CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.12 2026.06.30 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 14 juli 2026, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 23 en 24 juni 2026 en de Dordtse Dinsdag van 2, 9, 16 en 30 juni 2026 Vergaderzalen 1, 3 en 516.342 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT - DORDTSE DINSDAG D.D. 30 JUNI 2026 Vergaderzaal 5 1. Vaststellen Prognose Grondbedrijf 2026 - Raadsvoorstel Voorzitter: De heer Van de Breevaart Commissiegriffier: Mevrouw Bronsveld Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Aarden (Partij voor de Dieren) Dhr. Van Antwerpen (Beter voor Dordt) Dhr. Gündogdu (Op Ons Eiland) Dhr. Den Heijer (VVD) Mevr. Kamphuis (SP) Dhr. Katif (Beter voor Dordt) Dhr. Klerk (CDA) Dhr. Kolkiliç (DENK) Mevr. Nieuwland-van den Bosse (ChristenUnie/SGP) Dhr. Pauwels (GroenLinks-PvdA) Mevr. Van Valen (VSP Dordrecht) Dhr. In ’t Veld (VSP Dordrecht) Dhr. Visser (GroenLinks-PvdA) Dhr. Winters (D66) Portefeuillehouder: - Ambtelijke ondersteuning: dhr. Van Bommel, dhr. Nap De voorzitter: Ik open hierbij deze beeldvormende commissievergadering over het raadsvoorstel vaststellen prognose grondbedrijf 2026. Ik heet van harte welkom alle raad en commissieleden, de vertegenwoordiging van het college, wethouder Burggraaf ‘…’(00:00:23) door afwezigheid, zie ik. Maar mogelijk komt die nog binnen. Ambtelijke ondersteuning in de vorm van Thomas van Bommel, hartelijk welkom. En Albert Nap. Ik begreep om hem geestelijke bijstand te verlenen, zo nodig. Hartelijk welkom. Voor het verslag vraag ik de aanwezige raads- en commissieleden even hun naam en fractie te noemen.

En hetzelfde geldt natuurlijk voor de dame aan mijn linkerhand. Corine, als jij je wil voorstellen. Mevrouw Bronsveld: Corine Bronsveld, commissiegriffier. Mevrouw Van Valen: Sabine van Valen, VSP Dordrecht. De heer Katif: Jacques Katif, Beter voor Dordt. De heer Van Antwerpen: Dick van Antwerpen, Beter voor Dordt. 1 De heer Aarden: Tristan Aarden, Partij voor de Dieren. De heer Winters: Hank Winters, D66. De heer Klerk: Albert Klerk, CDA. Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: Eline Nieuwland, ChristenUnie/SGP. De heer In ’t Veld: Richard in ’t Veld, VSP. De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu, Op Ons Eiland. Mevrouw Kamphuis: Meta Kamphuis, SP Dordrecht. De heer Kolkiliç: Masum Kolkiliç, DENK. De heer Pauwels: Sam Pauwels, PRO Dordrecht. De heer Visser: Lennard Visser, PRO Dordrecht. De heer Nap: Albert Nap, teamleider grondzaken. De heer Van Bommel: Thomas van Bommel, adviseur grondzaken. De voorzitter: En ik ben Hans van de Breevaart, ik mag vanavond uw voorzitter zijn. Ik wil jullie wel allemaal vragen, al jullie namen ken ik nog niet zo goed dat ik ze allemaal uit mijn hoofd weet, dus als jullie je kaartjes echt allemaal even richting deze kant willen zetten, graag. Jou ken ik ongeveer wel inmiddels. Lastige mensen ken ik het snelste. Dank jullie wel. De aanleiding voor deze commissievergadering. Om onze stad verder te kunnen ontwikkelen, hebben we als gemeentegronden in bezit.

Het grondbedrijf van de gemeente exploiteert deze gronden en jaarlijks krijgt de raad de prognose grondbedrijf voorgelegd, de financiële vertaling van de exploitatie van onze gronden. Maar wat zijn grondexploitaties nou precies? Hoe werken ze? Hoe zit het grondbedrijf in elkaar? Vanavond krijgt u een introductie op deze onderwerpen. En het is best complexe materie, dus voor zowel nieuwe als meer ervaren raadsleden goed om hierover bijgepraat te worden. Om te beginnen wordt er een presentatie gegeven door Thomas van Bommel. Ik heb begrepen dat dat tegen de 20 slides zijn, dus dat zal een groot deel van onze commissievergadering vergen. We hebben een uur de tijd. Ik heb begrepen dat het mogelijk is om tussentijds vragen te stellen. Dat kan betekenen dat we het eind van de presentatie niet gaat halen, maar dat is het risico wat onze ambtelijke ondersteuning graag loopt, zeiden ze. Laten we gewoon beginnen met de presentatie en vervolgens kijken hoever we komen. Ik geef op tijd aan wanneer we door onze tijd heen zijn en dan zien we wel. Vragen tussendoor welkom. Als jullie zeggen, het is niet heel dringend, het kan ook tot het eind nog wachten, wil ik daar aan het eind nog wel ruimte voor reserveren. Maar als het verduidelijkende vragen zijn die de presentatie helpen, dan is het goed om die tussendoor te stellen. Thomas, het woord is aan jou. De heer Van Bommel: Dank u wel.

Het werd al even gezegd, een complexe materie. Ik hoor ook al vaak dat het misschien een beetje saai materie is. We gaan proberen om het 2 in ieder geval op een manier uit te leggen dat het begrijpelijk is, ook omdat er ook wat nieuwe gezichten zijn die we misschien voor het eerst horen of voor het eerst zien. We hebben het een beetje in tweeën geknipt. Het gaat vooral uiteindelijk om de vaststelling van de prognose, maar om een beetje duidelijk te maken wat er wordt vastgesteld, leek het ons in ieder geval goed om snel, gezien de tijd, erdoorheen te gaan wat een grondexploitatie is en waar we het eigenlijk over hebben de hele tijd. In dat kader gaan we even snel kijken hoe een GREX is opgebouwd en waar het over. Even snel over risico's en risicobeheersing. Later zullen we nog rapporteren ‘…’(00:04:38) als grondbedrijf en de vermogenspositie van het grondbedrijf. Ook even goed helder maken wat dat inhoudt en dan komen we nog wel terug op sturing en besluitvorming, dus welke invloed de raad heeft op de projecten waarover hier wordt gerapporteerd. We hebben maar eens een klein voorbeeld gemaakt. Met fictieve getallen, zeg ik erbij. Het slaat niet op enig project. Het zijn geen euro's of wat dan ook. Of miljoenen euro's. Dat maakt niet even niet uit. In ieder geval, een grondexploitatie, dan hebben we een afgebakend gebied wat ontwikkeld wordt.

Daar kunnen verschillende soorten kosten bij komen kijken. Het kan mogelijk zijn dat de grond verworven moet worden. Ambtelijke inzet is eigenlijk altijd wel nodig. Er staat VTU. Dat gaat over toezicht en uitvoering, vooral buiten op de werkplaats en andere technische zaken. Dat gebied wordt bouwrijp gemaakt. Dat kost geld voor de gemeente. Qua volgorde wordt er dan vaak verkocht aan een ontwikkelaar en wordt het uiteindelijk ook woonrijp gemaakt. Dat betekent dat het openbaar gebied ingericht wordt en dat is ook iets wat kosten bij de gemeente voor komen kijken. En mogelijk zijn daarbij nog subsidies en bijdragen van andere instanties relevant. Niet altijd en soms wel. En om goed in te kunnen schatten wat die projecten meerjarig gaan kosten, want er zijn vaak wel ontwikkelingen die meerdere jaren duren, houden we daar ook rekening met toekomstige kosten- en opbrengststijging, die we natuurlijk niet weten, maar waar we ons best doen om daar iets zinnigs over te zeggen. En financieren in klassen, omdat er nou eenmaal rente wordt toegerekend aan zulke projecten. En onderaan de streep komt daar een eindwaarde uit wat de kosten en opbrengsten in de tijd zijn. Ik denk dat er een vraag is. De voorzitter: De heer Winters. De heer Winters: Dank, voorzitter. Ik weet niet of ik via de voorzitter moet spreken. Maar ik zie de opbrengsten komen bij de verkoop van bouwrijpe grond.

Ik zou zeggen … Tenminste, je hebt bouwrijp maken. Dat wordt verkocht. Maar woonrijp maken is inrichten openbaar gebied. Maar dat inrichten van het openbaar gebied, dat doet toch ook de gemeente? Of hoe moet ik dat voor me zien? De heer Van Bommel: Dat klopt. Dat doet de gemeente. Daarom staat hij ook bij kosten, omdat de gemeente kosten maakt om het openbare gebied in te richten en ook daar vaak de eigen wensen en ... De heer Winters: En dat wordt dan weer overgelaten aan de ontwikkelaar? De heer Van Bommel: Nee, die kosten zijn vaak voor de gemeente. Zo is het. We proberen natuurlijk met de grondopbrengsten die kosten terug te verdienen. In de praktijk is dat misschien niet altijd zo en kan het dan, als de gemeente dat, wil overwogen worden om dat alsnog te doen. 3 De voorzitter: Voldoende beantwoord? De heer Nap voor aanvullend. De heer Nap: Ik wil toch nog wat geestelijke ondersteuning leveren, omdat ik de behoefte voel om daar nog wat meer duiding aan te geven. Die grondexploitatie is eigenlijk niks meer of minder, en dat staat daar ook, dan het saldo van de door de gemeente te maken kosten en te realiseren opbrengsten. En daar horen al die kosten, die collega Thomas van Bommel net noemde, bij, maar ook al die opbrengsten. En daar rolt een saldo uit en dat is voor de gemeente het resultaat.

En dat verschil ten opzichte van een situatie waar een ontwikkelende partij zijn eigen bezit ontwikkelt, waarbij wij soms een rekening sturen naar die partij voor dekking van kosten die wij gemaakt hebben. Maar hier investeert de gemeente echt als eigenaar in grond, die ontwikkelt zij en daar heeft zij een resultaat van. De heer Van Bommel: Misschien dat we als voorbeeld een kostendekkende ontwikkeling kunnen doen. Maar dat is helaas niet gelukt. Even orde van grootte waar we het over hebben, als we het over het grondbedrijf hebben. Als stad hebben een algemene reserve en ook het grondbedrijf heeft een algemene reserve. Die is flink groter dan die van de stad en dat komt ook omdat er gewoon meer financiële risico's bij komen kijken. Naar verhouding kunnen we die zien op het plaatje. Het zijn weliswaar de cijfers van de afgelopen begroting, maar het beeld is nog steeds ongeveer hetzelfde, dat zowel de risico's als daardoor ook de reserve bij het grondbedrijf groter is dan bij de rest van de stad. Als we het hebben over risico's, dan onderscheiden we binnen het grondbedrijf eigenlijk 2 soorten risico's, om het zo maar te zeggen. We kijken altijd ieder jaar naar de verwachte prijsontwikkelingen in de markt. En omdat die nu eenmaal onzeker zijn, maken we daar een aantal scenario’s op.

En die kunnen zowel van positieve als negatieve impact zijn op het resultaat, maar in ieder geval voor die scenario's stellen we ook risico's op die afgedekt worden in reserve grondbedrijf. En daarnaast kijken we binnen ieder project, en we komen er straks nog op meer dan 20, welke specifieke risico's dat gebied loopt. En dat gaat dan wel duidelijk om risico's die binnen dat kader van het project vallen, bijvoorbeeld risico's dat de grond vervuild is of andere situaties die voor die locatie in het bijzonder gelden. Daarnaast kan het voorkomen dat er een plankaderwijziging wordt voorgesteld, maar die vragen expliciet een besluit door de gemeenteraad. Vandaar ook dat het woord sturing hier genoemd wordt, waar de gemeenteraad echt de keuze heeft om wel of niet een plan bij te stellen. De voorzitter: De heer Nap voor een aanvulling. De heer Nap: Een kleine aanvulling. Wat belangrijk is om te duiden voor de cijfers die we vanavond laten zien, zijn dat alleen maar cijfers waar u als raad al over heeft besloten. Er liggen geen nieuwe voorstellen voor, bijstellingen voor in deze prognose.

En waarom we daar zo specifiek aandacht aan besteden, is dat dit ook niet het moment is voor u als raad om bij te sturen op die cijfers, maar vooral om u te informeren over, wat doet dat geconsolideerde resultaat van al die projecten bij elkaar ten opzichte van die reserve die de collega net toelichtte? En dat u in positie bent om te sturen op het moment dat het gaat over dan wel nieuwe exploitaties vaststellen, dan wel het moment dat er een exploitatie bij u langskomt om bijgesteld te worden op basis van het kader. En dan gaat het vaak over programmawijzigingen, dus van meer of minder woningen, zeg ik maar eventjes heel praktisch. Dat was mijn aanvulling. 4 De heer Van Bommel: Uitstekend. Rapporteren, zoals mijn collega net zei, over wat er het afgelopen jaar is gebeurd en welke effecten dat heeft op deze 2 onderwerpen vooral. Dat is reserve grondbedrijf en de vermogenspositie. Dat is niet hetzelfde, maar houdt met elkaar verband. Uiteraard hadden we een jaar geleden ook een reserve. Die heeft dan een stand op 1 januari. En gedurende het jaar zijn er allerlei ontwikkelingen in het project die zorgen dat het saldo in zo'n project verandert. En wanneer het gaat om een verlieslatend project, en dat zijn de meesten, wordt dat zolang het niet een kaderwijziging is, verrekend met de reserve grondbedrijf. Daarnaast hebben we ook winstgevende projecten voor de gemeente.

Daarbij kan eventueel, als de regelgeving dat toelaat, winst worden toegevoegd aan de reserve. Dat tellen we erbij op ieder jaar, of niet ieder jaar, maar we hopen altijd een aantal exploitaties af te sluiten. Dat is ook dit jaar gebeurd, zoals we straks zien. En daarvan wordt ook een resultaat verrekend en dan kan er mogelijk nog besloten worden door de raad uiteindelijk op verschillende momenten om andere stortingen of onttrekkingen te doen aan de reserve. De reserve dient ter dekking van het risicoprofiel. We hebben net gezien dat die best wel groot is, omdat er gewoon veel projecten zijn met veel onzekerheden daarvan. De voorzitter: De heer Pauwels, PRO. De heer Pauwels: Het risicoprofiel is aanzienlijk. Hoe verhoudt dat zich tot andere gemeenten? Ter vergelijking. De voorzitter: De heer Van Bommel. De heer Van Bommel: Daar wil ik best op antwoorden, maar daar kan ik nu niet uit mijn hoofd iets zinnigs over zeggen. Dan gaan we door met de vermogenspositie. Wat wil het eigenlijk zeggen als alle projecten die we momenteel hebben zijn afgerond op de manier zoals we verwachten? Daarbij gaan we ervanuit dat alle verliezen zijn afgedekt. Dat zijn ze nu administratief gezien eenmaal. Dan blijft onderaan de streep een bedrag over of niet, wat we dan de opbrengstpotentie noemen of de vermogenspositie van het grondbedrijf. Zo meteen zien we in de praktijk wat dat inhoudt.

Maar gezien de tijd, lijkt het me beter om dat straks nog toe te lichten. De voorzitter: Heel goed. De heer Van Bommel: Nog even kort de rapportagemomenten van alle grondexploitaties. We doen nu de prognose waar alle exploitaties worden toegelicht, maar verder is er zowel in de jaarrekening als in de begroting een paragraaf grondbeleid. In de bestuursrapportage doen we bijstellingen die we op dat moment in het jaar weten rapporteren en wordt daarover besloten, uiteraard. En is er altijd in december nog een brief met majeure afwijkingen, waarin we de eerste verwachting op basis van de vroege prognose, zoals we dat zelf noemen, alvast communiceren. Deze gaat u allemaal nog voorbij zien komen komend jaar. Dan gaan we naar de praktijk, denk ik. Als er geen vragen zijn. Of wel. De voorzitter: Ik zie nog wel een vraag van de heer Klerk van het CDA. 5 De heer Klerk: Dank u wel. Ik zie een aantal termen voorbijkomen. Het meeste kan ik me wel een beeld bij vormen. Maar exploitatieproducten, daar staan wat voorbeelden achter. Ik vind dat ingewikkeld. Wat moet ik daaronder verstaan? De heer Van Bommel: Exploitatieproducten is een beetje iets administratiefs, maar ‘…’(00:16:30) blijven een aantal producten in de administratie waar erfpacht, huur, percelen die verhuurd worden die in erfpacht worden uitgegeven onder vallen. Het woord product is meer een administratieve term eigenlijk.

De heer Nap: Ook daar nog een toevoeging op. Wat hier in deze prognose grondbedrijf wordt gerapporteerd, zijn alle niet-exploitatieproducten en zijnde de grondexploitatie projecten. Dat is het grote verschil tussen de exploitatieproducten die eigenlijk betrekking hebben op de reguliere concernexploitatie. Die worden ook niet verrekend met de reserve grondbedrijf en dat zijn alle exploitaties die verband houden met het eigendom wat de gemeente heeft, zoals bijvoorbeeld agrarische pachtpercelen in het buitengebied. De gemeente heeft op vele plekken op dit eiland grondbezit. Dat wordt gewoon regulier geëxploiteerd. Het grootste deel daarvan beslaat onze erfpacht portefeuille, onder andere in de Zeehaven, en een groot deel betreft de agrarische portefeuille in het buitengebied. En dat zijn de zogenaamde exploitatieproducten die in de reguliere concernexploitatie worden verantwoord. De voorzitter: Helder. De heer Van Bommel: Die worden niet verantwoord in de prognose die we verder vandaag bespreken. Deel twee dan, de praktijk. We gaan zo even kijken naar welke exploitaties we allemaal hebben, wat de actualisatie heeft opgeleverd, welke ontwikkelingen er het afgelopen jaar zijn geweest en wat we misschien in de toekomst kunnen verwachten, voor zover we dat weten. Nog even kort wat de prognose is. U mag het allemaal doorlezen, maar het is eigenlijk wat we nu net hebben verteld.

We kijken ieder jaar naar de stand van deze projecten. We kijken hoever de ontwikkeling is. En daarbij kijken we elk jaar actueel of de grondprijzen actueel zijn. De parameters, dat wil zeggen of de kosten- en opbrengstenontwikkeling nog actueel is. En verder, zoals gezegd, de eerdere besluitvorming vormt echt de basis voor de resultaten van de actualisatie. De voorzitter: De heer Visser. GroenLinks-PvdA voorheen, nu PRO. De heer Visser: Op een dag. Ik weet niet of het helemaal onder technische zaken valt, maar in de prognose en ook in de bijlage wordt gesteld dat het de bedoeling is dat de grondkaarten opnieuw worden ingetekend. Waarom moet dat gebeuren? Hoe werkt dat? De voorzitter: De heer Van Bommel. De heer Van Bommel: De term grondkaarten komt me niet helemaal bekend voor. Worden vastgesteld waarschijnlijk, gaat het dan om. Ik denk dat ik weet waar het over gaat. De heer Visser: Vergeef me even de exacte terminologie. In ieder geval, het is een hele rits aan kaartjes van als het ware hoe Dordrecht eruitziet. Daar zijn allerlei grenzen op 6 ingetekend die een bepaald project afbakenen. Tegelijkertijd wordt daarvan gezegd, die moeten we bij een flink aantal opnieuw intekenen. Waarom? De heer Van Bommel: Ik denk de vraag te begrijpen. Er zit inderdaad een kaart bij waar alle projecten op worden afgebeeld.

We zien zo een variant van die kaart, maar er is er ook een waarin het resultaat van die projecten wordt getoond in groen of rood. En dat we eigenlijk zeggen dat we dat vaststellen, dat ook inderdaad die projecten een financieel kader hebben, dat de winstgevende projecten daadwerkelijk bijdragen aan de dekking van de andere projecten door toevoegingen aan de reserve grondbedrijf die gaan doen. Dat klinkt misschien wat ingewikkeld, maar het gaat erom dat het projectresultaat ook een kader is wat wordt vastgesteld door de gemeenteraad in het financiële resultaat. De voorzitter: De heer Visser is nog niet helemaal overtuigd. De heer Visser: Begrijp ik het dan goed dat de grenzen van de projectkaarten opnieuw worden getekend ter financiële verantwoording? Of hoe moet ik dat zien? De heer Van Bommel: De grenzen van het project zijn in principe niet veranderd, tenzij dat echt expliciet is besloten in een ander besluit. Die kaart verandert in principe alleen als er nieuwe projecten of andere projecten worden afgesloten. En wat dan wordt vastgesteld is, draagt een project bij aan de dekking van de verlieslatende projecten of andersom? Is een project verlieslatend en moet het daardoor gedekt worden door andere opbrengsten? De voorzitter: Dat geeft nog aanleiding tot een laatste vraag. Anders moet mijnheer Nap … Uitstekend.

En anders dan moet je dat via een technische vraag nog maar eens een keer in detail uitgewerkt en toegestuurd krijgen. De heer Nap: Wat de achtergrond is van uw vraag is, het gaat hier over technische actualisaties en de bijstelling van zo'n kader is geen technische actualisatie. En dat klopt. Er worden ook geen plankadergrenzen gewijzigd bij deze prognose. Wat erin zit is een grondbeleidskaart die duidt, zoals collega omschrijft, of dat we verwachten dat het project een positieve bijdrage levert of dat hij een verlieslatend effect heeft op het totaal van de portefeuille. En dat stelt u als raad vast als kader, maar dat valt niet onder die technische actualisatie van de bestaande GREX’en. Dat is een van de weinige beleidsmatige uitgangspunten die u als raad vaststelt bij deze prognose die houvast biedt in het besluitvormingsproces van mogelijk nieuwe vast te stellen exploitaties op. We komen straks nog op de kaart en daar staan 3 categorieën op, exploitaties, voorbereiding, uitvoering, dat zijn de bouwgronden in exploitatie, en grondvoorraad.

En op grondvoorraden en op exploitaties in voorbereiding moeten natuurlijk allerlei aannames gedaan worden over, welke richting beweegt zo'n project zich op, op het moment dat dat in uitvoering wordt genomen? En met die grondbeleidskaart stellen we al in een heel vroeg stadium een kader vast, of stelt u eigenlijk in een heel vroeg stadium een kader vast, is nu de verwachting bij ontwikkeling van dit stuk grond dat dat een positieve bijdrage gaat leveren aan het geheel van de portefeuille? Of verwachten wij dat het een negatief effect gaat hebben op de portefeuille? En afhankelijk van wat het college dan uiteindelijk voorstelt, toetsen we dat 7 aan dat eerder gestelde kader. En op basis daarvan kunt u zeggen tegen het college, interessant, beste college. U heeft ons eerder voorgesteld om deze locatie, ik noem maar eventjes, een positieve bijdrage te laten hebben aan de portefeuille, en toch stelt nu voor om daar veel sociaal programma in te doen waardoor het een lagere bijdrage levert aan de portefeuille. Verklaar u nader. En daar biedt het een handvat voor, die kaart. De voorzitter: Een korte aanvullende vraag van de heer Pauwels. En dan houden we ermee op. De heer Pauwels: Waarom moet de raad hier een politiek besluit over nemen en wat gebeurt er als we nee zeggen? De heer Nap: Die is bedoeld als technische vraag.

Het antwoord zou niet mij betreft nee moeten zijn, maar zou moeten zijn dat u zegt, ik verwacht niet een positief resultaat op een dergelijke ontwikkeling. Dat geeft een ander kader mee bij de uitvoering. En dat is van belang omdat daar een groot gat zit tussen de eerste initiatieven rondom de ontwikkeling van een perceel grond en de uiteindelijke besluitvorming rondom het vaststellen van een grondexploitatie. Daar is ook in de nota grondbeleid een bewust moment voor gecreëerd en ook door u vastgesteld, namelijk de zogenaamde nota van uitgangspunten. En de nota van uitgangspunten geeft invulling aan dat vraagstuk wat ik net schetste. De voorzitter: Uitstekend. Hartelijk dank. Dan gaat de heer Van Bommel verder. De heer Van Bommel: Dan gaan we door. In de jaarrekening worden de actualisaties die we met het grondbedrijf doen voor alle projecten daarin gepresenteerd. Die worden opnieuw gewaardeerd en die zijn in de jaarrekening om terug te vinden op die manier. Daarom gaat ook de prognose deels over … Of de jaarrekening gaat uiteraard vooral over de realisatie van 2025. De prognose gaat daarbij veel meer om de toekomst van de projecten die al zijn vastgesteld. Een van de kaarten die u waarschijnlijk gezien heeft, en niet helemaal waar de vraag over ging, maar in ieder geval een van de. Ik zie dat er een klein stukje afgevallen is, trouwens, aan de rechterkant.

Maar in de bijlage zit die wel helemaal. Zoals te zien op de kaart, is het best wel weid verspreid over de stad waar we allemaal verschillende ontwikkelingen hebben vanuit het grondbedrijf, waarvan de meesten ook daadwerkelijk in exploitatie zijn. Dat zijn de rode gebieden. Naast een aantal in voorbereiding. Dat is goed kijken op de kaart, maar er staan er wel degelijk een aantal op. Ook hebben we nog een aantal derde ontwikkelingen op de kaart. Dat wil zeggen dat we daar kostenverhaal plegen. Dat kwam al eerder zijdelings voorbij. Maar dat houdt in dat de gemeente inderdaad een factuur stuurt van, deze kosten hebben wij gemaakt voor deze ontwikkeling aan de ontwikkelaar. En de overige gronden is nog een categorie, nu vooral in het buitengebied, waar nu geen exploitatie op plaatsvindt en ook geen voorbereiding op plaatsvindt. En daar ligt er ook nog een van buiten de kaart. De voorzitter: Een vraag van de heer Winters. 8 De heer Winters: Misschien een beetje een boekhoudersvraag, maar exploitatie in voorbereiding. Immateriële vaste activa hebben jullie dus niet in bezit, of de gemeente? Dat is alleen maar ontwikkelwerk. De voorzitter: De heer Van Bommel. De heer Van Bommel: Die grond is in bezit, maar de plannen daarvoor zijn nog niet vastgesteld als grondexploitatie door de gemeenteraad.

En waar het IVA is, dat betekent dat er wel in ieder geval krediet voor is om kosten te maken om die plannen uit te werken. De voorzitter: Nog een vraag. Mevrouw Nieuwland van ChristenUnie/SGP. Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: Dank u wel, voorzitter. Ook nog een vraag inderdaad over hoe ik dat moet lezen bij de overige gronden waar momenteel geen planvorming voor is. Daar zie ik bijvoorbeeld ook die achter de Stevensweg staan. Daar hebben we hier eerder ook wel eens over gesproken. Maar dat is dan toch niet allemaal in bezit van de gemeente? De heer Van Bommel: De grond op deze kaart was wel in het bezit van de gemeente. Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: Alles wat hier staat is echt eigendom? De heer Van Bommel: Ik hoor dat het niet helemaal dat ik niet helemaal klopt, wat ik net zei. Dat hoor ik normaal nooit, dus ik weet niet of u het wil toelichten. De voorzitter: Kan de heer Nap dat toelichten? De heer Nap: Ik denk dat u gelijk heeft als u verwacht dat dat niet allemaal gemeente- eigendom is. En ik denk dat het wat ruim ingekleurd is, om het zo maar te zeggen. De voorzitter: Dan mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Ik kan het misschien mis hebben, voorzitter, dank u wel, maar ik kan me nog een vergadering herinneren die achter gesloten deuren was omdat we niet alles mochten naar buiten brengen. Lopen we niet mee in gevaar dan? De voorzitter: De heer Van Bommel.

De heer Van Bommel: Nee, dat niet. De eigendomsgegevens zijn gewoon openbaar, alleen de toelichtingen met alle financiële resultaten zijn geheim. De voorzitter: De heer Pauwels van PRO. De laatste vraag over deze slide. De heer Pauwels: Ik heb dan toch een vraag nog over die grondbeleidskaart. In die grondbeleidskaart worden een aantal locaties aangewezen waarvan de raad zou verwachten dat het ofwel positief, ofwel negatief uitvalt. Dat moeten we dan doen op basis van informatie die u aan ons geeft. Stel nu dat er op die kaart uitgegaan is van 10 procent sociale huurwoningen. Wij stellen deze kaart vast en in politieke zin is onze 9 behoefte dat daar 30 procent sociale huurwoningen komen, handelen we dan in strijd met de grondbeleidskaart? De heer Van Bommel: Goede vraag. Technisch gezien wel. Het gaat vooral om haalbaarheidsstudies die nog niet vastgesteld zijn als grondexploitatie. Op het moment dat ze als grondexploitatie met een ander resultaat wordt vastgesteld, dan is dat wat het is, in mijn woorden. De voorzitter: Lijkt me helder. De heer Van Bommel voor de rest van de presentatie. We zitten halverwege ongeveer, mensen. We moeten hier echt over een halfuur weg. De heer Van Bommel: Ik ga mijn best doen. 2025, daar is best wel wat gebeurd binnen de portefeuille van het grondbedrijf. Niet zozeer in het aantal projecten, maar wel in de impact, zal ik maar zeggen.

De 3e Merwedehaven is vastgesteld als grondexploitatie als bedrijventerrein, waarbij grond is gekocht van de provincie en uiteindelijk aan de ROM-D wordt uitgegeven. Dat gaat om 41 duizend vierkante meter bedrijventerrein. En daarnaast is Maasterras als grondexploitatie vastgesteld als natuurlijk meer een integraal gebiedsontwikkeling met zowel wonen als economie, infra en nog veel meer investeringen. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis heeft een vraag. Kort. Mevrouw Kamphuis: Heel kort. Wat is ROM-D? De heer Van Bommel: De Regionale Ontwikkelmaatschappij Drechtsteden. Voldoende? Maasterras, de meesten vast bekend, 2200 woningen, een grote woningbouwopgave. Ook wel een complex project vanwege veel verschillende eigenaren en allerlei civieltechnische uitdagingen. En ook veel lange termijn vooral, op dit moment. Afgesloten projecten hebben we ook. Er wordt weleens toch wat bereikt bij het grondbedrijf. Zo hebben we afgelopen jaar het Leerpark afgesloten als het grootste project. 450 woningen zitten daarin. Uiteraard grote scholen en ook wat sportvoorzieningen. Uiteindelijk is het projectresultaat min 18,7 miljoen geweest. Kilkade is een van de afgesloten projecten. Daar is een bedrijfsterrein uitgegeven. Wat wel winstgevend is geweest voor ons als grondbedrijf en de hotelontwikkeling op de Blekersdijk, is afgesloten als grondexploitatie.

Mevrouw Kamphuis: Voorzitter, De voorzitter: Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Nou zie ik een min en één keer een plus, en twee keer een min. Hoe kan het dat we dan de hele tijd in de min gaan? Waar gaat dan misschien iets fout dat we in de min komen? De heer Van Bommel: Of er iets fout gaat, dat durf ik niet te zeggen. Maar in ieder geval, er zijn heel veel redenen waarom het negatief kan zijn financieel. De korte versie is dat er gewoon op een bepaald gebied meer kosten moeten worden gemaakt dan dat de grond oplevert. En dat kan best wel veel oorzaken hebben. Dit project heeft best wel 10 lang gelopen, waardoor er gewoon veel inzet voor nodig geweest is. En uiteindelijk kost dat veel geld en kost het meer dan het heeft opgeleverd. Mevrouw Kamphuis: Voorzitter, nog een vraag. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis, één kleine vervolgvraag. Mevrouw Kamphuis: Dan weet ik nog steeds niet waar die fouten ongeveer kan liggen. De heer Van Bommel: Er is volgens mij geen fout. Het is alleen een keuze geweest om het project te ontwikkelen met een bepaald resultaat. De voorzitter: De heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Dank u wel, voorzitter. Ik probeer deze vraag niet politiek te maken. Maar als we even uitgaan van het Leerpark, dat heeft ons als gemeenschap bijna 19 miljoen euro gekost. En we zijn natuurlijk heel blij met die woningen en uiteraard de scholen.

Maar kunnen we dan wel zeggen dat de hele ontwikkeling, inclusief die koopwoningen, de doodse gemeenschap 18,17 miljoen euro in de portemonnee heeft gekost? Dat we indirect die woning hebben gesubsidieerd? Klopt die hypothese? De voorzitter: De heer Katif, kennelijk aanvullend. De heer Katif: Hadden wij dit kunnen voorkomen, die 18,5 miljoen? De voorzitter: Dat is even weer een andere vraag. Daar hoeft u zeker geen antwoord op te geven. De heer Katif: Dat is een technische vraag. De voorzitter: Dat gaat u technisch uitvragen dan. Maar dit gaat veel te ver. Maar een mogelijke verklaring of hoe we dit cijfer moeten duiden, dat kan misschien wel heel even toegelicht worden. De heer Van Bommel. De heer Van Bommel: Hoe we het cijfer moeten duiden, het is misschien een flauw antwoord, maar in de bijlage zit uiteraard wel gewoon de totstandkoming van dit resultaat. En of we dat kunnen voorkomen, dan moeten we heel ver terug in de tijd, denk ik. Daar is nu denk ik niet de gelegenheid voor. De voorzitter: En als u precies uitgesplitst wil welk element dan voor dit min getal verantwoordelijk is, om het maar zo te zeggen, dat zijn echt dingen, die moet u gewoon uitvragen. Daar gaan we nu niet uitkomen. Dat is veel te gedetailleerd. De heer Gündogdu: Voorzitter, het gaat mij niet zozeer om het cijfer, maar die hypothese die ik zojuist voorlegde.

Is dit een vorm van subsidie die wij voor in ieder geval de bewoners van die koopwoningen hebben verleend als Dordtse gemeenschap? De voorzitter: Het neigt naar een politieke vraag. De heer Nap gaat een poging doen. 11 De heer Nap: Ik kan hem technisch beantwoorden. Nee, zeker geen subsidie. Daar wordt ook op toegezien door de accountant. En wij zijn als overheid, als gemeente, ook verplicht om onze gronden marktconform te verkopen. Het is echt de verhouding tussen de investering die we als gemeente hebben moeten plegen om dit resultaat te krijgen dat hoger was ten opzichte van de opbrengsten die de grond ten behoeve van de woningbouwontwikkeling heeft opgeleverd. De voorzitter: Voldoende dan? De heer Klerk. De heer Klerk: Dank u wel, voorzitter. We hebben het nu over winsten en verliezen. En volgens mij is het toch, zo heb ik me althans laten informeren, dat die GREX’en vaak negatief zijn, omdat het eenmaal een publieke taak van de gemeente is om woningbouw te realiseren en omdat ze keuzes maken die marktpartijen niet zouden maken. Maar vanwege hun publieke taak doen ze dat en daarom is het verlieslatend. Dat is toch … De heer Nap: Wat ik net aangaf, die marktconformiteit die hangt samen met het type programma dat je realiseert.

En sociale woningen, die een marktpartij niet zou realiseren vanwege de beperkte winst, of misschien zelfs wel verlies die daarop zit, realiseert een gemeente wel. En dat betekent gereduceerde grondprijzen en daardoor een lagere opbrengst of soms een tekort. De voorzitter: Volgens mij is dit helder genoeg, tenzij de heer Kolkiliç nog echt een black- out heeft op dit punt. De heer Kolkiliç: Eigenlijk een verlengde vraag van wat de heer Albert Klerk net vroeg. De afgelopen periodes, de raadsperiodes, hebben we telkens eigenlijk verlies gedraaid wanneer we het over het grondbedrijf hebben. En we zien wanneer je kijkt naar de jaarrekeningen, dat er elke keer vanuit reserves geld is gestopt in het grondbedrijf. Weten jullie als ambtelijk apparaat, of wat zijn de vooruitzichten in de aankomende projecten, of we verlies gaan draaien of positieve winst zullen behalen? Hebben jullie die vooruitzichten al? De heer Van Bommel: Die zijn er zeker en in de volgende slides komen die cijfers ook aan bod. Ik denk dat het het beste is om daarnaartoe te gaan. De voorzitter: Dan gaan we dat doen. De heer Van Bommel: Anders komen we daar zo meteen niet meer aan toe. De financiële positie van het grondbedrijf. De algemene reserve grondbedrijf is al een paar keer gevallen. Ik zal even wat toelichting erbij laten zien.

1 jaar geleden, of 1 januari 2025, zat er een bedrag van 2 miljoen in en nu is dat wel fors groter geworden. Namelijk, 68 of afrond 69 miljoen. Dat is voornamelijk veroorzaakt doordat bij het vaststellen van Maasterras is besloten om een grote dotatie te doen aan de reserve, omdat daar nou eenmaal een groot risicoprofiel aan hangt. Verder zien we de ontwikkeling aan winstneming, bijvoorbeeld Amstelwijck, waar bijvoorbeeld winst gemaakt wordt. De voorzitter: Mijnheer Visser. 12 De heer Visser: Voorzitter, goed dat het Maasterras wordt genoemd. Daar had ik eigenlijk een vraag over. Want inderdaad, in die prognose kunnen we zien dat met 6,8 miljoen de stand verslechterd is, zoals jullie zelf opschrijven. Je haalde het net zelf ook aan. Waar zat hem dat in? Wat maakte het nodig dat er geld wordt toegevoegd? De heer Van Bommel: Dit gaat specifiek over Maasterras? Daarvan is de stand, dat klinkt gek, hij is verbeterd, durf ik wel met zekerheid te zeggen. Maar dat komt vooral door een door de accountant verzocht correctie over de rente. De heer Visser: Misschien dat ik het dan verkeerd begrijp. Maar er staat hier op pagina 13, ik citeer, het totale saldo van de huidige bouwgrond en exploitatie is met 6,8 miljoen verslechterd van 58,9 miljoen nadelig naar 65,7 miljoen nadelig.

Deze verslechtering wordt vooral veroorzaakt door de vaststelling van de grondexploitatie Maasterras, die een groot tekort kent. De heer Van Bommel: Nu snap ik wat ik zelf opgeschreven heb. De getallen die u noemt zijn inderdaad een consolidatie van alle projecten. Maar er is wel één project bijgekomen met een groot tekort. Dat is wat u al noemde, Maasterras, waardoor onlangs wat andere correcties en afsluitingen het totaal slechter is geworden. Daar komt het eigenlijk op neer. De verslechtering van het geheel wordt in de grootste plaats veroorzaakt door Maasterras, want die bestond vorig jaar nog niet. De voorzitter: Ik zie een korte vervolgvraag van de heer Visser. De heer Visser: Ja. Zo las ik het ook, maar wat heeft er dan voor gezorgd dat dat Maasterras het slechter maakte? De heer Van Bommel: Het Maasterras op zich is niet slechter geworden in dat het is vastgesteld, maar het geheel van de portefeuille is negatiever geworden door het vaststellen van Maasterras. De voorzitter: Helder. Dan mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel voorzitter. Als we nu al weten dat het zoveel geld gaat kosten, wat kunnen wij aan de voorkant anders doen dat die hoge kosten minder worden? De voorzitter: Het is niet per se politiek, maar geef vooral geen politiek antwoord. De heer Van Bommel: Ik denk ook niet dat ik hem nu heel snel kan beantwoorden, eerlijk gezegd.

De voorzitter: Dan is het een kwestie van technisch uitvragen. De heer Van Bommel. De heer Van Bommel: Nog meer interessante dingen? Ik denk het niet. Het zijn een beetje de standaarddingen die verrekend worden, een optelsom van alle projectresultaten die worden verrekend. Uiteindelijk zijn we als reserve in omvang toegenomen, maar daarbij de risico’s ook. De vermogenspositie. Ik hoop dat iedereen onthouden heeft wat het ook alweer betekende aan het begin van de presentatie. Als we 13 naar de optelsom kijken van alle risico's en reserve, dan is het eindresultaat eigenlijk stabiel. En dat komt er vooral door dat projecten met een neutrale inbreng worden toegevoegd aan de portefeuille. Dat wil zeggen dat het verlies is afgedekt vanuit het grondbedrijf gezien, als u begrijpt wat ik bedoel. De voorzitter: Iemand? De heer Katif. De heer Katif: Het woord neutrale inbreng. Wat bedoelt u daarmee? De heer Van Bommel: In het geval dat een project een tekort kent bij vaststelling, dan is daar in het raadsvoorstel een dekkingsbron voor, waardoor het voor het grondbedrijf neutraal is. De dekkingsbron is niet de reserve grondbedrijf. Ik zie nog vraagtekens, maar ... De voorzitter: Laten we verder gaan. Ik stel voor dat we de presentatie verder doen. Mochten er aan het eind van de sessie nog brandende vragen zijn die uitnodigen tot een vervolgsessie, dan kunnen we daartoe besluiten.

Maar dat zien we dan wel. Laten we gewoon de presentatie afmaken vandaag, voor zover dat binnen de komende 10 minuten nog kan. De heer Van Bommel: Zeker. We zien dat reserve is toegenomen. Er staat hier, die reserve is nog steeds onder druk. Dat wil vooral zeggen, er zijn ook grote risico's. Technisch gezien is het, het geheel aan risico’s schatten we nog steeds hoger in dan de reserve. Daarnaast zien we dat door de uitbreiding van de reserve, of de uitbreiding van de portefeuille moet ik zeggen, de blootstelling aan marktrisico's in absolute zin groter is geworden. Wat logisch is, want 1 procent meer rente over 50 miljoen is nou eenmaal meer dan over 5 miljoen. In de toekomst verwachten we de reserve vooral te vullen met de winstgevende projecten die we nu hebben. Dat wil in grote mate zeggen Distripark. Maar de afhankelijkheid van eigenlijk 1 project in grote mate is natuurlijk ook wel een risico op zich. De letters zijn hier misschien wat klein, maar toch even goed om een beeld te brengen bij wat de huidige portefeuille eigenlijk inhoudt. In totaal verwachten we grond nog uit te geven voor ruim 6000 woningen. Veel daarvan zijn appartementen en in de grootste plaats zijn worden die gronden verkocht in de projecten Amstelwijck, Stadswerven en Spuiboulevard. Komend jaar zijn er ook vooral grote uitgiftes gepland in de projecten Stadswerven en Wielwijk.

En naast woningen zitten er natuurlijk ook nog andere soorten gronden in de portefeuille. Dordtse Kil noemde ik al, waar veel bedrijfsterreinen worden uitgegeven. In totaal meer dan 500 duizend vierkante meter aan overig programma. En ook in het Amstelwijck Businesspark en de 3e Merwedehaven. Dat zijn voornamelijk de projecten waar we dit jaar verwachten om grond uit te geven, om te ontwikkelen. Nog een stukje. De laatste paar dia's, dus ik denk dat we het toch gaan redden binnen de tijd. Grondbeleid en financiële sturing. Net enigszins proberen toe te lichten, wat betekent nieuwe exploitaties worden voorzien van dekking? Bij opening. Dat wil zeggen, de reserve grondbedrijf is bedoeld om de risico's van actieve exploitaties af te dekken, maar niet om nieuwe ontwikkelingen mee te financieren. De rest, technisch gezien, van de reserve grondbedrijf hebben we min of meer al uitgelegd. Deze prestatie gaat nu eenmaal nog vooral over 2025, dus ook nog over het oude 14 coalitieakkoord. Toen hebben we niet helemaal over de nieuwe bijgepraat. Wel bijgepraat, maar dat is nog niet in de presentatie verwerkt. De voorzitter: Even centraal, mensen. De heer Van Bommel: We zien dat er veel binnenstedelijk wordt ontwikkeld. Deze slide heb ik vorig jaar ook verteld, voor degenen die er toen al waren. En wat bijvoorbeeld ook een sociale opgave is.

En binnenstedelijk is ook vaak een kostbare manier van ontwikkelen, vanwege vooral de complexiteit en de risico's die daarbij komen kijken. Het gevolg daarvan is dat grondexploitaties steeds vaker verlieslatend zijn en ook dat we steeds minder winstgevende ontwikkelingen hebben. Het dekkingsvraagstuk hebben we net al benoemd. De voorzitter: De heer Den Heijer. Een vraag. De heer Den Heijer: Ik mis in deze optelsom ook het element netcongestie of stroomaansluiting. Dat zou mogelijk ook tot … De heer Van Bommel: Dat is zeker een van de onderwerpen die in het risicoprofiel ook uitgebreid aan bod komt. De heer Den Heijer: In hoeverre, omdat het nu meer opspeelt, fluctueert dat nu ook meer? Of heeft dat ongeveer nog dezelfde risicofactor als bijvoorbeeld pak hem beet drie jaar geleden? De heer Van Bommel: Ten opzichte van drie jaar geleden kunnen we zeker wel zeggen dat we daar nu ten eerste beter een beeld bij hebben, of in ieder geval dat er meer over bekend is. En ook wel dat het risico is toegenomen. We hebben daar ook zeker wel in de risicoprofielen van de projecten waar dat van toepassing is, dat wil zeggen waar nog grond moet worden uitgegeven, geprobeerd om daar financieel rekening mee te houden in het risicoprofiel wat bij dat project hoort. De voorzitter: Dan de heer Van Bommel. De heer Van Bommel: De allerlaatste. Weerstandsvermogen onder druk.

Dat klinkt misschien wat dramatisch bij de getallen die we net hebben gezien aan reserves. Wat we er vooral mee willen zeggen is, de reserve is wel zeker omvangrijk, maar daar hoort dan ook een groot risicoprofiel bij en een grote financiële omvang van de portefeuille. De gevraagde besluiten, die zijn misschien voor straks. Of zijn bekend. Dat weet ik eigenlijk niet. En anders kunnen we denk ik door naar de vragen. De voorzitter: Dan de heer Kolkiliç een vraag. De heer Kolkiliç: Dank, voorzitter. Eigenlijk een korte vraag over Dordt werkzone, oftewel Gezondheidspark. Want daar kan ik eigenlijk niks over zien in de presentatie. Wat is daar de situatie van, qua opbrengsten of verlies? De heer Van Bommel: De individuele projecten gaan sowieso niet in de presentatie besproken worden. Die zitten wel allemaal in de bijlage. Ik denk dat het ook niet de 15 bedoeling is dat ik de financiële resultaten hier hardop vertel, maar die kunt u wel in de bijlage terugvinden. Ook van het Gezondheidspark. De voorzitter: De heer Pauwels, PRO. De heer Pauwels: Waarom worden de looptijden verlengd? De heer Van Bommel: Dat kan allerlei oorzaken hebben. Het wil wel voorkomen dat de gronduitgifte net een jaar later plaatsvindt. En wat daar de gevolgen van zijn, is dat vaak ook het inrichten van het openbaar gebied wordt uitgesteld, of in ieder geval iets opschuift.

Waardoor het nodig is om exploitatie langer open te houden dan eerder voorzien. De voorzitter: Een zeer korte vervolgvraag van de heer Pauwels. De heer Pauwels: Sorry, niet duidelijk genoeg gevraagd misschien. Het gaat ook meer waarom dat dan gebeurt. Want dat die gronduitgifte bijvoorbeeld later is, dat stond al in de brief. Maar wat zijn de oorzaken daarvan? De heer Van Bommel: Dat verschilt best wel per ontwikkeling, denk ik. Ik weet niet zo goed wat … Misschien dat je daar in algemene iets over kan zeggen als geestelijke ondersteuning. De voorzitter: De heer Nap. De heer Nap: In zijn algemeenheid, gewoon kort door de bocht, vertraging. En dat kan allerlei oorzaken hebben. Vaak is het echt een aanname dat een uitgifte nog net dit jaar zou plaatsvinden en dat toch net niet is gehaald. En dan moet die over het jaar heen. En heel formeel vraagt dat dan een projectkaderwijziging, want er is vastgesteld door u als raad dat het project in 2025 of in 2026 zou worden afgerond. Dat is dan niet gehaald. Dan zou heel formeel het college met dat specifieke project met een apart besluit naar u als raad moeten. Beste raad, wilt u het kader wijzigen? Eigenlijk heeft u ook niet zo heel veel keuze, want het is gewoon niet gehaald.

En om praktische overwegingen stelt het college voor bij dit verzameldocument u voor te leggen het kader bij te stellen, want dan blijft het college ook rechtmatig handelen met de uitgifte van de grond. Dat is een heel praktisch antwoord. De voorzitter: Dank u wel. De heer Den Heijer, VVD. De heer Den Heijer: Ik zag in de vorige dia iets staan over financiële sturing op de grondexploitatie. Nou stelt volgens mij ook het college de differentiatie van de grondprijzen vast. Is dat zo? De heer Van Bommel: Het college stelt elk jaar een grondprijzenbrief vast, waarin voor een aantal categorieën een grondprijs wordt vastgesteld. Over het algemeen, het werd net al gezegd, moeten gronden in ieder geval marktconform worden verkocht, dus worden er eigenlijk bijna altijd getaxeerd voordat ze verkocht worden. En dat staat ook in de grondprijzenbrief. 16 De heer Den Heijer: En zit er dan ook een kortingstarief op bepaalde wooneenheden in die brief? De heer Van Bommel: Wat wonen betreft staat er alleen voor sociale grond een vaste grondprijs in. De heer Den Heijer: En hebben wij ook een beeld, want als je dat ook naar marktconforme prijzen toe zou brengen … De voorzitter: Laatste vraag, de heer Den Heijer. De heer Den Heijer: Wat dat voor mogelijke ruimte zou kunnen bieden in je grondexploitatie.

Hebben wij daar een beeld van? De heer Van Bommel: Ik zou willen zeggen dat de marktconforme prijs vaak onder nul is, in dat geval. Dat er daarom een vaste grondprijs is afgesproken. Dat het niet beter wordt als er een marktconform prijs gevraagd wordt. De voorzitter: De heer Nap. De heer Nap: Ik denk dat u bedoelt, als wij in plaats van een sociale grondwaarde zouden toekennen, een grondwaarde zouden toekennen voor een commercieel programma. En het verschil daartussen. De heer Den Heijer: Laat ik hem gewoon eens wat scherper neerleggen. Nu betaalt de Dordtse belastingbetaler het verschil voor de bouw van een sociale huurwoning, terwijl een beginsel zou een corporatie dat verschil ook moeten kunnen ... Het is uiteindelijk een politieke keuze of je dat wil doen of niet. De vraag die ik stel is, hebben wij een beeld bij, als we er gewoon een commercieel tarief zouden hanteren, wat het verschil zou zijn, ook in lucht die we in onze grondexploitatie zouden aanbrengen? De heer Nap: Dat zouden we in kaart kunnen brengen. Overigens bepalen we die grondprijs niet vanuit het grondbedrijf. Het college conformeert zich daar aan de prestatieafspraken lange termijn. De PALT-afspraken. Dat zijn vastgestelde afspraken voor het realiseren van de sociale woningvoorraad met de corporaties.

En u kan zich voorstellen, als wij als gemeente die prijzen omhoog zouden doen, dat de corporaties dan zullen zeggen dat hun businesscases niet meer haalbaar zijn. De voorzitter: Eén laatste vraag. De heer Visser is al heel vaak geweest. Is er nog iemand anders? De heer Visser: Ik stel wel goede vragen. De voorzitter: Daar doe ik geen uitspraken over. De heer Visser schijnt de enige te zijn. Dan mag die. De heer Visser: Ik ben blij dat me iets gegund wordt in deze omgeving. Dank daarvoor, voorzitter. Ik had een vraag. Stel je hebt een grondexploitatie, je hebt een project. En doen jullie bijvoorbeeld ook calculaties als je tussentijds bijvoorbeeld op dat stuk grond, 17 je bouwt object A en vervolgens ga je werk aan object B, C en D, wat dat eventueel doet als object A al klaar is, wat dat doet met de waarde van de grond en de kosten voor de andere objecten? Doen jullie daar risicoprofielen voor of calculaties? Of anders gezegd, kunnen wij die informatie tot ons krijgen? Als we dat zouden vragen. De heer Van Bommel: Ik moet even goed verwerken wat de vraag is. Maar in principe wordt van de grond die verkocht van het hele programma een onafhankelijke taxatie gemaakt. En dat programma bevat dan in dit geval object A, B, C en D. En van het geheel wordt dan, ook wel te onderscheiden naar die objecten, een taxatie gemaakt. Niet door ons, maar door een onafhankelijke taxateur.

De heer Visser: Dank. Of misschien iets anders verwoord, kan de waarde van de grond veranderen gedurende het exploitatietraject? De heer Van Bommel: Zeker. Zolang er niet een handtekening staat onder een overeenkomst met een bedrag daarin. Dan kan die veranderen. En als we daar kansen dan wel risico's voorzien, dan nemen we die op in het risicoprofiel. Mevrouw Kamphuis: Voorzitter, puntje orde. De voorzitter: Dit was het antwoord op de heer Visser. Als er nog meer vragen zijn, dan stel ik voor om die gewoon technisch te stellen. Er zijn nog heel veel mensen die … Mevrouw Kamphuis: Ik heb geen vraag, ik heb een puntje orde. De voorzitter: Een puntje orde. En dat is? Mevrouw Kamphuis: Ik heb net gevraagd dat er geen stukken in het document staat wat besloten is besproken. En toen kreeg ik nee te antwoorden. Maar ik zag wel dat er een stukje wel besloten is besproken. En dat ligt nu openbaar. Wat kunnen we daarmee? De voorzitter: Dat is een goede. Daar wordt nagekeken. Heel opmerkzaam. Dan de vraag, het kan technisch, maar ik heb het vermoeden dat er nog maar een enkele partij is die aanvullende vragen heeft. Binnen dit uur past dat gewoon echt niet meer. De vraag is even, welke partijen hebben nog vragen die ze graag zouden stellen? Dan kan daar in geval van nood nog een extra technische sessie voor georganiseerd worden.

Het is een hamerstuk voor de raad, want aan het hele stuk valt niks meer te veranderen. Dat moeten jullie bij de prognose de volgende keer weer doen. Ik dacht dat de heer Nap dat zojuist vertelde. Er kan niks aan veranderd worden. Maar als we dan nog technisch willen en oordeelsvormend, bij wijze van spreken, dan wordt het heel krap. De vraag is eventjes, is er nog behoefte aan een technische sessie? Hoeveel partijen voor een technische sessie aanvullend? Ik zie de SP. Wie nog? Niet? Oké. Eén seconde. Rolin. De heer Den Heijer: Ik begreep zojuist dat een bevoegdheid bij het college zit bij de vaststelling van de grondprijzen. En in 2024 is een benchmark gedeeld met wat sociale grondprijzen in Dordrecht zijn en hoe ze zich verhouden tot vergelijkbare gemeentes. En is er een logisch moment in de P&C of in de vaststelling van de grondexploitatie stukken waarin dat anno 2026 eens met ons gedeeld kan worden? 18 De voorzitter: Wie mag ik daarover het woord geven? Weet de heer Nap dat? De heer Nap: Ik weet alleen dat het conform corporatieafspraak is. Wij conformeren ons daaraan vanuit het grondbedrijf en ik ken niet de tendens van vaststelling van die sociale grondprijs, wanneer dat dat gebeurt. Ik wil het wel even checken, hoor, wanneer komt die naar u toe. Dat ga ik doen.

De voorzitter: Dan de vraag, wie heeft er behoefte aan een oordeelsvormende vergadering over dit onderwerp en wat is dan de specifieke behoefte? PRO. De heer Pauwels. De heer Pauwels: Wij willen het hebben over de redenen waarom de looptijden verlengd moeten worden. De voorzitter: Is dat oordeelsvormend? De heer Pauwels: Ja. De voorzitter: Dat klinkt als technisch, dus zou ook gewoon uitgevraagd kunnen worden. De SP. Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Ik zou namens de SP willen vragen, hoe denken wij erover dat we in de reserves regelmatig komen? De voorzitter: Dat we aanspraak moeten doen op de reserves vanwege tegenvallende ... Dat lijkt me ook een technische vraag. Dat is helemaal niet politiek. De heer Katif. De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. Ik heb me enigszins voorbereid. Op de vraag van u dat er niks gewijzigd kan worden, zag ik de ambtelijke organisatie nee schudden. Maar dat is een ander verhaal. Als het gaat om het voorstel, wordt er een grondexploitatie afgesloten met een verlies van 18,7 miljoen. Dat is een fors bedrag aan publiek geld. Kan het college uitleggen waarom dit verlies volgens het college acceptabel is? Welke bestuurlijke financiële afweging ligt hieraan ten grondslag? En welke lessen trekt het college om te voorkomen dat de gemeente in de toekomst opnieuw met dergelijke verliezen wordt geconfronteerd.

Oftewel, ik zal hem even naar mevrouw Bronsveld mailen. De voorzitter: Dat is een politieke vraag. Door één politieke partij gesteld. Is dat voldoende voor een oordeelsvormende sessie? Mevrouw Kamphuis: Voorzitter, ik zei, wat vinden wij ervan dat we steeds in de reserves … Dat is geen technische vraag, maar dat is een politieke vraag. De voorzitter: Vooruit. Twee partijen voor een oordeelsvormende sessie. PRO. De heer Visser: Dan zal ik nog een echt politieke vraag stellen. Hoe wenselijk vinden wij het dat verdichting steeds zwaarder drukt op het grondbedrijf? Dat zij zelf aangeven dat het risicovoller is, financieel lagere opbrengsten heeft en eigenlijk dat we het niet moeten doen. 19 De voorzitter: De heer Aarden, Partij voor de Dieren, tot slot. De heer Aarden: Steun voor een oordeelsvormende sessie met de eerdere vragen. De voorzitter: Dan de heer Den Heijer. De heer Den Heijer: Dan zou ik de duit in het zakje willen doen. Hoe wenselijk vinden we het dat er differentiatie op grondprijzen plaatsvindt, waardoor het ene type woning door de inwoner betaald wordt en de andere gewoon in de exploitatie meegenomen worden? De voorzitter: Uitstekend. 5 politieke vragen. Schitterend. Dat wordt een leuke sessie volgende week. De 7e juli. Ik wil jullie hartelijk danken voor jullie bijdragen. En graag glazen, serviesgoed meenemen. Kaarten.

En ik dank de ambtelijke organisatie voor hun input. De heer …: Het kan wel gewijzigd worden, hoor.. 2. Verzoek tot het instellen van een bestemmingsreserve voor Beschermd Wonen en Opvang - Raadsvoorstel Voorzitter: De heer Kolkiliç Commissiegriffier: Mevrouw Bronsveld Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Aarden (Partij voor de Dieren) Mevr. Van den Aardwegh-van Leeuwen (CDA) Dhr. De Heer (ChristenUnie/SGP) Dhr. Den Heijer (VVD) Mevr. Kamphuis (SP) Dhr. Katif (Beter voor Dordt) Mevr. Kovalenko (D66) Dhr. Schouten (D66) Mevr. Striebeck (VSP Dordrecht) Dhr. In ’t Veld (VSP Dordrecht) Dhr. Visser (GroenLinks-PvdA) Mevr. De Vries (GroenLinks-PvdA) Portefeuillehouder: dhr. Van der Kruijff Ambtelijke ondersteuning: mevr. Hulswit, mevr. De Jong Overige aanwezigen: dhr. … De voorzitter: Beste mensen. Ik open hierbij deze beeldvormende commissievergadering over het raadsvoorstel vaststellen prognose ... Dit is de verkeerde. Ik begin opnieuw. Ik heb een zware nacht gehad. Ik denk velen van jullie ook. Door het toeteren kon ik niet slapen. Dat was een ander verhaal. Ik open hierbij deze beeldvormende commissievergadering over het instellen van een bestemmingsreserve voor beschermd 20 wonen en opvang. Ik heet van harte welkom alle raads- en commissieleden, vertegenwoordiging vanuit het college, de heer Van der Kruijff. Die zit op de publieke tribune.

Beste mensen thuis, kijkers thuis en mensen op de publieke tribune. Voor het verslag vraag ik iedereen om hun fractie en naam te noemen. Ik begin rechts. Mevrouw Hulswit: Inge Hulswit, ambtelijke ondersteuning. Mevrouw De Jong: Helene de Jong, ambtelijk ondersteuner. De heer …: ‘…’(01:03:46), ondersteuning. De heer Visser: Lennart Visser, PRO. Bijna. Mevrouw De Vries: Frouke de Vries, nog GroenLinks-PvdA. De heer De Heer: Robert de Heer, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Kamphuis: Meta Kamphuis, SP Dordrecht. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP. De heer In ’t Veld: Richard in ’t Veld, VSP. Mevrouw Kovalenko: Vita Kovalenko, D66. De heer Schouten: Jelmer Schouten, D66. De heer Aarden: Tristan Aarden, Partij voor de Dieren. Mevrouw Van den Aardwegh-van Leeuwen: Jolanda van den Aardwegh, CDA. De heer Katif: Jacques Katif, Beter voor Dordt. De heer Den Heijer: Rolin den Heijer, Dordtse VVD. Mevrouw Bronsveld: Corine Bronsveld, commissiegriffier. De voorzitter: Dank u wel. Het college heeft een raadsvoorstel, zoals net ook aangegeven, ingediend om een bestemmingsreserve in te stellen voor beschermd wonen en opvang. De fractie Beter voor Dordt heeft met steun van 4 andere fracties verzocht om een technische sessie over de risico's van het raadsvoorstel mogelijke alternatieven en de borging van het budgetrecht van de raad.

Mevrouw Hulswit en mevrouw De Jong gaan een presentatie geven. Die bestaat uit 2 delen. Ze hebben het liefste vragen na het 1e deel en na het 2e deel. En hierbij wil ik het woord geven aan mevrouw Hulswit eerst. Mevrouw Hulswit: Hartelijk dank, voorzitter. Dank je wel. Hartelijk dank dat wij hier een presentatie mochten geven. Wij hebben ervoor gekozen, u zal het misschien zijn opgevallen, dat het een vrij pittige prestatie is. Een hoop sheets. Ik wil eigenlijk beginnen vooral om aan te geven dat, omdat het een groot deel van de raadsleden en 21 commissieleden nieuw zijn, ons het verstandig leek om ook een soort naslagwerk mee te sturen, zodat u een beetje meer inzage krijgt in waar het onderwerp over gaat. Ik zal daarom door het eerste deel, wat met name de achtergrond gaat van het onderwerp, snel doorheen gaan. En daarna geef ik het woord aan mijn collega, mevrouw De Jong, om de beantwoording van de technische vragen te behandelen. Maar ziet u het eerste stuk ook vooral als naslagwerk. En als u nog verdere vragen heeft, dan kunt u daar altijd op terugkomen. Hier ziet u de agenda voor vandaag. Daar heb ik eigenlijk net al bij stilgestaan, dus ik ga er gelijk even in. Beschermd wonen in opvang is een wettelijke taak die wij als centrumgemeente, als Dordrecht, hebben.

Wij zijn 1 van de 43 gemeenten in Nederland die deze taak hebben en wij doen dit namens de 9 negen gemeentes in de regio. Dat zijn alle Drechtsteden-gemeentes, Molenlanden en Gorkum. Wat is beschermd wonen? Beschermd wonen is voor mensen vanaf 18 jaar of ouder. Het gaat over de Wmo, dus dat is altijd 18+, mensen die niet in staat zijn om zelfstandig of volledig zelfstandig te wonen, die vaak psychische of psychosociale problemen hebben en die daarin ondersteuning nodig hebben. Simpel gezegd gaat het vooral om mensen die echt een wat zwaardere zorgbehoefte of ondersteuningsbehoefte hebben in onze maatschappij en die we op een goede manier proberen de juiste en passende ondersteuning te bieden. Dan maatschappelijke opvang. Dat is het andere deel van onze werkzaamheden. En maatschappelijke opvang, de meeste mensen zullen dan denken aan het Kromhout, de daklozenopvang van Leger des Heils. We hebben ook nog de vrouwenopvang op de SSF. Voor meesten van u wellicht ook al bekend. Dat zijn 2 vormen van opvang voor mensen die tijdelijk dakloos of thuisloos zijn geworden, dan wel in verband met geweld in de relationele sfeer hebben moeten vluchten uit de woning en tijdelijk ergens anders onderdak nodig hebben. Wij proberen vanuit beschermd wonen en opvang integraal te kijken naar deze vraagstukken. De basis van de onderwerpen zijn natuurlijk hetzelfde.

Het zijn mensen die een vorm van ondersteuning nodig hebben, omdat zij zelf in meer of mindere mate niet volledig voor zichzelf kunnen zorgen. Maar het gaat wel degelijk om andere uitgangsposities waarom mensen in deze situatie terechtkomen. Bij beschermd wonen zijn het regelmatig ook mensen die al wel een huis hebben, maar die het huishouden in hun eentje niet aankunnen, simpel gezegd. En bij maatschappelijke opvang gaat het echt om mensen die geen dak meer boven hun hoofd hebben en soms ook al een langere tijd op straat verblijven. Centrumgemeente. Heel even had ik dat al aangestipt. De rol en taken van de centrumgemeente zijn vrij groot en deels ook uitvoerend. De uitvoering ziet u hier onderaan bij de taken. Die hebben wij belegd bij de Sociale Dienst. Die voert die taken in dit geval niet alleen voor de Drechtsteden uit, maar ook voor de andere 2 gemeenten. En daarnaast zit beleid en regie bij onze centrumgemeente en gaat u als raad ook over financiering en gaan we ook over de contractering. De middelen zitten in de begroting van de Dordtse gemeenteraad. Dan komen we mooi aan bij de financiën. We hebben even kort op een rijtje gezet welke inkomstenbronnen wij allemaal hebben, waarmee wij de financiering voor deze doelen kunnen bekostigen. En ik heb nog wat cijfers daarbij voor u. Even voor uw beeld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1109/documents/49375