2.1 Notulen Gemeente Dordrecht Gemeenteraad 13 juli 2021 - getekend.pdf
Tekst van het document
En de VSP zou de VSP niet zijn, om eenzaamheid, ondervoeding en betere woon- en zorgcondities voor ouderen te creeren. Zij hebben het meest van ieder geleden onder de coronapandemie. Ook voor deze groep moet er na een dergelijk drama aandacht komen voor de geestelijke gezondheid van ouderen. Voorzitter, onduidelijk voor de VSP is of er een dubbeltelling zit in het Dordtse Leerprogramma. Daarnaast de reservering van Dordrecht van 27,4 miljoen en een Rijkssubsidie wordt verstrekt van plusminus zes a zeven miljoen. Vraag aan de wethouder dan ook: kan er een deel van deze reservering worden bestemd voor de oudere doelgroep? Twee, en graag een antwoord van de wethouder of er een dubbeltelling in zit. Dan hebben we... Wat de VSP nog mist, is aandacht voor sport in agenda 2030 voor Dordrecht. De meeste sportvoorzieningen vallen in de Dordwijkzone en de vraag van de VSP is of binnen de reservering van 55 miljoen ook rekening is gehouden met renovatie, nieuwbouw, et cetera voor sportverenigingen. En voorzitter, dan ook nog even de Sportparkenvisie.
Waar is die Sportparkenvisie? Als je zo'n grote reservering gaat doen in deze stad, waarvoor is er dan nog geen Sportparkenvisie die hier integraal in meegenomen zou kunnen worden? De VSP kan zich verder in de agenda 2030 voor Dordrecht en de toewijzing van de reserves aan de betreffende programma's comnnitteren, mits er bij het programma Dordts Leerprogramma een reservering wordt meegenomen voor ouderen bij de reservering Dordwijkzone en een reservering wordt meegenomen voor sport. De VSP dient beide moties van de VVD mee in, om alle kinderen die dat nodig hebben in Dordrecht te helpen en niet alleen de kinderen op de elf benoennde scholen. Tevens vinden wij dat geld wat overkomt van het Rijk in mindering moet worden gebracht op de 27,4 miljoen. Tot zover, voorzitter, de eerste termijn.
84
De voorzitter: Hartelijk dank. Dan gaan we door naar Partij van de Arbeid. Mijnheer Van Verk. De heer Van Verk: Dank u, voorzitter. Wij willen ons graag aansluiten bij alle lovende woorden over het proces en de inhoud van het voorstel. Daarbij willen we twee dingen naar voren halen die van belang zijn. Voor wat betreft duurzaannheid is eigenlijk nooit geld genoeg. En wij zouden ervoor willen pleiten dat elk project, elk nieuwbouwproject, dat de konnende jaren op stapel staat, een aparte paragraaf voor wat betreft duurzaamheid meekrijgt en eventueel geld uit de reserves worden meegegeven. De motie van GroenLinks vinden we dan ook uiterst sympathiek, hoewel we de financiering daarvan nog wat vaag vinden. Maar dat komt vanzelf dadelijk wet in de beantwoording. Voorzitter, dan wil ik nog aandacht besteden aan de achterstanden die hier voortdurend over tafel gaan. Vorige week werd Nederland opgeschrikt door een verschrikkelijke aanslag. Naar aanleiding van die aanslag zijn er diverse artikelen verschenen in verschillende media, waarin wordt gepleit om het politieapparaat op orde te brengen bij de bestrijding van de criminaliteit, maar waarbij ook nadrukkelijk werd gepleit om de oorzaak weg te nennen die die criminaliteit veroorzaakt. Namelijk de enorme achterstanden die in dit land zijn tussen arm en rijk. De achterstanden die generatie op generatie doorgaan.
En daarom kan er eigenlijk niet genoeg geld richting de achterstanden gaan, om die weg te nennen. Daarmee zou je uiteindelijk de verleidingen die er zijn om de criminaliteit in te gaan zeker gaan beperken, dan wel wegnemen. Aileen repressie is niet voldoende. Bestrijden van criminaliteit doe je ook door de bestrijding van achterstanden. Daaronn kan wat ons betreft niet genoeg geld zijn. Waarbij ik overigens moet opmerken dat de motie van de VVD om het te richten op kinderen ons uiterst sympathiek voorkomt en daar zullen we nog nader overleg moeten hebben in de fractie. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan gaan we door naar Gewoon Dordt. Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Dank voorzitter. Voorzitter, zoals wij in de commissie benadrukt hebben kunnen wij akkoord gaan met de meeste programnna's binnen de agenda 2030. Wij hopen dat we gewoon het lef hebben als stad om die spoorzone, Dordwijkzone, zo veel mogelijk te realiseren zoals op de plaatjes die ons geschetst zijn. Een programnna met als titel 'Glansrijke toekomst Dordts Leerprogramma vier tot twaalf jaar' is er voor ons eentje om wakker van te liggen. In de eerste keer dat we dit bespraken in de commissie, heb ik gesproken van een desinvestering. Een woord dat ik ook vandaag terug las in een van de vele berichten die ook vandaag weer in de media te vinden zijn over het lerarentekort et cetera, vooral ook in het basisonderwijs.
Er werd gereageerd dat hier geen sprake van is, omdat we een Onderwijsvisie hebben vastgesteld. De rode draad daarin is voorkomen en tegengaan van onderwijsachterstanden, waarbij specifiek taalachterstand wordt genoennd. Gewoon Dordt erkent als geen ander het belang van goed onderwijs en van scholen waar kinderen het beste uit zichzelf kunnen halen. Een van de gevolgen voor als dat niet gebeurt, is een van onze speerpunten, voorzitter. En dat is laaggeletterdheid. Maar een genneentelijke subsidie van 27,4 miljoen, weliswaar over een periode van tien jaar, is veel, voorzitter. En zeker als je bedenkt dat lesgeven in taal en rekenen tot de primaire taken van een basisschool hoort. Daar krijgen ze dus
85
al geld voor van het Rijk. Allereerst is er geld per school, per aantal groepen, per leerling, voor passend onderwijs, en ga zo maar door. Daar bovenop komt extra geld voor de zogenaamde kwetsbare scholen, wat berekend wordt op basis van achterstandspunten. En per punt is dat zo'n 585 euro. En dan zijn er door corona nog extra regelingen en per leerling 701,16 euro en per achterstandspunt 251,16 euro. Om een beeld te geven, hebben wij daar een plaatje van gemaakt. De elf geselecteerde scholen krijgen, zoals u ziet, komend schooljaar al ruim drieenhalf miljoen euro van het Rijk. Dat is omgerekend zo'n zestig fte die extra ingezet kunnen warden, bovenop de fornnatie die er al is op de elf scholen. Zestig he? Om het connpleet te maken: er zijn ook nog budgetten voor nieuwkomers, voor extra handen in de klas en ga zo maar door. En ook alle andere scholen krijgen dat extra geld. Al dan niet aangevuld met een bedrag op basis van een achterstandsscore. Als je dus als gemeente al in je basisonderwijs wilt investeren, doe dat dan op dingen die niet tot de prinnaire taken behoren. En niet geheel onbelangrijk, voorzitter, in alle schoolkinderen in de stad. En daarbij kun je denken aan extra muziekonderwijs, waarvan bewezen is dat kinderen er slimmer van warden. Cultuuronderwijs, bewegingsonderwijs, enzovoort.
Want ook als je niet op een van de elf scholen zit, kan je kwetsbaar zijn en extra's nodig hebben am je beter te ontwikkelen. CBS -scores zijn prima als indicatie voor waar echt achterstanden voorkomen, voorkomen moeten warden, maar alle kinderen moeten het beste uit zichzelf kunnen halen. Daaronn stellen wij voor in ons annendennent am het bedrag van 27,4 miljoen terug te brengen naar 7,4 miljoen die over een periode van drie jaar niet alleen ingezet kan warden op de elf geselecteerde scholen, maar op alle basisscholen in de stad. Dan kunnen scholen echt iets extra's doen, wat niet bij de prinnaire taak hoort, en maak je als gemeente echt het verschil. 0, en die twintig miljoen die teruggaat naar de algemene reserve, daar hebben wij ook wel een mooie bestennming voor denken wij. Er ligt naar verluid al weken een Sportvisie in het college die aangehouden wordt, zonder dekking. Dank u.
De voorzitter: Hartelijk dank. U dient amendement A9 in. Die heet Vaar(van) kinderen leren'. Dat gaat dus over de reserve, Dordtse Leerprogramnna, van 27,4 miljoen die u wilt terugbrengen. Dan gaan we tot slot naar de Fractie Jager. Mevrouw Jager, gaat uw gang. Mevrouw Jager: Dank u wel, voorzitter. Om te beginnen wil ik even zeggen: we hadden een motie aangekondigd, samen met de SP, de VSP en de PVV. En die motie, die neem ik mee terug. Die dien ik niet in, omdat we besloten hebben dat we dus direct na het reces aan het werk gaan am met meerdere partijen hier een uitgebreidere motie in te dienen, die dan bij de Begroting gepresenteerd zal warden. De heer Merx: Voorzitter? De voorzitter: Even kijken. Ja, nnijnheer Merx. De heer Merx: Ja, even een vraag ter verduidelijking. Is dat de motie 'Weerbaarheid'? De voorzitter: Weerbaarheid jongeren, die in concept rand is gegaan.
86
Mevrouw Jager: Ja. Die is in concept rondgegaan en die nennen we nnee terug.
De heer Merx: Synnpathieke motie, dus we zien uit naar uw uitwerking. Mevrouw Jager: Ja, nnaar hij kan nog beter.
De voorzitter: Wordt aan gewerkt. Dank u wel. Ten aanzien van de andere nnoties en amendementen? Mevrouw Jager: Ja, ik heb... Ik wilde even zeggen dat ten aanzien van de overige nnoties, dat nnij wel is opgevallen dat ouderen, chronisch zieken en mindervaliden niet echt worden meegenomen ergens. En dat me dat toch wel een beetje tegenvalt. En dat moties en amendementen met financiering vanuit de compensatie van de dividenden van Eneco geen steun van mij zullen krijgen, onndat dat volgens nnij onze snoeppot is waar wij met onze vingers uit moeten blijven. Dus... En daar wou ik het even bij laten.
De voorzitter: Dank u zeer. Dan hebben we daarmee de eerste termijn van de raad gehad. Dan kom ik uit bij het college. Alle wethouders zullen aan bod konnen. Nornnaal gesproken beginnen we dan met wethouder Sleeking, maar in dit geval met wethouder Burggraaf, want die is primair ook op het proces verantwoordelijk voor dit dossier. Wethouder Burggraaf, gaat uw gang. De heer Burggraaf: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, een belangrijk moment onn een investering, of ten minste, een aantal reserves vast te stellen op investeringen voor de toekomst van Dordrecht in 2030. En dat is een lange ternnijn. En we hebben het hier al eerder over gehad. Dat is belangrijk dat je ook stabiliteit hebt op die ambitie. En dat betekent ook dat je iets kan vaststellen met een breed draagvlak. En als ik in ieder geval de woordvoeringen nu beluister, dan is dat volgens nnij gelukt en kunnen we terugkijken op een proces vanaf november 2019. Waarin we in verschillende stappen met elkaar tot dit punt zijn gekomen. En nou, in de organisatie is daar ook heel hard aan gewerkt en zijn we er trots op hoe we tot dit punt zijn gekomen met elkaar. De ChristenUnie/SGP vroeg, ja, hoe ziet dan het vervolgproces eruit? Want uiteindelijk komt dan natuurlijk het punt dat je de investeringen gaat doen en daarin ook goed moet monitoren of eruit konnt wat je aan de voorkant bedacht hebt.
En, of, we hebben er in de commissie wel discussie over gehad. De ambities waarvan je weet dat dit nog vele nnalen groter is dan het bedrag dat we er nu voor kunnen reserveren. Of je dan in de volgorde de goede investeringen doet. Dat vervolgproces, dat vergt net zo veel zorgvuldigheid als de aanloop naar dit moment. En we zijn bezig onn een dashboard daarvoor te ontwikkelen. En ook bij de eerste kredietvoorstellen. Net zoals we dat met die eerste businesscases ook hebben gedaan. Eerst het eerste businesscase gebruiken om alvast met elkaar te kijken, is dit de nnanier waarop we die businesscase willen aanvliegen? Zo kunnen we dat ook met de monitoring doen zodra de eerste krediet wordt verstrekt. Dus dat punt kan ik toezeggen. De voorzitter: Bij interruptie, nnijnheer Polat.
87
De heer Polat: Ja, voorzitter, ik heb toch wel een opmerking. De wethouder zegt van ja, we hebben een eerste businesscase, hebben wij als pilot gebruikt voor alle andere businesscases. Maar als ik dan zo kijk, als ik die twee businesscases doortrek zo naar spoorzone, die lijken op elkaar. Alle andere, die lijken helemaal niet op elkaar. Dus in feite is het gewoonweg toch een uitzoekwerk onn te bepalen wat er eigenlijk in die businesscase zit. De heer Burggraaf: Ja, voorzitter. Het klopt dat businesscases niet allemaal een op een te vergelijken zijn, omdat het ook verschilt met het type investering wat je hebt. De ene waar je veel meer op maatschappelijke kosten-baten de analyse doet en andere waar het in veel hardere ja, rendementen zit. Zoals bijvoorbeeld de businesscaseruimte voor Daar zal je altijd wat onderscheid in houden en dat probeer je zo goed nnogelijk met elkaar wet te kunnen vergelijken. De heer Polat: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Polat. De heer Polat: Ja, voorzitter, toch... Het is natuurlijk wet, we hebben gevraagd aan het begin onn businesscases op basis van financiele impact, de maatschappelijke impact, en daarop te gaan baseren.
En ik begrijp het wet dat er gewoonweg bepaalde businesscases net lets anders ingericht worden, maar we willen graag wet natuurlijk in de toekomst, ook met het dashboard en wat daar ook allennaal nog komt, dat dat gewoon wet uniform is. Dat we kunnen gaan volgen wat er eigenlijk aan de hand is en dat we daar ook bijsturing kunnen geven wanneer dit gewoonweg niet goed gaat. De heer Burggraaf: Ja, voorzitter. Ben ik het met de heer Polat eens. Je nnoet streven naar het vergelijken van appels met appels en niet een appels met peren. Dus ja, je nnoet zorgen dat je dat zo goed mogelijk tegen elkaar af kan wegen op gelijke voet. De voorzitter: Dank, dan nog een interruptie van mijnheer De Looze. Gaat uw gang. De heer De Looze: Ja, voorzitter, wat misschien kan helpen is ook wat we voorheen hadden bij het Leerpark, is die projectbladen. Dat soort zaken. Om de grote dossiers te monitoren, kan helpen. Wellicht, wat ook een vraag is dat we gewoon een RIP krijgen met hoe we het proces gaan insteken en hoe we dit verder gaan oppakken. De heer Burggraaf: Ja, voorzitter, wat ik zei. We zijn nu bezig met die dashboardontwikkeling, dus rondom dat moment zullen we gebruiken om inderdaad nader te informeren of uiteenzetten hoe we die vervolgstappen het beste kunnen doen. Dat lijkt nnij inderdaad een goed voorstel. De amendement van D66 over het verduurzamen van vastgoed, heb ik dan nog staan.
Waarbij wordt gesteld dat de negen miljoen die geinvesteerd wordt voor het verduurzannen van eigen vastgoed, dat dat eigenlijk lets zou zijn wat at in de eigen exploitatie meegenonnen zou moeten worden. Of achterstallig zou zijn. Nou, dat is niet het geval. De investeringen binnen het eigen vastgoed, ja, die worden gewoon op de natuurlijke nnomenten in het programma genomen. Het is ook niet zo dat die totale investering van negen miljoen alleen maar
88
bedoeld is om de Label C-verplichting te kunnen voldoen. Die zit juist op die hele klimaatambitie die richting 2050 naar 95 procent CO2-reductie zit, dus er zit wel een veel grotere opgave aan vast. En bovendien is dit bij uitstek een investering die heel goed past binnen de reserve waar hij uit wordt gehaald, namelijk de reserve waarvan u heeft gezegd: daar mag u investeringen van doen die structureel kosten reduceren voor de gemeente. Nou, en door negen miljoen te investeren, bespaar je hier 31 nniljoen. Dus dat is juist een categorie die heel goed past binnen die reserve. Dus wij ontraden dit amendement. De voorzitter: Bij interruptie. De heer Polat. De heer Polat: Voorzitter, het is vanaf 2021 is het bekend en de bouwbesluit uit 2017 staat er al opgenomen, van dat alle gebouwen, gemeentelijke gebouwen, overheidsgebouwen, in 2023, dat ze gewoonweg met een C -label voorzien moeten zijn. En dat is dus de afgelopen periode is dat gewoon niet gedaan en dan wordt er gewoonweg nu vanuit een investeringsagenda, wordt er gewoonweg negen nniljoen uitgetrokken om dat wel te gaan doen. Ik zou zeggen van ja, dat is bedoeld voor de investering in de stad. En niet om nalatig onderhoud aan de kantoorpanden te gaan plegen. Dus ik begrijp wel dat u zegt van, dat op deze manier geld bespaard kan worden.
Maar dat kan natuurlijk ook via andere kanalen natuurlijk gedaan worden, algemene reserves. Ik weet het niet. Dat is gewoonweg aan het college. Maar dit budget is gewoon bedoeld voor de agenda 2030 en voor de stad. De voorzitter: Wethouder. De heer Burggraaf: Ja, voorzitter. Nog een keer herhalend: u heeft de reserve, twee reserves vastgesteld. Eentje waarbij u zegt: dat moet structureel verdienvermogen zijn. De andere reserve is structurele kostenreductie. Nou, nogmaals: dit is een structurele kostenreductie in je vastgoed. En nogmaals, het is niet om alleen aan het Label Cverhaal te voldoen. Nee, het is juist een investering die past bij de ambitie die u ook uitspreekt, op de verduurzaming binnen de visie die is neergelegd, of de ambitie, richting 2050. Dus het is wel degelijk een beleidsinhoudelijke ambitie, waarin je, vanuit de gemeente, ja, ik probeer even het Nederlandse woord te vinden, voor mevrouw Koene. Ik wil zeggen, practice what you preach. Maar ik weet even niet zo snel hoe we dat in het Nederlands gaan zeggen. De voorzitter: Doe wat je zegt. De heer Burggraaf: Doe wat je... Ja. Geef het goede voorbeeld. Dus als je die ambitie oplegt naar je stad, doe dan diezelfde ambitie zeker ook bij je eigen vastgoed. En dat is wat we hier bij deze investering doen. Die ambitie... Mevrouw Van Benschop: Voorzitter? De heer Burggraaf: ...
die we aan anderen opleggen, die gaan we ook als gemeente naleven.
89
De voorzitter: Tot slot, de heer Polat. De heer Polat: Ja, dat is mijn laatste vraag op dit onderwerp. Is het gewoonweg... Gaat het met dit geld, kunnen we daar rekenen, dat er gewoonweg, is dat bedoeld om het Clabel voor alle kantoorgebouwen, om dat te voorzien? Dat wil ik even weten. De heer Burggraaf: Nee, voorzitter. Dit gaat over at het vastgoed van de gemeente en dat is heel veel meer dan alleen kantoren. Dus dat gaat ook over musea, nou ja, allerlei ander vastgoed wat we hebben. En zorgen dat we daar in de verduurzamingsopgave die panden kunnen laten mee-ontwikkelen. De voorzitter: Helder. Dan was er nog een interruptie van mevrouw Van Benschop, dacht ik? Mevrouw Van Benschop: Ja, klopt. De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Van Benschop: Dank u wel, voorzitter. Nou, met deze uitleg van de wethouder begrijp ik wel beter waarom er negen miljoen voor het genneentelijk vastgoed wordt gereserveerd. We waren eerst nogal geneigd om het amendennent te steunen. Nu denken we er misschien wel wat anders over. Gaan we zo overleggen. Ik vraag me alleen wel af: als je voor dit doel negen miljoen reserveert, voor de verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed, waarom staat er dan zo weinig expliciet gereserveerd voor de verduurzaming van de rest van de stad? De heer Burggraaf: Zo meteen konnt collega Van der Linden nog over natuurlijk specifiek de duurzaamheidsportefeuille.
Dus ik laat deze even aan mijn collega over. Ik ga puur over het vastgoed. De voorzitter: Dank. Volgens nnij zijn dan de vragen aan u gesteld. Was dat ook uw termijn? Dan wil ik graag wethouder Sleeking vragen om wethouder Burggraaf hier te vervangen. Dank. Het woord is aan de wethouder. De heer Sleeking: Ja, voorzitter. De inzet bij dit hele traject was natuurlijk om een breed draagvlak te creeren voor een aantal enorme investeringsprogrannma's voor de komende decennia. En als ik zo uw bijdragen heb beluisterd van vanavond, dan denk ik nou ja, dat wij blij kunnen zijn dat die brede waardering en die brede steun ook is uitgesproken. Dat is van belang in verband met de continuiteit, want het gaat niet om een paar centen. Het gaat ook niet om een paar jaar.. Maar het gaat om een inzet die vele colleges en vele raden na ons zullen gaan doorzetten, is mijn insteek. En vanzelfsprekend zijn er altijd nog wel wat wensen hier en daar. En zoals at eerder gezegd: het hele programma is ook niet in beton gegoten. Het zijn reserveringen. En het staat altijd de komende raden en colleges vrij om hier en daar andere accenten aan te brengen. Maar de richting is duidelijk, denk ik. En het is mooi dat dat zo'n brede steun heeft gekregen. Ik wil eigenlijk alleen, voorzitter, reageren op de motie en opmerkingen van D66, over het investeringsprogramma, de reservering voor de
90
binnenstadsontwikkelingen. Daar hebben wij eerder met elkaar over gesproken. U heeft vanzelfsprekend een punt als u zegt van ja, er is geen uitgewerkte businesscase. De ambitie voor de binnenstad, die is blijvend. Als wij met elkaar onze binnenstad vitaal willen houden, dan zal net als de afgelopen twintig, dertig jaar, ook de komende twintig, dertig jaar in de binnenstad geInvesteerd moeten worden. Om te voorkomen dat de binnenstad wegkwijnt en minder aantrekkelijk wordt. Er wordt nu vooral ingezet op een aantal fysieke ingrepen. Met name gericht op nnobiliteit. De parkeerfunctie in relatie tot een betere inrichting van het openbaar gebied, de openbare ruimte, waar met name de Grote Markt een impuls verdient, een transfornnatie verdient. Waar we een deel van de parkeerproblematiek hopelijk kunnen gaan oplossen. Datzelfde geldt voor de parkeergarages aan de Spuiboulevard. En vervolgens ook de parkeergarage aan de Visstraat. Ja, voor at die deelprojecten zullen u afzonderlijke voorstellen worden voorgelegd. Dus als nu een besluit wordt genonnen op die reservering, betekent niet dat u meteen ook gebonden bent aan alle deelvoorstellen die vervolgens straks in procedure komen. Dus... De heer
Voorzitter?
De heer Sleeking: ... ja, ik zou het toch op prijs stellen als ook D66 wat dat betreft de nnogelijkheid ziet om ook dit onderdeel van groen licht te voorzien. Onndat u straks bij de aanbieding van de Visie Binnenstad in het najaar nog alle gelegenheid krijgt om daar uw opmerkingen over te maken. En vervolgens ook over alle deelvoorstellen, die verder uitgewerkt aan u zullen worden voorgelegd. De voorzitter: Dank, ik zie twee interrupties. Een van de heer Polat en van de heer Merx. Eerst de heer Polat, gaat uw gang. De heer Polat: Ja, dank, voorzitter. Nou, de wethouder, die heeft natuurlijk, die zegt van, we hebben op dit moment veertig miljoen en er nnoet gewoon... Vijftien miljoen komt van de '...', dan nnoet je naar de Visstraat, Grote Markt en ook nog '...' moeten wij mee, dat zijn de deelprojecten van de binnenstad. Nou, als wij zo kijken, dan is dat gewoonweg, dan is die 25 miljoen, dat gaat gewoonweg, alleen maar gaat naar die parkeergarages. Wat blijft dan over voor de binnenstad? Dus dat missen wij gewoonweg in het hele pakket, zodat we niet kunnen gewoonweg wat het gaat gewoon opleveren voor de binnenstad. Wat kunt u ons gewoonweg, wanneer kunnen wij zo'n businesscase verwachten, zodat wij ook het groene licht, wat u vraagt, om te kunnen geven? Maar nu niet.
De heer Sleeking: Ja, ik snap dat, voorzitter, omdat het natuurlijk een globale duiding is van de investeringen die waarschijnlijk noodzakelijk zijn om tot goede oplossingen te konnen als het gaat om mobiliteit. Het faciliteren van bewonersparkeren in relatie tot het meer ruinnte bieden in het openbaar gebied, om dat aantrekkelijker te gaan maken. Meer vergroening voor de binnenstad. Dus ook gericht op een verduurzaming en het tegengaan van hittestress in de binnenstad. Ja, allemaal onderdelen die straks deel uit zullen gaan maken van de concrete plannen die u worden voorgelegd. En nognnaals, op dit moment kan ik u die niet overhandigen. De Visie Binnenstad is wel in concept klaar en zal kort na het zonnerreces ook eerst via het college en vervolgens naar de raad
91
komen. Ik denk dat dat u meer houvast gaat bieden, in welke richting ook de ondernemers en de bewoners van de binnenstad denken hoe wij de toekonnst van onze stad ook echt sterker en vitaler kunnen maken. De voorzitter: Ja, mijnheer Polat nog een keer, merk ik. De heer Polat: Ja, de aller... Nou, kijk, de binnenstad, wij hebben gewoon als D66 hebben wij gezegd van, een leefbare binnenstad is gewoonweg waarbij dus minder auto's... En autoluwe binnenstad. En als wij nu de wethouders aanhoren, blijkt, dan gaat er gewoonweg nog een gigantische parkeergarage komen onder Grote Markt, wat daar gewoonweg in een keer heel veel verkeer richting... Dus dat... Dus misschien zitten we gewoon verkeerd, maar we weten niet hoe dat gewoonweg vornngegeven gaat worden en dat willen we vragen. De heer Sleeking: Nee, voorzitter, laat ons daar helder over zijn. Het is niet de bedoeling om grootschalige parkeervoorzieningen in de binnenstad te gaan realiseren, die voor bezoekers of voor mensen van buiten zullen zijn. Die parkeervoorzieningen, die zullen erop gericht zijn om bewoners van de binnenstad, bestaande ondernemers van de binnenstad, te bedienen. Juist om minder bilk op straat en langs de havens te hebben. En om ook ruimte te bieden aan de nieuwe bewoners van de binnenstad. Want u ziet dat er enorme transfornnaties aan de gang zijn.
Dat leegstaande winkelpanden al geheel of gedeeltelijk worden omgebouwd tot appartementen. Niet iedereen zal daar over een auto beschikken. We kunnen ze ook niet allemaal een parkeervergunning beloven. Maar als de Visstraat van kleur verschoten is en je kan die bestemming voor bewonersparkeren, dan heb je natuurlijk wel wat te bieden. Maar die zal niet meer zijn voor, in dat geval, voor de klanten van de winkels daaromheen. Die zullen elders nnoeten gaan parkeren. De voorzitter: Dank. Dan ga ik nu door naar mijnheer Merx. De heer Merx: Ja, voorzitter, dank u wel, ja, het gevaar is natuurlijk, als je een businesscase hebt van anderhalf A4, dat we dit soort discussies hier gaan krijgen. En ik hoor de wethouder zeggen: we komen met deelvoorstellen. En ik hoor hem ook zeggen: de visie. En ik wil toch graag in het proces eerst die visie zien, want dat behelst meer dan warmtestress, parkeergarages en dat soort zaken, want dan hebben we het ook nog gehad over, vorig jaar een nnotie over het kernwinkelgebied van het CDA, die we met zijn alien gesteund hebben. We hebben ook nog gekeken naar feestpleinen, zoals we dat noemen. Dus ik wil wel een complete visie zien eerst, voordat we dat uit gaan werken in deelplannen. En dat is graag de bevestiging die ik zou willen hebben van de wethouder. Want anders is het straks een soort verdeel-en-heers-spel en daar doen wij even niet aan mee.
De heer Sleeking: Nee, voorzitter. Het is terecht dat de heer Merx daar nog een keer aandacht voor vraagt. Dat is natuurlijk ook de opgave waar de ondernemers met elkaar mee aan de slag zijn gegaan. Waar straks een voorstel voor ligt, om te komen tot een verkleining van het winkelgebied. Dat geeft best een hoop discussie. U weet dat net zo goed als ik. Omdat hier en daar sprake is van gecompliceerde situaties. Als een
92
ondernemer in een eigen pand zit, eigen bezit tegen lage lasten, maar net valt buiten het gebied dat wij graag beschouwen als het kernwinkelgebied, ja, dan zul je met elkaar bereid moeten zijn am naar oplossingen te zoeken. Als je oak wil dat die verhuizing op gang konnt. Dan zul je schuifruimte moeten creeren en het oak aantrekkelijk moeten maken onn die beweging op gang te brengen. Maar dat zal zeker deel uitmaken van de visie zoals die er straks ligt. De voorzitter: Dank. Volgens mij kunnen we dan door, wethouder, want u was oak klaar met uw betoog he? Door naar de volgende wethouder. Dat is wethouder Heijkoop. Hij is er nog niet. We hadden naadloze overgangen afgesproken, maar wethouder Heijkoop is in aantocht. Denk ik. Ik hoop niet dat de wethouder in verband met gebrek aan nachtrust onderweg in slaap is gevallen. Nee, daar is hij al. Nee hoar. Zo is het goed. Ik zie dat de heer Van der Net het goede voorbeeld geeft, dus... het mag. Wethouder, gaat uw gang. De heer Heijkoop: Ik hoorde nog net de opmerking die u zichzelf permitteerde, voorzitter. En collega Sleeking maakte die opnnerking ook al toen ik hem onderweg kwam, tegenkwam in het trappenhuis. Nee, ik was niet in slaap gevallen. Er zit wel wat vertraging tussen wat hier gebeurt en wat beneden zichtbaar is.
Dus toen ik hem naar beneden hoorde komen, terwijI hij nog aan het woord was, toen dacht ik van, dat gaat niet goed. Ik ga snel naar boven. Excuus daarvoor. Voorzitter, ik ga even kort met u in, of eigenlijk ga ik er niet kort op in, ik ga er uitgebreid op in, want er zijn oak veel vragen over gesteld, over het Dordtse Leerprogramma. En daar hebben we... Excuus hoar, ik pak even wat water. Ik heb oak heel erg hard gelopen. Excuus, voorzitter. Ja, ik ben heel snel die trap opgelopen en ik loop een beetje achter nnijn adem aan nu. Ik ben geen twintig meer, nee. Ja, voorzitter. Er zijn veel vragen gesteld over het Dordtse Leerprogramma en we hebben er oak al een aantal keer uitvoerig over gesproken in de commissies. Al helennaal in het voortraject van de besluitvornning van de Enecomiddelen, het hele lange proces wat we met elkaar doorlopen, het zorgvuldige proces wat we met elkaar hebben doorlopen, waar u oak positieve woorden over uitgesproken heeft. Al vanaf het allerbegin hebben we hierbij stilgestaan. Nannelijk bij het gegeven dat Dordrecht een van de meest kwetsbare steden van Nederland is. Geobjectiveerd aantoonbaar, dat blijkt uit de Atlas voor de Nederlandse Genneenten, het blijkt uit CBSdata. De sociaalecononnische positie van Dordrecht is gewoon niet sterk. En met deze agenda, met deze ambitieuze groeiagenda, willen wij werken aan de versterking van onze mooie stad.
Dat gaat over economie, dat gaat over het bouwen van woningen, oak de verduurzaming zal nog langskonnen straks bij collega Van der Linden. Maar er speelt nog veel meer in onze stad. En dat gaat dan met name over de armere wijken. En met name de kinderen in deze wijken, die zijn de dupe van nou ja, de kwetsbaarheid van alles in die wijken en oak de scholen. En u heeft heel nadrukkelijk als raad aangegeven dat u niet alleen wilt investeren in stenen, maar oak wilt investeren in mensen am de stad sterker te nnaken. En niet alleen door hogere inkomens aan te trekken door duurdere huizen te bouwen, maar oak door een nieuwe generatie meer kansen te bieden. En we kunnen de meeste positieve impact bereiken door te investeren in onze jongste inwoners. En dat is waar het hier over gaat, het Dordtse Leerprogramma. En daaronn willen we daar tien procent van de beschikbare Eneco-middelen hiervoor
93
inzetten. En u heeft daarover twee moties ingediend. En een amendement. En ik start met motie 11. En eigenlijk gaat die motie over de zorg dat sommige kinderen worden vergeten. De motie heet ook 'Alle kinderen tellen mee' en eigenlijk wordt gesteld van, vergeet ook niet de kinderen op andere scholen. En dat begrijpen we. En wij begrijpen ook dat het niet de bedoeling is dat sonnmige kinderen straks achterstanden gaan ervaren, onndat voor hen geen aandacht is. Maar we hebben wel heel nadrukkelijk met de schoolbesturen de afspraak gemaakt dat we het verschil willen maken op de meest kwetsbare scholen. En ook uw raad heeft gevraagd om te kijken ook naar waar kunnen we het meeste rendement voor elkaar krijgen? En dat is echt op de meest kwetsbare scholen. En die schoolbesturen, dan hebben we het over OPOD, SKOBA en H30 met name, die hebben zowel sterkere als zwakkere scholen onder hun stichting vallen. En zij weten ook heel goed waar we het verschil kunnen maken en vandaar ook dat zij nadrukkelijk delen, zij hebben dat zelf ook aangebracht, om ook echt wel focus te leggen bij de scholen die, waar de meeste kwetsbare kinderen op zitten. Vanuit de risico's, vanuit de ouders waarvan de verwachting is dat zij gewoon geen gelijke kansen hebben. Dus daarom is verdunning echt onverstandig.
En we moeten ons realiseren dat een kind op een sterke school, een kwetsbaar kind op een sterke school in een sterke wijk, echt veel meer perspectief heeft dan een kwetsbaar kind op een kwetsbare school in een arme wijk. Dat zien we echt, dat kinderen zich dan ook kunnen optrekken aan sterkere medeleerlingen. Dus dat rechtvaardigt ook wel dat je het wel degelijk ook op schoolniveau bekijkt en niet alleen op het pure individu van het kind, wat de VVD aangeeft. De heer Merx: Voorzitter?
De voorzitter: Bij interruptie, mijnheer Merx. De heer Merx: Ja, u begon uw betoog zo mooi. We investeren niet in mensen, of in stenen, maar we investeren in mensen. Maar wat u dan nu voorstelt, is niet investeren in mensen, maar in instituten. Namelijk scholen. En dat is wat wij proberen met deze motie, samen met de andere partijen, tot uitdrukking te brengen. Ga achter uw eigen woorden staan. Investeer in mensen en kijk ook en durf ook te kijken naar die andere scholen die misschien in een wat minder kwetsbare wijk staan, om daar ook de kinderen die misschien niet zo kansrijk zijn als die andere kinderen op school, een veilige haven te bieden. Om deze kinderen dezelfde kansen te geven als al die andere kinderen. En dat is waar deze motie toe oproept. En u zegt nu eigenlijk met andere woorden: ik raad deze motie af. En dat zou ik, ja, zeer spijtig vinden.
De voorzitter: Nou, zo ver was de wethouder nog niet gekomen, dus ik stel voor dat we ook even kijken of dat echt zo is. Wethouder, gaat uw gang. De heer Heijkoop: Nee, voorzitter, de heer Merx is dan lets te somber. Ik duid alleen het individu ten opzichte van de gemeenschap, ten opzichte van de school. En ik wil er geen politiek-ideologische discussie van maken, maar ik denk dat ieder mens, en ook ieder kind, functioneert in relatie tot de ander. En dat geldt zeker ook voor kinderen binnen een scholengemeenschap, binnen een klas. Die kun je niet als een puur individu zien. Dat moet je echt zien in relatie van dat grotere geheel, dat een kind kan leren van
94
andere kinderen. Dat daar ook mooie ontwikkeling nnogelijk is in die interactie. En daarom benadruk ik ook echt van, laten we dit nu niet te veel individualiseren, laten we heel erg goed kijken naar het belang van de kinderen, maar wel als onderdeel van het geheel van zo'n school. Dat is wat ik heb willen zeggen. En dat is ook wat nadrukkelijk wordt onderschreven en wordt aangegeven vanuit de scholen, dat het ook echt wel zo in de praktijk gaat. En ik ben echt nog niet zo ver dat ik negatief op uw motie reageer. Want daar ga ik nu verder op in. Kijk, wat belangrijk is, dat die elf scholen, die staan op echt een grote achterstand ten opzichte van de andere scholen. En daarmee is de zorg van de heer Merx ook voor een deel niet terecht, want er zijn gewoon scholen waar alle kinderen, op een of twee na, kwetsbaar zijn. Gewoon geobjectiveerd vanuit hun achtergrond, ouders in de schuldsanering, ouders met een migratieachtergrond, gebrekkige taalvaardigheid. Dat is echt in Dordrecht geconstateerd op een aantal scholen en met name die elf scholen. En dat commitment is dus ook echt nodig. Niet alleen voor het komende jaar, of de konnende twee jaar, maar echt voor langere tijd. En niettemin zeg ik ook richting uw raad toe, richting de heer Merx, dat we wel na een paar jaar gaan kijken of dat ook klopt.
Want als een van die elf scholen dernnate opgeklommen is dat we zeggen van he, wacht, dit is een andere school die kwetsbaarder is, nou, dan gaan we ook met die schoolbesturen kijken van, moeten we de nniddelen misschien lets anders gaan inzetten? Dus die zorg wil ik echt wegnemen. De voorzitter: Mijnheer Merx, er was eerst iemand anders die interrumpeerde. Mevrouw Van Benschop, gaat uw gang. Mevrouw Van Benschop: Ja, het is eigenlijk een hele korte vraag. Verwacht de wethouder dat als de motie van de VVD wordt aangenomen, dus als we gaan kijken naar die motie 'Alle kinderen tellen mee', dat er dan echt substantieel minder geld naar die elf scholen zou gaan of zelfs te weinig geld naar die scholen zou gaan? De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, ik heb de motie van de VVD niet zo gelezen als dat we de elf scholen waar de meeste zorg naar uit gaat, dat we die moeten gaan korten. Ik heb de motie van de VVD vooral gelezen als zijnde van, vergeet ook die andere kinderen niet. En heb ook aandacht voor het felt dat die kinderen ook ontwikkelmogelijkheden moeten blijven behouden. En dat ondersteun ik van harte. Daar kom ik straks nog even kort op terug. Aileen, ik zeg wel, ook echt wel in afstennnning met die schoolbesturen, van joh, richt je nu echt even voor de langere termijn, voor dat echt intensieve verlengde schooltijdprogramma, dat Dordtse Leerprogramma, op die elf scholen.
En kijk wel na een aantal jaren wat de effect is, rendement is, en mijn verwachting is dat we echt wel langere tijd op die elf scholen extra inzet moeten plegen. Maar mocht daar toch een bepaalde positieve ontwikkeling zijn, dan kun je echt wel kijken naar: moet een andere school extra ondersteunen? Maar vooralsnog zeggen we van: richt deze nniddelen echt op die elf scholen. Maar er is meer. Er zit meer in het vat en daar kom ik straks nog op terug. De voorzitter: Oke. Mijnheer Merx, bij interruptie. De heer Merx: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja. Wat is nou het probleenn als u zegt, misschien dat er op sommige scholen maar een of twee kinderen zijn die kwetsbaar zijn,
95
want ook die kinderen willen wij niet laten vallen. Wat is dan het probleenn om die kinderen op de een of andere manier bij een van die elf... Want ik kan u wel volgen in uw betoog, dat u zegt, ja, we nnoeten ons vooral concentreren op die elf scholen waar de problemen het grootst zijn. Natuurlijk, je gaat daar blussen waar de fik het hardste is, dus dat is op die elf scholen. Maar wat zou nou, juist in die interactie met elkaar, wat is het probleem als je die een of twee kinderen van die andere school, zeg maar na schooltijd, naar een van die elf scholen brengt en zegt: hier kun jij gewoon echt beter worden. Want nnij nnaakt het niet uit. Ik kijk niet naar scholen, ik kijk naar kinderen. En daar... Het lijkt wel, en u zegt van niet, maar het lijkt wel of wij daar echt heel verschillend over denken. En ik denk: ben praktisch, neenn die een of twee kinderen onder de arm en breng die even naar die andere school.
De heer Heijkoop: Voorzitter, wat er mis mee is, is dat ik het sowieso niet vanuit deze raad en vanuit het college wil gaan opleggen aan die scholen. Ik denk dat het in de praktijk wel eens zal gebeuren. Dat scholen zelf besluiten van joh, we hebben veertien scholen en uw kind kunnen we misschien meer bieden op die school dan op de andere school. Maar je gaat kinderen niet zonnaar uit hun eigen omgeving weghalen. En uiteindelijk is een leerkracht en een schoolleider heel goed in staat om te bepalen wat een kind nodig heeft. Dus ik sluit niet uit dat het af en toe gaat gebeuren, wat u aangeeft, zeg ik richting mijnheer Merx, maar ik wil dat niet hier per motie vanuit de raad op gaan leggen aan de scholen van, ga dat op die manier doen. De heer Merx: Ja, voorzitter, laatste opmerking. De voorzitter: Laatste opmerking nnijnheer Merx.
De heer Merx: Ik vind dat als wij 27,4 miljoen euro reserveren, dat we ook nog wel iets van een wens of een eis erbij mogen geven. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, we gaan met de scholen programma's maken en dan gaan we ook prestatieafspraken maken. We gaan dat gewoon goed volgen. En dat doen we op basis van de resultaten van de scholen en van de kinderen. Maar ik wil geen eis nneegeven dat zij kinderen van de ene school naar de andere school nnoeten gaan brengen. Helemaal uit hun eigen onngeving, van hun vriendjes vandaan, onndat wij zeggen van joh, je nnoet naar die school toe. Dat is echt individueel maatwerk. Dan nnoeten we echt ook de leerkracht, de onderwijzer voor de klas, in positie houden en dat niet nu hier gaan bepalen. En de schoolbesturen zijn er met ons van overtuigd dat alle Dordtse kinderen van dit Dordtse Leerprogramnna gaan meeprofiteren. Door de programme's die we gaan starten, en die gaan we ook... Nou, de kennis wordt ook gedeeld. De scholen krijgen ook als geheel gewoon meer mogelijkheden. Scholen worden aantrekkelijker ook op de arbeidsnnarkt. Daar kom ik straks nog even op terug bij de andere motie. En dat heeft ook positief effect op de expertise. En ook door de schooloverstijgende programma's die we ook gaan bouwen en waar ook alle kinderen van meeprofiteren.
Zeker ook de kinderen op andere scholen die nou ja, die nnisschien ook wat extra aandacht nodig hebben.
96
De voorzitter: Oke, de tijd mag weer gaan lopen en ik zeg even tegen de wethouder dat deze tijd ook voor de collega's nog is bestemd. De heer Heijkoop: Dat zie ik vooral als een opmerking richting mijn collega's die hier beneden... De voorzitter: Nee, nee, nee, gaat u even door op de moties. De heer Heijkoop: Nee, voorzitter, ik zeg ook nog richting mijnheer Merx: we hebben ook nog de reguliere OHB-middelen en zoals u in de technische beantwoording hebt kunnen lezen hebben we daarvan ook wet gezegd, in sannenspraak met de scholen dat we op onderdelen die middelen ook kunnen inzetten voor individuele kinderen op andere scholen. Dus ook daarmee wordt u bediend. En zo heb ik... Nogmaals, alles wat ik nu zeg, dat vind ik ook wet passen bij uw motie. Want u roept nergens op in de motie, wat u net wel heel erg expliciteerde, van dat kinderen van de ene naar de andere school moeten. U geeft eigenlijk vooral aan van heb oog ook voor die andere kinderen en zorg dat die niet achter het net vissen. En dat ben ik gewoon met u eens. En daar ga ik ook met de scholen in gesprek. Uw zorg is helder. En we gaan deze motie ook betrekken bij de uitwerking met de scholen en ik ga u daar vanuit het college over infornneren en dan kunt u ook met elkaar beoordelen of dat ook recht doet aan de zorg die in uw motie is verwoord. Ik ga naar de motie over de financien, over het verrekenen. Motie M12.
En de strekking, de strekking van die motie die kunnen wij wet volgen. Het programma bestond aanvankelijk uit dertig miljoen en we hebben met de komst van het Nationaal Programma Onderwijs dat ook al bijgesteld. We hebben het wat neerwaarts bijgesteld, omdat wij zagen dat het Nationaal Programma Onderwijs de eerste paar jaar ook voor een deel invulling gaf aan wat wij met elkaar en met de scholen hebben besproken. En nou ja, waar we ons op willen gaan inzetten. En die businesscase is ook niet over een nacht us tot stand gekomen. De VVD sprak daar ook positieve woorden over uit. Er is echt goed over nagedacht van, hoe kunnen we impact maken, wat werkt er? En wat zal dat uiteindelijk ook op de langere ternnijn aan rendennent opleveren? En ik zeg richting u, de inhoud is echt leidend. We werken aan een langdurig kwalitatief programma op die elf scholen. Het is een commitment voor de langdurige investering ook. En dat is juist ook de reden waarom de schoolbesturen uitgesproken kritisch zijn op dat Nationaal Programma Onderwijs en heel lovend over het Dordtse Leerprogramnna. Het ene programma, dat gaat over een enorme korte boost van twee jaar, waarbij de Kamer zich wet uitspreekt over misschien met een jaar verlengen.
Waarbij scholen zeggen van ja, nnaar kunnen we dan op de lange termijn investeren in leerkrachten, of moeten we die na twee jaar weer laten gaan? Hier kunnen we niks mee, we willen een structurele investering. En het Dordtse Leerprogrannma geeft die structurele investering. En ik heb de verklaring ook gezien van de scholen, dat ze hier blij mee zijn. En ik heb ook... Vandaag of gisteren kreeg ik een brief van SKOBA en OPOD, met waarom zij aangeven waarom dat Dordtse Leerprogrannnna, dat ze daar veel hell in zien. En ik denk dat dat ook wet... Dat deze investering een investering voor de lange adem is. En als het gaat over het lerarentekort moeten we ons realiseren dat in het verleden er ook wet eens een lerarenoverschot is geweest. Dat heb ik in ieder geval nog meegennaakt. Dat oudklasgenoten geen baan konden vinden en sonns heel lang moesten reizen omdat er geen
97
werk was. Ook dat is een rare cyclus. Dus dat zou zomaar kunnen, dat het in de toekomst weer anders is.
De voorzitter: Wethouder, even een vraag. Wat doet u met motie M12, omarmt u die? De heer Heijkoop: Ja, daar ben ik bijna. U brengt bij van mijn a propos. Nee, ja, dat is een goed punt. De arbeidsmarktpositie van scholen wordt echt beter. Leerkrachten zijn enorm inhoudelijk gedreven en die zien dat er op deze scholen nneer nnogelijk is door dat Dordtse Leerprogramma. En scholen geven ook aan: wij verwachten dat wij onze vacatures in de toekomst eenvoudiger kunnen vervullen omdat wij nneer te bieden hebben. En dat is denk ik ook gewoon een positief gegeven. De voorzitter: Mevrouw Koene, bij interruptie. Mevrouw Koene: Ja, voorzitter, even voor mijn beeld. Ze staan te trappelen om te gaan werken, dat is dan ook precies de enige plaats en de enige elf scholen in Nederland waar dat het geval is. Want we hebben het hier in het kader van de extra middelen over zestig fte, bovenop de reguliere fornnatie. Dus kan de heer Heijkoop dan dus nnij nu garanderen dat at die vacatures dus nu ingevuld zijn in septennber? De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, mevrouw Koene maakt wat rekensommen. De schoolbesturen geven zelf aan dat ze vanuit de reguliere exploitatie, zijn er weinig mogelijkheden. U heeft in de technische beantwoording ook gezien dat die reguliere exploitatie ook onder druk staat. En tegelijkertijd dat zij vanuit die extra middelen ook geen extra schooltijd mogen aanbieden.
Dat Nationaal Programma Onderwijs, waar mevrouw Koene aan refereert, die biedt die nnogelijkheden wel. Die extra middelen zijn heel mooi en daardoor kunnen we inderdaad de bijdrage vanuit de gemeente de eerste jaren wat aframen. En ook in de toekomst kunnen we dat... Op het moment dat die middelen worden doorgezet, echt waar het Dordtse Leerprogramma zich ook op inzet. Kijk, als er extra middelen komen op cao, of op verduurzaming of huisvesting, ja, dan kunnen we die daar niet voor inzetten. Maar echt middelen die het Dordtse Leerprogramma versterken, dan zeg ik en dat is ook mijn reactie op deze motie, dan kunnen wij inderdaad de inzet vanuit de gemeente kunnen wij aanpassen. En dan is het aan uw raad om te zeggen van nou, vanuit die agenda Dordt 2030 kunnen we dat eventueel inzetten op andere scholen, wat de VVD beoogt, of u kunt dat op een andere manier inzetten. Wij volgen deze motie en dat is in die zin, ja, kunnen wij deze gewoon uitvoeren. En richting mevrouw Koene zeg ik van ja, nee, er staan niet zestig leerkrachten. Er is nog niet eens duidelijk hoeveel scholen precies krijgen aan extra middelen vanuit de NPO.
Maar scholen zijn wel bezig met programnna's te nnaken en scholen in Dordrecht staan relatief goed gesteld ten opzichte van andere scholen, omdat zij al jaren aan het nadenken zijn, in samenwerking met de gemeente, vanuit die Onderwijsvisie hoe ze hier vorm en inhoud aan kunnen geven. Dus ik heb alle vertrouwen in de schoolbesturen, dat zij met goede programma's konnen en uiteindelijk ook erin slagen om mensen aan te trekken om die vacatures te vervullen. En dat zal pittig zijn, maar de uitgangspositie in Dordrecht is niet slecht.
98
De voorzitter: Oke. Het is fijn als er even een punt valt. Mevrouw Koene en dan mijnheer Merx. Gaat u gang. Mevrouw Koene: Voorzitter, ik krijg er bijna tranen van in mijn ogen. Ik ben er ook helemaal van van slag. Wat wou ik nou zeggen? Nou, laat nnijnheer Merx maar even gaan, dan kom ik er zo op terug. De voorzitter: Mijnheer Merx, gaat uw gang. De heer Merx: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, de wethouder ging ook gedwongen door de tijd ineens heel snel praten. En hoorde ik nou goed dat hij zei dat hij van mij gehoord heeft dat de extra middelen van het Rijk dan ingezet warden op andere scholen? De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, de nnotie van de VVD, die volgens mij dictum, ik heb hem nu niet voor me, maar u zegt van als er extra middelen komen vanuit het Nationaal Programma Onderwijs die de middelen vanuit het Dordtse Leerprogrannnna kunnen vervangen, dan vallen die middelen vrij naar de Dordtse agenda 2030. Ik zie de heer Van der Net knikken. Nou, en vanuit die Dordtse agenda 2030 kunt u die middelen opnieuw dan gaan besteden. En... De heer Merx: Ja, dat klopt. De heer Heijkoop: En u heeft zorgen over die andere scholen en dan kan ik mij voorstellen dat u zegt van nou, wij willen nnisschien die middelen naar die andere scholen toe gaan brengen. Maar dat is uiteindelijk aan u, am dat gesprek te voeren. De heer Merx: Ja, zie je wel. Voorzitter...
De heer Heijkoop: Dat heeft u niet gezegd overigens hoar, dat was zomaar een hypothetische veronderstelling die ik deed. De voorzitter: Mijnheer Merx. Wat is de wethouder toch slim he, vindt u niet? De heer Merx: Ja, zie je, maar zo de archieven in. Ja, nee, ja, precies, nee, maar het is goed dat ik nog even oplet op dit late tijdstip, want zo ga je de archieven in als dat wij dat am die manier bestemd hebben. Ik sluit het niet uit, maar ik heb het ook zeker niet gezegd dat dat zou gebeuren. Dus dan beoordelen we op dat moment waar het voor Dordrecht 2030 het beste aan besteed is. Mevrouw
Voorzitter?
De voorzitter: Wethouder, wilt u daar nog op reageren? De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, ik probeerde met de heer Merx mee te denken en dat was het enige wat ik deed. De voorzitter: Mevrouw Van Benschop, gaat uw gang.
99
Mevrouw Van Benschop: Ja, nou, ik heb hier toch nog even een vraag over voor onszelf. Betekent dat dan dat als de motie wordt aangenonnen, dat we niet die elf scholen vanuit dit progrannma ondersteunen, maar al die scholen? Dat dan de andere motie over die 27, wat is het, 4 miljoen, als er dan Rijksmiddelen komen, dat u dan niet ondersteunt? Of dan ook? De heer Heijkoop: 3a, wacht. We moeten hem niet te technisch maken. Als we alle scholen willen gaan ondersteunen op eenzelfde manier als die elf scholen, dan zal het huidige voorstel vanuit het college geamendeerd moeten worden met circa twintig, dertig miljoen extra middelen voor het Dordtse Leerprogramma. Daar zou ik niet voor zijn. Ik denk dat we het meeste rendement behalen op die elf scholen. Mocht bijvoorbeeld vanuit de landelijke overheid extra middelen komen voor schooltijdverlenging, ik zeg maar wat, structureel een miljoen per jaar, dan zou je dus het Dordtse Leerprogramma, de middelen vanuit de genneente voor de planperiode een miljoen per jaar kunnen afschalen. En dat is volgens mij wat de VVD bedoelt. En ik gaf toen als suggestie mee, nou, dan kunt u eventueel die middelen die dan vrij vallen op een andere manier in het onderwijs steken, maar u kunt dat natuurlijk ook, nou ja, bijvoorbeeld aan de verduurzamingsopgave besteden. Dat is aan uw raad.
Mevrouw Van Benschop: Ja, maar dan er dus wel vanuit gaande dat het nog steeds over elf scholen gaat. En niet die 35, of 46? De heer Heijkoop: Correct, correct. Mevrouw Van Benschop: Ja, precies, oke. Mevrouw Koene: Voorzitter? De voorzitter: Ja, nnevrouw Koene. U bent eruit, wat het ook al weer was?
Mevrouw Koene: Ja, ik ben eruit hoor, ik moest even graven. Ik heb zo verschrikkelijk veel aantekeningen hierover, dus... Voorzitter, de wethouder, dat heeft hij in de commissie ook al gedaan, ik zou bijna zeggen, drannt een beetje over die Onderwijsvisie. Het is prima dat we een Onderwijsvisie met elkaar hebben geformuleerd. Die hebben we, omdat we daar de rode draad in benoemd hebben voor het voorkomen en tegengaan van onderwijsachterstanden. En er staat nergens een bedrag bij. Er staat nergens bij dat dat 27,4 miljoen, 30 miljoen, 600 miljoen moet zijn. Dus automatisch die verbinding nu leggen, dat lijkt me niet chic. Daarnaast wil ik van de wethouder weten, het Rijk bekostigt het onderwijs. De primaire taak van het lesgeven. Ik zie geen enkele reden, nog steeds niet, waarom scholen die een basisbedrag krijgen en extra geld krijgen omdat ze kwetsbaar zijn en daar nu dan nog nneer geld op krijgen, dus een gemeentelijke subsidie nodig hebben zoals wordt gesteld in het voorstel. Er staat dat ze anders tekortkomen. Maar dat is natuurlijk gek. Ze krijgen gefinancierd onn ook de kwetsbare kinderen juist mee te nemen. En daar gaat het om. Dus waarom houdt de wethouder zo hardnekkig vast aan dit verhaal, dat het anders niet te redden is en anders liggen alle kinderen in de goot en weet ik veel wat allennaal.
100