van, hoe zit dat met een enkeling, wat is echt wel een heel klein percentage hoor waar we het dan over hebben, die de houtkachel als hoofdverwarming heeft. Daar moet je dan specifiek op inzoomen en kijken van ... Dat is echt maatwerk, om het maar even zo te zeggen. Dat is echt een uitzondering op de regel die je dan op dat moment moet gaan maken.

Maar ik heb nu niet in beeld, en volgens mij is daar ook helemaal geen beeld van, want dan moet je achter de voordeur gaan kijken, hoe iemand zijn huis gaat verwarmen. Daar is geen beeld van. De voorzitter: Helder. Dank u wel. Voordat ik verderga met deze kant van de tafel. Even checken, mevrouw Kruger, had u nog vragen over luchtkwaliteit? Mevrouw Kruger: Ik heb hem wel gesteld op zich over die PFOA en Chemours, waar we zo’n leuke fabriek hebben staan op De Staart, hoe dat duidelijk wordt gebeten? Want ik bedoel, daar zijn natuurlijk alle verontrustende berichten over. En niet alleen berichten, gewoon feiten. Want het is wel leuk dat we houtkachels gaan verbieden, maar in hoeverre staat het met Chemours bijvoorbeeld ten aanzien van de luchtkwaliteit. Wat voor aandeel hebben zij in die totale streepjes? Ik kan me moeilijk voorstellen, 2030 dat we bijna blauw zijn als dit door blijft gaan. De heer Roubos: Voor Chemours op dit gebied kan ik niet heel specifiek, denk ik, er zo op ingaan. Maar goed, we hebben meer bedrijven dan Chemours die natuurlijk activiteiten hebben waar eventueel fijnstof bij vrijkomt. Als het gaat om het meten, in elk geval, eigenlijk die concentratie die u zo in die grafiek terug zag komen, dat is op basis van verschillende meetpunten verdeeld over heel de stad.

Dat zijn gewoon vaste punten die eigenlijk in de stad liggen en die constant over een heel jaar de luchtkwaliteit meten in de stad. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar een vraag van mijnheer Van Dam Timmers van het CDA. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Ik heb bij deze beeldvorming over deze houtstook eigenlijk nog twee vragen. Allereerst is, hoeveel mensen stoken eigenlijk? Hebben we daar een beetje een beeld van om hoeveel dat gaat? En we hebben het steeds over de omgevingseffecten. Maar hoe zit het met het effect voor de houtstoker

19

zelf? Want je zei, buitenshuis is het lastig aan te tonen. Maar de overtuiging om het niet te doen, is misschien meer nog te vinden in het effect op degene die zelf stoken. De voorzitter: En met stokers bedoelt u ook de recreatieve stokers, alle stokers? Gaat uw gang. De heer Roubos: Even kijken. De eerste vraag ging over de ... De voorzitter: Hoeveelheid stokers. De heer Roubos: De omvang. Er is niet een beeld van, we hebben dit aantal stokers daadwerkelijk in de stad. Dat zal u ook wel in de raadsinformatiebrief lezen, het enige waar wij wat aan kunnen afleiden, is het aantal meldingen dat we krijgen, klachten eigenlijk. En dat is het enige waar je vanuit kan gaan. En de tweede vraag ging over ... Die vond ik eigenlijk ... De voorzitter: Over de effecten ... De heer Roubos: Die zou ik iets verduidelijkt willen hebben eigenlijk. De voorzitter: Dat kan de heer Van Dam Timmers het best zelf natuurlijk. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Kijk, we hebben het steeds over die wandelaar die eromheen loopt. Maar ik zie daar ook iemand in de woonkamer zitten. En volgens mij heeft die het grootste probleem. De heer Roubos: U bedoelt, we moeten ook gedragsveranderingen ... Het is twee ... De voorzitter: Meer de effecten op de gezondheid van de stoker zelf. De heer Van Dam Timmers: Precies. De voorzitter: Voor als hij in zijn huiskamer zit.

De heer Roubos: Tenminste volgens mij, inderdaad er zijn aanwijzingen dat het binnenklimaat ook enigszins verslechtert. Dat zie je bijvoorbeeld al op het moment dat iemand ook iets anders aan het doen is, zij het koken en die heeft de afzuiging niet aan of iemand steekt een aantal kaarsen aan binnenshuis, dan verslechtert dat ook al het binnenklimaat. Meestal als gewoon rookgaskanaal goed werkt, dan is dat wel afdoende dat je in elk geval niet ... Ik neem uw bewoording daarin over. De voorzitter: Ik ga voortaan mijn afzuigkap aanzetten, hoor ik. Dat ding maakt zo'n herrie. Ik denk, ik laat hem uit. Even kijken, mijnheer Venderbos, u had ook nog een vraag. Gaat uw gang. Partij voor de Dieren. De heer Venderbos-Lambinon: Voorzitter, dank u wel. Ik hoorde net handhaven. In de RIB staan de stappen die je moet ondernemen als je overlast ervaart. En de laatste is overlast melden. En zegt u net, dan wordt er gehandhaafd. Maar als ik naar Amersfoort kijk, daar wordt een melding gemaakt, handhaving gaat erop af, die gaat in gesprek en dat doet hij 72 keer. Er wordt nooit beboet. Er wordt nooit iets anders gedaan dan de

20

gesprekken. Gaan we dat in Dordrecht op dezelfde manier doen? Ernaartoe van, mag je niet doen. En vervolgens doe je dat gewoon ... Blijf je er door mee gaan. Handhaven is in mijn ogen dat je dan ook inderdaad een sanctie oplegt. De heer Roubos: Ik denk over dat hele handhavingstraject kan ik nog niet te breed over gaan uitweiden, want daar lopen ook gewoon de gesprekken nog over. Ik ben het wel met u eens inderdaad, als je een beleidsregel invoert, dan moet je hem ook in een zekere mate kunnen handhaven, zij het in de vorm eerst van een waarschuwing of er daadwerkelijk ook een handhaver daarop afsturen. Dat is ook wel een belangrijke voorwaarde voor ons van, we gaan niet iets doen als we het niet waar kunnen maken. De voorzitter: Kijk, dat is altijd goed. Ik kijk nog even een keer de commissie rond of er nog resterende vragen zijn? Mijnheer Van Pelt, Forum voor Democratie. De heer Van Pelt: Dank u wel. Ik heb een vraag over preventie. Mijn buurvrouw stelde daar net al een vraag over. In de documentatie lees ik dat er veel kritiek is op het Nationaal Preventieakkoord, omdat blijkt dat doelen heel vaak niet gehaald worden. En ik heb eigenlijk wel behoefte aan wat specifiekere informatie over de effectiviteit van preventie. Want we doen het al jaren natuurlijk. En blijkbaar schort het nogal aan de effectiviteit van preventie. Misschien is die kennis nu niet paraat.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/896/documents/38205