CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.1 2025.02.04 Notulen Gemeenteraad Dordrecht - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 11 maart 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 4 februari 2025 en de Dordtse Dinsdag van 21 en 28 januari en van 11 en 18 februari 2025 Vergaderzalen 1, 3 en 545.711 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

De voorzitter: Als u dat vindt met zijn allen, ik heb de tijd, dan gaan we nu ... Hebt u de ruimte voor een termijn om elkaar te bevragen. Maar we hadden afgesproken een eerste en een tweede termijn. De eerste termijn te luisteren. Vervolgens vinden er interrupties plaats. Maar er zijn ook een aantal zaken die uiterst lastig op deze wijze en op dit moment te beantwoorden zijn. Maar als u daar de ruimte toe voelt, dan geef ik u ook die ruimte. Maar feitelijk en zakelijk ligt er een motie. En daarover moet tot een opvatting gekomen worden, omdat de indieners hebben gezegd, wij persisteren daarin. Maar ik wil u zeker de gelegenheid geven om daar elkaar te bevragen. De heer Den Heijer: Laat ik dan beginnen met te zeggen dat ik begrip heb voor een aantal zaken die gewoon gewisseld zijn. En ik zou mijn collega van het CDA daarop willen bijvallen, dat mevrouw Pichel stelt ook dat belang te onderschrijven ... En daar zijn we het volgens mij gewoon met elkaar over eens. Het is gewoon echt een zwaar dossier. Gaat alleen maar slachtoffers kennen in de toekomst. Daar zijn we ons allemaal van bewust. Dan past dat ons als raad een bepaalde terughoudendheid. En kun je dat via een motie afdwingen? Ik denk dat dat lastig is.

Maar als we met elkaar niet op het begrip komen dat het verzamelen van logboeken, het verzamelen van alle WhatsAppgesprekken, deelnemers van gemeenteraadsleden bij de gesprekken, dat is een hoge mate van onveiligheid creëren. Ik zeg niet dat dat bewust geïnitieerd is of dat je er helemaal op aanstuurt en dat alles fout is wat degene van wie ik nu van mening ben dat ik het gewoon oneens ben met de aanpak waar gekozen voor wordt, dat zeg ik niet. Maar ik ben wel benieuwd hoe dan degene die tegen de motie-indiener ageren dan daarnaar kijken. Want die hoge zucht van transparantie is feitelijk wel waar, dat je daarmee het onderzoek en de voortgang daarvan beïnvloedt. Ik zeg niet dat je dat bewust negatief beïnvloedt, maar het is wel een feit dat je daarmee ook effect kunt hebben. Ik ben gewoon in die zin benieuwd hoe bijvoorbeeld mevrouw Pichel daarnaar kijkt. De voorzitter: Mevrouw Pichel.

82

Mevrouw Pichel: Allereerst dank aan de heer Den Heijer, want ik vind het compleet terecht wat hij sowieso in het begin stelde. En ik ga hem heel graag antwoord geven op deze vraag. En wellicht ook de vragen die ik had gesteld of de opmerking die hij had gemaakt, daar kunnen we dan ook nog een reactie op verwachten. Ik herken wat de heer Den Heijer zegt, dat er natuurlijk een effect is. Ik denk dat het een heel lang gesprek is om ... En ik weet niet hoeveel ruimte we hier gaan krijgen. Maar natuurlijk is er een bepaald effect. En als we het gaan hebben over, waarom zijn er vragen ingediend of wat is uw mening over het effect van een Woo-verzoek op het onderzoek, dan wil ik even kijken wat daarin precies uw vraag is. Wat zou u precies willen weten? Want ik kan er natuurlijk heel uitgebreid antwoord op gaan geven. Misschien moet ik even een kleine introductie geven, dat heeft u misschien allemaal ook op social media kunnen lezen, maar waarom deze vragen? En even heel kort samengevat, waarom deze vragen? We hebben gemerkt dat, zoals ik net ook al aangaf, bepaalde betrokkenen een angst hebben en dingen niet durven te zeggen. En blijkbaar hebben ze dat wel durven zeggen tegen een aantal fracties. En dat is de reden waarom er vragen zijn gekomen. En informatie mag gewoon naar de oppervlakte komen, van welke kant het ook komt. Dat is de reden om vragen te stellen.

De heer Den Heijer: Mag ik daar een korte vraag over stellen? Want die mensen melden zich ook bij verreweg alle partijen waarschijnlijk in deze gemeenteraad. Ik moet zeggen, ik heb persoonlijk ook zo'n gesprek met een medewerker gehad. En dat raakt je, dat doet je gewoon vreselijk veel. En vervolgens, en dat is ook waar de burgemeester zojuist in appelleerde, stelt dat je voor de vraag, en hoe ga je daar dan mee om? Wat doe je daarmee? En daarin ligt volgens mij het verschil van inzicht in de keuze die Forum voor Democratie maakt en de keuze die de VVD maakt. En dan is de keuze wel gemaakt om inbreuk te doen op het onderzoek. Naar mijn opvatting, hoeft u het niet mee eens te zijn, maar dat is hoe wij daarnaar kijken. En ik ben ook gewoon echt benieuwd, als we het gewoon concreet hebben over logboeken die opgevraagd worden, deelnemers toevoegen, die nota bene lid van het hoogste orgaan zijn, bij gesprekken met mensen die zich onveilig voelen ... Dan ben ik gewoon benieuwd, waarom kiest u er niet voor, net als de andere partijen voor een groot deel ook doen, om deze mensen met een warme hand gewoon te begeleiden naar de professionals die dit onderzoek doen, die dit gewoon hun werk is om dit op een goede manier te doen, waar we ook vertrouwen in zouden moeten kunnen hebben die hun werk dan doen.

En naar de externe onafhankelijke vertrouwenspersoon, dat je die met een warme hand daar toegeleid. En als u zegt, dat vind ik lastig om daar in de openbaarheid over te spreken, dan zeg ik, laten we dat dan ook in het Presidium ... Omdat het wellicht ook persoonlijke elementen kan raken van die medewerkers. Maar ik ben toch benieuwd waarom u er dan voor kiest om instrumenten aan te wenden die zelfs buiten de raad liggen? Een Woo-verzoek is echt ... Dat gebeurt nooit. Dat u die route kiest en niet de route van met de warme hand begeleiden naar de professionals die daadwerkelijk verstand van zaken hebben. De voorzitter: Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Ik snap het. Dank u wel, voorzitter. Ik snap uw vraag. En ik denk inderdaad ook dat er een bepaald onderscheid hierin is van het stellen van artikel 39vragen of ook het deel, het indienen van een Woo-verzoek. Die snap ik. En ik denk dat dit ook de vraag raakt die ik eigenlijk eerder ook had gesteld, waarin de heer Den Heijer

83

zelf eerder ook had aangegeven, ik heb wel vertrouwen in het onderzoek en in het proces en in het onderzoeksbureau. En dat ik zei, maar wat als er inderdaad een hoop betrokkenen zijn die dat vertrouwen niet hebben? Mevrouw Van Vugt-Roose: Voorzitter. Mevrouw Pichel: Mag ik even mijn antwoord afmaken aan de heer Den Heijer. Dat is misschien wat handiger. Daar zit dat stuk om uiteindelijk toch wel die vragen in te dienen. En nogmaals, ik snap even het onderscheid van waarom dat Woo-verzoek erbij. Die wil ik er heel eventjes voor deze discussie dan uitlaten. Want waar het vooral om gaat, is dat er angst heerst en deze mensen dat dan niet durven te zeggen. En dat maakt het ook moeilijk om je dan te melden bij een onderzoeksbureau. En dat was uiteindelijk ook lastig in een situatie toen de vragen werden gesteld, dat wij van de wethouder een beantwoording kregen in het vragenhalfuurtje, waarin de wethouder vraagt aan het onafhankelijk onderzoeksbureau om voor haar antwoord te geven. Dat maakt voor mij persoonlijk niet uit. Maar u kunt zich wellicht voorstellen dat dat voor de betrokkenen heel erg moeilijk is, want voor heel veel betrokkenen is de gemeente de gemeente. En dan is dat hetzelfde. En dan is ook de wethouder de gemeente. En dan is zeker ook het dagelijks bestuur de gemeente.

En dan is ook het onderzoeksbureau, die nu het antwoord gaat geven voor het dagelijks bestuur, de gemeente. En dat is iets wat wij ook onder ogen moeten zien, dat deze betrokkenen dat toch anders ervaren. En dat is een reden geweest om ook inderdaad die vragen in te dienen. En de meningen over het Woo-verzoek, die kunnen verdeeld zijn. De voorzitter: Ik kom bij mevrouw Van Vugt en dan ... De heer Den Heijer: Mag ik afrondend nog een korte vraag ... Want ik ben ... De voorzitter: Ja. De heer Den Heijer: Volgens mij is er een soort gesprek gaande namelijk op dit moment. Dit hebben wij ook serieus meegewogen, dat het onderzoeksbureau, wat u zojuist stelt, dan degene is met wie de gesprekken worden gevoerd en niet de bestuurder waaraan u refereert. Tegelijkertijd is onze overtuiging, ik ben benieuwd hoe u daarnaar kijkt, geweest dat dat toch een goed idee is, omdat je alle schijn van inmenging van een bestuurder zou moeten vermijden om dit onderzoek op een juiste manier plaats te laten vinden en ook de positie van die medewerkers maximaal te respecteren om op een veilige manier te kunnen praten. Dat dat niet voor iedereen het geval, althans gevoeld wordt dat dat voor hen zo het geval is, kan ik niet over oordelen. Maar bent u het enigszins met deze gedachtelijn eens of zegt u, daar kijk ik echt op een hele andere manier naar? De voorzitter: Mevrouw Pichel.

En dan ga ik naar mevrouw Van Vugt. Mevrouw Pichel: Sorry voorzitter, ik probeer even een beetje de vraag samen te vatten. Bedoelt de heer Den Heijer eigenlijk ... Ik zit toch nog even met inderdaad het proces te vertrouwen of in ieder geval ... Sorry, kunt u het nog heel even herhalen, want dan heb ik hem even helder.

84

De heer Den Heijer: Refereerde aan het punt dat er gesteld werd dat het voor sommigen, en niet per se voor uw partij, als ongemakkelijk werd gevoeld dat het gesprek werd gevoerd met alleen het bureau, externen, de professionals die dit onderzoek begeleiden. En niet met de bestuurder in kwestie. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De heer Den Heijer: En ik vraag aan u, wij hebben dat ook overwogen. En wij zijn uiteindelijk tot de conclusie gekomen dat dat toch zuiverder is, omdat elke inmenging van een bestuurder ook het onderzoek weer kan beïnvloeden. En je zou de bestuurder niet in die positie moeten hebben. En dat zeker niet in relatie tot de medewerkers waar u onder andere voor zegt, en volgens mij wil de rest dat ook, in een veilige sfeer over dit soort problematiek kunnen praten. De voorzitter: Ik denk, mijnheer Den Heijer, dat u het met de nodige empathie en alles benadert en ook denk ik herkenbaar en heel zuiver schetst waar hier, laat ik zeggen, wat verschillen in zijn. En daar probeer je bij te komen. Dat snap ik. Ik zie dat ook. Maar ik denk dat het goed is dat we proberen ... Ik wil dadelijk een punt van orde doen om te kijken hoe dat vervolgen. Want ik zie mevrouw Van Vugt en mevrouw Stolk ook regelmatig die in willen springen.

Ik zou aan mevrouw Pichel vragen, kun je daar kort een antwoord op geven nu? En dan wil ik mevrouw Van Vugt en mevrouw Stolk, want dat vind ik wel netjes. Mevrouw Pichel: Even het korte antwoord, en daar kunnen we misschien later nog over praten, maar de reactie voor de heer Den Heijer is op dit moment, en misschien komt dat, omdat ik uit het bedrijfsleven kom, en dan zeg ik nee. Ik denk echt ook hier dat de bestuurder gewoon haar rol mag pakken. We hebben naar mijn meningen een integere bestuurder. En ik heb dat ... Dat kan ik hier niet uit. Maar goed. Want dat was tijdens de besloten vergadering. Maar ik mag het wel herhalen als hoe ik deze bestuurder zie. Een integere persoon, integere wethouder, die echt op haar manier gewoon connectie kan maken met de mensen. Daar is deze wethouder toe in staat. Daar verschillen we dan misschien in van mening dat ik wel vind dat het dagelijks bestuur, de voorzitter ervan, dat zelf kan doen. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. Ik zal me beperken tot een facet in wat ik net gehoord heb van mevrouw Pichel. U heeft het over de angst van medewerkers, exmedewerkers. En ik spreek ook medewerkers en ex-medewerkers. En natuurlijk die hebben angst, want wordt mijn verhaal wel geloofd? Maar wat ik nu zie gebeuren ... Ik ga toch dat voorbeeld noemen.

Er staat een huis in de fik en u zegt, kijk eens, daar staat een huis in de fik en ik weet waar het is en wie het is, maar ik ga het niet vertellen, want die persoon die nu dreigt te verbranden, die vertrouwt de brandweer niet. Maar er wordt wel naar de pers gelopen. En dat doet zeer. Alsjeblieft, als er informatie is, hierbij nog een onderstreping van het verzoek, deel die met degenen die daar wel iets mee kunnen. En u spreekt vertrouwen uit. Heb ook vertrouwen in die externe vertrouwenspersonen. En ik zou daar graag een korte reflectie op willen.

85

Mevrouw Pichel: Dank u wel aan mevrouw Van Vugt. Ik snap de vergelijking met de brandende woning. En ik zou mevrouw Van Vugt graag een andere vergelijking willen geven. Als er een persoon is bij wie ik als vertrouwenspersoon iets moet melden ... Laat ik misschien een soort van concreet voorbeeld noemen. Mijnheer Den Hartog is mijn vertrouwenspersoon. En ik kan bij hem bepaalde dingen melden. Dat ik bijvoorbeeld wat opmerkingen heb gekregen en iemand mij bij de koffiemachine iets heeft aangedaan. En de heer Schalken is degene die dat heeft gedaan. Dan ga ik natuurlijk niet naar hem toe om te melden dat hij mij heeft aangeraakt bij de koffiemachine. Gelukkig weten we allemaal dat de heer Schalken geen enkele behoefte heeft om mij aan te raken bij de koffiemachine. Dat is helder. Maar mocht hij daar zin in hebben en hij is de vertrouwenspersoon, dan ga ik niet naar hem toe. Mevrouw Van Vugt-Roose: Het gaat om een externe vertrouwenspersoon. Extern. Niks met de organisatie. Die is er expres bij gehaald. Mevrouw Pichel: Dat snap ik. Mevrouw Stolk: Voorzitter. Mevrouw Pichel: En ik denk dat dat het antwoord is wat ik ook daarnet aan de heer Den Heijer gaf, is dat de personen het kunnen zien als één. De voorzitter: Maar is het misschien goed om nu eerst mevrouw Stolk ... Mevrouw Stolk: Voorzitter, ik ben trouwens blij met de woorden die de heer Den Heijer net sprak.

Dat deed hij inderdaad op een hele nette manier. Tegelijkertijd bereiken ons ook signalen dat er gestuurd wordt vanuit de Sociale Dienst, vanuit Hoge Raad, vanuit het MT, ik heb het ook nog aangegeven, dat de Sociale Dienst Drechtsteden zat te vergaderen bij Van der Valk en het onderzoeksbureau zat in datzelfde hotel bij Van der Valk. Diezelfde dag ben ik door diverse mensen gebeld. En dat maakt dat er wantrouwen is. Dat maakt dat we elkaar niet meer vertrouwen. We zijn aangesproken. We worden achter ons broek gezeten. En dat heb ik net ook al geprobeerd te zeggen. Het doet het niet goed als mensen in de wandelgangen ... En natuurlijk mag je elkaar aanspreken. De heer Den Hartog: Voorzitter. Mevrouw Stolk: Maar het paniekvoetbal wat er nu gebeurt, heb ik in mijn hele politieke loopbaan nog nooit meegemaakt. En dat wekt wantrouwen. En nogmaals, er ligt nu een motie, we moeten er iets van vinden. Eerlijk gezegd wilde ik er eigenlijk helemaal niets van vinden en ter kennisgeving aannemen. En de indieners van deze motie willen dat gesprek aan. Ik denk, wat de heer Den Heijer ook zegt, is dit niet ... Je moet het wel in de openbaarheid doen, want wij zijn ook van, doe het in de openbaarheid. Maar is dit het gremium waar we elkaar de oren moeten wassen hoe we met bepaalde vragen omgaan of hoe we dingen moeten duiden? Daar komen we niet uit. Daar komen we vandaag echt niet uit.

86

De voorzitter: Beste mensen, ik denk dat ... Wie? Mijnheer Den Hartog. En dan wil ik proberen, ook gezien het Reglement van Orde, dat is buitengewoon formeel, tot een afronding te komen. Maar niet een afronding met een punt, omdat ik denk dat daar nog wat meer over gesproken moet worden. De heer Den Hartog. De heer Den Hartog: Dank u, voorzitter. Kijk, er is heel veel emotie in dit gesprek. En soms is het handig om ook even tot drie te tellen, even diep adem te halen. Kijk, er zijn heel veel zaken, die kun je op allerlei manieren opvatten. En dat betekent niet per se dat de ene opvatting of de andere interpretatie daarmee waar is. Bijvoorbeeld dat voorbeeld van, ze vergaderen in hetzelfde gebouw, vind ik juist een voorbeeld van onafhankelijkheid. Ze wisten het niet van elkaar. Het is in de commissie uitgebreid beschreven hoe ze dat zeer professioneel hebben opgelost, zodat ze elkaar niet tegenkwamen. Dit komt juist tot stand doordat beide partijen ... Dat er geen inmenging is. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De heer Den Hartog: Het was beslist geen afspraak of zo. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De heer Den Hartog: Je kunt wel alles niet vertrouwen, maar dan houdt het wel een beetje op. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, wij zijn daar toch een andere mening over toegedaan.

Als je merkt dat het zo leeft in de stad onder de medewerkers, onder het HR, MT, dan gaan toch alle toeters en bellen rinkelen. En ga je toch als Sociale Dienst Drechtsteden of het onderzoeksbureau met elkaar in gesprek van, jongens, er klopt hier iets niet. Een van ons gaat hier weg om de veiligheid van die medewerkers te waarborgen. En dan kunt u dat proberen goed te praten, maar dat gaat er bij ons niet in. De heer Den Hartog: Maar voorzitter, nu zijn we een commissievergadering aan het overdoen. Dat heeft weinig zin, denk ik. Ik denk dat daar een afdoende antwoord op is gegeven. En als je dat afdoende antwoord niet accepteert of niet vertrouwt, dan houdt het ook op. Het gaat natuurlijk ook over vertrouwen. En dat raakt natuurlijk ook aan bij gesprekken willen zitten, omdat de ene persoon dat prettig vindt. Het houdt nooit op, want dan is er een andere persoon die dat weer niet prettig vindt. En als we daar dan weer rekening mee houden en iets anders, dan vindt weer een derde persoon dat niet prettig. Het einde is zoek. En dat is nooit een oplossing. Op dit moment, wat mij betreft, als ik er gewoon naar kijk van, wat ligt er feitelijk op tafel, is er geen reden om het onderzoeksbureau ... Om daar wantrouwen tegen te hebben. En we hebben met zijn allen afgesproken, eerst de resultaten, dan kunnen we het daarna over de resultaten hebben.

Dat gesprek ga ik heel graag aan, want ook ik, ook GroenLinks wil graag alles weten.

87

De voorzitter: Ik denk dat ... Het is 18.40 uur. En ik stel voor dat we ... En zo werkt het ook in de raad. Er is een motie ingediend. Er is een schorsing geweest. De indieners persisteren. En u heeft met elkaar uitgebreid gesproken. Daar ligt ook aan de grondslag, waarvan ben je als raad, waarvan ben je als college en hoe vul je dat in? Dat verdient vervolggesprekken. En ik denk dat dat ook hard nodig is. En tegelijkertijd is een gemeenschappelijke regeling in redelijk lastig weer. En dat zal ook zijn dynamiek krijgen in de beoordeling. En u mag ervan op aan dat het bestuur, ook het college van uw stad, alles eraan doet om dat met de grootst mogelijke inzet, zorgvuldigheid en integriteit ter hand te nemen. En daar is men al mee doende. En in het bijzonder de portefeuillehouder die daar meer dan de nodige uren aan kwijt is. Meer en meer dan gewenst is misschien. Maar dat moet. En tegelijkertijd denk ik dat het goed is dat wij ook in het Presidium, en ik pak dat graag op, eens kijken wat dit betekent? Hoe zien we dat, wat is de cultuur, wat is de omgangsstijl? Maar tegelijkertijd heeft ieder ook recht op zijn beleving en benadering van het vraagstuk. En geen misverstand, ik denk dat het ook goed is dat we hier het gesprek hebben gehad, omdat mensen ook kunnen zien dat wij als volksvertegenwoordigers en bestuur soms kunnen worstelen en het niet allemaal zwartwit is.

En in dat opzicht vind ik het eigenlijk wel, hoe raar het ook klinkt, goed zoals u met elkaar gesproken hebt. Maar ik zeg wel, als de motie dadelijk in stemming is gebracht en u gaat naar huis, laten we elkaar ook heel houden. Dat ieder zijn esprit vasthoudt voor het werk waar u voor gekozen bent door de mensen. En dat geldt, vind ik, voor ons allen. En ook hier en daar met harde woorden die gesproken zijn of die niet gemakkelijk voelen. Neem even daar ook de tijd voor met elkaar. Want we hebben de opgave om die hele lastige klus, opgave tot een eind te brengen. En dat kost nog wat energie. En daarvoor zijn we ook volksvertegenwoordiger. En dat is ook af en toe ivoordraaien. Ivoordraaien betekent dat je niet snel alles voor elkaar hebt. Maar ook kijken wat die verschillende verantwoordelijkheden zijn. En dat loopt hier ook als een rode draad. Ben je heel proactief of doe je ... Dat is verwoord. U heeft het gedeeld. En daarmee zou ik eigenlijk tot afronding komen om de motie in stemming te brengen. Want de heer Van der Spoel en mevrouw Koene hebben gezegd na de schorsing, wij handhaven de motie. Ik stel voor dat u kunt stemmen. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter. De voorzitter: De heer Schalken, stemverklaring? Gaat uw gang. De heer Schalken-den Hartog: Graag een stemverklaring, voordat de motie in stemming wordt gebracht.

Vanuit Beter voor Dordt zagen we wel sympathie voor de boodschap van de motie. Maar daarnaast vinden wij echt dat ieder raadslid op zijn eigen manier ook het recht heeft om alle instrumenten te gebruiken die ze hebben. En met de hoop die we hadden om de motie niet in stemming te brengen, zullen we de motie niet ondersteunen. De voorzitter: Andere leden nog? Mevrouw Schnabel, Partij van de Arbeid. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. Wij zullen de motie steunen, omdat we de oproep steunen. De voorzitter: Duidelijk. De heer Hartmeijer: Voorzitter.

88

De voorzitter: Dan de heer Hartmeijer, SP. De heer Hartmeijer: Dank. Ik was het eens met de heer Van der Spoel. Ook met wat de heer Den Heijer vanavond zoal gezegd heeft. Maar ook met u, voorzitter, in beide termijnen. Ik blijf erbij dat de fracties gewoon hun eigen verantwoordelijkheid hierin moeten nemen. Je zag net al meteen een soort discussie van, wat versta je onder verstoren? Daar kwam je niet uit. Daar wordt anders over gedacht. Om die reden zullen wij tegenstemmen, omdat we deze methode van een motie niet zo verstandig vinden op dit moment. De voorzitter: Ik wil u nog wel toevoegen, 4 april is er, dacht ik, een raadsledendag, onder andere geagendeerd, hoe gaan we met elkaar om? Ik vind dit ook een interessant thema ter agendering. Maar dat terzijde. Wie nog van u? Mevrouw Pichel: Voorzitter. De voorzitter: Gaat uw gang, mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Ik wilde toch wel in de stemverklaring aangeven, we steunen hem niet. En eigenlijk om een andere reden dan men misschien zou denken. Want het is niet omdat wij vinden dat er onzin staat in de motie, maar dat het niet de manier en het instrument is om dat hier toe te passen. Wij zouden toch de voorkeur geven aan inderdaad een andere benadering of op een ander punt of op zijn minst het persoonlijk gesprek, om daarmee te beginnen. En dat is de reden waarom we deze niet steunen.

De voorzitter: Nog andere leden? Dan kunt u stemmen. Voor de motie hebben gestemd 25 leden van uw raad. Tegen 13. Tegen hebben gestemd Beter voor Dordt, DENK, Forum voor Democratie, Op Ons Eiland, SP, Fractie van Leeuwen, Fractie van Waardhuizen en de VSP. De motie is aangenomen. Dan kom ik bijna aan de afsluiting. Maar ik wil nog bij een ding stilstaan. En dat is toch iets wat ook leven geeft. Het is vandaag voorlopig de laatste vergadering van mevrouw Nieuwland van de ChristenUnie/SGP. En ik mag denk ik zeggen, het zal u niet ontgaan zijn dat u in blijde verwachting bent. En ik denk zelf dat iedereen u een fantastische zwangerschap wil wensen, maar ook met de komst van een hele mooie baby. Dat is altijd toch een wondertje. Misschien wel het grootste wonder. En dat betekent, ik weet niet of daar voor de toekomst een parkeervergunning voor nodig is, maar wat ik u vooral toewens een hele mooie zwangerschap en geniet van die tijd. En ik ben ook blij dat in ieder geval de heer Droog bereid is gevonden tijdelijk uw plaats in te nemen. Ik zie u niet meer in deze zaal terug, denk ik dan. Maar ik hoop u dan wel te bewonderen met uw kleine als u een keer in Dordrecht langs de mooie wateren passagiert. Ik wens u veel goeds namens ons allemaal. Ik sluit deze vergadering. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 11 maart 2025.

De griffier,

De voorzitter,

89

A.E.T. Wepster

P.A.C.M. van der Velden

90

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/896/documents/38193