2.11 2023.11.14 Notulen Dordtse Dinsdag - V ergaderzaal 3 - concept.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 14 NOVEMBER 2023 Vergaderkamer 3
3. Toezegging burgemeester Kolff Totstandkoming Mediabeleid Voorzitter: De heer Klerk Commissiegriffier: Mevrouw Vermeulen Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Droog (ChristenUnie/SGP) Dhr. Gorter (Op ons Eiland) Mevr. De Groot (Beter Voor Dordt) Mevr. De Heer (Forum voor Democratie) Mevr. Van Herweijnen (Partij voor de Dieren) Mevr. Koene (Gewoon Dordt) Dhr. Kolkiliç (DENK) Mevr. Kruger (GroenLinks) Dhr. Van der Kruijff (CDA) Dhr. Van der Net (VVD) Dhr. Portier (SP) Dhr. Schalken-Den Hartog (Beter Voor Dordt) Mevr. Stolk (VSP) Inspreker: Dhr. Haarsma (kwartiermaker NLPO) Mevr. Van Lierop (Media-adviseurs Nederland) Dhr. Mes (programmamanager cultuur gemeente Tilburg) Dhr. Van Os (hoofdredacteur Rijnmond) Dhr. Visch (directeur-bestuurder NLPO) Ambtelijke ondersteuning: Mevr. Van Walderveen (strategisch beleidsadviseur gemeente Dordrecht) Portefeuillehouders: De heer Kolff De voorzitter: Goedenavond, allemaal. Welkom in deze vergadering waar wij het gaan hebben over de toezegging van burgemeester Kolff over de totstandkoming van mediabeleid en de raadsinformatiebrief over de stand van zaken RTV Dordrecht en mediabeleid. Een welkom aan de raads- en commissieleden, de portefeuillehouder de heer Kolff, namens het college. Ik ga nu voor het verslag vragen of u zich kort wilt voorstellen en ik begin voor mij aan de rechterhand.
1
De voorzitter: Dank u wel. Voordat we de vergadering beginnen, heeft de heer Kolff gevraagd of hij heel kort iets mag toelichten en de vraag is of de commissie daarmee akkoord is. Mevrouw Koene: Ik zie daar geen reden toe, maar … De voorzitter: Oké. Mevrouw Koene: Ik sta heel alleen blijkbaar. De voorzitter: Oké. Dan geef ik de heer Kolff even kort het woord. Heel kort, had hij me beloofd. De heer Kolff: Zeker. Zeker ook omdat mevrouw Koenen terecht zegt dat we terughoudend zijn met collegeleden die in beeldvormende vergaderingen iets zeggen, zal ik het zeker kort houden. Misschien goed om nog even vooraf het doel van vanavond kort te benadrukken. Dat is om met elkaar te verkennen over hoe we het toekomstig mediabeleid in Dordrecht willen vormgeven en dat we proberen, ook even los te zien van allerlei huidige situaties, zowel in de stad als in de omgeving, met elkaar echt te verkennen van, wat vinden wij als gemeente Dordrecht van belang in toekomstig mediabeleid? Zowel op de middellange termijn, heb ik het over de periode tot 1 januari ’26, en ook op de langere termijn na 1 januari ’26.
Over al die ontwikkelingen zult u vanavond meer horen van de mensen die hier naast me zitten ook veel meer van weten, maar ik wilde dat nog even vooraf benadrukken in de wetenschap dat we op korte termijn ook over de huidige situatie, die natuurlijk door RTV Dordrecht wordt bemenst in onze stad, nader komen te spreken. De voorzitter: Dank u wel. Tijdens de raadsvergadering op 14 maart heeft de heer Kolff bij bespreking van het raadsvoorstel Verstrekken extra subsidie in 2023 aan RTV Dordrecht toegezegd en expertsessie te organiseren over totstandkoming van lokaal mediabeleid. De bijgaande RIP Stand van zaken RTV Dordrecht en mediabeleid gaat ook in op die ontstane de situatie bij RTV Dordrecht en eventueel vragen hierover kunnen in deze commissievergadering gesteld worden en eventueel later schriftelijk of nu in de vergadering beantwoord. De heer Van Valburg heeft het onderzoek naar de RTV Dordrecht voor de gemeente uitgevoerd. Hij is hier ook aanwezig. De VNG handreiking handvatten voor een breed gemeentelijk mediabeleid is daar informatie toegevoegd en de presentatie gegeven door VNG NLPO op regionale bijeenkomsten over lokale omroepen zijn opgevraagd en worden nog toegevoegd. Programma ziet er als volgt uit: allereerst zal de heer Visch, directeur-bestuurder van de NLPO, een presentatie geven over de landelijke ontwikkelingen. Die zal ongeveer 10 minuten duren.
Daarna krijgen wij een presentatie van een voorbeeld van mediabeleid uit Tilburg. De aanleiding; keuzes dilemma's, wat levert mediabeleid op voor de gemeente en regio? Dat gaat de heer Mes verzorgen. Die krijgt daarvoor 15 minuten. Hij is beleidsmedewerker bij de gemeente Tilburg. Daarna krijgen de raads- en commissieleden … kunnen vragen stellen aan de andere aanwezige deskundigen. Daar besteden we dan de rest van de vergadering aan en dat zal ongeveer een klein uur zijn. Dan geef ik nu allereerst het woord aan de heer Visch. We wachten op de technische ondersteuning...
2
De heer Visch: Dank, voorzitter. Fijn dat ik het woord tot u mag richten. Goedenavond, allemaal. Mijn naam is Mark Visch. Ik ben directeur-bestuurder van de Nederlandse Lokale Publieke Omroepen in Nederland, de NLPO. We waren vroeger een vereniging en we zijn nu hun stichting, dus daar vergis ik me af en toe nog wel eens in. Ik ga u meenemen in de ontwikkelingen in de lokale omroepsector landelijk en dat is een groot genoegen. Heb ik ook voor de VNG onlangs mogen doen. Een groot genoeg omdat er namelijk heel veel ontwikkelingen zijn en het gaat echt de goede kant op. Ik vind het ook heel plezierig om te zien dat er echt ruime belangstelling is, ook in Dordrecht, om te praten over de ontwikkeling van de lokale omroep, want we hebben ook af en toe wel eens bijeenkomsten waar twee of drie mensen aanwezig zijn. Dus zo'n grote opkomst, dat doet me echt goed. Voordat ik echt over de streekvorming ga praten, wil ik u even meenemen terug in de tijd en dat gaat daarom, waar komen we eigenlijk vandaan? Want streekvorming dat is nu wel heel erg actueel, maar er zijn echt jaren aan vooraf gegaan en is het wel belangrijk om te weten ook wat de geschiedenis is die we hebben doorlopen met zijn allen.
We zijn de afgelopen maanden van start gegaan met die grote ontwikkelingen en we gaan terug in de tijd naar 2010 toen nog de OLON, de Vereniging OLON, een toekomstverkenning heeft gedaan om te kijken van wat is de stand van zaken op dit ogenblik met de lokale omroepen. Kunnen ze voldoen aan de mediawet en kunnen ze ook echt een factor van belang zijn? Daar kwam uit dat dat eigenlijk overal heel wisselend was, maar over het algemeen kon die wettelijke plicht eigenlijk niet aan voldaan worden. Toen zijn we gaan zitten twee jaar later met een commissie van de VNG en gekeken van, wat kunnen we dan ook gezamenlijk, want hier is een verantwoordelijkheid voor gemeenten en voor omroepen om hier handen en voeten aan te geven. Er is een visieplan uit voortgekomen en er is ook een convenant gesloten. Vervolgens is er een kaart gemaakt van, hoe gaan we dan die lokale omroep in de toekomst inrichten? Want we kwamen er wel achter met 341 -dus de stand van zaken op dit ogenblik, toen was nog veel meer- maar 341 gemeenten wordt het best wel een lastige opgave om daar echt professionele journalistiek bijvoorbeeld in geborgen te krijgen. Dus we moeten ook iets aan schaalvergroting doen, aan schaalvergroting in de organisatie.
Daar weet u als gemeente ook alles van, want ook heel veel taken die bij gemeenten nu liggen worden in gemeenschappelijke regelingen met andere gemeenten uitgevoerd, omdat de gemeentelijke schaal daar dan weer te klein voor is. Dat geldt in feite ook voor de publieke omroep op lokaal niveau. De streekindeling hebben we gemaakt samen met de omroepen met de VNG en met OCW. Dat heeft vervolgens geleid tot een campagne die in 2018 van start is gegaan, een landelijke campagne, waarbij we het probleem van de lokale omroep ook onder aandacht hebben gebracht bij de landelijke politiek. Niet alleen om die organisatiegraad anders te ontwikkelen, maar ook vooral om meer geld daarvoor te krijgen. Want tot dat moment, of eigenlijk tot dit moment, zit er 10 miljoen euro in het gemeentefonds, wat dan verdeeld wordt via een fantastische sleutel. Het richtsnoerbedrag zal u wellicht nog bekend in de oren klinken; op dit ogenblik 1,53 euro per huishouden. Dat zit in het gemeentefonds en is beschikbaar voor de lokale omroep. Maar daar gaan we het niet mee redden. We hebben ook als omroepen en gemeenten gezegd: di e rekening kan ook niet neergelegd worden bij de gemeenten. Er is hier ook een rijksverantwoordelijkheid. Immers, er is ook landelijk mediabeleid. Het kabinet bepaalt uiteindelijk hoe het mediabeleid eruitziet.
3
De landelijke omroep, de regionale omroep, wordt bekostigd vanuit het rijk, dus die basisbekostiging zou ook vanuit het rijk gedaan moeten worden. Rond 2021 zijn die acties vervolgens geïntensiveerd en we zijn echt goed in gesprek gegaan met de Tweede Kamer. Voor het eerst is de lokale omroep ook echt onderwerp van gesprek geweest in de Tweede Kamer. In het niet afgelopen maar het regeerakkoord daarvoor, dus van vijfeneenhalf jaar geleden, zes jaar geleden ondertussen, is de lokale omroep voor het eerst ook genoemd in een regeerakkoord en toen was het nog allemaal, we gaan onderzoek doen en de regering beraadt zich. Dan weet u het wel. Dan worden er veel commissies ingesteld en dan wordt er veel onderzocht. Maar goed, het kabinet heeft zich beraad en in het afgelopen regeerakkoord stond ook echt dat het kabinet vaart wil maken met een upgrading van de lokale omroepsector. Dat heeft vervolgens dus geleid tot nieuwe actie van de Tweede Kamer. Er is ook ondertussen een debat geweest over een visiebrief van de staatssecretaris die mei is uitgekomen en daaruit blijkt ook van, er moeten streekomroepen komen in Nederland, 80 streekomroepen, die die lokale journalistiek moeten gaan borgen.
Daar is heel veel misverstand over in het land, want u kunt ook denken, als er streekomroepen komen, hoe lokaal zijn die dan? Daarbij moet ik dan wel aantekenen dat de streekomroep vooral bedoeld is als organisatievorm om zaken te borgen, om professionaliteit neer te zetten, maar de opdracht van die streekomroep blijft nog steeds het lokaal toereikend media-aanbod te verzorgen. Dat betekent dus ook dat in alle streken, daar waren meerdere gemeenten of soms meerdere kernen of we hebben ook stadsomroepen met meerdere wijken, juist gekeken moet worden door die omroepen. Hoe gaan we juist op dat lokale niveau die aandacht ook borgen. Dat is een duidelijke opdracht die de staatssecretaris mee heeft gegeven. Toen het kabinet viel, dat was nadat de visiebrief was verschenen maar het debat nog niet was geweest, is er 5 oktober een debat geweest in de Tweede Kamer en de Tweede Kamer heeft ook unaniem gezegd: staatssecretaris, ondanks uw demissionaire status kunt u doorgaan met dit traject en dat betekent dat de stelselherziening op dit ogenblik ook in wetteksten wordt vervat en dat we dus deze trein ook rijdende kunnen houden. Dat is natuurlijk heel erg belangrijk, want met een val van een kabinet is het altijd nog even afwachten, worden dingen stopgezet of kunnen we er toch nog mee doorgaan? Wat betekent dat voor de praktijk? Er is een werkgroep in het leven geroepen.
In die werkgroep zit de VNG, zit de NLPO, zit het ministerie van OCW, zit het ministerie van BZK, want, nogmaals, de financiering loopt nu via het gemeentefonds dus BZK is daar nu nog aan zet, en daar zit ook het commissariaat voor de media en die werkgroep is aan de slag gegaan om te kijken van, hoe gaan wij dan dat ook wettelijk borgen en hoe gaan we er ook voor zorgen dat er inderdaad voldoende middelen beschikbaar zijn, want we kunnen het anders organiseren. Als er niet meer geld bijkomt, dan gaan we het sowieso niet redden. Nu heeft het kabinet al in … De staatssecretaris heeft al in de visiebrief aangegeven dat ze structureel 16 miljoen extra beschikbaar wil stellen. Er is nog wel een hele discussie geweest tussen ons en de VNG en het kabinet ten aanzien van het geld wat nu in het gemeentefonds zit. Dat is ondertussen 12 miljoen. De staatssecretaris of kabinet heeft eigenlijk in het regeerakkoord gezegd: wij willen dat hele bedrag uit het gemeentefonds gaan halen. We willen dus de hele financiering in basis dus neerleggen via de mediabegroting, via het rijk dus. Die werkgroep is van start gegaan. Er zijn vervolgens …
4
De voorzitter: Even voor de orde, u heeft nog twee minuten tijd, dus dat even qua timemanagement. De heer Visch: Dat ga ik redden. Er zijn informatiebijeenkomsten in het land georganiseerd. Wij hebben die gedaan en er zijn ook informatiebijeenkomsten door de VNG georganiseerd. Als u nog gebruik wilt maken van de mogelijkheid om zo'n informatiebijeenkomst bij te wonen op 6 december, als u deze QR-code inscant, dan kunt u zich daar aanmelden voor een online bijeenkomst van de VNG, waar ook informatie wordt gegeven over deze ontwikkeling. Vervolgens de politiek die dus belangrijke stappen heeft gezet, ondanks dus de demissionaire status van het kabinet op dit ogenblik. Ik ga dan nu even de zes belangrijkste punten voor u noemen van waar we staan. Samenwerking in 80 streekomroepen, Extra geld voor iedere lokale omroep, een zakelijke relatie, want u bent niet meer via het gemeentefonds verplicht om de omroepen te financieren, dus er wordt een zakelijke relatie tussen de omroep en de gemeenten. Een stevige basis voor samenwerking met onderwijsinstellingen, maar ook met overheden. Heldere kwaliteitseisen in de wet en ondersteuning van de NLPO.
Ik geef u nog even mee: ook als de financiering via het rijk gaat verlopen, dat zal altijd een basisfinanciering zijn, dus de omroep zal ook in de toekomst nog steeds op uw stoep staan om te vragen om extra geld voor couleur lokaal aan te brengen, want het blijft allemaal nog maar een basis. Dit zijn de omroepen, dit zijn de streken. Ruim de helft is al op orde en 8 van de 10 gevallen zijn ze heel druk bezig om de streek op orde te krijgen. Dan heb ik nog ook nog één laatste uitsmijter, waar ik u voor wil uitnodigen: het verhaal van lokaal, een congres dat we organiseren speciaal voor gemeenten op 14 maart. Via deze QR-code kunt zich daar aanmelden in Den Haag. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Mes. De presentatie komt eraan, begreep ik. De heer Mes: Ik zal mij ondertussen voorstellen. Mijn naam is Ulco Mes. Ik ben beleidsmedewerker bij de gemeente Tilburg. Primair doe ik cultuurbeleid, wat ik verbind met allerlei andere beleidsterreinen, ruimte, sociaal en economisch. Maar ik heb sinds een jaar of vier ook een post op mediabeleid vorm te geven en ik heb ervoor gezorgd dat ik nu mezelf daarvoor betaal eigenlijk, want er was helemaal geen capaciteit bij ons. In mijn presentatie neem ik u mee in 10 sheets. De eerste vijf die gaan in een heel rap tempo. U krijgt de presentatie, heeft u al.
Dat doe ik vooral om u even op vlieghoogte te brengen en de laatste vijf sheets gaan met name over hoe wij in Tilburg tot mediabeleid zijn gekomen. Die eerste vijf sheets zijn eigenlijk een beetje het landelijke beeld. U heeft gehoord van het rapport handvatten voor een breed gemeentelijk mediabeleid uit 2019. Daar wordt eigenlijk de noodklok geluid, de media stond onder druk en er werden een aantal factoren genoemd. Die kunt u tot zich nemen. Belangrijkste waar ik vanuit mijn ervaring op wijs is het volgende: er is een paradox tussen machtsconcentraties bij mediaconcerns en fragmentatie aan de andere kant en een ander aspect is vooral technische ontwikkelingen. Media, waar hebben we het over? Als u de Van Dale erop slaat, dan komt u uit bij informatiedragers. Dat blijkt in de praktijk helemaal niet te werken. Dan heb je helemaal geen onderscheiden vermogen.
5
Heb je het over mediabeleid, heb je het eigenlijk over de journalistieke functie van die informatiedragers. Vindt hier ook een omschrijving van journalistiek, wat die doen. U moet beseffen dat journalist geen beschermd beroep is. Dat is ook voor het ontwikkeling van beleid wel een punt van aandacht. Maar er zijn wel degelijk professionals; er zijn in Nederland vier HBO-opleidingen journalistiek. Die ziet u daar staan. Eén daarvan is in mijn gemeente gehuisvest. Er zijn ook andere typen opleidingen, ROC's en ook op universiteiten worden nou elementen onderwezen die te maken hebben met journalistiek. Verder wijs ik u op dat het medialandschap zeer veel vormen kent. In alle onderzoeken die u vooral niet moet lezen, maar door allerlei vormen gepresenteerd. Belangrijke die u herkent zijn publieke en commerciële omroepen, allerlei vormen van geschreven pers variërend van dagbladen tot wijkkrant, huis-aan-huisbladen, hyperlocals, digitale nieuwssites, allemaal vormen die te maken hebben met online mogelijkheden, social media. Dus de sky is the limit. Het belang van journalistiek heb ik hier ook nog een keer op een rij gezet. Bedenk dat wij als mensen reageren op de informatie die wij krijgen. Dat bepaalt ons gedrag, bepaalt ook onze meningen en hoe wij acteren in onze samenleving. In al die rapporten vindt u een verzameling van functies. Dit is een mogelijkheid.
De belangrijkste zijn eigenlijk informeren, controleren, wat u dan vaak hoort als waakhondfunctie van de democratie, en verbinden. Aandacht voor die laatste maatschappelijke functie zie ik wel toenemen in een aantal rapporten. Een rol van de overheid -Mark zei er al iets van- als overheid vinden we het onze taak om de onafhankelijkheid van de media te beschermen. Daarbij gaat het om kwaliteit, diversiteit en toegankelijkheid op allerlei manieren. Dat is een wettelijke grondslag. Via de mediawet vindt u in ieder geval een rol voor de gemeente. Dat is wel van belang, want u zult zien dat er in het wettelijke regime en in onze regelgeving niet veel knoppen zijn waar gemeenten zelfstandig aan kunnen draaien en dat kan in ieder geval wel via lokale publieke omroepen. Dan van de noodklok naar het appel. In het rapport van de VNG wordt ook een appel gedaan op overheden van, waar zou je aan kunnen denken op basis van wat er in het verleden allemaal gedaan is in Nederland op lokaal, regionaal en provinciaal niveau. Daar werden vijf mogelijke ontwikkelscenario's gepresenteerd. De allerbelangste, met stip op één was eigenlijk; versterk die lokale redactiekracht. Dat had te maken met allerlei zaken die in het begin zichtbaar waren, andere verdienmodellen die ontstaan, bezuinigingen die waren geweest. Eigenlijk was de redactiekracht op lokaal regionaal ver onder de maat.
Er werd ondertussen wel gepionierd op andere manieren om te kijken of je die journalistieke slagkracht kon vergroten. Eén daarvan was de ontwikkeling van mediafondsen, eigenlijk potten waarmee met name onderzoeksjournalistiek werd aangejaagd of journalistieke projecten. Een derde overweging die ze meegaven, was om te komen tot een mediacentrum, al dan niet van regionale aard. Dat hangt er natuurlijk vanaf of je een grote gemeente bent of met een cluster kleine gemeenten bij elkaar zit. Aandacht voor innovatie Ik gaf dat in het begin al aan, let op allerlei technische ontwikkelingen. Die gaan in rap tempo over ons heen komen. Denk aan de transitie naar digitale modellen. Invloed van social media is enorm groot, met name ook bij jongeren. Het blijkt dat ook daardoor de mediavoorkeuren van burgers veranderen. Jongeren oriënteren zich niet of nauwelijks op kranten bijvoorbeeld en zijn gewend ook on demand hun nieuws te lezen, om maar wat te noemen. Een vijfde ontwikkeling; denk aan debat en educatie.
6
Ook dat gold met name van jongeren. In het rapport wordt met regelmaat op gewezen; aantal maatschappelijke problemen jongeren, dit is de toekomst. Dat wordt een aantal manieren, maar ook kwetsbare groepen, taalachterstanden, andere groepen in de samenleving die moeite hebben om kennis te nemen van ons nieuws. Wat hebben wij daar nou mee gedaan? Dat rapport kwam uit en viel samen met een discussie in onze raad. Dat had te maken met een lokale omroep die eigenlijk alleen maar geld kreeg vanuit het gemeentefonds. Dus het bedrag wat er was per huishouden, dat levert op dit moment voor Tilburg ongeveer 150.000 euro op. Maar het palet in onze stad is veel groter. We hebben een andere omroep die heet Tilburg.com. Die bedruipt zichzelf maar doet dat niet altijd op een journalistieke manier. We hebben hyperlocals, een daarvan heet Kermis FM. U heeft misschien wel eens gehoord dat in Tilburg de grootste kermis is van heel de Benelux. Daar is een radiozender omheen gecreëerd. Die kan 10 dagen lang vieren. Dat doen ze met dj's uit Hilversum en zo. Dat doet het allemaal leuk. We hebben 14 wijkkranten, we hebben twee jongerenpersbureaus en we hebben een mediafonds. Niet onbelangrijk, we hebben dus ook die school voor journalistiek.
Dat palet plus het feit dat wij een dagblad hebben, dat is voor ons het Brabants dagblad die een editie heeft voor Tilburg, het zal hier op een andere manier via het AD is dat geloof ik hier geregeld. Dan hebben we nog Omroep Brabant. Dat zijn allerlei informatiekanalen die in onze stad doorwerken op onze inwoners en de vraag is, wat voor verhaal ga je er nou maken en waarom wil je dat nou doen? Om tot dat verhaal te komen hebben we een aantal dingen gedaan en ik heb hier een beetje de werkzame elementen op een rij gezet. Uiteindelijk begon ik heel simpel, bijna als met een Chinees doorgeefluikje. Er komt geld uit het gemeentefonds. In drie minuten maak ik een beschikking, zodat dat geld bij mijn omroep terechtkomt. Dat was mijn werk aanvankelijk, dus het was geen werk. Hier kreeg ik het werk wel. We moesten op een of andere manier al die partijen aan tafel krijgen. Ik heb dat gedaan door in eerste instantie contact te leggen met een aantal deskundigen. Dat leidde al snel tot een soort forum waar ook een vertegenwoordiger van de NLPO in zat, iemand van Fontys Hogeschool voor de journalistiek en iemand van het Stimuleringsfonds, zodat ik eigenlijk meteen van een landelijk niveau ook voorbeelden kreeg, want er waren gewoon weinig en zijn nog steeds weinig steden met gemeentelijk breed mediabeleid.
Natuurlijk heb ik ook literatuur bekeken en we hebben ons landschap in beeld gebracht en daar begint de ellende eigenlijk; er ligt geen grens. Dus de vraag die we ons continu hebben afgesteld is: zijn de partijen die we aan tafel willen hebben, zijn die er ook en als we iemand missen om wat voor reden, dat kan een hyperlocal, kan een internetsite zijn, dan mag niet aan tafel komen. Op een gegeven moment zijn we gesprekken aangegaan met al die spelers die we hadden. Waren ruim 20, geloof ik. Wat willen jullie, hoe zitten jullie in de race, hoe kijken jullie aan tegen dat landschap, met wie hebben jullie contact, wat heb je nodig om goed te draaien? Dat soort type gesprekken. Dat hebben we gedaan aan de hand van individuele gesprekken, kennistafels en ook stadsgesprekken. Burgers mochten zich er ook mee bemoeien wat ons betreft. Als eerste stap hebben we daar een soort kompas aan verbonden. Dat kompas lag in de lijn van dat handvattenrapport van de VNG, waarin we tegen de raad hebben gezegd van, dat biedt de VNG als richtingen. Wij hebben gesproken met de partijen in onze stad en wij denken dat vanuit de stad het signaal is; we moeten die kant op en de raad heeft daar een besluit over genomen.
7
Die kon zich vinden in de ontwikkelscenario's die we hadden en hebben ons gevraagd dat uit te werken. Dat heeft geleid tot het mediabeleid wat voor de periode ’23-‘26 is vastgesteld. Hier vindt u de uitgangspunten op een rij. Ik wijs op de ambitie het realiseren van Tilburg mediabeleid als basis voor een toekomstbestendige journalistieke infrastructuur die pas bij de stad. Dat was de ambitie die al in het kompas stond. Het huidige college heeft dat voor de rest van hun periode, in 2022 hadden wij die collegewissel, net als u waarschijnlijk, maar die hebben dat voor vier jaar vastgeklikt met de wetenschap dat er ontzettend veel speelt. De streekomroepvorming stelselwijziging wetswijziging. Dat staat ook echt als disclaimer in ons beleid. Wij hebben beleid en we hebben een koers, maar we weten dat dat aan verandering onderhevig is en dat we misschien moeten bijstellen. Dat weet ook onze raad. Wat is de inhoud? Die drie eerste punten is niet zo belangrijk, maar uiteindelijk zijn we gekomen tot een uitvoeringsplan op basis van een aantal randvoorwaarden en dat uitvoeringsplan vindt u hier op een rijtje. Ook hier weer bovenaan: versterken van de redactiekracht. Dat land bij ons, bij de lokale publieke omroep. Waarom? Het Brabants dagblad bijvoorbeeld had helemaal geen interesse in versterking in die zin.
Die zeiden, wij zitten Den Bosch en we hebben die regionale edities met één pagina. Veel plezier in Tilburg. De lokale omroep, ik zei al daar zitten knoppen aan waar we aan kunnen draaien, waarop we kunnen sturen en wij hebben dat op dezelfde manier zoals dat in Dordrecht ook een aantal experimenten zoals de NOS met regionale omroepen, lokale omroepen. Wij hebben gemeend om dat te verduurzamen in ieder geval voor de komende periode, voor die periode van vier jaar. We hebben ook de productiemogelijkheden vergroot en dat heeft te maken met het feit dat we de omroep meer dan in het verleden in staat willen stellen om samenwerkingen aan te gaan, zowel in onze stad als daarbuiten. We hebben welzijnsorganisaties, bibliotheken, die werken allemaal regionaal. Dat is de handreiking. Dan hebben ze meer productiegeld om die samenwerking vorm te geven. Ik zei al, wij hebben een mediafonds. Daar worden impulsen gegeven op journalistieke projecten. Dat kan van allerlei aard zijn. Eigenlijke eis is dat er in ieder geval wel een journalistieke redactionele kwaliteit achter moet zitten, als ze zo’n project … Dus het kan een individuele journalist zijn, mag ook de omroep zijn, mag ook een project zijn van de Academie voor Journalistiek, kunnen ook losse dingetjes zijn. Als er maar een professional bij betrokken is.
Dat leidt tot nieuwe initiatieven en daarom hebben we ook gezegd, we moeten eigenlijk een soort mediacentrum gaan vormen. Dat is er nog niet in fysieke vorm, maar een van de problemen van zo'n mediafonds is dat het impulsen heeft, maar als dat succesvol is, zoals die kinderpersbureaus, dan heeft dat nog geen verduurzaamde vorm. Dus daar heb ik gezegd, we moeten iets gaan verzinnen om de echte goeie dingen die effect hebben in onze stad om die te borgen. Vandaar dat idee van het mediacentrum en het faciliteren. Ik herhaal nog maar eens: dat gaat heel veel gebeuren. Als ik bij de Academie voor Journalistiek ben, wilt u niet geloven wat er op ons afkomt; de manier waarop nieuws gemaakt worden, de manier waarop ze nadenken over hoe jongeren, maar ook mensen die taal minder vaardig zijn, hoe die nieuws tot zich kunnen nemen op allerlei manieren, gaat in een heel rap tempo, met AI en met gebruikmaken van andere middelen; infographics en dergelijke. Wat gebeurt er nu? We zijn ongeveer een klein jaar bezig. We zien dat de slagkracht van onze lokale omroep, die ook uit een tijd komt waar er voortdurend impulsen waren en wat weinig stabiliteit geeft, dat die stabiliteit er nu wel is.
8
Er is rust gekomen. Daardoor hebben ze een grotere slagkracht. Het heeft er ook toe geleid dat de subsidieaanvraag bij het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek, wat we twee keer of drie keer probeerden en dat niet gebeurde, nu wel gehonoreerd is. In samenwerking met Waalwijk doen we dat; ook een partner in de vorming van de streekomroep. Die impuls op de samenwerking heb ik al genoemd. Verduurzaming van impulsregelingen, de uitwerking van facilitair mediacentrum. Daar wil ik wel iets zeggen, want er is net een rapport wat ik heb laten maken door een onafhankelijke deskundige van, wat willen ze nou precies? Daar hebben we wel vorig jaar opgehaald in dat … en toen hoorden we, nou we willen een outline van de apparatuur, want iemand had geen camera’s, een andere zei van, ik wil graag ontmoeten, want ik weet wel dat ze er zijn, maar ik zie ze nooit. Een derde had weer behoefte aan coaching. Die 14 wijkkranten die wij hebben zijn zeer divers. Sommige houden met gemak hun broek op. Er is onlangs eentje omgevallen. In de tweede ronde werd dat allemaal genuanceerd en uiteindelijk wat eruit komt is± wij willen vooral elkaar kunnen ontmoeten, van elkaar kunnen leren en dat behoeft training en coaching. Dat willen we vooral van professionals hebben.
Een consequentie daarvan is dat we moeten gaan nadenken+ waar komen die kon professionals dan vandaan? Daar hebben we eigenlijk nu twee sporen. Daar moeten we nog over nadenken. Gaan we dat beleggen bij de Academie voor Journalistiek? Maar dan komen we in een onderwijssystematiek die een aantal zware nadelen heeft. Die heeft een eigen tijdklok door het jaar heen. Of vallen we toch terug op de kwaliteit die eigenlijk nu geborgd is bij de lokale omroep en die ook gewoon naar een streekomroep werkt? Dus dat is een iets wat uit die onderzoeken komt, da’s het meest recente en wat ook wel interessant is, we hebben een potje voor innovatie. Wij wisten dat wij een heel succesvol jongerenproject hebben via de lokale omroep, namelijk in een van onze meest diverse wijken. Daar zitten 140 nationaliteiten, hadden ze ontzettend veel moeite om de mensen daar te bereiken. Toen zijn ze begonnen jongeren te betrekken bij het nieuws. Die krijgen een vrije hand om zelf hun onderwerpen in de wijk op te halen en dat te vertalen in rapportages voor de omroep. Daar wordt eigenlijk verder nauwelijks ingegrepen, alleen maar gestuurd van, denk aan hoor en wederhoor, maar pak je eigen items. Dat is een enorm succes geworden. We hebben een hele andere band met die wijken.
Zo'n succes dat we ze ook hebben kunnen laten landen in een internationaal project, waar we nou met zes andere landen nadenken over jongerenjournalistiek: hoe kun je die betrekken bij nieuws en informatie. Daar gebruiken we dan zo'n innovatiepotje voor. Dus dat is een beetje wat de gevolgen zijn. De voorzitter: Mijnheer Mes, zou u naar een afronding willen gaan? De heer Mes: Ja, dit is het laatste. Dit zijn mijn suggesties en overwegingen. Die vindt u op een rij en straks ook weer als u de Power Point ontvangt. Bedenk dat medialandschap meer is dan alleen uw lokale omroep, maar het is wel een hele belangrijke spil in uw in uw landschap. Zet vooral in op die journalistieke slagkracht, want daar bent u uiteindelijk van afhankelijk en dat u goed moet nadenken over allerlei mogelijke verbindingsmogelijkheden die er zijn en waarvan partijen in de stad, althans in Tilburg maar ik merk het ook in de regio, uiteindelijk op zitten te wachten. Hoe kunnen we het samen doen? De rest laat ik, gezien de tijd.
9
De voorzitter: Dank u wel. De presentatie staat al in de Go-app, dus kunt u lezen. Dank u wel voor het duidelijke verhaal. Dan is nu het moment dat we veel vragen kunnen stellen en in gesprek kunnen gaan met de experts hier aan tafel. Nu ben ik zelf niet een ster in namen onthouden, dus ik denk dat het heel goed is, zonder mijzelf aan u te spiegelen, dat de experts zichzelf nog even kort in één zin introduceren en ook daarbij aangeven met welk soort vragen de commissieleden bij hen terecht kunnen. Ik denk dat het goed is voor het verloop. Begin ik aan de linkerhand. We hebben de heer Mes en de heer Visch gehad en dan daarna verder. Mevrouw Van Lierop: Renate van Lierop, mediabeleid. De heer Haarsma: Mijn naam is Ib Haarsma en ik ben … Welke vragen u aan mij moet stellen, dat laten we vooral aan u, maar ik heb me in de afgelopen driekwart jaar beziggehouden met wat mijnheer Mes als zegt; eigenlijk samen. Zo kun je hier in deze streek, die ook uiteindelijk één streek wordt en ook uiteindelijk één licentie krijgt, samenwerken om dat te bereiken wat je wilt; namelijk goeie journalistieke content voor alle inwoners in deze regio... De voorzitter: Aan het eind van de tafel. De heer Van Os: Ik zat te kijken of er nog experts tussen zaten en die zitten er ook wel, maar op andere gebieden dan waarschijnlijk … Mijn naam is Ruud van Os, zei ik al eerder, hoofdredacteur Rijnmond.
Wij werken samen met RTV Dordrecht, dus is het logisch dat de vragen daar aangaande die aan mij gesteld kunnen worden. Mevrouw …: Misschien nog ter toelichting: ook vragen over samenwerking in het algemeen, want het zou natuurlijk niet specifiek gaan over RTV Dordrecht, maar ook over bijvoorbeeld regionale omroepen en lokale omroepen, hoe verhoudt zich dat allemaal? Dat soort algemene vragen. De voorzitter: Dank u wel voor de extra toelichting. Goed, dan bent u in de gelegenheid om vragen te stellen. Zijn er vragen aan de … De heer Van der Net. De heer Van der Net: Dank u wel, voorzitter. Ik ben met name toch nog wel benieuwd naar de toekomst en het verhaal natuurlijk wat er nu in Den Haag ligt en ik vroeg me eventjes af hoe nou die financiering ging. Want er wordt dan een streekomroep gevormd en het geld wat normaal vanuit het gemeentefonds dan naar de gemeentes gaat, dat gaat rechtstreeks dan van de rijksoverheid naar die streekomroep. Is het al zo dat dan die streekomroep dan weer dat geld moet gaan verdelen naar de lokale omroepen. Daar is in ieder geval mijn vraag op gericht. De voorzitter: Oké. Mijnheer Visch kunt die … De heer Visch: Zal ik deze voor mijn rekening nemen? Het is niet zo dat we een vierde laag in het bestel gaan creëren. De streekomroepen nemen de plekken van de lokale omroep.
10
Wat wel betekent, het kabinet heeft ruimte gegeven aan elke streekomroep om maatwerk te leveren, dus sommige omroepen zullen gaan fuseren tot één omroep en zullen ook met één “zender” zullen we maar zeggen naar buiten treden. Anderen kiezen ervoor om de andere kant van het spectrum te nemen. De omroepen blijven in stand en er komt een koepelstichting boven die de professionaliteit en de bedrijfsvoering borgt. Het geld gaat uiteindelijk naar die streekomroep en die moet die taak vervullen. Maar nogmaals, dat is alleen nog maar de basisfinanciering wat het rijk voor zijn rekening gaat nemen. Als er meerdere gemeenten zijn in een streek, kunt u er wel voor kiezen om te zeggen van, wij willen bijvoorbeeld voor Dordrecht extra accenten in die streekomroep stimuleren en dan kunt u het gesprek aangaan met de omroep om daar dan ook additionele financiering voor te organiseren. De voorzitter: De heer Van der Net, een vervolgvraag. De heer Van der Net: Die financiering intrigeert me wel natuurlijk, want daar zit natuurlijk vaak ook wel het pijnpunt. Ik zit eventjes me zo voor te stellen van, er komt dan een pot met geld dadelijk van de rijksoverheid. Dat gaat naar de streekomroep en die streekomroep kan dan weer besluiten om … Die moet dat verdelen en dan kan elke gemeente ook weer besluiten om bijvoorbeeld voor een lokale omroep die daaronder hangt om daar extra geld heen te douwen.
De heer Visch: Alles verloopt dan via de streekomroep. De streekomroep is de organisator van de taak lokale omroep. Dus u heeft niet meer te maken … In de toekomst zijn er niet meer afzonderlijke omroepen in die zin. Het is één streekomroep en die kan dat op verschillende wijze hebben georganiseerd, dus die kan dat wel georganiseerd hebben dat de omroepen die daaronder hangen door blijven draaien, dus dan zullen ze dat in gezamenlijkheid moeten gaan verdelen, want ze vormen samen dus die streekomroep, maar ze kunnen er ook voor kiezen, nogmaals, om een fusie aan te gaan en ze kunnen ook gaan werken met edities. Dus er zijn heel veel varianten mee mogelijk, maar uiteindelijk blijft er één streekomroep over. Nu zijn er 341 aanwijzingen nog in het land. In de toekomst blijven er 80 aanwijzingen over, dus elke streekomroep krijgt een aanwijzing en zal dat dus moeten gaan organiseren. De heer Van der Net: Maar goed … De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van der Net, nog een vervolgvraag? De heer Van der Net: Nog één afrondende vraag. Via de voorzitter. Ja, nee, zeker, via de voorzitter. Ik bedoel, ik ben natuurlijk als raadslid altijd benieuwd wat mijn invloed is hierop en als het via de rijksoverheid dan naar die streekomroep gaat, dan denk ik van dan, vind ik het leuk om hier dit aan te horen, maar daar heb ik dan uiteindelijk weinig meer over te zeggen. De heer Visch: Zeker niet.
Kijk over de inhoud mag u nu ook al niet gaan dus dat dat verandert niet, maar u kunt wel afspraken blijven maken met die streekomroep om juist het Dordtse verhaal nog een extra glans te geven, wat dat betreft.
11
Dus het rijk gaat alleen zorgen voor een basisfinanciering, dus dat er een aantal journalisten in dienst kunnen komen, dat er een basisprogrammering neergezet kan worden. Met gemeenten kunnen afspraken gemaakt worden, bijvoorbeeld over thema's die hier belangrijk zijn juist extra voor het voetlicht te brengen. Dat zijn afspraken die nu ook al gemaakt worden met streekomroepen. Want ze bestaan al. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Gorter. De heer Gorter: Dank u wel, voorzitter. Bij het voorwerken was ik al heel benieuwd naar het verhaal van de heer Mes en ik had al wat dingen op het internet gevonden. Een heel duidelijk verhaal. Mijn vraag: er is op geen enkele manier een overleg geweest met de regionale omroep. Die staan in dit plan van jullie feitelijk gewoon volledig afzijdig, dus die voeren hun eigen beleid wat niet in jullie lokale beleid is meegenomen op geen enkele manier? De heer Mes: Dat moet ik nuanceren. De contacten tussen de regionale omroep en de lokale omroep zijn gewoon goed. Zat ook bijvoorbeeld in het experiment van de NOS, de regionale omroep en Omroep Tilburg, maar het is het is niet zo dat die een prominente plek hebben in bijvoorbeeld geldstromen van ons, maar de raad weet gewoon dat die regionale omroep een functie heeft in ons gebied, onder andere als calamiteitenzender en dat zal ook blijven. Dus die samenwerking zijn er wel degelijk.
Maar dat probeer ik te schetsen, er is een beetje, waar hou je op met je met je beleid? De invloed ook van landelijke kranten, van dagbladen zoals Brabants Dagblad, vindt u ook niet onmiddellijk terug in ons beleid. Daar sturen we niet op, maar dat wil niet zeggen dat die relaties er niet zijn en die samenwerking niet bestaan. De heer Gorter: Voorzitter, mag ik nog een vervolgvraag stellen aan de heer Van Os? De voorzitter: Ja, dat mag. De heer Gorter: Eigenlijk een beetje in relatie tot de vraag die ik aan de heer Mes stelde. Kan de heer Van Os aangeven hoe Rijnmond de toekomstige samenwerking ziet, en dan vooral in relatie tot voorgestelde herziening conform de visiebrief van de brief van de minister? De heer Van Os: Wij … De voorzitter: De heer Van Os. Ik probeer het zo veel mogelijk via de voorzitter te organiseren. De heer Van Os: Het is niet mijn dagelijks werk om hier aanwezig te zijn, dus als ik iets fout doe daarin, excuses daarvoor. De samenwerking met RTV Dordrecht die wij nu hebben, die volgens mij voldoet van onze kant, dat weet ik zeker en ik neem aan ook vanaf de andere kant. Wij doen meer dan alleen het uitwisselen van content. Wij hebben een verslaggever met het specialisme Dordrecht die werkt vanuit de redactie van RTV Dordrecht.
12
Wij gaan daar een verdiepingsslag op aanbrengen door bijvoorbeeld samen onderwerpen op te gaan pakken vanuit een specialist die wij daarvoor aangewezen hebben; een specialist lokale omroepen. Dat is een dame die bij ons al jaren op de loonlijst staat die nu bezig is om met de meerdere lokale omroepen professioneel samen te werken, om dan onderwerpen gezamenlijk op te pakken, samen dossiers uit te werken. Maar ook technische ondersteuning bieden wij aan, opleidingsondersteuning. Dat doen we nu al en daar gaan wij graag mee door omdat de samenwerking met de professionele lokale omroepen ons zeer veel waard is. De heer Gorter: Voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Gorter. De heer Gorter: Mijn vraag ging over de toekomstige samenwerking in relatie tot de streekomroep. Ik weet hoe het nu in elkaar zit, maar meer als straks de streekomroep er is. De heer Van Os: Dan hoeft dat voor ons niet te veranderen. Dan blijven we graag samenwerken. De voorzitter: Dank u wel. Dan zag ik een vraag bij de heer Portier. Klopt dat? De heer Portier: Voorzitter, ik zit niet zo heel diep in het onderwerp. We hebben nu die lokale omroepen, straks moet er een streekomroep komen.
Wie forceert, even grof gezegd, die omroepen bij elkaar? Hoe gaat dan het bestuur van die omroepen eruit zien? Wie heeft daar nou eigenlijk de zeggenschap over hoe dat tot stand komt? De voorzitter: Even kijken, wie kan ik daar het beste het woord voor geven? De heer Visch. De heer Visch: De Haarlemmerolie. Het bestel is open en blijft open. Dat betekent iedereen in Nederland kan een aanvraag doen voor een lokale omroep te zijn. Dus wij zijn nu bezig om de lokale omroepen te helpen om de volgende stap te maken, zodat ze het best geëquipeerd zijn om dat te gaan doen, maar het blijven zelfstandige stichtingen die het uiteindelijk moeten gaan doen. Daar ligt de zeggenschap ook en die worden natuurlijk wel aan een wettelijk kader gebonden. U zult bijvoorbeeld de vraag nog steeds krijgen, net als dat u dat nu ook krijgt, is deze club representatief, ook voor onze gemeente? Wij als NLPO gaan een zwaardere taak krijgen, want wij zullen een concessiebeleidsplan namens de sector moet afsluiten met de rijksoverheid en prestatieafspraken moeten maken. Dus wij gaan de omroepen ook langs de lat leggen of ze in staat zijn om zo'n concessiebeleidsplan uit te voeren. Dus het is niet helemaal vrijheid blijheid, maar het is wel degelijk ingekaderd in wetgeving en die wordt nu ontwikkeld dus. De voorzitter: Dank u wel. Ik hoor dat de heer Kolff er nog één zin aan toe wil voegen?
13
De heer Kolff: Ja, want ik ben weliswaar van origine geen expert op dit gebied, maar inmiddels wel geworden. Het is ook van belang dat we als gemeenten, dus gemeenten die binnen deze streekindeling vallen in dit gebied ook met elkaar om de tafel zitten en dat we ook met elkaar afstemmen wat we nou eigenlijk precies willen. Daarom vind ik het van belang om bij u op te halen van, hoe zit u er eigenlijk in? Wat vindt u belangrijk in straks als een streekomroep tot stand komt, maar is het ook van belang dat we dat met die acht gemeenten, want het betreft acht gemeenten; zeven Drechtsteden en Ridderkerk, om de tafel gaan zitten. Dat zijn vier burgemeesters vier wethouders die dit in portefeuille hebben en dat gaan we ook de komende tijd organiseren, om dus ook tussen die samenwerkende gemeenten te kijken, wat vinden wij belangrijk als straks die streekomroep er moet komen? De voorzitter: Dank u wel. Dan zag ik de heer Van der Kruijf, een vraag. De heer Van der Kruijf: Voorzitter, ik voel toch altijd een soort dilemma, want het begint altijd met de media is onafhankelijk. Die moeten onafhankelijk geen werk kunnen doen en vervolgens gaan we ons als overheid er toch mee zitten bemoeien.
Ik snap best dat je daar in theorie een lijn kunt trekken tussen hoe professionaliseer je en hoe legt een infrastructuur aan en wat voor platforms bied je allemaal aan? Maar ik ben ook wel benieuwd, en ook wel vanuit Tilburg, maar ook wel vanuit de andere, hoe zodat hier lokaal ervaren, hoe dat nou gaat. Ervaren die omroepen, en ben ik bij Rijnmond en bij lokaal wel benieuwd naar, dan ook dat ze A. onafhankelijk hun werk kunnen doen, maar ik ben ook wel benieuwd, we hebben hier natuurlijk nu geen vertegenwoordigers zitten van de papieren media of misschien af en toe de internet opstartende initiatieven die misschien nog niet zo professioneel zijn. Hoe gaan daar de financieringsstromen dan verlopen? Hoe kunnen die hun voordeel doen met die hele professionaliseringsslag die ik wel bij omroepen hoor, even los dat dat ook voor radio geldt of alleen voor tv of voor allebei. Hoe kunnen die verbinding krijgen en van elkaar leren en wat kunnen we er als gemeente nou in doen zonder ons met de inhoud te gaan bemoeien? Want, mijnheer Mes, het wordt misschien een beetje gewetensvraag, u krijgt misschien af en toe ook wel initiatieven aan tafel waarvan je denkt wat moet dit nou worden? Geeft u hen toch de ruimte of denkt u dan af en toe van, weet je, daar steek ik maar niet al te veel energie in want … Nou ja, dat. De voorzitter: Duidelijke vraag aan de heer Mes.
De heer Mes: Dat is ook een hele goede vraag. Dat heb ik ook aangegeven; het is heel lastig om de grenzen te bepalen daarbij. Laten we zeggen dat, vanuit de mediawet zijn er natuurlijk wel partijen die echt goed in de gaten worden gehouden door het commissariaat van de media. Dat geldt in ieder geval oor de publieke omroepen, als we daar even op inzoomen. Dus daar is hij geborgd, wordt hij ook getoetst en dan is er inderdaad de vraag kun je de knowhow en de onafhankelijkheid die daarin zit en ook getoetst wordt laten doorwerken daar waar hij niet misschien vanzelfsprekend is. Want in die wijken zijn het gewoon enthousiaste mensen die willen bijdragen aan informatie in hun wijk. Die kun je daarbij helpen. Die moet je natuurlijk niet meteen langs die lat leggen. Daar gaat het ook niet om.
14
Het gaat erom dat er ook mensen zoveel mogelijk diverse informatie bieden, dat ze er dichtbij zitten en dat ze misschien geholpen worden van wat voor type vragen kan je stellen? Dan heb je het helemaal niet over de inhoud, maar je helpt die mensen een vorm van journalistiek te bedrijven. Daar gaan we ook niet helemaal bovenop zitten. Dat heeft geen zin. Veel belangrijker is eigenlijk de constatering dat door een aantal ontwikkelingen we dreigen in een samenleving te komen waar mensen in een mediabubbel zitten. Dus ze lezen een zeer beperkt … Of ze halen hun informatie, moet ik zeggen, want lezen is nog maar de vraag. Ze halen informatie uit een heel beperkt spectrum van informatieaanbieders en daar kun je natuurlijk wel op sturen om te zorgen dat bewoners in een wijk of in een stad of in een streek worden uitgedaagd andere informatie tot zich te nemen. Je kunt dus in die professionaliteit zoveel mogelijk aanbieden. Bij ons blijkt dus dat de mensen die dat niet van huis uit hebben, juist wel geïnteresseerd zijn om dat soort trainingen te krijgen of daarbij geholpen te worden. Dat kunnen we doen, maar je kunt het niet sturen in die zin dat iedereen kan… Ik kan morgen een zender beginnen met dit. Dan heb ik beeld, heb ik radio, heb ik alles ‘…’. Dus dat is wel iets waar we gewoon als samenleving echt over moeten nadenken.
Dat wordt gelukkig ook gedaan vanuit allerlei kanten, maar het blijft een enorme uitdaging. Daarom, dat probeerde ik in mijn verhaal duidelijk te maken, ons houvast is waar wij wat kunnen sturen en van daaruit proberen we verder te denken. Binnen de geschreven pers werkt dat iets anders, maar goed. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Kruijf: Voorzitter, als ik dan nog aanvullen mag, dan ben ik ook wel benieuwd als je hier dan naar de omroepen die aan tafel zitten, of zij dat dan ook zien als je die nieuwe initiatieven in je stad in je regio ziet of je denkt, die omarm ik en die ga ik helpen, omdat je denkt, ik heb het al moeilijk genoeg met mezelf. Ik hou ze een beetje weg en klein liever, want voor je het weet nemen ze het over. De voorzitter: De heer van Os wil daar vast wel op reageren. De heer Van Os: Nee, kijk, die angst van op afstand houden hebben wij helemaal niet. Wij kijken met wie we kunnen samenwerken en of het mes dan aan twee kanten snijdt natuurlijk. Als je een samenwerking aangaat, moeten wij er zelf ook wat aan hebben. Op die manier treden wij naar buiten toe en als je dan dat relateert aan de lokale omroepen in ons gebied, dan is dat mes er wat aan twee kanten snijdt, dus zijn we niet bang, maar gaan we juist de samenwerking warm aan, omdat we denk ik er allebei wat aan hebben. De voorzitter: Dank u wel.
Dan mevrouw Van Lierop wil daar nog iets … Mevrouw van Lierop: Even in aanvulling daarop. In het zuiden waar ook meerdere dorpen zijn met eigen internetjournalisten is het gebruikelijk dat de regionale omroep of de plaatselijke omroep echt samen of naast elkaar functioneert en werkt en elkaar aanvult. Die hebben daar samen de afspraken gewoon over van, dit doen jullie, dit doen jullie.
15
Sommige gemeenten maken daar ook bewust gebruik van bijvoorbeeld ze geven een subsidie door inderdaad aan de omroep die bij de ene gemeente ondergebracht is, samen met twee andere gemeenten, maar hebben hun eigen Nederweert24 in dit geval, even als voorbeeld, dat is even het makkelijkste, die ze wel voor raadsvergadering inzetten of voor projecten of iets anders wat de gemeente … Dus het werkt en samen, maar ook langs elkaar af met goeie afspraken vanuit gemeenteland, niet om journalistiek de mond te snoeren of wat dan ook, maar juist om te zorgen dat alle doelgroepen goed bediend worden, want dit doet het bij de jeugd gewoon beter dan bij de ouderen. De voorzitter: Oké. Mevrouw … De heer Van der Kruijf: Voorzitter, de heer Haarsma wordt nou gemist, want die heeft het hier lokaal geloof ik begeleid als ik het goed begreep hoe dat hier zit, want ik weet het nu voor Rijnmond en het zuiden maar nou nog hier. De heer Haarsma: Ik ben niet van hier, maar wat is uw vraag via de voorzitter dan maar eventjes? De voorzitter: Mijnheer Van der Kruijf. De heer Van der Kruijf: Als het gaat over alle aanbieders die we hier in de regio of lokaal hebben op het gebied van media, hoe die samenwerking gaat en nieuwe toetreders, hoe je daarmee samenwerkt of over gemeentegrens heen. Of je elkaar dat gunt of dat je elkaar als concurrent ziet. De voorzitter: De heer Haarsma.
De heer Haarsma: Ik denk in potentie heb je een hele grote sterke basis om met elkaar samen een goeie informatievoorziening te realiseren. Dat is mogelijk en bovendien is die opdracht er ook omdat er in deze streken een aantal omroepen samen die streek vormt. Dus hoe je het wendt of keert, er komt een moment dat er ook voor deze hele streek een aanwijzing komt dus een ‘dit is het jongens’ en dan gaan met elkaar samenwerken. Dan heb je het liefst natuurlijk dat daar partijen zijn die elkaar wat gunnen en ook gaan kijken naar wat het belang is van goede journalistieke organisatie. Eventjes vanuit jullie redeneren: jullie hebben er ook wat aan dat er een sterke journalistieke macht zit, want dat houdt jullie zelf scherp, zeg ik maar eventjes, denk ik. Tegelijkertijd is het ook een mogelijkheid ook om een goeie partner te hebben, een professionele partner te hebben, waarmee je ook, los van de journalistiek, ook je profijt kunt hebben als het gaat om, wat leeft er nou in zo'n samenleving wat leeft er nou op lokaal niveau? Even van uitgaand dat jullie dat uiteraard ook via jullie eigen partijen doen. Maar dat is natuurlijk wel van belang dat de mensen die afhaken en niet via de politiek meer zich laten spreken, dat je ook daar toegang tot hebt en dan is een sterke journalistieke organisatie van essentieel belang.
Ook voor het scherp houden van je tentakels in de lokale samenleving van, wat leeft er nou? Dus in die zin kan het ook heel veel aanknopingspunten bieden voor jullie beleid. Dus wat speelt er, zodat je daar goed op kunt inspelen.
16
Tegelijkertijd zit er ook een omgevingswet aan te komen waarin inwonersparticipatie een belangrijke rol speelt. Dus dat zijn allemaal wel elementen, als je dat overlaat aan een commerciële partij, dat je daar misschien wat minder van zou kunnen verwachten dan een publieke partij. De voorzitter: Dank u wel. Dan mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dank. Er wordt nu natuurlijk het ideale beeld geschetst en ook het ideale beeld natuurlijk vanuit Tilburg. Dat dat allemaal vrij succesvol is verlopen. Nee, niet ideaal, maar ik werd eigenlijk getriggerd door de heer Portier. De regioomroepen zijn natuurlijk niet echt van de grond gekomen. Dat is niet in iedere regio gelukt en een streekomroep triggerde mij wel. Wie gaat er nou de lead in nemen? Wie gaat nou zorgen met die acht partijen, die acht gemeentes, wie pakt daar dan de lead? Want je hebt allemaal je eigen bedoeninkje, je hebt je eigen omroep, je hebt je eigen achterban. Hoe ga je dat nou verdelen met elkaar? De voorzitter: Dank u wel. De heer Haarsma. De heer Haarsma: Dank u wel. Misschien is het goed omdat ik kwartiermaker ben en ook ervaring heb in andere streken waar ook vergelijkbare aantallen lokale omroepen met elkaar zullen gaan samenwerken.
Wat we daar hebben afgesproken is dat er vanuit elke deelnemende omroep, lokale omroep, een stichtingsbestuur, leden van een stichtingsbestuur gaan plaatsnemen in een koepelstichting, zodat je met elkaar ook afspreekt dat die ook de belangen vertegenwoordigen van die lokale kernen, zodat je daarmee niet alleen een goede samenwerking hebt, maar ook elkaar scherp kunt houden in het verdelen van de middelen die je uiteindelijk krijgt en veel meer middelen dan je tot nu toe ooit had als lokale omroep. Want het gaat over substantiële bedragen en dat je daar dus met elkaar in samenspraak met elkaar eigenlijk de middelen verdeelt en elkaar ook inspireert om met voorbeelden en wat er hier gebeurt heeft effecten op de omliggende gemeenten en andersom. Dus in die zin hebt ben je ook van elkaar afhankelijk en kun je daar ook je voordeel mee doen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, even een vervolgvraag. Dat is niet helemaal antwoord op mijn vraag. Misschien moet ik hem anders stellen. Ik zit even te verzinnen hoe ik dat kan zeggen. Wij hebben bijvoorbeeld hier in Dordrecht RTV Dordrecht, we hebben RTV Papendrecht, allemaal hun eigen belangen, hun eigen identiteit, hun eigen stad, want iedere stad is anders en iedere stad heeft andere belangen. Hardinxveld, ik noem maar wat, weer een andere stad. Hoe? Dorp. Voor mij is het nog gewoon een stad, maar goed.
Hoe breng je dat nou? Want je kan zeggen samenwerken en het belang van het samenwerken en de middelen die we ter beschikking hebben. Maar hoe breng je dat nu echt goed bij elkaar? Hebben jullie daar al ervaring mee? De voorzitter: De heer Haarsma.
17
De heer Haarsma: We hebben in de afgelopen periode met Dordrecht en de omliggende lokale omroepen intentieverklaringen gemaakt met elkaar, waarin we dat soort afspraken met elkaar hebben gemaakt. Dus hoe kunnen we nou met extra middelen ervoor zorgen dat we de hele streek bedienen op een gelijkwaardig niveau? Dus dat je zorgt dat je per kern aandachtsgebieden hebt. Dus deze journalist houdt dat in de gaten, die journalist houdt dat in de gaten en die journalist houdt dat in de gaten en er is één, bij wijze van spreken een eindredacteur of meewerkend voorman, die zorgt voor de cohesie en die zorgt voor het scherp houden van alle journalisten op de verschillende kernen. Dat zou een enorme winst hebben of een enorme toevoeging zijn geweest van wat er al is hier in deze streek. Dus dat is er wel, dus dat perspectief lonkt. De voorzitter: Dank u wel. Nog één vervolgvraag of ... Mevrouw Stolk: Nee, ik ga hem niet vragen. De voorzitter: De heer Visch. De heer Visch: Ik kan ook de vraag stellen: ziet u Dordrecht als een homogene gemeenschap, of is er ook diversiteit in wijken aanwezig? Kortom: het gaat er meer om, die opdracht van die streekomroep is lokaal toereikend media-aanbod aan te bieden. Daar worden ze op getoetst. Daar zullen ze op getoetst worden door het commissariaat voor de media, maar ook door ons.
Dus zij zullen de opdracht krijgen om juist op wijkniveau alle doelgroepen, want het is een het is een monopolist, dus het is maar eentje, op wijkniveau zullen ze dus alle doelgroepen optimaal moeten gaan bedienen en daar zullen ze in sommige gevallen samenwerkingsverbanden in aangaan, ook met hyperlocals die daar misschien nog beter in zitten, of bloggers, wat al gebeurt. Dus het is ook niet zo dat we alleen de tegenstelling tussen de verschillende kernen moeten zien, maar ook binnen de kernen is nog heel veel diversiteit. Daar moet juist oog voor zijn. De voorzitter: Dank u wel. Dan misschien dat de heer Mes dan antwoord op uw vraag heeft. De heer Mes: Laat ik vooropstellen dat Tilburg zeker niet de ideale wereld is, maar ik wil wel nog even een vergelijking maken met de geschreven pers. Wat je nu niet hebt op lokaal niveau is dat je specialisten hebt, terwijl bij de dagbladpers zie je je hebt een economisch journalist, die kunnen zich specialiseren. Ik kan me heel goed voorstellen het is een uitdaging. Ik weet niet of het bestaat- dat je als je straks een streekomroep hebt, dat je gewoon binnen je journalistieke team iemand hebt die zegt, ik pak dit soort vraagstukken op en doe dat in jullie geval voor de Drechtsteden.
Dat zal bij ons, wij hebben een vrij groot gebied, er zijn ook al die identiteitsvraagstukken aan de aan de hand, dat je zegt, we hebben gewoon iemand die gespecialiseerd is een bepaald onderwerp en dat versterkt eigenlijk de kwaliteit in het onderzoek ook in het democratische waakhondfunctie die je daar vaak ziet, maar ook in verbindingsvraagstukken. Dus als je een economisch journalist hebt die in je hele regio gewoon goed weet van, dit speelt er, dan maak je op een hele andere manier winst en zit je niet in je geografische gebiedjes, maar zit je op thema's te denken en dat kan op streekniveau op andere gebieden wel.
18
Bij ons in Midden Brabant; welzijnsorganisaties, heel erg groot, bibliotheek, werkt door al die dingen. Dus als je over thema's nadenkt, verzet je eigenlijk je perspectief een beetje en dat kan ook helpen. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Gorter. Die zit ook te popelen al een tijdje. De heer Gorter: Ik werd wel getriggerd door de toelichting van de heer Haarsma, dus ook aan hem deze vraag. Als ik begrepen heb, heeft hij een aantal gesprekken gevoerd met de betrokken omroepen. In een van de stukken lees ik ook een uitspraak van de directeur van RTV Dordrecht. Die schetst dat de streekomroep ‘niet realistisch is, gebrek aan wil bij de andere omroepen.’ Ik lees voor. He? ‘Geen inzicht over de ontwikkeling bij alle betrokken partijen, gemeente, politici en ambtenaren.’ Dat is nogal een uitspraak. Ik heb twee vragen: staan die omroepen niet lijnrecht tegenover elkaar? En wat dus naar uw mening dan nu de volgende stap? De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Haarsma. De heer Haarsma: Dank u wel. Wat ik heb ervaren is dat er wel degelijk een noodzaak wordt gevoeld bij alle omroepen in de streek om te gaan samenwerken. Laat onverlet dat de gelijkwaardigheid er nog niet is. Dat wordt ook erkend door de verschillende omroepen. Er zijn omroepen in deze streek die meer middelen tot hun beschikking hebben, dankzij u, dan andere omroepen in deze streek.
Dat maakt het ook ongelijkwaardig. Dus dat dat tijd kost en dat dat een precaire proces is, dat is bijna logisch, maar iedereen is zich er wel terdege van bewust dat ze samen verder komen en dat ze ook niet apart van elkaar of tegenover elkaar willen staan. Sterker nog, we hadden met elkaar een intentie om gezamenlijk een streekomroep en streekredactie te gaan vormen met thema's, met aandachtsgebieden niet helemaal compleet, want we hebben het ook niet zo dat we het over 20 journalisten hebben. Dat zou je het liefste willen, maar dit gaat over een vijftal journalisten die vanuit een soort basis zouden kunnen leggen voor verslaggeving op thema's; woningbouw, verkeer, economie, landbouw woning of jongeren. Dat zijn thema's die je heel goed met elkaar zou kunnen oppakken als begin. Dat lag er en helaas is dat niet gelukt om daar subsidie voor te krijgen, maar dat is in potentie wel aanwezig en ook de wil is er om met elkaar die stap te zetten. En de snelheid daarmee en hoe je dat goed kunt afstemmen op elkaar, dat kost wel tijd. Dat heeft ook te maken met het verschil van budgetten die er zijn. De heer Gorter: Voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Sorry, wie… U heeft nog een vervolgvraag? De heer Gorter: Een reactie op het stuk.
Lezende de stukken zie ik ook dat er vanuit RTV Dordrecht eigenlijk de wens is dat zij, net als een aantal andere steden, als streekomroep worden aangemeld, dus alleen Dordrecht streekomroep is, niet met de andere gemeenten in de Drechtsteden. In hoeverre acht u het denkbaar dat de huidige indeling die wij van de NLPO hebben gekregen daar nog op gewijzigd kan worden? Dan weet ik niet of ik die aan de heer Haarsma moet stellen of aan de vertegenwoordiging van de NLPO. Misschien de laatste.
19
De voorzitter: De heer Visch. De heer Visch: Misschien de laatste dan. De kaart is nu niet vastgesteld. Nog. Dit is de kaart zoals hij ooit is gemaakt en daar hebben de gemeenten en de omroepen hun zegje over gedaan. De staatssecretaris heeft aangegeven dat wij uiteindelijk in de nieuwe concessieperiode die dus in ’26-‘27 in zal gaan, een kaart moeten gaan samenstellen. Het is dus mogelijk en het zal in de toekomst ook mogelijk blijven dat er aanpassingen komen op de kaart maar dat zal dan wel heel gefundeerd moeten worden gedaan. Daar zal een onafhankelijke changeboard advies over geven en de gemeenteraden zal ook worden gevraagd, bent u het eens met deze wijziging in de kaart? Dus het is niet een lichtzinnig proces, maar er zijn wijzigingen mogelijk. Maar wat u zegt, volgens mij, maar voor zover mijn kennis is, maar Ib weet dat nog beter, is hier wel consensus in de hele streek, opdat er uiteindelijk één streekomroep voor Dordrecht en de Drechtsteden moet gaan ontstaan. Dat zal volgens mij wel de toekomst ook zijn want dat is ook de wens uiteindelijk van de omroepen. De weg ernaartoe dat is af en toe nog wat hobbelig, maar het eindpunt hebben ze allemaal wel voor ogen en is volgens mij ook gelijk mijn kennis in ieder geval. De voorzitter: Dank u wel. Dan nog een toevoeging van de heer Kolff begrijp ik. De heer Kolff: In aanvulling op wat net wordt gezegd.