2.12 2023.11.14 Notulen Dordtse Dinsdag - V ergaderzaal 5 - concept.docx .pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 14 NOVEMBER 2023 Vergaderzaal 5 1. Inspreker op een niet geagendeerd onderwerp Voorzitter: De heer Den Heijer Commissiegriffier: De heer Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Bootsman (GroenLinks) Dhr. Van Dam Timmers (CDA) Dhr. Gündogdu (Op ons Eiland) Dhr. Kuhlmann (VVD) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Dhr. Struijk (CU/SGP) Dhr. De Vries (VSP) Dhr. Wringer (Beter Voor Dordt) Inspreker: Dhr. Van den Hout De voorzitter: Goedenavond dames en heren, jongens en meisjes. Zou de zaal de stilte kunnen vatten? Dan gaan wij beginnen met de commissie. Welkom raads- en commissieleden. Ook welkom aan onze aan onze gasten: de heer Van den Hout en de heer Kuhlmann. We zijn hier bij elkaar gekomen voor een insprekersbijdrage, want u heeft aangegeven in te willen spreken in onze commissie over belemmering toegang tot ons buurthuis door de bibliotheek. Ik geef heer Van den Hout … U krijgt van ons vijf minuten. Ik ben een minuut eerder gestart, dus zes. Aansluitend kunnen de commissieleden ook vragen stellen. Ik geef u de gelegenheid. Welkom en u krijgt zes minuutjes. De heer Van den Hout: Heel mooi.
Geachte raadsleden, ook met de beloftes om het eenzijdig, door de bibliotheek genomen besluit rond de gewijzigde openingstijden, weer terug te draaien worden wij als wijkbewoners met een kluitje in het riet gestuurd. Daar is namelijk nog steeds geen sprake van. Over de rug van onder andere bewoners voor wie de gang naar het buurthuis vaak hun enige uitje is, wordt er door de bibliotheek en het buurtwerk een raar spel gespeeld. Er wordt in achterkamertjes, zonder adequate communicatie naar de belanghebbende toe, rare dealtjes gesloten, lijkt het wel. Zelfs de vaste vrijwilligers worden daar niet bij betrokken. Het is een onderonsje tussen de bieb en het buurtwerk Dordrecht. Die laatste zouden er moeten zijn voor de wijkbewoners. Naar hun belangen omzien, ondersteuning bieden. Maar de praktijk is echter anders. Ons buurthuis draait al jarenlang op een stel fanatieke vrijwilligers. Vrijwilligers met hart en ziel voor de wijkbewoners. Maar die vrijwilligers zijn juist de drijvende kracht van het buurthuis. Een voorbeeld is De CrabbehofKraam.
1
Zij verzorgen een voedselverdeling onder minima in de wijk, een moestuin, een fietswerkplaats, een kledingkraam en kinderactiviteiten. Een van hen, die men al meer dan dertig jaar in en rond het buurthuis kan vinden, is laatst geridderd. Toen werd hij nog door de burgemeester, als het ware, de hemel in geprezen. Nu wordt hij overal buiten gehouden. Sterker nog: hij krijgt soms het gevoel dat men hem kwijt wil. Toen ik na mijn contact met de krant via diezelfde krant te horen kreeg dat het een en ander weer teruggedraaid zou worden, wist hij nog van niets. Buurtwerk had niet de moeite genomen om hem in te lichten. Hij is wel degene die om half negen, iedere ochtend, de deuren opende. Voor zijn wijkbewoners een bakje koffie gaat regelen, de voedselverdeling doet, met hen een praatje maakt en ga zo maar door. Ze zijn van hem gewend dat hij altijd voor ze klaar staat. Dag in, dag uit. Op tijden dat het Buurtwerk nog niet aanwezig is. Hij heeft er serieus slapeloze nachten van gehad dat er ineens zomaar besloten is om de openingstijden te wijzigen. Zijn vaste groepje kon ineens niet meer komen. En het ergste, buiten hem om. Zonder er ook maar een gesprek over te voeren. Door het besluit om het buurthuis te verplaatsen naar de bibliotheek zijn er al mensen niet meer komen opdagen. De gezelligheid is weg. Op de oude locatie was het knusser.
Bovendien worden de buurtbewoners nu regelmatig door de beveiliger aangesproken dat men te veel lawaai maakt. Maar we zijn een buurthuis, geen begraafplaats. Dat brengt mij op de beveiliger. Die hoort niet in een buurthuis. Ben al rond de veertig jaar een wijkbewoner, kwam regelmatig in het buurthuis, maar er is nog nooit wat gebeurd. Het probleem zit hem toch echt bij de bibliotheek. Misschien een idee om het personeel een cursus Assertiviteitstraining te laten volgen. Problemen in de bibliotheek moeten geen invloed hebben op het buurthuis. Dat er een beveiliger rondloopt werkt voor het veiligheidsgevoel van de bezoekers juist niet. Men verwacht dan problemen, anders zou die er niet rondlopen. We zijn nu weken verder. Nog steeds is er in principe niet echt iets veranderd. Het is alleen maar ingewikkelder gemaakt. Er is een gesprekje geweest, maar niet echt met alle vrijwilligers. Ook niet met de belanghebbenden van het buurthuis. Ineens mag degene die al meer dan dertig jaar het buurthuis opent, niet meer het buurthuisdeel bij de bieb openen. Wel het oude buurthuisdeel. Hij zou er niet voor verzekerd zijn als er iets gebeurd. Een kletsverhaal. Kwestie van verzekering wijzigen, alhoewel ik dat betwijfel. Immers: het is een ruimte met een dubbele functie. Er is ook een buurthuisdeel.
Het gaat er mijns inziens om dat er een achterkamertjesdeal is gesloten tussen de bieb en het Buurtwerk. Jullie, de bieb dan, willen 09.30 en Buurtwerk 08.30. Dan doen we 09.00 uur. Maar dan wel een van het achterkamertjesteam die de deur openmaakt. Vooral vrijwilligers geen stem geven. Voor wat ons betreft, als wijkbewoners, is de maat vol. Het wijkbeheeroverleg is ons al ontnomen en nu dreigt de gang naar ons buurthuis hetzelfde lot. Veel mensen zijn afhankelijk van het praatje en de sociale contacten die ze er op doen. Dat is ook de reden waarom we de handtekeningactie zijn gestart. Er moet vanuit de gemeente en het Buurtwerk meer respect komen voor de vrijwilligers van ons buurthuis. We moeten af van de mogelijkheid dat de bibliotheek in de toekomst weer dit soort besluiten kan nemen. We willen niet onder het biebregime vallen. We willen meer zeggenschap voor de vrijwilligers en voor de gebruikers, de wijkbewoners, rond het reilen en zeilen van, alweer, ons buurthuis. Niet alles hoeft geregeld te worden vanuit externe organisaties. Juist de vrijwilligers zijn belangrijk voor de wijk. Die kent men. Die vertrouwt men. Dat was het.
2
De voorzitter: Dat is netjes binnen de tijd gebleven hoor. Dank voor uw bijdrage. Ik heb zelf een nieuw woord geleerd: een biebregime. Dat is ook wel mooi. Ik stel nu ook de commissie in de gelegenheid om, naar aanleiding van uw verhaal, eventueel vragen te stellen. Ik zie mijnheer Struijk. De heer Struijk: Voorzitter, dank u wel. Een hele eenvoudige vraag: over welke bieb hebben we het hier, want Dordrecht kent er nogal wat? Welke locatie praten we over? De heer Van den Hout: Dat is Crabbehof, trefpunt De Nieuwe Stoof. De voorzitter: De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, dank allereerst aan de insprekers voor het inspreken. Ik merk duidelijk dat het jullie ook hoog zit. Dat het jullie raakt in wat er, wat voor jullie gevoel is aangedaan. Waar je last van hebt. Wat zou nou de oplossing zijn? Jullie komen inspreken hier in de raad. Wat is dan jullie verwachting of hoop? De heer Van den Hout: Weer gewoon terug naar wat het was. Degene die dit altijd heeft gedaan, en dat echt al dertig jaar, die begint om half negen. Dan doet hij de voedselverdeling. De mensen die zijn dat gewoon gewend om daarheen te gaan. Dat is hun vaste loopje. Ze krijgen dan koffie. Ze kunnen contact maken met elkaar. We hebben daar regelmatig ouders die de kinderen naar de school, daarachter ligt er een school, die brengen de kinderen daarheen.
Die komen dan ook nog eens even gewoon een bakje doen. Als je later opent, dan haal je die hele logica eruit. Die mensen die komen echt niet meer terug. Dat is heel erg zonde, want die mensen die missen dan een communicatiemoment. Dat vinden we niet kunnen. Nu moet er, in een keer moet er iemand van de bibliotheek, die moet dan die deur openmaken. Terwijl dat het al vanaf het begin dat samen is gegaan, deed hij dat gewoon. Dat kon. Ze geven dan aan de ene kant aan van: het gaat om het gevoel van de medewerkers van de bibliotheek. Dat zij zich niet veilig voelen. Als je pas om 09.00 komt en hij gooit hem om 8.30 open: in die tijd moet je je heel veilig voelen, want dan ben je thuis. We snappen het probleem eigenlijk niet echt. De voorzitter: Achterin, de heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Dank u wel voorzitter. Bedankt ook voor het verhaal. Begrijp ik daar nou goed uit dat het buurthuis verplaatst is naar de bibliotheek? Hoe is dat eigenlijk precies gegaan? Hoe is deze situatie ontstaan? De heer Van den Hout: De gemeente heeft besloten om een deel van de bibliotheek als buurthuis in te ruimen. Dat zou allemaal verbouwd worden. Dat wordt voorlopig, wegens gebrek aan centen, ook een drie jaar-verhaal. Het oude buurthuis is er nog, alleen dat mag niet gebruikt worden. Jammer, want daar hielden de mensen van, van dat deel. Dat mag nu niet meer gebruikt worden.
Alles moet nu in die ene ruimte, waar dat en de bibliotheek is en het buurthuis nu. Dat is, denk ik, voor de bibliotheek niet fijn. Want als ik mijn gedachten laat gaan over bibliotheek, dan wil ik rust. Dan wil ik rustig met mijn dingen bezig zijn.
3
Dat kan niet want het biebgedeelte zit, of het buurthuisgedeelte zit erbij. Voor het buurthuis is het ook niet fijn, want je moet stil zijn omdat de bieb daar is. Het is geen fijne situatie, maar blijkbaar is dat in opdracht van de gemeente in ieder geval gebeurd. De heer Van der Meer: Mag ik een vervolgvraag stellen? De voorzitter: Zeker. De heer Van der Meer: Heeft u een beeld van waarom dat gebeurd is? Waarom heeft de gemeente, Buurtwerk of de bibliotheek dit zo gedaan? De heer Van den Hout: Weet jij dat? De heer Kuhlmann: Ik heb begrepen dat dus de gemeente, of nee, dat de bibliotheek en het buurthuis, dat die samen zouden moeten gaan. Dat was een beetje de bedoeling. Dat zou, jaren geleden zou daar dus de verbouwing plaatsvinden, maar dat moet nog steeds gebeuren. Naar aanloop daarvan, heeft de bieb, hebben ze met elkaar afgesproken dat ze in een ruimte gaan zitten om dus die mogelijkheid te bieden van dat die verbouwing er zou komen. Dat is er nog steeds niet. Dus dat is het probleem. De voorzitter: Even een korte inventarisatie wie ook nog een vraag wil stellen. Graag even vingers. Dan begin ik bij de heer Gündogdu en dan ga ik zo het rondje afmaken. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Bedankt voor het inspreken en concreet uw vraag richting deze commissie. U geeft aan dat de gemeente ooit eens dit besluit zou hebben genomen.
Ik neem aan dat dat in overleg is gegaan met de bibliotheek, althans het bestuur van de bibliotheek. Een concrete vraag aan u is: hoe ziet u de toekomst? U gaf aan dat juist die cohesie, wat u zo belangrijk vindt, de afgelopen jaren zich heeft ook opgebouwd, dat dat minder zal worden, omdat die tijdstippen nu anders zijn. Hoe ziet uw toekomst of de toekomst van dat buurthuis eruit? De heer Van den Hout: Voor ons idee gaat het buurthuis op termijn gewoon weg. Dan stopt dat. De gang naar het buurthuis, hoe dat dat nu is. We krijgen steeds minder mensen daar gewoon in het in het buurthuis, omdat ze het niet fijn vinden. De gezelligheid is weg. Het is een open gebied. De voorzitter: We gaan toch een kleine versnelling pakken, want we hebben nog twee minuten. De heer De Vries. De heer De Vries: Dank voorzitter. Ook de insprekers bedankt. Mijn vraag is net door mijn voorganger … De voorzitter: Dan heeft u de versnelling heel goed te pakken. Zag ik dat de heer Wringer nog een vraag had. De heer Wringer: Klopt voorzitter. Dank voor de informatie heren. Klopt het, als jullie een eigen sleutel hebben en iets eerder open kunnen, dat je dan nogal een stuk geholpen ben?
4
De heer Van den Hout: Sterker nog: we hebben een eigen sleutel, alleen het mag niet. Ook degene die hem om 08.30 opent, die kan hem openen. Het mag niet. Hij is alleen maar vrijwilliger. De heer Kuhlmann: Wat er al bij werd gezegd: deze man werkt daar al dertig jaar. Er is nog nooit wat gebeurd. Laten we dat ook even duidelijk stellen. De voorzitter: Dan eindig ik met een vraag van de heer Bootsman. De heer Bootsman: Dankjewel. Een klein vraagje: de bibliotheek zet nu een beveiliger in. In het krantenartikel las ik dat dat kwam door incidenten. Hebben jullie in het buurthuis daar ook wel eens iets van gemerkt of is dat helemaal niet? De heer Van den Hout: In het buurthuis? Ik woon hier nu veertig jaar in Crabbehof en ik kwam toch echt met grote regelmaat in het buurthuis. Ik zit in allerlei verenigingen en ik heb ook in het wijkbeheeroverleg gezeten, dus dan kwam je automatisch in het buurthuis. We hebben voor het buurthuis nog nooit echt iets gehad. Er, nooit incident geweest. Dit incident, dat is een minimaal incident. Eigenlijk, in mijn optiek, ook veroorzaakt door de onwetendheid van het personeel. Ze heeft op een gegeven moment een jochie beetgepakt. Wat bij mij voor vooropstaat, is: altijd met je tengels van kinderen afblijven, ook al werk je bij de bieb. Daardoor is het incident ontstaan.
Daarom geven wij ook aan van: als je iets wil wijzigen, ook voor het gevoel van die mensen zelf, want het is niet alleen voor de buitenwereld, maar ook voor die mensen zelf. Er zijn cursussen voor. Dan voel je je toch wat beter in je vel en in je schoenen staan, denk ik. De voorzitter: Ik wil u beiden bedanken voor uw inspreekbijdrage en ook voor het beantwoorden van alle vragen die hier gesteld zijn door de commissieleden. Het is ook nu aan de commissie en de raadsleden om hier verder met uw inbreng om te gaan. Dat betekent ook dat we aan het einde gekomen zijn van dit deel van de commissievergaderingen vanavond. Ik wens u een wel thuis. De heer Van den Hout: Ik heb … als dat mag De voorzitter: Als dat als u dat rond wil delen. Iedereen staat, denk ik, nu voor een deel op. Als er nog wat vragen voor op de gang zijn, dan is dat natuurlijk ook mogelijk. 2. Agenderingsverzoek Rekenkamercommissie aan Agendacommissie inzake briefing onderzoek betaalbaar huis voor iedereen Voorzitter: De heer Den Heijer Commissiegriffier: De heer Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van den Berg (CDA) Dhr. Bootsman (GroenLinks) Dhr. Van Dam Timmers (CDA)
5
Dhr. Damen (PvdA) Dhr. De Feijter (CU/SGP) Dhr. Groenewege (PvdD) Dhr. Gündogdu (Op ons Eiland) Dhr. Hartmeijer (SP) Mevr. Lammens-Oostdijk (VVD) Dhr. Van Leeuwen (Fractie Van Leeuwen) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Dhr. Van Pelt (FvD) Dhr. Roggekamp (Gewoon Dordt) Dhr. Stam (Fractie van Waardhuizen) Dhr. Struijk (CU/SGP) Dhr. In ’t Veld (VSP) Dhr. De Vries (VSP) Dhr. Wringer (Beter Voor Dordt) Insprekers: Mevr. Sybrandi, Mevr. Bakker De voorzitter: Oké, dames en heren. Welkom raads- en commissieleden. Welkom ook aan onze gasten: mevrouw Sybrandi van de Rekenkamercommissie en mevrouw Wilma Bakker van RIGO Research en Advies. Voor het verslag vraag ik de raads- en commissieleden zich kort voor te stellen zodat ook de kijkers thuis dit ook goed kunnen volgen. Ik begin aan mijn linkerzijde. De heer Den Boer: Mark den Boer, commissiegriffier. De heer Damen: Leo Damen, Partij van de Arbeid. De heer Van Dam Timmers: Jan van Dam Timmers, CDA Dordrecht. De heer Stam: Marco Stam, Fractie van Waardhuizen. De heer Roggekamp: Erik-Jan Roggekamp, Gewoon Dordt. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, SP. De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu, Op ons Eiland. De heer In ’t Veld: Richard in ’t Veld, VSP. De heer De Vries: André de Vries, VSP. De heer Van Pelt: Dirk van Pelt, Forum voor Democratie. De heer Wringer: Jan-Willem Wringer, Beter Voor Dordt.
De heer Van der Meer: Frans-Bauke van der Meer, GroenLinks.
6
De heer Bootsman: Nick Bootsman, GroenLinks. De heer De Feijter: Bart de Feijter, ChristenUnie/SGP. De heer Van den Berg: Elco van den Berg, CDA Dordrecht. De heer Struijk: Leen Struijk. ChristenUnie/SGP. De heer Van Leeuwen: Van Leeuwen, Fractie Van Leeuwen. De heer Groenewege: Pieter Groenewege, Partij van de Dieren. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Jeanine Lammens, Dordtse VVD. De voorzitter: Er zijn drie deelonderzoeken van de Rekenkamercommissie over het woonbeleid van onze gemeente. Het eerste, met als thema beschikbaarheid van wonen, is begin 2022 gepubliceerd. Het tweede deel, over de kwaliteit van de woning, is eind 2022 gepubliceerd. Nu is deel drie gereed en dit gaat over de betaalbaarheid van de woningen. Zoals gebruikelijk licht de Rekenkamercommissie de onderzoeksresultaten eerst toe voordat de raad het onderzoeksrapport verder behandeld. Ik heb even een korte inschatting gemaakt. Ik denk dat we in 20 minuten de presentatie kunnen doen en anders een kort uitloopje. Ik wil in ieder geval mevrouw Sybrandi van de Rekenkamer het woord geven voor een korte inleiding. Vervolgens mevrouw Bakker voor het vervolg. Na de presentatie kunnen de commissieleden vragen stellen. Geef ik u het woord. Mevrouw Sybrandi: Dankjewel voor de inleiding. Het klopt inderdaad. Wij zijn de Rekenkamercommissie.
Wij doen onafhankelijk onderzoek naar effectiviteit van gevoerd beleid door het college, efficiency en de rechtmatigheid. Wij doen ongeveer vier onderzoeken per jaar. Vanavond hebben we het over de betaalbaarheid van het wonen en, zoals de voorzitter aangaf, dat is een onderdeel van een drieluik. We hebben eerder onderzoek gedaan naar de beschikbaarheid van woningen. Dat is een superinteressant onderzoek geweest. Naar aanleiding daarvan zijn ook goede discussies gevoerd en ook opdrachten aan het college meegegeven. Daar zagen we eigenlijk met name dat de grootste tekorten, als je het hebt over beschikbaarheid, zaten in sociale huurwoningen en ook sociale koop. Daarnaast in dure koopwoningen boven de vier ton. We hebben er een heel prachtig rapport over geschreven, dus kijk vooral op de website. Dit was in ieder geval een van de conclusies daar. Vervolgens hebben we een onderzoek gedaan naar de kwaliteit van het wonen. Dat is een soort van logische driehoek bij wonen. Aan de ene kant beschikbaarheid, aan de andere kant kwaliteit en de derde is de betaalbaarheid. Dat is echt een driehoek die heel veel bij het wonen de aandacht moet hebben. Bij de kwaliteit van het wonen hebben we het echt gehad over het onderhoud en ook de verduurzaming daarvan.
Daar kwamen we er in het onderzoek eigenlijk achter dat het heel lastig was om echt te weten van: welke doelen zijn nou eigenlijk gesteld? Zijn die allemaal gehaald? Waardoor het voor ons best ingewikkeld was om een goede uitspraak te doen over de effectiviteit van het gevoerde beleid. Ik moet zeggen: wij zien dat eigenlijk wel in meerdere onderzoeken terugkomen.
7
Dat dat maakt het voor de gemeenteraad best wel ingewikkeld om echt helder te zien: wat waren de doelen die zijn gesteld aan de voorkant en in hoeverre zijn die nou eigenlijk gehaald? Nogmaals, dat doet zich niet alleen maar voor bij dit onderzoek naar de kwaliteit van het wonen. Wij zien dat ook in andere onderzoeken. Vervolgens, zoals ik zei, het is een logische driehoek. De beschikbaarheid, de kwaliteit en de betaalbaarheid. Zijn we hier vanavond om de uitkomst van het onderzoek naar de betaalbaarheid van het wonen te presenteren. Daar zal zo dadelijk Wilma de hoofdconclusies van weergeven. We weten allemaal dat betaalbaarheid, dat is een enorm thema geworden afgelopen anderhalf, twee jaar. Dat gaat niet alleen maar over energiearmoede. Dat gaat ook over dat woningen steeds duurder worden. Niet alleen maar koopwoningen, maar ook huurwoningen. Energielasten stijgen enorm. Wij wilden kijken naar: wat betekent dat nou eigenlijk voor inwoners van Dordrecht? Hoe ziet de betaalbaarheid daarvan eruit? Een van de zaken die we daarbij onder de loep nemen is een woonquote. Je betaalt niet alleen maar je woning maar ook belastingen die daarbij horen: energie en dergelijke. Aan de voorkant wil ik nog even een ding zeggen: we zouden een heel uitgebreid onderzoek doen en halverwege hebben we besloten om het toch wat in te dikken.
Ik begrijp van de voorzitter dat we ook iets minder tijd krijgen dan dat we eigenlijk hadden gepland, Ik denk dat we dat gaan halen omdat wij dat onderzoek iets wat hebben ingekort. Ik denk dat dat erbij past. Mevrouw Bakker: Even kijken hoor. Moet ik wel op het knopje duwen, anders dan … De betaalbaarheid van het wonen. Even kijken hoor. Ik ga jullie in deze presentatie even kort meenemen in het onderwerp. Even kort een inleiding op betaalbaarheid van het wonen en de rol van de gemeente daarbij. Dat we een beetje gevoel daarbij hebben. Vervolgens vertel ik even iets over het onderzoek wat we hebben uitgevoerd en de methode, een stukje onderzoeksverantwoording, om daarna kort in te gaan op de bevindingen en de conclusies die daaraan vast hangen en de aanbevelingen voor zowel raad als college. Na dat verhaal is het tijd voor een reactie van jullie, vragen. Daar zullen we ruim de tijd voor hebben, vermoed ik. Betaalbaarheid: betaalbaarheid van het wonen is een vrij breed concept waar een heleboel partijen ook invloed op hebben. Het is een heel systeem waar de gemeente slechts een speler is. Woonlasten bestaan niet alleen uit je kooplasten en je huurlasten, een van beide. Er wordt ook huurtoeslag gegeven. Je hebt ook nog weer aftrek, dus dat is een optelsom en een aftreksom.
Je hebt ook nog je energielasten, gas, water, licht, maar ook nog een heel palet aan onderhoudskosten en gemeentelijke belastingen die aan het wonen gekoppeld zijn. Dat is een heel plaatje. Wat Femke net al zei: de woonquote is dat deel van je inkomen, van je besteedbaar inkomen, wat je overhoudt als je de netto woonlasten ervan aftrekt. Wat hou je aan het eind van de maand of aan het begin van de maand, moet ik zeggen, over om je andere kosten te betalen? Wat ik al zeg: er zijn een heleboel partijen die invloed hebben op deze woonlasten en de Rijksoverheid heeft daar een flinke invloed op via de huurtoeslag, toeslagensysteem, maar ook de hele regelgeving die er is. Dat drukt wel flink op hoe hoog je woonlasten zijn. Ook al het inkomstenbeleid komt daar bij. Wat corporaties doen, wat die met de huren doen, beïnvloedt ook heel sterk de woonlasten. Zo zijn er dus vele partijen. Wat is nou de rol of de verantwoordelijkheid van de gemeente? Dat is wel belangrijk om in dit verband je te beseffen. Ik zeg altijd: er zijn drie onderwerpen waar de gemeente zich op betaalbaarheid mee kan bemoeien.
8
Dat is: hoe groot is die betaalbare voorraad? Wat gaan we bouwen? Of gaan we transformeren? Of gaan we … Je kan ook nog in je huisvestingsordening bijvoorbeeld splitsen ook mogelijk maken. Dus, wat doe je in die bestaande voorraad is een ding hoe je kunt sturen op betaalbaarheid. Het andere is: hoe verdeel je dan vervolgens die betaalbare woningen over de mensen die het nodig hebben? Dat heeft ook de gemeente, via de huisvestingsordening. Wie krijgt er voorrang? Wie krijgt urgentie? Wie niet? Ook nog een beetje via de corporaties, middels prestatieafspraken. Aan de andere kant gaat de gemeente over armoedebeleid, maar ook minima. In dat soort … Hoe groot is dat inkomen van iemand? Vindt iemand alle potjes die er zijn vanuit de gemeente, zodat je ook voldoende inkomen hebt om die woonlasten te kunnen betalen? Dat is ook een belangrijk onderdeel. Dan hebben jullie een beetje beeld bij waar het hem allemaal in zit. Dit onderzoek, wat ik zeg: betaalbaarheid van het wonen is breed. Wij hebben ons … Omdat ook zoveel partijen invloed hebben op die betaalbaarheid, is het heel moeilijk om aan te geven: dit beleid heeft precies dit effect gehad op die betaalbaarheid. We hebben ons vooral op de kwaliteit van het opgestelde beleid gericht.
In hoeverre is in de vorige coalitie periode 2018-2022 beleid gevoerd ten aanzien van de betaalbaarheid van het wonen? Was dat effectief beleid? Hoe zag dat beleid eruit? Niet specifiek die effecten in beeld gebracht. Dat is denk ik een belangrijke om mee te geven. Zoals Femke net ook aangaf: we hebben, in de afgelopen twee jaar is er een behoorlijke omslag gemaakt. Ook sinds het nieuwe coalitieakkoord. Wat wij begonnen … In januari hebben we ons onderzoeksvoorstel ook aan jullie gepresenteerd en we begonnen aan onze documentenstudie. We gingen echt doorpluizen wat er in die coalitieperiode, de vorige coalitieperiode allemaal op papier is verschenen en kwamen al snel ook wel tot conclusies dat betaalbaarheid helemaal niet zo'n belangrijk thema is geweest in die vorige periode. Ga ik straks wat verder op in. Tegelijkertijd, ergens in februari, maart, werd de nieuwe Routekaart Wonen vastgesteld. Daarin zagen we juist dat betaalbaarheid heel stevig is aangezet. Dat er allemaal nieuwe instrumenten … De instrumenten worden daar goed in beeld gebracht in die routekaarten. Toen dachten we: zijn wij nu iets aan het onderzoeken wat al ingehaald is door de tijd? Ze kunnen allemaal hele mooie aanbevelingen geven, maar op moment dat we zien dat dat al opgepakt wordt, dat is het moment waarop we besloten hebben van: laten we het onderzoek een beetje indikken.
We gaan niet een hele uitgebreide interviewronde doen. We beperken ons tot die documentstudie en analyse van de beschikbare data op dat moment. We kijken ook alvast een beetje vooruit naar wat er in de Routekaart Wonen staat, zodat we kunnen kijken van: zitten we stiekem al heel erg op de goede weg? Dat is wel belangrijk. Dat heeft dit onderzoek behoorlijk gevormd, of van vorm doen veranderen. De voorzitter: Vragen doen we op het einde. Mevrouw Bakker: In dit onderzoek hebben we ons op de volgende vragen gericht. Je hoeft het niet allemaal te lezen, want het is een aardige tekst. Het komt erop neer dat we aan de ene kant naar bestaande cijfers hebben gekeken, om te kijken van: hoe is die betaalbaarheid, die woonquote, maar ook het betaalrisico onder huren? Hoe is dat door de afgelopen jaren, heeft dat zich ontwikkeld? We hebben gekeken naar het beleid van de afgelopen periode. Wat zien we daarin terug? Hoe is betaalbaarheid gedefinieerd? Welke ambities en doelen zijn er gesteld? Zijn er regionale afspraken gemaakt?
9
Hoe komt het terug in de prestatieafspraken? Echt met een grondige documentstudie hebben we dit aangevlogen. Neem ik jullie kort mee door de belangrijkste bevindingen. Er staan er meer in het rapport, maar ik vind, dit zijn wel de hoofdbevindingen. Als je kijkt naar de ontwikkeling van de woonquote tussen 2017 en 2020 dan zie je eigenlijk in het blauw, de blauwe lijn is Dordrecht, de oranje lijn is Nederland, en dan zie je dat eigenlijk de landelijke lijn is al dat die woonquote tot 2020 gedaald is. In het algemeen wordt aangenomen dat als iemand meer dan 40 procent van zijn besteedbaar inkomen aan wonen kwijt is, dat je dan een betaalrisico loopt. Het wil niet meteen zeggen dat je een betaalbaarheidsprobleem hebt, maar je loopt wel het risico op problemen. Je houdt dan een beperkt deel van je loon over. Dit is natuurlijk eerder een risico bij mensen met een laag inkomen dan mensen met een heel hoog inkomen. 60 procent van een heel hoog inkomen of van een middeninkomen kan je waarschijnlijk nog prima mee leven. Heb je een laag inkomen dan is die 60 procent onvoldoende om al die andere kosten te kunnen dekken. Dat is altijd wel belangrijk om bij die woonquote te realiseren. Op moment van het schrijven van dit rapport was dit de beschikbare data.
Wat natuurlijk hier toch wel speelt, is dat die hele energiecrisis pas hierna zich heeft plaatsgevonden, waardoor die percentages in de toekomst toch ook wel weer zullen stijgen. Ik heb vandaag nog even gekeken en inmiddels is het cijfer van 2021 hiervan ook bekend. Dan zie je dat Dordrecht naar de 32,4 procent schiet. Er wordt echt al wel weer een groei gemaakt, die eigenlijk hoger is dan die afgelopen vier voorgaande jaren. Dat is echt wel te verklaren door de energierekening en de gasrekening, die samen. Dit zegt dus ook niet zo heel veel over het gemeentelijk beleid, maar heel erg over een inkomensontwikkeling die in deze periode heeft plaatsgevonden waardoor mensen betaalbaarder wonen. Die groei zegt ook meer iets over de energiecrisis dan over gemeentelijk beleid. Dat is belangrijk om je te realiseren. Kijken we naar juist die groep met dat lagere inkomen, dus de huurders in een corporatiewoning, en welk percentage van deze huurders een betaalrisico lopen dan zijn die aantallen toch wel hoog, ook in Dordrecht. 13 procent: een op de acht huurders heeft dus eigenlijk een betaalrisico, loopt een risico op betaalbaarheidsproblemen. Landelijk gezien is dat een op tien. Rotterdam ligt iets hoger, de andere Drechtsteden liggen iets lager. Ook hiervan heb ik vandaag nog even de recente cijfers erbij gezocht, omdat er dus een jaar bijgekomen is inmiddels.
Daar groeit Dordrecht naar 15,5 procent. Dus een op de zes huurders heeft een betaalrisico. Dat zijn wel, dat zijn ook wel cijfers die voor zich spreken. Kijken we naar het beleid in 2018 tot 2022 dan zien we dat, over de hele linie, als we hebben gekeken naar de groeiagenda, de woonvisie, het coalitieakkoord, omgevingsvisie, zien we eigenlijk dat de grote lijn in het verhaal is dat Dordrecht een relatief groot aandeel al aan betaalbare woningen had en heeft. Dat is de strekking van het verhaal. Dat er een accent gelegd wordt juist op het toevoegen van een hoger segment. Ook om andere mensen aan te trekken en meer menging te hebben in de wijken. Er wordt ingezet op doorstroming. Daarbij moesten wij ook wel vrij snel concluderen dat eigenlijk, in het voorgaande beleid, betaalbaarheid van het wonen niet een accent heeft gekregen of eigenlijk niet tot nauwelijks benoemd is. Er zijn dus ook niet zozeer doelen gesteld om de voorraad betaalbaarder te maken of de betaalbare voorraad te behouden of bij te bouwen. In die periode heeft betaalbaarheid van het wonen gewoon heel weinig aandacht gehad. Even kijken.
10
In de prestatieafspraken, is natuurlijk ook echt de afspraken tussen corporatie en gemeente, zien we dat er wel wordt ingezet op het behouden van die betaalbare voorraad. Niet zozeer op het toevoegen. Dat geeft ook de tijdsgeest weer. Dat in deze periode die aandacht gewoon echt heel beperkt is geweest. Dat maakt het voor ons natuurlijk ook lastig om iets te zeggen over de kwaliteit van het beleid, want er is weinig beleid op gevoerd. Kort even de conclusie, voordat ik vooruitblik op die Routekaart Wonen. De hoofdconclusie in ons onderzoek is: die betaalbaarheid die heeft zich gewoon langs de landelijke lijn ontwikkeld en is niet zozeer invloed van gemeentelijk beleid geweest, maar de inkomensontwikkeling. Meer richting het nu heeft die energiecrisis een flinke invloed op de betaalbaarheid van het wonen. Wat ik net al aangaf als we puur kijken naar het beleid, dan is in de voorgaande coalitieperiode de betaalbaarheid van het wonen geen doel op zich geweest, of een belangrijk beleidsdoel. Het accent lag op dat moment ergens anders. Dat zou een heleboel voor kunnen zijn, voor aanbevelingen, was het niet zo dat er in het coalitieakkoord 2022-2026 betaalbaarheid behoorlijk op de agenda is gezet. Er worden, een groot aantal woningen staan op de planning om toegevoegd te worden, waarvan 30 procent sociaal en ook nog een groot deel in de midden categorie.
Daarna is dit ook uitgewerkt in die Routekaart Wonen, waar betaalbaarheid ook een heel belangrijk onderdeel van is. Betaalbaarheid van het wonen neemt daar een prominent onderdeel vanuit en er wordt ook een behoorlijke instrumentenkoffer gepresenteerd die zowel gaat over het toevoegen, door nieuwbouw, transformaties, maar ook gaat over het behouden van die betaalbare voorraad. Hoe gaan we die voorraad beter benutten? Een nieuwe huisvestingsverordening wordt aangekondigd in die Routekaart Wonen, waarin nog weer eens opnieuw gekeken wordt van: wie krijgt er voorrang, wie krijgt er urgentie, voor welke doelgroepen doen we dat? Er worden verschillende instrumenten benoemd die ingezet gaan worden. Dus dat biedt veel perspectief. Dat ziet er veelbelovend uit, ook. Dat brengt ons eigenlijk ook tot de volgende aanbevelingen. Die Routekaart Wonen ziet er veelbelovend uit. Er wordt ook in die monitor al aangetoond of beschreven hoe er gemonitord gaat worden. Dus dat is een belangrijke punt van: gaan we de doelstellingen die daar gesteld worden, worden die goed gemonitord, wordt die informatie goed gedeeld met de raad? Zodat ook de hele beleidscyclus goed doorlopen kan worden. Een andere aanbeveling is: zoek op dit onderwerp de samenwerking met de samenwerkingspartner, want alleen als gemeente is je invloed beperkt op betaalbaarheid van het wonen. Het is wel echt een gezamenlijke opgave.
Ook eigenlijk intern: het is niet een sectorbeleid. Het is eigenlijk echt verzetbeleid. Dus je zult het echt goed alle beleidsterreinen met elkaar moeten verbinden op dit thema, zodat je met elkaar een mooi programma kan neerzetten om die betaalbaarheid te verbeteren en te waarborgen. Dat zijn mijn aanbevelingen, onze aanbevelingen voor het college. Kijken we naar de raad, dan wordt die controlerende rol de komende jaren gewoon heel belangrijk. Die Routekaart Wonen zet natuurlijk een heel mooi, eigenlijk mooi de doelstellingen neer, de instrumenten, ook nog goed dat gemonitord gaat worden. Aan de raad eigenlijk de taak om ervoor te zorgen dat ze op de juiste momenten de juiste informatie krijgen om ook echt te kunnen controleren en te monitoren of die doelen ook gehaald gaan worden of bijgestuurd moet worden. Daar zit wel een taak, om daar alert op te blijven en om te kijken van: komt die nieuwe huisvestingsverordening er? Hoe zit het met die doelgroepenverordening?
11
Die instrumenten die in die Routekaart Wonen genoemd worden, daar toch de controle op te houden en de vinger aan de pols houden. Dat is het, de term die ik zocht. Dat is hem. De voorzitter: Bent u op het einde gekomen? Volgens mij wel. Mevrouw Bakker: Ik ben op het einde gekomen. De voorzitter: Ik zou … De heer Gündogdu was als eerste en vervolgens zie ik hier nog een aantal vingers, dus ik zal aan de linkerzijde beginnen en dan aan rechterkant. Mijnheer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Ik heb een aantal vragen, maar ik zal even een stukje inleiding moeten gebruiken. Wonen … Bedankt voor dit onderzoek, want het is ook wederom een eyeopener voor deze gemeenteraad. Waar ik vooral benieuwd naar ben: dit thema speelt vanaf pak ‘m beet 2016. Toen zijn de eerste rapporten rondom wonen verschenen onder andere van RIGO. Wat ik me afvraag is dat het beleid van het vorige college, daar doet u best ferme uitspraak over en dat mag. Dat is uw rol ook vanuit de Rekenkamer. Ik ben toch wel even zoekende.
Was het uws inziens een politiek bewuste keuze om de betaalbaarheid van wonen achter te houden of daar wat minder aandacht voor te vestigen, of was het meer de marktomstandigheden en de vraag, of de actualiteit van dat moment, dat er is gekozen voor een bepaalde route? Mevrouw Sybrandi: Ik denk eerlijk gezegd dat wij die vraag niet kunnen en ook niet moeten willen beantwoorden, maar ik weet niet hoe de voorzitter daarover denkt? De voorzitter: Ja, hij is wel een beetje politiek. Daar ben ik het wel mee eens. Ik snap … Uw inleiding was heel vermakelijk, dus op zich: waarvoor dank. Daar kunnen we op een ander moment over van gedachten wisselen. Ik zag de heer Roggekamp. De heer Roggekamp: Dank u voorzitter. Ik zit een beetje met die woonquote. Zoals ik hem begrijp, is de woonquote dus hoeveel geld je overhoudt na je vaste lasten van je woning. Dat zover. Als ik dan na ga denken dan, op het moment dat we hele dure woningen neer gaan zetten, komen daar mensen in die waarschijnlijk toch al meer dan genoeg geld hebben. Dus, dat de woonquote de positieve kant opgaat. Terwijl, op het moment dat wij heel veel sociale woningen neer gaan zetten waarvan we zeggen: die hebben we nodig, dat dan het risico is dat de woonquote heel negatief wordt voor ons. Vertaal ik dat goed? De voorzitter: Mevrouw Bakker. Mevrouw Bakker: De woonquote is het deel van je inkomen wat je eigenlijk overhoudt.
Je kan zeggen: je houdt 60 procent over. Dat zou je eigenlijk willen. Dat iedereen minstens 60 procent overhoudt. Dan is je woonquote 40 procent. Eigenlijk het deel wat je kwijt bent. Zo zeg ik hem goed. Dat is eigenlijk, ook voor een laag inkomen, is dat toch wel een behoorlijke hap uit je inkomen.
12
Op het moment dat jij in een sociale huurwoning zit met een laag inkomen en je je maakt gebruik van de mogelijkheden die er zijn, dus de toeslagen, de potjes vanuit de gemeente, dan is het niet zo dat je standaard een te hoge woonquote hebt. In die zin: als iedereen in een passende woning zou wonen, hoeft die woonquote niet het probleem te zijn. Ik weet niet of dat helemaal uw vraag beantwoord, maar het is … Ik heb niet het gevoel, of volgens mij is het niet zo, op moment dat je sociale huurwoningen neerzet en je zet daar de juiste doelgroep in met het passende inkomen, dan is het niet zo dat hij woonquote automatisch omhoog schiet. De voorzitter: U neemt even het moment om het toch te verduidelijken, uw vraag? De heer Roggekamp: Dank u wel voorzitter. Mag ik het misschien anders stellen? Als je de woonquote gaat bekijken over het niveau van, of de prijsniveau, van de woningen, zie je dan dat de woonquote bij de sociale huurwoningen negatiever uitkomt dan bijvoorbeeld bij de dure woningen? Daarmee geeft, voor mij dan als dat waar is, de woonquote toch wel een beetje vertekend beeld. Het klopt: mensen moeten goed op het juiste niveau wonen, maar dat wil niet zeggen dat we van alle sociale huurwoningen af moeten omdat daar bijvoorbeeld de woonquote in het algemeen slechter zou zijn. De voorzitter: Mevrouw Bakker.
Mevrouw Bakker: Nee, in het algemeen is het niet zo dat bij sociale huurwoningen die woonquote standaard hoger is. Dat is niet hoe we hem in de linie zien, omdat een dure woning vaak toch ook echt een hoog inkomen aan zit. Dat maakt ook een ander percentage. Wat, natuurlijk als je die cijfers ernaast zet van: hoeveel procent van de mensen heeft echt een betaalbaarheid risico? Dan zie je dat dat vaker voorkomt in die corporatiehuurwoning. Dat zegt eigenlijk meer iets over het inkomen dan over de huurprijs van die woning. Mevrouw Sybrandi: We onderscheiden vaak bij het wonen de objecten, dus het vastgoed, de woning zelf, en de subjecten. Dat zijn de mensen die erin wonen. Waar zit het vraagstuk? Het lijkt alsof u aan het zoeken bent van: zit dat nou in het vastgoed, in het object? Wat Wilma aangeeft is: het zit in het subject, de mensen die daarin wonen. Wat er dan aan geld overblijft is dan vaak wat minder, maar dat ligt niet aan de woning. De voorzitter: Ik zag bij u nog een vraag. De heer Damen: Ik heb twee vragen. Voor het beleid is het van belang dat je niet alleen weet wat de woonquote is omdat, het deel wat betreft de energie en dat soort dingen, daar is onze beïnvloedingsmogelijkheid heel beperkt. Het is ook interessant om ook te weten wat de huurquote is. Daar hebben we via onze relatie met woningbouwcorporaties en via ons nieuwbouwbeleid, hebben we veel meer invloed.
Dus ik zou graag zien dat er ook op dat punt informatie beschikbaar komt. Tweede vraag is van: wat we zien in de volkshuisvesting is dat de mensen die al langer wonen in hun woning vaak een relatief lage woonquote hebben, terwijl mensen die nog maar recent gehuisvest zijn een veel hogere woonquote hebben.
13
Dus het is ook heel interessant om te kijken naar: wat is nou de woonquote van die groep bewoners in de stad die sinds een jaar een woning hebben verworven? Ik denk dat je dan een heel ander beeld krijgt. Traditioneel is het zo dat huurders goed georganiseerd zijn en er prima voor kunnen zorgen dat huurverhogingen niet te hoog zijn. De woningzoekenden zijn superslecht georganiseerd, zijn geen groep, nauwelijks een organisatievorm en die krijgen dan via snelle prijsstijging op de koopmarkt en via de huurverhoging ineens, op basis van artikel 17 van de huurwet, krijgen ze een knal van huurverhoging voor hun kiezen. Daarom zou ik graag ook informatie willen over dat verschil tussen de huurquote van, de woonquote van mensen die nog maar een jaar gehuisvest zijn op een bepaald adres en de overige Dordtenaren. De voorzitter: Ik hoor twee vraagtekens omtrent een informatieverzoek. Wellicht kunt u daarop ingaan of anders op een later moment? Mevrouw Sybrandi: Wij hebben daar zelf niet op gedifferentieerd, tussen langer en korter zittende huurders. Het klopt, daar zit vaak een groot verschil. Waar de gemeente wel op kan sturen, is dat er binnenkort weer prestatieafspraken worden gemaakt, tripartite. Dat is niet alleen de corporatie in de gemeente, maar ook de huurdersverenigingen. Dit heeft te maken met huurbeleid.
Op welke manier, ik wil er niet al te technisch in worden, maar trek je eigenlijk die huren een beetje recht? Mensen die er al lang wonen, die zijn destijds binnengekomen in die woning met een lage huur. Vervolgens mag die niet meer stijgen dan x procent. Ik zeg met opzet x, want het wordt iedere januari weer door de minister beslist. Dan stijgen de huren, van mensen die er al heel lang wonen, heel langzaam. Een woning levert dan misschien 400 euro per maand op, terwijl hij mag misschien 790 kosten, bij wijze van spreken. Dat kan. Iemand die er nieuw inkomt, die betaalt dan wel die prijs die gevraagd mag worden, maar iemand die er al heel lang in zit, die stijgt door regels die vanuit de overheid worden gesteld, heel erg langzaam. Daar zit dat verschil bij huurders, althans van sociale huurwoningen. Wat je kunt doen als gemeente en dan kunnen jullie ook meekijken vanuit de gemeenteraad, is daar in het huurbeleid, dat ook mede onderdeel is van de prestatieafspraken, om daar te kijken van: is het onderdeel van huurbeleid om de prijs van de woning meer recht te trekken met wat je voor de woning zou mogen vragen? Ik probeer het niet te technisch te maken, maar dat is waar je wel enigszins op kunt sturen. Verder is het nou eenmaal zo, zou ik bijna zeggen.
Net als mensen die al heel lang een koopwoning hebben, mensen die net een koopwoning nu als starter kopen, zitten enorme verschillen tussen. Maar wij hebben het niet te gedefinieerd in het onderzoek. De voorzitter: Er zijn, aan deze zijde is nog een aantal vragen. Dan start in het begin, mevrouw Lammens. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Voorzitter dank u wel. Ik heb even een vraag: u begon dat er een tekort was eigenlijk aan woningen die te goedkoop, goedkope woningen, maar ook dat er een tekort is aan dure woningen. Nou gaat dit verhaal niet zoveel over de dure woningen, maar is daar nog steeds een tekort aan? Is dat verschil wat er toen was, is dat nu nog steeds zo? De heer Van der Meer: Kan er iets meer in de microfoon gesproken …
14
De voorzitter: Ik zal de vraag herhalen. Of hetzelfde verschil, het tekort aan betaalbare koopwoningen, ook nog steeds hetzelfde is in het verschil aan tekort in duurdere woningen. Ook vanuit toen naar nu. Mevrouw Bakker: Ik moet heel eerlijk zeggen dat ik niet helemaal de cijfers paraat heb van hoe de woning behoefte zich nu ontwikkelt. Wat ik over het algemeen zie, is dat over de hele linie er tekorten zijn. Dat het zowel de betaalbare, de midden als het hoge segment is, waar nu tekorten zijn. Waarbij wel stevig ingezet wordt nu op die betaalbare voorraad om die groter te maken, ook door die 30 procent. Er zijn nu vanuit het Rijk behoorlijke verplichtingen ook in die percentageverdeling voor de nieuwbouw. Ik weet niet of dat de vraag helemaal beantwoordt? De voorzitter: En anders: u heeft als RIGO daar ontzettend veel onderzoek naar gedaan, dus er is ook echt wel wat naslagweg beschikbaar. U wilde nog een … Mevrouw Lammens-Oostdijk: Ja, vervolgvraag. Denkt u dat de midden en de hogere, dat dat nu klopt, of denkt u dat er nu te veel lagere huren zijn? Dat het te groot wordt? Mevrouw Bakker: Nee, ik ga er niet vanuit dat er een teveel aan betaalbare woningen zijn. Die vraag naar betaalbare woningen is momenteel over de hele linie in het land heel groot. Je kan als gemeente wel keuzes maken waar je op inzet.
Zet je in op doorstroming? Denk je op die manier de goedkope voorraad vrij te kunnen spelen? Zet je in op die bestaande voorraad, door die te splitsen voor een deel? Er zijn verschillende manieren. Je hoeft niet per se alles nieuw te bouwen, als het om betaalbaar gaat. Om die portie betaalbare woningen groter te maken, is er zeker nog wel wat nodig. De voorzitter: Mijnheer Groenewege. De heer Groenewege: Bedankt. Rekenkamer zegt dat de ambities van het huidige college in ieder geval meer gericht zijn op betaalbaarheid van woningen. De ambitie is in ieder geval om tot 2026 4000 woningen te bouwen, waarvan 30 procent sociale huur. Daarna lopen die afspraken af. Ik hoor u daar niet over reflecteren. Daarna kunnen we natuurlijk weer meerdere kanten. We kunnen terug naar het beleid van 2018-2022, geen aandacht voor betaalbaarheid van woningen, of we kunnen het beleid wat nu er is vasthouden, 30 procent sociale huur. Wat zou u adviseren? De voorzitter: Of constateert u hetzelfde? Het is natuurlijk ook wat er na die periode … Dat is een technische vraag. Mevrouw Sybrandi: Sowieso is er niet alleen het collegeakkoord, er is ook een woondeal afgesproken voor Zuid-Holland-Zuid. Daar zitten die aantallen in. Volgens mij gaat het niet over tot 2026, maar gaat het over tot 2030. Dat staat volgens mijn in de woondeal. Mevrouw Bakker: Het coalitieakkoord… De Routekaart Wonen gaat tot 2026.
De voorzitter: Kunt u in de microfoon praten?
15
Mevrouw Bakker: In de Routekaart Wonen wordt het aantal genoemd voor 2026. In de woondeal zijn andere afspraken gemaakt. Dus, die bestaan op dit moment naast elkaar. Mevrouw Sybrandi: Daar zijn zonder meer afspraken die langer doorlopen. Vervolgens vroeg u mij: wat zou er dan nodig zijn? Wij hebben niet zozeer aantallen zitten tellen, maar ga er maar vanuit dat dat wel bij de woondeal is gebeurd. Ik weet niet of die hier al een keer voorbij is gekomen, maar die woondeal is rond maart ook in deze regio getekend. Volgens mij is die overigens niet getekend door de woningcorporaties door woningcorporaties in Zuid-Holland-Zuid. Die hebben, als ik me goed herinner, gezegd dat de aantallen die daarin stonden, dat dat wel heel erg ambitieus was. Die hebben ervoor gekozen om meer te gaan zitten op: wat is realistisch? Niet zozeer: wat is super ambitieus? Dat is sowieso nog wel iets om even naar te kijken. De voorzitter: Ik constateer dat we nog vijf minuten hebben. Wie wil nog een vraag stellen? Ik zie de heer Van der Meer, en dan wordt dat de laatste vraag. De heer Van der Meer: Dank u wel voorzitter. We hebben het over betaalbaar wonen en de politieke vraag is uiteindelijk: wat vinden wij betaalbaar? Zeker als het over koopwoningen gaat, wordt er vaak geschermd met een object gekoppeld criterium, namelijk 355.000.
In Dordrecht houden we daar nog even aan vast, landelijk is dat inmiddels 390.000, als ik het goed heb. U introduceert een criterium wat meer subject gebonden is door naar die woonquote te kijken. Dat vind ik interessant. Een woonquote van 40 procent betekent natuurlijk ook niet voor iedereen hetzelfde. Ik kan me voorstellen dat een alleenstaande die 40 procent wel kan ophoesten zonder in de problemen te komen en een gezin met een aantal opgroeiende kinderen niet. Zouden we dat in uw visie niet ook mee moeten wegen en dus nog veel meer een subject gebonden definitie moeten ontwikkelen van wat betaalbaar is? Mevrouw Bakker: Er zijn verschillende eigenlijk verschillende methoden om betaalbaarheid in beeld te brengen. De woonquote is er een van. Er wordt ook veel gewerkt met meer een budgetbenadering vanuit het Nibud, waarin een andere berekening gemaakt wordt. Waarin echt gekeken wordt: wat houdt iemand over en past dat bij het huishouden? Ook dat is een benadering die die misschien meer past bij hetgeen u aangeeft. Daar wordt meer rekening gehouden met huishoudenstypen en de situatie waarin je je bevindt.
16
3. Onderzoek Rekenkamercommissie naar beleid omtrent betaalbaarheid woningen (deel III) ‘Een betaalbaar huis voor iedereen’ - Raadsvoorstel. Voorzitter: De heer Den Heijer Commissiegriffier: De heer Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van den Berg (CDA) Dhr. Bootsman (GroenLinks) Dhr. Van Dam Timmers (CDA) Dhr. Damen (PvdA) Dhr. De Feijter (CU/SGP) Dhr. Groenewege (PvdD) Dhr. Gündogdu (Op ons Eiland) Dhr. Hartmeijer (SP) Mevr. Lammens-Oostdijk (VVD) Dhr. Van Leeuwen (Fractie Van Leeuwen) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Dhr. Van Pelt (FvD) Dhr. Roggekamp (Gewoon Dordt) Dhr. Stam (Fractie van Waardhuizen) Dhr. Struijk (CU/SGP) Dhr. In ’t Veld (VSP) Dhr. De Vries (VSP) Dhr. Wringer (Beter Voor Dordt) Insprekers: Mevr. Sybrandi, Mevr. Bakker De voorzitter: Dan komen we tot de afronding van deze commissievergadering. Ik zit even naar het voorgesteld besluit te kijken, wat de Rekenkamer ook naar ons als raad toe heeft gestuurd. Als u besluit in te stemmen met dit besluit, en dat kan op velerlei manieren, dat zou ook via een hamerstuk kunnen, dan besluit u in ieder geval met elkaar een gesprek aan te gaan, ook op basis van dit rapport. Indien gewenst ook een gesprek te voeren met het college over de conclusies.
Mijn voorstel als uw voorzitter zou zijn, dat is ene beetje een puriteinse benadering, ik zou zeggen: dan zou je er een hamerstuk van kunnen maken waarmee je het besluit neemt om dat gesprek te voeren hier in de commissie. Is dat een lijn, een conclusie, waar de commissie mee in kan stemmen? Ik hoor al heel hard nee, dus dan geef ik u het woord mijnheer Damen. De heer Damen: Ik mis toch informatie die van belang is voor het beleid. Informatie over het verschil van de situatie van langwonenden en kortwonenden en, wat ook door GroenLinks net is aangegeven, het verschil in situatie van verschillende soorten huishoudens. Ik denk dat dat van groot belang is om heel gericht beleid te voeren.
17
Om mensen die een te hoge woonquote hebben, mede afhankelijk van hun situatie, om daar iets voor te kunnen betekenen. Die informatie heb ik nodig, anders blijft het een vrij algemene constatering die hier ligt daar, waar ik niet zoveel aan heb. De voorzitter: Dan is vervolgens de vraag van wie u die informatie verwacht? Is dat de Rekenkamer, die hier een toelichting heeft gegeven of wil u deze informatie vanuit het college hebben? De heer Damen: Dat maakt mij niet zo veel uit. Ik wil die informatie hebben, maar ik kan me heel goed voorstellen dat de Rekenkamer een aanvullend onderzoek doet. De voorzitter: Die mogelijkheid heeft u altijd, om dat aan te kunnen geven aan de Rekenkamer. Dus dat staat u vrij om dat ook daar kenbaar te maken. Ik denk dat het ook goed is, even voor de volgordelijkheid omdat u net daar een antwoord heeft gekregen, dat u het misschien even op schrift stelt en dat naar de griffie toestuurt, zodat de Rekenkamer ook goed kan kijken hoe ze met uw vragen omgaan. Ik kan me zo voorstellen dat we daar nu niet een, twee, drie meteen een antwoord of een idee op hebben. Is dat een idee om dat te doen? Dan zie ik nog enkele andere vingers. De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank voorzitter. Ik vind uw voorstel eigenlijk wel aantrekkelijk. Als tweede: we hebben natuurlijk de Routekaart Wonen.
Volgens mij komen daar heel veel antwoorden al in voor die de heer Damen naast mij … Heel veel vragen worden beantwoord daarin. Misschien is het een idee om die daarbij te nemen in plaats van weer nieuwe onderzoeken te doen. De voorzitter: De heer Stam. De heer Stam: Ik vind het eigenlijk ook wel een goed voorstel. Zeker om ook de twee periodes naast elkaar te leggen. Voel me toch ook wel een klein beetje aangesproken. In die zin was natuurlijk, als ik een beetje mag reflecteren op de vraag die mijnheer Gündogdu heeft gesteld, de politieke insteek was natuurlijk 2018-2022 heel anders. Er was meer een focus op van planvoorraad ontwikkelen, omdat er heel veel gesloopt was. Die kan ik nog wel vertalen. Je zou die periodes wel naast elkaar moeten leggen. Routekaart is hartstikke goed, 4000 woningen hartstikke mooi. Het gaat er mij meer om dat we dan ook heel helder kijken: waar sta je nu? Waar gaan we dan met die betaalbaarheid naartoe? We betekenen dat voor die 4000 woningen? Die 4000 woningen, die kan je nu alleen maar bouwen omdat die planvoorraad in de vorige periode is weggezet. Ik zou dan eigenlijk het niet zo zwart willen zien, zwart-wit willen zien van qua onderzoek.
Die vind ik dan iets te zwart-wit, maar meer in het verlengde van elkaar willen brengen van: wat is er in 2018-2022 gebeurt wat doorwerking heeft naar 2022-2026 en hoe ga je dan van 2026 en volgende verder? Lijkt me wel een mooie discussie om die met elkaar te voeren. De voorzitter: Zeker, en dat moment gaat u ook dan binnenkort krijgen. Ik denk, vanuit uw ervaring, dat het ook een wezenlijk aandeel, dat u daar een wezenlijk aandeel in kunt leveren. De heer Gündogdu.
18
De heer Gündogdu: Voorzitter, ik kan instemmen met uw voorstel om dus als vervolgstap met het college nog van gedachten te wisselen. Ik heb wel de behoefte om nog een aantal technische vragen te stellen, voordat dat gesprek met het college volgt op basis van uw rapport. Is die mogelijkheid er? De voorzitter: Naar mijn inschatting is die mogelijkheid er zeker. Ik weet alleen niet of dezelfde extreem strenge termijnen eraan vast hangen. Ik denk dat de Rekenkamer daar u van op de hoogte kan houden. Dan is aldus besloten, dan gaat het als een hamerstuk naar de gemeenteraad. Dan dank ik iedereen voor zijn of haar aanwezigheid en succes verder deze avond. Dank voor uw bijdragen en onderzoek. 4. Agenderingverzoek college: Stand van zaken interieurontwerp Dordthuis (consultatie) Voorzitter: De heer Den Heijer Commissiegriffier: De heer Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van den Berg (CDA) Dhr. Bootsman (GroenLinks) Dhr. Van Dam Timmers (CDA) Dhr. Damen (PvdA) Dhr. De Feijter (CU/SGP) Dhr. Groenewege (PvdD) Dhr. Gündogdu (Op ons Eiland) Dhr. Hartmeijer (SP) Dhr. Kuhlmann (VVD) Mevr. Lammens-Oostdijk (VVD) Dhr. Van Leeuwen (Fractie Van Leeuwen) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Mevr. Nieuwland-Van den Bosse (CU/SGP) Dhr. Van Pelt (FvD) Dhr. Roggekamp (Gewoon Dordt) Dhr. Struijk (CU/SGP) Dhr. In ’t Veld (VSP) Dhr. De Vries (VSP) Dhr. Wringer (Beter Voor Dordt) Inspreker: Mevr.
Jansen Portefeuillehouder: Dhr. Merx De voorzitter: Ik heb hem echt tien keer ingedrukt, dus we hebben de rest van de avond er last van. Welkom allemaal. We gaan het hebben over het Dordthuis. Welkom, ook namen collegewethouder Merx. Voor het verslag vraag ik om heel snel een voorstelrondje te doen. Ik begin aan mijn linkerzijde.
19
De heer Den Boer: Mark den Boer, commissiegriffier. De heer Damen: Leo Damen, Partij van de Arbeid. De heer Van Dam Timmers: Jan van Dam Timmers, CDA Dordrecht. De heer Roggekamp: Erik-Jan Roggekamp, Gewoon Dordt. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, SP. De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu, Op ons Eiland. De heer In ’t Veld: Richard in ’t Veld, VSP. De heer De Vries: André de Vries, VSP. De heer Van Pelt: Dirk van Pelt, Forum voor Democratie. Mevrouw Jansen: Nicoline Jansen, projectmanager inrichting en gebruik Huis van Stad & Regio voorheen, nu Dordthuis. De heer Wringer: Jan-Willem Wringer, Beter Voor Dordt. De heer Van der Meer: Frans-Bauke van der Meer, GroenLinks. De heer Bootsman: Nick Bootsman, GroenLinks. Mevrouw Nieuwland-Van den Bosse: Eline Nieuwland, ChristenUnie/SGP. De heer Van den Berg: Elco van den Berg, CDA Dordrecht. De heer Struijk: Leen Struijk. ChristenUnie/SGP. De heer Van Leeuwen: Van Leeuwen, Fractie Van Leeuwen. De heer Groenewege: Pieter Groenewege, Partij van de Dieren. De heer Kuhlmann: Alexander Kuhlmann, Dordtse VVD. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Jeanine Lammens, Dordtse VVD. De heer Merx: Marc Merx, wethouder. De voorzitter: Ik ben Rolin den Heijer, ik ben uw voorzitter vanavond. We hebben een rat race, we moeten … Om negen uur is de bedoeling dat we weer stoppen.
Ik zou eigenlijk snel het woord aan u geven voor de korte presentatie, waarna de commissieleden daarop kunnen reageren, input mee kunnen geven en vragen kunnen stellen.
20
Mevrouw Jansen: Dank u wel voorzitter en dank u allemaal voor de kans om even weer contact te hebben over het Dordthuis en de inrichting. Het is niet de eerste keer dat we met elkaar contact hebben daarover, want ik ben op 4 april al eens even langs geweest om even wat te laten zien van wat toen het voorlopig ontwerp was. Een aantal van u was daarbij ook aanwezig. Ik zie in ieder geval een aantal mensen ook ja knikken. Ik dacht: ik wil u even meenemen in waar wij nu staan. Wij zijn nu geland bij het, wat genoemd wordt: het definitief ontwerp. Dat klinkt heel definitief, maar er zijn van allerlei stadia die nog daar nog achter komen om ervoor te zorgen dat er uiteindelijk een inrichting ontstaat. Ik wil u daarna eventjes kijken, laten zien van wat nou de uitgangspunten zijn die daaraan ten grondslag liggen. Vervolgens wil ik ook even stilstaan bij: wat is nou het proces geweest? Hoe is dat tot stand gekomen? Wat zijn nou de stappen die we al gedaan hebben? Dan wil ik eigenlijk met u even de eigen werkruimte in, want ik zoek u vandaag in de commissie op vooral als gebruiker van het Dordthuis in de toekomst. Speciaal voor u is er natuurlijk, zijn er de zalen waar u nu ook in zit. Daar komt natuurlijk een nieuwe versie van daar. Het is prettig om daar even met u over van gedachten te wisselen en ook even te laten zien wat wij er tot nu toe in hebben gedaan.
Tot slot wil ik dan even met u delen de vervolgstappen die we gaan zetten onderweg naar het Dordthuis. Dus, welke dingen gebeuren er achtereenvolgens en op welke momenten zal ik u waarschijnlijk weer opzoeken om volgende stappen met u te gaan zetten? Eerst even een kleine impressie. Dat is verschrikkelijk moeilijk om dat te doen op een hele compacte en handige manier, want inmiddels is er zo'n 400 pagina's aan tekenmateriaal van allerlei impressies, plaatjes, tekeningen. Het is een grote verzameling van materiaal, maar dit geeft wel een aardig beeld, deze sheet, van de dienstverleningsvloer. Zoals u weet zijn er vier partners die het Dordthuis gaan bevolken. Dat is de gemeente, maar dat is ook de bibliotheek AanZet, ook de sociale dienst Drechtsteden en ook Dordrecht Marketing & Partners met ook de VVV-winkel. Die partners, die hebben een ambitie. Die zeggen van: wij gaan proberen daar de som van vier te zijn, en nog een beetje extra. Daar is die publieke omgeving ook op gericht. Die publieke omgeving is erop gericht om zo uitnodigend mogelijk te zijn, om zo laagdrempelig mogelijk te zijn. Om te zorgen dat mensen zich daar welkom voelen en gezien voelen. Daar zitten allerlei elementen in. Wat u nu hier ziet is, bijvoorbeeld rechtsboven, is een van de ingangen waar vlakbij een wat transparantere vorm dan nu van de VVV-winkel te vinden is.
Als je als bezoeker vanuit de trein komt dan loop je daar meteen op in. Als je doorloopt wat meer naar het midden, dan komt u in het plaatje terecht eigenlijk hier linksonder. Daar ziet u bijvoorbeeld een groepje mensen zitten. Daar zit een verzameling van desks waar de vier partners een eerste stop hebben. Als mensen, een bezoeker komt en zegt van: ik ben op zoek naar iets, dan kan je daar ook terecht. Dan kan je daar informatie krijgen van de vier partners. Je kunt ook even een kopje koffie drinken om even mensen te ontmoeten. Dat ziet u daar in het midden. Daar zijn verschillende plekken voor. Je kunt ook, als je zegt van: ik weet wat ik kom doen, ik heb een zakelijke boodschap en ik moet snel iets regelen, dan komt u heel snel bij linksboven bij het zelf self service-gebied. Waar je met een pc zelf je zaken kunt regelen. Natuurlijk is de bibliotheek ook een belangrijke aanwezigheid in de publieke ruimte straks van het Dordthuis. Als je binnenkomt vanaf het plateaupark, dat is het binnenpark wat in het gebouw zit in de binnenkant, dan kom je bijvoorbeeld op de jeugdbibliotheek terecht.
21
Daar heb je weer een heel ander gebied met allerlei leuke voorzieningen voor kinderen, voor jongeren en dat gaat een hele levendige aanblik geven, ook van de straatkant. Ga je dan naar boven, want zoals u wellicht weet de verdiepingen nul tot en met twee zijn openbare gebied gebieden, daar zitten zowel dienstverleners van de vier partners als daar kan je ook naartoe als je bezoeker bent van de bibliotheek. Of je gaat erheen als je denkt van: ik wil even een studieplek zoeken. Dat kan. Daarboven, vanaf de derde verdieping tot de zevende, dat is besloten gebied. Dat zijn de werkgebieden waar de medewerkers van de partners hun werkzaamheden doen als ze niet op de publieke vloer met inwoners in interactie zijn. Daar is een kantooromgeving. De voorzitter: Heel kort, in het kader van time management. Ik vind het ook heel vervelend dat ik het moet doen, want u verkoopt het echt ontzettend goed. Ik kijk er enorm naar uit, maar het gaat met name vandaag over de oogst van gesprekken met raadsleden op 4 april. Als u de flexibiliteit wellicht kunt opbrengen om daar even de stap naartoe te zetten, dan hebben de raadsleden of commissieleden ook nog de gelegenheid om vragen en opmerkingen te kunnen maken. Mevrouw Jansen: Ik ga daar meteen naartoe. Ik weet dat u de sheets heeft dus ik ga gewoon een aantal sheets overslaan en even toe naar de sheet met wat de oogst van het gesprek was met u.