2.10 2025.06.03 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf
Tekst van het document
37
we moeten natuurlijk ook spreken over hoe we dat dan gaan doen? Gaan we bijvoorbeeld noodsteunpunten creëren overal in het land? Gaan we een burgerhulpverleningsorganisatie in het leven roepen? Hoe gaan we dit nu doen? Daar moet een tweede brief over komen voor de zomer. Dat is al heel snel. En daar is bewust gewacht op de besluitvorming over de Voorjaarsnota. Nou kan ik u teleurstellen, er is buitengewoon weinig geld vrijgemaakt bij de Voorjaarsnota hiervoor. Moeten we denk ik, nog los van de huidige situatie, daar geen hele hoge verwachtingen van hebben. Recent zijn er dan nog 2 initiatieven in de media gekomen. Heeft u ongetwijfeld gezien. Het kabinet heeft aangegeven schuilplekken te willen creëren in gemeenten, eigenlijk overal door het hele land heen, waar mensen naartoe kunnen in geval van een ramp of crisis. En het kabinet heeft benoemd dat ze in elke buurt noodsteunpunten willen. En dat is op basis van een advies van het Veiligheidsberaad. En ik heb wel begrepen dat dan per 5 duizend inwoners ongeveer moet er een noodsteunpunt zijn. En dit is wel geïnspireerd door de situatie in Oekraïne, waar die noodsteunpunten ook gecreëerd zijn. En daar gaan mensen dan naartoe om bijvoorbeeld hun telefoon op te laden, maar ook voor eten en drinken, als dat nodig is, om nieuws te krijgen van de overheid. Die kun je daar overal in het land vinden.
En daarvan heeft het kabinet gezegd, dat zouden we hier ook moeten doen, op advies van het Veiligheidsberaad. En wat is dan de rol van de gemeente, als we het hierover hebben? Die vinden we terug in de Wet veiligheidsregio’s. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor bevolkingszorg. Weet u ongetwijfeld. Deze 5 taken vallen daaronder. En daarmee is er ook een rol voor gemeenten weggelegd om die samenleving weerbaar te maken. Ik ben daar in Leiden mee aan de slag gegaan, 1,5 jaar geleden. En dat heb ik samen gedaan met een collega van de Partij voor de Dieren.
Best wel een bijzondere samenwerking, vonden wij zelf ook. CDA en Partij voor de Dieren lopen niet altijd gelijk op. Maar hier vonden we elkaar, omdat ik met name vanuit de veiligheidshoek en de Partij voor de Dieren met name vanuit de dreiging van klimaatverandering en de gevolgen daarvan eigenlijk elkaar wisten te vinden, omdat we zeiden, of een grote stroomstoring nu veroorzaakt wordt door een cyberaanval of door een overstroming, dat maakt voor de effecten op de samenleving eigenlijk niet zoveel uit. We hebben onze toenmalige burgemeester, u herkent hem, het voorstel gedaan om een burgerhulpverleningsorganisatie in Leiden op te richten. En hij gaf aan, goed idee, maar dat moeten we eigenlijk niet alleen in Leiden doen, dit zouden we op het niveau van de Veiligheidsregio moeten bespreken. Dat heeft plaatsgevonden in onze Veiligheidsregio Hollands Midden. En die Veiligheidsregio vond het ook een goed idee, maar zei, dit is eigenlijk natuurlijk voor het hele land van belang. Dus heeft dit geagendeerd in het Veiligheidsberaad. Dat heeft uiteindelijk er deels toe bijgedragen dat dit onderwerp ook in die Kamerbrief beland is. Maar zoals ik net al aangaf, daarmee is er de hoe nog niet zo heel erg veel gebeurd.
Wel zie je nu overal, waaronder ook in Leiden, burgerinitiatieven oppoppen van burgers die zeggen, ik ga niet wachten tot de overheid actie onderneemt, ik ga zelf wel wat doen. Die een netwerk aan het vormen zijn, die gesprekken aan het voeren zijn van, hoe kunnen we dat in onze gemeente organiseren? Daar ben ik ontzettend blij mee. En we hebben dat vooral ook opgelopen samen met de Veiligheidsregio en met het Rode Kruis. En een ander voorbeeld uit Leiden, we hebben
38
voorgesteld om een flyer te maken, geïnspireerd door de Zweedse brochure, om op elk huisadres bewoners te gaan informeren. En daarnaast ook samen met het Rode Kruis voorlichtingsbijeenkomsten te gaan organiseren in buurthuizen en in wijkwinkelcentra te gaan flyeren en dergelijke, om mensen maar bewust te maken. Die campagne gaat als het goed is voor de zomer lopen, heb ik me laten vertellen. En dan denkt u misschien, waarom is dat nodig, een lokale campagne, want er komt ook een landelijke campagne? En dat is ook zo, maar de lokale situatie is overal anders. Wat in Dordrecht een belangrijk onderwerp is, is dat misschien niet in Leiden of in Drenthe. Wij hoeven ons in Leiden misschien niet zo druk te maken om bosbranden, waar dat in Drenthe bijvoorbeeld veel prominenter aandacht zou vragen. Het is ook belangrijk om aan lokale communicatie te doen. En dit zijn dan de vragen waarvan ik denk dat het zinvol is dat u er het gesprek over aangaat.
Hoe weerbaar bent u persoonlijk? Kunt u zichzelf in geval van een ramp of crisis 72 uur redden? Hoe weerbaar is uw omgeving? Wat kunt u misschien zelf doen, ook in uw straat, uw buurt, uw vereniging, om de weerbaarheid te vergroten? En dan de laatste, is voor u in dit verband natuurlijk het meest van belang, hoe weerbaar is de gemeente Dordrecht, hoe sterk is de sociale cohesie en heeft u al plannen gemaakt? En zo niet, is het goed om daarover na te denken, denk ik, op onder andere deze onderwerpen. Kan de gemeentelijke dienstverlening doorgaan in geval van een ramp of crisis? Hoe is het met de voorlichting aan de inwoners van Dordrecht gesteld? Heeft u al nagedacht over noodsteunpunten, schuilgelegenheden, burgerhulpverlening en voorraden? Dat zijn zomaar een aantal items, of een aantal thema's waar ik het een en ander over heb gezegd waarvan ik denk, dat is goed om over na te denken. Er is nog veel meer, maar dan gaan we de beschikbare tijd voorbij. Ik wilde het voor nu hierbij laten. En ik ben benieuwd of u nog vragen heeft. En zoals ik al aangaf, voelt u zich vrij om mij te benaderen als u na vanavond nog aanvullende vragen heeft? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. En er zijn vragen, want ik zie een paar vingertjes. Ik begin met de heer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, dank u wel. En ook dank aan mevrouw Van Vark voor de informatie. Heel interessant.
Ik had even een vraag, vooral omdat ik ook begrijp dat u veel onderzoek heeft gedaan binnen Nederland en in Europa, of in ieder geval veel andere landen, hoe om te gaan met ook de zorg voor minima of mensen met een hele kleine portemonnee, die misschien minder makkelijk in staat zijn om zichzelf voor te bereiden op crises, om een noodpakket aan te leggen of te onderhouden, als het misschien hopelijk ook lang duurt voordat je het een keer nodig hebt? Zijn daar misschien ook voorbeelden van in ons land of buiten onze landsgrenzen? Inspreker 2: Dank u wel voor die vraag. Dat is inderdaad heel belangrijk om over na te denken. En ik probeer ook altijd bewust te zeggen, het is van belang om een noodpakket samen te stellen en niet om er een aan te schaffen. Want zoals in alle gevallen zijn er ook weer bedrijven die hier heel veel geld mee verdienen, met kant-en-klare noodpakketten die soms wel 200 euro kosten. Dat is absoluut niet nodig. Wat van belang is om te doen, is gewoon te kijken, wat voor producten gebruik ik normaal, en daar gewoon wat extra's van aan te schaffen en dat in de berging te zetten en dat ook regelmatig te verversen. En dat is natuurlijk van de gezinssituatie afhankelijk. En daarnaast is het handig om een aantal kaarsje in huis te halen, een noodradiootje. Maar
39
dan ben je voor een paar tientjes klaar. Die 200 euro is in ieder geval niet nodig. Maar dan nog geldt natuurlijk, als jij je zorgen maakt of je de boodschappen voor vanavond wel kunt betalen, dat je hier dan niet aan toekomt. En daar denk ik wel dat de gemeenten, maar ook maatschappelijke organisaties een rol zouden kunnen spelen, en misschien ook het bedrijfsleven. Ik ben recent ook benaderd door een bedrijf dat aangaf, in de vorm van sponsoring zouden we best iets willen doen. En kunnen we dan niet zorgen dat er op zo'n noodsteunpunt voorraden beschikbaar zijn, zodat mensen daarnaartoe kunnen gaan om, als het nodig is, dat op te halen? Want je zou kunnen denken aan, we gaan gewoon aan minima noodpakketten verstrekken. Maar het zou zomaar kunnen dat de eetbare zaken daarin dan opgaan, omdat mensen simpelweg de boodschappen niet kunnen betalen. Het is denk ik goed om daarover na te denken en om een manier te verzinnen die in Dordrecht zou werken. En een centrale locatie, of misschien wel via de voedselbanken, zou daar misschien een optie in kunnen zijn. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Voorzitter, dank u wel. Dank voor de presentatie. Ik zie wel allerlei zaken die dan wat meer op de individuele bewoner gericht zijn.
In hoeverre is er bijvoorbeeld ook in Leiden gesproken of in uw onderzoek over organisaties, als ik denk aan psychiatrische instellingen, verslavingsorganisaties en noem maar op? Want die hebben dan ook bepaalde problematieken, waar ook medicatie en noem maar op voorradig moet zijn. In dit soort zaken, het is leuk dat je dan genoeg wc-papier hebt, maar ik denk dat er dan ook nog andere problemen gaan ontstaan. In hoeverre is dat erbij betrokken? Inspreker 2: Zeker, dat klopt helemaal. En ik denk dat het van belang is dat ook alle organisaties in uw stad daar intern het gesprekken over aangaan, hoe kunnen wij ons als organisatie voorbereiden? Hebben wij zelf als organisatie onze voorraden op orde? Wat hebben we dan nodig in zo'n geval? Maar ook zou je dat natuurlijk gezamenlijk aan kunnen leggen. Dat geldt overigens ook bijvoorbeeld voor een flatgebouw. Je zou kunnen zeggen, we gaan met de Vereniging van Eigenaren of de woningbouwcorporatie eens kijken, wat kunnen we gezamenlijk organiseren? Dat is een voorbeeld wat ik wel uit Noorwegen ken, waar ze in flatgebouwen gewoon gezamenlijke opslag aanleggen. En want daar moet je zelfs een week kunnen redden. Nederland is het advies om je drie dagen te kunnen redden. Maar als je voor een week water in huis moet halen en je woont op een klein flatje, dat is bijna niet te doen natuurlijk. Het is handig om dat gezamenlijk te organiseren.
En bijvoorbeeld verzorgingshuizen en andere zorginstellingen zouden dat ook kunnen organiseren. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. Ook van mijn kant dank voor de presentatie. Ik wilde nog eventjes terug naar die casus in Apeldoorn, over dat water. Want er wordt dan gesteld, we hebben heel veel gecommuniceerd dat mensen het water kunnen koken en toch worden er heel veel flessen water ingeslagen. Dat lijkt absurd. Bij grote groepen leeft gewoon een wantrouwen jegens de overheid. Dus is het probleem ook niet meer van wat er geadviseerd wordt, maar door wie? Is daar nog iets over te zeggen?
40
Inspreker 2: Dat speelt inderdaad een rol, dat het vertrouwen in de overheid relatief laag is. Nou valt het met de lokale overheid relatief dan wel weer mee. Dat gaat vooral over de landelijke overheid. Maar er zijn natuurlijk ook andere organisaties die deze boodschap wel uitstralen. Het Rode Kruis is daar bijvoorbeeld een hele belangrijke in. En ik denk dat wat er in Apeldoorn gebeurde ook te maken heeft met dat we nog relatief onvoorbereid zijn. Dat we vrij snel dan in een soort paniekstand schieten van, ik moet water in huis halen. Dat zag in de coronatijd in het begin ook gebeuren. En dat is juist van belang als je mensen weerbaarder wilt maken, is dat je ze, in een vreselijk ambtenarenwoord, handelingsperspectief biedt, maar dat je mensen ook meegeeft van, dat kan je doen om je voor te bereiden en dan hoef je niet te schrikken als het gebeurt, want dan heb je al iets in huis. Maar vertrouwen in de overheid is zeker een belangrijke factor. Dat heb ik ook geprobeerd uit te leggen voor die andere landen. Als mensen het advies van de overheid klakkeloos overnemen, dat is natuurlijk makkelijker dan wanneer dat niet het geval is. Dat is zeker waar. En wij zijn sowieso natuurlijk een land wat bekend staat om een beetje eigenwijs, en we laten ons niks opleggen en dat bepalen we allemaal zelf wel.
Maar goed, je kunt daar als overheid wel degelijk denk ik iets aan doen, door mensen te informeren en te vertellen, hier zou je aan kunnen denken en zo zou je je kunnen voorbereiden. En zeker als je dat gezamenlijk met maatschappelijke organisaties doet. De voorzitter: Mevrouw Striebeck.
Mevrouw Striebeck: Ik heb ook nog een vraag, misschien moet dat eerder ook lokaal geregeld worden, maar wat moet er geregeld worden voor kwetsbare ouderen bij een ramp? Want die zijn soms niet goed geïnformeerd. Zou er een lijst kunnen zijn die de hulpdiensten bijvoorbeeld kunnen gebruiken bij evacuaties? Inspreker 2: Dat is zeker waar. Het is van belang om in kaart te hebben, waar wonen kwetsbare mensen in uw gemeente? Uit onderzoek blijkt dat we kunnen wel proberen te streven naar meer zelfredzaamheid, maar er is altijd ongeveer 20 procent van de mensen die zijn niet zelfredzaam en die zullen het ook niet worden. En dat zijn bijvoorbeeld mensen in verzorgingshuis of andere zorginstelling, maar dat zijn ook kwetsbare ouderen die thuis wonen. En daar denk ik dat naast de overheid, want voor een deel heeft de overheid dat in beeld, de gemeentelijke overheid weet ook welke mensen bijvoorbeeld thuiszorg ontvangen, dat kun je wel in kaart brengen, ook juist burgerhulpverlening een belangrijke rol kan spelen. Dat mensen omzien naar elkaar en dat een straat in kaart brengt, waar wonen eigenlijk in mijn straat kwetsbare mensen? En laat ik even aanbellen bij die mevrouw op nummer 78, om te kijken of het allemaal goed gaat. En als er een grote stroomstoring is, en je weet dat er in jouw flat op 10 hoog een oudere dame woont, dat er dan even iemand gaat kijken.
Want we kunnen gewoon niet alleen maar naar de overheid kijken om dat op te lossen. Zeker niet als het om echt een grote crisis zou gaan. De voorzitter: Dank u wel. Ik wil wel alvast even aangeven dat ik dit langzaamaan wil afronden, want ik denk dat steeds meer vragen gaan over meer de lokale situatie. En daar krijgen we nog een presentatie over. Als iemand echt nu een vraag heeft, dan mag u die nog stellen. En mevrouw Pichel heeft nu de vraag die ze mag stellen.
41
Mevrouw Pichel: Dank u wel, voorzitter. Ik hoop dat die valt in die categorie, want het leek me wel echt hierop aansluiten. Heel logisch wat we ook horen over de noodoplossing of noodvoorraden. Dat lijkt me ook heel handig om te doen. Als er dan echt een crisis komt, zoals er breekt oorlog uit of wat dan ook, dan is het natuurlijk fijn dat je wat extra pasta in huis hebt of noem het maar op. Maar dan ontstaat er natuurlijk nog steeds iets heftigs, waar die pasta mij niet mee gaat helpen. En wat je natuurlijk merkt, en dat hebben we in de coronatijd ook gemerkt, dat als er een situatie ontstaat waar mensen ineens heel erg angstig van worden, dan schieten we in ons zenuwstelsel en hebben we eigenlijk alleen maar een vecht-, vlucht- of bevriezingsreactie. En mijn vraag is eigenlijk, op welke andere manier zou de overheid adviseren om zich nog meer voor te bereiden? We hadden net het voorbeeld van water, dat je het niet kan drinken en dat dan men waterflesjes wil kopen. Maar we hadden destijds nooit kunnen voorspellen dat als er een virus uitbreekt, dat men dan ineens toiletpapier gaat halen. Dat is natuurlijk een compleet onlogische reactie, die voortkomt vanuit die angst en een soort van vecht-, vlucht- of bevriezingsreactie, waar eigenlijk een mens niet echt wat aan kan doen.
Op welke manier, even los van voorraden, is daarover nagedacht? Inspreker 2: Wat je kunt doen, is wat ze ook in die Scandinavische landen veel doen, is het onderwijs hiervoor benutten. Je zou zelfs al op lagere scholen of op middelbare scholen, verzorgt het Rode Kruis ook nu al in Nederland, dat kun je ze gewoon vragen om te doen, een soort trainingen van, wat kun je doen als er iets gebeurt? Maar er is ook een concept wat al in veel verschillende veiligheidsregio's gehanteerd wordt. Dat is de risk factory. Dat is een locatie waar schoolklassen naartoe gaan, maar ook bijvoorbeeld groepen ouderen naartoe kunnen gaan om te leren, wat moet ik doen als er een stroomstoring is of als er een brandje uitbreekt? Ik denk dat er heel veel mogelijkheden zijn om gebruik te maken van onderwijs en training, om mensen beter voorbereid te maken op dit soort situaties, naast het in huis halen van spullen. Mevrouw Pichel: Even een vervolgvraag, voorzitter? De voorzitter: Vooruit. Mevrouw Pichel: Mijn vraag is, waar trainen ze dan op? Want wat we nu ook horen, zijn een soort praktische voorbereidingen. Want waar trainen zij dan precies op als het gaat over niet-rationele reacties? Inspreker 2: U viel even weg. Het kan ook aan mijn verbinding liggen, maar ik heb het tweede deel niet gehoord. Mevrouw Pichel: Ik zag ook een soort glitch in het scherm.
Wat ik zei, op welke manier gaan ze dan precies voorbereiden? Want we horen nu ook allerlei voorbeelden van voorraden, maar wat doe je dan in de niet-rationele reacties? Inspreker 2: Het idee is dat als je voorbereid bent, dat je dan minder last hebt van dat soort niet-rationele reacties, omdat je weet wat je zou moeten doen. Er wordt een aantal realistische scenario's, bijvoorbeeld een stroomstoring, maar ook bijvoorbeeld een overstroming in je buurt, een brand, dat soort scenario's wordt gewoon een soort praktisch perspectief gegeven, handelingsperspectief van, wat kan je dan doen, vanuit
42
het idee dat als je dat beoefend hebt, dat je dan niet schrikt of in de paniek schiet als het zover is, maar dat je dan weet wat je moet doen en dat je dan kunt handelen. En dan helpt het als je ook groepen burgers extra opleidt, die burgerhulpverlening. Dat is ook in die Scandinavische landen heel groot. Heel veel mensen melden zich daarvoor aan. En dat zijn lokale teams die weten wat ze moeten doen. En als er in de omgeving wel mensen zijn die in de paniek schieten, die ook kunnen aangeven, kalm aan, ik kom je helpen, dit is wat je zou kunnen doen. Ik denk wel dat de oplossing in opleiding en training zit. De voorzitter: Mevrouw, nou ben ik uw naam kwijt, Van Vark, wilt u nog bij de vergadering betrokken blijven? Dat hoop ik eigenlijk wel. Inspreker 2: Ik ben wel nieuwsgierig naar de andere verhalen. De voorzitter: Prima. Want mocht er dan straks nog eventueel iemand wat aan u willen vragen, dan kan dat ook. Dan ga ik nu het woord geven aan de heer Van de Craats. En die gaat nou eens even de boel wat dichter bij huis brengen.
Inspreker 3: Dank in ieder geval voor de uitnodiging en de duidelijke opdracht. Ik ben Anton van de Craats, ik ben directeur risico- en crisisbeheersing bij de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid. En ook nog reserveofficier bij het civiel militair interactiecommando. Dat is ook een leuke link van, hoe werkt het militair en het civiele nu met elkaar samen? In ieder geval ook dank voor de uitnodiging. Ook dank voor het verhaal van mevrouw Van Vark. Heeft wel heel veel gras voor mijn voeten weggemaaid, maar aan de andere kant laat het ook zien dat we wel hetzelfde verhaal hebben. Kan er iets op het scherm, want ik heb een presentatie. Die is gedeeld. Hij wordt op het scherm getoverd, maar ik begrijp dat u hem ook allemaal gewoon op uw eigen device heeft. Het programma weerbaarheid, onderdeel van een breder programma binnen de Veiligheidsregio ZuidHolland Zuid. Om ons nog even voor te stellen, voor degenen die dat niet wisten, met 31 kazernes zitten we in de regio. We hebben een meldkamer, samen met RotterdamRijnmond. En zo helpen we 10 gemeenten om 24/7 paraat te zijn. En ik denk dat dat ook een groot goed is dat mocht er nu wat gebeuren we ook daar gereed voor staan. Natuurlijk kan het altijd beter, maar het is ook niet zo dat we van niks moeten beginnen. En dat brengt ons bij de volgende slide, namelijk het regionaal risicoprofiel wat we elke 4 jaar updaten.
En dan kijken we op basis van alle informatie, eentje verder nog, wat kan deze regio overkomen van overstroming, extreem geweld, digitale verstoring? Hoe groot is die kans? En wat doen we daar dan exact mee? Gaat het nog goed? De voorzitter: Het klopt, dames en heren, de versie die u op het RIS ziet, dat is de eerdere versie. Laat ik het zo zeggen. Maar deze plaat zit er in ieder geval wel in. Inspreker 3: Precies. Niets zo veranderlijk als het veiligheidsdomein, want we hebben de ene presentatie nog niet opgestuurd of hij is alweer aangepast en geüpdatet. Dat past goed bij dit dossier. En ook eigenlijk wat mevrouw Van Vark al zei van, de krantenberichten van, we moeten weerbaarder worden, de kans op overstroming neemt toe. De kranten staan er vol van. En ook als je dan kijkt naar, wat gebeurt er vanuit het land? Dan zie je de klimaatverandering, geopolitieke dreiging, de energietransitie en de
43
maatschappelijke onrust die elke keer opkomen. Maar de vraag is elke keer wel, wat betekent dit en wat doen we daar dan exact mee? Want wij constateren ook dat op veel punten de informatie is niet echt het probleem. Er is al meer dan genoeg informatie over van alles en nog wat. Maar de uitdaging is, waarom gaan mensen, bedrijven, overheden wel of niet aan de slag? En dat is gewoon een vraagstuk waar we ook niet direct het antwoord op hebben, maar waar we wel met elkaar naar een antwoord toe aan het zoeken zijn. Kan die naar de volgende slide. Nog eentje verder. Dan zie je eigenlijk dat dat nu via 2 lijnen gaat. Dat gaat via de VNG-lijn, vanuit de Vereniging Nederlandse Gemeenten en vanuit het Veiligheidsberaad. En dan zie je eigenlijk die 2 hoeken. Vanuit de Veiligheidsregio hebben we een aantal dingen te organiseren en vanuit de gemeente. En die dingen hebben elkaar ook te ontmoeten. En dan gaan we naar de volgende slide. Waar hebben we het dan met elkaar exact over? Kan het systeem in totaliteit die verandering of dat risico dat optreedt aan? En wat betekent het dan concreet? Om even een voorbeeld te noemen, net ging het bijvoorbeeld over noodsteunpunten en ouderen. Nu is het zo dat veel ouderen zitten bijvoorbeeld in verzorgingstehuizen.
En daarbij kijken we bij de vergunningverlening al, in hoeverre is het pand waar zij in zitten geschikt om bij een brand of bij een stroomstoring eigenlijk de eerste klappen al op te vangen? En dat is soms best wel een lastig gesprek, want dan kom je natuurlijk in van, de wetgeving landelijk loopt er altijd op achter. Hoeveel kun je afdwingen en hoeveel is ook afhankelijk van degene die het pand exploiteert? Daar proberen we met hen juist het gesprek over aan te gaan. Maar bijvoorbeeld ook over verticaal vluchten. Als je weet dat het water soms hoog kan komen te staan, kun je dan ook op de tweede of derde verdieping daadwerkelijk het pand uit? Het zijn van die hele kleine praktische dingen, die helpen om toch met elkaar daar weerbaarder in te worden. Wij gaan ook langs de verzorgingstehuizen en langs ouderen. En dan gaan we gewoon een training geven. En wat het leuke daarvan is, dan schrijven we iedereen aan en dan, denk ik, ongeveer 20, 30 procent komt langs. Dat zijn ouderen die dat interessant vinden. En dan gaan we met hen echt kijken van, wat kun je allemaal doen als er wat gebeurt? Echt van vlam in de pan, een stroomstoring, wat doe je op dat moment? Want dat is natuurlijk, de eerste klap is een daalder waard. En het leuke is, dan zie je mensen echt aangaan van, ik kan wat. En dan zeggen we ook altijd, ga ook even bij je buurman of buurvrouw langs.
En dan zie je dat dat soort speldenprikken, zijn het soms, maar ontzettend goed werken, want dan is het niet of de gemeente of zo’n ambtenarenclub soms als de Veiligheidsregio, maar zijn het gewoon bewoners onderling. En dat is het sterkste verhaal. En zo proberen wij ook vanuit de Veiligheidsregio heel erg met elkaar te kijken, met de bedrijven, met de gemeenten van, wat hebben we te doen om langzaam maar zeker een beetje naar dat ideaal te komen, wat soms ook de Scandinavische landen zijn, wetende dat we ook soms van ver moeten komen? Maar dat we ook niet moeten vergeten dat we bijvoorbeeld in de coronatijd heel veel samenredzaamheid hebben gezien. Dat heeft ook heel veel mooie kanten van mensen laten zien. En wat wij ook proberen vanuit de Veiligheidsregio, met de gemeentes, om al die netwerken die er zijn, en soms is dat de boekenclub, soms is dat de schaakclub, soms is dat de club die met netcongestie bezig is, die elkaar al hebben gevonden als mensen, om die ook een tweede taak te geven van, als er dan wat gebeurt, kunnen we die kracht dan ook inzetten om daadwerkelijk op dat moment iets voor onze bewoners te bereiken? Dan kan die naar de volgende slide. Maar dan is het eigenlijk net als in een vliegtuig. Kijk, als er wat gebeurt, is het wel belangrijk dat alle partijen waar iedereen op rekent, zijn die dan
44
in staat om ook anderen te kunnen helpen? En dat betekent dat je ook kritisch moet kijken naar je eigen bedrijfscontinuïteit. En wat dan soms toch wel opvalt, is dat een generator bijvoorbeeld op de eerste verdieping of in de kelder staat. En dat mensen dat dan weten en toch laten. En dat is natuurlijk, zolang het goed gaat, niet erg. Maar je zult maar net dat het water op je afkomt en denkt, verdorie, nu heb ik straks ook geen stroom meer. In hoeverre ben ik dan nog in staat om anderen ook te helpen? Wat we nu ook doen, is samen ook met bedrijven en, nogmaals, met de gemeenten onderling kijken van, weten we van elkaar hoelang we het met elkaar volhouden? En waar zitten ook die overdrachtsmomentjes van, als ik denk dat ik het 3 dagen vol moet houden en de buurman denkt 2 dagen, dat moet je echt wel van elkaar weten, want anders heb je precies op die ene dag die ertussen zit een probleem. En zo proberen wij ook de whole of society approach concreet te maken. De whole of society die net langskwam. Eigenlijk iedereen doet mee, van bedrijven, overheid, bewoners. Wat betekent dat dan concreet? En dat is best een ingewikkeld samenspel, want de ministeries maken een wat-brief en een hoe-brief. Dat is heel mooi, maar dat is nog superabstract. Wij zeggen soms gekscherend, we hebben ook een hou dan-brief nodig.
Want je ziet dan ook bijvoorbeeld dat ondertussen moeten we die noodsteunpunten inrichten, maar dan wordt er bijvoorbeeld wel weer gekort op de financiering om die noodsteunpunten in te richten. En dat is voor ons natuurlijk wel supercomplex, want uiteindelijk hebben we gewoon investeringen te doen, ik denk zowel als gemeente als, als Veiligheidsregio, maar ook in mensen om het hele systeem werkend te krijgen. En het is al, kan die naar de volgende, vaak gezegd van, hoe bouw je dan concreet een weerbare samenleving? En wat ons betreft is dat ook vooral, sluit aan bij wat er allemaal al is. Want er is gewoon ontzettend veel, maar dat vindt elkaar nog niet altijd. Wat wij bijvoorbeeld zeggen, wij willen graag oefenen met bedrijven en bewoners, want dat is hartstikke leuk. Want wat betekent dat dan als er zo'n stroomstoring is? Je leert ontzettend veel van elkaar. En als er dan wat is, dan sta je ook klaar voor elkaar. En dat is denk ik een wat positiever verhaal als je bijvoorbeeld in de krant bijvoorbeeld zegt, de bewonersgroep heeft geoefend met de veiligheidsdienst, ze hebben daar veel van geleerd. Dat is ook soms een beetje een positief verhaal van, we hebben wat stappen met elkaar gezet, in plaats van in zo’n geval, in mijn woorden, soms de hel en verdoemenis. Want je ziet wel dat heel veel mensen daar helemaal niet meer op aangaan.
Die denken van, die Russen zitten best wel ver weg en bij ons gaat het niet gebeuren. En dat is volgens mij waar we ook de gemeente heel goed kunnen gebruiken, die veel dichter nog op die bewoners zitten van, wat motiveert mensen om daadwerkelijk stappen te gaan zetten? Want het is niet dat de informatie niet voorhanden is. En toch gebeurt het niet. En dat is niet uniek, denk ik, voor weerbaarheid of veiligheid. Maar dat zie je ook bijvoorbeeld op het duurzaamheidsdossier. Daar zie je ook wel dat mensen het eigenlijk wel weten, maar toch die stap niet zetten. Ik denk dat dat ook een van de sleutels tot succes is. En waar wij dan zeggen, we moeten nu ook gewoon in die onzekerheid stapjes zetten, want anders blijft het ook een beetje een theoretisch verhaal. We gaan ook gewoon aan de gang om zo'n noodsteunpunt in te richten. Waar zetten we hem neer en welke voorziening heeft dat dan? En het ging net bijvoorbeeld al even over medicijnen. Zitten er medicijnen in zo’n noodsteunpunt? En als die er zitten, welke dan? Worden ze gekoeld? En als ze gekoeld worden, hebben we daar dan de stroom voor? En dat is het leuke en het interessante aan dat dossier van, als je ergens aan 1 touwtje trekt, dan komen er 10 anderen los. En daarom is het ook belangrijk dat
45
we het met zijn allen doen, want elke verschillende partij kan een stukje van die puzzel oplossen. En dat kan ook het leuke aan een uitdaging als deze zijn. En wat ik een leuk ding vind hiervoor nog, om het soms ook luchtig te maken hebben we het kookboek voor het noodpakket, koken uit blik, een beetje die, ook een vreselijk ambtelijk woord, eentje ervoor nog, maar de awareness te verhogen. Iedereen zegt, regel zo’n noodpakket. Betrokkenheid, precies. Iedereen zegt natuurlijk, haal zo’n noodpakket, ververs het ook vaak, maar dat moet je wel doen. Maak er dan wat lekkers van. En dat zijn ook van die dingen die gewoon erbij helpen om het dichtbij mensen te krijgen. Want dat is een van de lessen die ik in mijn vorige baan heb geleerd. Toen dachten we, hoe krijgen we mensen bijvoorbeeld van het aardgas af? En dan bleek dat mensen niet van aardgas af wilden, omdat ze zeggen, dan kan ik niet meer lekker koken. We hebben toen kookworkshops gegeven. En toen zagen ze, verdomd, dat smaakt toch best wel lekker. Toen was die hobbel ook weg. En dat soort dingen helpen gewoon echt. Daar ben ik van overtuigd. Dan kan die nog eentje door. Er geldt van, hoe weerbaar zijn we ook als crisisorganisatie? De waterleidingbedrijven hebben de vrijwilligers paraat.
Hoe bereiden we ons ook samen met onze andere omliggende veiligheidsregio’s voor? Wat doen we ook vooral landelijk? Want we hoeven ook niet allemaal het wiel opnieuw uit te vinden. Het concept van zo'n noodsteunpunt doen we dan gewoon landelijk, maar de vertaling naar Dordrecht, naar Molenlanden doen we echt met de gemeenschappen zelf. Want soms is het gewoon prima om in een kerkgebouw iets te doen. Of in Rotterdam zie je voorbeelden dat ze het in een moskee doen. Dat is volgens mij juist aansluiten bij waar de gemeenschap behoefte aan heeft, in plaats van dan een conceptje uitrollen, want dat werkt denk ik niet. Wat wil ik verder nog zeggen? Ik ben ook heel benieuwd hoe uw commissie kijkt van, hoe zorgen we dat we die netwerken zien en intact houden? En wat is daar denk ik voor nodig? En ik ben ook heel benieuwd van, weerbaarheid is ook zo, je kunt met 10 duizend dingen aan de gang, we zijn ook wel benieuwd naar hoe uw commissie kijkt naar, welke zijn wat u betreft ook topprioriteit, omdat we niet alles direct met elkaar kunnen doen. Dat zijn de 2 vragen die wij dan ook hebben. De voorzitter: Staan die ook nog ergens op de … Ze worden nu toegevoegd. Even ook voor het nageslacht, mijnheer De Heijer, die alsmaar bezig is met nageslacht, is ook inmiddels aangeschoven aan tafel. En volgens mij heeft hij een vraag. Tenminste, hij zat richting de microfoon. Gaat uw gang.
De heer Den Heijer: Voor alle duidelijkheid, dat had niets met mijn late binnenkomst te maken, voorzitter. Maar dat geheel terzijde. Kan gebeuren. Heel interessant verhaal. De burgemeester zit ook naast u. Wil ik ook danken voor een hele uitgebreide en heldere beantwoording van de artikel 40-vragen. Laat ik daarmee beginnen. En wat ook lokaal best een worsteling is, is dat enerzijds wil je natuurlijk niet de paniek papagaai zijn van, daar heb je hem weer die paniek loopt te zaaien. En aan de andere kant, iedere expert of iedere persoon die iets inzicht heeft bij Defensie of in geopolitiek zegt, het is echt 1 voor 12. En de worsteling die je daarin hebt, wordt dat gewoon gedeeld, ook in de gesprekken die in de Veiligheidsregio daarmee aan de gang zijn? En 2, er werden allemaal moeilijke Engelse termen gebruikt, maar hoe zorgen we ervoor dat in het overheidscontact, wat we toch al met mensen hebben, bij het belastingformulier wat binnenkomt of bij het contact wat er bijvoorbeeld wordt gedaan met inderdaad mensen die helpen met je huis
46
verduurzamen, dat soort gewoon contacten die je toch al hebt, dat ook dit soort aspecten aan de orde komen, om mensen er toch op te wijzen dat wat ze op tv zien bij hen ook een verantwoordelijkheid behelst dat je dat zelf voor een deel gewoon kunt doen met het noodpakket, water en dat soort zaken. Dat was eigenlijk de eerste vraag. En die laat ik eerst even beantwoorden. De voorzitter: De tweede mag korter. De heer Den Heijer: Daar ga ik even naar over nadenken weer.
Inspreker 3: Dat is een hele interessante vraag. Wat wij ook hebben gedaan, is een doelgroepenonderzoek. Heel erg aansluiten bij op welk niveau mensen die informatie tot zich kunnen nemen? En dan zie je inderdaad van, zet het in toegankelijke taal. Maar waar we ook achter kwamen, is dat veel inwoners ook gewoon de taal überhaupt niet machtig zijn. En als je al met ingewikkelde tekstuele folders komt, dan mis je ze alsnog. We zijn nu aan het kijken van, kunnen we ook gewoon visuele varianten daarvan maken, zodat je toch weet, wat kan ik dan doen? We hebben ook gekeken, welke partijen worden gewoon goed vertrouwd? Dat hebben we ook nagevraagd. En bijvoorbeeld de Veiligheidsregio komt er best wel redelijk uit, de brandweer ook, omdat die nog als objectieve partijen worden gezien. Dat zijn punten hoe we aansluiten in die logische momenten. Dat hebben we denk ik een stukje ook van de duurzaamheidsaanpak gedaan van, als je bijvoorbeeld verhuist of je komt op een andere plek te wonen, dat je dan ook heel toegankelijk kan kijken, waar woon ik eigenlijk en woon ik in een badkuip of niet, en wat kan ik daartegen doen? Dat we proberen aan te sluiten, ook samen met de gemeente bij die logische momenten die er in iemands leven zijn. En net werd bijvoorbeeld ook al de risk factory genoemd. Daar zijn we ook een van aan het opzetten. Die gaat op het Leerpark starten. Volgend gaat hij open.
Het schoolseizoen 2026-‘27 kunnen daar ook schoolkinderen langskomen. En dat doen we heel praktisch. Voor groep 7 en 8 laten we zien van, wat kan jij ook doen om kleine stapjes erin te zetten? En die gaat inderdaad op van, wat doe je bijvoorbeeld bij een overstroming? Dat doen we samen met het waterschap. Wat doe je bijvoorbeeld met desinformatie? Dat doe je met hygiëne? Dat doen we samen met de GGD. We hebben daar hele concrete scenario's, waarin kinderen echt kunnen oefenen van, wat kan ik dan doen? En dat is ook leuk vanuit het idee van, dat kunnen ze thuis met papa en mama bijvoorbeeld bespreken, die dan ook daar weer op aangezet kunnen worden. En dat zit heel dicht bij de belevingswereld van die mensen. De voorzitter: En de tweede vraag. De heer Den Heijer: De tweede vraag was, ik sprak recent iemand die in Madrid was, tijdens die langdurige stroomstoring in Spanje. En de eerste 3 uur was dat eigenlijk prima. Was eigenlijk nog best wel gezellig. En vervolgens de 3 uur daarna werd het toch een beetje van, hm. En na 10 uur mobiel op. En zo verder. En je zag dat daar eigenlijk weinig regie was vanuit de overheid, maar ook vanuit de samenleving zelf, wat mensen dan moeten doen. Het verkeer verstopte. Mensen hun winkels gingen niet meer dicht. Mensen moesten hun eigen winkel verdedigen tegen mensen die acuut gingen plunderen.
En ik moet eerlijk zeggen, als een inwoner aan mij vraagt, wat gebeurt er
47
eigenlijk als nu het licht uitvalt en we helemaal geen mobiele verbinding meer hebben en we eigenlijk geen idee hebben, wat moet ik dan doen? En dat soort vragen zijn wel de vragen die aan mij als lokale volksvertegenwoordiger worden gesteld. En ik ben benieuwd, kunt u gewoon in begrijpelijke mensentaal, desnoods laat ik het zien aan die mensen, wat dan de eerste stappen zijn die genomen worden, vanuit gewoon in Dordrecht, in deze stad, in deze straat en met deze mensen die hier wonen?
Inspreker 3: Wederom een goede vraag. Ik zou bijna zeggen, soms is het goed om hele ambtelijke taal door ChatGPT te halen van, leg in normaal Nederlands uit. Daar zijn we ook gewoon mee aan te oefenen. Kijk, wat we zien, is eigenlijk tweeledig. Eén, stel dat het nu gebeurt, wat gaan de meeste mensen dan doen? Dan doet het mobiele internet het vaak nog een tijdje, want in de GSM-masten zitten gewoon accu's. Een tijdje doet alles het nog. De vraag is, hoelang dat is? Maar wat wij nu aan het maken zijn van, kunnen we hele toegankelijke informatie bieden als mensen gewoon googelen, stroomstoring, wat te doen, dat ze gewoon in hele simpele stappen krijgen, dit kun je nu wel en niet doen. Want een stroomstoring is bijvoorbeeld acuut en als je een overstroming hebt, dat duurt eventjes. Daar zit ook nog per scenario bijvoorbeeld verschil in. Dat proberen we zo te organiseren. Deel 2, en dat is een beetje toch van, hoe gaan we dat met elkaar regelen? We proberen afspraken te maken met bijvoorbeeld de supermarktketens van, wat verwachten we van elkaar? Gaan supermarkten bijvoorbeeld aan die noodsteunpunten voedselpakketten leveren of blijven ze gewoon open? En als ze openblijven, wat hebben ze dan nodig om open te blijven? We hadden 2 weken terug een gesprek met een vertegenwoordiger van de supermarktketen, en ook met een vertegenwoordiger van een mobiele internetprovider.
Die kunnen bijvoorbeeld mobiele noodnetwerken aanzetten. Die kunnen ook soms generatoren leveren. Dat zag ook in Spanje en Portugal, die supermarkten die op een generator worden aangesloten, daar kunnen in betrekkelijke rust mensen toch nog wat halen. En dat zijn ook de dingen waar je aan wilt gaan werken van, als het dan niet morgen optreedt, maar bijvoorbeeld over een maand of over een half jaar. Dat gesprek moeten we denk ik met elkaar doen. En daar zit toch ook altijd van, hoever kun je dan gaan versus de investering die ertegenover staat? Want die winkeliers zeggen, ik vind het ook eigenlijk best wel spannend als dat gebeurt en er komen hele mensenmassa's naar mijn winkel toe. Die zullen dan bijvoorbeeld aan gemeenten vragen of aan de politie, help me bij de beveiliging. En dat soort dingen proberen we echt met elkaar daar afspraken over te maken. De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Dank u wel. Voorzitter, ik hoor allemaal zaken over wat winkels en dergelijke en instanties kunnen doen. Maar ik kan me ook zo voorstellen, de heer Den Heijer noemt het nu al, de stroom valt nu uit, er gebeurt van alles. Dat was net als met corona, ook opeens gebeurde er wat. En wat gaan wij dan doen? Ik bedoel, de mens is geneigd om dan te denken, mijn kinderen, mijn man, mijn vrouw, mijn familie, iedereen rent overal heen. Zijn daar ook instructies, bij wijze van spreken, voor.
Want ik zag toevallig straks, ik had het met mijn buurvrouw over, over de beveiliging bevolking. Daar was mijn vader vroeger lid van, van de BB. Die had dan in de garage zo'n doos met zijn kleding. En dan kon hij worden opgeroepen of hij wist, als er op dat moment iets zou
48
gebeuren, moest hij zich gaan melden bij dat punt. Ik kan me zo voorstellen dat dat ook weer een beetje in het leven geroepen gaat worden. Want wat heeft het voor nut als iedereen hier opeens opspringt en gewoon maar de boel de boel laat en denkt, ik moet naar huis. Iedereen zou zo zijn instructies moeten hebben, denk ik. Ook die paniek, ik weet niet, moet je die … Want mevrouw Pichel noemde dat al, wat voor paniekbeheersing ga je doen? Inspreker 3: Dat is ook een hele lastige vraag, waar ik ook niet direct het antwoord op heb. Want het is ook zoiets van, bijvoorbeeld in de coronasituatie zagen we veel mooi initiatieven, maar je merkt dan ook van, het is weer terugveren naar het normaal en dan is het ook snel weer, dan kan het allemaal wel een tandje minder. Het is ook van, wat is het je als samenleving waard om daarin te investeren? Er zijn ook partijen die zeggen van, we moeten BB weer terugbrengen. In theorie, alles kan als politieke keuze. Maar dat betekent ook dat je daar andere dingen voor moet laten. Daar heb ik niet sec een mening over. Wat volgens mij wel in alle gevallen helpt, is van, dat al die mensen en netwerken die we hebben, dat we die op zijn minst moeten activeren, zodat ook zij weten van mensen die elkaar kunnen vinden, op zijn minst een stap daarin kunnen zetten.
Dat is volgens mij iets wat je ook als samenleving als totaal moet zeggen, hoever wil je daar dan met elkaar in gaan? De voorzitter: Mijnheer Aarden. De heer Aarden: Ik had twee vraagjes. Eentje, er werd net gesproken over de supermarkten. En aan de andere kant is er ook een aanpak om bijvoorbeeld te voorkomen dat mensen misbruik maken van een noodsituatie? Dat er bijvoorbeeld 100 euro voor een flesje water gevraagd gaat worden. Dat is mijn eerste vraag. Mijn tweede vraag was, er ging een stukje over toegankelijkheid van informatie, maar wordt er ook, bijvoorbeeld als je het hebt over die steunpunten, gekeken naar de fysieke toegankelijkheid? Dat bijvoorbeeld iemand in een rolstoel ook bij zo'n steunpunt kan komen. Inspreker 3: De vraag over 100 euro voor een flesje water, dat zien we nu ook een beetje denk ik bij die noodpakketten. Kijk, in de markt springen gewoon mensen in van, mensen zoeken op kant-en-klaar noodpakket via BOL.com, en denken mensen, zal wel kloppen, doen we maar, terwijl eigenlijk de vraag is of dat dan wenselijk is? Wij hebben weleens gespeeld met het idee van, je kunt sparen voor een boodschappenpakket, zou je ook niet kunnen sparen voor een noodpakket? Of doe je in plaats van een kerstpakket een noodpakket? Je ziet ook organisaties die daar al stappen in zetten. Dat is dichtbij. Dat is wel een zoektocht.
Maar goed, we zitten ook niet in een samenleving dat de overheid alles daarin kan regelen. En ik denk, als er echt iets aan de hand is, dat hebben we ook tijdens corona gezien, dan is het ook soms wel, we moeten gewoon nu iets doen, op basis van vertrouwen in elkaar. En dan achteraf moeten we ook kijken van, is dat allemaal goed terechtgekomen? Gelukkig het overgrote deel wel, maar we kennen ook allemaal de voorbeelden dat er ook excessen in zitten. Maar ik denk aan de andere kant, als je heel erg dorst hebt, dan is water wel volgens mij bijvoorbeeld het eerste waar je naar op zoek bent. Maar dat betekent ook weer dat we die noodsteunpunten gewoon snel operationeel moeten krijgen. Wat betekent dat dan? Want stel dat er 5 duizend mensen om water komen. Een brandweerkazerne is daar op dit moment helemaal niet op ingericht. Dat heeft bepaalde ruimte nodig. Je moet iets doen met massa's mensen
49
die langskomen. En de brandweer moet nog uitrukken. Dat hebben we echt nog wel met elkaar te ontdekken wat dat concreet betekent. En de tweede vraag over de toegankelijkheid van die noodsteunpunten, daar kijken we zeker naar. Alleen wij proberen eerst te kijken van, die mensen zitten bijvoorbeeld in een verzorgingstehuis. En ik denk dat de eerste investering is dat ze daar helemaal niet weg moeten. Want je wilt helemaal niet in een crisissituatie met allemaal mensen met busjes en weet ik wat naar die punten toe krijgen. Het is dan veel verstandiger om te kijken van, kunnen we daar zo organiseren dat ze gewoon op hun vertrouwde plek blijven en daar het een tijdje vol kunnen houden. De voorzitter: Ik zie het vingertje weer omhooggaan. Vervolgvraag? De heer Aarden: Mijn vraag was ook gericht op, want je hebt ook heel veel mensen die bijvoorbeeld minder mobiel zijn, die niet in een … Niet alleen ouderen, maar ook bijvoorbeeld jongeren in een rolstoel, en hoe daar dan aan gedacht wordt? Inspreker 3: Dat is volgens mij ook de collectieve afweging die we vervolgens met elkaar moeten maken van, het idee van dat iedereen, gered is dan het verkeerde woord, dat we iedereen altijd kunnen helpen, ik denk dat dat niet kan.
Vandaar de vraag terug naar uw commissie van, waar zet je dan de beperkte middelen op in? We hebben volgens mij anderhalf jaar terug ook een scenario gehad met bijvoorbeeld agrariërs, die ervan uitgingen dat al hun vee ook geëvacueerd zou worden. Daar hebben we ook het gesprek gehad van, in theorie kan dat, maar dat is wel een enorme investering die waarschijnlijk niet opweegt tegen het effect daarvan. En dat is elke keer de zoektocht in dit weerbaarheidsdossier. Want ook bijvoorbeeld als een ministerie verwacht dat iedereen een x-geldbedrag thuis heeft liggen voor als het nodig is. Er zijn ook gewoon kwetsbare groepen die dat geldbedrag helemaal niet opzij kunnen leggen. En hoe ga je daar dan mee om? En dat is volgens mij elke keer wat ook onze oproep is, om dat met elkaar te ondervinden en ook in commissies als deze, in raden, zoals ze hier ook zijn, om dat gesprek met elkaar aan te gaan van, hoever wil je daarin gaan? Want je kunt daarin heel ver gaan, maar dat betekent ook keuzes maken. Dingen die dan niet meer doet, want dat kost menskracht, dat kost investeringen. Dat gaat ten koste van andere dingen. Dat is precies ook een politieke afweging die aan u is. De voorzitter: Mevrouw Striebeck. Mevrouw Striebeck: Dank u, voorzitter.
Heeft u ook zicht op hoe het ziekenhuis voorbereid is met een langere tijd geen water of geen elektriciteit? Inspreker 3: Daar hebben ook gesprekken mee. Ik was anderhalve week terug bij het Albert Schweitzer met Nicole Stolk in gesprek. En daar hebben we ook echt gekeken van, wat betekent in die hele medische keten van, wat is daarvoor nodig, hoeveel patiënten kun je aan en wat zit er dan ook vanuit die business continuïteit in het ziekenhuis bijvoorbeeld in? Want zij hebben ruim voldoende noodstroom. Stel dat het heel warm of heel koud is, dan trekt dat ook bijvoorbeeld weer mensen aan die denken, daar brandt het licht nog, daar ga ik naartoe. En daar wordt echt nagedacht van, hoe ga je dan met die mensenstromen om? Maar ook iets wat op het eerste gezicht niet zo spannend lijkt, bijvoorbeeld de lift. De lift is superbelangrijk natuurlijk in het ziekenhuis. Je wil dat de machinekamer van de lift niet in de kelder zit. Stel dat hij daar dan toch zit, dan vraagt
50
het een investering om die naar boven te doen. En hoe weeg je die dan weer af tegen alle andere dingen die zo'n ziekenhuis te doen heeft? En ik vind het bij het Albert Schweitzer heel mooi dat ze dat ook in de Raad van Bestuur heel nadruk met elkaar afwegen van, wat zouden we moeten doen, wat kunnen we nu doen, en daar ook een besluit over nemen. Ik denk dat dat een goed voorbeeld is van hoe dat loopt. En ook daar oefenen we bijvoorbeeld heel veel in de hele geneeskundige keten van, wat als er wat gebeurt? Hoe kunnen politie, brandweer, handhaving, de ambulance en het ziekenhuis dat soort stroom opvangen? De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Dank u wel. Een stukje beroepsdeformatie. Maar bijvoorbeeld ook de penitentiaire inrichting, die stroom eraf en zo en de deuren gaan open. Ik bedoel, het gebeurt. In hoeverre wordt die ook meegenomen hier lokaal? En ik kom toch nog weer een stukje op psychiatrie uit. In die zin, tijdens corona bleek ook dat er huiselijk geweld, vrouwen die in de penarie zitten, komen uiteindelijk uit op bijvoorbeeld femicide. In hoeverre worden die stukken ook meegenomen om aandacht aan te geven van, je moet maar in een bepaalde situatie zitten, dan zit je opeens in een ruimte opgesloten met een aantal mensen, waarbij je dan bijna zeker weet dat je er niet meer levend uitkomt. Even als voorbeeld geven.
Maar wordt daarnaar gekeken ook, naar dat soort problematiek, of is dat nog iets wat ik misschien ergens moet gaan droppen? Inspreker 3: We proberen vele invalshoeken af te pellen. En daarom zijn dit soort gesprekken ook heel fijn. Want ik denk dat het fijn is om dan te constateren van, hoe gaan we met die penitentiaire inrichting om? Wij gaan er even vanuit dat ook penitentiaire inrichtingen een businesscontinuïteitsaanpak hebben, waarbij ze ook het xtijd vol kunnen houden. En dat ze erover nadenken. Want bij heel veel van dit soort kritische infrastructuur wordt daar gewoon over nagedacht en worden daar investeringen in gedaan. Dat zit niet alleen in noodstroom, ook voedsel. Hoe blijft de informatie goed stromen. Huiselijk geweld, in alle eerlijkheid, daar hebben we het nog niet sec over gehad, maar we hebben het er bijvoorbeeld wel met de politie over gehad, die hebben ook natuurlijk wijkagenten die in die wijken rondlopen van, hoe kunnen we weer die netwerken veel meer aanzetten, zodat als we iets constateren dat we met de juiste partij daar de afspraak over kunnen maken. Ik denk ook de kunst is om met elkaar dingen te doen. Dan kom je erachter van, hier hebben we nog niet iets geregeld.
En kunnen we de juiste partijen aan elkaar binden, zodat er een besluit wordt genomen van, of we accepteren het risico, want dat kan soms ook gewoon de oplossing zijn, of we gaan er iets aan doen. En ik denk dat wij als Veiligheidsregio, en dat is volgens mij de opdracht die we ook van het algemeen bestuur hebben gehad van, kunnen jullie coördineren ook in al die informatiestromen tussen al die partijen? En we hebben ook niet duizend mensen dat we al dat soort dingen kunnen doen, maar wij proberen wel naar ons eer en geweten met dit soort signalen te kijken van, waar hoort die thuis? En soms is dat ook gewoon bijvoorbeeld de gemeente. Maar zolang het duidelijk is, is dat iets waar we volgens mij heel erg voor zijn. De heer Van der Velden: Ik denk dat je in verschillende gelaagdheden moet spreken. Ik denk dat het erom gaat, wat wil Dordrecht op niet al te lange termijn doen met de
51
educatie en bewustwording? Hoe ga je al die burgers bereiken, die ook met vragen zitten? Dat vind ik een kant. Dan vind ik dat Leiden met het Rode Kruis een heel interessant initiatief heeft ontwikkeld. We hoeven ook niet het wiel uit te vinden. Verder denk ik dat je in Dordrecht richting moet gaan geven met de Veiligheidsregio, hoe kunnen wij de publiek-private samenwerking, hoe kunnen we met de grote bedrijven die van betekenis zijn, supermarkten, energiemaatschappij, tot vormen van afspraken komen? En hoe kun je die lokale, die gemeenschapsinitiatieven stimuleren? Ik denk dat hier mensen aan tafel zitten die het beter nog dan ik weet. Maar ik heb af en toe het idee dat in Dordrecht vele wijken een interessante organisatiegraad hebben, al of niet verbonden met de religieuze achtergrond of wat dan ook. Maar dan is het interessant om te kijken of die gemeenschapsinitiatieven op dit niveau mee willen denken. En ik denk dat wij dan moeten kijken, hoe ga je dat ondersteunen en verzorgen? Ik denk dat met dit gesprek, wat ik erg plezierig en constructief vind, we niet precies weten, zus en zo moet het, maar dat je op verschillende lagen moet gaan werken. En dat de gemeente Dordrecht met de Veiligheidsregio kijkt, hoe kunnen we dat gaan initiëren? Dat lijkt mij een beetje wat ik jullie zou willen meegeven. De voorzitter: We hebben nog een paar kleine vragen.
De eerste is van de heer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, op de een en laatste slide zag ik een aantal mooie vragen. En die tweede vraag, welke zorgen heeft u over de maatschappelijke weerbaarheid van burgers en bedrijven in Dordrecht? Maar ik wilde die vraag eigenlijk terugstellen aan de heer Van de Craats, welke zorgen heeft u over Dordrecht? En dan, welke zorgen heeft de Veiligheidsregio over Dordrecht? We zijn toch een beetje een bijzondere plek. We zijn een eiland. We hebben een regiofunctie. Ik kan me zomaar voorstellen dat de Veiligheidsregio op een bepaalde manier naar Dordrecht kijkt. Zijn er bepaalde onderdelen waarvan u zegt, daar zouden we u als gemeenteraad en als stad ook wel de ogen voor willen openen? Inspreker 3: Goede vraag. Dank. Volgens mij zitten er een paar dingen in. Kijk, ook vanuit het regionaal risicoprofiel zien we, wat betekent dat dan voor Dordrecht? En dan krijg je natuurlijk het overstromingsrisico, de stroomstoring. En wat het mooie is volgens mij van een aantal van dat soort dingen, laten we natuurlijk hopen dat we ze nooit tegenkomen, is dat er een aantal universele dingen in te doen zijn om daar zo veerkrachtig mogelijk op te reageren. En hetzelfde wat de burgemeester zegt, ik denk dat er ontzettend veel organisatiekracht in de samenleving zit bij bewoners, bij bedrijven en verenigingen. Die zijn er allemaal al.
En ik denk dat we elkaar ontzettend kunnen helpen om die inzichtelijk te krijgen en te activeren, en daar afspraken mee te maken van, mocht het gebeuren. Ik denk echt dat, aan de ene kant is er weinig vertrouwen in de overheid, maar ook heel veel bedrijven en bewoners die wij spreken denken ook, wij worden gewoon direct allemaal gered. Daar hebben wij gewoon ook niet genoeg brandweermensen voor of voldoende politieagenten. Ik denk dat de grote uitdaging is om die veerkracht van die samenleving, die er echt is, en die hierin Dordrecht anders is dan in Molenlanden, daarom is het ook goed dat jullie daar gevoel bij hebben van, ook weleens tegen de wethouder economie gezegd, die kent al die ondernemers supergoed en die weten ook waar die ondernemers mee zitten, welke zorgen er zijn.
52
Dat helpt ontzettend om te kijken van, welk deel van die zorgen kunnen we dan wel of niet wegnemen? Wat vraagt dat van de ondernemers zelf? Wat kunnen wij als Veiligheidsregio daarin doen? En ik ben ervan overtuigd als we dat werkend krijgen, dat we dan al een hele stap naar voren kunnen zetten. En deel 2 is dat we ook gewoon als regio, denk ik, veel krachtiger ook een signaal naar bijvoorbeeld Den Haag kunnen geven van, kijk, deze dingen doen wij allemaal al, maar dit stuk is echt ook aan een volgend kabinet of een ministerie om op te lossen. En hoe concreter en hoe tastbaarder dat is, hoe mooier dat is. En dat is een van de zorgen die wij hebben. Wij willen heel graag bijvoorbeeld helpen om die netwerken verder te ondersteunen, zodat die ondernemers ergens terechtkunnen. Dat we een contract erover af kunnen sluiten. Maar dat staat echt wel op gespannen voet met gewoon ook hetzelfde kabinet of ex-kabinet of demissionair kabinet wat nu zegt, daar kan allemaal wel 10 procent vanaf. Dat is misschien een beetje een uitgebreid antwoord, maar dat zal ons ontzettend helpen om juist te zorgen dat ook Dordrecht veerkrachtig genoeg is om, als het gebeurt, dat op te vangen. De voorzitter: Mijnheer Gorter. De heer Gorter: Dank u wel voorzitter. Ik was tijdens de stroomstoring in Spanje in Spanje. En er zit een wel een verschil. De Spanjaard betaalt heel veel contant geld.
Dat doen wij in Nederland niet. Ik hoop dat jullie daar ook aandacht aan besteden. Heel veel mensen hebben geen contant geld meer. Daardoor kon die Spanjaard bij de winkel toch nog producten verkopen. En wat ze daar wel goed geregeld hadden, de politie rijdt daar standaard met blauw licht op, zonder sirene. Je zag in een hele donkere stad als herkenning de politie en de brandweer rondrijden. Uiteindelijk is buiten de politie ook de brandweer gaan rijden met blauw licht. En dat was een herkenningspunt waar de hulpdiensten waren om water te halen. Vond ik altijd wel een mooi gezicht. Zo heel die stad allemaal blauwe zwaailichten, waar uiteindelijk iedereen water kon halen. De voorzitter: Het is niet zozeer een vraag als wel een tip. De heer Gorter: Neem het mee. Maar het contant geld, wij Nederlanders hebben bijna geen contant geld meer, zeker de jeugd niet. Als je wat wil kopen en een supermarkt kan niet meer elektronisch betalen, heb je contant geld nodig. Aandachtspunt. Inspreker 3: Dank voor de tips. Nemen we uiteraard mee. We proberen echt te leren van landen en regio's om ons heen, maar dat wel toe te passen op onze eigen gemeente en regio. Maar dat is toch soms echt wel maatwerk, wat bij het één werkt, werkt bij het andere niet. En die discussie over contant geld is ook een hele interessante. Want er was bijvoorbeeld een oproep over van, neem dan contant geld op.
En je merkte dat dat bij een aantal partijen in het betalingsverkeer en ook bij supermarkten direct weer een probleem gaf, omdat er dan weer te veel contant geld was. En dat is het interessante. We hebben ook weleens gehad, dan heb je contant geld, maar dan doet de kassa bij de supermarkt het niet, want je kunt niks scannen. En dan denkt de winkelier weer, hoe ga ik dat dan weer doen? En dat is volgens mij de kunst om dat met elkaar continu door te lopen van wat is dan wijsheid? Of moeten we naar een bonnensysteem? En dat zijn volgens mij die oefeningen die we ook met die partijen willen doen van, laten we het gewoon eens oefenen met elkaar van, de stroom is nu er af en dan en dan en dan?
53
De voorzitter: Voor zwart geld in Spanje. Ik heb eerst nog mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank, voorzitter. Mijn vraag sluit eigenlijk aan op wat we hiervoor het over hadden gehad. En wat verwachten we aan ondersteuning van de Veiligheidsregio? Want ik vind het een mooi gesprek in het stukje van, wat kunnen we met de gemeenschap doen? En ik geloof ergens wel dat instellingen en bedrijven zijn wel voorbereid. Dat is een ding. Maar wat we ook merken, is natuurlijk best veel mensen hier of mensen die wij kennen lokaal echt wel in vrijwilligersorganisaties zitten en in besturen zitten. En eigenlijk, voor zover ik het weet, hebben we daar niet echt naar gekeken om dat met elkaar te verbinden en dan ook die kennis en informatie te delen. Wat zegt u daarop, in de ondersteuning van de Veiligheidsregio, wat kunnen we daarmee doen? Want dit zijn ook altijd van die dingen van, je vindt het wel belangrijk, maar het heeft nooit prioriteit. En wellicht moet het nu wel prioriteit worden.
Inspreker 3: Waar we ook met alle tien gemeenten in gesprek staan, ook met de gemeentesecretarissen, is van, hoe kunnen we al die netwerken, functies in kaart brengen? We hebben ook een hulpvraag gesteld aan de gemeenten van, breng ons die overzichten? Om daarna ook met elkaar een afspraak te maken van, als we ze eenmaal hebben, hoe houden ze dan ook actueel en wie doet daar dan wat mee? Bijvoorbeeld een voorbeeldje uit Molenlanden. Daar hebben ze vier verbinders. En die gaan al die kernen af. Die halen heel veel superrelevante informatie op. Maar die informatie stroomt nog niet weer door bijvoorbeeld naar ons toe. Die link is nog best dun. Daar kunnen ook weer mooie lessen in zitten, die we bijvoorbeeld dan weer kunnen brengen naar Dordrecht of vice versa. We zijn heel erg aan het kijken van, hoe kunnen we al die netwerken activeren en ook daar de denkkracht van de gemeente bij gebruiken, maar zowel ook aan elkaar koppelen? En dat is eigenlijk gewoon een van de concrete investeringen die we ook vanuit de Veiligheidsregio willen doen, om dan zo iemand, die eigenlijk als dagtaak heeft om al die informatie te verbinden en te kijken van, hoe werkt en doet dat dan? Maar er zit duidelijk, en ook vanuit ons, een hulpvraag naar de gemeenten. Die hebben veel beter zicht op al die netwerken, buurten en wijken waar mensen mee bezig zijn. De voorzitter: Mijnheer Den Heijer.
En ik wil wel langzaam gaan afronden. De heer Den Heijer: Kort, voorzitter. Als je inderdaad de Kamerbrief leest en de uitingen die verschillende bestuurders in het land hebben gedaan, dan maak je je ook echt wel zorgen over, wordt er niet erg veel bestuurlijk gepraat en wordt er weinig gedaan. En ik moet eerlijk zeggen, daar heeft dit gesprek wel bij geholpen dat dat gebeurt. Tegelijkertijd zit hier in deze ruimte aantal mensen die ook hun beperkte invloed richting Den Haag kunnen aanwenden. En ik ben ook benieuwd of u ons op de hoogte kunt houden van te delen stappen of tenminste de puzzelstukjes die je uit de Veiligheidsregio ziet, nog los van dat geld, maar soms ziet het ook op andere dingen, die wij dan mee kunnen nemen. Dat zou ik heel erg waarderen zelf. En het tweede punt is dan, we hebben een groot chemisch bedrijf hier in Dordrecht, Chemours, die af en toe eens even opeens iets heel giftigs per ongeluk in de samenleving neer dondert. Hebben we die in het snotje? En de derde is voor als het echt helemaal misgaat, want dat kwam in de beantwoording van de artikel 40-vragen wat minder naar voren, zijn er ook plekken waar mensen gewoon überhaupt kunnen