2.12 2026.06.30 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf
Tekst van het document
Wij hebben op dit moment ongeveer een begroting van 60 miljoen per jaar, waarbij we grofweg 22 miljoen aan beschermd wonen uitgeven, 15 miljoen aan maatschappelijke opvang, 5 miljoen aan vrouwenopvang en daarnaast zijn er nog wat andere kosten, zoals personele kosten en dat soort zaken. En goed is om daarbij te weten dat maatschappelijke opvang, daarvoor krijgen wij maar ongeveer 6 miljoen. Wij hebben daar een structureel tekort op. En dan kom ik zo bij het volgende stuk. Voordeel- en 22 nadeelgemeenten. Wij krijgen sinds 2015 structureel meer middelen dan wij eigenlijk nodig hebben om onze wettelijke taak uit te voeren voor beschermd wonen. En tegelijkertijd krijgen we structureel te weinig middelen vanuit het Rijk om de wettelijke taak maatschappelijke opvang uit te voeren. Dat compenseren wij door dat voordeel in te zetten en daarnaast blijft er nog een restant over en dat is op dit moment ongeveer tussen de 14 en 15 miljoen per jaar. En daar gaat straks ook deze bestemmingsreserve over. Vandaar dat ik hem even op deze manier inleid. Dit is denk ik vooral voor u om eventjes, als u daarin geïnteresseerd bent, daar nog naar te kijken. Dit zijn de juridische kaders van waaruit wij werken en de regionale overeenkomst die daaronder ligt, dus de samenwerkingsovereenkomst. Deze samenwerkingsovereenkomst is getekend, meest recent, op 1 januari.
Jongstleden is die ook ingegaan en die is door de colleges van de 9 gemeenten ondertekend. Dat is een collegeovereenkomst. Volgens mij spreekt dit wel redelijk voor zich. Wat belangrijk is, is dat wij al sinds 2015 met elkaar in de regio samenwerken en dat wij in die samenwerking soms best wel ingewikkelde gesprekken hebben moeten voeren. Het zal uw raad bekend zijn dat we best wel hebben gestuurd de afgelopen jaren, en met name de laatste paar jaar, op een betere regiospreiding. Dat is ook een van de punten van inzet geweest in het komen tot een nieuwe samenwerkingsovereenkomst. En als onderdeel van die samenwerkingsovereenkomst hebben wij, om die spreiding te bewerkstelligen en om iedereen zijn gelijke deel te laten doen, een investeringsagenda opgesteld waar alle gemeentes op hebben ingetekend welk deel van die investeringsagenda zij willen oppakken. En daar komt uw bestemmingsreserve zo meteen weer om de hoek, want daar hebben we ook middelen voor nodig. En die middelen zouden in die bestemmingsreserve moeten komen. Hier nog even heel kort een plaatje. Het is wat moeilijk te zien wellicht, maar het is een plaatje van de regio, waarin de stipjes eigenlijk aangeven hoe de spreiding is. Dan ziet u al denk ik heel snel dat in Dordrecht een belangrijk deel van de spreiding zich bevindt. Spreiding is daar misschien niet helemaal het juiste woord.
Het linker plaatje laat de opvangvoorzieningen zien. En dan ga ik daar wel een correctie bij maken, want Gorkum heeft een opvangvoorziening, dus die wil ik eventjes gecorrigeerd hebben. Anders dan hangen ze zo meteen bij mij aan de telefoon. Maar dit is wat het is. Dordrecht en Gorkum heeft er 1. En voor de beschermd wonen, intramurale voorzieningen met name, die zijn verspreid. Die zie je ook grotendeels binnen Dordrecht en dan zit er een kleine spreiding. Gorkum heeft er een aantal en andere gemeentes hebben er af en toe 1, maar ook daarvan is de spreiding nog niet zoals we die zouden willen zien. Dat is het einde van deel 1. Ik weet niet of er vragen zijn. Mevrouw Kamphuis: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Is er al een andere plek geregeld voor de vrouwen die in de beschermde opvang zitten? Want daar wordt al een paar jaar naar gezocht. Want daar zijn ze niet echt veilig. En is de begroting daarop ingenomen? En zo nee, waarom niet? De voorzitter: Mevrouw Hulswit. 23 Mevrouw Hulswit: Wij zijn nog steeds aan het zoeken naar de juiste locatie. Dat is vrij lastig, omdat het aan nogal veel eisen moet voldoen en er niet veel panden zijn die makkelijk te verbouwen zijn. En als je gaat met nieuwbouw, dan kom je gelijk met allerlei andere vertragende situaties, natuurlijk.
Want dan ben je lang bezig met klaarmaken, vergunningen, al dat soort zaken. We focussen ons nu op bestaande panden die verbouwd zouden kunnen worden in de regio. En daar zijn we hard mee bezig. En ja, er is ruimte in de begroting voor opgenomen. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis, een vervolgvraag. Mevrouw Kamphuis: Een kleine vervolgvraag. Is er al zicht op? Want we zijn al ik weet niet hoe lang aan het zoeken. Mevrouw Hulswit: Ja, er is zicht op. De voorzitter: De heer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, 2 vragen eigenlijk. We hebben het over, aan de ene kant zijn we een voordeelgemeente en aan de andere kant zijn we structureel een nadeelgemeente. Ik was even benieuwd, hoe is dat ontstaan? Is dat logisch? Hebben andere van die 43 gemeenten in Nederland die zo'n rol hebben dat ook? Want het is al sinds 2015, wat ik begrijp. Ik was even benieuwd, hoe ontstaat zoiets en is dat verklaarbaar? En de 2e vraag die ik had, daar kom ik zo terug. De voorzitter: Mevrouw Hulswit. Mevrouw Hulswit: Dat is een logische vraag. Ik wilde het zo compact mogelijk houden. Vandaar dat ik die informatie nu er niet in heb gezet. Maar waar het eigenlijk om gaat, is dat het een overblijfsel is uit de overzetting van de AWBZ naar de Wmo, waarin er vanuit het Rijk een calculatie is gemaakt op basis van bepaalde kaders.
En eigenlijk bleek al vrij snel dat die calculatie niet bleek te kloppen en die steeds verder uit de pas gaan lopen. En daarbovenop komt dat voor maatschappelijke opvang steeds ook geen correctie is gemaakt. Dat heeft gevolg dat de kosten voor maatschappelijke opvang, ook als je kijkt in de samenleving, we zien natuurlijk steeds vaker mensen op straat, we hebben steeds meer vormen van dakloosheid waar we iets mee moeten. Die kosten blijven oplopen en de compensatie vanuit het Rijk blijft daar gewoon schromelijk bij achter. Maar dat komt eigenlijk voort uit een calculatie die in mijn ogen gewoon nooit heeft geklopt vanaf het begin. En daarop aanvullend, daar zal ik heel kort over zijn, is dat er al 4 jaar ongeveer in de Tweede Kamer een voorstel klaarligt wat maar niet verder behandeld wordt. Dat zou gaan over een nieuwe verdeelsleutel voor de middelen voor beschermd wonen, terwijl dat voor maatschappelijke opvang nog steeds überhaupt niet het geval is. Dat is ook de reden waarom nu het moment is om deze bestemmingsreserve in te stellen, omdat wij verwachten dat op moment dat dat voorstel alsnog wordt behandeld in de Tweede Kamer, dat ze op dat moment de middelen voor beschermd wonen zullen gaan terugschroeven. En zolang ze niks doen aan de middelen op maatschappelijke opvang, dan kunt u uitrekenen, denk ik, dat dat betekent dat ons overschot wegvalt op den duur.
En als wij niet gecompenseerd worden op maatschappelijke opvang, stevenen we af op een miljoenentekort. 24 De voorzitter: De heer Katif was eerst. Maar had u een vervolgvraag? De heer De Heer: Voorzitter, ik had net een tweede vraag die ik nog even bewaarde. Maar als ik hem nog zou mogen stellen … De voorzitter: Dat klopt. Gaat uw gang. De heer De Heer: De nieuwe samenwerkingsovereenkomst werd naar gerefereerd. Ik was benieuwd of dat het ook als doel heeft om een betere spreiding of de verantwoordelijkheid, ik wilde bijna last zeggen, maar de verantwoordelijkheid die we dragen beter te verdelen. Is daar iets over te zeggen, over hoe dat nu met deze nieuwe samenwerkingsovereenkomst ook uiting krijgt? Mevrouw Hulswit: Ja. De eerste resultaten zijn er eigenlijk al en die zijn heel positief. We hebben gezien dat Gorkum in, ik moet het even goed uit mijn hoofd zeggen, eind november bij ons heeft aangeklopt en heeft aangegeven, wij zijn eigenlijk wel bereid om een extra winteropvang te realiseren voor dak- en thuislozen. Dat hebben we heel snel van de grond kunnen krijgen. En ook heeft de gemeenteraad van Gorkum onlangs akkoord gegeven op het realiseren van een aantal Skaeve Huse, ook om dat stukje uit te breiden. Er zijn ook andere gemeentes die hard aan het werk zijn, Zwijndrecht onder andere, om voorzieningen te gaan realiseren.
Ik durf nog niet keihard te zeggen dat het correlationeel is, maar ik denk wel dat we kunnen zeggen dat er in ieder geval beweging is. De voorzitter: De heer Katif. De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. Ik zit te twijfelen of ik de vraag aan de ambtelijke organisatie zou moeten stellen of aan het college zelf. Want de agendering die Beter voor Dordt heeft gemaakt ging namelijk niet over de twijfel over het feit dat dit wel of niet nodig is, een warm hart toe. Dat is allemaal prima. Waar het mij om ging is namelijk de positie van de raad. En daar heb ik een aantal vragen. Maar nu in één keer weet ik niet meer of u die vragen wel of niet zou beantwoord. Het gaat om het budgetrecht van de raad. Dat kan ik bij de ambtelijke organisatie niet vragen. En dat is namelijk juist ervoor geweest. Daarom heb ik de vragen gesteld, daarom heb ik het geagendeerd. Ik zit hier eigenlijk met een dubbel gevoel. Wat moet ik nou doen? Moet ik dit gaan amenderen met een amendement? Wat moet ik doen? Voorzitter, ik geef een voorbeeld waarom ik dat ... Een van de vragen is, waarom is er gekozen voor een integrale autorisatie van 33 miljoen in plaats van jaarlijkse besluitvorming? Welke concrete besluiten kan de raad de komende 4 jaar nog daadwerkelijk nemen? Ik zie iemand schrijven. Hartstikke goed.
Op welke momenten kan de raad dat bijsturen? Welke juridische en financiële ruimte houdt de raad over nadat deze reserve is ingesteld? Welke alternatief is onderzocht? En zo kan ik verder. Het gaat namelijk om budgetrecht van de raad, dat ieder jaar dat terug moet komen. En als je aan ons vraag, zet een bestemmingsreserve, dan zeg je in principe, voor 3,5 jaar geef ik je een carte blanche en doe je best. Je hebt het over een investering … Ik zie geen uitvoeringsprogramma's op dit moment. Wat wordt daarmee gedaan? Welke projecten zijn dat? De intentie, uitstekend. Geen enkel probleem. Maar er zit wel een recht van de raad en die wil ik wel even gepoint hebben. 25 De voorzitter: Ik heb net begrepen dat het deels terugkomt in het tweede deel van de presentatie. Laten we dat ook even afwachten. En daarna kunnen we met zijn allen … De heer Katif: Ik dacht dat u klaar was. Dan heb ik voor mijn beurt gesproken. Dank u wel. De voorzitter: Laten we even afwachten, de heer Katif. En aan het einde van de vergadering kunnen we even kijken hoe we verder kunnen gaan. Ik heb nog mevrouw De Vries en dan de heer Schouten. En dan gaan we verder met het tweede deel. Mevrouw De Vries: Dank u wel, voorzitter. U had het net over een uitgesteld besluit vanuit de overheid. Gaat dat over het woonplaatsbeginsel? De voorzitter: Mevrouw Hulswit. Mevrouw Hulswit: Ja, dat gaat over het woonplaatsbeginsel.
De voorzitter: Een vervolgvraag? Mevrouw De Vries: Dan heb ik eigenlijk twee vragen. De eerste is, wat zijn de gevolgen als het verder wordt uitgesteld? Maar ook, wat zijn de gevolgen voor de opgave als dit wel van kracht wordt? Wordt de opgave voor Dordrecht dan meer of minder of blijft dat gelijk? Voor de opvang. De voorzitter: Mevrouw Hulswit. Mevrouw Hulswit: Ik moest heel even over uw tweede vraag nadenken. Wat als het verder wordt uitgesteld? In principe zijn wij nu in de bevoorrechte positie dat wij een flink overschot hebben op beschermd wonen. Voor de middelen is het vrij gunstig, al zij het dat we voor maatschappelijke opvang nog steeds wel tekortkomen, maar die compensatie kunnen we op dit moment makkelijk dragen. In die zin is het voor ons niet financieel ongunstig als het wordt uitgesteld. Het heeft natuurlijk inhoudelijke consequenties. Het woonplaatsbeginsel, heel in het kort, heeft ermee te maken dat de financiële verantwoordelijkheid voor de mensen die gebruikmaken van zorg verplaatst van de gemeente waar de voorziening staat, naar de gemeente waar de cliënt vandaan komt.
Dat zou kunnen betekenen dat er voor Dordrecht zelf, mensen die nu in Dordrecht zitten in een voorziening, en daarom ook die spreiding, er zitten nu relatief veel mensen in Dordrecht, dat dat mensen kunnen zijn uit Alblasserdam, waar Alblasserdam dan financieel verantwoordelijk voor is, terwijl wij daar nu financieel verantwoordelijk voor zijn. De voorzitter: Een kleine vervolgvraag, want daarna komt mijnheer Schouten nog. En ik wil echt verder gaan. We hebben nog kleine 30 minuten. Mevrouw De Vries: Ik begrijp dan niet zo goed wat daar de financiële consequenties van zijn. De voorzitter: Mevrouw Hulswit. 26 Mevrouw Hulswit: Het is een heel complex onderwerp, want het gaat ook over een aanpassing in de verdeelsleutel van de middelen die we krijgen vanuit het Rijk. Dat is best wel een heel technisch verhaal. Ik weet niet of dat nu heel handig is, om dat helemaal te beantwoorden. Maar het is een combinatie van het woonplaatsbeginsel waarin de verantwoordelijkheid van de gemeente, die kosten draagt voor de cliënt wijzigt, in combinatie met het feit dat het Rijk heeft voorgesteld dat de middelen die nu allemaal naar de centrumgemeenten komen, dat die voortaan via een nieuwe verdeelsleutel naar de lokale gemeentes gaan. Dat zou betekenen dat de centrumgemeente minder middelen krijgt, maar nog wel de verantwoordelijkheid draagt om deze taken uit te voeren en die weer moet ophalen.
Maar het wordt heel technisch op deze manier. Zou u hem dan nog één keer willen herhalen? De voorzitter: Even een herhaling van uw tweede vraag. Mevrouw De Vries: Wat het gevolg is voor de opgave voor opvang als dat woonplaatsbeginsel wel wordt ingevoerd. Want als ik u goed hoor, betekent dat dat wij in Dordrecht dan minder mensen zouden moeten opvangen. Of is mijn redenering verkeerd? De voorzitter: Mevrouw Hulswit. Mevrouw Hulswit: Dat voorstel van de Tweede Kamer heeft in principe geen invloed op waar een voorziening staat. Het kan nog steeds zo zijn dat het Leger des Heils in Dordrecht zit en dat de mensen uit de regio naar Dordrecht komen. Maar het kan wel gevolgen hebben voor de financiering van de mensen die in het Leger des Heils vervolgens plaatsnemen. De voorzitter: De heer Schouten. De heer Schouten: Voorzitter, ik ben gewoon benieuwd wat we kunnen doen als een gemeente bijvoorbeeld opvang weigert die ze wel nodig hebben, maar niet willen vanwege bijvoorbeeld de overlast van dak- en thuislozenopvang. De voorzitter: Kunt u uw vraag herhalen? De heer Schouten: Ja. Ik zei, wat als een gemeente wel dak- en thuislozenopvang nodig heeft, maar die structureel weigert omdat ze haar inwoners niet met de overlast wil opzadelen? Hoe kunnen wij hun dan motiveren om wel die opvang te realiseren? De voorzitter: Dat is een politieke vraag. U kunt hem anders stellen.
Het is een politieke vraag. U kunt hem technisch maken. De heer Schouten: Hij was niet uit politiek, volgens mij. Het was niet het was niet politiek bedoeld, in ieder geval. De heer …: Dat voorstel wat nu voorligt, beoogt dat deels te doen door een financiële prikkel in te bouwen. Doordat we zeggen, we hebben overschotten en we delen dat niet 27 uit, dus u kunt voorzieningen doen. En wat nog niet gezegd is, is de nieuwe verdeelsleutel, die in de nieuwe overeenkomst zit, die gaat meer richting het aantal voorzieningen wat je in een gemeente realiseert. Degenen die meer voorzieningen hebben, krijgen ook een groter deel van het voordeel. Er zit eigenlijk nu ook een financiële prikkel in bij die andere gemeenten om meer te doen. In theorie denk ik dat je ook nog vanuit de gemeente het in een andere gemeente zou kunnen regelen. Een beetje zoals het COA het weleens doet. Ik koop een hotel in de gemeente. Maar dat zou ik afraden. De voorzitter: Het laatste stukje niet. Het begin wel. Laten we verdergaan met het tweede deel. Mevrouw De Jong. Mevrouw De Jong: Een technische vraag. Beter voor Dort heeft de vraag gesteld over de bestemmingsreserve en de financiële keuzes, welke gevolgen die hebben voor de begrotingsruimte. En de opmerking dat de raad eerst de gelegenheid moet krijgen om alternatieve risico's en de borging van de raad zorgvuldig te bespreken.
Er zit een stukje politiek in deze vraag. Wij beantwoorden het technische gedeelte zover wij hem kunnen beantwoorden, maar wij gaan op dit moment op de politieke onderwerpen in die uit deze vraag ook kunnen doorklinken. De investeringsagenda. De focus op die investeringsagenda is als volgt. Wat we nu missen in de regio of wat we te kort hebben, is voorzieningen voor mensen met een combinatie van psychiatrische en verslavingsproblematiek en/of ook nog een verstandelijke beperking daarbij. Verder zien we op de wachtlijst op dit moment een vrij grote groep van jeugdigen, 18 tot 27. In het verleden is dat anders geweest, maar het zijn vrij veel jongeren met iets in het autistisch spectrum. En daar hebben wij op dit moment geen passende voorzieningen voor, dus die staan lang op de wachtlijst. We hebben voor dit onderzoek gebruikgemaakt van het onderzoek en HHM-rapport. Dat hebben we hernieuwd. Dat was in het verleden al. We hebben dat hernieuwd. We hebben ook wat onderzoek gedaan bij de consulenten van de SCD. We hebben ook op de wachtlijst gekeken en een inventarisatie gemaakt van, wat is er nu echt nodig? En wat er dan echt nodig is, is meer Skaeve Huse, veel voorzieningen voor jongeren, vrouwenopvang, een nieuwe locatie en ook uitbreiding van vrouwenopvang. Een winteropvang in een ander gedeelte van de regio. Ze hebben Dordrecht, maar de regio is groot.
Mensen willen niet echt naar Dordrecht reizen. En een Domus+. En dat is ook voor een combinatie van verslaving met een verstandelijke beperking en/of psychiatrische problematiek. Er is best veel nodig. Waarom dan nu? Mijn collega is daar al op ingegaan, maar we zijn nu nog voordeelgemeente. We weten dat als er een nieuwe regeling komt waarbij er op termijn afgebouwd gaat worden met de nieuwe verdeelsleutel. We weten niet of die komt, we weten niet wanneer die komt. Maar we weten, als die komt, zal het pas vanaf 2028 kunnen, dat hij zou komen. En daarom willen we eigenlijk nu de bedragen die we overhouden op ‘26 en ‘27 opsparen en in een bestemmingsreserve zetten. Die nieuwe samenwerkingsovereenkomst biedt ruimte. Er is al hard gewerkt het afgelopen jaar om de perverse prikkel die er is, dat als je niks doet, dat je aan het eind heel veel overhoudt. Dat is nu het geval. Er wordt niks gerealiseerd, dan houden we per jaar ongeveer 15 miljoen over. Er is, je zou kunnen zeggen, een perverse prikkel om er vooral niks te doen. Met deze bestemmingsreserve in combinatie met de samenwerkingsovereenkomst, je krijgt niet zomaar geld uitgekeerd.
Maar pas als we de komende 2 jaar alle wensen die we hebben, maar dat is 28 niet echt een wens, hoor, het is echt nodig echt benodigd, als we die gealloceerd hebben en daar zijn serieuze plannen voor ingediend, dan kunnen we wat overblijft weer gaan uitkeren. Deze jaren zijn ook nog belangrijk om dat te doen, omdat we weten dat het voor de gemeente waarschijnlijk zwaardere jaren nog misschien gaan worden in ’28. En dan hebben we ook weer de gelden die we dan eventueel overhouden, die komen ook weer vrij. We kunnen meerjarig investeren. Voor ‘26 en ‘27 zet je het dan vast. Maar de realisatie daarvan kan natuurlijk ook tot en met 2030-2031 plaatsvinden, omdat we allemaal weten dat bouwen niet een plan is wat je vandaag maakt. Het is niet morgen gerealiseerd. Maar we zetten dan alleen de gelden voor ‘26 en ‘27 vast. Dat gaat om een bedrag van om en nabij de 30 miljoen en daar kunnen we heel veel voor realiseren. Dit sluit aan bij die opdracht om ook meer voorzieningen in de regio te gaan realiseren. De prikkel is anders. De verdeelsleutel van het geld wat overblijft, is ook anders. Hoe meer je in je gemeente gerealiseerd hebt, hoe meer je ook krijgt van de overschotten. Als je niet realiseert, dan komt er ook heel weinig geld naar je toe van wat overblijft. Op meerdere vlakken is eraan gewerkt om het realiseren ook in die gemeenten interessant te maken.
En dan is natuurlijk, wat er dan aan zit te komen, dat er in Den Haag over wordt gesproken, dat het wellicht een ander verdeelmodel gaat worden. Dan weten we ook niet wat we dan nog hebben, vanaf 2028. Dan de link met de Perspectiefnota. Die Perspectiefnota staat ook over 2 weken voor ter besluitvorming bij u. En daarin we noemen de bestemmingsreserve en de bestemmingsreserve heeft een link met de Perspectiefnota. Hij moet er eerst zijn, de bestemmingsreserve, anders kan hij niet gevuld worden in de Perspectiefnota. In die zin hangen die 2 met elkaar samen en moeten in samenhang besloten worden. Wat is dan het effect van die bestemmingsreserve op het budget van de gemeenteraad Dordrecht? Zoals het eigenlijk nu al is, er wordt nu ieder jaar, ook in Dordrecht, rekening mee gehouden dat wij overhouden op die begroting. En dat geld komt naar Dordrecht toe. Die verdeelsleutel is voor de hele regio, dus de hele regio die profiteert van het geld dat overblijft. En nu we dat natuurlijk vast willen gaan zetten, zit het ook voor Dordrecht vast. Dat betekent wat. Het mandaat van de raad wijzigt niet. Het zit in een exploitatiebegroting. We voegen het voor 2 jaar toe aan de reserve en we smeren het iets langer uit. Het budget verandert eigenlijk niet, per saldo. Het staat alleen vast. Maar wel in die 2 jaar is er wat ruimte. Je kunt wat flexibeler werken.
En u moet zich voorstellen, wij werken in de regio. Zoals mijn collega vertelde, Skaeve Huse is besloten in Gorkum. Als dat daar in de raad moet voor de locatie en dan bij ons nog in de raad voor de financiën, dan ben je een heel eind verder alweer in de tijd. Die Skaeve Huse in Gorkum, dat gaat nu om nieuwbouw. Maar stel dat het gaat om een pand dat je wil kopen en je moet in 2 raden besluitvorming doen, dan is het pand gewoon weg. Dan ben je minder flexibel. Dat betekent wel, Dordrecht is de enige raad die bepaalt over het budget, maar binnen dat budget heeft het college dan meer ruimte om te schuiven als die agenda is vastgesteld. We weten niet hoe het in de toekomst eruit gaat zien. Het geld komt weer bij ons terug. Dat is eigenlijk wat ik net ook al vertelde. Er verandert op zich niks aan de grote bedragen. Het staat alleen vast totdat er een voorstel is waardoor de hele agenda gevuld is. Wat zijn alternatieven? Als u niet akkoord gaat met een bestemmingsreserve, wat zijn dan mogelijke alternatieven? We hebben er een aantal op een rij gezet. Het zou mogelijk zijn om geen reserve aan te leggen, maar om jaarlijks te kijken, wat is er in dat jaar uitgegeven of op papier vastgezet? En wat dan overblijft, om dat dan door te schuiven 29 naar het volgende jaar. Dan heb je een jaarlijks afwegingsmoment voor de raad. Er zijn dan wel extra administratieve handelingen.
En we hebben een samenwerkingsovereenkomst afgesproken en daar zijn we dan natuurlijk wel van in afwijking. Dan zullen we opnieuw daarvoor naar de regio moeten. Wat ook nog zou kunnen, is dat je per investering die je doet naar de raad gaat. Dan is er voor iedere investering dat afwegingsmoment. Het nadeel is, is dat het dan echt gaat vertragen in de realisering, omdat we echt heel vaak bij u langs moeten gaan komen. En we kunnen dan inderdaad niet zoiets doen als iets op de markt kopen, een bestaand pand kopen. Dat zou niet kunnen. Natuurlijk als we hier in Dordrecht een bestaand pand kopen, dan moeten we denk ik ook bij u terugkomen. Maar stel dat Zwijndrecht een pand koopt, dan hoeven ze alleen maar daar naar de bestemming te gaan kijken en dat hoeft dan niet in de Dordtse raad daarna ook nog vastgesteld gaan te worden. Een andere optie die er is … De voorzitter: De heer Katif. De heer Katif: Dat laatste heb ik niet helemaal begrepen. Als het in Dordrecht is, dan is er niks aan de hand. Dan kunnen we hier wat regelen. Maar als het ergens anders is, dan is het moeilijk. Mevrouw De Jong: Het is eigenlijk andersom. Als er bijvoorbeeld in Zwijndrecht of in Gorkum een locatie voor een te bouwen project is, dan ga je natuurlijk wel met de bestemming van de grond kijken en de raad of dat allemaal volgens de plannen verloopt.
In Dordrecht heb je dan de financiële vaststelling, maar die hebben we met een bestemmingsreserve al gedaan. Als het gaat om een Dordtse locatie, dan zullen we in Dordrecht wel bij u langs moeten komen, tenzij dat ook al in die reserve is opgenomen. Het is echt technisch. Je mag aanvullen. De heer …: Misschien als aanvulling. Dat gaat erom dat als je iets in eigendom verwerkt als gemeente, dan heb je een investering in materieel vast actief. Dat vraagt een investeringskrediet en die worden los geautoriseerd door de raad, los van de exploitatiebegroting. Als wij een bijdrage doen in een pand van Zwijndrecht, dan kan dat gewoon via de exploitatie en dan past het in het mandaat wat het college nu heeft. Mevrouw De Jong: Een 3e alternatief wat wij nog zien dat is dat we niet een reserve aanleggen van 2 jaar, maar een reserve van 3 jaar. Niet 2 keer 15 miljoen, maar 3 keer 10 miljoen. Dan blijft er inderdaad toch wat meer geld over nog om te verdelen en dan komt er iets meer terug naar de Dordtse begroting. Ook dan zullen we de samenwerkingsovereenkomst die is afgesloten, daar zullen we dan opnieuw naar moeten gaan kijken. Dan moeten dingen worden aangepast. En het betekent ook dat je in het 3e jaar, in 2028 zou er, zoals we het nu hebben opgesteld, best wel veel weer veel vrij kunnen vallen. En dat is dan natuurlijk weer minder. Het totaalbedrag is om het even.
De voorzitter: De heer de heer Den Heijer. U had een vraag. De heer Den Heijer: Ik zat nog een beetje na te denken over die verdeelsleutel. Dat gaat over nieuwe voorzieningen die gecreëerd moeten worden, zoals ik hem begrijp. 30 Tegelijkertijd geeft u ook aan dat we gevoeglijk kunnen zeggen dat 75 procent van alle opvangvoorzieningen in Dordrecht zit van de regio. En het in evenwicht brengen van de bestaande voorzieningen, is dat ook meegenomen hierin ook de verdeelsystematiek? Mevrouw De Jong: Ja. Die is zeker meegenomen. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel. Er zijn ook mensen die nu in zware ggz-problemen vallen. En die autistische kinderen en volwassenen worden op dit moment niet op de juiste manier geholpen of wel? En wat gaat er in de toekomst veranderen? De voorzitter: Mevrouw De Jong. Mevrouw De Jong: Het klopt dat er op de wachtlijst veel van dat soort jongeren staan. Die krijgen nu wel begeleiding. Die krijgen extramurale begeleiding vanuit huis, maar soms gaan ze al een eind 20 in en die blijven natuurlijk bij hun ouders totdat er een instelling is waar ze zelfstandig zouden kunnen wonen. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis, een vervolgvraag. Dank u wel. Mevrouw Kamphuis: Maar ik weet dat daar ook mensen bij zitten die zichzelf wat aan willen doen. En die worden dan met spoed gedwongen opgenomen. Dat kost natuurlijk veel meer geld.
Kunnen we dat niet op een of andere manier voorkomen, technisch gezien? De voorzitter: Kunnen we dat technisch gezien voorkomen? Mevrouw Hulswit: Dat is een hele technische vraag. Het is een feit dat er op dit moment veel schrijnende gevallen op de wachtlijst staan dan een jaar of 5 geleden. En dat de mensen die op de wachtlijst staan over het algemeen eigenlijk niet echt meer de ruimte hebben om te wachten. Daarom is het van groot belang dat we die voorziening realiseren. Dat heeft ook te maken met het feit dat er wel een voorziening is voor mensen met autisme, maar het duurt vrij lang voordat de doorstroom daarin ... Mensen zitten relatief lang in die specifieke voorziening. Wij denken dat we technisch gezien een deel van de oplossing hebben als we wat er op de investeringsagenda staat kunnen gaan realiseren. De voorzitter: De heer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, ik denk, de politieke vraag zat heel erg op grip en invloed ook op dat wat er nu gebeurt. Ik snap dat ik aan de ambtelijke organisatie geen toezegging kan vragen, maar ik was wel benieuwd, als dit zo zou passeren, hoe worden wij dan als raad wel de komende tijd meegenomen in de voortgang? Of is daar al een idee over? Laat ik het zo zeggen. En zo niet, dan is dat ook een antwoord.
Een het tweede was, stel dat een van de andere gemeenten in die samenwerking voornemens is om die samenwerkingsovereenkomst te herzien. Is dat mogelijk? 31 En zo ja, zou dat dan een moment kunnen zijn of is daar een bepaald automatisme dat wij daar in ieder geval over worden geïnformeerd? Dat er iets gebeurt, dat er iets wordt herzien en dat dat ook invloed heeft op ons. De voorzitter: Mevrouw Hulswit. Mevrouw Hulswit: De eerste vraag kan ik beantwoorden door het feit dat we in principe al jaarlijks terugkomen bij de raad met een raadsinformatiebrief, waarin we de stand van zaken rondom de verantwoordelijkheden van de centrumgemeente toelichten. Daar krijgt dit gewoon een plek in. En de tweede vraag heb ik niet goed gehoord omdat ik in discussie was over of het een politieke vraag was, de vorige. Sorry. De voorzitter: De heer De Heer. De heer De Heer: Dat vermoedde ik al. Maar geen probleem om hem nog een keer te stellen. Is het mogelijk dat een van de andere gemeenten bijvoorbeeld die samenwerkingsovereenkomst tussentijds herziet? En is dat dan een automatisch moment dat wij daar ook over worden geïnformeerd, dat dat zich voordoet en wat de effecten daarvan zijn? De voorzitter: Mevrouw Hulswit. Mevrouw De Jong: Een samenwerkingsovereenkomst staat echt vast voor de komende jaren. Die staat voor 4 jaar vast.
De voorzitter: De heer De Heer, nog een vervolgvraag? De heer De Heer: Misschien nog aanvullend. Er werd eerder gezegd dat als wij dat besluiten, dan moet onze wethouder weer de regio in om weer die samenwerkingsovereenkomst te herzien. Vanuit die gedachte dacht ik, als dat vanuit Dordrecht mogelijk is, zou dat vanuit andere gemeenten dan ook kunnen. Vanuit die gedachte de vraag. De voorzitter: Mevrouw Hulswit. Mevrouw Hulswit: Juridisch gezien is dat natuurlijk mogelijk. Je kunt je uit een samenwerkingsovereenkomst terugtrekken, maar ik begeef me nu wel een beetje op glad ijs, want ik ben geen jurist. Maar in de aanloop naar het komen tot deze overeenkomst is deze discussie wel gevoerd, of dat iedereen zou gaan tekenen. Maar dat heeft geen directe consequenties voor de verantwoordelijkheden van ons centrumgemeente. Dat kan betekenen dat een gemeente zich terugtrekt uit … Mijn collega zegt, dat zou zelfs een financieel voordeel kunnen betekenen voor Dordrecht. Want wij krijgen gewoon als verantwoordelijke centrumgemeente de middelen. En als een andere gemeente besluit niet te willen aansluiten bij die overeenkomst om samen te werken, dan kunnen zij dat doen. Maar dat betekent niet dat zij de middelen krijgen die wij in de centrumgemeente regio hebben. Mevrouw De Jong: Er zitten voordelen en nadelen aan zo'n overeenkomst voor iedereen die meegetekend heeft.
32 De voorzitter: Een hele korte, want ik heb nog drie personen die een vraag willen stellen. De heer De Heer: Het zit hem echt inderdaad in dat scenario-denken. Omdat stel dat dit passeert, dan spreek je af, op basis van deze samenwerkingsovereenkomst, deze gemeenten, ga je dit doen. En dan ben ik gewoon meer benieuwd, als er dan tussentijds iets significante zou wijzigen, is dat dan automatisch dat wij daarover worden geïnformeerd? Omdat je dan op basis van deze informatie hebt ingestemd. Stel dat er iets wijzigt, significant, omdat de gemeente zich zou bewegen een andere kant op dan we hadden voorzien, worden wij daar dan over geïnformeerd? De voorzitter: Mevrouw Hulswit. Mevrouw Hulswit: Ja, het lijkt mij dat we dat in de RIB zullen doen. De voorzitter: Mevrouw Van den Aardwegh. Mevrouw Van den Aardwegh-van Leeuwen: Dank, voorzitter. Ik had nog losstaand van deze vraag een andere vraag. We hebben de laatste jaren heel veel overschotten. Dat werd verteld. Daarentegen hebben we wel wachtlijsten. En het hele verhaal van het overschrijven van de pot en dat we daardoor verder gaan, dat is me helder.
Maar ik vraag me wel af, hoe komt het dat we overschotten hebben terwijl we wachtlijsten hebben? Wat is daar de reden van? En is er dan ook garantie dat als er zo'n mooie pot komt, dat we ook daadwerkelijk aan de slag gaan om zo'n lijst voor elkaar te krijgen? Dat we over 2 jaar niet nog een keer zitten met, de wachtlijsten zijn er nog en we hadden die pot wel. De voorzitter: Mevrouw Hulswit. Mevrouw Hulswit: Volledige 100 procent garantie durf ik u niet te geven, maar ik denk wel dat we met deze huidige samenwerkingsovereenkomst nu echt iets in handen hebben waar iedereen zich aan gecommitteerd heeft. En waar ook alle gemeenten zonder uitzondering hebben ingetekend om een specifiek aantal voorzieningen te gaan realiseren. En daar wordt op dit moment ook aan gewerkt. En ik loop nu ongeveer 5 jaar mee op deze dossiers en ik zie dat dat echt wel een significante verbetering is ten opzichte van wat er bijvoorbeeld in de vorige 4 jaar gerealiseerd is. De voorzitter: Mevrouw De Vries. U wilde een vraag stellen. Mevrouw De Vries: Ik was nog een beetje aan het proberen het helder te krijgen voor mezelf, dat wanneer de financiering vanuit het Rijk verandert, klopt het dan dat niks veranderd aan deze reserve en hoe die besteed gaat worden? Mevrouw Hulswit: Dat klopt, omdat wij weten vanuit Den Haag dat in de besluitvorming op zijn vroegst in 2028 de wijziging in zou kunnen gaan.
Dat is nadat dit overschot ... Daarom hebben we die overschotten ook voor ’26-‘27 als voorstel ingediend, omdat we dan nog volledig vrij zijn van eventuele gevolgen vanuit het Rijk. En we weten ook dat in de oorspronkelijke plannen, en ik zeg daarbij oorspronkelijk, maar in de oorspronkelijke plannen zou er worden gewerkt met een afbouwscenario, waarin we ongeveer na 5 jaar 33 op 0 zouden komen te staan. Dat we nog vanaf het moment dat er gestart wordt met het nieuwe verdeelmodel, we in 5 jaar ongeveer minder middelen krijgen. De voorzitter: Een vervolgvraag? Mevrouw De Vries: Ja, een korte vervolgvraag. Zouden de omliggende gemeenten dan geen aanspraak proberen te maken op dat geld, omdat ze het dan zelf nodig hebben? Mevrouw Hulswit: Dat model waar ik net naar verwees, dat voorziet in een opbouw- en een afbouwsystematiek. Ik ben wat voorzichtig, omdat het al een paar jaar geleden is dat ze hier voor het laatst echt naar gekeken hebben en het ligt nog steeds stil. Maar in die opbouw- en afbouwsystematiek zouden de middelen die de centrumgemeente krijgt moeten aflopen, afbouwen. En tegelijkertijd zouden de middelen die naar de individuele gemeentes van de regio gaan moeten opbouwen, zodat uiteindelijk al die gemeentes de middelen hebben om hun eigen cliënten ook daadwerkelijk te kunnen bekostigen. De voorzitter: De heer Katif. De heer Katif: Dank u wel, voorzitter.
Zoals u ziet, ik heb het aangeslingerd, maar tegelijkertijd heb ik heel goed zitten luisteren. En volgens mij zijn er ook een aantal dingen bij mij geland. Ik was in de veronderstelling dat er … Zoals de begrotingsmensen ook denken, je hebt vierjarige begrotingen, en ieder jaar komt hij gewoon even terug en daar moet je een accordering voor geven. Maar dit is iets heel anders. Het is een bestemmingsreserve wat hier eenmaal meegegeven wordt. Die heb ik wel zien aankomen, maar ik was niet helemaal overtuigd of dat zo is. En gezien datgene wat ik nu gehoord heb, denk ik, ik laat het oordeel zo meteen wel even. Mevrouw De Jong: Mag ik aannemen dat we het helder uit kunnen leggen? De heer Katif: Ja. Meer dan dat. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog vragen? Want anders wil ik de vraag stellen of er voldoende informatie is verzameld om de beeldvormende fase af te ronden. Kan het raadsvoorstel als hamerstuk naar de raad gaan of heeft u behoefte aan een oordeelsvormende commissievergadering? De heer De Heer. De heer De Heer: Ik zal een voorschot doen. Wat ons betreft goed technisch toegelicht. Het was een politieke vraag met een technische toelichting, maar wat ons betreft is dat voldoende comfort om ook het nut en ook de noodzaak hiervan in te zien. Om te zeggen, laten we dit doen. We horen ook hoe we worden geïnformeerd gaandeweg.
We horen ook over de duur van deze reserve, die 2 jaar, met alle toelichting daarbij. Voor ons is dat voldoende om te zeggen, laten we starten. Geen oordeelsvorming nodig, wat ons betreft, daarmee. De voorzitter: Ik kijk rond. Mevrouw Van den Aardwegh-van Leeuwen. Mevrouw Van den Aardwegh-van Leeuwen: Het CDA sluit zich daarbij aan, dat het voor ons ook een hamerstuk zou zijn. 34 De voorzitter: VVD ook. SP. VSP. Iedereen knikt ja. En dan besluiten we dat het als hamerstuk naar de raad gaat. Ik wil u bedanken voor de beeldvormende vergadering. Ik wil u verzoeken om de kopjes en flessen mee te nemen naar de hal. Dank u wel. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 14 juli 2026. De griffier, De voorzitter, G.J.P. van Soest N. Mol 35