2.11 2025.02.18 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
En zelfs in dien aard dat het team momenteel zo erg belast is dat een aantal mensen ook gezegd hebben dat ze de opdracht teruggeven en niet meer aan deze klus willen werken. Daarom gaan wij ook op zoek naar een aantal nieuwe mensen. De voorzitter: Dank voor uw bijdrage. Ik kan me voorstellen dat dit alles wat aanleiding geeft tot vragen. En voor we daartoe overgaan, wil ik even kijken wie daar allemaal behoefte aan heeft, aan het stellen van een vraag. Mevrouw Koene, mevrouw Van Vugt. Dat is toch wel een zeer breed gedeelde behoefte. Dan constateer ik tegelijkertijd dat het al 22.15 uur is en deze commissie eigenlijk stond tot 22.30 uur. Dan wil ik toch een ordevoorstel doen, voor we aan het vragenrondje beginnen, om langer door te gaan dan 22.30 uur, want anders dan halen we gewoon alle vragen niet. Bent u daarmee akkoord? De heer Kuijper: Even nog een vraag vanuit de bewoners? Ik heb net een vraag gesteld over de subsidie van 5,5 miljoen. Ik begreep ook dat deze vraag nog niet beantwoord is door de wethouder. De voorzitter: Is dat iets waar de wethouder nog op in kan gaan? Mevrouw Smid-Marsman: Nee, daar kan ik dan ook wel een antwoord over geven. Dat is niet relevant of het flexwoning is of een tijdelijke woning. Het gaat om de transitiekosten die wij maken. Als u een mailtje stuurt naar het departement, maken wij ons geen zorgen dat dat van effect is op de subsidie.
De heer Kuijper: Daar ben ik mee bezig. Dank je wel. De voorzitter: Dank voor uw antwoord. Laten we dan wat vragen vanuit de commissie doen. En dan ga ik gewoon, omdat er zoveel vragen leven, het rijtje af. En ik zag mevrouw Stolk al aan de microfoon. Laten we bij mevrouw Stolk beginnen. En liefst één vraag. En dan gaan we het rondje af. En dan zien we hoeveel tijd we nog over hebben. Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ik heb er meerdere.
20
De voorzitter: Kies er één. Mevrouw Stolk: Maar ik zal me proberen te beperken tot twee. De voorzitter: Nee, kies er alstublieft één, want het wordt echt krap. Mevrouw Stolk: Waarom staat er in het raadsvoorstel dat het over flexwoningen gaat? En waarom zijn de spelregels veranderd tijdens het spel? Daar wil ik echt een duidelijk antwoord op. Want als we het hebben over modulair, ga je die dan ook verplaatsen? De voorzitter: De vraag, is er sprake van andere spelregels? De heer Burggraaf: Voorzitter, allereerst zou ik het beeld weg willen nemen dat hier sprake zou zijn van een spel. Er is geen spel. We gaan hier zorgen dat voor Oekraïners er een goede vervolg opvangplek is. En dat we daarna ook woningen hebben die een goede toevoeging zijn voor de woonvoorraad van Dordrecht, zodat ook andere woningzoekenden uit Dordrecht er uiteindelijk gebruik van kunnen maken. Dan voor wat betreft de flexwoningen. Daarvan heb ik aangegeven dat we in beide stukken ook hebben toegelicht wat de definitie van een flexwoning is. Zoek ook bijvoorbeeld eens naar een subsidie die de provincie Zuid-Holland verstrekt op de flexwoningen. En die noemt dan dat een van de elementen zou moeten zijn dat er bijvoorbeeld tijdelijk een groep inwoont. Dat is hier het geval, want de Oekraïners komen daar niet permanent in te zitten. Ik heb verwezen naar de slide die ook in die bijlage zit.
En dat staat gewoon toegelicht wat er onder dit soort woningen verstaan kan worden. En er zijn heel veel technische vragen bij de behandeling door uw raad gesteld, voordat we in de raad het besluit gingen nemen. En daar hebben we ook in toegelicht dat voor wat betreft de woningbestemmingslocaties er ook sprake kan zijn van permanente bouw. Dat is informatie die we allemaal aan u gegeven hebben, voordat u het besluit in de raad genomen heeft rondom dit voorstel. Ik heb wel aangegeven, ook in de begeleidingscommissie, je gaat natuurlijk ook evalueren, hoe zou je het een volgende keer communiceren? En daarvan heb ik gezegd, ik kan me heel goed voorstellen als je ziet hoe wij hebben gecommuniceerd rondom het moment van die vijf plekken, hebben we het over tijdelijke woningen gehad, omdat het natuurlijk op andere plekken wel het geval is, dat ik denk, ik snap heel goed dat het beeld is ontstaan ook bij het Kipling-erf dat het tijdelijke woningen zou zijn. Maar dat is niet wat we op deze plek gaan realiseren. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De heer Burggraaf: Dat neem ik mee voor een volgende keer. Kunnen we nog wat preciezer in communiceren. Maar nogmaals, voor de besluitvorming verwijs ik u echt naar alle stukken die erbij zitten, waar we nadrukkelijk ook hebben toegelicht dat op die plekken waar een woonbestemming is ook permanente bouw mogelijk is.
De voorzitter: Een hele korte vervolgvraag van mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, ik heb alle stukken en verslagen nagelezen, die zijn ook bijgevoegd door de griffie, waarin staat dat het tijdelijke flexwoningen zijn voor vijftien jaar. Ik zou de wethouder aan willen geven om toch nog eens een keer de stukken na te
21
lezen, de verslagen na te lezen van alle raads- en commissieleden. De griffie heeft het bijgevoegd. Ook in het raadsvoorstel staat flexwoningen. De voorzitter: Ik zie een aanvulling van mevrouw Van Vugt-Roose. Een aanvullende vraag zelfs. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dan wil ik mevrouw Stolk toch vragen om ook echt alles te lezen. Want ik heb na de eerste vergadering al technische vragen gesteld, waar deze vraag ook in zit. En daar is heel duidelijk antwoord op gegeven dat het om plekken met woonbestemming gaat, om permanente woningen met een lange levensduur. Het flex slaat op de manier van bouwen. Het heeft er echt vanaf begin af aan in gezeten. En ik snap best dat mensen het daar moeilijk mee hebben, maar het is niet zo dat het niet duidelijk was. Ik wil u vragen om dat gewoon echt nog even te lezen. Mevrouw Stolk: Voorzitter, ik word nu aangesproken. Ik wil ook wel even graag reageren daarop. Kijk, het is natuurlijk de wens van de gedachte. En ik snap dat het CDA heel graag die flexwoningen op het Kipling-erf wil hebben. De voorzitter: Nu wordt het een politiek debat, waarin we elkaar allerlei posities gaan toedichten. Dat gaan we mooi niet doen. De wethouder heeft aangegeven wat volgens hem de feiten zijn over de tijdelijkheid van de woningen. Daar kunt u een mening over hebben. Maar die mening hoort niet in deze commissie thuis. Dat moet ik dan toch aangeven.
De heer Kuijper: Voorzitter, ik wil daar even een ding op reageren. De wethouder geeft net aan dat een voorwaarde is dat de woningen verplaatsbaar moeten zijn. Als dit woningen zijn die voor altijd blijven staan, zijn ze dan verplaatsbaar? Dan kun je het hebben natuurlijk, ze zijn verplaatsbaar, want we bouwen ze modulair, je zou ze in theorie kunnen verplaatsen. Maar wordt dat bedoeld met verplaatsbaar, of is er bedoeld dat je ze ooit weer weghaalt? De voorzitter: Ik vat dit op als een vraag aan de wethouder. De wethouder. De heer Burggraaf: Voorzitter, ik verwijs nogmaals naar hetgeen wat we bij de vragen als antwoord hebben gegeven. En dan hebben we ook gezegd dat woningen langer, tussen haakjes, permanent op een locatie blijven staan als er een woonbestemming is. En aan die definitie geven we gevolg. De voorzitter: Hier leven meningen over. De heer Kolkiliç: Voorzitter. De voorzitter: Dat is duidelijk. Maar over die meningen ... Als het gaat over dit onderwerp, eigenlijk wil ik hier een klap op geven. De wethouder heeft aangegeven wat volgens het college het antwoord is. De heer Kolkiliç: Het is geen mening. Het is een feit. Ik zal niet te veel zeggen, want dat is een geheim document. Alleen ik zie bij bepaalde adressen heel duidelijk staan, exploitatieduur vijftien jaar.
22
De voorzitter: Daar nemen we kennis van. Mevrouw Kamphuis: Voorzitter. De voorzitter: Maar dit is een beeldvormende sessie waarin u informatie verzamelt. Mevrouw Kamphuis: Dat klopt. De voorzitter: U heeft informatie verzameld. Op basis daarvan vormt u een oordeel. Daar gaat u mee de toekomst in. Mevrouw Kamphuis: Maar ik wil even ingaan op de wethouder, voorzitter, als dat mag? De voorzitter: Nee, eigenlijk niet. Eigenlijk wil ik door naar de vraag van de heer Stam. Mevrouw Kamphuis: Het gaat wel over de definitie van een flexwoning. De voorzitter: Ik denk dat daar wel genoeg over gewisseld is inmiddels. Mevrouw Kamphuis: Nee. Mevrouw Pichel: Mag ik er een ordevoorstel voor doen misschien, voorzitter? De voorzitter: Dat mag. Een ordevoorstel van mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Ik weet niet of ik hem helemaal scherp kan hebben, maar deze discussie gaan we hier ook niet oplossen. Dat mag duidelijk zijn. Wellicht is een ander punt ... Want dit gaat niet over een mening, wel of niet of vinden we dat het er moet komen of vinden we dat het er niet moet komen? Maar de vraag is eigenlijk, is er een discrepantie tussen wat er in de stukken staat wat wij hebben gelezen en wat het daadwerkelijk is en wat het blijkt te zijn? En dat is een heel ander onderzoek natuurlijk. Dat is inderdaad niet voor vanavond.
De voorzitter: En wat is uw ordevoorstel? Mevrouw Pichel: Om daar uiteindelijk iets van een vervolg aan te geven of dat de griffie iets kan uitzoeken, dat we dingen kunnen nakijken achter de schermen. Want er zijn een hoop vragen en een hoop dingen waarvan we zeggen, het staat er wel, het staat er niet, dit wordt bedoeld, dat wordt bedoeld. Daar hebben we niks aan met elkaar natuurlijk. En dat mag wel even boven tafel komen. En of dat met hulp van de griffie ... Maar dan kijk ik ook even de griffier aan van, suggestie? En de rest, misschien heeft iemand anders een suggestie, maar hier vanavond gaan we dat niet oplossen. De voorzitter: Helder. Vindt u het goed dat we daar bij het afsluiten van de vergadering op terugkomen hoe we daarmee verder gaan? Ja? Dan ga ik nu door met de heer Stam. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Mijnheer Pichel ging voor mevrouw Stam, om uw woorden te gebruiken. Een beetje lastige discussie. Maar als ik de bewoners heb gehoord, heb ik eigenlijk wel een vraag.
23
Daar is in zo'n begeleidingscommissie gezegd, of je kijkt naar het verschil tussen flexwonen of modulair, daar kunnen we uren over debatteren. Maar er is gezegd, sorry, dat is een foutje. Hoe kijkt de wethouder aan tegen een ambtelijk apparaat dat bij bewoners, waar u misschien bij bent geweest, dat er wordt gesproken over een foutje? Ik vind dat ten opzichte van bewoners eigenlijk not done. De voorzitter: De wethouder. De heer Burggraaf: Voorzitter, ik kan er moeilijk over oordelen, omdat ik zelf niet bij die commissie of tenminste bij die vergadering ben geweest, waar dat gesprek over is geweest. Dat ik begrepen heb dat dat in ieder geval andere herinneringen zijn van dat gesprek, waarvan ik begrijp dat het taalfoutje of foutje nooit genoemd is. Ik kan alleen spreken over het moment dat ik zelf in de begeleidingscommissie ben geweest. Ik ben er nu twee keer geweest. En daar heb ik ook toegelicht ... Nogmaals, de begripsverwarring heb ik ook aangegeven, ik snap de verwarring die er is als het gaat om het feit dat je met vijf locaties communiceert en er ook tijdelijke woningen bij zitten. En daarvan heb ik ook gereflecteerd en gezegd, als je een volgende keer weer zoiets zou doen, vind ik dat we daar nog scherper in hadden kunnen communiceren waardoor die verwarring niet was ontstaan.
Maar goed, heb ik ook toegelicht dat het flexwonen of flexwoning an sich is niet een hard begrip, in de zin van dat het ergens staat wat het exact is. Het is hetgeen wat we in de context hebben toegelicht, wat eronder verstaan wordt. En ik vind het heel jammer dat dat zoveel verwarring heeft gegeven. En dan moet je altijd voor jezelf ook weer even kritisch evalueren voor een volgende keer, waar kan je daar een volgende keer scherper in communiceren om dat soort verwarring te voorkomen? De voorzitter: Dank voor dat antwoord. De heer Kuijper: Ik wilde graag iets zeggen. De heer Stam: Heel gebruikelijk ... De voorzitter: Maar anders wordt het telkens tussen de wethouder en de heer Kuijper. Dat is niet de bedoeling. De heer Kuijper: Zeker. Maar even als reactie daarop. De voorzitter: Nee, u krijgt niet het woord van mij. Dank u. De heer Stam, heeft u een vervolgvraag? De heer Stam: Een opmerking. Staat gewoon in het verslag dat het gezegd is. Wat dat betreft, het antwoord is keurig ... De voorzitter: Heeft u een vervolgvraag? De heer Stam: En ik weet het onderscheid tussen flexwoningen en modulair inmiddels ook wel. Maar het gaat erom dat er bij bewoners wordt gesproken over een foutje of over ... Dan denk ik, wat is er dan fout? Waarom zegt de organisatie dat?
24
En ik snap dat de wethouder er niet bij is geweest, maar het komt heel vreemd over ten opzichte van de stukken die wij hebben gelezen en de gesprekken die we hebben gevoerd over vijftien jaar. En bij bewoners wordt gesproken over een foutje. De voorzitter: Ik hoor daarin niet direct een vervolgvraag voor de wethouder. Maar u bent het wel met elkaar oneens. Daar moeten we dan in het vervolg misschien wat mee. De heer Aarden. De heer Aarden: Ik begrijp dat bomen worden vervangen. Worden ze ook vervangen door eenzelfde soort omvang bladerendek? De voorzitter: Als dat al bekend is. De heer Burggraaf. De heer Burggraaf: Voorzitter, dit is een erg als/dan-vraag. Want nogmaals, misschien, en dat hoop ik, dat als het eenmaal zover is dat die bomen gecontroleerd worden en er geconstateerd wordt, ze zijn allemaal gezond, ze hoeven ook niet vervangen te worden. Nogmaals, het groen wat er is, daar wordt veel waarde aan gehecht door de omgeving. Dat snappen we. Dat belang zien we. En we zullen zorgen dat in de uiteindelijke uitvoering daar een volwaardige groenvoorziening blijft. En hopelijk kunnen dat gewoon de bomen zijn die er nu staan en blijkt zo meteen gewoon dat ze allemaal gezond zijn. De voorzitter: Check. Een korte vervolgvraag, de heer Aarden? De heer Aarden: Ja.
Worden de bewoners daar ook bij meegenomen? Als ze ziek zijn en ze moeten worden vervangen, worden de bewoners daarbij meegenomen? De voorzitter: De heer Burggraaf. De heer Burggraaf: Uiteraard. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis, heeft u een vraag? Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Ging sneller dan ik dacht. Waar ik een vraag over heb aan de wethouder is eigenlijk dat ik wel merkte dat er een verschil was in uitgangspunten bij aanvang van de begeleidingscommissies tussen de bewoners en de ambtenaren die daar waren. De ambtenaren dachten eigenlijk, we kunnen starten met de begeleidingscommissie, terwijl de bewoners, en met name van Kipling-erf gewoon nog heel veel vragen hadden en iets wat ik misschien toch wel weerstand mag noemen. Wat heeft de wethouder daarover te zeggen met betrekking tot de aanpak van deze commissies, waar zeker de eerste keer ook geen onafhankelijk voorzitter aanwezig was, en het verdere verloop van het proces? Want de emoties waren al hier. En als dan die afstemming ook niet helemaal lekker is, zou ik graag ook even zijn reflectie daarop willen. De voorzitter: De heer Burggraaf.
De heer Burggraaf: Voorzitter, ik constateer in ieder geval dat het heel lastig is om met elkaar op een ... Om eigenlijk met elkaar te spreken op een manier waar er onderling
25
vertrouwen is, laat ik het even zo zeggen. En dat zit hem deels in het feit dat de bewoners zijn daar ook heel transparant over. En ik heb gezegd, dat begrijp ik, dat standpunt kan je hebben. En zeggen, het liefst willen wij gewoon überhaupt geen woningen op dat grasveld en willen we er geen woningen hebben. Als het wel is, dan het liefst tijdelijk. En dan als laatste, we praten mee, want als het toch gebeurt, dan willen we in ieder geval met de zorgen die wij hebben, dat die kenbaar zijn en zo goed mogelijk worden meegewogen in de uiteindelijke realisatie. En dat blijft de onderstroom die in het gesprek blijft lopen in een begeleidingscommissie. En ik kan niks anders zeggen dan zorgen dat je vanuit de gemeente daar altijd transparant aan tafel zit en transparant bent in alles wat je doet en in alle afwegingen die je maakt. En elke keer aan de bewoners vragen of ze daarin willen vertrouwen dat we dat proces zo transparant doorlopen en dat met ook deze intenties doen. En dat blijft af en toe twee stappen vooruit en weer een stap terug, omdat er ook verschillende belangen zijn, denk ik. Maar goed, nogmaals, dat gebeurt met alle oprechte en goede intenties. De voorzitter: Helder. Een vervolgvraag. Ik wil u onder de aandacht brengen dat het ook mogelijk is om vragen te stellen aan alle gasten die wij hier vandaag aan tafel hebben. Dat is iets om in overweging te nemen wellicht.
Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Nog even een vraag naar aanleiding van wat de wethouder zei. Ik merk dat ook wel, gewoon de wens voor die transparantie en om het op die manier aan te vliegen. Ik weet ook dat de wethouder niet bij die eerste begeleidingscommissie was. Mijn vraag is ook eerder gericht ... Was de aanpak goed doordacht en waren de juiste mensen op de juiste plekken gezet? Want je merkt, op een gegeven moment kunnen gesprekken wel weer anders gaan lopen. Maar ik ben altijd op zoek naar dat punt wanneer iets breekt en dan dat het volledig uit de hand loopt. Dan denk ik, kunnen we terug om te kijken van, hebben we daarvan geleerd? Zodat we het niet blijven herhalen. Dat vind ik zo belangrijk. Mevrouw Smid-Marsman: Misschien is het wel goed om hier ook even het volle brede spectrum te bekijken, want er zijn meerdere begeleidingscommissies. Een aantal gaan goed. Een aantal is van gezegd, we wachten tot het iets concreter is, maar hebben we ook input. Wat je hier ziet, is wat de wethouder net al zei, dat eigenlijk bij de start al verschil van opvatting is, omdat de ambtelijke organisatie, ook conform de opdracht van raad en college, een begeleidingscommissie start met als opdracht het praten over de inpassing van een besluit. En wat ook hier vanavond gezegd werd en wat bij het begin van de begeleidingscommissie besproken is.
Een aantal bewoners zeggen, maar eigenlijk willen wij überhaupt eerst nog weer het gesprek over, moet dit wel? Hoe kan dit? De vraag die je je moet stellen is, als er dermate verschil van opvatting is, is een begeleidingscommissie dan een goede plek om dat gesprek met elkaar te voeren? Want eigenlijk ben je twee gesprekken door elkaar aan het voeren. Eén meer formele, die eigenlijk nog verder weg is, want voor deze locatie geldt dat u een bestemmingsplan hebt vastgesteld, waarbij gewoon permanente bewoning in deze opvang mogelijk is. En dan zit je in een hele andere positie. En als je dan nog bezwaar moet maken, zit je in een andere lijn. En een begeleidingscommissie waar je veel meer met elkaar het gesprek had, wat ik net ook hoorde van, bij het Schippersinternet, waar je kijkt, hoe ziet er dan uit? Hoe gaat het
26
dan? Kunnen we nog wat met routering doen? Of zoals bij het Kipling-erf, kunnen we wat met parkeren doen? Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Nee, ik wil eigenlijk door naar een vraag van de heer Katif. Mevrouw Stolk: ik wil even ... Want dat ging net over het bestemmingsplan, waar mevrouw Marsman het over heeft. Ik zou graag dat bestemmingsplan ter inzage willen hebben, want ik kan dat namelijk nergens vinden. De voorzitter: Daar kunt u vast mee geholpen worden. Mevrouw Stolk: Of in ieder geval de wijziging van het bestemmingsplan. Ik zie mevrouw Koene ook knikken. Die wil dat ook hebben. De voorzitter: Mevrouw Smid-Marsman knikt. Komt eraan. Kunnen we dat als een soort toezegging noteren dat dat ... Yes. De heer Katif. De heer Katif: Voorzitter, het is voor mij helder, er zijn heel veel communicatieproblemen. En ik ga daar geen vragen over stellen. Ik hoor het wel even aan. De voorzitter: Dank u wel. De heer De Heer? Geen vraag. De heer Uysal. De heer Uysal: Dank, voorzitter. We hebben van de bewoners van de Vlijkade en ook het Schippersinternaat gehoord dat zij het nut en de noodzaak inzien van de realisatie van flexwoningen. Maar ik heb de bewoners van het Rudyard Kipling-erf daar niet over gehoord.
En ik zou graag daar een reflectie over willen horen van de bewoners van, hoe kijken zij nou naar het proces rondom de opvang van vluchtelingen van de Oekraïners? De voorzitter: In de context van de voortgang? De stand van zaken dan. Om het even bij de orde van deze vergadering te houden. De heer Kuijper: Wij zien heel erg dat er noodzaak is voor de opvang van vluchtelingen. In de inspreekdagen dat we hier waren, hebben we verschillende opties genoemd, die ook mogelijk onderzocht konden worden. Daarmee wil ik laten zien, wij zijn niet tegen Oekraïners. Wij zijn tegen de woningen bij ons. Want ons grasveldje heeft ook een waarde die we toen ook benoemd hebben. Dat is de reden waarom wij het grasveldje graag willen behouden. Dat is het eerste stukje wat je aangeeft. Het tweede stukje is wat ik daar ook heb aangegeven, is het geld dat wij investeren in het bouwen van de woningen zouden we ook kunnen zeggen, we hebben een aantal woningen in Dordrecht die gerenoveerd moeten worden, waar nu niemand woont. Steek dat geld in die renovatiewoningen. Ga daar de Oekraïners in huisvesten. Heb je een bredere dekking. En zorg je dat je die vier woningen die je bij ons wil plaatsen breder over de stad kan verdelen en op een betere manier, waardoor je ook de woningen die nu niet bewoond worden weer bruikbaar kan maken.
27
De voorzitter: Een helder antwoord. Mevrouw Van Vugt-Roose. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. Even een korte vraag aan de ambtelijke organisatie. Er zijn mensen weggelopen, hoor ik? Ik maak me daar wel zorgen over. Wat voor consequenties gaat het op korte, maar mogelijk ook op langere termijn hebben? De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Smid-Marsman: Voor het project hebben we voor een deel al weer vervanging geregeld, gewoon omdat dat moet, want anders lopen we ook in de tijd klem. Voor een aantal vacatures geldt dat nog niet. Gaan we dat ook op korte termijn regelen. Maar het doet iets voor een organisatie, als ook nu weer vanavond er toch af en toe een ondertoon insluipt dat ambtenaren een eigen agenda hebben, niet de waarheid zeggen, dat soort zaken. Dat doet gewoon wat met medewerkers. En daar maak ik me wel zorgen over. Punt. De voorzitter: Dank u wel. De heer Kolkiliç. De heer Kolkiliç: Ik zou met schriftelijke vragen komen, voorzitter. Maar het laatste wat u zei, kunt u daar wat uitgebreider eigenlijk iets over zeggen? Ik begreep het niet helemaal. Mevrouw Smid-Marsman: Dat vind ik het ingewikkelde. Oorspronkelijk was ook het verzoek of de ambtelijke organisatie hier aan tafel zou komen zitten, de medewerkers.
Wat er net een beetje gebeurde tussen de wethouder en een van de insprekers, was een debatje, wat is het nu, welles, nietes, hebt u dit wel gezegd, hebt u dat wel gezegd? Ik vind dat je dat van een ambtenaar in deze setting niet mag vragen. Ik wil best met u een gesprek voeren, maar niet in alle openbaarheid over medewerkers, over allemaal dat soort zaken, want dat vind ik gewoon heel ingewikkeld. Het gaat over personen. De voorzitter: Helder. De heer Gorter. De heer Gorter: Dank u, voorzitter. Ik heb voldoende gehoord. De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Voorzitter, kijk, een aantal dingen zijn misschien zoals ze zijn. Dat weet ik ook niet. Er zijn nog een aantal dingen die uitgezocht gaan worden over die flexwoningen, tijdelijke woningen, om toch na te kijken. Het bestemmingsplan, enzovoorts. En een aantal dingen staat misschien wel of niet vast. Maar wat voor mij zo belangrijk is, want ik hoor toch wel een beetje verschillende geluiden ... Ik hoor hier misschien wat luchtiger dan aan de andere kant van de tafel. Maar wat hebben de verschillende begeleidingscommissies nodig om de volgende stappen in het proces ook gewoon weer op een constructieve manier proberen mee te doen? Bij het Schippersinternaat hoorde ik iets van, er is toch nog wel wat onzekerheid.
Wat hebben de verschillende begeleidingscommissies nodig, of ze dat kunnen aangeven, om de volgende stappen te zetten om constructief mee te kunnen blijven doen?
28
De voorzitter: De heer Kuijper. De heer Kuijper: Wij hebben nodig, eerlijkheid en transparantie. Dat is één. Wij hebben nodig van jullie als raad, jullie hebben ons ingeschreven als begeleidingscommissie, maar wat is onze speelruimte? Waarin mogen wij meebeslissen en waarin mogen wij niet meebeslissen? Waarin zijn wij toehoorder? Zijn wij uiteindelijk degenen die bepaalde beslissingen mogen maken of liggen die nu ondertussen bij Trivire? Dat zijn dingen waar wij als begeleidingscommissie behoefte aan hebben. Hetzelfde is met, is dit een flexwoning of een modulaire woning? Wat zijn de juridische termen? Wij hebben gevraagd, we willen graag dat een jurist van de gemeente kijkt, ligt er een juridische lading op dat woord? Betekent dat vijftien jaar? Toen is ons teruggekoppeld, de vergadering daarna, daar hebben we niet meer naar gekeken. Dat soort dingen zorgt er voor ons voor dat er wantrouwen komt richting de gemeente en richting de begeleidingscommissie die daar ondersteuning aan geven. Wij willen gewoon duidelijkheid, wat kunnen we? Waarin kunnen we meebeslissen? De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Koene: Voorzitter, mag ik nog ... De voorzitter: Maar misschien wilt u van de andere locatie ook? Mevrouw Swift. Mevrouw Swift: Het stukje transparantie en ook gewoon ferme afspraken. Zeggen, dit gaat er nu gebeuren.
Tot nu toe hebben we eigenlijk in vergaderingen gezeten van, we denken dat het die kant op gaat. En dan kom je zes weken later. En dan gaven ze aan de andere kant nog steeds geen uitsluitsel. Het voelt erg dat jullie ook in een hele grote brij aan het roeren zijn. En je komt dingen tegen. En dat gebeurt natuurlijk met planningen. Maar dat je dan ook denkt, hadden we ook nog niet aan gedacht. Het geeft geen vertrouwen. En bij ons geeft het een stukje vertrouwen, omdat we zien ... Nou vertrouwen, maar dat we zien dat er in ieder geval verbouwd wordt in het internaat. Daar komen inderdaad dan eind maart mensen in. Dat is de voortgang die we zien. Maar alles eromheen ... En dan zijn flexwoningen bij ons een onderdeel. Maar wij hebben natuurlijk geen woonbestemming. Daarom blijven het ook echt flexwoningen bij ons. Maar ook daar, we weten gewoon niet hoeveel het er worden, waar ze komen te staan. En gewoon concrete afspraken op een gegeven moment. Wil jij er nog iets aan toevoegen? De heer Leferink: Zeker. De voorzitter: De heer Leferink. De heer Leferink: Dank je wel. Een aanvulling. Ik hoop dat als het proces vordert en de mensen er ook echt wonen dat dan niet het besluit wordt genomen, geen begeleidingscommissie meer, maar toch even door te gaan, omdat dan juist het proces ontstaat dat je aan elkaar moet gaan wennen en elkaar kennismaken, et cetera.
Ik hoop dat we dat niet alleen maar bekijken vanuit de bouwkundige kant, maar ook vanuit de kant dat er uiteindelijk een relatie met de Oekraïners moet worden opgebouwd.
29
De voorzitter: Dank u wel voor deze toevoeging. Heeft u nog een vervolgvraag? Nee? De heer Van der Net. Dat is helemaal goed. De heer Schiettekatte. De heer Schietekatte: Als ik de wethouder goed begrepen heb, dan wordt de begeleidingscommissie voor onze omgeving nog opgestart. Op dit moment zien wij concrete plannen voorliggen en gaan we ervan uit dat zodra die verder ontwikkeld worden dat we daar constructief over zullen gaan spreken. De voorzitter: Heeft u een vervolgvraag? Mevrouw Koene: Nee, ik heb alleen nog een korte vraag aan de wethouder. Of hij een reflectie ... Want ik hoorde daarnet iets over de bemensing per woning. Of de wethouder daar een reflectie op kan geven hoe dat zit. De voorzitter: De wethouder. De heer Burggraaf: Voorzitter, dat kan ik. Dat is ook namelijk hetgeen wat ik in de begeleidingscommissie daarover verteld heb. En dat is dat dat we in deze fase nog niet zover zijn dat we precies kunnen zeggen wie daar komen te zitten, anders dan dat ... Als het gaat over het Kipling-erf hebben we gezegd, het is een omgeving wat vooral geschikt is voor gezinnen. Daar zullen gezinnen komen in die huizen. En ik heb daar ook toegelicht dat wij in Crownpoint een goede begeleiding hebben zitten. De bewoners eigenlijk allemaal gewoon goed kennen. En dat we graag die huizen zo goed mogelijk, de plekken zo goed mogelijk willen benutten.
Want het is zonde om plekken open te laten als die wel ingevuld kunnen worden. En ik heb daar het voorbeeld gegeven, je kan je voorstellen dat er misschien kinderen zijn met een moeder die weer heel goed omgaat met een andere moeder met kinderen, of die misschien iemand is die af en toe op de kinderen past. Kortom, je zoekt naar een combinatie binnen een huis van mensen die al elkaar kennen, of in ieder geval goed met elkaar matchen. En daar zullen we ook uiteindelijk, als eenmaal mensen in de woning zitten, alert op blijven of de situatie tot een goede woonsituatie, leefsituatie in de omgeving brengt. En als dat niet zo is, als er toch opeens onverhoopt misschien dan binnen zo’n woning met elkaar niet zo goed botert, dat we daar ook vervolgens weer op kunnen ingrijpen. Want de doelstelling is dat we dat we mensen, Oekraïners, een betere plek kunnen geven dan dat ze nu hebben. En dat we voor de omgeving, waar ze komen te wonen ... Dat dat ook een prettige omgeving is en dat de omgeving daarin, dat is wat de mijnheer van het Schippersinternaat ook meegeeft, dat daar ook een goed buurmanschap, zal ik maar even zeggen, buren ontstaat. Daar is ons veel aan gelegen. Daar zullen we ook zeker in investeren in het vervolgtraject. De voorzitter: De heer Van der Net. Dan wil ik even inventariseren of er nog vervolgvragen leven binnen de commissie. Bij mevrouw Koene zie ik die.
Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Voorzitter, dank. Ik had er nog één voor mevrouw Smid. Want u zei, over bepaalde dingen is de begeleidingscommissie niet de plek om daarover te spreken. Als er toch behoefte zou zijn, binnen een begeleidingscommissie, om daar wel over te spreken, is er dan een idee over hoe dat zou kunnen?
30
De voorzitter: Mevrouw Smid. Mevrouw Smid-Marsman: Volgens mij is het dan niet een begeleidingscommissie, maar heeft het gesprek dan een andere functie. En dan moet je daar ook op inzetten. De vraag is dan wel hoe je het verwachtingenmanagement regelt. Kijk, voor ons is steeds het uitgangspunt geweest dat er een aantal besluiten liggen die gewoon de basis zijn om dingen te doen. En dat is voor de Vlijkade een bestemmingsplan en besluit voor de raad. Het klinkt misschien een beetje rot, maar ik bedoel het niet rot, maar voor ons is de vraag of een gepasseerd station. Als je dat gesprek wel wil voeren, dat kan, maar ik zou bijna zeggen, dan moet u het gesprek aangaan over het bestemmingsplan. Mevrouw Koene: Even, voorzitter. Ik bedoelde niet of hoor. Ik bedoel, maar het ging meer om van, als je op een andere manier inhoudelijk met elkaar wil praten wat dan wel eventueel het podium daarvoor zou kunnen zijn. Maar goed, dat komt dan misschien wel op een later moment. De voorzitter: Ik denk dat alle vragen vanuit de commissie dan op dit moment beantwoord zijn. Dan hadden we nog een ordevoorstel van mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Mag ik nog even snel een checkvraag stellen, als laatste? Want ik weet even niet of dat helemaal zo is. De voorzitter: Ja, dat mag.
Mevrouw Pichel: Want we hadden het ook een tijdje geleden gehad over een onafhankelijk voorzitter bij die begeleidingscommissie. Is die er nu? Is dat geregeld? Oké. Dat wilde ik even ... De voorzitter: Mevrouw Smid-Marsman. Mevrouw Smid-Marsman: Begeleidingscommissies zijn ons reguliere werk. Op het moment dat het zo wordt dat de gemeente niet meer in staat is om haar eigen voorzitter van een begeleidingscommissie te leveren, dan wordt het wel heel complex. Wat we wel gedaan hebben, is gezien de verhoudingen op deze ene specifieke, want dat blijf ik maar benadrukken, we hebben het ... Er zijn meerdere commissies. En de discussie spitst zich toch een beetje toe op deze ene. Hebben we wel gezegd, het is verstandiger om niet de projectleider of iemand die in het project zit voor het vervolg als voorzitter van die bijeenkomsten te vragen. Omdat die moet inhoudelijk antwoorden en het gesprek managen. En bij een wat moeilijker gesprek kan je dat beter leggen bij iemand die niet in het project betrokken is. We hebben wel degelijk iemand anders gevraagd, wel vanuit de gemeentelijke organisatie, maar niet betrokken bij het project. De voorzitter: Ik zag dat de heer Kuijper ook op deze vraag wilde reageren. De heer Kuijper: Het ging er eigenlijk om, er is geen onafhankelijk voorzitter, zoals toen is aangegeven. Er is een afhankelijk voorzitter.
Maar ze doet wel zoveel mogelijk haar best. Laten we dat eventjes zeggen.
31
De voorzitter: En mevrouw Baldé. Mevrouw Baldé: Ik wilde graag nog heel even, omdat we anders doorgaan met het andere, de transparantie en eerlijkheid wat zeggen, naar aanleiding van wat voorbeelden. De voorzitter: Dan moet ik even, vrees ik, de commissie aankijken of u dat goedvindt. Gaat uw gang. Mevrouw Baldé: Even om vanuit het standpunt van de bewoners kenbaar te maken van, waar lopen we tegenaan en waarom is het zo? Vaak met struggles. En dat heeft bijvoorbeeld te maken ... Het was, waarom krijgen wij van die hele grote woningen? Antwoord, omdat het kan. We hebben liever tweelaags. Is daar iets in mogelijk? Niets Dan wordt er tegen ons zegt in de vergadering, maar jullie mogen meebeslissen over de voorkant, want waar je tegenaan kijkt, of het hout moet worden of steen of iets van dien aard. En dan krijgen we van de laatste vergadering te horen, gewoon van Trivire, het wordt steen. Het is wel duurder hoor, maar dat doen we voor jullie. Maar we hebben weer geen inspraak. Het feit vier tot zes mensen. De volgende vergadering zes tot acht mensen. Kijk, dit geeft ons een beeld waarom we zeggen, het geeft geen duidelijkheid. Ergens is er niet iets open en eerlijks naar ons. En dat is wat wij eigenlijk alleen maar gewoon verlangen op zo'n vergadering. Dat wilde ik even kwijt. De voorzitter: Dank u wel voor uw aanvulling. Dan gaan we als commissie besluiten over het vervolg.
En daar heeft mevrouw Pichel een aanzet toe gegeven met haar ordevoorstel. Dat ging over de definitie van een flexwoning die is gehanteerd in de raadsvoorstellen en die nu wordt gehanteerd. En ook gerelateerde aspecten als modulair, tijdelijk en verplaatsbaar zijn voorbijgekomen. En zijn er andere commissieleden die misschien op dat ordevoorstel willen reageren? Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ik wil nog even aanvullen dat het gewijzigde bestemmingsplan in ieder geval onze kant op komt. En ik wil even een wat technische vraag stellen. Kunnen wij als commissie zelf juridisch laten toetsen? En dat is even een vraag aan de griffie. Daar hoeft nu niet direct een antwoord op te komen, maar ik wil dat wel graag weten of wij als raad zelf juridisch kunnen laten toetsen. De voorzitter: Mevrouw Vermeulen. Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Voorzitter, even een aanvulling. U noemde net wat punten op. En een van die dingen, als we het hebben over was het vijftien jaar of langer of permanent, is dat er ook een berekening is gedaan natuurlijk op basis van welk budget wij beschikbaar moesten stellen. Dat had ook te maken met een bepaalde terugverdientijd van dat flexwoningen verhuurd konden worden. Daar zat ook een termijn aan vast. De voorzitter: Maar ik ben vooral op zoek naar wat u als commissie nu wilt als vervolg. En dat kan een onderzoek zijn.
Maar dan hoop ik dat u dat nu op tafel legt, want dan kunnen we dat als commissie besluiten. Of u kan zeggen nee, er is voldaan aan het agenderingsverzoek, we hebben voldoende informatie verzameld, we zetten er een punt achter.
32
Mevrouw Stolk: Voorzitter, mag ik een voorstel doen? De voorzitter: Zeker, mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Dat we daarop terugkomen. Dat we eerst even met degenen die met de flexwoningen bezig zijn geweest ons even beraden. En dat we daar binnen nu en een paar dagen op terugkomen. Of moet er nu echt een besluit genomen worden? De voorzitter: Wat wel vaker voorkomt, is dat het dan op de Agendacommissie terugkomt en dat er daarop besloten wordt. Ik kijk even ook mevrouw Vermeulen aan daarover. Mevrouw Vermeulen: Het is denk ik niet nodig om het agenderingsverzoek terug te sturen naar de Agendacommissie, want in alle gevallen moet er gewoon een nieuw proces worden opgestart. Bijvoorbeeld een agenderingsverzoek. De voorzitter: Als u na deze commissie wil besluiten, dan moet u dat doen met een apart agenderingsverzoek via de Agendacommissie. Mevrouw Stolk, er zijn wat vragen over wat wilt u besluiten? Mevrouw Stolk: En vraag je dat aan mij, wat we ... Waar het ons om gaat, is dat wij een besluit hebben genomen. En of dat goed genomen is of niet, we hebben een besluit genomen op basis van feiten. En ik wil weten van de commissie of wij op basis daarvan gewoon doorgaan met dit besluit. En ik weet even niet hoe ik hiermee om moet gaan als raad. Maar ik heb het gevoel dat we op verkeerde feiten een beslissing hebben genomen. En ik wil niet zeggen dat die beslissing dadelijk anders wordt.
Maar ik wil het er wel over hebben, want het doet namelijk wat met de inwoners van je stad. En als inwoners van je stad zeggen, ik voel me niet gehoord, ik voel me niet gezien en ik voel me niet betrokken, vind ik als commissie, daar moet je iets mee. Want we zijn volksvertegenwoordigers. De heer Van der Net: Voorzitter. De voorzitter: Wat u daarmee kunt doen eventueel, is een oordeelsvormende commissie. Maar dan is de vraag, wat zijn politieke vragen? Ik heb meerdere opmerkingen gezien. De heer Van der Net: Dan kom je daar weer op terecht. De voorzitter: U heeft niet het woord. De heer Uysal heeft het woord. De heer Uysal: Voorzitter, volgens mij hebben we voldaan aan het agenderingsverzoek. Dat was stand van zaken ophalen. We zijn in gesprek geweest met de bewoners en ook met de mensen die in de commissie zitten. We hebben ook een toelichting gekregen vanuit de organisatie, zoals dat wordt genoemd. Voor GroenLinks is het op dit moment een check voor het agenderingsverzoek. En daarmee kan het worden afgesloten. Mochten er partijen zijn die toch vinden dat er nader onderzoek gedaan moet worden of wat dan ook, dan staat het ze denk ik toch gewoon vrij om een nieuw proces in te leiden en een agenderingsverzoek in te dienen.
33
De voorzitter: De heer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, ik zou me daar in grote delen wel bij aan willen sluiten. Vooral om te voorkomen dat we een oordeelsvormende vergadering op basis van deze informatie gaan doen. En dat we met multi-interpretabele teksten zeggen, hier staat dit en daar staat dat. Volgens mij worden we daar niet heel veel wijzer van. Als een aantal partijen de behoefte hebben om dieper te graven naar een stukje juridische toetsing, dan kun je vervolgens daar met inderdaad een nieuwe agendering het inhoudelijke gesprek over hebben, om te voorkomen dat het een onduidelijkheid oplevert. De voorzitter: De heer Katif. De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. Ik denk inderdaad, ik ben het met mijn collega De Heer eens, dat je over meer informatie moet beschikken voordat je überhaupt een beslissing kan nemen. En voldoen, zoals de heer Uysal zei, namelijk aan de agenda, zoals hij hier staat, het staat ook de commissie vrij om te agenderen of dat beeldvormend of wat dan ook ... Ik vind meer informatie en dan kun je pas praten. De voorzitter: De heer Van der Net. De heer Van der Net: Ik hoor het eventjes aan. En ik begrijp misschien wel waarom sommige mensen constant het hier weer op de tafel willen hebben. Ik wil toch wel even ... Ik dacht er eventjes aan, net ook aan de ambtenaren en dat mevrouw Stolk zo achter de mensen stond.
Maar ik hoop dat mevrouw Stolk het toch ook wel met mij eens is dat wij ook achter de ambtenaren moeten staan die ook hier ernstig door geraakt zijn. De voorzitter: Die discussie gaan we nu echt niet beginnen. Zeker niet doen.
Mevrouw Stolk: Maar ik word wel aangesproken. Ik ga daar wel op reageren. We hebben vanmiddag een presidiumvergadering gehad, dat we het niet op de man zouden spelen en we zouden het puur op de bal houden. Daar had u eigenlijk bij moeten zitten vanmiddag, mijnheer Van der Net. De voorzitter: Wilt u via de voorzitter spreken? Mevrouw Stolk: Via de voorzitter naar mijnheer Van der Net. Tegelijkertijd ... Nou ben ik even kwijt wat ik wilde zeggen. Over de ambtenaren. Ik heb alle waardering voor de ambtenaren die hier in dit gebouw zitten. Ik zou graag willen dat u uw woorden terugneemt en dat u ... Want u legt nu de woorden in de mond dat wij het niet voor de ambtenaren op zouden nemen. Dat vind ik een hele verkeerde en lelijke discussie, mijnheer Van der Net. De voorzitter: Laten we die vooral niet voortzetten. De heer Van der Net heeft zijn punt gemaakt. U heeft uw punt gemaakt. Eenieder kan daar zijn eigen conclusies uit trekken. Maar we moeten ook conclusies trekken over het vervolg. Ik hoor wel geluiden dat er aan het agenderingsverzoek in ieder geval is voldaan. Dan kijk ik ook een beetje met een schuin oog naar mevrouw Koene. Die knikt. Dat kunnen we dan in ieder geval op die
34
manier afvinken. Dan hoor ik ook het geluid dat er nog even beraad plaats moet vinden om te besluiten over een eventueel vervolg. Dan wil ik toch voorstellen dat we het doen zoals is besproken. Dat we nu zeggen, er is voldoende informatie verzameld, er is voldaan aan het agenderingsverzoek. En als er nog een vervolg moet komen, dan gaat dat via een apart agenderingsverzoek via de Agendacommissie. Ik zie geknik. Dan doen we het op die manier. Dan wil ik u allemaal vragen om uw glazen en zo op te ruimen. En dan wil ik u ... Mevrouw Pichel: Sorry, toch nog heel even. De voorzitter: Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Even voor de goede orde. Want ik bedoel, mijn voorstel zou toch, wat ik net al zei, iets zijn dat er ... Ik vind ook, er moet geen oordeelsvorming komen hoor, want dit is nu klaar. Maar om wel ook even met elkaar te kijken van, komt er inderdaad een onderzoek? Want er is een enorme discrepantie van, wat stond er? En op basis van welke besluiten is er een beslissing genomen? En wat is er nu anders dan voorheen? En daar zit echt wel een verschil in. En als we dat later nog ergens in de lucht moeten gooien, dan heb ik liever nu dat we met de commissie bepalen, willen we dat uit de lucht hebben? Want uit de lucht is ook maar uit de lucht.
En als dit goed te verklaren is, en de wethouder heeft net dingen heel netjes op een rijtje gezet, als we dat gewoon zouden kunnen bevestigen of niet bevestigen, wat het ook gaat worden, dan is het ook maar helder. Want anders blijft dat in de lucht zweven. De voorzitter: Helder. Ik kijk even de commissie rond. Ik kan u niet het woord geven. De heer Kuijper: Een belangrijk punt. De voorzitter: Ik kan u niet het woord geven. U gaat het niet zeggen. U zet uw microfoon uit. De heer Kuijper: Ik vraag jullie dan om zo even naar me toe te komen. De voorzitter: Dat mag. Ik kijk rond of er steun is voor het verzoek van mevrouw Pichel? De heer Van der Net: Kan het nog een keer worden herhaald dan, voorzitter. De voorzitter: Het gaat om een onderzoek of een uiteenzetting van de begrippen die voor de besluitvorming zijn gehanteerd over flexwoning, tijdelijk, verplaatsbaar, et cetera en die nu worden gehanteerd, en of die overeenkomen. Dan geef ik het toch goed weer? De heer Van der Net: Dat is prima. Maar wie gaat dat dan doen? Moet de griffie dat ... Even voor mijn info dan. Ik bedoel van, prima. De voorzitter: Mevrouw Vermeulen. Mevrouw Vermeulen: Ik kan me goed voorstellen dat u die vraag aan het college stelt. En zij kunnen dat via een jurist laten beantwoorden. Dat zijn interne juristen.
35
De voorzitter: Dan moet ik even naar rechts kijken of dat mogelijk is. De heer Burggraaf. De heer Burggraaf: Voorzitter, volgens mij is deze vraag ook al gesteld. In artikel 39vragen hebben we daar ook al een antwoord op gegeven. Dan zullen we hetzelfde herhalen van hetgeen wat we eerder al bij diverse technische vragen ook hebben beantwoord. De voorzitter: Neemt u daar genoegen mee? Mevrouw Pichel: Het punt, er is antwoord gegeven en er is verwezen naar inderdaad andere stukken of vragen die ook zijn ingediend door andere fracties. Maar er is nog steeds een onduidelijkheid van, was iedereen wel volledig op de hoogte van dat feit? En daar zijn de verschillen over. Dat horen we vanavond weer elke keer komen. Er werd vijftien jaar genoemd. Of is het wel permanent? Of worden ze weer weggehaald? Worden ze niet weggehaald? Daar is onduidelijkheid over. Als er geen onduidelijkheid over is bij de fracties, is dat ook goed natuurlijk. En als dat wordt opgehelderd, dan zijn we denk ik allemaal blij. De voorzitter: De heer Van der Net. De heer Van der Net: Het raadsvoorstel, als u dat leest, daar staat niets over vijftien jaar in. Ik geloof best wel dat daar misschien gesprekken ooit gevoerd zijn. Maar we hebben hier met zijn allen een stuk goedgekeurd waar dat niet in stond. Daar moeten we ook wel eerlijk zijn naar onszelf.
De voorzitter: Ik stel voor dat u ook dit onderzoek via een agenderingsverzoek doet. Want ik zie in deze commissie gewoon op dit moment geen steun. Dan zult u het misschien in samenwerking met mevrouw Stolk, in het vervolg ... Ik zie geknik. Dan gaan we het op die manier doen. Wilt u alstublieft uw flesjes en glazen opruimen? Ik dank u voor uw medewerking. Fijne avond. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 11 maart 2025.
De griffier,
De voorzitter,
A.E.T. Wepster
P.A.C.M. van der Velden
36