CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.11 2023.11.14 Notulen Dordtse Dinsdag - V ergaderzaal 3 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 19 december 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 7 en 8 november en de Dordtse Dinsdag van 24, 31 oktober, 14 en 28 november 2023 Vergaderzalen 1, 3, 528.541 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Dus de griffie gaat een oordeelsvormende vergadering inplannen denk ik. Dan gaan we daar volgende keer mee verder. Ik dank ieder voor zijn of haar inbreng, ook de ambtelijke ondersteuning, de mensen achter me ook voor het aanhoren van alles en uw belangstelling. Vriendelijk verzoek: als u flesjes of kopjes mee naar binnen hebt gebracht, dan mag u ze ook weer mee naar buiten brengen. Dat scheelt Clark, en u hebt gezien hoe belangrijk die man is, wat werk straks, want die doet het altijd. Dank u wel.

41

6. RV Instemmen met de oprichting van Ondernemers fonds Dordrecht (technische briefing) Voorzitter: Mevrouw Kruger Raadsgriffier: Mevrouw Vermeulen Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van Ballegooijen (VVD) Dhr. Van den Berg (CDA) Dhr. Bootsman (GroenLinks) Dhr. Gorter (Op Ons Eiland) Dhr. De Heer (ChristenUnie/SGP) Dhr. Katif (Beter Voor Dordt) Mevr. Koene (Gewoon Dordt) Dhr. Kolkiliç (DENK) Mevr. Pichel (Forum voor Democratie) Dhr. Portier (SP) Ambtelijk ondersteuning: Dhr. Boiten (strategisch adviseur) Dhr. De Wit (programmamanager) Portefeuillehouders: Mevrouw Van Benschop De voorzitter: Goedenavond, allemaal. De laatste ronde zullen we maar zeggen. Deze commissie gaat over het ondernemersfonds. Welkom, alle raadsleden, mensen op de tribune, ik zie er twee, welkom, mensen thuis. Deze commissie is beeldvormend. Aanwezig zijn ook Niek de Wit, programmamanager, en Roeland Boiten van Dordt Onderneemt. Het college heeft een voorstel gedaan voor de oprichting van een stadsbreed ondernemersfonds. Ik wil u alle wel even zeggen, er zit een deadline op dit raadsvoorstel, dus we gaan even kijken hoe we hier vanavond uitkomen. Het is beeldvormend. Zo meteen geef ik het woord aan Niek de Wit, als we ons allemaal hebben voorgesteld en die zal nadere toelichting geven. Mocht u nog technische vragen hebben, het liefst aan het einde.

Nee, niet het liefst, gewoon aan het einde van de presentatie, want mogelijk zijn dan vele technische vragen al beantwoord. Ik begin even hier aan mijn linkerhand maar. De voorzitter: Oké. Dan zijn wij allen aanwezig. Ik zie nog één iemand binnenkomen. Excuus aanvaard. De heer Gorter van Op Ons Eiland. Goed zo. Dan wil ik maar meteen van start gaan en het woord geven aan Niek de Wit. De heer De Wit: Dank u wel, voorzitter. U heeft al denk ik de stukken kunnen lezen, het raadsvoorstel en de bijlage die erbij zit, die ook is opgesteld door een adviseur die bekendheid heeft met vele ondernemingsfondsen in den lande. Ik heb een paar slides gemaakt om even de hoofdlijn met u door te nemen. Een stukje ook op de techniek, maar ook welke voorbereidingen zijn nou ten grondslag gelegen.

42

Ik zal maar gelijk starten. Even de hoofdlijnen van het fonds. U heeft gelezen, we kiezen voor het Leids model zoals dat heet een ondernemersfonds wat in 2005 volgens een OZB-opslag voor niet-woningen, dus dat geldt voor de profit en de non-profit, destijds is opgericht, waarbij de middelen volledig ten goede kwamen van het ondernemerschap in Leiden. Een fonds wat destijds na een 20 jaar tijd ook behoorlijk wat navolging heeft gekregen qua systematiek. Inmiddels kan ik u zeggen 50 gemeente ongeveer in Nederland hebben dit voorbeeld gevolgd, waarvan overigens ook een deel middelgrote gemeente zoals Dordrecht maar ook een groot aantal kleinere gemeenten. Voorbeelden: Delft noem ik dan even, ‘…’ Groningen. Maar ook hier in de regio hebben we een aantal gemeenten gezien die ook een vergelijkbaar fonds hebben ingesteld en dat in een groot aantal gevallen ook tot tevredenheid zou je kunnen zeggen, ook van ondernemers zelf die daar het profijt van hebben. Het is, wat ik net al aangaf, een instrument dus om eigenlijk financieringen op te gaan halen, wat dan direct ook weer over de profit en nonprofit voor collectieve activiteiten in hun eigen directe omgeving of thema's waar ze veel waarde aan hechten. Kan zijn ook op het vlak van arbeidsmarkt, stageplekken bieden verduurzamingsmaatregelen. Noem maar op.

En het biedt, dat moet ik ook zeggen, ook voor ons als gemeente echt wel een hele heldere structuur naar gebieden toe om ook vanuit het strategisch accountmanagement, dus ook hier vanuit mijn collega Roeland Boite, activiteiten op te zetten met ook onze eigen inzet van middelen. Dus het is voor ons ook echt wel heel waardevol om ons accountmanagement te organiseren en vanuit de gemeentelijke opgaven en discipline met elkaar op te gaan werken. Dordrecht heeft ook al zelf al wat langer ondernemingsfondsen. Niet gestoeld op de OZB-opslag, maar wel in de binnenstad, zoals u waarschijnlijk ook al weet. Ik denk een jaartje of acht negen inmiddels alweer. Kijk, daar komt het. Dan zit ik ongeveer in de buurt. Destijds ook overigens betrokken geweest bij dat fonds en dat was gebaseerd op reclamebelasting. Dat gold alleen voor het kerngebied, kleine winkelgebied van de binnenstad, dus een heel duidelijk afgebakend gebied dus niet voor de totale stad, maar echt voor dat gebied en dan voor de winkeliers en de horeca. Het was een gebruikersheffing. De eigenaren betaalden dus niet mee. De basis was dus echt gelegen op basis van de openbare aankondigingen, dus de reclame uitingen op de gevels, en daar stond een tariefstelling tegenover. Op de WDO zes jaar geleden ongeveer, hebben we een aantal BIZzen opgericht.

Bedrijfsinvesteringszones op basis van de wetgeving die ons daarvoor vanuit het rijk werd aangereikt. Dat is een net weer andere methodiek. Daarvan gaan de opbrengsten echt naar activiteit in op het gebied van schoon, heel en veilig. Dus denk dan vooral aan parkmanagement en dergelijke. Wil je zover komen tot een BIZ op te richten, dus een bedrijfsinvesteringszone, dan heb je wel behoorlijk wat draagvlakeisen die daaraan voldaan moeten worden en ook een flink proces die daaraan voorafgaat. De laatste jaren is vooral ook behoefte ontstaan, ook bij de ondernemers, om tot continuïteit te komen op de collectieve financiering. In de periode van corona, toen je zag dat die BIZzen in herstemming moesten komen, hebben we gezegd als gemeente, laten we ieder geval de financiering tijdelijk overnemen, maar dan wel met het perspectief om dan door te stappen op een stadsbreed ondernemersfonds voor alle niet-woningen in Dordrecht. Proces tot nu toe; we zijn eind vorig jaar gestart. We hebben een initiatiefgroep in het leven geroepen.

43

Die bestond uit een brede samenstelling, dwarsdoorsnede van ondernemerssectoren en ook verdeeld naar de verschillende gebieden die we in Dordrecht kennen en eigenlijk alle dingen die u hier nu voor u ziet en voorgesteld worden, zoals de tarieven, de verdeling van de trekkingsgebieden, zijn altijd in samenspraak met hen gemaakt en ook altijd vaak op hun instigatie zo bedacht. Het is dus zeker niet zo dat dit vanuit de ambtelijke tafel of de bestuurlijke tafel zo is vormgegeven. Hier gelijk even een mooi plaatje denk ik van de trekkingsgebieden. Het zijn er ongeveer 20, 22. Dat kan overigens ook veranderen als het effectiever is om gebieden aan elkaar te koppelen, dan kan dat nog. Het voortouw ligt overigens dan zelf bij de ondernemers en dadelijk de stichtingen ondernemersfondsen die dat zelf al moet bepalen. Ik gaf net al even iets aan over de BIZ-heffingen, dus die altijd om de zoveel tijd in herbesluitvorming moeten, draagvlakonderzoeken die daar weer aan ten grondslag moeten liggen. De meeste BIZzen, of inmiddels denk ik allemaal, zijn inmiddels beëindigd. De besturen die bestaan overigens allemaal nog wel. Het is ook fijn, want als je daaruit de doorstart maakt naar een stadsbreed ondernemingsfonds, is het ook goed dat je al uit kan gaan van bestaande ondernemingsstructuur, die eigenlijk met elkaar al een soort van basis hebben gelegd.

Hoe gaat het werken? Ik kom dadelijk nog even terug op de bedragen die we ongeveer gaan ophalen, stond ook in het voorstel. Die worden uiteindelijk weer naar rato van inbreng per gebied teruggestort naar de trekkingsgebieden. Dus dat betekent, alles wat men dus in zo'n gebied betaalt, vangt men weer en kan men inzetten voor de activiteiten die men zelf wenst te doen. Zoals u waarschijnlijk ook weet, de OZB op niet-woningen kent een gebruikersdeel en een eigenaarsgedeelte. Besloten is op dit moment om de gebruikers 60 procent te laten betalen. Dat komt overeen met 45 euro in opslag per 1 ton WOZ-waarde en voor de eigenaar is 40 procent. Ik denk als je kijkt naar andere fondsen in Nederland, dan zie je dat dat ofwel in evenwicht is of dat zelfs op termijn de eigenaren meer gaan betalen, maar dat is iets wat kan groeien. Dat zal men ook zelf vooral moeten aangeven op moment dat het aandeel eigenaarsbijdrage groter moet worden. Voordeel is dus ook bij een OZB geen vijfjaarlijkse draagvlakmonitor. We hebben wel aangegeven dat we na vijf jaar de boel willen evalueren en ze zullen ook zelf voor een flink deel zelfevaluatie moeten doen. Voordeel ook van een OZB-opslagfonds, ondernemingsfonds, is dat er weinig regels aan verbonden zijn. Veel ondernemersvrijheid daar waar ook het geld naartoe moet. Dus dat is een duidelijk voordeel ten opzichte van een BIZ.

Wat biedt een ondernemersfonds? Die staat even eerste generatie, tweede generatie en derde generatie. Zie dat niet als; een aantal jaar geleden was dit het en tweede generatie, daar staan we nu. Het is eigenlijk een soort doorgroeimodel. Dus je zal denk ik zien op die terreinen die nog niet georganiseerd zijn, bijvoorbeeld De Staart, een aantal bedrijventerrein die eerste, tweede Merwedehaven bijvoorbeeld. Ik denk dat men gelijk gaat starten met parkmanagement en beveiliging. Eerst de basis en dat je op een gegeven ogenblik went men eraan om met elkaar samen te werken en groeit men door in die tweede generatie, bijvoorbeeld ook op het gezamenlijk doen van energiescans, stagemarkten en noem maar op, tot het meest verregaande vorm van samenwerking, dat men ook bijvoorbeeld kan gaan denken aan het gezamenlijk opwekken van duurzame energie en daar ook gezamenlijk via dit ondernemingsfonds met collectieve inzet op gaat investeren tot misschien zelfs wel zelfbeheer van de terreinen, die over te nemen.

44

Financiën heb ik net al iets over gezegd in die 75 euro per ton WOZ-waarde waarmee gerekend wordt in de verdeling eigenaarsgedeelte en gebruikersgedeelte, net ook al even aangestipt. Dan ook even het groene blok en het rechter blok van wat hebben die ondernemers zelf te organiseren. Het groene blok, en daarvoor zit u vanavond ook bij elkaar, de eerste stap is tot oprichting te komen van het ondernemingsfonds, de OZBverordening daar ook op aan te passen. Dat moet nog plaatsvinden voor het belastingjaar, dus voor ‘24 moet dat gebeuren. Stap twee, de beslissing, die noemde ik net ook al even. De OZB-heffing moet aangepast worden nog en de gemeente heeft vervolgens geen zeggenschap over het bestuur. De gemeente heeft overigens ook geen zeggenschap dus over de besteding exact van de middelen, maar wel de controle achteraf. Stadsbreed ondernemersfonds heeft zich verder te organiseren, dus een stadsbreed bestuur en de trekkingsgebieden daaronder hebben dat ook te doen. Inmiddels zijn we overigens met het oog op en onder het voorbehoud natuurlijk van instemming door uw gemeenteraad, wordt ook al langzaam al gewerkt om die organisatiegraad per terrein op orde te krijgen. Mocht toch zelfs het ondernemersfonds niet doorgaan, hebben we daar ook al profijt van, want dan heb je aanspreekpunten ook als gemeente.

Goed om te benoemen ook, men gaat nu ongeveer uit van zevenenhalf procent stadsbreedte, dus van de totale inkomsten zevenenhalf procent stadsbreedte, waarvan een deel nog overhead is, de administratieve ondersteuning en misschien ook nog een stukje stadsbrede activiteiten die je zou kunnen ontplooien. Maar ook daar ligt de afwegingen zelf bij de ondernemers en zijn wij als gemeente echt wel op de achtergrond. Dan even de totale opbrengsten, dus even die 20, 23 trekkingsgebieden bij elkaar opgeteld en een beetje uitgezoomd naar de grote gebieden dan, da’s een kleine 800.000 euro ongeveer naar de WDO, de binnenstad 414.000 wijkeconomie, dus alle trekkingsgebieden in de wijk hebben we bij elkaar opgeteld ongeveer 330 overige clusters 295. De Staart, u kunt het dan zelf lezen. Dus bij elkaar op denken we ongeveer uit te komen op 2,3 miljoen euro. Kan wat afwijken bij de uiteindelijke oplegging van de OZB-beschikking, maar hier zou het ongeveer op uit moeten komen. Dan tot slot de vervolgstappen. Besluitvorming waar u voor staat. Er zal daarna een uitvoeringsovereenkomst gesloten worden tussen gemeenten en het stadsbrede bestuur. Daarin worden ook de doelstellingen op hoofdlijnen en de verhouding tussen gemeenten en de stichting keurig vastgelegd.

Maar we zullen daar minimale voorwaarden in een vastleggen, want dan ga je weer op de stoel van het fonds zelf zitten en dat is dus niet de bedoeling. Gemeente heft, dus via de OZB-opheffing is in die zin de kassier zou je kunnen zeggen en maakt het geld via een subsidie dus weer direct over aan de stichting en die stichting zet dat dat vervolgens conform de inbreng van de trekkingsgebieden weer door naar de subbesturen die daaronder hangen en, zoals u ook in het voorstel zag, voor vijf jaar door te laten gaan, daarna evaluatie. Het bestuur heeft daar zelf het initiatief op te nemen en uiteraard zullen er ook tussentijds momenten komen om te proeven hoe het allemaal loopt en hoe het gaat. Vanuit het bestuur zelf, dus de organisatie nu verder op poten te zetten, de communicatie ook naar de achterban verder op te starten en uiteindelijk bij het trekkingsgebied ook de activiteitenplannen en de begrotingen gereed te maken. Ook dat is echt wel, zeker voor die gebieden die tot op heden niet georganiseerd zijn, echt wel een groeimodel, dus dat vraagt tijd.

45

We hebben ook afgesproken dat de inbreng die die trekkingsgebieden krijgt dat ze die ook kunnen reserveren naar het daarop volgende jaar. Dus men houdt gewoon hun eigen geld. Dat voor nu als aftrap. De voorzitter: Dank u wel. Wie wil er een verduidelijkende vraag stellen? De heer Gorter. De heer Gorter: Dank u wel, voorzitter. Even de kleurtjes bij dat trekkingsgebied. Zou u die even …. Welke kleurtjes horen bij welk gebied? De heer De Wit: Heel simpel eigenlijk. U ziet de westelijke Dordtse oever, dus alles ten westen van de A16, dus het grijze gebied van de zee en van de haven tot het ‘…’park. De binnenstadsaandeel ziet u natuurlijk af afgebeeld. Daar zit overigens ook het 3311postcodegebied, dus dat is ook de schil. Afgezet tegen het kernwinkelgebied wat vroeger de reclameheffing opleverde, is dit een groter gebied. De wijkeconomie, de gele gedeelde bij elkaar, de overige clusters, de paarse gedeelte; businesspark, Amstelwijck, Gezondheidspark, Leerpark, Groenezoom en dergelijke. De Staart ziet u dan nog tussen het stadsbrede deel wat eigenlijk de totale kaart is die u ziet. Dat eigenlijk in hoofdlijn. Dus echt even gerubriceerd dus bij elkaar. Daaronder hangen dus verschillende trekkingsgebieden en die detaillering kunnen we overigens ook gewoon leveren. De voorzitter: De heer Portier. De heer Portier: Een paar verduidelijkende vragen.

Even over die heffing over nietwoningen. Met niet-woningen denken we gelijk aan bedrijven, maar we hebben natuurlijk ook dingen als scholen. We hebben natuurlijk ook bedrijven die in overheidshanden zijn, zoals HVC. Doen die volop allemaal mee in de heffing? En als ze allemaal volop meedoen in de heffing, doen ze ook mee in het bestuur en de zeggenschap over deze locaties? Dat is vraag één en vraag twee: er is net een binnenstadsbedrijf opgezet, waar ook een heffing voor geheven wordt, of wat eigenlijk op basis gaat van bijdrage van gemeentes, vastgoedeigenaren en ondernemers. Staat dat hier los van of is daar een bepaalde samenhang? De heer De Wit: Uw eerste vraag; het klopt, alle niet-woningen die ontvangen een heffing. Dat zijn inderdaad profit echte bedrijven maar ook de non-profit overigens en ook bedrijven waar wij een overheidsaandeel in hebben. Dus dat hoort er allemaal bij. Scholen, onderwijs idem dito. Overigens geldt voor 80 procent of 90 procent misschien zelfs wel van primair en voortgezet onderwijs, dat wij daar een zorgplicht voor hebben als gemeente en vanuit die zorgplicht zijn wij ook gehouden om de huisvestingslast te betalen, inclusief ook de OZB. Dat betekent ook dat wij een deel van die rekening betalen. Maar concreet in antwoord op de vraag: alle niet-woningen die die tellen mee.

Het enige wat je zou kunnen uitzonderen volgens de wet is een overheidsgebouw voor de publieke dienst, dus waar wij vanavond zitten zou u kunnen uitzonderen, maar voor de rest wordt alles eigenlijk geheven en komt alles in de pot te zitten.

46

En per trekkingsgebied, zeker in de gele gebieden maar ook in de binnenstad geldt dat en ik denk dat dat veel minder geld voor de bedrijventerreinen, want daar hebben we als gemeente weinig vastgoed en daar zit weinig non-profit, maar zeker voor de gele gebieden, de wijken en in de binnenstad geldt dat het non-profitdeel zichzelf ook zou moeten gaan organiseren in al die besturen. Dat is overigens ook iets waarvan we gezegd hebben, dat willen we ook wel benoemd hebben in die samenwerkingsovereenkomst, dus er moet een evenwichtige verdeling zitten van belangen, ook in het bestuur, inclusief de non-profits, zodat een non-profit, dus alles wat niet te hard bedrijf is ook mee kan beslissen over de bestedingen vanuit de fondsen. Dus ze moeten volop meedoen. Mijn collega kan daar denk ik ook wel iets meer over zeggen. Of misschien eerst maar uw tweede vraag. Ook over voorbeelden van elders en dergelijke hoe dat dan gaat. Tweede vraag ging over … Klopt. Binnenstadsbedrijf is hier een tijdje geleden ook aan de orde geweest, meen ik. De vier ton die u hier terug ziet komen als heffing of als inkomsten uit de OZB-opslag voor dat gedeelte, dus oude binnenstad opgeteld met 3311, wordt ingebracht in dat binnenstadsbedrijf. Dus dat is één op één. Dus van de totale begroting die men hanteert, komt vier ton direct uit het ondernemingsfonds.

De voorzitter: De heer Portier, nog een aanvullende vraag. De heer Portier: Dat komt dus in de plaats van wat … Begrijp ik goed dat dat in de plaats komt van de heffing die de ondernemers nu betalen of de inbreng die ze nu hebben? De heer De Wit: De reclamebelasting en dergelijke, dus dat zijn de inkomsten die in de afgelopen jaren geïnd zijn ter voeding van het ondernemingsfonds in de binnenstad, die komt volledig te vervallen. De heer Portier: Dat begrijp ik, maar in plaats daarvan is het binnenstadsbedrijf van 200.000 is van de gemeente, 200.000 komt van eigenaren, 200.000 komt van de ondernemers en mijn vraag: de heffing die hier nu genoemd wordt, komt hij daarboven op, of is dat in de plaats van de inbreng van de eigenaren en de ondernemers? De heer De Wit: In de plaats van, dus de eigenaren gedeeld twee ton en de ondernemers gedeeld twee ton. Komt uit deze vier ton. Is deze vier ton. De voorzitter: De wethouder wil graag wat zeggen. Gaat uw gang. Mevrouw Van Benschop: Om het even te verduidelijken dat de binnenstadsbegroting, waar u over besloten heeft via de voorzitter, dat was die zes ton per jaar en dat is precies zo opgedeeld als de heer Portier nu zegt. Alleen is daarin dus, in die begroting, rekening gehouden met deze techniek.

Dus die twee ton eigenaren, twee ton ondernemers, daar is in dat voorstel al rekening mee gehouden, dat we dat op deze manier op zouden halen. Dus dat komt er niet bovenop. Dat is dit en daarnaast doet de gemeente twee ton inleg om de begroting tot zes ton te brengen. De heer Katif: Voorzitter.

47

De voorzitter: De heer Katif. De heer Katif: Ik heb niet zo verstand van financiën, maar even, er is één ding wat mij nu opvalt: dus dit bedrag wat we hierover hebben, dan gaat die zes ton ervan af? Zegt u dat of gaat er maar vier ton vanaf? Mevrouw Van Benschop: De volledige zes ton, waar u over besloten heeft, is opgebouwd uit deze vier ton, dus dit bestaat voor twee ton uit eigenaren, twee ton gebruikers, om en nabij, dat is die 4,14 en daarnaast doet de gemeente een bijdrage van twee ton in het binnenstadsbedrijf en bij elkaar telt dat op tot de begroting van zes ton. Dat is het totaal. De heer Katif: Ik snap het. De voorzitter: Ik zou het erg prettig vinden als u niet onderling nu gaat discussiëren. U heeft een vraag gesteld hoe het is opgebouwd. Daar is een uitleg aan gegeven. De heer Portier. De heer Portier: We hebben natuurlijk een heleboel zeggenschap aan ondernemers gegeven in het binnenstadsbedrijf. De argumenten ‘…’ geld voor betalen maar eigenlijk is dat dus geld dat ze toch al kwijt geweest zouden zijn. De voorzitter: De heer De Wit. De heer De Wit: In principe is het binnenstadsbedrijf de organisatie van het trekkingsgebied 3311 plus binnenstad, om het zo maar even te zeggen. Het is hun eigen inbreng voor de activiteiten die ze vanuit het binnenstadsbedrijf gaan ontplooien. De voorzitter: De heer Portier. De heer Portier: Ik hoor wat u zegt.

Ik ga er nu verder niet op in, want dan wordt het politiek, maar ik heb wel mijn gedachten over. De voorzitter: De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Ik had de vraag, waarom is er enkel gekozen voor de trekkingsrechten op geografische basis en daarin niet iets meer toebedelen aan de nonprofit? De heer Boiten: Dank. Ik denk dat we daar verschillend afwegingen in hebben gemaakt, waaronder bijvoorbeeld ook op de vraag van de heer Portier met een nonprofitorganisaties. Hoe ga je dat dan het beste regelen en beschermen om ook de nonprofit zo goed mogelijk mee te laten doen? Daarin is besloten daar niet een status aparte aan toe te kennen met een sectoraal trekkingsrecht, dat je bijvoorbeeld alle nonprofitorganisaties in een trekkingsrecht zou stoppen, omdat juist de bedoeling is ze volop te laten participeren, ze daar ook in mee te laten werken, keuzes te kunnen maken.

48

De heer De Wit: Misschien nog even ter aanvulling. We hebben daarover een keer naar gekeken voor wat betreft, nou, sportvereniging, neem die even als voorbeeld. Trek die in een sectoraal trekkingsgebied met elkaar. Dat is technisch ook nog wel lastig, maar het kan overigens wel. Dan zal je overzien dat die sportverenigingen bij elkaar qua OZBopbrengsten op basis van dit model niet zoveel bij elkaar halen, dus de bestedingsruimte is dan relatief klein en wat je dus ook ziet in andere steden, dus ik noemde net een paar steden Leeuwarden en noem maar op, die hebben al wat langer ervaring mee. Die zeggen, juist die dynamiek tussen non-profit en ondernemers die verhoudingsgewijs dus meer geld inbrengen, zou je kunnen zeggen, want die hebben veel meer WOZ-waarde die daartegenover staat dan een gemiddelde sportvereniging. Juist die kruisbestuiving leidt tot meer waarde en juist voor de non-profit, omdat hun aandeel toch altijd wel iets kleiner lijkt te zijn dan die van grote bedrijven met wat grotere panden, zou je kunnen zeggen. Dus zij hebben er eigenlijk meer profijt van. Maar je krijgt ook crossover, ook bijvoorbeeld tussen zorginstellingen in de wijken die bijvoorbeeld samenwerking met een winkelcentrum aan kunnen gaan om van binnen naar buiten het werk … de samenleving ook naar binnen te halen dus daar zou juist de grote meerwaarde moeten zitten.

Maar sectoraalindeling zou kunnen. Initiatiefgroep heeft ervoor gekozen omdat dat dus op alle voorbeelden die er nu al zijn, om dat juist net niet te doen. De heer Van den Berg: Als ik in de stukken lees, is ongeveer 15 procent komt van de non-profit. Dat gaat van onderwijs tot zorg en sport. In de initiatiefgroep zie ik in verhouding weinig vertegenwoordiging vanuit de non-profit. Kunt u daar een toelichting op geven of in ieder geval iets verduidelijken? De heer Boiten: Dat is zeker ook onderwerp van gesprek. De initiatiefgroep is daarmee bezig juist om ook die organisaties aan boord te krijgen en dat mee te laten doen. Ze zijn onder andere ook bezig om het toezicht te regelen en daarin ook juist meer de nonprofitorganisaties onderdeel van uit te laten maken. Dat. En stichting MBO is vertegenwoordigd in het bestuur in de initiatiefgroep en ze proberen om in elk geval daar nog een verbreding te vinden. De voorzitter: De heer Kolkiliç. De heer Kolkiliç: Dank, voorzitter. Twee vragen: op welke wijze worden aansprakelijkheden en verplichtingen van het ondernemersfonds juridisch vastgesteld? En mijn tweede vraag: welke technologische systemen worden ingezet voor het monitoren van fondsactiviteiten en financiële transparantie. De voorzitter: Mooie technische vragen. Dank u wel. De heer De Wit.

De heer De Wit: In principe gaan zij uit op dit moment, zowel het koepelbestuur, de totale stadsbrede organisatie van de stichting, de stichting heeft een eigen begroting met eigen bestuursleden en dergelijke. Dus staat in zekere zin op afstand. Wij hebben een subsidierelatie dus met elkaar, plus een samenwerkingsovereenkomst die daaraan ten grondslag ligt. Verantwoordelijkheden en risico liggen dus gewoon volledig bij de stichting en de trekkingsgebieden.

49

Dus dat is één. Tweede vind ik altijd lastig te beantwoorden over de technologie op de monitoring. Monitoring moet echt nog goed naar gekeken gaan worden, dus in algemene zin. ‘Tuurlijk, technologie kan daarbij helpen. Dataonderzoeken kunnen daarbij helpen op impact, maar zover zijn de initiatiefnemers denk ik nog niet. Maar in ieder geval een goeie suggestie om ook dataonderzoeken en dergelijke mee te nemen, zodat het ook voor ons echt meetbaar wordt wat het effect is voor collectieve activiteiten in de gebieden. Dat is helder. De heer Kolkiliç: Voorzitter, een vervolgvraag. Kan ik die stellen? De voorzitter: Dat mag zeker. De heer Kolkiliç: Dank voor beantwoording. Aan de ene kant zeggen wij eigenlijk, wij gaan een ondernemersfonds oprichten als gemeente zijnde, maar aan de andere kant zeggen we weer van, het is een onafhankelijke fonds. Wij hebben geen regie, ze krijgen alleen subsidie. Hoe rijmt dat met elkaar? Dat kan ik nog even niet puzzelen. Hoe gaan wij dan regie houden op die fonds. De heer De Wit: Is ook zeker niet het is van en voor ondernemers inclusief non-profit, zeg ik er gelijk bij. Zij gaan zelf over de besteding. Overigens is dat ook wettelijk zo bepaald. Het non-interventiebeginsel dat de gemeente zich niet al te veel moet gaan bemoeien met de besteding ervan, want dan schiet je ook je doel voorbij van het idee van een ondernemersfonds.

Dus zij hebben zelf te beslissen over wat ze met hem willen doen. En uiteraard, zo moet het wel gaan werken, zeker als je goed georganiseerde trekkingsgebieden hebt, en dat gold ook voor de BIZzen op de WDO, is dat je wel op een gegeven ogenblik als gemeente met elkaar gaat oplopen. Ook wij hebben onze doelstellingen en dergelijke. Ook daar staan soms middelen tegenover. Dus je wil altijd even kijken, heeft iets trekking. Ik noem techniekpromotie bijvoorbeeld in het onderwijs, zeer waardevol. Daar hebben wij ook geld voor gereserveerd staan. Op het moment dat ondernemers en onderwijsinstellingen bijvoorbeeld zeggen, wij willen daarin investeren, is dat ook voor ons een toetsmoment om te zeggen, ja, daar gaan wij dus ook in mee. Zo wil je wel met elkaar gaan opwerken. Maar zij gaan uiteindelijk over de besteding van hun eigen middelen die ze inbrengen en dat is wel heel belangrijk om dat voor het oog te hebben en niet dat wij op de stoel van ondernemers en de eigenaar gaan zitten om dat over te nemen. De voorzitter: De heer Van Ballegooijen. De heer Van Ballegooijen: Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee vragen. De eerste gaat eigenlijk over het groene gebied. Daar zit natuurlijk ook een aantal ondernemers, vooral boeren, horeca, nog wat andere zaken.

Klopt mijn aanname dat die niet worden meegenomen hierin, of zitten die dan alleen in het stadsbrede? Hoe moet ik dat zien? De tweede vraag is; de heer De Wit had net een kleine belofte gedaan over wat mooie voorbeelden. Ben daar eigenlijk wel benieuwd naar, zeker over dat deel tussen de profit en non-profit en hoe dat in andere gemeenten zit, want dan geeft dat misschien iets meer beeld hoe we dat voor ons moeten zien.

50

De voorzitter: De heer De Wit. De heer De Wit: Die eerste vraag, terechte vraag. Groene gedeelte, daar zitten inderdaad ook niet-woningen in. Terecht wat u zegt. Die zullen ook mee moeten betalen. Ik moet goed even kijken waar ze aangehaakt worden in de trekkingsgebieden, maar ze zullen ook betrokken worden, ook al zitten ze redelijk verspreid op de helft van het areaal van het eiland van Dordrecht. Maar ook zij zullen moeten meebetalen. Het is jammer dat ze niet geografisch natuurlijk dicht op het stedelijk gebied zitten, wat dat betreft. De goede voorbeelden. Volgens mij goed om collega Roeland Boiten daar iets over te laten zeggen. Ook op basis van ervaringen uit andere steden. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Boiten: Dank u wel. Een aantal voorbeelden zijn dat er in bijvoorbeeld de gemeente Utrecht maar ook dichter bij huis in de overige Drechtsteden al langer met het ondernemersfonds wordt gewerkt waarin non-profitorganisaties vaak actieve gebruikers zijn van het fonds. Ze voelen zich gehoord, serieus genomen en ook dat ze op basis van verschillende omgevingsbelangen een mooie gebruiker zijn van het fonds. Dat komt voort bijvoorbeeld uit de samengestelde belangen veiligheid uitstraling van de omgeving, maar ook als je kijkt naar bijvoorbeeld onderwijs, dat ze juist een belangrijke link maken met het bedrijfsleven.

Studentenwerving en voor sport en cultuur geldt dat ook dat er veel sponsorgelden naar bedrijven omgaat en dat ze zo ook een stuk gemakkelijker onderling keuzes kunnen maken, waarbij ze ook recht hebben om mee te praten, juist over die publieke invulling daarvan. Ook dat non-profit zelfs het vlaggenschip wordt van een fonds. Een voorbeeld daarvan is Leeuwarden 2018. Waren ze ook de cultuurstad van Europa. Daar zag je dat ze via dat fonds zeer nadrukkelijk betrokken waren bij de planning van activiteiten, sportevenementen en dat soort zaken... De voorzitter: Naar tevredenheid beantwoord? Mevrouw Koene zag ik net even. Mevrouw Koene: Ik heb een technische vraag ook. 75 euro per ton WOZ-waarde. Wordt er dan gewoon gerekend met zevenenhalf procent, ongeacht welk bedrag? 75 euro per ton suggereert dat je dus pas bij een volgende ton 75 euro rekent. De heer De Wit: U heeft gelijk. Uiteindelijk in de doorvertaling van de OZB-verordening wordt dit bedrag van 75 euro per ton, indicatief, omgerekend naar procentuele opslag, zoals u die aangeeft. Klopt helemaal. Goed gezien. De voorzitter: De heer Gorter. De heer Gorter: Ik heb een aantal vragen. Ik ben als ondernemer betrokken geweest bij de oprichting van het gemeentefonds in Zwijndrecht.

Een vraag die daar toen ook speelde en die uiteindelijk ook wel tot problemen leidde: is er voldoende borging met de inkomsten uit de OZB-belasting op niet-woningen, gezien de bestaande en toekomstige taken van de gemeente? Met andere woorden: worden die daar niet uit gefinancierd? Is er voldoende borging daarvoor.

51

De heer De Wit: Dat is het andere beginsel. Ik noemde net even de non-interventie, dus dat we niet sturen op de bestedingen. Non-substitutiebeginsel is een van die andere beginselen, dus dat de overheid, de gemeente in dit geval, dit niet moet zien als een bezuiniging op taken en waar dan vervolgens de ondernemers dit zelf moeten oppakken, dus ook dat is wettelijk zo vastgelegd. De heer Gorter: Volgende vraag, voorzitter. Indien niet alle trekkingsgelden worden gebruikt uit het gebied, blijft dat bedrag wat overblijft het komende jaar altijd toegekend aan het gebied? In Zwijndrecht leverde dat een trekkingsgebied uiteindelijk een behoorlijke spaarpot werd en dat er dus discussie ontstond over dat bedrag wat daar gereserveerd stond, wat niet gebruikt werd. Kan dat overgeheveld worden of staat dat altijd vast op het trekkingsgebied? De heer De Wit: Vooralsnog is ervoor gekozen, zeker omdat een aantal gebieden echt wel ingroeiperiode nodig hebben, om het geld gereserveerd te laten. Ik denk, maar dat weet collega Boiten denk ik zelf vanuit zijn deelname initiatiefgroep, dat op het moment dat een trekkingsgebied niet tot activatie komt en niks blijft doen, je op een gegeven ogenblik misschien ook niet anders kan, juist om de rest wel weer te activeren om het over te hevelen.

Maar daar is verder nog niet over gesproken, ofwel wellicht in de initiatiefgroep, maar daar ben ik dan niet bij geweest. De heer Gorter: Mijn laatste vraag gaat over 4.2 van het voorstel Instemmen met de oprichting van het ondernemersfonds. Zou u die mij uit kunnen leggen? Want ik heb ik heb begrepen dat er voor 2023 de gemeentelijke panden mee gaat doen in de heffing van de OZB en dat er vanaf 2024 een inverdienmodel is of vanaf 2025. Ik heb hem vier keer gelezen, maar ik begrijp hem niet. Kan aan mij liggen, hoor. Of ik wil het niet begrijpen, dat kan ook, mevrouw Koene. De heer De Wit: Nee, begrijp ik. Overigens is ook een lastige. Wat ik net al aangaf op het gemeentelijk vastgoed wat we hebben en niet zijnde het gebouw waar we nu zitten, maar wordt gewoon geheven. Dus ook wij zullen die OZB-opslag moeten leveren. Dat tikt ongeveer door tot twee ton op stedelijk niveau. Eerste jaar, dat staat ook in het voorstel, is afgedekt en in de interne afdekking voor 2025 en volgende jaren hebben we gezegd, we gaan dus eerst eens even goed kijken, of we bestaande middelen ook in die interne afdekking kunnen gaan gebruiken. Dat is eigenlijk wat we zeggen. Zonder dat dat weer ten koste mag gaan overigens, laat het ook duidelijk zijn, dat dat weer tot minder uitgaven bijvoorbeeld in een WDO is.

De westelijke Dordtse oever, waar we allerlei dingen ook op dit moment al doen met ondernemers. Die afspraken hebben we zo vastgelegd. Dus 2024 willen we echt gaan gebruiken om samen met deze nieuwe stichting, met de ondernemers te gaan kijken van, hoe zorgen we voor dat het negatieve resultaat van twee ton voor onszelf, dat we dat keurig gaan dichtleggen met interne gemeentelijke middelen, zonder nogmaals dat dat ten koste gaat van andere taken. Dat staat er eigenlijk. Ik denk dat het nog steeds heel ontwikkeld is, maar daar gaan we aan werken. De voorzitter: De heer Van den Berg.

52

De heer Van den Berg: Dank u wel, voorzitter. Kunt u daar een voorbeeld van geven, waar die dekking dan uit zou bestaan? De voorzitter: Mevrouw Van Benschop. Mevrouw Van Benschop: Daar kunnen we wel een voorbeeld van geven. We hebben nu wel eens van die incidentele middelen die we dan bijvoorbeeld gebruiken omdat we zeggen, we kunnen wel een goed project doen op de WDO, omdat we graag de samenwerking ondernemers willen stimuleren dus laten we kijken of we daar iets kunnen met vergroening van het kavel wat ernaast ligt. Dat we strooigoed of weet ik wat, hoe heet dat, zaadjes weet je wel, omdat … Strooigoed. Ik ben nog helemaal in de Sinterklaasmodus, maar van dat strooizaad dat je daar wat leuke planten krijgt en zo. Daar hebben we wel eens potjes voor en de gedachte is, dat is eigenlijk vooral ook ingezet om de samenwerking tussen ondernemers te stimuleren. Dat gaan we nu zien, als het goed is, onder het ondernemersfonds dat die ondernemers zich al gaan verenigen en dat dit soort initiatieven dan vanuit het ondernemersfonds opgepakt kunnen worden. Dus dan gaan we op die manier kijken hoe we dat, je vroeg om een voorbeeld, dan … terug kunnen verdienen vind ik wel een beetje een rotwoord, maar hoe we in ieder geval ervoor kunnen zorgen dat onze uitgaven gelijk blijven. Dit is overigens helemaal afgestemd met de kopgroep en met de initiatiefgroep en met de ondernemers.

Het is niet dat we daar geen gesprekken over voeren. De heer Gorter: Voorzitter. De voorzitter: de heer Gorter. De heer Gorter: Dat snap ik alleen er zijn in de initiatiefgroep, dan sluit ik me even aan bij al een eerdere vraag, natuurlijk niet alle organisaties direct betrokken geweest. Ik maak me zorgen om een heleboel van die organisatie die niet bij dat overleg betrokken zijn. Sportverenigingen, vind ik al lastig. De voorzitter: Ik twijfel een beetje of dit nou een politieke vraag is of het technische vraag. Kunt u misschien … De heer Gorter: Ik vind het een technische vraag. De voorzitter: Nou ja. De heer Gorter: Borging. De voorzitter: Oké. Kan daar een antwoord op gegeven worden? De heer De Wit: Ja. Ik denk dus dat die borging dat een flink deel van ondernemers die vanzelfsprekend … Niet iedereen kan direct vertegenwoordigd worden in zo’n werkgroep. Overigens is dat wel geprobeerd. De Sportraad heeft overigens, maar ook daarvan snap ik dat vertegenwoordigt natuurlijk ook niet het volledige verenigingsleven van sportondernemers, dus dat dat ook weer vooropstellend, dus wat dat betreft; nooit goed.

53

Maar we gaan natuurlijk wel proberen en dat zal ook echt wel in de samenwerkingsovereenkomst die voorafgaand aan de start van het ondernemersfonds gesloten worden. Dat brede scala en de brede bloedgroepen van niet-woningen die wij hebben, dus van non- of profit, dan wel tot hun recht komen ofwel door zitting te hebben in de besturen in de subbesturen, dan wel dat het ook echt gewoon laagdrempelig blijft voor hen om ook gewoon binnen te stappen. Dat kunnen we in zekere zin wel vastleggen en voor ons als gemeente is het om daar dus zeker na vijf jaar evaluatie daarop te controleren, maar ook jaarlijks daarop de monitoren, om het zo maar even te zeggen. Maar dat is ook moeilijk. Je wil praktisch wel meters met elkaar maken en wat dat betreft, je probeert zo goed mogelijk een dwarsdoorsnede te pakken van ondernemers, die ook voelsprieten hebben in die trekkingsgebieden.

Dus voor de wijken hebben we bijvoorbeeld ook gebruik gemaakt van een voorzitter van de winkeliersverenigingen, omdat we toch denken, die hebben in de basis al best wel een gevoel van wat speelt er nou in zo'n wijk en welke initiatieven kan je nou ondernemen? Zelfs vooral ook de franchisenemers van supermarkten hebben we een heel goed beeld van, wie is nou je doelgroep en hoe kan je nou samenwerking bevorderen? Dat zijn eigenlijk wel een beetje onze focuspunten zou je kunnen zeggen op dit moment, want daar is voor de rest weinig organisatie. Maar daar begin je dan gewoon. Het is de hoop en de verwachting dat men wel die samenwerking met elkaar gaat opzoeken en dat dat laagdrempelig wordt. Zo is overigens ook naar die trekkingsgebieden gekeken. U kunt ook zeggen 20 of 23 trekkingsgebieden is best veel. Tegelijkertijd, je wil tussen degene die uiteindelijk betaalt en waar het dan uitgegeven wordt wil je ook zo klein mogelijk houden dus die afstand wil je niet te groot maken. De heer Gorter: Voorzitter mag ik nog een vraag stellen? De voorzitter: U mag zeker nog een vraag stellen. De heer Gorter: Het is eigenlijk alleen maar om mee te geven. Ik weet dat er uiteindelijk in Zwijndrecht heel veel rumoer en gezeur is ontstaan met de boeren in het gebied die A. hier niet van op de hoogte waren en B. uiteindelijk forse bedragen moesten betalen.

Ik wil alleen maar meegeven … De voorzitter: En uw vraag is? De heer Gorter: Dat ze dat meenemen, ook in de initiatiefgroep om echt ook die boeren daarin mee te nemen. Dat is mijn vraag, of ze dat willen doen. De voorzitter: De heer Boiten kan hier een antwoord op geven of aangeven dat ze het wel of niet meenemen. De heer Boiten: Dank, voor ... om dat mee te nemen. Ik ben vaak toehoorder bij die initiatiefgroep en ik kan u verzekeren ze zijn daar erg mee bezig. Het is een van hun grootste prioriteiten om inderdaad vanuit alle trekkingsgebieden in elk geval voelsprieten in het bestuur te krijgen. Wat Niek net al zei, de heer De Wit, zal dat ongetwijfeld niet in zijn volledigheid lukken, maar ze zijn daar wel al mee bezig.

54

De voorzitter: Dank. Ik kijk rond en ik zie niemand meer met vragen. De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Nog een vraag. Ik zag op pagina drie van het voorstel daar staat een zinnetje; er zijn diverse aanvullende gesprekken gevoerd met achterbannen en de niet georganiseerde gebieden sectoren nodig zijn om het beeld verder te complementeren. Moeten die gesprekken nog gevoerd worden met de niet georganiseerde groepen, of is dit ook al wel gevoerd? De heer De Wit: Een goed voorbeeld; bijvoorbeeld aan de noordzijde tegen de Merwede aan, De Staart is bijvoorbeeld een gebied wat tot nu toe nooit georganiseerd is geweest, maar juist door dit ondernemersfonds met het perspectief op het ondernemersfonds nu heeft gezegd, en daar hebben we ook in gefaciliteerd, ook deze initiatiefgroep, maar wij ook, organiseer je nou en bedenk: per 1 januari gaat het van start. Dan krijgen jullie een stuk geld. Bedenkt nu alvast eens even de plannen. Zij hebben overigens daar ook grote behoefte aan parkmanagement en beveiliging van de terreinen. Dus het heeft in zekere zin al aangejaagd daar, maar het zal zeker zo zijn dat die gesprekken allemaal nog echt wel gevoerd moet worden, zeker in de wijken. Daar is de organisatiegraad buiten de winkelcentrum om, die ook vaak via de eigenaar al best wel goed georganiseerd zijn, daar moet het echt goed worden opgestart.

Ik denk dat daar, ook wel ook met onze hulp erbij, maar ook vanuit hun kant, dat we daar de focus op moeten gaan leggen. De voorzitter: Eenmaal en andermaal nog, de heer Van den Berg. De heer Van den Berg: U noemde het voorbeeld van Leeuwarden. Daar wordt het fonds, als je een aanvraag wil doen, gebonden aan criteria. Kunnen wij daar input aan leveren aan de criteria of … Want cultuur was een van de criteria bij hun en daardoor zijn zij nu juist... Op dat gebied van cultuur hebben ze goed gescoord. De voorzitter: De heer De Wit. De heer De Wit: Criteria hoe zij zelf omgaan met de bestedingen dat niet. Maar ik denk dat… Ik ken Leeuwarden alleen maar dat het ergens in het noorden ligt, om het zo maar even te zeggen, maar ik denk dat het daar wel rond de culturele hoofdstad … Sorry. Ik denk dat het daar zo is gegaan dat ondernemers zelf hebben gezien van, weet je, culturele hoofdstad, dat wordt natuurlijk flink gefinancierd vanuit de overheid. Provincie, gemeente, daar gaan wij op voorsorteren, want daar kunnen we conversie met elkaar gaan bereiken. Dus gaan we als ondernemersfonds daar volop op voorsorteren en op voortbouwen. Dan zal je altijd zien dat publieke financieringsstromen en private financieringsstromen vanuit zo'n ondernemersfonds gaan samenkomen en meerwaarde met elkaar gaan bieden.

Dat is eigenlijk wat je in essentie ook wil met een dergelijk fonds, zonder, nogmaals, dat je gaat beslissen van wat zij met de besteding van de middelen doen. De voorzitter: Ik vraag nog voorzichtig. Ik zie niemand meer verbaasd kijken of nog met een vraag of met een vraagteken.

55

Dan kom ik nu naar de afronding van deze commissie met de vraag: is de inventarisatie voldoende geweest? Is er voldoende informatie verzameld om tot een politiek standpunt over het raadsvoorstel te komen? En hoe wilt u dat hiermee verder gegaan wordt? Moet het een oordeelsvormend, bespreekstuk, of kan het als hamerstuk naar de raad. Wie mag ik daar het initiatief voor nemen? Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Hamerstuk met stemverklaring. De voorzitter: Hamerstuk met … De heer Portier. De heer Portier: Ik zie wel ruimte voor oordeelsvormend. Ik zie toch nog wel een aantal haken en ogen. Aan de ene kant de besluitvorming, de zeggenschap inderdaad van gemeenten en maatschappelijke organisaties, de financiering, de verdeling van de lasten. Ja. De voorzitter: De heer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, ik sluit me aan bij het voorstel van mevrouw Koene. Hameren. De voorzitter: De heer Ballegooijen. De heer Ballegooijen: Ik sluit me ook aan bij mevrouw Koene. De voorzitter: Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Ik sluit me aan bij mevrouw Koene. De voorzitter: Kijk verder zo nog rond. De heer Van den Berg ook. De heer Bootsman zie ik ja knikken. De heer Katif. De heer Katif: Stemverklaring. De heer …: Hamerstuk. De voorzitter: Met stemverklaring. Ik moet dan toch concluderen dat dit een hamerstuk met stemverklaring wordt.

De heer Portier: Of een bespreekstuk maar alleen over de amendementen. De voorzitter: Het staat u altijd vrij om een amendement of een motie in te dienen. Dat is bekend. Mag ik hiervan aannemen dat dit nu een aangekondigd amendement is? De heer Portier: Ik overweeg een of twee amendementen, zeker omdat opnieuw wederom zoals bij bijna al het gemeentelijk beleid de vastgoedeigenaren weer flink ontzien worden. De voorzitter: Waarvan akte.

56

De heer Gorter: Voorzitter. De voorzitter: De heer Gorter. De heer Gorter: Ik heb nog een nabrander. Mag dat? De voorzitter: Ik wil wel even zeggen, dit is … Heeft dat nog hiermee te maken? De heer Gorter: Ja. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Gorter: Die komt in één keer spontaan bij me op. In hoeverre kunnen we garanderen dat die niet verenigde ondernemers goed bereikt worden? Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, mag ik daar wat op zeggen? De voorzitter: Mevrouw Van Benschop. Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, vind ik een redelijk grote vraag om te stellen aan de ambtelijke organisatie om zo'n toezegging te doen. Ik ga ook niks garanderen. Wat ik wel toe kan zeggen, is dat we daar ons best voor doen en dat doen we dadelijk via allerlei communicatiekanalen; via ondernemers zelf, via de gemeente. Dus we gaan zeker wel echt zichtbaar maken dat dit besluit door de raad genomen is. Daarnaast wordt er natuurlijk ook gewoon vanuit het stadsbrede bestuur gesproken over hoe gaan we iedereen bereiken, is het ook een opdracht aan de gebieden zelf om u te verenigen om uiteindelijk ook aanspraak te kunnen maken op het trekkingsrecht.

Dus die toezegging kan ik doen dat iedereen daar echt wel op gefocust is, want het is ook voor het belang van het functioneren echt wel heel erg belangrijk dat we dat goed dat we dat goed doen, maar de toezegging dat we iedereen gaan bereiken in een mate waarvan iedereen ook vindt dat we iedereen bereikt hebben, die gaan we hier niet kunnen doen. De voorzitter: Dank u allen voor deze bijeenkomst. Het stuk gaat dus als hamerstuk door naar de raad, mits daar nog amendementen of wat dan ook komen. Ik dank u allen. Wilt u allen uw flesjes en glazen, bekers meenemen naar de … Hoe noem je zoiets? Naar de counter. De pantry! Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 19 december 2023.

De griffier,

De voorzitter,

A.E.T. Wepster

A.W. Kolff

57

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/590/documents/28775