CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.11 2026.01.20 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 3 februari 2026, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 16 december 2025, 6 januari 2026 en de Dordtse Dinsdag van 2 december, 9 december 2025, 13 januari en 20 januari 2026 Vergaderzalen 1, 3 en 523.546 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Deze raad gaat akkoord met hele dure projecten op hele dure locaties en nu zouden ineens kosten de grote drempel zijn. Daar gaan wij niet in mee.

43

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Pauwels. Ook nog dank voor het inkijkje dat u al heeft gegeven in hoe de fractie straks gaat functioneren, twee verschillende sokken. Wethouder Burggraaf, u bent vast in staat om kort en bondig te reflecteren. De heer Burggraaf: Dat durf ik niet te beloven, voorzitter. De voorzitter: U gaat uw best doen. De heer Burggraaf: Ik ga wel beloven dat ik volledig ga zijn in mijn beantwoording. De voorzitter: Dat bent u altijd. Dat weet ik. Maar doe uw best. Degenen die echt expliciet vragen gesteld hebben, let op of het antwoord dat u wil erbij zit. Gaat uw gang, wethouder. De heer Burggraaf: Dank u wel, voorzitter. Ik heb verschillende partijen met begrijpelijke afwegingen gehoord. Zo hoor ik van de Dordtse VVD de zorgen over, gaat de bouw geen vertraging oplopen, lopen de kosten niet te veel uit de hand om de betaalbaarheidsambitie nog te kunnen realiseren? Ik hoorde van de VSP heel treffend, we zoeken naar een balans tussen, hoe kunnen we de kwaliteit bereiken en de regels die we hebben ten opzichte van de bouwopgave niet te vertragen? En ik begrijp ook goed de vragen van Beter voor Dordt. Zij zeggen, hoe staat Dordrecht dan ten opzichte van andere steden? Want een bouwer kan kiezen waar hij gaat bouwen.

Zitten we dan in Dordrecht niet in een hokje waar ze de stad links laten liggen en liever eerst een andere stad gaan bouwen? Voordat ik daarop inga, zou ik toch graag nog even kort de geschiedenis willen vertellen tot het punt waar we nu zijn gekomen. Want dat gaat al best ver terug. In 2018 heeft de gemeente Dordrecht het convenant klimaatadaptief bouwen getekend om nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen te maken die bijdragen aan de opgave groenblauw. Ik hoorde een aantal van u al zeggen, waarom was Dordrecht daar zo vroeg bij? Dat komt door de kwetsbaarheid van ons eiland. Het feit dat, u weet het allemaal, de Voorstraat een dijk is. U heeft allemaal, als hoogwater is, kunnen ervaren, vaak op de kade even, dat het eroverheen loopt. Dat betekent voor onze stad dat water een aspect is waar we rekening mee moeten houden. Voor onze toekomst is het belangrijk dat we daar rekenschap aangeven. In 2018 hebben we dat gedaan. In 2020 hebben we een pilot gedraaid in eerste instantie. Toen heeft u het bestemmingsplan voor Amstelwijck vastgesteld. Ik hoorde het door Dordtse VVD al genoemd worden. Daar hebben we de zaken die nu in dit bestemmingsplan zitten, voor een belangrijk deel toegepast om dat eens te gaan toetsen. En dat hebben we ook gemonitord. Daar zien we het beeld dat het niet tot vertraging of extra kosten bij de ontwikkelaars in de wijk oplevert.

Dat was voor ons al een bemoedigende constatering. U heeft vervolgens in Omgevingsvisie 1.0 de groenblauwe regels vastgesteld. U heeft dat nog onlangs in de 2.0 herhaald. We hebben wat zogenaamde botsproeven gedaan, intern, om te kijken, als je dat gaat toepassen, waar loop je tegenaan? We hebben volgens in 2024 de consultatie van ontwikkelaars en woningbouwcorporaties gedaan om te kijken, als we wat gaan opstellen, is dat voor u dan werkbaar? In 2025 hebben we nog een dereguleringtoets hierop losgelaten met de Omgevingsdienst. Dat is het resultaat van hetgeen nu voorligt. Uit die participatie concluderen wij dat partijen zeggen dat hetgeen we nu vragen, logische regels zijn.

44

We hebben nadrukkelijk gekeken, gaan we niet ver vooroplopen op landelijke regelgeving? Want dat is ook wel de mantra die vanuit het Rijk steeds meer komt, ga nu zorgen dat je zo veel mogelijk uniform gaat handelen in de verschillende gemeentes. Dat kan ook met bijvoorbeeld de nieuwe bouwtechnieken, die veel meer geïndustrialiseerd zijn. Zorg dat je daar veel meer uniformiteit op hebt zitten. Dat is voor ons een hele belangrijk richtsnoer geweest, waardoor we de richtlijnen van het Rijk heel nauw gevolgd hebben. Waarbij het wel zo is dat een aantal van de richtlijnen nu nog niet ingevoerd zijn, maar die zijn wel degelijk aanstaande. We gaan niet daarop stapelen of scherpere zaken stellen, omdat die uniformiteit zo belangrijk is. U aantal gaven al aan dat een ander belangrijk aspect is dat je in je regels vooral vooraf duidelijkheid biedt aan de verschillende ontwikkelende partijen en dat je niet te veel gaat treden in de maatregelen die je doet. Je stelt vooral de doelen centraal, zodat vervolgens de ontwikkelende partij vooraf weet waar ze aan moeten voldoen en vervolgens ook de marktkennis kunnen gebruiken om voor een specifiek project de middelen zelf toe te passen. Dat je echt op doelen gaat sturen, je wat maatwerk mogelijk maakt als de regels te veel gaan knellen. Dat zit er ook in. En dat heeft u gezien.

Onder andere Trivire en Woonbron zeiden, we hebben nog wat vraagtekens bij hoe dit uiteindelijk in de praktijk werkbaar is. Daar hebben we nu van gesteld, dan gaan we het eerste jaar als proefjaar hanteren. We gaan nadrukkelijk kijken of dat uiteindelijk werkt zoals we verwachten. En als dat niet zo is, dan kunnen we het daarop aanpassen. Verder is het zo dat als je wat grotere projecten hebt, dan kijk je veel meer vanuit een stedenbouwkundige sturing op een groter gebied, alles gericht is om voornamelijk die doelen efficiënt en effectief te bereiken en niet te veel te gaan micromanagen. Dat is wat ik een beetje hoor als zorg en wat we nadrukkelijk in deze werkwijze hebben zitten om dat te voorkomen. Dan het andere aspect van de kosten. Levert dit heel veel meer kosten op? Het is waar, die 60.000 euro aan leges in totaal. Dat zijn dan de kosten die stijgen. Maar als je dat vervolgens per project gaat bekijken, dan valt het echt mee. Je hebt een project, bijvoorbeeld met bouwkosten van 1 miljoen, dan heb je het over een totaal van leges, die nu al bestaat, van ruim 38.000 euro. Met deze maatregelen komt er iets meer dan 1.000 euro bij. Het is niet zo dat die legeskosten in verhouding enorm verhoogd en daarmee projecten heel veel duurder gaat maken of uiteindelijk de prijs van de woningen daarmee verhoogd. De voorzitter: Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, dank.

Ik zie dat college vooral ingaat op de legeskosten. Er zit een stijging die gaat over de leges. Maar ook, gaf ik aan het betoog, gaat het over de ingrepen die uiteindelijk gedaan moeten worden. En ik hoor de wethouder daarover iets eerder in zijn betoog zeggen, het gaat er vooral omdat de regels bekend zijn. Vraag van mij aan de wethouder is dan, als die regels bekend zijn, worden ze meegenomen in de plannen. Bij wie vallen die kosten voor het uiteindelijk inbedden, organiseren en regelen van zowel de maatregelen zelf als alle onderzoeken daartoe? De voorzitter: Wethouder.

45

De heer Burggraaf: Voorzitter, die vallen onder de totale ontwikkelkosten van een project. Die maken daar onderdeel van uit. Dat is tegelijkertijd waarom we wel scherp hebben gekeken naar, zorgen we niet dat we nu heel veel regels extra gaan stellen? Want dat is wel een feit, als ik met ontwikkelaars of bouwers spreek, dat zij zeggen, er zijn zoveel regels waaraan we moeten voldoen bij het bouwen, dat het wel een kostprijsverhogende effect heef op ontwikkelingen. Maar dan heb je het over een landelijke ontwikkeling, waardoor je op heel veel andere terreinen nu ziet dat de bouwkosten hoog zijn. En daarvoor is het antwoord, zorg dat je zo veel mogelijk uniform gaat opereren. Dan kom ik weer terug op wat ik net zei, dat is de reden waarom we nadrukkelijk hebben gekeken naar, wat zijn de richtlijnen van het Rijk en daarop de regels nu te vertalen en niet daar een eigen interpretatie aan te geven hier in gemeente Dordrecht. De voorzitter: Mijnheer Noldus heeft toch nog iets te vragen. De heer Noldus: Zeker, voorzitter. Daar had ik nog een andere vraag op. Wij horen de zorgen ook van ontwikkelende partijen over regels en de differentiatie daarin. Als je gaat aansluiten bij wat de standaard is, dat helpt voor de markt. Dat ben ik met de wethouder eens. Ik hoor hem eerder in het betoog wel zeggen, we gaan de standaarden, de richtlijnen hanteren.

Waar ze er nog niet zijn, gaan we daarop vooroplopen. Dan zit daar toch wel een zorg bij naar de reflectie van de wethouder, hoe daar dan mee omgegaan wordt, wetende dat nu ook vanuit het Rijk sterk gekeken wordt, ook vanuit STOER die eerder is genoemd, welke richtlijnen kunnen we echt alvast meegeven die uniform zijn? Er zijn potentieel zelfs stemmen die opgaan om aanvullende regels überhaupt te verbieden aan lokale overheden om op te leggen. Ik ben benieuwd hoe de wethouder dat dan plaatst in het vooroplopen op richtlijnen die nog niet uniform zijn uitgerold. De voorzitter: De wethouder. De heer Burggraaf: Het vooroplopen komt vanuit de ambities die u als raad heeft gesteld op de Klimaatneutraaldoelstelling 2040. Dit maakt dat je niet gaat wachten tot het moment dat het vanuit het Rijk de regels allemaal geïmplementeerd worden, maar dat je daar een stukje op vooruitloopt. Dat komt samen met de ambitie die u als raad heeft meegegeven. Tegelijkertijd is het niet zo dat we dan vervolgens zeggen, dan gaan we daarop extra strenge regels stellen die voorbijgaan aan de maatlat die het Rijk stelt. Kortom, je houd je aan de uniformiteit die door het Rijk gesteld wordt. Alleen, in het tempo zou je kunnen kiezen om het nu nog niet te doen.

Maar dat past weer niet bij de ambitie die uzelf heeft meegegeven vanaf de Omgevingsvisie 1.0, en recent weer in 2.0, op de klimaatambities die dan, denk ik zijn, grondslag hebben in het feit wat ik net zei, dat Dordrecht een kwetsbaar gebied is als het gaat om de omgeving waar we zitten met het hoogwater et cetera. De voorzitter: Duidelijk, wethouder. Gaat u verder met uw betoog.

46

De heer Burggraaf: Dan was er de vraag vanuit GroenLinks over de hittestressregels. Daar wordt gesteld, waarom wordt er minder aandacht besteed aan hittestress in deze omgevingsregels? Dat is niet helemaal waar, want het is zo dat het op verschillende niveaus zit. Je doet dat een deel in bouwprojecten, maar heel veel van dat soort maatregelen zit vooral in de ingreep in de openbare ruimte. Die zitten op een ander sturingsniveau. Dat zit in andere handboeken die we hebben op het ontwerp van de openbare ruimte bijvoorbeeld. En als je dan zou doorvoeren, maar ik wil diezelfde regels ook op bouwprojectenniveau, dan ga je juist een stap te ver in het micromanagement. Want het zou dan kunnen betekenen dat je plannen gaat belasten en zeggen, u moet per se in die ontwikkeling een boom in de tuin zetten. Maar dat zit er wel achter. Daarvan hebben we gezegd, laten wij nu op doelen sturen en niet geheel in … De voorzitter: Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Helder. Dank voor deze toelichting. Betekent het wel dat een ontwikkelaar in het kader van een adequate groenblauwe inpassing, want daar vraagt u om, wel aan het hittestresscomponent aandacht kan besteden? Dat het als het ware meetelt? De voorzitter: Wethouder? De heer Burggraaf: Voorzitter, dat zit nadrukkelijk in ook weer de rijksnormen die erin zitten.

U vroeg, waarom wordt er over 30 procent schaduw en niet over boomkronen gesproken? Dat is weer vanuit het feit dat het Rijk vanuit de richtlijn niet over een boomkroon spreekt, maar over 30 procent schaduw in een project en nadrukkelijk kijkt, hoe kan je in een bouwproject zorgen dat je dit hebt? Dat hebben we in Amstelwijck ook gezien, dat het heel belangrijk is dat je daar bij een bouwproject goed op toetst. Want je ziet nu, we zijn daar echt hele mooie stedenbouwkundige wijk aan het ontwikkelen. Je ziet toch al bij sommige huizen de eerste airco units aan gevels verschijnen. Deels omdat we daar met een warmteoplossing werken van HVC, die geen koeloplossing heeft. Het heeft niet in zich dat je meteen het huis kan koelen. Het is, nogmaals, bij het bouwproject heel belangrijk dat je het vanaf de beginfase allemaal meeweegt, omdat je anders, als je eenmaal daar gaat wonen en leven, je tegen dat soort problemen aanloopt. Dat zit, nogmaals, in de schaduwnorm die er nu in zit. Dat is een richtlijn van een Rijk. Daar zal altijd wel een boomkroonvolume bij komen kijken. Maar er zitten ook andere oplossingen in om dat te kunnen bereiken. De voorzitter: Gaat u verder met uw betoog. De heer Burggraaf: Dan was de vraag van ChristenUnie/SGP of we bij de evaluatie een check doen of de woningbouwprojecten van de grond komen.

Wat ik zeg, we doen een algehele evaluatietoets na een jaar om te kijken, levert het niet tegenstrijdige effecten op die we hier beogen? Dat is namelijk dat het laagdrempelig is en niet tot belemmeringen leidt bij ontwikkelingen. Ik heb net ook uitgelegd, richtlijnen Rijk. U vroeg naar STOER. Dat hangt daar ook mee samen. Dan de vraag van Beter voor Dordt, hoe staat Dordrecht ten opzichte van andere steden? Het is zo, we zijn niet de allereerste koploper. Ik moet even kijken, want ik had het hier in het rijtje staan.

47

Steden als Eindhoven en Delft lopen al een stuk verder voorop. We zitten niet helemaal bij de allerkopgroep, zullen we maar zeggen, maar het is zo dat er steden zijn die dat nog niet hebben, waar Dordrecht nu wel op vooruit gaat lopen. Maar we hebben wel de overtuiging, met het zorgvuldige traject dat we hebben gedaan, samen met marktpartijen, dat we, want dat zat er achter uw vraag, niet bevreesd zijn dat we hiermee Dordrecht minder aantrekkelijk maken voor ontwikkelaars om hier een bouwproject te gaan starten. En volgens mij, voorzitter, heb ik daarmee alle vragen beantwoord. De voorzitter: Ik zal eerlijk toegeven dat ik het zelf niet uit mijn hoofd zou kunnen beamen. Ik zie een vinger van mijnheer Van der Meer. Misschien dat hij nog iets mist. De heer Van der Meer: Eerst even een verontschuldiging voor mijnheer Pauwels. Hij moest weg en vroeg mij dat even te melden. Ik had ook nog een vraag gesteld over bestaande wijken. Het kan zijn dat het ook onder andere regelingen valt en dit vooral bedoeld is voor nieuwbouwontwikkelingen. Maar dat was mijn vraag, moeten de ambities van de omgevingsvisie op dit punt niet ook vertaald worden voor bestaande wijken? De voorzitter: Wethouder. De heer Burggraaf: Dit is voor nieuwe ontwikkelingen of nieuwe herontwikkeling. In bestaande wijken, daar waar een bouwontwikkeling, een renovatie of iets dergelijks is, daar is het op van toepassing.

De voorzitter: Goed. Dank u wel. De heer Van der Meer: Nog een vervolgvraag. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer geeft nooit op. De heer Van der Meer: Sorry. Betekent het wel dat op een andere manier, in een ander kader, aan de klimaatadaptatie in bestaande wijken aandacht wordt besteed? Want dat doe je niet alleen, denk ik, in herontwikkeling van bepaalde stukken van wijken. Of wel? De voorzitter: Wethouder. De heer Burggraaf: Ik weet niet precies of ik goed begrijp wat u vraagt. Maar wat ik net zei, we hebben een handboek als het gaat om de openbare ruimte. Op het moment dat je in een bestaande wijk bijvoorbeeld een straat of riolering moet aanpakken, dan pak je het handboek erbij voor de openbare ruimte waar de 3-30-300 regel, de hele ambitie, achter wegkomt. Op dat moment leg je het ook langs de lat. De voorzitter: Duidelijk. Goed. Zijn we toe aan het tweede termijn, een korte standpuntbepaling. Wie trapt af? Of zegt iedereen, het is prima zo? Mijnheer Noldus.

48

De heer Noldus: Voorzitter, heel kort. Ik heb weinig nieuws. Ik heb onze bijdrage in de eerste termijn kunnen doen en in de interrupties, zowel richting de collega’s als richting de wethouder. We hebben onze vragen beantwoord gekregen. Dank daarvoor. En verder geen uitgebreide toelichting in de tweede termijn. De voorzitter: Iemand anders nog behoefte aan een toelichting in de tweede termijn? Nee. Dan gaan we kijken hoe we dit naar een goed einde kunnen brengen. Eerste vraag is altijd simpel, hamerstuk naar de raad? Ik zie een vinger, ik zie er twee, ik zie al een meerderheid volgens mij. Mijnheer Noldus, ik kan me moeilijk voorstellen dat hij er ook voor is. Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Ik zou willen voortellen om er een stemstuk van te maken, voorzitter. En ik weet niet welke meerderheid daar wel of niet voor nodig is. Anders zullen we het bij een stemverklaring laten. Maar we zien geen noodzaak om een instrument als een motie of amendement in te zetten. De voorzitter: Om er een stemstuk van te maken, zult u, denk ik, een meerderheid achter u moeten hebben. Dat ga ik even vragen. Dat zie ik niet. Mijnheer Wringer wel, maar dat is twee en nog niet ruim de helft. Maar u mag n altijd een stemverklaring geven. Dat zal helder zijn. Ik kan het ook omdraaien. Is er iemand tegen dat we er een stemstuk van maken? Mijnheer Van Dam Timmers is daar tegen, ook tegen.

Dan zijn er volgens mij wel tegen. Ik denk dat hamerstuk verreweg de grootste voorkeur had. Dan gaan we dat doen. Er is nu al aangekondigd dat er geen moties en amendementen komen. Dat is makkelijk voor een vergadering. Mevrouw Van Herwijnen: Voorzitter, dat is wel iets te voorbarig. De voorzitter: Van de VVD, zal ik er dan bij zeggen. Want ik ken de Partij voor de Dieren en het is uw goed recht. Verder schat ik in dat u redelijk enthousiast was over het voorliggende stuk. Maar het kan altijd beter in jullie ogen. Ik dank iedereen heel hartelijk voor zijn of haar inbreng, de wethouder en mijnheer Van de Rijt voor de ondersteuning, de mensen op de tribune en in het bijzonder aan de linkerkant. Daar ga ik zo nog event naartoe, want ik vond het wel heel leuk dat u er ook was. Graag iedereen spulletjes meenemen en ik wens u nog een fijne avond. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 3 februari 2026.

De griffier,

De voorzitter,

C. Bronsveld

N. Mol

49

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1066/documents/45965