2.12 2026.01.20 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 20 JANUARI 2026 Vergaderzaal 3 1. Agendacommissie 2. Vaststellen verordening sociaal domein Dordrecht – Raadsvoorstel Agendapunten 2 en 3 worden gezamenlijk besproken. 3. Raadsinformatiebrief over Reactie op brief naar aanleiding van verbeterprogramma betaalbare en Beschikbare Jeugdhulp Voorzitter: Mevrouw Van Engelen Raadsgriffier: De heer Boogaard Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Van den Aardwegh-van Leeuwen (CDA) Dhr. Van Antwerpen (Beter voor Dordt) Mevr. Balorian (VVD) Dhr. Bootsman (GroenLinks) Dhr. De Heer (ChristenUnie/SGP) Mevr. Kamphuis (SP) Mevr. Kruger (GroenLinks) Mevr. Lindner (Beter voor Dordt) Dhr. Pauwels (Partij van de Arbeid) Mevr. Pichel (Fractie Pichel) Dhr. Roggekamp (Gewoon Dordt) Dhr. Venderbos-Lambinon (Partij voor de Dieren) Portefeuillehouder: wethouder J. Veldman Ambtelijke ondersteuning: dhr. Haksteeg, mevr. De Lange, mevr. Middelham De voorzitter: Goedenavond allemaal. Mijn naam is Yara van Engelen, ik ben vanavond jullie voorzitter bij deze beeldvormende sessie over de verordening sociaal domein. Aan tafel zit de driekoppige ambtelijke ondersteuning. Wie is mevrouw De Lange? Mevrouw De Lange, mevrouw Haksteeg … Mijnheer Haksteeg. Sorry, ik sla inderdaad gewoon een hele regel over. En mevrouw Middelham zit in het midden. Dat is ook nog een goed ezelsbruggetje.
Die gaan zo een presentatie voor ons geven. Maar voordat we dat doen, gaan we even een voorstelrondje doen. Dan begin ik zo meteen rechts en dan mogen jullie jezelf gewoon nog een keer voorstellen. Dan heeft iedereen het goed gehoord. Ik begin rechts. De heer Boogaard: André Boogaard, commissiegriffier.
1
Mevrouw Pichel: Ruby Pichel, Fractie Pichel. De heer De Heer: Robert de Heer, ChristenUnie/SGP. De heer Roggekamp: Erik-Jan Roggekamp, Gewoon Dordt. Mevrouw Lindner: Naomi Lindner, Beter voor Dordt. De heer Van Antwerpen: Dick van Antwerpen, Beter voor Dordt. De heer Venderbos-Lambinon: Cees Venderbos-Lambinon, Partij voor de Dieren. Mevrouw Balorian: Maylis Balorian, Dordtse VVD. Mevrouw Van den Aardwegh-van Leeuwen: Jolanda van den Aardwegh, CDA. Mevrouw Kruger: Kitty Kruger, GroenLinks Dordrecht. En zo meteen komt ook nog Nick Bootsman van GroenLinks Dordrecht vanuit de andere commissie. Mevrouw Kamphuis: Meta Kamphuis, SP Dordrecht. De heer Haksteeg: Stephan Haksteeg, strategisch adviseur jeugdhulp. Mevrouw Middelham: Shannon Middelham, senior-adviseur Wmo. Mevrouw De Lange: Mijn naam is Deborah de Lange, ik ben beleidsadviseur in het sociaal domein en ik heb een coördinerende rol gehad bij deze verordening. De heer Veldman: Joost Veldman, wethouder. Ik vervang Chris Benschop die afwezig is. De voorzitter: Fijn dat jullie er allemaal zijn. De wethouder gaat vanavond vooral luisteren, want we zitten weer eens in een beeldvormende sessie, dus we houden het vanavond technisch. Natuurlijk een flink onderwerp dit, dus we moeten elkaar ook een beetje scherp houden wanneer het politiek wordt. Maar dat gaat vast lukken.
Ik heb begrepen dat de presentatie uit drie delen bestaat, een beetje. En dat we na elk deel, na elke spreker van de ambtelijke ondersteuning, vragen kunnen stellen. Dat dat misschien het beste werkt. Klopt dat? Aan wie mag ik als eerste het woord geven? We gaan tijdrekken, want Clark moet de presentatie nog aanzetten. De heer Pauwels, dan mag u uzelf ook nog even voorstellen. De heer Pauwels: Sam Pauwels, PvdA. De voorzitter: Fijn dat u hier ook bent. Heel betrokken commissielid van de PvdA. Meestal als ik één keer Clark zeg, komt hij vanzelf binnen. Maar dat is nog niet aan de hand. Ik zie dat hij wel klaarstaat. We manifesteren Clark. Ik hoor ook net dat we niet zelf op het knopje mogen drukken, want dan krijgen we ruzie. Daar komt hij. Ik had ruim de tijd genomen voor de intro en we zitten pas op 3 minuten. Komt helemaal goed. En we kunnen beginnen. Gaat uw gang.
2
Mevrouw De Lange: Goedenavond. Wij willen vandaag meenemen in de verordening sociaal domein. Er zijn een aantal onderdelen, zoals al aangekondigd. Ik zal u meenemen in de aanleiding voor deze verordening en wat wij hebben gedaan om de samenhang te verbeteren. Vervolgens zal mijn collega ingaan op de meest fundamentele aanpassing in de Wmo en daarna gaan we kijken naar de Jeugdwet. Er staat jeugdhulp, maar het is Jeugdwet. Goed om te vermelden dat de Participatiewet vandaag niet terugkomt in deze presentatie en dat heeft ermee te maken dat er geen inhoudelijke wijzigingen zijn op dit moment. Wij verwachten medio dit jaar bij u terug te komen met wijzigingen naar aanleiding van de Participatiewet in Balans. Dat dat volgt nog. En zoals aangeven vragen wij u vragen op te sparen tot we het onderdeel hebben behandeld. Dan kunnen we daarbij stilstaan. Weer even teruggrijpend op waarom we deze verordening graag willen. We willen graag dat we de ondersteuning meer in samenhang kunnen gaan organiseren voor onze inwoners, zodat ze sneller en passender kunnen worden geholpen. En u heeft al eerder de integrale visie sociaal domein vastgesteld. Deze uitgangspunten staan hier ook weer in centraal. En goed om te vermelden dat dit voor ons echt geen eindpunt is, maar juist een vertrekpunt.
We gaan deze verordening doorontwikkelen op basis van opgedane ervaringen die wij doen, maar bijvoorbeeld ook wetgeving die zich weer verandert, zoals Participatiewet in Balans of de Wams die eraan zitten komen. Om tot deze verordening te komen hebben we onze partners betrokken. Dat zijn zowel de GR Sociaal als Dordrecht Sociaal en de Serviceorganisatie Jeugd. Daarnaast hebben wij ook adviezen mogen ontvangen van het Ouderplatform ZuidHolland-Zuid en hebben wij een advies ontvangen van Dordtse Adviesraad Sociaal. Die is later ook aan de stukken toegevoegd en daar volgt nog een bestuurlijke reactie op. Ik wil nog heel even stilstaan bij wat wij hebben gedaan om de samenhang te verbeteren. In eerste instantie waren het 5 losse verordeningen. Die hebben we nu samengevoegd tot 1 verordening. En we hebben eigenlijk per hoofdstuk een inleiding erbij geplaatst en daarin vertalen we onze uitgangspunten uit de visie naar begrijpelijke taal voor onze inwoners en professionals. Wat echt nieuw is in de verordening is hoofdstuk 1 en 2. Die hebben wij daaraan toegevoegd. Hoofdstuk 1 geeft echt een inleiding op de verordening. Daarin komen de punten uit de visie weer terug, leggen we uit wat het doel is in het sociaal domein onder andere. En hoofdstuk 2 gaan we echt wat dieper in op hoe we de toegang in sociaal domein hebben geregeld.
Een inwoner lees veel duidelijker waarvoor hij precies terechtkan bij ons en we zetten ook veel meer in op afstemming van voorzieningen wanneer wetten met elkaar samenlopen. En bijvoorbeeld ook gegevensdeling komt hierin terug. En omdat er natuurlijk eerder 5 losse verordeningen waren en nu tot 1 zijn gevormd zijn, zijn er een aantal bepalingen die overlappen en bijvoorbeeld begrippen die in meerdere verordeningen terugkomen. Daarin hebben we gekeken of we die kunnen samenvoegen, als dat mogelijk is. Dat is even een inleiding in wat we hebben gedaan om de samenhang te verbeteren. Ik weet niet of daar al vragen over zijn. De voorzitter: Doen we eerst de heer Van Antwerpen, Beter voor Dordt. De heer Van Antwerpen: Voorzitter, dank u wel. Ik begrijp, u gaf aan, zo staat het ook in de tekst, het is geen eindpunt, maar een vertrekpunt. En de verordening kan in de toekomst worden aangepast en verfijnd. Hoe moet ik dat voor mij zien?
3
Wordt dat dan periodiek gedaan, eens in het jaar, half jaar, of is dat alleen op de momenten waarop er veel knelpunten zijn? Hoe wordt dat vormgegeven? Mevrouw De Lange: Soms zijn er natuurlijk wettelijke wijzigingen die we gewoon per direct bijvoorbeeld zouden moeten doorvoeren van een bepaalde streefdatum. Dan houden we die natuurlijk in acht. En er zullen ook bepaalde, dat noemen ze dan veegrondes, bepaalde technische aanpassingen, dat zullen we wel opsparen zodat we op logische momenten richting u gaan en dat we niet elke maand bijvoorbeeld met de verordening hier zitten. Geeft dat voldoende antwoord? De voorzitter: Nog een kleine verduidelijkende vraag, mijnheer Van Antwerpen. De heer Van Antwerpen: Ik kan me ook voorstellen dat je met een verordening bij wijze van spreken, ik roep maar wat, één keer per jaar eens kijkt, is die nog actueel genoeg? Moeten er nog zaken worden aangescherpt en aangevuld? Wordt dat dan ook gedaan? Mevrouw De Lange: Dat is eigenlijk bestaande praktijk. Ook met onze partners zijn we continu aan het bekijken, werkt het in de praktijk? Zijn er andere wetgevingen of veranderingen in regelgeving die we moeten meenemen? Dat is volgens mij gewoon een continu proces wat we met elkaar monitoren. De voorzitter: Er zitten eigenlijk vaste evaluatiemomenten in. Als daar iets uitkomt, dan komen jullie weer langs de raad. Mevrouw De Lange: Ja.
Als wij knelpunten horen uit de praktijk, dan pakken wij dat gewoon op. De voorzitter: Helder. Dank u wel. Dan een vraag van mijnheer De Heer, ChristenUnie/SGP. De heer De Heer: Voorzitter, dank u wel. Ik lees zojuist op het scherm participatie met een aantal partijen, waaronder dan bijvoorbeeld ook GR Sociaal en anderen, maar ook bijvoorbeeld de Dordtse Adviesraad en het Ouderplatform. Wel van een andere orde. Ik was wel benieuwd, hoe is die participatie precies gegaan met deze partij? Omdat we nu natuurlijk ook gewoon een formeel advies lezen. Maar die zijn dan, begrijp ik, ook tussentijds betrokken geweest in de totstandkoming daarvan. Kan daar iets meer over worden verteld, hoe dat is gegaan? Mevrouw De Lange: En dan bedoelt u echt specifiek de adviesraden of ook de partners? De heer De Heer: Ze worden alle vijf met elkaar daar genoemd, maar dan vooral inderdaad de Dordtse Adviesraad en het Ouderplatform. Mevrouw De Lange: De Dordtse Adviesraad hebben wij eerder ook ambtelijk betrokken. We hebben volgens mij in september een sessie met hen gehad om het concept door te spreken en om hun feedback daarin mee te nemen. En het Ouderplatform hebben volgens mij gedurende het proces ook brieven ingestuurd met adviezen. Dat komt in jouw verhaal nog terug.
4
De voorzitter: Fijn. Dat Ouderplatform komt ook nog aan bod, want de raadsinformatiebrief die zit er natuurlijk ook nog bij. De heer Roggekamp van Gewoon Dordt. De heer Roggekamp: Dank u wel, voorzitter. Er wordt net gezegd, met één verordening proberen we beter een samenhang te krijgen. En dat is ook heel mooi, want dat was behoorlijk versplinterd. Toch als ik dan naar de opbouw kijk, dan zie ik alles toch los achter elkaar terugkomen en dan mis ik daarbinnen nog best wel een samenhang tussen alles. Is dat wel een bedoeling, dat in dat groeipad dat veel meer integreert en gaat? Of dat we wel alle blokken toch losgehangen houden in de toekomst? Mevrouw De Lange: Uiteindelijk hebben we natuurlijk te maken met verschillende wetten en die hebben allemaal een wettelijke grondslag. Er zit ook wel een bepaalde grens waarin je dingen ook echt in elkaar kan schuiven. Dit is voor nu wel echt de meest optimale vorm. Het zit meer de samenhang zit meer in hoofdstuk 2. Dat is eigenlijk een kop op de verordening. Daar zit met name die samenhang meer in geregeld. De voorzitter: Helder. Dank u wel. Dan is er ook nog een vraag van mevrouw Balorian van de VVD. Mevrouw Balorian: Dank u wel, voorzitter. We hebben nog een vraag, want in de stukken zag ik staan dat er privacytechnisch nog het een en ander uitgezocht moet worden.
De vraag die we eigenlijk hebben, in hoeverre kunnen er privacytechnisch dingen naar voren komen waaruit blijkt dat heel deze verordening hoe die nu staat eigenlijk geen doorgang kan vinden, los van wat we in de raad vaststellen? Mevrouw De Lange: Wij hebben met de totstandkoming van deze verordening geschakeld met de privacy coördinator en ook de FG. En we verwachten niet dat dit nog tot aanpassingen leidt in de tekst. Wel moeten we goed kijken naar de werkprocessen die hieruit voortvloeien, dus het zal verder geen effect hebben op de tekst die nu in de verordening staat. De voorzitter: Een vervolgvraag, mevrouw Balorian? Mevrouw Balorian: Ja, nog een vervolgvraag inderdaad. Maar in hoeverre is het dan niet logischer om eerst de werkprocessen, omdat dat een groot onderdeel is, wil je integraal werken, eerst vast te stellen en naar voren te laten komen? Vandaar dat ik ook eerder had gevraagd naar beleidsregels of nadere regels, of die er al zijn. En daarna te kijken, dit is inderdaad volledig mogelijk en dit is dan het werkproces en we stellen daarna de verordening vast. Is dat een andere mogelijkheid? De voorzitter: Even raadstechnisch. Jullie hebben natuurlijk op dit onderwerp al een aantal kaders gesteld en dit is eigenlijk weer een verdere uitwerking daarvan.
In het proces is het wel zo dat hierna dan weer de uitvoering komt, tenzij de raad hier nog echt iets anders van vindt en nog hier dingen in wil veranderen. De volgorde is normaal gesproken wel dat je eerst met zo'n verordening komt en dan de werkprocessen in gang gaan, daarvan leert, dan kan je de verordening weer aanpassen. Enzovoort.
5
Mevrouw Balorian: Dat stuk begrijp ik inderdaad. Maar omdat je nu te maken hebt met meerdere verordeningen die er één worden, waar het eigenlijk inderdaad aparte wetten zijn. Die ga je samenvoegen. En ik weet dat normaliter gegevensdeling sowieso heel lastig en ingewikkeld is tussen verschillende onderdelen. En laat me vooropstellen dat vanuit de Dordtse VVD we heel erg blij zijn dat er dan een integrale verordening komt. Maar het is meer, we lopen we niet op de zaken vooruit terwijl er nog dingen goed uitgezocht moeten worden? De voorzitter: Dat is misschien een politieke vraag om te stellen later. Want voor nu is het is het inderdaad zo en is voor dit tijdspad gekozen. Maar ik weet niet of daar nog iets vanuit de ambtenaren over te zeggen is. Mevrouw De Lange: In hoofdstuk 2, volgens mij is dat artikel 2.1.4 of iets dergelijks, daar heeft de privacy coördinator ook een tekstvoorstel gedaan op hoe we met privacy en gegevensdeling om moeten gaan. Volgens mij is dat gewoon goed geborgd in de verordening. De voorzitter: Dank u wel. Zullen we dan voor nu even verder gaan? Want volgens mij komen er ook veel vragen naar boven voor onderwerpen die nog langs gaan komen. Dan gaan we even verder met de presentatie. Mevrouw De Lange: Dan geef ik het woord aan mijn collega. Mevrouw Middelham: Ik neem u graag mee in de aanpassingen rondom de Wmo.
Daarbij beginnen we met wat technische aanpassingen, zoals ook is vermeld in de bijlage die is meegestuurd. Ik loop ze even wel kort met u door. De eerste is de vereenvoudiging van het aanvraagproces voor de Wmo hulp. Wat daarin eigenlijk veranderd is, is doordat er mondeling een aanvraag ingediend kan worden tijdens het eerste huisbezoek, je daarmee administratieve druk verlaagd en ook extra spanning bij de inwoner. Het volgende is het wijzigingen van het herindicatie proces. Daarin gaat het dat er anders wordt beschikt, meer passend beschikt. Echt doelgroepgericht wordt er gekeken. En er wordt dan ook onderscheid gemaakt in 3 vormen, waarvan de eerste inderdaad uitgaat van kortdurend beschikken, dus voor een korte hulpvraag. Het tweede zou kunnen zijn waar inderdaad een levensbrede ondersteuning nodig is. Daarbij is er wel altijd behoud met een kritische blik naar het informele netwerk om te kijken of daar intussen iets verandert in die drie jaar, dat er ook iets in netwerk kan worden opgevangen. En tot slot kan eventueel ook met oog op zelfstandigheid, waarin het langduriger wordt afgegeven. Vervolgens de wijziging pgb berekening proces. Eigenlijk is dat berekening proces vereenvoudigd. Dat bleek toch bewerkelijk, waardoor dat nu vereenvoudigd is. Wijziging regeling dienstverlening aan huis. Dat is nu iets wat nog bij de Eerste en Tweede Kamer besloten moet worden.
Voor nu is daar geen verandering en als daar technische vragen overkomen, dan kunnen we dat via een memo nasturen aan u, waarin een technische toelichting wordt gegeven. En tot slot toevoeging van de service als maatwerkvoorziening. Dan wil ik wat verder ingaan op de fundamentele wijzigingen rondom de Drechthopper. Daar is de eerste wijziging dat de Wijkhopper als voorliggende voorziening in het werkingsgebied wordt ingezet, de verruiming van een reserveringstijd.
6
Daarmee haalt de tijd ons eigenlijk in, want Stroomlijn heeft nu een nieuw planningssysteem wat eigenlijk ook de efficiëntie van de ritten verbetert en daarmee ook kostenbesparend is, waardoor de reserveringstijd op 4 uur blijft in plaats van 24. Dat is het voorstel. En tot slot de verhoging van de eigen bijdrage. Daarin zien we dat uw raad akkoord heeft gegeven op het gelijkstellen aan het ov-tarief. Echter, wij zien dat het ov geen onderscheid maakt tussen dal- en spitsuren, waardoor het reizen in de spits daardoor niet ontmoedigd wordt. Daardoor is de bijdrage kilometertarief opstappen spits nu met 40 procent verhoogd. Dat is wat nu in het voorstel staat. Waarin wij inwoners tegemoetkomen met een sociaal minimum inkomen met 40 procent korting. En die korting die kortingsregeling zou dan landen in een minimaregeling. Mevrouw Kruger: Kan je dat nog een keer uitleggen? Voorzitter, sorry. Mevrouw Middelham: Geeft niet. De voorzitter: Ik zit zelf ook heel geconcentreerd te luisteren. Mevrouw Kruger: Ik snap er helemaal niks. Mevrouw Middelham: Ik ga ook wat langzamer verhelderend trachten uit te leggen. Nu is het zo dat de raad heeft eerder akkoord gegeven op het feit dat we de eigen bijdrage van het vervoer gelijkstellen aan het ov-tarief. Daarmee wordt het met eigenlijk 90 procent verhoogd, als je kijkt naar hoe het toen was. Maar het was natuurlijk eerst 0,10 cent opstap.
En waar we nu naartoe willen, omdat daarmee het reizen in de spits niet ontmoedigd, want het ov maakt geen onderscheid tussen dal en spits. Het voorstel is om dat onderscheid wel te maken en dat je het reizen in de spits, zowel in opstap als in het kilometertarief, je dat verhoogt met 40 procent, zoals het nu ook is in het huidige tarief. Vandaar die 40 procent. Vervolgens zeggen we, dat was ook een toezegging vanuit het college, dat we inwoners met een laag inkomen, sociaal minimum tot 140 procent om exact te zijn, dat we die mensen tegemoetkomen met een tijdelijke maatregel ter overbrugging op het sociaal fonds dat in 2027 ingaat. De voorzitter: En dan als er vragen over zijn … Is dit het einde van de prestatie? Of is het handiger om het even … Dan kunnen we gelijk door naar de vragen. Die zullen vooral hierover gaan. Ik begin even bij mevrouw Kamphuis en dan maak ik zo een rondje. Steek elke keer weer je hand op. Mevrouw Kamphuis, SP. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Wij vroegen ons af, die tijdelijke maatregel, is dat tot januari of ook nog erna? Mevrouw Middelham: Die tijdelijke maatregel is tot aan het sociaal fonds. Totdat het sociaal fonds ingaat. De voorzitter: Dat is helder. Mijnheer Van Antwerpen van Beter voor Dordt.
7
De heer Van Antwerpen: Voorzitter, dank u wel. Ik heb één vraag inderdaad over de Drechthopper, waar we het laatst over hadden. Maar ik heb ook nog een vraag over de een vraag over die herindexaties. Ik weet niet of ik dat gelijk in één keer kan neerleggen. Wat is handig? Over dat laatste stukje met die Drechthopper. Ik begrijp daaruit inderdaad met het spitsuur om dat te ontmoedigen, met zo’n spitstarief. En ik snap dat mensen tot 140 procent daarbij gecompenseerd worden. Als ik op 141 procent zit, dan heb ik pech, begrijp ik dan. Maar ik vraag me wel af, is dat dan niet in strijd met het akkoord door de raad? Want ik lees ook dat er door de raad akkoord is gegeven op het gelijkstellen van de eigen bijdrage aan het ov-tarief. En dan denk ik, als we nu een onderscheid gaan maken in de spits door er 40 procent bovenop te zetten, volgens mij bijt dat elkaar. Laat ik het goed zeggen. En ik neem nog geen politiek standpunt daarover in, voorzitter. Dit is even voor mijn beeldvorming. Dat als eerste vraag. En wilt u die van die … De voorzitter: Laten we eerst even deze doen. Dan kom ik gelijk zo meteen weer bij u. Even natrekken. Bijt dit elkaar nu? Of is het, in het dal gaat er 40 procent af of is het ook echt 40 procent duurder in de spits? Mevrouw Middelham: Het wordt 40 procent duurder in de spits.
Wat is de vraag? De voorzitter: En dan is de vraag, en dat is dan niet gelijk aan het ov? Mevrouw Middelham: In hoe het nu is, is er ook een 40 procent verschil tussen het opstaptarief … Dan kijk ik even naar mijn zijkant, of ik het zo goed vertel. Mevrouw De Lange: Volgens mij wil je zeggen dat de huidige situatie is ook dat we onderscheid maken tussen spits en dal en dat. En het voorstel is om dat ook door te trekken in het nieuwe scenario. Dat is wat je wil zeggen, toch? De heer Van Antwerpen: Dan, voorzitter, dan begrijp ik dat als ik in de spits ga reizen met de Drechthopper, dat ik duurder uit ben dan ten opzichte van het ov. En dat is volgens mij, als ik ook in de stukken lees, ik lees letterlijk in het raadsvoorstel, door de raden akkoord te geven op het gelijkstellen van de eigen bijdrage aan het openbaarvervoertarief. En dan denk ik, dit bijt. De voorzitter: Dat is een terechte conclusie. De heer Van Antwerpen: En dan denk ik, wordt dit nog aangepast voordat wij het oordeelsvormend gaan bespreken? De voorzitter: Vanuit de oordeelsvorming wordt dat dan aangepast. Als we vanavond besluiten oordeelsvormend te agenderen, dan kunt u uw mening geven en eventuele veranderingen meegeven. En dan wordt dat veranderd. Of niet. Dan moet u dat zelf natuurlijk als raad indienen.
En natuurlijk in de oordeelsvormende sessie hoort u ook nog van de wethouder waarom dit dan zo is gegaan.
8
De heer Van Antwerpen: Wacht even. Maar is het niet veel makkelijker als het gewoon vanuit het stuk wat voorligt gewoon wordt aangepast? Nu moet ik een amendement gaan optuigen met het risico dat dat het niet gaat halen. De voorzitter: De wethouder geeft even een toelichting, want hier is vanuit college ook een reden voor. De heer Veldman: Voorzitter, volgens mij is het hoe de zorgvuldige gang van zaken is. De raad stelt een kader, daar gaat het college mee aan de slag met het ambtenarenapparaat en die komt met een voorstel. Dat komt in de raad. Daar kunt u het mee eens zijn of niet. En dat voorstel wordt met redenen omkleed en met argumenten toegelicht. Krijgt u hier die technische sessie. U heeft een punt, denk ik. Maar dat wil niet zeggen dat omdat u een punt heeft, we dat direct aanpassen. Er zijn redenen voor. Die zijn denk ik net ook toegelicht. In een volgende sessie kunt u dat ook politiek nog een keer maken, dat punt. En dan is het aan de wethouder die dat dan toelicht om daar nog woorden in te kiezen, wellicht een toezegging te doen. Dat weet ik allemaal niet. Dat gaan we zien. En als dat uiteindelijk in de raad komt, dan is het aan de raad. Dat is hoe het werkt. De voorzitter: De heer Van Antwerpen, volgende vraag. De heer Van Antwerpen: Eén nabrander daarop.
Ik snap hoe dat werkt, alleen ik vind het dan jammer dat er in het voorstel voorbijgegaan is aan hoe de raad die kaders heeft meegegeven. De voorzitter: Dat zal u echt met de wethouder dan in een oordeelsvormende uitspelen, hoe dat is gegaan. En u had ook nog een volgende vraag. De heer Van Antwerpen: Sorry, voorzitter, ik zat helemaal in dit stuk. Met betrekking tot die herindexaties. Ik las in het stuk, bij sommige doelgroepen wordt het initiatief voor eventuele herindexatie bij de inwoners en aanbieder gelaten. Dit wordt alleen gedaan voor inwoners waarbij het ontwikkelperspectief in voldoende mate aanwezig is. Kunt u dat wat nader toelichten? Want waar wij bang voor zijn, zonder het al politiek te willen maken, is dat het misschien wat sores en stress op gaat leveren bij inwoners, en die misschien vergeten of verzuimen of niet lastig willen zijn of wat dan ook en daarom die herindexatie niet aan willen vragen. Is het niet verstandig om dat ook ambtshalve op te starten? De voorzitter: Naar welke ambtenaar moeten we dan kijken voor deze vraag? Kan hij nog technischer, is de vraag vanuit hier. De heer Van Antwerpen: Ik vind het ook prima als het naderhand nog schriftelijk terugkomt hoor. Want ik vind het veel makkelijker trouwens, dan dat nu allemaal mee staan te pennen.
9
De voorzitter: Deze blijft schriftelijk ook te politiek, maar ik hoorde net eigenlijk al, dit wordt ook oordeelsvormend besproken. En dan kunt u deze vraag natuurlijk opnieuw stellen en dan aan de wethouder. Ik denk dat vanuit de ambtelijke ondersteuning hier niet heel veel antwoord op kan komen. De heer Van Antwerpen: Voorzitter, ik vermoed zomaar dat mijn collega Kruger op dezelfde … Waar het mij om gaat is, ik wil het nu niet politiek maken, maar wat ik graag zou willen weten is, wat is de achterliggende gedachte om het op deze manier te doen? De voorzitter: Dat gaat over de tarieven. Dat kunnen we toelichten. Mevrouw Middelham: De achterliggende gedachte is inderdaad, door een inwoner langer te indiceren, wordt de inwoner minder vaak belast, waarin er geëvalueerd wordt dat er herzien moet worden. En er wordt bijvoorbeeld wel een brief 4 maanden van tevoren verstuurd door de GR Sociaal, sociale dienst, waarin wordt aangekondigd, let op, uw indicatie verloopt. En dan heeft een inwoner ook nog tijd genoeg om dan opnieuw een aanvraag te doen, samen met de zorgaanbieder in dit geval. De voorzitter: Ik had eerst mijnheer De Heer nog op mijn lijstje staan. Mijnheer De Heer, ChristenUnie/SGP. De heer De Heer: Voorzitter, dank u wel. Twee vragen. De eerste ook over die ovtarieven en dan eigenlijk een stukje zorg over de uitvoerbaarheid.
Soms met goede ideeën die we met elkaar hebben horen we terug, mooi idee, maar uitvoerbaarheid lastig. Dit lijkt me ook zo'n situatie waarmee het toch complexer wordt. Dat zou eigenlijk de vraag zijn, is dit ook goed uitvoerbaar of geeft het toch ook een belasting op de organisatie, als we dit op deze manier moeten gaan optuigen? Het voelt een soort van stapeling. Dat is één. En het tweede ging over iets wat heel snel langskwam en dat ging over die reserveringstijd. Volgens mij hebben we ingehaald door de praktijk of door de door de realiteit van vandaag, dat dat toch weer naar 4 uur ging, dacht ik, door een nieuw systeem. Daar hebben we vorige keer in de raad in het verleden best veel over gesproken. Dat ging even heel snel, dus zou u dat nog even kunnen toelichten, wat daar precies is veranderd? Mevrouw Middelham: Zal ik eerst antwoord geven op de eerste vraag, de uitvoerbaarheid? Het is uitvoerbaar, want we hebben dit ook afgestemd in dit geval met GR Sociaal en Stroomlijn, die het ook voor ons uitvoert. Zoals ook bekend zijn er natuurlijk meerdere tarieven die Stroomlijn ook moet hanteren. Daarvoor is er een andere afrekensystematiek nodig. Dan wordt het wel vrij technisch, maar dat is ook iets waar ik weet GR Sociaal nog de raad mee gaat informeren, alle raden, overigens, hoe een nieuwe afrekensystematiek eruit gaat zien.
Wellicht dat dat enige antwoord geeft op je vraag, dat het er in ieder geval die zin wel uitvoerbaar is en dat er wordt nog toegelicht hoe dat dan uitgevoerd gaat worden. Als dat voldoende antwoord geeft. Dan de tweede vraag. Zou u die nog even willen herhalen van mij, alstublieft?
10
De heer De Heer: Die ging over de reserveringstijd, dat daar een wijziging is geweest ten opzichte van hoe we dat de laatste keer hebben besproken. En waarom die wijziging? Wat is de actualiteit? Mevrouw Middelham: Het planningsysteem is al eerder over gesproken, begrijp ik ook uit uw verhaal, met de raad. Wat we nu zien is, het is ook gestart. Het is ook van de grond. Eerder was het nog allemaal in opbouw. En wat wij hebben meegekregen van Stroomlijn is dat het een slim planningsysteem is dat gebaseerd is op realtime, dus met actuele informatie ritten kan boeken. Dat maakt dat het efficiënter is en ook een grondige reden dat we als gemeente Dordrecht het voorstel hebben om daarin mee te gaan, zodat binnen de regio alle gemeentes het doen. En wij waren eigenlijk de enige gemeente die afweken, waardoor een planningssysteem daardoor niet goed tot zijn recht komt. En was dat eigenlijk de doorslaggevende factor om ook voor gemeente Dordrecht hieraan mee te doen. De voorzitter: Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, gewoon even ter controle, omdat het inderdaad in het verleden best wel een groot issue was. Het voornemen om van die 4 naar die 24 uur te gaan gaat terug, want we gaan meedoen met het nieuwe planningssysteem.
Dat kan allemaal veel efficiënter en het zou onverstandig zijn om daar niet aan mee te doen, dus die gaat van tafel en die wijziging lezen we dan ook niet terug in de in het voorstel en in de verordening. Mevrouw Middelham: De wijziging ziet u inderdaad niet terug omdat het een afspraak is tussen Dagelijks Bestuur en inderdaad GR Sociaal in dit geval. En wat u zegt klopt. En de taakstelling kan nu ook gehaald worden, omdat het een reserveringssysteem moet worden. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar mevrouw Kruger. En ik heb de heer Pauwels en de heer Roggekamp ook gezien. Mevrouw Kruger: Dank u wel, voorzitter. Ik ga toch ook nog even over die termijn van de herindicatie. Er wordt gezegd, een langere termijn wordt dan mogelijk. Wat verstaat u onder een lange termijn? Want ik kan me ook zoiets bedenken, er is ook een Wlz en volgens mij wordt er geadviseerd om naar een Wlz te gaan juist als er een langere termijn is van een Wmo. Ik werk zelf in Rotterdam en daar hebben we daar ook mee te maken. Dat is iets anders als in Dordrecht, maar toch merk je de hele tijd dat wringen tussen de Wmo, Wlz, kort, lang en is die langdurige termijn juist ook gekozen, volgens mij, omdat er ook een beetje tijdgebrek is voor consumenten om dat op die manier kort na elkaar af te geven. Wat is een lange termijn? Laat ik dat even zeggen zo.
Mevrouw Middelham: Lange termijn in dit geval, zoals ik het heb vernomen, is 3 jaar, gericht op zelfstandigheid. En zolang er vooraf ingeschat kan worden dat het nodig is, dan kun je hem inderdaad lange termijn. Het verschil tussen Wlz en Wmo. Vanuit Wlz blijkt uit de evaluatie en indicatie dat dat dan altijd nog aangepast kan worden. We zien ook Wlz, Wet langdurige zorg wonen, dat is vaak onbepaalde tijd.
11
En de Wlz wordt nog herzien. Er zijn nog evaluatiemomenten waarin je ook nog ontwikkelingsperspectief ziet bij een inwoner. Dan zeg ik niet dat een Wlz-inwoner moet dat niet heeft. Echter, het denkproces zit daar wel iets anders in. Iets meer gericht op prognose vooruit. De voorzitter: Helder. Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Pauwels van de PvdA. De heer Pauwels: Dank u, voorzitter. Een beetje een wat algemenere vraag misschien. Wij zijn bekend met de ombuigingen die een tijdje terug de raad gepasseerd hebben. Bent u in het kader van deze verordening op pad gestuurd om aanvullende bezuinigingen of versoberingen te zoeken? De voorzitter: Zijn de ambtenaren, om het even bij u weg te halen. Hebben jullie die opdracht meegekregen? Ik hoor heel duidelijk nee, van de ambtenaar waarvan ik weet dat het ook wel klopt. Dat antwoord is nee. Dan gaan we naar de heer Roggekamp. De heer Roggekamp: Dank u, voorzitter. Als je het begin van dit stuk leest, dan worden wij best wel vrolijk over hoe leesbaar het was. Of het echt helemaal B1 is, weet ik niet. Maar als ik dan bijvoorbeeld naar de hoogte van het persoonsgebonden budget kijk, dan zitten er zoveel berekeningen in dat die al heel lastig leesbaar wordt voor veel mensen. En we zagen net hier in de commissie ook al dat het stuk van de Drechthopper, we zelfs als commissie we eigenlijk niet begrepen hoe het precies zat.
Is er nog een manier te vinden om te zorgen dat de inwoners dit wel gaan begrijpen, wat er staat? Al is het door een documenten naast waar het niet juridisch staat, maar wel dat de mensen gaan begrijpen wat echt de bedoeling is en wanneer, wat betaalt voor wat, en hoe dat allemaal zit, voorzitter? De voorzitter: Uw vraag is eigenlijk, komt er nog begrijpelijke communicatie naar buiten, zodat het bij de inwoner die het nodig heeft begrijpelijk terechtkomt. De heer Roggekamp: Ja. Want dit is duidelijk niet helemaal B1. De voorzitter: Misschien is daar een antwoord op. Mevrouw Middelham: Een hele terechte vraag inderdaad. De informatie moet voor de inwoner goed begrijpbaar zijn, zeker als het ook om bijvoorbeeld een kortingsmaatregel gaat. Een inwoner moet dat ook kunnen vinden. De GR Sociaal levert daar voor de communicatie. Die geeft ze wel een brief met de tariefwijziging, maar legt daarin ook het proces uit hoe een inwoner bijvoorbeeld tot een kortingsmaatregel kan komen. Die communicatie is er. Verder, een verordening is juridisch en kan nooit echt B1 zijn. De voorzitter: Dit is een juridische uitwerking van, maar dit is niet uiteindelijk het stuk of de uitleg die bij de inwoners terechtkomt. Daar is andere communicatie voor. Mevrouw Middelham: Exact. De voorzitter: De heer Roggekamp, nog een vervolgvraag?
12
De heer Roggekamp: Ja, voorzitter. De heer Roggekamp: Ik wil dan toch wel vragen, in Dordrecht zitten we gewoon veel meer op het begrijpelijk voor de inwoners dan toch in veel omliggende gemeentes. En de invloed die wij hebben in de GR Sociaal is toch ook maar minimaal, dus ik wil dan toch wel ook de ambtelijke staf vragen om te kijken wat er komt vanuit GR Sociaal en indien nodig het leesbaarder te maken voor onze inwoners. Want we zitten hier voor de Dordtenaren en niet voor de hele regio De voorzitter: Dat zou ook een prachtig politiek punt zijn natuurlijk om te maken, als we dit. De heer Veldman: En de oproep is gehoord. De voorzitter: En de oproep is gehoord. Mevrouw Kamphuis van de SP heeft nog een vraag. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel. U vertelde me net van die brief. Dan moeten de mensen zelf reageren om vervolg. Maar stel u voor, iemand heeft een hersenletsel. Die krijgt die brief thuis, die legt die brief neer en die vergeet hem. Hoe wordt daarmee omgegaan? Mevrouw Middelham: Bij een inwoner inderdaad waar de brief blijft liggen, als het goed is er altijd een zorgaanbieder betrokken die ook daar een actieve rol in heeft. Ook de zorgaanbieder. Die krijgt een signaal het is niet alleen een verantwoordelijkheid van de inwoner, maar ook van een zorgaanbieder die betrokken is om daar gezamenlijk in op te trekken en er vervolgens actiever op in te gaan.
De voorzitter: Nog een vervolgvraag, mevrouw Kamphuis? Mevrouw Kamphuis: Klopt. Er zijn bepaalde instanties, bijvoorbeeld huishoudelijke hulp, die geven nu geen aandacht als het stopt, de indicatie. Want dan in één keer komt er geen hulp meer en dan is het jammer. En dan ga je zelf aan de bel hangen. Hoe wordt daar dan mee omgegaan? Want die mensen geven ze geen aandacht vraagt. De voorzitter: U vraagt eigenlijk, wordt dat nu in deze verordening wel ondervangen? Mevrouw Middelham: Ik weet dat collega's meeluisteren. Dan zou ik toch even de checkvraag willen doen. De voorzitter: Dit is misschien wel een goede, omdat het ook gaat over dan de instanties controleren en zo, om even schriftelijk te laten beantwoorden. Is dat akkoord? Laten we dat doen. Kunnen we naar het laatste deel van de presentatie? We zitten diep in de materie, maar heel mooi in de tijd. Dat is natuurlijk geweldig. Dan geef ik het woord aan de heer Haksteeg.
13
De heer Haksteeg: Dank u wel. Neem ik de raadsleden graag mee in de aanpassingen van het hoofdstuk jeugdhulp. In het kader van het regionale verbeterprogramma Beschikbare en Betaalbare Jeugdhulp hebben de 10 gemeenten in Zuid-Holland-Zuid een raamwerk opgesteld voor het onderdeel jeugdhulp. En dat raamwerk heeft een ondersteunende rol gespeeld bij het opstellen van deze verordening. Daarbij heeft eigenlijk de modelverordening van de VNG ook als een belangrijk uitgangspunt gediend. Deze is namelijk ook geactualiseerd op basis van de meest recente jurisprudentie, rechterlijke uitspraken die zijn verwerkt. En het sluit ook beter aan op landelijke contract- en inkoopstandaarden. Dat zijn belangrijke aanpassingen geweest. Het hoofdstuk over jeugdhulp geeft aan welke soort hulpen beschikbaar zijn en hoe de Jeugdwet zich verhoudt tot andere wetgeving. Met name de afbakening met andere wetgeving is explicieter gemaakt, omdat we ook graag willen kijken naar, er wordt ook eerst onderzocht of andere wetten van toepassing zijn. We zien vaak dat jeugdhulp vaak wordt aangesproken terwijl soms ook andere wetgeving of juist andere vormen van hulpondersteuning mogelijk zijn. En daarbij komt dan ook kijken dat dan belangrijk is dat die effectieve samenwerking tussen partijen cruciaal is om breed te kijken naar die hulpvraag van de inwoner.
Net als in de rest van het land, dat is ook geen verrassing, wordt er ook in Dordrecht natuurlijk steeds groter beroep gedaan op jeugdhulp. We zijn als maatschappij ook steeds meer zaken erg gaan vinden. Kinderen die zich net wat anders gedragen of ontwikkelen dan de norm worden door de omgeving toch al snel verwezen richting jeugdhulp. Ook voor tegenslagen, pech, moeilijke periodes die eigenlijk ook onderdeel zijn van het gewone leven, wordt toch vaak een beroep gedaan op jeugdhulp, terwijl veel van die situaties ook wel horen bij het normale opvoeden en opgroeien. Jeugdhulp is niet altijd de oplossing. Dat moet beschikbaar zijn en blijven voor die kinderen en jeugdigen die dat nodig hebben. En we hebben de bijlage over de NJI, over het normaal opvoeden en opgroeien, dan ook toegevoegd aan deze verordening. Waarmee we ook hopen dat dat helpt voor de professionals, om dat gesprek met ouders en jeugdigen aan te gaan. En dat kan ook ondersteunend zijn aan de normaliserende beweging die we beogen. We hopen daarmee uiteindelijk ook lichtere hulpvragen af te buigen. Daarnaast zijn er ook diverse artikelen toegevoegd aan de verordening en daarnaast hebben we ook artikelen over de beoordeling van draagkracht en draaglast en het pgb een grotere plek gekregen in de verordening. Dan hebben we het ook over de ombuigingsmaatregelen.
De verordening helpt ons om een aantal van deze maatregelen te kunnen realiseren. Deze twee maatregelen die gaan in op 1 januari 27 en dat betekent ook dat we in ‘26 nu gebruiken om die maatregelen voor te bereiden. Voor wat betreft het jeugdhulpvervoer, daar is een artikel over toegevoegd in de verordening op basis ook weer van die modelverordening die er landelijk ligt. We zien dat met het jeugdhulp vervoer momenteel heel veel soloritten worden gereden door eigenlijk een gebrek aan combinatiemogelijkheden binnen het vervoer. Dat doet wat met de capaciteit. We weten dat er gebrek is aan chauffeurs, maar het doet ook iets met de gemeentelijke financiën. We zetten ook met dit artikel in op normalisatie en weer de verantwoordelijkheid van ouders. Dat gebeurt onder andere door die afstandsgrens van 6 kilometer te gaan hanteren en groepsvervoer voorliggend te maken aan individueel vervoer. We weten dat dat impact gaat hebben. Dat bereiden we nu ook voor met diverse partners, om dat inzichtelijk te maken. En daarbij houden we dan ook wel rekening uiteraard met de bestaande situaties.
14
Daar zit ook een overgangsartikel of overgangsrecht binnen de verordening. Dat is iets waar we dan ook rekening mee houden. Daarnaast wil ik hier nog over zeggen dat we ook in regionaal verband bezig zijn met een werkgroep om te kijken of we de kilometervergoeding kunnen gaan aanbieden. Dat is iets wat binnen het leerlingenvervoer al gebruikelijk is en dan willen we gewoon ook verkennen of dat binnen het jeugdhulpvervoer mogelijk is. Daar gaan we een pilot voor starten. Voor wat betreft de tweede ombuigingsmaatregel, die wordt eigenlijk met name ook weer uitgewerkt via dat regionale programma Beschikbare en Betaalbare Jeugdhulp, bijvoorbeeld door het aanscherpen en verbeteren van de toegangspoorten. We zetten daar bijvoorbeeld ook meer in op het collectiveren van aanbod, dus meer in groepen. En in deze verordening hebben we dat dan ook weer bijvoorbeeld vertaald naar de betere afbakening tussen de Jeugdwet en andere voorzieningen, zoals bijvoorbeeld de Wet langdurige zorg, of andere vormen van hulp en ondersteuning die bijvoorbeeld via de Wet passend onderwijs worden aangeboden. En daarmee willen we eigenlijk ook weer voorkomen dat jeugdhulp wordt ingezet terwijl er eigenlijk aanspraak bestaat op een andere voorziening of andere vormen van hulp en ondersteuning. Dat even voor wat betreft jeugdhulp. De voorzitter: Dank u wel.
Zijn er hier vragen over? Mijnheer De Heer, ChristenUnie/SGP. De heer De Heer: Voorzitter, dank u wel. Ik had meerdere vragen, dus ik ga ze proberen even te clusteren. De voorzitter: We kunnen gewoon vraag-antwoord, vraag-antwoord doen. De heer De Heer: De eerste was eigenlijk dat laatste wat u zei over die pilot van kilometervergoeding. Ik begrijp dat daar nog aan gewerkt wordt. Is dat iets wat ook nog langs ons als raad komt? Dat is eigenlijk de eerste vraag. De heer Haksteeg: Het is denk ik uitwerking van deze verordening als die wordt vastgesteld. Want hij staat zo in het raadsvoorstel genoemd. De heer De Heer: Het is meer, er iets wordt iets aangekondigd wat nog een uitwerking vraagt. Wat stel je dan vast? Dat er nog een uitwerking komt. Maar komt die uitwerking dan eerst nog ter goedkeuring of iets dergelijks langs de raad of gaan we dat vanzelf ontdekken? De voorzitter: Is daar al een tijdspad voor? Of kunnen wij nu hier de wens neerleggen dat wij op de hoogte gehouden worden van? De heer Haksteeg: Er is nu nog geen tijdspad beschikbaar. Maar in de regio zijn er diverse gemeenten die de verordening jeugdhulp in al wel hebben vastgesteld. Daar trekken wij samen mee op, dus deze verordening die gaat in principe in per 1 april. We gebruiken de komende periode om die pilot op te gaan starten, maar ik denk dat het langere uitwerking nodig heeft.
15
De voorzitter: Is dat voldoende voor u, mijnheer De Heer? De heer De Heer: Ik spreek dan in ieder geval de wens uit om op de hoogte gehouden te worden. De voorzitter: Begrijpelijk. En uw volgende vraag? De heer De Heer: Die parkeer ik nog heel even. De voorzitter: Dat is goed. Dan ga ik eerst naar mevrouw Pichel van Fractie Pichel. Mevrouw Pichel: Dank u wel, voorzitter. Ik had een vraag over wat u net vertelde over aanpassingen jeugdhulp en dat er eigenlijk anders wordt gekeken naar de oplossing, dat er minder snel daarnaar wordt gegrepen. Ik denk dat dat een hele goede overweging is, want daar zijn natuurlijk inderdaad andere dingen voor, mits iedereen meewerkt. Maar mijn vraag daarover is, wat is daarmee de insteek? Want ik kan me voorstellen dat er of juist heel erg maatwerk nodig is of wordt er nagedacht over een ander soort aanpak, waarbij we een soort van over een andere boeg gaan zonder dat het heel erg maatwerk wordt? Of juist wel. De heer Haksteeg: Ik weet niet of ik hem goed kan volgen. Of misschien kunt u hem toelichten. Mevrouw Pichel: Ik probeer hem zo kort mogelijk te stellen, zodat mijn vraag niet heel uitgebreid wordt. Maar om even een heel concreet voorbeeld te noemen. Gaf net bijvoorbeeld aan, stel je voor, een kind heeft dyslexie, heeft dan speciaal onderwijs.
Dan kan het zijn dat men natuurlijk heel erg door wil naar onderzoek, terwijl een kind bijvoorbeeld ook veel meer kan gaan bewegen en daardoor er veel meer creativiteit is en schoolproblemen kunnen worden opgelost. Dat vraagt natuurlijk om medewerking van ouders, maar ook scholen, want die zeggen soms, maar we hebben het wel nodig, want we hebben dat labeltje nodig. Het vraagt om veel invalshoeken en niet iedereen komt zelf tot een oplossing. Ik vind het een heel mooi gegeven om daaraan te willen werken en dat te verbeteren, maar mijn vraag is, wat is de aanpak? Zijn er dan gedachtes over om daar een bepaalde aanpak van toe te passen? Of wordt het echt maatwerk? Want er zijn verschillende manieren om dat te doen. De heer Haksteeg: Het hangt denk ik heel erg samen met die beweging. We staan er eigenlijk voor dat we inderdaad meer willen normaliseren, dus dat betekent inderdaad breed kijken naar de vraag achter de vraag, noem ik het dan maar even. Het kan zijn dat er veel meer zaken of andere zaken aan de hand zijn waar niet per se jeugdhulp voor nodig is, maar het antwoord inderdaad eerder ligt in misschien inderdaad meer bewegen of juist extra ondersteuning vanuit een school.
Dat vraagt inderdaad van professionals, en of dat vanuit een wijkteam is of juist de onderwijzer of andere professionals, dat ze goed in staat zijn om te kijken naar, wat is er aan de hand? En niet alleen met het kind, maar ook juist in die gezinssituatie of thuis of in de wijk. En dat is eigenlijk de beweging die je ook met deze verordening wel wil stimuleren, dat je breed gaat kijken naar die hulpvraag.
16
En ook goed kijkt naar, zijn er dan misschien andere voorzieningen die ingeschakeld moeten worden in plaats van jeugdhulp of andere vormen van hulp en ondersteuning? De voorzitter: Een korte vervolgvraag, mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Heel helder. Dit is inderdaad precies wat ik bedoel. En dan is de verdieping vraag inderdaad, waar zit die dan in? Gaat het dan over bijvoorbeeld meer educatie voor die personen die begeleiden in die hulpvraag? Of worden er dan projecten gestart? Is het een financieel stukje? Daar ben ik wel gewoon heel benieuwd naar. De heer Haksteeg: Ik denk dat dat ook terugkomt in het begin van de verordening, dat we die integrale samenwerking eigenlijk tussen de diverse professionals en partijen willen stimuleren. Daar zijn nu natuurlijk ook al voorbeelden van Dordrecht, dat professionals elkaar veel vaker opzoeken, waarbij je eigenlijk probeert om juist die brede hulpvraag in beeld te krijgen en dat professionals ook die afweging kunnen maken met ouders of met jeugdigen van, wat is er nu nodig? De voorzitter: Dat is het maatwerk. Ik had sowieso een drietal vragen staan. Ga ik eerst naar mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Dank u wel. Eigenlijk even voortbordurend op wat mevrouw Pichel aangeeft. Want ik schrik dan een beetje als er staat, minder aanbod jeugdhulp. Ik ben altijd een beetje verward met jeugdhulp. Dan denk ik, hulp aan jongeren, jeugd.
Maar volgens mij verstaan we daar voornamelijk onder de specialistische hulp. Met een psycholoog en weet ik veel, dyslexie, en ga je weer ingewikkeld huiswerk meegeven, omdat weet ik veel wat. Maar we hebben hier in Dordrecht bijvoorbeeld ook het Leerorkest gehad. We hebben theatergroepen die juist ook ingezet worden om, als er problematieken zijn binnen een gezin of binnen kinderen of binnen de maatschappij waar kinderen in zitten, om die in te zetten om gezamenlijk ook dat op te lossen. En ik zie dat die scholen juist ook weer daar een terugtrekkende beweging in maken, want we moeten ons vooral bezighouden met lezen, schrijven en rekenen, terwijl juist die andere dingen zo belangrijk zijn om in ieder geval problemen in de toekomst te voorkomen. Minder aanbod jeugdhulp, is dat minder specialistisch hulpaanbod, terwijl ook paardencoaching is bijvoorbeeld ook een heel goed aanbod wat specialistisch kan werken. De voorzitter: Uw vraag is eigenlijk of al die alternatieven daarmee ook verdwijnen, of gaat jeugdhulp alleen over de specialistische? Mevrouw Kruger: Ja. Zeker. De voorzitter: Dat is de vraag. De heer Haksteeg: Het gaat in deze vooral om inderdaad minder vormen van jeugdhulp. We zijn nu bijvoorbeeld ook bezig om die beweging te maken. We zien dat er heel veel gebruik wordt gemaakt van ambulante jeugdhulp en ondersteuning.
17
Dat is heel erg gegroeid. Wat we proberen eigenlijk met partners te bereiken, is dat we eigenlijk willen dat, of het Dordrecht Sociaal is of andere partijen, dat die veel meer zelf vormen van ondersteuning en hulp kunnen bieden, waarbij ze bovendien ook veel meer kijken naar het gezin of het systeem eromheen, dus ook veel meer de situatie thuis bekijken. Want we zien toch vaak met jeugdhulpaanbieders, er wordt vooral natuurlijk naar het kind gekeken. Meer individueel. Je wil eigenlijk die beweging naar breed, systemisch kijken, eigenlijk. De voorzitter: Een vervolgvraag, mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Voorzitter, dat systemisch snap ik maar dat is precies ook het stukje waar we nog steeds naartoe gaan. Het ligt of aan het hele gezin of we blijven heel beperkt bij dat bij het ene kind zitten. Terwijl ik denk, de opvoeding is meer dan alleen het gezin en juist de mogelijkheid binnen school en binnen de samenleving. Ook de organisaties, de sportclubs en zo, daar kan je juist heel goed mee werken. Het zou mooi zijn als daar toch de contacten meer mee zouden komen. De voorzitter: Dan is de vraag eigenlijk of dat ook in deze verordening zit? Maar de scholen … Mevrouw Kruger: Of daar gebruik van gemaakt kan worden, inderdaad, van die verordening. De heer Haksteeg: Het zit nu niet zo direct of expliciet in deze verordening, maar het is wel wat we willen stimuleren.
Maar de vooral de visie sociaal domein drukt dat denk ik ook meer uit dan deze hele technische verordening. De voorzitter: Deze is wat meer ingezoomd op. Dan heb ik als volgende op mijn lijstje staan de heer Roggekamp, mijnheer De Heer. En ik zie de heer Pauwels erbij komen, mevrouw Kamphuis en de heer Van Antwerpen. Dan gaan we eerst naar de heer Roggekamp. Gewoon Dordt. De heer Roggekamp: Dank u wel, voorzitter. Ik las dat er ook bij de jeugdhulp bij pgb's wel eens die afgewezen kan worden als er een taal onvoldoende machtig is. Terwijl ik neem aan dat die ouders die kinderen best wel goed met elkaar communiceren. Maar ook het Ouderplatform waarschuwde hiervoor, dat dit een risico is. Kunt u mij uitleggen hoe die afweging dan gemaakt wordt en wanneer het dan zo erg is dat bijvoorbeeld een pgb niet kan voor jeugdhulp op het moment dat een taal niet machtig genoeg is? Want dat is hoe het er staat. De heer Haksteeg: Ik heb er denk ik geen volledig antwoord op. Dat zou ik ook nog even kunnen nazoeken. Maar in het algemeen geldt dat we natuurlijk aan professionals ook vragen om cultuursensitief te werken. Dat betekent ook dat je rekening houding met de taalbarrière van inwoners. Je zal je altijd wel moeten verhouden tot de inwoner die je voor je hebt.
18
De voorzitter: Zullen we deze ook op het lijstje zetten voor een technische beantwoording? Dat is best wel een specifieke vraag over iets wat je vanuit je werk kan tegenkomen. Dan komt daar een uitgebreid antwoord op. Dan ga ik naar mijnheer De Heer, ChristenUnie/SGP. De heer De Heer: Voorzitter, dank u wel. We gaan hulp vragen voor jeugdhulp ombuigen, wat ik begrijp, naar andere vormen van hulp daar waar dat kan. En die duidelijkere afbakening van de Jeugdwet die gaat daarbij helpen, zoals ik dat begreep. Maar kunnen we nu, als we bijvoorbeeld twee jaar vooruitblikken en dit loopt een periode, dan ook goed zien hoe dat is verlopen, hoe dat is gegaan? Hoeveel verzoeken er dan bijvoorbeeld dan tegen die tijd zijn geweest en hoe dat dan is omgebogen en naar wie? En dan daarmee ook niet alleen, hoe is dat weggeborgen bij jeugdhulp vandaan? Maar ook, is daar dan ook een succesvol alternatief voor gekomen? Ik ben meer benieuwd als raad, als we vooruitblikken en we gaan dit zo doen, kunnen we dan straks ook goed, als we in de achteruitkijkspiegel kijken, zien hoe dat is gegaan? Wat er is weggebogen en hoe dat is terechtgekomen? De heer Haksteeg: Waarmee u denk ik zegt, ik zou graag inzicht hebben in de data en in de monitoring, als ik hem zo vertaal.
Ik denk wel dat wij met bepaalde data inzichtelijk kunnen maken, bijvoorbeeld het gebruik van jeugdhulp en welke vormen er zijn, en of die inderdaad in de loop van tijd minder zullen worden. Die beweging inderdaad naar de voorkant. Maar er zullen altijd diverse factoren zijn die daar ook van op invloed zijn. Dat is misschien ook nog wel lastig te isoleren, maar de behoefte aan datamonitoring snap ik. De voorzitter: Nog een vervolgvraag. De heer De Heer: Korte vervolgopmerking. Dat is inderdaad bij ook bij het armoedebeleid. Daar hoor je ook altijd, er zijn zoveel factoren die meespelen. En terecht. Dat is gewoon helemaal waar. En tegelijkertijd net als bij het vorige punt dan toch de wens die is uitgesproken bij deze om dat zoveel als mogelijk duidelijk voor ons inzichtelijk te maken. Dank u. De voorzitter: Wordt genoteerd. Dan gaan we naar de heer Pauwels van PvdA. De heer Pauwels: Dank u, voorzitter. Ik zoek een beetje naar waarom we het hierover hebben. In welke mate denkt u dat … De voorzitter: Denken de ambtenaren. Niet direct. Even via de voorzitter. De heer Pauwels: Sorry.
In welke mate is de ambtelijke ondersteuning van mening dat deze veranderingen kwalitatief de zorg voor de doelgroep gaan verbeteren? Of blijft het hetzelfde of gaat het kwalitatief minder worden? Of is dit puur bezuinigen? De voorzitter: Dan vraagt u eigenlijk een beetje naar de mening van de ambtenaren. Maar we kunnen hem wel ombuigen naar iets technisch. Is deze verordening echt een om een slag te maken in de kwaliteit of is dit een gevolg van bezuinigingen?
19
De heer Pauwels: Heel mooi verwoord. De voorzitter: Dan stellen we hem zo. Gaat uw gang. De heer Haksteeg: Dan tellen we zelf gaat. Hij is bedoeld om een slag te maken in de kwaliteit. Ik denk dat net in mijn verhaal ook heb aangegeven hoe we kijken naar de visie in beweging, waarom doen we dit? Wij willen het onderdeel jeugd betaalbaar en beschikbaar houden. De kosten nemen toe, het aantal jeugdigen in de jeugdhulp neemt nog steeds toe. En we willen die jeugdhulp toch weer beschikbaar behouden voor degene die het echt nodig hebben. Dan zal je inderdaad met je verordeningen en met je visie sociaal domein wel keuzes moeten maken wat je dan minder, scherper, gaat doen. En dat drukt denk ik deze verordening uit. Dat is de gedachte erachter. Ook meer inzet op het normaliseren. Niet alles is hulp of ondersteuning. Sommige dingen horen ook bij normaal opvoeden en opgroeien, hoe ingewikkeld ook. Dat proberen we met deze verordening ook tot uitdrukking te laten komen. En daardoor houd je ook de ruimte hopen, denken wij, dat de jeugdhulp voor degene die dat echt nodig hebben, de meest kwetsbare jeugdigen, dat die dat nog kunnen krijgen. Ook op de lange termijn. De voorzitter: Dank u wel. Helder antwoord. Dan heb ik mevrouw Kamphuis van de SP staan. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel.
Ik wilde via de voorzitter vragen, de jeugd die nu vroegtijdig thuis komt te zitten, schoolverlaters en kinderen die helemaal niet naar school gaan, hoe wordt daarmee omgegaan? Met een leerplichtambtenaar of via een andere weg? De voorzitter: Dat is een hele specifieke vraag. Kijken of daar antwoord op komt. De heer Haksteeg: Die is die specifiek, inderdaad. Er is ook geen eenduidig antwoord op te geven maar daar hebben we natuurlijk diverse partijen die aan zet zijn. Als een jeugdige thuis komt te zitten, dan heeft school nog steeds natuurlijk de verantwoordelijkheid om het kind weer terug te leiden naar school. Daar kan soms leerplicht bij betrokken zijn, maar kan ook bijvoorbeeld een wijkteam betrokken zijn. Het is heel moeilijk om te zeggen wie aan zet is. Dat hangt af van, is de school verantwoordelijk? Dan heeft de school de plicht om met ouders en de jeugdige daar de ondersteuning op in te gaan zetten. Spelen er andere factoren, dan is misschien een andere partij aan zet om het kind weer naar school terug te leiden. Soms is er misschien eerst een andere voorziening nodig voordat een kind weer naar school kan. Ik kan het in het algemeen een beetje schetsen, maar niet heel specifiek. De voorzitter: Dit begint, dit weet ik toevallig zelf, op school met een beeld van het kind. Het kind wordt in die zin dan een soort casus.
En dan is het vanuit school ook wie er allemaal bij betrokken wordt. En dat is in die zin maatwerk via verschillende instanties en niet altijd één en dezelfde. Vervolgvraag, mevrouw Kamphuis.
20
Mevrouw Kamphuis: Dank u. De school heeft al best wel heel veel druk, want er zitten best wel heel veel kinderen in de klas. Stel je voor, de school kan het niet aan. Kan de school dan aankloppen bij de gemeente, als het helemaal niet werkt met de maatwerkvoorziening? De heer Haksteeg: Dit is geen jeugdhulp, maar school is in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor dat zij een bepaald niveau van ondersteuning kunnen bieden binnen de school. Als dat niet lukt, dan hebben zij nog een samenwerkingsband, passend onderwijs. Die kunnen ook nog extra ondersteuning of arrangementen inzetten op de school om de leerling toch weer tot leren te bewegen. Is er meer nodig? Dan is het aan het schoolsamenwerkingsverband om inderdaad andere partijen in te schakelen. Dat kan dan inderdaad zijn een Dordrecht Sociaal met een wijkteam, of leerplicht of anderszins. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Van Antwerpen, Beter voor Dordt. De heer Van Antwerpen: Voorzitter, dank u wel. Bij de stukken zat ook een raadsinformatiebrief over een reactie op een brief naar aanleiding van het verbeterprogramma Betaalbare en Beschikbare Jeugdhulp van het Stichting Ouderplatform Zuid-Holland-Zuid. Dat was een vrij stevige brief. Er wordt gesproken over in strijd stemmen met internationale verdragen en verboden delegaties.
In de conclusie lees ik in de raadsinformatiebrief dat er een juridische analyse heeft plaatsgevonden en even samengevat, alles is oké. Even vertaald in mijn eigen woorden. Kunnen wij als commissie daar wat meer inhoudelijke documentatie over krijgen? Hoe is die juridische analyse verricht? Is dat uitbesteed aan een bureau? Is dat intern gedaan? Ik wil daar wat meer informatie over dan alleen maar lezen, het is oké. De voorzitter: Eigenlijk, hoe is het antwoord ‘het is oké’ tot stand gekomen en wie is daarbij betrokken geweest? De heer Haksteeg: Wij hebben daar juridisch advies via het Juridisch Kenniscentrum van de Drechtsteden gehad. Dat is ambtelijk juridisch advies. De voorzitter: De heer Van Antwerpen. De heer Van Antwerpen: Voorzitter, dan neem ik aan dat wij dat advies kunnen krijgen voordat we naar een oordeelsvormende sessie gaan? De voorzitter: Of dat advies ook inzichtelijk is voor ons. De heer Haksteeg: Ik vind het geen probleem om te delen, maar het grootste gedeelte zit eigenlijk ook al in de raadsinformatiebrief. De voorzitter: We kunnen het gewoon als stuk toevoegen. Het is wel iets technisch met het vergadersysteem. Een raadsinformatiebrief is lastig politiek te agenderen. Dat is niet een voorstel waar we echt iets mee kunnen. Dat is natuurlijk eigenlijk alleen maar ter kennisgeving. Maar we kunnen het natuurlijk gewoon als informatie erbij doen en als
21
daar bijvoorbeeld nog Artikel 40 vragen uitkomen of het idee van, we moeten daar echt wat mee, dan zijn er natuurlijk andere wegen om dat politiek aan te kaarten. Maar in ieder geval, het advies kunnen wij bij de stukken toevoegen voor de volgende vergadering hierover. En dan nemen we dat gewoon mee. Zijn er verder nog vragen? Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Toch nog één vraag, omdat ik het graag toch nog wat meer tot leven zie komen, vooral bij jeugdhulp. En wat is, misschien in nog wat andere voorbeelden, de grote winst van de integrale verordening voor de jeugdhulp? Omdat ik een aantal dingen lees waarvan ik denk, die kunnen ook zonder die integrale verordening volgens mij gewoon uitgevoerd worden. Een aantal van de dingen die ik lees, ik denk, die hadden ook kunnen plaatsvinden als we niet de integrale verordening hadden. Op welke punten is dit echt de grote winst voor het onderdeel jeugdhulp dat we nu met een integrale verordening werken? De heer Haksteeg: Ik denk dat de meerwaarde heel erg zit in na het verbinden van een aantal bewegingen binnen het sociaal domein. Ook op basis van de visie sociaal domein natuurlijk, waar een aantal uitgangspunten zijn geformuleerd naar, onder andere over dat normaliseren. Ik denk dat je dat nu ook terugziet in deze integrale verordening. Het is in al geval ook een eerste stap, een eerste aanzet, natuurlijk.
Mijn collega zei al, het is een beginpunt ik denk dat dat tot uitdrukking brengt dat normaliseren, collectiveren, dat dat een hele belangrijke is. Maar ook de boodschap die wij als gemeente hopen uit te dragen, ook richting alle partijen in het veld, dat die samenwerking en die integraliteit heel belangrijk is. En ik denk dat deze verordening daar ook wel een signaal mee afgeeft, dat we dat als gemeente heel belangrijk vinden en dat we dat ook blijven stimuleren. De voorzitter: Een vertrekpunt waar later nog op wordt teruggekeken of we nog integraler moet gaan werken, denk ik. Is het zo voldoende, mijnheer De Heer? Oké. Dan hebben wij een prachtige 25 minuten over om met elkaar een conclusie te trekken. Ik proefde eigenlijk al 1 politieke vraag naar aanleiding van het openbaar vervoer, namelijk, wat vindt de raad ervan dat dat niet zo de uitgangspunten is overgenomen, maar nu toch een andere keuze gemaakt is in het stuk? Maar het is natuurlijk aan u als commissie wat we met dit stuk willen. Nog een keer beeldvormen, oordeelsvormen en met welke vragen. Mevrouw Kamphuis, een voorzet. Mevrouw Kamphuis: Wij van de SP willen graag het advies van de adviesraad overnemen en dat luidt: de maatregelen over de wijziging jeugdhulpverleners eerst op de impact te bekijken en daarna rapporteren en de wijziging jeugdhulpvervoer daarop te beoordelen.