2.12 2023.11.14 Notulen Dordtse Dinsdag - V ergaderzaal 5 - concept.docx .pdf
Tekst van het document
Wij als Dordtse VVD vinden een pumptrack op zich een hele mooie toegevoegde waarde voor de levendigheid van de binnenstad of voor het sporten, waarbij we ons ook wel zorgen maken dat burgerinitiatief is altijd al wat moeilijker, kun je niet direct verwachten alsof het een stichting is, maar ik denk dat er wel van beide kanten concessies gedaan moeten worden, u zegt terecht, het is een urban sport, maar er wordt in onze binnenstad en de negentiende-eeuwse schil gevochten om elke vierkante meter, omdat we daar bebouwen, vergroeien, sporten of iets anders. Ik denk dat we daar ook wel van beide kanten rekening moeten worden wat er echt daadwerkelijk mogelijk is. De voorzitter: De heer Van Dam. De heer Van Dam Timmer: Dank u wel, voorzitter. Ik denk als je zo naar dit hele proces kijkt dan duurt het uiteindelijk te lang en is het vooral belangrijk dat er gewoon een helder idee of voorstel komt vanuit het college hoe zij hiermee verder willen, dan vind ik
42
de toezegging daarin heel mooi om maart, april volgend jaar daar duidelijkheid over te hebben zodat we in ieder geval of verder gaan met het realiseren of dat je ermee stopt, want dan is het in ieder geval duidelijk en dan hoeven we niet de volgende raad hier nog een keer over te laten beslissen, want dat lijkt me echt volstrekt onmenselijk. De voorzitter: Ik wil tot slot vragen de wethouder nog kort even in te gaan op de vragen die nog gesteld zijn, reflectie op proces, de aanbeveling van de heer Portier en mevrouw Schnabel en de … waarschuwing van de VVD. De heer Merx: Ja, voorzitter, dank u wel. Nou, niet om heel ambtelijk en bureaucratisch te doen maar de raad heeft nog niets besloten maar dat moeten we wel gaan doen. En dat kan alleen als het college dadelijk met een voorstel komt. Voor wat betreft de suggesties van de heer Portier, voorzitter, ik sluit wel aan bij wat mevrouw Schnabel zegt, je ziet op het skatepark alle leeftijden daar prima met elkaar functioneren. Desalniettemin hebben we laatst van de krant gelezen dat men wel vindt dat de gemeente daar eens wat vaker mag vegen of zo, dat zou je ook zelf kunnen doen denk ik dan, maar de veger wordt dan weer gestolen. Tenminste, dat las ik dan in de krant.
Maar daar hoeft niet per se veel toezicht op en de urban sports, als ik kijk naar de sportvisie zou dit er best wel in kunnen passen want het is iets wat uitnodigt om te bewegen, om actief te zijn, daarom moet het ook niet weggestopt worden, naar mijn idee, achter de Merwedeheuvel, maar moet het toch wel iets meer richting de stad. Maar de stad is voor mij, er zijn ook wijken als Dubbeldam en Sterrenburg en andere wijken, dat hoeft niet per se de binnenstad te zijn, bovendien hebben we daar ook geen plek voor in de binnenstad. Dus dat, we gaan er gewoon naar kijken en we komen in het voorjaar, dat is iets verder dan misschien april, gun ons ook even die tijd, kan ook mei worden, en dan de reflectie op het proces. Ja, dat is een goede vraag, mijnheer De Heer. De voorzitter: Mijnheer De Heer, even attentie. De heer Merx: Ja, ik was uw vraag aan het beantwoorden. Was u tevreden met het antwoord of niet? De heer De Heer: Ik was aan het reflecteren. De heer Merx: Nee, het proces, wat moet ik ervan zeggen? Als iets vijf jaar geduurd heeft dan is dat gewoon te lang.
En ik wil niet met een beschuldigende vinger naar wie dan ook kijken, want ik heb echt de indruk dat ook ambtelijk echt wel is meegekeken met mijnheer De Geus naar allerlei plekken, dat het kennelijk, is mijn verklaring op dit moment, maar met die slag om de arm, kennelijk ook nog niet de status had, zeg maar, er was geen raadsbesluit, er moet een pumptrack komen en we verwachten dit.
Dus met andere dingen, het is elke keer, dat is ook wat ik er hoor, ingehaald door andere ontwikkelingen. Maar in the end, ik had gewoon graag gewild dat mijnheer De Geus allang zijn pumptrack had gehad of de gemeente de pumptrack had gehad met
43
wat geld van mijnheer De Geus en dat er al mensen rondgefietst hadden, want vijf jaar is gewoon te lang en dit had eerder geëscaleerd moeten worden op het niveau van bijvoorbeeld de wethouder of iemand anders terecht moeten komen, maar nogmaals, ik wil ook echt niet lelijk doen richting ambtenarij, dat weiger ik ook gewoon omdat ik echt wel de overtuiging heb dat men daar echt wel actief heeft gekeken en meegekeken, maar men met dezelfde vragen geworsteld heeft. En daar wil ik het even bij laten, ik wil gewoon echt verder dit, ik wil in het voorjaar, dat kan maart, april mei en de zomer begint 21 juni, wil ik wel duidelijkheid hebben of in ieder geval de volgende stap. En, ik verwijs u even naar, want het is niet zo dat er nooit geïnformeerd is, in 2022 vorig jaar in mei of zo is er nog een raadsinformatiebrief naar de raad gegaan over dit onderwerp. Het is niet helemaal onder de pet gebleven en nooit wat over gecommuniceerd. De voorzitter: Commissie, ik zie dat de heer … Bedankt, trouwens. Ik zie dat de heer Wringer nog een hele brandende vraag heeft en daarna wil ik netjes afronden. De heer Wringer: Dank, voorzitter.
Gezien de lange looptijd van dit proces, gezien dat het waarschijnlijk in de sportvisie past, zou de wethouder de heer De Geus tegemoet kunnen komen en financiering willen zoeken voor honderd procent van dit project? De heer Merx: Nee, dat ga ik nu niet toezeggen, want we hebben afspraken gemaakt, ook daar willen we ons graag aan houden, we gaan eerst het proces in, we gaan kijken waar we kunnen komen, ik weet ook niet hoeveel mijnheer De Geus al op heeft gehaald, als ik het goed begreep nog helemaal niets, maar we gaan gewoon gezamenlijk het proces in en ik ga nu niet toezeggen dat wij honderd procent gaan financieren, bovendien kan ik dat ook niet, want u bent degene die over de budgetten gaat. De voorzitter: Zo is het maar net. We gaan concluderen dat de wethouder heeft toegezegd met de heer De Geus aan tafel te gaan, om duidelijkheid te gaan zoeken, ze gaan ook locaties nog weer lang. We krijgen als raad een raadsinformatiebrief of een raadsvoorstel in het, laten we dat voorjaar dan even heel ruim nemen begrijp ik. Het voorjaar, maar laten we zeggen, in elk geval voor de zomer. Er wordt duidelijkheid gegeven van kan het, en als het ja is, waar dan en onder welke voorwaarden, beheer en onderhoud enzovoorts wordt allemaal afgesproken.
Dan de vraag aan de commissie: hebben we voldoende informatie of moet er nog een beeldvormende vergadering? Ik heb het idee van niet, volgens mij is dit volstrekt helder en dan wachten we met smart op de raadsinformatiebrief of het raadsvoorstel. We gaan het zien, dank u wel allemaal.
6. Agenderingsverzoek college: Herijking beleid openbare verlichting (consultatie)
44
Voorzitter: Mevrouw Van Vugt-Roose Commissiegriffier: De heer Boogaard Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van Dam Timmers (CDA) Dhr. Gündogdu (Op ons Eiland) Mevr. Kamphuis (SP) Dhr. Kleinpaste (Gewoon Dordt) Dhr. Kuhlmann (VVD) Mevr. Lammens-Oostdijk (VVD) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Dhr. Venderbos-Lambinon (PvdD) Dhr. Wringer (Beter Voor Dordt) Ambtelijke ondersteuning: Dhr. Jonker, Mevr. Den Braven Portefeuillehouder: wethouder de heer Merx De voorzitter: Beste mensen, mag ik u allemaal hartelijk welkom heten. Alle raads- en commissieleden en ook wethouder Merx namens het college. Wat hij hier precies doet weten we niet, maar … De heer Merx: Dat gesprek hadden wij net inderdaad. De voorzitter: Dat gesprek hadden wij net. We hebben ook ambtelijke ondersteuning maar ik wil gewoon iedereen vragen zich even voor te stellen en ook met de bijbehorende rol voor de mensen. Ik begin links van me. De heer Boogaard: André Boogaard, commissiegriffier. De heer Jonker: Johan Jonker, vakspecialist openbare verlichting. De heer Van Dam Timmers: Jan van Dam Timmers, raadslid CDA Dordrecht. De heer Kleinpaste: Gert Jan Kleinpaste, Gewoon Dordt. De heer Van der Meer: Frans Bauke van der Meer, GroenLinks. De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu, Op ons eiland. De heer Wringer: Jan-Willem Wringer, Beter voor Dordt. Mevrouw Kamphuis: Meta Kamphuis, SP Dordrecht.
De heer Venderbos-Lambinon: Cees Venderbos, Partij voor de Dieren.
45
De heer Kuhlmann: Alexander Kuhlmann, Dordtse VVD. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Jeanine Lammens, Dordtse VVD. De heer Merx: Marc Merx, wethouder. De voorzitter: Francisca van Vugt, vanavond weer voorzitter. Waarom zitten we hier bij elkaar? Het is een consultatie dus we gaan informatie meegeven maar we hebben een aantal stukken toegestuurd gekregen die we als voorbereiding konden gebruiken. Het college is bezig met de actualisering van het beleidsplan Openbare verlichting, het eerste concept is aan ons voorgelegd. We hebben daartoe een beleidsplan, een beheerplan, een oplegnotitie en ook het agenderingsverzoek kunnen zien. De vragen die aan de raad zijn voorgelegd hebben we ook in de stukken terug kunnen lezen in een uitgebreidere vorm, maar het komt erop neer: kunnen we ons in de hoofdlijnen vinden in het conceptbeleidsplan? Moeten er nog specifieke aandachtspunten worden meegegeven voor de verdere uitwerking? Zijn er nog suggesties voor het betrekken van externe partijen en kan de raad instemmen met het geschetste vervolgproces? Ik zit even te denken, wie van de fracties wil meteen hierop reageren? Ik zie al een paar jaknikkers, dat is helemaal mooi. De heer Gündogdu mag eerst, daarna de heer Van der Meer.
De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel, in ieder geval, bedankt ook richting het college, want het is voor zover ik weet voor het eerst dat we met de raad mee mogen denken over de openbare verlichting, en daar maken wij zeker gebruik van. Voorzitter, we hebben een aantal aandachtspunten die we willen meegeven en kijken in hoeverre dat uitvoerbaar is. In ieder geval bedankt voor deze notitie en duidelijke doelstellingen die het college ons voorlegt. Wat wij niet zozeer missen maar waar wij wel de aandacht op willen vestigen is het volgende: wij hebben ook in ons verkiezingsprogramma opgenomen dat met name als we het hebben over het recreatief gebruik van dijken in onze stad op bepaalde paden, dat daar de verlichting wordt gemist, dat kwam op basis van een inventarisatie destijds duidelijk naar voren. Vooral in de winter, herfst, voorjaar, mensen willen daar fietsen, kunnen hardlopen of wandelen, maar het is al snel heel donker. Is het mogelijk om de gedachte van dimbare dan wel … Hoe noemen ze dat met een mooi woord? Dat verlichting … De voorzitter: Groene lampen. De heer Gündogdu: Dynamisch, ja, dat is het mooie woord, dynamische verlichting op bepaalde paden op het eiland mogelijk is, en dan zeg ik niet per se van het moet daar of daar, maar het college weet heel goed waar het recreatief gebruik van paden is. Dus graag een reflectie daarop zou ik zeggen.
En een ander punt is, voorzitter, als we het hebben over verlichting dan hebben we het ook over een stukje veiligheid en veiligheidsbeleving. En we kunnen op dat punt het college wel volgen, je moet niet overal verlichting willen hebben, maar juist daar waar de veiligheidsbeleving ertoe doet, en dat kunnen we ook heel goed nagaan op basis van de veiligheidsindicatoren, daar zou de verlichting wat
46
meer aandacht mogen krijgen wat ons betreft. Een van de punten is bijvoorbeeld de sportparken, vooral in het najaar, voorjaar, daar zijn heel wat bezoekers en op het moment dat de sportparken leeg zijn mag bijvoorbeeld wat ons betreft de verlichting ook gedimd worden, maar op het moment dat er bezoekers zijn wat feller verlichting, zodat men enerzijds het verkeer, voetgangers maar ook de fietsers, de nodige aandacht krijgen, en daarnaast, voorzitter, in dat kader, wat wij missen aan de programmeertafel zijn de sportverenigingen, want die hebben natuurlijk ook belang bij de veiligheid in hun sportpark, dus we vroegen ons af waarom zij niet in dit proces zijn betrokken of misschien dat ze nog betrokken gaan worden. En een derde, voorzitter. De voorzitter: Dat is dan de vierde. De heer Gündogdu: Is dat de vierde? Oké, ik moet en praten en tellen. Voorzitter, dan de vierde, en dat is misschien niet direct de portefeuille van de heer Merx, maar wij zijn ook wel gesteld met verlichting, goede verlichting bij oversteekplaatsen, met name zebraplaatsen. En nu hebben wij een aantal locaties in de stad waarvan wij denken dat vooral in de wintermaanden het zicht van de automobilist minder is op de voetgangers dan gewenst, en of daar nog verder over van gedachten wordt gewisseld tussen de heer Merx en de heer Van der Linden. Dat waren even mijn … De voorzitter: Dat waren vier punten.
Dijken, paden, dynamische verlichting, de veiligheidsbeleving bijvoorbeeld bij sportparken na sluiting, zeg maar. Sportverenigingen hebben er ook belang bij dus die zou hij er graag bij betrekken en de oversteekplaatsen, de verlichting daarvan. We gaan Van der Meer. De heer Van der Meer: Of had jij een interruptie? Nee. De heer …: Nee, aan het eind pas. De heer Van der Meer: Oké, dank u wel voorzitter. Ik ben, wij zijn natuurlijk heel erg voor de verlichting in de openbare ruimte, vooral in overdrachtelijke zin, maar nu wat concreter over verlichting in fysieke zin. Een paar vragen daarover. Het uitgangspunt is eigenlijk, in principe wordt de openbare ruimte verlicht en dan worden er een aantal uitzonderingen genoemd. Ik zou daar graag een vraagteken bij willen stellen. Het punt dat ook in het stuk staat, namelijk dat er lichthinder kan zijn, dat mensen er last van kunnen hebben maar ook dat dieren en planten er last van kunnen hebben, we willen vergroenen in de stad, we willen biodiversiteit, groene verbindingen. Dus het concept van dynamische verlichting op allerlei plekken dat mijn buurman naar voren bracht wil ik ook graag daarmee onderstrepen. Natuurlijk zijn er plekken die verlicht moeten worden, veiligheid vraagt dat in een aantal opzichten, maar ik denk dat het in veel gevallen minder kan door het dynamisch te maken.
Dan wordt er gesproken over dimmen, tot en met dertig procent. Waar komt die dertig procent vandaan is mijn vraag? Is dat een absoluut minimum of zou dat ook meer kunnen zijn? Zijn er, over lichtvervuiling gesproken, dat is misschien ook een technische vraag maar ik stel hem toch maar even om mee te geven als overweging, zijn er voor lichtvervuiling bepaalde normen in de wetgeving die te maken hebben met gezondheid of wat dan ook,
47
of het storende karakter daarvan? Dan een vraag over circulariteit. Prima dat dat genoemd wordt, maar het is niet helemaal scherp. Er wordt gezegd, het wordt meegenomen bij de aanbestedingen, wat betekent ‘meenemen’ precies? Hoe hard kunnen we die eis maken? Wat ons betreft wordt die zo hard mogelijk want circulariteit verdient nog veel meer aandacht. En ten slotte, gaat het over het uitlichten van objecten en bomen, daar wordt terughoudend mee omgegaan. Wat betekent dat ‘terughoudend’ precies? Wat zijn de criteria voor wel of niet uitlichten, kunnen we dat scherp krijgen zodat we daar ook over van gedachten kunnen wisselen? Dat zijn mijn vragen op dit moment. Ik heb nog wel wat opmerkingen over specifieke vragen in de dingen, maar dat komt misschien aan het einde, bijvoorbeeld over de organisaties die betrokken zouden moeten worden. De voorzitter: U heeft al zes punten meegegeven. Ik herhaal ze nog kort. En we verzamelen gewoon nog even verder. Openbare ruimtes waarom is eigenlijk het uitgangspunt om die te verlichten? We willen vergroenen, dus waar het kan ook dynamisch verlichten? Waarom dertig procent? Zijn er normen voor lichtvervuiling? Circulariteit, wat betekent het als je zegt ‘we nemen het mee’? En het uitlichten van projecten, waar zijn daarvoor de criteria? Dan gaan we naar de heer Kleinpaste.
De heer Kleinpaste: Ja, voorzitter, dank u wel, als het om verlichting gaat ben ik daar vooral in filosofische zin in geïnteresseerd. En ik plaatste vanmiddag een plaatje van Peter van Straaten op X heet het tegenwoordig, waarin staat: het is ook prima om je bij de vorige sprekers aan te sluiten en dat ga ik ook doen, want de dynamische verlichting is door mijn collega van Op ons eiland al genoemd. Stond ook in ons verkiezingsprogramma dus daar sluit ik me van harte bij aan, en ik denk dat de uitgangspunten in deze notitie eigenlijk prima zijn, dat we niet al te diep de details in moeten, ik zie in ieder geval in het Weizigtpark met genoegen dat daar ledverlichting wordt toegepast waar ik best blij van word omdat het ook gewoon heel zuinig is. Ik denk gewoon dat we hiermee op de goede weg zijn en mijn voorgangers hebben de punten al genoemd die nog wat aandacht behoeven. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan gaan we naar mevrouw Kamphuis, die was eerst. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. In principe vind ik het een mooi plan en de rest sluit ik me aan bij de andere drie heren. Lekker kort. De voorzitter: Lekker kort, dank u wel. Dan was de heer Kuhlmann, de volgende dan de heer Van Dam Timmers, dan de heer Venderbos. De heer Kuhlmann: Dank u, voorzitter. Wij sluiten ons niet aan bij de voorgaande sprekers, in elk geval niet bij de woorden van GroenLinks.
Vraagtekens bij het belang van verlichting zetten wij niet, sterker nog, wij vinden het heel goed, en complimenten ook aan de organisatie, voor de verlichting die we nu hebben en zeker ook mooie plekken in de stad die uitgelicht worden, nou ja, de Grote
48
Kerk, het stadhuis, vanzelfsprekend dat die mooi, goed te zien zijn en … een mooie boom natuurlijk ook. Alleen er zijn nog wel een paar punten waar we eigenlijk in het huidige beleid en ook in het vorige stelsel zoals … wat missen. Kijk bijvoorbeeld naar wegen, fietspaden binnen de bebouwde kom, waar nu geen velrichting is, als voorbeeld de Noordendijk, die is heel lang natuurlijk maar dan specifiek het stukje richting De Hoven. Dat is natuurlijk vlak bij een wijk waar veel mensen wonen. Ander voorbeeld, de Zuidendijk, ook een hele lange dijk, maar als we zo een beetje buiten bij de, aan de rand van de bebouwde kom, heb je daar stukken waar fietsers en auto’s samenkomen waar verder weinig of geen verlichting is.
Een ander type weg waar we aandacht voor vragen is buiten de bebouwde kom, is op zichzelf logisch dat daar minder verlichting is, maar ook daarvoor geldt dat je bijvoorbeeld het fietspad zo in de buurt van de A16, waar buurtbewoners vanuit Willemsdorp gebruik van maken, als je vanuit Sterrenburg die kant op gaat of sportieve fietsers, ik zit even te kijken, ik zie nu niemand van ChristenUnie of SGP hier aan tafel zitten maar die hadden het bij de laatste raadsvergadering over mensen die hele lange afstanden met de fiets afleggen, nou ja, goed, om een beetje bij … is natuurlijk niet zo gek dat er natuurlijk ook mensen vanuit Drimmelen hiernaartoe komen en dan langs die route aan het fietsen zijn en die forensen, ook op winterdagen is het natuurlijk fijn als die ook op een verlicht fietspad fietsen. Dus wij vragen wat meer aandacht voor verlichting. En daarbij is het misschien niet altijd een alles of niets-kwestie, je kunt natuurlijk ook, dat sluit misschien wel een beetje aan bij wat de heer Gündogdu zei, je kunt natuurlijk lantaarnpalen neerzetten maar die hoeven dan niet per se de hele nacht te branden maar bijvoorbeeld juist op die momenten dat die forenzen daar in de wintermaanden wel gebruik van maken.
Dan voor wat betreft, ik noem ze toch eventjes, externe partijen die daar missen, de ondernemers in de binnenstad worden genoemd, de ondernemers in de wijken zie ik er niet tussen staan, en die zijn vaak natuurlijk ook georganiseerd, winkelcentra zijn daar de ondernemersverenigingen. Ik denk ook aan de groep mensen die nog geen auto heeft, weinig alternatieven, jongeren die natuurlijk vaak op de fiets gaan, ook ’s avonds en waar sociale veiligheid ook een rol speelt, daar krijgen we als Dordtse VVD ook wel vaker opmerkingen en vragen over, dus ik denk, we hebben een jongerenraad in Dordrecht, dat het ook heel logisch zou zijn om hen aan tafel te hebben op dit onderwerp. Hetzelfde geldt denk ik voor het reizigersoverleg regio Dordrecht, dat zijn mensen die met een bijzondere aandacht voor het openbaar vervoer maar natuurlijk ook gebruikers van het openbaar vervoer hebben belang bij goed verlichte wegen, dat zijn zomaar een aantal partijen die we erbij kunnen benoemen.
Tot slot wil ik nog even aandacht vragen, daar hebben we het in de raad kort over gehad, daar komen we ook weer verder op, maar wanneer we het over verlichting hebben, waar er kansen zijn om lantaarnpalen en de laadpalen voor de auto te bundelen, ik weet, daar heb je aparte infrastructuur met kabels en zo voor nodig maar zeker op de plekken waar de ruimte heel beperkt is in de binnenstad en je ook echt een heel mooi plaatje wil hebben is het goed om daar naar te kijken, maar goed daar hoeven we het niet uitgebreid over te hebben, daar komen we denk ik nog op terug maar ik wilde hem even noemen. De voorzitter: Dank u wel. Ik heb genoteerd wat meer verlichting bij fietspaden, bijvoorbeeld Noordendijk, Zuidendijk, de wegen buiten de bebouwde kom voor de forenzen die daar heen en weer gaan, externe partijen heeft u genoemd, ondernemers
49
van de wijken, de jongerenraad, reizigersoverleg en misschien is het mogelijk om te combineren dat er laadpalen en lantaarnpalen samengaan. Gaan we naar de volgende vragensteller, de heer Van Dam. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Ja, we bespraken gisteren in onze fractievergadering dat er eigenlijk niets christendemocratisch is aan lantaarnpaalbeleid of aan lantaarnpalen. Ten slotte, solidariteit, rechtvaardigheid, rentmeesterschap, gespreide verantwoordelijkheid, ja, je vindt het niet één op één terug in een lantaarnpaal. Maar toch zijn lantaarnpalen best wel bepalend voor het leven dat we hebben in de stad, je komt ze eigenlijk overal tegen. En het is ook belangrijk, want verlichting van de mooie stukken van onze stad, de heer Kuhlmann gaf het al aan, is eigenlijk van cruciaal belang. En als we kiezen voor verlichting, dat lees ik ook terug, dan moeten we kiezen voor slim, energiezuinig en ook veilig. En als het gaat om veiligheid denk ik dat we met name, en we hoorden het eerder vanavond in het vragenuur terug, dan gaat het ook over sociale veiligheid en het gaat over verkeersveiligheid. Er moet voldoende verlichting zijn maar er zijn ook nog wel andere punten die daar van belang zijn, waarom je misschien niet altijd even te veel verlichting wil op elk punt.
In ons verkiezingsprogramma schrijven we niet zo heel veel over verlichting behalve dan dat we ecologisch verantwoorde verlichting willen aanbrengen op de Wantijdijk tussen de Noordendijk en de N3. Leuk dat de heer Kuhlmann gaf eigenlijk datzelfde stuk al aan, dat is blijkbaar een breed gedeeld probleem in onze stad. We zeggen er ook bij, je zou er ook bijvoorbeeld groene lampen kunnen gebruiken zodat je de ecologie daarin ook de ruimte geeft en er zijn in den lande al veel steden die dat soort initiatieven hebben. Groene lampen storen dieren of planten of wat er ook rondloopt minder, het is ook prettig aan je ogen en wij zien eigenlijk in dat we dat ook in het buitengebied misschien op meer plekken in Dordrecht zouden kunnen toepassen en ik zie daar graag een reflectie op.
En zou dat niet de standaard ook moeten zijn? Een andere vraag die gesteld werd, welke belangengroepen zouden hierbij nog betrokken moeten zijn? En dan dacht ik zelf vooral ook aan, en het is eigenlijk kort al eerder gezegd, het is inderdaad, verenigingen, de scouting bijvoorbeeld maar ook ondernemers op de industrieterreinen, want daar hebben we het niet zo heel vaak over maar we hebben grote terreinen in Dordrecht met industrie die ook verlicht zijn, er staat veel straatverlichting, ook dat gaat ons als gemeenteraad aan, en in aanvulling op de heer Kuhlmann, de laadinfrastructuurdiscussie, ik denk dat het goed is om die bij de laadinfrastructuurdiscussie te houden, maar ja, hij relateert hier ook aan dus hij hoort hier ook bij, dank. De voorzitter: Ik noem toch even op wat ik genoteerd heb zodat we straks gewoon het kunnen afvinken allemaal. U geeft mee, slim energiezuinig moet het zijn, verkeersveiligheid, sociale veiligheid, kan het geen standaard worden om groene lampen te gebruiken? En als belangengroepen, de verenigingen, scouting, en de ondernemers van industrieterreinen, en de laadinfrastructuur kunnen we ook meenemen. Gaan we naar de heer Venderbos. De heer Venderbos-Lambinon: Dank u wel, voorzitter. Wij kunnen ons helemaal aansluiten bij de eerste drie insprekers wat betreft de verlichting.
Wat we ook heel mooi vinden is dat er in die stukken ook staat dat er aandacht gegeven wordt aan de
50
verlichting voor dieren en voor planten. Wethouder Van der Linden zijn vragenhalfuurtje had het ook al over het Wantijpark dat daar dus dat gedeelte, het Weizigtpark, sorry, het gedeelte dat donker werd, dat het bewust gedaan is voor vleermuizen en dergelijke, een bijzonder fijn initiatief, dat was ook een van onze punten die we in de vragen tegenkwamen, meer aandacht voor diervriendelijke verlichting of afgestemde specialisten, wij dachten daar ook aan de Vogelbescherming Nederland en Natuurmonumenten, en Natuurmonumenten met name om de kennis over de vleermuizen. Dank u. De voorzitter: Natuurmonumenten hebben ervaring met beschermen van … Staatsbosbeheer noemde u ook en de Vogelbescherming. En u was blij met de verlichting, dat rekening wordt gehouden met de dieren en planten. U zei overigens de eerste drie sprekers, maar de heer Gündogdu wilde meer verlichting. Op specifieke plekken. De heer Gündogdu: Ja, wel specifieke plekken, dynamisch voor … De voorzitter: De heer Wringer. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Nou, er zijn al veel vragen gesteld dus ik zal het kort houden. We gingen ervanuit dat de verlichting op de N3 en A16 valt onder Rijkswaterstaat en de provincie, als dat niet zo mocht zijn dan horen we het graag.
Is er een tijdslimiet wanneer we honderd procent onze verlichting voorzien hebben van led in Dordrecht? Want ik las wel dat we op schema liggen maar we kunnen nog wel een stapje bijzetten. Een puntje dat ook al een beetje door de VVD is aangepast, illuminatie van mooie gebouwen en bomen of dat soort … Kunnen we volgens mij nog wel een stapje bijzetten want er zijn heel veel mooie gebouwen die uitgelicht kunnen worden. Op de Smartverlichting, kunnen we die combineren met PV-panelen? Overdag energie op te wekken en ’s avonds te gebruiken. En er zijn al een paar punten genoemd door andere partijen, zoals CDA, de groene verlichting en het Ondernemersfonds Dordrecht in oprichting erbij betrekken. De voorzitter: Uw derde punt over Smartverlichting, wilde u dat nog heel even toelichten? De heer Wringer: PV-panelen, zonnepanelen. Dus overdag energie opwekken om ’s nachts te gebruiken. De voorzitter: Dus u vraagt wanneer zijn we volledig voorzien van ledverlichting, u wil meer illuminatie en de PV-panelen inzetten om te verlichten en DordrechtDe heer Wringer: Ja, of de N3 en A16 vallen onder Dordrecht of onder Rijkswaterstaat en de provincie, we vroegen ons dat af. De voorzitter: Ja, en u wilde er nog iets bij betrekken? De heer Wringer: Het Ondernemersfonds Dordrecht …
51
De voorzitter: Dordrechtse Ondernemersfonds, oké. De heer Wringer: Dan heb je ook gelijk de industrieterreinen, en Sterrenburg en dat soort dingen. Dank u. De voorzitter: Nou, volgens mij heeft de ambtelijk ondersteuning straks heel veel werk en er komt nog meer bij. Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Anderen hebben organisaties genoemd die er nog bij betrokken zouden kunnen worden. Ik wilde twee andere organisaties noemen, namelijk platform duurzaamheid en de vereniging Oud-Dordrecht. De voorzitter: Oké, platform duurzaamheid en Oud-Dordt. Ook nog als belangenorganisaties. Mag ik de ambtelijke ondersteuning vragen om de vragen te beantwoorden en let u zelf ook allemaal een beetje op of uw vragen daarin worden meegenomen. Wie neemt als eerste het woord? Wacht even, mijnheer Jonker, u mag de microfoon aanzetten. De heer Jonker: Voorzitter, de makkelijke vraag, N3, A16 is inderdaad van Rijkswaterstaat, die beheert dat volledig, op- en afritten zijn ook van Rijkswaterstaat, op de laatste mast na, daar hebben we een gezamenlijke, ook met de VRI-installatie is die dan Dordrecht.
Uitzondering van verlichting, dat is gekomen al bij het vorige beleid, waarom, stukje duurzaamheid, stukje regelgeving, nou geen regelgeving, het is geen wet, maar het is een richtlijn van de Nederlandse Stichting van Verlichtingskunde, schrijft, beveelt aan om buiten de bebouwde kom alleen op kruispunten te verlichten of daar waar gevaarlijke verkeerssituaties zijn. Rijd je hier van … de provinciale weg is een kruispunt bij een van de dijken uit mijn hoofd, is verlicht, dat soort zaken. En voor de rest proberen we ook inderdaad in het kader van duurzaamheid niet meer te verlichten dan noodzakelijk. Zo is ook het dijkenaspect daarin meegenomen, we hebben bij het vorige beleid met elkaar vastgesteld, heeft de raad vastgesteld dat recreatieve paden in principe binnen en buiten bebouwde kom niet verlicht worden. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Dank u wel, voorzitter. Kunt ook op de dijken als er geen verlichting mogelijk is, zou u aan de zijkant van de weg een reflecterende streep kunnen zetten? Want als je op de dijk aan het fietsen bent, je fietst echt de dijk af, je ziet niet hoe de dijk, op de Noordendijk, hij loopt zo, je fietst gewoon de dijk af. De voorzitter: Gaat ook over de reflecterende strepen.
De heer Jonker: Ja, de reflecterende strepen, je hebt reflecteren motieven op een asfaltweg, dat kan allemaal, kattenogen, als je nu over de Rijksstraatweg, het laatste stuk richting de Moerdijk rijdt, het oude stukje Rijksstraatweg, dan kattenogen die oplichten als je er met de auto voorbijrijdt, het kan allemaal, het is kostbaar, in beheer
52
is het duur, maar het kan, als de raad vraagt dat we dat uitwerken als een optie, dan kunnen we dat in beeld brengen. Dus het kan. De voorzitter: De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Even dat ik u goed versta, want ik hoorde de richtlijnen, aanbeveling, maar als ik u dus goed begrijp, in principe als we als raad, als we als gemeente willen beslissen dat elke gemeentelijke weg ordentelijk verlicht is met lantaarns, dan is er geen strijd met welke regel dan ook van hogerhand, als we dat willen kunnen we dat doen? De heer Jonker: Nee, er is geen wet om welke weg dan ook te verlichten, het is, even kijken, ik weet niet welke wet dat is maar de burgemeester dient de veiligheid voor de burger en bezoeker in acht te nemen. En wij geven met, als gemeente, inhoud aan om het te verlichten conform de richtlijn van de Nederlandse Stichting van de Verlichtingskunde. Dat is voor mij, ambtelijk, mijn handvat en dat heeft het vorige beleid, heeft de raad daarmee ingestemd. En ja, als we extra willen dimmen, we willen ’s nachts de verlichting uitzetten, de gemeenteraad besluit, als er een keer een ongeluk gebeurt, hier is geen jurisprudentie over, dus dat zal dan blijken of dat als we een weloverwogen besluit genomen wordt, dan denk ik dat dat houdt, maar de rechter zal besluiten, t.z.t. De voorzitter: De wethouder vroeg of hij ook even iets mag aanvullen, die gelegenheid geven, ja hoor.
De heer Merx: Ja, voorzitter, dank u wel, maar het begint langzaam een beetje politiek te worden in plaats van technisch. We hebben met dit beleid wel gekozen om de balans tussen veiligheid, duurzaamheid maar ook natuur en milieu zo veel mogelijk in acht te nemen, en of er nou wettelijke regels zijn of niet, maar je hebt ook nog zoiets als, als er bepaalde verantwoordelijkheid die je neemt ten opzichte van de natuur, en dan past het niet om, en dan overdrijf ik maar eventjes, alle paden waar wel eens een fietser overheen gaat, die vol te zetten met verlichting, of waar een hardloper voorbijkomt, om daar lantaarnpalen neer te zetten. Waar je wel over kan nadenken, dat is ook wat gezegd wordt, is, je moet ook niet willen dat mensen met hun fietsje de dijk af rijden omdat er geen streep is die in ieder geval de wegmarkering aangeeft. Dat zijn dingen, die kunnen we meenemen, ik heb er zelf wel vanuit het bestuur en het college moeite mee dat als u ons straks dwingt om met amendementen en moties om elk pad binnen en bebouwde kom waar de natuur zich nog enigszins, nou ja, ’s avonds als het donker wordt kan gaan slapen en ’s morgens wakker wordt als het licht wordt in plaats van dat ze de hele nacht wakker op de tak zitten omdat de lampen allemaal aanstaan. En dat is ook een verantwoordelijkheid die we moeten nemen.
Die afweging van belangen is een politieke afweging, die hebben we gemaakt met het beleid en ik heb u goed gehoord dat u zegt, we zouden wel graag ook eens kijken naar dynamische verlichting, wat dat ook precies mag zijn, of groene verlichting heb ik gehoord, ik weet niet wat dat is, hoor ik misschien dadelijk nog wel, maar in ieder geval
53
ook een hele praktische tip van strepen langs de weg, maar dat wel in balans met veiligheid, duurzaamheid en het milieu. De voorzitter: Dank u wel voor deze aanvulling en laten we het inderdaad niet politiek maken en die hele rij maar even afwerken. De heer Jonker: Dynamische velrichting, daar zullen we een uitwerking voor maken, dat is mogelijk, in combinatie met de vraag: waar komt die dertig procent dimmen vandaan? Die is er bij het vorige beleid ingekomen omdat de richtlijn toen nog erg star was, die had het over verkeersbewegingen voor een heel etmaal, terwijl we weten dat er ’s nachts veel minder verkeersbewegingen zijn dus dan zijn we een verlichtingsniveau, even simpel gezegd, lager gaan zitten in de nachtelijke uren.
En wij komen nu met het nieuwe beleid, dat zijn we nu aan het uitwerken met een voorstel om op sommige wegen meer te dimmen en ook uitbreiding, ik hoorde net zeggen, industriegebieden uitbreiden, ook ’s nachts dimmen, ik hoorde zo zeggen, sportterreinen ook ’s nachts dimmen, misschien wat hoger tijdens de spits, daar kunnen wij, daar geven wij richting aan, en het mooie zou zijn als er, we zullen ook een voorstel doen om de openbare verlichting te verslimmen, dat is wel een investering, maar goed, we doen het wel voorleggen aan de raad en dan kunnen we bij wijze van spreken als er klachten zijn over dat sportterrein zeggen van oké, van een afstand kunnen we, als ze allemaal slim zijn, er zit allemaal zogenaamd een sensor bovenop het armatuur, dan kunnen we zeggen, we willen dat niet dertig procent dimmen maar tien procent dimmen en in de nachtelijke uren helemaal uit, dan kunnen we dat met een commando vandaag doen en over twee, drie dagen is het ingesteld en dan hebben we ook een nieuwe situatie, hoeven we er ook niet met de hoogwerker langs, dus ook op slimme verlichting komen wij met een voorstel en dan zit het dimscenario daar bij in.
De lichtvervuiling, normen, ja die zijn er, er is een richtlijn, ook van de Nederlandse Stichting voor de Verlichtingskunde, we moeten ons houden aan de natuurwet, steeds meer komt die onder de aandacht, ook in het vakgebied openbare verlichting, we hadden vandaag een symposium, daar ook weer een lezing over gehoord van een ecoloog, het gaat met name over daar waar je meer verlichting toepast, of helemaal nieuwe verlichting toepast, dus al zouden we een dijk of een gedeelte van de dijk gaan verlichten, dan moet daar eerst een ecologisch onderzoek aan voorafgaan, dus dat zit daar dan allemaal wel aan, dat gaat wel ergens over. Wat betekent meenemen qua circulariteit? We hebben onlangs, twee, drie, twee jaar terug een aanbesteding gehouden voor alleen de armaturen, wij besteden ons beheer en onderhoud aan, inclusief materialen, maar de armaturen hebben we zelf gekozen om te zeggen, we willen een tandje bijzetten, onze wethouder mevrouw De Jonge die heeft een convenant getekend dat we met meer circulariteit moeten aanbesteden. Nog niet elk vakgebied is even ver daarin, bij de openbare verlichting timmeren we redelijk aan de weg en we hebben toch een best aandeel circulariteit daarin opgenomen en daarin ook meegenomen in de beoordeling, zogenaamde economisch meest voordelige aanbiedingbeoordeling, inschrijving en daar zit een groot stuk circulariteit in.
Uitlichten van bomen, dacht ik dat werd gezegd, terughoudendheid. Voor de verstoring van de natuur moet het uniek houden, dat betekent, en beheerskosten zijn hoog, alle grondspots die in de grond zitten, dat is altijd wat gevoeliger dan iets dat op een mast in de lucht zit, dus vandaar zijn de drie aspecten waardoor we daar terughoudend in zijn.
54
De voorzitter: Zijn dat dan ook de criteria waarnaar gevraagd werd, die drie aspecten? De heer Van der Meer: Dat was mijn vraag inderdaad, wanneer wordt nou besloten om een boom of een huis uit te lichten? De heer Jonker: Heel eerlijk gezegd, daar is niet een heel strak criterialijstje voor, binnen de vakgroep openbare verlichting bewaken we dat in die zin, is er in de binnenstad een verlichtingsplan, daar kom ik straks nog op terug, daar wordt wat gedaan, neem nou de glasspots bij de binnenstadsentrees, er zitten spotjes in de glasspotjes in de grond, is leuk, is aantrekkelijkheid van de binnenstad, de winkelcentrums die een specifiek pleintje waar vanuit de buurt aandacht wordt besteed, maar niet elk willekeurig plantje of elke willekeurige boom die dan maar voor een Wijkwens wordt gevraagd, we moeten ook qua beheerskosten in de pas houden en de natuuraspecten en dat soort zaken. Dus ik probeer binnen mijn vakteam het een beetje te bewaken. De heer Van der Meer: Maar het gaat eigenlijk om situatie specifieke afwegingen die ook bij ruimtelijke plannen worden meegenomen en ook bijvoorbeeld onderdeel van inspraak? De heer Jonker: Exact. Wat de wethouder zegt, dat weten zij? Sportverenigingen heb ik daarnet al aangehaald, zijn piekmomenten, dat kunnen we meenemen in ons plan. Oversteekplaatsen, wil ik graag even het woord geven aan de wethouder. De heer Merx: O.
Nou, dan lees ik voor uit andermans stukken. We hebben een paar oversteekplaatsen op de Noordendijk, die draait mee in een pilot omdat we ons daar allemaal zorgen over maken, dat is een landelijke pilot waar we kijken naar wat is nou de beste manier om een oversteekplaats uit te lichten, zodat als je daar met je auto aankomt, want dat is vaak het probleem, dat je ook weet dat daar een VOP is, een voetgangersoversteekplaats, ik meen, uit mijn hoofd gezegd, begin volgend jaar, dat daar wat meer duidelijkheid over komt? De heer Jonker: Ja, we hebben belevingsonderzoek gedaan met Koninklijke Visio, met mensen die minder goed zien, als voetganger, we hebben een onderzoek al gedaan met automobilisten, we hebben twee lichtmetingen gedaan in een oude en een nieuwe situatie, rijdt u maar eens over de Noordendijk heen, dan ziet u nu twee apart aangelichte VOP’s, vanaf de Oranjelaan tot aan het sportpark ongeveer, dan komt u er twee tegen, we hebben op de stadspolderring hebben we er eentje op een andere manier aangepast en dat zijn we allemaal met elkaar aan het vergelijken en er loopt nu nog een verkeerskundig onderzoek in combinatie met ook een bureaustudie voor signaalverlichting.
je kunt er een hele kermis van maken met knipperende dingen, dus dat is ook een optie maar er wordt ook naar gekeken, hoe wordt dat ervaren in de andere gemeentes? De voorzitter: Mijnheer Jonker, ik vind het ontzettend leerzaam, u zult iets korter moeten zijn.
55
De heer Jonker: Ik ga mijn best doen. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter? De voorzitter: De laadpalencombi, dat komt nog, verkeersveiligheid, sociale veiligheid, groene lampen, belangengroepen, de Vogelbescherming, led, de illuminatie hebben we wel gehad. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter? De voorzitter: Panelen. De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Misschien even heel kort, hè, we hebben hier een consulterende sessie, in principe hoeven de dingen die door de raad zijn aangegeven hoeven niet verdedigd te worden of beargumenteerd te worden waarom we ze wel of niet kunnen, het is in principe toch een sessie waarin wij dingen proberen mee te geven, waar vervolgens de ambtenaren ook mee aan de slag kunnen en dan al dan niet daar iets mee kunnen doen en dat dan een keer weer aan ons presenteren? Dus er hoeft niet een heel duidelijke argumentatie te komen waarom iets wel of niet kan, wat mij betreft in ieder geval. De voorzitter: Het is wel prettig dat geschetst wordt in hoeverre het nu al meegenomen wordt en daarvan worden we wel op de hoogte gesteld. De heer Jonker, gaat u verder. De heer Jonker: Ik hoorde groene verlichting voorbijkomen, ja, die hebben we toegepast in de Dutch Biesbosch. Mevrouw Den Braven: Merwelanden. De heer Jonker: Merwelanden.
Bij de verkeersheuvels, in principe willen we, het is een recreatief gebied, buiten de bebouwde kom, willen we geen verlichting hebben maar daar heb je wel verkeerssituaties, er zijn snelheidsremmende zaken, daar hebben we wel wat groene verlichting staan, ook de parkeerplaats richting het restaurant, maar eigenlijk is het achterhaald want wat voor de ene vleermuis groen goed is, is voor de andere water … Of andere soorten vleermuis weer niet goed. Het meest voorkomende wat nu het beste is, is amberverlichting. De heer ‘…’: Waarom doen die beesten zo moeilijk?
De heer Jonker: Dus het is, maar dit soort aspecten, als er nieuwe verlichting wordt aangelegd wordt dat nu meegenomen in dat ecologisch onderzoek en er zijn allerlei mogelijkheden en aanpassingen voor en bypasses voor om met de verlichting en de natuur toch tot een compromis te komen. Er wordt daar waar het van toepassing is wordt daar zeker op ingespeeld. De reflectie op … De voorzitter: De zonnepanelen nog?
56
De heer Jonker: De zonnepanelen, ja, kun je kort over zijn. We hebben allemaal in dit gebied een kabelnet liggen, op het moment dat er een kabelnet is, is het gewoon niet terug te verdienen om daar een mast met een zonnepaneel neer te zetten, daarna moet je een gigantisch groot zonnepaneel op een mast hebben om voor de bedrijfszekerheid voor de openbare verlichting te zorgen, om die de hele nacht te laten branden, om verkeerssociale veiligheid te hebben, we hebben ze wel bijvoorbeeld twee toegepast op basis van een Wijkwens in het Sterrenburgpark, daar is een sportvereniging die daar twee, drie keer per week oefent midden in het park, daar moesten we heel veel kabel gaan leggen, van hee, dat is wel een idee, dus daar brandt hij maar gedurende een bepaalde tijd en dan kan het wel, en let er wel op, of dat nou allemaal zo milieuvriendelijk is vraag ik me af, want je hebt ook weer een accupakket nodig en dat is ook niet altijd even duurzaam. Dus passen wij eigenlijk niet toe om die reden. De voorzitter: Dan nog de ledverlichting. De heer Jonker: Ledverlichting, daar zijn we best ver mee. Het vorige beleid was inderdaad met ingang 2013 was net te vroeg om standaard led toe te passen, toen hebben we de raad eind 2015 geïnformeerd om vanaf 1 januari 2016 standaard led toe te passen, inmiddels zitten we dik in de dertig procent. Kan het versneld worden? Ja.
We zullen daar een voorstel voor doen maar we moeten uitkijken dat we niet vroegtijdig … Verleden keer hebben we gekozen, heeft de gemeenteraad gekozen, ik zeg altijd ‘we’, maar de gemeenteraad heeft gekozen om voor het scenario duurzaam en veilig in het vorig beleid, daarin zat opgenomen niet versneld nog niet afgeschreven technisch en financieel, armaturen te vervangen. Dat is ook zonde en ook niet goed voor het milieu. Dus we hadden al energiezuinige verlichting, ja, met led kan het nog energiezuiniger, ik weet overigens wel zeker dat we nog meer dan veertig procent kunnen besparen, maar elk jaar pakken we gewoon een vier à zes procent en daar gaan we mee door. We moeten nu wat gaan versnellen omdat fluorescentielampen zijn uitgefaseerd, u heeft het misschien gelezen begin dit jaar.
We hebben nog wat lampen op voorraad dus we kunnen nog wat spreiden qua budgettering moeten we natuurlijk uitkijken naar de bezuinigingstaakstelling die er op ons afkomt, dus het is een uitdaging om met een goed voorstel te komen voor het meerjarenvervangingsplan wat straks in het realisatiedeel wordt meegenomen want dit is een beheerdeel en een concept-beleidsdeel en er komt nog een realisatiedeel bij waarin dan keuzes worden voorgelegd en er komt een scenario weer denk ik in de term duurzaam en veilig, waarin ook die versnelde ledvervanging een optie is maar deels ook een must is, omdat we qua lampvervanging moeten. De voorzitter: Volgens mij zijn er verder geen punten behalve dan de aangebrachte, of toevoegingen aan de belangengroepen. Mevrouw Den Braven, heeft u nog toevoegingen? Even de microfoon … Mevrouw Den Braven: Wilde ik inderdaad aangeven alle, bedankt voor alle extra suggesties voor de belangengroepen, die nemen we uiteraard mee in de consultatie van de externe … De voorzitter: Zijn er nog belangrijke aanvullingen? Wilt u nog meer suggesties meegeven, de heer Van der Meer?
57
De heer Van der Meer: Nou ja, een dingetje naar aanleiding van de discussie over zonnepanelen, in de bredere discussie over de energietransitie gaat het steeds meer over lokale energieopwekking, lokaal energiegebruik, neem dat mee zou mijn aanbeveling zijn bij het denken over wat langere-termijnontwikkelingen, ook met betrekking tot verlichting van de openbare ruimte. De voorzitter: Het is opgeschreven dus ik zie ook dat het is meegenomen. Dan zijn we volgens mij zo’n beetje klaar. Vindt iedereen dat er voldoende input is gegeven? De wethouder vraagt toestemming om nog iets te zeggen, die geef ik, over die laaddingen? De heer Merx: Over die laadpalen. De voorzitter: Hoeft niet, ja, nee, wat vindt u er allemaal van? Moet er nog meer informatie? Dat komt nog aan bod. De voorzitter: Nou ja, ik vind het ook … De heer Merx: Gaan we eruit met een cliffhanger. De voorzitter: Volgens het script moet ik nog wel aan u vragen of u genoeg informatie en input heeft gekregen om mee aan de slag te gaan? De heer Jonker: Ja. De voorzitter: Dank u wel. Dan kunnen we deze vergadering besluiten, ik vond het ontzettend leerzaam. Ik wil ook de ambtelijke ondersteuning bedanken voor de bevlogenheid waarmee toch alle input werd beantwoord en gehoord. Dan heb ik nog een logistieke mededeling, wil iedereen de flesjes, glazen enzovoort meenemen naar de keuken? Wel thuis.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 19 december 2023.
De griffier,
De voorzitter,
58
A.E.T. Wepster
A.W. Kolff
59