2.1 2025.04.15 Gemeenteraad Dordrecht.pdf
Tekst van het document
We hebben een aantal constaterende en overwegende dat in de motie, maar het gaat natuurlijk over, verzoekt het college. En dat is met name om de daadwerkelijke behoefte in kaart te brengen met omliggende gemeentes. En juist ook met omliggende gemeentes op zoek te gaan naar nieuwe locaties en een vervangende locatie voor de huidige locatie in Dordrecht, die, naar wij begrepen hebben, op de huidige locatie afloopt in 2028. En het aantal huisjes zoveel als nodig uit te breiden. En dat is eigenlijk in het kort de motie waar het om gaat. En die dus mede ingediend is door de ChristenUnie/SGP en GroenLinks. En ik denk dat dat iets toevoegt aan de actie die de wethouder al neemt, maar met name ook oproept aan onze omliggende gemeentes, maar ook aan onze eigen gemeente om vooruit te gaan en vooruit te denken. Dit is gewoon nodig. En met elkaar hebben we dit nodig.
85
De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Dan verzoek ik u nu om de motie in te dienen. En dan is dat daarmee motie M6. En dan ga ik het gebruikelijke rondje maken. En dan begin ik bij de VVD. En wie van de VVD mag ik het woord geven? De heer Van der Net, gaat uw gang. De heer Van der Net: Dank u wel, voorzitter. Eigenlijk de bedoeling van de motie, daar staan wij wel achter. Alleen wij maken een verschil met betrekking tot wat voor ons als eerste belangrijk is. En wij blijven erbij, deze huisjes staan er al sinds 2018, en zijn een succes. En gelukkig dat we voor een bepaalde groep inderdaad dat soort mensen opvang hebben en dat de overlast die ze veroorzaken en maatschappelijke kosten worden beperkt. Aan de andere kant, nogmaals, sinds 2018 staan die huisjes in Dordrecht, terwijl dit een regio-opgave is. En wij vinden het gewoon belangrijk dat de regio eerst gaat leveren, voordat wij hier in Dordt weer naar andere locaties op zoek gaan. Dat is misschien het kleine verschil wat erin zit, voorzitter. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter. De heer Van der Net: Dat is wel evenwel het belangrijke punt. De regio moet leveren. De plaatsvervangend voorzitter: U krijgt een interruptie van de heer Van Dam Timmers, mijnheer Van der Net. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, op zich denk ik dat de heer Van der Net hier een goed punt maakt, dat de regio moet leveren.
Maar mijn vraag aan de heer Van der Net is, is hij dan echt van mening dat we tot die tijd, of stel de regio doet niets, dat we dan als Dordrecht de huidige locatie bijvoorbeeld niet moeten vervangen en deze mensen weer op straat zouden terechtkomen? De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Van der Net. De heer Van der Net: Daar heb ik in de commissie ook al een antwoord op gegeven, voorzitter. De wethouder geeft aan dat hij in overleg is met de portefeuillehouders van de overige Drechtsteden, met betrekking onder andere tot dit onderwerp. En daar verwachten wij in dit jaar nog een uitkomst over. Wat dat betreft willen wij eventjes die kaarten tegen de borst houden, waarvan wij niet zeggen dat wij die mensen in de steek laten. Maar het is op dit moment, vinden wij, niet opportuun om daar nu al een beslissing over te nemen. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Daarmee ook uw woordvoering, mijnheer Van der Net? De heer Van der Net: Dat was hem, voorzitter. En ik wacht zo meteen eerst nog het antwoord even de wethouder af. En dan gaan wij kijken wat met deze motie doen. De plaatsvervangend voorzitter: Dan mag uw microfoon uit. En dan ga ik naar GroenLinks. Wie van GroenLinks mag ik het woord geven? Mijnheer Burakçin, gaat uw gang.
86
De heer Burakçin: Dank u wel, voorzitter. Mijn bijdrage zal ook kort zijn, voorzitter. Wij ondersteunen dit voorstel van harte, en hebben het ook daarom medeondertekend. De Merwedehuusjes zijn een bewezen succesvolle woonzorgvorm. Niet alleen voor de bewoners zelf, maar ook voor de buurt, hulpverleners en de gemeente. Ondanks de positieve resultaten blijft de broodnodige uitbreiding uit, terwijl de vraag het aanbod ruimschoots overstijgt. Dat vinden wij een gemiste kans. En daarom steunen wij dan ook de nadrukkelijke oproep om de actuele behoefte aan de Merwedehuusjes grondig in kaart te brengen en met nieuwe geschikte locaties te komen, voorzitter. Dat was hem. De heer Van der Net: Voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Een interruptie van de heer Van der Net. Gaat uw gang. De heer Van der Net: Toevallig naast elkaar. Ook even de vraag richting de heer Burakçin en GroenLinks, of zij ook wel van mening zijn dat de regio nu toch inderdaad wel serieus werk moet gaan maken? Ik wil dat wel graag ook even horen van GroenLinks. De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Burakçin. De heer Burakçin: Voorzitter, daar zijn we het zeker mee eens. Alleen het betekent wel dat wij ook onze verantwoordelijkheid dienen te nemen. Over drie jaar loopt de huidige locatie de vergunningen af. Dan kan het niet zo zijn dat we de bewoners die daar momenteel wonen op straat zetten.
En daarnaast, voorzitter, vinden wij dat we ook een bepaalde verantwoordelijkheid hebben naar onze eigen inwoners. De doelgroep waar we het nu over hebben, dat is wel de doelgroep waar ... Veel van deze doelgroep overlast bezorgt aan de Kromhout. En daar heeft u zelf natuurlijk al een motie over ingediend destijds, om daar verbetering in te brengen in het veiligheidsgevoel. We weten natuurlijk dat dit succesvol is. We halen heel veel mensen van straat. Dat betekent ook dat het in het belang is van onze eigen inwoners om hier zorgvuldig mee om te gaan. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mijnheer Burakçin. De fractie van Beter voor Dordt. Wie mag ik het woord geven? Mijnheer Wringer.
De heer Wringer: Dank, voorzitter. Ik denk dat ik het nog korter kan houden. Beter voor Dordt kan de motie van het CDA ondersteunen, maar wil benadrukken dat ook nadrukkelijk in de regio moet worden gezocht naar locaties. De ruimte hier is beperkt en andere gemeenten hebben wellicht meer plek voor een aantal Merwedehuusjes. Zij kunnen natuurlijk wel gebruikmaken van de expertise van de gemeente Dordrecht. En dat was onze bijdrage. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. De Verenigde Senioren Partij, mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, vanuit de VSP een beetje op de lijn van Beter voor Dordt. Tegelijkertijd zijn wij het wel met de VVD eens dat ze loopt pas af in 2028. Dat vind ik een beetje regeren over je graf heen. Ik zou eerst eventjes het antwoord van de
87
wethouder af willen wachten om te zeggen, we ondersteunen nu die motie al. Voorlopig zijn ze nog niet weg. Wij wachten het gewoon nog eventjes af. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel voor uw bijdrage. De volgende fractie is de fractie van de ChristenUnie/SGP. Mijnheer De Heer, gaat uw gang. De heer De Heer: Voorzitter, onze fractie heeft echt vertrouwen in de wethouder, dat hij grotendeels hetzelfde wenst als de motie oproept. En dat hij zich daar ook hard voor wil maken in de regio. En tegelijkertijd maken we ons echt zorgen als we afgelopen week horen dat de Merwedehuusjes in Dordrecht in 2028 weg moeten. Het is net al genoemd. En die huisjes zijn een tragisch succes, zou je kunnen zeggen. Maar tegelijkertijd horen we ook dat er nog geen zicht is op een alternatieve locatie en geen concrete plannen voor de uitbreiding binnen en buiten Dordrecht. Deze motie moedigt aan en hij stuurt op concrete stappen, die volgens ons ook echt hard nodig zijn, binnen, maar zeker ook, zoals een aantal anderen hebben gezegd, buiten deze stad en in de regio. Onze fractie gelooft in een menswaardig bestaan voor iedereen in onze stad. En deze woonvorm is een manier om mensen die keihard zijn geraakt door het leven weer een stukje stabiliteit en perspectief te geven. Laten we daar meer werk van maken met elkaar in de regio. En daarom dienen we deze motie dan ook mede in.
Mevrouw Koene: Voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Heer. Een interruptie van mevrouw Koene. Gaat uw gang. Mevrouw Koene: Gewoon uit nieuwsgierigheid. Heeft de heer De Heer enig idee om hoeveel mensen het totaal zou gaan die in een Merwedehuusje zouden moeten wonen? De heer De Heer: Voorzitter, tijdens de beeldvormende sessie, die we vorige week hebben gehad, of de oordeelsvormende sessie zelfs die we hebben gehad, is heel duidelijk door de experts aan tafel aangegeven dat er heel veel vraag is, althans veel meer vraag dan dat er op dit moment huisjes zijn. Er is veel meer behoefte dan dat we op dit moment kunnen leveren. En dan heb je het alleen nog maar over dat wat op dit moment in beeld en in kaart is gebracht. Tegelijkertijd hebben we de afgelopen tijd best wel veel gesprekken in deze raad ook over dakloosheid, over ETHOS-tellingen. En dat die aantallen zoveel groter zijn dan dat we op dit moment met elkaar nog durven te erkennen. Dat er meer vraag is dan aanbod, dat is op dit moment een vaststaand feit. En dat dat waarschijnlijk in de praktijk nog groter is dan dat we ons durven voorstellen, daar zijn wij op dit moment ook van overtuigd. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel voor het antwoord. Ik denk dat we naar de volgende fractie gaan. Dat is de heer Van Dam Timmers van het CDA. Gaat uw gang.
De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. In aanvulling op de toelichting aan de motie vindt het CDA Dordrecht het natuurlijk belangrijk dat er meer van dergelijke Merwedehuusjes in de regio en in Dordrecht gerealiseerd worden. En dit is met name het geval, omdat de huidige locaties natuurlijk sluiten in 2028. In de beeldvormende sessie
88
kwam aan bod, dat was een aantal jaar geleden, dat er een huisje vrijkwam, dat er, zonder dat ze gezocht hadden, al vrij snel 17 gegadigden waren voor dat ene huisje. En hadden ze nog eigenlijk niet echt geïnventariseerd. En dat laat zien dat de urgentie eigenlijk wel heel helder is. We zien ook de afgelopen jaren dat dakloosheid toeneemt. Dat bij het Kromhout het aantal daklozen, en het aantal daklozen wat ook moeite heeft om op het Kromhout te functioneren toeneemt. En daarmee is de urgentie ook alleen maar groter geworden. En ik hoorde bij de wethouder die urgentie ook sterk terug. Deze motie is dan ook bedoeld om dat te bevorderen en daar ook een heldere richting in aan te geven, zowel voor de regio, maar ook in Dordrecht. We hebben 123.000 inwoners en een hoop mensen die ook dakloos zijn. En er zijn ook gewoon mensen die deze voorziening nodig hebben. En ik denk als je kijkt naar het succes ook van dit initiatief in Denemarken, waar het eigenlijk vandaan komt, afwijkende huizen, Skaeve Huse voor mensen die toch op een afwijkende manier hun bestaan invullen ten opzichte van veel mensen in de samenleving, dan denk ik, dan moeten we dat breder mogelijk maken. En we kunnen dat. En we kunnen dat ook binnen de budgetten die er, denk ik, voor zijn. En het zou mooi zijn als we dat samen met elkaar bevorderen. Mevrouw Koene: Voorzitter.
De plaatsvervangend voorzitter: Mevrouw Koene, bij interruptie. Mevrouw Koene: Ik zou graag de heer Van Dam Timmers vragen wat hij denkt dat de motie toevoegt op de visie die er ligt? De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. De visie gaat eigenlijk over, als je de visie leest, hoe het op dit moment georganiseerd is. De visie kijkt niet vooruit. De visie kijkt ook niet naar 2028. De visie heeft geen inventarisatie van de hoeveelheid mensen die deze voorziening nodig zouden kunnen hebben in onze stad. De visie gaat echt over eigenlijk het verleden en deels wat we nu hebben. Wat heel mooi is. Maar ik hoorde mevrouw Stolk van de VSP zeggen, het is pas over drie jaar. Maar als je een nieuwe locatie wil of als je vooruit wil kijken, dan moet je nu beginnen als je iets over drie jaar wenst. En zelfs dan ben je misschien al heel erg aan de late kant. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Mevrouw Stolk met een interruptie. Is uw vraag voldoende beantwoord, mevrouw Koene? Ja. Gaat uw gang, mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, als ik aangesproken word, wil ik ook altijd graag even antwoord geven. Is de heer Van Dam Timmers het dan niet met ons eens dat meer de regio hun verantwoordelijkheid moet gaan nemen? We kunnen wel zeggen, we moeten onze verantwoordelijkheid nemen hier in Dordt.
Maar met heel veel dingen blijft de regio achter met hun verantwoordelijkheid te nemen. Hoe kijkt u daar dan tegenaan? De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Ik ben door Dordtse inwoners verkozen als gemeenteraadslid in Dordrecht. En ik vind van alles van de regio en hoe ze hier misschien te weinig in hebben gerealiseerd, maar daar hebben ze andere
89
gemeenteraadsleden verkozen. ik vind wel dat de wethouder zijn best moet doen. Maar ik vind voor onze lokale situatie hebben wij ook de verantwoordelijkheid. En wij zijn uiteindelijk de centrumgemeente die ook de meeste middelen hiervoor ontvangt. En dan moeten we ernaar streven om in die regio dat te realiseren. Maar als je diep in mijn hart kijkt en je vraagt, stel de regio doet het niet, moeten wij het dan ook laten, dan denk ik, nee. Dan zullen wij toch iets moeten doen, omdat uiteindelijk deze mensen dan toch op het Kromhout terechtkomen en wij ook voor die buurt een verantwoordelijkheid hebben om dan doorstroming te organiseren. En ik denk dat u daar stiekem eigenlijk ook wel voor bent. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Ik zie nog een interruptie van de heer Van der Net. Gaat uw gang. De heer Van der Net: Ik probeer ook nog toch een stukje tekstverklaring te krijgen bij de tweede bullet van het dictum. Dat er ook in Dordrecht moet worden gezocht naar nieuwe locaties ter vervanging van de huidige locatie. Ik bedoel, daar geeft u, neem ik aan, gewoon aan dat de omvang dan gelijk moet zijn aan die van de huidige op de Staart. De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Ik denk, een goede vraag die u daar stelt, de heer Van der Net.
Ik denk dat deze motie vraagt juist ook om een inventarisatie van de behoefte. Het zou goed kunnen zijn ,en de overlast misschien op het Kromhout en het aantal mensen wat daar aanklopt, om toch opvang te krijgen. En de eindvoorziening die we hebben in onze stad, die groeit. Dat betekent denk ik ook, of dat het zou kunnen zijn dat het aantal benodigde Skaeve Huse in Dordrecht of Merwedehuusjes ook hoger zou moeten zijn, gezien de omvang van onze stad. Ik sluit niet uit dat dat nodig is. Maar dat moet uit die inventarisatie komen. De heer Van der Net: Voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Nog een korte interruptie. De heer Van der Net: Ik probeer ook een beetje het gevoel weer te geven, zoals dat wel ook speelt binnen onze fractie. Wij zijn een centrumgemeente en wij hebben die rol. En die rol nemen wij ook serieus op ons gewoon. Alleen je doet het uiteindelijk met iedereen. En we hebben het gevoel dan af en toe weleens van, het leger en allerlei instellingen trekken toch mensen uit de regio naar Dordrecht. Maar die mensen moeten uiteindelijk dan ook wel weer gewoon terug naar daar waar ze vandaan komen. En daar schort het af en toe wel aan. Mijn vraag is, of dat het CDA die gevoelens ook deelt? De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Ik denk dat we dat eigenlijk helemaal eens zijn.
Het zou het mooist zijn als Zwijndrecht, Papendrecht en Molenlanden ook dergelijke voorzieningen in kleinere of grotere schaal zouden realiseren. Daar zou ik direct voorstemmen. De plaatsvervangend voorzitter: Dat is mooi. U bent het eens.
90
De heer Hartmeijer: Voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: De volgende fractie is de fractie van de PvdA. Nee? Sorry, u zit in mijn blinde hoek. Sorry. Maar de heer Hartmeijer ook nog. En dan de heer Gündogdu. De heer Hartmeijer: Even ter verheldering aan de heer Van Dam Timmers, over het dictum. Want er staat, eerst in andere gemeenten zoeken naar locaties, en ook in Dordrecht. Wat betekent dit dan? Gaan we inwoners van de huidige locatie dan eerst proberen onder te brengen in andere gemeenten, of hoe moet ik dit lezen? Want misschien hebben we nog wel een tijdje geen nieuwe Dordtse locaties. De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Ik denk niet dat u het zo moet lezen. Kijk, de locatie loopt in 2028 af. We hebben vandaag ook de technische beantwoording gekregen over, kan je dat dan later verlengen? Dat schijnt toch heel ingewikkeld te zijn. De details heb ik daar nog niet allemaal van gezien. Maar ik neem aan dat de wethouder daar ook goede informatie over heeft. Maar ik denk dat die zes mensen die in die vijf huisjes wonen, dat we daar ook een verantwoordelijkheid voor hebben. En dat die of daar of elders een onderdak zullen vinden. Het lijkt me niet dat we mensen zouden moeten verplaatsen. Maar goed, de tijd zal dat natuurlijk leren. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. De heer Gündogdu.
De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Op zich wel een hele sympathieke motie. Maar ik heb wel even een vraag ter verduidelijking. Het gaat immers om schaarste aan ruimte om deze mensen, die onderdak nodig hebben, te kunnen huisvesten. Daar zijn we het volledig mee eens. We hebben natuurlijk vrij recent ook met de woongroep van de regels gesprekken gevoerd. Ook met de oproep, help ons, want we hebben geen woonruimte. Zou het niet structureel of meer tot zijn recht komen als wij zeggen, deze groep inwoners die we onderdak willen bieden, die willen we opnemen in de Woonvisie, waarbij we een integrale afweging maken dat we die groep ook in onze Woonvisie überhaupt, niet alleen voor de komende jaren, maar voor de langere periode meenemen. Dat is waar ik even op zoek naar ben. Hoe zou u daar tegenover staan? De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Als je het hebt over de Woonvisie, gaat het natuurlijk over het hele brede palet. En hier gaat het over natuurlijk een doelgroep die eigenlijk beschermd wonen of een vorm van begeleiding ook en zorg nodig heeft. Dat komt niet een-op-een terecht alleen in de Woonvisie, maar dat zit ook in allerlei losse voorstellen, die ook op andere momenten langskomen. Valt dat onder de Woonvisie? Deels, ja. En aan de andere kant is het gewoon een opdracht die ook los langskomt.
Ik denk, geen bezwaar dat dat daarin staat. Maar daar staan allerlei varianten van woonvormen in. En dit is er één van.
91
De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik nu naar mevrouw Schnabel van de PvdA. Gaat uw gang. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. Wij steunen deze motie van harte. Er is inderdaad veel vraag naar deze huisjes. En we benadrukken daarbij dat we het net als de indieners even belangrijk vinden om in te zetten naar waar de mogelijkheden in onze gemeente liggen, zodat we mensen die dit nodig hebben hier kunnen huisvesten. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Kort, maar krachtig. De volgende fractie is de Partij voor de Dieren. En misschien ook goed om nog even te vermelden dat de heer Groenewege zich voor vanavond heeft afgemeld. En de heer Venderbos-Lambinon zal de woordvoering doen. De heer Venderbos-Lambinon: Dank, voorzitter. Voorzitter, in de visie Merwedehuusjes staat dat dak- en thuisloosheid een toenemend probleem is en de groep dak- en thuislozen toeneemt in aantal en in diversiteit. Voor een deel van de personen binnen deze groep is geen plek in de reguliere opvang. Het huidige aanbod van voorzieningen voor ook opvang en begeleid wonen is niet passend voor deze groep. De overlast van de groep waar in de reguliere opvang geen plek voor is, moge duidelijk en bekend zijn. Zoals ook door de gemeente is ervaren, zorgt de opvang van mensen uit deze groep voor minder tot geen overlast en brengt rust bij de betreffende personen.
De Partij voor de Dieren is het eens met het dictum in de motie en de oproep aan het college, en zal dan ook voor deze motie stemmen. Dank u. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Ik ga naar de fractie DENK. De heer Safranti, ga uw gang. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik sluit me aan bij de woordvoering van Beter voor Dordt. Zeker raakt deze casus mij ook vanuit mijn werk, wat ik ook dagelijks doe. Maar ik wil toch wel de reactie van de wethouder even afwachten, voordat ik ja of nee ga stemmen voor deze motie. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Fractie van Gewoon Dordt, mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Voorzitter, het is best een lastig verhaal dit voor ons, want ik sta nog aan de wieg van de oorspronkelijke ... Het lijkt vandaag wel zo’n soort sentimental journey. Ik weet nog dat toen het voorstel er lag voor de Skaeve Huse, dat ik toen tegen het college heb gezegd, omdat het over 5 huisjes ging, zo van, en wat doe je dan met die andere 62? En dat was een flauwe opmerking, maar dat was toen de realiteit en dat is nu nog steeds de realiteit. En het is eigenlijk een beetje, dat is een hele platte opmerking, maar dweilen met de kraan open. En ik vind dit dan ook een soort van symboolpolitiek. Prima dat er gekeken wordt hoe mensen in deze categorie gehuisvest moeten worden. Maar of dit de ultieme variant is, dat weten wij niet.
De heer Van Dam Timmers: Voorzitter. Mevrouw Koene: En ik denk ook dat je niet moet vergeten dat als je echt een oplossing wil bieden aan iedereen die dit nodig heeft, dat je het dan ook over een heel ander financieel verhaal hebt.
92
De plaatsvervangend voorzitter: Mevrouw Koene, er is een interruptie van de heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, ik hoor mevrouw Koene zeggen dat het misschien niet een ideale oplossing is. En dat ben ik natuurlijk direct met mevrouw Koene eens. Want er bestaat uiteraard geen ideale oplossing, anders hadden we die misschien wel gehad. Maar is er wat mevrouw Koene betreft dan een betere oplossing dan dit succesvolle concept ook in de regio en in onze stad proberen voort te zetten? De plaatsvervangend voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Voorzitter, is er een betere manier? Kijk, er zullen altijd mensen zijn die niet passen op het Kromhout. Laat ik het dan maar even flauw zeggen. Ik bedoel, het zijn alleen wel mensen. Ze maken wel onderdeel uit van de maatschappij. En om ze ergens weg te stoppen, dat is een makkelijke oplossing. En dan hebben we er niet zoveel last van. Maar ik weet niet of dat recht doet aan de visie die je op een maatschappij kan hebben. Wat ons betreft zou het nog best wel een uitdaging kunnen zijn om te kijken of je ook veel meer gewoon in de gewone wereld kan zorgen dat deze mensen gehuisvest kunnen worden. En ik snap dat dat lastig is, maar dat zou ook wel mogelijkheden misschien bieden om meer mensen bij elkaar te hebben met goede begeleiding erop. En dat dat wel wellicht ook nog kostenverlagend zou werken.
Maar goed, dit is de situatie die er nu is. En ik hoorde de heer Van der Net ook al zeggen, er zijn nog meer gemeenten waar eventueel een oplossing zou moeten kunnen zijn. Wij hoeven als Dordt ook niet alles op te lossen. Maar om alles op te kunnen lossen, moeten we ook eerst weten om hoeveel het gaat. Ik bedoel, want dan kunnen er huisjes bij. Dan zetten we er 15 bij. Dan heb je er 20. Maar misschien zijn het er nog wel 113. Zeg het maar. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Vervolginterruptie. De heer Van Dam Timmers: Toch even om het beeld misschien recht te zetten. Dit is natuurlijk een soort eindvoorziening. Je hebt allerlei ook nog, zoals de Domus bijvoorbeeld van het Leges des Heils, begeleid wonen. Gewoon dat er een team bij mensen thuis langsgaat van zorg. Er zijn heel veel varianten hierop. En als dat allemaal niet werkt, dan kun je uiteindelijk een keer in deze vorm van wonen terechtkomen. Ik denk wel dat dat belangrijk is. En je ziet ook dat de regio zou hier meer op kunnen doen. Ik denk dat we dat ook gewoon eens zijn. Maar dat betekent niet dat het niet hier ook nodig is. En bovendien zijn bewoners erg tevreden. Het wegstoppen lijkt niet echt het belangrijkste argument hier te zijn. De plaatsvervangend voorzitter: Ik hoor geen nieuwe vraag van de heer Van Dam Timmers. Mevrouw Koene.
Mevrouw Koene: Voorzitter, ik kan er wel een klein beetje op reflecteren. Ik vind het hartstikke leuk dat de bewoners heel erg tevreden zijn. Maar dan hebben we het over zes mensen. Ik zie nog steeds geen structurele oplossing voor een heleboel andere
93
mensen die in een vergelijkbare positie zitten in het leven. En dat mis ik ook in de motie. In die zin zie ik geen enkele reden om die te steunen, want dat voegt niks toe aan de ... Kijk, mijnheer Van Dam Timmers zegt zelf dat er geen visie is eigenlijk. Want de visie die er ligt, vindt hij geen visie. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter. Mevrouw Koene: En daarvoor dient hij de motie in. De plaatsvervangend voorzitter: Ik zie nog een vervolginterruptie van de heer Van Dam Timmers. En daarna naar mijnheer De Heer. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Dat is natuurlijk totaal niet wat ik heb gezegd, dat het geen visie is. Ik zeg alleen dat de visie zich richt op wat er nu gebeurt. En de visie op hoe je zo’n systeem, zoals nu, goed kunt laten functioneren. Dat is natuurlijk hartstikke goed om dat te hebben. Alleen het toekomstperspectief mist wat in de visie. Maar dat betekent natuurlijk niet dat het geen visie is. De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer De Heer, gaat uw gang. De heer De Heer: Voorzitter, ook een vraag aan mevrouw Koene. Omdat er inderdaad net ook eerder de vraag werd gesteld zo van, wanneer eindigt dit dan? Over hoeveel mensen hebben we het dan? En hebben we het inderdaad over een hele grote opgave rondom dakloosheid? Maar inderdaad deze specifieke woonvoorziening is voor een specifieke doelgroep.
En inderdaad als we er een hard cijfer aan moeten hangen, dan is het getal zeventien genoemd. En dan gaan we van zes naar misschien die zeventien. Dan zou mijn vraag aan mevrouw Koene zijn, is ze het dan met ons eens dat dat een redelijke stap vooruit zou zijn om concreet te sturen op een bepaald aantal van een hele specifieke groep in onze regio, die deze specifieke zorg nodig heeft? Zou mevrouw Koene dan te bewegen zijn om ook met zo'n concreet beeld voor ogen, om daar toch ook met elkaar naartoe te bewegen? De plaatsvervangend voorzitter: Uw vraag is duidelijk. Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Voorzitter, of het er 17 zijn, 25 zijn, waar het ook met name om gaat, is natuurlijk dat we als gemeente Dordrecht niet alleen hiervoor aan de lat staan. We hebben partners daarbij nodig die bereid zijn om daar ook in te investeren. En in het verleden heeft Trivire daar bijvoorbeeld ook een hoop in geïnvesteerd. Er moet ook maar bereidheid en mogelijkheid zijn om dat nu ook weer te doen. Wat ons betreft is het veel belangrijker dat je gaat kijken hoe je van tevoren al ervoor kan zorgen wie je daarbij mee hebt. In plaats van dat je als gemeente een aantal plannen gaat uitrollen waarvan je nog niet zeker weet of je daar voldoende steun voor hebt bij de organisaties die je daarvoor nodig hebt. En dat is eigenlijk het enige antwoord wat ik daarop kan geven.
Kijk, het is niet zo dat dat wij zoiets hebben van, laat iedereen maar het uitzoeken. Helemaal niet. Alleen wij missen echt, en dat misten we toen en dat missen we nu, een concreet iets van, wat wil je realiseren, wat kost dat en wie heb je daarvoor nodig en gaat dat ook allemaal lukken? En dat zien we hier niet in. We zien het ook niet in de motie.
94
De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mevrouw Koene. De volgende fractie is de fractie van Op Ons Eiland. Wie van u mag ik het woord geven? De heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, om te beginnen, een zeer sympathieke motie. Heb ik zojuist ook even aangeven. Maar we willen ook heel realistisch zijn, voorzitter. In die zin, kijk, wij vechten elkaar bij wijze van spreken de tent uit als het gaat om het vergeven van iedere vierkante meter of het voor parkeren is, voor groen is, voor sport is, voor recreatie is. En het gaat weliswaar hier over een relatief kleine groep of vraag, voor zover ik heb begrepen. Maar het is natuurlijk wel zo als wij de intentie hebben om die faciliteiten hier in Dordrecht nog meer voor elkaar te krijgen, dan zou eigenlijk de vraag aan het college moeten zijn, beste college, u gaat aan de slag in de regio, maar wat gaat u structureel doen om al die mensen, ook mensen die vanuit de Verandergroep Woonregels zich regelmatig bij ons aankloppen, om hun probleem eens op te lossen. Dat we niet alleen maar deze doelgroep, maar juist ook een bredere doelgroep, waar we heel vaak over met elkaar van gedachten wisselen, maar structureel aanbod eigenlijk nog niet hebben gecreëerd. Dat zou eigenlijk mijn vraag ook richting het college zijn. Sympathieke motie, maar het lost in mijn ogen of in onze ogen een heel klein probleem op.
En daarnaast, voorzitter, we hebben het ook gehad over de ETHOStelling. En we hebben nog steeds in al die jaren dat we met die Verandergroep Woonregels met elkaar in conclaaf zijn, hun problemen niet kunnen oplossen. Laten we ook zorgzaam zijn, waakzaam zijn, in politietermen te spreken, dat we hier geen valse hoop geven voor mensen die echt naarstig op zoek zijn naar een woning. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: De heer Van Dam Timmers, gaat uw gang. Interruptie. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Ik kan het verhaal eigenlijk van de heer Gündogdu goed volgen. En ik hoor u eigenlijk zeggen, dit biedt geen oplossing voor het totale probleem van huisvesting, en is het maar een kleine oplossing. Dat is denk ik een terechte constatering. Maar bent u dan van mening dat je beter niets kan doen dan iets kan doen? De plaatsvervangend voorzitter: De heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, zeker iets doen. Maar ik trek hem dan ietsjes hoger. Dan zeg ik, beste college, deze beraadslaging gehorend hebbende en al de andere beraadslagingen rondom woningtekort, neem het mee, kom met een structurele oplossing, niet alleen voor deze woningbehoeftigen, maar ook voor andere woningbehoeftigen die ook op zoek zijn naar woonruimte. Dat is mijn pleidooi. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter.
De plaatsvervangend voorzitter: De heer Van Dam Timmers nog met een korte interruptie.
95
De heer Van Dam Timmers: We delen natuurlijk die mening. Dat zit meer op het bouwen en ruimtelijke ordening. Gelukkig wordt er veel gebouwd, maar helaas niet voldoende nog. De heer De Heer: Voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Maar mevrouw Schnabel had ook een interruptie. Dan mag u daarna. En even een verzoekje, of de mensen op de tribune allemaal stil willen zijn, want ik begrijp dat het nogal rumoerig is achterin. Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. Een vraag aan de heer Gündogdu. Als wij namelijk moties indienen die gaan over 30 procent sociale huur en dat versterken, dan is er altijd medewerking. En dan zeggen we ook, we vinden dat het belangrijk is om dat binnen onze gemeente te regelen, want heel veel mensen zoeken een huis. En dan ligt er eigenlijk nu een casus voor waarbij mensen die daar ... Bij wie sociale huur niet passend is, maar een andere woonvorm nodig hebben. Dat daarvoor deze woonvorm heel geschikt is. En dat daar ruimte voor gezocht moet worden. Ik ben heel erg benieuwd hoe de heer Gündogdu dat ziet en hoe hij dat afweegt? De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, wederom, ik heb zojuist ook gezegd, dit is een sympathieke motie, maar ik wil een structurele oplossing.
Kijk, dit is een relatief kleine groep, maar een van de zoveel groepen die regelmatig bij ons op de publieke tribune zit van, help, ik heb geen woning. Mijn verzoek zou zijn, ook via de voorzitter, richting het college, dit allemaal gehoord hebbende, kom eens met een voorstel waarbij je al die subgroepen, sorry voor mijn woordgebruik, wel degelijk in je beleid opneemt. Waarvan we kunnen zeggen, dit is structurele vooruitgang voor naar de toekomst toe. Dat is mijn gedachtegang. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Tot zover dacht ik uw woordvoering? De heer De Heer: Voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Toch nog een vraag. Sorry. Ga uw gang, mijnheer De Heer. De heer De Heer: Er was nog een kleine vraag aan de heer Gündogdu. Want ik begrijp eigenlijk heel goed zijn gevoel. Op heel veel verschillende manieren zien we dat thema dan langskomen. Inderdaad bij de Woonvisie voor een deel. Binnenkort bij de Huisvestingsverordening, waar we met elkaar ook weer heel alert op kunnen gaan zijn. En tegelijkertijd dan ook heel specifiek voor zo'n specifieke doelgroep nu met dit voorstel. En ook vanuit de visie voor de Merwedehuusjes. Mijn vraag zou aan de heer Gündogdu zijn om ook met ons inderdaad daar heel erg alert op te blijven. Die scherpte die hij ook op dit moment toont, die hebben we echt nodig om dit thema, zo veelkleurig als dat het is, ook aan te pakken.
Maar is hij het wel met ons eens dat dit een van die momenten is om dan ook weer alert te zijn? En ook al staat het dan nu los van de rest, om wel met elkaar daar ook op te reageren?
96
De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, als de vraag is, zou u deze motie willen ondersteunen? Ja, uiteraard, want dit is wederom een signaal. Maar ik hoop dat dat dan vervolgens wel zijn vruchten afwerpt naar de toekomst toe. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. En duidelijk. Ik ga naar de volgende fractie. En dat is de SP. Mijnheer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. Dank aan het CDA voor de motie. Toch verbaast mij wel enigszins de noodzaak van deze motie, maar daar kan de heer Van Dam Timmers niks aan doen. Omdat het college twee jaar geleden al voornemens was om blijvend te zoeken naar nieuwe locaties voor na 2028. En dat er blijkbaar al afspraken waren met andere gemeenten in de regio om ook daar deze woonvorm uit te proberen. Ik hoor graag van het college waarom dat blijkbaar toen niet is gelukt in die andere gemeenten? Maar verder staan we wel positief tegenover dit initiatief. Dank. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Ik hoor vooral een vraag aan het college. Forum voor Democratie, mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank u wel, voorzitter. Wij snappen op zich wel de oproep van de motie. Ik zie alleen dat die niet volledig is. Ik heb zelf niet in de commissie gezeten. Als ik dan toch even kijk naar ... Want we zijn uiteindelijk akkoord gegaan met het voorstel om daar een hamerstuk van te maken.
Maar als ik hem er toch even bij pak, dan is een van de doelen dat met deze visie wordt gewerkt aan veilig en menswaardig onderdak voor personen die door een combinatie van problematisch gedrag nergens meer kunnen wonen. Die gaan we dan ergens stoppen. Een betere omschrijving van exclusie van de maatschappij kan ik eigenlijk zelf bijna niet verzinnen. En deze motie vraagt eigenlijk, kunnen we nog meer mensen excluderen van de maatschappij? En dan ben ik het toch wel eens met wat mevrouw Koene van Gewoon Dordt zegt, dan zou ik liever kijken naar een veel diepere oplossing dan gewoon het bieden van huisjes. Want we hebben ook wel kunnen zien dat als mensen bepaalde problemen hebben, wat voor problemen dat ook zijn, dat gewoon simpel het aanbieden van geld of een woning het onderliggende probleem niet oplost. De plaatsvervangend voorzitter: Mevrouw Pichel, er is een interruptie van mevrouw Schnabel van de PvdA. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. Ik begrijp dat mevrouw Pichel zorgen heeft. Maar dan eigenlijk een wedervraag. Begrijpt mevrouw Pichel wel het hele concept van Skaeve Huse, wat het juist ook succesvol maakt en waarom dat er juist zoveel vraag naar is? De plaatsvervangend voorzitter: Mevrouw Pichel.
Mevrouw Pichel: Even een wedervraag, hoe komt mevrouw Schnabel erbij dat mevrouw Pichel zorgen heeft? De plaatsvervangend voorzitter: Mevrouw Schnabel, kunt u iets concreter zijn?
97
Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. Misschien is het interpretatie. Maar ik hoorde mevrouw Pichel zeggen dat ze in ieder geval betrokken is bij de mensen om wie het hier gaat. En misschien is het de verkeerde interpretatie. En dan excuses daarvoor. Maar nog steeds geïnteresseerd in de beantwoording van mijn tweede vraag. De plaatsvervangend voorzitter: Duidelijk, mevrouw Pichel? Mevrouw Pichel: Ja. En de vraag is of dat ik in de gaten heb waar deze huisjes dan precies voor zijn en wat ze doen? Ja, want ik lees ook inderdaad wel gewoon wat hiervan de bedoeling is, maar blijkbaar lost dat nog niet het hele probleem op. En dat merken we ook uit de discussie, want dat het probleem nog blijft bestaan. En daarom zeg ik, ik zeg niet dat de motie niet goed is, ik vind hem alleen onvolledig. Ik denk dat we er nog wat aan toe kunnen voegen. Want uiteindelijk denk ik niet dat we het alleen maar moeten gaan vergroten, die exclusie van de maatschappij, maar je wil uiteindelijk natuurlijk een soort doorstroom hebben of een terugstroom hebben. Dat je daadwerkelijk onderliggende problemen gaat oplossen, zodat je niet alleen maar je doelgroep moet gaan vergroten, maar echt gaat werken aan de oplossing van het probleem. De plaatsvervangend voorzitter: Ik denk dat u antwoord heeft gegeven. U kunt door.
Mevrouw Pichel: En dank voor de vraag trouwens, want dat brengt me ook weer terug bij het stuk. En dat is ook een stukje van mijn woordvoering. Ik zou heel graag willen zien in zo'n motie of misschien een andere vorm van een motie dat we ook daadwerkelijk gaan kijken, wat is dat problematisch gedrag? Hoe kunnen we daaraan bijdragen? Er zijn manieren om om te gaan met mensen die ontzettend veel last hebben van dingen die ze meemaken in het leven. Daar werken we niet aan. We gaan nooit kijken naar de kern. We gaan nooit kijken van, wat ligt eraan ten grondslag en wat zijn de technieken om daar echt mee om te gaan? De heer De Heer: Voorzitter. Mevrouw Pichel: We stoppen ze weg in een huisje. Dat vind ik niet voldoende. De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer De Heer, interruptie. De heer De Heer: Voorzitter, het is echt een geïnteresseerde vraag aan mevrouw Pichel. Maar we hebben inderdaad daar in die commissievergadering met elkaar ook met de experts aan tafel gezeten, die de veelkleurigheid van de soorten problematiek in de stad kennen en ook deze specifieke groep met hun problematiek. Zoals het eerder ook werd genoemd, een soort van eindstation, waarbij de bewoners heel tevreden zijn, ook blij zijn dat ze deze, zij het afgezonderde plek, maar juist omdat ook de situatie zo is, zoals die is, heel passend is voor hun om daar te zijn.
De hulpverlening ziet dat andere dingen niet lukten. Dit wel. Bewoners daar zelf zeggen, dit is een plek waar wij graag zijn en ook het liefst echt willen blijven. Dan zijn zou mijn vraag toch aan mevrouw Pichel zijn waar dan haar opmerkingen over dat dit niet een geschikte oplossing zou zijn of niet een geschikte vorm zou zijn voor deze doelgroep vandaan komt?
98
De plaatsvervangend voorzitter: Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank u wel voor de vraag, aan de heer De Heer. Ik denk dat daar juist inderdaad de issue ligt. U geeft net al aan met deze woorden, men denkt dat het eindstation is. Die overtuiging op zichzelf is al een aanname. Er komen heel vaak mensen in mijn omgeving die denken dat er een eindstation is. Er zijn heel vaak mensen die, bij wijze van spreken, uitbehandeld zijn of het advies krijgen van een dokter, leer maar leven met de pijn. Er komen mensen bij mij die twintig jaar lang met pijn lopen, en vervolgens is er wel een oplossing, maar dat is een oplossing die nog nooit is aangeboden. Om zomaar aan te nemen dat het het eindstation is en dat er daardoor niks anders mogelijk is, dat is mijn overtuiging niet. Ik denk wel degelijk dat als we de kern raken, dat er andere oplossingen zijn en dat niks onmogelijk is. En daarom geloof ik niet in zo'n eindstation. De heer Van Leeuwen: Voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. De heer Van Leeuwen: Voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Ik hoor een interruptie van de heer Van Leeuwen. Gaat uw gang. De heer Van Leeuwen: Ik heb een vraag aan mevrouw Pichel. U zegt op zich wel terecht dat die mensen moeten, of moeten kunnen werken, laat ik het even zo formuleren, aan hun problemen. Het zou heel mooi zijn als ze dan met een goede oplossing zouden komen.
Maar waar wonen die mensen dan, terwijl ze aan het werk zijn aan hun problemen? Waar wonen ze dan volgens u? De plaatsvervangend voorzitter: Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank voor de vraag. Ik heb ook nooit gezegd dat we deze huisjes moeten afpakken. Ik heb ook niet gezegd dat de motie van de heer Van Dam Timmers slecht is. Ik vind hem alleen onvolledig. De plaatsvervangend voorzitter: Nog een interruptie van de heer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Toch nog wel behoefte aan een concreet antwoord. Want ik begrijp uw principes wel. Als je op straat loopt, heb je op dat moment betrekkelijk weinig aan verheven principes, maar wil je gewoon een dak boven je hoofd. Mijn idee is, je kan beter aan je problemen werken met een dak boven je hoofd, dan wanneer je gewoon op straat loopt. Hoe staat u ertegenover? De plaatsvervangend voorzitter: Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Voorzitter, ik denk dat ik dan in herhaling ga treden. Het bieden van een dak boven het hoofd is natuurlijk het punt niet. En daarbij is er nog een extra inspanning. Vandaar dat ik net had gezegd, wij zijn akkoord gegaan met het hameren van dit voorstel, omdat het een manier is om een deel van de oplossing te bieden. En dat is ook
99
wat het is, een deel van de oplossing. En in tegenstelling tot wat de heer De Heer van ChristenUnie/SGP zei, ben ik er niet van overtuigd dat dit het eindstation moet zijn. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Bent u ook klaar met uw woordvoering? Mevrouw Pichel: Ik denk dat ik zo voldoende heb gedeeld. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. De volgende fractie is de Fractie Stam. Mijnheer Stam.
De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Een dubbel gevoel met betrekking tot deze motie, omdat je iedereen een dak boven zijn hoofd gunt. En ook mensen die het wat sociaal moeilijker hebben in de maatschappij. Maar ik heb ook wel heel veel gevoel bij de woordvoering die de VVD heeft gedaan. En waarom heb ik dat? Mevrouw Koene heeft een aantal kritische punten genoemd. Als je de afgelopen tien jaar gaat kijken, zien we gewoon, en dat is een feitelijke conclusie, dat de regiogemeentes heel slecht bewegen. We hadden een regionaal woonplan met sociale woningbouw. Nagenoeg niet op gereageerd. Achterstanden. Veel mensen die naar de centrumgemeente Dordrecht komen. En dan is de vraag denk ik wel gerechtvaardigd, moeten wij hier alles oplossen? Dat denk ik dan niet. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter. De heer Stam: We zien ook dat onze woonruimteverdeling toch een andere verdeling kant van mensen die we een woning geven. Heeft vandaag weer een stukje over in de krant gestaan. De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Stam. De heer Stam: Wij maken zelf al keuzes. De plaatsvervangend voorzitter: Er is een interruptie van de heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, dan goede punten maakt de heer Stam. De regio is aan zet. Ik denk dat dat een terecht punt is.
Maar dat is juist het doel van deze motie, om ook die regio daarin in positie te brengen en de wethouder aan te moedigen daar hard mee aan de slag te gaan. Ik denk ook dat u dat zo moet zien. Hoe kijkt u daarnaar? De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Stam. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Ik heb eigenlijk al het antwoord op die vraag gegeven. Ik snap best wel dat de regiogemeentes ook moeten kijken. Ik zeg alleen dat de afgelopen jaren de feitelijke conclusie is dat we op veel gebieden niet bewegen. En natuurlijk is het hartstikke mooi dat we weer een wethouder een opdracht meegeven om dat te organiseren. Maar dan sluit ik toch wel aan bij de woordvoering van de VVD die zeggen, laten we maar eens even afwachten om te kijken hoe die regio dan zich gaat bewegen. Maar tegelijkertijd, en dat is een beetje het dubbele, gun ik ook iedereen een
100