CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.10 2023-05-30 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 20 juni 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 16 mei en de Dordtse Dinsdag van 9, 23 en 30 mei 2023 Vergaderzalen 1,3,514.554 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

20

De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Stolk: Korte vraag. De voorzitter: Graag. De heer Stolk: Waar denkt u dan aan, over hoeveel geld praten we dan? De voorzitter: Ja, ik twijfel even, omdat we nu wel heel erg op de ja … De heer Stolk: Want suggereren eigenlijk, voorzitter, dat het, dat we toch aan krimpen moeten denken. Nou, wij zeggen met de bouw al, je ziet het al steeds meer vormen. Maar als dit dadelijk, we hebben het nu over deze afdeling OZB, maar we hebben dadelijk ook ambtenaren hier zitten. Ik denk dan, dat dat de vraag moet komen: Hoe gaat, hoe gaan wij om in de toekomst met alle ambtenaren? De voorzitter: Ja, maar ik denk niet, dat het voor deze plek, voor de zienswijze bedoeld is, maar waarvan akte. U kunt verder met uw beantwoording van de overige vragen. Mevrouw De Jonge: Ja, dank u wel. Voor mij was dit de bouwactiviteit en het personeel. Het tweede punt wat u heeft aangekaart, is de Wet Kwaliteitsborging ja. Daar hebben wij expliciet ook aandacht voor gevraagd. Zodra de Omgevingswet ingaat, gaat deze ook van kracht. Nou, zoals u weet, wordt er dan veel meer van het werk in de markt verricht en krijgt OZHZ in die zin minder werkzaamheden. En nou zullen die deels nog vervangen worden, doordat ze op andere manier wel toezicht moeten houden op de uitvoering van het gedane werk.

Maar wij hebben wel gezegd van, wij willen wel heel goed monitoren, dat de kosten absoluut niet kunnen gaan toenemen en liever, we willen goed monitoren of het binnen de budgetten blijft die hiervoor beschikbaar zijn. Dus vandaar dat wij dit wel opnemen van, kijk daar goed naar, van, je hoeft minder te doen. Aan de andere kant moet je meer doen vanuit die nieuwe activiteiten, maar dat moet per saldo niet gaan toenemen. De voorzitter: Ja. Gaat uw gang, mijnheer Van der Meer, GroenLinks. De heer Van der Meer: Ja, even een verhelderende vraag daarover. Ik lees in de begroting van de omgevingsdienst, dat er door die Wet Kwaliteitsborging juist extra taken komen. En ik hoor de wethouder zeggen, dat er juist taken afgaan omdat die naar de markt gaan. Hoe zit dat nou eigenlijk precies? De voorzitter: Mevrouw De Jonge, kunt u dat verhelderen? Ik zie dat u een hulplijn inschakelt. Mevrouw De Jonge: U zag mij een klein beetje opzij kijken van, hoe zit dat? Kijk, wat we weten is van, wat er nu gebeurd is. Dat de ontwikkelaar, de aannemer moet OZHZ vragen van, ik ben ergens mee bezig, zij komen kijken van, wordt het volgens de kwaliteitseisen uitgevoerd? Nou, daarvan gaat een deel naar de commerciële markt of wie dat dan ook wil gaan doen, dus daar gaat een stukje van de activiteiten van OZHZ vanaf. Maar nu krijgen ze

21

dan aan de achterkant, dat als het wordt opgeleverd of tijdens de werkzaamheden, dat er mensen moeten gaan kijken. Dat noemen we dan nu extra van, dat hadden ze in het verleden niet. Noem dat maar extra. Maar we weten ook, dat ze aan de andere kant werkzaamheden niet meer hoeven te doen, omdat dat door een andere partij nu gedaan gaat worden. De voorzitter: De heer Stolk. De heer Stolk: Ja, voorzitter. De voorzitter: Voordat u reageert, zie ik dat de heer Van der Meer nog even een vervolgvraag op zijn eigen vraag wil geven. Gaat uw gang. De heer Van der Meer: Een kleine vervolgvraag. Want we, betekent dat ook voor de gemeente andere taken of liggen die allemaal bij de omgevingsdienst? De voorzitter: Mevrouw De Jonge. Mevrouw De Jonge: Ja, dank u, voorzitter. Nee, in principe hebben wij alles bij de omgevingsdienst belegd, dus voor de gemeente werkt dat niet door. Wat wel doorwerkt, de vraag die ook gesteld is, zijn de legesinkomsten. Daarover gaan we u na de zomer via het raadsvoorstel van de leges expliciet informeren. Maar ja, wij houden er wel rekening mee, dat daar wel een impact van kan gaan zijn op onze inkomsten. De heer Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Stolk, wilde u nog reageren? De heer Stolk: Ja, een kort vraagje. Als je dan het uit gaat besteden, dan weten we allemaal, dat het veel duurder wordt als dat we het gewoon intern houden.

Dus ik heb er toch moeite mee hoe we met het personeel omgaan. De voorzitter: Waarvan akte. Heer Katif, ik hoorde geen vraag namelijk. Mijnheer Katif. De heer Katif: Ik werd getriggerd door de wethouder over de leges. Eigenlijk is het niet het moment om daarover te hebben, maar toch even een zijdelinks half politieke vraag. Ja, ik moet voorzichtig zijn, dat ik een oordeel vorm, kan ik technisch niet doen. Waar moet ik aan, waar moet ik aan denken? Is, kan, de suggestie wordt bij mij opgewekt, dat er iets met die leges aan de hand zou kunnen zijn. Met andere woorden, een verhoging. De voorzitter: Mevrouw De Jonge, heel kort en dan gaan we weer terug naar de zienswijzen. Mevrouw De Jonge: Deze wil ik graag even door mijnheer Hoff laten beantwoorden. De voorzitter: Ja, gaat uw gang. De heer Hoff: Even kijken wat er, in de begrotingsverhaal van de omgevingsdienst wordt er iets over gezegd, verandering van taken. Minder nadruk op het toetsen van aanvragen en meer op toezicht, dat is de gevolg van de Wet Kwaliteitsborging. Daar

22

heeft het Rijk bij bedacht, dat het deel van aanvragen, dat is leges gebonden werk. Daar ontvangen we leges voor. Daar vervalt iets. De taken die erbij komen, zijn volgens het Rijk niet leges gebonden. Dus het meerwerk wat we krijgen nou, waarvan taakstelling is of de opdracht van de omgevingsdienst, probeer dat in elk geval qua kosten gelijk te houden. Aan de leges kant betekent dat, dat ja, waar we voorheen voor dat werk leges konden vragen, we straks voor dat werk geen leges meer kunnen vragen. Dus in principe leidt dat dan tot minder lege inkomsten. Dat moet je dan in je verordening, in je leges verordening ja, moet je een oplossing voor bedenken. De voorzitter: Mijnheer Katif, ik zie je knikken. U bent tevreden? De heer Katif: Ja, dank je wel. Er is enige compensatie namelijk in die hele traject op een of andere manier. Ja, we gaan straks toch die verordening ... De voorzitter: Nou, nog één keer kort, gaat uw gang. De heer Hoff: Nou ja, in het voorstel rond het tarief, de verandering van de legestarieven, want het heeft dus gevolgen voor de legestarieven, dus daar moet een voorstel voor komen na de zomer. Ja, daar moeten we iets over gaan zeggen, hoe we dat, hoe we die terugloop gaan opvangen. Dat kan door hogere leges of door ander geld. De voorzitter: Nou, ik zie een instemming van de heer Katif. Volgens mij staat er nog één vraag open over het voortouw nemen.

Mevrouw De Jonge: Klopt, ja. De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw De Jonge: De Omgevingswet, daar wil ik ook even mijnheer Hoff van vragen, want die zei al van, dat kan ik niet zomaar even snel uitleggen aan mij. Dus ik heb, vertel zelf even het hele verhaal, dat is veel makkelijker. De heer Hoff: Ja, het staat nogal groot in de begroting, vind ik. Maar waar het op neer komt en dan weet ik niet precies, u heeft natuurlijk al de nodige informatie over de Omgevingswet gehad. Met de Omgevingswet komt een hele hoop regelgeving de gemeentekant op. Het Rijk heeft dat bedacht om dat dan eerst maar te doen in de vorm van een bruidsschat. Dus dat zijn een hele hoop huidige Rijksregels die dan even in één klap gemeenteregels worden. En dan krijgen we vervolgens nou, een jaar of tien de tijd om daar, om daar zelf over na te denken om het om te zetten naar lokale regels.

Wat we nu met de omgevingsdienst aan het doen zijn, is kijken en met andere gemeenten natuurlijk van ja, vallen er nou ergens gaten en moeten we ons op één januari eigenlijk al voorbereiden op reparatie van gaten? Nou, bijna nergens, gaat eigenlijk over de hele linie wel goed. Maar op Bodem krijgen wij een bruidsschat die niet compleet is. Er zitten bijvoorbeeld straks geen PFAS-regels over bodem in het pakket wat wij krijgen. Doen wij niks, dan is er vanaf één januari geen, zijn er geen regels over PFASnormen in de bodem in Dordrecht. Dus er zijn, dat is een heel concreet voorbeeld. Er

23

zijn, dus op bodemgebied zitten er een aantal dingen aan te komen, die niet goed geregeld zijn door het Rijk, vinden wij. En die eigenlijk al aan de voorkant iets vragen om te doen. En nou, dat is, dat hebben gemeente en omgevingsdienst samen opgepakt, dat doen we ook regionaal. Maar Dordt is, heeft iemand naar voren geschoven om in de regel voor, in het maken van de regels, mee te helpen. En dat is eigenlijk wat nu nou, vooruitloopt daarop. De voorzitter: Dank u wel. Er werd mij net in mijn oor ingefluisterd wat betreft de vraag over de leges van de heer Katif, dat u heeft voorgesteld om na de zomer heeft u toegezegd, wordt dat dan een raadsvoorstel dat die kant opgaat? Ja? Oké, helder. Voordat wij overgaan op de tweede termijn, ga ik u vragen of daar überhaupt behoefte aan is? Kan ik daar iemand het woord over geven? Ik zie de heer Noldus. Zijn er nog meer mensen die graag nog iets willen zeggen in de tweede termijn? Dan is het de heer Noldus met het slotwoord. Dat is aan mij natuurlijk, als voorzitter. Gaat uw gang, mijnheer Noldus. De heer Noldus: Dat wil ik u niet ontnemen, voorzitter. Nee, Ik heb goed geluisterd naar de wethouder en natuurlijk op die ambtelijke capaciteit aan de Omgevingsdienst kant en de flexibele schil daar en dat dan in samenspraak gaat.

Tegelijkertijd zie ik wel ook ja, hoe die nu geformuleerd is in de zienswijze, waarin staat, dat, wij vragen om rekening te houden met de bouwactiviteiten en om te monitoren en op basis daarvan adequaat te handelen, ook als er sprake is van een afname van activiteit. Het adequaat handelen, ja, daar mis ik dan toch wel in, de afstemming met. Want handelen is iets anders dan dat afstemmen. Daar zit nog wel een stukje zorg die we hebben en we vinden het wel belangrijk, dat de zienswijze die we namens de gemeente neerleggen bij de omgevingsdienst, dat die dan ook klip en klaar moet zijn. Dus toch nog een stukje van de zorg. Ik ben tevreden met het antwoord en we snappen het dilemma. We hebben een aantal partijen die daar iets politiek over hebben gezegd vandaag. Maar ik denk wel, dat het vraagt om iets aanscherping van die tekst, om dat in de zienswijze wat duidelijker te formuleren richting de omgevingsdienst. De heer Katif: Voorzitter. De voorzitter: Ik zie dat de heer Katif wil reageren, gaat uw gang. De heer Katif: Nou ja, bij een interruptie. Want de heer Noldus, die stelt iets voor. Ik zou zeggen: Hoe wilt u het dan wel geformuleerd hebben? Want zoals het staat, vind ik op zich hout snijden hoor. Ik bedoel, het is heel netjes geformuleerd en ook heel en ook heel voorzichtig geformuleerd, want uiteindelijk moet namelijk de omgevingsdienst ook meewerken.

De voorzitter: Dan de heer Noldus. De heer Noldus: Nou ja, maar in het debatje wat we in de termijn hadden, voorzitter, met de heer Katif zeg ik dan maar even, ging het ook over, dat het wel een duidelijke politieke keuze is. Ik hoor de wethouder zeggen ja, maar dat doen we dan in afstemming. Maar ik zie hier in de zienswijze dat we vragen, ook als de bouwactiviteiten afnemen, ga dan adequaat handelen. Dat is volgens mij iets anders dan we net gezegd hebben met, we willen daar nog een politieke keuze maken, we doen het in afstemming.

24

Onze fractie zou niet bij voorbaat de keuze willen maken als we nu een ingewikkelder economische tijd hebben, ook qua bouw, dat we capaciteit afschalen die we de komende vier jaar weer tekort komen. Dat is, en ook dat heeft een kostenplaatje met zich mee, dus daar zit wel echt een zorg, die we ja, in deze formulering eigenlijk te weinig terugzien. De voorzitter: En de heer Noldus, wat stelt u namens de VVD dan voor aan de overige commissieleden? De heer Noldus: Ik was een beetje aan de proeven of daar een beetje steun voor is, maar dat zou dan geamendeerd moeten worden. Om die zin en dat hoeft niet heel groots en meeslepend te zijn en de precieze formulering moeten we nog even op broeden, maar dan toch een zienswijziging in op te nemen. Tenminste, ik denk, dat dat de procedure is die we moeten lopen. De voorzitter: Dus dat betekent, dat die richting de raad gaat, maar dat dan een amendement wordt ingediend die we daar dan bespreken. Dat we de zienswijze zelf niet bespreken, alleen het amendement tijdens de eerstvolgende raadsvergadering. De heer Noldus: Ja, dat zou het voorstel dan zijn en ik hoop daarop beetje steun. Als iedereen bij voorbaat al zegt, dat moeten we niet doen, dan misschien niet, maar ... De voorzitter: Ik zie dat de heer Van der Meer wil reageren van GroenLinks, gaat uw gang.

De heer Van der Meer: Is de zorg van de heer Noldus nu, dat er, dat in de formulering zoals die nu is, teveel voor de hand ligt, dat er meteen wordt afgeschaald wat personeel betreft? En dat de bedoeling is om in overleg te kijken wat de beste oplossing is als die werklast laat ik maar zeggen, tijdelijk even terugloopt. De heer Noldus: Correct, voorzitter. Want we zien ook wel het argument dat ja, als er geen vraag is en de gemeente Dordrecht moet alle lasten daarom dragen, dan hebben we ook met elkaar een goed gesprek te voeren. Maar het correct, dat is een goeie interpretatie. De voorzitter: Ik zie heel veel knikkende hoofden en ik zie dat mevrouw Pichel van Forum voor Democratie wil reageren. Gaat uw gang. Mevrouw Pichel: Dank u wel, voorzitter. Ja, een korte vraag aan de heer Noldus. Ik hoorde net een beetje over de formulering en gaat het dan ook om het woord ‘adequaat’? OM dan te kijken, wat zou dan adequaat zijn? Ik hoorde u dat net zei, zeggen in de formulering, waar de heer Katif ook vroeg van ja, wat zou het dan wel moeten worden? Dus zit het hem daarin, om te bepalen wat dan zeg maar een adequate oplossing is? Een beetje te voelen waar de heer Noldus naartoe wil met … De voorzitter: Helder. De heer Noldus, gaat uw gang. De heer Noldus: Ja, voorzitter. Daar zit het wel in, vooral het adequaat handelen.

En we vragen niet zozeer direct een handeling, want die is echt gekoppeld aan een afname van

25

de bouwactiviteit. En de enige manier om adequaat te handelen bij die afname als je dat zo vraagt, zeker in relatie tot de bezuinigingsopgave, is het nemen van een afscheid van mensen om die capaciteit naar beneden te brengen. En dat is volgens mij niet, wat we bij voorbaat willen. Ik zou ook niet willen voorstellen om coûte que coûte iedereen vast te houden hè, want dat wil ik amendement zonder dekking. Dat geeft ook weinig nut. Dus juist nou ja, een andere formulering willen kiezen waar we onze college en onze raad in positie brengen om dat gesprek met de omgevingsdienst te voeren en op basis van marktontwikkelingen. De formuleringen kwamen vanuit de aanbevolen van goede ideeën, daar moeten we nog even op broeden. De voorzitter: Ik denk dat uw verhaal heel helder is. Ik zie dat de heer Katif nog wil reageren en dan moeten we het zo kunnen samenvatten. Gaat uw gang. De heer Katif: Ja, nou ja, ik weet niet of, ja, precies. Ik wil, ik zit te bedenken, in hoeverre zou zo'n amendement eigenlijk een hele, weer de hele discussie waarschijnlijk in de raad, want dat kun je nooit laten. Want dan krijg je twee minuten en voor je het weet, heb je een hele discussie.

Zou ik zeggen, in hoeverre kan het zo zijn, dat dan een, dat is een rechtstreeks vraag aan de wethouder: In hoeverre is dan een aanpassing van een tekst zodanig, dat dat amendement van de heer Noldus straks overbodig is? Omdat je dat gaat ja, ik weet niet hoe dat, ik weet niet hoe, ik vraag het aan de griffier, want die weet er iets meer van. De voorzitter: Vraagt u het nu aan de wethouder of aan de griffier? De heer Katif: Nou, de griffier als het gaat, nee, wacht even. Griffier, als het gaat om de gebruiksaanwijzingen en inhoudelijk aan de wethouder. Gebruiksaanwijzing is, dat als je met een aanpassing van de tekst zoals die is. Vanmiddag is het mij overkomen, dat ik een vraag stelde over folteren. Toen zei de wethouder, lees het als niet-folteren. En werd niet-folteren en klaar. Ja, ik bedoel, even wat sneller. De voorzitter: Zelfde. Kunnen we het sneller afronden op deze manier? Dan gaan we eerst naar de wethouder en dan weet ik niet of we de griffier, kan dat ook nog? Ja? Mevrouw De Jonge: Ja, dank u wel. Ja, maar dan zullen we vanavond even samen die formulering moeten maken. Dan kunnen we het natuurlijk aanpassen, maar dan moet ik inderdaad even, want hij ligt al in uw raadsdomein. Maar als u zegt van, als u deze zin erin verwerkt, dan leveren we hem zo aan bij de griffie, dat hij zo op de raadsvergadering komt.

Ja, dat is natuurlijk wel een heel praktische oplossing, waar ik altijd wel voorstander van ben. Maar dan moeten we even met elkaar kijken, want ik begrijp, mijnheer … Noldus, sorry, hoe u hem interpreteert. Het is juist voor ons andersom bedoeld van, ook al heeft u capaciteit tekort, ook al kunt u misschien geen mensen vinden, volg wel onze marktontwikkeling. Want wij vinden het belangrijk, dat u dan wel adequaat handelt om toch te proberen om die mensen voor ons wel binnen te krijgen, dat het daar niet op gaat stokken. Maar als, daar moeten we dan even naar die formulering kijken. Waar zit het dan? Waar de gedachtensprong kan wisselen. De voorzitter: Dan gaan we even naar de griffie.

26

Mevrouw Vermeulen: Dan treed ik even in de leken juristerij. Want volgens mij is het zo, dat dat u, uw agendacommissie de wethouder heeft gevraagd met een concept zienswijze te komen. Dus dat is een raadsvoorstel en raadsvoorstellen worden niet meer gewijzigd op het moment dat ze eenmaal bij dit bestuursorgaan liggen, tenzij ze geamendeerd worden. Dus we zouden heel pragmatisch een tweede versie kunnen bijvoegen en dan zou iemand het kunnen amenderen, dat die tweede concept zienswijze, aangepaste concept, dat dat het besluit wordt. Dus dat dat de zienswijze wordt die wordt uitgebracht. Dan is er wat minder noodzaak om tijdens de raadsvergaderingen te hebben over het amendement, want dan is het gewoon de commissie en de tekstwijziging die in de commissie is besloten, die voorligt. De heer Katif: Voorzitter, ja, het is allemaal instemmend. Het ging mij om een stukje efficiëntie. En ik, wat ik hoor van de griffier, dat dat mogelijk is dus. En ik zie mevrouw De Jonge ook nog effe ja knikken, dus ja … De voorzitter: Ja, ik kijk even naar de commissieleden, want jullie gaan erover. Als dat de wijze is waarop we dit, kijk, nu gaan we los, zie ik. Laten we het nog even centraal houden, mensen. Ik geef nog even de griffie het woord. Wij gaan nu naar de exacte tekst kijken met mekander.

Welke bladzijde? Ja, mij bevreemdt het eigenlijk wel, deze manier, maar … Mijnheer Van der Meer, ik zie een vinger, gaat uw gang. De heer Van der Meer: Een poging hoor. In de formulering zoals die nu is, wordt aan de omgevingsdienst gevraagd om adequaat te handelen. Wat betekent, bij de omgevingsdienst ligt hoe ze gaan reageren. Wat de heer Noldus volgens mij vraagt is, om daarover na te denken en overleg over te hebben, hoe daarop moet worden gereageerd. Dus als we een technische formulering, want dat is ook de bedoeling van de wethouder, als ik het goed begrijp. Dan zou het gewoon een technische correctie op de tekst kunnen zijn. De voorzitter: Ik zie dat er een voorstel is. Gaat uw gang. De heer Hoff: Ja, dat zou ik kunnen zeggen. Daar hebben we de tekst niet voor. Nee, maar goed te monitoren. En er staat nu, en daarop adequaat te handelen. Dan zou je zeggen, en daarop in goede afstemming met het college adequaat te handelen. Dan leg je in elk geval de medeverantwoordelijkheid bij het college, waarop de raad het college kan aanspreken. De voorzitter: Ik zie dat de heer Groenewege graag wil reageren, gaat uw gang. De heer Groenewege: Ik, het woord adequaat beschrijft eigenlijk niks. Want ik denk, dat de OZHZ niet van plan was om inadequaat te handelen. Dus wat dat betreft, heeft deze zienswijze geen toegevoegde waarde.

Ik denk, dat het, dat de beschrijving van de handeling specifieker zou moeten zijn of gewoon moet weghalen. Of je moet zeggen, in overleg met het college te handelen. Zonder dat adequaat. De voorzitter: Ik zie de heer Noldus en dan de heer Katif. Gaat uw gang.

27

De heer Noldus: Ja, voorzitter, ordevoorstel. Kunnen met elkaar wel heel lang de tekst nu met elkaar maken. Hij moet toch geamendeerd worden inderdaad, hoor ik volgens mij de griffie zeggen. Omdat, hij moet inderdaad ingediend worden om vast te stellen. Ik ben ook bereid om met meerdere mensen uit de commissie via de App, via de mail een tekst op te stellen en die al dan niet raadsbreed of breed in ieder geval, in te dienen. Dan hoeven we het daar in de raad volgens mij niet meer over te hebben. De voorzitter: Ja, de heer Katif was als eerste. Ik snap deze lijn heel goed van de heer Noldus. Ik vind ook wel bijzonder, dat we hier als commissie echt over een regeltje helemaal op die manier gaan vergaderen. Het is onze zienswijze, maar ik denk dat het via een amendement eigenlijk de meest logische wijze is. Maar wie ben ik? De heer Katif: Voorzitter. De voorzitter: Gaat uw gang, mijnheer Katif. De heer Katif: Ik was, ben de kwade genius blijkbaar. Hou het zoals het is. Inderdaad, amendeer het maar gewoon. Want anders wordt het echt een weet je, een soort kakofonie van nou, ik wil wel woord aan en … De voorzitter: Helder. De heer Katif: Adequaat, niet adequaat, ik bedoel … De voorzitter: Ik snap het. Dan wil ik de heer Van der Meer, we hadden eigenlijk afsluiten voor de heer Noldus, maar gaat uw gang.

De heer Van der Meer: Ik vind het best als het zo gaat, maar ik hoopte dat we gewoon met een tekstuele verheldering kunnen zeggen van, dat is een technische correctie en daar hoeft niet over gesproken te worden. De voorzitter: Helder. Maar ik denk als voorzitter zijnde, dat we dit heel goed kunnen neerzetten in een amendement en dat we onszelf de discipline op kunnen leggen als raad zijnde, om dan niet een heel debat van te maken. Dus daar wil ik het eigenlijk bij laten bij dat voorstel, dat er dus een amendement wordt ingediend bij de eerstvolgende gemeenteraadsvergadering. Ik denk, dat de heer Noldus van de VVD daar het initiatief voor neemt en jullie op de hoogte zal houden. En dat jullie misschien wel een hele avond kunnen plannen of in het weekend, om daar met zijn allen over te gaan zitten met een versnapering daarbij. De heer Noldus: Ja, voorzitter. Ik hou me van harte aanbevolen van mensen die daarop willen meedenken of schrijven of mede willen indienen. De voorzitter: Dan denk ik, dat wij hem op deze manier, nog even centraal alsjeblieft, mijnheer Noldus. Dan denk ik, dat wij hem op deze manier kunnen afsluiten. Dat er een amendement aankomt, de heer Noldus van de VVD neemt hier het initiatief voor. En dan rest mij niets anders dan jullie een hele fijne avond toe te wensen en genieten van uw nachtrust.

28

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van …… 2023.

De griffier,

De voorzitter,

A.E.T. Wepster

A.W. Kolff

29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/570/documents/24541