CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.13 2024.04.23 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 21 mei 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 9 april 2024 en de Dordtse Dinsdag van 26 maart, 2, 16 en 23 april 2024 Vergaderzalen 1, 3, 518.351 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT – DORDTSE DINSDAG D.D. 23 APRIL 2024 Vergaderzaal 5 1. Instemmen met Actualisatie Structuurvisie Windenergie: mogelijke zoeklocaties voor wind- en zonne-energie – Raadsvoorstel Voorzitter: De heer Den Heijer Raadsgriffier: Mevrouw Vermeulen Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Ayverdi (DENK) Mevr. Boom-Vos (VVD) Dhr. Den Hartog (GroenLinks) Dhr. De Vries (VSP) Dhr. Gorter (Op ons Eiland) Dhr. Groenewege (PvdD) Dhr. Hartmeijer (SP) Mevr. Nieuwland-Van den Bosse (ChristenUnie/SGP) Dhr. Roggekamp (Gewoon Dordt) Mevr. Schnabel (PvdA) Dhr. Struijk (ChristenUnie/SGP) Dhr. Van Broekhuizen (Bosch & van Rijn) Dhr. Van der Kruijff (CDA) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Dhr. Wringer (Beter Voor Dordt) Mevr. Adi (ambtelijke ondersteuning) Mevr. Van Damme (beleidsadviseur duurzame stad) Portefeuillehouders: Wethouder T. de Jonge Opening De voorzitter: Goedenavond, dames, heren, jongens en meisjes. Namens het voltallige stadsbestuur van harte welkom hier in de adviescommissie van de gemeenteraad van Dordrecht. We zijn hier vandaag bijeengekomen om in ieder geval het raadsvoorstel te bespreken. En ik moet natuurlijk niet alleen u, als commissiedeelnemers, van harte welkom heten. Maar, ook onze wethouder mevrouw De Jonge. Fijn dat u er bent. En we hebben enkele gasten hier aan tafel zitten.

Dat is mevrouw Van Damme, die geeft ook vandaag de presentatie. mevrouw Ali en de heer Van Broekhuizen. Voor het verslag wil ik graag aan de commissieleden en de griffier aan mijn rechterzijde voor uw zicht vragen om zichzelf even voor te stellen. Dus ik begin aan deze zijde. Mevrouw Vermeulen: Laurette Vermeulen, commissiegriffier. De heer Struijk: Leen Struijk, ChristenUnie/SGP.

1

Mevrouw Boom-Vos: Karin Boom, Dordtse VVD. De heer Groenewege: Pieter Groenewegen, Partij voor de Dieren. De heer Roggekamp: Erik Roggekamp, Gewoon Dordt. De heer Van der Kruijff: Wim van der Kruijff, CDA. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, SP. De heer Den Hartog: Paul den Hartog, GroenLinks Dordrecht. De heer Ayverdi: Emin Ayverdi, DENK Dordrecht. De heer De Vries: André de Vries, VSP Dordrecht. Mevrouw Schnabel: Marije Schnabel, Partij van de Arbeid. De heer Wringer: Jan-Willem Wringer, Beter Voor Dordt. De heer Gorter: Wouter Gorter, Op ons Eiland. De heer Van der Meer: Frans-Bauke van der Meer, GroenLinks. Mevrouw Nieuwland-Van den Bosse: Eline Nieuwland, ChristenUnie/SGP. De heer Van Broekhuizen: Ludo van Broekhuizen, Bosch & van Rijn. Mevrouw Adi: Adra Adi, ambtelijke ondersteuning. Mevrouw Van Damme: Kristie van Damme, beleidsadviseur duurzame stad. Mevrouw De Jonge: Tanja de Jonge, wethouder. De voorzitter: En ik ben Rolin den Heijer. Ik ben vandaag uw voorzitter. De reden waarom we vandaag hier zitten is, wat ik eerder ook zei, te bespreken raadsvoorstel, hebben we ontvangen vanuit het college waarin de raad wordt gevraagd locaties vast te stellen waarnaar de komende tijd meer onderzoek wordt gedaan. En dan denkt u, wat voor locatie, waarvoor dan? Op die locaties wordt mogelijk gekeken naar opwek van zon- en windenergie.

Via de agenderingstoel zijn er vragen binnengekomen van de fractie van de VVD en voor de luisteraars zijn dat de volgende. Hoe is er in het onderzoek rekening gehouden met de afstand tien keer de hoogte ten opzichte van de bebouwing? Tweede vraag is, is een besluit tot onderzoek verstandig als er nog geen informatie beschikbaar is over een nieuw 83 KV traject, pagina zeven. Vraag drie, in hoeverre wordt de opgewekte elektriciteit voor Dordrecht gebruikt of wordt de windmolen vergund aan een landelijke leverancier, in hoeverre kunnen we hier als gemeente in sturen? En de laatste vraag, in hoeverre worden zonnemogelijkheden boven parkeerplaatsen onderzocht? Het idee van vandaag is dat deze vragen ook technisch beantwoord kunnen worden en ook de agendacommissie heeft een om een toelichting gevraagd waarbij in

2

elk geval de gevraagde besluiten worden toegelicht en een tijdlijn met de betrokkenheid van de raad wordt gepresenteerd. Hierna kunt u al uw vragen stellen. Nou dat even ter introductie en dan zou ik eigenlijk graag het woord willen geven aan mevrouw Van Damme. We hebben vanavond tot negen uur dus, we kunnen ook even de tijd nemen. En ik zou eigenlijk voordat u wil beginnen zou ik u de vraag willen stellen, vindt u het fijn als wij vragen tussendoor stellen of zullen we eerst u de presentatie laten doen en achteraf de vragen beantwoorden? Mevrouw Van Damme: Ik heb een vrij beknopte presentatie dus wat mij betreft aan het eind. De voorzitter: Dan zie ik niemand nee knikken. Dan lijkt me dat de gang van zaken zo. Nou, u kunt beginnen. Mevrouw Van Damme: Dank u wel voorzitter. Vanuit het college is de ambitie om zelf energie op te wekken op het eiland van Dordrecht best wel hoog. In 2021 is de regionale energiestrategie vastgesteld waarin in de regio is afgesproken om 0,37 terrawattuur aan energie op te wekken binnen de Drechtsteden. En, in het programma energietransitie heeft de gemeente voor 2030, 0,19 terrawattuur voor zijn eigen rekening genomen. Dus dat is ongeveer de helft van wat er in de regio opgewekt moet worden.

Bij het vaststellen van het programma in 2023 heeft uw raad gevraagd om een actualisatie van de huidige structuurvisie windenergie en dat ook te bezien in relatie tot de totale energiemix op het eiland, dus inclusief zon. Daarbij komt dat ook in het provinciale beleid vorig jaar is vastgesteld, met daarin de oude zogenaamde VRM-locaties, die hier in Dordrecht in 2016 al waren beoordeeld als soms niet haalbaar. Maar, ze zijn wel blijven staan in het provinciale beleid. Onder het mom van we passen dat pas aan als er andere locaties worden aangewezen. En wat er recentelijk bij is gekomen is de oproep vanuit Stedin voor netcongestie op teruglevering. En dat betekent dat er pas grootschalig terug geleverd kan worden vanaf 2029 weer. Zoals u net al zei, waren de technische vragen van tevoren gesteld. Die gaan gaandeweg het presentatie, komen die aan de orde. Wat hebben we gedaan? Eind vorig jaar heeft u van het college een raadsinformatiebrief gekregen waarin dat we drie fases hebben benoemd voor het onderzoek. Fase één betreft, wat is er mogelijk aan zoekgebieden voor zon en wind? Fase twee is, wat is haalbaar? En fase drie, wat is er wenselijk? Fase één en twee zijn nu uitgevoerd en fase drie kom ik aan het eind van de presentatie eventjes op terug. De eerste fase is uitgevoerd door Bosch & van Rijn en de ECD, de tweede fase door bureau Geoconsult.

We hebben Stedin om advies gevraagd en we hebben gekeken naar allerlei andere ontwikkelingen en ambities die er zijn binnen de grenzen van de gemeente Dordrecht. Wat is er mogelijk? Bosch & van Rijn heeft op basis van harde en zachte belemmeringen een eerste schets gemaakt van mogelijke zoekgebieden voor windenergie. En, één van de vragen ging over de afstandsnormen die zijn gehanteerd. Wij hebben gekeken naar de verwachte geluidscontouren die vanaf de invoering van de concept windturbinebepalingen gaan gelden. Vanaf 2028, zo eventjes uit mijn hoofd. De heer Van Broekhuizen: De verwachting is dat ze in 2025 gaan gelden. Mevrouw Van Damme: 2025, ja. En dat is twee keer de tiphoogte. Dus, er zijn allerlei onderzoeken gedaan naar twee keer, drie keer, vier keer de tiphoogte maar uiteindelijk is in de conceptbepalingen nu twee keer de tiphoogte opgenomen. Voor zonne-energie

3

hanteren we de zonneladder. Die gaat uit van, eerst kijken naar welke mogelijkheden zijn er voor zon op dak, zowel bij de particulier als bij bedrijven. Daarna wordt er gekeken naar meervoudig ruimtegebruik. Dat was ook een van de vragen. Dat ging over zonnepanelen bij parkeerplaatsen. En daarna pas naar de zonneplant, omdat dat een veel grotere ruimtelijke impact natuurlijk heeft. Maar het onderzoek wat we de afgelopen maanden hebben gedaan gaat echt op zon op land dus dat volgt nog op, die anderen zijn ook gedaan alleen dit onderzoek gaat alleen maar in op zon op land. Op basis van die eerste analyse is een tweede analyse gedaan en daar is gekeken welke locaties voor windenergie technisch haalbaar zijn. Dat onderzoek is uitgevoerd door Geoconsult. Dus, er is gekeken van kan überhaupt de fundering geplaatst worden, zijn de toegangswegen voldoende breed voor het plaatsen van de funderingen, et cetera. Voor zowel zon als wind heeft Stedin gekeken naar inpasbaarheid in het huidige systeem. En ondanks dat er nu netcongestie is tot 2029 voor zuidelijk Dordrecht, heeft Stedin aangegeven dat opwek niet onmogelijk is. Dus hoe eer de besluitvorming genomen wordt, hoe eerder zij investeringen kunnen doen en werkzaamheden kunnen gaan inrichten. Dus zorgen dat er voldoende capaciteit op het net beschikbaar is. En dat geldt dus ook voor de besluitvorming rondom de 83 KV.

Dus, daar hoeven we niet per se op te wachten. Het liefst niet zelfs. Het proces voor het zoeken van de locaties, dat loopt eigenlijk gelijktijdig op met de actualisatie van de omgevingsvisie 2.0. En in dat kader zijn de potentiële zoekgebieden die over zijn gebleven ook langs andere ontwikkelingen gelegd. Die in het kader van de omgevingsvisie 2.0 naar boven kwamen. Het totaal aan afwegingen is opgenomen in de notitie over de zoeklocaties die bij de stukken zat. Dus ik ga daar niet in detailniveau op in. Ik weet niet of het kaartje heel goed zichtbaar is. Dit is het totaalkaartje met het totale tussenresultaat. Ik begin even rechts bovenin. Dat is de derde Merwedehaven. Daar waren wat vlekken met mogelijke zoekgebieden. Er staan wat kruisjes doorheen, zoals u ziet. Dat heeft te maken dat een lijnomstelling langs het water de voorkeur heeft. Omdat het niet op de afvalberg of in het recreatiegebied windturbines wenselijk zijn. En we proberen op deze locatie ook te kijken of direct gebruik van energie, dat was ook een van de vragen, door bedrijven, mogelijk is. Dan de bovenpolder, dat is een locatie die niet wenselijk is wat het college betreft, in verband met de waarde voor het buitengebied en de groene buffer en de recreatie ontwikkelingen die daar plaatsvinden. Dus het voorstel is om die niet verder te onderzoeken. Dan locatie de zuidpunt, dat is aan de oostkant van de A16.

Daar ziet u een donkergroene vlek. Daar zit landschappelijke potentie om daar windenergie te realiseren. Alleen landschappelijk gezien is het wel beter om de lijn vanuit West Brabant door te trekken naar de vier windturbines die al aan de westzijde van de A16 staan. Dus daar was het advies om de lijn van de A16 te volgen en niet de lijn van het water. Maar daar is wel nader onderzoek nodig omdat daar ook een gasleiding van de Gasunie parallel aan de A16 loopt. Dan iets verder naar het noorden het kildepot, dat is een zeer kansrijke locatie voor één á twee windturbines, inclusief zon ook. Dus daar kan de cable pulling plaatsvinden. Dan nog iets verder naar het noorden, de zeehaven. Dat kan kansrijk zijn, maar dat moet wel in overleg gebeuren met het havenbedrijf Rotterdam. Die gesprekken moeten nog plaatsvinden. En dan nog ietsje verder terug naar het noorden en naar het oosten, de grote rug, de grote waterplas van Evides. Die locatie is niet wenselijk voor windenergie, want dat zou één solidaire molen zijn. Fundering in het water is vrij kostbaar en erg lastig. En zon heeft daar de voorkeur ook gelet op andere ontwikkelingen die daar mogelijk plaats gaan vinden. En de andere

4

locaties voor zon, dat zijn de roze vlakken. Die zijn eigenlijk min of meer gekoppeld aan de huidige gebieden waar al grootschalig zon wordt opgewekt. Dan fase drie. Daar zijn we nu eigenlijk aanbeland. Wat is er wenselijk en welk participatietraject gaan we volgen? Dat was ook een vraag vanuit de agendacommissie. En wat vragen we nu eigenlijk? Er zijn nu een aantal zoekgebieden uit onderzoeken naar voren gekomen. We vragen eigenlijk om instemming vanuit uw raad om vier van de mogelijke zoekgebieden voor wind nader te onderzoeken. Dus de gesprekken aan te gaan met Stedin, met de Gasunie, met het havenbedrijf Rotterdam en in te stemmen met de mogelijke zoekgebieden voor zonne-energie. Wat we daarna gaan doen? En het was zeer kort dag, dus ik heb nog geen tijdsplanning kunnen maken. Nadat u instemt gaan we die gesprekken aan en gaan we een omgevingsprogramma opstellen waar zowel wind als zon in terugkomt. Daar komt een participatietraject met de stad, is daaraan gekoppeld een milieueffectrapportage als die nodig blijkt. En dat denk ik wel. Daar behandelen we ook de motie rondom natuurinclusief realiseren van deze gebieden. De definitieve keuze voor het vaststellen van een omgevingsprogramma is een college bevoegdheid, maar dit is een zodanig belangrijk onderwerp dat we de definitieve keuze voor de zoekgebieden wel aan uw raad ook willen voorleggen.

En daarna zorgen we voor verankering in de omgevingsvisie 2.0 en omgevingsplan. Ik heb er dus nog geen tijdlijn aangekoppeld. Dat was even heel in het kort wat we gedaan hebben en wat we nu aan uw raad vragen. De voorzitter: Hartelijk dank. Ik zie dat dit tot vragen leidt en ik denk dat bijna iedereen misschien wel een vraag wil stellen. Dus zullen we gewoon aan die kant beginnen en dat we zo teruglopen? Mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: Nou dan hoop ik dat we snel rond zijn want ik heb meerdere vragen. Mijn belangrijkste vraag is eigenlijk hoe is in, ik zie het haalbaarheidsonderzoek die is heel erg technisch ingesteld. Hoe wordt de leefbaarheid van de omwonenden meegenomen in deze onderzoeklocaties? De voorzitter: Ik stel voor dat we gewoon eerst even dit eerste rijtje doen van de vraag stellen. Dan kunt u het even misschien meeschrijven want anders gaan we steeds heen en weer met vragen en dan duurt het erg lang. En dan kan misschien Mijnheer Groenewege zijn vraag nu stellen. Mijnheer Groenewege, ik geef u het woord. De heer Groenewege: Het viel ons op dat tot nu toe in de onderzoeken vogelvliegroutes nog niet zijn meegenomen als harde of zachte belemmering, klopt dat? Waarom niet? En worden ze wel meegenomen in deze derde fase? De voorzitter: Dank, Mijnheer Roggekamp. De heer Roggekamp: Dank u wel voorzitter.

Voorzitter ik heb ook mijn brevet om met een drone te vliegen en dan ben je bezig ook met de luchtverkeersleiding Nederland die hier over het eiland in Dordt een heel laag vlieggebied heeft. En als ik die die locaties bekijk dan vallen ze bijna in het laagvlieggebied. Dus ik vraag me af in hoeverre dat meegenomen is. Want, bij de belemmeringsanalyses zie ik dat er niet bij staan. De voorzitter: Dank voor uw vraag. Mijnheer Van der Kruijff heeft u een vraag?

5

De heer Van der Kruijff: In hoeverre, ja dat is misschien als een open deur, maar wordt er ook rekening mee gehouden of er ook partijen zijn die die die windturbine willen exploiteren? En wordt er dan ook gekeken hier naar lokale partijen binnen Dordrecht? De voorzitter: Dank voor uw vraag. En de laatste twee heren, de heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Misschien zo meteen. De heer Den Hartog: Ja dank u. Naast dat ik me aan wil sluiten bij de heer van Cruijff, heb ik ook een vraag over de lijnopstelling. Hoe die afweging precies gebeurt, want als je geen lijn opstelling hebt, dan passen er beduidend meer windturbines. De voorzitter: Dank. Nou, dan stel ik voor dat we eerst een antwoord ronde doen op de gestelde vragen. Wie kan ik het woord geven? De heer Broekhuizen. De heer Broekhuizen: Ja dank je wel. Even kijken. De eerste vraag ging over de leefbaarheid, hoe die is meegenomen in de zoeklocaties. Ja, wat wij eigenlijk hebben gedaan, het is inderdaad een vrij technische beschouwing eigenlijk geweest. Waarin we harde en zachte belemmeringen hebben geïdentificeerd en gedefinieerd in de rapportage. Onderdeel daarvan is onder andere de geluidsnorm. Waarbij we een indicatieve berekening hebben uitgevoerd, op welke afstand van de windturbines gewoond kan worden terwijl er wel wordt voldaan aan alle geldende geluidsnormen.

Dat is eigenlijk doorgaans het meest maatgevende milieueffect van winterturbines voor de leefbaarheid rondom windturbines, is geluid. Dus, daar hebben we een indicatieve berekening voor gedaan. Die afstand die daaruit volgde, van op welke afstand wordt er een de norm voldaan, hebben we als harde belemmeringen in de analyse meegenomen. Dus alle woningen of alle locaties die binnen die afstand van woningen vallen die zijn afgevallen. Dat wil niet zeggen dat alles wat er overblijft dan ook nu echt kan. Als er een concreet initiatief opkomt zal altijd dan nog getoetst moeten worden met berekeningen, modellen met de specifieke windturbinelocaties en windturbinetypes. Die worden dan ingevoerd om te kijken of dan ook inderdaad aan alle normen wordt voldaan. Dus op dit moment zijn echt alleen de cirkels rondom woningen, waar echt nou bij voorbaat eigenlijk al is te zeggen dat daar niet aan de normen voldaan gaat worden, die zijn afgevallen ja. En op die manier is in die zin de leefbaarheid in dit onderzoek meegenomen. Dus het is een eerste inschatting en bij de ontwikkeling van concrete plannen zal dat verder getoetst moeten worden. Ik hoop dat dit een antwoord was op de vraag. De voorzitter: Ik stel voor dat we alle vragen aflopen, dat we dan de commissieleden even de gelegenheid geven aan deze zijde omdat even te laten bezinken zodat de andere zijde de vragen kan stellen.

Dus ik stel voor dat u verder gaat met uw beantwoording. De heer Broekhuizen: Oké. Dat is goed dan. Dat brengt me bij de tweede vraag die ging volgens mij over vogelvliegroutes zijn die meegenomen als belemmering? In dit geval nog niet. Waarom is dat? Vogelvliegroutes zijn … Ik ben geen ecologisch expert, die hebben we wel in huis. Maar op een moment dat er een … Hiervoor geldt eigenlijk een beetje hetzelfde als met die geluidsberekeningen. Op het moment dat er ergens een initiatief naar voren komt, dan kan er getoetst worden in het kader van de ontwikkeling

6

van het project, dat aan alle ecologische voorwaarden ook wordt voldaan. En onderdeel daarvan is altijd een analyse van onder andere vogelsterfte. Daarbij worden dan inderdaad vogelvliegroutes in kaart gebracht door een ecologisch bureau. Die kijken dan naar de te verwachte slachtoffers en welke impact dat op de soorten heeft. Dat is voor zo'n hoog over beeld, voor een hele gemeente is dat te specifiek om dat voor de hele gemeente uit te werken. Dus, daarom is dat op dit moment nog niet in de onderzoeken beschouwd, dus dat zou ook nog in een volgende fase moeten komen. Dan de volgende vraag, is het laagvlieggebied voor de luchtvaart meegenomen? We hebben luchtvaarttoetsingsvlakken in onze belemmeringanalyse opgenomen, die zijn als zachte belemmering gedefinieerd. Dat wil zeggen dat het dus niet uitgesloten is dat er windturbines op de locatie van die luchtvaarttoetsingsvlakken geplaatst kunnen worden. Maar ook hier geldt weer tegen de tijd dat daarover nagedacht wordt, moet uitgezocht worden van, welke belemmeringen zijn er van dat toetsingsvlak. Een laagvliegroute betekent niet altijd dat er per se geen windmolen kan komen. Het kan zijn dat er bijvoorbeeld voorwaardes zijn verbonden zijn. Wat die voorwaardes dan zijn en hoe daar windmolens wel of niet in te passen zijn, dat zal ook in de volgende fase in die specifiekere uitwerking van zo'n project onderzocht moeten worden.

Dus ja, ze zijn meegenomen in de zin van, die luchtvaarttoetsingsvlakken zijn op de kaarten weergegeven als zachte belemmering. Volgende vraag is denk ik niet zozeer aan mijn gericht. Over welke partijen eventueel de windparken gaan exploiteren. En dan de laatste vraag over de lijnopstelling. Hoe die afweging eruitziet, is ook meer een bestuurlijke keuze. Dus dat is denk ik niet aan mij om daar een antwoord op te geven. De voorzitter: Kan ik u het woord geven? Mevrouw Van Damme: Ja, om even op de vraag van de heer Van der Kruijff terug te komen, over zijn er partijen hier in Dordrecht die de exploitatie op zich willen nemen? Voor de locatie op de zuidpunt is er een initiatiefnemer. Dat is een lokale partij die samenwerkt met een grotere landelijke partij. Maar, dus ja, er zijn Dordtse initiatiefnemers en voor de andere locaties hebben we nog geen initiatiefnemers, maar kunnen we altijd bijvoorbeeld de ECD vragen om die locaties te onderzoeken en kijken of zij daar belangstelling voor hebben. En de afweging voor de lijnopstelling. Dat heeft alles te maken met keuzes die ook door de provincie zijn gemaakt om vooral infrastructurele lijnen in het landschap te volgen, zodat er een zo rustig mogelijk beeld ook blijft bestaan. De voorzitter: Dank voor uw beantwoording. Dan stel ik voor dat we nu aan de andere kant vragen toestaan. Dat is met de heer Ayverdi.

De heer Ayverdi: Ja, klopt voorzitter. ik wilde ook de vraag stellen die eigenlijk door de heer Van der Kruijff werd gesteld. Dus eigenlijk is hij wel hier beantwoord. Alleen welke lokale partners zijn dat dan? Want ik wil ook effe de namen krijgen. De voorzitter: Ik kan me eerlijk gezegd voorstellen dat gezien dat ook misschien in vertrouwelijkheid gebeurt en misschien kan de ondersteuning dat bevestigen dat dat hier misschien niet open en bloot genoemd kan worden. Omdat we ook nu niet die anderen in staat kunnen stellen om ook te doen aan deze discussie. Dus ik snap uw vraag, maar misschien kunt het zo één op één vragen of op een andere wijze. De heer Ayverdi: Dat is goed, bedankt voorzitter.

7

De heer De Vries: Voorzitter, even op dit moment niet. De voorzitter: Geen vragen? Dan mevrouw Schnabel van de Partij van de Arbeid zag ik wel met een vinger dus die zal vast een vraag hebben. Mevrouw Schnabel: Ja, dank u wel. Ik heb één vraag. Ik vroeg me af hoe de omliggende Drechtsteden in het participatietraject zijn meegenomen. Omdat ik me heb laten vertellen dat voor als het bijvoorbeeld om de derde Merwedehaven gaat, dat daar Sliedrecht dichtbij in de buurt ligt en dat in de vorige periode, als het ik goed heb, Sliedrecht daar ook niet per se blij mee was. Dus ik ben benieuwd hoe dat zit. De voorzitter: De heer Wringer, Beter Voor Dort, nog? De heer Wringer: Zeker voorzitter. Voorzitter, ik heb de documentatie gelezen en in het is geen raadsvoorstel, er staat gewoon voorstel, op bladzijde acht paragraaf vijf staat iets wat ik niet helemaal begrijp. Ik zal het even voorlezen. “Ook is duidelijk dat er niet voldoende ruimte is op het eiland om de totale vraag naar elektriciteit zelf op te wekken.”. Begrijp ik. “We zetten dan ook stevig in op energiebesparing”. Begrijp ik ook. “en het voorkomen van verdere elektrificatie van de gebouwde omgeving.”. En daar wil ik graag even een duiding op hebben, want dat begreep ik niet helemaal. De voorzitter: Dank Mijnheer Wringer. De heer Gorter. De heer Gorter: Ja dank u wel voorzitter. Drie vragen, de eerste is een bevestiging.

De vier gebieden waar u verder onderzoek onder wil doen, zijn dat de gebieden die aangemerkt worden met de groene en de oranje sector? Tweede vraag, welke molenhoogte wordt nou als aanname voor deze gebieden meegenomen? En als laatste, en misschien is die een beetje politiek, kan onze ambitie ook buiten Dordrecht liggen, met andere woorden bijvoorbeeld op zee? Dank u wel. De voorzitter: Dank voor uw vragen de heer Gorter. En dan naar een stevige delegatie van GroenLinks, de tweede woordvoerder van GroenLinks. En dat kan in een beeldvormende zitting, dus ik zou zeggen, stel uw vraag. De heer Van der Meer: Graag, want ik heb een andere vraag. Om te beginnen even een hele praktische vraag wat is precies het verschil tussen een harde en een zachte belemmering? Dat zou ik graag even toegelegd willen hebben. En verder had ik dezelfde vragen als de heer Wringer, over dat tegengaan van elektrificatie omdat daar allerlei ontwikkelingen zijn die juist meer elektriciteit zullen vergen. Maar daar graag een toelichting daarop. En mijn echte vraag gaat over het proces verder. Er is gesproken over participatie, er is gesproken over verankering in de omgevingsvisie. Ik heb zelfs ergens gelezen, moet eerst in de omgevingsvisie worden vastgelegd, voordat we verder onderzoek kunnen doen.

Dus dat is, kan er iets meer gezegd worden over wat de volgorde is? In welk stadium ook omwonenden en andere belanghebbende natuurorganisaties bijvoorbeeld in de participatie betrokken kunnen worden. Dat is voor ons wel erg belangrijk om daar goed zicht op te hebben. De voorzitter: Dank, de heer Van der Meer. En dat tot slot mevrouw Nieuwland.

8

Mevrouw Nieuwland-Van den Bosse: Dank u wel voorzitter. Twee vragen van mijn kant, in antwoord op volgens mij een eerder gestelde vraag van de VVD, over de afstand werd aangegeven dat de norm tweemaal de tiphoogte wordt gehanteerd. Dat is wel heel minimaal. Als ik ook zo hoor dat dan de keuzes twee-, drie- of viermaal waren. Waarom is dan voor die tweemaal tiphoogte gekozen? Ik kan me voorstellen dat dat het grootste potentieel overhoudt, maar houdt het dan wel voldoende rekening met de leefbaarheid? En de tweede is, er worden dus vier kansrijke locaties verder onderzocht, zit daar wat jullie betreft een volgorde in? Wat ik bedoel, heeft het college een meest wenselijke locatie waar we allereerst op inzetten? De voorzitter: Dank. Wie kan ik het woord geven om vragen te beantwoorden? We starten bij Mijnheer Broekhuizen. De heer Broekhuizen: Ja, ik denk dat het een beetje een mix van ons tweeën zal zijn. Ik zal de vragen oppakken waar ik een antwoord op denkt te hebben. Welke molenhoogte wordt er meegenomen, was een van de vragen. We hebben twee onderzoeken uitgevoerd voor de gemeente Dordrecht. Eentje was voor grootschalige windturbines en daarbij hebben we gekeken naar windturbines tot een maximale hoogte van 255 meter. Waarom is daarvoor gekozen? Dat is gedaan omdat dat op dit moment eigenlijk een gangbaar formaat is in de huidige markt.

Van windturbines die dus beschikbaar zijn op de huidige markt en die een haalbare business case hebben dus waar een exploitatie goed voor mogelijk is. Op het gebied van grootschalige windturbines zijn dat de afmetingen geweest. Vervolgens hebben we ook gekeken van, nou mochten we iets kleinere windturbines, die hebben we dan in dat rapportage middelgrote windturbines genoemd. Misschien levert dat wat meer potentiële zoekgebieden op bijvoorbeeld. Toen zijn we daar uitgegaan van een marktsegment wat, nou ja redelijk goed beschikbaar is tot een hoogte van 135 meter. En dan gaat het dus om tiphoogte dus, dat is de mast plus de wieken. Dus die hoogtes zijn beschouwd. Dat heeft ook invloed gehad in de analyses op de belemmeringen dus hoever de verschillende belemmeringen van de windturbines af moeten zijn. De voorzitter: Ik zie toch dat dit leid tot misschien een vervolgvraag op dit punt. De heer Wringer: Even een verduidelijking voorzitter. Onze huidige vier windturbines, gewoon voor mijn beeld, wat is daar de tiphoogte van? De heer Broekhuizen: Dat weet ik even niet uit mijn hoofd. Dat zou ik wel even op kunnen zoeken, dus daar kan ik straks even op terugkomen. Wat ik daarover kwijt kan is dat inderdaad, een hogere windturbine zal inderdaad meer invloed hebben in de zin van, het is meer zichtbaar op grotere afstanden.

Qua bijvoorbeeld, het zal wat meer slagschaduw werken, een grotere windturbine, voor vogels zal het misschien een grotere impact hebben. Dus op een aantal milieuthema's zal dat invloed hebben. Het wil niet altijd zeggen dat groter bijvoorbeeld ook meer geluid produceert. Dat hangt heel erg af van typen en daar is niet zo'n duidelijke één op één relatie in in te brengen. Dat wil ik daarbij even meegeven. De voorzitter: Ik onderbreek u nog even. De heer Gorter.

9

De heer Gorter: Ja, dank u wel voorzitter. Even op die vraag over die hoogtes. Ik zou wel meer inzicht willen hebben in de opbrengst in relatie tot de hoogtes. Want ik heb wel gezien dat die grote molens meer opbrengen en in verhouding de kleinere molens factor vijf in het gebied neergezet zouden moeten, ik zou wel eens willen weten, in de verhouding tot de hoogtes van de molens wat de opbrengst is. Dus de hoogste molen is opbrengst één. En als je dan terug gaat rekenen maar daar kunnen zelf wel een mooie opgaven van maken. De voorzitter: Dank. Ik weet niet of u dit allemaal uit uw hoofd… De heer Broekhuizen: Niet specifiek. De voorzitter: Dat wordt een uitdaging. De heer Broekhuizen: Specifiek kan ik daar geen antwoord op geven inderdaad. Maar in grote lijnen wel. Als we het echt hebben over die grote moderne windturbines. Zeg tiphoogte 260 meter plus. Dan ga je richting vijf, zes, zeven megawatt aan vermogen of zeg 20, 25 gigawattuur per jaar. Als we het hebben over die middelgrote, zeg maar tot 135 meter, dan zit je meer in de range van 2 of 3 megawatt en een opbrengst van, noorden 30 procent van zo'n grote moderne windturbine. Daar hebben we het dan ongeveer over. Dan pak ik de draad weer even op bij het lijstje vragen wat ik heb. Mevrouw Van Damme: Ik wil even aanvullen. De huidige vier turbines, die leveren 9,2 megawatt samen bij elkaar. Ja, 156.

De voorzitter: In ieder geval rond de 156. Mevrouw Van Damme: Maar dat zijn oudere modellen, die zijn niet meer leverbaar. De voorzitter: De heer Van Broekhuizen.

De heer Van Broekhuizen: Ja, ik beperk me dus even over de technisch inhoudelijk vragen, laat ik zo maar zeggen. De vragen over besluitvorming, die laat ik dan even liggen. Vraag over wat nou een harde belemmering is en wat een zachte belemmering is. Een harde belemmering is een belemmering waarvan wij hebben gezegd, daar kan hoe dan ook geen windmolen geplaatst worden. Dus dat wil zeggen te dichtbij huizen, in een Natura 2000 gebied, in een stiltegebied. Dat soort belemmeringen hebben we het dan over. Het kan ook om veiligheid gaan van bijvoorbeeld, ze mogen niet te dicht bij hoogspanningsleidingen of te dicht bij buisleidingen. Dat zijn harde belemmeringen. Dan hebben we zachte belemmeringen. Dat zijn belemmeringen waar plaatsing van windmolens misschien mogelijk is en waar waarschijnlijk voorwaarden aan vastzitten. Dan hebben we het bijvoorbeeld over zo'n groene bufferzone. Daarvan zou aangetoond moeten worden dat een ontwikkeling geen afbreuk doet aan de landschappelijke kwaliteit van het gebied. Je zou je kunnen voorstellen dat dat met een windmolen gebeurd maar, dat is niet een hard gegeven. Er zijn scenario's denkbaar waarin een windmolen ingepast kan worden op een manier waarvan men zegt, oké die manier is het landschappelijk in te passen zonder dat het landschap helemaal naar de knoppen gaat.

10

Als we het hebben over zachte belemmering, een voorbeeld is bijvoorbeeld ook die luchtvaarttoetsingsvlakken. Daar zullen voorwaarden aan verbonden zijn over hoogtes en over aantallen, over radarbeelden van luchthavens bijvoorbeeld. Dat moet getoetst worden, dus dat kan een belemmering vormen. Maar het is nog niet bij voorbaat per se uitgesloten dat er in die zachte belemmeringen windmolens geplaatst kunnen worden. Dat is het verschil. Even kijken en dan was er een vraag hier naast mij over de norm van de twee keer tiphoogte. Waarom twee keer en niet bijvoorbeeld meer. En dat was dus ook gerelateerd aan de leefbaarheid. Wat ik daarover kan zeggen is dat die norm van twee keer tiphoogte is nu opgenomen in de concept windturbine bepalingen voor landelijke normen voor windturbines. Die is nog niet vastgesteld, die zijn nog in concept. De oude landelijke normen, daar heeft het Europese hof op gegeven moment een streep door gezet omdat er geen milieueffectrapportage aan ten grondslag lag. Inmiddels heeft het rijk wel een milieueffectrapportage laten opstellen en op basis daarvan nieuwe conceptnormen vastgesteld. Dat zijn die concept windturbinebepalingen en daarin staat die afstandsnorm van twee keer tiphoogte. Die afstandsnorm, en dat is uitdrukkelijk ook in het milieueffectrapport zo genoemd, is niet gebaseerd op milieueffecten of hinder.

Dat is puur om omwonenden een soort zekerheid te geven dat ze niet te dichtbij komen. Maar daar zit geen milieukundige onderbouwing onder. Als we het hebben over geluidsnormen, slagschaduwnormen en dat soort zaken. Dat is wel onderbouwd op basis van die milieueffecten. Die staan ook allemaal in de concept windturbine bepaling, dus die conceptnormen. Waaraan wij getoetst hebben zijn de normen. Dus de wettelijke basis waaraan je moet voldoen als er windturbines gaan komen. Als je als gemeentebestuur nog aanvullende wensen of eisen hebt dan moet je het daar samen over hebben van, wat vinden we wel of niet wenselijk? In deze fase hebben we voor de haalbaarheid alleen getoetst aan wat is er wettelijk mogelijk, wettelijk, ruimtelijk. En daarbij wil ik dus wel even toevoegen, nogmaals benadrukken dat vooral voor de leefbaarheid en de gezondheid zijn dingen als slagschaduw, geluid, zijn hele reële met punten waar mensen mee te maken krijgen en waar mensen zich misschien ook zorgen over maken. Die minimumafstand van die afstandseis van de tiphoogte zegt op zich niks over de geluidsbelasting of op de slagschaduwbelasting of de ecologische impact. Dat wil ik even meegeven als het gaat om leefbaarheid. En volgens mij zijn dat de vragen waar ik een antwoord op weet te formuleren.

De voorzitter: En ik zie dat mevrouw Van Damme de resterende vragen wil… Mevrouw Van Damme: Dan neem ik de rest op me. De vraag over welke partij zich nu heeft gemeld als ontwikkelaar, daar kan ik helaas inderdaad nog geen antwoord op geven. Maar er komen insprekers aan op veertien mei? De voorzitter: 15 mei zie ik hier staan. Of staat er 14? Mevrouw Van Damme: Ergens medio mei. De voorzitter: Dan ronden we af naar beneden, 14. Mevrouw Van Damme: 14 mei. Wellicht dat daar iets gezegd wordt. Dan de vraag over informeren van de andere Drechtsteden. Ambtelijk zijn alle Drechtsteden al een aantal maal hierover geïnformeerd. En bestuurlijk ook wel dat we hiermee bezig zijn. En

11

komende donderdag is er weer een bestuurlijk overleg waar de wethouder ook wat meer informatie gaat geven. Dan de vraag over... De voorzitter: Ik onderbreek u even voordat u verder gaat naar de volgende vraag, mevrouw Schnabel heeft nog een vraag. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Ik ben benieuwd, want informeren is natuurlijk wel iets. Er zitten verschil tussen informeren en participeren dus betekent dat, dat er geen participatieproces is, maar dat ze alleen geïnformeerd worden? Of hoe kan ik dat het best begrijpen? Mevrouw Van Damme: Het participatieproces moet nog gaan lopen dus dat… Mevrouw Schnabel: Heel kort. De voorzitter: Ja, heel kort. Mevrouw Schnabel: Dat participatie proces, vanaf wanneer gaat dat dan lopen? Mevrouw Van Damme: Op het moment dat we groen licht krijgen vanuit uw raad om de zoekgebieden verder te onderzoeken en ze worden opgenomen in een programma rondom opwek, daar hoort een heel participatietraject bij. De voorzitter: De heer Hartmeijer heeft zojuist niks gezegd dus we geven ook even de ruimte om toch een vraag stellen. De heer Hartmeijer: Ja, dank u wel. Ik ben eigenlijk een beetje laat want, het is eigenlijk op aanhakend op de heer Broekhuizen. Ik had eigenlijk begrepen dat de landelijke normen, dat dat vooral of exclusief gaat over geluid.

Dus dat geluidsnormen eigenlijk nu, dat dat de regel is, dat gemeenten eigenlijk zelf andere normen kunnen stellen. Dus qua tiphoogte en qua afstand tot woningen, dat dat eigenlijk meer de invulling is van de gemeente. Heb ik dat correct? De heer Broekhuizen: Die concept windturbinebepaling, die straks de landelijke milieunormen gaan worden, dat gaat over meer dan alleen geluid. Dus dat is geluid, slagschaduw, externe veiligheid, eigenlijk een heel pakket van milieunormen. Dus in dat opzicht … of heeft u het over iets anders? Maar de landelijke normen die straks gaan gelden waarvan de verwachte ingangsdatum is dat het 1 juli 2025 is, dat gaat dus over een heel scala aan milieueffecten dus, meer dan alleen geluid. De heer Hartmeijer: Voorzitter? De voorzitter: Ja. De heer Hartmeijer: Ja, nee ik doelde inderdaad op de ouwe, wat nu geldt. Maar er komen dus nieuwe normen. Heeft ook op provinciaal niveau, zijn daar misschien ook andere normen die nu gelden of zit dat niet zo?

12

De heer Broekhuizen: De provincie heeft vaak eisen op het gebied van bijvoorbeeld landschappelijke inpassing. We hebben het bijvoorbeeld over, is er een voorkeur voor lijnopstellingen of clusteropstelling, de mate waarin Natuurnetwerk Nederland beschermd moet worden of dat er wel of niet iets in mogelijk is. Daar gaat de provincie vaak over. Ik heb het eigenlijk nog nooit gezien. Ik weet eigenlijk eerlijk gezegd ook niet in hoeverre ze daartoe bevoegd zijn, in hoeverre ze zelf echt milieunormen, bijvoorbeeld geluidsdrempels of dat soort dingen hebben opgenomen. Dat heb ik nog nooit gezien. De voorzitter: Volgens mij waren we hier aan het einde gekomen of ik zie toch nog een vinger naar de knop gaan bij mevrouw Van Damme? Mevrouw Van Damme: Ik had volgens mij nog een heleboel vragen die niet beantwoord zijn. De voorzitter: Excuus. Mevrouw Van Damme: De volgende vraag ging over het voorkomen van verdere elektrificatie in de gebouwde omgeving. Zoals u weet, inderdaad er vindt heel veel elektrificatie plaats en we willen met bijvoorbeeld de verdere aanleg van het warmtenet en het heel veel aansluiten van woningen op dat warmtenet voorkomen dat er meer elektrificatie plaatsvindt dan strikt noodzakelijk.

En daarmee bedoel ik eigenlijk, als er heel veel warmtepompen worden aangesloten en veel minder warmtenetaansluitingen zijn, dan hebben we nog meer elektriciteit nodig dan we eigenlijk van tevoren hadden ingecalculeerd. Dat bedoel ik er eigenlijk mee. Dan was er nog een vraag, over welke vier gebieden gaat het nu eigenlijk? In een notitie en in het raadsvoorstel staan plaatjes waar gestippelde lijnen zijn opgenomen. Er is er eentje geel en de rest is donkergroen. En dat zijn de gebieden waarvan het college nu zegt, die willen we nader onderzoeken. De voorzitter: De heer Gorter. De heer Gorter: Ja, toch even te verduidelijking voorzitter. Dat zijn degenen die jullie die nu getoetst zijn als verzoek die groen en oranje zijn? Even voor alle duidelijkheid. Mevrouw Van Damme: Ja, dus dat zijn de gebieden met de stippellijn eromheen die zijn groen. Bij de derde Merwedehaven is die groen. De boven polder staat een groot kruis doorheen die wat het college betreft wordt die niet nader onderzocht. De zuidpunt, die is oranjegeel. Het Kildepot is groen. Zeehaven is oranjegeel en de grote rug staat ook een kruis. De heer Gorter: Dat zijn dus de gebieden? Mevrouw Van Damme: Ja. De heer Gorter: Duidelijk. Mevrouw Van Damme: Voor wind. Dan, de ambitie of we die ook buiten Dordrecht kunnen vinden met wind op zee. Dat is een aparte landelijke ambitie.

Dus er zijn eigenlijk twee ambities, liggen er in Nederland. Een deel moet op zee opgewekt worden en een deel op land. En wij kunnen niet zeggen, wij pakken ook een deel op zee op ons.

13

Het antwoord is nee, inderdaad. Dan even kijken. Volgorde locaties, eigenlijk hebben we alle locaties nodig en het maakt het college niet uit welke volgorde we daarin aanhouden. Voor één locatie hebben we dus al een initiatiefnemer. Maar dat zou zomaar snel kunnen gaan doen. Dan is er nog vraag gesteld over de procesvolgorde en participatie. Op het moment dat we groen licht krijgen van uw raad, gaan we de vier locaties voor wind- en de zonlocaties opnemen in een programma. Dat is een nieuw instrument in het kader van de omgevingswet dus, wij zijn ook een beetje aan het zoeken naar, wat betekent dat dan? Wat komt er allemaal bij kijken? Maar daar zit een heel participatietraject aan vast. Daar nemen we alle partijen die altijd al bij betrokken zijn, nemen we mee. We nemen uw raad erin mee, we nemen de omliggende gemeenten hierin mee, we nemen de inwoners van de stad daarin mee. Daarna komen we terug bij uw raad om de locaties voor wind door u vast te laten stellen en het programma wordt uiteindelijk door het college vastgesteld. Dat is een omgevingsprogramma in het kader van de omgevingswet. De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Is daar nog iets van data bij of momenten bij te geven waarop die stappen gezet gaan worden? De voorzitter: Ik hoor deze vraag… Is eigenlijk in meerdere varianten eigenlijk naar voren gekomen.

En nou is ons ter ore gekomen dat vanwege tijdsgebrek het laatste moment niet gelukt is. Maar misschien kan aangegeven worden wanneer dat wel aangeleverd kan worden aan de commissie. Want dan hoef je deze vraag niet in meerdere varianten weer te stellen. Mevrouw Van Damme: Ja. Op moment dat we na veertien mei als inspreker zijn geweest en dit is behandeld, verder in de raad. Dan kan ik verder kijken naar welke planning we hieraan kunnen koppelen. En volgens mij heb ik dan alle vragen die gesteld zijn gehad. De voorzitter: Nou hartelijk dank voor uw beantwoording. Dan gaan we gewoon weer als één groep verder, is mijn voorstel. Ik kan me voorstellen dat aan deze zijde het een en ander wel bezonken is en de rest ook nu aan het nadenken is. Ik wil even inventariseren wie nog een vraag wil stellen, dan kan ik daar … Oké, nou, dan beginnen we nu een keer aan de andere kant, de heer Gorter. De heer Gorter: Ja dank u wel voorzitter. Ik heb eigenlijk nog één vraag. Dat gaat over netcongestie, dat terug levering pas vanaf 2029 mogelijk is. En ik vraag me af in hoeverre staat dat onze ambitie in de weg? Omdat we vanaf 2030, 0,18 terrawattuur willen opwekken. Dus hoe kan het niet terug leveren een probleem worden voor onze ambitie? De voorzitter: Dank. De heer Wringer had ook nog een vraag zag ik. De heer Wringer: Ja, dank u wel voorzitter.

Ik vroeg me af of er een overzicht is van wat er nu op dit moment al opgewekt wordt qua zon en wind in Dordrecht. Dus hoeveel we nog nodig hebben. En een tweede vraag is kunnen deze nieuwe gebieden, kan daar cable pulling worden gebruikt met de bestaande, wat we al in Dordrecht hebben liggen? Dank u.

14

De voorzitter: Nou, vergeef me ik begrijp niet zo goed wat u bedoelt. En mevrouw Koenen zit niet in de zaal. Daar komt u echt goed mee weg denk ik. Dus wat bedoelt u hiermee? De heer Wringer: Bij cable pulling? Dat betekent dat verschillende parken aan elkaar met één stekker verbonden worden. Dus niet dat je apart verbinding hebt met windturbines en zonneparken. Maar je gaat met één stekker, ga je naar steden toe. Wat beter is voor de ballancering van het elektriciteitsnetwerk. De voorzitter: Nou, dank voor uw toelichting. Mijn konijnenbrein begint het inmiddels een beetje te begrijpen. We gaan toch eerst nog even naar mevrouw Boom van de VVD en dan geef ik u het woord mijnheer Van der Meer. Mevrouw Boom-Vos: Ja, dank u wel. Er wordt gevraagd om zoeklocaties voor wind en zon. Voor mij is het onduidelijk of dat die zoeklocaties voor wind, voor die zes megawatt gelden. Want de haalbaarheidsstudies lijken dus ook een minder megawatt. Dus waar geven wij dadelijk ja op? Zeggen wij ja op een windmolen van 255 meter of op een windmolen van 45 tot 135 uit de andere haalbaarheidsstudie. Er wordt gevraagd om zon op land ongeveer gelijk met de heer Wringer.

Als er spoor één en spoor twee, noemen jullie het spoor, op de zonneladder lopen is het dan nog nodig? En hoe doen wij dan de Zonneveld of de restruimtes zoals parkeerterreinen, hoe neem je die mee? Want twee jaar geleden zeiden we, dit is de allerlaatste redmiddel om op natuurgebied te doen. En allerlaatste vraag, er wordt eigenlijk alleen gesproken over een energiemix zon en wind, ik mis daar een restwarmte in. Ik mis daar een visie op geothermie in of op waterkracht. Hoe worden die meegenomen? De voorzitter: Dank. Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ja, in aanvulling op de vragen van de heer Gorter en Mijnheer Wringer. In hoeverre wordt er ook nagedacht om het congestieprobleem aan te pakken over lokale energieopwekking die ook lokaal gebruikt, lokale energie gemeenschappen zoals dat vaak genoemd wordt bijvoorbeeld op bedrijventerreinen, wordt daaraan gewerkt en hoe? De voorzitter: Dan kijk ik nog één keer de zaal rond. Eenmaal, andermaal. Wie kan ik het woord geven? Zullen we bij de heer Van Broekhuizen weer beginnen? De heer Van Broekhuizen: Ja, dat is goed. Ik zit even te kijken. Ik denk dat de meeste vragen toch aan mijn linkerzijde beantwoord kunnen worden. Ja, ik zou wel iets kunnen zeggen over cable pulling en netcongestie in de algemene zin.

Ik weet niet hoe nuttig dat is of wat jij ervan denkt, Kristie? Mevrouw Van Damme: Ik wilde die vraag eigenlijk aan Stedin overlaten, die ook voor veertien mei is uitgenodigd. De voorzitter: Ik zie dat er een soort van instemmend op geknikt wordt. Oké, dan houden we hem vast.

15

De heer Van der Meer: Nee, niet helemaal. Ik bedoel Stedin is natuurlijk van belang als het gaat om stroming die op één of andere manier aan of van het net moet komen, maar niet als het helemaal niet aan het net toekomt, zoals bij lokale energie gemeenschap. Nee dat is een andere vraag. Is dat los van de vrouw? Kavel... Mevrouw Van Damme: Nee maar dat is een andere vraag, die staat helemaal los van cable pulling. De heer Van Broekhuizen: En volgens mij gaat de rest eigenlijk over de plannen van het college en de procedures die gevolgd gaan worden. Dus daar heb ik verder weinig aan toe te voegen, denk ik. De voorzitter: Dan geef ik het woord aan mevrouw Van Damme. Mevrouw Van Damme: De eerste vraag ging over netcongestie en of dat de ambitie van het college in de weg staat. Het korte antwoord daarop is nee. Als we maximaal inzetten op zon op dak bij particulieren en bij kleinere bedrijven die geen last hebben van de netcongestie, dat is een realistisch scenario. Dat zou 0,01 terrawattuur aan energie opleveren. En er is nog, er komt iets van ruimte aan de westzijde van de A16 vanaf 2025. Waarmee het gebied, wat in de RES 1.0 is aangewezen voor opwek van zon kunnen gaan realiseren. Dat levert ook een voldoende bijdrage en we zitten nu al op 0,11 terrawattuur, even uit mijn hoofd. Dus daar de ambitie van 0,19, lijken we wel te gaan redden als we maximaal inzetten op zon op dak.

Want die heeft geen last van de netcongestie zoals die nu is afgegeven door Stedin. Een overzicht van wat er nu wordt opgewekt, ik denk dat dat wel in het kader van… Dan kijk even naar links, naar de publieke tribune. In het kader van klimaatneutraal komt dat aan de orde, dus daar wordt zo snel mogelijk over geïnformeerd. De zoeklocaties zijn die ingericht op de grote turbines of op de iets lagere? We gaan uit van de hoogste turbines maar de zoeklocaties voor de 135 meter vallen eigenlijk volledig samen met de zoekgebieden voor de zes megawatt, voor de grote. Er zit vrij weinig verschil in, hooguit een spikkeltje extra links of rechts, maar dat maakt qua grootte zoekgebied amper uit. Het geeft wel een veel rustiger beeld. Eén of twee grote windturbines of vier, of vijf iets lagere. Maar dat is een keuze die gemaakt kan worden. Dan restwarmte of geothermie, dat miste in het onderzoek. Dat klopt want, dat maakte geen onderdeel uit van het onderzoek en dat zegt ook niks over elektriciteit, dat is echt warmte. En waterkracht maakt ook geen onderdeel uit van dit onderzoek. Als u daar meer over wil weten dan moeten we een aanvullend onderzoek gaan doen. En dan heb je de vraag, of dat vertraagt. Dan de laatste vraag ging over lokaal energie gebruiken en energiegemeenschappen. Daar zijn we druk mee bezig. Kijken of we energiehubs kunnen realiseren op bedrijfsterreinen.

Ik weet niet of u al over de zenmotool? Nee, er is in ieder geval… De voorzitter: We hadden bijna een scoop te pakken. Mevrouw Van Damme: Ja, dan parkeren we die eventjes. Wellicht dat hij ook via klimaatneutraal naar voren komt. Want ik denk dat hij daar wel in de raadsessie die op negentien maart is geweest over klimaatneutraal, daar is hij wel heel eventjes aan de orde geweest.

16

De voorzitter: Ook voor de kijkers thuis, er komt ook nog een ander stuk aan of is in behandeling. Kunt u daar misschien iets meer over zeggen? Want ik kan me zo voorstellen dat alle kijkers nu in complete verwarring achterblijven. Mevrouw Van Damme: Het college heeft de ambitie om in 2040 klimaatneutraal te zijn en om dat goed voor te bereiden zijn er allerlei routekaarten opgesteld. En vanochtend zijn die in het college geweest en die komt ook uw kant op. De voorzitter: En even, volgt er op het overzicht waar u net aan refereerde, dat zit dan bij die stukken die naar de raad toe komen? Mevrouw Van Damme: Ja. De voorzitter: Helder, dank. De heer Van Broekhuizen. De heer Van Broekhuizen: Ja, ik heb trouwens nog wel één toevoeging op het netcongestie en lokaal opwekken en verbruiken. We hebben in het onderzoek voor Dordrecht, hebben we ook een paragraaf opgenomen over, zoals we dat noemen, agrarische windturbines. Dat wil zeggen van een stuk kleiner formaat, tot ashoogte 45 meter dus met wieken kan dat tot orde 60 meter komen. Dat noemen we agrarische turbines omdat die vaak te zien zijn op landbouwgronden bij boerderijen. Die leveren echt een beperkte bijdrage aan de totale energie doelstellingen van de gemeente. Als je kijkt bijvoorbeeld naar die 0,19 terrawattuur voor de RES bod.

Maar die kunnen wel een bijdrage leveren inderdaad op locaties waar dan inderdaad op zo'n manier van denken in energiehubs voor het met lokale opwekken en lokaal verbruiken kunnen die zeker een rol vervullen. Op bijvoorbeeld bedrijventerreinen die anders moeite hebben om uit te breiden en een netaansluiting te krijgen. Dus daar hebben we ook de ruimtelijke mogelijkheden voor dat formaat. Kleinere windturbines hebben we ook in ons onderzoek in kaart gebracht. De voorzitter: Dank. Dat leidt tot een vraag bij de heer Gorter. De heer Gorter: Dank u, voorzitter. Ik ben nog niet helemaal gerustgesteld of wij die ambitie wel halen. Want het deel zonne-energie is maar eigenlijk een heel klein gedeelte van onze ambitie, het grootste gedeelte aan energieopbrengst komt uit die molens. Als die door de netcongestie geen stroom terug kunnen leveren, dan vraag ik me af hoe wij dan toch echt die ambitie kunnen… Ik hoor u net iets over 0,11 terrawattuur, wat we al hebben, maar het is mij niet helemaal daar. Misschien zou u dat voor mij nog even duidelijker willen stellen, want ik kon het rekensommetje niet helemaal volgen. De voorzitter: Ik waardeer het aan u dat u het zo technisch mogelijk blijft formuleren, waardoor ik het toe kan staan.

De heer Gorter: Voorzitter het is toch het technische commissie? De voorzitter: Nee, het was een kwinkslag, ik zit namelijk… De heer Gorter: Het was een grapje.

17

De voorzitter: Ja, excuus. De heer Gorter: Niet van mij hoor. De voorzitter: Nee, het is een ernstige zaak en u stelt gewoon een goede technische vraag. Maar u schuurt een beetje langs naar keuzes of ambities die ook in een politiek gesprek later misschien plaats kunnen hebben. Maar u formuleert hem heel technisch, dus u kunt gewoon een antwoord erop geven. Mevrouw Van Damme: Gewoon antwoord geven wordt wat lastig. Dus als u het goed vindt doe ik de beantwoording via het verslag van dit overleg. De voorzitter: Het is mogelijk om inderdaad naderhand de commissie de informatie nog verder toe te zenden. Dat zal dan via de griffier verlopen. Die staat genoteerd. Nou Mijnheer Gorter, houdt uw mailbox in de gaten, zou ik zeggen. Zijn er andere mensen die nog een vraag willen stellen? Ik constateer dat de restwarmte in deze zaal wel wat toe begint te nemen. Mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: Ja, misschien een domme vraag vanuit mijzelf hoor. Maar er wordt een voorgesteld besluit gevraagd om de mogelijke zoekgebied op te nemen in de omgevingsvisie 2.0. Nou zit de omgevingsvisie niet in mijn portefeuille. Maar wat zijn de gevolgen daarvan? Waar geven wij toestemming voor? Mevrouw Van Damme: In de omgevingsvisie 2.0 komt dan te staan dat we binnen de gemeente zoekgebieden hebben voor wind en zon.

Mevrouw Boom-Vos: Maar leggen wij dan iets al ruimtelijk vast in een soort bestemmingsplan of niet? Mevrouw Van Damme: Nee. Nee, het is een kaart van wat er mogelijk kan en dan wel op elkaar afgestemd, zeg maar dus... De voorzitter: Dan zie ik op dit moment … Ja, daar is hij weer. De heer Gorter. De heer Gorter: Ja dank u wel voorzitter. Er komt toch wat in mij boven borrelen. Misschien mag dat ook schriftelijk medegedeeld worden bij die andere vragen. Misschien een oplossing om wat meer rekening te houden met opslag van elektriciteit, want dat zie ik nergens terug. Mevrouw Van Damme: Uw Raad heeft een motie ingediend, een aantal maanden geleden, over batterij opslag bij zonneparken. Daar wordt nu hard aan gewerkt, dus we nemen de beantwoording van die vraag mee bij het beantwoorden van die motie. Ja, nou de beantwoording van de motie komt niet over de mail. De voorzitter: Nou, dan niemand meer. We zitten ook ruim in de tijd. Ja, nou dat is ook wel eens een keer mooi. Dan gaan we volgens mij naar een afronding toe. Nadat, over de tijdlijn is iets gezegd dat dat inderdaad al na de raadsbehandeling naar de raad toegezonden zal worden. En volgens mij ook over de vraag die de heer Gorter stelde om een hele ingewikkelde rekensom en hoe die zich verhoudt tot de ambitie, daar wordt

18

later ook nog op schrift op teruggekomen. Dat is volgens mij wat ik in mijn hoofd genoteerd had, aan wat u daar later nog van terug gaat zien. Afgezien dat alle vragen ook naar… Nou, hartstikke fijn dat u zo uitgebreid kon beantwoorden. Ik kijk de VVD aan, is hij dat ook van mening? Die heeft namelijk enkele technische vragen vooraf gesteld. Of ziet zij nog ruimte in verdere beantwoording? Mevrouw Boom-Vos: Nee, het is veel. Ik moet het even laten bezinken. Dus ik weet niet of dat we later nog technische vragen kunnen stellen, naderhand? De voorzitter: Nou, dat is een mooi bruggetje naar de afsluiting. Het staat u uiteraard hartstikke vrij om technische vragen te stellen. Mochten naderhand nog vragen op komen borrelen zoals de heer Gorter zei, dan kunnen die vragen naar de griffier toegezonden worden. En verder hebben we ook nog een vervolg dus misschien kunnen een aantal vragen ook geparkeerd worden, en in dat vervolg gesteld worden. Namelijk op veertien mei heb ik hier staan, is een gesprek gepland met de provincie is uitgenodigd Stedin, Natuur en Milieufederatie, Drechtse energie en de werkgeversfederatie Drechtsteden. En als u daarvoor nog extra wensen heeft of misschien zelf kandidaten heeft om ook deel te laten nemen aan dit gesprek, schroom niet. Ook daarin kunt u daar suggesties voordoen bij de griffier.

Nou en dan betekent dat eigenlijk dat we nu aan het einde zijn gekomen van deze commissievergadering. Ik zou zeggen, neem even je bekertje, je glaswerk en bordje even mee, zodat het weer helemaal strak is als de nieuwe commissie hier weer start. Ik dank iedereen vanuit de ondersteuning en de wethouder voor uw aanwezigheid en fijne beantwoording. En nou, neem lekker een bak koffie en dan gaan we zo weer verder. Fijne avond allemaal. 2. Vaststellen Dierenwelzijnsbeleid – Raadsvoorstel 3. Beantwoorden Artikel 40-vragen RvO fractie PvdD over Stop het uitbuiten van Vogelklas Karel Schot (technische sessie) Voorzitter: Mevrouw Pichel Raadsgriffier: De heer Boogaard Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. De Groot (Beter Voor Dordt) Dhr. De Vries (VSP) Dhr. Groenewege (PvdD) Mevr. Kamphuis (SP) Dhr. Kuhlmann (VVD) Mevr. Lammens-Oostdijk (VVD) Mevr. Nieuwland-Van den Bosse (ChristenUnie/SGP) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter Voor Dordt) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Tutupoly (Op ons Eiland) Dhr. Van Aarden (PvdD) Dhr. Van den Berg (CDA) Mevr. Van Engelen (GroenLinks)

19

Dhr. Vis (ambtelijke ondersteuning) Mevr. De Zoete (ambtelijke ondersteuning) Mevr. Sanliünal (ambtelijke ondersteuning) Portefeuillehouders: Wethouder T. de Jonge. De voorzitter: Een hele goede avond dames en heren, welkom raads- en commissieleden. Wethouder Tanja de Jonge is er met ambtelijke ondersteuning, welkom. En op de tribune en de kijkers thuis. Voor het verslag wil ik even vragen aan de aanwezigen om zich kort voor te stellen. En dan begin ik rechts van mij. Mevrouw De Jonge: Tanja de Jonge, wethouder. Mevrouw De Zoete: Tessa de Zoete, ambtelijke ondersteuning. De heer Vis: Kees Vis, ambtelijke ondersteuning. Mevrouw Sanliünal (ambtelijke ondersteuning): Sanliünal, ambtelijke ondersteuning. Mevrouw Nieuwland-Van den Bosse: Eline Nieuwland, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Jeanine Lammens, VVD. De heer Kuhlmann: Alexander Kuhlmann, Dordtse VVD. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP. De heer De Vries: André de Vries, VSP. De heer Schalken-den Hartog: David Schalken, Beter Voor Dordt. Mevrouw De Groot: Megan de Groot, Beter Voor Dordt. De heer Tutupoly: Gersom Tutupoly, Op ons Eiland. Mevrouw Van Engelen: Yara van Engelen, GroenLinks. Mevrouw Kamphuis: Meta Kamphuis, SP Dordrecht. De heer Van Aarden: Tristan van Aarden, Partij voor de Dieren. De heer Groenewege: Pieter Groenewege, Partij voor de Dieren.

De heer Van den Berg: Elco van den Berg, CDA Dordrecht. De heer Boogaard: André Boogaard, commissiegriffier. De voorzitter: En mijn naam is Ruby Pichel en ik ben uw voorzitter. Nou de reden voor deze vergadering, dit is een beeldvormende vergadering wat gaat over het vaststellen

20

van het dierenwelzijnsbeleid 2024. We hebben van het college een voorstel ontvangen. Er zijn door het collegeartikel veertig vragen beantwoord van de Partij voor de Dieren, over vogelklas Karelschot. En tenslotte heeft de raad een raadsinformatiebrief ontvangen over de pilot integrale aanpak plaagdierbestrijding. En vanavond worden deze onderwerpen besproken in een beeldvormende vergadering, zoals ik net al zei. Mevrouw de Zoete, die zal een technische toelichting geven en daarna is de gelegenheid voor raads- en commissieleden om technische vragen te stellen. Nou, ik wil u vragen om gewoon uw presentatie te doen. Verhelderende vragen zijn natuurlijk welkom. Als er wat uitgebreide vragen zijn, dan wil ik u vragen om die te bewaren tot na de presentatie. Mevrouw De Zoete, gaat uw gang. Mevrouw De Zoete: Dank u voorzitter. Vandaag willen we jullie een presentatie geven over het dierenwelzijnsbeleid. We willen jullie eigenlijk meenemen in een aantal onderwerpen. Ten eerste, wat zijn eigenlijk de kaders voor dierenwelzijn? De wettelijke kaders? waar komen we vandaan als gemeente? We hebben vanaf 2017, hebben wij een dierenbeleid in Dordrecht.

Hoe zag dat dierenbeleid eruit? Welk participatieproces hebben we doorlopen om tot dit huidige beleid te komen? We hebben verschillende participatiestappen dus doorlopen en hebben daar ook onderwerpen uit meegenomen in het beleid, en willen weer even kort een blik geven over de belangrijkste hoofdpunten die uit het proces zijn gekomen. Dit heeft geleid tot een aantal uitgangspunten voor het dierenwelzijnsbeleid. En het heeft ook… dat vereist ook een andere rol van ons als gemeente. Ten opzichte waar we vandaan komen uit 2017 en waar we nu eigenlijk staan vandaag. Daar willen we jullie ook in meenemen. Dus wat zijn onze wettelijke taken? En wat er dus bijgekomen, zijn beleidsrijke taken en wat is het financiële plaatje wat daar aan vast zat? De belangrijkste kaders voor dierenwelzijn zijn eigenlijk belegd in de wet dieren en de omgevingswet. De wet dieren richt zich met name op gehouden dieren en dat gaat uit deze wet van de intrinsieke waarde van het dier. Om dit kon te concretiseren zijn er in de wet dieren ook vijf vrijheden genoemd. Dat ze eigenlijk wat ze vaak gebruiken om dierenwelzijn te toetsen. Ook daar is veel discussie over in het land, omdat het niet betekent dat per se de eerste vier vrijheden. Ik zal zo dieper ingaan op gedopte zijn de aanwezigheid van die vier vrijheden genoemd dat we vaak gebruiken om dierenwelzijn te toetsen.

Ook daar is veel discussie over in het land. Omdat het niet betekend dat per se de eerste vier vrijheden, ik zal zo dieper ingaan op welke dat zijn. De aanwezigheid van die vier vrijheden betekend dat dierenwelzijn automatisch gewaarborgd. De belangrijkste eigenlijk van het principe is dat het belangrijk is dat het natuurlijke gedrag van het dier, dat het dier in staat is om natuurlijk gedrag te kunnen vertonen. En dat houdt in dat er voldoende ruimte is voor het dier, maar ook bijvoorbeeld dat het, als het een sociaal dier is, dat er soortgenoten zijn. Dus de wet dier richt zich met name op gehouden dieren. De omgevingswet is in januari 2024 van kracht gegaan. En daarin zijn een aantal wetten opgenomen. Voorheen was dat bijvoorbeeld de wet natuurbescherming, nu onderdeel van de omgevingswet. En deze wet richt zich met name op wilde dieren. Daar zit bijvoorbeeld ook een soorten bescherming in. In het land van dierenwelzijn zijn er eigenlijk diverse landelijke en provinciale bevoegdheden en instanties. Wij hebben als gemeente ook wettelijke taken. Er zijn een aantal instanties zoals de NVWA, de LID dus, de landelijke inspectiedienst dierenbescherming en de provincie die taken hebben op het gebied van dierenwelzijn. De NVWA richt zich met name op het beroepsmatig houden van dieren en de LID heeft

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/751/documents/32238