CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.13 2024.04.23 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 21 mei 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 9 april 2024 en de Dordtse Dinsdag van 26 maart, 2, 16 en 23 april 2024 Vergaderzalen 1, 3, 518.351 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

21

ook een taak als het gaat om handhaven, bijvoorbeeld op het hobbymatig houden van gezelschapsdieren. En de provincie heeft met name een rol als het gaat om wilde dieren. Wij hebben als gemeente ook een wettelijke taak en deze taken zijn belegd eigenlijk in verschillende wetten. Dit is ook tegelijkertijd eigenlijk wat de basis is voor waar we zijn vertrokken om tot het nieuwe beleid te komen. En dat is dat we in 2017 een dierenbeleid hadden als Dordrecht. Dat was toen eigenlijk al best wel bijzonder omdat niet heel veel gemeenten een dierenbeleid hadden. We zijn ook kort daarna aangesloten bij een landelijk netwerk, dat heet diervizier. Dat zijn een aantal gemeenten eigenlijk die samen zijn gekomen om daar kennisdeling op het gebied van dierenwelzijn te doen. Mede gefinancierd door het ministerie. De wettelijke taken die wij, als gemeente hebben op het gebied van dierenwelzijn richten zich met name op de zwervende huisdieren in de buitenruimte. Dat betekent dat we verantwoordelijk zijn om gevonden gehouden dieren veertien dagen op te vangen. Dat betekent dat we ook bij opvang en vervoer voor dieren bij ontruimingen, hebben wij daar in hun taak. En ook voor de opvang van dieren bij calamiteiten. En dat is bijvoorbeeld in het geval van als de brandweer hulp nodig heeft. Deze drie wettelijke taken die zijn allemaal belegd bij Louterbloemen. Daar hebben wij een overeenkomst mee.

We hebben ontzorg, een deel gaat over het vervoer van deze gevonden gehouden dieren en de opvang daarvan bij Louterbloemen, maar een gedeelte gaat ook over een ontzorgcontract. En dat is dus het gedeelte wat bij de ontruimingen, arrestaties en gedwongen opname zit. Dat moment dat iemand via politie, GGZ, een casus, dat die afstand moet doen van het dier, dat wij daarin ook een afspraak hebben met Louterbloemen dat zij deze dieren opvangen. En ook voor de opvang van dieren bij calamiteiten hebben we dat dus bij Louterbloemen belegd. Dit zijn eigenlijk allemaal punten die in het dierenbeleid van 2017 vooral de basis vormden van, wat zijn onze wettelijke taak als gemeente? En daar hebben we dus uitvoering aan gegeven. Via die overeenkomst die ik net noemde. Wat we ook zijn gestart tegelijkertijd toen, is jaarlijkse gesprekstafels met partners over het dierenbeleid. Soms waren die toegespitst op een bepaald thema, zoals het hondenbeleid, maar soms ook wat algemener van aard. Om gewoon met elkaar daar te kijken van, welke onderwerpen spelen er? En eigenlijk heeft dit langzaam al geleid, die gesprekstafels, tot dat we een weg zijn ingeslagen als gemeente dat we met die partners iedere keer zijn gaan kijken, wat speelt er op het gebied van dieren en wat is daarvoor nodig? Tegelijkertijd komen we ook van een situatie waarin er formatie van vier uur per week was voor dierenbeleid.

En u kunt u voorstellen dat als je dat jaarlijks in gesprek gaat met partners, dat daar ook onderwerpen uit voortkomen, dat het eigenlijk langzaam is uitgebreid naar dat daar meer vragen over zijn gekomen en ook dat de politieke aandacht voor dieren is toegenomen. In het kader van die gesprekstafels die jaarlijks werden georganiseerd, daar waren wij dus met name eigenlijk faciliterend. Meer in de zin van, als gemeente organiseren we die gesprekstafels en brengen we die partners bij elkaar. Maar, eigenlijk de verdere uitvoering van die thema's die daarin naar voren komen, daar hadden we ook gewoon niet de capaciteit voor om daar vorm aan te geven. Dat is eigenlijk het startpunt van waar we vandaan komen. Begin vorig jaar hebben wij via een startnotitie voorgesteld om het dierenbeleid te herijken. In deze startnotitie zijn een aantal thema's opgevoerd om mee te nemen in het herijkingsproces. Die hebben eigenlijk de basis gevormd voor het verdere evaluatie herijkingsproces van het dierenbeleid. De thema's komen ook voort uit de jaarlijkse gesprekstafels die ik net noemde, die al dus in die jaren

22

naar voren zijn gekomen. Vanaf de startnotitie hebben we een aantal participatiestappen doorlopen. Dat is een analyse van de fictiemeldingen dus de meldingen die inwoners bij ons doen over de openbare ruimte, die gaan wat meer over overlast. Dat is ook een beetje waar het platform fictie ook voor is bedoeld. Die gaan over meldingen van dingen in de buitenruimte die niet helemaal kloppen of die voor overlast zorgen. Dus het is ook logisch dat die meldingen wat meer van aard zijn in de zin van, dieren kunnen ook voor overlast zorgen in de buitenruimte. Zoals ik net vertelde, zijn we sinds 2018 als gemeente lid van diervizier. Waar dus meerdere gemeenten bij elkaar komen om over dierenwelzijnsbeleid praten. Daar hebben we ook ontwikkelingen gezien. En eigenlijk de belangrijkste die we daarin hebben gezien is, dat het regelen van de wildopvang bij gemeenten iets is waar heel veel gemeenten mee bezig zijn of al geregeld hebben. En ook, wat doet de gemeente aan communicatie daarover? En wat je merkt is dat er gewoon heel veel kennis zit bij verschillende gemeenten en dat we ook op die manier proberen te leren van elkaar. Tegelijkertijd zijn we ook in Dordrecht, dus we moeten ook kijken wat past bij onze stad, bij onze inwoners en wat aansluit bij onze samenwerkingspartners. Daarom hebben we een online enquête gedaan onder inwoners over het dierenbeleid.

Hierin hebben we de inwoners een aantal vragen en stellingen voorgelegd. En wat je eigenlijk ziet, de belangrijkste uitkomsten daarin zijn geweest dat heel veel inwoners niet bekend waren met dat Dordrecht een dierenbeleid heeft. Ook dat ze … We hebben een aantal stellingen voorgelegd over bijvoorbeeld het recreëren in de nabijheid van dieren. Maar ook over hoe ze aankijken tegen de overlast die dieren kunnen veroorzaken en kennis over dieren in zijn algemeenheid. En wat we daaruit hebben meegenomen, is dat ze dus onbekend waren met het beleid, maar ook dat er wel behoefte is om meer daarover te weten. En dat ze ook wel rol voor ons als gemeente zien om te kijken naar, hoe wij informeren, wat wij doen om overlastdieren tegen te gaan. Na deze enquête hebben we met verschillende partners, waaronder ook raadsleden uitgenodigd zijn geweest, hebben we gesprekstafels georganiseerd. Een zestal gesprekstafels rondom een aantal thema's over het dierenbeleid. Dus voorbeelden zijn dierziekte, overlast door Dierplagen, dierenwelzijn in relatie tot mensenwelzijn. En ook deze gesprekstafels hebben geleid tot onderwerpen die verder uitgewerkt zijn in het dierenwelzijnsbeleid zoals die nu voorligt. Wat we hierin eigenlijk hebben gezien, in die gesprekstafels, is dat ook daarin weer, dat er een heel groot netwerk is van kundige partners.

Dat wij echt in de jaren een groot netwerk hebben opgebouwd en dat dat eigenlijk onvoldoende wordt benut. Na de gesprekstafels hebben we verdiepende gesprekken gevoerd met interne en externe partners om wat meer uitwerking te geven, een diepgang op sommige onderwerpen. Wat we in zijn algemeenheid eigenlijk hebben gezien in al deze processtappen is dat er, in zijn algemeenheid zien we een toenemende mate van aandacht voor natuur, milieu en dieren. Ook in de politieke aandacht voor dieren is toegenomen de afgelopen jaren. We zien meer aandacht en zorg voor het welzijn en de gezondheid van dieren. En wat ik net vertelde, wat ik wel echt bij heel veel gemeenten zie gebeuren, is dat er een verschuiving is van wat doen we wettelijk gezien als gemeente, en dan met name gericht op gehouden dieren. Hoe gaan we om met de opvang van wilde dieren? Dus dat daar ook veel meer gemeenten verantwoordelijkheid in nemen. Wat ik net vertelde, er is veel onbekendheid bij inwoners over dat we überhaupt een dierenbeleid hebben. En je ziet ook dat er draagvlak is onder inwoners

23

voor het voorkomen van overlast door dieren, maar ook voor het creëren van bewustwording over dierenwelzijn. Wat opvalt, is dat dierenwelzijn indirect wordt geraakt, maar ook raakt aan andere beleidsterreinen. Er zijn ook heel veel andere interne partners betrokken geweest bij de totstandkoming van dit beleid. Dat is ook wat u hopelijk terugziet in de thema's die worden genoemd in het dierenwelzijnsbeleid. En wat ik net vertelde al, is dat we zoveel kundige partners hebben die gespecialiseerd zijn op een bepaald thema, die we eigenlijk onvoldoende hebben benut. En dat hebben we wel gezien al die jaren dat we gesprekstafels hebben gevoerd maar daar hebben we eigenlijk gewoon geen uitvoering aan kunnen geven. Dat betekent ook dat we als gemeente, als we kijken naar dat netwerk en alles wat we hebben opgehaald, dat betekent dat we veel meer regie moeten pakken op dit gebied. En dus niet alleen gaan faciliteren dat partners bij elkaar komen maar ook daarna regie gaan pakken op hoe we uitvoering geven aan de informatie die ophalen. Al deze stappen hebben eigenlijk geleid tot vier basisuitgangspunten van het dierenwelzijnsbeleid. Wat we eigenlijk met het eerste uitgangspunt zeggen is dat we dus niet alleen gevonden gehouden dieren helpen, maar ook wilde dieren in nood. En dat is echt een verschil ten opzichte wat we altijd deden.

En dat is dus dat we kijken naar, we hebben dus een overeenkomst met Louterbloemen waarin gehouden dieren worden opgevangen en dat we ook gaan kijken naar hoe gaan we om met de opvang van wilde dieren die niet bij Louterbloemen kunnen verblijven? Gewoon omdat Louterbloemen met name honden, katten, knaagdieren en vogels opvangt maar geen wilde vogels. En dus andersoortige dieren daar niet kunnen verblijven omdat zij daar gewoon niet de gespecialiseerde faciliteiten voor hebben. En dat betekent eigenlijk dat zij dus ook moeten samenwerken met andere wildopvangcentra. En we willen in dit nieuwe dierenwelzijnsbeleid ook uitvoering geven aan hoe we dus omgaan met die wildopvang. Tegelijkertijd weten we ook als gemeente dat wij dus zelf niet de kennis en expertise hebben op al deze onderwerpen van dierenwelzijnsbeleid en daar onze partners echt voor nodig hebben. Dus waar we deze uitgangspunten eigenlijk omheen hebben gebouwd met name, is dat we ons heel erg richten op de samenwerkingsstructuur met die partners. En de basis voor alles eigenlijk bijna op andere onderwerpen is de ICEP-aanpak noemen we dat. Die staat voor informatievoorziening, communicatie, educatie, wat moet leiden tot preventief beleid.

Dus daarin zien we ook een verschuiving dat het nodig is om niet alleen te focussen op de wettelijke taken die we hebben maar ook op, wat kunnen wij als gemeente doen? Om dus meer te kijken naar informatievoorziening, communiceren met onze inwoners over bewustwording van dieren in onze stad, hoe zorg je verantwoord voor je huisdier? En wat ik net zei, er is ook echt al gewoon heel veel in het netwerk. We hebben bijvoorbeeld ook een dierenvoedselbank in Dordrecht. Dus, hoe zou je nou kunnen zorgen dat dit soort partners het netwerk wordt versterkt? Als laatste, dat is ook dus heel belangrijk. Wat ik net zei, is dat we dierenwelzijnsbeleid, wordt geraakt door andere beleidsterreinen, maar raakt ook zelf aan beleidsterreinen. Wij zijn niet overal in de lead wat betreft dierenwelzijnsbeleid. Maar, we zien wel de verbindingen die er zijn op andere thema's. En dat is bijvoorbeeld ook op sociaal domein, dat geldt voor klimaat, maar dat geldt ook voor biodiversiteit. En dat zijn dingen waar dierenwelzijnsbeleid aan raakt en waarom het dus nodig is om ook daarin, in die samenwerking structuur die we dus hebben geprobeerd te bouwen, te kijken naar hoe we uitvoering kunnen geven aan die integraliteit die nodig is. Als je dan kijkt naar de rol die we eigenlijk hadden en dat is

24

dus met name de drie taken die u hierboven ziet staan. Dus de opvang van gehouden dieren, veiligheid van dieren bij rampen, calamiteiten en de opvang en vervoer van dieren. Is dat we nu ook voorstellen om uitvoering te geven aan onze zorgplicht. Zowel in de omgevingswet als in de wet dieren is een zorgplicht opgenomen voor in het wild levende dieren. En de beleidsrijke taken die in dit dierenbeleid zijn opgenomen zijn met name dat we een regie voerende rol moeten pakken als gemeente in samenwerking met die partners en dat we uitvoering geven aan die ICEP-aanpak. Dus alles vanuit het perspectief van die ICEP-aanpak. Die dus staat voor informatie, communicatie, educatie, preventie. Daarin is dus belangrijk dat we aansluiting vinden bij al ook bestaande netwerken, zoals de natuur- en milieueducatie bijvoorbeeld, samenwerking met Weizigt zijn hier voorbeelden van. Die hebben ook al een educatief programma, bijvoorbeeld op het gebied van dieren in parken. Tegelijkertijd komen we van een capaciteit van vier uur per week voor de uitvoering van het dierenbeleid. Langzaam is dat eigenlijk al gegroeid naar, mede door de politieke aandacht voor dieren maar, ook door wat gesprekspartner in die gesprekstafels hebben opgegooid. En dat is dat we het beleid zoals het nu voorligt niet kunnen uitvoeren met de huidige financiële middelen.

Wat we eigenlijk hebben aan post is de post voor de dierenopvang en dat is dus de opvang Louterbloemen voor gehouden dieren. En daar blijft het dan ook bij. Wat je ziet is dat we een wettelijke taak hebben op het gebied van wildopvang. En tegelijkertijd om uitvoering te kunnen geven aan de ICEPaanpak en versterken van onze verzorging van dieren in parken. Dus bijvoorbeeld het maken van een educatieprogramma daarvoor, is dat we daar financiële middelen voor nodig hebben. En dat is wel een onzekerheid in het beleid zoals die nu voorligt. Maar wel rand voorwaardelijk aan het beleid wat nu voorligt. Als we deze middelen dus niet tot onze beschikking hebben, kunnen we ook geen uitvoering geven aan de ICEP-aanpak, die eigenlijk zo prominent onderdeel vormt van dit beleid. Wat dat feitelijk betekent in de praktijk is, als er dus geen middelen voor zijn, dat we terugvallen op de uitvoering van onze wettelijke taak. En die wettelijke taak is daarmee dus de opvang van gehouden dieren en de opvang van wilde dieren. Einde. De voorzitter: Hartstikke goed. Ik zag dat het de laatste pagina was. Dank u wel voor uw inbreng en ik kijk even rond in de commissie en ik zie mevrouw Van Engelen van GroenLinks en ik zie mevrouw Kamphuis van SP. Mevrouw Van Engelen, gaat uw gang. Mevrouw Van Engelen: Ja, dank u wel voorzitter.

Nou, veel vragen die ik had over het raadsvoorstel kon ik zelf terugvinden in het beleidsstuk. Dus dat is een heel goed teken. Dus alvast mijn complimenten daarvoor. Nog even over het financiële plaatje, want het is duidelijk dat we vroeger een dierenbeleid hadden en dat we nu de overstap willen maken naar dierenwelzijnsbeleid, waar wezenlijke verschillen tussen zitten. En u stelt net ook, als we de extra middelen niet vrijmaken bij de perspectiefnota, dan vallen we terug op onze wettelijke taken. Dus het oude beleid, oude capaciteit en het oude budget. Maar nu zie ik ook staan dat die gespecialiseerde wildopvang en noodopvang, die vloeit voort uit die wettelijke taken en daar zijn vooral die extra middelen voor nodig. Dus constateer ik het dan juist dat we die nieuwe capaciteiten, die nieuwe middelen ook vrij moeten maken om onze wettelijke taken uit te voeren? De voorzitter: Mevrouw De Zoete.

25

Mevrouw De Zoete: Ja, dank u wel voorzitter. Uiteindelijk hebben we nu alleen capaciteit voor de uitvoering van de overeenkomst zoals we die nu hebben met Louterbloemen. En de uitbreiding van de wettelijke taak, dus de zorgplicht voor wilde dieren, houdt ook in dat we daarin dus afspraken moeten maken met die partijen. En daar is ook beleidscapaciteit voor nodig. Dus het hangt het met elkaar samen. Pardon. We zien de invulling door zorgplicht echt als een wettelijke taak van ons als gemeente. De voorzitter: Een vervolgvraag, mevrouw Van Engelen? Mevrouw Van Engelen: Ja, nog inderdaad een kleine vervolgvraag. Het hangt dus allemaal samen, het is niet zo zwart/wit als op papier. Wat zijn de risico's als we blijven hangen op het dierenbeleid en wat zijn de voordelen als we overgaan naar dierenwelzijnsbeleid? Mevrouw De Zoete: Ik denk dat ik… Mevrouw Van Engelen: Als kleine toevoeging, aan de uitvoeringskant … Mevrouw De Zoete: We zien met name echt een maatschappelijk belang bij inwoners, maar ook bij samenwerkingspartners om hier uitvoering aan te geven. En ook wel vanuit gezondheidsrisico's. Bijvoorbeeld over wildopvang, dat de opvang van vogels in het kader van vogelgriep bijvoorbeeld, dat dat op een verantwoorde manier gebeurt. Dus er zitten maatschappelijke risico's aan vast om het niet te doen. Tegelijkertijd, we hebben wettelijk taken.

Ik denk alleen dat er echt een wereld te winnen is om dierenleed te voorkomen op het gebied van communicatie, informatie en educatie van onze inwoners. Omdat wij ook hebben gezien in de participatiestappen, dat er heel veel onbekendheid is over het dierenbeleid in zijn algemeenheid. De voorzitter: Oké , mevrouw Kamphuis, SP gaat uw gang. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel voorzitter. Ik vroeg me af of het bij een gedwongen opname hoort als ik bijvoorbeeld iemand heb die alleen thuis woont en die hebben een hond en ze krijgen een auto ongeluk en ze moeten in het ziekenhuis verblijven? Wat gaat er dan met hun huisdier gebeuren? Mevrouw De Zoete: We hebben ook met Louterbloemen een afspraak over noodopvang. En dat betekent dat zij, dat is dat ontzorggedeelte in de overeenkomst waar ik het net over had, en dat is dus dat zij ook bij opname via GGZ, maar soms ook bij iemand die in de gevangenis zit, een dier opvangt voor de client. De voorzitter: Een vervolgvraag, mevrouw Kamphuis? Mevrouw Kamphuis: Nou, ik bedoel eigenlijk, als ik naar huis rijd en ik krijg een autoongeluk en moet naar het ziekenhuis, geldt dat dan ook, die zorgplicht? Mevrouw De Zoete: In de praktijk gebeurt het dat Louterbloemen ook in deze casus het dier opvangt, ja.

26

De voorzitter: Dan ga ik naar mevrouw Lammers en daarna de heer Tutupoly. Gaat uw gang. Mevrouw Lammers-Oostdijk: Ik heb even een vraag over de educatie. Educatie staat nu niet bij 2024, dat het niet onder de begroting valt maar in het Merwesteinpark, nee sorry in het Weizigtpark wordt natuurlijk educatie al gegeven. En valt dat dan niet onder de begroting, van dierenwelzijn? Mevrouw De Zoete: Weizigt, dat valt niet onder onze eigen begroting onder dierenwelzijnsbeleid. Weizigt heeft een eigen begroting. En de begroting die zij hebben zijn echt gericht op de onderdelen die zij zelf uitvoeren op de stadsboerderij. En wij hebben daar zelf dus geen financiële ruimte voor om uitvoering te geven aan ook een educatieve aanpak in onze eigen parken. Bijvoorbeeld Merwesteinpark maar ook het Wantijpark. Mevrouw Lammers-Oostdijk: Onder welke nota valt het Weizigtpark dan? Waar valt die educatie dan onder? Onder welke begroting? Mevrouw De Zoete: Ik hoor publieksaccommodaties. Weizigt heeft ook een natuur- en milieueducatievisie. En we hebben wel afstemming gehad uiteraard. Dat is gewoon een betrokken partij geweest bij de totstandkoming van dit beleid. Om daarop aan te sluiten vanuit dierenbeleid. Maar we hebben wel een aparte begroting. Mevrouw Lammers-Oostdijk: Oké, mag ik nog een andere vraag stellen? In de nota staat ook over zoönose, dus dat zijn ziektes die van dieren op mens gaan.

76 procent komt door de honden, rabiës. Maar er zijn ook katten en vleermuizen. Ik had eigenlijk een vraag over de vleermuizen. We weten niet zeker of COVID van de vleermuizen komt maar het is een mogelijkheid. Maar is het met de vleermuizen, geven jullie dan ook advies? Want bij Maasterras willen ze ook vleermuizenhuisjes maken en zo, is dat wel een goed idee in het oog van dat zoönose? Geven jullie daar advies over? Mevrouw De Zoete: Wij geven als gemeente niet zelf advies daarover maar daarvoor is de GGD eigenlijk de aangewezen partij. En die zijn wel onderdeel van ons samenwerkingsstructuur, van ons netwerk. Mevrouw Lammers-Oostdijk: Oké. Dank je wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de overkant, de heer Tutupoly van Op ons Eiland. De heer Tutupoly: Ik vroeg mij het volgende eigenlijk af. Als we kijken naar het dierenbeleid, dat is eigenlijk nog niet zo ontzettend lang. In 2017 zijn we gestart, 2023 komen we er eigenlijk achter dat daar nauwelijks bekendheid is bij de Dordtse inwoners, terwijl we het met zijn allen samen moeten doen. Ik kan me ook zo voorstellen, dat is ook een stuk wat aan verandering onderhevig is. Want we leren hier uiteindelijk ook van. Ik vroeg me ook eigenlijk af, ten aanzien van het dierenwelzijnsbeleid, worden nu ook evaluatiemomenten hier ook ingebouwd? Omdat als we kijken naar 2017 en 2023, zes jaar ertussen.

Dat is vrij lang en juist omdat we hier ook van kunnen leren, zou het de aanbeveling hebben om tussentijds vaker te evalueren.

27

De voorzitter: Mevrouw De Zoete. Mevrouw De Zoete: Dat is een goede aanbeveling, denk ik. Wat we ook in dit nieuwe dierenwelzijnsbeleid voorstaan, is dat we de jaarlijkse gesprekstafels op een hogere frequentie met die partners gaan praten. Juist ook om de mogelijkheid te hebben om tijdig bij te sturen op thema's. En we gaan het ook zo organiseren dat we niet één keer per jaar met 25 partners over één onderwerp gaan praten, maar dat we echt beter gaan kijken naar wie heeft welke specialisatie? En hoe geven we dan ook vorm aan die thema's die we in het beleid hebben staan? En daar vaker met elkaar over te praten en dat geeft dan ook sowieso de mogelijkheid om tussentijds zo in het beleid bij te sturen. De voorzitter: Mevrouw Lammers, VVD. Gaat uw gang. Mevrouw Lammers-Oostdijk: Ik heb nog even een vervolgvraagje, wat ik net over het Weizigtpark vroeg. In het Merwesteinpark staan natuurlijk ook beestjes en in het Wantij. Maar kunnen we niet beter dan die drie parken bij elkaar één beleid vormen? Of doen ze allemaal de eigen, alles weer gaan optuigen? is het niet makkelijker als je het in één keer doet? Het Weizigtpark heeft alles al uitgevonden om iedereen weer nieuw alles te laten uitvinden. Is dat een mogelijkheid? Mevrouw De Zoete: Dat is ook precies eigenlijk wat we in het beleid voorstellen, is dat we aansluiten bij de bestaande programma's die Weizigt al heeft.

Omdat Weizigt daar ook goed in is en daar heel veel kennis in heeft. En we willen eigenlijk de bestaande programma's van Weizigt uitbreiden op de overige parken die we hebben met dieren. De voorzitter: Ik was u bijna vergeten mijnheer Van den Berg. Maar mijnheer Van den Berg van CDA heeft een vraag. De heer Van den Berg: Dank je wel, voorzitter. U sprak al even over de beleidsrijke taken. Ik was benieuwd wat dan uiteindelijk echt de kosten zijn die voortvloeien uit die beleidsrijke taken. Omdat u ook aangeeft van, een deel van de uitbreiding van de beleids- of in ieder geval van de bezetting valt ook onder de wettelijk uit te voeren taken. En daarnaast was ik eigenlijk ook benieuwd, welke taken blijven er dus op dit moment liggen, die dus niet tot de uitvoering komen? En daarnaast zou ik ook nog een vraag, in het stuk worden ook geschreven dat dierenwelzijnsmedewerkers, als er sprake is van dierenleed of dierenmishandeling dat dat ook vaak een aanduiding is van een onveilige thuissituatie. Ik was benieuwd hoe dat contact tussen huisartsen of andere hulpverleners hierin geregeld is, hoe dat er in de praktijk uitziet. Mevrouw De Zoete: Ik hoor een aantal vragen een dus help me even als ik er een vergeet. Volgens mij was de eerste vraag, welke beleidsrijke taken, wat zijn de kosten van de beleidsrijke taken. Die zitten met name op het capaciteitsgedeelte. De tabel is nu weg.

De beleidsuitvoering en de ICEP-aanpak. Dus de ICEP-aanpak nogmaals die voor informatie, communicatie educatie en preventie staat. En op het versterken van de basis voor de verzorging van dieren in parken.

28

En dat betekent dus bijvoorbeeld het voorzien van een kwaliteitsbewijs voor deze parken en daar dus ook met Weizigt een uniforme werkwijze in hanteren. De tweede vraag was volgens mij, welke taken blijven er dan nog liggen. Bedoelt u daarmee ten opzichte van het dierenbeleid dat er nu ligt? De heer Van den Berg: Ja, wat nu eigenlijk al blijft liggen want u zegt, nu is de capaciteit eigenlijk ook al beperkt. Wat zijn nu al taken die op het bureau blijven liggen? Mevrouw De Zoete: Dat zijn eigenlijk alle zaken die we voorstellen in het nieuwe beleid. Dus dat betekent dat de huidige capaciteit zich met name richt op vormgeven aan, ik noem het contractbeheer met Louterbloemen. We hebben daar ook ambtelijk gesprekken over met andere gemeenten omdat wij met meerdere gemeenten een overeenkomst hebben met Louterbloemen. En eigenlijk alles op het gebied van communicatie. Daarin doen we eigenlijk niks als gemeente. In die zin, we hebben wel een website maar er is echt een wereld te winnen op dat gebied. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw De Zoete: Help me nog even alsjeblieft. De heer Van den Berg: In het stuk wordt geschreven dat dierenwelzijnsmedewerkers eigenlijk ook een soort ogen zijn van een onveilige thuissituatie.

Kunt u me vertellen hoe dat contact in de praktijk eruitziet? Mevrouw De Zoete: Wat we eigenlijk zien is in de gesprekken met collega’s van het sociaal domein, maar ook stichting Mendoza, dat is ook een bekende stichting die zich hiermee bezighoudt, is dat zowel het houden van dieren kan zorgen dat mensen langer in een onveilige thuissituatie blijven zitten, omdat ze het dier niet achter willen laten. En tegelijkertijd zien we ook dat wijkteammedewerkers als eerste bij mensen thuiskomen en dus ook als eerste zouden kunnen signaleren als er iets niet helemaal goed is. En dat hoeft niet alleen altijd te gaan over geweldssituaties, het kan ook zijn dat iemand bijvoorbeeld verward is. En dat zou je dan af kunnen zien aan, onder andere aan de verzorging van het dier. Wat we in het nieuwe beleid met name voorstellen is om daar dus ook een signalenkaart voor te maken. En daar veel meer aan de voorkant bij die medewerkers van informatie te voorzien, hoe ze die signalen kunnen herkennen. De heer Van den Berg: En dat is dan in samenwerking met de collega’s van het sociaal domein? Als ik dat zo begrijp. Mevrouw De Zoete: Sociaal domein en ook wat ik zei, er is ook een stichting die zich hiermee bezighoudt en daar afspraak over overmaakt. De voorzitter: Voldoende, de heer Van den Berg? Dan ga ik weer naar mevrouw Lammers want die had nog een vraag.

Mevrouw Lammers-Oostdijk: Ja, gaat u ook over het dierenwelzijn van beesten in de Biesbosch? Mevrouw De Zoete: In het buitengebied, bedoelt u in zijn algemeenheid?

29

Mevrouw Lammers-Oostdijk: Ons beleid richt zich met name opgehouden dieren, maar ook op wilde dieren in de zin van, dat we uitvoering geven aan de opvang van wilde dieren in nood en over de informatievoorziening daarover. We hebben uiteraard wel een samenwerking met partijen in het buitengebied. Waaronder de wildbeheereenheid maar ook staatsbosbeheer voor dieren in het buitengebied. Maar met name richten we ons op de opvang. En in principe, we treffen als gemeente voornamelijk alleen wilde dieren aan als ze dus ziek zijn of gewond. En dan hebben wij dus een verantwoordelijkheid, de zorgplicht, om ervoor te zorgen dat deze dieren geholpen worden. En in principe is het uitgangspunt met name voor wilde dieren om het zoveel mogelijk met rust te laten. Mevrouw Lammers-Oostdijk: Ja, want er zijn natuurlijk ook, we hebben de bevers in de Biesbosch. We hadden eerst, zijn 30 jaar geleden waren het er 6, nu zijn het er 1500, ietsjes meer geworden. En het zijn natuurlijk schitterende beesten, maar ze zijn ook, in de dijken zijn ze aan het graven en in de waterkeringen. En hoe wordt dat gemonitord? Weten jullie dat? Mevrouw De Zoete: Vanuit dierenwelzijnsbeleid heb ik daar geen antwoord op. De voorzitter: Ja, de heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Ja ik ben toch benieuwd, in het concept wordt er nu gesproken als het gaat om dierenwelzijnsbeleid in plaats van dierenbeleid.

Waarom is voor die vernauwing gekozen? Want als je natuurlijk kijkt naar, en dat is maar goed, maar de inhoud van het beleid gaat het natuurlijk verder dan een dierenwelzijn. Het gaat ook over punten als overlast en dierziekten, dan is die de titel toch wat misplaatst misschien? Waarom is voor die vernauwing gekozen? Dat is de eerste vraag. En ik ben ook benieuwd naar wat er nu enigszins bijkomt. Is dat de opvang voor wilde dieren in nood? Daar sprak u over. Waar het gaat om gehouden dieren, dat is natuurlijk een hele beperkte categorie. Wilde dieren, dat zijn natuurlijk eigenlijk alle anderen dieren. De bevers werden terecht genoemd maar evengoed een naaktslak of een vliegje. Voordat die geraakt wordt door mijn vliegenmepper, is hij ook inhoud. Waar liggen de grenzen voor wat betreft die hele brede categorie wilde dieren? Want als die categorie onbegrensd is, dan lijkt het me een onwerkbaar en ook zeer kostbaar beleid worden. Mevrouw De Zoete: In principe worden alleen de wilde dieren opgevangen die Louterbloemen aantreft in nood. Ik kan voorbeelden misschien noemen om het wat te verduidelijken van wat voor diersoorten daar dat dan om gaat. Dat zijn wilde vogels, egels, dat kunnen ook reptielen zijn. Maar de definitie van wat een gehouden dier is en wat een wild dier is, laat zich ook weer niet zo maken.

In die zin bijvoorbeeld, schildpadden komen ook bij Louterbloemen terecht en dat zijn in principe geen dieren die hier van nature thuishoren, dus die zijn ooit door mensen gehouden. Dus in die zin is hij ook wel diffuus en hij is niet zo zwart wit. De heer Kuhlmann: Als ik het goed begrijp, de uitbreiding die u voorstelt, die is niet zo breed dat het gaat om ieder wild dier.

30

Mevrouw De Zoete: We hebben niet van tevoren gecategoriseerd welke dieren daar wel of niet onder vallen. Maar we zien in de praktijk al door ervaring van welke dieren komen bij Louterbloemen terecht? Welke dieren dat zijn. En dat zijn een aantal van de dieren die ik net noemde dus egels, wilde vogels, schildpadden, een fret. Dat zijn voorbeelden daarvan. De heer Kuhlmann: En kunt u nog even reageren op waarom daar gekozen is in het concept, voor die vernauwing? Mevrouw De Zoete: Ja. Wij zien het niet als een vernauwing maar eigenlijk meer als een verbreding van het dierenbeleid. Omdat het dierenbeleid, hoe het was uit 2017 vooral heel erg was gebaseerd op, wat zijn onze wettelijke taken en daar dus eigenlijk niet echt specifiek onderscheid in maakte. Als in waar richten we ons op? Ja via die wettelijke taken automatisch op gehouden dieren. En we hebben juist geprobeerd om het te verbreden door te spreken van een dierenwelzijnsbeleid om niet alleen te kijken naar we doen wat we moeten doen. Maar wat willen we nog meer doen in het kader van dierenwelzijn voor andere dieren dan gehouden dieren? De voorzitter: Mevrouw Nieuwland, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Nieuwland-Van den Bosse: Dank u wel voorzitter. Jullie geven aan dat er veel meer samengewerkt gaat worden met andere partijen.

Ik ben wel benieuwd van, vragen die partijen daar geen financiële bijdrage voor? Mevrouw De Zoete: Nee, maar dat is ook onder andere de reden waarom we in het beleid een ICEP-post hebben opgenomen. Omdat we wel van mening zijn dat als we de expertise van deze partners inzetten, dat we ze daar ook goed in moeten kunnen faciliteren. In principe zijn het allemaal partijen die echt vanuit hun hart dit werk doen en daar dus ook vanuit die gedachte aansluiten bij die gesprekstafels en hun kennis daarover delen. Maar gezien we ook met een hogere frequentie die gespreksavond willen voeren, is dat ook met name de reden waarom we daar financiële middelen voor nodig hebben. En dat kan ook zijn bijvoorbeeld door acties te faciliteren via netwerk partners. Een chipactie of een inentingsactie. Dat zijn een paar voorbeelden. De voorzitter: Ik kijk even rond, ik zie… Partij voor de Dieren heeft natuurlijk een hele lijst met vragen ingediend. Dat snap ik, dat die nu niet gesteld hoeven te worden. Het zijn er maar een paar. Een beetje teleurstellend dat er nog geen antwoord op is. Hoe laat leven we? Kwart voor tien? We hebben nog een kwartier. We hoeven het natuurlijk niet vol te maken. Maar ik kijk gewoon even rond. Want we hadden ook nog de raadsinformatiebrief voor de plaagdierbestrijding in Crabbehof. Als er ook verder geen vragen zijn, dan vraag ik ook aan de commissie.

Mevrouw Kamphuis, gaat uw gang. Mevrouw Kamphuis: Ik heb in Crabbehof met een mijnheer gesproken die zelf al heel veel… Ja sorry, Partij voor de Dieren. Maar die heeft al 200 ratten zelf weggeholpen. En nou is mijn vraag, hoe staat het bij de gemeente bij die overlast in Crabbehof met de ratten? De voorzitter: Ik denk dat mevrouw Sanliünal daar antwoord op kan geven.

31

Mevrouw Sanliünal: Voorzitter. Wij zijn in Crabbehof en specifiek in de Troelstraweg, hebben wij gezien dat er onwijs veel fictiemeldingen binnen waren gekomen en wij hebben nader geanalyseerd wat daar allemaal is gedaan. Wij volgen ook een stappenplan, dat heet de integrated pestmanagementmethode. Waarbij wij eerst inzetten op preventieve maatregelen om zo de oorzaak voor de aanwezigheid van veel ratten te achterhalen. Wat is daar aan de hand precies? Want de uitgangspunten zijn ook vanuit het gemeentelijk beleid, ratten horen nu eenmaal bij de stad. Dat zien we hier, maar dat zien we niet alleen hier, maar overal. En waar veel groen en blauw is, dan is de aanwezigheid ook heel normaal. Maar wat niet normaal is, is dat ze steeds vaker naar de woningen, naar de scholen toekomen. En dat is eigenlijk niet een wenselijke situatie en de mate waarin… Zodra de situatie dus onbeheersbaar wordt. Dus wanneer ze eigenlijk dichter bij ons komen, dan is daar een reden voor. En negen van de tien keer is de reden afval gerelateerd. Dus vanuit dat Integrated pestmanagementmethode stappenplan kijken we eerst naar de voorzieningen. Hoe zit het met de vulgraad, de ledigingsfrequentie, is de basis op orde, kunnen bewoners voldoende hun afval kwijt? Dat is stap één.

Zodra dat op orde is gaan we inzetten op participatie maar ook deur aan deur in die specifieke straat langs, om met bewoners in gesprek te gaan, van, goh, wist u dat? Vaak weten mensen niet dat afval of asresten een aantrekkende werking hebben op ratten en andere dieren eigenlijk. En als dat ook op orde is gaan we kijken naar welke factoren spelen er nog meer mee? Bouwkundig, bijvoorbeeld in Crabbehof in de Troelstraweg zijn ook bouwkundige reparaties die verricht moeten worden. Maar dat heeft ook te maken met de staat van de woningen bijvoorbeeld, maar ook ondergronds, dus ook de aanwezigheid van veel olie, vet, vetten, et cetera. En op die manier kijken we naar de preventieve maatregelen. En mocht dat ook geen effect hebben, dan kijken we naar welke maatregelen we nog meer repressief kunnen inzetten. Maar dat is alleen in dat specifieke gebied. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis, gaat uw gang. Mevrouw Kamphuis: Nou, ik heb in die wijk gelopen. Nou vroegen wij ons af, via de voorzitter, of het idee is om het passensysteem van die ondergrondse containers eraf te halen? Want dat voorkomt naast de container neerzetten, de afval. Mevrouw Sanliünal: Ik denk dat dat hoort bij een ander onderwerp, voorzitter? De voorzitter: Ja, dat is niet waar uw expertise ligt. Dus, dat hoort even in een andere commissie thuis. Dank u wel voor de beantwoording.

Dan kijk ik nog even rond voor de commissie, of er voldoende informatie is verzameld in deze beeldvormende sessie? En of u in de gelegenheid bent om uw standpunt te formuleren. De heer Groenewege. De heer Groenewege: Nou ja, voor ons hangt het af van de beantwoording van onze technische vragen, 46. Dus dat wachten we even… De voorzitter: Dat snap ik. Want dan komen we inderdaad ook op het volgende stuk, is hoe gaan we hier verder? Het verzoek van de… Ja, mevrouw Van Engelen. Mevrouw Van Engelen: Misschien kan ik gelijk stapje verder helpen, voorzitter. Want, ongeacht de beantwoording van de technische vragen en of Partij voor de Dieren het

32

daarmee eens is of niet, ligt er sowieso een financiële keuze nu voor de commissie die we moeten maken voor de perspectiefnota. En het lijkt mij efficiënt en netjes als wij als commissie daar of als met elkaar over praten en zoveel mogelijk de neuzen dezelfde kant opzetten. In plaats van dat we dat allemaal los hoeven te bespreken bij de perspectiefnota. Ik wilde sowieso een oordeelsvormende sessie voorstellen over het dierenwelzijnsbeleid met de politieke vraag, gaan wij de financiële ruimte maken in de perspectiefnota? Wil de commissie dat? Wat vinden we daar van? De voorzitter: Ja, goede toevoeging. Die politieke vraag noteren we. En de heer Groenewege heeft daar een aanvulling op. De heer Groenewege: Ja, wij hebben geprobeerd... We hebben talloze ideeën over deze dierenwelzijnsnota, maar we kunnen natuurlijk niet 46 politieke vragen aandragen dus we hebben het geprobeerd in te koken tot 4 politieke vragen vanuit de Partij voor de Dieren. De voorzitter: De griffie zit klaar. De heer Groenewege: De eerste is, moet de gemeente stoppen met het opzettelijk doden of laten doden van dieren? De, zal ik even wachten? Van dieren.

De tweede is, moet de gemeente meer doen tegen het gebruik van dieren voor menselijk vermaak? De derde is, moet de gemeente meer doen om dieren te beschermen bij rampen en tegen hitte? De vierde is, moet de gemeente meer doen om gemeentelijke bouwwerken en infrastructuur veiliger te maken voor dieren? Dat zijn onze vier politieke vragen. De voorzitter: Ik geef u zo het woord mijnheer Kuhlmann. Even los van dat dit prima is, om natuurlijk dit als politieke vraag te stellen. Alleen wat voor mij dan weer praktisch gezien in opkomt is, u vraagt naar moet het meer, wat is dan het uitgangspunt? Wat is het nu? Want meer, veel meer, klein beetje meer, heel veel, dat lijkt me dat daar ook nog een soort van technische invulling of afweging in zou moeten zitten. Maar goed dat geef ik even… Het lijkt mij dan... Want anders kan denk ik moeilijk antwoord gegeven worden op de politieke vragen die natuurlijk ergens wel terecht zijn maar, volgt u wat ik zeg?

De heer Groenewege: Het is zo dat je met deze politieke vragen, kader je de discussie wel wat af. Maar je kan er ook meerdere kanten mee op en dat vinden wij toch wel waardevol, ook omdat we wel een aardig breed scala aan ideeën hebben om deze nota te verrijken. De voorzitter: Ik geef het woord nog even aan de heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Laat ik de heer Groenewegen een handje helpen. En tegelijkertijd ook als het gaat om meer, dan kun je natuurlijk ook kijken naar, wat is er in dit voorstel, misschien te veel. Misschien is het goed om gewoon als politieke vraag te hebben, op welke punten hij heeft dit voorstel voor dierenbeleid aanpassing nodig?

33

De voorzitter: De heer Groenewege. De heer Groenewege: Voorzitter, het is geen goed gebruik om zulke brede politieke vragen door te sturen naar de oordeelsvormende commissie. De voorzitter: Ja, ik kan me voorstellen dat we daar inderdaad een middenweg in vinden. Ik kijk ook eventjes, ja misschien toch ook rechts van mij. Toen ik net ook aangaf van, bepaalde technische invulling daarvan om uiteindelijk ons, het wel een beetje af te kaderen. Mevrouw Van Engelen heeft ook een idee zie ik. Mevrouw Van Engelen: Niet zozeer een idee, maar een mening over de twee keuzes die er voorliggen. Ik ben bang als we de vraag stellen, wat moet er meer of minder in het dierenwelzijnsbeleid, dan is er een soort van ruimte om voor elke partij bij elk hoofdstuk iets te vinden en dan is er ook het risico dat we op de ambtelijke stoel gaan zitten. Terwijl net ook duidelijk is geworden dat de expertise vooral bij de partners ligt, dat dat ook het uitgangspunt is. Zo gaat mijn voorkeur uit naar de politieke vragen van Partij voor de Dieren, die dan toch iets meer gespitst zijn op de vlakken waar wij dus ook echt politiek invloed op hebben en ook eerder hebben besproken van, hier willen we het over hebben. De heer Kuhlmann: Nee, daar wil ik echt bezwaar tegen maken. Als we het alleen kunnen hebben over wat er meer kan. Ik snap dat vanuit het perspectief van de Partij voor de Dieren en GroenLinks.

Maar dan zet u alle andere partijen die daar een wat genuanceerdere blik op hebben wel heel erg in een bepaalde stramien wat daarin niet passend is. En ja goed, het is een heel breed onderwerp, waarbij het denk ik ook terecht is. Als er de ruimte is, daar is die oordeelsvormende vergadering voor bedoeld om die punten die partijen belangrijk vinden te noemen. De voorzitter: Ja, nee dat even los. Ik kom bij u. Even los van of welke partij van mening is of het meer of minder moet zijn. Maar dan is ook de vraag heeft de commissie voldoende informatie verzameld om hier dan dus een politiek standpunt over in te nemen? Hoe specifiek of hoe breed we hem ook hebben. Want dan ik proef hier dan wel... Ik bedoel, zijn we dan al wel echt klaar voor die oordeelsvorming? Mevrouw van Engelen. Mevrouw Van Engelen: Nou, voorzitter, ik geef de heer Kuhlmann helemaal gelijk. Er zijn natuurlijk verschillende meningen en die mogen er ook zijn, die moeten er ook zijn. En ik heb er helemaal geen bezwaar tegen als de VVD de politieke vragen wat concreter kan maken of we voegen het woordje minder aan elke vraag van de heer Groenewegen toe? Dan ligt alsnog alles op tafel. Maar zijn beide kanten belicht, vind ik helemaal prima. Alleen mijn moeite zit bij de ontzettend open vraag. De voorzitter: De heer Groenewege.

De heer Groenewege: Dat lijkt me een goede manier om aan de heer Kuhlmann tegemoet te komen. Om in iedere vraag waar het woord meer staat, ervan te maken, meer of minder want dan kan de heer Kuhlmann zijn richting op en dan kan de Partij voor de Dieren onze richting op.

34

De voorzitter: De heer Tutupoly. De heer Tutupoly: Wij steunen de VVD in de vraagstelling. De voorzitter: Ik voel een stemming aankomen, jongens. De heer Kuhlmann. U wilt wat zeggen? De heer Kuhlmann: Ja, het gaat natuurlijk niet alleen om de thema's die de Partij voor de Dieren noemt. Het is heel goed, alle ruimte daarvoor. Maar, het feit dat het gaat om dierenbeleid maakt denk ik nog steeds dat elke partij daar zijn eigen kleur aan kan geven. En ik vind het heel onhandig als we nu daar een enorm stramien vastzetten waardoor er bij de oordeelsvormende vergadering, het is een onderwerp waar heel veel verschillende dingen aan bod kunnen komen, ons dan onnodig vastzetten. Dus toch het voorstel om dat iets breder te doen dan alleen die vragen voor de Partij voor de Dieren. De voorzitter: Mevrouw van Engelen. Mevrouw Van Engelen: Voorzitter. De politieke vragen hebben niks te maken met kleur bekennen. We gaan straks allemaal kleur bekennen aan de hand van politieke vragen en de vraag wat vinden we van dit raadsvoorstel? Wat vinden we van beleid, dat hebben we met elkaar afgesproken. Dat is te open als de VVD het ergens over wil hebben. Benoem dan die thema's. Dan nemen we die ook mee en dan kunnen daar allemaal kleur over bekennen. Want het is overduidelijk dat de heer Kuhlmann een aantal thema’s heeft liggen waar hij het over wil hebben.

En die wil ik graag horen, want dan kan ik makkelijk akkoord gaan. De voorzitter: Mevrouw Lammers. Mevrouw Lammers-Oostdijk: In het ICEP, de educatie, valt nu, het wijzigt, valt niet onder de dierennota. Maar als dadelijk de andere twee parken erbij komen vallen die dan wel onder de dierennota, of vallen die onder de nota van het Weizigtpark? Zo zit je met educatie ook van, hoe zit je met, valt dat geld dan hieronder of onder het potje waar nu het Weizigtpark onder valt? De voorzitter: Dit vind ik dus eigenlijk nog een redelijk technische vraag. Dus vandaar ook mijn vraag zijn wij voldoende ingelicht om door te gaan naar oordeelsvorming? Ja of nee? En ik ben natuurlijk gewoon vrij om te zeggen, er zijn nog bepaalde vragen nog niet beantwoord. Wat is daar wijsheid? En dat bepaalt u als commissie. misschien moeten we ook want we moeten gaan afsluiten want het is bijna tien uur. Wie is van mening dat het gewoon door kan gaan naar een oordeelsvormende vergadering? Eén, twee Mevrouw Kamphuis: Mits de antwoorden van de partij van de dieren aanwezig zijn en wat daar de antwoorden van zijn. De voorzitter: Ja, die vraag is inderdaad ook wel meegegeven aan het college en daar gaan we ook vanuit en als dat niet zo is, dan kunnen we natuurlijk nog niet door. Dat spreekt voor zich. De heer Groenewege.

35

De heer Groenewege: Op zich heeft u wel een punt voorzitter, misschien is het inderdaad handig om die beantwoording, want zijn heel veel vragen, nog meer dan hier vanavond zijn gesteld, af te wachten en het effe terug te kaatsen naar de agendacommissie. En dan te kijken aan de hand van die beantwoording, welke vragen willen we nou eigenlijk agenderen, politieke vragen of willen we er nog iets anders mee? De voorzitter: Ja, ik kan me ook voorstellen dat vanuit die beantwoording er wellicht wel vervolgvragen komen, omdat het er zoveel zijn. De vraag is inderdaad, doen we dat via agendacommissie of zetten we een soort optie open. Dus dat betekent dat we in deze vergadering nog even niet bepalen hoe we verder gaan. Ja, de heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Misschien een korte toevoeging. Er werd net ook aangegeven dat met betrekking tot de perspectiefnota wel een bepaalde voortgang gewend is. Ik weet niet of we in tijdnood komen op moment dat we nu afwachten voordat we verder kunnen naar de oordeelsvormende commissie. Misschien is dat ook even iets om mee te nemen? De voorzitter: Ja, Ik ga even uit mijn hoofd. Met de auditcommissie zou ik misschien even moeten weten wanneer we de perspectiefnota hebben. Maar dat heb ik even niet scherp. Maar dat komt natuurlijk juni, gaan we daarover praten. Ja, u bent de commissie, u bepaald.

Ik probeer hier een beetje te sturen welke kant we op willen gaan. Mevrouw Lammers-Oostdijk: Zo op eerste gezicht zou ik denken dat er nog wel genoeg tijd is en mocht het in het geding komen, dan kun je toch alsnog zeggen van we knippen het los? Dat dat met voorrang gaat. De voorzitter: Nou en ik kan me voorstellen dat… Mevrouw Lammers-Oostdijk: Of die antwoorden vroeg genoeg komen. De voorzitter: Ja en een bepaalde invulling of specifieke vragen, dat kan ergens een beetje los zijn van het besluit, moeten er verhogingen, ja of nee. Dus dan besluiten we met zijn allen dat we de beantwoording afwachten van het college. Hebben wij richting wanneer de vragen beantwoord zullen worden wethouder? Ongeveer. Mevrouw De Jonge: We hadden net even overleg, want er is gevraagd om het ruim voor de veertiende aan te leveren. We hebben ook echt vandaag ervoor gezeten, dat wat ons betreft... Maar ja 46 vragen, is al aangegeven, komt vanuit de hele organisatie ongeveer. We doen echt ons best en we gaan ook uw antwoorden geven. Begin volgende week gaan… De voorzitter: Dan zijn we ruim op tijd. Mevrouw De Jonge: Gaan we ervoor zorgen dat er antwoorden in ieder geval over alles wat dierenwelzijnsbeleid is. En de andere hopen we zo goed mogelijk ook allemaal mee te nemen. Dat willen wij wat dat betreft wel voor de veertiende mei in uw bezit.

De voorzitter: En dan, de heer Kuhlmann nog even en dan gaan we door.

36

De heer Kuhlmann: Want deze oplossing zoals die nu voor ligt lijkt ons prima. Nog wel met het verzoek aan de griffie om wanneer de antwoorden er zijn, om in die agenderingsstoel zoals we die kennen, dan even nadrukkelijk de oproep van om die politieke vragen in te dienen. Dat iedereen helder heeft van wacht even nu kunnen we de politieke vraag indienen. De voorzitter: Ja, goede toevoeging. Dan even samenvattend. Het college gaat de vragen uiterlijk volgende week beantwoorden. Op basis daarvan komt er een voorstel in de agenderingsstoel vanuit de griffie. Dat we dan wel beeldvormend of oordeelsvormend willen gaan bespreken aan de hand van de antwoorden. Met dan inderdaad mogelijke oproep om aan te vullen met politieke vragen vanuit diverse politieke partijen. Heb ik hem zo? Hartstikke mooi. Dan dank ik u voor uw aanwezigheid en vergeet uw glazen en flesjes niet. Dank u wel. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van …… 2024.

De griffier,

De voorzitter,

A.E.T. Wepster

A.W. Kolff

37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/751/documents/32238