2.1 2025.07.01 Notulen Gemeenteraad Dordrecht - concept.pdf
Tekst van het document
82
het op andere manieren gevonden moet worden, wellicht in het aanbod wat de bibliotheek op andere vlakken aan de gemeente heeft, waarin je wat kunt versoberen. Of misschien een aantal van de projecten die lopen er 1 of 2 dan niet doet. Ik kan daar niet op vooruitlopen. Ook daarvoor geldt, de bezuiniging landt in 2027. We hebben nog gedurende 2026 alle gelegenheid, en gaan we ook zeker doen, om in overleg met de bibliotheek te kijken hoe we het moeten invullen. De heer De Heer: Voorzitter. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Even kijken. Eerst de heer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, toch aansluitend op wat mevrouw Schnabel ook zegt. Die zorg hebben wij ook. Er wordt inderdaad voorgesteld om 140.000 euro te korten, maar tegelijkertijd met nog heel weinig details hoe we dat dan precies gaan doen. Dat baart ons dan ook zorgen. Er wordt gezegd, er volgt een goed gesprek met de bibliotheek, met uiteindelijk een afstemming daarover. Hoe wordt de raad daar in het vervolg nog bij betrokken? Gaan wij daar tussentijds nog over horen en hebben wij daar ook nog enige inspraak of in ieder geval betrokkenheid bij? De voorzitter: De wethouder. De heer Van der Kruijff: In eerste instantie zal het een bestuurlijk gesprek zijn tussen het college en de bibliotheek. Maar zoals ik net zei, ook in een breder kader.
Want wellicht, en daar doe ik ook mijn best voor door de bijdrage van Dordrecht vergeleken met de bijdrage van de andere 10 deelnemende gemeenten in de Bibliotheek AanZet wat meer in evenwicht te brengen, kan het ook zomaar zijn dat we misschien een bezuiniging van 140.000 euro kunnen realiseren, doordat andere gemeenten wat meer gaan betalen wat wij ook betalen, waardoor je helemaal niet zoveel hoeft te bezuinigen. Ik weet die uitkomst nog niet, maar die druk wil ik er ook wel ophouden richting mijn regiogemeenten. De voorzitter: De heer De Heer nog een keer. De heer De Heer: Voorzitter, toch nog een kleine vervolgvraag, even vanuit de behoefte om meer informatie. Ik begrijp dat als een proces, en dat is ook een stukje onderhandeling in de regio, komt er wel een moment dat wanneer we tot die uitkomst zijn gekomen of misschien net ervoor dat wij daar als raad over worden geïnformeerd middels een rib of een andere manier? Wat kunnen we verwachten? De voorzitter: De heer wethouder. De heer Van der Kruijff: Ik denk, op enig moment zal ook weer, en dat geldt hetzelfde voor, in een volgende Perspectiefnota, in het hele proces wat we gaan lopen, ook weer een nieuwe bijdrage in de begrotingspost bibliotheek, met een onderbouwing, bij komen, waar ook een beleidsonderbouwing bij zit, waar de raad bij betrokken kan worden. Als er
83
tussentijds iets te melden is waar college en bibliotheek denken, op deze manier zouden we het kunnen doen, dan kom ik het u zeker melden. De voorzitter: Duidelijk. U wordt gedurende het jaar al vaak genoeg lastigvallen met stukken vanuit de P&C-cyclus, waarin dit allemaal terugkomt. Dat volgt elkaar veel sneller op dan dat we nu denken. Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dank. Ik weet niet of ik dat aan deze wethouder moet vragen of aan wethouder De Jonge. Kan de wethouder nog reflecteren op de vraag die wij gesteld hebben? Want u triggerde mij ook natuurlijk een beetje, doordat u het over Stedin had. Stedin, dat weten we dat we daar natuurlijk jarenlang dividend van hebben gekregen. Dat staat de laatste jaren op 0. En voorlopig gaat dat waarschijnlijk ook niet meer komen, want de investeringen die zijn zo hoog in Stedin. We hebben natuurlijk best wel veel geïnvesteerd in Stedin. Kunnen wij die aandelen van Stedin niet van de hand doen? Want dan hebben we misschien iets van 245 miljoen op de bank staan. De voorzitter: De wethouder. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, ik denk dat u vooral met collega De Jonge de discussie moet voeren, en daar zal ze straks ook vast dan wel op ingaan, over de nut en noodzaak van dat wij participeren in Stedin. Laat ik het vanuit de financiële kant bekijken. We hebben als Dordrecht op het moment al hele grote reserves.
En ik zei net, we leven van reserves. En we moeten naar een structurele balans tussen inkomsten en uitgaven. In dat denken gaat het ons niet helpen om weer welk groot bedrag dan ook op de bank te hebben staan, maar zijn we veel meer gebaat bij een doorgaande inkomstenstroom. En volgens mij valt het met de dividendbijdrage van Stedin de laatste jaren overigens reuze mee. Maar daar zal collega De Jonge wellicht wat beter in geïnformeerd zijn dan ik nu even uit mijn hoofd paraat heb. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dank voor het antwoord. Maar dan krijg ik dadelijk een heel groen verhaal waarom wij juist moeten investeren in Stedin. Maar volgens mij is dat echt iets van het Rijk, want wij investeren ook niet in de ABN AMRO Bank. De voorzitter: Mevrouw Stolk, u kunt altijd rekenen op een groen verhaal. De wethouder. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, of je het groen vindt of niet, maar dat Stedin van het grootste maatschappelijke belang is, dat snappen we allemaal. Dordrecht is op het moment aandeelhouder. Ik zit ook samen met collega De Jonge overigens wel in de bijeenkomst die we via GEVUDO als aandeelhouder hebben in Stedin. En dan is het ook wel heel fijn dat je invloed op dat beleid kunt uitoefenen als Dordrecht. En dat doen we ook over die as. Die kant zit er ook aan. Maar dat zal collega De Jonge wellicht nader kunnen toelichten wat daar de waarde van is.
En of dat u overtuigt, gaan we merken. De voorzitter: En zo is het. Mevrouw Pichel: Voorzitter. De voorzitter: Ik kijk nog even rond. Mevrouw Pichel.
84
Mevrouw Pichel: Dank u wel. We zaten twee weken geleden, is het ondertussen, bij het VNG Congres. En bij het VNG Congres werd toch eigenlijk wel pijnlijk duidelijk dat de rijksoverheid niet zoveel gaat doen aan de tekorten bij de gemeenten. Dat merkten we allemaal. Terwijl we het dan ook weer horen, en eerdere partijen hebben dat ook aangegeven, dat de rijksoverheid toch wel besluit om miljarden te besteden op een gebied dat niet ten behoeve komt van de Nederlander. Hoe kijkt het college hiernaar? Want we hebben toch te maken met een college dat ook landelijke partijen vertegenwoordigen. Is dit college het daar dan mee eens dat die keuze wordt gemaakt? Staat dit college daar anders in? Hoe moet ik dat zien? De voorzitter: De wethouder. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, het college heeft zich nog geen mening gevormd over de nut en noodzaak en wenselijkheid van nationale investeringen in Defensie. Daar hebben we ons echt niet mee bezighouden. Ik kan u wel vertellen dat we het wenselijk zouden vinden om meer geld vanuit het Gemeentefonds te krijgen, omdat dat pijnlijke bezuinigingen als we nu moeten voorstellen voor een deel anders overbodig had gemaakt. Wij denken met de opgave die we als gemeente hebben dat een hogere bijdrage vanuit het Rijk aan de gemeente welkom is. En waar dat geld vandaan komt, dat laten we dan ook maar aan de landelijke partijen.
Die vertegenwoordigen wij dan ook weer niet als college. Mevrouw Pichel: Kleine vervolgvraag. De voorzitter: Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dit soort keuzes worden dan toch wel gesteund door de meeste landelijke partijen. Anders kan de keuze niet worden gemaakt. Welke invloed zou dan het college verder nog kunnen uitoefenen als college, en daardoor als raad? En als gemeente lopen we er natuurlijk heel erg in vast. En welke inspanning zijn wij daartoe verplicht aan onze inwoner? De voorzitter: Ik denk dat we er even scherp op moeten zijn, los van of je lid bent van een politieke partij die landelijk georganiseerd is, dat je de mensen die hier gekozen zijn voor deze raad leggen hier verantwoording af voor het bestuur van deze stad. Ik denk dat we wel even die knip moeten maken in het debat, voordat we nu de keuzes van de rijksoverheid gaan neerleggen bij collega's hier in de raad die bij een kabinetspartij zijn aangesloten. De wethouder. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, wij oefenen invloed uit op het Rijk, samen met de andere gemeenten, via de VNG. Ik ben zelf ook in Den Haag geweest, met een heel aantal collega-wethouders van Financiën uit de regio en uit het land, om daarvoor te pleiten. Dat heeft ook effect gehad, want we hebben voor de komende twee jaar veel meer geld gehad en voor de jaren daarna een klein beetje meer geld. En dat zal niet ophouden.
We doen dat niet als gemeente individueel. We trekken daarin op samen met de VNG. Op die manier beïnvloeden we. En voor de rest zou ik tegen iedereen hier willen zeggen die lid is van de landelijke partij, als je wil dat je invloed uitoefent, doe dat dan ook over de as van je partij, maar niet over de as van het college.
85
De voorzitter: Dank, wethouder. Volgens mij was dat hem. U heeft uw spreektijd wel echt volop benut. Dank u wel. Zeer informatief. Met ook een aantal scherpe interrupties. Wethouder Burggraaf. En dat was heel positief. De wethouder. De heer Burggraaf: Dank u wel, voorzitter. Er is veel gewisseld over het bouwen in onze stad. Het woningtekort is natuurlijk in heel Nederland nijpend, zoals ook in Dordrecht. En daar gaan we morgen uitgebreid bij stilstaan. En daar krijgt u ook nog voor de zomer een bouwmonitor van ons. We kunnen daar heel goed het inhoudelijk gesprek verder voeren. Ik kan wel alvast een teaser geven. En dat is dat u zal zien dat de woningbouw in onze stad in de afgelopen jaren onafgebroken weer in de stijgende lijn zit. En de resultaten van alle inzet die we daarop hebben gepleegd, omdat u ons als opdracht heeft gegeven om 11.000 woningen aan planvoorraad te maken, goed op stoom ligt. Maar goed, dat is voor een volgend debat. Voorzitter, voor nu wil ik vooral ingaan op de levendige stad, de gezellige stad, de evenementen, omdat daar moties op zitten. Even stilstaan bij de inkomstenkant, de riviercruise. En de veiligheid van onze stad. Om te beginnen bij de levendige stad. Het doet me erg goed om te horen dat u nog steeds de levendigheid in onze stad en de evenementen zo'n warm hart toedraagt. En dat is iets wat zeer consistent al de afgelopen jaren het geval is.
En toch moet je ook in een tijd waarin je gaat ombuigen, gaat bezuinigen bij de evenementen gaan zoeken, waar kan het een onsje minder en toch die evenementen waar we zo trots op zijn met zijn allen in stand houden? Dat doe je allereerst door het vooral samen te doen. Dat is de motie van de Dordtse VVD, M5. Waarin sinds kort ook een evenementenplatform is vanuit de evenementenorganisatoren, wat ook maakt dat we heel goed gezamenlijk kunnen optrekken en waarin de Dordtse VVD aandacht vraagt voor het feit dat er toch wel erg veel regeldruk is. Dat is een feit. Het is ook een feit dat gewoon heel veel daarvan niet lokaal bepaald is, maar gewoon landelijke of Europese regelgeving is, die steeds op ons af blijft komen en inderdaad maar blijft stapelen. Daar kunnen wij helaas lokaal niet heel veel anders op doen dan vooral met elkaar het overleg ingaan en kijken, hoe kunnen we van elkaar dingen lenen? Kijken, waar zijn we het op een andere manier een keer mee omgegaan? Assisteren als het gaat om ons evenementenbureau wat we hebben. En natuurlijk ook lokaal kijken waar je zorgt dat je niet zelf daar nog eens een keer in gaat stapelen in regeldruk.
Of als het gaat om het subsidieproces, kijken hoe kan je bij meerjarige subsidies daar de processen eigenlijk vereenvoudigen en niet elk jaar weer opnieuw dezelfde dingen opvragen? Dat zijn zaken, die zullen we absoluut meenemen in het nieuwe evenementenbeleid wat na de zomer naar u toe komt. En aspecten die in deze motie zitten, kunnen we daarin ook meenemen. Dan het andere aandachtspunt, die vanuit de motie van GroenLinks en volgens mij CDA Dordrecht is meegegeven, als je bezuinigt bij de evenementen, doe het dan slim en ga niet stapelen van bezuinigingsmaatregelen. Dat is iets wat absoluut bij het college ook zeer nadrukkelijk de afweging is geweest. U heeft ook gezien dat er minder bezuinigingen is opgenomen dan in de oorspronkelijke lijst heeft gestaan. En daar hebben we nadrukkelijk gekeken, hoe kunnen we het in een tempo doen waarin je samen met de evenementenorganisatoren ook per jaar kan kijken, hoe kan je he daaraan aanpassen, hoe kan je externe financieringsbronnen vinden? En we ook heel goed hebben gekeken, ga zorgen dat je het niet via de legesverhoging, via subsidie terugdringen, et cetera, een stapeling gaat krijgen. Dat aandachtspunt nog eens een keer in een motie toe oproepen, dat onderschrijven we. Dat kan je nooit genoeg
86
benadrukken. Maar het laatste dictum dat het college verzoekt om dan de begroting van 2026 aan te passen met een voorstel, dat gaat te ver. Want we staan wel achter de bezuinigingsopgave die we voor evenementen hier hebben opgevoerd voor de komende meerjarenreeks. Alleen we zijn overtuigd dat we in het gesprek vervolgens ook kunnen gaan vormgeven hoe die maatregel dan in een slim mandje vormgegeven kan worden om die stapeling te voorkomen. Die oproep omarmen we. En dat we dat in een goed voorstel met de sector moeten doen, maar om dan met een aangepast voorstel te komen, wij verwachten niet dat dat nodig is. Dat we op een verantwoorde manier deze ombuiging kunnen vormgeven en toch de evenementen in onze stad nog steeds op dat hele hoge niveau vast kunnen blijven houden. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Voorzitter, dank u wel. Het wordt steeds mooier, Kruger. De voorzitter: Sorry. Mevrouw Kruger: Ik hoor de wethouder zeggen, we kunnen niet de begroting aanpassen. Het is vooral ook om te kijken naar wat die stapelingen dan zijn. En om dan te zien waar er wel een maatregel niet hoeft te worden genomen of waar we op een aangepaste manier een bezuiniging niet kunnen doorvoeren, omdat dat dan samenvalt met iets anders.
En als je de begroting regelrecht gaat uitvoeren naar nu het voorstel, zoals het er ligt, dan krijg je toch een stapeling van kortingen. Omdat de evenementenbranche heeft natuurlijk niet alleen te maken met nu de korting van 10 procent, die er zo meteen opkomt, maar ze hebben te maken met fair pay. Terecht. Dat de lonen stijgen. Ze hebben te maken … Dat hoef ik u allemaal niet te vertellen. En misschien gaan we dat zo nog ook wel in de commissie daarover hebben. Maar het is wel iets meer nog als alleen maar rekening houden met. Vandaar ook dat verzoek. Maar goed, u heeft nu gezegd hoe u staat. En misschien komen we nog wel op een ander punt tijdens de commissie. Dank u wel. De voorzitter: Wat is uw vraag? Mevrouw Kruger: Tijdens zo wat ik aan het praten was, denk ik, ik heb eigenlijk geen vraag. Ik wilde alleen wat meegeven. De heer Den Heijer: Voorzitter. De voorzitter: Voor deze ene keer dan. De heer Den Heijer: Voorzitter. De voorzitter: De wethouder alstublieft. De heer Den Heijer: Voorzitter. De heer Burggraaf: Voorzitter, dat gesprek gaan we absoluut in de commissie goed met elkaar voortzetten.
87
De heer Den Heijer: Hierzo. De voorzitter: De heer Den Heijer. De heer Den Heijer: Ik wilde de wethouder wel graag een vraag stellen, nog over de motie die hij zojuist beoordeeld heeft van de Dordtse VVD. Waarvoor dank. Ik had nog een verduidelijkingsvraag. Het college stelt namelijk een onderzoek naar deregulering te doen bij de Omgevingsdienst, die zich richt op de regels die in het omgevingsplan opgenomen zijn en bouwactiviteiten. En verwijst voor deregulering bij vergunningverlening inderdaad, zoals de wethouder stelt, naar evenementenbeleid. Waarom kiest het college daarvoor? De voorzitter: De wethouder. De heer Burggraaf: Ik weet niet goed of ik de vraag helemaal goed begrijp. Maar wat ik u net duidde, was dat we zien dat vooral heel veel regeldruk van nationale regelgeving afkomstig is. En dat is iets waar wij niet direct invloed op hebben, anders dan dat evenementenorganisatoren zich goed kunnen verenigen en dat ook aan de kaak kunnen stellen en daarop kunnen reflecteren en zeggen, rijksoverheid, let op, als u dit allemaal doet, dan gaan er allemaal leuke dingen aan ten onder. En dat kan uw bedoeling toch ook niet zijn. En als zij daar vervolgens ook geluid van onze kant op nodig hebben, dan gaan wij dat absoluut ondersteunen en ook onze Haagse invloeden gebruiken om dat goed onder de aandacht te brengen daar.
En verder zal u zien in de tweede helft van dit jaar, met het nieuwe evenementenbeleid, dat het een continu aandachtspunt van ons is om te zorgen dat we proberen daar waar er heel veel stapeling is dat we ze helpen, met kennis en ervaring in een evenementenbureau, om ze daarin te ondersteunen. En anderzijds in onze eigen lokale processen, om te zorgen dat we daar niet zelf ook nog weer een schep bovenop doen. De voorzitter: De heer Den Heijer nog, voor de laatste keer. De heer Den Heijer: Is het een rechtvaardige conclusie die ik dan trek dat de wethouder stelt, want ik ken hem inderdaad als warm pleitbezorger ook richting het Rijk om dit soort regels te versoepelen, dat als je snelheid wil hebben in het dereguleren binnen de evenementensector, dat de snelste route daarvoor het evenementenbeleid is? En dat dat zich dan uiteindelijk ook doorvertaalt in hoe de Omgevingsdienst dan ook rondom de vergunningen toetst. De heer Burggraaf: In het evenementenbeleid stelt u de kaders vast waarbinnen u wil dat de evenementen kunnen acteren. En uiteindelijk zit natuurlijk bij een Omgevingsdienst ook bepaalde veiligheid, het toetsen en dergelijke. Daar zitten bepaalde normeringen aan, waar je niet altijd van af kan wijken. Maar u bepaalt wel daar de uitgangspunten die nodig zijn om een goede evenementenstad te kunnen zijn die faciliterend is.
De heer Den Heijer: Ons beeld is namelijk dat juist bij dat tweede wat u zegt, bij die Omgevingsdienst, dat op die aspecten de grootste stapeling plaatsvindt. We gaan in de
88
commissie verder om te kijken of we dat binnen de Omgevingsdienst dan ook scherper geformuleerd kunnen krijgen in de motie. De voorzitter: De wethouder, ter afronding. De heer Burggraaf: Volgens mij hebben we dan hier dat bruggetje naar de commissievergadering. Die zetten we voort, volgende week. Dan had ik nog even kort de riviercruise. Het beeld wat daar door de Partij voor de Dieren wordt geschetst, herkennen wij absoluut niet. Het feit dat we daar meer riviercruises kunnen laten aanmeren, zou echt zorgen voor gewoon harde inkomsten voor de stad. Daar hebben we ook de sector aan onze zijde gevonden om daarin mee te investeren, als het gaat om goede faciliteiten, ook langs de kades, als het gaat om walstroom. En is daar de beperkende factor vooral eigenlijk de netcongestie. En is toerisme bij uitstek er eentje waar we in de stad nog echt veel meer inkomsten uit kunnen halen, wat de doelen zal ondersteunen die u belangrijk vindt, namelijk bezoek aan musea, aan andere culturele instellingen, onze evenementen, onze horeca en onze lokale ondernemers. De heer Groenewege: Voorzitter. De voorzitter: De heer Safranti eerst. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, fijn dat de wethouder over toerisme begint en dat het juist belangrijk is voor onze stad.
Ik weet niet of het het juiste moment is, maar ik was eigenlijk een beetje benieuwd naar de motie die wij ooit hebben ingediend, met ook CDA en andere partijen, over de toeristische borden in onze stad. Ik was daar best benieuwd naar, hoever u bent daarmee? De voorzitter: De heer Wethouder. De heer Burggraaf: Voorzitter, daar hebben we bij de vorige, ik meen, Kadernota op teruggelegd aan u dat er een aantal verzoeken waren vanuit de raad waar budget voor nodig was en we gegeven de financiële omstandigheden er geen uitvoering aan gingen geven. En dat was ook de motie met betrekking tot toeristische borden. Daar waar het gaat om het meer reclame kunnen maken op evenementen die in de stad plaatsvinden en dergelijke. Tegenwoordig zijn wel de abri's in de bushalte of in de bushokjes, dat was toen nog niet het geval, inmiddels gedigitaliseerd, een aantal. En op die plekken kunnen ook evenementen de aankondiging doen, via Dordrecht Marketing. En zullen we in de binnenstad, vanuit het Binnenstadsbedrijf, ook nog weer eens een keer kijken naar goede verwijzing binnen de binnenstad zelf. Maar verder gaan we geen extra investeringen doen in toeristische borden verwijzing, omdat daar het budget niet voor is. Dat hebben we bij, ik meen, de vorige Kadernota in een lijst van maatregelen aan u teruggekoppeld. De voorzitter: De heer Groenewege.
De heer Groenewege: Toch nog het even wat scherper maken. Want de wethouder heeft het in het algemeen over inkomsten voor de gemeente. In onze bijdrage hebben wij het heel specifiek gehad over twee problemen. A, de luchtkwaliteitsimpact van cruiseschepen, en welke maatregelen je zou moeten nemen die geld kosten om daar dan
89
weer mee om te gaan. En twee, dat we betwijfelen wat in de stukken staat, dat riviercruisebezoek voor toeristenbelasting zorgt, omdat die mensen niet in een hotel slapen, maar op het cruiseschip zelf. Misschien kan de wethouder daar nog op reageren, maar anders dan voeren we het gesprek verder in de commissie. De voorzitter: De wethouder. De heer Burggraaf: Het is goed dat u ze nog even zo scherp maakt. Die kan ik zeker adresseren. Het eerste punt gaat om de luchtkwaliteit. Daar is de sector zich zeer van doordrongen en hebben we ook een eigen agenda om enorm te gaan verduurzamen daarin en in de roadmap naar zo emissiearm mogelijk te komen. En zij realiseren zich ook heel goed dat ze die agenda nodig hebben om te kunnen blijven aanmeren in onze steden. Want alle steden zullen die leefbaarheidseisen aan de riviercruise stellen. Dat zullen wij ook vanuit Dordrecht doen. Dat maakt ook dat je ziet dat ze heel veel gebruikmaken van walstroomfaciliteiten en we daar ook een agenda op hebben in Dordrecht om die weer verder te moderniseren en de capaciteit te vergroten. Dat is één. Het tweede punt, klopt, riviercruise zal niet zo snel logiesheffing bijdrage opleveren, maar vooral het liggeld die ze betalen aan de gemeente. Dat is de opbrengstenkant.
De andere kant is dat aantoonbaar is, daar hebben we ook een programma op gemaakt, dat we zeggen, u mag hier aanmeren, maar dan moeten ook minstens zoveel van de toeristen hier ook echt een programma in de stad komen doen. Daar hebben we nu inmiddels ook met ondernemers in de binnenstad, met het museum, culturele instellingen een werkgroep op touw staan, om met elkaar echt gericht programma's te gaan maken, zodat daarmee ook echt omzet in de stad terechtkomt. Naast het feit dat ze een keer op een terras zitten, een keer de winkel ingaan. Als ik vaak bij winkeliers langskom, dan hoor ik geregeld dat ze toch echt wel een keer een jurkje in de winkel komen kopen of een kopje koffie of een aandenken, et cetera. En dan als laatste, in dit stuk zit inderdaad ook een stijging van de logiesheffing. Maar dat is meer een langetermijneffect. En dat betekent echt dat we eerst ook vooral hotelcapaciteit moeten uitbreiden. Het is een breder kopje dan alleen riviercruise. Op de lange termijn zeggen we ook, blijvend investeren in nog meer toerisme naar de stad halen. Maar dat is iets van een wat langere adem, want een hotel heb je niet van vandaag op morgen er staan. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk. De heer Groenewege: Voorzitter. Mevrouw Stolk: Voorzitter, even aansluitend op de heer Groenewege.
Want de wethouder heeft het over het meer verduurzamen van die cruiseschepen. Maar ik zou dan graag willen weten hoe snel dat dan gaat? Want we kunnen nog niet eens de waterbussen elektrisch laten varen. De voorzitter: De wethouder.
90
De heer Burggraaf: Voorzitter, zoals ik zei, daar waar het in onze invloedsfeer ligt als gemeente, is dat door te zorgen dat je walstroomfaciliteiten hebt. Zodra een schip aanmeert, dat dan vervolgens ze gewoon op stroom kunnen en daarmee geen uitstoot hebben in de stad zelf. Als het gaat om het varen van de schepen, daar zit een hele lange ontwikkelagenda op, die in Dordrecht sowieso van belang is voor eigenlijk al de scheepvaart wat over onze rivieren komt. Want je kan eigenlijk wel stellen dat we hebben natuurlijk een prachtig rivier. Die geeft enorme kwaliteiten, ook voor de toeristische aantrekkelijkheid. Maar als je er vanuit schone lucht perspectief naar kijkt, is dat de binnenvaart en de scheepvaart ook een grote bijdrage levert aan de fijnstofuitstoot in de stad. Daar zit absoluut voor onze stad ook een belang in om die naar beneden te krijgen. Dat is vooral nationale, Europese regelgeving die daarop moet sturen. In ons economisch programma hebben we daar ook een programma op, waarin we de bedrijvigheid die in onze regio zit, begeleiden om innovatieprogramma's op te starten, om sneller naar alternatieve brandstoffen en alternatieve motoren te komen die minder fijnstof uitstoten. Maar uiteindelijk is het vooral iets wat vanuit nationaal en Europese regelgeving en subsidies en dergelijke gestuwd wordt. De voorzitter: Mevrouw Kruger nog.
Mevrouw Kruger: Voorzitter, een verduidelijkende vraag. Want hoorde ik de wethouder zeggen dat er een verband was tussen de cruiseschepen en hotelgelegenheden? Want volgens mij, een cruiseschip blijven mensen op slapen. Die gaan niet zo gauw naar een hotel. Ik snap die combinatie niet, meer cruiseschepen en het uitbreiden van de hotels. De voorzitter: De wethouder. De heer Burggraaf: Voorzitter, ik begrijp dat u dat niet begrijpt. En ik probeerde uit te leggen dat deze inkomstenpot, die hier is gezet, vooral op het toeristisch beleid zit, wat één poot heeft, en dat is riviercruises. Dus via liggelden. En daarnaast, hebben we gezegd, zien we ook nog heel veel potentie in nog meer toerisme naar onze stad halen, maar dat is via hotelovernachting of bed & breakfast, et cetera. En dat zit nog niet in de meerjarenreeks die u nu ziet. Misschien pas op het eind van die meerjarenreeks een klein beetje inkomsten aan verwerkt. Want dat is echt iets, voordat je een hotel er weer bij hebt, ben je zo twee, drie jaar verder. Maar dat is wel degelijk ook het gezamenlijke spoor, zowel op de riviercruise als op de dagjestoeristen als op de overnachtingstoeristen in de reguliere branche. De voorzitter: Dan nog de heer Groenewege. En dan hebben we echt zoveel hierover gesproken, dan kunnen we wel door. De heer Groenewege. De heer Groenewege: Fijn. Dank u wel.
Het valt mij op dat de inkomsten van de riviercruises zijn al wel voor volgend jaar ingeboekt, maar de verduurzaming is nog een langetermijntraject. De bewoners die ernaast wonen, die zitten voorlopig nog in de rook. Maar de wethouder zegt, we willen wel leefbaarheidseisen stellen. Is voor mij persoonlijk voor het eerst dat ik dat hoor. Waar kan ik dat vinden of kan de wethouder dat voor de commissie nog daar wat informatie over toesturen? De voorzitter: De wethouder.
91
De heer Burggraaf: Voorzitter, ik zal daar in de commissie wat nader over kunnen uitweiden. En de concrete winst of de manier waarop we dat kunnen sturen, nogmaals, is walstroom. Zorgen dat we walstroom hebben op de plek waar de schepen aanmeren, want dan hoeven ze op dat moment de motoren niet te laten draaien, maar kunnen ze gewoon van elektriciteit gebruikmaken. De voorzitter: Mooi. En u bent volgens mij ook door uw spreektijd heen. De heer Burggraaf: Maar dan heb ik nog een laatste, sorry voorzitter, om niet Beter voor Dordt tekort te doen. Want die hebben wel degelijk een hele belangrijke motie. Excuus, dat ik daar mijn tijd niet goed op in de gaten heb gehouden. En dat was de digitale veiligheid voor de stad. Ik zie overigens ook door VSP, volgens mij, erbij staan. Klopt dat? Ja. Erg goed dat hier aandacht voor gevraagd wordt. De veiligheid in onze stad is tegenwoordig niet alleen in de fysieke omgeving, maar absoluut ook daar waar het gaat om onze digitale wereld. En dat kan echt niet genoeg aandacht krijgen. In die zin omarmen we deze motie. Tegelijkertijd vraagt u in dit aan het college om nu al een aantal dingen te gaan uitvoeren. En we hebben een notitie al op de rit staan om na de zomer naar uw raad te sturen.
En dat hangt ook samen met het feit dat het VNG en de rijksoverheid bezig zijn om juist op die digitale strategie het vanuit Nederland veel meer te gaan centraliseren, omdat je daarmee veel krachtiger op die digitale veiligheid ook kan opereren. Ik zou eigenlijk de oproep willen doen aan de beide partijen om absoluut een motie in te dienen. En zou ik willen aanmoedigen om daar als raad ook duidelijk te laten zien dat u het belangrijk vindt. Maar nog iets om te bouwen om de tijd te geven om na de zomer, ook mee oplopend in de nationale ontwikkelingen, uit te leggen hoe we daar dan in Dordrecht handen en voeten aan gaan geven. Dat was hem, voorzitter. Mevrouw Koene: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Even over dat laatste punt, over die motie over dat digitale gebeuren. Want ik heb een kleine expert bij mij in de fractie zitten, dat mogelijk dat niet kan in verband met een gelijk speelveld binnen de EU. Er schijnen nog wat haken en ogen aan te zitten dat dat niet zomaar kan, zoals het nu wordt gevraagd. Kan de wethouder dat meenemen? De voorzitter: De wethouder.
De heer Burggraaf: Daarom, voorzitter, mijn oproep zou zijn, richting de motie indieners, om eens te kijken, hoe kunt u wel dit belang onderstrepen en zeggen dat we er actie op moeten ontnemen, maar het college de vrijheid geven om daar na de zomer goed op terug te kunnen komen, zodat we, precies wat u noemt, mevrouw Koene, dat soort aspecten kunnen duiden, maar ook gewoon de nationale en Europese ontwikkelingen erin en hoe we ons daartoe gaan verhouden. En dan kunnen we ook terugkomen op de wijze waarop u als raad vervolgens ook de vinger aan de pols kan houden. Want daar roept u ook in de motie toe op. En dat lijkt me echt belangrijk. Want het is toch nog steeds dat de digitale omgeving wordt steeds belangrijker, maar we vergeten vaak dat
92
dat absoluut steeds belangrijker wordt en daar onze veiligheid ook een belangrijke rol van ons als overheid vraagt. De voorzitter: Duidelijk. Ik zag ook bij de beide andere fracties instemmend geknik. Volgens mij gaat dat wel lukken. Dank, wethouder Burggraaf. Dan is het woord aan mevrouw Van Benschop. Mevrouw Van Benschop: Dank u wel, voorzitter. De voorliggende Perspectiefnota vraagt om stevige keuzes van deze raad. En ik snap dat dat ingewikkeld is, met name als het gaat over het sociaal domein, onze kwetsbare inwoners. Maar in deze Perspectiefnota eigenlijk meer in het bijzonder op de Wmo. En om de context een beetje te kunnen schetsen, zeker na alles wat ik gehoord heb in deze raad, geef ik u graag wat cijfers mee. In 2026 geven we 10 miljoen uit aan hulpmiddelen en vervoer, 15 miljoen aan huishoudelijke ondersteuning, 15 miljoen aan individuele begeleiding, 5 miljoen aan dagbesteding en 3,2 miljoen aan het pgb binnen de Wmo. Dit alles bij elkaar telt op tot ongeveer 50 miljoen euro. En dan denk je dat dit het allerbelangrijkste is. Maar als ik het dan heb over, waarom moeten we ingrijpen in de Wmo, dan gaat het er eigenlijk vooral om dat we op dit moment ongeveer 10.700 unieke cliënten hebben binnen de Wmo. Dat de Drechthopper 220.000 ritten per jaar rijdt. Dat de huishoudelijke ondersteuningsindicaties 4.500 tellen.
Dat we 4.400 cliënten hebben die gebruikmaken van de Drechthopper. Individuele begeleiding 1.900 cliënten. En zo kan ik nog een heel rijtje afgaan. We hebben de mensen niet. En we kunnen het blijven hebben over of het sociaal of asociaal is om in te grijpen in de Wmo. Maar ik zeg hier echt recht vanuit mijn hart, we zijn asociaal als we niets doen. Want wat er gebeurt, is dat de druk op de zorg alleen maar verder toeneemt, dat we geen mensen hebben die de zorg kunnen leveren en dat kwetsbare inwoners in onze stad moeten wachten op noodzakelijke hulp om mee te kunnen doen in deze samenleving. De Wlz drukt steeds verder terug. Steeds verder wordt die uitgekleed, worden voorzieningen niet meer gedekt vanuit de Wlz, niet meer vanuit de Zorgverzekeringswet. En iedereen komt terecht bij de Wmo. Wat doen we op het moment dat wachtlijsten niet langer 11 weken zijn, maar 20 weken of langer? Wie helpen we dan eerst? En om die keuze te kunnen maken en om hem aan de voorkant te maken, zodat we niet in een situatie komen waarin we er geen grip op hebben, stellen we voor om een aantal maatregelen in te voeren, zodat we mensen vragen om bij te dragen naar draagkracht. Wat kun je zelf, wat kan het netwerk en wat kun je bijdragen, financieel, wat kun je dragen in een financiële bijdrage? Want het Rijk heeft het ons niet makkelijk gemaakt.
Mensen betalen 21,50 euro per maand voor een Wmoabonnementstarief, ongeacht hoeveel indicaties ze gebruiken. Terwijl mijn simpele rekensom van net laat zien dat per unieke gebruiker van de Wmo de kosten ongeveer een kleine 5.000 euro per jaar zijn. Het is niet houdbaar. Dat is waarom wij maatregelen voorstellen om algemene voorzieningen in te voeren, zodat we … De heer Gündogdu: Voorzitter. De voorzitter: De heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, tot op zekere hoogte kan ik de portefeuillehouder heel goed volgen. Maar dan rest mij wel de vraag, die hulpvraag is er. Die neemt niet af. En u
93
geeft terecht aan, we kunnen überhaupt die hulp niet aanbieden, omdat we weinig personeel hebben of niet voldoende personeel hebben. Maar degene die die hulpvraag heeft, die blijft. Die blijft ook toenemen. En u zegt, dan moeten zij ook in hun eigen netwerk, mantelzorg, et cetera een beroep op doen. Tot op zekere hoogte zal dat ook wel zo gaan. Maar hoe rijmt dat überhaupt met die hulpvraag die continu blijft toenemen? Dat is niet aan regels onderhevig. Ik ben even benieuwd. We kunnen wel zeggen, we gaan bezuinigen en dan hopen dat er minder aanbod is. Maar ik probeer dat even te duiden. Ik begrijp het niet helemaal. De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Van Benschop: Dank voor deze vraag. Er zijn eigenlijk twee vormen van Wmo. Je hebt de maatwerkvoorzieningen. Dat zijn de voorzieningen die ik net opnoemde. Daar vraagt iemand een indicatie aan bij de GR Sociaal, in ons geval. En die krijgt dan via die indicatie de hulp die gevraagd is. Dat vraagt ook iets van keukentafelgesprekken, indicatiestellingen, herindicaties, noem het hele verhaal maar op wat daarbij hoort. En voor mensen met een zwaardere hulpvraag, wil je dat systeem ook houden zoals het is. Daar zijn we het helemaal over eens. Maar er zijn ook mensen die bijvoorbeeld één keer in de twee weken gebruikmaken van huishoudelijke ondersteuning, een uurtje. En dat is gewoon om, letterlijk zoals het is, ondersteuning.
Dat valt niet meer echt onder zorg, maar onder ondersteuning. Wat wij voorstellen, is om daar een algemene voorziening voor te maken, waar alleen een lichte toets afdoende is. Dan hoeft er geen keukentafelgesprek, geen indicatiestelling. Dan is het een lichte toets, waarbij we de inwoner vragen om daar een eigen bijdrage naar draagkracht te betalen, want daarom hebben we het sociaal fonds, kom ik zo meteen op, om daaraan bij te dragen financieel, voor zover mogelijk. Daarmee houden we aan de ene kant de financiën enigszins beperkt, want bezuinigen doen we niet, we geven minder uit, want de kosten blijven stijgen. En aan de andere kant zorgen we er ook voor dat mensen in gesprek zoeken naar andere mogelijkheden dan direct de weg richting de Wmo-indicatie te zoeken. Dat is wat we hiermee beogen en dat is hoe we willen voorkomen dat we geen grip hebben op wat er dadelijk aan wachtlijsten ontstaat en dat mensen geen zorg meer gaan ontvangen. Dat neemt niet weg, en dat is in de raad ook meerdere keren, ik ga denk ik weer verder, voorbijgekomen, en dat is ook geheel terecht, dat als je verschillende maatregelen neemt binnen de Wmo of in ieder geval op het sociaal domein dat daar een stapelrisico zit. Dat kan betekenen dat mensen op verschillende plekken een bijdrage moeten gaan betalen, waardoor op een gegeven moment die kosten gewoon de pan uitrijzen.
Dat is de reden dat dit college heeft voorgesteld om een sociaal fonds in te stellen. Dat is geen incidenteel geld. Dat is structureel en loopt ook structureel mee in de begroting, met de ombuigingen die we nu voorstellen. Dat fonds moet nog vorm krijgen. Dan kom ik op de motie. Tenminste wat we weten, is dat we het in willen zetten voor de mensen in een kwetsbare positie, ten behoeve van de maatregelen die we invoeren. Maar er ligt een motie van, ik heb alle plaatjes erop staan, ik moet even schuldig blijven van wie die precies is, CDA ChristenUnie/SGP, VVD, VSP. Dat was het, geloof ik. Die vraagt om in uiterlijk het eerste kwartaal van 2026 met een uitgewerkt voorstel te komen. Dat is echt te kort. 2026 willen we gebruiken om juist uit te vinden van, hoe kunnen we dat sociaal fonds inzetten? Welke kaders moeten we dan stellen? En ook met dat voorstel naar de raad komen, om
94
met de raad dat fonds vast te stellen. Of in ieder geval de kaders vast te stellen waarbinnen we dat fonds kunnen besteden. Mevrouw Pichel: Voorzitter. Deze kant. De voorzitter: Mevrouw Pichel, gaat uw gang. Mevrouw Pichel: Een beetje een vervolgvraag eigenlijk wat de heer Gündogdu net zei. Want eigenlijk als Forum voor Democratie zeggen we ook, niet te veel mensen pamperen, maar vooral zelfstandigheid en zorgen dat mensen het zelf kunnen doen. En daar waar ze het nodig hebben natuurlijk wel zeker ondersteunen. In dat opzicht kan ik de wethouder helemaal volgen. Aan de andere kant snap ik ook de vraag van de heer Gündogdu om te zeggen, maar die hulpvraag is er wel. En gewoon korten, hoe gaat dat helpen? En ik merk toch wel dat we in de commissies, en dan kan ik niet de eer naar mezelf toe trekken, want het was eigenlijk vooral Nick Bootsman van GroenLinks die heel erg heeft gekeken naar niet zomaar korten, maar vooral kijken, waar kun je optimaliseren en waar kun je het slimmer doen, hoe kunnen we slimmer geld gaan besteden waar we het nu eigenlijk weg laten vloeien? En mijn vraag aan de wethouder is, is er al iets te delen om er ook op die manier naar te kijken of hoort dat inderdaad verder nog bij de uitwerking die dan nog moet gaan komen? De voorzitter: De wethouder.
Mevrouw Van Benschop: Een van die dingen is, door niet langer iedereen richting een indicatie van de GR te sturen, maar ook om met een lichte toets mogelijk te maken dat mensen wel sneller ondersteuning kunnen krijgen. Dat heeft ook een positief financieel effect, omdat je aan de andere kant minder duurdere maatwerkvoorzieningen inzet. Maar dat is een van die dingen hoe je slimmer sneller kunt ingrijpen, meer kunt vragen van mensen hun eigen netwerk, voor zover ze dat hebben, en de financiële draagkracht. En toch ondersteuning kunnen blijven leveren aan de mensen die het meest kwetsbaar zijn of in de meest kwetsbare positie zitten. Dat onderschrijf ik alleen maar. Dat gaan we in ‘26 nog veel verder uitwerken. De heer Den Heijer: Voorzitter. De voorzitter: De heer Den Heijer. De heer Den Heijer: Laat ik beginnen met te zeggen dat ik het een heel krachtig betoog van de wethouder vind. En nu verder op de motie die het CDA heeft ingediend, die ook op sympathie van ons kan rekenen. Tegelijkertijd zitten we ook nog een klein beetje in een dilemma. Want u zegt, deze termijn gaat voor mij iets te snel. En tegelijkertijd is dat ook voorwaardelijk in de motie opgenomen, dat dat pakket er wel moet liggen voordat ook die maatregelen genomen gaan worden.
En we zouden het zelf wel prettig vinden dat we met beide zaken eigenlijk tempo kunnen maken, zodat ze gelijk oplopen met de rest van de bezuinigingen. Hoe kijkt de wethouder daarnaar? De voorzitter: De wethouder.
95
Mevrouw Van Benschop: Dat ben ik helemaal met de heer Den Heijer eens. Dat is ook waarom alle maatregelen op de Wmo, met uitzondering van de Drechthopper, daar kom ik zo op terug, pas in ‘27 ingaan. Juist omdat we willen dat dat gelijktijdig oploopt. Zowel de uitwerking van de maatregelen als de uitwerking van het sociaal fonds, zodat het allebei in ‘27 ingezet kan worden. Daarom wat dat betreft ondersteun ik deze motie helemaal, alleen de termijn is te kort. Wat betreft het tweede bulletpoint kan ik hem helemaal ondersteunen. Ik realiseer me dat voor de Drechthopper de maatregel wel al in ‘26 ingaat. En dat is waarom ik in ieder geval wil toezeggen dat ik uit ga zoeken of we daar een tijdelijke oplossing voor kunnen verzinnen, zodat we voor ‘26 een tijdelijke oplossing hebben en vanaf ‘27 structureel met dat sociaal fonds aan de gang kunnen. Dan was er nog een motie … De voorzitter: De heer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, ook namens onze fractie dank aan de wethouder voor dit betoog. We horen over voorzieningen die aangepast worden, zodat ze meer inkomensafhankelijk worden en meer naar draagkracht. En dat steunen we, die gedachte.
Een zorg die bij ons wel leeft, is het dan ook straks allemaal uitvoerbaar? Zeker wanneer dat zaken inkomensafhankelijk worden van de afgelopen jaren, wanneer dat in commissies werd besproken, heb ik maar al te vaak ook teruggehoord, ja maar uitvoerbaarheid. Zeker wanneer we het hebben over, niet alleen bij de Wmo aan de kant van de zorgaanbieders dat er tekorten zijn, maar ook in de ambtelijke organisatie. Is dat een zorg die de wethouder bij ons kan wegnemen? Mevrouw Van Benschop: Ja, dat denk ik wel. Inkomensafhankelijk kan niet. Dat mag ook niet. We kunnen wel een eigen bijdrage vragen. En ik neem dan even een voorschotje op wat we in ‘26 willen gaan uitwerken, en eigenlijk komend jaar ook al een beetje, als het gaat over het sociaal fonds. Maar je zou dan kunnen denken aan dat je extra minimaregelingen toevoegt, om mensen die onder een bepaalde grens vallen te compenseren voor die eigen bijdrage. Je kunt hem nooit inkomensafhankelijk maken. Dat staat de wet niet toe. Wat vanuit de SP werd aangegeven met de maatwerkvoorzieningen, daar ligt wel de ambitie om inkomensafhankelijk een bijdrage te rekenen. Maar goed, die belofte hoor ik al vanaf 2024. Toen zou die ingevoerd worden. We zijn nu in 2025 en hij moet ingaan in ’27. Ik moet het nog maar zien. Maar de toets die we doen, is heel licht, omdat we alleen hoeven te toetsen of iemand boven of onder een bepaald inkomen zit.
Het gaat niet over een glijdende schaal of iets dergelijks. Het maakt juist de bureaucratische rompslomp, noem ik het dan maar even, minder. Het maakt het een lichte toets, waarmee we makkelijker zorg en ondersteuning in kunnen zetten, en wanneer nodig ook weer af kunnen schalen. De voorzitter: De heer De Heer. De heer De Heer: Korte vervolgvraag. De draagkracht veronderstelt een beetje of geeft de suggestie dat het voor heel veel verschillende mensen verschillende bedragen zijn. Dat is niet, zoals ik begrijp. Er is één tarief, één bijdrage. En zoals ik het begrijp, dat is even een verduidelijkende vraag, voor de groep die dat niet aankan, daar is compensatie. In die zin twee categorieën?
96
De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Van Benschop: Ja, dat klopt. Via het sociaal fonds, wat door de raad moet worden vastgesteld. Dit is even mijn top of mind dat ik denk, zo zou je het kunnen doen. De heer Den Heijer: Voorzitter. De voorzitter: De heer Den Heijer. De heer Den Heijer: Een vervolg daarop. Omdat de discussie dan inderdaad op die zorg zit en bij onze fractie zit ook een zorg bij mensen die niet onder de bekende groep van kwetsbaren valt, maar bijvoorbeeld wel gewoon een ongelooflijke tegenslag in het leven kunnen hebben, terwijl ze altijd hun eigen boontjes hebben gedopt. Maar als die te maken krijgen met de opstapeling, bijvoorbeeld binnen de Wmo, waar u het zojuist over heeft, ziet de wethouder dat risico ook? En is zij bereid om dat dan ook mee te nemen in de uitwerking van het fonds? De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Van Benschop: Zeker. Kwetsbaar moeten we definiëren. Iemand die nu niet kwetsbaar is, kan door verschillende maatregelen die stapelen wel ineens kwetsbaar worden. Daar hebben we absoluut oog voor. Dan heb ik nog de motie van … De heer Gündogdu: Voorzitter. De voorzitter: Excuus. De heer Gündogdu. We gaan wat doen aan dat spreekgestoelte, want ik kan u precies net niet zien. Gaat uw gang. De heer Gündogdu: Een beetje naar achteren. Kijk. Voorzitter, mag ik een vraag stellen? Voorzitter, ik ben toch even benieuwd.
Nu geeft de portefeuillehouder, althans houdt een warm pleidooi voor deze ombuiging. En dat begrijp ik volledig. Maar het moment verbaast me wel. Als wij met zijn allen weten dat de budgetten voor het sociaal domein al jaar en dag eigenlijk zodanig hoog zijn dat het niet meer verantwoord is om dat überhaupt uit te geven, waarom heeft u dan tot nu toe gewacht, totdat deze Perspectiefnota is verschenen? U had ook eerder bij ons aan de bel kunnen trekken. Ik heb daar in ieder geval nooit iets van meegemaakt. De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Van Benschop: Naar mijn weten ben ik hier al drie jaar mee bezig. Ik heb eerder een Wmo-verordening door de raad laten gaan, waar ik hetzelfde pleidooi heb gehouden. We moeten iets doen aan de toegang. De raad heeft daar ook wat keuzes in gemaakt, maar die waren nog beperkt. Bij de vorige Perspectiefnota hebben we als enige vanuit de Wmo een aantal bezuinigingsmaatregelen doorgevoerd, met goedkeuring van de raad. Om te zeggen dat we er nu pas mee beginnen, dat is niet zo. Maar de raad heeft ook duidelijk aangegeven een integrale afweging te willen maken op een totaalpakket aan ombuigingen. Dan vind ik het niet gepast om halverwege een jaar toch met een Wmo-verordening te komen, waar ik allerlei maatregelen in voorstel. Er zijn
97
verschillende momenten geweest. Maar dit is het totaal moment, waarin u met elkaar kunt wegen of dat passend is binnen het totaalpakket. De voorzitter: Het is prima hoor, maar de discussie wordt nu een beetje gratuit. We hebben het hier over de Perspectiefnota. We moeten ook vooruitkijken. En als we gaan kijken, waarom allemaal niet eerder en anders en beter, daar schieten we in dit debat ook niet mee op. Mijnheer Gündogdu, laatste keer. De heer Gündogdu: Voorzitter, ik ben het toch niet volledig eens. Kijk, deze wethouder, en ik weet hoe betrokken zij is, bij het sociaal domein in ieder geval, maar als dit niet alleen überhaupt deze periode, maar ook de vorige periode zo hoog heeft gespeeld en heel veel geld eigenlijk heeft weg doen vloeien, dan vraag ik me oprecht af dat u dan op een gegeven moment concreet met een voorstel richting de raad had moeten komen om te zeggen, luister eens, we gaan helemaal niet wachten totdat er ombuigingen zijn. Ik heb nu jullie hulp nodig en dit is concreet mijn voorstel. De voorzitter: Wethouder, u mag er antwoord op geven hoor, maar daarna gaan we deze echt afkappen. Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, het enige antwoord wat ik er nog op kan geven, is dat we verschillende commissievergaderingen hebben gehad waarin we met stellingen hebben gewerkt, om te kijken welke keuzes de raad zou willen maken, omdat dit probleem al speelde.
Dat is 2,5 jaar geleden. Veel eerder dan dat had ik het niet kunnen doen, want toen zat ik nog op uw plek. Als we dan kijken naar de scootmobiel motie, dan begrijp ik deze vraag, met name als ik in de motie zie dat het ook gaat over de deelscootmobielen. En de deelscootmobielen vallen niet binnen de maatregel, als er een scootmobiel is, geen gebruik van de Drechthopper. Dat is één. De deelscootmobiel is meer zoals de Green Wheels of hoe u het wil zien. Zoals we autodeelvervoer hebben, kan dat met scootmobielen ook. En daarbij is dat, dat is blijkbaar ook niet helemaal duidelijk, steek ik hand in eigen boezem, uit Perspectiefnota gebleken. Maar in deze maatregel hoort ook dat dit niet geldt voor binnen. Ik moet het goed zeggen. Ik moet even niet in de ontkenning, want dan gaat het fout. Deze maatregel, die wij voorstellen, geldt alleen binnen Dordrecht. Niet buiten Dordrecht. Als iemand een scootmobiel heeft, dan kan hij binnen Dordrecht geen gebruik maken van de Drechthopper, daarbuiten wel. En dan is er ook altijd nog de valies om gebruik van te maken. En als het gaat over noodgevallen of maatwerk, dan is dat altijd mogelijk. Dat doen we nu ook al. Namelijk het ziekenvervoer waar vaak over gesproken wordt, hoort niet in de Wmo. Die zit in de Zorgverzekeringswet. Die zat in de Wlz. Is daar allemaal uitgeduwd. En wij hebben hem opgepakt.
Maar formeel hoeven we dat vanuit de Wmo niet te doen. Dat doen we wel, omdat het bijdraagt aan het mee kunnen doen. Mevrouw Van Vugt-Roose: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Ik wil de wethouder vast bedanken voor deze eerste beantwoording. En dat geeft me ook nog wel wat huiswerk. Dat ga ik dan ook nog eens netjes doen. Ik wil wel even meegeven, de motie gaat niet over de deelscootmobiel. Hij gaat echt alleen over de scootmobiel.
98
De voorzitter: Duidelijk. Dank. Nemen we mee. Mevrouw Van Benschop: Mijn tijd is op. Ik heb nog een motie. De voorzitter: Die doen we dan wel. Komt u maar. Mevrouw Van Benschop: Wat fijn. De dementievriendelijke gemeente. Ik begrijp deze vraag, want het is een groeiende groep ouderen, en helaas ook jongere mensen, die hiermee geconfronteerd worden. Het advies vanuit het college is in ieder geval om dit te ontraden. En dat heeft te maken met dat we een integrale visie sociaal domein hebben. We werken daar aan een integrale toegang, een integrale dienstverlening voor al onze inwoners. En we doen ook echt veel op dit gebied. Dat nemen we mee in beleid. Zo doen we al jaren mee aan de dementiescan van Alzheimer Nederland. We faciliteren verschillende initiatieven van laagdrempelige ontmoeting, respijtzorg, maatwerk, dagbesteding. Maar we doen ook mee aan de verlengde keten dementie met onze partners Salios. We doen dingen voor mantelzorgers, met naasten die geconfronteerd worden met dementie. We doen op een heleboel manieren al hier onze bijdrage. En de reden dat we hem echt ontraden, is omdat we anders moeten gaan toewerken naar een keurmerk, noem ik het maar even, wat om een apart plan van aanpak vraagt, wat niet past binnen de maatregelen die wij nu nemen. Mevrouw Van Vugt-Roose: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt.
Mevrouw Van Vugt-Roose: Ook hier geef ik toch even iets mee. Ik denk dat nog de versie van gisteren nu besproken wordt. We vragen nu niet meer om een keurmerk. Dat geeft voor nu niet. Maar als we in de commissies dan maar de goede bespreken. Dan vind ik het verder helemaal goed. Mevrouw Van Benschop: Prima. Mevrouw Van Vugt-Roose: En ik zou wel nog willen vragen, is het mogelijk om de resultaten van zo'n scan ook te delen met de raad? De voorzitter: Wacht even, ik denk mevrouw Stolk op hetzelfde thema. Pakken we die meteen even mee. Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, ik denk inderdaad dat het de oude versie nog is. Maar weet je, het is nu te warm. En laten we dat vooral benutten in de commissies om dat verder uit te diepen. Mevrouw Van Benschop: Graag. De voorzitter: En zo gaan we het doen. Mooi. Dank. Mevrouw Schnabel: Voorzitter. Hier. De voorzitter: Mevrouw Schnabel.
99
Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Ik heb nog een vraag. In de woordvoering noemde ik de jeugdstrategie. En ik ben benieuwd hoe de wethouder daar tegenaan kijkt. De voorzitter: Jeugdstrategie. Mevrouw Schnabel: Jeugdstrategie. Daar heb ik het in mijn woordvoering over gehad. Dat is een strategie, maar ik snap, het is warm, die in meerdere gemeenten wordt toegepast. En wij stelden voor om dat als onderdeel van Glansrijke Toekomst op te nemen. Mevrouw Van Benschop: Excuus, daar heb ik een ambtelijk advies op, en dat ligt daar. De voorzitter: Zullen we deze in de commissie meepakken? Ja. Doen we het zo. Top. Mooi. Dan nodig ik wethouder Van der Linden uit. De heer Van der Linden: Dank u wel, voorzitter. Ik heb ook in ieder geval een vraag gehoord en een motie. De motie doen we als eerste. Cultuur, Onderwijsmuseum. Een aantal van u heeft opmerkingen gemaakt over, zijn bezuinigingen of ombuigingen niet te zwaar of kunnen we ze wel dragen, onder andere voor de sector cultuur. Ik denk dat we het daar in de commissie verder over gaan hebben. Deze motie is het meest concreet wat u nu voorlegt. Vraagt om op korte termijn, in nauwe samenwerking met het NOM, het gesprek aan te gaan met het ministerie van OCW. Dat kunnen we gewoon toezeggen, want dat heb ik namelijk vrijdag, dat gesprek. Dat is niet voor de eerste keer dit jaar. Ik heb het al eerder gehad. We zijn op zich in gesprek.
En ons is ook wel duidelijk geworden, dat heeft u misschien ook gezien 2 weken terug, dat op zich in de Kamer een Voorjaarsnota is vastgesteld, waarin de subsidie voor het NOM wordt stopgezet. Maar dat gesprek gaan we voeren. En dat doen we vrijdag. Daar kan ik over terugmelden. In de vervolgbolletjes bij het dictum worden een paar dingen gezegd waar je een politiek oordeel over zou kunnen hebben, waarvan je je af moet vragen, hoever moet je gaan? Want wie is verantwoordelijk voor het museum? Het Rijk heeft een wettelijke taak, een collectietaak. Die hebben wij niet. Ik vind het ook niet zo gek dat je het Rijk dan aanspreekt op het mogelijk maken van het voortbestaan van die collectie, bijvoorbeeld in een museum. Wij zijn van onze kant altijd heel royaal geweest met 4 ton per jaar, die we ook geïndexeerd hebben. Het Rijk heeft al een aantal jaren een beetje teruggeduwd op dat bedrag. Daar zijn overwegingen bij. Maar daar moeten we het denk ik even over gaan hebben in de commissie, hoever u die verantwoordelijkheid zou willen laten gelden. En in principe wat we dan bespreken aanstaande vrijdag kunnen we betrekken bij het commissiedebat. Dat laatste bolletje is niet zo ingewikkeld. Dan ga ik even naar de vraag die gesteld is over de Wegennota. Die kwam helemaal uit het Blaue hinein. Was niet aangekondigd of wat ook. Maar ik heb eventjes snel gekeken.
Kijk, wat we doen met de Wegennota is per 4 of 5 jaar, in deze periode is het ’21-’25, in een soort meerjarenplanning uitleggen hoe wij de wegen gaan beheren en onderhouden, welke kosten we daarbij maken, welke wegen we dan beetpakken. Dat doen we meestal in een meerjarenplanning, die we ook in de begroting hebben opgenomen. En in de begroting voor dit jaar staat ook gewoon voor ’26, ‘27 en ‘28 een bedrag opgenomen. En bij elke Perspectiefnota buigt dat bedrag een beetje om. Soms een beetje omhoog, soms een beetje naar beneden. Dat hangt soms af van subsidies, soms ook van keuzes in de programmering, want sommige projecten zijn nog niet klaar, andere projecten heb je misschien wat te weinig capaciteit voor. Dat schuift altijd een beetje. Dat doen we ook
100