CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.11 Concept Notulen Gemeente Dordrecht Commissie Sociale Leefomgeving 2 juni 2021.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 22 juni 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Raadsvergadering van 26 mei 2021, de Commissie Grote Projecten van 20 mei 2021 en de Commissies Bestuur en Middelen, Fysieke Leefomgeving en Sociale Leefomgeving van 12 mei, 18 mei en 2 juni 202124.137 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE COMMISSIE SOCIALE LEEFOMGEVING DORDRECHT D.D. 2 JUNI 2021 Digitaal Voorzitter: dhr. Van Verk Commissiegriffier: mevr. Van Poppel Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Van Benschop (GroenLinks) Dhr. Boersma (ChristenUnie/SGP) Dhr. Bosman (ChristenUnie/SGP) Dhr. Burakçin (GroenLinks) Mevr. Van Eck (Beter Voor Dordt) Dhr. Den Heijer (VVD) Mevr. Van der Ham (CDA) Mevr. Henderson (ambtelijke ondersteuning) Mevr. Koene (Gewoon Dordt) Dhr. Kwaak (VVD) Dhr. Van der Net (VVD) Mevr. Nijhof (Beter Voor Dordt) Mevr. Rutten-Alberts (PVV) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Tiebosch (D66) Portefeuillehouders: wethouder M. Stam, wethouder P. Heijkoop Opening 1. Opening, mededelingen en vaststellen agenda De voorzitter: Het is nu precies acht uur, in vele huizen start het journaal, maar bij ons start de vergadering. Iedereen welkom op deze warme dinsdagavond voor de commissie Sociaal, waarin we een aantal zaken op de agenda hebben staan. Ik ga niet alle spelregels weer aan jullie voorleggen, want als je die nu nog niet weet, dan ga je ze nooit meer weten. Ik ga wel even opnoemen wie allemaal aanwezig zijn, die ik in ieder geval kan zien.

Dat is mevrouw Van der Ham van het CDA, mevrouw Striebeck van de VSP, de heer Bosman van de ChristenUnie – u hoeft niet te roepen dat u er bent, want dat kost allemaal te veel tijd – de heer Tiebosch van D66, wethouder Heijkoop is aanwezig, de heer Boersma van de ChristenUnie/SGP, de heer Van der Net van de VVD, mevrouw Nijhof van Beter Voor Dordt, mevrouw Van Eck van Beter Voor Dordt, de heer Burakçin van GroenLinks, de heer Kwaak van de VVD, mevrouw Van Poppel als griffier, mevrouw Rutten van de PVV, de heer Stam als wethouder, en tot slot mevrouw Van Benschop van GroenLinks. Misschien ben ik iemand vergeten, maar dan meldt u zich wel. Nou, dat was het complete rijtje. Goed. O ja, mijnheer Den Heijer van de VVD, ja, die was te laat op zijn plaats, want hier in de kamer stond hij met ons te praten, dus. Nou, de heer Den Heijer, ook welkom, van de VVD. We hebben afmeldingen van mevrouw Stolk van de VSP en van de heer Van Dam Timmers. Dat laatste is in verband met de geboorte van zijn dochter Nora afgelopen vrijdag. En mevrouw Koene gaat ook aansluiten. Welkom,

1

mevrouw Koene van Gewoon Dordt. Mededelingen. Van onze zijde zijn er geen mededelingen. Ik weet niet of iemand anders nog een mededeling heeft? Niet? Dan gaan we de agenda vaststellen. We gaan starten met de bespreking van de beantwoording van de artikel 40-vragen van de fractie CDA over de toegevoegde waarde van het proeflidmaatschap van sportverenigingen voor Dordtse kinderen. Daar wil de heer Tiebosch iets zeggen, ik zal even stoppen. De heer Tiebosch. De heer Tiebosch: Voorzitter, het lijkt me wel gepast om de heer Van Dam Timmers te feliciteren, … De voorzitter: Natuurlijk. De heer Tiebosch: … als vader, met zijn dochter. Dus dat wil ik graag vanuit D66 doen en ik neem aan vanuit de rest van de commissie ook. De voorzitter: Nou, ik stel voor dat de griffie een kaart stuurt namens ons allemaal richting de heer Van Dam Timmers en zijn vrouw om hen te feliciteren met hun dochter Nora. Ik ga verder met het vaststellen van de agenda. De agendapunten 5 en 6, daar was van voorgesteld om die gecombineerd te behandelen. Ik stel voor om ze afzonderlijk te behandelen, namelijk eerst te starten met de ontwikkelingen van beschermd wonen en opvang, waarover u wordt geïnformeerd door de wethouder, en daarna het raadsvoorstel Wijziging verordening beschermd wonen en opvang aan de orde te stellen.

Reden daarvoor is dat het eerste een inhoudelijk verhaal is waarin we worden bijgepraat door de wethouder en zijn ambtenaren, en het tweede is, om het maar heel deftig te zeggen, feitelijk een wetgevend dingetje waarin we vaststellen hoe er de komende tijd wordt omgegaan met beschermd wonen. En tot slot staan, zoals afgesproken, in de eerstvolgende vergadering na de gemeenteraad de overzichten van moties en toezeggingen op de agenda. We zullen proberen een pauze in te lassen om onze handen te kunnen wassen en wat water te kunnen drinken, maar die doen we op een natuurlijk moment. Kan iedereen instemmen met deze agenda? Oké, geen reactie. Ja, mevrouw Van der Ham geeft akkoord. Ik ga ervan uit dat geen geluid goed geluid is. 2. Vaststellen besluitenlijsten Commissie Sociale Leefomgeving van 12 en 18 mei 2021 De voorzitter: Dan gaan wij door naar het ‘Vaststellen van de besluitenlijsten van de Commissie Sociale Leefomgeving van 12 en 18 mei’. De heer Boersma heeft een vraag bij de besluitenlijst van 12 mei. De heer Boersma. De heer Boersma: Dank u, voorzitter. De vraag gaat over wat bij punt 4 stond, dat de wethouder toezegt een benchmark te verspreiden waaruit onze prestaties blijken. Nou heb ik heel veel mails gehad, hoor, dus het kan zijn dat ik hem gemist heb. Maar ik weet niet of die al verstuurd is. Maar misschien weet u dat, of de griffier.

De voorzitter: Ik hoor de griffie de vraag al beantwoorden en die hebben vastgesteld dat die mail nog niet verstuurd is. De heer Boersma: Oké, nou, dan moeten we de wethouder even een beetje opporren.

2

De voorzitter: Dat was wethouder Heijkoop, hè? De heer Boersma: Volgens mij is dit … Even kijken. De voorzitter: Van der Linden. De heer Boersma: Van der Linden, ja. De voorzitter: Nou, dan zullen we de heer Van der Linden via de heer Heijkoop en Stam aan zijn jasje trekken. De heer Boersma: Prima, dank u wel. De voorzitter: De heer Bosman. De heer Bosman: Nee, hoor, ik had niks, maar ik moest even opnieuw opstarten. De voorzitter: Oké. De heer Bosman: Vandaar dat ik in beeld was. De voorzitter: Vandaar dat u zo boos keek. De heer Bosman: Precies. De voorzitter: Goed. De heer Van der Linden wordt gemaand om de betreffende benchmark rond te sturen. Zijn er vragen aan het college? Niet dus. Stukken ter bespreking 4. Beantwoording door het college van artikel 40-vragen RvO van de fractie CDA over Jong geleerd is oud gedaan (lidmaatschap voor onze kinderen) – Antwoordbrief artikel 40/41 De voorzitter: Dan gaan wij over naar het eerste stuk ter bespreking en dat is de ‘Beantwoording door het college van de artikel 40-vragen van de fractie CDA over Jong geleerd is oud gedaan’. Het CDA heeft, gesteund door Beter Voor Dordt, GroenLinks, VVD, ChristenUnie, beantwoording door het college ter bespreking opgevoerd met de politieke vraag: welke toegevoegde waarde zou een proeflidmaatschap kunnen hebben voor kinderen in Dordrecht? Het woord is aan het CDA. Mevrouw Van der Ham.

Mevrouw Van der Ham: Voorzitter, dank u wel. Bewegen op jonge leeftijd heeft levenslang impact. Niet bewegen dus ook, vandaar de slogan Jong geleerd, oud gedaan. Obesitas neemt toe, ook op jonge leeftijd en echt niet alleen bij mensen met een smalle beurs. De motoriek van kinderen gaat achteruit, daar kwam laatst nog een onderzoek voor naar buiten. Bewegen via een sportvereniging zorgt, naast de fysieke voordelen, ook voor gelegenheid tot sociaal contact. En het stimuleren van bewegen wordt steeds belangrijker om een gezondheidscrisis te voorkomen. Daarnaast komt erbij dat sportverenigingen na teruglopende ledenaantallen als gevolg van corona ook wel een stimulans kunnen gebruiken. Door een gratis proeflidmaatschap bij sportverenigingen

3

voor alle Dordtse kinderen mogelijk te maken, snijdt het mes dus aan twee zijden: wij krijgen de kinderen aan het sporten en de Dordtse sportverenigingen krijgen nieuwe aanwas. Wie kan daar nou tegen zijn? De voorzitter: Nou, mevrouw Van der Ham, we gaan kijken hoe de commissie daar verder over denkt. Om het woord te voeren, meld u in de app. O, dat gaat wel heel snel, maar in ieder geval de eerste is mevrouw Koene van Gewoon Dordt. Mevrouw Koene: Voorzitter, ik zat er helemaal klaar voor, dus ik was echt de snelste. Want de vraag van mevrouw Van der Ham: wie kan daar nou tegen zijn? Nou, Gewoon Dordt is daartegen. Maar we willen nog wel graag wat verduidelijking hebben, want ik heb toch duidelijk volgens mij uit de vragen begrepen, uit de antwoorden eigenlijk, dat het dus met name gaat om 4000 kinderen uit gezinnen met een kleine beurs. Ik hoor volgens mij mevrouw Van der Ham nu zeggen dat het om alle kinderen gaat in Dordrecht, of het nou wel of geen smalle beurs is. En dat het dan een stimulans is, dus dat dan ook nog gelijk het mes aan twee kanten snijdt, want als wij ze dan een gratis lidmaatschap geven, dan hebben de sportclubs dus ook extra inkomsten. Tenminste, zo vertaal ik het dan maar even. Is dat niet een beetje raar? Mevrouw Van der Ham: Voorzitter, ik neem aan dat ik mag reageren? De voorzitter: Ja, natuurlijk.

Mevrouw Van der Ham: Waar mevrouw Koene naar refereert, dat is vraag vijf van de door ons gestelde vragen. En het vragen naar het proeflidmaatschap voor alle Dordtse kinderen, dat is vraag vier in het document. U kunt ook zien dat die vraag eigenlijk door het college niet beantwoord is, wat wij echt een gemiste kans vinden om in ieder geval daarnaar te kunnen kijken, omdat er dus ook gewoon heel veel kinderen zijn waarvan het niet zozeer een armoedeprobleem is, maar gewoon omdat het gezin niet gewend is om te sporten bijvoorbeeld, of dat het echt niet zo eenvoudig is om een proeflidmaatschap te kunnen krijgen bij sportverenigingen, om die juist aan het sporten te krijgen. De tweede vraag had betrekking op dat het vreemd zou zijn voor sportvereniging dat die extra aanwas zouden kunnen krijgen. Nou, de bedoeling van proeflidmaatschap is natuurlijk dat men uiteindelijk structureel aan het sporten gaat. Dus in het geval dat zo’n proeflidmaatschap aanslaat en het kind uiteindelijk via de vereniging wil gaan sporten, dan heeft de sportvereniging daar een lid bij en dan hebben wij daar die manier dan ook weer aan bijgedragen. Mevrouw Koene: Maar dan komt dan dus automatisch vraag vijf waarschijnlijk in werking, want het is hartstikke leuk om mensen een proeflidmaatschap te geven, maar kan je dat ook allemaal betalen? Dus, nou ja, dat zou op zich al een aandachtspunt zijn.

Nou weet ik wel dat er allemaal regelingen voor zijn, dus ik bedoel, daar hoeft geen uitvinding voor gedaan te worden. Maar het gaat dus ook om een heleboel kinderen in de stad die niet uit arme gezinnen komen, waar het toch wel een flinke aanslag op het budget kan zijn. Het is in feite dan zo dat je als overheid op dat moment een soort van mensen verplicht om te gaan sporten, want anders dan ben je niet gezond, hoor je er niet bij, enzovoort. Dus ja, ik snap toch niet helemaal wat nou het nut is en waarom het niet op een andere manier zou kunnen dat mensen gaan bewegen. Ik bedoel, je zou bijvoorbeeld kunnen zeggen – voorschotje op over twee weken – dat het geld wat nu gereserveerd gaat

4

worden voor die 27,4 miljoen voor leerachterstanden, nou, misschien kan je daar wel wat uit doen voor combinatie met sport, of wat dan ook. Maar ik snap het dus echt niet waar dit dan ook nog weer uit zou moeten komen of zo. Dus wat stelt het CDA zich daarbij voor? De voorzitter: Mevrouw Van der Ham. Mevrouw Van der Ham: Voorzitter, dank u wel. Je kunt natuurlijk allerlei tools gebruiken om bepaalde doelstellingen waar te maken, hè? Leerachterstanden en leesproblematiek voorkomen we ook deels door kinderen gratis lidmaatschap bij de bibliotheek aan te bieden. Het gratis proeflidmaatschap is echt een tool die je kunt kiezen om uiteindelijk problemen als overgewicht en een gebrek aan motoriek terug te dringen. Het is zeker geen dwang, mensen worden ook niet verplicht om naar de bibliotheek te gaan, maar zo’n stimulans kan er wel voor zorgen dat mensen die daar normaal gesproken niet naartoe zouden gaan dat nu wel gaan doen. En waar het gaat over middelen, dat is een keuze, hè? Bij het vaststellen van het gezondheidsbeleid dat we twee jaar geleden met elkaar hebben gedaan, lag de nadruk niets anders dan op preventie, preventie, preventie. Dit is nou precies hoe wij kunnen voorkomen dat deze jonge generatie over vijftien jaar als obesitasgeneratie de boeken in gaat.

Mevrouw Koene: Voorzitter, ik ga geloof ik nu maar even in de wachtstand, want er zijn vast collega’s die hele interessante vragen ook hebben. Mevrouw Van der Ham krijgt mij tot nu toe in ieder geval niet overtuigd. De voorzitter: Goed, helder. De heer Tiebosch meldde zich, maar is dat een interruptie, of is dat een vraag, of woordvoering? Ik neem aan dat u woordvoering bedoelt. De heer Tiebosch: Het is een vraag, voorzitter, het is geen woordvoering. De voorzitter: Aan mevrouw Koene? De heer Tiebosch: Nee, aan de woordvoerder van het CDA. De voorzitter: Dan kan u die dadelijk meenemen gewoon in uw woordvoering, als u dat niet erg vindt. Dan werk ik de lijst af. De heer Tiebosch: Oké. De voorzitter: Ja? De heer Den Heijer. De heer Den Heijer: Dank u wel, voorzitter. Ik zie deze oproep tot proeflidmaatschap eigenlijk meer als een proefballon. Maar goed, daar zijn er wel meerdere die daar niet vies van zijn, dus laat ik ook de hand in eigen boezem steken in dat opzicht. Ja, het is een beetje alsof je de bewoners van de Oudelandshoek vraagt waar de Sequoia ligt, het is een beetje naar de bekende weg vragen wat het CDA doet. Om over de eerste … Het CDA refereert aan twee vragen die gesteld zijn. Nou, die vijfde vraag, daar hoef ik denk ik niet eens meer op in te gaan, en ook bij die vierde vraag blijkt het gewoon dat heel veel clubs dit zelf al doen.

Ik kan het eerlijk gezegd ook uit eigen ervaring vertellen. Ik ben ooit op achttienjarige leeftijd na een bestuurscrisis penningmeester geworden van

5

een badmintonclub en twee of drie keer per jaar had ik dan een ouder aan de lijn en die om een hele vage reden het lidmaatschap opzei van dat kind. Dan belde ik die ouder: joh, hoe kan dat nou, want het kind vindt het hartstikke leuk bij ons. Nou, en dan vraag je door, door, door en op een gegeven moment komt de schaamte. De schaamte: ik kan het niet meer betalen, ik ben ontslagen, ik heb geen werk meer. Toen hadden wij als club zelf een potje waarin wij zeiden: die kinderen die dan niet meer kunnen sporten doordat hun ouders hun baan kwijt zijn geraakt of dergelijke – toen bestond de DordtPas nog niet eens, hè, hashtag vraag vijf – dan regelden we dat gewoon zelf. Ik vind het ook verbazingwekkend in die zin dat het CDA het maatschappelijk middenveld helemaal verlaten heeft en dat eigenlijk elk probleem direct door de overheid bestreden moet worden en dat elke verantwoordelijkheid voor wat dan ook daartussenin niet gezien wordt, of niet gewaardeerd wordt. Dat vindt de VVD jammer in die zin. De voorzitter: De heer Den Heijer, het CDA pakt de handschoen op en heeft een interruptie op u. De heer Den Heijer: Nou, ik ben nog lang niet klaar, dus … De voorzitter: Even kijken of het een interruptie is. De heer Den Heijer: Mooi. De voorzitter: Mevrouw Van der Ham. Mevrouw Van der Ham: Voorzitter, dank u wel.

U refereert naar vraag vijf, die staat niet geagendeerd vandaag en ook heb ik daar niets over gezegd. Maar waar het gaat over vraag vier, dan geeft u aan: er staat ook al dat verenigingen al veel zelf doen. Maar er staat eigenlijk helemaal niks bij vraag vier, anders dan dat dat, als we dat willen, daar kunnen ze eigenlijk nu geen antwoord op geven. Dus wat u aangeeft is een prachtig voorbeeld van een vereniging in welk geval betalingsproblematiek wordt opgepakt, maar feit is dat het gaat over heel veel kinderen die nog nooit bij een sportvereniging zijn geweest. Nou, hoe krijg je die nou precies binnen? Daar gaat het voorstel over. En uiteindelijk kunnen zij via proeflidmaatschap binnenkomen bij een vereniging. Waarom stimuleren wij dat? Omdat wij uiteindelijk geloven dat sporten beter is. Wij verplichten niks, maar dat is een keuze. En wij doen dat ook omdat verenigingen aangeven dat zij de middelen niet hebben en die rek niet meer hebben om zo makkelijk om te gaan met al die proeflessen. En ze mogen dan één keer meedraaien, maar ja, als je kind met een sport in aanraking komt die het nooit heeft gespeeld, kan dat na één keer al zeggen dat het wel of niet leuk is? Dat is vaak best lastig, dan moet je toch wat langer meedoen.

Dus juist die verenigingen geven aan dat dit een mogelijkheid zou kunnen zijn om hun sport aan andere kinderen te laten zien en zo leden binnen te halen die ze anders niet binnen hadden gehaald. Dus ik zou niet weten waarom ik het middenveld heb verlaten, volgens mij sta ik op de stip. De voorzitter: De heer Den Heijer. De heer Den Heijer: Ja goed, ik weet niet in welke samenleving mevrouw Van der Ham zit. Maar goed, als ik weer dan kijk naar wat het onderwijs bijvoorbeeld doet, als je ziet dat kinderen daar dagelijks gewoon bij verschillende sportverenigingen kunnen sporten

6

in Dordrecht, daar ervaringen opdoen met sport, volgens mij sport nog steeds een onderdeel ook is van het lesprogramma, leraren daar ook hun stinkende best voor doen om sport aan te bieden en dat ook buiten de school te doen, hè, dus ook bij sportverenigingen zelf. Ik denk dat dat van het vmbo tot op het gymnasium, tot aan lagere scholen het geval is, dus ja, in dat opzicht vind ik hem eerlijk gezegd wat gezocht. En u ontkent het, maar u stelt toch die vragen en ik moet eerlijk zeggen, voorzitter, de VVD wil nu ook wel een lans gaan breken voor die hardwerkende middenklasse. Gewoon die mensen die boven de 1600 netto verdienen, die bij de Kruidvat staan te zwoegen, die politieagent zijn. En het CDA zit constant naar dat wettelijk minimum te turen, terwijl er heel veel werkende mensen zijn die bijvoorbeeld hun kind willen laten tennissen. Als ik nou bijvoorbeeld het tarief van tennis langs het tarief van voetbal leg. Voetbal is ongeveer vier keer goedkoper dan een tennisabonnement. Dus het kan dus gewoon zo zijn dat van mensen die gewoon werken, die gewoon niet veel verdienen, die geen aanspraak maken op de DordtPas, maar ook niet op andere kwijtscheldingen zoals in de gemeente wordt gedaan. De gemeente doet aan afvalstoffenheffing kwijtschelden, de gemeente doet aan ozb, of huur, of weet ik het, noem het maar op, het wordt kwijtgescholden, de hondjes worden kwijtgescholden.

En dan kan het dus gewoon zo zijn dat iemand die daar allemaal niet in valt, in die tarieven niet valt en staat te zwoegen bij de Kruidvat, zijn kind niet op tennis kan doen, omdat die tennis bijvoorbeeld niet op gemeentelijke grond staat, of dat er geen overeenkomst met de gemeente is. Ja, dan denk ik bij mezelf: dat is toch eigenlijk de wereld op zijn kop. En het CDA kan dat wel ontkennen, ze stellen gewoon die vraag. Vraag vijf, die staat allemaal niet geagendeerd. Nou, ik heb die vragen en het antwoord gelezen en ik wil het er wel graag over hebben, want het begint de VVD wel te irriteren dat we constant ons focussen op het wettelijk minimum, terwijl er hartstikke veel mensen gewoon werk hebben en die kinderen ook niet kunnen laten sporten. Dus ik vraag ook aan de wethouder: wat doet de wethouder daaraan? De voorzitter: Uw punt is helder. Mevrouw Van der Ham, en daarna mevrouw Koene. Mevrouw Van der Ham: Voorzitter, dank u wel. Ik hoor de heer Den Heijer een vurig betoog houden voor al die mensen die hun stinkende best doen om bewegingsonderwijs aan te bieden. Dat geloof ik, dat doen zij ook, maar feit is dat wij een crisis hebben als het gaat over overgewicht en als het gaat over terugloop van motoriek, dat de scholen dat ook niet kunnen goedmaken op dit moment, hè? Dus daar wordt dit niet in opgelost.

Die doen hun stinkende best, maar het gaat gewoon niet goed met onze kinderen. Dat blijft naar voren komen en wij hebben hier een keuze om daar wel of niet beleid op te gaan voeren. Dan kom ik bij het tweede punt, als het gaat over het sociaal minimum. Waar was de VVD bij het vaststellen van het armoedebeleid? Want daar is op 140 procent armoedebeleid gekapt, 140 procent van het sociaal minimuminkomen, daar zijn alle voorzieningen bepaald. Als u meer had gewild, heb ik u daar niet horen spreken. Dus ik zou zeggen, als dat ooit weer opengebroken wordt, kom dan met dit verhaal over de boeg en dan sta ik zeker aan uw zijde. De voorzitter: En mevrouw Koene. De heer Den Heijer: Mag ik daar niet op reageren? Nou, dat doen we een andere keer wel.

7

De voorzitter: U mag daar zo op reageren, mevrouw … mijnheer Den Heijer. Mevrouw Koene: Ja, om er nou gelijk een vrouw van te maken, dat is ook zowat. Nou, ik wil mijnheer Den Heijer eigenlijk een beetje bijvallen, want dat hoef ik allemaal niet te herhalen. Ik wil hem alleen wel even corrigeren, want ja, ik bedoel, niet voor het een of ander, maar je wordt van een hele respectabele tennisvereniging toch lid voor minder zelfs dan van een voetbalvereniging. Ik bedoel, om in CDA-termen te blijven, als je van Oranje Wit lid wil worden, dan betaal je 179 euro en ik geloof dat voor de tennis bij DLTC ofzo 120 is. Dus … De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Nee, maar goed, het gaat er even om, voorzitter, dat mevrouw … De voorzitter: Nee, mevrouw Koene, zullen we het wel bij de vraag houden over het proeflidmaatschap van kinderen, en niet … Mevrouw Koene: Ja, nee, maar goed, het gaat er dus om dat als je een proeflidmaatschap gaat geven en kinderen daarna lid willen worden, dat er dus een variabel zeg maar tarief is waarbij mijnheer Den Heijer ging schetsen dat een kind op tennis doen vier keer zo duur is als een kind naar de voetbal doen. Dat is dus niet zo, mijnheer Den Heijer. De voorzitter: Nee. Ach, mijn kleinkind wilde graag op paardrijden, dus misschien is dat toch nog een optie. Mijnheer Den Heijer.

De heer Den Heijer: Ja, om inderdaad al die voorbeelden tegen ook elkaar aan te leggen, pars pro toto, dat is natuurlijk altijd ingewikkeld. Maar laat ik in ieder geval ingaan op wat mevrouw Van der Ham zei, want die zei: dan zie ik u dan wel weer. Alsof het een bokswedstrijd is. Nou, ik denk dat we het best wel eerder er nog over kunnen hebben, want u heeft dit geagendeerd, dus ik ben eigenlijk in die zin wil ik daar het moment dan ook wel gebruik van maken om dit dan te zeggen: weet je, je hebt die tariefstelling in die DordtPas, daar zit uiteindelijk dat geld in waar kinderen ook voor kunnen sporten, 2,75 voor basisschoolleerlingen. Kunnen we anders met het CDA dan de afspraak maken dat we bijvoorbeeld dat tarief iets omlaag doen en het tarief voor kinderen van ouders die werken en die ook niet hun kinderen op een sportclub, dat die ook een DordtPas krijgen en dat tarief daar iets omhoogschuift? Dus dat we het iets gaan differentiëren, want dan gaan we elkaar wel vinden. Dus dat zou ik dan wel graag van het CDA te weten komen of zij daar ook heil in zien. De voorzitter: Mevrouw Van der Ham. Mevrouw Van der Ham: Voorzitter, er loopt hier een kind door de kamer. Even wachten, Matthijs. De voorzitter: O, dat geeft niet. Mevrouw Van der Ham: Ja, sorry.

8

De voorzitter: Die hoorde er ook gewoon bij. Misschien gaat hij nog een keer sporten. Mevrouw Van der Ham: Nou, hij zit op zwemles nu, dat moet eerst nog even. Nee, ik wil daar graag op reageren, mijnheer Den Heijer, want u geeft aan dat u deze voorziening eventueel wel zou willen, maar dan voor alle kinderen en dan ten koste eigenlijk van het budget wat nu op de DordtPas staat voor mensen tot 140 procent van het minimuminkomen. Dus dan wilt u eigenlijk het budget van iemand die achter de kassa zit bij de Kruidvat naar beneden bijstellen, zodat het kind van een politieagent wel kan sporten. Ik denk dat dat soort afwegingen nu op dit moment helemaal niet kunnen en dat als we al naar een nieuwe voorziening gaan, dat dat zeker niet ten koste van het armoedebeleid zou moeten gaan, maar dat het moet gaan om nieuw beleid, dat ook niet vanuit een armoedekarakter komt, maar puur vanuit de incentive om onze Dordtse kinderen allemaal – of je moeder nou achter de kassa zit, of politieagent is – dat die allemaal kunnen sporten. Daar gaat mij om. En ik denk, als we dat allebei willen, dan staan de VVD en het CDA zeker naast elkaar. De voorzitter: Goed. Mijnheer Den Heijer, u kunt (…). De heer Den Heijer: Ja, ik constateer alleen dat het CDA veel woorden nodig heeft om niet op mijn aanbod in te gaan. Dus dat is prima. De voorzitter: Goed.

Dat was het, de heer Den Heijer? Dan ga ik naar de volgende spreker en die is inmiddels al uit mijn beeld verdwenen. Mevrouw … Mevrouw Van Eck: Volgens mij was ik dat, voorzitter. De voorzitter: Ja? Nou, ga uw gang. Mevrouw Van Eck: Dank u wel. Even als eerste, want wij hebben inderdaad mede geagendeerd vorige week, maar na beraad in de fractie en de vragen nog eens goed gelezen te hebben, inclusief de antwoorden, zijn we eigenlijk tot de conclusie gekomen dat wij vinden dat het op dit moment voldoende in de DordtPas verankerd zit, zeker voor de doelgroep die het niet breed heeft. Daarnaast zijn we ook wel gecharmeerd van het voorstel van mevrouw Koene om eens te kijken: is dat niet een idee om dat in die verlengde leertijd op te nemen? Omdat daar toch budget voor vrij gaat komen waarschijnlijk. Dus dat is eigenlijk hoe we er nu in staan. Kort maar krachtig. De voorzitter: Oké. Even min of meer technisch: wanneer een partij instemt met het bespreken van het verhaal, betekent dat niet automatisch dat je ook instemt met het verhaal als zodanig. Het kan juist reden zijn om te zeggen: nou, ik wil dit bespreken, want de politieke vraag die daar voorligt heb ik wel een mening over, maar die is vast en zeker anders als degene die hem heeft geformuleerd. Dat maakt het debat zelfs levendiger, dus top dat u dat gedaan heeft.

Mevrouw Van Eck: Nou, daar was ik me niet bewust van, maar dat is mooi dat het een keer voorkomt dan. Dank u wel. De voorzitter: Dan ga ik door naar de heer Bosman, die zegt dat hij een vraag heeft, maar dat zal wel een woordvoering zijn.

9

De heer Bosman: Ja, voorzitter. Ik zie wel dat de heer Burakçin een interruptie heeft, dus … De voorzitter: O, sorry. De heer Bosman: Misschien dat hij eerst even wil/mag, wat u wilt. U bent de voorzitter. De voorzitter: Nee, hoor, natuurlijk, natuurlijk. De heer Burakçin. De heer Burakçin: Dank u wel, voorzitter. Ik wil toch eventjes inhaken op wat mevrouw Van Eck zojuist zei, dat er op dit moment voldoende, hoe heet dat, mogelijkheden zijn voor de minima via de DordtPas. Wij hebben enkele maanden geleden daar vragen over gesteld, toen die wijziging vanuit Stichting Leergeld dat sportdeelname zeg maar via de DordtPas overging. Want wij maken ons namelijk zorgen dat het budget, wat voorheen via Stichting Leergeld geregeld werd, dat was voorheen gescheiden. Dat sportdeelname was gescheiden en sportkleding was gescheiden. Nu is het zo dat via de DordtPas dat dat budget samengevoegd is, dat heeft ook in de krant gestaan. Want wat gebeurt er nu? Dat heel veel mensen die in armoede leven, dat dat budget opgaat aan sportkleren en sportdeelname dus niet meer aan te pas komt. Dus wat vindt u daarvan bijvoorbeeld, vindt u dat wel een gezonde ontwikkeling? Mevrouw Van Eck: Nou, dat … Daar zou ik graag wat meer over willen weten dan, of de wethouder daar misschien wat meer nadere informatie over heeft qua feiten en cijfers.

En ja, kijk, wij vinden gewoon niet dat we daar op dit moment extra geld aan zouden moeten uitgeven, omdat het voor een deel al in de DordtPas belegd is. Er zijn gelden die beschikbaar komen voor de verlengde leertijd. Clubs hebben proeflessen inderdaad die ze aanbieden. Dat snap ik ook wel dat dat niet onbeperkt is en dat het vaak bij één of twee blijft, maar goed, die zouden bijvoorbeeld ook wat meer dat kunnen promoten voor de mensen die het eventueel wel kunnen betalen om dat gewoon onder de aandacht te brengen: jongens, kom het proberen, kom sporten. Ik vind dat niet per se een gemeenteding, ik vind dat ook bij de clubs zelf liggen. Ja, dus dat is daarop mijn antwoord. De heer Burakçin: Ja, kijk, voorzitter, … De voorzitter: De heer Burakçin. De heer Burakçin: Voorzitter, ik maak me daar toch een beetje zorgen over, hè? Recentelijk is daar, volgens mij vorige maand is daar een ruim onderzoek gedaan en daar blijkt toch dat mensen die in armoede leven echt een stuk minder gebruikmaken van het sporten dan mensen die dus wat meer te besteden hebben. Als dan nu ook nog eens daarbij komt dat het via de DordtPas zeg maar anders geregeld wordt, maak ik me toch echt heel erg zorgen over dat ze dadelijk de keuze dat iemand die in armoede leeft brood op de plank of lidmaatschap voor de kinderen, de keuze snel gemaakt is en daardoor dus minder kinderen zullen gaan sporten.

Dat is denk ik wel een mooie manier om dus meer … De voorzitter: Mijnheer Burakçin, ik ga nu ingrijpen, want de wijze waarop de DordtPas is ingericht, dat staat nu niet ter discussie. Dat had …

10

De heer Burakçin: Dat heeft met elkaar te maken. De voorzitter: Nee, het heeft weliswaar met elkaar te maken, maar we hebben op dit moment de vraag voorliggen of proeflessen voor kinderen een manier zijn om. De vraag van het CDA, dat is de politieke vraag en we gaan nu afdwalen naar een discussie over de wijze waarop de DordtPas is ingericht en de hoeveelheid geld die erop staat. Hartstikke interessante discussie, maar dat moeten we dan voeren op het moment dat de DordtPas weer voorbijkomt en dat zal best wel een dezer maanden zijn, want ik verwacht dat daar wel een evaluatie over gaat plaatsvinden. Dus daarin kunt u dat verhaal kwijt wat u net zegt: hoe zit dat, nou, al die vragen die nu worden gesteld. Maar voor je het weet hebben we dadelijk de discussie over de DordtPas en dat was niet de bedoeling. De heer Burakçin: Nee, maar goed, het heeft wel degelijk met elkaar te maken. Jammer dat u eigenlijk hierin ingrijpt, maar goed. Maar dan weten we dat. De voorzitter: Oké. Mevrouw Van Eck was klaar, denk ik. Dan ga ik nu naar de heer Bosman. De heer Bosman: Voorzitter, dank u wel. Net werden eigenlijk de woorden uit mijn mond gehaald. Wat Beter Voor Dordt had, dat zal ik u eerlijk zeggen, dat had ik ook wel. Dat ik enerzijds vorige keer in enthousiasme zei: wij willen ook agenderen. Later de vragen lezend dacht ik: nou ja, dat is eigenlijk al geregeld.

Kijk, de politieke vraag: welke toegevoegde waarde zou een proeflidmaatschap kunnen hebben voor kinderen in Dordrecht? Als ik me puur daartoe beperk, zeg ik: ja, natuurlijk heeft dat een toegevoegde waarde, dat is ook de reden dat ik op zich wel eens was met bespreken. Maar dan zie ik de antwoorden en dan denk ik: ja, dat kan dus via de DordtPas. Eens met … Nou, ik zie nu toevallig net in het gesprek dat ik inderdaad een RIB over de DordtPas, want dat zou ook mijn vraag geweest zijn: hoe verhouden die bedragen zich dan op de DordtPas? Is dit een vraag vanuit het CDA, omdat het geld op is en ze het aan cultuur besteden en dus niet aan sport? Dat zou een reden kunnen zijn. Mijn vraag wil ik even zo omdraaien – want ik had natuurlijk gezegd vraag – aan het CDA: vindt het CDA dan dat het via de DordtPas niet goed is, of onvoldoende? Die vraag wil ik nog wel beantwoord hebben van het CDA, want op zich vinden wij het prima dat het via de DordtPas geregeld is. De voorzitter: Mevrouw Van der Ham, u wordt gevraagd of het krediet voldoende geregeld is op de DordtPas. Mevrouw Van der Ham: Ja, daar ben ik. Voorzitter, ik ben niet van mening dat het niet goed geregeld is via de DordtPas. Wij zijn blij dat de voorziening er is en dat daar gebruik van kan worden gemaakt.

Wij zouden graag inzicht hebben in: hoeveel gebruik wordt daar dan ook van gemaakt, en gaat dat goed, kunnen we dat misschien nog stimuleren of extra aandacht op geven? Maar waar deze vragen ook voornamelijk om gaan is ook die kinderen die geen recht hebben op dat tegoed op die DordtPas, dus gewoon de kinderen boven de 140 procent van het sociaal minimumloon, om die ook te stimuleren via proeflidmaatschap. Dus de vraag is breder dan alleen een minimabeleid, maar gaat ook echt over alle kinderen in Dordrecht en hoe je die aan het bewegen kunt krijgen. Daar is de vraag op gestoeld, en dan voor de zekerheid ook nog gevraagd: nou, stel dat

11

ze dan willen blijven, maar de ouders kunnen het niet betalen, is dat dan afgedekt? Daarop is eigenlijk het antwoord: via de voorziening op de DordtPas, ja. De voorzitter: Helder, duidelijk. De heer Bosman: Helder, dank u. De voorzitter: Ik ga u zo direct uitdagen om met een andere vorm van antwoord te komen. De heer Bosman. De heer Bosman: Nee, dat was zo voldoende. Dank u. De voorzitter: Oké. Dan, even kijken, de PVV. Mevrouw Rutten, u heeft zich ook al gemeld in beeld. Gaat uw gang. Mevrouw Rutten-Alberts: Nou, ook de PVV was niet overtuigd. Wat dat betreft kan ik me aansluiten bij de vragen die Gewoon Dordt en VVD gesteld hebben. Bij de verenigingen die ik ken – en dat zijn er heel wat met vijf kinderen, geloof me, ik heb heel veel verenigingen voorbij zien komen – kun je al twee à drie keer gratis meedoen. Dus ik vraag me dan wel af: hoelang moet dan zo’n proeflidmaatschap gaan duren volgens het CDA? De voorzitter: Mevrouw Van der Ham, hoelang moet het proeflidmaatschap gaan duren in uw voorstel, in uw gedachten? Mevrouw Van der Ham: Dat is een leuke vraag. Ik zou zeggen dat een proeflidmaatschap een aantal maanden zou moeten duren, hè? Dus een maand of drie. Dan kan je een poosje meedoen, maak je misschien ook wel een wedstrijdje mee of wat dan ook en heb je echt wel een goed beeld van de sport.

Wat ik merk is dat niet alle ouders – gelukkig zijn er ouders die dat wel doen, maar niet alle ouders – zo makkelijk even een paar keer proefdraaien bij een club. Op deze manier hopen we dat gewoon de drempel wat lager is. Maar natuurlijk kun je vaak sowieso één keer gratis meesporten mag altijd, dat willen die verenigingen ook graag. Maar het gaat echt om iets meer diepgang, iets meer kennismaking, dus net iets langer meedraaien dan een paar lessen. Drie maanden zou bijvoorbeeld een goed idee zijn. Mevrouw Rutten-Alberts: Oké. Nou, een duidelijk antwoord, dank u wel. De voorzitter: Oké. Dat was het, mevrouw Rutten? Mevrouw Rutten-Alberts: Dat was hem verder zo. De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Tiebosch van D66. De heer Tiebosch: Voorzitter, ik heb geen woordvoering. Ik had net een paar vragen aan mevrouw Van der Ham op haar verhaal, maar daar gaf u me geen gelegenheid voor, dus ik laat het gaan verder.

12

De voorzitter: Oké. Zijn de vragen inmiddels wel beantwoord in de woordvoering van mevrouw Van der Ham, dan wel … Want dan heeft u nu nog de gelegenheid om die vragen wel te stellen. De heer Tiebosch: Nou ja, u geeft het terecht aan, het wordt heel erg gefocust natuurlijk, en dat is de politieke vraag, op die DordtPas. Ik had aan mevrouw Van der Ham de vraag willen stellen: toen zij de artikel 40-vragen van het CDA heeft ingediend, waarom heeft zij het niet als CDA breder getrokken? Bewegen voor kinderen is ontzettend belangrijk. Waarom alleen maar iets op het gebied van sportverenigingen? Waarom niks met speeltuinverenigingen, waarom niet met scouting, waarom niet een statement maken: geen parkeerplekken inleveren voor speelplekken of voor groen? Waarom heeft ze niet het bewegen wat voor kinderen in een bepaalde norm? Nou, dat zijn dingen waarvan ik dacht: nou, dat mis ik. Het wordt nu heel erg op die sportverenigingen, of daar het antwoord allemaal voor de Dordtse kinderen in gevonden moet worden. Ik dacht ook veel meer vanuit het individu, het begint ook gewoon vanuit de mensen thuis, vanuit een speelplek. Zijn er voldoende speelplekken in Dordrecht? Dat is meer waar ik aan het zoeken was, waarom het CDA het zo verengd heeft tot alleen maar dit in het kader van bewegen voor kinderen.

D66 is heel erg voor bewegen voor kinderen, maar volgens mij zijn er juist heel veel zaken die je als gemeente nog veel beter zou kunnen doen dan alleen maar dit wat het CDA nu voorstelt. De voorzitter: Mevrouw Van Der Ham, heeft u daar een reactie op? Mevrouw Van der Ham: Voorzitter, ik denk dat wij het grotendeels eens zijn. Ik zou heel graag met meer bewegingsbeleid komen en dat dan ook zeker breder trekken, naar hoe richt je een wijk in et cetera. Onze vraag nu voor dit moment is op de verenigingen gericht. Sportverenigingen, maar niet alleen sportverenigingen, want wat ons betreft, scouting, speeltuinverenigingen et cetera passen daar ook bij. Er zijn bijvoorbeeld ook cultuurverenigingen die danslessen aanbieden. Nou, die zouden daar ook onder moeten vallen. Dus wat dat betreft is de vraag juist heel breed gesteld en krijgen we vervolgens ook bij vraag vier dan het antwoord dat het eigenlijk te breed gesteld is. Dus wat dat betreft moet je het ook altijd maar net doen met wat je krijgt. Wat ons betreft zouden we zeker actiever aan de slag moeten met beleid als het gaat over bewegen en zou dit een stimulans kunnen zijn. Maar natuurlijk ga ik ook graag in gesprek over meer dan alleen proeflidmaatschap, maar dat hoop ik dat we later dit jaar nog wel een keer met elkaar in gesprek kunnen doen. De voorzitter: Helder.

Mijnheer Tiebosch, is dat toch enige … De heer Tiebosch: Ik heb verder geen vragen en daarmee denk ik dat ook wel beantwoord is hoe ik over het stuk, over die artikel 40-vragen en de antwoorden verder denk. De voorzitter: Oké, dank u. Dan is vervolgens mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Nou, voorzitter, … De voorzitter: U gaf namelijk aan dat u oorspronkelijk een interruptie plaatste en nu kunt u uw woordvoering doen.

13

Mevrouw Koene: Nee, dat klopt wel, maar ik heb niet zozeer een concrete woordvoering. Ik had meer zeg maar toen wij dus de antwoorden op de vragen hebben gelezen en de agendering vervolgens, hadden wij meer zoiets: voor welk probleem is dit een oplossing? Maar goed, ik bespeur gelukkig bij een heleboel van mijn collega’s eenzelfde soort idee. Dus, nou, we kunnen dit wat mij betreft afronden. De voorzitter: Oké. De heer Burakçin, heeft u nog behoefte aan woordvoering? De heer Burakçin: Ja hoor, graag. Dus nog even wachten, mevrouw Koene, met afronden. Voorzitter, kijk, dat sporten gezond voor je is, hoeven we niet nog eens te benadrukken. Maar kennelijk is het ook goed voor de portemonnee van ons en van de overheid, want kinderen die sporten doen minder aanspraak op de jeugdhulp, dat hebben we net ook gehoord tijdens de Sportraad. We weten ook welke groepen het meest gebruikmaken van de jeugdhulp, namelijk dat uit data is gebleken dat kinderen van de minima vaker gebruikmaken dan mensen die het beter hebben met de financiën. Dus een speciale aanpak voor kinderen van de minima vinden wij wel van belang, omdat alle kinderen gelijke kansen verdienen om zich te kunnen ontwikkelen. Financiën kunnen dus wel degelijk een drempel zijn om lid te worden van een sportvereniging, dus we ondersteunen dit van harte. De voorzitter: Goed. Ik zie dat de heer Den Heijer u wil interrumperen.

De heer Den Heijer. De heer Den Heijer: Als u ervoor zorgt dat uw bel het niet doet, dan mag u van mij over de DordtPas hebben, of doet u eerst even open anders. Ja, ik had mijn fractiegenoot Alexander Kuhlmann gevraagd om tijdens uw woordvoering daar aan te komen bellen, dat leek me tactisch gezien wel handig. De heer Burakçin: Ja, buurman, hè? Ja. De voorzitter: De heer Den Heijer. De heer Den Heijer: Dank, voorzitter. Ik begrijp het gewoon niet wat u zegt. Want u zegt: ik steun dus het voorstel van het CDA van harte, want mensen met een zwakke financiële positie moeten hier meer aanspraak op maken. Maar dat is dus precies wat het CDA niet zegt. Dus hoe kunt u dat dan rijmen? De heer Burakçin: Nou, ik weet niet of het CDA dat niet zegt. Volgens mij zegt het CDA dat er in ieder geval aandacht moet komen voor de minima, dat die moeten kunnen sporten en dat dat een drempel kennelijk vormt voor sommige groepen om lid te worden. Dus dat ik wat ik eruit begrijp. De heer Den Heijer: Dat is juist waar ik juist een beetje een fittie over heb met het CDA, is dat ze dat dus juist niet zeggen. Kijk, zij zeggen eigenlijk: we hebben naar de bekende weg gevraagd en het college heeft gezegd: joh, die minima kunnen eigenlijk alles al aanvragen en dat is het niet. Dit is eigenlijk een incentive om al die kinderen aan het sporten te krijgen.

Dus we gaan dus aan ieder kind een proeflidmaatschap geven, terwijl alle verenigingen dat ongeveer al doen in Dordrecht en gekoppeld zijn ook aan het onderwijs et cetera, et cetera. Dus ziet u daar dan heil in? Dus het gaat hier over alle

14

kinderen die een proeflidmaatschap krijgen, wat ook al gebeurt, dus we zitten hier iets te bespreken wat ook al lang gebeurt. Dat steunt u dus ook van harte? Dat zou ik gewoon niet begrijpen. De heer Burakçin: Voorzitter, even voor de helderheid. Of dat gebeurt, weet ik dus niet. Ik betwijfel eraan dat dus iedereen die nu deel wil nemen aan sporten, dat die ook deelneemt. Dus mensen die met een zwakke portemonnee, die gaan dus minder hun kinderen lid maken van een sportvereniging. Dat is ook gebleken uit het onderzoek wat ik zojuist zei wat in april is verschenen. Het onderzoeksrapport, wie dat precies heeft gedaan, is me eventjes ontgaan, maar daar is wel degelijk gebleken dat dus mensen die minder te besteden hebben minder hun kinderen laten sporten. Dus dat zou in ieder geval, dat iedereen inderdaad die lid gemaakt kan worden met een proefles en dus ook de minima daardoor zeg maar drempelverlagend kan werken dat ze dus lid kunnen worden, vinden wij ook een prima idee. De heer Den Heijer: Het mooie is dus dat we het al zo goed geregeld hebben in Dordrecht dat je niet eens een proefles hoeft te nemen, maar dat je gewoon meteen al voor het hele jaar lid kan worden. Want dan maak je gewoon gebruik van je budget op je DordtPas als je binnen minima valt en dan kan je gewoon lid worden van die sport.

Dus je hoeft niet eens proef te draaien, je kan meteen al gewoon een heel jaar lid worden. Dus in die zin vind ik het gewoon jammer dat ook GroenLinks zich bij het rijtje aansluit: er is geen probleem en we gaan een oplossing verzinnen voor dat probleem. Kijk, er is inderdaad het probleem met kinderen die te dik zijn, maar het is juist heel breed voor al die kinderen dat ze geen incentive voelen, of dat die ouders geen incentive voelen om die kinderen te laten sporten. Het enige wat het CDA dus nu zegt is dat we al die kinderen dat gratis nu weg moeten geven, terwijl dat al lang gebeurt. Dat steunt u dus van harte, dus dat zou ik gewoon heel gek vinden dat u de kinderen in de villa vanuit de gemeente gratis een proeflidmaatschap geeft, terwijl het voor de minima allang gebeurt. Dus dat voegt u er alleen aan toe. En dan zeg ik: joh, kijk dan maar meer naar mensen die daar net tussenin vallen, die geen enkel iets krijgen van die overheid, die gewoon bij de Kruidvat werken en die tennisclub niet kunnen betalen. Dat vind ik dan veel interessanter dan dit. De heer Burakçin: Voorzitter, even voor de duidelijkheid. Wij willen gewoon dat iedereen deelneemt aan sporten. Maar we hebben wel speciale aandacht voor de minima, waar dus kennelijk toch een bepaalde drempel vormt om lid te worden van een sportvereniging. Dat is wat we dus zeggen.

Uit allerlei onderzoeken blijkt gewoon dat zij gewoon minder aan het sporten toekomen vanwege het financiële. Dus dat is waarop wij inderdaad daaraan toevoegen dat we daar dus meer aandacht aan vragen. En dat u zegt: het kan via de DordtPas. Ik heb net aan u aangegeven dat er dus een en ander is veranderd sinds dat zeg maar die regel vanuit Stichting Leergeld naar de DordtPas is verschoven en dat dus op dit moment heel veel mensen met een kleine beurs opmaken aan sportkleren. Dus daardoor kunnen ze dus ook minder sporten. Dus daar maken wij ook ons zorgen over. De voorzitter: Goed, helder. Uw standpunten zijn wat mij betreft helder uiteengezet, daar gaan we niet meer verder over in debat met elkaar. Ik zie dat mevrouw Van der Ham wil reageren op de woordvoering … Nee, laat maar? O, toch niet. Goed, iedereen laat het verder maar gaan op de chat, dus dat betekent dat we wat de commissie betreft aan het

15

einde zijn. Het is een stuk van het CDA, mevrouw Van der Ham heeft dit met veel verve verdedigd. De wethouder zou daar nog iets aan kunnen toevoegen, maar is niet noodzakelijkerwijs. De commissie kan ook zeggen: nou, we hebben nu kennisgenomen van, we verwachten van mevrouw Van der Ham dat ze deze brief agendeert en voorziet van een motie waarin ze verwoordt dat iedereen de mogelijkheid … Nou, et cetera, et cetera. Wat mij betreft zou dat eigenlijk nu het moment zijn dat u dat al kan besluiten. Mevrouw Van der Ham: Voorzitter, als ik daar iets over mag zeggen? De voorzitter: Ja, natuurlijk. Mevrouw Van der Ham: Ja? Nou, ik merk dat er sowieso wel heel veel enthousiasme is als het gaat over het belang dat kinderen sporten. Ik merk ook wel dat er heel veel vragen zijn. Nou, dit waren voor ons ook gewoon een eerste ronde vragen om te verkennen: hoe zit het precies en wat zijn de mogelijkheden? Dus ik stel voor dat wij ons voorstel nader gaan uitwerken en in een andere vorm aan u voor zullen gaan leggen. De voorzitter: Helemaal goed, dat betekent dus dat u dat wellicht bij de kadernota, wordt er gesuggereerd. Dat is een moment waarop dat zou kunnen, maar u kunt dat ook op een ander moment doen. Ik wens u veel succes bij het verdere uitwerken en de discussie die we daar dan over gaan voeren. Dan rond ik dat punt hiermee af en dan gebeurt er verder niets met dit verhaal.

Dit is gewoon klaar, afgerond. 3. Agenderingsverzoek voor het bespreken van ontwikkelingen Beschermd wonen en opvang De voorzitter: Goed, dan is het nu kwart voor negen, we gaan nog naar een volgend onderwerp en dat is het onderwerp ‘Landelijke ontwikkelingen Beschermd wonen en opvang’. Op initiatief van de wethouder wordt de commissie bijgepraat over de landelijke ontwikkelingen binnen beschermd wonen en opvang. Ambtenaren mevrouw Van Walderveen en mevrouw Henderson, alsmede mevrouw Adams hebben zich digitaal bij ons gevoegd en ik heet u welkom. Ik heb u eerlijk gezegd nog niet ge… Ja, ik heb mevrouw Henderson wel gesignaleerd en mevrouw Adams ook, mevrouw Van Walderveen nog niet. Maar goed, ik heb begrepen dat mevrouw Henderson ons gaat toespreken met een presentatie ongetwijfeld en dat daarna de wethouder nog met een filmpje bij ons komt. De techniek zit helemaal stand-by. Ik neem aan dat mevrouw … Ah, dat is niet mevrouw Henderson, dat is mijnheer Heijkoop. U wil toch even de aftrap doen, en dan mevrouw Henderson en dan …? Nou ja, doe maar uw ding. De heer Heijkoop: O, voorzitter, dat is een heel vrij aanbod. Nee, ik heb inderdaad ook even contact gehad natuurlijk met mevrouw Henderson en we hadden afgesproken dat ik het even kort zou inleiden en dat we dan naar een filmpje gaan inderdaad.

Een mooi filmpje wat mooi beschrijft wat er aan de hand is rondom beschermd wonen en de doordecentralisatie. Dan zal mevrouw Henderson u helemaal door de ins en outs geleiden. Het is inderdaad op mijn verzoek, vanuit het college om u hier eens over bij te praten, maar toch ook wel naar aanleiding van toch het grote aantal debatten dat we met elkaar hebben gevoerd rondom maatschappelijke opvang, beschermd wonen, de problematiek op de woningmarkt, de huisvesting van kwetsbare groepen. Wat mij betreft is er alle ruimte om ook daar vragen over te beantwoorden, want er is nogal wat aan de

16

hand als het gaat over beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Landelijk, regionaal, maar zeker ook lokaal. Er is een beweging vanuit het Rijk op gang gezet waarbij gemeenten in toenemende mate zelf verantwoordelijk worden voor beschermd wonen en dat is een complexe operatie. In onze regio hebben we wel met elkaar besproken en afgesproken dat we gezamenlijk blijven optrekken de komende jaren. We hebben ook een overeenkomst ondertekend voor de komende jaren dat we dat in solidariteit blijven doen en dat is ook belangrijk, omdat er veel op gemeenten afkomt. Als je dan kijkt naar waar we nu staan, dat heeft ook wel een relatie met de visie Van opvang naar wonen, dan zie je dat er heel hard gewerkt wordt in de regio en dat alle … Ik wou zeggen alle gemeenten, maar bijna alle gemeenten volle bak aan de slag zijn om ook hun lokale opgave – hun lokale bijdrage, zou ik eigenlijk willen zeggen – aan de huisvesting van kwetsbare groepen echt gestalte te doen geven. Dat is ook verankerd in die agenda Huisvesting Kwetsbare Groepen, die is ook bijgevoegd bij de presentatie. Daar kunnen we straks ook nog wel wat meer over vertellen. Dat is een belangrijke beweging die gaande is. Maar het is wel in een hele ingewikkelde tijd. Corona heeft enorm veel impact, gewoon op de kwetsbaarheid van mensen, met name aan de onderkant.

Denk ook aan arbeidsmigranten, maar denk ook aan mensen die soms hun huis kunnen verliezen, en ellende die soms ook vanuit corona versterkt is. Maar eigenlijk nog veel meer is het probleem de woningmarkt. Daar heeft uw raad ook al geregeld over gesproken. Die woningmarkt zit echt, echt ongelooflijk op slot, met name voor mensen aan de onderkant. Mede ook door corona is het aantal mutaties tot een historisch dieptepunt ongeveer gezakt en dat maakt het gewoon heel ingewikkeld om de doorstroming vanuit voorzieningen voor beschermd wonen, maar ook bijvoorbeeld vanuit de daklozenopvang, om dat toch op gang te houden. Dat vraagt echt gezamenlijke inzet in de regio. En nogmaals, daar wordt hard aan gewerkt en ik denk dat we echt wel wat concrete resultaten hebben bereikt, maar het is in een moeilijk tijdsgewricht en dat vraagt ook gewoon wel tijd en, zoals we dat dan zo mooi zeggen, dialoog, omdat de ene gemeente toch wel wat harder loopt en iets meer vanzelf, en dat de andere gemeente iets meer positief bedoelde druk nodig heeft om wat stappen vooruit te zetten. Beschermd wonen, er komt nu een filmpje aan – ik neem aan dat de techniek helemaal op rolletjes gaat lopen – waarin eigenlijk de grote beweging wordt beschreven die nu gaande is.

Het kan op onderdelen iets technisch zijn, maar ik denk dat degenen die het filmpje hebben gemaakt er toch wel redelijk goed in geslaagd zijn om u toch in begrijpelijke taal uit te leggen wat er op dit moment aan de hand is, welke beweging is ingezet. De voorzitter: Voordat ik het filmpje laat starten – Clark, wacht even – even een verduidelijkende vraag mijnerzijds aan de wethouder. U geeft aan: er is heel veel gaande, zowel landelijk, regionaal, als lokaal, en u zou daar allemaal wel iets over willen vertellen. We hebben natuurlijk inmiddels ook de raadsinformatiebrief over beschermd wonen gehad en hebben we inmiddels voorzien van een aantal raadsvragen, die als het goed is – en ik kijk naar de griffier – die zouden we hier nu als bijlage, of die zitten bij de stukken. Maar het zou misschien goed zijn om het nu vandaag te beperken tot het landelijke, want daar gaan die vragen verder niet op in, en de regionale en lokale ontwikkelingen te behandelen op het moment dat de vragen beantwoord zijn en we met u uitgebreid en dan ook moeten meer tijd en in bredere context van gedachten kunnen wisselen over dit onderwerp, en het dus nu even echt strikt te beperken tot de landelijke ontwikkelingen. Ik weet, u kennende, dat u ongetwijfeld toch een aantal regionale dan

17

wel lokale zaken erin fietst. Nou, dat nemen we dan voor lief. Maar dat we daar vooral een volgende keer uitgebreid met elkaar over praten. De heer Heijkoop: Voorzitter, dat is helemaal aan uw raad. De voorzitter: U bent als was in onze handen. De heer Heijkoop: De artikel 40-vragen gaan we natuurlijk ordentelijk beantwoorden en een aantal vragen hebben we ook al verwerkt in de presentatie, dus die zult u daar al in tegenkomen. Ik denk dat de presentatie gelegenheid geeft, of geen gelegenheid geeft, tot vragen en dat is voor de rest natuurlijk aan u als voorzitter en de raadscommissie. De voorzitter: Ik geef de commissie alle ruimte, net zo goed als ik u die geef, maar ik wil dat wel een beetje inkaderen, want voor je het weet zitten we hier dan om twaalf uur nog namelijk, als we dit onderwerp zo breed bespreken. Het filmpje. Clark, start de band. Voice-over in de video: Sommige mensen kunnen niet goed zelfstandig wonen. Ze hebben daar 24 uur per dag ondersteuning bij nodig, bij een instelling of bij een begeleidende vorm van zelfstandig wonen. Dit noemen we beschermd wonen. Hierin gaat wat veranderen en daar vertellen we u graag meer over. Al sinds 2015 werken de gemeenten in de Drechtsteden en Alblasserwaard heel vruchtbaar samen op het gebied van beschermd wonen.

Samen hebben we de nodige expertise ontwikkeld en werken we vanuit een eenduidig kader van toegang, inkoop, contractmanagement, monitoring en toezicht. We hebben afgesproken in ieder geval tot en met 2024 met elkaar te blijven samenwerken. Vanaf 2022 komt de verantwoordelijkheid voor beschermd wonen bij de afzonderlijke gemeenten te liggen, in plaats van bij een centrumgemeente. En vanaf 2023 geldt dit ook voor de middelen hiervoor. Het is nadrukkelijk wel de bedoeling dat de gemeenten binnen hun huidige centrumgemeenteregio blijven samenwerken. We hebben de belangrijkste wijzigingen voor u op een rijtje gezet. Vanaf 2022 werken gemeenten samen op basis van de landelijke norm voor opdrachtgeverschap. Het financiële model verandert vanaf 2022 in tien jaar tijd van de huidige historische verdeling over centrumgemeenten naar een objectieve verdeling over alle gemeenten. De gemeentelijke budgetten voor beschermd wonen worden kleiner, omdat een deel van de beschermd wonen-cliënten overgaat naar de Wet langdurige zorg. De herkomstgemeente wordt verantwoordelijk voor de bekostiging van beschermd wonen. Wat betekent dit voor de gemeenten in de centrumgemeenteregio? Dat we ons moeten gaan voorbereiden op deze wijzigingen en dat de financiële solidariteit voor het uitvoeren van beschermd wonen en opvang nog belangrijker wordt. We hebben gelukkig onze samenwerkingsovereenkomst.

Deze loopt tot en met 2024 en vormt een uitstekende basis. Het is logisch dat we in de nieuwe afspraken over onze samenwerking vanaf 2025 voortborduren op de bestaande overeenkomst. We blijven dan samen profiteren van de huidige infrastructuur, de schaalvoordelen en het eenduidige kader voor toegang, inkoop, contractmanagement, monitoring en toezicht. In het voorjaar van 2022 komen we hierop bij de gemeenteraden terug. Stay tuned. De voorzitter: Een prachtig filmpje. Wie gaan we nu het woord geven? Mevrouw Henderson, bent u in beeld? Mevrouw Henderson: Ja, dat klopt. Daar ben ik.

18

De voorzitter: Ja, goedenavond. Mevrouw Henderson: Dank u, voorzitter, goedenavond. Voor degenen die mij niet kennen, ik ben Mireille Henderson, degene die samen met een groot team achter mij zich bezighoudt met beschermd wonen en opvang binnen de Drechtsteden en Alblasserwaard. Ik zat net wel te denken, het filmpje is zo duidelijk en in Jip en Janneketaal omschreven dat ik misschien die hele presentatie niet meer hoef te houden. Maar ik zal me in ieder geval proberen te beperken tot maximaal dertig minuten en dat we daarna kunnen stilstaan bij een aantal vragen die jullie nog hebben. Ik zal de presentatie soms iets te snel geven, dus schroom niet om mij te laten vertragen op het moment dat het nodig is. Als de volgende sheet mag worden gepresenteerd, dan … Ik ga dus stilstaan vanavond met jullie bij de ontwikkelingen die aan de orde zijn binnen het beschermd wonen en opvang en daarna zal ik ook even een vertaalslag maken, omdat het nauw samenhangt, de doordecentralisatie, met de agenda Huisvesting Kwetsbare Groepen. We zullen er kort bij stilstaan in het kader van wat het betekent voor de komende periode. Graag de volgende sheet. Ik dacht, misschien is het goed om met jullie stil te staan bij de rolverdeling zoals we die kennen binnen de regio en wat het betekent voor ons als centrumgemeente en regiogemeente.

In Nederland kennen we voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang 43 centrumgemeenten. Voor degenen die dat niet wisten, wij zijn een van de centrumgemeenten en wij hebben in dit geval tot en met 2020 het samen gedaan ook met Leerdam en Zederik. Die zijn per 1 januari jongstleden vertrokken uit onze regio, die zijn vertrokken naar centrumgemeente Utrecht. Maar voor de rest zijn we dus met elkaar verantwoordelijk voor het uitvoeren van de beschermd wonen- en opvangtaken. In dit geval voor wat betreft, we hebben een centrumgemeentetaak, maar dat betekent niet dat er een formeel onderscheid is tussen centrumgemeenten en de regiogemeenten. Eigenlijk zijn wij de gemeente die dus de financiële middelen van het Rijk ontvangt en zorgen we ervoor dat we het met elkaar gewoon zorgen dat de toegang goed geregeld is, de inkoop goed geregeld is en alle andere zaken die nodig zijn om ervoor te zorgen dat de 650 tot 700 cliënten binnen onze regio, die zorg nodig hebben in het kader van beschermd thuis of beschermd wonen, dat die goed bediend worden. Een van de belangrijke elementen die eigenlijk vanaf het begin al duidelijk is, dat geldt ook voor jeugdzorg, eventueel voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang ook, is dat het Rijk ons eigenlijk verplicht om samen te werken, daar waar het gaat om voorzieningen die dus uiteindelijk doelmatig uitgevoerd zouden kunnen worden.

Dus het zou heel stom zijn als bijvoorbeeld een voorziening die in Papendrecht staat nog een keer acht zouden doen, terwijl dat niet noodzakelijk is. Dus het gebruikmaken van solidariteit is daar een belangrijk element in. Nog naar de volgende sheet. Dan even stilstaan bij de drie belangrijkste, of de twee belangrijkste ontwikkelingen die nu voor beschermd wonen aan de orde zijn, die ik vanavond even iets meer ga uitdiepen. Namelijk de openstelling van de Wet langdurige zorg, dus een deel van onze cliënten is over naar de Wet langdurige zorg, en de doordecentralisatie waarbij we te maken gaan krijgen met een nieuw verdeelmodel, waarbij we dus van een historisch naar een objectief verdeelmodel gaan als alle gemeenten in Nederland. Dan zal ik ook even kort vertellen wat het voor gevolgen heeft voor maatschappelijke opvang en vrouwenopvang, omdat het wezenlijk een andere tak van sport is. Om even eerst te beginnen met de openstelling van de Wet langdurige zorg. Het is een beetje een technisch verhaal, maar wel goed om te weten. We hebben in de afgelopen jaren eigenlijk met elkaar ook wel gezien dat we een groot deel van onze populatie binnen

19

beschermd wonen steeds meer eigenlijk levenslang levensbreed zorg nodig heeft en dat is zeg maar een signaal wat het Rijk uiteindelijk goed heeft vertaald in het openstellen van de Wet langdurige zorg voor ook een aantal beschermd wonen-cliënten. Wat we nu zien, en sinds medio vorig jaar zijn ze gestart met het indiceren van mensen die dus inderdaad van beschermd wonen naar de Wet langdurige zorg zouden kunnen, zijn ze gestart met het indiceren van deze mensen. Wat wij nu zien is dat aanvankelijk heeft het Rijk met elkaar bedacht dat we ongeveer een macrobudget van 500 miljoen euro uit ons macrobudget zou worden gehaald voor beschermd wonen landelijk. We zien dus nu dat het ongeveer een kwart meer is en dat heeft gewoon te maken met dat eigenlijk we dus letterlijk zien dat de populatie binnen het beschermd wonen landelijk dus gezien veel meer mensen zitten die dus eigenlijk langdurig en levenslang levensbreed zorg nodig hebben, daar waar het hun diagnose aangaat. Voor Dordrecht geldt dat wij vorig jaar in de septembercirculaire te horen hebben gekregen dat wij ongeveer zo’n 12 miljoen euro minder budget zouden krijgen in het kader van deze uitname.

Even technisch, wel goed voor gemeenteraden om te weten, er wordt aan het begin van het jaar dus zeg maar een budget van ons letterlijk uit het budget gehaald van beschermd wonen en achteraf worden de exacte kosten, dus de daadwerkelijke kosten die wij maken als gemeente, worden die vervolgens weer gecorrigeerd. Het is een technische exercitie, maar een die wij naar mijn mening in de afgelopen periode gezien hebben dat het CBS, maar het Rijk ook echt heel erg zorgvuldig aan het doorlopen is. Omdat het CIZ op dit moment een achterstand heeft op landelijk niveau, omdat er dus uiteindelijk meer klanten zijn die dus in aanmerking komen voor de Wet langdurige zorg, hebben wij eind 2020 de vraag gekregen als alle gemeenten om toch nog een aantal indicaties voor beschermd wonen ambtshalve te verlengen. Wat dus betekent dat een aantal mensen die eigenlijk nu in de pijplijn zaten voor de indicatiestelling dus langer door ons gefinancierd zouden moeten worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/294/documents/10681