2.10 2025.05.06 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 6 MEI 2025 Vergaderzaal 5 1. Werkgeversdelegatie: Selectiegesprekken lid Rekenkamer 2. Raadsinformatiebrief over Intentieovereenkomst woningbouw Oude Boomgaard – Raadsinformatiebrief Voorzitter: De heer De Feijter Raadsgriffier: De heer Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Droog (ChristenUnie/SGP) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Dhr. Hartmeijer (SP) Dhr. Den Hartog (GroenLinks) Mevr. De Heer (Forum voor Democratie) Dhr. Katif (Beter voor Dordt) Dhr. Kolkiliç (DENK) Mevr. Lammens-Oostdijk (VVD) Dhr. Noldus (VVD) Dhr. Oostenrijk (CDA) Dhr. Roggekamp (Gewoon Dordt) Dhr. Tutupoly (Op Ons Eiland) Dhr. Uysal (GroenLinks) Dhr. In ’t Veld (VSP) Portefeuillehouder: wethouder M. Burggraaf Ambtelijke ondersteuning: mevr. Morlog-Criellaard De voorzitter: Was niet eens nodig. Jullie waren al zo netjes stil. Een hele goedenavond allemaal. Welkom aan alle raads- en commissieleden. Welkom aan wethouder Burggraaf. En ook een hartelijk welkom aan de ambtelijke ondersteuning. Vanavond zijn we met elkaar om in de commissie in debat te gaan over de raadsinformatiebrief over de Intentieovereenkomst woningbouw Oude Boomgaard. Voor het verslag wil ik eventjes vragen of iedereen zich kort wil voorstellen. En dan begin ik links van mij. De heer Den Boer: Marc de Boer, commissiegriffier.
De heer Tutupoly: Gersom Tutupoly, Op Ons Eiland. De heer Katif: Jacques Katif, Beter voor Dordt. De heer Groenewege: Pieter Groenewege, Partij voor de Dieren.
1
De heer Roggekamp: Erik-Jan Roggekamp, Gewoon Dordt. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, SP. De heer Droog: André Droog, ChristenUnie/SGP. Mevrouw De Heer: Betsie de Heer, Forum voor Democratie. De heer Uysal: Abdullah Uysal, GroenLinks Dordrecht. De heer Den Hartog: Paul den Hartog, GroenLinks Dordrecht. De heer In ’t Veld: Richard in ’t Veld, VSP. De heer Kolkiliç: Masum Kolkiliç, DENK. De heer Oostenrijk: Theo Oostenrijk, CDA. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Jeanine Lammens, Dordtse VVD. De heer Noldus: Robin Noldus, Dordtse VVD. Mevrouw Morlog-Criellaard: Melanie Morlog, ambtelijke ondersteuning. De heer Burggraaf: Maarten Burggraaf, namens het college. De voorzitter: En ik ben Bart de Feijter, uw voorzitter voor vanavond. De reden waarom we hier zitten. Op 8 april besloot de Agendacommissie deze raadsinformatiebrief oordeelsvormend te agenderen. Het agenderingsverzoek hiertoe, van Beter voor Dordt, had steun van elf fracties. De politieke vraag voor de bespreking is, in hoeverre is de raad bereid te zijner tijd de bestemming te wijzigen om woningbouw op deze locatie mogelijk te maken, zoals ingediend door Beter voor Dordt. En dan zou ik nu ook als eerste het woord willen geven aan Beter voor Dordt, als aandrager van de politieke vraag. En daarna krijgen de andere fracties de gelegenheid het woord te voeren. De heer Katif. De heer Katif: Voorzitter, dank u wel.
Zoals u weet, Beter voor Dordt erkent de ernst van de woningnood. Tegelijkertijd vinden wij dat de woningbouw altijd met visie, respect voor onze leefomgeving moet plaatsvinden. De locatie Oude Boomgaard, gelegen aan de rand van onze stad, waar het woongebied overgaat in een open polderlandschap, vraagt om uiterste zorgvuldigheid. Woningbouw hier zou het huidige karakter van het gebied verstoren en bovendien de historische boomgaard doen verdwijnen. Het college heeft aangekondigd een intentie … De heer Noldus: Voorzitter. De voorzitter: Ik zie een interruptie. De heer Noldus. De heer Noldus: Ik wil een vraag stellen aan de heer Katif.
2
De voorzitter: Dat is toegestaan. De heer Noldus: Ik ben benieuwd, want de heer Katif heeft het over de overgang van de bebouwde kom van de bebouwing naar de polder, en dat je daar heel zorgvuldig mee om moet gaan. Ik ben benieuwd hoe de heer Katif, hoe Beter voor Dordt dan aankijkt tegen dat die grens altijd natuurlijk ergens is. En waar dan voor Beter voor Dordt die grens zou moeten liggen tussen bebouwing en polderlandschap. De heer Katif: Voorzitter, als de heer Noldus heel even luistert, dan zal ik ook gewoon proberen aan te geven waar die grens wel en niet ligt voor Beter voor Dordt. En als de vraag niet beantwoordt tijdens mijn ding, dan hoor ik alsnog de vraag. Mag ik, voorzitter, verder? Dank u wel. Het college heeft aangekondigd een intentieovereenkomst te willen sluiten met projectontwikkelaar Dudok om de haalbaarheid van woningbouw op deze locatie te onderzoeken. Dat gebeurt zonder dat de raad vooraf heeft gesproken over de wenselijkheid van woningbouw op deze plek. Dat vinden wij niet zorgvuldig, als Beter voor Dordt. Voorzitter, hoewel het college bevoegd is om privaatrechtelijke overeenkomsten te sluiten, ligt de bevoegdheid tot wijziging van het omgevingsplan bij de raad. Als blijkt dat daar geen meerderheid voor is, dan doen wij nu veel werk voor niets en geven wij een ontwikkelaar valse hoop. Dat kunnen we beter voorkomen dan genezen.
Daarnaast hebben wij serieus inhoudelijke zorgen, voorzitter. Het plan spreekt over vrijstaande woningen in een groene setting. Feitelijk villa's. Het zijn geen woningen die bijdragen aan het oplossen van de woningnood voor starters, jongeren en mensen met een modaal inkomen, voorzitter. Ondertussen zien wij dat binnenstedelijke initiatieven, die wel voorzien in een behoefte, vaak blijven hangen in vertragingen. Waarom lukt het daar niet en hier wel? De heer Noldus: Voorzitter. De voorzitter: Uw betoog roept toch weer een interruptie op. De heer Katif: Voorzitter, ik snap dat de VVD dit soort vragen wil stellen. Maar als ik heel even mijn verhaal zou kunnen afmaken dan kan de heer Noldus in … De voorzitter: We hebben afgesproken dat in eerste termijn interrupties ook zijn toegestaan. En dat we in de eerste termijn ook gewoon direct in debat gaan. Ik ga interrupties wel toelaten. De heer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, het lijkt me leuk voor dit debat als er vragen en wat interactie komt, maar ik wacht anders het eerste antwoord zo meteen wel af. Beter voor Dordt, bij monde van de heer Katif had het ook over … Ben ik door het intermezzo van de heer Katif wel mijn vragen vergeten. Dat er niet gebouwd wordt voor de behoefte die er is.
Ik ben benieuwd hoe Beter voor Dordt dan aankijkt tegen juist het plannen van woningen in een vrijstaande sector, om juist zo’n verhuisketen op gang te brengen, om juist te zorgen dat in Dubbeldam mensen die daar eigenlijk vastzitten in hun eigen huis kunnen doorstromen. Ik ben benieuwd hoe Beter voor Dordt daarnaar kijkt. De voorzitter: De heer Katif.
3
De heer Katif: Voorzitter, ik zou het maar gelijk even hard willen spelen. Mensen in Dubbeldam gaan verhuizen naar een villa van 1,5 miljoen. Aan wie wilt u dat dan verkopen? Aan wie? Denkt u werkelijk dat namelijk vanuit Dubbeldam mensen gaan verhuizen naar de Oude Boomgaard? Denkt u dat werkelijk? Dat is een wedervraag. De heer Noldus: Voorzitter. De voorzitter: De heer Noldus. De heer Noldus: Via de voorzitter zeg ik dan maar … De heer Katif: Voorzitter. De heer Noldus: Via de voorzitter zeg ik dan maar, kijk, die huizen worden natuurlijk gebouwd, als daar behoefte aan is. En als er behoefte aan is, dan laten mensen daar woningen op achter. En dat is die doorstroom die je op gang wil krijgen om echt die betaalbare woningen vrij te krijgen, juist in een Dubbeldam, waar ook zo weinig beschikbaar komt. De heer Katif: Voorzitter. De heer Noldus: Als antwoord op de wedervraag. De voorzitter: De heer Katif. De heer Katif: Maar die behoefte zie ik sowieso niet, voorzitter. Als die behoefte er is, dan zou ik graag sowieso van het college willen zien, is die behoefte daadwerkelijk namelijk dat je woningen van even ronduit boven de miljoen … Dat zou ik graag willen zien. En of dat een bijdrage levert namelijk aan de Dordtse samenleving. Want uiteindelijk hebben wij woningen nodig die bijdragen aan die doorstroming, waar de heer Noldus het over heeft.
En niet aan een woning van 1,5 miljoen. Met alle respect. De voorzitter: De laatste interruptie. De heer Katif: Voorzitter, daar gaat het helemaal niet om. Het gaat om iets heel anders namelijk. De heer Noldus: Voorzitter. De voorzitter: Laatste interruptie, de heer Noldus. En daarna mag de heer Katif zijn betoog vervolgen. De heer Noldus: Ik wilde wel op die laatste nog een vraag stellen. Want de heer Katif geeft aan, als er behoefte is, dan moeten we dat misschien wel doen. Ik ben dan benieuwd, is Beter voor Dordt dan bereid als er dan een analyse of informatie komt waarop die behoefte uit de markt er blijkt te zijn, dat Beter voor Dordt er dan ook is om dit te steunen? De voorzitter: De heer Katif.
4
De heer Katif: Steunen zal ik op dit moment even niet, omdat ik sowieso niet alleen à titre personnel hier spreek, maar ik spreek namens de fractie. En dit hebben we eigenlijk niet besproken. Die gedachte neem ik mee. De voorzitter: Vervolgt u uw betoog. De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. Waar was ik? Even kijken. Voorzitter, ook over de ongelijke behandeling, wat initiatiefnemers betreft, iets wat bij ons toch wringt een beetje. Bij het monumentale pand Teerlink houdt het college strak vast aan de bestemming. Maar bij de Oude Boomgaard, waar de bestemming evenmin woningbouw is, gaat men ineens wel in gesprek en sluit men overeenkomsten. Maar dat roept vragen op over de consistentie en de betrouwbaarheid van ons ruimtelijke beleid, voorzitter. Een andere kant, voorzitter, het participatie aspect mag hier niet onbenoemd blijven. Inwoners uit de omgeving hebben duidelijk aangegeven, althans bij ons, zich zorgen te maken over woningbouw op deze plek. Die zorgen gaan over het verdwijnen van groen, toename van verkeer, het verstoren van het openbare landschap. Als gemeente hebben we de verantwoordelijkheid, voorzitter, zulke signalen serieus te nemen en bewoners tijdig oprecht te betrekken bij ruimtelijke keuzes die hun leefomgeving raken. Mij is wel ter ore gekomen dat Dudok inmiddels een aantal specifieke mensen benaderd heeft met een brief.
Dit even ter kennis aan de commissie. Tot slot, voorzitter, Beter voor Dordt is blij dat er nu eindelijk een gesprek in de commissie en straks in de raad plaatsvindt. Dat is precies waar het hoort. Laten we dit debat voeren, doordat wij verwachtingen wekken richting ontwikkelaars en inwoners. En laten we dan ook helder zijn. Als de raad de bestemming hier niet wil wijzigen, dan moet het maar ook gezegd worden. Beter voor Dordt is niet tegen bouwen, mijnheer Noldus. Integendeel. Wij willen dat er woningen bijkomen die bijdragen aan het oplossen van de wooncrisis in Dordrecht, maar dat vraagt om de juiste keuzes op de juiste plekken. De locatie Oude Boomgaard is een plek waarvan wij zeggen, voorzitter, doe het alsjeblieft niet. De voorzitter: Duidelijk betoog, de heer Katif. De heer Noldus: Voorzitter. De voorzitter: Wie wil erop reageren? Een interruptie is dit, of een woordvoering? De heer Noldus: Eigenlijk, ik had een vraag gesteld in het begin. En die heb ik eigenlijk nog niet helemaal beantwoord horen worden in de woordvoering van de heer Katif. De voorzitter: En zou u uw vraag kunnen herhalen? De heer Noldus: De heer Katif gaf in het begin aan dat de overgang van bebouwde kom naar polderlandschap, dat je daar kritisch op moet zijn. Feit is, je hebt altijd ergens een overgang. En terecht dat je daar kritisch naar kijkt.
Wat is de weging van Beter voor Dordt waar die overgang zou moeten liggen en wat dan een gepaste invulling zou zijn? De voorzitter: De heer Katif. Je mag je microfoon eerst even aanzetten. De heer Katif: Ik vind het heel moeilijk, voorzitter, omdat wij juist die grens ook eigenlijk aan de linkerkant … Als je van deze kant komt eigenlijk, vanuit de Oudendijk, noem ik
5
het dan maar, dan is de grens voor ons eigenlijk de boomgaard. Dat is aan die kant en niet aan die kant. Dat is voor mij, althans voor ons als Beter voor Dordt de grens. Wij zijn initieel gewoon tegen bouwen op, in de boomgaard. Dat is voor ons de grens om dit wel of niet … De grens eigenlijk tussen het stedelijke en de polder, maar dan de boomgaard. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog meer interrupties op de heer Katif? Geef ik eerst de heer Roggekamp het woord. Daarna de heer Uysal, zag ik. En daarna zag ik de heer Oostenrijk ook? Ja? Oké. Eerst de heer Roggekamp. De heer Roggekamp: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, Beter voor Dordt geeft aan dat ze wel een overgangszone willen hebben, maar dat ze die niet aan deze kant van de Oudendijk willen verplaatsen. Terwijl volgens mij heel vroeger in het verleden is de Zuidendijk ooit als bouwgrens neergezet. Maar dat is heel vroeger. In de brief, en daar heb ik het nu alleen over, staat dat het pand 156 gewoon het gebied woonwijken heeft. Ik zie ook helemaal geen probleem om daar op een mooie manier over te gaan naar het groene gebied erachter.
Mijn vraag eigenlijk aan de heer Katif is, heeft hij liever dat er dan bouwtorens of zo inderdaad voor andere doelgroepen komen, of juist een mooie overgang van rustige woningen, niet te veel op elkaar, maar iets breder, naar een groen gebied? Wat is zijn visie daarop? Want binnenstedelijk bouwen, is inmiddels al gezegd, gebeurt op veel meer punten. Dit is al in een woonwijk. Kan je zien als binnenstedelijk bouwen, wat het huidige college ook wil. De voorzitter: De heer Katif. De heer Katif: Voorzitter, de heer Roggekamp heeft het over de verdichting in de binnenstad. Die is nog steeds niet klaar. En we hebben genoeg plek namelijk om te kunnen verdichten. Wij zijn nog niet klaar. En ik zou de vraag best willen beantwoorden. En ik vind hem op dit moment een beetje obsoleet. Althans, voor mij dan. Ik zeg, ik wil er geen antwoord op geven, lijkt zo onaardig. Maar zolang dat die verdichting niet volledig heeft plaatsgevonden, is daar op dit moment, wat Beter voor Dordt betreft, geen behoefte aan, op dit moment. De voorzitter: Dan zag ik een vraag van de heer Uysal. De heer Uysal: Dank, voorzitter. Eigenlijk in het verlengde van de heer Roggekamp. Ik ben het de grote lijnen wel eens met de woordvoering van de heer Katif. Alleen in 2021 heeft deze raad de grenzen bepaald van het woongebied en poldergebied.
En daaruit is de vaststelling, de constatering dat dit wel valt binnen een woonwijk. En de constatering is ook dat het terrein nu er vervallen bij ligt. Voor de ontwikkeling zijn we ook afhankelijk van een ontwikkelaar. Als gemeente bezitten we niet over de grond zelf. Wat als Beter voor Dordt tegen deze ontwikkeling is, als ze daar geen woningen willen bouwen, wat nu op dit moment wel wordt aangemerkt als een woongebied en we afhankelijk zijn van een ontwikkelaar, wat gaan we dan doen met de vervallen boomgaard? De voorzitter: De heer Katif.
6
De heer Katif: Voorzitter, heel kort. De vervallen boomgaard in goede staat terugbrengen. Ik herinner u, mijnheer Uysal, dat de boomgaard is in 2019 gekocht, niet om appels en peren in te planten. Maar die is gewoon letterlijk ook gekocht om te kunnen speculeren met de grond die daar zit. En dat is ook een van de punten waar wij een beetje enigszins moeite mee hebben. Breng het in een goede staat. Lijkt mij een hele goede gedachte. De voorzitter: Ik zie een vervolgvraag bij de heer Uysal. De heer Uysal: Jazeker. Terechte opmerking. Ook wij als GroenLinks zijn tegen die speculatie van de grond. De ontwikkelaar heeft de grond bewust gekocht, met het idee om de grond daar in waarde te laten stijgen. Maar we zijn wel afhankelijk van de ontwikkelaar. En we staan nu aan de vooravond om als gemeenteraad toch de regie in handen te nemen om die private sturing daar enigszins te dempen en verzachten. En we kunnen nu hier voorwaarden stellen aan de ontwikkelaar. Het college heeft in het raadsvoorstel een aantal randvoorwaarden gesteld. Ik heb u daar niet over gehoord, over hoe u kijkt naar die randvoorwaarden en welke randvoorwaarden wij eventueel als gemeenteraad daaraan kunnen toevoegen, om te zorgen dat we nog enigszins de regie houden over dat gebied. De voorzitter: De heer Katif. De heer Katif: Voorzitter, de randvoorwaarden.
Voorzitter, als je het raadsvoorstel even leest, dan ziet u namelijk dat die vijftien, misschien overdrijf ik, maar die vijftien villa’s zouden daar moeten komen. Welke randvoorwaarden je ook zet, er zullen 15 villa’s zijn. Wat wil je daar nog meer van maken? Wat mij betreft, of tenminste wat Beter voor Dordt betreft zeg ik, zorg dat dat stukje gewoon een mooi stuk blijft. En ik zou bijna zeggen, dat is het. Je hebt geen enkele voorwaarde die je kan stellen hoor, kan ik u vertellen. Want je kan daar geen sociale woningbouw, als wij dat gewoon zouden willen … Gaat je niet lukken. Als je dat lukt, dan zeg ik u bij dezen, wil Beter voor Dordt niet alleen meedenken, maar die kunt u aan uw zijde zien. De voorzitter: Ik zie nog een laatste vervolgvraag. De heer Uysal. De heer Uysal: Heel kort, voorzitter. Is Beter voor Dordt dan ook bereid om met een voorstel te komen om het woongebied daarvan af te halen, uit de Omgevingsvisie? De voorzitter: De heer Katif. De heer Katif: Ik verstond de vraag niet helemaal, mijnheer Uysal, via u, de voorzitter. De voorzitter: Of Beter voor Dordt dan ook met een concreet voorstel komt. De heer Uysal: Om het woongebied wat nu in de Omgevingsvisie is vastgesteld, waar nu wonen centraal staat voor deze locatie, daar ook van af te halen. Want dat is eigenlijk het enige antwoord wat ik dan afleid uit uw reactie actief. De voorzitter: De heer Katif.
7
De heer Katif: Ja. De voorzitter: Kort, maar krachtig. De heer Oostenrijk dan. De heer Oostenrijk: Voorzitter, goed dat de heer Katif even gemeld heeft dat die situatie rond 2019 al speelde. Ik kan me dat ook nog herinneren, maar ik had het jaartal niet meer voor ogen. En ik wil nog iets verder teruggaan. Ook in die periode of eerder, maar dat kan uitgezocht worden, speelde de hele ontwikkeling rond de miljoenenvilla's rond de Hazelaarlaan. En dan praat ik over de sluit, of laten we zeggen de sloop van het tuincentrum Pap en de gemeentelijke kassen die erachter zaten. Daar is toen, ik meen onder wethouderschap Sleeking, het groene licht gegeven om daar miljoenenvilla's te ontwikkelen. Het was voor iedereen duidelijk dat op dat moment ook, laten we zeggen, het verlengde er wel in zou zitten dat in de boomgaard dezelfde ontwikkeling zou gaan plaatsvinden. Alleen ik kan me … Maar dat valt te achterhalen, want er is toen het nodig over gewisseld. Ik meen dat toen gesproken werd over vijf, zes villa's in het groen verpakt. De voorzitter: Zou u tot een vraag kunnen komen, de heer Oostenrijk? De heer Oostenrijk: Niet aan de heer Katif. In die zin was toen al duidelijk, ook met de aankoop door Dudok, dat hier in potentie gebouwd zou gaan worden. Alleen wanneer? Dat is dan nu aan de orde.
Ik vraag me af of het niet een beetje vreemd is als Beter voor Dordt destijds wel akkoord is gegaan met de ontwikkeling van al die miljoenenvilla's, en dan hebben we het over flinke miljoenenvilla's, en dat dat dan niet … Want oorspronkelijk zou, dacht ik, ook de ontwikkeling plaatsvinden met de verbinding met de Hazelaarlaan. Nu wordt gewezen op de Lindelaan. Het is eigenlijk een vanzelfsprekendheid dat dit zou gaan gebeuren. Deelt de heer Katif dat? De voorzitter: De heer Katif. De heer Katif: Voorzitter, ik ga niet terug in de tijd. De heer Oostenrijk, nee. Ik bedoel, trouwens voortschrijdend inzicht. Ik bedoel, op een gegeven moment kun je ook dingen in de huidige situatie ... In die situatie hadden wij geen woningnood. Op dit moment hebben we wel een woningnood. Wij willen bouwen voor de sociale woningbouw. We willen het middensegment gewoon ook gaan aanpakken. En dat is een heel ander perspectief dan toen destijds. En ik ga namelijk een beleid van een wethouder niet verdedigen hier, want ik het is Beter voor Dordt 2025, mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voorzitter. De voorzitter: Een vervolgvraag, de heer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Ik hoor de heer Katif twee dingen zeggen. Ten eerste begon hij, het moet groen blijven. En daarna zei hij, als het sociale woningbouw wordt, dan voel ik er wel wat voor. Het is één van tweeën.
8
De voorzitter: De heer Katif, is het één van de twee? U wilt daar geen reactie op geven? Nee? Oké. Duidelijk. Dan gaan we naar de heer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, ik had eigenlijk dezelfde vraag die de heer Oostenrijk net stelde als vervolgvraag op het debatje tussen de heer Uysal en de heer Katif, dat het principiële punt om het groen te houden verworpen werd toen het om een ander type woningen ging. Terwijl Beter voor Dordt juist stelde dat die overgang van de bestaande bouw naar de polder zo belangrijk was. En daar had ik een vraag over. Maar ik weet niet of de vraag in deze formulering misschien wel beantwoord kan worden door de heer Katif. De voorzitter: De heer Katif. De heer Katif: Wat was de vraag? De heer Noldus: In de zin, de heer Katif stelt dat het principieel is voor Beter voor Dordt dat dit onbebouwd blijft. In het debat met de heer Uysal geeft de heer Katif aan, behalve als het sociale woningbouw betreft. Terwijl ook in de woordvoering van de heer Katif naar voren komt dat het vooral gaat over die overgang van de bestaande bebouwing naar de polder. Die dingen kan ik dan niet met elkaar rijmen. Dus ben ik benieuwd naar de duiding van Beter voor Dordt daarop. De voorzitter: De heer Katif. De heer Katif: Voorzitter, misschien ben ik te voorbarig geweest als het gaat om sociale woningbouw.
Kijk, als wij in een situatie terechtkomen waarin je eigenlijk geen kant meer uit kan, en dat realisme heb ik ook wel, of tenminste hebben wij als Beter voor Dordt hartstikke voor ogen, dan kun je ook niet anders. Maar in dit geval kun je heel veel. En dat is wat ik eigenlijk probeerde te zeggen. Je hebt namelijk een verdichting in de stad. Er is genoeg ruimte om het een en ander te doen. Dan zou het heel doodzonde zijn, laat ik het maar heel populistisch zeggen, als je dat stukje wat verwaarloosd is niet in de oude staat kunt terugbrengen. En nogmaals, die speculatie zit ons ontzettend dwars. Dat is gewoon zo. Ik vind het gewoon onbestaanbaar dat als je zegt, ik doe het voor de stad, waarmee we ondernemers, in dit geval … Dat wringt. En als sociaal mens mag ik dat gewoon vinden. Ook zelfs als ondernemer trek ik me dat aan. Dan ga ik aan. Maar goed. De voorzitter: Ik wil eigenlijk even door naar de volgende woordvoeringen. Wie zou ik het woord mogen geven voor een woordvoering? Ik zie de heer Uysal zijn hand omhooggaan. Dan geef ik die het woord. De heer Uysal: Dank, voorzitter. Voorzitter, deze locatie kent een lange geschiedenis. De boomgaard aan de Oudendijk roept herinneringen op, maar ook zorgen. En niet alleen bij omwonenden, maar breder in de stad. En die zorgen begrijpen wij heel goed. Het terrein ligt aan de rand van het woongebied, tegen het open landschap aan.
Het maakt deel uit van een ecologische zone en is foerageergebied van de beschermde steenuil. We hebben het hier niet over een willekeurige plek, maar over een locatie met zowel ecologische waarde als landschappelijke betekenis. Letterlijk op de grens van stad en polder. En wij begrijpen dat de bewoners zich afvragen, blijft het bij deze ene ontwikkeling of is dit het begin van een geleidelijke verschuiving het buitengebied in?
9
Gaat er stukje bij beetje toch gebouwd worden in de polder? En die zorgen nemen wij serieus. Als GroenLinks vinden wij dat we daarom hier uiterst zorgvuldig mee om moeten gaan. Maar tegelijkertijd, voorzitter, zien we ook dat het terrein er verwaarloosd bij ligt. En ligt ook een kans om deze plek op te waarderen met een kleinschalig, groen woonproject. Volgens de Omgevingsvisie ligt deze locatie binnen het gebied woonwijken. Woningbouw is in principe mogelijk, mits dat gebeurt met oog voor kwaliteit, landschap en omgeving. Het college heeft een aantal belangrijke randvoorwaarden meegegeven aan dit plan. En een daarvan is de veronderstelde behoefte aan grote grondgebonden woningen in Dordrecht. En dat deze locatie zich daar goed voor zou lenen. En daarmee wordt in feite de weg vrijgemaakt voor een villawijk. Wat GroenLinks betreft is dat geen vanzelfsprekendheid. Deze locatie, voorzitter, ligt in Dubbeldam. Een wijk waarin het aandeel sociale huurwoningen zeer beperkt is. En juist in deze fase, waarin we samen verkennen of ontwikkeling überhaupt haalbaar en wenselijk is, is het van belang om het volledige spectrum aan woonbehoefte te betrekken. En daarom vragen wij het college om als aanvullende randvoorwaarde aan de ontwikkelaar mee te geven dat wordt onderzocht of sociale of betaalbare woningen op deze locatie mogelijk zijn.
En ons als raad te informeren met inzicht in de financiële mogelijkheden om dit daadwerkelijk te realiseren. De voorzitter: Interruptie van de heer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voorzitter, toch een vraag aan de heer Uysal. Hoe hij dat voor zich ziet? Het is terrein van een particulier, met als doel om daar luxe villa's neer te zetten. Ik zou toch graag het scenario willen zien hoe hij het voor elkaar kan krijgen dat er dan sociale woningbouw zou kunnen gaan komen. Daar moet een gedachte achter zitten, wie gaat dat dan betalen? De voorzitter: De heer Uysal.
De heer Uysal: Voorzitter, diezelfde vraag heb ik ook. En daarom stel ik aan het college om dat als randvoorwaarde mee te geven aan de ontwikkelaar, om dat ook inzichtelijk te maken. Op dit moment hebben wij als raad geen inzicht in het financiële plaatje van het project. Ik weet niet wat het betekent hoe het financiële plaatje eruitziet met woningen in het hoge segment. Maar ik weet ook niet hoe het plaatje eruitziet met woningen in het lage segment. En natuurlijk snap ik wel dat met een lage dichtheid en ook met de eisen die we stellen aan de landschappelijke inpassing dat dat best wel een duur plaatje gaat zijn. Maar ik zou ook heel graag de financiële inzichten krijgen als we daar sociale of betaalbare woningen realiseren. En dan kunnen we op die manier de juiste afweging maken. De voorzitter: Ik zag de heer Noldus ook met een vraag. De heer Noldus: Voorzitter, ik heb nog een vraag aan GroenLinks. Wat voor GroenLinks de definitie is van de term wijk? Want er wordt hier gesproken over een villawijk. Dat vind ik eerlijk gezegd nogal wat, als we het hebben over het plot waar het hier over gaat. Een het gaat hier over vijftien woningen die geprognotiseerd zijn. Ik ben benieuwd naar de duiding van GroenLinks op de definitie van een wijk.
10
De voorzitter: De heer Uysal. De heer Uysal: Voorzitter, dat ziet eigenlijk meer toe op Dubbeldam. De wijk waarin deze locatie is gelegen. In Dubbeldam zijn gewoon nou eenmaal heel weinig sociale en betaalbare woningen en zijn er heel veel woningen in het hoog segment. Dat was meer een verwijzing daarnaartoe, dan specifiek de woningen die hier op deze locatie zijn voorgesteld. De voorzitter: Nog een vervolgvraag, de heer Noldus. De heer Noldus: Toch een vervolgvraag, omdat er wordt gesproken over een villawijk. Is dan de opvatting van GroenLinks dat Dubbeldam een villawijk is? De voorzitter: De heer Uysal. De heer Uysal: Voorzitter, de opvatting van GroenLinks is dat Dubbeldam nog veel sociale huurwoningen en woningen in het betaalbare segment kan gebruiken. En wij zijn heel erg benieuwd of deze locatie daarvoor geschikt is. De voorzitter: Dan zag ik nog een interruptie van de heer Katif, of niet? Nee? Oké. Vervolgt u uw betoog dan, de heer Uysal. De heer Uysal: Voorzitter, als we ook kijken naar die randvoorwaarden, dan zien we mooie woorden over de landschappelijke inpassing en ecologie, maar die zijn ook vrij vaag en globaal geformuleerd. En daarom vragen wij het college ook om als aanvullende eis een volledige ecologische effectanalyse expliciet aan de ontwikkelaar mee te geven.
Want alleen met objectief inzicht in de effecten op natuur en biodiversiteit kunnen wij als raad, wat ik zojuist ook zei, zorgvuldig en verantwoord een besluit nemen. En wat ons betreft kan dit plan alleen doorgang vinden als het daadwerkelijk met respect wordt uitgewerkt voor natuur, de ecologische waarde en het omliggende landschap en klimaat. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, de heer Uysal. De heer Katif: Voorzitter. De voorzitter: Een interruptie nog, de heer Katif. De voorzitter: Dank u wel. Ik word getriggerd door de heer Uysal, voorzitter. De ecologische waardes, wat verstaat GroenLinks onder de ecologische waardes? Want ik hoor dat u niet nee zegt tegen bouwen in de Oude Boomgaard, maar ik hoor u wel beperkingen leggen. En een van die beperkingen is ecologische waardes. Waar moet ik aan denken? Want ik bedoel, de boomgaard is een ecologisch waardevolle plek. De voorzitter: De heer Uysal. De heer Uysal: Voorzitter, wij willen weten wat woningbouw op deze locatie voor effect gaat hebben op de natuurwaarden in dat gebied. En niet alleen op dat gebied zelf, maar het is ook een overgang van de bebouwde woningbouw tot het polderlandschap. Het
11
heeft ook wel effect op de omgeving. En dat willen wij gewoon goed in kaart hebben gebracht door het college. En nu wordt daar in de randvoorwaarden gesproken over open termen, zoals landschappelijke inpassing of klimaatadaptieve inrichtingen. Het klinkt allemaal heel mooi. Maar wij willen dat gewoon helder op papier hebben en ook heel duidelijk met cijfers, wat doet dat met de natuurwaarden in dat gebied? Daar leven beschermde soorten. Ik had het net daar ook over. De steenuil bijvoorbeeld. Maar ook de ecologische verbindingen van de bebouwde kom naar het open polderlandschap. Het is een zeer bijzonder en unieke locatie. En dat betekent dat we daar gewoon heel zorgvuldig mee om moeten gaan. De voorzitter: Wie mag ik het woord geven? De heer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, dank u wel. Ook de Dordtse VVD houdt van ons polderlandschap. Maar deze vervallen locatie ontwikkelen tot mooie woningen is, moeten wij zeggen, toch een unieke kans voor onze stad. En ook voor Dubbeldam in het bijzonder, waar juist de behoefte aan extra woningen en doorstroming groot is, maar de mogelijkheden ook zeer beperkt zijn. Het is, zoals ook in het debat eerder benoemd, als woonwijk ten noorden van de Oudendijk. En als we kijken naar waar de grootste aantallen zitten in onze woningbouwopgave, dan zitten die in onze stad in de Spoorzone. En daar zijn veel appartementen en stedelijke stijl gepland.
En deze locatie leent zich uitermate voor ruimer opgezette grondgebonden woningen in landelijke stijl, juist voor die overgang naar het buitengebied, wat net al even naar voren kwam in het debat. De voorzitter: Een interruptie, de heer Katif. De heer Katif: Voorzitter, dank u wel. Ik hoor de heer Noldus praten over doorstroming vanuit Dubbeldam, In alle eerlijkheid en ernst, welke doorstroming hebt u het over? Ik bedoel, de wijk Dubbeldam ken ik ook. Er zijn hele mooie woningen. Je hebt ook nog woningen aan de andere kant van Dubbeldam, als het gaat om Stadhouderstraat, en er zijn andere woningen dan de woningen aan de andere kant bij Damplein. Maar over welke doorstroming hebt u het? Ik bedoel, als we vijftien villa’s daar zouden neer gaan zetten, en een doorstroming van waar naar waar? De voorzitter: De heer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, heel feitelijk is dat een doorstroming van degenen die daarnaartoe verhuist, die laat een huis achter, waar die dan ook is. En de cijfers zeggen dat een groot deel van de bestaande voorraad binnen Dordrecht over alle wijken heen aan Dordtenaren wordt verkocht. Dat geldt evenzo goed in Dubbeldam. Maar ik kan nu niet die garantie geven dat dat Dubbeldammers zijn. Maar de doorstroming komt op gang op het moment dat daar mensen naartoe kunnen verhuizen die een woning achterlaten. Dat is de doorstroming die ik bedoel, voorzitter.
De voorzitter: Een interruptie van de heer Groenewege. De heer Groenewege: De Dordtse VVD stelt dat er een overgang moet komen van de stad naar het platteland, en dat daar grote grondgebonden woningen passend bij zijn. Maar als je naar het platteland kijkt, dan is dat helemaal niet alleen maar bevolkt door grote woningen. Ook daar is gewoon een mengeling van grote en kleine woningen. En
12
kleine woningen passen ook prima bij een landelijke uitstraling. Is de Dordtse VVD dat met ons eens? De voorzitter: De heer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, eens dat ook in het buitengebied een afwisseling aan woningen staat. Mijn opmerking ging vooral over de overgang van die bestaande bebouwing naar het poldergebied. Daar moet je heel secuur mee zijn. Mijn volgende zin in mijn woordvoering was geweest dat we de randvoorwaarden en uitgangspunten, zoals in de raadsinformatiebrief, die daar invulling aan geven, over zichtlijnen, over opzet, over groenstructuren, ze staan in de raadsinformatiebrief, dat we die herkennen. Dat we dat belangrijke uitgangspunten vinden om zo'n overgangsgebied op een goede manier in te geven. Om die verbinding te maken tussen polderlandschap en het bestaande wat daar ligt. De voorzitter: De heer Groenewege, een vervolgvraag. De heer Groenewege: Voorzitter, het punt wat ik namens de Partij voor de Dieren juist wil maken, is dat die voorwaarde van die grote grondgebonden woningen helemaal niet tot doel heeft om een overgang te maken tussen landelijk en stedelijk gebied. Want landelijk gebied is niet alleen maar grote grondgebonden woningen, en stedelijk gebied ook niet. Dat kan prima een mengeling zijn. En ook een wijk die bestaat uit grote en kleine woningen kan je een landelijke uitstraling geven.
Is de heer Noldus dat met ons eens? De voorzitter: De heer Noldus. De heer Noldus: Dat kan uiteraard, maar dat hangt ervan af van in wat voor ruimtelijk gebied je zit. Als je kijkt naar dat gebied waar je hier zit, dan zoek je een inpassing wat past bij zowel het stedelijk gebied als de overgang naar die polder. En dat zien wij in de invulling, zoals die hier voorligt. Voorzitter, als ik dan de laatste zin van mijn woordvoering … De voorzitter: Niet zo snel, want ik geloof dat de heer Uysal ook nog een interruptie had. De heer Uysal: Voorzitter, ik leid uit de antwoorden op de reacties van mijn collega's van de heer Noldus af dat de VVD hier geen ruimte ziet en ook geen mogelijkheden ziet voor woningen in andere segmenten. Klopt dat beeld? De voorzitter: De heer Noldus. De heer Noldus: Ik heb vooral gezegd dat wij de invulling, zoals die wordt voorgesteld in die overgang met die grote grondgebonden woningen, een hele goede vinden. En als dat gaat over wat voor type, dan is dat het punt wat wij daarin steunen. Jazeker. En als dat voldoende antwoord is voor de heer Uysal … De voorzitter: Vervolgt u uw betoog.
13
De heer Noldus: Want dan zou ik zeggen, wij kijken uit naar de verdere … De heer Uysal: Ik had nog wel een vervolgvraag, voorzitter. De voorzitter: Nog een kleine vervolgvraag dan, de heer Uysal. De heer Uysal: Want ik ben wel benieuwd hoe de VVD daartegenaan kijkt. Want net werd gesproken over grondspeculatie. Maar we weten allemaal dat de ontwikkelaar destijds de locatie heeft gekocht niet voor agrarisch gebruik, maar juist om de waarde te vermeerderen via woningbouw. Landelijk worden er nu regels gemaakt met betrekking tot planbatenheffing. Als ontwikkelaars zonder iets te doen daar forse winst mee maken, dan mogen wij als gemeente daar ook wat van vragen. En ik zie hier zelf, of GroenLinks ziet hier zelf ook mogelijkheden om aan de ontwikkelaar, vanwege die flinke winsten, de miljoenenwinsten die hier worden gemaakt, een extra bijdrage te vragen om te kijken, kunnen we niet woningen in andere segmenten bouwen? Hoe reflecteert de VVD daarop? De voorzitter: De heer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, ik hoor gesproken worden over miljoenenwinsten en zo. Dat weet ik allemaal niet wat voor winsten hier gemaakt worden. Kijk, het gaat me om, wat voor product willen we hier zien, en wat voor invulling zien we hier ook ruimtelijk in? En of daar een ontwikkelaar wel of niet iets tegen welke prijs gekocht heeft, is dan niet zo relevant.
Het gaat erom, wat kunnen we hier toevoegen aan woningbouw voor onze stad? Ik heb al betoogd, we hebben heel veel inbreidingslocaties, verdichtingslocaties. Daar heb je een bepaalde doelgroep die je daarmee bedient en ook een bepaalde doelgroep die je daar niet mee bedient. Dit soort gebieden zijn daar een enorme diversificatie op. En als we onze woningbouw serieus nemen in de breedte, dan zijn dit soort stukjes daarbij echt nodig als aanvulling, in onze opvatting. De voorzitter: Ik ga de heer Noldus voor nu eventjes het betoog laten vervolgen. De heer Uysal: Voorzitter. De voorzitter: Bewaart u uw vraag even tot aan het einde van zijn betoog. Want omwille van de tijd, ik wil ook nog alle andere partijen straks het woord geven. De heer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, want ik wilde afsluiten met, wij kijken vooral ook uit naar het vervolgproces. Want vanaf hier gaan we pas echt die ruimtelijke procedure starten, waarin die participatie plaatsvindt, waarin al die studies over ecologie plaatsvinden. E die zullen we t.z.t., wat ons betreft, beoordelen in het omgevingsplan. En daar wilde ik het nu bij laten, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan waren er nog een paar vervolgvragen. De heer Uysal. De heer Uysal: Dat ging over de gemengde woningen op deze locatie.
Want we zien ook wel dat uit heel veel studies komt naar voren dat op plekken waar sociale huurwoningen staan, daar ook relatief weinig groen is. En de simpele vraag is, gunt de VVD ook deze
14
mensen dan, mensen die bestemd zijn voor sociale woningen, ook niet een prachtige locatie, zoals deze, lekker midden in het groen. De voorzitter: De heer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, dan mijn wedervraag vraag. Want ik begrijp oprecht niet zo goed wat de heer Uysal en GroenLinks ziet als invulling van die sociale huurwoningen, als je dan kijkt naar dit type gebied. Ik ben dan benieuwd naar de duiding en de invulling van de stedelijk contouren van GroenLinks, hoe om te gaan met die randen van de polder van GroenLinks? Wat voor woonconcept daar dan zou passen, in het kader van sociale woningbouw. En eerder dan dat kan ik deze vraag eerlijk gezegd niet beantwoorden. De voorzitter: Een wedervraag. Is niet de eerste deze avond. Wil de heer Uysal hier nog op reageren? De heer Uysal: Ja, voorzitter. Wij denken liever in oplossingen in plaats van problemen. En ik hoor vanuit de VVD alleen maar moeilijkheden om de sociale woningen hier koste wat het kost tegen te houden. Het is ook pijnlijk om te horen dat de VVD alles uit de kast trekt om hier ten koste van alles de villawijk, of villawijken, dat komt weer uit mijn mond, maar om de villawoningen hier te realiseren. Ik vraag hier alleen maar van de VVD om de mogelijkheden op een rijtje te zetten.
En om op basis daarvan gewoon een rationele afweging te maken, is het haalbaar en is het ook mogelijk? De heer Noldus: Maar voorzitter, als reactie, want dat is toch een soort van korte termijn vraag. Dan hoor ik nog steeds niet van GroenLinks wat dan die invulling van de sociale huurwoningen zou moeten zijn in dit gebied. En wat voor type woningen dat dan zouden moeten zijn? En eerder dan dat kan ik daar ook, eerlijk gezegd, geen antwoord op geven. Als dat dan sociale huurvilla's worden, dan kan ik me dat wel voorstellen. Maar ik kan me niet voortellen dat GroenLinks dat bedoelt. De voorzitter: Zijn er nog meer interrupties op de heer Noldus? Geen interrupties meer. Wie mag dan het woord geven? De heer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voorzitter, het is duidelijk dat de CDA-fractie op zich het begrijpelijk vindt dat daar een vorm van villabouw wordt gepleegd. En ik heb straks al even gezegd, toen ging ik terug, toen het ging over de aankoop van dat terrein, en het is goed om dat nog maar even een keer boven water te tillen, in mijn beleving ging het toen over vijf, zes villa's. Nu wordt er gesproken over vijftien. We hebben verder geen achtergrondinformatie. Ik kan me nog niet, laten we zeggen, blind conformeren aan het aantal van vijftien. Want dat aantal zal, laten we zeggen, af moeten hangen in de zorgvuldige inbedding in dat terrein.
En het kan best zijn dat er meer als vijf of zes kunnen, maar het is niet vanzelfsprekend op voorhand dat dan vijftien daar het gewenste aantal is, wil je dan inderdaad rekening houden met een passende inbedding in het groen. Ik zeg het maar even zo. Dat voorbehoud zou ik wel willen maken. Oftewel, daar moet goed naar gekeken worden wat dan passend is. En daaruit volgt een aantal woningen. Ik heb de hele discussie nu gehoord over sociale woningbouw. Ik wens het
15
college veel succes om daar een verhaal van te maken. Maar ik vind het een utopie, omdat we hebben het over een door een projectontwikkelaar aangekocht stuk grond. En de gemeente dan de macht zou kunnen uitoefenen om, laten we zeggen, daar sociale woningbouw af te dwingen. Ik ben erg benieuwd naar de toelichting die dan het college t.z.t. gaat leveren. De voorzitter: Dat roept een interruptie op bij de heer Katif. De heer Katif: Voorzitter, ik vind het heel jammer dat de heer Oostenrijk de gemeenteraad als een soort, hoe moet ik dat zeggen, tandeloze tijger, noem ik het … Uiteindelijk gaan wij een omgevingsplan … Er wordt namelijk vastgesteld of daar woningen komen of niet. En in deze kan het college doen wat ze willen, maar als er een meerderheid in de raad is die zegt, dat gaat niet door, dan gaat het ook niet door. En ik herinner u, mijnheer Oostenrijk, aan de tijd inderdaad dat er een bestemmingsplan voor een bepaalde polder ook niet doorgegaan is. Even ter antwoording. De voorzitter: De heer Oostenrijk.
De heer Oostenrijk: Voorzitter, prachtverhaal natuurlijk. De glans van Beter voor Dordt met de Zuidpolder kwestie moet natuurlijk gekoesterd blijven. Ik wens de heer Katif veel succes daarmee. Maar dit is een andere orde. Hier gaat het over een zeer beperkt stukje gebied, aansluitend, ik zeg het nog maar een keer, aan de villawijk van de Hazelaarlaan. En als het zorgvuldig wordt verwerkt in een nieuwe groene setting, dan moet dat best kunnen. De voorzitter: Dan zag ik nog een interruptie van de heer Tutupoly. De heer Tutupoly: Dank u wel, voorzitter. Ik hoor de heer Oostenrijk zeggen dat je als gemeente eigenlijk niks kan eisen, bijvoorbeeld bij een Projectontwikkelaar die een stuk grond gekocht heeft. Alleen de projectontwikkelaar heeft een agrarische stuk grond gekocht. En die wil een bestemmingswijziging. Is de heer Oostenrijk dan van mening dat je op zo'n moment als gemeente ook geen eisen kan stellen waar de projectontwikkeling de gemeente nodig heeft om agrarische grond, waar eigenlijk speculatie heeft plaatsgevonden, om te zetten in woningbouw? De voorzitter: De heer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Dat zou kunnen. Maar nogmaals, en ik moet in herhaling vallen, het was toen een logische vervolgkwestie, wat begonnen is in de bouw van de villa's in de Hazelaarlaan. En als je dat gebied zo ziet, vlak bij de Oudendijk ga je dan het bochtje om.
Er is een logica, wat dat betreft die we kunnen delen. De voorzitter: Duidelijk. Een vervolgvraag, de heer Tutupoly. De heer Tutupoly: De heer Oostenrijk heeft het iedere keer over een logica dat daar gebouwd mag worden. Nou zie ik hier een stuk in het AD staan uit 2019, waarin uiteindelijk wordt aangegeven als reactie op de vragen van GroenLinks destijds hoe het
16
zat met deze boomgaard en of er een woonbestemming op zou komen? Het college heeft destijds geantwoord dat de bestemming van de boomgaard niet zal gaan veranderen. Dat dat zowel in de Structuurvisie als in het bestemmingsplan vastligt en de boomgaard ook onderdeel is van de ecologische eisenzone, die deel uitmaakt van een bepaald gebied met de beschermde steenuil. Ik mis eigenlijk een beetje die logica, als ik dit stuk lees, om dan te zeggen, het is logisch dat daar uiteindelijk ook woningbouw plaats zal vinden. Is de heer Oostenrijk bekend met deze materie? De voorzitter: De heer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Bekend met deze materie? In globaal opzicht zeker. Maar je moet alles in relatie met elkaar zien. En laten we zeggen, er zou geen logica zijn als de villa's aan de Hazelaarlaan niet zouden zijn gebouwd. Daar is destijds ook groen licht voor gegeven. Toen nog door de heer … Maar ik kan me vergissen. Ik kijk even naar de heer Burggraaf, maar volgens mij toen met de heer Sleeking als portefeuillehouder. En dat was eigenlijk de aanzet tot de afronding van het geheel. Dat is de logica. Als je echt had gemeend dat de boomgaard niet bebouwd zou moeten worden, dan had je ook de Hazelaarlaan niet moeten bouwen. Toen is eigenlijk de stap gezet om het kassengebied om te zetten in woningbouw. Dat had niet gehoeven, maar het is wel gebeurd.
De voorzitter: Dan zag ik nog een interruptie van de heer Groenewege. De heer Groenewege: Ik hoor de heer Oostenrijk, namens het CDA, zeggen dat het college geen eisen kan stellen aan de hoeveelheid sociale huurwoningen. Dan is het interessant dat er in de raadsinformatiebrief zeven randvoorwaarden aan de ontwikkeling worden gesteld. Gelooft de heer Oostenrijk dat deze randvoorwaarden ook maar een beetje uit de losse pols … En wat de ontwikkelaar ermee doet, dat moet hij zelf maar weten. En dat heeft helemaal geen impact. Want dat zou volgen uit zijn verhaal. De voorzitter: De heer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voorzitter, die zeven randvoorwaarden hebben betrekking op, laten we zeggen, de setting van de woningen, en passend in de omgeving. Alleen die spreekt natuurlijk totaal niet over het aspect sociale huurwoningen, omdat dat ook omdat … Eigenlijk, ik vind het buiten de horizon, die hele discussie. Laat ik het maar zo zeggen. De heer Groenewege: Voorzitter De voorzitter: Een vervolgvraag, de heer Groenewege. De heer Groenewege: Het is gewoon onjuist, denk ik, wat de heer Oostenrijk stelt. De laatste randvoorwaarde is dat er behoefte is aan grote grondgebonden woningen en dat deze locatie zich hier goed voor leent. En er staat natuurlijk niet letterlijk in bouwvilla's, maar daar komt het wel op neer.
Iedereen die deze zin leest die snapt, de opdracht is, bouw vijftien villa's, en niet sociale huurwoningen. Vindt de heer Oostenrijk dat er hier aan deze randvoorwaarden iets zou moeten veranderen?
17
De voorzitter: De heer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Nee, voorzitter, omdat in 2019 dat ook niet als zodanig aan de orde is gekomen. De voorzitter: U was u klaar met uw betoog? Ja? Ik zag de heer Roggekamp eerder. En daarna ga ik naar de heer Groenewege. De heer Roggekamp: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, we hebben het over een overgangsgebied. En als je inderdaad vanuit je ivoren toren van bovenaf kijkt, is het een heel mooi overgangsgebied. Maar als je met de boots on the grond gaat kijken, dan zie je alleen een groot, groen, verwaarloosd gebied. Is het zo mooi groen? Ja. Het huidige college, en net ook bevestigd door Beter voor Dordt, wil liever alle veldjes binnen de bebouwde kom bebouwen. Nou ligt dit ook binnen de kom die afgesproken is, waar bebouwd mag worden. En wij zijn er niet zo voorstander van om alle voetbalveldjes te bebouwen, maar dit soort gebieden kunnen dan wel heel mooi. En wij zijn dan eigenlijk, zoals het er nu staat, met de randvoorwaarden, gewoon ermee eens, zonder de aanvullende eisen, zoals GroenLinks ook aangaf. En laten we dan eerst kijken waar ze mee komen. Want er staat nergens dat er villa's inderdaad moeten komen, wat voor dingen. Laat die ontwikkelaar eerst kijken, wat is echt mogelijk, wat kan die op het terrein doen? En daarmee willen we eigenlijk het college groen licht geven om hiermee door te gaan.
En dan gaan we kijken, wat er nu komt, past dat binnen de visies en de dingen die wij eerder ook bedacht hebben. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Zijn daar interrupties op? De heer Uysal. De heer Uysal: Voorzitter, een hele korte vraag. Wat verstaat Gewoon Dordt dan onder grote grondgebonden woningen, als dat geen villa's mogen zijn? De voorzitter: De heer Roggekamp. De heer Roggekamp: Je kan meerdere grote woningen maken, maar het hoeven geen villa’s te zijn. En we zijn nu heel erg aan het speculeren en op de stoel van de ontwikkelaar aan het zitten, waar wij helemaal niet goed in zijn. Laat ze alsjeblieft eerst met een voorstel komen. En dan gaan kijken, wat is het? In plaats van nu al invullen voor een ontwikkelaar, waar wij gewoon niet goed in zijn. De voorzitter: Een interruptie, de heer Tutupoly. De heer Tutupoly: Een interruptie voor de heer Roggekamp. U heeft het erover, laat eerst de ontwikkelaar komen met zijn plan. Maar zou het voor de ontwikkelaar misschien niet mooier zijn als hij weet wat de wensen ook zijn van de gemeenteraad erbij, zodat hij daar eventueel op zou kunnen inspelen? De voorzitter: De heer Roggekamp.
18
De heer Roggekamp: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, die staan in de randvoorwaarden en uitgangspunten. En daarmee willen we dat hij aan de gang gaat dan. De voorzitter: Een vervolgvraag, de heer Tutupoly. De heer Tutupoly: Zoals ik het hier lees, is het vanuit het college, die randvoorwaarden. Ik had het eigenlijk erover wat de gemeenteraad zou wensen? Want die moet uiteindelijk voor de bestemmingsplanwijziging zorgdragen. Die moet dat goedkeuren. Juist als een ontwikkelaar op de hoogte is wat de gemeenteraad zou willen, zou dat dan niet voor hem ook fijner zijn om daar eventueel plannen op te kunnen aanpassen, zodat hij ook meer zou weten van, als ik dit doe, dan zou de bestemmingsplanwijziging er makkelijker doorheen komen. En daarnaast zal het me veel werk besparen eventueel om achteraf de plannen te moeten aanpassen. De voorzitter: De heer Roggekamp. De heer Roggekamp: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, dat is precies wat wij bedoelen. De raad geeft kaders mee. En de kaders die er nu genoemd zijn als randvoorwaarden en als uitgangspunten meegegeven zijn, denken wij dat een goed begin is om daarmee de ontwikkelaar op pad te sturen en te laten komen met wat daar in dat gebied heel mooi te doen is. De voorzitter: Dan ga ik voor een woordvoering naar de heer Groenewege. De heer Groenewege: Dank u wel.
Allereerst vinden we het goed dat dit gesprek gevoerd wordt, want zo voorkomen we dat ontwikkelaars nodeloos veel tijd en geld in plannenmakerij steken en dat de raad dan daarna voor een voldongen feit wordt gesteld, wat we al zo vaak hebben meegemaakt, ook in deze periode. Laat ik beginnen met, de Partij voor de Dieren staat niet te springen om binnenstedelijk groen vol te bouwen. Maar er moet wel ergens gebouwd worden, want de nood is hoog. En herontwikkelen kan niet overal. Voor de Partij voor de Dieren ligt dit perceel nog binnen de stadsgrenzen, binnen de dijken, niet in de polder. Wij kunnen een woningbouwontwikkeling op deze locatie in principe steunen. Voor wat betreft het type woningen gaat de Partij voor de Dieren niet met het college mee. De Partij voor de Dieren gelooft heilig in gemengde wijken, buurten, zelfs straten, zodat allerlei soorten mensen elkaar tegenkomen op straat. Zodat arm en rijk niet opgesloten zit in afgebakende enclaves, maar samen deze stad maakt. Het college heeft helaas precies de tegenovergestelde insteek. Het college wil hier namelijk uitsluitend grote grondgebonden woningen, lees villa's. Het zoveelste villawijkje in Dordrecht. Als we hier geen sociale huurwoningen bouwen, maar toch de 30 procent willen halen over de hele stad, dan zullen we meer sociale huurwoningen in andere ontwikkelingen moeten bouwen.
Dat zijn grotendeels binnenstedelijke herontwikkelingen, die hierdoor een nog ongunstigere businesscase krijgen en een lagere kwaliteit. Op deze manier wordt het verschil in kwaliteit tussen het villastraatje in Dubbeldam en de goedkopere nieuwe ontwikkelingen nog groter. De Partij voor de Dieren zal deze ontwikkeling niet steunen, als dit aspect in stand blijft. Ook mist de Partij voor de Dieren een concrete invulling van de buitenruimte. Het college eist, en ik citeer “Ruimte voor het landschap”. Maar wat voor landschap wordt dit? Een maanlandschap? Concrete eisen of wensen aan groen en ecologie worden niet gesteld. Wij roepen de
19
wethouder op om toe te zeggen dit aspect concreter in de randvoorwaarden op te nemen. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Roept dat vragen op? Ik geloof het niet. Toch wel. De heer Uysal. De heer Uysal: Voorzitter, de Partij voor de Dieren doet een soortgelijke oproep aan het college, om de effecten die deze ontwikkeling heeft op het natuurgebied. Is de Partij voor de Dieren het dan ook met ons eens om dan zo'n effectenanalyse als randvoorwaarde mee te geven? De voorzitter: De heer Groenewege.
De heer Groenewege: Nee, een analyse als randvoorwaarde vinden we niet verstandig, want de resultaten van een analyse tellen, en niet het doen van een analyse. Je kan veel beter vooraf stellen, we willen zus of zo ecologische waarde, we willen zoveel groen, we willen zoveel boomkroonbedekking. Bijvoorbeeld voor de hele stad hebben we als norm 30 procent boomkroonbedekking. Dat vind je nog bijna nergens. Zelfs in de parken heb je volgens mij geen 30 procent boomkroonbedekking. Laten we daar eens op gaan sturen bij nieuwe ontwikkeling, want dat is de manier waarop we dat realiseren in de stad. En niet met de zoveelste analyse. De voorzitter: Dank u wel. Korte vervolgvraag, de heer Uysal. De heer Uysal: Heel kort. Op zich een helder antwoord, maar wat verwacht de Partij voor de Dieren dan vanuit het college als het gaat om concrete voorwaarden, wat betreft ecologie en de natuur? De voorzitter: De heer Groenewege. De heer Groenewege: Denk bijvoorbeeld aan natuurinclusief bouwen. Het college heeft een handboek Natuurinclusief bouwen. Het zou mooi zijn als daarnaar gerefereerd wordt. Denk aan de hoeveelheid groen die ik net noemde, oppervlaktes groen, hoeveel bomen wil je in het openbaar? Heb je bijvoorbeeld een maximale hoeveelheid bestrating in tuinen? Dat soort normen kan je natuurlijk stellen. En dan wordt het wat concreter.
Kijk, het college zegt, we willen ruimte voor het landschap. Maar wat dat betekent, wordt helemaal niet duidelijk. En de ontwikkelaar kan daar iedere invulling aan geven die hij wil. Is het Energieplein ook een landschap? Want op die manier kan ik ook wel een landschap inpassen in een wijk. Het zou mooi zijn als dat wat concreter wordt en we een groene wijk krijgen die echt, zoals de VVD kennelijk wil, een overgang vormt tussen stad en platteland. De voorzitter: Wie mag ik het woord geven voor een woordvoering? De heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. Wij vliegen het meer vanuit bevoegdheid aan. De grond is al van de ontwikkelaar. En er zit een woonbestemming op. Op voorhand, zoals ik het nu lees, staan de lichten op groen voor woningbouw. Kan er naar het omgevingsplan
20
gekeken worden. En op die manier zou je de bestemming kunnen wijzigen, maar daar zijn we volgens mij nu nog niet. Nu begrijp ik dat het groen daar er wat verloren bij ligt en dat woningbouw, wat ons betreft, niet per se verkeerd zou zijn. Nu zijn wij niet de grootste villa of grondspeculatie fans. Uiteraard zien wij liever wat bescheidenere woningen gebouwd worden, die voor een veel grotere groep mensen te betalen zijn. Of meer een mix, zoals de heer Groenewege aangeeft. Maar onze vraag is, in hoeverre wij daar invloed op hebben? De voorzitter: Dat roept ook een interruptie al op. Gaat u zo verder met uw vraag. Maar dat roept al een interruptie op van de heer Groenewege.
De heer Groenewege: Ik ben wel benieuwd, want je hoort het vaak in deze commissie, dat het groen verwaarloosd is, verwilderd. En nu noemt de SP het verloren. Is groen alleen waardevol als het aangeharkt is of kan groen ook waardevol zijn juist als het verwilderd is, juist als het verwaarloosd is? De voorzitter: De heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Voorzitter, ik heb daar weleens gefietst, maar ik heb niet het gebiedje helemaal op mijn netverlies. Maar ik lees in de brief dat het er wat verloren bij ligt. Dat weet ik niet. Misschien valt het wel heel erg mee. Maar ik ga gewoon op de informatie af die ik heb gekregen. Dat weet ik dan verder in detail niet. Als het dan villa’s worden, blijft voor ons staan dat je elders in dezelfde wijk moet gaan compenseren met goedkopere woningen, mocht het volgende bouwproject zich aandienen. Wat we ons kunnen voorstellen, is dat de grotere woningen die gepland staan dan wel vooral voor Dordtenaren bestemd zijn, zodat er elders in ieder geval hopelijk een goedkopere woning wordt achtergelaten. Wellicht is er nog iets mogelijk via een verordening of nog een extra randvoorwaarde. Dat weet ik niet. Dat is gewoon de vraag. Een aantal vragen eigenlijk aan het college, betreft bevoegdheid, mogelijkheid op sturing en qua woontype en doelgroep. Daar wil ik het even bij laten. Dank. De voorzitter: Ik zie het college meeschrijven.
Die zijn vast overgekomen. Wie mag ik het woord geven voor een woordvoering. De heer Tutupoly. De heer Tutupoly: Ik heb niet zozeer een woordvoering, maar ik heb eigenlijk wel een vraag aan de wethouder, als dat mag. En dat is eigenlijk, het stuk waar ik al net naar verwees van het AD, 2019, waarin eigenlijk werd aangegeven door de woordvoerder van de gemeente Dordrecht dat er geen woningbouw mogelijk zou zijn. En het college was niet van plan om dit te veranderen. Dat is nog niet eens zo lang geleden. Was de vorige periode waar we het over hebben. Ik vroeg me eigenlijk af wat de beweegredenen zijn van het college om dit op zo'n korte termijn nu eigenlijk wel te gaan veranderen. Dat was eigenlijk mijn vraag daarbij. De voorzitter: Duidelijk. Hij is genoteerd, geloof ik. Dan gaan we die zo meteen horen van de wethouder. Wie mag ik nog meer het woord geven? De heer In ‘t Veld.
21
De heer In ‘t Veld: Dank u wel, voorzitter. Ik kan het kort houden. Het is op zich een mooie locatie waar we het over hebben. Nu inderdaad behoorlijk verwaarloosd. Waar je je inderdaad af kan vragen, wat is verwaarloosd. Alhoewel wij wel moeite hebben met de grondspeculatie die toch plaatsvindt, kunnen we ons in principe wel vinden in woningbouw op deze locatie. Wel hebben wij ook twijfels over inderdaad de behoefte aan vijftien villa's, wil ik het toch wel noemen. Bestaat er nu daadwerkelijk wel zo'n grote behoefte aan? Want duidelijk is in ieder geval dat er veel meer behoefte bestaat aan betaalbare koop, sociale huurwoningen is genoemd. Wat dat betreft wil ik aansluiten bij met name GroenLinks en Partij voor de Dieren van, ga nu kijken, wat voor mogelijkheden biedt het om betaalbare koop, sociale huurwoningen, ik bedoel, we willen ze niet helemaal verbannen, daar niet van, in combinatie met inderdaad de miljoenenvilla's. Wat is daar mogelijk aan een gemengd woonsegment. Dat was het. De voorzitter: Dank u wel. Dan zag ik de heer Kolkiliç voor een woordvoering. De heer Kolkiliç: Voorzitter, dank u wel. Ik zal het ook kort houden, voorzitter. Wij kunnen leven met de randvoorwaarden en uitgangspunten. Goed dat er ook een intentieovereenkomst wordt ondertekend en afspraken worden vastgelegd. En wij zullen dit goed gaan volgen. De voorzitter: Een interruptie, de heer Groenewege.
De heer Groenewege: Ik begrijp dat DENK het prima vindt dat hier geen betaalbare woningen worden gebouwd? De voorzitter: De heer Kolkiliç. De heer Kolkiliç: Ik denk dat wij hier meer realistisch in denken. Het is niet een gebied waar je betaalbare, goedkopere woningen kan bouwen ook. De voorzitter: Nog meer vragen? De heer In ’t Veld. De heer In ‘t Veld: Dan toch nog even de vraag aan de heer Kolkiliç, waarom zou je daar geen betaalbare woningen kunnen bouwen? De heer Kolkiliç: Het is een stuk grond van een projectontwikkelaar. En ik vind, of wij vinden dat de bureaucratie verlicht moet worden voor ontwikkelaars, om te kunnen bouwen. Het is al goed dat ze in deze tijden kunnen bouwen. En er zijn genoeg ruimtes in Dordrecht, genoeg projecten die de aankomende periode ook komen, waar meer goedkopere woningen of sociale huurwoningen gebouwd kunnen worden en dat gecompenseerd kan worden, in plaats van dit stuk grond. De voorzitter: Nog meer vervolgvragen? Nee. Welke fractie mag ik dan het woord geven? De heer Droog. De heer Droog: De heer ChristenUnie/SGP steunt de woordvoering van Gewoon Dordt, en sluit zich daarbij aan. De voorzitter: Kort, maar krachtig.