2.1 2026.06.23 Notulen Gemeenteraad Dordrecht - concept.pdf
Tekst van het document
De antwoorden mogen ook ietsje korter. De heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Een simpele vraag. De heer Den Heijer stipt even de binnenstad aan. Een aantal jaar geleden hadden we de visie Slijpen aan een diamant. Is dat nog steeds de visie van waaruit gewerkt wordt? En kunnen we daar, gezien de ambitie, ook binnenkort weer nieuwe stappen op zien? De heer Den Heijer: Het antwoord is, voorzitter, tweemaal ja. De voorzitter: Dank u wel. Dank aan de heer Den Heijer. Het woord is aan de heer Uysal. Ik nodig de heer Den Heijer uit te gaan zitten en ik geef het woord aan de heer Uysal. Gaat uw gang. De heer Uysal: Voorzitter, allereerst wil ik het college, de ambtelijke organisatie en iedereen die aan deze Perspectiefnota heeft meegewerkt bedanken voor het werk dat is verricht. En voor ons voelt deze Perspectiefnota een beetje als de aftiteling van een bestuursperiode. Het is namelijk de laatste Perspectiefnota van een college waar GroenLinks deel van uitmaakte. En met onze nieuwe naam PRO gaan we de komende jaren vanaf een andere plek in deze zaal, maar wel met dezelfde ambitie, voor Dordrecht. En als we terugkijken, dan zien we dat er de afgelopen jaren veel in beweging is gezet. Er zijn weer wat sociale huurwoningen gebouwd, waar jarenlang vooral werd gesloopt. Er is geïnvesteerd in duurzaamheid. Er is gewerkt aan een sterkere sociale basis.
Er zijn stappen gezet op het gebied van armoedebestrijding, onderwijs en werk. En dat is niet vanzelf gegaan. Dat zijn politieke keuzes geweest. Voorzitter, de grote opgaven van Dordrecht zijn nog lang niet opgelost. De woningnood is niet verdwenen. Sterker nog, voor veel Dordtenaren voelt die urgenter dan ooit. En klimaatverandering wacht niet tot een volgende bestuursperiode. En ook de strijd tegen armoede, uitsluiting en kansenongelijkheid is nog niet gewonnen. En deze nota beschrijft veel ontwikkelingen, maar op de vraag waar Dordrecht de komende jaren naartoe groeit, daar krijgen wij nog weinig antwoord. En voorzitter, de vraag is niet of Dordrecht groeit, maar de vraag is, wat voor stad groeit er? Wordt het een stad waar voldoende betaalbare woningen zijn voor starters, gezinnen en mensen met een laag inkomen? Wordt het een stad waar groen, spelen, ontmoeten en wonen met elkaar in balans blijven? Wordt het een stad die voorbereid is op hitte, droogte en extreme regenval? En wordt het een stad waarin mensen elkaar weten te vinden en naar elkaar omkijken? Dat zijn voor ons de vragen die de komende jaren centraal moeten staan. Voorzitter, zonder keuzes vandaag betalen we morgen een hoge prijs. En dat geldt voor wonen. De afgelopen jaren hebben laten zien dat de huidige aanpak steeds 53 vaker tegen grenzen aanloopt.
Projecten worden duurder, procedures duren langer en de weerstand neemt toe. En dat is niet zo vreemd als iedere vierkante meter die nog niet bebouwd is, vooral wordt gezien als een plek waar woningen kunnen komen. Want een stad bestaat uit veel meer dan alleen woningen. Kinderen moeten kunnen spelen, mensen moeten elkaar kunnen ontmoeten, kunnen wandelen, sporten en kunnen genieten van het groen. En juist die belangen komen steeds vaker onder druk te staan. Voorzitter, het wegvallen van het Gezondheidspark staat niet op zichzelf. We zien ook de vertraging bij projecten als het Admiraalsplein, het Leerpark, het V&D pand, de Karel Doormanweg, Trompweg en de Stadsas. Dat zijn geen incidenten. Dat zijn signalen. Signalen dat woningbouw binnen de bestaande stad steeds ingewikkelder wordt. En signalen dat we niet kunnen volstaan met steeds verder verdichten en hopen dat de woningcrisis zich vanzelf oplost. Daarom moet het gesprek breder gevoerd worden. Niet alleen hoeveel woningen bouwen, maar ook welke woningen we bouwen, waar we ze bouwen en hoe we ervoor zorgen dat Dordrecht ook over 20 jaar een leefbare, groene en gezonde stad is. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Van der Graaf. De heer Van der Graaf: Dank u wel, voorzitter. Ik hoor de collega helaas terecht opmerken dat het bouwen van woningen ook steeds duurder is geworden de laatste jaren.
En heeft de collega ook enig idee wat daar de oorzaak van is? De voorzitter: De heer Uysal. De heer Uysal: Er zijn heel veel oorzaken, voorzitter, daarvoor. En het feit is gewoon dat binnenstedelijk bouwen enorm duur is. En we zien daardoor keer op keer ontstaan dat projectontwikkelaars de businesscase niet rondkrijgen, dat het leidt tot uitstel en dat het leidt tot vertraging. Dat zien we nu met het V&D pand opnieuw gebeuren. Dat pand staat al jarenlang leeg. Maar het is gewoon een feit dat de bouwkosten ook ieder jaar weer stijgen. En het is ook niet zo heel gek, omdat de grond in de binnenstad gewoon veel duurder is. De voorzitter: De heer Van der Graaf. De heer Van der Graaf: Dan hoor ik de collega een aantal voorbeelden noemen, maar dan mis ik een toch best wel heel belangrijk en impactvol voorbeeld. Namelijk, klimaatmaatregelen. Woningbouw tegenwoordig moet op een bepaalde manier worden gebouwd met steeds meer duurzame producten, wat allemaal de prijs doet toenemen. Hoe kijkt de collega daartegenaan? De voorzitter: De heer Uysal. De heer Uysal: Voorzitter, de PVV staat bekend als een partij die de gevolgen van klimaatverandering ontkent. Het is heel moeilijk om daar een zinnige discussie over te voeren. Ik verwees net naar de VVD, dat zij de werkelijkheid van de Dordtenaren die zij dagelijks mee meemaken totaal zijn kwijtgeraakt. Maar dat geldt ook voor de PVV.
Hoe kan het zo zijn dat de negatieve gevolgen van klimaatverandering, die al jarenlang 54 bekend zijn, dat dat wordt ontkend en dat we daar geen maatregelen op zouden moeten nemen, en dat we dat juist gaan aanwijzen als probleem voor het niet kunnen bouwen van woningen? Ik denk dat we moeten kijken naar andere oorzaken waarom ons dat niet lukt. De voorzitter: De heer Van der Graaf. De heer Van der Graaf: Voorzitter, ik heb werkelijk waar geen idee waar de collega vandaan haalt dat ik het klimaat zou ontkennen. Een belachelijk insinuatie. Maar ik hoor ook geen antwoord op mijn vraag. Mijn vraag is gewoon heel concreet. Er zijn bepaalde klimaatmaatregelen die ervoor zorgen dat woningbouw duurder is geworden. En hoe kijkt u daarnaar is? De voorzitter: De heer Uysal. De heer Uysal: Zo zien wij dat niet. Wij zien niet dat de klimaatmaatregelen en de woningbouwopgave nog verder belemmeren of bemoeilijken. Sterker nog, het is onze taak om huizen te bouwen die ook toekomstbestendig zijn, om voor de volgende generatie de stad weer door te kunnen geven. En het zijn juist maatregelen die noodzakelijk zijn. Wij zoeken eerder de oorzaken bij binnenstedelijk bouwen, bij verdichten. Dat we ons niet blind moeten staren op alleen verdichten, maar dat we ook moeten kijken naar de randen van de stad. Dat zou een mogelijke oplossing zijn om uit deze woningbouwcrisis komen.
De voorzitter: Mijnheer Uysal, gaat u verder. De heer Uysal: Toevallig ga ik nu ook beginnen over klimaat en een gezonde leefomgeving. Ik nodig de heer Van der Graaf uit om daar aandachtig naar te luisteren. Want wij lezen dat klimaat en duurzaamheid belangrijke opgaven blijven, maar we maken ons wel zorgen dat juist deze ambities als eerste onder druk komen te staan wanneer er moeilijke financiële keuzes gemaakt moeten worden, terwijl we weten dat uitstel vaak duurder is dan actie. Een boom die vandaag niet wordt geplant, geeft morgen geen schaduw. Een wijk die vandaag niet klimaatbestendig wordt gemaakt, krijgt morgen te maken met meer hitte en meer wateroverlast. Hetzelfde geldt voor bestaanszekerheid en sociale samenhang. De afgelopen jaren is flink geïnvesteerd in armoedebestrijding, ondersteuning en een sterke sociale basis, omdat voorkomen beter is dan genezen. Een schuld die niet ontstaat, hoeft niet opgelost te worden. Een jongere die op tijd hulp krijgt, heeft laten minder zorg nodig. Voorzitter, de komende jaren vragen om scherpe keuzes. Niet alles kan tegelijkertijd en juist daarom moet je prioriteiten stellen. En daarmee komen we ook bij de vraag die vanavond centraal staat. Namelijk, welke keuzes maken de nieuwe coalitiepartijen? Allereerst wil ik de coalitiepartijen feliciteren.
Het heeft iets langer geduurd dan wij in Dordrecht gewend zijn, maar uiteindelijk ligt er een akkoord en dat verdient een compliment. Ik wens het college heel veel succes met de uitvoering, want ik vermoed dat de uitvoering nog een stuk uitdagender zal zijn dan de totstandkoming van het akkoord. En tot zover de vriendelijke woorden. Want voorzitter, wat ons als eerste opviel aan dit akkoord, is voor welke Dordtenaar deze coalitie lijkt te kiezen. Voor de Dordtenaar met een villa. Voor de Dordtenaar met een stevig inkomen. Voor de 55 Dordtenaar die zijn weg weet te vinden. Voor de Dordtenaar die weinig afhankelijk is van publieke voorzieningen. Want wie dit akkoord leest, ziet vooral aandacht voor economische versterking, hogere inkomens en een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Maar hoe zit het met de starter die geen woning kan vinden? De jongere die nog op de zolder woont? De inwoner die afhankelijk is van ondersteuning? En de bewoner van een versteende wijk die iedere zomer warmer wordt? Voorzitter, juist voor die Dordtenaren biedt dit akkoord veel te weinig perspectief. En precies daar ligt het fundamentele verschil tussen PRO en deze coalitie. Nog een keer wonen. De achilleshiel van dit akkoord, waar de mooie woorden sneller opraken dan de oplossingen. De vorige bestuursperiode lag de ambitie op 4000 woningen en die doelstelling is bij lange na niet gehaald.
En wat doet deze coalitie vervolgens? Geen nieuwe locaties, geen nieuwe strategie, geen nieuwe oplossingen. Nee, de ambitie wordt simpelweg verlaagd naar 3000 woningen. Want de coalitie denkt daarmee slim af te zijn. Want als je de lat lager legt, dan wordt de kans natuurlijk groter dat je eroverheen springt. Maar ik kan de coalitie alvast 1 ding verklappen. Zonder fundamentele koerswijziging gaat ook deze doelstelling over 4 jaar niet gehaald worden. Want de problemen die de afgelopen jaren voor vertraging zorgden, die verdwijnen niet vanzelf. Maar voorzitter, het wordt nog gekker. Deze coalitie presenteert het akkoord alsof zij met een groot woningbouwoffensief komt, terwijl veel van de projecten waarmee zij schermt allang op de rol stonden. Het zijn plannen die door de vorige coalitie in gang zijn gezet, voorbereid zijn en al in de pijplijn zaten. Met andere woorden, een groot deel van deze woningen waar deze coalitie vandaag mee pronkt, zou er ook zijn gekomen zonder dit coalitieakkoord. En dan blijft er 1 vraag over. Waarvoor hebben de coalitiepartijen 2 maanden onderhandeld? Welke nieuwe locaties voegen zij toe? Welke nieuwe keuzes maken zij? Welke oplossingen, nieuwe oplossingen, dragen zij aan? Want als dit het antwoord is op de grootste uitdagingen van Dordrecht, dan maken wij ons daar grote zorgen over.
De woningzoekende heeft niets aan woningen die toch al gebouwd zouden worden. Waar is die stip op de horizon? Waar is de nieuwe koers en waar is de ambitie om de woningnood echt aan te pakken? Heeft de coalitie werkelijk waar 2 maanden nodig gehad om vervolgens onze plannen opnieuw op te schrijven? Voorzitter, als dit het woonhoofdstuk wordt van deze coalitie, dan is dat ronduit onthutsend. Hetzelfde zien we bij klimaat en duurzaamheid. Op papier blijft klimaatneutraal 2040 overeind. Maar hoe verder je leest, hoe vaker de vraag opkomt, gelooft deze coalitie daar eigenlijk zelf nog wel in? Want zodra het ingewikkeld wordt, dan lezen we over pragmatisme, over realistisch bijstellen, over een realistischer tijdspad. Voorzitter, ik word er bijna emotioneel door, klimaatneutraal worden in 2040 was nooit een makkelijke route. Dat was het gisteren niet, dat is het vandaag niet en dat zal morgen ook niet zijn. Maar juist daarom vraagt het om politieke keuzes. En deze coalitie zal een keuze moeten maken. Of je houdt je vast aan klimaatneutraal 2040, maar dan horen daar ook maatregelen bij die nodig zijn om dat doel te houden, of je kiest ervoor om die maatregelen niet te nemen zodra het moeilijk wordt. Maar wees dan ook eerlijk en zeg dat klimaatneutraal 2040 voor deze coalitie geen wenselijke ambitie meer is. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Kolkiliç van DENK.
De heer Kolkiliç: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, de heer Uysal heeft het over realistisch zijn. Hij gaf net aan dat de coalitie niet met locaties komt voor woningbouw. Ik 56 wil aan de heer Uysal vragen of dat niet een taak is zo meteen voor het college? De coalitie heeft ambities om woningen te bouwen, maar de uitwerking daarvan ligt toch zo meteen bij het college om locaties te vinden en dergelijke? De heer Uysal: Volgens mij is de raad de opdrachtgever van het college en moet de raad ook een opdracht geven waar het college iets mee kan. En deze coalitiepartijen geven de opdracht aan het college om vooral binnen de bestaande stad te kijken. En wij geven daarvan aan dat dat steeds vaker tegen grenzen aanloopt, dat dat veel uitdagingen met zich meebrengt en dat we de woningnood op deze manier niet gaan oplossen. De voorzitter: Gaat u verder. U heeft een interruptie van de heer Van der Graaf. De heer Den Heijer: Een hele korte, voorzitter. Klimaatneutraal, de heer Uysal. SMR’s, kunnen die bijdragen, door dat klimaatneutraal te maken? De voorzitter: De heer Uysal. De heer Uysal: Die vraag laat ik graag beantwoorden door de heer Van der Graaf zelf. De heer Van der Graaf: Dat is zo, voorzitter. De heer Uysal: De coalitiepartijen moeten eerlijk zijn en ook zeggen dat de klimaatneutraal 2040 voor deze coalitie geen wenselijke ambitie meer is.
Want doen alsof je het kunt halen zonder de benodigde maatregelen te nemen, dat is de Dordtenaar een rad voor ogen draaien. En uiteindelijk betaalt Dordtenaren daarvoor de rekening met meer hitte, hogere energiekosten en met meer wateroverlast. Maar ook ondernemers worden in de steek gelaten door de VVD en door deze coalitie. Ondernemers staan te springen om duurzame energie en oplossingen voor netcongestie. Kortom, veel mooie woorden, weinig daden. Veel wol, weinig schaap. Voorzitter, ook op het gebied van zorg en bestaanszekerheid zien wij keuzes waar wij vraagtekens bij zetten. Wij lezen veel over zelfredzaamheid, over gemeenschapskracht, over zorgen voor elkaar. En natuurlijk zijn sterke buurten belangrijk, maar niet iedere Dordtenaar heeft een netwerk. Niet iedere Dordtenaar heeft familie om op terug te vallen. En niet iedere Dordtenaar heeft dezelfde kansen. En juist daarom heb je een overheid nodig die naast mensen staat wanneer dat nodig is. Niet een overheid die vooral wijst naar de eigen verantwoordelijkheid, maar een overheid die investeert in bestaanszekerheid, in gelijke kansen en een sterke sociale basis. Want een sterke samenleving ontstaat niet vanzelf. Daar moet je in investeren. En juist die overtuiging lezen wij in dit akkoord veel te weinig terug. Voorzitter, laat ik ook benoemen wat wij wel waarderen. Wij zijn blij dat de aanpak van PFAS wordt voortgezet.
We maken ons tegelijkertijd ook wel zorgen over de landelijke lijn van de coalitiepartijen, die toch eerst blijven afwachten op een Europees verbod. En zoals de vertrekkende wethouder, mevrouw Tanja, ook aangaf, laten we ook ervoor zorgen dat we de minister en de staatssecretaris meekrijgen in ons verhaal. En daar staan deze coalitiepartijen toch aan de lat voor. We zijn ook blij dat het bomenonderhoud structureel wordt verbeterd. We zien positieve elementen in de aandacht voor cultuur en evenementen. Ruimte voor banen wordt voortgezet en ook het programma Samen tegen armoede. Daar zijn we blij mee. Maar voorzitter, onder de streep verschillen wij fundamenteel van mening over de richting die dit akkoord kiest. 57 Wij zien een akkoord dat te vaak kiest voor mensen die het al goed hebben, dat te vaak kiest voor symptoombestrijding in plaats van structurele oplossing en dat op cruciale momenten niet kiest voor betaalbaarheid, duurzaamheid en gelijke kansen. Wij geloven in een Dordrecht waar iedereen in mee kan doen, waar jongeren een woning kunnen vinden, waar mensen niet worden afgerekend op de grootte van hun portemonnee, waar we de klimaatcrisis echt aanpakken en waar mensen kunnen rekenen op een overheid die naast hen staat, wanneer dat ook nodig is. Dat is het Dordrecht waar PRO voor staat.
En voorstellen die Dordrecht socialer, groener en sterker kunnen maken, die kunnen de komende 4 jaar ook op onze steun rekenen. Ik dank u wel. De voorzitter: Dank, de heer Uysal. Het woord is aan de heer In ‘t Veld van de VSP. De heer In ‘t Veld: Voorzitter, leden van de raad, college, belangstellenden op de publieke tribune en iedereen die thuis meekijkt. Dat zullen er heel veel zijn, denk ik. Vandaag is het ook een bijzonder moment voor de VSP. Na 25 jaar nemen we voor het eerst plaats in een coalitie. Een andere rol, maar met hetzelfde doel. Werken aan een Dordrecht waar mensen prettig kunnen wonen, werken, ondernemen, sporten, verblijven en oud kunnen worden. Als eerste ook een woord van dank aan de formateur Bas Kurvers, de ambtelijke ondersteuning, de onderhandelende partijen en alle organisaties en inwoners die hun ideeën en zorgen met ons hebben gedeeld. Het akkoord dat vandaag voorligt is het resultaat van samenwerken luisteren en keuzes maken. Tijdens de onderhandelingen hebben we ons steeds dezelfde vragen gesteld. Hoe ziet Dordrecht eruit in 2050? Welke keuzes moeten we vandaag maken om ervoor te zorgen dat Dordrecht over 25 jaar een sterke, veilige, groene en betrokken stad is? Dat toekomstbeeld was ons kompas. Voorzitter, dit akkoord is geen verzameling van losse maatregelen.
Het akkoord laat bewuste keuzes zien die in samenhang de basis zijn voor de route naar Dordrecht 2050. De uitdagingen zijn groot, veel staat onder druk en ook de samenleving verhardt op sommige momenten zichtbaar. Ook kunnen en mogen we onze ogen niet sluiten voor de geopolitieke ontwikkelingen en de effecten hiervan. Afwachten en geen keuzes maken is geen optie. Daarom kiezen wij ervoor om te investeren in Dordrecht en in onze inwoners die onze stad verder vooruit gaan brengen. Wonen, het is voor een aantal eerder aan de orde geweest, is en blijft een van de grootste uitdagingen. Jongeren komen moeilijk aan een woning. Veel jongeren groeien op in Dordrecht, gaan hier naar school, sporten hier en bouwen hier hun sociale leven op. Maar steeds vaker zien we dat ze noodgedwongen vertrekken, omdat ze gewoon domweg geen woning kunnen vinden. Voor ouderen is sprake van een tekort aan passende woningen en dat belemmert dan weer de doorstroming voor gezinnen. We zetten daarom extra in op het beter op gang krijgen van de doorstroming. De komende 4 jaar gaan we aan de slag met de huidige planvoorraad en daarmee gaan we tenminste 3000 woningen bouwen. En ook zetten we in op optoppen, splitsen en verdichten.
En bij nieuwe plannen, die gelden voor de periode in feite na 2030, want we hebben nu op dit moment voldoende planvoorraad, en van die planvoorraad, die huidige die we hebben, wat we de komende vier jaar gaan bouwen, daarin zit 37 procent sociale huurwoningen. We trekken echt het been bij de komende 4 jaar op de sociale huurwoningen. Bij nieuwe plannen komt iets meer nadruk te liggen op het midden en hogere segment. Niet omdat we sociale woningbouw minder belangrijk vinden, maar omdat een gezonde woningmarkt doorstroming bevordert. Daarmee creëren we kansen voor starters, 58 gezinnen en ouderen. Dat is een bewuste keuze voor een stad die ook in de toekomst sociaal en economisch sterk blijft. Want een sterke stad bouw je niet alleen met stenen, die bouw je vooral met mensen. Een tweede belangrijke pijler is ... De heer Uysal: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer In ’t Veld, u heeft een interruptie van de heer Uysal. De heer Uysal: Voordat de heer In ‘t Veld doorgaat naar een volgend blok wil ik nog eerst even bij wonen blijven. Ik hoor de urgentie uit het verhaal van de heer In ‘t Veld, ook van de VSP. Maar dan hoor ik ook maatregelen voorbijkomen als optoppen en splitsen van woningen en dat soort kruimelmaatregelen.
Gelooft de VSP nou daadwerkelijk dat we de woningnood, want diezelfde vraag kan ik ook aan de VSP stellen, we hebben te maken met de grootste woningbouwopgave van deze eeuw, en gaan we die woningnood echt oplossen met dit soort kleine dingen? De voorzitter: De heer In ’t Veld. De heer In ‘t Veld: Die gaan we niet met optoppen en splitsen oplossen. Dat zou heel mooi zijn, als dat zou kunnen. Maar dat weet de heer Uysal zelf ook. Dat gaat gewoon niet lukken. Maar het levert wel degelijk een bijdrage aan het oplossen, het verminderen, van de woningnood. De heer Uysal: Ik meen ook ergens gelezen te hebben, of in het programma of misschien in een van de debatten, dat de VSP de deur op een kiertje laat staan voor het verkennen van de randen van de stad. Begrijp ik ook goed uit het verhaal van de VSP dat de VSP ook mogelijk openstaat om wat breder te kijken en wat meer te doen dan wat we de afgelopen jaren hebben gedaan als het gaat om woningbouw? De heer In ‘t Veld: Op dit moment begrijpt dan de heer Uysal dat niet goed. We staan ervoor open, maar op dit moment zijn er nog genoeg kansen om de binnenstedelijk die woningopgaven te verrichten. De heer Uysal: Voorzitter, dan een ander punt. Met de VSP hebben we samen de vorige periode veel opgetrokken als het gaat om aandeel sociale huur. Wij vanuit de coalitie, VSP vanuit de oppositie.
En het ziet er nu naar uit dat die rollen zijn omgedraaid, want de VSP ging de verkiezingen in met 35 procent sociaal en 25 procent duur, maar tekent nu voor 27 procent sociaal en 33 procent duur. Dat is een forse verlaging van de ambitie. En kan de VSP misschien uitleggen waarom de sociale woningbouw het moest laten ontgelden tijdens de onderhandelingen? De voorzitter: De heer In ’t Veld. De heer In ‘t Veld: Voorzitter, zoals ik net heb gezegd, de komende 4 jaar gaan we bouwen met de harde planvoorraad die er ligt. En we hebben ook in het coalitieakkoord vermeld, we gaan niet tornen aan de plannen die er al liggen. En dat betekent inderdaad dat 37 procent van de harde planvoorraad die er is, is sociale woningbouw. De komende 4 jaar zitten we op 37 procent en zitten we zelfs nog 2 procent boven hetgeen wat we zelf ooit geschreven hebben. 59 De voorzitter: Gaat u door. De heer In ’t Veld: Een 2e belangrijke pijler is veiligheid en leefbaarheid. Iedere Dordtenaar moet zich veilig voelen in zijn wijk, op straat en in de openbare ruimte. Veiligheid gaat niet alleen over criminaliteit, het gaat ook over leefbaarheid, vertrouwen en het gevoel dat je thuis bent in je eigen stad. We investeren extra in handhaving, cameratoezicht en de aanpak van ondermijnende criminaliteit. Criminelen mogen niet het gevoel krijgen dat Dordrecht een makkelijke stad is om zaken te doen.
We versterken de aanpak van woonfraude, overbewoning, huisjesmelkers en verloedering. Er komen structurele middelen beschikbaar voor een pandbrigade. Daarnaast investeren we in een betere verlichting, veilige wandel- en fietsroutes, de aanpak van straatintimidatie en andere vormen van sociale onveiligheid. Een veilige stad ontstaat niet vanzelf. Daar moet iedere dag opnieuw aan gewerkt worden. Dan gaan we over naar sport. Dat is een van de krachtigste middelen om gezondheid te bevorderen, eenzaamheid tegen te gaan en mensen met elkaar te verbinden. Daarom investeren we ook in sportverenigingen, sportaccommodaties, van incidenteel geld maken we daar structureel geld voor vrij, en sportvoorzieningen in de openbare ruimte. Ook versterken we de verbinding tussen sport, onderwijs en cultuur. Gratis sporten voor de basisschoolkinderen blijft behouden. Er komt extra geld beschikbaar voor schoolzwemmen. En inderdaad, het is vanavond volgens mij al eerder gezegd, de Dordtpas wordt in stand gehouden. Ook sportondernemers spelen een belangrijke rol. Ruim 40 procent van de Dordtenaren sport bij particuliere aanbieders en daarom versterken we ook de samenwerking met hen. Daarnaast blijven we investeren in talentontwikkeling en topsportevenementen die Dordrecht verbinden, inspireren en op de kaart zetten. Wie investeert in sport, investeert in gezondheid.
Wie investeert in gezondheid, investeert tegelijkertijd in de toekomst van de stad. En dan mobiliteit. Dat gaat over meer dan verkeer alleen. Mobiliteit betekent meedoen. Daarom investeren we in verkeersveiligheid, ik heb het net ook al gezegd, veilige fiets- en wandelroutes en mobiliteitsoplossingen die aansluiten bij de behoefte van inwoners en ondernemers. Zeer belangrijk voor de VSP is de mobiliteit van ouderen. Voor veel ouderen wordt fietsen, brommerrijden of autorijden op hogere leeftijd steeds lastiger of zelfs onmogelijk. Investeren in mobiliteit voor ouderen betekent investeren in zelfstandigheid, gezondheid en het voorkomen van eenzaamheid. Daarom gratis openbaar vervoer voor 70-plussers in de daluren. Daarnaast zijn we … De heer Uysal: Voorzitter. De voorzitter: De heer Uysal. De heer Uysal: De heer Hartmeijer. De heer In ’t Veld: Geen ruzie maken. De voorzitter: De heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Dank u, voorzitter. Voorzitter, over het gratis ov. Via Qbuzz kunnen ouderen nu al daluren korting krijgen, in het weekend zelfs best wel fors. Was het dan 60 niet slimmer geweest om juist het gratis busvervoer voor de minima wat uit te breiden in plaats van deze regeling? De heer In ‘t Veld: Ouderen, dat staat ook allang in ons verkiezingsprogramma jaar, 4 jaar.
En we vinden dat zo belangrijk dat je voor inderdaad de oudere mensen, voorkom daar nou dat ze terugvallen in eenzaamheid, met alle gevolgen van dien. En we laten hier het sociale aspect zwaar wegen. En het is een lang gekoesterde wens van ons en die hebben we inderdaad nu gerealiseerd in het politiek akkoord. De voorzitter: De heer Uysal. De heer Uysal: Ik denk dat ik al de eerste scheurtjes in de coalitie begin te zien, want de VVD hield net een pleidooi dat we niet alle ouderen over een kam moesten scheren. Je hebt inderdaad ouderen die vermogend zijn, welvarend zijn en je hebt ouderen die het inderdaad wat minder hebben. Maar de VSP is een fanatieke pleitbezorger van gratis ov voor alle ouderen. Maar wat is het verhaal? Gaan we alle ouderen over één kam scheren of is het toch gratis ov voor 70-plussers? De heer In ‘t Veld: Wat ik in ieder geval aan de heer Uysal kan mededelen is dat het gratis openbaar vervoer voor 70-plussers staat. En als hij meent dat bij de VVD daar andere opvattingen zijn, dat is voor zijn rekening. Zal ik verdergaan, voorzitter? De heer Uysal: Fijn begin van deze coalitie. Dat smaakt naar meer, zou ik willen zeggen. De voorzitter: En zo is het. De heer Groenewege. De heer Uysal: Voorzitter, ik heb nog wel een tweede vraag. De voorzitter: Wat zegt u? De heer Uysal: Een tweede vraag. De voorzitter: Sorry. Excuus.
De heer Uysal: Voorzitter, vindt de VSP dit niet een beetje stigmatiserend voor alle ouderen? Ik bedoel, niet alle ouderen hebben een laag inkomen en zijn niet mobiel? Er zijn genoeg ouderen die een afbetaald huis hebben, een pensioenpot hebben, noem het allemaal maar op. Maar waarom moet dat ten koste gaan van of dezelfde korting krijgen, die ouderen, als mensen die ook een laag inkomen hebben? Is dat eerlijk? De heer In ‘t Veld: Niemand wordt verplicht om het aan te vragen. We bieden deze regeling aan voor mensen van 70-plus. En als ze daar gebruik van willen maken, prima. Willen ze er geen gebruik van maken? Ook goed. De voorzitter: De heer Groenewege. De heer Groenewege: Dank u wel. De heer In ‘t Veld gaf aan dat die wil dat ouderen gezond oud kunnen worden in Dordrecht. En dat is een heel nobel doel, waar ook de Partij voor de Dieren zich van harte bij aansluit. Nou is het zo, helaas, dat mensen die in Dordrecht wonen gemiddeld 6 tot 8 maanden korter leven door de slechte luchtkwaliteit 61 hier. En wat ons zo tegenviel in het politiek akkoord, is dat de advieswaarden voor luchtkwaliteit van de Wereldgezondheidsorganisatie worden losgelaten en dat er geen concrete maatregelen worden voorgesteld om de luchtkwaliteit te verbeteren. Denk bijvoorbeeld aan houtstook inperken of denk aan een zero-emissiezone.
En ik vraag aan de heer In ’t Veld, waarom heeft de VSP daar geen aandacht voor gehad als het gaat om ouderen fijn oud laten worden in Dordrecht? De heer In ‘t Veld: We hebben natuurlijk ook niet alles in het coalitieakkoord kunnen schrijven, maar de punten die u noemt zijn op zich natuurlijk terecht. En ik denk dat we daar met elkaar als raad over in debat moeten met elkaar. Wij hebben er niet niet voor gekozen, het is gewoon niet in ons politiek akkoord geland, zoals er wel meer dingen niet in ons politiek akkoord geland zijn. Dat houd je altijd. De heer Groenewege: Voorzitter, ik vind dit een iets te makkelijk antwoord. Want wat er wel in het politieke akkoord is geland, is dat er voor luchtkwaliteit alleen wordt gekeken naar EU-wetgeving. De allerlaagste norm waar je je als stad aan kan houden wordt nu als norm voor de luchtkwaliteit hier in Dordrecht gehanteerd. En de veel strengere Wereldgezondheidsorganisatie advieswaarden worden losgelaten. Dat gaat gewoon ten koste van de gezondheid van onze inwoners. Daar zet de VSP haar handtekening onder. Waarom? Vraag ik aan de heer In ’t Veld. De heer In ‘t Veld: Omdat die EU-norm een norm is waar je je naar kunt richten en dat hebben we gedaan. Die andere norm is voor ons niet noodzakelijk. Als er een norm van vanuit de EU ligt, is dat wat ons betreft een norm waar we ons aan kunnen conformeren.
De heer Groenewege: Voorzitter, voor het laatst. Die 6 tot 8 maanden levensverwachtingsverlies die de Dordtenaren daardoor oplopen neemt de heer In ‘t Veld dan voor lief? De heer In ‘t Veld: Nee. Ik ben niet degen die dat voor lief neemt. Maar als je maatregelen treft, dat percentage van de EU is een percentage waarmee je kunt en mag werken. En dat doen wij dan ook. De voorzitter: Ik zou doorgaan. De heer In ’t Veld: Daarnaast zijn we blij dat wordt ingezet op het behoud van lijn 2. Voor veel inwoners van Dubbeldam is dit een essentiële verbinding. Tegelijkertijd rijdt lijn 2 's avonds en op zondag niet, juist op het moment dat mensen familie willen bezoeken, naar de binnenstad willen of deel willen nemen aan activiteiten. En daarom blijven we ons inzetten voor een bereikbare stad waarin iedereen kan blijven meedoen. Bij de ambities uit het politiek akkoord, daarbij hoort natuurlijk een financiële verantwoordelijkheid voor en ook de verantwoording daarvan. Daarom hebben wij ervoor gekozen om niet alleen ambities op papier te zetten, maar deze ook financieel te onderbouwen. Dat heeft ook best wel wat tijd gekost. Vandaar dat we iets later zijn dan het vorige coalitieakkoord. Maar hier zit in ieder geval een financiële onderbouwing bij. Wat ons betreft is een akkoord pas compleet als ambities worden ondersteund met een financiële paragraaf. En dat is gelukt.
We kiezen ervoor de lokale lasten zo laag mogelijk te houden, het zit nog beneden de landelijke norm, in een tijd waarin veel huishoudens scherp op hun uitgaven moeten letten. Dat vinden wij een belangrijke verantwoordelijkheid die we hiervoor 62 nemen. Ook blijft tot tevredenheid van de VSP de hondenbelasting op 0. Voorzitter, ik ga afronden met de bestuursstijl. De bestuursstijl die we voorstaan en die de VSP altijd hanteert is er een van dichtbij de inwoners. Op straat, in de wijken, bij verenigingen, ondernemers en maatschappelijke organisaties. We willen de gemeente met deze bestuursstijl dichter bij de inwoners brengen. Niet vanuit het stadskantoor, maar zichtbaar in de stad. Luisteren, aanwezig zijn, uitleg geven en inwoners betrekken bij de keuzes die worden gemaakt. Want draagvlak ontstaat niet achter een bureau, maar in gesprek met de mensen om wie het uiteindelijk gaat. Daarom willen wij inwoners nadrukkelijker betrekken bij de ontwikkeling van hun wijk en stad. Participatie moet geen verplicht nummer zijn. Mensen moeten weten waar ze invloed op hebben en waar eventueel niet en wat er met hun inbreng gebeurt. Daarom starten we met wijkberaden en geven we inwoners meer ruimte om mee te denken over hun buurt, het groen en de openbare ruimte.
Een sterke stad bouw je samen met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, verenigingen en met alle partijen in deze gemeenteraad. Voor wat betreft dat laatste, goede ideeën kennen geen coalitie of oppositie. Alle samenwerking is van groot belang, want samen bouwen we aan vandaag en morgen. Tot slot, de Perspectiefnota 2027 geeft ons geen aanleiding om hier nu nader op in te gaan. Hij is technisch van aard en daar hebben we geen kanttekening bij. Dank u wel. De voorzitter: Dank. De heer Groenewege: Voorzitter. De voorzitter: De heer Hartmeijer was de eerste. De heer Hartmeijer: Voorzitter, dank. Er schoot me nog iets te binnen. De heer In 't Veld had het over cameratoezicht eerder. En middelen worden al voorzien vanuit het integraal veiligheidsplan, maar dat plan is nog helemaal niet vastgesteld. Hoe zit dat dan precies? En zit er ook een evaluatie of een of een advies onder dat bedrag wat er dan voor camera toezegt gereserveerd staat? Zit daar een onderzoek onder? De heer In ‘t Veld: Cameratoezicht hebben we, hier zie ik, 90 duizend euro structureel voor beschikbaar gesteld. En dat is gebaseerd op gewoon een gegeven uit de praktijk van hoeveel, ik noem maar wat, hoeveel de vorige camera's gekost hebben. Dat is gewoon, kijk in de boekhouding, wat heeft het gekost? Daar is dat bedrag op gebaseerd. De voorzitter: De heer Groenewege. De heer Groenewege: Dank u wel.
Is dierenwelzijn belangrijk voor de VSP? De voorzitter: De heer In ’t Veld. De heer In ‘t Veld: Natuurlijk, voorzitter, is dierenwelzijn ook voor ons belangrijk. Maar ik zie de vervolgvraag al aankomen. Ook dit is een onderwerp dat niet in het politiek akkoord is geland, maar waar natuurlijk wel degelijk aandacht voor is. En we kunnen niet alles vermelden. De heer Groenewege: Je kunt niet alles vermelden. Nee, het is een akkoord van 80 pagina's en het woord dier staat er niet 1 keer in. Ja, je kan niet alles vermelden. Dat 63 klopt. Welke aandacht gaan dieren de komende 4 jaar krijgen als het aan coalitie als partij de VSP ligt? De heer In ‘t Veld: Voorzitter, welke aandacht? We hebben natuurlijk een dierenwelzijnsbeleid. Daar wordt natuurlijk ook naar gekeken, wat gedaan moet worden en wat we daar toegezegd hebben. En het staat natuurlijk de hele raad vrij om als ze bepaalde activiteiten willen realiseren, kom ergens mee. Kom met een motie De heer Groenewege: en we kijken daarnaar. Voorzitter, als laatst. De VSP komt nu met een coalitieakkoord. Misschien was dat een leuk moment geweest om iets te doen aan het feit dat er 0 budget is voor de uitvoering van de dierenwelzijnsnota. Zeker als het klopt, dat wat de VSP in haar coalitieakkoord of in haar verkiezingsprogramma zei, dierenwelzijn is belangrijk voor de VSP.
Iets met veeteelt, iets met biologische landbouw, iets met dierenleed en misstanden. Niets daarvan in het coalitieakkoord. Dierenwelzijn is helemaal niet belangrijk voor de VSP. Geef dat gewoon toe. Zeg gewoon eerlijk hier, het is niet belangrijk voor ons. De heer In ‘t Veld: Ik kan me er nu makkelijk van afmaken door te zeggen, oké, je hebt gelijk. Of de heer Groenewege heeft gelijk. Zo is het niet. We vinden het wel degelijk belangrijk. Maar nogmaals, niet alles landt in een politiek akkoord. De voorzitter: Ik denk dat hij duidelijk is. De heer Uysal. De heer Uysal: Goede voorstellen kennen geen coalitie. Einde citaat. Die houden we vast, mijnheer In ‘t Veld en ik hoop dat we daar ook goed gebruik van kunnen maken. Ik wil even de aandacht vestigen op toegankelijkheid. Want toegankelijkheid staat hoog in het vaandel voor de VSP. En terecht. Maar we zien dat toegankelijkheid op allerlei plekken terugkomt in dit akkoord. Een beetje bij inclusie, een beetje bij mobiliteit, een beetje bij openbare ruimte. Maar de meeste mensen die toegankelijkheid nodig hebben, dat zijn onze ouderen.
Waarom kiest deze coalitie ervoor, waarom kiest de VSP ervoor, om toegankelijkheid zo versnipperd over allerlei beleidsterreinen terug te laten komen en dat niet integraal samenhangend te beschouwen en te beleggen bij uw eigen wethouder ouderenbeleid? De heer In ‘t Veld: Ik heb wat dat betreft, als u het specifiek over de ouderen heeft, voldoende vertrouwen in onze wethouder dat zij voor wat betreft de toegankelijkheid dat best naar zich toe trekt uit de versnippering, zoals u het noemt. De heer Uysal: Voorzitter, het punt is, ook het VN-verdrag, handicap komt niet eens een keer voor in het akkoord, terwijl dat dat verdrag ook juist vraagt naar een overkoepelende visie over toegankelijkheid. En dat is precies hetgeen wat we nu missen in het akkoord. En daarmee ontstaat ook het risico dat toegankelijkheid een onderwerp wordt dat overal een beetje terugkomt, maar uiteindelijk nergens echt prioriteit krijgt. Wat gaat de VSP dan doen om ervoor te zorgen dat toegankelijkheid niet het ondergeschoven kindje wordt van deze coalitie, maar daadwerkelijk wordt uitgevoerd? De heer In ‘t Veld: Dat zal zeker een zaak zijn die ook het college zal bekijken en daar met voorstellen zal komen. 64 De heer Uysal: Wij zullen ook met voorstellen komen, voorzitter. Ik hoop dat we de VSP aan onze zijde daarin kunnen vinden. De heer In ’t Veld: Prima. Dat hangt af, inderdaad, van de voorstellen.
Maar dat gaan we dan bekijken. De voorzitter: Dank, de heer In 't Veld. Ik heet welkom de heer Katif van Beter voor Dordt. De heer Katif: Dank u wel, griffier. Nu ben ik in één keer twee meter groter. Dat is toch geweldig? Dat is speciaal voor mij, toch? Dat dacht ik ook. Voorzitter, leuk is dat. Heel gaaf. Voorzitter, allereerst willen we onze waardering uitspreken voor de ambtelijke organisatie en de griffie. Achter de stukken die vandaag voorliggen, gaat veel werk schuil en ik zou liegen als ik zou zeggen dat dat niet zo is. Dank in ieder geval voor de tomeloze inzet en betrokkenheid. Ook feliciteren wij de wethouders met hun benoeming. Wij wensen hun ook veel succes, wijsheid, verbinding toe bij het besturen. De heer …: Voorzitter, volgens mij gaat er iets verkeerd. De heer Katif: Ik heb het pasje. Voorzitter, ik hoef het niet te herhalen. Ik zal even verder gaan. Ook feliciteren wij vandaag de geïnstalleerde raadsleden en commissieleden met hun benoeming. Heel belangrijk, trouwens. Voorzitter, wanneer wij vandaag spreken over Dordrecht, spreken we uiteindelijk over mensen. Over de jonge Dordtenaar die een woning zoekt, over een oudere Dordtenaar die wil doorstromen, over de ondernemer die wil investeren en over inwoners die vooral een veilige, schone, leefbare stad verwachten. Voorzitter, daar begint de politiek.
Niet bij plannen op papier, maar bij wat inwoners daarvan merken in hun dagelijks leven. Het coalitieakkoord schetst een ambitieus toekomstbeeld voor Dordrecht richting 2050, waar wij veel in herkennen. Wij zijn bijvoorbeeld blij dat de plannen van het Stadspark die volgens sommige de prullenbak konden gewoon onderdeel blijven van de toekomst van onze stad. Wij zijn benieuwd hoe het college de aangepaste, realistische ambities gaat invullen en zijn met name benieuwd naar de financiële consequenties. Denk bijvoorbeeld aan de toegekende subsidies. Voorzitter, maar één vraag staat bij Beter voor Dordt of voor Beter voor Dordt centraal. Hoe maken wij de stap van woorden naar werkelijkheid? Inwoners willen niet alleen gehoord worden. Zij willen ook merken dat hun stem ertoe doet. Te vaak hebben inwoners het gevoel gehad dat zij mochten meepraten, terwijl de uitkomst al vaststond. Wij zagen dat bij de volkstuinen, bij de bewoners aan de Brandts Buysstraat en bij het verdwijnen van een klein stukje groen in Stadspolders. Daarom moet participatie zichtbaar en toegankelijk zijn, voorzitter. Niet verstopt in gemeentelijke systemen, maar vindbaar voor iedere Dordtenaar. En ik herhaal, voor iedere Dordtenaar. En daarom dienen wij een motie voor een openbaar overzicht van participatie bijeenkomsten. Duidelijk, toegankelijk voor iedere Dordtenaar. Ik herhaal, voor iedere Dordtenaar.
Want een bestuur dat zegt te luisteren, moet ook laten zien wanneer, waar en hoe er geluisterd wordt. Voorzitter, het coalitieakkoord bevat mooie ambities, maar ambities zijn alleen geloofwaardig wanneer de financiële basis op orde is en blijft. De Perspectiefnota laat zien dat de moeilijke keuzes onvermijdelijk zijn. Dat zeg ik. Daar vindt Beter voor Dordt dat inwoners niet een sluitpost mogen worden van onze plannen. 65 Voordat wij naar inwoners kijken, moeten we eerst naar onszelf kijken. Naar onze externe inhuur, daar komt hij, naar onze organisatie en naar de vraag wat vandaag noodzakelijk is om wat morgen kan en mag zijn. Daarom dienen wij de motie Grip op reserves in. Reserves zijn geen structurele oplossing, voorzitter, voor degenen die het niet weten, voor structurele problemen. Met het inzetten van de reserves kiezen wij voor een incidentele oplossing. Een financieel gezonde gemeente maakt bewuste keuzes en geeft de raad inzicht voordat reserves worden ingezet, voorzitter. En dat zeg ik echt met nadruk. Inzicht voordat er reserves worden ingezet. Voorzitter, jarenlang spraken wij over groei, maar de vraag is hoeveel mensen er in Dordrecht kunnen wonen. De vraag is hoe mensen in Dordrecht wonen. Een stad wordt niet beter omdat er meer mensen wonen, een stad wordt beter wanneer inwoners beter kunnen leven.
Volgt u het nog? Dat vraagt om een passende woning, doorstroming van ouderen en een stevige aanpak van leegstand en onrechtmatigheid. We vragen het college in hun eerste termijn om hier een stevige toezegging op te doen. Maar. Er is een maar, voorzitter. Dat vraagt ook om het beschermen van wat Dordrecht bijzonder maakt. Voor Beter voor Dordt zijn de polders en de oude boomgaard, daar komt hij, geen reservelocaties voor toekomstige woningbouw. Wat eenmaal wordt volgebouwd, voorzitter, krijgen we nooit meer terug. En daarom zullen wij het college houden aan de belofte dat de polders groen en open blijven. Voorzitter, de polders vertegenwoordigen bovendien meer dan alleen open ruimte. In dit gebied bevinden zich cultuurhistorische elementen die onlosmakelijk verbonden zijn met de geschiedenis van Dordrecht, zoals de historische Haniasluis en de bijna 100 jaar oude mijlpaal langs de Oude Veerweg. Deze plekken vertellen het verhaal van onze stad. Dat zegt mijn schoonvader. Zij laten zien hoe het landschap, erfgoed en identiteit met elkaar verweven zijn. Wat Beter voor Dordt betreft dient deze cultuurhistorische waarde blijvend bescherming, zodat de toekomstige generaties kunnen blijven zien waar Dordrecht vandaan komt. En daar dienen wij ook een motie voor in.
Voorzitter, in het coalitieakkoord lezen wij dat de polders groen blijven, maar dat er hoge eisen worden gesteld aan de kwaliteit en de overgang tussen stad en polder. Voorzitter, juist die formulering maakt ons alert omdat het vaag is. Wat bedoelt u nou eigenlijk, college? Oftewel, de coalitiepartijen. En waar eindigt de stad en waar begint de polder? Kunnen de coalitiepartijen, een vraag, die concreet benoemen, zodat het voor eens en altijd duidelijk is, voorzitter? Beter voor Dordt zal scherp toezien op het borgen van onze open polders. Groen moet daadwerkelijk groen blijven. En dan kom ik, voorzitter, in 2050. Wat een snel tijdspad is het. Voorzitter, inwoners leven niet in 2050. Zij leven vandaag. Vandaag moet de straat veilig zijn. Vandaag moet de wijk schoon zijn. Vandaag moet de binnenstad bereikbaar zijn. Een aantrekkelijke, levendige stad vraagt om ruimte voor onze ondernemers. Veel ondernemers geven aan dat de huidige winkeltijden niet meer passen bij de wensen van deze tijd. Mensen leven en winkelen op een andere manier en ondernemers moeten de vrijheid krijgen om daarop in te spelen. Beter voor Dordt vindt daarom dat wij ondernemers geen beperkingen moeten opleggen met betrekking tot hun winkeltijden en zelf het beste kan bepalen wanneer zijn winkel open is.
Juist daarom vinden wij het onbegrijpelijk, voorzitter, en dat richt ik tot de coalitiepartijen, dat de huidige beperkingen in het coalitieakkoord worden voortgezet. Wat ons betreft is dit een gemiste kans voor de Dordtse ondernemers. Voorzitter, ook bij de belastingen en heffingen moeten redelijkheid en evenredigheid vooropstaan. Wij zien dat de huidige logiesheffing sommige accommodaties onevenredig hard raakt. Daarom dienen wij een motie in met Op Ons Eiland, die het college vraagt voor de 66 begrotingsbehandeling met opties te komen van een eerlijke systematiek zonder ten koste te gaan van de opbrengst van de gemeente. Voorzitter, wij steunen de extra aandacht voor veiligheid en handhaving in de wijken. Schoon, heel, veilig blijft voor Beter voor Dordt een van de belangrijkste uitgangspunten van goed bestuur. Wij steunen ook de ambitie om Campus Leerpark verder te sterken, maar vragen nadrukkelijk aandacht voor de sociale veiligheid. Veel jonge Dordtenaren ervaren het Leerpark en de omgeving nog altijd als onveilig. Ook op het gebied van afvalverzameling moeten we durven kijken naar wat werkt, voorzitter. Daarom vragen wij met onze motie opnieuw objectief te onderzoeken wat de meest effectieve route is naar een werkelijk schone stad. Wij zijn bovendien teleurgesteld, voorzitter, dat de nascheiding in het coalitieakkoord slechts als laatste optie wordt genoemd.
Juist nu is het moment om zonder ideologische voorkeuren te kijken naar wat daadwerkelijk leidt tot minder afval, minder zwerfvuil en lagere kosten. En hier dienen wij ook een motie voor in. Voorzitter, de afsluiting van de N3 vraagt om praktische oplossingen voor de Dordtenaren. Daarom vragen wij aandacht voor passend vervoer vanaf de Kerkeplaat en onderzoek naar de tijdelijke parkeervoorzieningen. En ik denk dat VVD zich daar goed in kan vinden. Hier dienen wij nog eens een motie voor in. Daarnaast blijven wij ons inzetten op een stevige lobby richting het Rijk voor een maximumsnelheid van 80 kilometer per uur op de N3 en de A16 ter hoogte van Dordrecht. Ook verwachten wij van het huidige college, het toekomstige college, het college, een stevige inzet op het terugdringen van PFAS en andere zorgwekkende stoffen. Voor Beter voor Dordt blijft hun uitgangspunt helder. Hier geldt het motto nul uit de pijp. Voorzitter, vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Gebeurtenissen rond de keldergraven op de Essenhof hebben veel verdriet en vragen achtergelaten. Aanvullend onderzoek heeft antwoorden gegeven, maar voorzitter, ook nieuwe vragen opgeroepen. Daarom vinden wij dat de raad vooralsnog haar zwaarste onderzoeksinstrument moet inzetten.
Niet om schuldigen aan te wijzen, maar om de volledige waarheid boven tafel te krijgen, en ik hoor iemand dat zeggen, voorzitter, en lessen te trekken voor de toekomst. Dat zijn wij verplicht aan nabestaanden, medewerkers en oud-medewerkers. Daarom dienen wij opnieuw een motie in met Op Ons Eiland en DENK voor deze raadsenquête. Voorzitter, de stad bestaat niet alleen uit woningen, wegen en financiën. Een stad bestaat uit geschiedenis, identiteit en verhalen. Daarom vragen we aandacht voor het behoud van onze cultuur, historische monumenten en voor een waardige plek voor het kunstwerk Meisje van Vermeer. Hier dienen wij een motie voor in. Want een stad die haar verleden niet kent, weet beter waar haar toekomst ligt. En voorzitter, echt ten slotte. Het nieuwe college heeft een toekomstbeeld van Dordrecht neergelegd. Beter voor Dordt wil het toekomstbeeld beoordelen op schoonheid van woorden. We beoordelen het op de werkelijkheid van iedere dag. Wordt Dordrecht veiliger? Wordt Dordrecht leefbaarder? Wordt Dordrecht eerlijker? En voelen inwoners zich daadwerkelijk gehoord? Want uiteindelijk gaat de politiek niet over wat wij beloven, politiek gaat over wat wij waarmaken. Dat is de opdracht die wij ons geven. En dat is Beter voor Dordt. Dank u wel. De voorzitter: Dank, mijnheer Katif. Even voor de goede orde. U heeft een aantal moties aangekondigd.
Die betrekken we bij de besluitvorming rondom de Perspectiefnota morgen, toch? Helder. Want het coalitieakkoord kan niet geamendeerd worden en daar kun je ook geen moties op indienen. Die betrekken we dan bij de Perspectiefnota. 67 De heer Katif: Ja. Alstublieft. De voorzitter: Toppie. Dank u. Dank, mijnheer Katif. Het woord is aan de heer De Heer, de fractievoorzitter van de ChristenUnie/SGP. De heer De Heer: Voorzitter, het is 56 graden, dus ik denk, ik doe mijn jasje even netjes aan. Ik doe hem open. Net iets beter. Voorzitter, collega's in de raad, leden van het college en iedereen die op de tribune of thuis, hopelijk met een beetje airco, meekijkt. Laat ik starten met een korte reflectie op de Perspectiefnota. En dan in eerste instantie een woord van dank aan de ambtelijke organisatie, want ook al is het een beleidsarm document, het is niet te onderschatten hoeveel werk hierin zit. Veel dank. Voorzitter, de wereld waarin we leven staat regelmatig in het klein en in het groot onder druk. Van te kleine dakgoten aan gevels die de gigantische stortbuien als gevolg van klimaatverandering niet aankunnen tot oorlogen ver weg. Maar al die kleine en grote ontwikkelingen hebben ook impact op onze gemeente. En ook op onze begroting. Denk alleen al aan de kosten van arbeid en materialen die sneller stijgen dan onze inflatiecorrecties bij kunnen houden.
Dat vraagt om een overheid die realistisch, ambitieus en wendbaar is en daar is wel winst te behalen. Wat vooral opviel tijdens het lezen is hoe vaak er wordt gesproken over vertraging van projecten en de uitvoering. Hebben we dan niet hard genoeg gelopen? Of zijn we niet realistisch genoeg geweest in het formuleren van onze plannen en ambities? Zeg het maar. Al met al geeft de Perspectiefnota een duidelijk beeld. Want ook al lopen plannen soms achter, we maken welvaart. Op stadsontwikkeling, op klimaatambities, op bijsturing in de jeugdzorg. De Perspectiefnota geeft ook zorgen mee over de financiën, want die staan onder druk. En dat vraagt opnieuw om een scherpe combinatie van realisme, van ambitie en wendbaarheid. De Perspectiefnota is deels een fotomoment om te zien hoe we er nu voorstaan. Tijd om een nieuwe coalitie dat fotomoment te laten zien, te begrijpen en ook erop te handelen. En voorzitter, dat lijkt me dan meteen een mooi bruggetje richting dat coalitieakkoord. En ik wil toch ook hier beginnen met een klein bedankrondje. Want even los van hoe men dit resultaat beoordeelt, hier is hard gewerkt. Veel dank aan formateur Bas, zijn team en betrokken ambtenaren die ons uitzonderlijk goed hebben begeleid in dit proces. Veel dank namens de ChristenUnie/SGP voor al dat zichtbare en ook onzichtbare werk.
Voorzitter, ik heb het al wel eens laten vallen in de campagneperiode, maar ik heb jaren in een land met totale afwezigheid van democratie geleefd. Afghanistan. En het is een prachtig land, maar ook een door en door corrupt land waar democratie een mythe is. En het zal u niet verbazen dat het wonen in zo'n land helpt om je eigen thuisland ook opnieuw te waarderen. En toen ik uit Nederland vertrok, was ik soms moe van ons aangeharkte land vol regels en trage politieke processen. Maar toen ik weer thuiskwam, kon ik het opnieuw op waarde schatten. Onze democratie is goud waard. Ook hier in Dordrecht. Dat betekent niet altijd dat het gepaard gaat met snelle, flitsende besluiten en korte klappen. In plaats daarvan betekent het vaak luisteren, vragen stellen, veel koffie, discussies, soms frustratie, ongeduld, aanpassingen, elkaars nieren proeven om uiteindelijk tot besluitvorming te komen waar iedereen wint. En daar zijn veel parallellen te trekken met de coalitievorming van de afgelopen maanden. Het was niet altijd makkelijk. Soms liepen we even met elkaar een doodlopende weg in. Soms begrepen we elkaar even niet. Maar toch resultaat, omdat we allemaal die verantwoordelijkheid voelen en allemaal die lokale democratie op waarde schatten. Een 68 prachtige, gezamenlijke toewijding, die naast het harde werken ook heel veel plezier en persoonlijke binding teweegbracht.
En dat is kostbaar. Wat ons ook bond vanaf het begin was een gezamenlijke visie. Een keuze om niet te veel korte termijn te denken vanuit ons eigen wensenlijstje, maar meer vanuit de vraag wat de stad op de lange termijn nodig heeft. Hoe moet Dordrecht er in 2050 nou uitzien? En wat vraagt dat van ons vandaag in 2026 keuzes en koers? Wat is er nu in deze tijd nodig om, binnen de grenzen van ook wat deze aarde aankan, naar een sociaaleconomisch sterker Dordrecht te groeien? Een stad met meer sterke schouders die voorbereid is op de toekomst. We hebben een coalitieakkoord voorliggen waar we trots op zijn en waar we ons ook echt in gekend voelen. Waarvan we ook hopen dat het enthousiasme oproept bij partijen die niet aan de formatietafel zaten. We hebben namelijk willen luisteren, willen begrijpen en waar mogelijk ook input mee willen nemen, en meegenomen ook echt in het akkoord. En volgens ons is dat op heel wat onderdelen ook wel echt gelukt. Zelfs zo goed dat een van de formerende partijen zich op het eind rot schrok dat bijna 8 van de 10 punten van een andere partij die zij hadden ingebracht terugkwamen in het akkoord. Voorzitter, ik noem geen namen. Graag deel ik kort een aantal elementen uit het akkoord waar wij extra dankbaar voor zijn. We gaan meer werk maken van preventie van dakloosheid in samenspraak met de doelgroep, om te werken aan meer doorstroomplekken.
We investeren structureel in onze kostbare schepping, onze bomen. We hebben deze groene longen ook voor de toekomstige generaties keihard nodig. We gaan werk maken van het versterken … De heer Groenewege: Voorzitter. De voorzitter: De heer Groenewege. De heer Groenewege: Dank u. Het woord dier staat drie keer in het verkiezingsprogramma van de ChristenUnie/SGP, waarvan één keer in het woord subsidierelatie. Het staat nul keer in het coalitieakkoord. Nu heeft de heer De Heer over de schepping. Niet omkijken naar dieren, past dat bij de visie van de ChristenUnie/SGP op rent meesterschap en op omzien naar de schepping? De heer De Heer: Voorzitter, er was één ding zeker en dat is dat de Partij voor de Dieren meteen zou control F’en op het woord dier na afronding van het akkoord en het rondsturen. Ik snap dat ook. Ik zou de heer Groenewege willen geruststellen. Wij hebben in 2024 met elkaar een dierenwelzijnsbeleid vastgesteld hier in de raad. Daar zijn wij heel tevreden over. Dat borgt ook een heel aantal zaken waar wij ook achter staan. Ik snap ook dat de Partij voor de Dieren de grens of de lat hoger zou leggen wanneer zij dit akkoord hadden geschreven. Dat begrijp ik. Maar het feit dat het woord dier op die manier niet terugkomt, betekent niet dat er de komende periode geen aandacht en geen zorg voor dieren zal zijn. De voorzitter: De heer Groenewege.
De heer Groenewege: Nee, dat kan ook niet. Want de gemeente heeft een aantal wettelijk verplichte taken op dieren en dat zijn ook de enige taken die deze gemeente uitvoert. En vindt de ChristenUnie/SGP dat voldoende om goed rentmeesterschap te tonen naar de planeet en goed om te gaan met de schepping? 69 De heer De Heer: Voorzitter, voor ons is dat inderdaad het stuk comfort voor wat wij ook zoeken. De Partij voor de Dieren zegt, dat is de minimale ondergrens. Wij zouden zeggen, dat is een grens die we inderdaad moeten stellen en die ook heel redelijk is. En op die manier gaan wij ook deze nieuwe periode in. Wij zullen daar samen met de Partij voor de Dieren ook op de momenten dat we denken, daar wringt de schoen of daar gaat iets mis, ook scherp op zijn. We hebben straks ook een uitstekende wethouder voordat dierenwelzijnsbeleid en dierenwelzijn in algemene zin. Daar vindt de Partij voor de Dieren ons ook aan hun zijde om daar ook op te letten de komende periode. De heer Groenewege: Voorzitter. De voorzitter: De heer Groenewege. De heer Groenewege: Dank u wel. De ChristenUnie/SGP spreekt zichzelf tegen. In het eerste antwoord gaf de heer de heer aan dat hij tevreden is met de dierenwelzijnsnota. Een heel deel van de dierenwelzijn nota wordt niet uitgevoerd, want daar is geen budget voor. En in het tweede deel van zijn antwoord zegt hij, ik vind het wel prima, dat budget.
Dat rijmt niet met elkaar. Waarom heeft de ChristenUnie/SGP niet de kans gegrepen om budget vrij te maken in dit coalitieakkoord voor de uitvoering van die gehele dierenwelzijnsnota, waar die in zijn eerste antwoord nog zo blij mee was? De heer De Heer: Voorzitter, ik ga in herhaling vallen. En daar is het echt te warm voor. Wij zijn niet ontevreden over het dierenwelzijnsbeleid wat we op dit moment hebben. We gaan dat ook zoveel als dat dat mogelijk is met de beschikbare middelen daarvoor ook uitvoeren. En nogmaals, u vindt ons aan uw zijde daar waar het niet goed gaat en waar we een been bij moeten trekken. De heer Uysal: Voorzitter, iemand anders die ook gebruikmaakt van de toetsen control F, dat ben ik. Het is best wel handig om snel antwoord te krijgen op de vraag, wat zijn de prioriteiten van deze coalitie? Ik heb niet gezocht op het woord dierenwelzijn maar ik heb wel het STOMP-principe ingetypt. En tot mijn grote verbazing zag ik dat dat woord er 0 keer in voorkwam. Nou heeft de ChristenUnie/SGP de afgelopen 12 jaar een wethouder geleverd die het STOMP-principe heeft geïntroduceerd en die zichzelf ook een STOMP-fan noemde. En dat was jarenlang ook richtinggevend voor het Dordtse mobiliteitsbeleid.
En ik vraag me toch echt af, wat is er gebeurd? Waar is het misgegaan dat de ChristenUnie/SGP zo'n belangrijk onderdeel van de eigen mobiliteitsvisie heeft ingeleverd? De heer De Heer: Voorzitter, dat klopt, dat het woord STOMP, of die afkorting in ieder geval, niet in het akkoord staat. Ik denk wel dat u al die losse onderdelen wel terug gaat vinden, als het gaat over lopen, over fietsen en inderdaad ook andere vormen van mobiliteit. Ook zeker de auto krijgt aandacht in het akkoord. We hebben dit inderdaad wat pragmatischer willen aanvliegen, om te voorkomen dat we het inderdaad altijd in een te rigide volgorde zetten. En tegelijkertijd hebben we ook met elkaar een mobiliteitsvisie aangenomen. En die staat nog steeds. En het feit dat dat woord STOMP op die manier niet terugkomt in het akkoord, betekent niet dat we nog steeds die aandacht voor al die mobiliteitsvormen ook zullen hebben de komende periode. 70 De heer Uysal: Voorzitter, ik krijg een beetje jeuk van de woorden pragmatisme en realisme. Ik hoor dat nu echt te vaak voorbijkomen. Het gaat niet alleen over het klimaatbeleid, maar nu hoor ik dat ook over het mobiliteitsbeleid. Het mobiliteitsbeleid staat niet op zichzelf. Het staat niet los van alle andere beleidsterreinen. Het heeft ook te maken met ons klimaatbeleid en ook daarin komen deze woorden terug. Pragmatisme, realisme.
Als het moeilijk wordt, dan gaan we de volgorde omdraaien. Dan is het niet stappen, trappen, maar toch eerst de auto. Want ik zie dat in het akkoord veel ruimte, meer ruimte, wordt geboden aan automobilisten, minder ruimte aan voetgangers en fietsen, en ook een afzwakking van het klimaatbeleid. ChristenUnie/SGP heeft de mond vol over rentmeesterschap en zorgvuldig omgaan met de schepping, maar kan de ChristenUnie/SGP dan iets noemen waaruit dat dan ook blijkt? De heer De Heer: Voorzitter, onze analyse is niet dat er nu minder aandacht zal zijn voor lopen en voor fietsen. We hebben daar juist ook aan de onderhandelingstafel ook een lans voor gebroken. U vindt dat veelvuldig terug in dit akkoord. Daar mag u ook op verwachten, dat we dat de komende periode ook op die manier gaan uitvoeren. En misschien wel een stukje inzicht in die gesprekken aan tafel. Want inderdaad, dan wordt er een aantal keer gehaald, horen we weer het woord pragmatisme. Maar dat was ook wel de manier waarop we het gesprek hebben gevoerd met elkaar. Er zitten 5 partijen aan tafel die soms gewoon andere woorden zouden gebruiken, of inderdaad misschien wel jeuk hebben gekregen van het woord STOMP.