CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.12 2025.06.10 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 1 juli 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 27 mei en 5 juni 2025 en de Dordtse Dinsdag van 13 mei, 20 mei, 3 juni en 10 juni 2025 Vergaderzalen 1, 3, en 532.542 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 10 JUNI 2025 Vergaderzaal 1 1. Technische briefing: “Hoe leest u de jaarstukken” Voorzitter: Mevrouw Kruger Raadsgriffier: Mevrouw Vermeulen Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Bootsman (GroenLinks) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Dhr. Gündogdu (Op Ons Eiland) Dhr. Katif (Beter voor Dordt) Dhr. Laban (ChristenUnie/SGP) Dhr. ’t Lam (SP) Mevr. Lammens-Oostdijk (VVD) Dhr. Stolk (VSP) Dhr. Struijk (ChristenUnie/SGP) Mevr. Van Vugt-Roose (CDA) Dhr. Wringer (Beter voor Dordt) Portefeuillehouder: Ambtelijke ondersteuning: dhr. Brouwer, dhr. Rijke De voorzitter: Een hele goede middag. Dit was het sein voor de start van de commissie van 16.00 uur. Een briefing over de jaarstukken. Welkom raads- en commissieleden, welkom de heer Brouwer en de heer Rijke, die zo meteen een presentatie zullen geven en waar u uw vragen aan kwijt kunt. En voor het verslag wil ik even een rondje maken, zodat u zich allemaal even kunt voorstellen wie u bent en namens wie u spreekt. Mag ik bij mijnheer Stolk beginnen? De heer Stolk: Leo Stolk, VSP. De heer Katif: Jacques Katif, Beter voor Dordt. De heer Wringer: Jan-Willem Wringer, Beter voor Dordt. De heer ’t Lam: Jack ’t Lam, SP. De heer Laban: Vincent Laban, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Van Vugt-Roose: Franciske van Vugt, CDA. De heer Struijk: Leen Struijk, ChristenUnie/SGP.

1

Mevrouw Lammens-Oostdijk: Jeanine Lammens, Dordtse VVD. De heer Groenewege: Pieter Groenewege, Partij voor de Dieren. De heer Bootsman: Nick Bootsman, GroenLinks Dordrecht. De heer Brouwer: Stefan Brouwer, ambtelijke ondersteuning. De heer Rijke: Michiel Rijke, ambtelijke ondersteuning. Mevrouw Vermeulen: Laurette Vermeulen, commissiegriffier. Mevrouw Kruger: En Kitty Kruger ben ik, uw voorzitter van vanmiddag. Waarom zitten we hier eigenlijk? Ik heb het net al genoemd, een briefing over de jaarstukken. We krijgen vandaag die informatie over de jaarstukken. En het is echt heel superfijn dat ze dit jaar ook eens flink op tijd zijn. Ze zijn ook vandaag in Portal beschikbaar, op Dordrecht.p&c.nl, lees ik nu voor uit eigen werk. Ik heb er nog nooit van gehoord, van die link Welkom, mijnheer Gündogdu is ook aanwezig, van Op Ons Eiland. Tegelijkertijd wil ik ook even in uw herinnering brengen, de vragentermijn loopt tot en met vrijdag aanstaande. Al uw vragen die hier worden gesteld en niet direct kunnen worden beantwoord, gaan dan ook mee in die schriftelijke beantwoording. En dan geef ik nu het woord aan de heer Rijke. De heer Rijke: Dank u wel. Hoe leest u de jaarstukken 2024? Wij zijn 2 jaar geleden gestart met de planning & controlcyclus 2024. Hier staat Perspectiefnota, maar dat was nog met de Kadernota ’24. In het voorjaar 2023 opgesteld en vastgesteld door de raad.

In de Kadernota staat of stond welke financiële kaders we met elkaar af … Die zat daar niet achter. Jullie hebben hem. Wat spreken we met elkaar af? En dat wordt verder vertaald, in november 2023, in de begroting 2024. Dat was allemaal nog in het jaar ’23. In het jaar zelf, 2024, kon de begroting nog eventueel bijgesteld worden door de bestuursrapportage. En nu zitten we al in juni 2025 en kijken we terug naar het jaar ’24. Per saldo zijn we 2 jaar bezig met de planning en controlcyclus 2024. Nog even dit plaatje, in het kader van de jaarrekening. De gemeenteraad stelt de kaders vast, via de Perspectiefnota en de begroting. Het college voert uit, het beleid en de activiteiten die in de begroting staan beschreven. En draagt door middel van de jaarrekening verantwoording af aan u, aan de raad. De raad ziet toe op de uitvoering van dat beleid en controleert het college. De Auditcommissie heeft onder andere de taak om toezicht te houden op een aantal processen, zoals de financiën, interne controle en risicobeheer. De Auditcommissie heeft ook contact met de accountant. Vanavond vergadert de Auditcommissie. Dan komt de accountant ook langs. En de Auditcommissie formuleert het advies voor de raad. Dan hebben we nog de provincie. De provincie kijkt of de financiën structureel in evenwicht zijn.

Waar staan we nu? Ik hoorde net al dat u blij bent dat de jaarstukken tijdig aangeleverd zijn. Het heeft wel veel inspanning gekost vanuit de organisatie en uiteraard vanuit de accountant, maar als het goed is, heeft u 30 mei jongstleden de jaarstukken via de griffie ontvangen. Ik heb ze hier voor me. Het zijn 335 pagina's. We streven ernaar om het korter te doen, maar dat is niet gelukt. De accountantscontrole is zo goed als afgerond.

2

Naar verwachting rondt de accountant de controle eind van deze maand af. En de strekking van de controleverklaring is goedkeurend. De gewaarmerkte versie van de jaarstukken volgt waarschijnlijk na 20 juni en zullen we vanavond ook nog wel horen van de accountant. Die zal daar ongetwijfeld op terugkomen in de Auditcommissie. De jaarstukken, hoe zijn die opgebouwd? Jaarstukken bestaan uit het jaarverslag enerzijds en de jaarrekening. Het jaarverslag bestaat weer vervolgens uit een algemeen deel, programmaverantwoording, de paragrafen. Het algemeen deel bevat de inleiding, hoofdlijnen, financieel resultaat, het dashboard van de Agenda Dordrecht 2030, de financiële positie. En de paragrafen zie ik ook nog staan. De jaarrekening is meer het financieel technisch gedeelte. Bestaat uit de balans en de toelichting op de balans. We lopen dit straks allemaal nog door. Financiële verantwoording, het overzicht van de baten en de lasten en de verschillenanalyses en de bijlages, al dan niet verplicht. Er zijn verplichte bijlages, zoals de SiSa en de WNT. Zo zijn de jaarstukken opgebouwd. Het rekeningresultaat 2024 komt uit op 5,8 miljoen. Ten opzichte van vorig jaar, 2023, was dat nog 28,7 miljoen. Wij hadden een resultaat begroot van 6,6 miljoen. Daar zitten we iets onder, 0,8 miljoen. Wij lichten die 0,8 miljoen, de afwijkingen, ook altijd toe in de jaarstukken. En dat is op pagina 13.

En dit zijn de grootste meevallers en tegenvallers. De heer ‘t Lam: Voorzitter, mogen wij tussendoor vragen stellen of doen we het aan het eind even? De voorzitter: Dat is een goede vraag om mee te beginnen. Wat wilt u het liefst zelf? Tussendoor? Gewoon per sheet? Gaat uw gang. De heer ‘t Lam: Dank u wel. Er werd net verteld dat het rekeningresultaat 5,8 miljoen is, maar vanavond bespreken we de accountantsverklaring en die spreekt van 5,3 miljoen. Wat is nu de uitkomst? De heer Rijke: 5,3, of sorry, 5,8 miljoen. Dat wordt nog aangepast in het accountantsverslag. Terechte vraag. Ik ben nog vergeten te vertellen dat wij ook een decemberbrief hebben verstrekt, een raadsinformatiebrief, met de grootste afwijkingen na de tweede bestuursrapportage. Die is begin dit jaar als raadsinformatiebrief aangeleverd in de raad. Daar hebben we al een aantal afwijkingen aangekondigd. De grootste meevaller is jeugdhulp. Ik heb naar de pagina verwezen voor eventuele toelichtende tekst. Dat hadden we ook in een decemberbrief toegelicht, dat daar een onderscheiding van de lasten is. Hetzelfde geldt voor beschermd wonen. Apparaatskosten van de GR Sociaal zijn meegevallen. Die hadden we niet vermeld in de decemberbrief, omdat we dat gewoon nog niet wisten op dat moment. De grootste tegenvallers. Lager voordeel Oekraïne. Dat zal ik even toelichten.

Wij hadden nog begroot een voordeel van 3,1 miljoen voor Oekraïne. Nou is er in november besloten door de raad dat alle meevallers, het voordelig saldo op Oekraïne, in de bestemmingsreserve gestort kan worden. En dat hebben we dan ook gedaan. Per saldo is het resultaat op Oekraïne 0 in de jaarstukken, terwijl we in de begroting nog 3,1 hadden. Vandaar dat het een tegenvaller is. Inkomensondersteuning wordt uitgevoerd door GR Sociaal. Dat hadden we ook, wisten we, gemeld in de decemberbrief dat dat een verhoging zou zijn ten opzichte van de laatste begroting. Dekking rentelasten activa. Er is minder geïnvesteerd dan we hadden willen investeren.

3

Er is minder rente toegerekend aan de investeringen. Pensioenvoorziening wethouders, hadden we ook al eerder medegedeeld. Aangepast rekenrentepercentage, die is omlaag gegaan. Er moest een flinke storting gedoneerd worden. Voorziening van functioneel leeftijdsontslag brandweer. Ook een storting van 1 miljoen. Dat zijn de grootste. En dit rijtje telt niet op tot die 0,8. Er zit ook nog een overige post in van 3,5 miljoen. Vorig jaar hadden we 2 uitschieters. Dat was Oekraïne van 16 miljoen en de reserve Afschrijvingen. Maar dit ligt allemaal dichter bij elkaar, die afwijkingen. De restpost is hier redelijk groot. De accountantscontrole is nog niet afgerond, zei ik al. De controle op 1 dossier. Van de 57 SiSa-regelingen is er nog 1 niet af. Die is wel bijna af. Dat zal binnenkort afgerond worden. Controle aanbestedingsrechtmatigheid is nog niet volledig afgerond. En de finale partnerreview op het jaarrekeningcontroledossier moet nog afgerond worden. Deze onderwerpen beïnvloeden het rekeningresultaat niet meer. Blijft 5,8 miljoen. Mochten hier fouten uitkomen, dan worden dat, hoe zeg je dat, ongecorrigeerde controlefouten. En die kunnen we makkelijk hebben. Dan monitoring Agenda Dordrecht wilde ik eventjes benoemen.

Want in de pdf-versie van de jaarstukken zijn het allemaal lelijke tabelletjes en er staat bij grafieken, maar ons systeem is zo ingericht dat de website gebouwd wordt. En op de website zien we wel die grafiekjes. In de pdf-versie zijn dat lelijke tabellen. Wilde ik eventjes genoemd hebben, dat daar in ieder geval een verschil in zit tussen de pdf-versie en de website. Financiële positie. We zitten nog steeds in het jaarverslag. De heer ’t Lam: Voorzitter. De voorzitter: De heer ’t Lam. De heer ‘t Lam: Ik heb nog een vraag over de vorige sheet. Daar staan 3 grafiekjes in. Dat begint met het verloop van de inwoners vanaf 2018 tot 2024. Maar ik mis dan in dat grafiekje de doelstelling, want het gaat over de Agenda 2030, van 140.000 inwoners. En als dat ernaast staat, dan zou je zien dat we dat lang niet halen in 2030, de oorspronkelijke doelstelling, maar dat het veel langer zal duren. Kunnen we in dit soort grafiekjes bij de jaarrekening voortaan ook de doelstelling krijgen die we nastreven, zodat we kunnen zien in hoeverre we goed onderweg zijn? De heer Brouwer: Ik zal kijken wat ik daarin kan doen inderdaad. Maar ik neem hem mee naar de mensen die daarmee bezig zijn. Mogelijk kan het erbij. De voorzitter: Dit is een van die vragen die dan later beantwoord wordt. De heer Rijke: Weerstandsvermogen. Wij hebben een risicoprofiel van 25,2 miljoen vastgesteld bij de jaarstukken.

We hebben een buffer van 22,5 miljoen. Dat bestaat uit de algemene reserve en een reserve Grondbedrijf. Als je 22,5 miljoen deelt door 25,2 miljoen, komt daar een ratio uit van 0,9. En dat is lager dan de 1 procentnorm die is vastgesteld in de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen. En bij de Perspectiefnota 2026 wordt hier verder op ingegaan. Dan kijk ik even naar Stefan. Wordt er een vervolg gegeven. De heer Brouwer: Daar komen we later wel op terug. De ontwikkeling is de verkeerde kant op. We hebben daar wat op te lossen.

4

De heer Rijke: Dan de programmaverantwoording van de 6 beleidsprogramma's. In de begroting, die in ‘23 is vastgesteld, hebben we opgenomen, wat willen we bereiken, wat gaan we daarvoor doen en wat mag het kosten? De doelen in de begroting ’24 zijn vastgelegd in het coalitieakkoord. Maar per jaar worden de activiteiten beschreven van, wat gaan we daarvoor doen en wat mag het allemaal kosten? En in de jaarrekening kijken we terug, wat wilden we bereiken, wat hebben we bereikt en wat heeft het allemaal gekost? 69 van die activiteiten zijn gerealiseerd in ’24. 32 activiteiten zijn deels gerealiseerd of vertraagd, maar de voortgang is wel zodanig dat de realisatie plaatsvindt in ’25. 1 activiteit is niet gerealiseerd, en die wordt ook niet behaald. Dat heeft te maken met stikstofproblematiek Biesbosch. Daar zijn we afhankelijk van het Rijk en de provincie. En dat heeft vertraging opgelopen. De voorzitter: Mevrouw Lammens. De heer Rijke: Ik heb hier pagina 95, stikstofproblematiek Biesbosch. Even kijken of mijn computer het doet. Anders kom ik daar nog op terug. Is misschien makkelijker dat ik daarop terugkom. De paragrafen. We noemen ze ook wel verplichte paragrafen, omdat het een verplicht onderdeel is van het BBV, Besluit Begroting en Verantwoording. Deze 8 paragrafen moeten in de begroting en ook in de jaarstukken vermeld worden.

Het doel van deze paragrafen is dat de onderwerpen, die versnipperd per programma beschreven staan in de jaarstukken, worden gebundeld in dit overzicht. Dit geeft ook eigenlijk een dwarsdoorsnede van de jaarstukken. Ik zei het al eerder, het college voert uit, maar dat moet wel binnen de geldende regels en besluiten, wet- en regelgeving gebeuren. Daarom moet het college vanaf 2023 een verantwoording afleggen over de rechtmatigheid in de rechtmatigheidsverklaringen. En dat is onderdeel van de jaarstukken. Wat hebben we daar geconstateerd? Sowieso is er een grensbedrag van 2 procent, die is vastgesteld door de raad, van de totale lasten. En dat is 6 miljoen. Dat is het uitgangspunt. Niet rechtmatig is gebleken in 2024 een bedrag van 6,8 miljoen. Dat bestaat uit 4,4 miljoen hogere lasten dan begroot. Die lasten zijn dan niet rechtmatig, onrechtmatig. Maar 3,4 miljoen past wel binnen het vastgestelde beleid en is daarom acceptabel. 0,1 miljoen, een ton is een niet acceptabele overschrijding. Dan hebben we nog 2,4 miljoen aanbestedingsonrechtmatigheid. 1,4 miljoen betreft daar oude contracten. Die lopen door van voorgaande jaren. 1 miljoen heeft te maken met een nieuw contract. Totaal 2,4 miljoen onrechtmatig in aanbestedingen. De voorzitter: De heer Katif. De heer Katif: Dank u wel. Nou gaat het heel snel. Die 2 ton op bijna 680 miljoen is niks.

Maar ik was toch benieuwd even naar, waar praten we over als we praten over niet acceptabele overschrijdingen. Want dat kan ik namelijk zelf in ieder geval niet in de jaarrekening zien. Wellicht dat u mij dan weer kan helpen. De heer Rijke: In ieder geval, die 3,4 miljoen past wel binnen het beleid. 4,3, sorry. Die 0,1 niet. Maar als u daar meer achtergrond over wil, dan kan ik dat nog wel geven. Nu op dit moment moet ik dat schuldig blijven. De voorzitter: De heer Groenewege. Sorry, we hebben nog twee interrupties.

5

De heer Groenewege: Die onrechtmatige aanbestedingen, kunt u misschien een beetje aangeven waar dat in zit? Zijn dat overschrijdingen van contractwaarden? De heer Rijke: 1,4 miljoen, dat zijn oude contracten die al overschreden zijn. Die gaan dan van het jaar ‘23 mee naar ’24. Als ze in ‘23 al onrechtmatig waren en die contacten lopen nog, zijn ze in ‘24 ook onrechtmatig. En die 1 miljoen is een nieuwe. Die is waarschijnlijk niet Europees aanbesteed, terwijl die wel Europees aanbesteed had moeten worden. De voorzitter: De heer Groenewege, aanvullend. De heer Groenewege: En kunt u aangeven waarom die contracten doorlopen? Want als ze onrechtmatig zijn, dan moeten ze toch opnieuw worden aanbesteed? De voorzitter: De heer Brouwer. De heer Brouwer: Het hangt een beetje van de aanbesteding zelf af. Als die contracten al een langere looptijd hebben, dan hoeft het niet. Maar er kan altijd wel gekeken worden of het anders kan. Alleen de onrechtmatige aanbesteding is geweest. Hij loopt nog een paar jaar door. Alleen ik was aan het zoeken, maar volgens mij in de paragraaf bedrijfsvoering zijn deze iets meer toegelicht als het gaat om wat het inhoudt. De voorzitter: Dan hebben we nog een vraag van mevrouw Van Vugt? Gaat die over. Verder niemand nu? Gaat u verder. De heer Rijke: Van die 6,8 miljoen is acceptabel 4,3 miljoen en niet acceptabel 2,5 miljoen.

En dat blijft ruim onder het grensbedrag van 16 miljoen. Misbruik en oneigenlijk gebruik zijn geen onrechtmatigheden voorgekomen, niet gebleken. De voorzitter: De heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, toch nog even over die 2,4 miljoen naleving Europese aanbestedingsrichtlijnen. We hebben het nu alleen over bedragen, maar wat voor effect heeft het gehad op desbetreffende projecten dan wel project. Als voorbeeld de Vlijweide, dat was ook Europees niet rechtmatig aanbesteed, met als gevolg dat het project al jaren stilligt. De voorzitter: Kan een van u daar antwoord op geven? De heer Brouwer. De heer Brouwer: Voor mijn gevoel is dat hier niet het geval dat het stilligt, maar die kijken we even na voor de zekerheid. Want om nu te zeggen dat het niet zo is, vind ik ook zowat. We kijken er nog even naar. De voorzitter: Gaat u verder. De heer Rijke: Dan hebben we het jaarverslag gehad en gaan we naar de jaarrekening. Wat ik al zei, financieel-technisch gedeelte bestaat uit een balans en een toelichting op de balans. Op de balans staan de bezittingen en de schulden, materiële vaste activa, vorderingen, liquide middelen. Aan de passiva zijde eigen vermogen, voorzieningen,

6

schulden, dat soort dingen. Die worden verder ook toegelicht in de balans. Dan verderop hebben we te maken met de financiële positie. En daar lichten we onder andere de afwijkingen van de baten en lasten toe, groter dan 100 duizend euro. Dat hebben we met elkaar afgesproken. Dan hebben we nog de verplichte, tussen haakjes, bijlagen. Had ik in het begin al eventjes over. Dat zijn verplichte bijlages, zoals de WNT, de SiSabijlage. En er zijn ook niet verplichte, op verzoek van u, van de raad, bijvoorbeeld dat die toegevoegd zijn aan de jaarstukken. Dan wilde ik gaan naar de beslispunten van het raadsvoorstel. Wij hebben nog een positief rekeningresultaat over boekjaar 2024 van 5,8 miljoen. En wij stellen voor om een bedrag van, afgerond, 3,7 miljoen over te hevelen naar 2025. Kom ik zo nog op terug. Wij stellen ook voor om een bedrag van afgerond 500 duizend euro te onttrekken uit de reserve Dordtpas. Er zijn wel lasten gemaakt voor de reserve Dordtpas. Alleen de ontdekking heeft nog niet plaatsgevonden. We vragen aan u om het alsnog te mogen doen. Dan hebben wij een onverdeeld resultaat van 2,6 miljoen. Dat is de optelsom van die 5,8 miljoen. Gaat af die 3,7 aan budgetoverhevelingen, plus afgerond 500 duizend euro. Hebben we een onverdeeld resultaat van 2,6 miljoen. En daar komen collega's bij de Perspectiefnota nog op terug, ik denk hierna. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt.

Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel. Even een vraag over die Dordtpas. Welke gevolgen heeft de onttrekking uit de reserve Dordtpas in de komende jaren? Ik ben niet financieel onderlegd. Kan dit bijvoorbeeld betekenen dat de Dordtpas eerder dan gewenst ophoudt te bestaan uiteindelijk? De heer Rijke: Dit is een onttrekking die gewoon al begroot had moeten worden. Eigenlijk is het een reparatie van iets wat gedaan had moeten worden. Dit jaar is het gewoon netjes weer verwerkt in de begroting. De voorzitter: De heer Groenewege. De heer Groenewege: Begrijp ik het goed uit deze cijfers dat die onttrekking uit de reserve Dordtpas naar de algemene reserve gaat? De heer Rijke: Nee, het is vanuit de bestemmingsreserve een dekking. Dat gaat in de batensfeer. Het resultaat wordt hier dan hoger, het onverdeelde resultaat, uit de bestemmingsreserve. De voorzitter: De heer Groenewege denkt hm. De heer Groenewege: Een beetje abracadabra voor mij, moet ik heel eerlijk toegeven, maar daar moet ik me dan nader in verdiepen. De voorzitter: Mevrouw Lammens. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Een verhelderende vraag. Die 464 duizend euro was gewoon over, of was het een tekort?

7

De heer Rijke: Nee hoor. Er zijn kosten gemaakt voor Dordtpas, per saldo 464 duizend euro. De dekking moet sowieso plaatsvinden vanuit de bestemmingsreserve. Dat is abusievelijk niet gebeurd. Wij vragen om het alsnog te mogen doen. Dat is het verhaal. De voorzitter: Helder? Ik bedoel, ik hoor ook abusievelijk. Zo'n ingewikkeld woord. De heer Rijke: Het is gewoon niet gebeurd. De voorzitter: Dat is voor niet iedereen altijd even makkelijk. De heer Laban. De heer Laban: Een vraag nog. Ik meende u te horen zeggen, hiermee wordt het onverdeelde resultaat hoger. Maar dat klopt dan toch niet? Want dan begrijp ik het nog steeds niet eigenlijk. De heer Rijke: De reserve wordt lager en de baten worden in principe dan hoger. Saldo verbetert dan het resultaat. Anders kan ik het niet uitleggen. De voorzitter: Volgens mij zit iedereen nu heel goed figuurlijk het uit te beelden van wat het is. Mijnheer Struijk, u legde het uit. Kunt u het even hardop uitleggen? De heer Struijk: Ja. Het is wel heel kinderlijk, maar ik zei, je haalt het eigenlijk uit je portemonnee en je legt het op tafel. Het is nu beschikbaar. Zo zou je het kunnen zien. De voorzitter: Helemaal goed. Maar ik zie anderen nu ook, oké. Het is soms best ingewikkeld. Vind ik ook. De heer Brouwer. De heer Brouwer: Zullen we deze meenemen in de beantwoording bij de technische vragen, even voor de duidelijkheid? De voorzitter: Fijn.

Dank u wel. Gaat u verder. Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Ik weet niet of die vraag nu al kan hoor. Anders dien ik hem nog wel in. Op bladzij 326 gaat het over de gewaarborgde leningen. Ik vroeg me af, zijn er voor 2026 de risico's wel van in beeld en wat zijn eigenlijk de risico’s bij gewaarborgde leningen? De voorzitter: Mijnheer Brouwer, bladzijde 326.

De heer Brouwer: Dat heb ik even opgegeven nu. Ik ben mijn zoekfunctie kwijt namelijk. Kijk, wij staan als gemeente garant voor een aantal leningen. En uitgaande dat die partijen gewoon keurig hun rente en aflossing betalen, is er niks aan de hand. Op het moment dat ze dat niet kunnen doen, dan heb je kans dat de bank bij ons langskomt. De grootste die erbij zit, is, uit mijn hoofd, waarschijnlijk sociale woningbouw. En daar zit ook nog het Waarborgfonds tussen, als extra achtervang. Als het misgaat met een corporatie, gaan ze eerst daar winkelen. Is het fonds leeg, dan zijn wij aan de beurt. Ik hoop dat ze nooit bellen. En ik verwacht eigenlijk ook dat ze nooit bellen. De voorzitter: Gaat u verder.

8

De heer Rijke: Dan zijn er nog kredieten, investeringen waarvan de uitvoering wel al is gestart, maar nog niet gerealiseerd is. Wij vragen om deze investeringskredieten ook beschikbaar te stellen in het jaar 2025. Het gaat om een bedrag van 56 miljoen. Dat is ook een jaarlijks terugkerend verzoek aan de raad, of wij de kredieten mogen doorschuiven. Volgende beslispunt is de bevoegdheid van de raad om de jaarstukken van de gemeente Dordrecht zelf vast te stellen. En dan hebben we nog een aantal reserves. Hebben we in de decemberbrief ook al aangekondigd, vier reserves, staat ook in het raadsvoorstel, hadden we al aangekondigd om die af te laten sluiten. De decemberbrief is een raadsinformatiebrief geweest. U heeft het besluit nog niet genomen. Wij vragen u dan nu bij de jaarrekening het besluit te nemen om deze reserves af te sluiten, met saldo. En dat saldo komt dan beschikbaar bij de Perspectiefnota. Er zijn ook nog twee reserves zonder saldo. En we vragen u om die ook af te sluiten, want die hebben geen toegevoegde waarde meer. Die kunnen afgestoten worden. De budgetoverhevelingen zou ik nog even op terugkomen. Dat is dan de volgende. Er zijn activiteiten, die zijn al opgestart in 2024, maar nog niet helemaal afgerond. Dit is een lijstje van de activiteiten die nog niet zijn afgerond.

En wij vragen u om deze gelden ook beschikbaar te stellen in 2025, via de budgetoverhevelingen. Het kader hiervoor is vastlegt in de financiële verordening, de spelregels. Dan de planning. Inderdaad, tot en met 13 juli is er mogelijkheid om technische vragen te stellen. Antwoorden ontvangt u dan op 23 juni, uiterlijk 16.00 uur. Vandaag op het programma de technische briefing van de jaarrekening en de Auditcommissie vanavond. En als het goed is de jaarstukken die worden vastgesteld, behandeld in de gemeenteraad van 1 juli. De voorzitter: En dan het grote vraagteken. Zijn er nog vragen? Ik zie veel mensen bedenkelijk kijken. Ik denk dat het een en ander nog wel met elkaar afgewogen moet worden. Zijn er directe vragen nu, die zo bij u te binnen schiet of bij u opkomt als u de heer Rijke hoort praten. Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Pagina 10, daar valt te zien dat er tot 2026 een afname is van de reserve en daarna een heel klein plusje of geen verdere afname. Wat is de exacte verklaring daarvoor? De heer Rijke: Even kijken. Kunt u uw vraag herhalen? Mevrouw Van Vugt-Roose: De reserves. Even zien. Bladzij 10 van de jaarstukken. Daar staat elke keer een afname van de reserves van Agenda 2030. En dan, tot ‘26 is er een afname en daarna zie je eigenlijk geen verdere afname.

En ik vroeg me af wat daar de verklaring voor is? De heer Brouwer: Normaal gesproken is de verklaring dat er dan nog geen budget is opgehaald voor dat deel van die reserves, maar ik zal even checken of daar niet een foutje in de tabel zit nog. De voorzitter: Nog even technisch-achtig. Kijk eens aan, hoe snel kan het gaan? De heer Groenewege. De heer Groenewege: Als ik een inhoudelijke vraag heb over een doel bij een programma, kan ik die dan nu stellen of beter als technische vraag?

9

De voorzitter: Beter als technische vraag. Wie nog? U heeft ruim de tijd om nog alles door te bladeren, al die 500 nog wat … 335 pagina's. Als nu op dit moment niemand meer wat te vragen heeft. Er is zo meteen ook een Auditcommissie. Daarin wordt ook het proces van de jaarstukken besproken. De vraag is nu, hoe wilt u hiermee verder? Wilt u later, nadat u de antwoorden op de technische vragen heeft gekregen, een oordeelsvormende vergadering daarover hebben of zegt u, we wachten ook eventjes het advies van de Auditcommissie af? Die kunnen mogelijk ook nog komen met, jongens, ik zou het echt wel toch oordelend gaan bekijken met elkaar. Of we laten het hierbij. De heer ‘t Lam. De heer ‘t Lam: Het lijkt mij het handigst om even de Auditcommissie af te wachten. Die hebben we niet voor niks ingesteld. Als wij nu al besluiten wat we ermee doen, terwijl zij vanavond nog moeten vergaderen, lijkt me een beetje voorbarig. De voorzitter: Goed antwoord, mijnheer ‘t Lam. Ik moet het u vragen, wat u met deze commissie wil? Dan wil ik de heren danken voor hun presentatie. En iedereen die aanwezig is ook bedanken. En dan gaan we zo verder met de volgende presentatie over de Perspectiefnota, hoe die te lezen. 2. Technische briefing: “Hoe leest u de Perspectiefnota” Voorzitter: Mevrouw Kruger Raadsgriffier: Mevrouw Vermeulen Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van den Berg (CDA) Dhr.

Bootsman (GroenLinks) Dhr. Gorter (Op Ons Eiland) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Dhr. Gündogdu (Op Ons Eiland) Dhr. Katif (Beter voor Dordt) Dhr. Laban (ChristenUnie/SGP) Dhr. ’t Lam (SP) Mevr. Lammens-Oostdijk (VVD) Mevr. Pichel (Forum voor Democratie) Dhr. Stolk (VSP) Dhr. Struijk (ChristenUnie/SGP) Mevr. Van Vugt-Roose (CDA) Dhr. Wringer (Beter voor Dordt) Portefeuillehouder: Ambtelijke ondersteuning: dhr. Hagoort, dhr. Van Genderen, dhr. Brouwer De voorzitter: Een hele goede middag. Deel twee van deze Dordtse Dinsdag middag. We zitten hier nu aan tafel om het te hebben over de Perspectiefnota. U krijgt toelichting, met daarin de ombuigingsvoorstellen van de heer Hagoort en de heer van Genderen, die links van mij zitten. U heeft vorige week vrijdag gehoord over de vraag- en

10

antwoordtermijnen per mail. En in de bijlage in uw dossier. Alle vragen die vandaag worden gesteld en niet kunnen worden beantwoord, worden genoteerd en meegenomen in de schriftelijke antwoordronde. Ik wil nogmaals benadrukken, het zijn technische vragen die u kunt stellen. Voor de geschriften wil ik u ook weer even vragen u voor te stellen, wie u bent en namens welke partij u aanwezig bent. En dan wil ik hier aan mijn rechterzijde beginnen. De heer Van den Berg: Net binnengerend, Elco van den Berg, CDA Dordt. Mevrouw Pichel: Ruby Pichel, Forum voor Democratie. De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu, Op Ons Eiland. De heer Stolk: Leo Stolk, VSP. De heer Katif: Jacques Katif, Beter voor Dordt. De heer ’t Lam: Jack ’t Lam, SP. De heer Laban: Vincent Laban, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Van Vugt-Roose: Franciske van Vugt, CDA. De heer Struijk: Leen Struijk, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Jeanine Lammens, Dordtse VVD. De heer Groenewege: Pieter Groenewege, Partij voor de Dieren. De heer Bootsman: Nick Bootsman, GroenLinks Dordrecht. De heer Brouwer: Stefan Brouwer, ambtelijke ondersteuning. De heer Van Genderen: Erik-Jan van Genderen, ambtelijke ondersteuning. De heer Hagoort: Gert Hagoort, ambtelijke ondersteuning. Mevrouw Vermeulen: Laurette Vermeulen, commissiegriffier. De voorzitter: En ik ben uw voorzitter, Kitty Kruger.

En ik zie daar aan de overkant is er nog iemand aangeschoven. De heer Wringer: Jan-Willem Wringer, Beter voor Dordt. De voorzitter: En iemand op de tribune zit hard te wuiven. U kunt ook nog hier aan tafel komen zitten. Er is nog plek zat. Wilt u ook u even voorstellen? De heer Gorter: Wouter Gorter, Op Ons Eiland. De voorzitter: Dank u allen. Dan wil ik graag nu het woord geven aan de heer Hagoort.

11

De heer Hagoort: Beste voorzitter, beste raadsleden, ik ga mijn uiterste best doen om jullie door de Perspectiefnota 2026 te loodsen. Ik denk wel mijn belangrijkste doel om jullie zicht te blijven geven, tussen alle tabellen door en teksten. Perspectief van onderaf kijkt u naar op het bord. En met enige goede wil plaats ik daar de randen van de toekomstige website boven. Die is in de maak. Over een paar weken is die ook gereed. U doet het nu nog heel eventjes met de pdf. En het zal weldra ook komen als de websiteversie beschikbaar is. Maar een mooi perspectief van onderaf van onze grote kerk. Daar waar wij 3 kwartier hebben gekeken terug, gaan wij nu vooruitkijken. Niet alleen vooruitkijken binnen het uitvoeringsjaar 2025, maar vooral ook naar het verder liggende perspectief, 2026, ‘28 en ’29 is het grote verschil. En daar zien jullie, welke ambities en keuzes maken we voor de komende jaren, in het donkerblauw. Welke financiële kaders spreken we af? Wat is de stand van zaken van de ambities van dit jaar? En loopt het zoals gepland of moeten we inhoudelijk of financieel bijsturen? Dat is de Perspectiefnota 2026. Vooral vooruit, heel klein beetje terugkijkend ook op de uitvoering van 2025. Het is een technische briefing. Ik ga de volgorde iets omgooien vergeleken met zojuist. En dat is omdat ik het belangrijk vind dat u eerst ziet waar u precies over besluit.

In het raadsvoorstel staan namelijk 8 beslispunten. Ik zal het hebben over de bekende. Daarmee wil ik niet suggereren dat alles bekend is, maar ik denk dat het wel goed is dat we het vocabulaire met elkaar even delen. Het langslopen van de onderdelen van de pdf, dat gaat vrij snel, want die heb ik geprojecteerd hier achter mij dadelijk. We kunnen eventjes de tabellen die belangrijk zijn langslopen. Die zijn namelijk in een logische volgorde ook geplaatst. En waar denk ik het meeste tijd in deze technische briefing aan is besteed, dat is het interpreteren van de hoofdtabel. De hoofdtabel met de grote ontwikkelingen. Daar zal ik bij een aantal wat langer bij stilstaan. Vragen graag tussentijds. Dat had ook trouwens vooraf gekund. Als u vooraf al iets heeft van, dat wil ik zeker langs zien komen, dan geef ik u die ruimte. En na afloop mag altijd, maar het liefst gewoon tussentijds. Daar waar de vragen wellicht een technisch politiek karakter hebben, en dan zoek ik even oogcontact met de voorzitter, of dat een handig moment is om die wel of niet te beantwoorden. En ik heb links naast mij ook de stadscontroller en ‘…’ die wellicht ook bij kunnen staan, daar waar het in ieder geval mij te lastig wordt. Twee technische vragenrondes, meld ik aan de voorkant. Eentje die op 23 juni sluit en eentje die op 30 juni sluit. Dan gaan we naar het raadsvoorstel. Raadsvoorstel, 8 beslispunten.

En in het eerste beslispunt legt u de baten en lasten voor 2025 en de volgende jaren vast. Die wijzigt u overeenkomstig de Perspectiefnota. Overeenkomstig al hetgeen dat aan getallen genoemd wordt in de diverse jaren. En daar hoorden 3 begrotingswijzigingen bij. Als tweede, vorige sessie al aangekondigd, een beslispunt over de 2,6 miljoen onverdeeld rekeningresultaat. Het college adviseert om dat in de algemene reserve te storten. Beslispunten 3, 4 en 5, maak ik een klein haakje naar, die staan in bijlage 1A opgenomen. Voorzitter, er is een vraag. De voorzitter: Excuus. Ik zit ook mee te lezen. Ik probeer het ook te snappen. De heer Groenewege. De heer Groenewege: Het had even verwerkingstijd nodig, want ik moest het toch even checken. Maar de deadlines voor de technische vragen die u noemt, kloppen niet met

12

het document wat wij van de griffie hebben gekregen. Want daarin staan drie rondes, 13 juni, 17 juni en 24 juni als deadlines. De heer Hagoort: Dan ga ik ervan uit dat ik de verkeerde data heb en u de goede data. Dit moet ik herzien. De voorzitter: Kijk ik even naar de griffie. We gaan ervan uit dat u de goede data heeft, mijnheer Groenewege. De heer Groenewege: Dank. De voorzitter: 13, 17 en 24 juni. De heer Hagoort: Dank u wel. De beslispunten 3, 4 en 5, ik laat ze nog eventjes in beeld staan, dat zijn de momenten waarop u de toevoeging en onttrekking aan reserves vaststelt, de kredieten beschikbaar stelt en een ophoging van kredieten accordeert vanuit uw budgetrecht. Echt een exclusieve raadsaangelegenheid. Vandaar dat wij die in een losse bijlage stap voor stap … En dat komt u tegen in bijlage 1A. Het gaat mij eventjes niet om de onderliggende onttrekkingen, maar meer ter voorbeeld van, u komt hier die beslispunten tegen, op plekken in bijlage 1A. Gaan we eventjes terug. Het raadsvoorstel. De heer ’t Lam: Voorzitter. De voorzitter: De heer ’t Lam.

De heer ‘t Lam: In bijlage A, dat toont u net, wat er aan onttrekkingen zijn met de reserves. Ik heb in de bijlage, of ik moet niet goed gekeken hebben, niet het verloop van reserves gezien waar we gelden aan onttrekken. Ik kan niet beoordelen wat er dan overblijft of wat we zelfs … Tekort zullen we niet komen, want dan gaat u niet onttrekken. Is daar ook een overzicht van? De heer Hagoort: Dat overzicht is in de maak. En op het moment dat dat gereed is, komt dat weldra uw kant uit. Dat kon niet nu tegelijkertijd al realtime meegeleverd worden. Ik ga terug naar de beslispunten. We waren bij nummertje 6. En ik pak in één keer nummertje 7 mee. Ook hier herkent u de raadsbevoegdheid, het instellen van de bestemmingsreserve Sociaal Fonds en de bestemmingsreserve Dagrecreatieterrein. Tot slot een overall vaststelling van de algehele Perspectiefnota. Een beetje in het verlengde van beslispunt 1 stelt u hier ook de hele Perspectiefnota vast. Hier ziet u, en dat is een klein doorkijkje al naar die beslispunten 6 en 7, financieel de storting in het reserve Sociaal Fonds, vindt u ook in programma 4 terug. Beslispunt 7, de herbestemming reserve Viersprong, die wordt omgezet naar de reserve Dagrecreatieterrein. Dat is de nieuwe reserve. Die vindt u op het programma Financiën van Dordt, op het financiële programma.

Als je de hele Perspectiefnota, deze dus, in een woordwolk duwt, dan loopt hij hopeloos vast. Dat gaf geen succes. Ik gaf de extra zoekopdracht, pak alleen de financieel gerelateerde termen. En toen liep hij ook vast. En toen kwamen er alleen maar eurotekens in mijn woordwolk. Ik heb verzocht om het zonder de eurotekens te doen. En

13

kijkt u zelf, dit is de woordwolk. Het lijkt me goed om in ieder geval bij die paar grote woorden even iets meer stil te staan. Als wij het over sluitend financieel perspectief hebben, dan kijken we eigenlijk meteen naar de onderkant van de hoofdtabel. Daar staan 4 keer de woordjes sluitend, de jaren ’25, ’26, ’27, ‘28 zijn sluitend. Het laatste jaar is voordelig, een klein beetje voordelig. Daarmee heeft u meteen het hele perspectief ook te pakken. Het is echt niks anders dan de jaren ‘25 tot en met ‘29. Het is financieel, omdat er allerlei eurotekens voor staan en de sluitendheid is in dit geval een feit. Sluitend financieel perspectief. Is ook echt niks anders mee bedoeld. Ik vind het daarnaast belangrijk om u te laten zien dat het lezen van zo’n tabel, dat is wellicht voor veel mensen een hoop getallen, maar het zijn allemaal mutaties. Het zijn veranderingen op een beginsaldo. En dat beginsaldo begint eigenlijk helemaal links bovenin. Kijkt u eventjes mee naar de 130, dat is trouwens 130 duizend, die uit de begroting 2025 kwam. Enige moeite doen in de begroting 2025. De programma's en daarachter de baten en lasten en het saldo. En helemaal onderaan neemt u hetzelfde waar als ik waarneem, daar staat 140. Dat heeft te maken puur met afronding. Is niet om mezelf daar even makkelijk van af te maken, maar dat is een afronding. Die 140 en 130 zijn de gelijke hier.

Die zijn het startpunt links bovenaan in de totaaltabel. De voorzitter: Mevrouw Lammens. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Dank u wel, voorzitter. Ik heb in de tabel een extra tabel erin zitten. De heer Hagoort: U heeft een pdf waarschijnlijk. En dan gaat dat vanzelf. Mevrouw Lammens-Oostdijk: En hoe krijg je dat eruit? De heer Hagoort: Niet. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Niet. Dank u wel. De heer Hagoort: Alle bedragen die u onder de 130 ziet ontstaan, zijn allemaal mutaties op het saldo. Misschien even handig aan de voorkant om dat toch te benoemen. Een andere relevante term uit de woordwolk was robuust financieel beleid. Komt een aantal keer in de inleiding terug. Ook BDO heeft daar een reflectie op gegeven. En daar bedoelen we mee, structurele uitgaven dekken uit structurele inkomsten. En ik citeer hier eigenlijk een alinea uit de reflectie van BDO zelf, waarin zij feitelijk ook onderkennen of erkennen van, dat is een belangrijk uitgangspunt. Dat ondersteunen wij. Vinden we belangrijk. Doet de toezichthouder, de provincie, idem dito. En dat is wel het uitgangspunt waar wij de financiële strategie op voortbouwen. Dan de route door de hele Perspectiefnota heen. Een strategische inleiding. Een financiële samenvatting waarin de hoofdtabel, die u zojuist zag, geprojecteerd staat. Een aantal overige aandachtspunten. 1, 2, 3, 4, 5, 6.

Dit zijn de eerste grote tabellen waar alle ontwikkelingen een plek hebben gekregen. Hier Bestuurlijk en Ondersteunend. Levendig, Leefbaar en Veilig Dordrecht. Groen, Duurzaam, Ruimtelijk. Een groter aantal ontwikkelingen bij Gezond, Sociaal en Zorgzaam. Lerend en Ondernemend. Bouwend en Bereikbaar. En het financieel programma Financiën van Dordt. Die heb ik in tweeën moeten knippen, anders paste die er niet op. Ombuigingen op de laatste. Als ik er eentje uitlicht, pak ik bijvoorbeeld programma Lerend en Ondernemend, daar ziet u een aantal ontwikkelingen in 2025

14

staan. Het zijn saldobedragen. Het verschil tussen baten en lasten. Investeringen apart onder de nummers 3, 4, 5. Achter de investeringen daarmee gepaard gaande kredietaanvragen, kredietbedragen in duizendtallen. 1, 5, 5, 3 is 1.553.000. Oplopend in de jaren. En in de tabel zelf voor de jaren de kapitaallasten, behorende bij de investeringskredieten. Indexaties als aparte groep, om te laten zien hoe de indexaties per programma onderverdeeld zijn. De administratief neutrale ontwikkelingen. Als u naar die reeks kijkt, dan suggereert dat geen neutrale ontwikkeling, maar over alle programma's heen is de optelling neutraal. En dat laat ik alvast even zien in de andere bijlagen. Dit is trouwens bijlage 6, zeg ik uit mijn hoofd in de PPN. Daarin worden alle saldo neutrale ontwikkelingen toegelicht. Bijvoorbeeld boekingen over programma's heen. En onderaan de streep, rechtsonder in, ziet u alle nullen staan. Die doen niets met het financieel perspectief uiteindelijk. De voorzitter: Ik hoor allerlei hersens kraken, volgens mij. Het begrip neutraal is helder? Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Ik snap op zich wat neutraal is, maar is dat anders dan anders, dan gebruikelijk? Want normaal wordt er wel geïndexeerd en nu gewoon niet? Is dat het verschil? De heer Hagoort: Ik kan geen verband tussen indexatie en neutraal in dit geval leggen. Hij staat ook uitgelegd boven de tabel.

Bij ons zeggen wij, budgetneutrale wijzigingen leiden op totaal begrotingsniveau niet tot resultaatafwijkingen op de baten of lasten. Er is een budgettair effect tussen programma's. Simpelste voorbeeld is inderdaad een boeking van programma 1 naar programma 3, omdat hij verkeerd in de administratie stond of omdat daar noodzaak toe is om die op een ander programma te plaatsen. Maar doet niks met het saldo. Ik maak een overstap naar wellicht het lastigste en ook belangrijkste onderdeel. Dat is de interpretatie van de hoofdtabel. Alle ontwikkelingen onder 2, als u ze leest, met een saldo 1,305 en in het laatste jaar min 750. Alles wat onder 2 staat, heeft een plek op de beleidsprogramma's en op het financiële programma Financiën van Dordt. Die daar pal onder staat, te kort op indexaties, min 2.480, min 2.050 wordt verklaard verderop in de Perspectiefnota. Onze indexaties op uitgaven in de jaarschijf 2026 kennen aan de uitgavenkant een tekort van min 6,56 miljoen. Wij indexeren ook de inkomsten. Een drieluik bestaande uit indexaties op inkomsten uit SGD, ozb-inkomsten, overige heffingen. Die tellen op tot 4,80 miljoen. En het verschil daartussen staat op min 2.480. En dat heeft in onderdeel 3 een doorwerking naar alle jaren. Niet 1 jaar. Niet alleen 2026. Maar, kunt u hier ook waarnemen, in al die jaren zit een soortgelijk verschil.

Het is niet al die jaren precies hetzelfde, maar dat is wel het verschil. Een negatief verschil. Daarnaast ziet u onder regel 4 een aanvullend tekort indexaties na 2026, 1 miljoen cumulatief. Die begint pas in 2027 met 1 miljoen. En daarna loopt diezelfde 1 miljoen door, maar ook nog eens met hetzelfde te kort, beginnend in 2028. Dan is het wel 2 miljoen bij elkaar. Dit noemen wij het trapsgewijze ophogen. Ieder jaar wordt dat tekort cumulatief 1 miljoen groter. Daar zit ook wel een verklaring achter. Die is een beetje technisch. De voorzitter: We hebben een vraag, voordat u met uw verklaring komt. De heer Wringer.

15

De heer Wringer: Dank u, voorzitter. Dit is natuurlijk wel een momentopname. Want ik zie daar bijvoorbeeld de ozb-inkomsten, die blijft gelijk de komende vier jaar. Maar in de Perspectiefnota staat natuurlijk dat de ozb procentueel omhoog gaat. Die wordt hoger de komende jaren. Zie ik dat goed? De heer Hagoort: Dit is inderdaad de momentopname, gerekend vanuit de standen voor de besluitvorming in de Perspectiefnota. Als u dat bedoelt, dat kan ik bevestigen. Proberen nog een klein inkijkje te geven op de reden voor die grote ophoging, min 1 miljoen tot en met min 3 miljoen cumulatief. Dat zit hem in het feit dat wij de indexatie uit het gemeentefonds uitgekeerd krijgen. En een probleem, ik noem het probleem hebben, een te lage indexatie ontvangen uit het gemeentefonds vanuit het prijsdeel en het volumedeel. Dat klinkt allemaal een beetje technisch. Prijsdeel is de compensatie, vanwege gestegen prijzen. En het volumedeel is hetgeen wat wij uit het gemeentefonds krijgen, vanwege groei in de vraag, onder andere met bevolkingsgroei. En op het moment, even als ik het prijsdeel bekijk, dat de werkelijke inflatie, loonstijgingen, prijsstijgingen hoger zijn dan wat wij indexeren, wat wij ontvangen, dan krijg je een tekort op je prijsdeel. Idem dito voor het volumedeel.

Op het moment dat wij van 2 procent uitgaan, maar het volumedeel zou 4 procent geweest moeten zijn, dan loop je daar een tekort op. Aangekondigd vanuit de vorige presentatie, de ratio weerstandsvermogen. In de jaarstukken 0,9. En in de Perspectiefnota wordt die al gerepareerd naar de minimale omvang van 1,0. En die reparatie, een beetje lastig leesbaar, ik zal proberen om het tekstueel toe te lichten, vindt plaats via ophoging van de reserve Grondbedrijf. Daar zal ik zo nog een toelichting op geven waar die ophoging vandaan komt. Het risicoprofiel is, inclusief Maasterras, fors hoger geworden. Maar links en rechts bekijkend, de 76,2 en de 72,7 laat in ieder geval een weerstandsratio van 1,0 zien. De voorzitter: De heer Bootsman. De heer Bootsman: Dank. Ik heb een vraagje over inderdaad dat risicoprofiel. Komt dat uitsluitend door het Maasterras of heeft dat ook nog andere oorzaken? De heer Hagoort: De ophoging van de 25,2, bovenin, samen naar de 72,7 is 100 procent Maasterras. De voorzitter: De heer Wringer. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Post onvoorzien staat op 0. Jarenlang zat daar 4 ton in, volgens mij. Waar is die gebleven? De heer Hagoort: Ik moet even precies zijn, want anders zeg ik iets verkeerds. Die is, ik wilde zeggen, met een screening, maar dat is niet goed, in de zoektocht naar ruimte voor een belangrijk deel gesneuveld. Er zit nu nog 50 duizend in.

0,1 is ook een afronding naar boven toe. Die is gesneuveld. De voorzitter: De heer Gorter.

16

De heer Gorter: Dank u wel, voorzitter. Dat weerstandsvermogen van punt 9 en het repareren naar 1,0 voor ‘26 in de Perspectiefnota, wat is dan de aanname waar jullie vanuit gaan over 2025? Wat is dan het verwachtingspatroon? Want die 1.0 suggereert dat 2025 ook op 1 uit zou komen? De heer Hagoort: Als u het goed vindt, dan leg ik die uit bij de verdere uitleg van de tabel. Want daarin wordt meteen duidelijk hoe de ophoging van 0,9 naar 1,0 plaatsvindt. Als dat mag? De voorzitter: Dat denk ik wel dat dat mag. We wachten af. De heer Gorter: Dat is niet aan mij. Dat is aan de voorzitter. De heer Hagoort: Een klein doorkijkje. Dan wordt het heel technisch. Maar een klein doorkijkje. De snelle kijkers zien hier dat in het verloopoverzicht tussen jaarstukken en Perspectiefnota er een aantal stortingen plaatsvindt vanuit het saldo 2025, 2026 en 2027. Dat zijn 3 bedragen, die hangen een klein beetje halverwege. 2,485, 1,6 en 3,4, dat zijn de bedragen die nodig zijn in de reparatie van 0,9 naar 1,0. Ik zal die zo dadelijk nogmaals toelichten. En ik hoop dat hij dan iets duidelijker wordt. De lastigste is de uitleg van een deeltje dat in de hoofdtabel staat, maar de specificatie verder in de tabel Financiën van Dordt plaatsvindt. Daar ziet u onder de nummers 21, 22, 23A, 23B een aantal posten die onderling met elkaar samenhangen. En ik ga proberen die goed voor het voetlicht te brengen.

In die financiële strategie staat dat robuust financieel beleid op 1. Dat betekent feitelijk dat je ook minder afhankelijk wil zijn van je reserves. Nou hebben we 1 vrij grote reserve, genaamd de reserve Afschrijving, daar zit een behoorlijk bedrag in. Eind 2024 215 miljoen. En daar is die afhankelijkheid ter dekking van onze kapitaallasten het meest aanwezig, het meest zichtbaar. Wil je die afhankelijkheid verminderen en wil je die reserve Afschrijving verlagen, dan zou je daar in de plaats voor structurele dekking in je exploitatieruimte moeten vinden Je zal in je exploitatie die ruimte moeten gaan vinden. Over 25 jaar trouwens is deze reserve Afschrijving, als je daar gemiddeld 8,5 miljoen jaarlijks uit onttrekt ter dekking van je kapitaallasten, ook helemaal leeg. Als je niet bijstort, is die na 25 jaar leeg. En dan voel je ook daadwerkelijk dat die afhankelijkheid van reserves, mede met het oog op vervanging van een Sportboulevard, een Energiehuis, et cetera, kwetsbaar is. Die dekking waar ik het net over had, in de exploitatie is het voorstel van het college om de ruimte, de onderuitputting op het btw-compensatiefonds, dat is een landelijk fonds waar al een groot aantal jaren onderuitputting op is … En die onderuitputting zien wij steeds, die wordt teruggegeven aan de gemeentes. Zien wij al een aantal jaren dat die teruggegeven wordt, dat daar ruimte is.

Alleen de mogelijkheid om dat structureel als inkomst te begroten, is pas vrij recentelijk vanuit de toezichthouder geaccordeerd. 1,75 miljoen, die onderuitputting is met enige voorzichtigheid nu opgenomen. Die 1,75 miljoen is een behoedzaam bedrag. Als je die gebruikt voor je structurele dekking voor de kapitaallasten in de exploitatie, dat 25 jaar achter elkaar doet, dan heb je 43,75 miljoen, en nou zeg ik het even plat, feitelijk ruimte binnen je reserve Afschrijving. Want die is daar dan niet nodig, omdat je die structurele dekking via je exploitatie vormgeeft. Dat is de vrijval die op programma Financiën van Dordt ook wordt uitgelegd. Die vrijval, is het voorstel van het college …

17

De voorzitter: De heer Wringer heeft een vraag over vrijval, neem ik zomaar aan. De heer Wringer: U zegt net, over 25 jaar is de reserve Afschrijving leeg, die 215 miljoen, als we daar ongeveer 8 miljoen per jaar uittrekken. Maar die 1,75 miljoen compenseert niet die 8 miljoen. Hij is misschien niet over 25 jaar leeg, maar in dit geval is hij over 40 jaar wel leeg. Komt er nog iets bij? Begrijpt u mijn vraag? De heer Hagoort: Ik begrijp de vraag wel, alleen ik vind dat geen technische vraag, als ik eerlijk ben. De voorzitter: Dat is een kwestie van op een gegeven moment keuzes maken, denk ik. En daar kunnen we nu op dit moment niet echt een antwoord op geven. De heer Hagoort: Wat ik wel kan zeggen, is dat deze 1,75 miljoen nu een aanvang is om minder afhankelijk te zijn van deze reserve. Een eerste aanvang. De voorzitter: De heer Groenewege.

De heer Groenewege: De presentatie concentreert zich nu op deze ene reserve, waarvoor we afhankelijk zijn voor de dekking van structurele lasten. Maar staat er in de Perspectiefnota ook een overzicht van alle reserves waarvan we afhankelijk zijn voor de dekking van structurele lasten? De heer Hagoort: Niet dat overzicht. Er komt wel een overzicht, wat ik net ook toezegde, rondom het verloop van reserves. Maar daarin zit niet inderdaad wat u bedoelt. De heer Groenewege: Is het mogelijk om dat ook aan te leveren? De heer Hagoort: Dat neem ik wel mee als vraag. Ik vind hem wel belangrijk ook. De heer Groenewege: Dank. De voorzitter: De heer Laban. De heer Laban: Voorzitter, dank u wel. Als ik het goed begrijp, dan die 1,75 miljoen kregen we elk jaar. Alleen die kwam als extra binnen, was niet begroot. Die kwam uiteindelijk in de reserve, denk ik. En nu gaan we hem bestemmen. Het betekent uiteindelijk toch een tekort in de vaststelling jaarrekening van 1,75 miljoen. Of zie ik dat verkeerd? De heer Hagoort: Ik interpreteer hem anders. Wij mochten hem niet structureel begroten. Hij zat niet in de begroting. Hij kwam als meevaller ieder jaar terug. Dan loopt hij feitelijk in het resultaat. Als u zegt, dat resultaat vloeit inderdaad volgens de bestendige lijn naar de algemene reserve, dan klopt dat. De voorzitter: De heer Gorter.

18

De heer Gorter: Dank u wel, voorzitter. Is de post reserve Afschrijving een andere post dan de post Afschrijving? De andere vraag, wij gaan geen afschrijvingen meer in de toekomst opnemen? De heer Hagoort: Nee, dat is niet gezegd. De heer Gorter: Dat is mijn vraag. De heer Hagoort: Eigenlijk wat nu voorgesteld wordt, is een gedeeltelijke wijziging ook van de systematiek. De systematiek waarin de gewenning was om via een reserve Afschrijving de dekking voor kapitaallasten te borgen nu. Feitelijk hou je ook twee methodieken in de lucht. Maar er is er eentje om ook de dekking uit de exploitatie te halen. Dat is een andere manier van dekken van de kapitaallasten dan enkel via de reserve Afschrijving. De heer Van den Berg: Sorry, excuseer. Dank, voorzitter. We hebben nog 6,25 miljoen nodig om hem uit de exploitatie te kunnen dekken? De heer Hagoort: Ja. Als ik hem zo inderdaad frame, als je nu 8,5 miljoen ruimte inderdaad zou hebben in je financieel perspectief, dan leg je natuurlijk wel een enorme claim op je exploitatie, maar dat zou in het uiterste geval kunnen betekenen dat je de hele reserve Afschrijving dan niet nodig hebt. Ik rond deze af. Het voorstel van het college is inderdaad om deze 43,75 miljoen in te zetten ter aanvulling van de reserve Grondbedrijf.

Dat houdt verband met toegenomen risico’s vanuit het Maasterras, die gedekt dienen te worden, anders gaat onze ratio onderuit. De heer Groenewege: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Groenewege. De heer Groenewege: Nog even twee zinnen terug. Ik merk dat ik iets te traag ben hiervoor. Maar een enorme claim op de exploitatie. Maar als we dat niet doen, dan komt die claim over 25 jaar als de reserve leeg is. Toch? De heer Hagoort: Dat is inderdaad de keuze van het robuust beleid, om die afhankelijkheid los te laten. Correct. Laatste, dat is meer het afconcluderen van de stappen 1 tot en met 11. Die afhankelijkheid van de reserve Afschrijving wordt hiermee navenant minder. En die laatste mag u ook even over nadenken, nieuwe structurele baten dekken nu bestaande structurele lasten. Dat is wel het robuuste financieel beleid. De voorzitter: De heer ’t Lam heeft een vraag. De heer ‘t Lam: Even om het beeld voor mezelf een beetje helder te krijgen. Het is natuurlijk een politieke keus of we die 43,7 miljoen aan de reserve Grondbedrijf toevoegen. En dat is nodig als je kiest voor het Maasterras. Maar als je niet kiest voor het Maasterras, zou je dat geld op een andere manier kunnen inzetten. Dat is juist? Even los van het feit of dat je die keus wel of niet moet maken en wat je met het Maasterras doet. De heer Hagoort: Ja, dat kan ik …

19

De voorzitter: Gaat u verder. Of zijn hier nog vragen? Want het lijkt me niet meer dan logisch als je het niet uitgeeft aan het ene dat je het dan mogelijk in je spaarportemonnee stopt of dat je het inderdaad aan iets anders gaat uitgeven. De heer Van den Berg: En begrijp ik het goed dat we nu, als we nieuwe structurele lasten aangaan, die ook dekken in de exploitatie? Of grijpen we dan ook nog terug op die reserve, als we nu nieuwe verplichtingen aangaan? De heer Hagoort: Het teruggrijpen op die reserve, zo werkt dat niet. Het is meer een kwestie van, op het moment dat je inderdaad de keuze maakt om het incidenteel te dekken, dan zou je die reserve ook weer op moeten hogen. Maar het idee is nu inderdaad om nieuwe investeringen, met bijbehorende kapitaallasten, in je exploitatie te dekken. Ik rond mijn deel af. Ik wil het stokje overgeven aan Erik-Jan. Maar niet door nog even te wijzen op dat ombuigen niet alleen maar iets Nederlands is. Een klein rondje langs de velden, ook in Europees verband is de economische groei mager. Betekent dat meer landen te maken hebben met het aanschuren tegen bbp tekort? De EU-norm van min 3 procent. In Frankrijk hebben ze daar een aantal mooie termen voor. In Duitsland vind ik ze nog mooier. De mooiste komen er trouwens nog aan. Maar dit geeft ook herkenning in Groot-Brittannië. De Italianen maken er echt een feestje van, distributione.

En in mijn rijtje woont een Belgische buurman, en daar moest ik eigenlijk wel met een glimlach kijken toen hij het had over het budgettair inkrimpen. Ik wilde het woord geven aan Erik-Jan. De voorzitter: Mevrouw Lammens. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Dank u wel, voorzitter. Ik heb nog een kleine vraag. We zetten wel wat het kost van het Maasterras nu al in de begroting, maar de subsidies die we krijgen, de ozb die we krijgen en de opbrengst van de huizen zetten we er niet bij. Waarom niet. De heer Hagoort: Wil je een poging wagen, alsjeblieft? De heer Brouwer: Deze aanvulling betreft op dit moment het dekken van het risicoprofiel. Besluitvorming Maasterras moet nog. Alleen dat staat ook in een aparte projectbegroting. En daar staan die subsidies, als het gaat om de ozb en de bijbehorende kosten van groei. Als we kijken naar de planning. Onze begroting eindigt in 2029. En dan verwacht ik nog niet dat we substantiële inkomsten hebben al uit het Maasterras, want er moet eerst gebouwd worden, willen we gaan verdienen. De voorzitter: Tweede deel. Gaat uw gang. De heer Van Genderen: Voorzitter, dank u wel. Ik neem u in enkele slides mee hoe de ombuigingen, of hoe ze dan ook heten bij onze buren, de budgettaire inkrimpingen, verwerkt zijn in de Perspectiefnota. Het is puur een leeswijzer die ik u wil geven.

In die Perspectiefnota staat die hoofdtabel, waar collega Hagoort u net in heeft meegenomen. Daar staat op regel 7 een reeks, dekking uit ombuigingen, die we nodig hebben om het perspectief sluitend te krijgen. Die hoofdtabel is uitgewerkt op de ontwikkelingen in de programma's die erachter zitten. En daar ziet u de individuele ombuigingen die onder die

20

regel zitten. Daar staan ook de toelichtingen. Echter is er ook een aantal bijlagen bijgevoegd bij de Perspectiefnota. Bijlage 1 is het overzicht van alle gekozen maatregelen. In die bijlage 1 ziet u precies diezelfde financiële reeks. Ik heb hem hier ook even laten zien. Die sluit een-op-een aan. En als u dan verder leest ook in die bijlage 1, zult u zien dat er overlap zit in tekst. We hebben ervoor gekozen om de Perspectiefnota echt een zelfstandig leesbaar stuk te laten zijn. Maar in de bijlage ziet u ook zelf de teksten terug. Daar heb ik een reden voor. Dat is het volgende. In die bijlage, bijlage 1 noemde ik hem al, staan de gekozen maatregelen. Maar het pakket wat het college heeft gekozen, bestaat uit iets meer dan alleen budgettaire inkrimpingen, ombuigingen, beleidsinhoudelijke keuzes die ze voorlegt. Daar staat ook een voorstel om de ozb te gaan verhogen, extra boven op de indexeringen. Maakt onderdeel uit van het totale pakket aan maatregelen. Daar zit ook een reserve Sociaal Fonds in. Collega Hagoort heeft dat zojuist ook laten zien. Daar zit een oplopende reeks, die gaat oplopen naar 2029 een miljoen. En die loopt daarna ook door, is de bedoeling.

Dit bij elkaar opgeteld, stelt het college voor om als pakket aan allerlei maatregelen voor te stellen om die begroting structureel sluitend te maken, omdat robuuste financiële beleid ook echt handen en voeten te geven. Er zit ook een tweede bijlage bij. Dat is een klein aantal maatregelen, die de reservelijst is gaan heten. Waarvan het college voorstelt, technisch zou dat mogelijk kunnen zijn. We kiezen er alleen nu niet voor. Hebben dat ook niet nodig. Een van de grootste die ertussen staat, is het Nationaal Onderwijsmuseum, waarvan u de ontwikkelingen ook kent. Derde bijlage zijn de niet-gekozen maatregelen, waarvan het college voorstelt, doe dat niet. Deze 3 bijlagen bij elkaar opgeteld, ik laat dat zo meteen in de volgende slide nog even zien, gaat ook weer een relatie hebben met wat u in februari hebt zien langskomen. De nummering in die bijlagen, de nummering van de paragrafen loopt ook niet door. Daar hebben we heel bewust voor gekozen, om de relatie naar februari te houden. U heeft toen ook ongeveer 170 technische vragen gesteld. Daarin kunt u, ook in die beantwoording, altijd weer even teruggrijpen naar de oude nummertjes. Als u zegt, die nummering klopt niet, we hebben er bewust voor gekozen om die lijst van februari uit elkaar te trekken en de nummering te laten blijven corresponderen, zodat alles ook navolgbaar is voor u.

En dat brengt mij op het laatste wat ik u wil meegeven, in ieder geval voor wat betreft de Perspectiefnota. Want ik heb zo meteen ook nog iets over de raadsinformatiebrief die er ligt. Een bijlage 4 hebben we bijgevoegd, waar u ziet, ik heb hier ook even de uitsnede gemaakt, wat stond er in de februaripublicatie? Bovenste regel. En hoe tellen de bijlagen die ik u liet zien bij elkaar op? Daar zit een verschil tussen. In die bijlage 4 hebben we laten zien, we hebben gewoon op basis van de participatie, uw consultatie een aantal voorstellen aangepast. Die zijn ook in de nummering aangepast aangegeven of in het nummertje met een A’tje aangepast. Die ziet u ook terug in bijlage 3 als een oorspronkelijk voorstel. Het oorspronkelijke voorstel is verschoven naar bijlage 3, waar het college niet voor kiest. Het aangepaste voorstel, met een A’tje, staat dan in bijlage 1. We hebben zichtbaar gehouden wat was en wat is. Daardoor is de lijst wel wat gegroeid, optisch, in ieder geval cijfermatig. We hebben ook, dat hebt u kunnen lezen, heeft het college voor gekozen, om een stuk omkeerbaarheid in te bouwen. Een aantal voorstellen is financieel gefaseerd en heeft geen effect meer in 2026. Die vallen in de jaarschijf 2026 af. Zorgt voor een min. Dat ziet u vooral ook onder de streep al terug, in 2026 staat een minnetje. Hebben we ook in die bijlage 4 zichtbaar gemaakt.

21

De voorzitter: De heer Groenewege. De heer Groenewege: Dank u. Als we kijken naar die lijst van maatregelen die niet is doorgevoerd, dan is een deel daarvan aangepast en alsnog doorgevoerd en een deel daarvan doen we gewoon niet. Wat is daartussen de verhouding? De heer Van Genderen: Als u bedoelt de cijfermatige verhouding, die heb ik zo niet scherp, maar dat kunnen we nog scherp maken. Als we dat gewoon als technische vraag behandelen, dan komt dat terug. Dat is een categorie die meeloopt, waar de technische vraag over is gesteld. En we hebben 2 hele specifieke gedaan. Het Stadsherstelfonds, om daarmee te beginnen, is ook een technische vraag over gesteld in februari. Klopt die reeks wel? Nee, die klopte inderdaad niet. Dat is nu gecorrigeerd. Als ik hem even heel plat sla, de overhead, hebben we toen ook al heel nadrukkelijk aangegeven, heeft een verhouding met de beleidsinhoudelijke keuzes die je maakt. Als je minder beleidsinhoudelijke ingrijpen doet, is die organisatorische maatregel ook te temperen. We hebben dat in verhouding met elkaar gebracht. Ook daar zit eigenlijk gewoon een technisch financiële neerwaartse bijstelling op. Bijlage 4, voor u, om de aansluiting tussen de publicatie van februari en de publicatie van nu heel inzichtelijk te maken, met de aanvullende vraag die nog komt. Dat voor wat betreft de leeswijzer bij de Perspectiefnota.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/907/documents/41184