2.10 2026.06.16 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf
Tekst van het document
Ik hoop in ieder geval dat dat ook zo is en blijft. De voorzitter: Dank u wel voor uw bijdrage of tenminste voor de beantwoording ook en uw reflectie. De vraag richting de commissie of er behoefte is aan een tweede termijn naar aanleiding ook van de beantwoording van de wethouder? Of zijn er mensen die er nog ergens op terug willen komen? De heer Groenewege. De heer Groenewege: Heel kort wil ik aangeven dat wij van plan zijn om een amendement in te dienen, wederom bij de eerstvolgende raad, omdat wij ook benieuwd 20 zijn hoe partijen stemmen die zich vanavond niet uitgesproken hebben, bijvoorbeeld VSP en Op Ons Eiland. De voorzitter: Mijnheer Katif. De heer Katif: Daar sluiten wij ons bij aan als Beter voor Dordt. De voorzitter: De heer Pauwels en daarna de heer Gündogdu. De heer Pauwels: Voor mijn gevoel is de vraag: wat doet het afwijken van omgevingsvisie met het vertrouwen, nog niet voldoende beantwoord. Ik twijfel een beetje of we dat hier nu nog moeten doen of in de raad. De voorzitter: Misschien voor de goede orde, als dit nu naar de raad gaat, als we dat besluiten, dan wordt het sowieso een bespreekstuk op het moment dat er een amendement wordt ingediend. Zijn er nog andere fracties … De heer Gündogdu wilde nog reageren. Mijnheer Gündogdu van Op Ons Eiland. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Ik werd zojuist aangesproken.
ik wil best een stukje inbreng doen als dat de heer Groenewege, hoe zal ik het zeggen, ertoe beweegt om dan geen amendement in te dienen, maar dat is dan natuurlijk aan hem. Ik weet niet of ik hem kan overtuigen, maar om te beginnen wil ik echt mijn oprechte excuses aanbieden aan al deze bewoners hier, die wederom met zijn met zijn allen hier zitten. Ik denk dat wij namelijk nu in een positie zijn gemanoeuvreerd als raad dat we echt werkelijk enorm valse hoop hebben geschapen om dit onderwerp weer op de agenda te plaatsen. En ik kijk dan mezelf ook aan. Wij hebben al eigenlijk in oktober een beslissing genomen. Uw agenderingsverzoek was: de nieuwe raad zal wellicht tot nieuwe inzichten kunnen komen. U weet ook dat dit eigenlijk een precedentenwerking heeft voor alle beslissingen die in het verleden zijn genomen. We hebben onze mond vol over een betrouwbare overheid. Nog een aantal maanden geleden tijdens de campagnes hebben wij al onze inwoners aangesproken van: kies voor een betrouwbare overheid die ook achter de beslissingen staat die zijn genomen in het verleden. Ik heb in oktober, Op Ons Eiland heeft in oktober voor het amendement gestemd. We hebben gezegd: op basis van de overwegingen die in het amendement staan, hebben wij wel een bedenking.
Op een gegeven moment moet je beslissen of je op basis van een voorgeschiedenis coûte que coûte tegen een dergelijke ontwikkeling bent of niet, dat is de rol als raadslid, voor het algemeen belang. En dat algemeen belang heeft er bij ons voor gezorgd dat wij hebben gezegd: wij hebben geen wensen en bedenkingen. Om aan te geven, als we dit continu blijven opvoeren en dan kijk ik u en uw buurman ook aan, wat voor signaal geeft u dan af aan de stad en in ieder geval aan deze bewoners? De voorzitter: Mijnheer Groenewege, gaat uw gang. De heer Groenewege: Dit is echt het meest bizarre, wereldvreemde betoog dat ik vanavond heb gehoord. Het is de heer Gündogdu zelf … De heer Gündogdu: Bent u niet … 21 De heer Groenewege: Die tweemaal is gedraaid. Eerst instemmen met de verklaring van geen bedenkingen, daarna instemmen met ons amendement en instemmen met dit agenderingsverzoek. En dan nu ons een veeg uit de pan geven, omdat we dit op de agenda zetten. Het is werkelijk bizar. Hoe denkt de heer Gündogdu hiermee op te komen voor een betrouwbare overheid? Als hij opkomt voor een betrouwbare overheid, dan blijft hij bij zijn inzicht uit oktober 2025 dat deze ontwikkeling niet past in de omgevingsvisie, dat deze ontwikkeling niet past bij een groene polder waar ook de heer Gündogdu voor staat. En dan blijft hij bedenkingen houden bij dit hoveniersbedrijf. De voorzitter: Mijnheer Gündogdu.
De heer Gündogdu: Voorzitter. Ten eerste, voorzitter, ik blijf erbij … Volgens de Partij voor de Dieren kan ieder besluit dat in het verleden is genomen wederom op de agenda van deze raad komen. Dat vind ik een hele bijzondere gewaarwording. Ten tweede, ik heb inderdaad met het amendement ingestemd, maar op een gegeven moment moet je, dat is de rol die je als raadslid hebt, een beslissing nemen in het kader van het algemeen belang. De omgevingsvisie kent zoiets als buitenplanse activiteiten. Daar heeft de wethouder zojuist aan gerefereerd. Alles bij elkaar opgeteld maak je een beslissing en daar sta je achter. En dat u voor vanavond dit onderwerp weer heeft geagendeerd, ik was van mening dat er nieuwe inzichten waren die ons allicht tot nieuwe inzichten zouden laten komen en dat heb ik niet gehoord. Dat is een betrouwbare overheid, hoe je dat naar buiten dient te brengen. Dat u dat wereldvreemd vind, ik niet. De voorzitter: Dat is duidelijk. Zo horende is er verder geen behoefte aan een tweede termijn en maak ik eigenlijk uit deze bespreking wel op dat dit agendapunt als bespreekstuk naar de raad gaat, omdat er een amendement zal worden ingediend.
Ik kan me gezien de voorgeschiedenis ook voorstellen, dat is een vraag aan u, of we de bespreking dan doen met twee minuten? Ik kan me niet voorstellen dat er geen nieuwe dingen meer aan de orde zullen komen en dat de bespreking zich beperkt tot het amendement. Dat we niet de hele discussie verder opnieuw doen. Daar kan iedereen zich in vinden? Het is geen stemstuk als er een amendement wordt ingediend. Met een amendement wordt het sowieso een bespreekstuk. Het wordt een bespreekstuk waarbij de bespreking zich beperkt tot de bespreking over het amendement. Dan is dit waar we op uitkomen met elkaar. Dan wil ik u allen danken voor uw bijdrage. Dank ook aan iedereen op de tribune. En aan iedereen ook de vraag om alles wat ze mee naar binnen hebben genomen ook weer mee naar buiten te nemen, zodat de tafel dadelijk schoon is voor de volgende vergadering. Ik sluit deze vergadering. 2. Geen Wensen en bedenkingen kenbaar maken nieuwboud Albert Schweitzer ziekenhuis (ASz) – Raadsvoorstel Voorzitter: De heer Klerk Raadsgriffier: De heer Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Van Dorresteijn (GroenLinks-PvdA) 22 Dhr. Gundogdu (Op Ons Eiland) Dhr. Hartmeijer (SP) Dhr. Hoogduijn (D66) Dhr. Katif (Beter voor Dordt) Dhr. Kolkoliç (DENK) Dhr. Kuhlmann (VVD) Dhr. Laban (ChristenUnie/SGP) Dhr. Pauwels (GroenLinks-PvdA) Mevr. Rutten-Alberts (PVV) Dhr. Stolk (VSP Dordrecht) Mevr.
Van Valen (VSP Dordrecht) Dhr. Verdoorn (Forum voor Democratie) Portefeuillehouder: - Overige aanwezigen: Dhr. Jellema, mevr. Stolk, dhr. Stroeks. De voorzitter: Goedenavond allemaal. Hierbij open ik deze beeldvormende commissievergadering over het raadsvoorstel geen wensen en bedenkingen kenbaar maken over nieuwbouw Albert Schweitzer ziekenhuis. Ik heet van harte welkom alle raads- en commissieleden en de vertegenwoordigers van het Albert Schweitzer ziekenhuis: mevrouw Stolk, de heer Stroeks en de heer Jellema. Welkom. Voor het verslag vraag ik de aanwezige raads- en commissieleden zichzelf voor te stellen met hun naam en die van hun fractie. En daarvoor begin ik voor mij aan de linkerhand. De heer De Boer: Marc de Boer, commissiegriffier. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, Socialistische Partij. De heer Katif: Jacques Katif, Beter voor Dordt. De heer Kolkoliç: Masum Kolkoliç, Dordtse DENK. De heer Kuhlmann: Alexander Kuhlmann, Dordtse VVD. De heer Hoogduijn: Emre Hoogduijn, Dordtse D66. Mevrouw Van Valen: Sabine van Valen, VSP Dordrecht. De heer Stolk: En Leo Stolk, VSP Dordrecht. Mevrouw Van Dorresteijn: Floor van Dorresteijn, PRO Dordrecht, denk ik? De heer Pauwels: Sam Pauwels, PRO. Maakt niet uit. Mevrouw Rutten-Alberts: Saskia Rutten-Alberts, PVV. De heer Gündogdu: Heel eenvoudig, Aydin van Op Ons Eiland. De heer Verdoorn: Dirk Verdoorn, Forum voor Democratie.
23 De heer Laban: Vincent Laban, ChristenUnie/SGP. De heer Jellema: Omer Jellema, Albert Schweitzer ziekenhuis. Mevrouw Stolk: Nicole Stolk, Albert Schweitzer ziekenhuis. De heer Stroeks: Roland Stroeks: Albert Schweitzer ziekenhuis. De voorzitter: En mijn naam is Albert Klerk, ik ben de voorzitter. En voor de vergaderhygiëne merk ik nog op dat onze gemeenteraad geen PRO kent, maar dat het de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid is die hier is vertegenwoordigd. De heer Katif. De heer Katif: Ik wilde even, niet een punt van orde, maar ik zie twee heren en een dame van het Albert Schweitzer ziekenhuis. Ik weet niet welke functie jullie hebben. Dat vind ik wel heel prettig om te weten, want dan kan ik even inschatten hoe ... De voorzitter: Goed punt. Mag ik u als eerst het woord geven? Mevrouw Stolk: Ja hoor, hij stond nog aan. Nicole Stolk, voorzitter Raad van Bestuur Albert Schweitzer ziekenhuis. Ik was cd vorige keer ook bij jullie te gast. De heer Stroeks: Roland Stroeks, Raad van Bestuur Albert Schweitzer ziekenhuis. En ik was ook de vorige keer hier te gast. De heer Jellema: Ik ben Omer Jellema, ik ben kwartiermaker van het ziekenhuis. Ik begeleid de verkenning. De voorzitter: Dank u wel.
Dan de aanleiding van deze vergadering, dat is een sessie van vorige week waarin we een uitgebreide besloten technische sessie hebben gehad, waarin door de commissie nog veel vragen zijn gesteld over de ziekenhuislocatie en de alternatieve woningbouwlocaties. Die zijn zoveel als mogelijk beantwoord, maar om echt alle informatie op tafel te hebben om een zorgvuldig besluit over het raadsvoorstel te kunnen nemen, besloot de commissie nog een extra beeldvormende commissie te plannen om in de openbaarheid met het ziekenhuis in gesprek te kunnen gaan over de noodzaak van een nieuwbouw van het ziekenhuis op de Middenzone. Het is fijn dat de vertegenwoordigers van het ziekenhuis hiervoor vanavond al beschikbaar zijn en nu ook aanwezig zijn, dank u wel daarvoor. Voor de presentatie geef ik … Een presentatie is het niet helemaal, het is het verhaal … Dat gaat u zelf allemaal veel beter uitleggen dan ik dat kan. Dan geef ik het woord aan mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Dank u wel. Dank dat ik weer bij te gast mag zijn. Het idee is dat ik kort een toelichting geef. De presentatie is op inhoud gelijk aan de presentatie die we de vorige keer in de raad hebben mogen geven. En een deel van u kent het misschien al en voor een deel van u is het nieuw, maar ik zal toch het hele verhaal doen, zodat iedereen dezelfde informatiepositie heeft.
U mag ook tussendoor vragen stellen, maar na de toelichting heel graag de ruimte voor de vragen. Dan zal ik proberen ook daar zoveel mogelijk direct antwoord op te geven. 24 En lukt dat niet, dan heb ik twee collega's bij me die tot in detail op de hoogte zijn van allerlei andere zaken die wat minder met mijn verhaal te maken hebben, maar die meer op bijvoorbeeld de financiële kant of op de specifieke huisvestingskant zitten. U kunt mij allemaal goed verstaan? Dan ga ik een korte toelichting geven. Misschien eerst even het Albert Schweitzer ziekenhuis. Het Albert Schweitzer ziekenhuis is een ziekenhuis met zo'n 3500 collega's die daar werken … De voorzitter: Sorry, ik ga u heel even interrumperen. Mijnheer Kuhlmann, u wilde iets … De heer Kuhlmann: Ik zag bij de stukken dat dat er ook een presentatie is met sheets. Misschien kan het ook zonder de sheets. Mevrouw Stolk: We doen het zonder de sheets. De heer Kuhlmann: Kijk aan, helemaal … Mevrouw Stolk: De sheets waren ter achtergrondinformatie. De heer Kuhlmann: Pardon. De voorzitter: Dank u wel. Gaat u verder. Mevrouw Stolk: Het Albert Schweitzer ziekenhuis is een ziekenhuis met 3500 collega's. Wij zijn denk ik de grootste werkgever van de regio. En er werken zo'n 200 vrijwilligers. Het is een topklinisch ziekenhuis. Wat is dat? Dat is een ziekenhuis dat ook opleidt.
Wij leiden per jaar zo'n 800 verpleegkundigen en artsen op en dat doen we ook voor de hele regio. Het is niet één ziekenhuis, het zijn eigenlijk drie locaties. We heten allemaal Albert Schweitzer ziekenhuis, maar we hebben locatie Dordrecht, locatie Zwijndrecht, locatie Sliedrecht en een kleine locatie in Ridderkerk. Wij zijn voornemens om nieuw te bouwen op de Middenbouw, Middenlocatie. En waarom willen we dat? Dat willen we niet omdat wij zo verschrikkelijk graag willen laten zien hoe fantastisch ons ziekenhuis is. Wij hebben een fantastisch ziekenhuis, maar de achtergrond daarvan is dat als wij renoveren op de huidige locaties, waar de installaties technisch en functioneel out of date zijn, die moeten echt vervangen worden, dan doen wij daar 10 tot 15 jaar over. En dan hebben we nog maar 30 procent vervangen. Eigenlijk moeten we binnen 10 jaar die installaties en ook de technische zaken in het ziekenhuis allemaal vervangen hebben. Niet omdat we dat zo fijn vinden, maar omdat we de noodzaak ervaren, betekent dat dat we echt op zoek zijn naar een locatie waar we een nieuw ziekenhuis kunnen bouwen. En als we zouden verbouwen is een ander punt dat dat een soort puzzelstukje is waarbij je steeds een deel verbouwt en dat af moet sluiten, met veel lawaai en stof voor patiënten en dan weer het volgende stukje.
Wat ik net al zei, dan hebben we in 10 tot 15 jaar ongeveer 30 procent verbouwd. Wij willen een nieuwbouw waarbij we veel compacter kunnen bouwen. De vorige keer kreeg ik de vraag: wordt het dan een groter ziekenhuis? Nee, het wordt zelfs een iets kleiner ziekenhuis, omdat je de logistieke stromen veel beter kunt organiseren. Een ziekenhuis waarbij die zorg logistiek goed zit, waarbij de duurzaamheid gerealiseerd kan worden, dat kunnen we niet op de huidige locatie, op een hoog niveau. En waarbij we ook alles wat met crisisbestendigheid te maken heeft, zoals wateroverlast, 25 hittebestendig, al dat type zaken ook meteen in kunnen bouwen. Wij hechten eraan om dat te doen op locatie Dordrecht. En waarom? Wij leveren zorg aan deze regio en het overgrote deel van onze patiënten woont dichtbij of in Dordrecht of in de nabijheid van Dordrecht. Wij willen daarmee ook de zorgcontinuïteit in deze regio zodanig organiseren dat we dat niet voor de korte termijn doen. Met nieuwbouw kunnen we voor de komende 35, 40 jaar die zorgcontinuïteit weer in onze regio houden. Dat betekent dat voor iedereen in deze regio de SEH-, IC- en OK-faciliteiten beschikbaar zijn en dat we mensen in de nabijheid die zorg kunnen bieden die je van een topklinisch ziekenhuis mag verwachten.
Ik kreeg net al even bij het wachten de vraag: er is toch nog een ander ziekenhuis in de nabije omgeving? Ja, in Gorinchem is Rivas, een ander ziekenhuis. Dat is een algemeen ziekenhuis, een veel kleiner ziekenhuis. Veel specialismen die bij ons in het ziekenhuis uitgevoerd worden, kun je niet vinden in Gorinchem. We werken heel nauw samen met Gorinchem met Rivas-ziekenhuis. Wij zijn elkaars preferente partner. En op het moment dat de zorg te complex wordt voor Gorinchem, wijkt Gorinchem uit naar het Albert Schweitzer ziekenhuis in Dordrecht. En dan werken wij ook nog heel nauw samen met het Erasmus, dat is het academisch centrum. Je zou kunnen zeggen, wij leveren de tweedelijnszorg. En als het heel erg complex wordt, hoogcomplex, dan gaan onze patiënten naar het Erasmus. Dat is derdelijnszorg, zoals dat genoemd wordt. Ik kreeg ook nog de vraag: wat doe je als je niet kunt nieuwbouwen in Dordrecht? Wij willen eigenlijk heel graag in Dordrecht blijven vanwege continuïteit van zorg voor de patiënten in onze regio. Vanwege de aanrijtijden waarvan wij het belangrijk vinden dat die goed behouden blijven. Wij willen ook graag in Dordrecht blijven, omdat wij van oudsher een fusieziekenhuis zijn van Dordrechtse ziekenhuizen. Wij zijn van en voor Dordrecht, zo voelen we dat ook, maar we hebben wel een nieuwe plek nodig om te bouwen. Het is onze diepe wens om dat in Dordrecht te bouwen.
En kan dat niet anders, dan moeten we naar andere alternatieven zoeken. Voordat we tot deze locatie kwamen, hebben we aan de voorkant een heel proces gevolgd samen met de gemeente. Daar is de vorige keer ook uitgebreid over gecommuniceerd en ik ga ervan uit dat jullie dat mee hebben gekregen, dat we naar alle locaties in Dordrecht gekeken hebben: wat zou een passende locatie zo kunnen zijn? En eigenlijk kwam de Middenzone daar als voorkeurslocatie uit. Samenvattend: topklinisch ziekenhuis. Renoveren op de huidige locatie is voor ons eigenlijk geen optie, gezien het feit dat het dan te lang duurt voordat we kunnen renoveren en ook voor 10, 15 jaar maar 30 procent gerenoveerd hebben. Duurzaamheid is een aspect. Het is goedkoper wanneer we nieuwbouwen, zo'n 15 tot 20 procent. Willen wij naar een andere locatie in de omgeving van Dordrecht? Wij zijn van en voor Dordrecht en zouden dit heel graag op de Middenzone willen bouwen, passend bij de uitwijk, mobiliteit, het Leerpark en alle ontwikkelingen die daar zijn. In de nabijheid van de onderwijsvoorzieningen en ook in samenspraak met de gemeente willen we de verbinding tussen het sociaal domein en het ziekenhuis daar met elkaar verbinden. Dat willen we heel graag en wij denken ook dat dat meerwaarde voor de regio oplevert. Dat is … De voorzitter: Er zijn inmiddels twee vragen.
Is het goed als we die tussendoor stellen of zegt u, liever aan het eind? Mevrouw Stolk: Ik was aan het einde van mijn betoog. De voorzitter: Kijk. Dan allereerst de vraag van de heer Kolkoliç. 26 De heer Kolkoliç: Dank u wel, voorzitter. U gaf net aan dat u samen met de gemeente een uitgebreid traject heeft gevolgd. Sinds wanneer zijn die gesprekken gaande? Mevrouw Stolk: Roland, misschien kun jij daar antwoord op geven ‘…’(01:23:16) De heer Stroeks: Zeker, de gesprekken en de eerste verkenningen lopen sinds begin vorig jaar, waarin we gezamenlijk in ateliervorming de mogelijkheden hebben onderzocht van de verschillende locaties voor de gemeente Dordrecht. Dat betekent dat er in totaal zeventien locaties in totaal zijn onderzocht. En eigenlijk via de classificatie gezamenlijk met een stedenbouwkundige partij gekomen zijn tot een tot een voorkeursscenario. De voorzitter: Een kleine vervolgvraag. De heer Kolkoliç: Eigenlijk een verhelderende vraag. Begin vorig jaar, ik neem aan dat dat begin 2025 is? De heer Stroeks: Klopt. De heer Kolkoliç: Duidelijk, dank je wel. De voorzitter: Dan de heer Pauwels. De heer Pauwels: Dank u, voorzitter. Er is natuurlijk een alternatief overwogen en nieuwbouw zou 20 à 30 procent goedkoper zijn.
Kunt u misschien een inschatting geven om hoeveel geld het dan precies gaat? Of met andere woorden: wat zijn nu de geraamde kosten van het bouwen van een nieuw ziekenhuis? De heer Stroeks: Zal ik deze voor mijn rekening nemen? Als je nadenkt over de alternatieve scenario’s, je gaat het huidige ziekenhuis verbouwen … Waar mijn collega, Nicole Stolk, al aan refereerde, is dat je in het huidige plan 35 procent van het totale bouwoppervlakte zou raken. We hebben een bouwoppervlakte van ongeveer 100.000 vierkante meter, waarvan alle gebouwen in gebruik. Als je dat helemaal, 100 procent, zou moeten gaan renoveren en dat is wel aan de orde omdat het gebouwen zijn 1988, ‘89 die 24/7 gebruik worden voor zorg, betekent dat dat je richting de miljard euro gaat. Nieuwbouw is aanzienlijk voordeliger. Een bedrag weliswaar waarin alle installaties worden meegenomen, maar waarin ook het onderhoud voor de komende jaren wordt betrokken. Dat is echt aanzienlijk minder. De voorzitter: Een vervolgvraag van de heer Pauwels. De heer Pauwels: Mijn vraag was nou precies: hoe hoog is dat bedrag ongeveer? De heer Stroeks: We zijn nog niet in het proces van het noemen en het berekenen van exacte bedragen. Dat betekent namelijk ook dat we in een proces zijn met de gemeente om met elkaar na te gaan wat er moet gebeuren, om onder andere na te denken over de latende plot, maar ook de verkrijgende plot.
We zullen met elkaar in een proces richting een samenwerkingsovereenkomst moeten werken om na te gaan wat de exacte berekening onderaan de streep wordt. 27 De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Voorzitter, mevrouw Stolk had het net over Gorinchem, het ziekenhuis daar, dat dan niet alle specialistische zorg eigenlijk kan leveren. En die mensen komen dan naar het Albert Schweitzer. Is het dan zo dat bij nieuwbouw de specialistische zorg meer gaat worden, dat er meer opengezet wordt? Of is dat gewoon een logisch gevolg van die nieuwbouw? De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Wij verwachten, maar dat is in heel Nederland zo, dat er bepaalde concentraties gaan komen van specialistische zorg. Dat is niet specifiek voor onze regio. Welke dat zijn, zal de komende jaren steeds verder duidelijk worden en dat wordt steeds op basis van kwaliteitseisen bepaald. De specialisten bepalen wat een aantal operaties is waarvan zij vinden dat, als je zoveel operaties doet, dan ben je er ervaren genoeg in om voor de langere termijn die operaties te mogen doen. Zo worden in Nederland de specialisme verdeeld. Dat is een algemeen proces, dus ik denk dat er iets gaat veranderen in die specialismen. Wat precies? Dat zullen de komende jaren uit moeten wijzen. De vakverenigingen doen daar steeds kwaliteitsonderzoek naar.
Het is verder zo dat de zorgvraag autonoom toeneemt. De mensen worden ouder. Er kan steeds meer. Ook als wij gewoon voor dezelfde populatie waar wij nu ook zorg gaan leveren, zorg blijven leveren, dan zal die zorgvraag toenemen. Dat is weer, wij denken ook met het nieuwe ziekenhuis, andere logistiek, de laatste inzichten van de operatiekamers, de laatste inzichten van de poli's, dat we dan ook beter toegerust zijn om die echte toename van die zorgvraag om goed te absorberen, zodat we ook die zorg kunnen blijven leveren. Ik zei de vorige keer al: ik denk dat dat met het hoofd nog wel kan, maar wij hebben hoofd, hart, ziel als motto. En om dat hart en de ziel die aandacht te geven die wij heel belangrijk vinden voor de zorg in ons ziekenhuis, daar staan we ook om onbekend, is het extra belangrijk dat we zodanig voorbereid zijn dat we dat kunnen blijven leveren, als die zorgvraag zo toeneemt. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dank u wel, voorzitter. Ik ben maar een eenvoudige jurist. Ik heb weinig verstand van ziekenhuizen. Nou heb ik wel eens gelezen dat er 50 jaar geleden sommige aandoeningen waren waarvoor je niet behandeld kon worden en dat dat nu wel het geval is.
Ik vraag me af, is die ontwikkeling een beetje klaar? En ik vraag het met name van, als er geen nieuwbouw plaatsvindt of het niet wordt veranderd, wat betekent dat dan? Rijdt de ambulance dan op een gegeven moment niet meer naar Dordrecht toe, maar veel verder. Kunt dat een beetje … Waarom is het eigenlijk nodig dat er een nieuw gebouw moet komen? De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Er kan steeds meer, gelukkig maar. Dat betekent dat er steeds meer onderzoek is en nieuwe inzichten en nieuwe technieken om steeds slimmer en verdergaand te opereren, medicatie toe te dienen of mensen te behandelen. Het is een groot goed dat dat kan. Wij denken dat als we toegerust zijn in een ziekenhuis met de 28 laatste inzichten, met de laatste logistiek en apparatuur, dat je ook de beste zorg voor deze regio kan leveren. Dat is een van de aspecten die wij meenemen: op het moment dat we die nieuwbouw doen, dan kunnen we ook die zorg voor de komende 35 jaar blijven leveren aan de mensen hier in deze regio. Niet nieuwbouwen is eigenlijk geen optie voor ons, want je zei, vergeleken met dat je niet nieuwbouwt. Ik vertaal hem even, als we nieuwbouwen, dan kunnen we ook de nieuwste ontwikkelingen meenemen, de laatste inzichten, dat logistiek de laatste wijze doen.
Ik vind duurzaamheid toch ook wel een belangrijk punt, ik noemde net even kort, maar wij zijn ook als ziekenhuis best de grote vervuiler, zowel met de medicatie als met de CO2-uitstoot. Ook dat pakken we meteen aan. En ik vind dat we daar ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid in hebben. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Dorresteijn inderdaad. Ik probeerde om bordjes heen te lezen, maar dat lukt me nog niet. U had een vraag. Mevrouw Van Dorresteijn: Dank u wel, voorzitter. Jullie gaven net aan dat zo'n nieuw ziekenhuis dan zo'n 35 jaar mee kan. Dat is denk ik hartstikke fijn. Over 35 jaar ben ik nog geen 70. En ik was benieuwd, stel, ik moet dan naar het ziekenhuis, moet het ziekenhuis dan weer naar de overkant van de weg verplaatst worden? Of hoe voorkomen we dat we straks weer in dezelfde situatie als deze terechtkomen, waarbij we eigenlijk steeds een soort nieuwe locatie moeten gaan zoeken? Dank u wel. De voorzitter: De heer Stroeks. De heer Stroeks: Ik denk dat het van ontzettend groot belang is, dat is ook meteen het vraagstuk waar we nu voor staan, dat we op de huidige locatie juist die ruimte niet hebben. En dat betekent dat je naar een locatie moet gaan die die strategische ruimte biedt, die de continue ontwikkeling van een ziekenhuis en ruimte om haar heen, inclusief partners om haar heen, moet blijven bieden.
Dat betekent ook dat je inderdaad nu al rekening moet houden met een ruimtevraag die over 30, 40 jaar zal plaatsvinden. En daarmee heeft dit voorkeursscenario en deze locatie sterk onze voorkeur. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: In aanvulling daarop, dan ga je niet weer terug naar de overkant, maar binnen de nieuwe contouren waar we dan het ziekenhuis bouwen, heb je dan voldoende ruimte om je heen om net wat wendbaarder te zijn voor de vragen die dan spelen. En wat we natuurlijk ook doen, dat is ook echt een van de laatste inzichten, om ons heen zie je dat Franciscus net heeft opgeleverd bij Bravis in Roosendaal, wij kijken heel goed naar wat je zodanig in kunt richten dat je wendbaar bent. Eén ding is echt belangrijk: wij kunnen niet helemaal voorspellen hoe over 20, 30 jaar de zorg eruitziet en wat dan de nieuwe ontwikkelingen zijn. Bij alles wat we bouwen, zullen we die wendbaarheid en dat adaptief, het opnemen van nieuwe ideeën inbouwen en zorgen dat we die wendbaarheid kunnen pakken. De voorzitter: Mevrouw Van Dorresteijn, een vervolgvraag. 29 Mevrouw Van Dorresteijn: Dank u wel. Hartstikke goed denk ik, maar concludeer ik dan ook dat het plot dat jullie verlaten kleiner is dan het nieuwe plot? De voorzitter: De heer Stroeks. De heer Stroeks: Hier geef ik het woord graag even aan Omer Jellema, onze exacte rekenmeester in deze zaken.
De voorzitter: Mijnheer Jellema. De heer Jellema: Het plot dat wij verlaten is niet per se kleiner, maar het ziekenhuis dat daarop staat is zo gebouwd dat het wel het hele gebied beslaat. Dat betekent ook dat wij daardoor geen uitbreidingsmogelijkheden hebben. En dat komt omdat er in de tijd van alles bij komt: het ziekenhuis groeit, er komen elke keer nieuwe eisen, nieuwe wensen en nieuwe technieken. Daar hebben we van geleerd en daar zoeken we ook in de Middenzone naar flexibiliteit. Wat Nicole al aanhaalt, is het voor ons ontzettend belangrijk om een toekomstbestendige locatie te zoeken waarbij we die flexibiliteit ook hebben en ook vanaf het begin in het DNA van het ontwerp meenemen. De voorzitter: De heer Gündogdu. Mevrouw Van Dorresteijn: Voorzitter, dank u wel. Even aanvullend voor mijn beeldvorming: een gedeelte van het ziekenhuis blijft nog op de huidige locatie staan zoals het daar nu staat. Klopt dat? De voorzitter: De heer Jellema. De heer Jellema: Nee, dat klopt niet, alles gaat over naar de nieuwe locatie toe. De voorzitter: De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dank u wel, voorzitter. Als ik het goed begrepen heb, dan is het eigenlijk voor de toekomst van de zorg in Dordrecht noodzakelijk om het gebouw te vernieuwen, kan dat eigenlijk ook niet op de bestaande locatie, althans dat niet binnen het vereiste tempo en is het noodzakelijk om nieuwbouw te gaan doen.
Die lijn kunnen wij heel goed volgen, ik denk ook de anderen hier. Wat alleen natuurlijk wel een punt is, is dat dan in die Middenzone, waar we natuurlijk als gemeente woningen hadden bedacht, dat die dan niet tegelijkertijd daar kunnen. En nu is het ook zo, als ik u goed heb gehoord, het is niet eens een realistisch alternatief om op de bestaande locatie te verbouwen, maar het is ook nog eens zo dat nieuwbouw ook gewoon goedkoper is. De gemeente heeft natuurlijk in zekere zin in een nadeel. Althans, nadeel, we moeten natuurlijk voor die woningen die we hadden gepland, moeten we andere plekken gaan zoeken in de stad. Dan kom je natuurlijk niet meteen met een collectebus, maar in de hele constructie, heeft het ziekenhuis ook oog voor dat punt? Het is natuurlijk niet de laatste keer dat erover gesproken wordt en er zit nog heel veel aan, maar wanneer u aan tafel zit met onze wethouders, is dit dan ook een onderwerp wat u betreft besproken kan worden? 30 De voorzitter: De heer Stroeks. De heer Stroeks: Ja, kan ik u bevestigen. Dat is onderdeel van de gesprekken die worden meegenomen, ook wel even refererend richting de samenwerkingsovereenkomst. Daar is begrip voor vanuit het ziekenhuis. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Daar kan ik nog aan toevoegen dat we heel nauw samen optrekken met de gemeente bij alle stappen die we doen. Wij kennen deze problematiek.
Een aantal jaar geleden stonden we nog tegenover elkaar voor de rechter. De situatie is nu heel anders. Wij zijn nu partners van en voor Dordrecht. De voorzitter: Dank u wel. De heer Gündogdu heeft nog een vraag. De heer Gündogdu: Voorzitter, ik heb een aantal vragen, maar ik stel ze maar één voor één. Over de woningbouw, u heeft vorig jaar het eerste contact gehad met het college of met de ambtelijke organisatie. Nu weet je natuurlijk ook heel goed dat de gemeente al bijna tien jaar bezig is met de hele planvorming rondom woningbouw, dat is enorm urgent en een groot probleem. Ik ben benieuwd, toen u aanklopte bij het college of de ambtelijke organisatie, wat de eerste reactie was vanuit de gemeente? De voorzitter: De heer Stroeks. De heer Stroeks: Ik denk toch dat ik op dit vlak echt ook naar de gemeente moet verwijzen om vanuit de gemeente de reactie op de vraag die we toen stelden te beantwoorden. Ik denk dat dat fair is. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Stolk: Ik kan er nog wel iets aan toevoegen. Mijn punt is dat wij beiden ook het belang zien van een volwaardig ziekenhuis in Dordrecht. Dat is denk ik ook een belangrijk punt om nog toe te voegen. En voor het overige sluit ik mij aan bij de opmerking van mijn collega Roland Stroeks. De voorzitter: Uw volgende vraag.
De heer Gündogdu: Voorzitter, dank je wel voor de beantwoording, dus dit is een vraag richting het college straks. U heeft het over bouwen in delen op deze mogelijk nieuwe locatie. Ik heb eens even gekeken naar Google Streetview en GoogleMaps. Niet geheel toevallig, maar u gaat in delen bouwen. Nu staan er twee percelen in uw achtertuin en dat zijn ook nog eens vrij grote percelen. Om te beginnen is dat een perceel van het voormalige Yulius dat al jaren braak ligt. Althans, er gebeurt niks. De ontwikkelaar ontwikkelt niet. En geheel toevallig zit daar ook nog een school. En volgens het integraal huisvestingsplan van die school is die of aan renovatie of aan sloop toe. Als u toch in delen gaat bouwen, kunt u straks bijna 11.000 vierkante meter grond u tot uw beschikking krijgen. Dat zal dan natuurlijk onderhandeld moeten worden. Is dat een overweging voor u geweest om die handschoen op te nemen? 31 De voorzitter: De heer Stroeks. De heer Stroeks: Dank voor uw vraag. Ook in de presentatie die we hebben bijgevoegd, we hebben het onderzoek gedaan naar de huidige locatie en een van de aspecten die u benoemde is het in delen bouwen. Wij beogen een nieuw ziekenhuis in zijn geheel te bouwen. Dat is denk ik een belangrijk aspect om even te benoemen.
Tegelijkertijd, met de benoemde locaties en het in delen bouwen van een ziekenhuis, ontstaan eigenlijk alle nadelen die we ook in de presentatie benoemd hebben. Er ontstaat een suboptimaal ziekenhuis, verstopt achter woontorens. Als we het al hebben over een belangrijk aspect waarover we in het verleden tegenover elkaar hebben gestaan, dan is het parkeren. Hoe zou dat parkeren moeten worden ontwikkeld in gezamenlijkheid? Dat is denk ik een belangrijk aspect waar we nu ook samen elkaar in vinden, als we het nu toch hebben over hoe vinden de gemeente en het Albert Schweitzer elkaar? Dat wordt ook suboptimaal als je die oplossing verder gaat vervolgen, los van alle aspecten die daarbij horen. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: We hebben natuurlijk gekeken wat er om ons heen mogelijk is. Er is geen twijfel over mogelijk, dat als je een heel ziekenhuis wil bouwen, dat helemaal niet voldoende ruimte is. Wij bouwen geen ziekenhuis in delen. Wij bouwen een ziekenhuis in een geheel. Ook vanuit logistieke stromen, ook vanuit acuutheid dat je snel overal bij kunt. De voorzitter: Helder. Zijn er verder nog vragen? De heer Laban. De heer Laban: Dank, voorzitter. U gaf aan dat het belangrijk is dat het ziekenhuis blijft staan, onder andere voor crisis- en rampenopvang.
Laat ik het anders zeggen, heeft de nieuwbouw van het ziekenhuis ook gevolgen voor wat er bijvoorbeeld afgelopen weekend gebeurd is? We hadden de E. coli mogelijk in het water. Ik neem aan dat jullie daar ook last van hebben gekregen. Gaan jullie ook in een nieuwbouw eigenlijk voorsorteren op dat soort mogelijkheden en daar dan voorzorgsmaatregelen nemen? De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ja, wij zorgen dat we bij de nieuwbouw rekening houden met stroomuitval. Dat doen we nu ook al, maar we kunnen met de nieuwbouw die stroomuitval nog beter regelen dan we nu doen. We zijn al verplicht om dat voor lange, geruime tijd staande te houden. We gaan ook extra voorziening treffen voor wateroverlast. We zitten in een delta waarbij wateroverlast reëel is. We willen ook rekening houden met hittestress, dat is ook reëel. Het wordt soms erg warm en dat betekent dat het gebouw zodanig gebouwd moet worden, maar ook omgeven door groen, dat de hitte afgekapt. Of afgezwakt wordt, dat is beter geformuleerd. En we houden er ook rekening mee dat er in een omgeving als deze, met veel vaarwegen en treinen, ook wel eens een keer een acuut ongeval kan gebeuren waardoor we op alles voorbereid zijn, op chemische effecten of grote omgevallen waardoor onze bij SEH alles voorbereid is. En dat zullen we ook zeker meenemen naar onze nieuwbouw.
Het is niet zo dat we nu niet goed voorbereid zijn, dat wil ik nadrukkelijk zeggen, maar een nieuw ziekenhuis biedt de kans om juist ook op die uitzonderlijke situaties, die gewoon reëel 32 zijn, die kunnen voorkomen. Het is niet heel erg ondenkbaar dat we de komende 30 jaar overstromingen krijgen, want dat het weer verandert echt, dus daar bereiden we ons nog meer op voor dan we nu al doen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, ik heb twee vragen. Om te beginnen, de eerste, even hypothetisch gezegd, misschien heeft u die vraag al beantwoord en heb ik het gemist, maar hoelang zou u nog in uw huidige ziekenhuis op deze locatie kunnen zitten met de garantie op het leveren van goede zorg? Dat is mijn eerste vraag. En mijn tweede vraag: ik denk dat u ook een second best tweede keuze heeft voor een mogelijke locatie. Als deze raad zegt, we gaan het middenterrein van het gezondheidsmarkt niet weggeven voor het Albert Schweitzer ziekenhuis, wat gaat u dan doen? De voorzitter: De heer Stroeks. De heer Stroeks: Mijn collega Nicole Stolk benoemde het al even in de introductie, we gaan in dit scenario uit van een levensduur van 8 tot 10 jaar van onze huidige installaties. En dan zijn we vanuit gebouwen van 1988, ‘9 echt toe aan een nieuwe fase. Dat betekent dat we ons moeten voorbereiden op de nieuwe fase. En dat zijn we met elkaar nu aan het doen.
Vandaar ook dit gesprek vanavond. En de tweede vraag, ook refererend aan de introductie, we zijn ontzettend gehecht aan Dordrecht. Dat betekent wel dat we voor nieuwbouw een locatie nodig hebben die voldoet aan de strategische vereisten voor het Albert Schweitzer ziekenhuis, een plek waar 24/7 zorg wordt geleverd op topniveau met 3500 collega's. Dat betekent dat er een plek zal moeten zijn om dat te kunnen blijven continueren. Onze voorkeur is Dordrecht, laat dat duidelijk zijn. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Een aanvulling daarop, wij hebben een zorgplicht. Wij zijn verantwoordelijk voor continuïteit van zorg, dus wij zullen altijd zoeken naar een locatie voor de continuïteit van zorg. En onze sterke voorkeur … Wij zijn van en voor Dordrecht. We komen ervandaan. En wij hebben samen met de gemeente echt gezocht naar de meest passende locatie en dan komen we op deze locatie uit, vanuit mobiliteit en alle punten die we genoemd hebben. U vraagt ons na te denken over een plan b. Je moet altijd een plan b hebben, dat begrijp ik heel goed, maar eigenlijk hebben we maar één voorkeurslocatie nu voorliggen. Vanuit mobiliteit, duurzaamheid, vanuit werkgeverschap, vanuit continuïteit van zorg voor deze regio, ik benadruk het nogmaals, zou dit een plek zijn waarop we voor de komende 35 jaar verder kunnen.
En waar we ook die zorg kunnen continueren en waar wij voor kunnen gaan staan. Op basis van de analyse met de gemeente Dordrecht is er geen andere locatie in Dordrecht gekomen die dat kan borgen. De voorzitter: Het roept veel vragen op. De heer Katif. De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. Ik werd getriggerd door de heer Gündogdu over het feit dat een scenario b … En u zegt, mevrouw Stolk, het scenario b bestaat niet, maar wij zitten voor een dilemma als politiek dat we 730 woningen gewoon gaan opofferen 33 gedeeltelijk. Er is ook een ziekenhuis en daar hebben we ook een verantwoordelijkheid in, we moeten ook een ziekenhuis hebben. In dit dilemma zitten wij ook. En de politiek is onvoorspelbaar en verbaast mij enorm dat u zegt: we hebben geen plan b. Dat verbaast mij. Mevrouw Stolk: Ik zeg niet dat we geen plan b hebben. Ik zei dat ik eigenlijk niet toe wil komen aan een plan b. De heer Katif: U hebt wel een plan b? Mevrouw Stolk: Zeker. De heer Katif: Daar ben ik alleen maar blij mee. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dank u wel, voorzitter.
Ik hoorde mevrouw Stolk, als ik het me goed herinner, zojuist spreken over het motto van het Albert Schweitzer ziekenhuis waarin hoofd, hart en ziel of iets in die trant … Dan dacht ik, misschien rondom de ziel en het hart, misschien zit ik daar helemaal naast, maar ik stel me zo voor dat het als je in het ziekenhuis ligt. Dat is meestal natuurlijk niet een hele prettige aanleiding, dat het op dat moment ook enorm helpt als er naasten zijn die bij langs kunnen komen, die je kunnen steunen en dat het in dat verband eigenlijk heel handig is om een ziekenhuis te hebben wat een beetje goed bereikbaar is met de auto, maar natuurlijk ook met verschillende buslijnen die nu daarlangs komen. Behalve als je iets naast het Centraal Station hier zou doen, maar daar weet ik geen plek, kan ik me eigenlijk geen betere plek bedenken in Dordrecht qua bereikbaarheid dan op die locatie. Is dat een goede gedachtegang of zit ik er dan helemaal naast? De voorzitter: De heer Stroeks. De heer Stroeks: Ik denk dat u dat helemaal goed ziet. De komst van station Leerpark moet hopelijk een enorme impuls geven aan de combinatie tussen leerpark en gezondheidspark, met name ook op het opleidingskarakter dat al benoemd werd.
Wij zijn een ontzettend belangrijk opleidingsinstituut voor onze toekomstige collega's en toekomstige werkzame collega's in de zorg die de stijgende zorgvraag zullen moeten gaan opvangen. De verbinding met de omgeving en onder andere de metropool verbinding met de stad Rotterdam is ontzettend belangrijk. Ik sluit me helemaal bij u aan over de voorkeursplek voor ons nieuwe ziekenhuis in Dordrecht. De voorzitter: Dank u wel. De heer Verdoorn. De heer Verdoorn: Ik hoor dat u de voorkeur heeft voor de locatie die dichter bij de N3 is en dichter bij het spoor. Nu is dat ook een goederenspoor. Hoe staat u in voor de veiligheid van de mensen die in het ziekenhuis liggen als er een calamiteit is op het spoor? En waarom kiest u dan juist een plek dichter bij het spoor dan een plek die verder bij het spoor vandaan is, zoals dat nu het geval is? De voorzitter: De heer Stroeks. 34 De heer Stroeks: Wij zijn ons uiteraard zeer bewust van de spoorwegen en de N3. Tegelijkertijd is er sprake van een veiligheidscontour die door de gemeente Dordrecht is geïdentificeerd en waar strikte eisen zijn aan welk type bebouwing je binnen die contour zou mogen laten plaatsvinden. Dat past prima binnen de plannen zoals die nu voorliggen. Er zijn prima functies, denk aan de schaatsbaan, denk aan de sportfaciliteiten. Die liggen allemaal binnen die contour.
En dat betekent tegelijkertijd, mocht er iets gebeurd zijn, dan zijn wij wel de primaire plek waar al deze zorg naartoe gaat. Qua bereikbaarheid is dat nog steeds wenselijk. De voorzitter: Dank u wel. U heeft een vervolgvraag? De heer Verdoorn: Ja, ik kan me voorstellen dat mensen in een sportfaciliteit wat makkelijker te evacueren zijn dan mensen die slecht ter been zijn en die in het ziekenhuis liggen. De heer Stroeks: Daar heeft u een terecht punt. En dat betekent ook dat aan die eisen van die veiligheidscontour er dus ook typen van functies worden gebonden. Dat betekent dat er geen patiënten binnen de veiligheidscontour zullen worden opgevangen. Daarmee kunnen die twee zaken prima naast elkaar bestaan. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er verder nog vragen? De heer Gündogdu. Nog één. De heer Gündogdu: Voorzitter, even om een volledig beeld vormen, op hoeveel vierkante meter grond zit het ziekenhuis op dit moment en op hoeveel vierkante meter grond wordt het ziekenhuis straks gepositioneerd of gerealiseerd? Is datzelfde aantal vierkante meters? De voorzitter: De heer Jellema. Mevrouw Stolk: Specialistische vraag. De heer Jellema: Zo specialistisch helaas dat ik niet exact het antwoord daarop kan geven. Voor de huidige locatie ben ik u het antwoord schuldig. Voor de nieuwe locatie zijn wij met de gemeente nog in gesprek in hoeverre wij dat gebied ook kunnen gebruiken.
Er is nog geen antwoord op te geven hoe groot dat terrein gaat worden. De voorzitter: Dank u wel. De heer Hoogduijn. De heer Hoogduijn: Dank u wel, voorzitter. Uit uw beantwoording hoor ik het belang van de locatie als het aankomt op onderwijs, over bereikbaarheid, maar in de presentatie die wij in de stukken hebben gekregen zie ik bijvoorbeeld ook dat de zorg en het sociaal domein op de nieuwe locatie veel meer met elkaar in verbinding zouden raken. En dat er veel meer integraal gekeken wordt naar een aanpak daarvan. Waarom is dat zo'n wenkend perspectief in dat belang voor die nieuwbouwlocatie? De voorzitter: Mevrouw Stolk. En aan de heer Gündogdu de vraag om zijn microfoon uit te zetten. De heer Gündogdu: Sorry. 35 De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Dank voor deze vraag. In heel Nederland zie je dat de regio's worden gevraagd om na te denken over samenwerking tussen zorgdomein, dat is breder dan ziekenhuizen, en het sociaal domein. En waarom is dat? Omdat we zien: wij maken mensen in het ziekenhuis beter, maar het is nog belangrijker dat mensen gezond blijven. En in het ziekenhuis krijgen wij soms patiënten binnen die medisch gezien eigenlijk wel klachten hebben, maar die bij medisch gezien niet kunnen opereren of met medicatie of op een andere manier verder kunnen helpen, maar die hele ander type klachten hebben, onderliggend aan hun fysieke lijden.
Vaak eenzaamheid, eenzaamheid neemt echt toe, ook in deze regio, schulden, leefstijlvraagstukken, vraagstukken die te maken hebben met veel schulden, meer mentale vraagstukken, dat zie je ook echt toenemen. En wat wij proberen, is om in de nabijheid van het ziekenhuis een hub te maken met de sociale dienst en ook met de GGZ, de geestelijke gezondheidszorg, zodanig dat … Wij mogen mensen formeel niet verwijzen naar de sociale dienst, maar we kunnen mensen wel de weg wijzen. Dat ze dicht in de buurt zitten en dat we ze de weg wijzen naar een plek waar zij eigenlijk veel beter zorg kunnen krijgen of geholpen kunnen worden, dat is beter geformuleerd. Niet door het ziekenhuis, maar door de mensen die daar gespecialiseerd in zijn en die wij niet altijd in het ziekenhuis beter kunnen maken, maar die op de andere plek wel geholpen kunnen worden. Die groep groeit. Onze specialisten voelen zich soms onmachtig, omdat je eigenlijk altijd iets voor je patiënten wilt betekenen. En wij denken dat we, door die combinatie te maken met het sociaal domein, ook voor deze patiënten die bij ons komen echt iets kunnen betekenen wat in hun leven heel belangrijk is. De voorzitter: Dank u wel. Dan mevrouw Van Dorresteijn. Mevrouw Van Dorresteijn: Dank u wel, voorzitter. Ik had nog een vraag, iets eerder in de presentatie gaven jullie aan, die gesprekken lopen ongeveer sinds begin vorig jaar.
En ik vroeg me af, was het dan voor die tijd niet duidelijk dat er renovatie nodig was? Van de ene op de andere dag werd dat opeens duidelijk of hoe zit dat? De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Jazeker wel. We hebben natuurlijk eerst gekeken, kunnen we renoveren op de huidige positie? De relatie met de gemeente Dordrecht was op dat moment niet warm, laat ik het zo formuleren. We hadden onenigheid met elkaar over de parkeervoorzieningen. Dat was geen klimaat waarin wij met elkaar nadachten over: wat zou eigenlijk optimaal zijn voor Dordrecht en voor onze continuïteit van zorg hier in de omgeving? En wat we hebben gedaan, we hebben bestuurswisselingen gehad, er zijn wisselingen geweest bij de gemeente, is met elkaar echt het gesprek aangegaan: wat zou optimaal zijn voor deze regio? En wat betekent dat voor ieder van ons? En met nieuwe gezichten, nieuwe wisselingen biedt dat ook weer nieuwe kansen om dat gesprek aan te gaan. Dat is het eerlijke verhaal. Er zijn eigenlijk andere opties op tafel gekomen, waarbij we niet meer hebben gekeken naar het verleden, maar gekeken hebben: wat is nodig voor Dordrecht in de toekomst? De voorzitter: Dank u wel. De laatste. Is dat een belofte, de heer Gündogdu? 36 De heer Gündogdu: Dat is echt een belofte. Dat is een toezegging inderdaad. Voorzitter, we hebben het zojuist gehad over een second best optie.
En ik begrijp heel goed dat u dat misschien niet direct prijs wilt geven, maar het zou denk ik wel voor deze raad de discussie iets makkelijker maken als wij die wel weten. Dat hoeft u in het openbaar niet te doen. Dat kan ook achter gesloten deuren. Zou u daartoe bereid zijn? De voorzitter: De heer Stroeks. De heer Stroeks: Daar zijn wij toebereid, absoluut. Wat dat betreft is het goed omdat te doen, want we zitten voor een gezamenlijke opdracht om de zorg van de toekomst vorm te geven. Absoluut. De voorzitter: Dank u wel. De heer Verdoorn. De heer Verdoorn: Ik heb begrepen dat het 10 à 15 procent goedkoper is om het ziekenhuis op die nieuwe locatie te bouwen. 150 miljoen is een behoorlijk bedrag. Is het nu zo in algemene zin, dat zo ongeveer eens in de 30, 40, 50 jaar een ziekenhuis dan bij voorkeur een nieuwe locatie nodig heeft om te vernieuwen? En zou u dan de raad in overweging willen geven om een dubbele plek te reserveren, zodat het ziekenhuis dan steeds kan wisselen van de a-locatie naar de b-locatie en dan de volgende 40 jaar weer terug? De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: In algemene zin is het zo dat na 30, 35 jaar ziekenhuizen een grondige renovatie moeten uitvoeren. Dat kan soms op dezelfde locatie, als er ruimte omheen is. Dat kan in ons geval niet op dezelfde locatie, gezien de beperkte ruimte die eromheen is.
Ik herhaal toch nog even wat ik net probeerde uit te leggen. Wat we wel doen natuurlijk, met de nieuwste technieken kun je wendbaar bouwen, kun je locaties die je bouwt zodanig inrichten dat met andere apparatuur in de plafonds en in de wanden je diezelfde ruimtes weer voor andere doeleinden kunt gebruiken. En dat zijn nieuwe inzichten, nieuwe bouwinzichten die maken dat je locaties in je gebouw wendbaarder en veranderbaar kunt inrichten. Het is een combinatie van ruimte hebben om je heen om aan te passen, in combinatie met: in je gebouw wendbaar zijn voor nieuwe ontwikkelingen of andere toepassing van diezelfde ruimtes. De voorzitter: Dank u wel. In het kader van de tijd, we hebben één vraag van de heer Gündogdu. Dat was zijn laatste vraag, die heeft hij gesteld en hij vroeg om het bekendmaken in beslotenheid van de alternatieve locatie. Even qua vorm: is het wenselijk dat we dat nu in een beslotenheid doen? Dan zouden we vanaf nu de sessie in beslotenheid kunnen voortzetten, als de commissie daarmee instemt? Schriftelijk onder geheimhouding heeft de voorkeur? Het kan allebei, prima. Is dat voor u ook … De heer Stroeks: Het heeft onze sterke voorkeur om, nu we met elkaar om tafel zitten, het ook nu te bespreken. Het is in die zin … De voorzitter: Dan pauzeren wij nu de vergadering. Dan schors ik nu de vergadering, moet dan ik dan zeggen.
En dan wordt alles in gereedheid gebracht om hem in beslotenheid de laatste tien minuten voort te zetten. De heer Laban. 37 De heer Laban: Ik wil nog één ding in de openbaarheid zeggen en dat is dat ik alle stukken heb gelezen. Dat ik gezien heb welke inspanningen gepleegd zijn, zowel door het ziekenhuis als door de gemeente om te komen tot nieuwbouw, tot behoud van het ziekenhuis voor Dordrecht. Als ik ook kijk welke vorderingen het ziekenhuis de afgelopen 30, 40 jaar gemaakt heeft in kwaliteit, dan wil ik vanuit onze fractie in ieder geval zeggen dat we ongelooflijk trots zijn op het ziekenhuis dat we hebben en dat we dat ook graag willen behouden. De voorzitter: Dank u wel. De heer Kuhlmann: Daar sluiten wij ons bij aan. (02:01:43) De heer Gündogdu: Volgens mij geldt dat voor iedereen. Ik bedoel, een ziekenhuis in je eigen stad is belangrijk. De voorzitter: Ik zie instemmend geknik van alle fracties. De heer Kolkoliç: Voorzitter? De voorzitter: Nog één vraag van de heer Kolkoliç. De heer Kolkoliç: Eigenlijk geen vraag. Ik wil me daarbij aansluiten, maar ik wil wel een punt maken: er moet geen situatie geschetst worden alsof de meeste fracties hier of de meeste raads- en commissieleden tegen een nieuw ziekenhuis zijn.
Het gaat er meer om bij ons: zijn wij wel tijdig door het college geïnformeerd, want in januari dit jaar en vorig jaar in maart heeft de raad nog documenten vastgesteld met betrekking tot die 720 woningen. De voorzitter: Dank u wel. Dan benadruk ik nog maar eens dat dit een technische sessie is, waarin wij technische vragen stellen en dat hebben wij naar lieve lust gedaan. Ik schors dan bijna de vergadering. Ik hecht er wel aan om in de openbaarheid nog deze vergadering af te concluderen, maar dat is geen Nederlands volgens mij, in ieder geval om tot een conclusie te komen. En daarbij de vraag of wij rekening houden met wat er straks ook in beslotenheid komt, of wij voldoende een beeld hebben kunnen vormen? Dan is dat een goed signaal. En dan is de vraag hoe wij verder gaan, of daar een oordeelsvormende vergadering over komt. We hebben eerder al een politieke vraag te horen van de heer Gündogdu. Staat hij daar nog steeds achter met alle informatie die hij vandaag ook tot zich heeft kunnen nemen? En zou u de vraag nog een keer kunnen herhalen? De heer Gündogdu: Voorzitter, het is inderdaad nog steeds de wens om toch wel een oordeelsvormende commissie hieraan te wijden. Met name doordat deze locatie, wat ik zojuist ook aangaf, al sinds jaar en dag is bestemd voor woningbouw, waar we ons heel hard voor hebben gemaakt als raad en dit toch wel een beetje aankomt waaien.
En de discussie is dan ook: hoe willen we elkaar en met name de stad overtuigen dat dit een goede beslissing is voor deze stad in plaats van woningbouw, wat heel noodzakelijk is op dit moment? Ik wil graag in debat met collega's hierover. De voorzitter: Het wordt genoteerd. De heer Katif. 38 De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. Ik zou voor de oordeelsvormende vergadering er ook nog eens een politieke vraag aan willen toevoegen naast die van de heer Gündogdu en die luidt als volgt: vindt de raad dat zij door het college voldoende in positie is gebracht, aangezien er al stappen gezet zijn voordat de gemeenteraad heeft ingestemd met het raadsvoorstel? En als ik te snel ben gegaan, griffier, dan krijg je het van mij op schrift. De voorzitter: De heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Voorzitter, oorspronkelijk was dit geagendeerd om het te hebben over de alternatieve woonbouwlocaties, maar we zijn een beetje afgedwaald. Ik heb wel een politieke vraag, maar het document is onder geheimhouding, dus ik weet dan even niet hoe we dan de volgende keer verder gaan. Of dat dan besloten moet? Ik heb niet echt de voorkeur om oordeelsvormend besloten te vergaderen. Ik heb wel een politieke vraag: wat vindt de commissie van de voorkeuren en kansen van de voorgestelde alternatieve woningbouwlocaties? De voorzitter: Ik heb ook uw opmerking over de beslotenheid gehoord.
Ik kan me voorstellen dat een commissie in tweeën geknipt kan worden, zoals we dat hier straks ook gaan doen, alleen dan wat symmetrischer qua tijd. De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Als aanvullende politieke vraag: kan Dordrecht het zich permitteren om niet een goed ziekenhuis in onze stad te hebben? De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Dorresteijn. Mevrouw Van Dorresteijn: Dank u wel. Als politieke vraag hadden wij: hoe wenselijk is het om nu een keuze te maken met beperkte kennis van de effecten van dit besluit voor de woningbouwopgave? En de tweede politieke vraag is: wat kunnen we het college aan wensen en bedenkingen meegeven in de gesprekken met AZs? De voorzitter: Dank u wel, dat zijn al heel wat politieke vragen. Dan denk ik dat we nu de vergadering wel kunnen schorsen. En dan hoop ik dat de heer Beemer hier … Kijk, hij staat al voor het raam om alles hiervoor in gereedheid te brengen. Ik vraag u wel in de buurt te blijven, want ik wil zo snel mogelijk door. Ook gezien de eindtijd die al over vier minuten daar is. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 14 juli 2026. De griffier, De voorzitter, G.J.P. van Soest N. Mol 39