2.11 2026.06.30 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT - DORDTSE DINSDAG D.D. 30 JUNI 2026 Vergaderzaal 1 1. Werkbezoek Risk & Factory Duurzaamheidsfabriek 2. Vragenhalfuur Voorzitter: De heer Schalken-den Hartog Raadsgriffier: De heer Van Soest Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Bootsman (GroenLinks-PvdA) Mevr. Kamphuis (SP) Dhr. Kuhlmann (VVD) Dhr. Van der Net (VVD) Portefeuillehouders: wethouder Burggraaf, wethouder Merx, wethouder Veldman De voorzitter: En toen was het 19.00 uur. Beste mensen, goedenavond allemaal en welkom bij het plenaire vragenhalfuurtje van dinsdag 30 juni. We hebben vandaag vragen over drie onderwerpen. Het eerste onderwerp is de Haringvlietstraat. Dat is een vraag van de SP. De vraag aan mevrouw Kamphuis om een korte toelichting. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Afgelopen donderdag en vrijdag hebben de werkzaamheden ten behoeve van het vervangen van de riolering in de Haringvlietstraat plaatsgevonden. Bij deze werkzaamheden is er grondwater naar het oppervlaktewater gepompt, naar boven, zie foto's. Bewoners uit de straat maken zich zorgen over de veiligheid van het water, omdat de kinderen uit de omgeving vanwege de hoge temperaturen in het water speelden. Vanwege de PFAS-vervuiling in de omgeving deelt de SP Dordrecht de zorgen van omwonenden. Daarom stellen wij namens de bewoners de volgende vragen.
Eén: heeft het college opdracht gegeven om het opgepompte water te testen op PFAS onder andere. Is dit niet het geval, waarom niet? Zijn de omwonenden geïnformeerd over de mogelijke gezondheidsrisico’s door onder andere PFAS ten tijde van de werkzaamheden? Als dit niet het geval is, waarom niet? Is het college het met de omwonenden eens dat het zinvol zou zijn om borden te plaatsen bij gelijksoortige werkzaamheden die hen erop wijzen dat er mogelijk schadelijke stoffen zoals PFAS in het opgepompte grondwater aanwezig zijn. En zo niet, waarom niet? En wat zien zij als een beter alternatief? De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Kamphuis. Aan wie van het college mag ik het woord geven? De heer Burggraaf, gaat uw gang. De heer Burggraaf: Dank u wel, voorzitter. We begrijpen de zorgen. Goed dat u deze vragen stelt. Het werk dat hier wordt uitgevoerd, wordt onder toezicht van een 1 milieukundige begeleid en uitgevoerd. In de voorbereiding van het project is uitgebreid onderzoek gedaan naar de milieuclassificering van het grondwater. Het blijkt dat de indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging, de normen die het RIVM daarvoor stelt, niet worden overschreden. Oftewel: het grondwater is veilig. Waarom wordt het opgepompt? Het wordt gebruikt om het zandpakket na de aanleg van de nieuwe riolering goed te kunnen verdichten.
De reden dat omwonenden niet zijn geïnformeerd over mogelijke gezondheidsrisico's, is omdat het valt binnen die interventiewaarden, binnen die normen. U vraagt of het zinvol is om borden te plaatsen bij gelijksoortige werkzaamheden. In dit geval had in ieder geval het werkterrein wel afgezet moeten worden met bouwhekkern. Dat is iets wat we in het vervolg wel aandacht zullen geven. Nogmaals, het is niet zo dat het grondwater is dat gevaarlijk is of dat gevaarlijk verontreinigd zou zijn. We hebben ook bewonersapps waarin we over werkzaamheden informeren. Dat is ook alweer een extra aandachtspunt om daar nog wat beter dit soort informatie ook vooraf met de buurt te delen. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. U heeft nog een vervolgvraag, mevrouw Kamphuis? Mevrouw Kamphuis: Ja, eigenlijk wel, maar het is meer technisch. Ik vind het een beetje vreemd dat er uit de moestuinen in die wijk niet gegeten mogen worden vanwege de grond en het grondwater, maar dat het water wel veilig is. Daar ga ik nog technisch schriftelijke vragen over stellen. De voorzitter: Dat is prima. Dat is goed. Ik denk dat daar verder ook geen verdere toelichting op nodig is nu. Dan ga ik naar de volgende vraag. Dat is een vraag over het Wantijbad van de heer Van der Net. Mijnheer Van der Net, gaat uw gang. De heer Van der Net: Dank u wel, voorzitter.
Voorzitter, in het bericht van 26 juli jongstleden van RTV Dordrecht staat dat medewerkers en hun familie een verfrissende duik hebben genomen in het Wantijbad. Dit terwijl het bad voor bezoekers nog steeds is gesloten, in deze afgelopen hittegolf ook nog. De Dordtse VVD is door enkele bewoners benaderd en kan dit niet uitleggen, nu de mensen juist snakken naar een beetje verkoeling. Voorzitter, de vragen aan het college: kent u dit bericht? Bent u het met ons eens dat dit moeilijk is uit te leggen aan de bewoners van onze stad, die nu ook graag een verfrissende duik hadden willen nemen? De laatste vraag: bent u bereid om het bestuur van het bad hierop aan te spreken? En bent u bereid om aan te geven dat wanneer het bad gesloten is, bijvoorbeeld wegens werkzaamheden, ze zeer terughoudend moeten omgaan met het toelaten van medewerkers en hun familieleden? Dat was hem, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting. De heer Merx gaat de vraag beantwoorden. De heer Merx: Voorzitter, dank u wel. Ik zal hem beantwoorden, ondanks het feit dat vorige week dit dossier, althans de zwembaden, zijn overgegaan naar mijn collega, die hier naast mij zit. Omdat dit een wat langer lopend dossier is, wil ik het graag afmaken totdat het zwembad open is. En dan gaat het helemaal naar mijn collega.
Ik maak even van de gelegenheid van de vraag gebruik … Dat klopt niet helemaal, die zin, maar u begrijpt 2 wat ik bedoel. Er gaan inmiddels nogal wat indianenverhalen rond over besturen die afgetreden zijn en ook over de aanleidingen, de redenen, enzovoort. Ik ga even wat voorlezen. Voorzitter, het Wantijbad is de afgelopen twee jaar behoorlijk gerenoveerd, zoals nu de nieuwe coating in de grote bassins. Dat kan alleen binnen bepaalde temperaturen en weersomstandigheden, dus eigenlijk in het voorjaar en in de zomer. Om vertragingen door regen zo veel mogelijk te voorkomen, hebben we extra geïnvesteerd in een tent, zodat in ieder geval de regen geen spelbreker kon zijn. Helaas houdt zo'n tent niet de luchtvochtigheid tegen, waardoor de coating in dit geval langer de tijd nodig heeft gehad om te moeten drogen dan we hadden gehoopt. Desondanks is men anderhalve week geleden begonnen om het bad te vullen. Het is een behoorlijke bak met water, dus dat duurt even. Tijdens de werkzaamheden is behoorlijk wat verf op onder andere het gras en in de filters terechtgekomen en is met zwaar materieel over het terrein gereden, waardoor de angst ontstond dat bepaalde leidingen, die zeer kwetsbaar zijn, beschadigd zouden zijn. Dat laatste blijkt gelukkig na onderzoek niet het geval te zijn. Wel heeft de aannemer de verfresten verwijderd en de kapotgereden tegels vervangen.
Het bestuur van het Wantijbad is de filters regelmatig aan het spoelen om alles schoon te krijgen, zodat Dordtenaren daar veilig en verantwoord kunnen zwemmen. Om dezelfde reden wil het bestuur van het Wantijbad eerst een milieurapport afwachten over hoe ver de verf is doorgedrongen in de grond en of dat gevaar oplevert voor hun klanten. Het onderzoek is ongeveer twee weken geleden gestart en heeft ook een doorlooptijd van twee weken. Dat rapport is vandaag ontvangen. Daarin staat dat de bovenlaag een niet-onaanvaardbaar humaan risico heeft. De beoordeling komt daarmee uit op het feit dat er geen sprake is van een onaanvaardbaar risico. Daar zijn wij heel gelukkig mee. Gelijktijdig is conform de verplichte onderzoeksnormen ook de diepere ondergrond onderzocht. Hier zijn stoffen aanwezig die niet bij de functie behoren, maar ook niet afwijken van de omgeving. Desondanks zullen bij toekomstige werkzaamheden in de grond hier wel nadere onderzoeken en mogelijk nadere maatregelen nodig zijn. Wel hebben wij het gras verwijderd en nieuw gras gelegd en ingezaaid, vooruitlopend op de resultaten van het onderzoek. Dat gedeelte van het terrein zal nog minimaal twee weken worden afgezet. Dan komt het tot uw vragen, ook had het bestuur twijfels over de stroefheid van de coating.
Met name voor degenen die bekend zijn daar: in die wat ondiepe bak bij het vijftigmeterbad zit een rand aan het zwemwater waar de zwemmers vaak overheen lopen. Het is wel belangrijk dat stroefheid daar in orde is. Dat hebben ze vorige week met een aantal mensen getest. Wij als gemeente en ik als wethouder was daar niet van op de hoogte. Toen RTV ons benaderde met de vraag waren wij verrast. En op de vraag van de journaliste hoe wij tegen het beeld aankijken dat heel Dordt snakt naar een verfrissende duik, terwijl naar verluid personeel en familieleden van het Wantij daar aan het zwemmen zijn, konden wij alleen maar verrast reageren. Wij waren gewoon niet op de hoogte. Ook wij hebben de vraag of je de stroefheid van zo'n coating met zoveel mensen tegelijk moet uittesten op uitgerekend deze zeer warme dag. Dan zul je altijd zien dat er iemand met een fototoestel in de struiken foto's aan het maken is. De intenties waren ongetwijfeld goed, alleen werkt dat niet zo in de beeldvorming. Hierover is de afgelopen dagen zeker contact geweest. Het bestuur heeft gereageerd dat het inderdaad licht onhandig was, maar wel met de beste intenties en van die beste intenties zijn we overtuigd. Van de manier waarop het is gebeurd, zijn we niet echt overtuigd.
De commotie hierover heeft ertoe geleid dat het bestuur van het Wantij afgelopen zondag een oefendag voor de badmeesters afgelopen heeft afgelast. Morgen 3 wordt de stichting nog nadere duidelijkheid verschaft over de restaansprakelijkheden naar aanleiding van de werkzaamheden van de aannemer. Die nemen wij grotendeels of helemaal op ons, waarmee de laatste belemmering is weggenomen voor een spoedige opening. Ik kan u nu zeggen dat het bestuur heeft besloten om morgen het Wantijbad weer open te stellen. Eind goed, al goed. De voorzitter: Dank u wel voor de uitgebreide beantwoording. Het is mooi dat u ons ook verder kon inlichten over de situatie. Dat denk ik ook niet. Dank u wel. Dan gaan we daarmee naar de derde vraag en dat is een vraag over het terreinverkeer. Een vraag van de VVD. De heer Kuhlmann gaat hem kort toelichten. De heer Kuhlmann: Inderdaad. Om te beginnen wil ik zeggen dat het ook een prettig gezicht is om in deze zaal het college in de nieuwe samenstelling te zien. Wat betreft het treinverkeer, sinds gisteren is al het treinverkeer tussen Dordt en Rotterdam uitgevallen door een stroomstoring. De Nederlandse spoorwegen hebben aangekondigd dat die situatie tenminste tot zaterdag aanhoudt. Gisteren was er sprake van een chaotische situatie waarin OV-reizigers waren aangewezen op de reguliere bussen.
Hierdoor duurde de reis veel langer, met veel overstappen en de bussen van Qbuzz propvol zaten. Vandaag bleek er grote chaos met de NS-bussen, die wel waren aangekondigd, maar lang niet allemaal reden. Met als gevolg lange rijen en opnieuw weer overvolle bussen. Daarom de volgende vragen. Is het college het met de Dordtse VVD eens dat het van belang is voor de OV-bereikbaarheid van onze stad dat er bij het uitvallen van treinen rechtstreekse NS-bussen worden ingezet en dat NS dat op een goede manier organiseren? Twee, is het college bereid om er bij de NS op aan te dringen dat er in dit soort situaties snel vervangend vervoer, in de vorm van die bussen, wordt ingezet en dat ze dat ook op een goede manier organiseren? De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting. Mijnheer Veldman, denk ik. De heer Veldman: Voorzitter, dank. Ook terechte vragen. De situatie gisteren en vanochtend was niet fijn. Het heeft wel een duidelijke oorzaak, namelijk het ongeluk of de ongelukkige situatie dat die kabelgoot in de brand is gegaan. Er zijn echt een paar 100 leidingen aangedaan door dat vuur. Het toont ook wel weer aan, even een klein stapje buiten dit specifieke thema, Nederlandse infrastructuur, de kwetsbaarheid daarvan en dat we enige weerbaarheid van onszelf en onze burgers moeten verwachten. Voorzitter, dan even naar de beantwoording. Het college is het met uw vragen eens.
Inmiddels zijn de bussen wel geregeld en rijden ze iedere 10 minuten. Dit soort situaties wordt ook gemonitord om te kijken wat de vraag precies is. Aan de andere kant kunnen we ook constateren dat dat even heeft geduurd. Ik heb daar vanochtend zowel de directeur van ProRail als de directeur van de NS over gebeld en gesproken. Op dit moment zou het goed moeten zijn. Daarmee heb ik eigenlijk uw tweede vraag ook beantwoord. Daar kan ik nog een paar dingen meer over zeggen. In dit geval is het een onverwachte storing en hebben de NS niet zomaar 50 bussen op afroep beschikbaar. Dan moet er echt gebeld worden met touringcarbedrijven, daar hebben ze contracten mee, om die capaciteit bij elkaar te vergaren. Natuurlijk niet alleen voor het station van Dordrecht, maar op de hele lijn is daar dan sprake van. De NS hebben daar afspraken en een werkwijze voor. Dat het allemaal vanaf de allereerste minuut helemaal vlekkeloos verloopt, is niet helemaal te verwachten. Als het goed is, 4 zou het nu wel goed moeten gaan. Heel specifiek: vanochtend waren er blijkbaar 2 type bussen, namelijk stopbussen en snelbussen. Blijkbaar was de capaciteit van het aantal stopbussen dan wel snelbussen net niet helemaal goed ingeschat. De stopbussen waren heel leeg en de snelbussen waren erg vol. Nu is ervoor gekozen om alle bussen als snelbus te laten rijden, waarmee je een iets hogere capaciteit hebt.
Blijft staan dat een dubbeldekker intercitytrein echt een vele malen hogere capaciteit heeft dan een aantal bussen. Helemaal ideaal wordt dit niet. Dit is wat ik er nu over te zeggen heb. De voorzitter: Dank u wel voor de beantwoording. En ik denk ook dat de vragen voldoende beantwoord zijn. Ik zie mijnheer Bootsman met een vervolgvraag. De heer Bootsman: Dank u wel, voorzitter, een korte vervolgvraag. Begrijp ik dan dat op dit moment de stopbussen weg zijn? Mensen kunnen dan niet meer van Dordrecht naar wat normaal gesproken de stoptreinstations zijn. Begrijp ik dat dan goed? De voorzitter: Mijnheer Veldman. De heer Veldman: Met dat ik dat voorlas, bedacht ik me die vraag ook. Ik ga daarvan uit, maar helemaal zeker weet ik het niet. Het gaat er alleen wel om dat het overgrote deel van de mensen vanuit Dordt simpelweg in Rotterdam moet zijn en niet in Zwijndrecht, om maar iets te noemen. In die zin snap ik dan de keuze wel. Mevrouw Kamphuis: Voorzitter? De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Ik heb ook nog een kleine vervolgvraag. Wordt er rekening gehouden met mensen in een rolstoel, want die moet ook gaan werken in Rotterdam? De voorzitter: Mijnheer Veldman.
De heer Veldman: Ik heb daar geen informatie over, maar ik ga ervan uit er daar ook afspraken over zijn, dat mensen in een rolstoel of anderszins minder mobiele mensen mee kunnen in de bus of in ieder geval een deel van de bussen. De voorzitter: Dank u wel. Dan wil ik hiermee dit onderwerp ook afsluiten. Dan wens ik u allen een prettige vergaderavond. 3. Agenderingsverzoek CTOO over Knelpunt verbouwing/nieuwbouw schoollocaties Voorzitter: Mevrouw Van Herwijnen Raadsgriffier: De heer Boogaard Verslag: NotuBiz Aanwezig: 5 Mevr. Burgaz (GroenLinks-PvdA) Dhr. Van der Graaf (PVV) Dhr. Hoogduijn (D66) Mevr. Lammens-Oostdijk (VVD) Mevr. Lindner (Beter voor Dordt) Mevr. Nzolani (SP) Dhr. Schouten (D66) Dhr. Stolk (VSP Dordrecht) Mevr. Striebeck (VSP Dordrecht) Dhr. Struijk (ChristenUnie/SGP) Dhr. Tutupoly (Op Ons Eiland) Mevr. Vol-van der Holst (PvdD) Mevr. Van Vugt-Roose (CDA) Mevr. Yachou (DENK) Portefeuillehouders: - Ambtelijke ondersteuning: mevr. Capel, dhr. Van der Elst De voorzitter: Goedenavond, hierbij wil ik de beeldvormende vergadering openen. We zitten hier bij een beeldvormde vergadering over de mogelijke knelpunten rondom de verbouwing en nieuwbouw van schoollocaties. Ik heet van harte welkom de raads- en commissieleden. De vertegenwoordiger van het college, mevrouw Oldenwening, zit achterin.
Naast mij heb ik de heer Van der Elst en mevrouw Capel van de ambtelijke organisatie, die ook zo dadelijk een presentatie gaan geven. Ik heet natuurlijk ook van harte welkom de mensen op de publieke tribune en de kijkers thuis. Voor het verslag vraag ik eventjes of iedereen aan tafel hier zich kort zou kunnen voorstellen. Dan begin ik aan mijn rechterhand. De heer Boogaard: André Boogaard, commissiegriffier. De heer Tutupoly: Gersom Tutupoly, Op Ons Eiland. De heer Stolk: Leo Stolk, VSP Dordrecht. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP Dordrecht. Mevrouw Vol-van der Holst: Danielle Vol-van der Holst, Partij voor de Dieren. De heer Hoogduijn: Emre Hoogduijn, D66. De heer Schouten: Jelmer Schouten, D66. De heer Struijk: Leen Struijk, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Jeanine Lammens, Dordtse VVD. Mevrouw Van Vugt-Roose: Franciske van Vugt, CDA. 6 Mevrouw Burgaz: Mihriban Burgaz, GroenLinks-PvdA. Mevrouw Nzolani: Cherry Nzolani, SP Dordrecht. Mevrouw Lindner: Naomi Lindner, Beter voor Dordt. Mevrouw Yachou: Majda Yachou, DENK Dordrecht. De heer Van der Graaf: Brian van der Graaf, PVV Dordrecht. Mevrouw Capel: Manuela Capel, adviseur onderwijshuisvesting bij de gemeente. De heer Van der Elst: Perry van der Elst, projectmanager voor de gemeente Dordrecht. De voorzitter: Dank u wel. Ik ben Irma van Herwijnen, uw voorzitter deze vergadering.
De aanleiding van deze vergadering is dat de Commissie van Toezicht op het Openbaar Onderwijs, oftewel CTOO, naar aanleiding van een relatiegesprek met het Stedelijk Dalton Lyceum heeft verzocht om deze vergadering. De heer Struijk zit hier ook aan tafel, de voorzitter van het CTOO. Hij is hier vanavond aanwezig. Ik geef hem graag even het woord voor een nadere toelichting voor de reden van deze vergadering. De heer Struijk: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, de Commissie van Toezicht voor het Openbaar Onderwijs, de CTOO, heeft op 19 mei gewoon het normale tweejaarlijkse relatiegesprek gehad met de heer Beijerman, bestuurder van het Stedelijk Dalton Lyceum. Hij sprak daarbij zijn zorg uit over de ver- of nieuwbouw van schoollocaties en het ontbreken van perspectief op met name een wissellocatie voor tijdelijke huisvesting. Hij ervaart op dit moment een gebrek aan ambtelijke capaciteit, dat zijn even zijn woorden, om goed de regie te kunnen voeren op dit dossier. Het vermoeden bestaat dat dit knelpunt bij meer scholen kan gaan spelen. En dan komt onze rol, door deze situatie zou de continuïteit van het onderwijs in gevaar kunnen komen. Daarom hebben wij verzocht om een gesprek met de ambtelijke organisatie om duidelijkheid te krijgen over de volgende vier punten. De eerste is de vraag of dit signaal herkend wordt.
En zo ja, de tweede vraag, wat precies de aard en de omvang van het probleem is. Ten derde, wat hiervan de oorzaken zijn. En als vierde, belangrijk, welke maatregelen kunnen worden genomen om dit knelpunt weg te nemen om te voorkomen dat de continuïteit van het onderwijs in gevaar komt? Dat was het, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel voor de initiële inleiding. Dan wil ik nu het woord geven aan de heer Van der Elst voor een reactie. De punten die de heer Struijk heeft genoemd, zitten als het goed is verwerkt in de presentatie. De heer Van der Elst, gaat uw gang. De heer Van der Elst: Dank u wel. De punten zijn inderdaad verwerkt in de presentatie. We hebben de vrijheid genomen om een presentatie te geven om u ook gelijk kort mee te nemen in de stand van zaken van het IHP en waar we tegenaan lopen. Dat is ook gelijk de inhoud van de presentatie. We beginnen met het belangrijkste, dat is denk ik ook de aanleiding waarvoor we hier vanavond zitten: de inzichten en de stand van zaken. De inzichten die we de afgelopen jaren, na het vaststellen van het IHP door college in 2024, hebben gekregen, wat we daarmee hebben gedaan en waar we op dit ogenblik staan. Dat komt zo als eerste aan bod. Vervolgens kijken we ook iets algemener 7 naar het IHP en de situatie in Dordrecht.
Met algemeen bedoel ik dat we ook landelijk kijken: wat is de status van zo’n IHP binnen het bestel van de gemeente? Waarom zijn wij eigenlijk met huisvesting van onderwijs bezig? We kijken naar de taken en rollen binnen dit onderwerp, zodat ook duidelijk is welke bevoegdheid voor uw raad daarin ligt. We kijken kort terug naar wat er al gedaan is en we kijken vooral naar waar we naartoe werken. Laten we beginnen met de inzichten die wij hebben gekregen. Ik denk dat het terecht is dat dit signaal is gekomen. Wat meespeelde in de afgelopen jaren was dat er een verduurzamingsopgave ligt voor vrijwel alle scholen. Of alle scholen, moet ik misschien zeggen, Manuela? Mevrouw Capel: Dat klopt, op alle scholen. De heer Van der Elst: Die verduurzamingsopgave is nodig. Wat we zien in onderwijsland is landelijk dat de trend een beetje is: dit is nieuw, dit is anders. Dat betekent gewoon dat er wat meer samenwerking nodig is tussen scholen en gemeenten. Dat verzoek komt ook, terwijl de basis voor die verduurzamingsopgave eigenlijk bij de scholen ligt. Daar trekken we meer samen in op dan vooraf gedacht. Die wissellocatie is een terecht knelpunt. Als je scholen die er nu al staan nieuw wilt gaan bouwen, dan is er een bepaalde periode waarin die scholen geen onderwijs kunnen geven als hun huidige gebouwen worden gesloopt en een nieuw gebouw wordt neergezet.
Daar zijn meerdere oplossingen voor. Eén oplossing is dat we zeggen: we zoeken in Dordrecht naar één plek waar één school volledig nieuw kan komen en ook kan blijven. Die komt daar dan permanent. Daar zou een nieuwe school gebouwd kunnen worden. Zodra die klaar is, komt er een oud schoolgebouw leeg dat vervolgens kan dienen … Gaat het goed qua geluid? Ik zag je een gebaar maken waarvan ik dacht, misschien gaat het geluid niet goed. De oude school kan dan vervolgens dienen als wissellocatie voor de scholen die daarna nog nieuw gebouwd moet worden. Dat is een optie. Een andere optie is dat we gelijk een wissellocatie doen en dat er niet een van de scholen op een nieuwe locatie in de stad terechtkomt, maar dat alle scholen uiteindelijk nieuwbouw krijgen op de plek waar ze nu ook gehuisvest zijn. Dan is er nog steeds iets tijdelijks nodig en zijn er ook twee opties. Eén is een wissellocatie in bestaand leegstaand vastgoed. Dat hebben we verkend en dat is best ingewikkeld gezien de functionele eisen die een school heeft om goed onderwijs te kunnen geven. De andere is ergens een tijdelijke school neerzetten die de komende vijf of tien jaar, gedurende die hele bouwstroom van meerdere nieuwe middelbare scholen, kan dienen als plek waar onderwijs gegeven wordt. Dat loopt … Sorry. De voorzitter: Mijnheer Van der Graaf, u heeft een vraag.
De heer Van der Graaf: Een verduidelijkende vraag. Over die problemen waar scholen tegenaan lopen die in zo'n vastgoedlocatie zouden zitten, kunt u daar wat over vertellen? Aan wat voor problemen moet ik dan denken? Mevrouw Capel: Daar kan ik wat op antwoorden. We hebben een locatie op het oog, maar die is alleen niet passend genoeg in het aantal vierkante meters. Die is eigenlijk gewoon te klein en is ook gebouwd voor praktijkonderwijs. Dat behoeft ook heel veel aanpassingen. 8 De heer Van der Graaf: Als vervolgvraag, zou het ook een optie zijn als je dan de bovenbouw en de onderbouw splitst op verschillende locaties? Dan zou ik denken dat er meer locaties in beeld kunnen komen die gebruikt kunnen worden? Mevrouw Capel: Dat zou een mogelijkheid kunnen zijn. Dat ligt uiteindelijk wel aan het schoolbestuur, of die dat intern kan handelen en of ze dat weg kunnen zetten binnen een andere school met een splitsing in bovenbouw en onderbouw. Dat moet onderzocht worden. De heer Van der Elst: Dank. Dit zijn inderdaad de dingen die we meenemen in dat onderzoek. Dat loopt ook al deels, maar is nog niet afgerond. Daar hebben we gewoon een voortzetting in te doen. Dan het opschalen van menskracht. Acht weken geleden had ik hier nog niet gezeten, dan had Manuela hier gezeten. En Manuela heeft de afgelopen twee jaar keihard gewerkt om in beeld te krijgen wat opgave nu precies is.
Dit voorjaar kwam bij haar en haar team ook het beeld binnen: we hebben meer mensen nodig om dit naast elkaar te gaan oppakken. Je hebt eigenlijk een aantal processtappen te zetten. Die gaan best nog wel wat breder dan alleen het vastgoed. En je hebt de inhoud van het onderwijs en het vastgoed dat loopt. Pak die bij elkaar en integreer dat in elkaar, zodat je wat meer vanuit je eigen goede positie kunt gaan werken. Daar zijn wij nu mee bezig. Ik ben echt pas net begonnen. We hebben nu een teampje in plaats van Manuela, dat is verbreed. Ik denk dat we dit najaar een goede projectgroep hebben waarin we alle stappen kunnen gaan oppakken en verder doorgaan. De doorkijk komt later in deze presentatie. Omdat dit ook mede de aanleiding was, zijn hier vragen over? Ik denk dat het handig is om dat nu te doen. Of maken we hem eerst af? De voorzitter: Dat laat ik een beetje aan u. Ik weet niet hoe u de presentatie heeft ingericht. We kunnen in principe ook zeggen, we gaan tussendoor even een vragenrondje maken. De heer Hoogduijn. De heer Hoogduijn: Dank, voorzitter. Sowieso dank voor uw komst. Bij mij rijst de vraag, omdat ik hoor dat we een onderzoek gaan starten naar een eventuele wissellocatie en noem maar op … Ik weet tegelijkertijd ook dat er lopende plannen zijn voor scholen die in een bepaald tijdsbestek gerenoveerd moeten worden of richting nieuwbouw moeten gaan.
Wat is ongeveer het tijdspad hiervan? De heer Van der Elst: Puur het tijdspad van het onderzoek dat we nu gaan doen? We willen in het voorjaar van 2027 een actualisatie van het IHP voorleggen. Daarin moet duidelijk worden welke school op welk moment nieuwbouw krijgt, waar de wissellocatie is en wat de financiële stromen ongeveer gaan zijn. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel. Ik vroeg me even af, er is natuurlijk bijvoorbeeld aan de Eulerlaan een gebouw dat best wel leegstaat, op de ISK na. Misschien is dat de locatie die u op het oog heeft, geen idee. Ik zie wat. Is dat dan werkelijk zo veel slechter dan de oude schoolgebouwen waarover Dordt momenteel ook beschikt? Ik snap dat je het in orde wilt maken voor onderwijs zoals we dat eigenlijk het liefst zouden willen 9 geven, maar heel veel gebouwen zijn gewoon 50 of 60 jaar oud. Daar doen we het mee in het onderwijs. De heer Van der Elst: Ik begrijp de vraag nog niet goed genoeg. Mevrouw Van Vugt-Roose: Is het echt altijd nodig om zo’n wissellocatie eerst op te knappen, zodat het eigenlijk beter wordt dan de oude locatie waar ze nog in zitten? Of kun je ook zeggen: we doen het er gewoon mee zoals het nu is, zodat we in elk geval versneld kunnen starten? We zijn toch al gewend aan slechte gebouwen in het onderwijs.
De heer Van der Elst: Waarbij dan de inzet is dat de school aan de Eulerlaan de wissellocatie wordt? Mevrouw Van Vugt-Roose: Dat is een voorbeeld. Het kan ook een andere wissellocatie zijn. Is het nodig om wissellocaties eerst op te knappen? De heer Van der Elst: Ik denk dat we gewoon met elkaar moeten onderkennen dat er een grote opgave ligt. En dat je dan soms ook heel even moet kiezen voor tijdelijk wat minder comfort om uiteindelijk naar iets goeds toe te werken. Dat wordt in die uitwerking wel bekeken, maar het moet ook mogelijk blijven om goed onderwijs te kunnen bieden. Inderdaad, die tijdelijke locatie zal andere eisen hebben dan een nieuwbouwlocatie zoals die nu wordt neergezet. Dat geldt voor een tijdelijke locatie in een bestaande school, ander bestaand vastgoed of bijvoorbeeld units of iets dergelijks. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt, u heeft toch nog een vervolgvraag. Mevrouw Van Vugt-Roose: Mijn vraag is dan toch niet helemaal helder. Ik vroeg of het nodig is om aan zo’n wissellocatie hogere eisen te stellen dan aan de huidige locatie? Niet aan de nieuwe, maar aan de huidige. De heer Van der Elst: Nee, dat denk ik niet per se. Dat is ook iets om uiteindelijk met de scholen af te stemmen. Ik kan daar geen absoluut antwoord op geven. Zal ik de presentatie voortzetten? De voorzitter: Prima.
De heer Van Elst: Dan in algemene zin: waarom bemoeit een gemeente zich met de huisvesting van scholen? Dat is omdat vanuit de wet geregeld is dat de gemeente een zorgplicht heeft voor de onderwijsgebouwen. De gemeente zorgt dat er een plek is waar een onderwijsgebouw kan komen. Dat betekent ook dat als op die plek waar we een onderwijsgebouw willen hebben, nu al een gebouw staat, dat we ook als gemeente moet zorgen dat dat gesloopt wordt. En dat de plot bouwrijp wordt opgeleverd, zodat er gebouwd kan gaan worden. Dat klinkt heftig, maar daar krijgen we wel geld voor. Dat gaat via de algemene uitkering. Gemeenten krijgen jaarlijks in de algemene uitkering een bijdrage die bedoeld is voor de nieuwbouw van scholen. Nu is het ook zo, dat landelijk het beeld is dat er veel te weinig geld in die uitkering zit om onderwijshuisvesting te bouwen zoals het eigenlijk op dit moment nodig zou zijn. Vanuit de sectorraden rondom het onderwijs is het beeld dat er tot en met 2050 jaarlijks een tekort is van 1,2 miljard. Dat is een fors bedrag. In de praktijk betekent dit dat 10 gemeenten vaak uit andere, eigen middelen bij moeten dragen om goede onderwijshuisvesting te realiseren. Dat ligt op dit moment niet op tafel, omdat we geen financiële consequenties of iets hebben, maar het is wel goed om te realiseren dat dit een probleem is in ons land.
Het is geen Dordts probleem, maar een landelijk probleem en beeld. Hoe bepalen we nu welke school hoeveel geld krijgt? Aan de ene kant heb je de bouwkosten. En aan de andere kant heb je ook gewoon een bepaald bedrag dat je daarvoor krijgt. Het verschil daartussen is eigenlijk dat tekort. Dat komt door stijgende bouwkosten, inflatie en dergelijke. Het bepalen van de bijdrage die een school ongeveer krijgt, wordt gedaan op basis van de richtlijn van normbedragen. Die worden mede vastgesteld door de VNG, de Vereniging Nederlandse Gemeenten. Die geven een indicatie waar we naartoe werken en dat zullen vermoedelijk ook de bedragen zijn die we in de actualisatie van het IHP komend voorjaar zullen aanbieden. Dat is in ieder geval duidelijk. Als we nog geen bouwplannen hebben, is het moeilijk om te begroten wat een school feitelijk zou kosten om te bouwen. Ik heb het al eerder benoemd, in het IHP uit 2024 is wel een grove inschatting gemaakt. Daar is een bedrag van 151 miljoen in gezet. Dat was overigens ook prijspeil 2023. Dat is al een wat ouder prijspeil. Daar is de eerste inflatie al overheen gegaan.
We gaan per school bekijken: wat is er nu precies nodig om nieuwbouw te realiseren? Dat is waar u als raad ook in positie bent, want de financiële consequenties voor het IHP komen uiteindelijk elke keer weer, bij elke individuele school, in de vorm van een voorstel voor besluitvorming richting de raad. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt heeft een vraag. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. Ik heb begrepen dat school voor school zo op die manier aan bod komt. Ik heb ook weleens begrepen dat het niet zozeer het bouwen, slopen, enzovoort is wat een mogelijk probleem vormt, maar wellicht de netcongestie. Speelt dat in Dordt ook een grote rol en hoe wordt daarmee omgegaan? De heer Van der Elst: Zeker, netcongestie is een probleem dat heel breed speelt. We hebben nog niet in beeld wat de gevolgen hiervoor zijn, maar daar zullen ongetwijfeld gevolgen van zijn. Aan de ene kant zeg ik, de scholen die we gaan doen, hebben een aansluiting, maar de praktijk leert ook dat het niet altijd voldoende is om daarop voort te borduren en dat vaak aansluitingen te licht zijn als je kijkt naar de verduurzamingsopgave. De voorzitter: De heer Van der Graaf heeft ook een vraag. De heer Van der Greef: Ook een vraag over die kosten.
Ik zat net even te googlen, maar ik kan daar niet direct uit opmaken of het zo is dat nieuwe schoolgebouwen verplicht zonnepanelen moeten hebben? Dat is immers ook een behoorlijke bijdrage aan de kosten, als dat zo is? De heer Van der Elst: Ik durf niet te zeggen of dat een verplichting is. Ik denk dat voor scholen hetzelfde geldt als voor andere gebouwen: het bouwbesluit of de opvolger daarvan. Dan moet je voldoen aan bepaalde duurzaamheidseisen. Dat kan soms via zonnepanelen, maar in mijn beleving zouden dat ook andere opties kunnen zijn. Manuela? 11 Mevrouw Capel: Het bouwbesluit geeft aan: bijna energieneutraal of energieneutraal bouwen, ook zelfvoorzienend. Daar zijn zonnepanelen wel een onderdeel van, dat klopt. De voorzitter: Nee, dat gaan we inderdaad niet doen. Ik zou zeggen, de presentatie mag vervolgd worden. De heer Van der Elst: Dank. Nog even in één oogopslag. Het is natuurlijk niet zo dat als het gebouw er staat, het dan klaar is. De gemeente is verantwoordelijk voor nieuwbouw, vervanging en eventuele uitbreiding. Vervolgens zijn de schoolbesturen verantwoordelijk voor het beheer en de instandhouding van het gebouw. Dan kort nog wat meer inhoudelijk op het integrale huisvestingsplan dat in 2024 is vastgesteld. Ik heb het ook al wel aangestipt, het bevatte met name de contouren waar wij langs werken.
De actualisatie die er nu aankomt wordt veel concreter dan het IHP uit 2024. Dat was een eerste stap om te komen tot ... Het uitgangspunt is dat stenen de visie volgen. Oftewel: er zijn allerlei keuzes en beelden bij hoe onderwijs eruit moet zien. Huisvesting, oftewel een gebouw, moet dat mogelijk maken en niet belemmeren, maar juist faciliteren dat we op die manier ons onderwijs kunnen geven. In het IHP staat ook welke school de komende tijd in aanmerking komt voor nieuwbouw of vernieuwbouw. Je kunt ook heel vergaand nieuwbouwen in een bestaande school. Renovatie of juist welke scholen op dit ogenblik ook nog voldoen, dat zijn er gelukkig ook nog best een aardig aantal. Er staat ook in het IHP hoe we de verduurzamingsopgave willen aanpakken. Dat is in de vorm van adviesrapporten die de schoolbesturen opstellen om een beeld te krijgen bij de verduurzamingsopgave die er ligt. Wat ik net ook al heb gezegd: dat is een landelijke trend. Dat is iets nieuws en daar is iedereen redelijk zoekende in. Ook de schoolbesturen en wij als gemeente zijn daar zoekende in. Door samen op te trekken komen we uiteindelijk wel. Ik heb het bedrag net ook al genoemd: 151 miljoen. Dat is voor de vervanging van 4 scholen en de verduurzaming van de resterende scholen. Ik kijk heel even naar Manuela, volgens mij zit daar ook de renovatie van het Johan de Witt in? Dan, welke taken en rollen voor een IHP.
Ik heb het net al benoemd. Voor de financiën komen we bij u als raad, maar ook voor zo'n wissel locatie zullen we langskomen. Dit zou dan de beoogde plek zijn. Of dat dan een permanente plek is voor een van de scholen of dat het een school is waar tijdelijk gehuisvest wordt ... Rondom locaties vanuit ruimtelijke ordening zullen we ook richting raad komen met een voorstel. Dan hebben we het college. De rol daarvan is dat samen met de schoolbesturen bepaald wordt in het op overeenstemming gericht overleg, oftewel het OOGO, met dubbel o: welke school gaat nu als eerste de nieuwbouw realiseren? In welk jaar zou dat zijn? Welke school volgt daarop en welke volgt daarop? Gemeenten en schoolbesturen maken met elkaar die afspraken in het OOGO. Namens het college zit de wethouder in het op overeenstemming gericht overleg. De scholen hebben daar ook een rol in, want zij zijn uiteindelijk ook aan zet om het met elkaar het eens te worden welke school op welk moment nieuw gebouwd gaat worden. En welke school ook nog wat langer zal moeten wachten. De gemeente regelt de financiën, maar het verdere bouwproces is volledig aan de scholen. Het kan natuurlijk zijn dat er een vergunning nodig is. Vermoedelijk is dat het geval. Dat wordt vanzelfsprekend door de gemeente afgehandeld. De scholen zijn bouwheer. Zij kiezen de architect. Zij maken het programma van eisen.
Zij bepalen eigenlijk gewoon vrijwel zelf hoe de school eruit komt te zien, hoe groot die wordt en dat soort zaken meer. Wat is er al gedaan in de afgelopen periode? Ik gaf net de inzichten al 12 aan, maar we hebben een traject afgelegd. Daarbij zijn er gesprekken geweest met alle scholen rondom de verduurzamingsopgave. Voor het Johan de Witt, voor De Stroom en het Marnix is die opgave ook goed in beeld. Voor de overige panden lopen de gesprekken en de verdere onderzoeken. De bedoeling is dat er verduurzamingsrapporten worden opgesteld per school die voldoen aan de subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed, zodat er subsidies te verkrijgen zijn om de scholen te verduurzamen waar dat van toepassing is. Locatiestudies heb ik ook al aangetipt. Dat nemen we kort door. Daar ligt eigenlijk een prioriteit. Als we die wissellocatie niet goed in beeld hebben, kan die trein niet gaan rijden. Als eerste is echt die locatie relevant om te weten: daar kan het gaan plaatsvinden. Daar ligt op dit ogenblik heel veel focus op. Gelukkig worden er meer locatiestudies gedaan in de gemeente, dus we kunnen zo af en toe ook putten uit andere locatiestudies. We halen nu met elkaar het net op om te zorgen dat we dat integraal blijven bekijken. Dan staat er ook in het IP dat er een toekomstvisie zou komen voor het Leerpark. Die is aangeleverd door de schoolbesturen.
Daar hebben we naar gekeken en daar hebben we wat opmerkingen en vragen en dergelijke bij. Daar vindt op dit ogenblik ook opvolgend overleg over plaats. Eigenlijk geldt hetzelfde voor de toekomstvisie van het ISK. De internationale schakelklas is de afkorting, toch? Dank. Het onderhoud en de verduurzaming en dergelijke, dat moet echt nog verder uitgewerkt worden. Dat is op dit moment gestart en in behandeling. Ik kan denk ik niet gaan staan, want dan valt dit weg. Ik zou even willen aanwijzen welke scholen nieuwbouw behoeven. Is dat oké? Even kijken. Het Johan de Witt-gymnasium is een school waar gerenoveerd moet worden. Insula College Halmaheiraplein: nieuwbouw. Tegelijk is dat een monument en is het niet zomaar te doen dat daar nieuwbouw komt. Dat is ook waarom ik de term vernieuwbouw net een aantal keren heb gebruikt, omdat we met elkaar kijken: kun je daar vernieuwbouwen. Daarbij gaat de school met grove aanpassingen richting nieuwbouw, maar wel op die plek kan blijven en als monument ook behoorlijk in stand blijft. Dan hebben we het Insula College ... De heer Hoogduijn: Voorzitter, sorry. De voorzitter: Ik hoor volgens mij meerdere mensen. De heer Hoogduijn in ieder geval. De heer Hoogduijn: Ik ben blij dat u aangeeft dat het waarschijnlijk vernieuwbouw is, want naar mijn weten is een deel van het pand monumentaal en een deel niet. Ik zie hier dat ennetje prominent staan.
Ik ken toevallig wat mensen die op die locatie werken. Zij hadden nog geen idee. Zij vonden het nogal wat dat ze daar dat ennetje zagen staan van nieuwbouw. Kunt u daar wat meer licht op schijnen? Is het dan inderdaad het pand dat niet monumentaal is dat helemaal aangepakt wordt? Hoe moet ik dat voor me zien? De heer Van der Elst: Ik kan er op dit ogenblik volgens mij geen licht op schijnen. Dat is echt iets wat de komende tijd uitgewerkt moet gaan worden. Er worden wel gesprekken gevoerd, volgens mij ook met het Insula College Halmaheiraplein. Er zijn diverse verkenningen gedaan of het geschikt zou zijn voor vernieuwbouw. Ik heb niet het idee dat daar al een definitieve keuze in is gemaakt. Dat klopt, zegt Manuela. En dan klopt het. 13 De heer Struijk: Voorzitter? De voorzitter: De heer Struijk. De heer Struijk: Dank u wel. Graag aanvullend daarop, ik ben bang dat het antwoord wel zal zijn dat we het nog niet weten, maar het lijkt mij dat vernieuwbouw een ander kostenplaatje heeft dan nieuwbouw. En niet de goede kant op, vrees ik. De heer Van der Elst: Klopt. Wat denk ik bij het Halmaheiraplein speelt, is dat als je kijkt naar een andere plek ...
Dat je zegt, de school gaat daar weg en die komt op een andere plek, dan blijft er een gebouw over dat monumentaal is en vermoedelijk weer niet geschikt is voor elke andere functie, omdat het bijna niet te gebruiken is voor een woonfunctie en dergelijke. Het is best een dilemma dat wij daar ervaren. Ik denk dat het in alle gevallen een dure locatie is als we uitgaan van het behoud van het monument. De voorzitter: De heer Tutupoly. De heer Tutupoly: Er wordt gesproken over nieuwbouw van onder andere het Insula College. Dat college heeft nu ook twee locaties en dat geldt voor meerdere scholen. Wordt überhaupt ook gekeken of er misschien sprake kan zijn van samenvoeging waarbij ook synergievoordelen te halen zijn? De heer Van der Elst: Ik denk dat dat niet direct in de opgave zit waar we nu mee aan de slag gaan. Wat je bij onderwijshuisvesting doet, dat normbedrag dat ik net benoemde, krijg je over het algemeen per leerling. Ik kijk zowel weer even naar links of ik het goed zeg, overigens, want Manuela weet dit heel goed. Je zou kunnen kijken of het niet voordeliger is om scholen samen te voegen. Daar zit ook het onderwijs zelf bij. Of ze daar een behoefte of een wens hebben. In het OOGO zou dat een gespreksonderwerp kunnen zijn. Ik denk overigens dat de scholen allemaal net te groot zijn om dat voor elkaar te krijgen, maar dat is meer mijn beeld als Dordtenaar.
Mevrouw Capel: Dat klopt, daar kan ik inderdaad in aanvullen. De scholen bepalen de visie, hoe zij het doen, om het onderwijs richting en inrichting te geven. Van daaruit volgt de huisvesting. De normbedragen zijn per leerling. Dat wordt op die manier berekend, gecalculeerd en toegekend. De heer Van der Elst: Ik ga weer half draaien en half hiernaar kijken. Dan is de volgende nieuwbouw het andere Insula College in Dubbeldam aan de Koningstraat. Dan krijgen we de twee scholen van de Dalton, de ene aan de Overkampweg, ten oosten van het ziekenhuis. En de andere aan de Kapteinweg, tegen de N3 aan. Dat zijn de vier locaties waar echt nieuwbouw of vernieuwbouw nodig zou zijn. Dan noemde ik net al het vervolg. We gaan de komende tijd aan de slag. De bedoeling is dat u in het voorjaar van 2027 een geactualiseerd IHP krijgt met een planning en een prioritering. Dat betekent dat daarin staat, zoals ik net al zei, welke school op welk moment nieuwbouw krijgt en wat grofweg de financiële consequenties zijn als we meer kijken naar de normbedragen. Minder naar de bouwkosten, want dat is onvoldoende in beeld zolang we geen bouwplannen hebben. We kunnen dat wel over de jaren uitsmeren. We kunnen wel gaan plannen wanneer er ongeveer gebouwd gaat worden. Het gaat een behoorlijk beeld 14 geven in welk jaar welk bedrag uitgegeven gaat worden. Dat is overigens ook omdat het zo'n forse opgave is.
Iets waarover we met elkaar in de gemeente moeten kijken: wat kunnen we in welk jaar ook dragen? Dit is niet de enige opgave die we met elkaar hebben. Dat kan betekenen dat er nog wat keuzes voor komen te liggen rondom het tijdsbestek waarbinnen we die nieuwbouw gaan realiseren. Eigenlijk heb ik hiermee alle vier de punten wel afgehandeld die hier volgens mij gewoon staan, waarbij ik dan alleen nog de verduurzamingsopgave ben vergeten. Die ook wordt opgenomen in de actualisatie. De voorzitter: Bedankt voor de presentatie. Zijn er vanuit de commissieleden nog vragen? Ik zie in ieder geval een vinger van de heer Struijk en mevrouw Lammens. De heer Struijk. De heer Struijk: Dank u wel, voorzitter. Eén vraagje nog. Ik heb in het IHP ook de cijfers bekeken. Je ziet dat er ook wel scholen zijn, met name vmbo-scholen in het Leerpark, die met krimp te maken hebben. Dan houd je ruimte over. Is daar wat mee te doen? Mevrouw Capel: Dat klopt. Dat is onder andere onderdeel van de toekomstvisie die wij hebben gevraagd aan de schoolbesturen over het Leerpark. Zij hebben daar een plan voor neergelegd om te kijken: is er een mogelijkheid om ruimte af te stoten en terug te geven? Daar zijn we nog over in gesprek, omdat we daar nog vragen over hebben en nog extra informatie nodig hebben. De voorzitter: Mevrouw Lammens. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Dank u wel, voorzitter.
U zei net dat er problemen zijn met energie, met de netwerkcongestie. Bij De Kil zijn er bepaalde bedrijven samen gaan werken. Zou dat ook mogelijk zijn met de scholen? Dat er wordt gekeken … Ik hoorde dat het Halmaheiraplein momenteel heel veel energie gebruikt. Als het Halmaheiraplein normaal energieverbruik krijgt, staat die norm er nog wel. Zou je dat dan kunnen verdelen onder de andere scholen? Is het mogelijk dat je daarmee gaat spelen? De heer Van der Elst: Dat is voor mij een te technische vraag rondom netcongestie. Dat is niet mijn expertise, dus dat durf ik niet te zeggen. Dat is te complex om hier te beantwoorden. De voorzitter: Ik zou zeggen: vind elkaar na de vergadering hierover. Geen vragen meer? Dan kunnen we denk ik richting de afronding gaan. Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Ik zit gewoon wel met de vraag: wat doen we er nu mee? Ik vind het wel prima om goed op de hoogte te zijn, maar die vraag ging u misschien dan stellen? Om het nu zomaar af te ronden, vond ik ook niks. Ik laat u weer verdergaan. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt, u bent mij helemaal voor.
Dat was inderdaad de vraag die ik ook aan de rest van de commissieleden ga stellen: zijn jullie voldoende geïnformeerd met deze presentatie en deze inventarisatie? Kunnen we het dan hierbij afsluiten? En wachten we inderdaad op het einde van het jaar voor een raadsinformatiebrief en volgend jaar op het integraal huisvestingsplan, dan wel hebben 15 jullie behoefte aan nog een andere beeldvormende vergadering? Ik hoor het graag. Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Ik weet niet of het breder gevoeld wordt en misschien is het overbodig, maar ik heb er dan wel behoefte aan om op zo kort mogelijke termijn te weten of er ook voldoende ruimte in die wissellocaties wordt gevonden, misschien ook op meerdere locaties, zodat we ook weten dat die vernieuwbouw- en nieuwbouwplannen door kunnen gaan. Als er geen wissellocaties zijn, houdt het op. De voorzitter: Toch even kijken naar de heer Van der Elst. Kunt u al aangeven wanneer die informatie beschikbaar is? De heer Van der Elst: Nee, ik zou echt graag zeggen dat ik dat over vier weken weet, maar ik denk dat het te ingewikkeld is. Ik geef liever een reële planning waarbij ik aangeef dat we eind dit jaar een informatiebrief kunnen sturen met een tussenstand. Het lijkt me fantastisch als het me dan samen met Manuela en de andere collega's is gelukt. Dat we zeggen: dit wordt hem.
Het kan ook zomaar zijn dat het echt voorjaar volgend jaar gaat worden. We realiseren ons echt dat dit het meest belangrijke is. Het heeft echt prioriteit, maar ik durf het niet te zeggen. De voorzitter: Mag ik dan voorstellen om ieder geval de RIB af te wachten en te kijken of er naar aanleiding van die RIB een agenderingsverzoek nodig is, dan wel dat we naar aanleiding van die RIB kunnen afwachten tot volgend jaar voor het integraal huisvestingsplan? De heer Van der Graaf: Voorzitter? De voorzitter: De heer Van der Graaf. De heer Van der Graaf: Als ik mag, waar ik nog een beetje tegenaan hik, zijn die kosten. Landelijk was het 1,2 miljard, geloof ik, maar hoe zit het specifiek met Dordt? Ik begreep dat dat geld uit algemene middelen moet komen. Kunnen we daar nog informatie over krijgen? Waar uit die algemene middelen komt het vandaan? Daar ben ik namelijk wel erg benieuwd naar. Ik weet niet of dat in een nieuwe sessie moet worden besproken of dat met een brief kan. Dat maakt me niet zoveel uit, maar als dat zou kunnen, heel graag. De voorzitter: De heer Van der Elst, is dat al beschikbaar? Mevrouw Capel. Mevrouw Capel: Dat heb ik zo niet paraat, maar dat kunnen we wel schriftelijk beantwoorden.
De heer Struijk: Ik maak een schatting van grofweg 7 à 8 miljoen per jaar, als je het aan het inwoneraantal van Dordrecht even afzet tegen het land en dan door elkaar deelt, maal die 1,2 miljard. Dan kom je ongeveer daarop uit. Ik denk dat dat een redelijke schatting is. De voorzitter: Mijnheer Struik, helemaal bedankt voor deze schatting. Het punt van de heer Van der Graaf wordt nu opgeschreven om schriftelijk nog naar ons toe te sturen. 16 Kan de commissie dan leven met het idee om de RIB in ieder geval af te wachten en volgend voorjaar het integraal huisvestingsplan? Ik zie geen anderen. Helemaal goed, dan houden we het daarop. Dan bedank ik in ieder geval de ambtelijke organisatie voor de presentatie en de verduidelijking. Ook de commissieleden bedankt. En nog een laatste oproep om jullie glaswerk mee te nemen. Dan sluit ik hierbij de vergadering. 4. Verstrekken van geldleningen ten behoeve van uitvoering van de zorgplicht onderwijshuisvesting primair en speciaal onderwijs – Raadsvoorstel Voorzitter: De heer Struijk Raadsgriffier: De heer Boogaard Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van Antwerpen (Beter voor Dordt) Mevr. Burgaz (GroenLinks-PvdA) Dhr. De Gelder (ChristenUnie/SGP) Dhr. Van der Graaf (PVV) Dhr. Hoogduijn (D66) Mevr. Lammens-Oostdijk (VVD) Mevr. Lindner (Beter voor Dordt) Mevr. Nzolani (SP) Dhr. Stolk (VSP Dordrecht) Dhr. Tutupoly (Op Ons Eiland) Mevr.
Vol-van der Holst (PvdD) Mevr. Van Vugt-Roose (CDA) Mevr. Yachou (DENK) Portefeuillehouders: - Ambtelijke ondersteuning: mevr. Capel, mevr. Van Ommeren De voorzitter: Beste mensen, het is 21.30 uur. Ik open hierbij de beeldvormende commissievergadering over het raadsvoorstel van het verstrekken van geldleningen ten behoeve van onderwijshuisvesting. Ik heet u allen van harte welkom. Met allen bedoel ik de raads- en commissieleden, mevrouw Oldenwening als vertegenwoordiger van het college op de tribune en naast mij mevrouw Van Ommeren en mevrouw Capel van de ambtelijke ondersteuning. Rechts van mij uiteraard ook de heer Boogaard en alle belangstellenden thuis op de publieke tribune en waar dan ook, die op een of andere manier met ons verbonden zijn. Dat zullen er verder buiten Dordt niet zoveel zijn, denk ik. Ik ga het gebruikelijke voorstelrondje doen. Naast mij zit iemand die goed weet hoe het moet, dus hij mag het voorbeeld gaan geven. De heer Boogaard: André Boogaard, commissiegriffier. De heer Stolk: Leo Stolk, VSP Dordrecht. Mevrouw Vol-van der Holst: Danielle Vol-van der Holst, Partij voor de Dieren. 17 De heer Hoogduijn: Emre Hoogduijn, D66. De heer Tutupoly: Gersom Tutupoly, Op Ons Eiland. De heer De Gelder: Peter de Gelder, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Jeanine Lammens, Dordtse VVD. Mevrouw Van Vugt-Roose: Franciske van Vugt, CDA.
Mevrouw Burgaz: Mihriban Burgaz, GroenLinks-PvdA. Mevrouw Nzolani: Cherry Nzolani, SP Dordrecht. Mevrouw Lindner: Naomi Lindner, Beter voor Dordt. Mevrouw Yachou: Majda Yachou, DENK Dordrecht. De heer Van der Graaf: Brian van der Graaf, PVV Dordrecht. Mevrouw Capel: Manuela Capel, adviseur onderwijshuisvesting van de gemeente. Mevrouw Van Ommeren: Saskia van Ommeren, ambtelijke ondersteuning, business controller. De voorzitter: Mijn naam is Leen Struijk en ik ben vanavond uw voorzitter. De gemeenteraad heeft een voorstel van het college ontvangen om de mogelijkheid te creëren om langlopende geldleningen te verstrekken aan Arcade. Arcade verzorgt voor de gemeente de onderwijshuisvesting voor het primair en speciaal onderwijs. De fractie Beter voor Dordt heeft met steun van drie andere fracties verzocht om een ambtelijke toelichting op de financiële risico's van dit raadsvoorstel, de informatievoorziening aan de raad en de mate waarin de raad gedurende deze acht jaar zijn kaderstellende en controlerende rol kan uitoefenen. Daarom zitten we hier bij elkaar. Ik ga het woord geven aan mevrouw Van Ommeren, die hierop gaat reageren. Mevrouw Van Ommeren, aan u het woord. Ik zie dat Clark de presentatie opstart. Mevrouw Van Ommeren: Dank u wel, voorzitter. Goedenavond allemaal, mijn naam is Saskia van Ommeren.
Mij is gevraagd een korte toelichting of presentatie te geven op het raadsvoorstel omtrent de financiering van Arcade. Ik heb een korte presentatie voorbereid. Daar wil ik jullie in meenemen en daarna is er natuurlijk ruimte voor vragen. Ik wil beginnen met een korte inleiding op Arcade an sich. Als gemeente hebben wij de wettelijke taak om zorg te dragen voor de onderwijshuisvesting in de gemeente Dordrecht. Deze taak hebben wij doorgelegd, door gedecentraliseerd aan de vereniging Arcade. De vereniging Arcade is een collectief van tien schoolbesturen die samen zorgen voor de onderwijshuisvesting in Dordrecht, gericht op het primair en het speciaal onderwijs. Voor het voortgezet onderwijs hebben we de taken nog steeds zelf in beheer. Onder de taken die Arcade voor ons vervult vallen nieuwbouw, renovatie, onderhoud en verhuur van onderwijshuisvesting. Ongeacht in welke vorm deze taken worden uitgeoefend, blijft de gemeente altijd verantwoordelijk voor deze taken. De gemeente 18 Dordrecht heeft gekozen om dat door te decentraliseren. Dat is een fijn scrabblewoord. Ongeacht die vorm blijven de risico's en de bijbehorende kosten altijd voor de gemeente. Dat als korte inleiding op dit raadsvoorstel. Het raadsvoorstel dat u is toegekomen, vraagt om de vaststelling van een leenruimte, leningen die vastgelegd zijn of worden verstrekt aan Arcade.
In 2021 is die zorgplicht door verstrekt, door gedecentraliseerd aan Arcade. Vorig jaar is daar een belangrijk document voor vastgesteld, dat is de meerjarenbegroting en het meerjarenplan, het IHP. Daarin staan echt de inhoudelijke kaders voor de plannen qua renovatie en nieuwbouw van deze scholen. Om dat tot uitvoering te brengen is financiering nodig, zijn er investeringen nodig en met dit voorstel wordt die leenruimte vastgesteld. Het gaat om een totaal, een maximale som van 62 miljoen die geënt is op de financiële plannen die in het IHP zijn vastgesteld. In dit raadsvoorstel wordt het voorstel gedaan om het college het mandaat te geven om die leningen te verstrekken en daarbij ook de looptijd en de rente gelijk te trekken aan de leningen die de gemeente zelf aantrekt. De voorzitter: Ik zie een vraag van mevrouw Burgaz. Voor ik haar het woord geef, deel ik nog maar even officieel mee voor het verslag dat de heer Van Antwerpen van Beter voor Dordt inmiddels aangeschoven is. Mevrouw Burgaz, aan u het woord. Mevrouw Burgaz: Dank u wel, voorzitter. Ik vraag me ook af of de 62 miljoen bedoeld is om schoolgebouwen klimaatbestendig te maken? Die vraag stel ik ook gezien de afgelopen tijd, vanwege de hitte. Mevrouw Capel: Daar kan ik inderdaad even een antwoord op geven.
In de nieuwbouw die kan plaatsvinden, voor de investeringen die we daarvoor aanvragen is dat volgens bouwbesluit. Daar zitten ook de klimaatdoelen in, zodat die daar ook bestendig mee zijn. Het kan zijn dat we bijna energieneutraal of energieneutraal moeten bouwen. Dan moet je ook voldoen aan Frisse Scholen klasse B. Dat is net een hogere eis op klimaat en ventilatie-eisen. Dat wordt daar zeker in meegenomen conform bouwbesluit. Mevrouw Burgaz: Een volgvraag: betekent dat dat in 2033 de schoolgebouwen ook klimaatbestendig zijn? Mevrouw Capel: De scholen die vervangende nieuwbouw krijgen, worden inderdaad conform die eisen gebouwd. De voorzitter: Mijnheer Hoogduijn, u had ook nog een vraag of was het dezelfde? De heer Hoogduijn: Nee, dat was niet dezelfde vraag. Dank u wel, voorzitter. Ons wordt gevraagd in te stemmen met een maximum som van 62 miljoen. Alleen nu lopen de investeringsplannen tot 2034? 2033. In hoeverre wordt er ook rekening gehouden met rijzende kosten, inflatie, stijgende bouwkosten, dat soort dingen? Kan het zijn dat teruggegaan wordt naar de raad om meer geld te vragen? Mevrouw Capel: Dat is inderdaad een mogelijkheid. Dat is op basis van een kostenraming die daar uiteindelijk ligt. Het gaat ook op normbedragen die daarvoor gelden. Daar ligt een overeenkomst van die doorcentralisatie onder.
Daarin zijn wel de budgetten vastgesteld die we met elkaar hebben afgesproken, maar mocht er sprake zijn van inflatie of rentestijging, dan kunnen dat mogelijkheden zijn om dat bij de 19 gemeente aan te vragen als er meer geld nodig is. Dan komt dat uiteraard bij de gemeenteraad langs. De voorzitter: Genoeg, mijnheer Hoogduijn? Dan ga ik naar mijnheer Van Antwerpen. De heer Van Antwerpen: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, eigenlijk een beetje een vervolg op de vraag van de heer Hoogduijn. Ik snap niet helemaal waarom er dan voor die acht jaar gekozen is. Het is nogal een lange termijn. Waarom niet voor twee jaar of voor drie jaar? Dan kan je ook na twee jaar weer met een nieuw raadsvoorstel komen. Dan houd je grip als raad. Mevrouw Capel: In de overeenkomst hebben wij vastgelegd hoe wij de meerjarenbegroting en de meerjarenplannen opstellen. Dat is voor een tranche van acht jaar. In de overeenkomst van de doordecentralisatie is in 2017 door de gemeenteraad vastgesteld om het in deze tranche te doen. Daarbij hoort dan ook een doorkijk van twee keer vier jaar. Dat is de reden waarom we dat op deze wijze doen. De voorzitter: Gaat u verder met de presentatie, mevrouw Van Ommeren. Mevrouw Van Ommeren: Dan heb ik nog twee slides voorbereid over risicobeheersing en sturing. Een aantal opmerkingen die ik daarbij wilde maken.
De eerste noemde ik aan het begin van de presentatie ook al: de gemeente draagt altijd de zorgplicht en het risico voor onderwijshuisvesting, ongeacht de vorm waarin uitvoering en beheer is geregeld. Ook als wij de uitvoering in eigen beheer zouden hebben, zou er financiering nodig zijn voor de investeringen in het IHP. Als volgende punt, we verstrekken niet in één keer die totale som van 62 miljoen aan lening. Daarvoor zijn afspraken ingericht. Er is een cyclus voor die aanvragen. Arcade dient altijd een lening aanvraag in bij de gemeente. Die wordt inhoudelijk en financieel getoetst aan de hand van het IHP. Op basis daarvan wordt er een lening verstrekt via het college. Dat gaat in tranches op basis van de investeringen die op dat moment nodig zijn. Het is niet zo dat we aan het begin van die periode van acht jaar dat bedrag in één keer verstrekken. Naast de door decentralisatieovereenkomst is er ook een raamovereenkomst geldlening vastgesteld. Hierin staan alle condities, procedures, voorwaarden waaronder al de leningen worden verstrekt, rentes, aflossingstermijnen, et cetera. De voorzitter: U heeft een vraag van de heer Tutupoly. De heer Tutupoly: Ik had even een vraagje. Er wordt nu gevraagd om goedkeuring te geven voor 62 miljoen euro en een mandaat te verlenen aan het college. Dat is eigenlijk gebaseerd op een budget van acht jaar.
Jullie geven heel voorzichtig aan: die kosten kunnen stijgen. Als er meer geld bij moet, dan moet er teruggekomen worden richting de raad. De ervaring leert eigenlijk dat er altijd geld bij moet, zeker als je iets baseert op een budget van acht jaar. Waarom wordt er nu gekozen om uiteindelijk het mandaat te verlenen aan het college, terwijl eigenlijk de raad een controlerende taak heeft en daardoor niet meer in staat gesteld wordt om tussentijds in te grijpen? De voorzitter: Geeft u maar antwoord. Eén graag, want nu staan er twee op. 20 Mevrouw Van Ommeren: Daar kan ik inderdaad een antwoord op geven. In 2025 is het meerjarenplan en de meerjarenbegroting middels de procedure geen wensen en bedenkingen aangeboden bij de raad. Dat konden ze kenbaar maken richting het college. Er zijn geen wensen en geen bedenkingen kenbaar gemaakt, waardoor het college het IHP, het integraal huisvestingsplan, de meerjarenbegroting en het meerjarenplan mocht vaststellen met deze investeringen die erin staan. De voorzitter: Mijnheer Tutupoly. De heer Tutupoly: Het klopt dat er geen wensen en bedenkingen zijn geweest, maar nogmaals, het is een budget verspreid over 8 jaar.
Je kunt natuurlijk nog steeds als raad zeggen: luister, die 62 miljoen kunnen we nu wel reserveren voor onderwijs, maar dat wij zelf nog steeds aan het roer willen staan door gewoon jaarlijks te toetsen, wat eigenlijk het college doet. De voorzitter: Mijnheer Tutupoly, ik ga u even onderbreken. Volgens mij is dit niet een technische vraag, maar meer een politieke. Mijnheer De Gelder. De heer De Gelder: Dank u wel, voorzitter. Ik had een andere vraag. Dat ging over de investeringsplanning. Ik lees in de presentatie dat het gaat om die 62 miljoen vanaf 2026, maar in de investeringsplanning zie ik 2 kolommen staan van 2024 en 2025. Die bedragen worden meegenomen in die 62 miljoen. Mevrouw Capel: Dat is inderdaad op een bepaalde manier meegenomen. Nu moet ik wel eerlijk bekennen dat ik daar niet het juiste antwoord op kan geven. Ik moet echt ambtelijk ophalen en schriftelijk beantwoorden wat daar de exacte reden van is. De voorzitter: Prima, dat wordt genoteerd als vraag en dat het antwoord schriftelijk naar de commissie komt. U had nog een vervolgvraag? De heer De Gelder: Ik had nog een andere vraag. Ik vroeg me af, die locaties, dat zijn allemaal scholen, maar zijn dat echt besturen? Ik weet bijvoorbeeld dat het bestuur van de Polyanderschool eigenlijk twee locaties heeft.