2.10 2023.04.18 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf
Tekst van het document
Alleen jammer dat nu deze tijd van de arbeidsmarkt, met de krapte op de arbeidsmarkt, dat opeens de vrouwen dus aangesproken worden. Terwijl, de vrouwen wilden al veel langer wat meer gaan werken, maar werden gewoon gedwongen doordat er tekort was aan kinderopvang en noem maar op en nog steeds is, om dan toch de keuze te maken om maar thuis te werken. Ik bedoel, we hebben hard, de vrouwen hebben hard – ik zeg we, ik ook onder anderen – maar vrouwen hebben hard gestreden om gelijkwaardige rechten ook op de arbeidsmarkt te krijgen. Dus als u dat er ook mee bedoelt, dus dat ook de gelijkwaardige betaling van vrouwen voor dezelfde functies, ja, dan ga ik helemaal met u mee. Maar dan nog heb ik geen antwoord op de vraag: hoe gaan we dat dan realiseren? Betekent dan dat mannen bij wijze van, als we uitgaan van het traditionele gezin man-vrouw, er zijn kinderen, gaan we dan allebei parttime werken, of wilt u dan ook dat er betere opvang komt voor kinderen? De voorzitter: Ik begrijp de richting, mevrouw Kruger, maar in hoeverre dat dan ook weer aansluit bij de startnotitie. Ja, nee, ik hoor het echt, maar ja, ik geef de heer Den Heijer nog wel één keer de kans om daarop te reageren, maar volgens mij heeft hij dat dat al gedaan, maar hij mag het nog een keer doen blijkbaar.
De heer Den Heijer: In die zin, voorzitter, wil ik echt het idee wegnemen dat mevrouw Kruger en ik hier tegenover elkaar staan. Het is volgens mij een warm pleidooi waar wij aan dezelfde kant staan en dezelfde kansen zien in mensen om dit te verbeteren. Ik denk dat je het ook door en voor kunt maken, dat door de krapte op de arbeidsmarkt bijvoorbeeld heel ingewikkeld is om de kinderopvang te bemensen. Nou, als er inderdaad meer onbenut arbeidspotentieel op die plekken ingezet kan worden, dan zul je dus zien dat er meer kinderopvangen open kunnen, dat we misschien inderdaad ook wat nu de vertragingen gaat binnen het Rijk, om dat bijvoorbeeld vanuit het regeerakkoord gratis te gaan maken, dat dat ook realiseerbaar is. Dus ik denk dat we hier lokaal echt wat stappen kunnen zetten in die hoogwaardige banen, in die krapteberoepen waar ik het
21
net over had, waar de kinderopvang gewoon echt bij hoort, om dit ook beter mogelijk te maken dus. De voorzitter: De heer Van den Berg.
De heer Van den Berg: Dank, voorzitter. Ik had in mijn notitie staan inderdaad de vraag: moet iedereen fulltime aan het werk, wat doet dat uiteindelijk inderdaad op de druk op de kinderopvang, die al nijpend is en wat doet dat met de mensen die er bewust voor kiezen om deeltijd te werken en zo tijd te hebben om vrijwilligerswerk te doen, mogelijk dit raadswerk misschien wel, of mantelzorg, of juist bewust kiezen voor de zorg voor de kinderen? Wat ik juist in mijn omgeving zie is dat veel meer mannen bewust ervoor kiezen om vier dagen te gaan werken om zo dus een dag bewust bij hun eigen kinderen te zijn, of vrij te maken voor vrijwilligerswerk, sport of iets anders. Als ik terugkijk in de grafieken van het onbenut arbeidspotentieel zie ik juist ook een toename, als je naar 2020 kijkt en ’21, een toename van het aantal deeltijdwerkers, of in ieder geval het arbeidspotentieel wat daar ligt. Dat is als ik zo even het grafiekje, al bijna een toename van 50 procent. Dus ik vroeg me af of daar de wethouder weet wat daar de oorzaak mogelijk van is. Even kijken, dat is op pagina 3. Daar zie je de balkgrafiekjes en als je dan naar de laatste twee staven kijkt zie je dat de onbenut deeltijdwerkers, het blauwe gedeelte van de grafiek, aanzienlijk groter is geworden terwijl het totale arbeidspotentieel niet toeneemt.
Dus het kan ook zijn dat veel mensen die werkloos waren mogelijk een deeltijd baan zijn gaan doen, maar het kan ook zijn dat fulltimers een stap terug hebben gedaan. De voorzitter: De vraag is duidelijk toch? Dat was hem? Oké. Wie? De heer Schilt. De heer Schilt: Hele korte verduidelijking, omdat dit mijn eerste keer zoiets is. Maar het is toch gewoon mijn woordvoering kan ik nu doen, toch? De voorzitter: Ja, en dan met name gericht het liefste inderdaad op de politieke vragen die gesteld zijn. Gaat uw gang. De heer Schilt: Ja, oké. Spannend. De vraag of er SMART doelen opgenomen moeten worden, is een ja. Dit doordat de voor ons liggende startnotitie geen tot weinig oog heeft voor de nuances van deze flinke groep onbenut arbeidspotentieel. Een mistwolk van geamerikaniseerde managementtaal lijkt te verbloemen dat deze startnotitie veel ambities heeft, met weinig onderbouwde strategie. Op ieder gefrustreerd, ontmoedigd, of met afstand op de arbeidsmarkt bestaand potje past een maatschappelijk ondernemend dekseltje. Echter, hoe de risico's van deze ondernemers gedekt worden is niet terug te vinden. Afspraken maken gebaseerd op wederzijds commitment klinkt mij naïef, wanneer er geen eis wordt gelegd op de hoeveelheid banen.
De omslachtigheid van een bataljon life coaches die bemiddelaar tussen de werknemers en werkgevers moeten spelen is mij moeilijk te visualiseren zonder dat het lijkt op het huidige systeem van maatschappelijke ondersteuning, dat veel van deze doelgroep die we juist proberen te ondersteunen heeft gefrustreerd, juist ook omdat enkele systematische problematiek zoals discriminatie, racisme, validisme en neurodivergentie niet bij de hoorns worden gevat.
22
Mevrouw Koene: Voorzitter? De voorzitter: Ik bedoel, ik hoorde het en ik weet dat mevrouw Koene in de zaal zit en die slaat vind ik ook wel terecht aan op dit soort woorden, omdat dat natuurlijk voor de gemiddelde luisteraar en kijker niet begrijpelijk is. De heer Schilt: Ik doe hem even kort in Jip en Janneketaal. Oprecht goed. Discriminatie, racisme, dat denk ik wel dat we allemaal weten. Validisme houdt in, mensen met een belemmering, bijvoorbeeld dat ze in een rolstoel zitten, maar ook een verstandelijke beperking, die vaak niet vinden dat zij worden meegenomen, dat ze zich een beetje uitgesloten voelen op die manier. Neurodivergentie, dat is ook gebaseerd op mensen met bijvoorbeeld een depressie, ADHD, die vaak geen aansluiting kunnen vinden met het systeem, om daarin te kunnen functioneren. De voorzitter: Gaat u door. De heer Schilt: Die problemen worden niet bij de hoorns gevat. Het schetst mij een plan dat is gevormd vanuit enorm veel goede wil en juiste intenties, maar zonder duidelijk financieel plaatje en concrete cijfers maakt het voor mij moeilijk een daadwerkelijk oordeel te kunnen geven. Mevrouw Koene: Voorzitter, mag ik wat vragen? De voorzitter: Niet over de moeilijke woorden toch, mevrouw Koene? Mevrouw Koene: Nee. Nou ja, SMART is natuurlijk ook wel dubieus, maar goed.
Het gaat over het SMART formuleren, dat ik begrijp dat de heer Schilt wil dat er nou juist wel SMART geformuleerd wordt. Ik kan dat aan de ene kant ook wel begrijpen, maar ik vraag me af of het aantal verschillende soorten jonge mensen enzovoort niet te moeilijk is om daar één SMART formule op los te laten. De voorzitter: De heer Schilt. De heer Schilt: Dank u wel, voorzitter. Eens, dus er moet ook niet een SMART formule zijn, er moeten meerdere zijn en dat er dus in plaats van een soort van warrige bol van plannen, dat het een soort van geformuleerd is per SMART doelen en vragen. Dat is het doel van de SMART, dat er dus concrete doelen en vraagstelling is, zodat het ook makkelijker per doelgroep te differentiëren valt. De voorzitter: Maar dat is dus per doelgroep inderdaad dan wat genoemd is inderdaad, om dat dan inderdaad SMART uit te werken. De heer Schilt: Ja, in plaats van hoe ik het ervaar, dat het veel over één kam scheren is in het stuk. Wel of niet, ja. De voorzitter: Oké, duidelijk. Dat was de Partij van de Arbeid. Dan gaan we kijken, dan ga ik eerst nog eventjes naar de heer Laban en dan kom ik bij de heer Venderbos zo uit.
23
De heer Laban: Dank u wel, voorzitter. De startnotitie is voortgekomen uit een van de prioriteiten van het politiek akkoord en hierbij ligt de focus op economische groei en een gezonde arbeidsmarkt. We willen oog hebben voor wat de bewoners, wat inwoners en bedrijven nodig hebben, passende banen bieden, voldoende opgeleid personeel voorhanden hebben en geschikte bedrijfslocaties aanbieden. De vraag is: voldoet de startnotitie hieraan? Er zijn 20.000 inwoners zonder werk. Even kijken, hoor. Nee, de fractie van de ChristenUnie-SGP is van mening dat de startnotitie in grote lijnen aan deze opgave voldoet. We hebben echter nog wel een paar opmerkingen en kanttekeningen van zaken die we missen in de startnotitie, zoals: welke branche is de grootste werkgever in Dordrecht en welk soort medewerkers is er daarmee de grootste vraag naar vanuit die branche? En sluit dit aan bij onze inwoners en met name bij de mensen die nu al aan de zijlijn staan? Een op drie ondernemingen ervaart een tekort aan arbeidskrachten in de Drechtsteden. In de startnotitie ontbreekt meer informatie aan welk soort arbeidskrachten dan behoefte is. Arbeidsparticipatie van met name praktisch opgeleiden baart onze fractie echt zorgen.
Uit de startnotitie blijkt dat er van 20.000 inwoners het arbeidspotentieel onbenut blijft, terwijl er veel vraag is naar medewerkers in bijvoorbeeld de horeca, retail, tuinbouw, distributiecentra, logistiek enzovoort, zoals de VVD ook al opmerkte. Hoe kan het dan dat deze mensen ook nog steeds aan de kant staan? Ook mist onze fractie de samenwerking met de ondernemers. Er is weliswaar een MBO-akkoord met de vijftien grootste werkgevers, maar dat gaat voornamelijk om wat deze bedrijven kunnen betekenen voor onze regio. Uit de startnotitie wordt ons niet duidelijk dat ook andere ondernemers zijn betrokken, zoals de Dordtse ondernemersvereniging. De startnotitie is geschreven vanuit de situatie van een tekort aan medewerkers. Wat nu als er een crisis komt die alles overhoop gooit en de situatie volledig verandert? Ook dit missen wij in het document. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Graag gedaan en ja, ik ben voorzitter, maar ik kan u aangeven dat het Albert Schweitzer ziekenhuis de grootste werkgever is in deze regio. De heer Katif: Voorzitter? De voorzitter: De heer Katif. De heer Katif: Sorry, ik moet me excuseren, ik moet naar een andere zaal en ik denk dat de Wringer, daar is hij. De voorzitter: O, die bewaakt de boel. Ja, dat is prima. De heer Venderbos. De heer Venderbos-Lambinon: Voorzitter, dank. We staan als partij hier positief tegenover de startnotitie.
We hebben wel één opmerking en twee vragen. De opmerking is dat mevrouw Koene van Gewoon Dordt uit regelmatig kritiek op het gebruik van buitenlandse woorden en uitdrukkingen, de heer Schilt deed het daarnet ook even. Een kritiek die de Partij voor de Dieren deelt. Ook nu, in de startnotitie, worden onnodig Engels uitdrukkingen gebruikt. Sterker nog, in de vergaderstukken staat voorstel Startnotitie opgave Menselijk Kapitaal en Arbeidsmarkt en vervolgens Starnotitie opgave Human Capital en Arbeidsmarkt. Het kan dus wel, gewoon Nederlandse woorden gebruiken.
24
Wat is er mis met vaardigheden in plaats van skill, leerplan in plaats van curriculum, of mogelijkheden, belofte of talent in plaats van potentials? Kunnen we deze trend – wat hier staat ga ik even niet zeggen – niet gewoon stoppen? Want we zijn het volledig met mevrouw Koene eens, we hebben prachtige Nederlandse woorden en laten we die dan ook gebruiken. We hebben twee vragen. In de cijfers wordt melding gemaakt van een leeftijdscategorie 45 tot 75 jaar. Waarom zijn ook de leeftijden van na de AOW-leeftijd meegenomen? Want de Partij voor de Dieren is van mening dat deze mensen die leeftijd bereikt hebben bewust de beslissing om niet meer aan de arbeidsmarkt deel te nemen of nemen bewust wel deel. Deelt het college deze mening? Verder, er zijn landelijk meer 100.000 bedrijven die nog een coronaschuld hebben bij de Belastingdienst en het kabinet maakt zich met name zorgen om 73.000 ondernemers die nog niets hebben afgelost, waarbij 33.000 ondernemers een schuld hebben van meer dan 10.000. De verwachting is dat veel van deze bedrijven failliet zullen gaan. Het aantal faillissementen sinds eind vorig jaar landelijk met 200 per maand gestegen. De Partij voor de Dieren vermoedt dat ook bedrijven in onze gemeente hiermee te maken zullen krijgen.
Deelt het college dit en zijn deze bedrijven bij de gemeente bekend, en zo ja, hoe worden deze meegenomen in deze opgave? Want de mensen komen dan vrij, ondernemers moeten ook werk vinden. En indien nee, hoe denkt het college deze bedrijven te kunnen vinden? Dat was hem. De voorzitter: Oké, duidelijk. Mevrouw Koene, u steekt uw vinger op, dan bent u aan de beurt. Mevrouw Koene: Dank, voorzitter. Ik ben heel kort, hoor. De startnotitie vinden wij een goede basis om verder uit te werken. Het SMART formuleren, dat had ik ook opgeschreven. Het lijkt ons dat het daardoor juist een beetje te star wordt als je dat gaat doen, en dan met name natuurlijk omdat al die groepen heel erg verschillen, dus dat heeft ook allemaal wat anders nodig. Volgens mij staat er duidelijk in de startnotitie wat de intentie is, dus waarom we bepaalde dingen willen doen. Met betrekking tot de andere politieke vraag over de werkgevers vinden wij dat zij voldoende ruimte moeten blijven houden om zelf een oordeel te vormen. Ik bedoel, de tijd leert dat dat zich ook ontwikkelt en misschien gaat dat niet altijd even snel, maar dat moet ook maar tot de mogelijkheden behoren bij een werkgever. Nog wel een opmerking over dat de gemeente als integrale regisseur aan de slag gaat.
Dat is op zich natuurlijk prima, alleen het lijkt wel verstandig om daarbij in de gaten te houden dat je dat alleen dus als een soort coördinerend iets doet, zodat je juist de kennis en kracht van al die andere partners op een beetje objectieve manier kan blijven verbinden. Dat is beetje de opmerking. De voorzitter: Duidelijk. De heer Safranti. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat ik ook gelijk de laatste ben in dit geval. Wij zijn ook positief. Ik had ook twee punten trouwens, maar die zijn al door de VVD en ook door andere partijen nog genoemd. Dat ging over de geschoolde banen die langs de lijn staan, die is al genoemd. De vrijheid van de werkgevers, daar heeft mevrouw Koene ook nog over gehad en de discussie is net ook daarvoor nog geweest, die is ook nog genoemd. Dat waren dus de twee punten die wij vandaag even wilden benoemen.
25
De voorzitter: Prima, dank u wel. Wie nog meer? Dan moet ik even het bordje zien, want anders dan moet ik altijd weer even kijken. De heer Van Pelt, u heeft het woord. De heer Van Pelt: Dank u wel, voorzitter. Het blijft wat mij betreft een beetje vaag in de startnotitie in hoeverre mensen, dus burgers, maar ook ondernemers, echt vrij blijven om hun keuzes te maken. Dat kan ook een keuze zijn om niet te werken, zoals het CDA net al aangaf. Er zijn alternatieve tijdsbestedingen waar mensen ook in vrijheid voor moeten kunnen blijven kiezen. Zojuist werd gezegd dat er voor ondernemers geen regels en geen dwang komt. Echter, zij hebben wel een streepje voor en worden beloond, dus moet ik dat als een drang zien, als een aandrang, als verleiding, als nudging? Is dat uiteindelijk niet soft law, dat we toch die kant opgaan dat het uiteindelijk allemaal moet. Dus concreet is een beetje voor mij de vraag: in hoeverre worden er drukmiddelen ingezet om mensen dus deze kant op te dwingen of te dringen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. O ja, u was nog niet geweest natuurlijk, mevrouw Kruger. Neem me niet kwalijk, hoe kan ik u vergeten? Mevrouw Kruger: Dank u wel. Ja, ik heb natuurlijk wel wat vragen gereageerd, maar nog niet … Het is ook allemaal niet zo spannend hoor, ik heb geen uitgebreide woordvoering. De voorzitter: U heeft het woord. Mevrouw Kruger: Dank u wel.
Als fractie GroenLinks kunnen we ons zeker vinden in de startnotitie, op een aantal opmerkingen ook na. De heer Van Pelt noemde net al iets wat ik best wel interessant vind over de ontspannen samenleving: waarom moet iedereen fulltime of voortdurend werken? Werken loont, zou u misschien, voorzitter, zeggen. Arbeid adelt, maar je kan op allerlei manieren arbeiden, dat hoeft niet alleen in loondienst te zijn. We willen wonen, we willen leven, we willen werken, maar we willen ook vrije tijd en dat moet allemaal in balans zijn. Nou snap ik wel met de krapte op de arbeidsmarkt dat dat soms wat ingewikkeld ligt, dat je dan toch gaat proberen mensen aan het werk te helpen. Dat zou heel mooi bij die verbindingen kunnen, zoals dat hier in de – hoe heet dat ding, even kijken – die bijlage bij het raadsvoorstel staat over, is er bijvoorbeeld gefocust op de laaggeletterdheid, om mensen dan mee te nemen die niet direct in een baan aan het werk kunnen? Maar ik zou dan ook niet alleen laaggeletterdheid, maar de heer – nou ben ik jouw achternaam kwijt – de heer Schilt noemde al dingen als ook autisme, dus dat je niet in grote groepen zou kunnen zitten. Zo zijn er nog meer aandachtspunten waar wat meer naar gekeken moet worden.
Dan denk ik ook meteen, als je denkt aan de Sociale Dienst bijvoorbeeld, of het Arbeidsbureau die met mensen moeten gaan praten, dat die ook wat meer zich daarin moeten ontwikkelen om dat naar boven te halen en niet alleen de standaardvragen moeten stellen: je wilt werken, hoe ga je dat dan doen? Dus dat je daar gewoon aandacht voor hebt en meer rekening mee houdt. De voorzitter: De heer Den Heijer voelt zich geroepen om te interrumperen.
26
De heer Den Heijer: Ik zit naar mevrouw Kruger te luisteren en die schetst bijna het pad naar werk wordt met kilometers langer. Er worden voor allerlei redenen verzonnen om het vooral niet te doen. Mevrouw Kruger: Hè? De heer Den Heijer: Dat vind ik toch lastig, omdat je … Nou ja, andere toelichting. Ik denk dat juist mensen die met problemen te kampen hebben waar u schetst, bijvoorbeeld iemand met ADHD, of iemand met autisme, dat zijn volgens mij mensen die misschien inderdaad niet volwaardig honderd procent op de arbeidsmarkt kunnen functioneren, maar toch ook wel gewoon in deeltijd moeten kunnen werken. Ik vind het soms lastig hoe GroenLinks die prioriteit dan stelt: we moeten leuke dingen doen, we moeten ook ons leven zelf vorm kunnen geven, maar we moeten er ook voor zorgen dat mensen in het ziekenhuis geholpen worden, ervoor zorgen dat de straten veilig zijn, dat de bus rijdt. Maar wat vindt GroenLinks daarin dan het belangrijkste in die prioriteitstelling? De voorzitter: Wat vindt GroenLinks het belangrijkste? Mevrouw Kruger: Voorzitter, de heer Den Heijer gooit nu alles op één hoop en volgens mij heeft hij, of ik heb het niet goed uitgelegd, of heeft hij niet goed geluisterd, het feit dat ik zou zeggen dat mensen met een beperking niet volwaardig zouden mee kunnen doen aan de maatschappij. Allerminst.
Ik geef juist aan dat je daar bepaalde skills – ik had het net opgeschreven – vaardigheden voor nodig hebt, niet alleen vanuit de werknemer zelf, maar ook vanuit de werkgever om ervoor te zorgen dat iemand het werk kan doen. Dus nee, allerminst dat ze niet zouden werken, maar juist wel, alleen moeten we daar betere vormen voor vinden. En ja, ik denk toch als mensen wat meer ontspannen kunnen zijn voor hun werk, dus ook de mogelijkheid hebben om te recreëren en om te leven, dat je je beter kan inzetten in je werk en ook functioneler kan zijn als dat je een zwaar vermoeid 's morgens aan je baan begint en het werk maar voor half doet. Dus in die zin, daarom zoek ik die balans tussen wonen, werken en leven. Ik denk dat ik het een beetje gehad heb opeens. Nee, dat ik de punten genoemd heb. De voorzitter: De heer Schilt wil daar nog wat zeggen. De heer Schilt: Misschien ook een beetje een toevoeging op GroenLinks daarbij en ook wel misschien meedenken. Kijk, werken heeft het voordeel dat je dan geld verdient en dat is leuk. Maar wat je ook ziet in onderzoeken is dat werken een gigantisch voordeel heeft met het participeren van mensen in de samenleving die er nu buiten staan.
Een goed voorbeeld hiervan is dat er toevallig vandaag een asielzoeker een rechtszaak heeft gewonnen tegen het UWV omdat hij wou werken en dat dat niet werd verleend en dat het Europees Hof dus heeft gesteld dat dat grondwettelijk vaststaat in de Europese Grondwet. Mijn vraag daarin is dus ook: wordt teruggekeken naar, een beetje los van dat het geld oplevert, maar vooral ook hoe kunnen we deze groepen leren participeren en ook wat werk dan voor nut meer heeft? De voorzitter: Daar heeft als het goed de wethouder al eerder iets over gezegd. Maar mevrouw Kruger.
27
Mevrouw Kruger: Voorzitter, ik ben heel blij met de opmerking van de heer Schilt. Waarbij ik ook wel wil zeggen, als we kijken naar waarderingen van werk, dat het ene dienstverband levert een bepaald bedrag. Sommige mensen moeten soms wel twee of drie banen hebben, willen ze aan een gelijk salaris komen van iemand die parttime werkt en dus alle mogelijkheden heeft om te recreëren, dat we ook wat meer naar een bestaanszekerheid en gelijkwaardigheid toe gaan. Hoe we dat precies allemaal gaan doen, dat weet ik ook nog niet, want dat hoor je soms ook vragen: hoe gaan we dat dan doen en wie gaat dat allemaal betalen? Daar zullen we met zijn allen over na moeten denken en naartoe moeten werken. Dit was nu mijn woordvoering. De voorzitter: Het zou mijn quote kunnen zijn: hoe gaan we dat betalen, mevrouw Kruger? Mevrouw Kruger: Dank u wel, voorzitter. Daarom kopte ik hem maar meteen eventjes in. Ik denk als we met elkaar gezond nadenken en ons allemaal inzetten en inderdaad wat meer gelijkwaardige beloning hebben, dan kunnen we dat zeker gaan betalen. De voorzitter: Uw punt is duidelijk. De heer Van den Berg nog. De heer Van den Berg: Ik heb nog een stukje inbreng inderdaad. Wij kunnen ons aardig vinden ook in de startnotitie.
Wat betreft de politiek vragen die er lagen, wat ons betreft hoeft de startnotitie niet dichtgeregeld te worden gelijk met SMART doelstellingen, maar verwachten we dat wel in het uitgewerkte voorstel. Dus dat zou ik met name willen meegeven. Als het gaat over de beïnvloeding van onze ondernemers, ik denk dat onze ondernemers zeker in staat zijn om goed ondernemerschap en maatschappelijk verantwoord te ondernemen. Daarin kunnen we ze best inspireren en stimuleren en daarin kunnen we dat natuurlijk ook in de gunning van opdrachten als gemeente, ondernemers die dat goed doen belonen. Maar ik denk dat dat inderdaad moet blijven bij inspireren en stimuleren en leren. Een laatste had ik nog een opmerking inderdaad over de term van laag en hoogopgeleid. Ik begreep uit de vorige sessie dat er inderdaad laag en hoogopgeleid, we missen ook juist mensen die alleen de basisschool hebben gehad. Wat mij betreft zouden we kiezen voor de term basis opgeleid, praktisch en theoretisch opgeleid, volgens mij zou dat een oplossing kunnen zijn. De voorzitter: Maar goed, we gaan gelukkig hier over onze eigen woorden, mijnheer Van den Berg, dus wat dat betreft. Ik kijk naast mij en ik heb een heel lijstje en de wethouder is aan het woord. Mevrouw Van Benschop: Ik ga mijn best doen om alles in één keer te beantwoorden, maar als het niet zo is, word ik er vast op gewezen.
Laat ik beginnen met de open deur. We kunnen al het Engels vervangen door het Nederlands, laten we daarmee beginnen. Ik word er altijd op gewezen door Gewoon Dordt, door mevrouw Koene vooral, dat Engelse woorden liever niet gebruikt worden. Daarom hebben we de vorige keer in de agendering al er menselijk kapitaal van gemaakt, maar kon het nog niet aanpassen in de startnotitie, die was al verzonden. Maar daar zullen we in het vervolg rekening mee houden. Ik heb heel veel inbreng gehoord over dwang, drang, nou ja goed, nog wat van dit soort woorden. Zowel als het ging over werkgevers als over werknemers. Laten we beginnen met: we gaan helemaal niemand ergens toe dwingen. Als het gaat over werkgevers, het label waarover gesproken wordt, het goed werkgeverschap, het label
28
via Stichting Maatschappelijk Betrokken Ondernemen, dat is een label door ondernemers voor ondernemers. Daar heeft de gemeente niks in gestuurd, dat is geen label van de gemeente. Dat is een label van ondernemers zelf, zij hebben zelf de doelen bepaald welke drie doelen ze daaraan wilden hangen. Dat zijn duurzaamheid, inclusiviteit, goed werkgeverschap valt dan onder bestaanszekerheid. Dat zijn de drie doelen die zij geformuleerd hebben en waarvan wij hebben gezegd: dat zijn nou precies de doelen dat als bedrijven het daar goed op doen, dan is dat ook van toegevoegde waarde voor onze inwoners. Zij maken namelijk gebruik in onze regio van onze inwoners als werknemers, maar wat komen ze eigenlijk brengen? Als bedrijven dus goed bezig zijn met deze drie doelen, dan willen we ze daar een streepje voor mee geven. Dan gaat het over bijvoorbeeld een scorekaart bij aanbestedingsopdrachten, in het inkoopbeleid, daar kunnen bedrijven dan een puntje mee scoren. Dat betekent niet dat je geen kans maakt als je niet het label draagt of als je niet goed scoort, dat is geen beperking, het is echt een beloning. Datzelfde geldt trouwens voor het vestigingsbeleid. We kunnen op basis van dat label bedrijven een streepje voor geven. we kunnen bedrijven die niet het label voeren niet weigeren om zich te vestigen in Dordt – dat willen we ook niet trouwens.
Dan, er waren wat bijna technische vragen over de plaatjes. Er was vanuit het CDA de vraag over het onbenut arbeidspotentieelstaatje. Wat je ziet is dat er van 2019 naar 2020 het onbenut arbeidspotentieel gegroeid is. Dat heeft onder andere echt te maken met corona, dat mensen niet meer in de horeca werkten, dat de verschillende sectoren dicht gingen. Daar is een beweging geweest dat mensen op andere locaties gingen werken gelukkig, in andere branches gingen werken. Voor een deel ook niet. Wat je vervolgens ziet is dat het aandeel niet-werkenden kleiner wordt van 2020 tot 2021, maar dat het deel deeltijdwerkers groter wordt. Dus het is niet dat het arbeidspotentieel vervolgens gedaald is of gegroeid is, maar er is wel verschuiving binnen de groep die er al was. Nou werd er ook ergens gezegd, 20.000 mensen onbenut arbeidspotentieel in Dordrecht. Dat is niet in Dordrecht, dat is de regio. In Dordrecht is dat ongeveer de helft, dus dat is nog steeds een aantal, maar dat is wel echt lager dan die 20.000. Dan was er nog een technische vraag over de categorie 45 tot 75, dat was van Partij voor de Dieren. Dat zijn CBS-cijfers en het CBS benoemt 45 tot 75 jaar als de laatste groep qua leeftijd binnen de beroepsbevolking, dus daar hebben wij op dit moment gewoon geen andere cijfers voor dan de CBS-data.
Waarbij ik natuurlijk wel gelijk ook zeg: inderdaad, iemand van 75 is misschien nog hartstikke actief misschien wel als vrijwilliger, maar hoeft niet per se meer deel te nemen aan het arbeidsproces. Maar dit zijn nou eenmaal de cijfers die we hebben. Even kijken, hoor. Er werd ook nog ergens gezegd dat we een financieel plaatje missen. Voor een deel begrijp ik dat. Aan de andere kant, het is de startnotitie, de uitwerking vindt plaats. Voor een deel landt dit in het programma Ruimte voor banen, voor een deel landt dit in het programma Glansrijke toekomst wat er een onderdeel van uitmaakt, voor een deel in de regio, voor een deel ESF+ subsidies. Dus dat wordt echt een heel breed palet aan financiële bronnen die we nu nog niet kunnen specificeren, omdat we nog niet weten wat de programma’s worden. De voorzitter: De heer Den Heijer. De heer Den Heijer: Ik hoor de wethouder zeggen en dat staat inderdaad ook in de stukken dat het onder een van de programma's op basis van de Eneco-bestedingen
29
gehangen gaat worden. In ieder geval, daar hebben we in de vorige periode dat geld voor gealloceerd en daar gaat het dus onder hangen. Wordt dan bij de besteding van die middelen ook dan die toets toegepast dat je een businesscase bouwt op dat het ook dus revolverend moet zijn, dus dat het uiteindelijk zichzelf ook terugverdient? De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Van Benschop: dit programma, of deze opgave wordt niet een-op-een gehangen onder de Agenda 2030 of onder die programma's. Waar het om gaat is dat de programma's Agenda 2030 voor een deel, niet allemaal, maar een deel daarvan draagt bij aan deze opgave en deze opgave draagt aan de andere kant weer bij aan de doelstelling van de Agenda 2030, namelijk het versterken van de sociaaleconomische positie van de stad. Dus het is een wederkerigheid. Dat betekent niet dat alle middelen die nodig zijn voor dit programma uit de Agenda 2030 worden gehaald. Dat zal alleen gebeuren voor die delen die bijdragen aan de programma's zoals ze zijn vastgesteld, aan die doelstellingen. Een ander deel zal komen uit ESF+ subsidies die bijvoorbeeld wel weer gematcht worden met onze eigen inbreng vanuit Glansrijke toekomst.
Dus het is een breed palet aan financieringsmogelijkheden, maar waar we uiteindelijk dadelijk met het uitvoeringsprogramma gewoon weer bij de raad uitkomen: welke budgetten zijn dan voor welk deel van het programma nodig, en hoe gaan we dat dekken? Dus het is ingewikkelder dan dat we het uit één pot halen. De voorzitter: De heer Schilt. De heer Schilt: Over de concretisering van een financieel plaatje. Wat ik daarmee bedoelde vooral is: op wat voor manier kunnen wij als raad gaan toetsen naar het succes van dit dingetje met hoeveel subsidie en geld dan naartoe gaat? Met bijvoorbeeld dan die lifecoaches, hoeveel kosten daar dan aan hangen en hoeveel dat dan terugverdient met het effect? De voorzitter: Dus eigenlijk de SMART vraag natuurlijk toch ook weer, als ik dat zo hoor. De wethouder.
Mevrouw Van Benschop: Het voorbeeld wat nu genoemd wordt, waarbij ik ook gelijk zeg: daar zitten de meeste concrete punten in die je SMART zou kunnen maken, komt uit programma Glansrijke toekomst en daar hebben we gewoon een monitoringsprogramma op. Dus het is zo dat als het gaat over lifecoaching, als het gaat over eigenlijk de hele tweede doelstelling, 16 tot 27 jaar, voor het allergrootste deel valt dat in het programma Glansrijke toekomst en daar hebben we een kwaliteitskader waar we gewoon een monitoring op doen. En als het gaat over de financiën, waar halen we die vandaan? Die komen we bij de raad halen en uiteraard vindt er gewoon weer een evaluatie plaats: doen we de goede dingen met de doelstellingen die daar geformuleerd zijn in dat monitoringsprogramma? Als het gaat over goed werkgeverschap van ondernemers is dat natuurlijk heel moeilijk SMART te maken, tenzij je wilt kijken naar: hoeveel ondernemers zijn aangesloten bij Stichting MBO, hoeveel ondernemers hebben het label gekregen? Die cijfers kunnen we gewoon overhandigen, dat zijn nu 33 partners. Er zijn drie ondernemers die het label al mogen voeren. We hebben de afspraak met Stichting MBO,
30
die hadden we al gemaakt, dat zij in 2023 50 partners zouden hebben. Het is april, ze hebben er al 33. Dat zegt ook iets over de energie die er in de stad zit. De voorzitter: De heer Schilt. De heer Schilt: Een goed, duidelijk antwoord. Daarin is dan eigenlijk nog mijn vraag: valt die dan onder die kwaliteitskaders van de lifecoaches, is dat dan ook dat daar dan tegenwicht aan de hand van hoeveel financiën ernaartoe moeten gaan voordat het effect van die kwaliteitskaders daarin wordt berekend? Of is het alleen kijkend naar hoe effectief ze sowieso zijn? Mevrouw Van Benschop: U bedoelt of er aan de exacte bedragen ook exacte doelen zijn gesteld, of is dat niet de vraag? De heer Schilt: Nou ja, waar ik aan moet denken is dat vaak wordt er dus heel veel geld gepompt in initiatieven. Dan hebben ze natuurlijk over het algemeen natuurlijk goed effect, maar de balans van hoeveel geld daarvan dus effect heeft op de kwaliteiten ervan, wordt dat erin gemonitord in die kwaliteitskaders? Mevrouw Van Benschop: Ja, nou, dat durf ik niet helemaal zo concreet te maken. Maar wat we doen is, het is wel echt een ander programma hoor, maar ik wil het hier wel uitleggen.
In Glansrijke toekomst hebben we een kwaliteitskaders geformuleerd en dat gaat over: welke interventies doe je in het leven van jongeren, of in ieder geval in de omgeving van jongeren, om jongeren tussen de 12 en 27 – hier specifiek gaat het over 16 en 27 jaar – met een afstand tot de arbeidsmarkt wel de kans te geven deel te nemen aan de arbeidsmarkt? Dat kwaliteitskader heeft u zelf goedgekeurd, zeg ik even. Ja, het is de vorige keer behandeld in het voorstel, maar of het specifiek over de kwaliteitskaders, maar goed, dat gaat over de monitoringsvraag. En ja, die monitoring wordt gewoon gedaan en daar krijgt u gewoon een rapportage van. En ja, als u dan als raad zegt: er gaat te veel geld naartoe en wij vinden het te weinig effectief. Dan moeten we die discussie op dat moment voeren, maar wij hebben daar zelf geen budget aan gehangen: er moet zoveel geld dit effect hebben. De voorzitter: Gaat u door, wethouder. Mevrouw Van Benschop: De vraag werd gesteld welke branches het gaat. Dat vond ik trouwens wel een hele relevante vraag, dat ging over de krapteberoepen. Natuurlijk is het zo dat wij kijken: welke branches zijn in Dordrecht het grootst, maar welke ook met name het meest met krapte te maken hebben? We weten dat een van die branches is de zorg. We weten ook dat dat de maakindustrie is, of de technische beroepen. Natuurlijk worden daar interventies op gedaan.
Je kunt je wel afvragen of alle interventies die nu lopen ook daadwerkelijk de doelen bereiken. Dat is precies wat het belang van deze opgave benadrukt, dat je namelijk eerst een breder beeld wil hebben van waar willen we nou naartoe, om vervolgens te kijken: hoe kunnen we deze doelstellingen koppelen aan de grootste krapteberoepen die we hebben? Want deze opgave gaat vooral over het vergroten van het arbeidspotentieel om ervoor te zorgen dat onze inwoners aan het werk kunnen en dat we ook het aantrekkelijk maken om aan het werk te gaan. Met het vergroten van het arbeidspotentieel ga je natuurlijk aan de andere kant het probleem op de arbeidsmarkt op dit moment, namelijk de krappe arbeidsmarkt, oplossen. Dus dat is
31
echt een onderdeel wat plaats gaat krijgen in het uitvoeringsprogramma, waarbij u natuurlijk kunt voorstellen dat als wij concrete projecten op zouden zetten waarbij we mensen naar werk toe willen leiden, dat we dat natuurlijk doen op die beroepen waar de krapte het grootste is. De heer Den Heijer: Voorzitter? De voorzitter: De heer Den Heijer. De heer Den Heijer: Op dit punt ben ik echt van harte eens met de wethouder, over de krapteberoepen. Maar ik denk ook dat dat je daarnaast ook het andere nog kunt doen, dus dat je aan de ene kant zegt: we gaan krapteberoepen, dus die match makkelijker maken om ervoor te zorgen dat op ons eiland dat onbenut arbeidspotentieel in dat soort beroepen aan de slag gaat. Tegelijkertijd vergroten we ook de potentie van onze stad door hoogwaardig kwalitatieve banen toe te voegen en bijvoorbeeld in te zetten op dienstverlening in onze stad, of bijvoorbeeld een universitaire opleiding te starten in Dordrecht. Het een kan met het ander en ziet de wethouder dat op dezelfde manier? Mevrouw Van Benschop: Als de vraag is: sluit het een het ander uit? Absoluut niet. Als het gaat over die kwalitatieve banen, waarbij ik dan het niveau van de banen even in het midden laat, maar als het gaat over kwalitatieve banen, dat hebben we natuurlijk ook vastgelegd in Ruimte voor banen.
Dus daar ben ik het echt van harte mee eens dat het niet alleen gaat over het dienen van de krapteberoepen, maar juist ook dat je een mix wil binnen je economisch stelsel eigenlijk van verschillende sectoren, omdat je ook niet wil op het moment dat het economisch minder gaat, dat de hele boel heel oneerbiedig gezegd instort omdat je een eigenlijk te eenzijdige economie hebt. Dus ik ben het er helemaal mee eens dat we diversiteit moeten aanbrengen in de bedrijven die we hebben. Voor een deel zit dat dus ook in deze opgave als het gaat over: welke bedrijven haal je hiernaartoe? Maar het zit ook echt voor een deel in Ruimte voor banen waar het gaat over kwaliteit van banen toevoegen. Volgens mij, er was nog een vraag over alle verschillende doelgroepen als het gaat over jongeren en als het gaat over discriminatie, racisme. Al deze onderdelen worden meegenomen in het inclusief werkgeverschap. Dus dat zit ook in dat maatschappelijk betrokken ondernemen. Zijn we er dan? Nee, dus het is ook niet alleen iets wat landt in deze opgave. We hebben ook nog een opgave inclusieve stad waar het een plek krijgt waar we een uitvoeringsprogramma krijgen. Met het onderwijs zijn we nu in gesprek voor een visie op het voortgezet onderwijs, want die hebben we niet. Daar neem je dat allemaal in mee, maar dat is niet iets wat we per doelgroep zouden willen monitoren.
We monitoren dat dus via Glansrijke toekomst in een breder perspectief. Mevrouw Kruger: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ik had nog een vraag, ik was dat net vergeten te noemen, maar laat mevrouw Benschop ... De voorzitter: Eerst de wethouder toch? Eerst de wethouder nog.
32
Mevrouw Van Benschop: Ik wil nog even terugkomen op de SMART doelstellingen. Ik begrijp aan de ene kant het gevoel: we willen SMART hebben hoeveel meer mensen brengen we naar de arbeidsmarkt, hoeveel meer mensen kunnen er deel gaan nemen aan het arbeidsproces, hoe verkleinen we het onbenut arbeidspotentieel? Ik zeg wel goed, ik ga helemaal in de war. Wat ik eigenlijk hoop dat de raad gaat onderschrijven is dat het vooral heel erg belangrijk is hoe we dit duurzaam doen. Dat het er niet zozeer om gaat of we binnen een jaar zoveel mogelijk mensen aan het werk hebben, maar dat we ervoor zorgen dat we mensen die we naar werk toe leiden ook aan het werk houden en dat we dat ook doen zo goed mogelijk in ieder geval, op het moment dat het economisch minder gaat. Wat we zien in onze regio is dat de klap altijd erg hard is. Als het economisch minder wordt stort hier de boel in. Dat betekent dat je weer bij nul begint – of bij nul – maar in ieder geval een harde klap maakt en weer helemaal moet gaan opbouwen. Mensen hebben langer niet gewerkt, moeten weer de afstand tot de arbeidsmarkt gaan verkleinen. Dat doen we dan weer via PERSPCT en Baanbrekend en dan gaan we dat hele riedeltje weer opnieuw. Wat we graag willen met deze opgave is dat we mensen echt klaarstomen voor een duurzame plek op de arbeidsmarkt, zodat als het economisch minder gaat we die klap niet zo hard maken.
Dat doen we aan de ene kant door het klaarstomen van de van onze inwoners, dat we ze de goede handvaten meegeven, goede vaardigheden. Aan de andere kant door het trekken van de juiste werkgevers. Maar dat doen we ook door ervoor te zorgen dat scholing goed op orde is, of dat dan WO geschoold moet zijn, of dat het HBO is, dat laten we dan maar even in het midden, maar het gaat erom of je ervoor zorgt dat je de juiste mix aan maatregelen hebt om die klap minder hard te maken in economisch minder goede tijden. De voorzitter: Mevrouw Kruger.
Mevrouw Kruger: Voorzitter, een kleine opmerking richting de heer Den Heijer nog, die had het over hoogkwalitatief opleiding en dergelijke. Terwijl ik denk, de meeste opleidingen hier, of ze nou praktisch gericht zijn of wetenschappelijk, die zijn kwalitatief goed en kwalitatief hoog. Want ik denk dat de Den Heijer een bepaalde richting in ging, maar ik wilde toch eventjes nog opmerken. Hoe krijgen we ook de jonge mensen vooral naar onze stad om hier te blijven en te wonen en te werken? Ik wil de wethouder vragen, is het misschien ook mogelijk om nog iets leuks voor jonge mensen te verzinnen, behalve dan het verkrijgen van betaalbare woningen, om bijvoorbeeld jonge mensen de mogelijkheid te geven een Dordtpas te verstrekken, of gratis of voor een lager bedrag? Wij hebben een cultureel jongerenpaspoort voor landelijk, misschien een Dordtpas als een soort lokaal jongerenpaspoort, zodat ze niet alleen hier het leuk vinden om te wonen en te werken, maar ook om te verblijven en de cultuursector vaart daar ook wel bij. De voorzitter: Ik zit weer te denken in hoeverre dat weer rijmt met de startnotitie. Mevrouw Kruger: De startnotitie moet dadelijk uitgewerkt gaan worden, dus het is denk ik ook de bedoeling om iets mee te geven. De voorzitter: U heeft iets mee en de wethouder kan daarop reageren of denken: ik neem het mee.
33
Mevrouw Van Benschop: Ik vind hem wel leuk dat die ingebracht wordt bij arbeidsmarkt. Maar zal ik dan een heel politiek correct antwoord geven? Ik neem hem mee terug. De voorzitter: De heer Venderbos. De heer Venderbos-Lambinon: Voorzitter, dank. Ik had nog een vraag gesteld, die is volgens mij al gedeeltelijk beantwoord door de wethouder, namelijk over de crisis en een klap geven en de mensen ondersteunen. Mijn vraag was namelijk: hoe kijkt de gemeente ertegenaan over het feit dat er ik weet niet hoeveel 33.000 ondernemingen in Nederland waarschijnlijk met een dikke schuld zitten vanwege coronacrisis, dat er heel veel bedrijven van failliet zullen gaan met heel veel werkloze mensen en dat dat ongetwijfeld ook wel zijn weerslag zal vinden in Dordrecht. De voorzitter: Ik weet niet of het zo depressief is, maar in ieder geval willen we de wethouder daar altijd op reageren. De heer Venderbos-Lambinon: De wethouder had het over crisis enzovoort, dus ik vermoed dat ze daarmee mijn vraag wel beantwoord heeft. Mevrouw Van Benschop: Ik begrijp in ieder geval de vraag. Ik heb nu geen cijfers van wat de situatie in Dordrecht zal zijn. Het is natuurlijk wel zo dat het UWV bezig is met de ondernemers die nog een NOW-uitkering moeten terugbetalen.
Het ondernemersloket is er natuurlijk nog, dus het is niet zo dat we geen ingangen hebben voor deze ondernemers, maar het antwoord hoeveel dat er zijn moet ik u echt schuldig blijven. Het is wel iets wat we kunnen kijken of we aan die cijfers kunnen komen. De heer Venderbos-Lambinon: De vraag was eigenlijk gesteld of er dus inderdaad vanuit de gemeente een ondersteuning was naar die mensen die dus straks in Dordrecht daardoor in de problemen komen. Mevrouw Van Benschop: Zeker, die ondersteuning is er al wel. We hebben het Regionaal Mobiliteitsteam Kickstart en dat is eigenlijk opgezet in coronatijd, toen mensen hun baan kwijtraakten, maar wel weer graag aan het werk wilden. Dus eigenlijk een van werk naar werk-formule. Kickstart is natuurlijk nu nog steeds in bedrijf en is dan echt de plek waar mensen die zonder baan komen te zitten een weg naar een andere baan kunnen vinden. De voorzitter: De heer Schilt. De heer Schilt: Ik wou nog eigenlijk even terugkomen op een gedeelte van de wethouder haar stukje dat ging over duurzame banen creëren in de regio. Partij van de Arbeid dat vinden we allemaal goed natuurlijk, maar daarin hoor ik heel veel over dat het dus gebouwd is, die duurzame banen, op de goede wil van maatschappelijk betrokken ondernemers.
Maar is het daar niet vrij regelmatig dat maatschappelijk betrokken ondernemers gewoon financiële besluiten moeten maken dat er gekort moet worden op banen en dat het juist eerder een probleem is van arbeidsrechten, in tegenstelling tot voornamelijk goedwillende ondernemers? De voorzitter: De wethouder.
34
Mevrouw Van Benschop: De reden dat ik aanhaalde dat het ging over goed werkgeverschap is ook omdat we het hier hebben over echt de menselijke kapitaal – ik moet er heel de tijd over na blijven denken – menselijk kapitaal en arbeidsmarkt startnotitie. Maar duurzame banen gaat natuurlijk ook over sectoren waar we het net ook eventjes over hadden. Je weet gewoon dat sommige beroepen in de loop der tijd steeds meer terug gaan lopen, dat er gewoon steeds minder werk voor is, terwijl andere beroepen gaan toenemen. Een heel prachtig voorbeeld is de energietransitie. De vraag naar arbeid in de energietransitie zal niet snel terug gaan lopen, die wordt alleen maar groter. Dus het is ook een kwestie van: wat voor type banen wil je naar je regio halen? Daarnaast, dus dat is de ene kant, dan gaat het over het type banen. Aan de andere kant gaat het over: heb je betrokken ondernemers die zich ook betrokken voelen bij je regio? Natuurlijk nemen deze ondernemers financiële besluiten als het economisch niet goed gaat, maar het gaat ook over netwerken. Je hebt in de coronatijd gezien uitwisseling van personeel, zijn er connecties, zijn er netwerken? Ik kan deze mensen nu niet meer een plek bieden, misschien iemand anders wel.
Het is echt, het gaat veel meer over een cultuur en een systeem onderling dan dat het alleen gaat over: wij gaan de ondernemer overal verantwoordelijk voor maken en ze moeten iedereen in dienst houden terwijl ze dan failliet gaan. Want daar is niemand bij gebaat. De voorzitter: De heer Den Heijer had ook nog een vraag.
De heer Den Heijer: Ook nog even terugkomend op hetgeen wat de wethouder zojuist stelde over de SMART doelstellingen. Ik denk dat de wethouder, tenminste, ik onderschrijf de ambitie van de wethouder dat je bestendige banen naar deze stad wil halen en dat je inderdaad niet als er een economische crisis voorbijkomt dat dat als een kaartenhuis weer omver waait en dat het langer op de grond blijft liggen dan de rest van Nederland. Tegelijkertijd hoor ik ook veel van mijn commissieleden hier zeggen en dat ondersteun ik ook zelf van harte: wij moeten de wethouder natuurlijk ook kunnen controleren. Ik vind eerlijk gezegd, ik ga nu toch een beetje streng zijn voor de wethouder, ik heb zelf net een aantal handreikingen gedaan in de zin van, ik zou graag willen zien dat er bijvoorbeeld een doelstelling komt op de economische groei van Dordrecht, of de participatiegraad gaan volgen, misschien met een onderverdeling in bestendige banen in de kraptesectoren. Tot uw dienst, wat mij betreft, wat mij betreft kunnen we daar echt wel mee aan de slag. Met de praktisch geschoolden, wat ik mevrouw Kruger praktisch geschoolden, dat opzicht hebben we natuurlijk al een behoorlijke slag te slaan. Wat dat betreft ook om ook de mensen die ook nog onbenut zijn, de olifant in de kamer, om die mensen ook aan het werk te krijgen.
Dus ik heb een aantal handreikingen gedaan en ik ben benieuwd hoe de wethouder, of die die nou aangrijpt of nou zegt: nou nee, dat laat ik aan me voorbijgaan. De voorzitter: Het is mij duidelijk, wethouder. Mevrouw Van Benschop: Mij ook, voorzitter. Ik ben hier terughoudend in. Het is uiteindelijk de raad die controleert, dus als de raad zegt: deze doelstellingen gaan we opnemen. Dan gaan we dat uiteraard doen, maar ik geef toe, ik ben daar echt terughoudend in. Punt één, hoe de economie groeit vind ik eigenlijk een andere opgave. Ik vind dat ingewikkeld koppelen aan menselijk kapitaal en arbeidsmarkt. Maar goed, dat
35
is één. Twee is, hoeveel mensen gaan er meer aan het werk? Natuurlijk kunnen wij monitoren hoeveel meer mensen er aan het werk zijn, of het onbenut arbeidspotentieel kleiner wordt. Dat kan. De vraag is: is het een succes, is de opgave – want dat is eigenlijk wat je wil meten – is de opgave een succes? Is de opgave een succes als wij mensen voor een jaar aan het werk helpen, is dat dan de definitie van het succes van de opgave? Of gaat het erom dat we een positieve trend zien over bijvoorbeeld een periode van twee of drie jaar, dat mensen aan het werk blijven? Dat is een beetje de worsteling die ik heb, omdat ik me bewust ben van dat niet altijd mensen zo snel mogelijk naar een baan helpen ook is wat economisch het beste is, maar ook niet wat voor die mensen het beste is. Dus ik zoek er zelf ook naar. Ik hoor wat u vraagt, ik hoor wat een deel van de commissie vraagt, maar die vertaalslag maken naar: wat is dan de juiste doelstelling die je zou moeten opnemen om te bepalen of wat we doen een succes is? Dat vind ik echt in deze heel ingewikkeld, omdat het over mensen gaat. De voorzitter: De heer Den Heijer. De heer Den Heijer: We staan aan de vooravond van dit traject, het is een startnotitie, dus het is ook nu aan de commissie om de wethouder mee te geven hoe die daarnaar kijkt.
Persoonlijk gezien denk ik als we mensen een jaar aan het werk helpen, dat dat hartstikke positief is en als het meetbaar is dat we mensen langduriger nog aan het werk krijgen, bijvoorbeeld met een langdurig contract of binnen een krapteberoep, transitieberoepen et cetera, is de wethouder dan bereid om een toezegging te doen om in ieder geval wanneer ze weer terugkomt naar de raad met een verdere uitwerking van deze startnotitie, om in ieder geval een uiterste inspanning te doen om dit soort doelstellingen wel op te nemen, en anders heel nauwkeurig te beargumenteren waarom ze er toch van afziet om het niet te doen? De voorzitter: Maar even voor mijn begrip, dus niet in de startnotitie zelf, maar in de verdere uitwerking in de raad? De wethouder. Mevrouw Van Benschop: Ik kan in ieder geval de toezegging doen dat we zullen zorgen dat er een monitoringssysteem in zit en ik zal mijn best doen om te kijken in hoeverre we die SMART kunnen maken op de voorbeelden zoals u die net genoemd heeft. Dus ja, dan als het daarom gaat, dan kan ik die toezegging doen. De voorzitter: Nou, bij deze. Dan kijk ik rond. De heer Wringer nog. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Ik werd even getriggerd door mevrouw Kruger over de Dordtpas. De voorzitter: Ik wil wel even aangeven dat dat loslaat van de notitie, mijnheer Wringer. De heer Wringer: Precies. Nee, dat weet ik.
Maar kijk, we moeten het ook verleiden om mensen in Dordrecht te willen wonen en werken. Misschien gebeurt het nog wel, maar vroeger kregen nieuwe bewoners van Dordrecht een doos met Dordtse chocolaatjes, Schapenkopjes, Dordtse biertjes. Ja, dat is misschien lang geleden, maar vroeger kregen
36
we volgens mij, ik weet niet wat er allemaal precies in zat. Maar misschien kunnen we … Geen biertjes, oké, Dordtse frisdrank. De voorzitter: Uw vraag is om mensen … De heer Wringer: Nou ja, dat dat is een leuk idee, maar we komen dadelijk natuurlijk ook, de doelstelling is die 1500 bachelor- en masterstudenten die in Dordrecht willen afstuderen ook misschien een doos te geven om een beetje te verleiden, waar die Dordtpas dan in kan zitten en eventueel een glossy magazine met wat informatie over Dordrecht. De voorzitter: Dat klinkt wel weer een beetje als gratis bier. Maar de heer Den Heijer … De heer Den Heijer: Heeft de heer Wringer ook een dekkingsvoorstel? Want ik vind het best wel leuk dat we allemaal geld uit zitten geven. Volgens mij heeft de wethouder al hartstikke veel moeite om dekking überhaupt te vinden. Als je ziet uit wat voor verschillende bedragen dit programma bestaat, volgens mij een hele opgave om überhaupt iets van de grond te krijgen. Heeft de heer Wringer, want ik vind het mooi hoor, dat vrijelijk denken, maar dan zou ik ook wel graag een dekkingsvoorstel willen zien. De voorzitter: Kort, alstublieft. De heer Wringer: Voorzitter, dekkingsvoorstel is als 5 procent van die mensen kunnen verleiden om in Dordt te komen, dan betalen ze lokale belastingen en dan moet dat volgens mij wel de totale kosten kunnen dekken.
Mevrouw Van Benschop: Voorzitter? De voorzitter: De wethouder wil hier toch nog op reageren. Mevrouw Van Benschop: Ik ga hier ingrijpen. Nou ja, ik vind het heel mooi he, als er nagedacht wordt over: hoe kunnen we mensen ons onze stad binden? Maar wat de heer Den Heijer zegt als het gaat over deze opgave is wel echt realiteit. Dit gaat over zoveel onderdelen waar we geld vandaan moeten zien te halen. Dat gaat goed en dat kunnen we, maar ik vind het wel ingewikkeld om het hier te hebben over de Dordtpas en over dit soort cadeaus bij het afstuderen in relatie tot deze opgave. Dus ik brand de ideeën niet af, maar ik vind hem in relatie tot deze opgave, ik kan hem niet in deze opgave opnemen. De voorzitter: Ik ben wat dat betreft ook de voorzitter en ik denk dat we dan wat afwijken van het onderwerp. Ik zit even te kijken of er nog behoefte is aan een tweede termijn, of dat iedereen wel tevreden is. Ik zie nog dat de heer Schilt toch nog … De heer Schilt: Meer zeg maar, ik voel me echt heel dom, maar een tweede termijn is dan toch gewoon een aanpassing op wat we zojuist hebben gehoord wat je er nog meer over wil zeggen, toch?
37
De voorzitter: Ja, ik bedoel, ik kijk zo rond en de meesten denken hier – nee, dat is nooit dom – dat het meeste wel gezegd is en dan kom ik zo tot een afronding. Maar als er nog wat te vragen of op te merken valt, dan kan dat nu. De heer Schilt: Ik kan het kort houden. Eigenlijk wat ik dan aan de wethouder wil meegeven is dat ik eigenlijk tot op zekere hoogte best wel gerustgesteld ben op veel vlakken en dat het ook perspectief heeft gebied op hoe er dus omgegaan wordt met het plan. Dan eigenlijk het enige wat ik nog het belangrijkste mee wil geven is dat het dus wel, misschien dat de visie ook erop moet lichten dat het een investering is van de lange termijn op deze jongeren en dat het dus ook een investering is die niet per se direct terug te toetsen is, maar dat daar dan misschien ook duidelijkheid in moet gegeven worden dat het een beetje abstract ligt op dat vlak dat het niet per se in geld terug te zien is, maar wel in bijvoorbeeld de ontwikkeling van de bevolking van Dordrecht. De voorzitter: Duidelijk. Toch nog, mevrouw Kruger? Een klein vingertje zag ik.
Mevrouw Kruger: Ja, het is een klein vingertje. Dank u wel, voorzitter. Ik zit even over die Dordtpas nog heel kort even na te denken, gewoon omdat ik dat … Nou ja goed, we gebruiken hem als lapmiddel voor zoveel dingen om mensen een cadeautje te geven die enige waardering nodig hebben of wat dan ook. Dus ik dacht: laten we eens iets zoeken waar we dus jongeren aan onze stad mee kunnen verbinden. En of dat nu over arbeid gaat en opleiding, ik meen het serieus dat ik denk dat we daar best wel iets mee kunnen. Ik ga zelf ook even nadenken over mogelijk een dekking, mijnheer Den Heijer. Voorzitter, ik zal tegen de heer Den Heijer zeggen dat ik daar over na ga denken en mogelijk komen we met een idee. Dus oké. De heer Den Heijer: Voorzitter? De voorzitter: De heer Den Heijer, ook een idee. De heer Den Heijer: Ik voel ook wel een beetje mee met de wethouder. Ik snap het initiatief ook, weet je, het is ook op zich helemaal niet heel vervelend, of we staan volgens mij allemaal niet super afwijzend tegenover het idee. Maar je hebt een bepaalde opgave, dat is namelijk menselijk kapitaal, inzet van mensen op de arbeidsmarkt, de groei, de ontwikkeling van mensen op de arbeidsmarkt. Wat draagt dan het verstrekken van een Dordtpas aan jongeren van buiten Dordrecht daaraan bij? Kan mevrouw Kruger dat nou argumenteren, want daar ben ik gewoon heel benieuwd naar.
De voorzitter: Ja, maar dan ben ik wel even heel streng. Nog een reactie, maar dan kappen we het af. Mevrouw Kruger: Voorzitter, ten eerste plaats buiten Dordrecht. Ik heb het volgens mij niet gehad over buiten Dordrecht, ik heb over mensen die hier studeren en hier wonen en hier eventueel werken. Daarnaast is het zo dat je dan juist om jongeren, als we het hebben over leren, of hoe zeg je dat, je kennis verbreden, een cultuurpas wat de Dordtpas ook grotendeels is, dat vergroot je kennis en vergroot ook je denkvermogen,
38
noem alles maar op. Dus ja, ik zie het probleem niet zo, de problemen die u nu opwerpt. Maar goed, we komen er vast nog een keer op terug. De voorzitter: Ik wou zeggen, waarvan akte, mevrouw Kruger. Wij zitten in de afronding en dan is de vraag, met de toezegging … O, nog één opmerking? Sorry. De wethouder toch nog? Mevrouw Van Benschop: Ja. De heer Laban kwam er zelf niet op terug, maar volgens mij maakte hij de eerste ronde wel de opmerking, ik wil hem toch nog even benoemen, dat de DOV bijvoorbeeld niet betrokken is. Maar ik vind het wel belangrijk om even toe te lichten dat dit gaat over de startnotitie, dus wat zijn onze doelstellingen en hoe willen we daarnaartoe werken, of welk proces willen we uitzetten om tot een uitvoeringsprogramma te komen? Maar uiteraard als we werken aan het uitvoeringsprogramma, dus na het vaststellen van de startnotitie, worden ondernemers uit de stad echt betrokken, want we hebben ze gewoon nodig voor deze opgave. De voorzitter: De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Ik had nog één vraag, of in ieder geval, die naar mijn idee nog niet beantwoord was: is het echt de doelstelling om iedereen fulltime aan het werk te krijgen? De voorzitter: Is dat de doelstelling, wethouder? Mevrouw Van Benschop: Nee.
De doelstelling is het vergroten van het arbeidspotentieel in onze regio ten behoeve van economische belangen van de bedrijven, maar ook vanuit eigenwaarde, zingeving, bijdragen, zelfwaarde van onze inwoners. Dat hoeft niet altijd fulltime te zijn. De voorzitter: Mag ik dan eventjes concluderen dat dit voldoende besproken is en dat, met de toezegging dat in de uitwerking de wethouder met name ook zal kijken naar monitoringsinformatie en of dat er doelstellingen SMART kunnen worden gemaakt, wij dit stuk naar de raad kunnen sturen om te hameren? Dan heb ik dat goed samengevat en dan wens ik u een prettige avond en dank u wel. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 16 mei 2023.
De griffier,
De voorzitter,
A.E.T. Wepster
A.W. Kolff
39