CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.1 2025.12.16 Notulen Gemeenteraad Dordrecht - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 3 februari 2026, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 16 december 2025, 6 januari 2026 en de Dordtse Dinsdag van 2 december, 9 december 2025, 13 januari en 20 januari 2026 Vergaderzalen 1, 3 en 550.700 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

Wat gaan we nu doen? Moeten we dit instrument gaan inzetten of kan het op een andere manier? De nadere informatie die wij hebben gekregen voor het weekend, gaf ons niet meer inzicht, dan het inzicht wat wij proberen te krijgen met zo'n raadsonderzoek. Ik hoop dat ik daarmee voldoende antwoord geef op de vraag. De voorzitter: Mijnheer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Dank u wel, voorzitter. Een vraag aan Beter voor Dordt. Toen ik het college, in dit geval de wethouder, zag optreden in de media dacht ik, fijn, daadkrachtig, er zal snel duidelijkheid komen. Dat hoorde ik Beter voor Dordt net ook zeggen. Mijn vraag aan Beter voor Dordt is, stel dat de motie het zou halen, dan zitten daar, dat wordt ook terecht aangegeven de motie, de verkiezingen tussen. Het duurt dan best wel lang. En ik weet, in dit soort situaties is het toch best fijn om snel duidelijkheid te hebben en dat er vaart wordt gemaakt, omdat het anders continu blijft terugkeren en dan is het best naar voor nabestaanden. Hoe kijken de indieners hier tegenaan, dat daardoor het proces veel langer gaat duren? De voorzitter: Mijnheer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, dank u wel. Het is terecht wat mijnheer Van der Spoel zegt, ook wij zien dat er daadkrachtig wordt opgetreden.

We kunnen allemaal zien dat het college en alle andere verantwoordelijken echt hun stinkende best doen om te doen wat nodig is en de juiste ondersteuning te bieden. U geeft terecht aan, een raadsonderzoek is iets wat best een tijdje loopt. Maar met wat wij proberen, meer boven tafel te krijgen, moet je ook zorgvuldig handelen. Dat is niet binnen een paar weken geregeld en georganiseerd. En als we niet het idee hadden dat wij voldoende zouden hebben, met wat er nu ligt, om te voorkomen dat dit ooit weer gebeurt, hadden we dit instrument niet via een motie hier op tafel gelegd. Maar we

82

hebben echt het idee, en u kunt het ook zien aan het feitenonderzoek wat er nu ligt, dat je geen enkel inzicht krijgt. Tenminste, wij krijgen onvoldoende inzicht in wat er nu voor de besluitvorming en al die feitelijke zaken bij de mensen heeft gespeeld in de overwegingen om tot een bepaald besluit te komen. Dat weet je ook niet binnen twee of drie weken. Daar zal tijd overheen gaan. Maar wij denken dat het belangrijk is om mee te nemen en om die processen zo te verbeteren, dat we kunnen voorkomen dat dit nog een keer gebeurt. De voorzitter: Duidelijk. Dat was het mijnheer Schalken? Ik ga naar mevrouw Stolk van de VSP. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dank. Voorzitter, de VSP is, net zoals andere partijen, diep geschokt door de bevindingen uit het rapport TwynstraGudde, over de gang van zaken bij de Essenhof. Wat hier naar voren komt, raakt de kern van de menselijke waardigheid, bestuurlijke verantwoordelijkheid en het vertrouwen in de overheid. Allereerst spreken wij onze steun uit aan de nabestaanden. Zij hebben hun dierbaren toevertrouwd aan een plek wat van rust en respect had moeten zijn. Dat vertrouwen is ernstig en onherstelbaar beschadigd. Ook de oud-medewerkers van de Essenhof verdienen onze steun. Velen van hen hebben onder zware omstandigheden gewerkt en dragen mogelijk tot op de dag van vandaag de gevolgen.

Voorzitter, het college heeft inmiddels oprechte excuses aangeboden. De VSP erkent dat dit belangrijk is en dat het voor nabestaanden van betekenis kan zijn. Maar laten we hier volstrekt helder over zijn, excuses alleen zijn bij deze vorm van grafschennis volstrekt onvoldoende. Waar menselijke resten zonder toestemming zijn opgegraven, verplaatst en gebruikt voor experimenten, vraagt om meer dan woorden. Dit vraagt om de waarheid, verantwoordelijkheid en consequenties. Het rapport schetst een onthutsend beeld. Er zijn onbevoegde opgravingen gedaan, stoffelijke resten zijn verplaatst, er zijn stoffen toegevoegd aan menselijke resten om ontbinding te beïnvloeden, zonder toestemming van nabestaanden. Dit zijn geen incidenten of administratieve fouten, maar ernstige schendingen van wet, fatsoen en moreel besef. Wat de VSP extra verontrust, is dat het beeld ontstaat dat deze praktijken al gedurende meerdere collegeperiodes, mogelijk zelfs 3, hebben plaatsgevonden. Dat wijst op structureel falen van toezicht, sturing en bestuurlijke alertheid. Voorzitter, daarbij komt een concreet moment uit 2014. Toen vroeg het college de raad 35.000 euro extra krediet voor verbeterde ventilatiesystemen, nadat bij het openen van een graf bleek dat een lichaam mogelijk niet of onvoldoende was ontbonden. Dat roept indringende vragen op.

Wat wist men toen? Welke signalen lagen er al op tafel en waarom is het destijds kennelijk uitsluitend technisch benaderd, zonder dat dit leidde tot een bredere visie, aangescherpt beleid of expliciete bestuurlijke afweging over grafrust en omgang met stoffelijke resten? Voorzitter, als deze signalen al in 2014 bekend waren, hoe kan het dan dat dit dossier zich heeft kunnen ontwikkelen tot wat we nu constateren? Waarom is de raad niet vollediger geïnformeerd en waarom zijn hier nooit harde conclusies en kaders aan verbonden? De VSP is dan ook helder, degenen die hiervoor verantwoordelijk zijn, moeten bestuurlijk en persoonlijk ter verantwoording moeten worden geroepen. Waar sprake is van mogelijke strafbare feiten, mag het college niet alleen volstaan met excuses en verbleekten plannen, maar moet volledige medewerking

83

worden verleend aan een onafhankelijk juridisch onderzoek en, indien aan de orde, strafrechtelijke vervolging. Daarom vraagt de VSP het college concreet, welk aanvullend onderzoek wordt ingesteld naar de volledige tijdlijn, inclusief de gebeurtenissen in 2014 en eerdere collegeperiodes? Wat wisten bestuurders, leidinggeven en toezichthouders toen of hadden zij redelijkerwijs kunnen weten? Waarom is er nooit een expliciete visie of beleidskader ontwikkeld en wie draagt daarvoor de verantwoordelijkheid? Voorzitter, zonder volledige openheid, zonder duidelijke consequenties en zonder juridische en/of bestuurlijke verantwoording, is herstel van vertrouwen onmogelijk. Excuses zijn een begin, maar bij deze ernst is dat absoluut niet genoeg. De onderste steen moet boven komen en daarom die dient de VSP de motie voor het instellen van een raadsonderzoek mede in. Volstrekt helder moet worden op welke wijze de besluitvorming heeft plaatsgevonden en wie er op welk moment, binnen de ambtelijke organisatie en colleges, op de hoogte was van de besluitvorming. Tot slot pleit de VSP, gezien het ernstig beschadigd vertrouwen, voor een tijdelijke aanpassing van een mandatering binnen de Essenhof. Een tijdelijke centrale mandatering bij de directie met steekproefsgewijze controle op besluiten en een periodieke openbare rapportage aan de raad is noodzakelijk om herhaling te voorkomen.

Voorzitter, rust, respect en verantwoordelijkheid zijn geen ambities, het zijn minimale eisen. De VSP zal het college hier scherp en consequent blijven aanspreken. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank, mevrouw Stolk. Ik kijk naar mijnheer De Heer van de ChristenUnie/SGP, die ik volgens mij ook het woord kan geven van de ChristenUnie SGP. Het woord is naar mijnheer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, een schokkende onthulling eerder dit jaar. Enorme misstanden op de Essenhof, waarmee de grafrust van velen is aangetast. Experimenten die zonder de nabestaanden te informeren en met gezondheidsrisico's voor medewerkers plaatsvonden. De ChristenUnie/SGP staat voor de beschermwaardigheid van het menselijk leven en lichaam. Die waardigheid is de afgelopen jaren in het diepste geheim geschonden. En als fractie zijn we tevreden hoe dit college heeft gehandeld, nadat de informatie hen uiteindelijk bereikte. Maar dat het heeft kunnen gebeuren, is onacceptabel. Daar zijn we het met elkaar over eens. Het rapport maakt duidelijk hoe het heeft kunnen gebeuren. Althans, zoveel als mogelijk en voor ons op dit moment voldoende. Maar dat maakt het niet minder lelijk. Ik wil me richten op de eerste politieke vraag over wat de raad vindt dat er moet gebeuren om het vertrouwen in de Essenhof te herstellen. Vertrouwen komt te voet en gaat te paard.

En dit soort misstanden dragen fors bij aan het gebrek aan vertrouwen van mensen in de overheid en nu ook in de Essenhof. Dat is pijnlijk. Het recept voor herstel zet in ieder geval vol in op transparantie. Laat zien dat dit college een andere politiek en omgaan met inwoners en nabestaanden voorstaat. We kunnen niet meer terugdraaien wat er is gebeurd, maar we zijn wel verantwoordelijk voor de toekomst. De wethouder en dit college hebben sinds de informatie hen bereikte, verstandig gehandeld met informatie naar ons als raad, naar nabestaanden en oud-medewerkers. We moedigen aan om dit met die houding en openheid te blijven doen, zodat de stad hoort en ziet dat dit nooit meer mag en zal gebeuren. Wat betreft de motie, het

84

onderzoek leert ons op dit moment genoeg. Geen behoefte aan een raadsenquête. Dank u wel. De voorzitter: U heeft een interruptie van mijnheer Safranti. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, de ChristenUnie/SGP kennen wij als een partij die heel erg waarde hecht aan families en zeker aan mensen. Echter, ik hoor geen een woord over nabestaanden. Dat is vraag een die ik wil gaan stellen richting de ChristenUnie/SGP, waarom dit woord niet is benoemd. De tweede vraag is, in hoeverre is het onderzoek dat het huidige college wil gaan doen, voldoende voor u om alles naar boven te krijgen? Dank u wel. De heer De Heer: Voorzitter, ik vind het jammer dat de mijnheer Safranti helaas niet goed heeft geluisterd, want tweemaal staat in mijn woordvoering het woord nabestaanden. Herhaaldelijk heb ik hen benoemd, juist omdat wij de nabestaanden zo belangrijk vinden en we ons heel goed beseffen dat dit ongelooflijk veel pijn aan die kant van de tafel doet. Dat gezegd hebbende, de andere vraag is, is dit dan voldoende voor ons? Wij hebben niet de behoefte aan alle informatie. We hebben vooral gekeken naar, vinden we dit voldoende informatie om daarmee vervolgens het vertrouwen te geven aan dit college om voorwaarts te gaan? Dan even teruggrijpend op de woordvoering van mevrouw Stolk. Zij zei, periodieke rapportage aan de raad. Dat vind ik een prima voorstel.

De informatie die we nu hebben, in combinatie met het vertrouwen wat we hebben in dit college, met hopelijk een afspraak over periodieke informatie voor de komende periode, dat is voor ons, op dit moment, voldoende. De voorzitter: Duidelijk. Dat was het? Ik kijk nog naar anderen. Nee? Dan geef ik het woord aan het CDA. Mevrouw van Vugt, denk ik? Gaat uw gang. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dat klopt. Voorzitter, het CDA Dordrecht kan zich vinden in de oprechte excuses van het college. Deze zijn passend gezien de ernst van de misstanden. Nabestaanden hebben extra leed ondervonden door wat er gebeurd is en ex-werknemers zijn onvoldoende gehoord. Voorafgaand aan deze vergadering zijn de raad twee vragen voorgelegd. De eerste vraag raakt een belangrijk punt, hoe kan het vertrouwen in de Essenhof hersteld worden? Een begin is gemaakt door in gesprek te gaan met de betrokken nabestaanden en ook het gesprek met de oud-werknemers. Als het gaat om de nabestaanden, zien wij graag dat er maatwerk wordt geleverd. Voor nabestaanden kan de behoefte zelfs veranderen in de loop van de tijd en die gelegenheid zou er, wat ons betreft, ook moeten zijn. Voor zover we hebben begrepen, is het college bezig om hier zorgvuldig mee aan de slag te gaan. We horen graag of het mogelijk is en blijft om het individuele maatwerk te blijven leveren. Alleen op die manier kan er aan vertrouwen worden gewerkt.

Voor de ex- en huidige werknemers hopen we op een identieke benadering. Een persoonlijke aanpak en niet een algemene, de tijd nemen om te bepalen wat er gedaan kan en moet worden. De misstanden waarvan zij getuige waren, zijn schokkend. De vraag over het mandaat is iets lastiger te beantwoorden. Het aanpakken van de structuur biedt niet altijd de oplossing. We wachten wel af welk voorstel er inzake die structuur gaat komen, maar al

85

heb je goede afspraken, het gaat nog altijd om de mensen die daar integer naar moeten handelen en dat is in het verleden duidelijk niet gebeurd. Dank u wel. De voorzitter: Dank, mevrouw Van Vugt. Het woord is aan mijnheer Damen van de Partij van de Arbeid. De heer Damen: Voorzitter, er is al uitgebreid ingegaan op de ernst en de impact van wat heeft plaatsgevonden op de Essenhof. Daar ga ik niet nog een keer bij stilstaan. Het zal duidelijk zijn dat de medewerkers van de Essenhof voor een heel fors probleem kwamen te staan toen ze tot ontdekking kwamen dat de lichamen in de grafkelders onvoldoende verteerden. En dan is het heel lastig om te bedenken, wat moet je precies doen om tot een goede oplossing te komen? Ik constateer dat er blijkbaar onvoldoende sensitiviteit bestond om te bedenken dat wat er gebeurd is en plaatsgevonden heeft met het openen van de kisten et cetera, niet had mogen gebeuren zonder in heel nauw overleg te treden met de nabestaanden. En tegelijkertijd besef ik dat het overleg buitengewoon lastig is. Het betekent dat de keuze die gemaakt is, onvoldoende teruggekoppeld is met hoger gestelden en met het college. Tenminste, ik ga ervan uit dat niet het hele college op de hoogte is geweest van wat er zich toen heeft afgespeeld.

Aanpakken van de structuur en procedures leidt, mijns inziens, niet tot een verhoging van de sensitiviteit om dit soort problemen te vermijden. Ik weet niet zo goed in welke richting je wel de oplossing moet zoeken. Wat buitengewoon van belang is, is dat alle medewerkers van de gemeente een goed vertrouwen hebben in een hogere gestelde en de politieke leiding. Zodra dat niet het geval is, gebeuren dit soort ongelukken. Ik geloof niet dat het direct noodzakelijk is om een heel uitgebreid onderzoek te laten plaatsvinden over wie verantwoordelijk was op welk moment en wie wat gedaan heeft. Het belang van de nabestaanden en de betrokken medewerkers moet vooropstaan. Pas als zij aangeven een dergelijke procedure zeer op prijs stellen, zou je ertoe moeten overgaan. Ik vind niet dat het automatisch het belang dient van de nabestaanden en medewerkers om nu te zeggen, we willen een hele zware raadsprocedure om de schuldvraag te beantwoorden. En ik heb vertrouwen in de aanpak van het college, voor zover ik die nu ken, maar ik blijf van mening dat het een buitengewoon lastige opgave blijft voor het college om dit zorgvuldig en op een voor de nabestaanden acceptabele manier op te lossen. De voorzitter: Dank, mijnheer Damen. Het woord is aan mijnheer Venderbos-Lambinon van de Partij voor de Dieren. De heer Venderbos-Lambinon: Dank.

Voorzitter, dit zeer pijnlijke dossier is uitvoerig besproken tijdens de commissievergadering van 2 december 2025. Het college heeft de raad geïnformeerd over de stand van zaken en de weg die zij wilde bewandelen om ieder belanghebbende en de media te informeren. Eerst respectvolle informatie aan de belanghebbenden en de toezegging van ondersteuning en pas daarna de media in kennis te stellen. Vooral de media-aandacht zorgde voor een tsunami aan reacties vanuit het hele land. Voorzitter, dit gevoelige dossier kent alleen maar verliezers. Als raad worden wij geacht hier met afstand naar te kijken en een reactie te geven op een aantal politieke vragen. Dat zullen wij doen. Naar de mening van de Partij voor de

86

Dieren heeft het college goede stappen gezet door de nabestaanden op een respectvolle manier in te lichten en, als hiernaar gevraagd wordt, te zorgen voor nazorg. We hebben begrepen dat nabestaanden dit als positief hebben ervaren. Ook voor de werknemers is ondersteuning beschikbaar. Er is een vraag gesteld over het mandaat van het college. Op veel vlakken legt het college mandaat neer bij de ambtelijke organisatie. Dat is volstrekt normaal. De stelling dat hierdoor dit incident heeft kunnen plaatsvinden, is naar de mening van de Partij voor de Dieren dan ook niet correct. Door inschakeling van de Landelijke Organisatie Begraafplaatsen heeft men indertijd in ieder geval getracht om juridische ondersteuning te krijgen. Een adviseur van de LOB gaf aan geen juridische belemmeringen voor de experimenten te zien. De vraag is wat de Partij voor de Dieren betreft niet, kunnen we vertrouwen hebben in de Essenhof? De vraag is eerder, kunnen we vertrouwen hebben in externe adviseurs? Het is in deze tijd van risico bij het gemeentebestuur zeer populair om alle deskundigheid buiten de gemeentelijke organisatie te zoeken. Dat is niet per se verstandig, zoals nu opnieuw blijkt. Investeren in en vertrouwen op de inhoudelijke deskundigheid van de eigen organisatie vereist misschien een lange adem, maar is volgens de Partij voor de Dieren noodzakelijk.

Voorzitter, deze raad heeft er helaas in meerderheid voor gekozen om bij dit dossier mee te doen aan ophefpolitiek met het ingelaste raadsdebat. Met een raadsenquête zou dit nog verder escaleren. Dat is in niemands belang. Fouten uit het verleden waar nu goed op wordt geacteerd, worden hiermee niet teniet gedaan. De Partij voor de Dieren doet dan ook een oproep om dit dossier, politiek gezien, te laten rusten, zodat nabestaanden de gelegenheid hebben in alle rust dit leed te kunnen verwerken. De voorzitter: Dank, mijnheer Venderbos. Het woord is aan de fractie van DENK, mijnheer Safranti. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, allereerst de waardering richting de wethouder en het college voor het grondige onderzoek en een excuus aan de nabestaanden. Wat wij hier vandaag bespreken raakt de diepste kern van vertrouwen tussen overheid en inwoners. Het gaat niet over techniek, het gaat niet over ventilatie, het gaat over menselijke waardigheid, respect voor overledene en eerlijk bestuur. DENK Dordrecht vindt … De voorzitter: Gaat u door, mijnheer Safranti. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. DENK Dordrecht vindt wat hier is gebeurd schandalig en onmenselijk. Schandalig naar de stad, schandalig naar de families en pijnlijk voor de medewerkers die dit werk moesten uitvoeren. Nabestaanden zijn structureel buitenspel gezet.

Meer dan tien jaar lang zijn nabestaanden bewust niet geïnformeerd en buitenspel gezet. Hun geliefden zijn opgegraven, kisten zijn geopend, lichamen zijn gefotografeerd, bewerkt en zelfs verplaatst naar een andere begraafplaats, zonder toestemming, zonder kennisgeving, zonder enige vorm van inspraak. En dat terwijl het college wist dat dit voor families als schokkend kon worden ervaren. Voorzitter, als je weet dat iets schokkend is, dan zwijg je niet, maar neem je verantwoordelijkheid.

87

Uit memo's blijkt dat experimenten zijn uitgevoerd met medeweten van directie, ambtenaren en tenminste een wethouder. Voorzitter, als een wethouder besluit dat dit interne bedrijfsvoering is, sinds wanneer is het openen van kisten en experimenteren van lichamen interne bedrijfsvoering? Tegenwoordig kunnen we niet zonder kennisgeving een boom kappen, laat staan kisten openen. DENK maakt zich grote zorgen over de medewerkers van Essenhof. Dat is door andere partijen al eerder genoemd. Mensen werden onwel, werkten zonder beschermingsmiddelen, ademden gassen in. Dit is onacceptabel. Voorzitter, er zijn geheime experimenten uitgevoerd. Er zijn foto’s gemaakt, er zijn memo's ondertekend en vervolgens zijn documenten vernietigd en USB-sticks verdwenen. DENK vindt dit buitengewoon zorgwekkend. DENK wil ook het morele aspect benoemen. Dat medewerkers dit nodig vonden, begrijpen wij, maar dat zij tot geheimhouding werden gedwongen, is onmenselijk. En dat nabestaanden pas via de krant moesten lezen wat er met hun dierbare is gebeurd, is een bestuurlijk falen van de hoogste orde. Tot slot, voorzitter, DENK Dordrecht wil volledige openheid richting nabestaanden. Duidelijke politieke verantwoordelijkheid, namelijk het zwaarste instrument voor de gemeenteraad in gang zetten om de waarheid boven tafel te krijgen, gericht op feiten en vaststelling, niet op straf.

Wij roepen daarom op tot een raadsenquête. Fijn dat Beter voor Dordt hier ook wel actie in had ondernomen, want anders hadden wij de motie al klaar. We zijn in dit geval samen gaan optrekken met andere partijen. Waarom? Ernstige bestuurlijke misstanden, onjuiste en misleidende informatie aan de raad, grote maatschappelijke schade, wantrouwen richting de vorige verantwoordelijke bestuurders. Daarbij de garantie dat dit nooit meer kan en mag gebeuren en bescherming en erkenning voor medewerkers. De stad Dordrecht verdient beter, de families verdienen beter. Dank u wel, voorzitter. De heer Kuhlmann: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dank u, voorzitter. De verbazing, de ontsteltenis, die mijnheer Safranti formuleerde in zijn woordvoering, delen we voor een heel groot deel. Er is een onderdeel, waarvan ik zou willen weten of hij dat werkelijk zo zou vinden. Dat gaat om de zin van mijnheer Safranti, waarin hij dat nabestaanden het nieuws uit de krant zouden moeten vernemen. Het is onze indruk dat het college er juist alles aan heeft gedaan om alle nabestaanden zo zorgvuldig mogelijk persoonlijk te informeren en pas daarna de media te informeren. Ik hoop dat dit ook het beeld is wat mijnheer Safranti heeft. De voorzitter: Mijnheer Safranti. Mijnheer Safranti: Voorzitter, sorry, ik ben beetje emotioneel in deze casus.

Zeker omdat we vandaag twee emotionele momenten hebben gehad. Met onze wethouder, maar ook met onze griffier. Dat waren leuke dingen. Maar deze emotie raakt mij enorm. En of deze mensen het via de krant hebben gehoord of daarna, maakt mij eerlijk gezegd niet uit. Alleen, ik begon wel mijn woordvoering door aan te geven dat ik alle waardering heb richting de wethouder die deze casus zeer goed heeft opgepakt. Zo begon ik mijn zin.

88

Het antwoord op uw vraag, wat bij mij is blijven hangen, is dat de mensen dit van de krant hebben geweten. Als dat niet zo is, dan is dat niet zo. Maar dat maakt de inhoud van de casus er niet beter op. De voorzitter: Voldoende voor zo? Mijnheer Safranti, wat dat uw betoog? Dank u wel. En dan ga ik naar mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Dank, voorzitter. Voorzitter, de enige twee vragen waarvan wij als Gewoon Dordt hadden dat ze terecht waren en ook op de juiste plek gesteld werden, dat waren de vagen van mijnheer De Heer, et blijft altijd een beetje alsof je in kwadraat spreekt, tijdens het vragenhalfuur vorige week. Het college, in de persoon van mijnheer Merx, heeft laten zien dat vanuit de politieke verantwoordelijkheid die hij heeft, is gehandeld en gehandeld zal worden. Wij hebben daar vertrouwen in en wij voelen verder geen enkele behoefte om in de uitvoering te gaan zitten. Wij sluiten ons verder aan bij de zorgvuldig gekozen woorden van mijnheer Kuhlmann en ook bij die van mijnheer Venderbos, op sommige punten. Mijnheer Safranti zei dat hij emotioneel is, maar dat ben ik ook. Ik denk dat mijnheer Venderbos heel keurig gesproken over de ophefpolitiek. Dat is in ieder geval iets waarvan ik denk, en dat moeten we precies hier niet willen. Daar steun ik hem in.

Wat betreft de politieke vragen, ik heb het idee dat de vragen die er staan meegenomen gaan worden door de wethouder. Ik heb verder, nogmaals, alle vertrouwen in het handelen. De voorzitter: Het woord is aan mijnheer Hartmeijer van de SP. De heer Hartmeijer: Veel dank, voorzitter. Ik denk niet dat de raad de plek is om allerlei technische of juridische aspecten rond opgravingen en de experimenten te gaan bespreken. Het is, denk ik, voor de nabestaanden al gruwelijk genoeg. Dit had, zoals velen al hebben gezegd, nooit op deze manier mogen plaatsvinden. Onze rol hier zit slechts op het politieke aspect. Er zijn fouten gemaakt in de communicatie richting het toenmalige college, richting nabestaanden. Zoiets als dit mag nooit meer gebeuren. Het heeft naar ons idee echter geen zin om nu een onderzoek te beginnen, wat maanden in beslag neemt, naar wie precies waar verantwoordelijk voor was of wie iets wist of niet. De toenmalige wethouder was politiek verantwoordelijk, voor hoe de structuren toen liepen. Niet ambtenaren of andere medewerkers. De wethouder heeft in het vragenhalfuur vorige week, naar ons idee, de goede dingen gezegd. Het mandaat waarop ambtenaren acteren wordt aangepast, de communicatie tussen medewerkers van de Essenhof en de gemeente wordt aangescherpt en er is nazorg voor degenen die daar behoefte aan hebben. Wij zijn blij met deze aanpak.

Er is op voorhand geen reden om hier wantrouwend tegenover te staan. Verder hoef ik er niet zoveel over kwijt. Dank, voorzitter. De voorzitter: Dank, mijnheer Hartmeijer. Het woord is aan mijnheer Stam. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Voordat ik begin toch even een aantal dingen, laat ik beginnen met te zeggen dat dit in mijn hele politieke carrière niet het meest chique onderwerp is waar aandacht voor is gevraagd. Er is ook heel lang over nagedacht of je dit wel moet doen.

89

Ik heb mijnheer Schalken horen zeggen, ik heb vannacht slecht geslapen. Ik kan u vertellen dat ik vorig jaar, in mei, juni 2024, meerdere slapeloze nachten heb gehad toen ik de informatie kreeg. Regelmatig met de informant contact gehad van, hou me voor de gek of hoe zit dat? Dat was best wel pijnlijk. Voordat er vragen zijn gesteld, heb ik uitgebreid contact gehad met de wethouder over hoe het nu zit. Uiteindelijk heeft het toch geleid tot vragen. Maar laat ik dan beginnen met de mooie slogan die we sinds kort kennen in onze stad en die is iets uitgebreid, het begint allemaal in Dordt, de stad waar zelfs een dode niet met rust gelaten wordt. De situatie op de Essenhof maakt me weer eens duidelijk dat de wetgeving rondom openheid en transparantie, zoals bijvoorbeeld geformuleerd in de Wet open overheid en de Gemeentewet, een zeepbel is. Een raadslid wil en moet goed, volledig en transparant geïnformeerd zijn om de kaderstellende en controlerende rol te kunnen uitoefenen. Daartegenover staan dan blijkbaar colleges die moeilijke situaties veelal uit de weg gaan, overgaan tot geheimhouding en zo weinig mogelijk informatie verstrekken. Dat gaat uiteindelijk botsen. Wat nu gebeurd is bij de Essenhof, laat het negeren van al die wettelijke regels, naar mijn idee, zien. Regels waar we, als het uitkomt, zo trots op zijn.

Los van de regels is onze conclusie dat hier het morele en menselijke kompas volledig is losgelaten, als onnodig afval. Alle menselijke waarden en normen zijn met handen en voeten overschreden. We zijn blij met de excuses en de woorden die de wethouder heeft gesproken, maar zelfs het huidige college en de wethouder hebben geen enkele politieke melding gedaan van de problematiek, terwijl men blijkbaar wel op de hoogte was van de ontbindingsproblematiek, zie bladzijde 47 van het rapport. Je kan dit college enkel verwijten dat de informatieplicht alsnog in 2023 niet is opgepakt. Hoe anders had het kunnen zijn als de raad destijds wel was geïnformeerd? Had er dan wellicht een andere oplossing kunnen komen? Who knows? Onze vraag is dan, waarom heeft de wethouder ook niet voor openheid gekozen in 2023, toen hij een kennismakingsgesprek had op de Essenhof? In dat gesprek is blijkbaar aangegeven, er wordt gewerkt aan een oplossing. Welke oplossing dan? Of wordt er dan stiekem nog geëxperimenteerd? Hoe is het mogelijk dat wethouders binnen een collegiaal bestuur toch in staat zijn om zelfstandig een besluit te nemen met zulke verstrekkende gevolgen, ook voor zijn medewerkers en voor de nabestaanden? Hoe dit terug te lezen valt in het rapport, is ronduit schokkend. Blijkbaar was het probleem al lang en bij meerdere volksvertegenwoordigers bekend.

Is iedereen dan maar van mening dat dit probleem nooit naar buiten zou komen, ondanks dat het grote impact heeft gehad op medewerkers en oud-medewerkers? Graag daar een reflectie op. Ruim 12 jaar lang heeft de Essenhof onderdeel uitgemaakt van een portefeuille van 1 partij. Het is wonderbaarlijk dat wethouders, tot nu toe, nog steeds geen bestuurlijke verantwoordelijkheid hebben genomen. Alle woorden van menselijkheid, waarden en normen ten spijt, blijken de kernwaarden van politiek op sommige momenten leeg en loos. Laat het duidelijk zijn dat de onderliggende problematiek van het ontbinden van lichamen in feite geen politiek is. Maar de wijze van aanpak en bestuurlijk handelen tart elke vorm van beschaafdheid en realistisch denken. Want dat is nu gebeurd met de experimenten op stoffelijke overschotten. Durven we dan nog steeds te spreken van behoorlijk bestuur de afgelopen jaren? De vraag bij mij rijst dan, nu de problematiek na jaren uiteindelijk naar boven komt, welke geheimen liggen er nu nog meer in kluizen van bestuurlijk Dordrecht of blijft het hierbij?

90

Zoals net aangegeven, er is verschillende keren contact geweest met de wethouder over de artikel 40-vragen. Laat ik duidelijk zijn, er is niet gevraagd door de wethouder om de vragen niet in te dienen in. Maar achteraf gezien, met de kennis van nu, waren deze telefoontjes meer dan ongemakkelijk. Er volgde zelfs nog een telefoontje vanuit de Essenhof met de vraag waar de informatie vandaan kwam en bij wie. Maar toch geen reden om toen al meer over openheid te verstrekken. Bijzonder. Met betrekking tot de Essenhof zijn de keldergraven niet het enige pijnpunt. Ook bij crematies zijn blijkbaar zaken gebeurd die het daglicht nauwelijks kunnen verdragen. Als ik het goed gelezen heb, is het archief versnipperd en de USB-sticks zijn verdwenen. Ook rechts op de buitenplaats liggen nog lichamen onder de open tuinbegraafmogelijkheid, terwijl er nog vrolijk begrafenisdiensten plaatsvinden. Bizar. Ik wil afsluiten met de woorden, gelukkig hebben we de foto’s nog. De voorzitter: Dat is een pijnlijke afsluiting. Mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dank u, voorzitter. Ik wil aan mijnheer Stam vragen, hij heeft zich er natuurlijk in verdiept. Hij is de eerste die vanuit de raad zo met dit onderwerp bezig is.

Ik ben benieuwd of mijnheer Sam ook goed aanvoelt, het verschil tussen een mededeling dat er problemen zijn met keldergraven en aan de andere kant het schokkende verhaal dat er in het diepste geheim kisten zijn geopend en dat daar experimenten mee zijn uitgevoerd. Ik hoorde mijnheer Stam refereren aan het werkbezoek van de wethouder uit het huidige college in 2023 aan de Essenhof. U noemde ook pagina 47 in het rapport. Alleen, daar staat juist ook bij dat er op dat moment niets gezegd is over die experimenten. Dat is pas naar voren gekomen toen het uit die kluis kwam. Ziet u dat ook zo? De heer Stam: De vraag stellen, is het eigenlijk beantwoorden. Natuurlijk zie ik dat ook zo, maar ik knip het in 2 stukken op. Met artikel 40-vragen is het probleem op tafel gelegd van het niet ontbinden van lichamen. Die vragen zijn blijkbaar, met de kennis van toen, onvoldoende beantwoord. In 2023 is wel bevestigd dat de problemen er waren. Het punt wat ik hier nu op tafel leg is, had er dan in 2023 in melding kunnen komen, desnoods in beslotenheid, in een besloten vergadering, over problemen op de Essenhof met ontbinding. Ik durf hier niet te zeggen, er waren wethouders op de hoogte van meerdere dingen.

Blijkbaar, maar dat is ook gissen, want dat komt niet duidelijk uit rapport en daarom steun ik ook de motie van Beter voor Dordt, zou je toch eens moeten onderzoeken wat mijnheer Van de Burgt, die als eerste wethouder hierbij betrokken is, precies heeft geweten en waarom hij heeft gezegd, dit is een stukje bedrijfsvoering. Ik snap heel goed dat andere wethouders wellicht op de hoogte zijn geweest van wat er is gebeurd, maar tot in hoeverre, dat blijft onbeantwoord. En nogmaals, ik ben echt van mening over de huidige wethouder, dat is een proces wat dan al jaren loopt en waar je op een ander manier mee om kan gaan, maar het melden van het probleem van de ontbinding, dat had veel eerder kunnen gebeuren en nu niet enkel achteraf sorry zeggen. Mevrouw Pichel: Voorzitter? Aan uw rechterkant.

91

De voorzitter: Ik zag een vinger van mijnheer Van der Meer, maar ik hoorde mevrouw Pichel. Ik was totaal in verwarring. Maar het is eerst mijnheer Van der Meer en dan mevrouw Pichel. De heer Van der Meer: Dank u wel, voorzitter. Mijnheer Stam suggereert a, dat het huidige college onvoldoende transparant is geweest en b, dat er meer dingen aan de hand zijn dan het onderwerp waar we nu over spreken. Uit het oogpunt van transparantie kan hij misschien over dat laatste iets meer zeggen? De voorzitter: Mijnheer Stam. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Ik voel me nu niet geroepen roepen om hier tot in details op in te gaan. Ik heb de wethouder al op de hoogte gebracht van de andere problemen die er spelen. Ik vind dat het meer nu een taak is van het college. Misschien wel een onderzoek om duidelijk te maken welke problemen er en nog meer spelen? Wat dat betreft, ja, transparantie. En als u dan de transparantie bedoelt, dan bedoel ik ook weer, waarom is er in 2023 geen melding gemaakt dat er problemen waren en waarom niet eerder door andere wethouders? Dan was het probleem misschien op een andere manier aangevlogen. Waarom is er bijvoorbeeld nooit contact gezocht met de universiteit om te kijken, mensen stellen hun lichaam ter beschikking voor de wetenschap. Waarom ga je daar geen proeven mee doen? Het meest schokkende wat je kunt doen, is wat er nu gebeurd is.

Nogmaals, ik zeg niet dat het huidige college op de hoogte was van die diepgang. De voorzitter: Mevrouw Pichel Mevrouw Pichel: Dank, voorzitter. Mijn vraag gaat ook over het laatste wat mijnheer Stam zegt, waarom is er in 2023 niet iets gezegd? Hoe kijkt mijnheer Stam daartegenaan? Want als er op een gegeven moment wel iets is, dan lijkt het me zaak dat er eerst wat meer onderzocht wordt, als er ook nieuwe informatie beschikbaar is voor het huidige college. Hoe kijkt hij daartegenaan, om daar eerst de ruimte aan te geven? En daarnaast het onderscheid tussen de gevoelige informatie over wat er al die jaren is gebeurd zonder dat we ervan af weten, maar ook het procesmatige gedeelte. Moeten we er wellicht voorzichtig mee zijn om dat niet door elkaar te halen? De voorzitter: Mijnheer Stam. De heer Stam: Ik heb de vraag niet heel goed begrepen. Kunt u het misschien kernachtig nog eens weergeven? De voorzitter: Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: De eerste vraag gaat over het wel of niet moeten delen in 2023, terwijl het college ook de kans moet krijgen om wat onderzoek te doen.

92

Het tweede is dat ik best wel overlap merk tussen wat technische feiten die in het verleden zijn gebeurd, waar we allemaal wat van vinden, en de praktische zaken over het nu wel of niet transparant maken ervan. Ik merk dat het door elkaar loopt en daar zou ik voorzichtig mee willen zijn, met elkaar. De heer Stam: Voorzitter, laat ik beginnen met die politieke transparantie. Op het moment dat ik lees op pagina 47 dat in 2023 dit probleem wel is aangekaart, zeg ik niet, je had het een dag later moeten melden. Ik snap dat daar even tijd voor nodig is om te kijken, wat is daar van waar en hoe zitten we erin? Ik neem aan dat er dan een gesprek plaatsvindt tussen de Essenhof en de bestuurder over, wat bedoel je nu precies? Hoe is dat in het verleden gegaan? Maar daarnaast zijn we bijna een jaar verder. Als ik mijn vragen stel, dan heb ik 3, 4 keer contact gehad met de wethouder. En daar had ook het antwoord kunnen zijn, ik ben op de hoogte van de problematiek. Je hebt helemaal gelijk, we gaan hier in beslotenheid de vergaderingen over beleggen. Maar het werd een beetje een ongemakkelijk gesprek. Als je de vragen toch wil stellen, dan stel je ze maar. En tot mijn eigen verbazing was het persbericht er nog eerder als te vragen.

Achteraf geeft dat wel de indruk, wat wist men nu op dat moment en wanneer had men iets kunnen melden? Dan hadden we waarschijnlijk een ander gesprek gehad hier. De technische aspecten, daar wil ik niet al te diep op ingaan. Ik denk dat bij een eventueel verder onderzoek aan de orde zou moeten komen wat daar precies is gebeurd en welke oplossingen zijn gekozen. Ik ben niet degene met de deskundigheid, die daar verder antwoord op kan geven. Ik ben alleen geïnformeerd over bepaalde problemen en nogmaals, die heb ik bij de wethouder op tafel gelegd. De voorzitter: Dank, mijnheer Stam. De heer Kuhlmann: Voorzitter? De voorzitter: Overigens, voordat we verder gaan duiden wat de wethouder gezegd heeft, misschien is het goed als de wethouder daar zelf zo meteen wat over zegt. Mevrouw Pichel, is het voldoende voor zo? Duidelijk. Mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dank u, voorzitter. Ik wil toch nog even ingaan op vragen bij mijnheer Stam. We hadden het eerder over het onderscheid en dat er echt een verschil zit tussen de mededeling, er is een probleem met deze keldergraven en de schokkende onthulling van, daar zijn allerlei experimenten, er worden kisten opengemaakt.

In de vorige interruptie zei mijnheer Stam, waarom heeft de wethouder, het college, er niet eerder voor gekozen om de raad te informeren over dat er een probleem is met de keldergraven? Dan ben ik toch benieuwd hoe mijnheer Stam kijkt naar wat terug te lezen is op pagina 17 van het onderzoeksrapport, dat de raad is geïnformeerd dat er een probleem is, en dan moet ik even goed citeren, “dat er onvoldoende ventilatie is met ernstige consequenties voor de lijkvertering.” Dat vroeg om extra budget, 45.000 euro in september 2014. Dat heeft zelfs tot enige discussie in de raad geleid. Ik zie raadslid Pols en dat hij zich zorgen maakt dat er extra geld naartoe moest gaan. Als u zegt, het college had eerder moeten informeren over het probleem van de lijkvertering, dat is, denk ik, gebeurt op dat moment. Ziet mijnheer Stam dat ook zo?

93

De voorzitter: Mijnheer Stam. De heer Stam: Niet helemaal, voorzitter. Ik heb ook de stukken gelezen. Ik heb het rapport meerdere keren doorgelezen en je loopt telkens tegen feit aan dat je bij jezelf denkt, hoe zit het echt en hoe loopt het nu allemaal? Ik heb gelezen wat u nu zegt. Het heeft ook in de krant gestaan. En als ik dat voor mijn ogen voorbij laat gaan, dan denk ik bij mezelf, er is iets aangegeven met betrekking tot ontluchting en daar is geld voor beschikbaar gesteld. Maar ik denk dat als je iedereen gaat vragen die toen in de gemeenteraad zat, heb je hier de conclusie uitgetrokken dat lichamen totaal niet ontbinden, dan denk ik dat iedereen zegt, nee. Er is zijdelings wel wat gedeeld, maar volledige openheid is in die tijd niet geboden. En met alle respect, daar loopt nu het huidige college tegenaan. Nu komt naar buiten en zij moeten het verklaren. Dat is, wat mij betreft, bestuurlijke verantwoordelijkheid die je altijd hebt. Maar goed, ik vind niet dat die informatie zo duidelijk was, dat daar verder vragen op kwamen. Zelfs vorig jaar, toen die vragen zijn gesteld, heeft niemand in de gemeenteraad nagedacht, er is een probleem met ontbinding, laten we eens verder vragen hoe dat zit. Het is in stilte verdwenen. En ook ik was wel in een schok van de omvang van de gevolgen die naar buiten kwamen. Ik had wel wat informatie, maar dit was nog veel schokkender.

En als ik die nogmaals in relatie brengt tot de punten die u nu noemt, dan had ik dat nooit kunnen bevroeden. De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: In afsluiting, ik denk dat mijnheer Stam en ik het eens zijn dat de bizarre onthulling rondom de experimenten, het zonder toestemming openen van graven, iets is wat waar iedereen perplex van is. Heel terecht dat het zoveel verontwaardiging oproept. De voorzitter: Dank. Duidelijk. Volgens mij is dat het? Dan ga ik naar de Fractie van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Dank u wel, voorzitter. Ook ik ben enorm geschrokken van het onderzoeksrapport over wat de nabestaande is aangedaan. Essenhof komt uit het rapport niet naar voren als een professionele organisatie. Er is een probleem in 2013 geconstateerd met de grafkelders en je verwacht dan dat dit wordt opgelost. Er bestaan al lang grafkelders en overal in het land zijn er begraafplaatsen met deze kelders. Gegeven de historische ervaring en de ervaring op andere plaatsen, moet je verwachten dat problemen worden opgelost. Dat probleem zat in de beluchting. Ik vind het heel vreemd dat er zo aarzelend over gedaan is, dat er onderzoeken hebben plaatsgevonden. Er is heel veel kennis in Nederland aanwezig. Het zal ongetwijfeld weleens gebeurd zijn dat dit probleem zich op een andere begraafplaats heeft voltrokken.

Eigenlijk had je een goede oplossingsrichting mogen zien in plaats van het verschrikkelijke proeven doen, laat ik het even zo zeggen, met de stoffelijke resten. Er wordt gedaan alsof dit een volkomen onbekend probleem is. Ik mis competentie en inzicht bij de organisatie. Ook van de arbeidsomstandigheden ben ik geschrokken. Ik ga niet herhalen wat het rapport hierover zegt, maar de leiding is in gebreke gebleven om werknemers de juiste tools te leveren. Ook ben ik geschrokken dat de werknemers dit maar lijken te accepteren.

94

Dit zegt iets over de wijze waarop mensen hun werk moeten doen. Wat zit hierachter? Het is verschrikkelijk, voorzitter, dat er op deze manier met stoffelijke overschotten wordt omgegaan. Het oprechte excuus dat het college heeft aangeboden, is daarom terecht. Mijn dank gaat uit naar het college, omdat dit zo gedaan is. Dat is in ieder geval een hele goede beginstap voor de nabestaanden. De feiten zijn in het onderzoeksrapport benoemd. Althans, in ieder geval minimaal een gedeelte van de feiten. Ik kan niet beoordelen of er alles in staat, maar ik ga ervan uit dat er heel veel in staat. De achtergrond achter de feiten, daar gaat het onderzoeksrapport niet over. Bijvoorbeeld wat ik net zei, er is gekozen voor een verkeerde oplossingsrichting. Waarom? Waarom is er niet beter of meer geïnformeerd bij andere begraafplaatsen? Dat wil ik ook wel weten. Er zijn heel veel vragen die je daarover kan stellen en we hebben daarom met een aantal partijen een voorstel ingediend om een raadsenquête te starten. Voorzitter, dat was het. Dank u. De voorzitter: Mijnheer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Dank u wel, voorzitter. Ik ben erg te spreken over hoe het college dit dossier heeft opgepakt en hoe men daarmee naar buiten treedt. Verder sluit ik me aan bij de woorden van de SP. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank, voorzitter.

Er is al heel veel gezegd over de ernst van de situatie en daar sluit ik me bij aan. Dit geldt ook voor de wijze waarop het college het nu heeft opgepakt. Dat gaat respectvol en zorgvuldig. Ik kijk naar de eerste politieke vraag, wat moet er gebeuren om het vertrouwen in Essenhof te herstellen? Wat mij betreft heeft dit niks te maken met vertrouwen en het herstellen ervan. Want wanneer de uit te voeren taken in een hiërarchische lijn liggen, kun je niet uit uitgaan van het naar eigen inzicht handelen. Je kunt er niet van uitgaan dat mensen ingaan tegen de hiërarchische lijn, met bijvoorbeeld angst voor gevolgen. Vertrouwen zit in de persoon en wat mij betreft gaat het hier om een organisatorisch ontwerp wat niet werkt. Dat staat los van vertrouwen. Want soms kun je er namelijk op vertrouwen dat iets niet goed gaat als iets niet goed is ingericht. Wij hebben als raad een controlerende taak. U, voorzitter, als burgemeester en de wethouder als portefeuillehouder, krijgen dit op het bordje, omdat wij, en daar bedoel ik ons allemaal mee, het proces niet goed bewaken. Dat heeft helemaal niks te maken met wel of geen vertrouwen hebben in het college. Dat heeft ermee te maken dat ik zelf een verantwoordelijkheid voel om dit niet meer te laten gebeuren en het niet af te schuiven op het college. We hebben echt een gezamenlijke verantwoordelijkheid om naar processen te kijken.

Daarom ook steun voor het onderzoek waar Beter voor Dordt mee is gekomen. We willen vooruitkijken en zorgen dat het in de toekomst niet meer zal gebeuren, maar dan moeten we ook weten waar het niet goed is gegaan. Niet om iemand het boetekleed aan te laten trekken, maar om te weten aan welke knoppen we moeten draaien om dit te voorkomen in de toekomst. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Pichel, dank. Dat was de eerste ronde van de zijde van de raad. Ik kijk naar wethouder Merx om namens het college te reageren.

95

De heer Merx: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, mijnheer Schalken noemde het al een foute film en dat is precies zoals ik het ervaar. Het is een film waar geen einde aan lijkt te komen. Verontwaardiging en onbegrip, dat is wat overheerst na het openbaar maken bij u allen, maar ook in de maatschappij, van de uitkomsten van het rapport van de Essenhof. En terecht. Ik heb het de afgelopen week al vaak herhaald, en ook onze voorzitter, dit had zo nooit mogen gebeuren. Dit soort verregaande maatregelen had nooit zonder medeweten en toestemming van de nabestaanden de burgemeester mogen plaatsvinden, nog afgezien van het feit of je dit überhaupt als Essenhof zelf had moeten willen oplossen. Het is al gezegd. De bevindingen over de arbeidsomstandigheden zijn confronterend en onacceptabel, want je moet ten alle tijden zorgen voor een veilige werkomgeving. Het college is er zich van bewust dat het vertrouwen van de inwoners ernstig is beschadigd. De eerste stap om dat vertrouwen te herstellen, ik heb het vorige week ook al gemeld, is volledige transparantie. Het onderzoeksrapport is volledig openbaar. Vervolgens open en eerlijk het gesprek aangaan met u, met de nabestaanden en met de pers. Daarbij kan ik zeggen dat het gesprek dat de burgemeester en ik met de nabestaanden hebben moeten voeren, het vertellen van wat er met hun dierbaren is gebeurd, hartverscheurend was.

Daar sluit ik ook wel aan bij de vraag die mijnheer Van der Spoel had. Namelijk, hoe vaker en hoe meer je hier toch in openbaarheid, dan kom ik zo dadelijk terug op mijnheer Stam, over spreekt, hoe vaker de nabestaanden geconfronteerd worden met het beeld van hun dierbaren dat vertroebeld is door wat wij naar buiten hebben gebracht. Dat hebben wij ervaren en gezien toen wij de nabestaanden in de ogen keken en het verhaal hebben moeten vertellen. Maar, voorzitter, transparantie alleen is niet genoeg. We moeten ervoor zorgen dat dit nooit meer gebeurt. Daarom hebben we de werkprocessen aangescherpt en een mandaat voor ingrijpende beslissingen op een hoger niveau gelegd. Wat is een hoger niveau? Als er ook maar iets moet gebeuren met het openmaken van graven, dan moet dat via de teamleider. Dat is niet de teamleider op de Essenhof zelf, maar dat is iemand bij ons op het Stadskantoor. Zeker binnen de termijn van de grafrust kan het alleen met toestemming en vergunning van de burgemeester. Hoger kunnen we het bijna niet neerleggen. We hebben duidelijke afspraken gemaakt. Als medewerkers iets moeten doen dat indruist tegen wat goed voelt, dan moeten zij escaleren. Desnoods, wat ik vorige week al zei, tot aan het college of de burgemeester. Die verbeteringen zijn belangrijk, maar de nabestaanden die het betreft hebben daar echt helemaal niets meer aan.

Zij bleven en blijven zitten met de wetenschap dat er iets is gebeurd dat we niet meer goed kunnen maken, niet meer terug kunnen draaien. Wij blijven, is gevraagd, ook in contact met de nabestaanden die daar behoefte aan hebben en bieden hulp daar waar nodig. Bijvoorbeeld via professionele hulpverlening als Slachtofferhulp. Nabestaanden kunnen ons altijd benaderen. Uiteraard, wij hebben de nabestaanden zelf de afgelopen weken benaderd, ook na onze bijeenkomsten. Met 2 hebben we nog contact. De anderen hebben aangegeven, dank wat jullie gedaan hebben, dank voor de openheid, maar we willen hier liever niet meer mee geconfronteerd worden. Even kijken, de nabestaanden kunnen ons altijd benaderen. Nu, maar ook later als dit alles is ingedaald en misschien dan pas hard binnenkomt. Voor medewerkers loopt er een traject met ARQ, een gespecialiseerde organisatie in traumazorg. Er zijn en worden groepsbijeenkomsten en individuele trajecten georganiseerd.

96

Ik herhaal het nog maar eens, het is hier ook al gezegd, de medewerkers van de Essenhof zijn zeer begaan met hun werk. Zij zijn ook diep getroffen door wat er naar buiten is gekomen. Deze mensen treft geen blaam. Degene die hier destijds verantwoordelijk voor waren, zijn er niet meer. Wij zijn er nu wel. Dat laatste is en blijft onbevredigend, voor u als raad en ook in de wetenschap, dan kom ik op een onderwerp dat ook de voorzitter van de VSP aansneed, dat het openbaar ministerie heeft aangegeven dit nu niet op te pakken. Wat ik vorige week ook al gemeld heb, we hebben direct, toen deze memo naar boven kwam, het openbaar ministerie en de Arbeidsinspectie gewaarschuwd, hen geïnformeerd en gezegd, dit hebben we aangetroffen en wat moeten wij hiermee? Wij willen zelf een onderzoek doen, maar als jullie een strafrechtelijk onderzoek willen, want wij hebben vermoedens dat hier mogelijk strafbare feiten zijn gepleegd, dan kunnen jullie het overnemen. Dan is het even uit onze handen. Het openbaar ministerie heeft aangegeven, doen jullie het onderzoek? De onderzoeksvragen zijn prima, maar hou ons op de hoogte, ook als er nieuwe ontwikkelingen zijn. Geef ons in ieder geval aan het einde van het onderzoek het rapport, zodat wij dat kunnen doornemen en kunnen bepalen of we alsnog een strafrechtelijk onderzoek gaan instellen. Dat hebben ze niet gedaan.

Er is al iets gezegd over een jurist die gezegd heeft, het kan allemaal wel, et advies wat in 2014 is ingewonnen, maar de feiten zijn grotendeels al verjaard. Als het al een strafbaar feit is, dan is het verjaard. Maar goed, voorzitter, we hebben tegen de nabestaanden gezegd, of het juridisch wel of niet door de beugel kan, ethisch kan dat in ieder geval niet. Ethisch gezien had dit nooit mogen gebeuren. Dit had nooit mogen gebeuren, ik heb het al gezegd, zonder toestemming van de nabestaanden en zonder vergunning van de burgemeester. Wat zijn dan de vervolgstappen en de geleerde lessen? Zoals aangegeven in de raadsinformatiebrief nemen we verschillende vervolgstappen. Het onderzoek naar de arbeidsomstandigheden, het onderzoek naar de verplaatsing van de begraafplaats aan de Zuidendijk, uitvoeren van de verbetermaatregelen, zorg voor een stabiele meerjarige invulling van het management van de Essenhof, dat was ook een probleem, extra aandacht voor een veilige cultuur, waarin medewerkers zaken bespreekbaar kunnen maken, daar kom ik zo nog even op terug, en heldere informatie en besluitvormingsprocessen richting het management en bestuur en uiteraard de stappen die we nemen om tot een oplossing komen voor het keldergravenprobleem. Er is nog geen passende oplossing voor het probleem van de keldergraven, maar die moet er wel komen.

Wetenschappelijk onderbouwd en ethisch verantwoord. Een oplossing waar ook nabestaanden rust en acceptatie kunnen vinden. Daar schakelen we alle hulp en deskundigheid bij in die daarvoor nodig is. Een hele belangrijke les die ik hieruit leer, is dat we door moeten gaan op het ingezette pad van structuur en cultuurverandering. En dan kom ik op het ene punt wat ik net heb aangekondigd, dat hebben we 2 à 3 jaar geleden ingezet. 1 van u stelde de vraag of het toevallig is dat deze memo begin dit jaar boven water kwam. Ik weet het niet, maar ik denk wel, toeval bestaat niet. In de hele organisatie zijn we namelijk al een poosje bezig met trajecten onder begeleiding van coaches om mensen uit te dagen eigenaarschap te laten nemen, tegenspraak te laten geven, te durven falen en zich daarbij veilig te voelen, maar ook om te escaleren. En op dat moment, begin dit jaar, liep er zo'n traject bij de Essenhof. De Essenhof waar mensen 10 jaar lang met geheimhouding hebben rondgelopen.

97

Ik denk dat we hiermee, en dat geeft misschien een deel van het antwoord op de motie van een aantal partijen, op de goede weg zijn om de onderstroom die hier de oorzaak van is, boven water te krijgen en om in de toekomst dit soort situaties voorkomen. Er ligt een motie voor een raadsonderzoek. Ik laat dat uiteraard aan u. Wat ik u wel wil aanbieden, is om u nog voor de verkiezingen, in januari of februari, daar moeten we een mooi moment voor kiezen, op een dinsdagavond, en dan niet in 3 kwartier, maar echt de tijd nemen met elkaar, helemaal mee te nemen in waar wij mee bezig zijn in de organisatieverandering, zowel op structuur als op cultuur. Dat zijn dingen die hier een hele belangrijke rol in hebben gespeeld. Voorzitter, wij doen er alles aan om het vertrouwen van de inwoners terug te winnen en herhaling te voorkomen. Dat is onze verantwoordelijkheid en die nemen we. Dan kom ik even bij de motie, want ik lees, spreekt uit dat het wenselijk is via een raadsonderzoek inzicht te krijgen in de wijze waarop de besluitvorming over het openen en behandelen van de keldergraven.

Bedoelt u daarmee de lichamen of de keldergraven? Dat is namelijk een essentieel verschil, want als u het heeft over wat destijds gebeurd is met betrekking tot de besluitvorming en de onderliggende stromen, met betrekking tot de proeven die zijn gedaan of de experimenten, dan is dat iets anders dan wanneer je zegt, we hebben beluchting aangebracht in 2014 op de keldergaven. De voorzitter: Mijnheer Schalken: De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, ik ga er even over nadenken. De heer Merx: Dan ga ik op een aantal specifieke dingen in, voorzitter. Even kijken of ik mijn aantekenen nog kan lezen. De vraag is of we alleen maar feiten hebben opgehaald. Dat denk ik niet, want in de memo die in de kluis is aangetroffen en integraal is opgenomen in het onderzoeksrapport, staat precies welke afwegingen en overwegingen er zijn gemaakt. Ik weet niet of u met het onderzoek dan nog heel veel meer boven water gaat krijgen. De overwegingen staan ook op bladzijde 19 en 20. Er is een juridisch advies aangevraagd. De jurist zei, het kan, zeg ik maar even heel kort door de bocht. Waarom niet in het college gemeld? Vanwege de maatschappelijke onrust en het was, dat is hier al genoemd, een bedrijfsinterne aangelegenheid. Dat zijn de overwegingen geweest, even heel kort door de bocht, waarom destijds de keuzes zijn gemaakt.

Wat ook uit het onderzoek naar voren komt, is dat we ooit gekozen hebben om een bezuiniging te doen op de inrichting van de keldergaven, namelijk een mindere beluchting. En dan komt maar eens naar boven, goedkoop is duurkoop. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Als ik even terug mag komen op de vraag die de wethouder stelde, het gaat om het behandelen van de lichamen en het openen van de keldergraven. Wel goed dat u het terecht zo vraagt. De voorzitter: Duidelijk.

98

De heer Merx: Helder. Ik denk zelf dat het in de memo staat. Daar zijn interviews over houden. U moet vooral doen wat u denkt dat nodig is. Ik weet alleen niet of u veel meer boven water gaat krijgen. En bovendien, we zijn inmiddels al 10 jaar verder met de dingen die we nu gedaan hebben. Even kijken, de VSP zegt, voorzitter, onder toezicht stellen van de Essenhof. Ik denk niet dat het nodig is. De medewerkers zijn zich daar als geen ander bewust van de verantwoordelijkheid die zij dragen. Het is ze ook op het hart gedrukt wat ik zojuist vertelde en de mandaten zijn inmiddels aangepast. Dan kom ik bij, even kijken, moet ik een bladzijde omslaan, kun je vertrouwen op externe adviseurs? Dat is een vraag die de Partij voor de Dieren heeft gesteld. Je zou er wel op moeten kunnen vertrouwen. Wat moet je daarmee? Je vraagt een advies aan. Het juridisch advies klopt wel. Ik denk alleen dat je ethisch gezien een andere keuze had kunnen en misschien wel had moeten maken. Dat weet ik wel zeker. DENK, voorzitter, zegt volledige openheid. Ik denk niet dat we meer openheid kunnen geven dan we nu gedaan hebben. We hebben een volledig onderzoek laten doen. We hebben ook als bestuur gezegd, wij trekken onze handen in zoverre hiervan af, u gaat maar doen wat u denkt dat nodig is om alles boven water te krijgen. De voorzitter: Mijnheer Schalken.

De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, even naar aanleiding van het vorige punt dat de wethouder aangeeft met betrekking tot het juridisch advies inwinnen. Als ik nog even een voorbeeld mag noemen met wat wij zo graag boven water willen krijgen, is dat op het moment dat een bestuurder of een leidinggevende een juridisch advies inwint, doet hij dat om een soort gevoel te krijgen bij de keuze die gemaakt gaat worden en wat het besluit gaat betekenen. Wat wij nu zo graag willen weten, is dat, en u gaf het net aan, is het ethisch of is het juridisch verantwoord? Juist daar zit voor ons die vraag over meer duidelijkheid en dat krijg je, naar ons idee, niet met het feitelijk ophalen van alle informatie die we nu al hebben. De heer Merx: Voorzitter, ik kan alleen de vraag beantwoorden, zoals ikzelf en dit college in de wedstrijd zitten en dat is, al had het juridisch gekund, dan hadden we het nog ethisch niet verantwoord gevonden op de manier zoals dat is gedaan. En als je dan op zoek gaat naar een oplossing, dan wacht je op zijn minst tot de grafrusttermijn voorbij is en dan vraag je aan de mensen, wat wilt u met de restanten van uw dierbaren? We hebben helaas moeten constateren dat het niet helemaal is vergaan. U kunt kiezen voor herbegraven, crematie, want dat zijn de keuzes die ze altijd krijgen, ook als het wel helemaal is vergaan, of u laat het aan ons.

Dan zouden wij graag van u toestemming willen hebben om ethisch verantwoord en wetenschappelijk onderbouwd enzovoort. Ik denk dat u het moet doen, maar u moet vooral doen met elkaar wat u belangrijk vindt en waarvan u denkt dat het nodig is. Ik snap het volledig als u zegt, maar wij willen ook de onderste steen boven krijgen. Maar ik vrees alleen dat u niet heel veel meer naar boven gaat krijgen dan er nu papier staat. De heer Stam: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Stam.

99

De heer Stam: Ik snap wat u zegt en ik vind dat u daar gelijk in heeft. Ik bedoel, het gaat mij niet zozeer om de processen uit te diepen die richting de Essenhof worden gevoerd, want dat laat ik echt over aan een directie en een bestuurlijk verantwoordelijke. Maar wat ik vooral interessant vind om te weten, dat is wat ik ook in mijn woordvoering heb aangegeven, we kennen allerlei wetten over hoe we om moeten gaan met transparantie en openheid en wat ik in dat onderzoek wel naar boven zou willen krijgen, dat is welke afwegingen bestuurders maken, op grond van welke wetgeving en waarom ze dan de keus maken wel of niet te informeren. Dat doe ik niet om mensen af te rekenen, maar ik wil graag weten hoe we op onze eigen manier of wettelijk gezien in de toekomst dit soort problemen kunnen voorkomen. Nu lijkt het alsof het een persoonlijke afweging is geweest van een wethouder in 2013 om het maar niet te doen zonder iemand te informeren. Ik denk dat we daar lering uit moeten trekken en moeten kijken, hoe kunnen we dit op een andere manier aanvliegen, zodat het geborgd is? De heer Merx: Voorzitter, naar mijnheer, ik kom zo op u terug, met u welvinden. Nog 1 punt bij de fractie van DENK, voorzitter, het uit de krant moeten vernemen.

Ik weet niet waar u dat precies vandaan heeft, maar we hebben ontdekt dat circa 30 kisten onderzocht zijn, waarvan op een beperkt deel experimenten los zijn gelaten, om het zo maar te noemen. Die mensen hebben we allemaal geprobeerd te bereiken. We hebben een brief gestuurd, we hebben vervolgens nagebeld om aan te geven, we hebben u een brief gestuurd voor een uitnodiging om op, ik meen, 4 december te komen voor een bijeenkomst. Een aantal daarvan hebben gezegd, nee, dank u wel. Ik zie ervan af. En een paar anderen zijn geweest. De mensen die zijn geweest hebben alle informatie gehad en pas 's avonds hebben we de persconferentie gegeven. De volgende dag stond het in de krant. We hebben een lijn openstaan waar mensen die vragen hebben direct kunnen worden geholpen. Er zijn wel tot nu toe ongeveer 50 telefoontjes, zeg ik uit mijn hoofd, binnengekomen van mensen die vragen hebben. Het zijn niet allemaal mensen met graven hier in deze keldergraven liggen, maar mensen die zeggen, mijn vader of moeder ligt daar, is dat een van betrokken lichamen? De meeste mensen kunnen we geruststellen. Er zijn ook mensen die opbellen en heel boos en verdrietig zijn. Die heb je ook en dat begrijp ik. De voorzitter: Mijnheer Safranti. Mijnheer Safranti: Dank u wel. Deze vraag is al eerder door ook de VVD gesteld. Daarom wil ik aangeven hoe ik hieraan kom.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1066/documents/45955