CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.1 2025.09.23 Notulen Gemeenteraad Dordrecht - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 14 oktober 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 23 september 2025 en de Dordtse Dinsdag van 9 en 16 september 2025 Vergaderzalen 1, 3 en 551.426 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Wij zien dat als goede toevoeging aan de aan de rand van Dubbeldam, als logische plek. De amendementen die gaan over een nieuw Dubbeldam of andere verstrekkende gebieden, daar zien wij niks in, voorzitter. Zeg ik op de vraag van de heer Gündogdu. Dan verder naar een ander amendement van GroenLinks over de energieopwekkende polder. En dat vinden we op zich nog wel op zijn minst gezegd stuitend, want ik denk dat het onderwerp in de raad qua opwek ook in het buitengebied gevoelig ligt. Ik denk dat we als de raad schoorvoetend eerder hebben

81

vastgesteld in een raadsvoorstel om een aantal locaties te onderzoeken. En het voorstel van GroenLinks passeert hier eigenlijk dat hele proces en het eerder genomen raadsbesluit, en wil nu in de omgevingsvisie eigenlijk al de windmolens in de polder doordrammen. Wat ons betreft gaan we dat in ieder geval niet doen. Dan, voorzitter ... De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Mijn vraag aan de heer Noldus zou zijn, is het wat hem betreft denkbaar dat de conclusie van die afweging is, over locaties voor bijvoorbeeld windenergie, dat de conclusie zou kunnen zijn dat dat gewoon niet kan op het Eiland van Dordrecht? En dat we niet voldoen aan de commitments die we bijvoorbeeld in het kader van de rest zijn aangegaan? De voorzitter: De heer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, ik denk dat een conclusie kan zijn dat dat niet kan, anders hebben we destijds een hele gekke opdracht meegegeven om dat uit te gaan zoeken, denk ik. Dan, voorzitter, ga ik verder. Een ander amendement gaat over parkeren in de wijken. En wederom een amendement van GroenLinks wil parkeren in de woonwijken verder onmogelijk maken. En het parkeren aan de randen van wijken of ten koste van groen in je eigen voortuin, als dat überhaupt al kan in de straat waar je woont, is in ieder geval niet een wens die wij horen als wij de deuren langsgaan in de wijk. Daar zijn wij ook niet voor, voorzitter.

Ik kijk even naar de tijd. Ik heb er nog twee die ik er even uit wil lichten. Er zijn nog een aantal amendementen die gaan over differentiatie op straatniveau en misschien aangepast naar buurtniveau volgens mij, in de laatste versies. Dat lijkt ons niet per se een invulling voor de omgevingsvisie, maar voor een nadere invulling voor de het volkshuisvestingsprogramma. Gemengde wijken zijn goed, maar laten we ook niet op straatniveau hier in omgevingsvisie het een en ander op vast stellen. Ik heb ook het idee dat heel veel buurten juist floreren bij het feit dat het een herkenbare buurt is en dat mensen zich daarin thuis voelen, omdat er wat samenhang is in hoe zo'n wijk is opgebouwd of zo’n buurt is opgebouwd. Dan, voorzitter, over de amendementen van het CDA over het behoud van sportvoorzieningen. De motie lezen we als positief. Volgens mij is hij ook naar aanleiding van de commissie veranderd. Dank daarvoor. De vraag aan het college is of deze uit te voeren is naast de motie die er al ligt die is aangenomen bij de sportvisie. En de amendementen van CDA gaan over heel specifieke gebruikers. En dat gaat ons echt wel te ver om in een langetermijnvisie in de omgevingsvisie te gaan verwerken. Maar we wachten daar even het debat nog even af. En ook de weging op dit specifieke punt van het college wachten we even af. De voorzitter: De heer Van Dam Timmers.

De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. We spreken vandaag over de omgevingsvisie en ik heb eigenlijk een korte vraag daarover. Is het wat betreft de VVD denkbaar dat sportvoorzieningen in dit gebied zouden kunnen blijven zitten? De heer Noldus: Ik denk dat u dan refereert naar het amendement. Ik denk dat de motie, we hebben het daar ook in het debat in de commissie over gehad, ik denk dat we die

82

spreiding allemaal willen. Volgens mij is het ook onderdeel van die sportvisie. Is volgens mij ook onderdeel van de motie die we destijds hebben aangenomen. Dan is even de weging, wat levert dit dan nog op ten opzichte van die motie die al is aangenomen? En het amendement gaat heel specifiek in op twee hele specifieke gebruikers binnen dat gebied. En ik vraag me oprecht af of dat handig is om te gaan doen binnen de omgevingsvisie met een visie op 2040. Er zijn heel veel voorzieningen die we niet bij naam noemen, maar die we ook in verschillende wijken en buurten belangrijk vinden. Dat schept een precedent daarin. Lijkt mij niet per se handig, maar dat wachten we even het debat en ook de reactie op af. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, dan heel kort. Kan de VVD zich dan wel voorstellen dat de plaatjes van Mecanoo uit 2021, die niet per se zijn aangenomen maar die gepasseerd zijn, dat dat wel grote impact heeft op de voorzieningen die daar nu zitten? En dat het ook wel logisch is om daar wel in de omgevingsvisie iets van te vinden? De heer Noldus: Ik begrijp heel goed dat die platen impact hebben en je ziet ook dat een aantal plaatjes met een bepaald abstractieniveau in de omgevingsvisie staat. Daar hebben we het ook in de commissie over gehad.

De vraag is dan wel of je hiermee dan de zekerheid biedt, terwijl we aan een andere tafel dat gesprek hebben om een aantal andere voorzieningen in dit gebied te gaan realiseren. En die wil je ook niet per se in de weg zitten door nu hier iets over vast te leggen, zou ik zeggen. Straks gaat het over de ontwikkelingen rondom station Leerpark. Dan zou ik heel graag die inhoudelijke discussie dan met elkaar voeren en dan zien wat er nodig is. De voorzitter: Duidelijk. De heer Noldus: Dan, voorzitter, heb ik nog een paar amendementen van de Partij voor de Dieren. Amendement over het aanrijden met dieren voorkomen, dat klinkt heel goed, om het leed van mensen en dieren te beperken. Maar onze vraag is even, er is eerder een motie aangenomen. Wat voegt dit dan toe? En heeft het dan invloed op de verlichte wegen in het buitengebied? De amendementen over basiswaarde natuur en het herstellen van biodiversiteit klinken mooi, maar daar kunnen wij moeilijk de impact van overzien. Daar wachten we echt even de reactie van het college af. Is dit uitvoerbaar en meetbaar? En daar hou ik het even bij voor de eerste termijn, voorzitter. De voorzitter: Dank, mijnheer Noldus. Dan geef ik het woord aan de heer Van der Meer van GroenLinks. De heer Van der Meer: Dank u wel, voorzitter.

Met de omgevingsvisie geven wij richting en kader aan hoe we Dordrecht ruimtelijk willen ontwikkelen naar een aantrekkelijke, sociale en toekomstbestendige stad. Er staan mooie en zelfs hartverwarmende ambities in het stuk. Dank daarvoor. Goed wonen is een primaire behoefte. Een betaalbare woning voor iedereen in een woonomgeving waar je veilig en met plezier naar buiten kunt bewegen, spelen en sporten in de buurt. Een omgeving die ook bestand is tegen hitte- en wateroverlast. Daar zijn onze vier amendementen over de wijk ontwikkeling op gericht, om dat wat nadrukkelijker in de visie te verankeren. Eentje ging over

83

gedifferentieerd wonen. Er moet voor verschillende categorieën en woonvormen ruimte zijn in alle wijken. Parkeren, natuurlijk zal dat voor een deel op straat moeten blijven, maar waar het kan om woonstraten wat minder parkeren op straat te hebben, betekent meteen meer ruimte om naar buiten te gaan voor kinderen om te spelen, enzovoorts. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank u, voorzitter. Ik heb een vraag over gedifferentieerd wonen. Er staat veel in deze teksten. Er staat steeds het woord voldoende. En als gemeenteraadslid kan ik toch maar heel weinig met het woord voldoende, omdat het komt dat je … Uiteindelijk weet niemand wat dat dan betekent. En daarom vraag ik me af, hoort dit wel in de omgevingsvisie thuis of moet je dit eigenlijk gewoon helderder definiëren om ook daadwerkelijk verschil te maken? De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Het gaat in de omgevingsvisie denk ik om het algemene kader te schetsen van wat voor type woningen je in verschillende wijken wil. Maar de precieze invulling daarvan kan van wijk tot wijk verschillen. En die kunnen beter in het kader van het huisvestingsprogramma vormgeven.

Het benoemen van de verschillende categorieën die in elk geval in elke wijk zouden moeten zijn geeft richting, maar de precieze invulling daarvan kunnen we op een ander moment doen en er kan per wijk verschillen. De voorzitter: De heer Van Dam. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, dan vraag ik me toch echt af wat voldoende dan betekent en waar je dan eigenlijk voor kiest als je hier het mee eens bent. U begrijpt, wij zijn kritisch hierop. De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Het geeft ruimte om voor al die categorieën per wijk het begrip voldoende in een politieke discussie in te vullen. Natuurlijk hebben wij daar opvattingen over, maar het past niet in de omgevingsvisie om dat voor elke wijk te specificeren. Daar komen we op een ander moment over te spreken. Wat voldoende is, is inderdaad een politieke keuze en daar zullen we het met elkaar nog over moeten hebben. De voorzitter: Een zes, dat is voldoende. De heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, in het verlengde van wat mijnheer Van Dam Timmeren ook zich afvraagt. Wij zien dit amendement als heel sympathiek, maar vragen ons ook af, wat stellen we nu vast als we dit amendement aannemen? Wat is voldoende? Terechte vraag, want wij hebben inmiddels al vanuit diverse woonvisies bepaalde percentages vastgesteld voor de stad.

En wilt u hiermee nog een discussie aangaan wat voldoende is? Ik probeer even de achtergrond van de intentie van dit amendement te begrijpen.

84

De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Waar het om gaat, is dat we hiermee duidelijk kiezen voor differentiatie in elke wijk. Dat kan een beetje verschillend zijn, maar er moet wel voor verschillende doelgroepen, verschillende prijscategorieën en verschillende woonvormen ruimte zijn. Dat leggen we hier vast. En hoe we dat in gaan vullen, dat is iets voor later huisvesting beslissen. De voorzitter: De heer Wringer. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Ook een vraag aan GroenLinks-PvdA. Wij vielen ook een beetje over het woord voldoende, want dat is zo'n nietszeggend woordbegrip. Maar blijft er ook voldoende ruimte om te bouwen voor de Dordtenaar die het financieel wel goed hebben, die een duurdere woning kunnen kopen? Want duurdere woningen stimuleren de doorstroming, vergroten de sociaaleconomische positie en subsidiëren ook goedkopere woningen. Of wil GroenLinks-PvdA helemaal geen duurdere woningen? De heer Van der Meer: Nee, natuurlijk zijn er ook duurdere woningen nodig. Dat zal ook in de ene wijk anders zijn dan in de andere wijk. Maar dat is vaak nodig om de financiering, laten we het maar even zo zeggen, rond te krijgen. Dat wordt ook helemaal niet uitgesloten door dit amendement. We benoemen een aantal categorieën waar in elk geval in voorzien zou moeten worden. En dat sluit helemaal duurdere woningen niet uit. De voorzitter: De heer Noldus.

De heer Noldus: Een vraag over hetzelfde amendement aan GroenLinks-fractie, want we lezen ook in het amendement, een eerdere vraag is al gesteld over voldoende, het woord voldoende, maar de laatste bullet die zegt eigenlijk dat er in iedere wijk ruimte komt voor tiny houses. En ik ben benieuwd wat dan de verstrekkendheid daarvan is die GroenLinks wil meegeven en of er dan een voorstel komt vanuit GroenLinks om in iedere wijk tiny houses te gaan toevoegen. De heer Van der Meer: Nee, daar staat ook niet voor niks tussen haakjes bij niet per se, alleen in woonwijken. En eigenlijk zou daar ook kunnen staan, dat hoeft niet per se in woonwijken. In de omgevingsvisie wordt wel uitgesproken wat ons betreft dat er voldoende ruimte voor tiny houses moet zijn, maar waar, dat is niet wat ons betreft aan specifieke of aan elke wijk gekoppeld. Misschien moet dat nog even iets geherformuleerd worden De heer Noldus: Voorzitter, ik denk vooral dat laatste. Want zoals het er nu staat, komt in elke wijk ruimte voor tiny houses en ook nog buiten de woonwijken ruimte voor tiny houses. En vandaar mijn vraag, maar we zien de wijziging wel tegemoet, denk ik. De voorzitter: In elke wijk voor ieder wat wils. De heer Van der Meer, gaat u verder. De heer Van der Meer: Dank u wel, voorzitter. En de andere amendementen wat wijken betreft gaan over klimaatadaptatie en over ruimte voor parkeren.

Daar heb ik al iets over gezegd.

85

En ten slotte over de regie van de gemeente. Want wat ons betreft staat die op pagina … Nu ben ik mijn stuk kwijt. Staat die op pagina 81 veel te passief geformuleerd. Dan over de woningbouwambitie zoals ... De voorzitter: De heer Noldus. De heer Noldus: De heer Groeneweg was denk ik net iets eerder, voorzitter. Maar een vraag over dat laatste over dat laatste amendement over wijkontwikkelingen. Want zoals wij die dan toch lezen. Vraag GroenLinks eigenlijk om alle vrijwilligersorganisaties, buurtwerkhuizen en alles wat samenhangt met sociale samenhang en veiligheid, dat daar de gemeente de eigenaar is van het vraagstuk over huisvesting. Het gaat van voor GroenLinks iets te passieve rol naar een volledige eigenaarschapsrol bij de gemeente. En ik ben benieuwd of dat de invulling is die GroenLinks echt voor ogen heeft. De voorzitter: Dank, mijnheer Noldus. De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Dat is inderdaad niet wat wij voor ogen hebben. Wat wij voor ogen hebben, is dat de gemeente daar een soort van regierol bij vervult. Dat kan in de vorm van ruimte beschikbaar stellen, bijvoorbeeld vrijwilligersorganisaties die daar op een andere manier geen ruimte kunnen vinden. Dat kan ook door initiatieven te nemen of wat dan ook. Waar het om gaat is, nu staat er, de initiatieven moeten vooral uit de wijk komen. En dat is natuurlijk mooi.

Daar moet op ingespeeld worden, zoveel als maar kan. Maar in wijken waar dat niet gebeurt of in wijken waar verrommeling optreedt waar je wat aan wil doen, moet de gemeente een regierol … De gemeente, dat is het oogmerk van dit amendement, heeft uiteindelijk een verantwoordelijkheid voor hoe een wijk zich ontwikkelt en die verantwoordelijkheid moet worden genomen. En is niet alleen afhankelijk van initiatieven die vanuit de wijk komen. De voorzitter: De heer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, een korte reactie. Naast dat dat nogal een keuze is of je dat wel of niet zou vinden, is dat in ieder geval niet wat in het amendement staat als ik hem zo lees. Maar dan wachten we ook daar de reactie van het college even op af. De voorzitter: Eerst de heer Groenewege, dan de heer Van Dam Timmers. De heer Groenewege: Dank u. Een vraag over amendement A4 en A5. Een beetje een technische vraag. We hadden GroenLinks hier ook al van tevoren over benaderd. Deze twee amendementen hebben elementen in zich waarmee niet een letterlijke tekst wordt toegevoegd, maar een soort van idee wordt toegevoegd. Bijvoorbeeld in A4 staat, wordt toegevoegd dat er wordt gestreefd naar vermindering van parkeren. Niet een letterlijk citaat, maar een idee.

Mijn vraag aan de heer Van der Meer is, kan dat wel op deze manier? Ik bedoel, de Partij voor de Dieren staat heel positief tegenover deze amendementen, maar het moet wel op deze manier kunnen. De heer Van der Meer: Het kan ongetwijfeld beter geformuleerd worden. Daar hou ik me altijd voor aanbevolen. Deze formulering is wel met de griffie afgestemd en beoordeeld als, ja, zo kan het.

86

De voorzitter: Ik denk dat we ook de loop van de vergadering nog kunnen gebruiken om teksten aan te scherpen. Ik zie grote bereidwilligheid bij de heer Van der Meer. Laten we daar dan ook gewoon rekening mee houden, dat dat nog kan. Was dat hem, mijnheer Groenewege? Dan kijk ik naar de heer Van Dam Timmers en kom ik daarna bij de heer Hartmeijer. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Over de wijkontwikkeling. Op zich mooi dat we tot het punt gekomen zijn dat duidelijk verschil tussen politieke visies van GroenLinks en ook het CDA zichtbaar worden. Waar GroenLinks heel erg gelooft toch in dat uiteindelijk de gemeente ervan is, geloven wij toch echt dat de politieke … Vanuit onze politieke filosofie moet het echt vanuit het maatschappelijk middenveld komen. En ik vraag me af waarom de heer Van der Meer denkt dat op deze manier je een duurzaam gedragen initiatief mogen kunt maken. Is het niet zo dat juist de inwoners centraal moet staan en zijn of haar initiatief? De heer Van der Meer: Zonder meer, voorzitter, wat mij betreft. Dat moet centraal staan. Waar het om gaat, is dat je ziet dat soms initiatieven te veel op een muur stoten bij de gemeente. Tenminste, dat wordt vanuit initiatieven vaak zo ervaren. De vraag, hoe gaat de gemeente met die initiatieven om, is één.

En aan de andere kant zijn er ook wijken waar wel behoefte is aan ontwikkeling, buurtwerk, meer sociaal contact, enzovoort, maar waar dat niet of nog niet bottom-up vanzelf tot stand komt. En dan denken we dat de gemeente daar op zijn minst een stimulerende en faciliterende rol in moet vervullen. En de ruimtelijke inrichting van wijken is daarbij een belangrijk hulpmiddel. De voorzitter: Dank. Dat was hem, mijnheer Van der Meer? De heer Van der Meer: Ik wilde ingaan op … De voorzitter: Excuus. U heeft nog een paar interrupties. Dat is de heer Hartmeijer, de heer Gündogdu en ik kijk nog even verder. Nee. En de heer De Feijter. We gaan ze allemaal af. Uw amendementen geven wel heel veel aanleiding tot interrupties, stel ik vast. Mijnheer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Voordat inderdaad de heer Van der Meer naar het volgende blokje gaat. Ik had nog een vraag over het amendement over parkeren. Er wordt onder andere gesproken over parkeren onder gebouwen. Bij nieuwbouw zou dat natuurlijk een uitkomst zijn, dat je onder flatgebouwen auto's kwijt kunt. Het maakt projecten wel een stuk duurder, terwijl we denk ik het eens zijn dat er meer sociale woningbouw moet komen, zowel koop als huur. En vaak zijn dat appartementencomplexen. Iemand zal dan die extra kosten voor zijn rekening moeten nemen.

Hoe kijkt GroenLinks naar die potentiële tegenstelling? De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Het laat zien hoe we moeten schipperen met de ruimte die we hebben. Dat is ook een van de redenen waarom wij vraagtekens bij het realiteitskarakter van die woningbouwambitie en de verdichting zetten, omdat we graag ruimte willen houden om woonstraten zo woonstraatachtig mogelijk te maken en zo weinig mogelijk tot parkeerplaats te maken. Dat is eigenlijk de richting waarin we willen proberen te

87

gaan. Het is een omgevingsvisie, dus het geeft aan in welke richting we zouden willen gaan. En verminderen van parkeren op straat is een richting die wij graag willen gaan, waar dat mogelijk is en waar dat betaalbaar is. En waardoor andere vervoersvoorzieningen het aantal auto's kan verminderen en dat soort zaken. Dat is de richting waarin we willen denken met deze visie. De voorzitter: De heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, ik wil een vraag stellen over het amendement duurzame energie en netcongestie. Mijnheer Van der Meer, ik waardeer overigens uw inzet en zoveel amendementen, vandaar dat het ook heel veel vragen oproept. Maar u geeft in dit amendement concreet aan dat bijvoorbeeld ondernemers aangeven nog meer windenergie te willen gebruiken en dat we dat als laaghangend fruit moeten gaan oppakken. Maar ik kan me heel goed herinneren, en u was er zelf ook bij, dat we heel veel sessies hebben gehad over bijvoorbeeld de mogelijkheden die ons eiland biedt rondom geothermie. Sluit u de opwek van duurzame energie middels geothermie hiermee uit door expliciet deze drie zin op te nemen in dit amendement? De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Nee. Ik denk alleen dat dat niet op korte termijn zoveel op kan leveren dat het probleem van netcongestie daarmee gedekt kan worden.

Ik weet ook niet goed wat je technisch met geothermie kunt in de richting van elektriciteitsopwekking. Als daar concrete mogelijkheden voor zijn, moeten we daar natuurlijk gebruik van maken. Maar het amendement wat we ingediend hebben, ik was daar nog niet aan toegekomen, maar u brengt me er nu op. Het amendement wat we ingediend hebben over die locaties, is dat we daar natuurlijk goed naar de inpassing moeten kijken en naar, waar kan het en waar kan het niet? Daar moet een open discussie over mogelijk zijn. Maar op het moment dat we tot de conclusie zouden komen, het kan gewoon nergens, voldoen we niet alleen niet aan onze commitments die we al hebben aangegaan over duurzame opwekking, maar negeren we bovendien de wensen van Werkgevers Drechtsteden, de Coöperatie Dordt-West 1, die op vorige week dinsdag in ons werkbezoek bij Yuverta nog heel nadrukkelijk hebben betoogd, er is meer windenergie nodig, want anders kunnen we niet voldoende lokaal energie opwekken die we ook lokaal gebruiken, om daarmee het netcongestieprobleem teniet te doen of te verminderen, en daardoor ook weer de vestiging van nieuwe bedrijven mogelijk maken. Als je dat niet vasthoudt, die doelstelling om die duurzame opwekking te realiseren en om ook windenergie te realiseren, betekent dat dat de bedrijvigheid afneemt en dat je de netcongestie versterkt. En dat is iets wat wij absoluut niet willen.

De voorzitter: Mag ik u toch vragen om vragen en antwoorden iets beknopter te formuleren, want we hebben nog echt een heel stuk te gaan, beste mensen. Ik kijk naar de heer De Feijter. De heer De Feijter: Dank u wel, voorzitter. Ik ga nog even terug naar het amendement wat de heer Van Dam Timmers aanstipte. Want het CDA en ChristenUnie/SGP delen hier natuurlijk een politiek gedachtegoed. Maar eigenlijk als ik goed luister naar de heer Van der Meer, deelt hij dat gedachte goed ook. Want de regie nemen, wat de overheid zou moeten doen volgens het amendement, wij denken niet dat dat het juiste antwoord is.

88

Maar hoe de heer Van der Meer het omschrijft, klinkt meer alsof de overheid de rol heeft van facilitator en alsof ze het moeten faciliteren. Is dat niet eigenlijk gewoon wat de heer Van der Meer bedoelt en in zijn amendement wellicht wil wijzigen? De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Het gaat over wijkontwikkelingen. En een deel is het sociale netwerk en de sociale activiteiten. Waar de gemeente vooral regie op moet hebben, denk ik, is zorgen dat de fysieke faciliteiten, de ruimtes, de ontmoetingsplekken en dat soort dingen, dat die er voldoende zijn in de wijk. En verder is het inderdaad een faciliterende, stimulerende functie. We vinden niet dat de gemeente alles moet organiseren, maar wel de fysieke faciliteiten moet realiseren. De voorzitter: Dank. Dat was hem, mijnheer Van der Meer? De heer Van der Meer: Nee, ik wilde nog één … Nee, sorry. Ik heb ook nog wat spreektijd. Over de woningbouwambitie. Zoals gezegd, betaalbaar wonen voor iedereen staat bij ons voorop. Bedacht moet worden dat bouwen binnen de stedelijke contour lang niet altijd goedkoop kan en lang niet altijd tot voldoende betaalbare woningen leidt. En we hebben allerlei andere ambities in de omgevingsvisie, die zo, en nu citeer ik de wethouder in de laatste commissievergadering, die verschillende doelstellingen, zei de wethouder, kunnen met elkaar gaan schuren en op elkaar gaan botsen.

En dan moeten we politieke keuzes maken. Dat is precies wat voor ons in onze analyse aan de hand is. Het is een beetje de kop in het zand steken als je er op voorhand van uitgaat dat dat allemaal, klimaatadaptatie, voldoende betaalbare huizen, ruimte voor parkeren en weet ik wat, dat dat allemaal binnen die verdichting kan. We hebben de studie nog niet gezien. Daar komen we later over te spreken. Mooi, maar het kan heel goed zijn dat daaruit voortkomt dat het niet kan. En daarom willen we extra opties openhouden en daar ziet het amendement nieuw Dubbeldam op. Daar laat ik het even bij. De voorzitter: De heer De Feijter. De heer De Feijter: Dank u wel. Een vraag aan de heer Van der Meer. De heer Van der Meer refereerde er zopas ook zelf al eventjes aan. Er staan een hoop ambities in de omgevingsvisie. Een hele hoop beleid ook van de afgelopen maanden, denk onder andere aan de mobiliteitsvisie, is nu mede door GroenLinks ook volledig gericht op dat binnenstedelijk verdichten. Meer woningen bouwen rondom stations en ov-knooppunten en binnen de stadsgrenzen. Waarom steekt GroenLinks nu een spaak in het eigen wiel door het heil daarbuiten te zoeken? De heer Van der Meer: Nee, voor alle duidelijkheid, voorzitter, wij zijn helemaal niet tegen verdichting. Daarom dienen we het amendement van Op Ons Eiland over die locatie aan de Merwedestraat ook mede in. Waar verdichting kan, graag.

En als we met elkaar tot de conclusie komen dat we dat binnen de stedelijke contour met voldoende woningen en voldoende verdere kwaliteit van de stad kunnen realiseren, ben ik alleen maar blij. Alleen ik wil daar wel een open politieke discussie over mogelijk maken en ons niet op voorhand in een harnas persen, waarin per se alles binnen die contour moet. En

89

als we dan woningbouwambities vooropstellen, dan zie ik zomaar gebeuren dat andere ambities mogelijkerwijs gaan sneuvelen. En die druk is ongewenst, denk ik. Die moeten we onszelf niet opleggen. De voorzitter: De heer Groenewege. De heer Groenewege: Een van die andere ambities van dit college is om de stad te laten groeien door inwoners aan te trekken uit andere steden. Dit college wil groeien naar 140 duizend inwoners. Daarmee leggen we onszelf als stad natuurlijk ook een enorme woningbouwopgave op, die daar eigenlijk helemaal niet is, maar die verzinnen we zelf. Zou GroenLinks niet veel liever die opgave loslaten, dan dat we met betonwagens naar de polder gaan rijden? De heer Van der Meer: De polder, daar kun je opmerkingen over maken. Maar ja, de consequentie zou ook kunnen zijn die je uit de discussie over verdichting gaat trekken, dat we gewoon dat aantal van 11 duizend woningen niet gaan halen. Dat zou ook een mogelijke conclusie zijn. Dat heeft bepaalde financiële consequenties, begrijp ik. Daar moeten we dan goed met elkaar over hebben als we die ambitie willen loslaten. Maar dat zou ook een mogelijke uitkomst kunnen zijn, ja. De voorzitter: De heer Wringer, had u nog een interruptie? Nee. Dan kijk ik naar mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Voorzitter, dank u wel. Een vraag aan mijnheer … Nou. De voorzitter: De heer Van der Meer van GroenLinks.

Mevrouw Schnabel: Excuus. Uiteindelijk gaat het er toch gewoon om dat we de optie openhouden? We zeggen eigenlijk, we gaan we hoeven niet per se te gaan bouwen, maar de woningnood is zo groot dat we eigenlijk de deur op een kier zetten voor het geval dat er straks opgaven komen die ervoor zorgen dat we misschien zo'n beslissing moeten maken. De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Dat is wat ons betreft of wat mij betreft helemaal juist. Daarom hebben we samen dat amendement ook ingediend. Waar het om gaat is dat we zo ver mogelijk proberen te komen met verdichting, maar wel daarbij goed recht doen aan de andere ruimtelijke ambities die we met elkaar hebben. Wij willen een evenwichtige invulling. De voorzitter: De heer De Feijter. De heer De Feijter: Dank u wel, voorzitter. Ik verbaas me toch wel een beetje hierover. In het antwoord wat de heer Van der Meer zojuist gaf op de heer Groenewege gaf hij aan, juist de reden om het buiten de stadsgrenzen te zoeken is die woningnood, waarvan we met zijn allen zeggen, er moeten meer woningen gebouwd worden. En tegelijkertijd in het antwoord aan de heer Groenewege is de heer Van der Meer nu bereid om te gaan

90

praten over het verminderen van die woningbouwambitie die we hebben. Hoe weet de heer Van der Meer die twee te rijmen met elkaar? De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Nee, ik pleit niet voor het verminderen van de woningbouwambities, ik verbruik pleit voor het openhouden van een eerlijk politiek debat. En dat betekent dat je je moet realiseren dat het heel wel denkbaar is dat de ambitie van 11 duizend woningen, de ambitie van een leefbare, toekomstbestendige, klimaatadaptieve stad en de ambitie van niet buiten de stedelijke contour bouwen, dat dat een keurslijf zou kunnen zijn. En dat als we dat vasthouden geen open debat kunnen voeren. De heer De Feijter: Voorzitter, nog één ... De voorzitter: Ja, mijnheer De Feijter, maar u moet ook wat spaarzamer worden met uw interrupties. Het is allemaal volslagen duidelijk. De heer De Feijter. De heer De Feijter: Dat zal ik doen, voorzitter. De heer Van der Meer die wil een hoop openhouden voor het politieke debat. En dat snap ik. Tegelijkertijd vindt het politieke debat hier nu plaats en moeten we ook keuzes maken. En is het niet juist om dingen te kunnen realiseren dat we ook een stukje focus hebben? Ambtelijke capaciteit is ook maar één keer uit te geven. Tijd en geld zijn maar één keer uit te geven.

Is er niet juist voor die woningbouwambities, die binnenstedelijke woningbouw ambitie die we op dit moment hebben, een stuk focus nodig? De voorzitter: Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Als we de verdichtingsstudie hadden gezien en daarover een goede politieke discussie hadden kunnen voeren, dan zouden we dat soort keuzes verantwoord kunnen maken. Maar nu niet. De voorzitter: Mevrouw Pichel, gaat uw gang. Mevrouw Pichel: Ik vind het heel interessant wat de heer Van der Meer aangeeft en ik voel hem ook, met al die verschillende ambities die er zijn en de balans die we daarin moeten houden. En waar ik wel heel erg benieuwd naar ben is, in alles wat er ligt, natuurlijk het voorstel en de amendementen die er liggen, we weten natuurlijk nog helemaal niet wat daaruit gaat komen. Maar waar ziet de heer Van der Meer waar dan eventueel wel die balans uit kan komen? Kan hij daar al een klein voorschot op geven of is dit misschien een iets te lastige vraag op dit moment? De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Nu heb ik net het essentiële stukje van de vraag niet gehoord. De voorzitter: Mevrouw Pichel.

91

Mevrouw Pichel: De vraag is dat, in alles wat er ligt, er ligt een voorstel en er zijn natuurlijk allerlei amendementen waarvan we nu nog niet precies weten wat daar de uitkomst van is. Maar kan de heer Van der Meer er wellicht een soort voorschot op geven waar hij dan ergens wel een bepaalde balans gaat zien, waardoor er wel een zekere uitvoerbaarheid is? Of is dat nog te moeilijk om daar nu op dit moment antwoord op te geven? Kan ik me ook voorstellen, hoor. De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ik kan op dit moment niet goed overzien, en ik denk dat niemand dat hier kan, wat de impact van die verdichtingsambitie is voor de ruimte die we overhouden voor klimaatadaptie, wat de impact van die verdichtingsambitie is voor de ruimte voor parkeren en voor spelen en voor bewegen en ontmoeten op straat. En voor parkeren aan de rand van de wijken, wat wij graag zouden willen. Dat is niet goed zichtbaar en daarom vind ik het heel moeilijk om te om te schetsen in welke mate we met verdichting uit zouden kunnen komen. De voorzitter: Ik denk dat dit het gewoon is. Was dat het einde van uw betoog, mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: We hebben nog een aantal reacties op de moties van anderen, onder andere van de Partij voor de Dieren, over de natuur en over gemengd wonen. Maar dat komt bij de stemverklaringen wel. De voorzitter: Dat is duidelijk.

Dan gaan we door. Ik ga naar de fractie van Beter voor Dordt. De heer Wringer. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Ik hoop om 23.00 uur naar huis te kunnen. Ik zal het proberen kort en krachtig te doen. In mijn woordvoering die ik heb gehouden in de oordeelsvormende vergadering, ga ik niet helemaal overdoen, maar een paar fragmenten wil ik nog wel een keer benoemen. En dan zal ik ingaan op een aantal amendementen van andere partijen. Voor ons ligt een groot visiedocument waar Beter voor Dordt zich in grote lijnen in kan vinden. En complimenten aan iedereen die hier een bijdrage aan heeft geleverd. Maar een visie voor lange termijn blijft echter lastig. De ontwikkeling in Dordrecht, Nederland, de wereld staat niet stil en Beter voor Dordt verwacht dat dit document regelmatig zal moeten worden aangepast aan deze ontwikkelingen. De zeven doelstellingen met een hele grote focus op klimaat. Wat Beter voor Dordt betreft hadden deze klimaatonderwerpen gecombineerd mogen worden tot één doelstelling. Ook Beter voor Dordt wil een leefbare stad, maar dit moet wel pragmatisch bereikt kunnen worden en ook betaald kunnen worden. Beter voor Dordt heeft al eerder aangeven dat wij vinden dat we geen koploper hoeven te zijn om zo snel mogelijk klimaatneutraal en energieneutraal te worden.

Wel willen we zo snel mogelijk dat al onze inwoners in geïsoleerde huizen en verduurzaamde huizen wonen voor een lagere energierekening. Dordrecht moet ook bereikbaar blijven en Beter voor Dordt heeft het STOMP-principe omarmd. Maar dat betekent niet dat de auto het pispaaltje van de stad hoeft te worden. We zijn voor een bereikbare stad met voldoende parkeerplaatsen voor bewoners en ondernemers, waarbij bezoekers aan de randen kunnen parkeren. De binnenstad moet geen Openluchtmuseum worden, de

92

binnenstad is ook het kloppend hart van de stad voor bewoners, ondernemers en bezoekers. Positief is dat vaak het woord verdichting genoemd wordt in het visiedocument. En dat vinden we fijn, want dan hoeven we niet te bouwen in de polders en de Biesbosch. Uit de verdichtingsstudie, die hier al natuurlijk eerder over tafel is gekomen, blijkt dat het realiseren van nog eens 11 duizend woningen binnen de bestaande stad kansrijk is en dat er nog veel kansen liggen om de kwaliteit toe te voegen. Waar we ons wel zorgen over maken, is dat ook vaak wordt verwezen naar wonen of woning in deelgebied Buitengebied. Beter voor Dordt is standvastig, al tientallen jaren, en staat woningbouw niet toe in onze polders of Biesbosch. We zetten in op de verdichting binnen de stadsgrenzen, zoals eerder genoemd. De polders en Biesbosch zijn in onze ogen de groene longen en belangrijk voor biodiversiteit, recreatie en ontspanning voor onze inwoners. Nu een aantal reacties op amendementen van andere partijen. Ik ga ze niet allemaal af, want daar heb ik niet de tijd meer voor, zie ik. Een aantal amendementen zullen we ondersteunen en bij een aantal amendementen wachten we op de reactie van de wethouder. De voorzitter: De heer Van Dam Timmers wil interrumperen.

De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, voordat de heer Wringer uitgebreid naar andere amendementen gaat, zijn er ook een paar amendementen die Beter voor Dordt zelf indient, onder andere bijvoorbeeld over zonnepanelen op daken. Daar hebben wij wel vragen over. Ik was wat verrast eigenlijk door deze amendementen, omdat één, ze niet in de commissie aan bod gekomen waren, maar twee, ook vooral dat het voelt alsof deze niet helemaal thuishoren in de omgevingsvisie, omdat het in groot detail gaat. En daarnaast het heel technisch is, waarbij dingen als netcongestie en ook de voor- en nadelen afweging hier eigenlijk in deze raadsvergadering op dit moment nu niet gaat. Hoe kijkt de heer Wringer daarnaar? De voorzitter: De heer Wringer.

De heer Wringer: Dank u, voorzitter. Klopt, het zijn ook moties die oproepen. Na het lezen van de omgevingsvisie kwamen we, nou, een stukje uitwerking zou wel dit en dit kunnen zijn. Vandaar dat we deze moties hebben neergezet als oproep naar het college om dit op te pakken, als uitwerking van de omgevingsvisie en niet in te plaatsen in de omgevingsvisie. Anders zou het een amendement geweest zijn. De voorzitter: De heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, mag ik nog een vraag stellen over het vorige amendement rondom de polders? En ik begrijp het standpunt van de heer Wringer heel goed en van Beter voor Dordt, maar wat is volgens u buitengebied? Ik begrijp heel goed dat de Zuidpolder daar onderdeel van uitmaakt, maar enige jaren geleden heeft uw partij ook een amendement mede-ingediend, waarbij u aangeeft dat de Dordwijkzone, is ook gedeeltelijk buitengebied, dat daar ter ondersteuning van de huidige functies ook gebouwd mag worden. En dat zijn ook woningen. Hoe rijmt dat met uw standpunt wat u nu inneemt?

93

De voorzitter: De heer Wringer. De heer Wringer: De Dordwijkzone. Dat klopt. Dan kijk ik even naar rechts. De voorzitter: De hulplijn. De heer Schalken-den Hartog: De hulplijn, misschien het geheugen. Als u het heeft over die Dordwijkzone, dan is wat Beter voor Dordt betreft het altijd zo geweest dat wat nu parken zijn in ieder geval onbebouwd blijven. De voorzitter: Duidelijk. Mijnheer Wringer, gaat u verder. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Even kijken, waar was ik gebleven? We wachten ook even de reactie af van de wethouder op een aantal amendementen en van woordvoering van andere partijen om te kijken hoe wij hun amendementen en moties moeten interpreteren. Ik begin met het amendement van Op Ons Eiland die iets verder willen bouwen op de Staart dan in de omgevingsvisie staat. En daar kunnen wij ons goed in vinden. Die zullen we ondersteunen. Ik had ook een vraag over GroenLinks-PvdA, maar die heb ik net al tijdens een interruptie gesteld. Die kan ik overslaan. Over de amendementen van CDA hadden we nog een vraag. De sportvoorzieningen en het internaat op het Leerpark, wil het CDA dat deze voorziening op de plek blijven waar ze nu zitten? Of mogen ze ook verhuizen binnen het gebied? Misschien kunnen ze daar nu op antwoorden of dadelijk op antwoorden. Een tweede vraag aan het CDA gaat over de 3-30-300-3000-regel.

Erkent het CDA de 3000 meter afstand tot een sportcomplex niet? Want deze staat niet in hun amendementen genoemd. En een paar kilometer wandelen of fietsen is toch niet te veel gevraagd in onze compacte stad? De amendementenlijst van de Partij voor de Dieren is zoals gewoonlijk lang, met veel ideologische plannen, maar misschien niet altijd praktisch. Partij voor de Dieren heeft het net al aangegeven, een amendement om het aanrijden van dieren in het buitengebied te voorkomen. De weg om nu in te richten, maar we vragen ons toch af hoe dat zou moeten. Zou je links en rechts schotten gaan plaatsen of iets anders? Daar zijn we erg benieuwd naar, hoe de Partij voor de Dieren daarnaartoe kijkt. Hetzelfde geldt bij Partij voor de Dieren, terugbrengen naar de natuur van 1900. Waarom 1900? Waarom niet naar de middeleeuwen, zoals sommige natuurliefhebbers dat graag zien? In 1900 hadden we ook veel dieren en insecten niet die we nu wel hebben in Nederland en in Dordrecht, wat de biodiversiteit vergroot. Wil de Partij voor de Dieren dan van deze dieren af, omdat ze niet in 1900 wonen? Of mogen ze ook blijven? En als laatste stemmen wij voor het amendement van Partij voor de Dieren, honden uitlaatplek in het centrum. De leuke foto op hun amendement heeft daar misschien een beetje aan meegeholpen. En daar wil ik het bij laten, voorzitter. De voorzitter: Dank, mijnheer Wringer.

De Amerikaanse rivierkreeft die hadden we 1900 nog niet. Daar willen we wel vanaf, toch? En zo is het. Dank voor uw inbreng, mijnheer Wringer. Ik ga naar mevrouw Stolk van de VSP. Mevrouw Stolk: Dank, voorzitter. Volgens mij had ik het net al gezegd. Wij kunnen instemmen met de omgevingsvisie zoals die nu voorligt en we zullen alle amendementen en de reflectie van het college hier even op afwachten. Tot zover.

94

De voorzitter: Dank u wel. De heer De Feijter van de ChristenUnie/SGP. De heer De Feijter: Dank u wel, voorzitter. In de omgevingsvisie wordt duidelijk welke keuzes de gemeente Dordrecht maakt voor de toekomst van de leefomgeving op het eiland. Het is een omvangrijk stuk vol ambities over bereikbaarheid, gezondheid, klimaat, biodiversiteit en meer. En hoewel het een visiestuk is, wat per definitie enigszins abstract blijft, merkt iedereen in Dordrecht in zijn of haar leefomgeving de effecten van de keuzes die we hier maken. En een van de keuzes die de ChristenUnie/SGP dan doelbewust maakt, is om in te zetten op ontmoeting en verbinding in de fysieke ruimte. In een wereld die steeds verder polariseert en politiseert, vindt de ChristenUnie/SGP het belangrijk dat mensen mogelijkheden houden en gestimuleerd worden om buiten hun eigen bubbel contacten te hebben. Daarom dienen we het amendement gemengde buurten met de Partij voor de Dieren mede in. Daarnaast zijn er nog een aantal andere amendementen die in dezelfde lijn liggen die ook op onze steun kunnen rekenen. Voorzitter, we zetten daarnaast wat betreft woningbouw vol in op die verdichting en daarom zijn we ook voorstander van de transformatielocatie op de Staart die Op Ons Eiland voorstaat. En omdat we inzetten op die verdichting, sneuvelen een aantal andere amendementen, zoals die van GroenLinks-PvdA.

Dan had ik nog een vraag aan Partij voor de Dieren, maar die wil ik ook met alle liefde in de termijn van de heer Groenewege stellen. Maar die gaat over de minimale basiskwaliteit natuur. Daarin schrijft de heer Groenewege, in 2040 is Dordrecht klimaatbestendig en de Partij voor de Dieren concludeert vervolgens, laten we dat dan ook maar voor de minimale basiskwaliteit natuur doen. Maar we zijn eigenlijk wel benieuwd waar die 2040 op gebaseerd is verder. En los daarvan had ik nog wat vragen over moties en amendementen, maar die zal ik in de spreektermijnen van de desbetreffende partijen stellen. Tot zover even, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Van Dam Timmers van de CDAfractie. De heer Van Dam Timmers: Dank u, voorzitter. Vandaag spreken we over de omgevingsvisie. En dat is toch wel het document wat richting geeft aan de toekomst van onze stad. Het is ook een vertaling van een aantal andere documenten. Het is ook een belangrijk moment voor onze fractie, omdat hier heel veel ook van onze waarden eigenlijk ook in samenkomen. Rentmeesterschap, gespreide verantwoordelijkheid, publieke gerechtigheid. Eigenlijk allemaal toepassingen die hierin gezocht worden. En wij proberen als fractie daar steeds een mooie beweging in te maken. En we zien dat de stad groeit, dat die verandert en ook staat voor grote uitdagingen.

Woningbouw, verduurzaming, verbetering van mobiliteit, verbetering van leefbaarheid. En de vraag is steeds, en die zal ook steeds weer terugkomen, hoe zorgen we ervoor dat Dordrecht een plek blijft waar mensen prettig wonen, werken, sporten en bovenal elkaar ontmoeten? En hoe passen al die ambities toch in een niet zo heel groot eiland? Want dat is uiteindelijk ons probleem, het eiland wordt niet groter. En daar geeft deze visie een deel een antwoord op. En voor het CDA is het antwoord ook helder. We bouwen in een stad waar iedereen in mee kan doen en de visie bevat ook in grote lijnen wat we belangrijk vinden. Groen, fijn fietsen in Dordrecht. We zien het terug. En een focus op nieuwe woningen en ook behoud van voorzieningen. CDA, een voorzieningspartij, een fietspartij. En ook in ons verkiezingsprogramma uit 2022 zetten we in op sterke wijken, gezonde leefomgeving, nogmaals voorzieningen en ook op betaalbaarheid. En in dat licht zijn er een aantal

95

punten die wij nadrukkelijk in de visie willen verankeren. En één daarvan is het behoud van belangrijke voorzieningen en dienen we twee amendementen in samen met de VSP, omdat wij voorstander zijn van het behoud van centrale voorzieningen in Dordrecht op het gebied van sport en op het gebied van wonen, en in dit geval dan het Schippersinternaat in het gebied van de Knoop Leerpark. En deze voorzieningen zijn wat ons betreft van grote waarde voor dit gebied, voor de stad, en zitten op een centrale locatie en dat heeft waarde in zichzelf. En woningbouw is ook belangrijk, maar tegelijkertijd gaat dat zeker niet, wat onze fractie betreft, altijd boven waardevolle stedelijke voorzieningen. Dat zijn twee amendementen. De derde … De voorzitter: De heer Noldus. De heer Noldus: Een vraag die ik net ook bij onze reflectie op deze amendementen in onze eigen termijn had, is toch wel de vraag, wat voegt dit nog toe, vooral ook rondom de sportvoorzieningen, ten opzichte van de eerder aangenomen motie bij de sportvisie? Wellicht kan het CDA daar een aanvulling op doen. De voorzitter: De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Een fijne vraag ook van de heer Noldus. Dan kan ik daar rustig natuurlijk een toelichting op geven.

Wat het toevoegt wat ons betreft, is dat dit uiteindelijk natuurlijk een visie is die ook wel ietsje bovenliggend of in ieder geval gelijkstaand aan de sportvisie is. Het is een vertaling en toch zien we de uitgangspunten van die sportvisie op dit punt hier niet in terug. En dat is de versterking die we hier juist ook proberen te vinden. Omdat we spreiding van voorzieningen over onze stad belangrijk vinden, willen we ervoor waken dat we waardevolle voorzieningen toch opofferen voor weliswaar woningbouw, wat we ook belangrijk vinden, maar die voorziening krijg je nooit meer terug. En daarom willen we daar heel erg waakzaam voor zijn en voorkomen dat we richting de toekomst vergissingen maken op dat vlak en iets nooit meer terugkrijgen. De heer Noldus: Voorzitter, dan toch een vervolgvraag, want dan neem je toch ook wel een voorschot op iets wat inhoudelijk op dit moment wordt uitgewerkt nog bij een andere ontwikkeling. Ik ben ook wel benieuwd hoe het CDA die dan weegt, dat we nog bezig zijn met een uitwerking van een gebied en dat we hier tegelijkertijd op een andere tafel iets vast aan het pinnen zijn. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Ik hoor de heer Noldus inderdaad een vraag herhalen die ik al vaker gehoord heb. Het antwoord is natuurlijk ook dan vergelijkbaar.

En dat gaat erom dat wij toch steeds benadrukken dat die voorzieningen cruciaal zijn centraal in Dordrecht. En dat betekent dat je andere ambities die er ook zijn, dat je moet proberen daar allemaal recht aan te doen. En ik denk dat het goed is om daar met elkaar over na te denken. Maar nu is het andersom eigenlijk gegaan, dat het lijkt alsof er geen ruimte meer is voor de voorzingen. En daarom komen we daar juist ook voor op. De voorzitter: Gaat u door.

96

De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Voor de rest vinden we het heel belangrijk dat gezondheid dichtbij beschikbaar is voor Dordtenaren. We gunnen iedere Dordtenaar een huisarts. Te veel mensen hebben die niet en er zijn ook regio's in onze stoffige posities, plaatsen in onze stad, bijvoorbeeld de Staart, waar eigenlijk geen enkele huisarts meer gevestigd is. En dat is toch triest voor mensen die juist een huisarts dichtbij nodig zouden kunnen hebben. Het is geen luxe, maar wij zien dat toch echt wel als een noodzaak en een uitdaging voor ons als gemeente om voor al onze inwoners voorzieningen te hebben die ze echt ook hard nodig hebben. Zeker de basale voorzieningen. Daarnaast … De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Over een huisarts gesproken, mijnheer Van Dam Timmers die zit in de materie. Maar ik hoor niks anders dat de gemeente geen enkele rol heeft in het huisvesten, niet zozeer huisvesten, maar het mogelijk maken van een huisarts in een bepaalde wijk of toewijzen van een huisarts. Klopt dat? Want dan is uw amendement allicht overbodig. De voorzitter: De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Ook dit is weer een hele leuke vraag. Dank u wel, de heer Gündogdu, daarvoor. Dat klopt.

Als je in hele strikte mate daarnaar kijkt, kun je de huisarts zien als een ondernemer die zelf verantwoordelijk is voor zijn eigen huisvesting. Vanuit onze politieke visie kijken we daar weer iets genuanceerder naar kan de gemeente wel degelijk, als het gaat om voorzieningen, ook mogelijk maken. Als er ontwikkelingen zijn in de wijk kunnen ze een gebouw of een locatie aanbieden, kunnen ze met de regionale huisartsenorganisaties samenwerken om een nieuwe praktijk te beginnen. In Hendrik-Ido-Ambacht doen ze dat bijvoorbeeld, in Breda doen ze dat. En dat is omdat er, naast dat je een huisarts als ondernemer kunt zien, je ook het kunt zien als een lokale voorziening die gewoon nodig is voor de gezondheid van onze inwoners, die ook een deel van het sociaal domein daarmee een toegangspoort voor is. Het is meer dan alleen een ondernemer. Het is een voorziening die we aan onze inwoners gunnen. En daar kunnen we een rol in spelen. De voorzitter: Gaat u door. De heer Van Dam Timmers: Danssport als bindmiddel. We vinden het belangrijk dat sportvoorzieningen goed over onze stad gespreid zijn. Dat hebben we al vaker benadrukt en daarom dienen we ook een motie die het college oproept om in de uitwerking daar ook rekening mee te houden, omdat de afstand tot sport samenhangt met vaker sporten, en daarmee ook de 3-30-300-3000-regel vinden we daarin van belang.

Voor de rest vinden we als algemeen overkoepelend uitgangspunt van belang dat er een samenhangende en haalbare visie is. En deze visie die nu voor ons ligt is dat, is ook ambitieus en we zullen in de verdere uitwerking ook knelpunten tegenkomen waarin het een tegenover het ander zal komen te staan en we met elkaar voor ons, maar ook voor de generaties na ons, eruit zullen moeten komen, en we eigenlijk rentmeesters of zorgdragers voor de toekomst zullen zijn. Verdichting is daarin een belangrijk

97

uitgangspunt, maar niet ten koste van alle voorzieningen die nu op locaties zitten. En we zullen steeds die afweging met elkaar moeten maken. Voorzitter … De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Begrijp ik dat de heer Van Dam nu in feite wel pleit voor een regierol van de gemeente in het goed verspreid houden van allerlei voorzieningen? De voorzitter: De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Ik vind hem heel leuk gevonden ook weer van Van der Meer. Het is een leuke vragenronde vandaag. Deze klopt niet helemaal met onze visie, want waar het om gaat hier, net ging het om organisaties en het door de overheid organiseren van eigenlijk omzien naar elkaar en welzijnsorganisaties optuigen. Daar vinden wij vanuit onze politieke visie dat dat niet de voorkeur verdient, maar het spreiden van locaties of logistiek over onze stad, ruimtelijke ordening is wel een taak van de gemeente en zo ziet onze fractie dat ook. Dan ga ik verder met mijn verhaal. Voorzitter, Dordrecht verdient een omgevingsvisie die ruimte biedt aan groei en ontwikkeling, de menselijke maat bewaart en ook voorzieningen bewaakt. Wij vragen het college en ook onze collega-raadsleden om de punten die wij hebben voorgedragen, ook nadrukkelijk mee te nemen in hun stemgedrag en ook uiteindelijk in de uitvoer in van deze visie.

En ik hoop dat we met elkaar kunnen zorgdragen voor een Dordrecht vol waarde voorzieningen, met onder andere sportverenigingen, huisartsen en natuurlijk hele mooie groene fietspaden. De voorzitter: Dank u wel. De heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. In de amendementen van het CDA lezen we wat kritische noten over Mecanoo. Tijdens het vorige agendapunt ook wel een beetje. Kan ik hieruit opmaken dat bij het CDA er ook wel wat Mecanoo-moeheid is opgetreden? Ik bedoel, er zijn natuurlijk ook andere architectenbureaus waar de gemeente mee kan samenwerken. Hoe kijkt het CDA daarnaar? De voorzitter: De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Als het gaat om architectenbureaus, dan zijn dat natuurlijk mensen vol visie, ideeën, die hartstikke mooi zijn, maar waarin vaak onvoldoende rekening gehouden wordt met de realiteit op de grond. En we hebben de afgelopen maanden andere processen ook gelopen op het Maasterras waarin de realiteit toch vaak een beetje tegenvalt. En ik denk dat u het goed heeft als u heeft gezien dat we met elkaar proberen te pleiten voor toch wel realisme en ook eerlijke verwachtingen, waardoor je iets minder misschien ook teleurstellingen ervaart. Aan de andere kant is visie ook wel weer nodig om vooruit te komen. Daar zit ook een spanningsveld in. Voorzitter, tot slot een aantal amendementen van andere partijen.

Het amendement samenvatting Stadspark van de VVD begrijpen wij gewoon niet en daarom zijn we geneigd tegen te stemmen. En dat is het even wat betreft de andere amendementen. Op de meeste anderen heb ik al gereageerd of zal ik een stemverklaring geven.

98

De voorzitter: De heer Noldus. De heer Noldus: Vraag aan de heer Van Dam Timmers. Of de heer Van Dam Timmers gezien heeft dat de samenvatting een an sich los leesbaar document bedoeld is binnen de omgevingsvisie, en of dan het CDA ook het beeld heeft dat de versie van de samenvatting die gaat over het Stadspark eenzelfde lading heeft, inhoudelijk gezien, als het hoofdstuk? Ben ik benieuwd naar het oordeel van het CDA daarover. De voorzitter: Mijnheer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, niet helemaal, om heel eerlijk te zeggen. Ik vind het amendement van de VVD gewoon niet goed te begrijpen. Ik snap de zinnen niet helemaal, hoe ze in elkaar overlopen. En misschien moeten we wat tekstuele voorstellen terugdoen, maar wij snappen niet helemaal wat dit toevoegt. En daarom, ik begrijp het nog niet. Misschien moeten we elkaar daar zo meteen nog even over spreken. De voorzitter: Dat is een mooie oproep. Zo meteen. De heer Noldus: Voorzitter, we kunnen kijken hoe we daar meer bijeen van kunnen maken, maar het is in ieder geval een inhoudelijke wijziging die meer overeenkomt met het hoofdstuk, voorzitter. We gaan daaraan sleutelen. De voorzitter: Mooi. Dank u. Dat was hem, mijnheer Van Dam Timmers? Dan ga ik naar mevrouw Schnabel van de Partij van de Arbeid. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter.

Wij sluiten aan bij de woordvoering van GroenLinks en we willen vooral ook benadrukken, we hebben te maken met een enorme woningnood. De vraag die voor ons ligt is, helpt deze omgevingsvisie ons nu echt vooruit? Wat wij missen, is een duidelijke uitwerking van de mogelijkheden en gevolgen van verdichting. Er wordt wel naar verwezen, maar nergens wordt concreet gemaakt wat dit nu echt betekent voor de verschillende wijken. En juist dat is nodig, want wijken zijn plekken waar mensen samenleven, waar ruimte moet blijven om te spelen en te sporten, waar buurttuinen zijn, parkjes en een buurthuis waar je elkaar kunt ontmoeten. En juist daarom is het nodig dat we per wijk veel beter in beeld krijgen wat verdichting betekent voor de leefbaarheid. Daarom hebben wij samen met GroenLinks naast de andere amendementen ook het amendement wijkontwikkeling gemaakt, zodat we betere mogelijkheid en gevolgen vastleggen en samen met bewoners en belanghebbenden keuzes kunnen maken die recht doen aan hun leefomgeving. Dat zet inderdaad in op faciliteren van, maar vooral ook het initiatief bij de bewoners laten, alleen vanuit de gemeente een meer nabijere rol spelen. Tot slot.

We hebben onze mond vol van veertigjarigen die nog bij hun ouders op zolder wonen en daarom zeggen we, laten we verstandig zijn en gewoon alle opties openhouden, verdichten waar dat kan, maar ook de mogelijkheid van bouwen in het buitengebied niet bij voorbaat uitsluiten. Juist uitsluiten brengt een risico met zich mee en daarom pleiten wij ervoor om alle opties open te houden. We hoeven de deur niet meteen open te zetten, maar laten we de sleutel wel bewaren, zodat we in de toekomst niet klem komen te zitten. Want één ding is zeker, als de bouwproductie achterblijft en de opgave niet gehaald wordt, dan is een nieuwe discussie over extra locaties en versnelling onvermijdelijk. We hebben een motie van een

99

recreatief profiel in De Elzen en De Viersprong met de VVD meegetekend, want ontmoeting en educatie mogelijk maken lijkt ons een prima uitgangspunt. De voorzitter: De heer Groenewege. De heer Groenewege: Mevrouw Schnabel van de PvdA zegt, als we tegen grenzen aanlopen, dan is een discussie onvermijdelijk. Dat klopt, maar waarom zou je die discussie dan niet op dat moment voeren? Op dit moment is er nog in ieder geval tot 2030 genoeg ruimte om door te blijven bouwen. Waarom moeten we zover vooruit regeren met deze visie, die ook op dat moment nog aangepast zou kunnen worden als de raad dat dan wenst? De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. We zien dat de woningnood heel groot is en we zijn het er allemaal over eens dat er veel meer gebouwd gaat worden. Tegelijkertijd is het ook onzeker of we de bouwopgave halen en wat wij gewoon zeggen is, laat gewoon die optie open. We zeggen niet meteen, we moeten bouwen in de polder. We zeggen alleen, als we daar zijn, dan hebben we altijd nog die optie die we in het gesprek kunnen betrekken. Dan ga ik graag verder. De voorzitter: Ik hoorde u zeggen, gewoon optie openhouden. Dat herken ik van een andere partij. Gaat u verder. Mevrouw Schnabel: We steunen het amendement voor Partij voor de Dieren over gedifferentieerde straten, buurten en wijken.

En ook het amendement van Partij voor de Dieren steunen waarin we geen wijken vol dure woningen bouwen. En ten aanzien van de andere amendementen van de Partij voor de Dieren, we gaan voor de meest optimale keuze voor het oplossen van de woningnood en genoeg woningbouwlocaties aan de ene kant, het maatschappelijk welzijn in de wijken en voor biodiversiteit en natuur in onze stad. En we willen graag steeds opnieuw die afweging kunnen maken. En we zijn bezorgd als we de motie zouden steunen, over de biodiversiteit versterken en herstellen en de basiskwaliteit natuur in 2040, dat we die keuzes eigenlijk al vastleggen en dat we niet meer die gehele afweging kunnen maken. Daar horen we ook graag reactie van de wethouder over. De tijd is beperkt, zie ik. Veel van de andere moties vinden we of niet thuishoren in de omgevingsvisie of juist het probleem illustreren dat ontstaat als we alleen voor verdichting kiezen. Daarom de vraag aan de wethouder, hoe zorgt de wethouder ervoor dat de kwaliteit van voorzieningen behouden blijft in de wijken als verdichting voor nu de enige optie lijkt? De voorzitter: De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, ik heb nog een vraag over de motie aantrekkelijke recreatie bij De Elzen en De Viersprong, die de PvdA mede-indient met de VVD.

Daarin wordt eigenlijk opnieuw denk ik voor het buitengebied en voor dit gebied een programma gevraagd. En mijn vraag is, wat voegt dit toe ten opzichte van het eerder gelopen proces? Misschien ook een vraag aan de wethouder later, het eerder gelopen proces in dit gebied, waar uiteindelijk Staatsbosbeheer ons niet echt wil. Wat

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/923/documents/43504