2.1 2024.11.05 Notulen Gemeenteraad Dordrecht - concept.pdf
Tekst van het document
Maar waar het gaat om bijvoorbeeld afvaldumpingen, waar het gaat om bijvoorbeeld mensen die afval bij hun buurman of buurvrouw gaan aanbieden, waar het gaat om de groepen die niet zomaar zware zakken kunnen aanbieden, zoals ouderen in de afvalbak, waar het gaat om gemeentes die bijvoorbeeld op grote schaal camera's hebben neer moeten zetten, daar worden allemaal kosten gemaakt. En ik weet dat het verwijt is van de GroenLinks naar de VVD soms dat wij alleen maar naar de kosten kijken, maar dit heeft ook heel veel maatschappelijke gevolgen. En het zou inderdaad goed zijn, en daar kunt u ook aan meedoen, dat we niet vanuit één perspectief daarnaar kijken, maar breder. En daar helpt dit amendement volgens mij juist bij.
84
Mevrouw Van Engelen: Voorzitter, nog een antwoord dat ik echt nodig heb. Waar heeft de VVD deze informatie op gebaseerd? Want er wordt nu een verhaal geschetst wat blijkbaar ergens vandaan komt, terwijl in Dordrecht is de diftar nog niet doorgegaan. Hoe komt de VVD aan deze informatie? De voorzitter: Mijnheer Den Heijer. De heer Den Heijer: Ik zou bijna zeggen, het is bijna onmogelijk om het niet gezien te hebben. Maar bijvoorbeeld een buurgemeente als Zwijndrecht heeft het ingevoerd. Daar wordt door sommigen over gezegd dat dat positief is. Als wij daar de resultaten van zien, daar slaan wij niet steil van achterover. En nogmaals, er komen echt veel aspecten bij kijken. En als wij dit daadwerkelijk gaan invoeren en niet goed kijken naar bijvoorbeeld de andere prikkels die we kunnen toevoegen, het voorkomen van afvaldumpingen, het zo laagdrempelig maken, ook bijvoorbeeld voor de groepen, dat noemen we dan de mensen die kwetsbare groepen zijn met een kwijtscheldingsregeling, daar zitten ook heel veel voorwaarden nog aan verbonden hoe je dat goed kunt doen. Want als je diftar, het betalen per zak, invoert, dan zou bijvoorbeeld voor deze groep gelden dat ze gewoon bij moeten gaan dragen of dat je zegt, iedereen in de stad die afvalstoffenheffing betaalt, kan die zak aanbieden en betaalt gewoon per zak, behalve de mensen die van de kwijtschelding gebruikmaken.
En ook dat zijn maatschappelijke aspecten waar je volgens mij gewoon nog een keer goed over na moet denken. De wereld heeft, nogmaals, de afgelopen 4,5 jaar niet stilgestaan. De voorbeelden in andere steden zijn te vinden. Ik heb net het voorbeeld van Enschede gebruikt, waar 20 camera's bij afvalbakken geplaatst zijn, omdat er zoveel naastplaatsingen waren na de invoering van betalen per zak dat dat helemaal uit de klauwen liep. Mevrouw Van Engelen: Voorzitter, voordat we van Dordrecht naar Zwijndrecht naar Enschede gaan, toch even iets rechttrekken. Dat de vergelijking met Zwijndrecht misschien niet helemaal eerlijk is, want daar is het tarief hoog gebleven plus de diftar. En dat gaan we in Dordrecht anders doen. En daarnaast staat heel duidelijk in de evaluatie dat de Dordtenaar het erg serieus neemt ,het erg goed doet op de afvalscheiding en er zelf op vooruit zal gaan. Laten we niet de grote groep die nu zelf control neemt over hun afvalkosten straffen, omdat er een kleine groep is die zich er niet aan kan houden. De heer Den Heijer: Dat vind ik een interessant gegeven. En ik denk dat het verstandig zou zijn om dat ook in het voorstel te verwerken dat waar het gaat om de tarifering dat mevrouw Van Engelen daar misschien meer over weet dan ik. En dat het goed zou zijn om dat inderdaad met elkaar goed vast te stellen. De voorzitter: Gaat u verder.
De heer Struijk: Voorzitter, ik had ongeveer gelijk met mevrouw Van Engelen ook een paar vraagjes. Zou ik die mogen stellen? De voorzitter: Gaat uw gang, mijnheer Struijk. De heer Struijk: Eerste vraag is dan, mevrouw Van Engelen constateerde dat bij de VVD kennelijk er een omslag in denken is gekomen.
85
De voorzitter: Maar de vraag is voor de heer Den Heijer, neem ik aan? De heer Struijk: Uiteraard, hij is voor de heer Den Heijer. Maar dit is naar aanleiding van wat mevrouw Van Engelen zei. Er is een omslag gekomen blijkbaar in het denken van de VVD, die in 2021 nog zo dachten en nu zus dachten. En dat komt volgens de heer Den Heijer door ontwikkelingen. En dan doelt hij op die bijplaatsingen. Dan is mijn eerste vraag, beschikt de Dordtse VVD over gegevens waaruit blijkt dat het aantal bijplaatsingen nu veel hoger is dan in 2021? En de tweede vraag, het standpunt van de VVD in 2022 was, wij vinden het eerlijker als huishoudens die minder afval hebben ook minder afvalstoffenheffing betalen. En wij steunen de zoektocht naar een verfijnder systeem. Als diftar niet het verfijnde systeem is, wat is dan volgens de Dordtse VVD wel een verfijnder systeem, waarbij de lasten eerlijk terechtkomen bij degene die veel afval heeft? De voorzitter: Mijnheer Den Heijer. De heer Den Heijer: Om met dat laatste beginnen, dat valt nog maar te bezien onder welke voorwaarden we aan de slag gaan met diftar. Het is niet zomaar gezegd dat de VVD betalen per zak per definitie bij het afval parkeert, om maar even in het thema te blijven. Maar wij zeggen wel, en u vraagt naar voorbeelden, dat is eerder ook gewisseld, de stad is nog niet schoon, verre van.
En het kost klauwen met geld om alle boa's en alle mensen van de reinigingsdienst de wijken weer in te sturen om de boel schoon te krijgen. Bij herhaaldelijke verzoeken en vragen van de VVD om camera's te plaatsen bij afvalbakken is tot nu toe dat nog niet mogelijk gebleken of in ieder geval niet gebeurd. Dan hebben wij wel serieuze zorgen. En je ziet ook nu dat de raad tussentijds probeert bij te sturen. Bijvoorbeeld de aangenomen motie van, naar afvalZen. Daar zie je dat het openstellen van een pilot voor afvalbakken, zodat we iedereen de ruimte geven om hun afval aan te bieden, dat druist al een beetje in tegen het grondstoffen beleid, wat we nu ruim vier jaar geleden hebben vastgesteld. Je ziet ook dat deze raad daar allerlei verschillende ideeën over heeft, die het op een manier wil doen waar je in ieder geval op het gebied van afval goed rekening houdt met de effecten die optreden. En andere gemeentes zijn gelukkig eerder geweest, waardoor we daar na die 4,5 jaar ook een hoop van kunnen leren. De heer Struijk: Voorzitter, ik heb heel goed geluisterd naar de heer Den Heijer, maar ik heb geen antwoord gekregen op mijn vragen.
Beschikt de VVD over gegevens waaruit blijkt dat de afgelopen drie jaar de bijplaatsingen en de hoeveelheid zwerfafval toegenomen zijn, zodat hun zorg terecht is? En het tweede, wat voor een verfijnd systeem zou de VVD dan graag willen zien, waardoor de lasten terechtkomen bij degenen die het meest afval heeft? Ik heb die antwoorden niet gehoord. De voorzitter: De heer Den Heijer. De heer Den Heijer: Nogmaals, de VVD is gewoon van het begin af aan niet een uitgesproken voorstander geweest van betalen per zak. Laten we dat even allereerst met elkaar opmerken. En waar het gaat om de exacte gegevens van de naastplaatsingen, op dit moment zijn er volgens mij nog handhavers in de wijk bezig om afvalzakken te
86
controleren en te kijken waarom die naast geplaatst zijn. Het is niet dat wij erg veel brieven binnenkrijgen van bewoners die zeggen, VVD, wat is het ontzettend schoon in onze staten. En wat fijn dat dat allemaal zo goed voor elkaar is. Ik denk dat we hier een van de grootste uitdagingen van onze stad te pakken hebben. En als het gaat om de naastplaatsingen, daar maken wij ons zorgen om. Daar krijgen we ook veel berichten over. En dat vinden wij alleszins redelijk, als je dan zo'n ingrijpend systeem invoert, dat je dan nog een keer even een adempauze neemt, nog eens even naar de feiten kijkt die zich de afgelopen 4,5 jaar hebben voorgedaan. Mevrouw Van Vugt-Roose: Voorzitter. De heer Den Heijer: Ik vind uw suggestie met die ontwikkeling overigens ook een terechte om daarbij mee te nemen. Maar kijk ook naar de effecten die hebben opgetreden bij gemeentes, want ik ben bekend van het voorbeeld dat bijvoorbeeld ook aan het begin naastplaatsingen behoorlijk omhooggaan en dan later iets afvlakken. De voorzitter: Interruptie van mevrouw Van Vugt. De heer Struijk: Een laatste opmerking, als het mag? De voorzitter: Dan de laatste opmerking, anders dan denk ik, er komt ook nog en tweede termijn. De heer Struijk: Klopt. Maar het betalen per zak heb ik niet genoemd. Ik heb het gehad over een verfijnder systeem.
En dat heb ik gewoon, misschien weet de heer Den Heijer het niet, maar ik denk het wel, letterlijk uit hun verkiezingsprogramma gehaald. Ik ben heel benieuwd hoe hij dat dan ziet. En daar heb ik echt het antwoord niet op gehad. En ik maak me met hem zorgen over de bijplaatsingen, laat dat helder zijn. Dat is ons ook een doorn in het oog. De voorzitter: Dan mevrouw Van Vugt-Roose. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. Ook wij maken ons zorgen over de bijplaatsingen. Maar we vragen ons af, ligt dat aan het systeem... Die vraag wil ik eigenlijk aan de heer Den Heijer stellen. Ligt het volgens u aan het systeem of ligt het aan de mensen? En wat is dan vervolgens de oplossing? Maar dat hoeft niet verder beantwoord te worden. Gewoon systeem of mensen? De heer Den Heijer: Dat zou aan beide aspecten kunnen liggen, wat mij betreft. De heer Venderbos-Lambinon: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, de heer Den Heijer heeft het over zwerfafval, waar wij ons natuurlijk ook erg zorgen over maken. En dat heeft hij uit eigen onderzoek gezien. Dat klopt. Zien wij ook. Maar is de heer Den Heijer op de hoogte van het onderzoek dat uitgevoerd is door onderzoeksbureau IPR Normag in 2021? Waar is gekeken naar de effecten van diftar op zaken als afvalscheiding, afvalstoffenheffing, openbaar ruimte, zwerfafval.
En dat de onderzoeken aantonen dat diftar een succesvol instrument is om dit allemaal te verminderen. Kent de heer Den Heijer dit onderzoek?
87
De voorzitter: De heer Den Heijer. De heer Den Heijer: Mijnheer Den Heijer kent dit onderzoek niet. We hebben eerder wel een sessie in de commissie gehad, waar het ging over nascheiding. En daar kwam het aspect van betalen per zak, diftar, ook nadrukkelijk aan de orde. En de mensen die daar erg veel verstand van hebben, hadden uiteenlopende opvattingen hierover. De voorzitter: Gaat u verder, mijnheer Den Heijer. De heer Den Heijer: Dank, voorzitter. Het voorstel is inderdaad dat we dan nu, 4,5 jaar en een aantal ervaringen in andere gemeenten rijker, voordat er daadwerkelijk gestart wordt met het betalen per zak, een voorstel willen ontvangen waarin de effecten in andere steden zijn opgenomen, met name op het gebied van afvaldumpingen. Voorzitter, het geld voor de openbare orde en overlastbestrijding is wat onze fractie betreft onmisbaar, maar helaas tijdelijk. En het geld en de middelen voor de extra handhavers ook. Terwijl we ze alle zeventig minimaal zouden willen behouden en nog zichtbaarder in onze straat. Ook de SP en GroenLinks, als we hun moties lezen, steunen deze opvatting. Het aantal verkeersongelukken is in Dordrecht helaas opgelopen. Het afgelopen jaar het hoogste aantal sinds 2012. En laat net verkeersveiligheid een van de topprioriteiten zijn van het Integraal Veiligheidsplan.
En zelfs die cruciale middelen, waar ook nog eens de lokale aanpak voor criminaliteit en ondermijning uit wordt betaald, zijn tijdelijk. Welke mogelijkheden ziet het college om de middelen voor de uitvoering van het IVP structureel op te nemen vanaf 2026, om deze wettelijke taak gewoon uit te kunnen blijven voeren? De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter. Deze kant. De voorzitter: Mijnheer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: De heer Den Heijer vraagt aan het college welke mogelijkheden zij zien. En welke mogelijkheden ziet de VVD? De voorzitter: Mijnheer Den Heijer.
De heer Den Heijer: De VVD vindt het opmerkelijk. En dat zou eigenlijk wat ons betreft gewoon een apolitieke keuze zijn. Een Integraal Veiligheidsplan is wettelijk verplicht om eens in de vier jaar vast te stellen. En dat is eigenlijk alles wat je doet op het gebied van veiligheid in de stad. Met name hebben we als raad toegevoegd verkeersveiligheid. En het is in ieder geval in de veertig grootste gemeenten van Nederland al dat niet gebruikelijk dat dat structureel in je begroting belegd is. Dat is een opmerkelijke constatering in onze begroting dat dat niet zo is. Gelukkig hebben we dat incidenteel weten te regelen. Maar aangezien we met een ombuigingsopgave bezig zijn, waar het woord buigen in zit, zien wij mogelijkheden om dat toch te doen, omdat het logisch zou zijn bij de uitvoering van een wettelijke taak. Dat was wel een antwoord, maar misschien niet het antwoord wat u beviel. Dan preventief fouilleren. Als je ziet wat er wordt aangetroffen bij preventieve fouilleeracties in de wijken, daar word je gewoon stil van. Messen, vuurwapens, illegaal vuurwerk en zelfs geïmproviseerde wapens. Het aantal
88
zware geweldsincidenten nam zelfs toe. En er zijn verschillende explosies geweest. Niet normaal. Mevrouw Kruger: Voorzitter. De heer Den Heijer: Wat ook niet normaal is, voorzitter, is dat we onze agenten met twee handen op de rug de straat opsturen. De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Voorzitter, het is af en toe moeilijk om de heer Den Heijer een punt te zien zetten achter zijn zinnen. Dat is VVD een beetje eigen, denk ik. Maar met preventief fouilleren moet ik natuurlijk wel even reageren, omdat GroenLinks recent wat vragen naar het college heeft gestuurd omtrent het preventief fouilleren. Want datzelfde wil ik eigenlijk aan de heer Den Heijer vragen. Hij noemt nu vele wapens, vuurwapens en messen en dergelijke. Terwijl als je kijkt naar preventief fouilleren, is er een enkele keer een vuurwapen ontdekt en een enkele keer wat messen. En ik heb eens een beetje gezocht op internet, voorzitter. Precies tien jaar geleden heb ik meegelopen, dat was in 2014, met preventief fouilleren, omdat er toen ook zoveel reuring was, met name vanuit de VVD, dat er veel meer messen en wapens op straat waren. Ik vraag me dan ook af, en misschien kan de heer De Heijer mij toch overtuigen waarom dat het zo belangrijk is, wat er nu veranderd is? Want we blijven in dezelfde vorm zitten met preventief fouilleren. Dat moet het middel zijn om het veiliger op straat te brengen.
Terwijl we blijven in dezelfde modus zitten. Ik kan zeggen, veertig jaar geleden hadden we juist bij de uitgaanscentra metaaldetectorpoortjes. Dat was het begin van preventief fouilleren. En sinds die tijd is er niks veranderd. Moet er niet toch meer aan de preventiekant, het opvoeden van onze kinderen, het opvoeden van de maatschappij, zitten om het veiliger te maken. Er verandert niets. Wat ziet de heer Den Heijer wat er mogelijk wel verandert? De voorzitter: Mijnheer Den Heijer. De heer Den Heijer: Allereerst, ik bied u een lidmaatschapskaart aan van de VVD, want u bent er ook erg goed in om hele lange zinnen te formuleren. Mevrouw Kruger: Dank, voorzitter. Ik heb het geleerd. De voorzitter: Mijnheer Den Heijer. De heer Den Heijer: Dat is positief. En ik hoop dat u van het volgende wat ik hier ga zeggen ook leert, want dat is eigenlijk precies het punt wat ik wilde gaan maken. Want is het normaal dat we onze agenten met twee armen op de rug de straat op sturen? Je ziet namelijk dat verreweg de meeste wapens, in bijvoorbeeld Krispijn, werden aangetroffen door meldingen en niet door preventief fouilleren. En dat komt niet omdat fouilleren niet werkt, zoals sommige tegenstanders dan roepen, maar doordat twee agenten tijdens hun reguliere rondje niet eens meer mogen preventief fouilleren.
Er moet namelijk altijd een derde waarnemer aanwezig zijn, met als gevolg dat er alleen maar geplande fouilleeracties zijn. En dan is de verrassing er natuurlijk al snel af en hebben criminelen vrij spel. Onze vraag aan de burgemeester is, kunnen we...
89
Mevrouw Kruger: Voorzitter, ik zou toch graag van de heer Den Heijer willen horen wat er nu veranderd is in, pak hem beet, 40, 45 jaar door inmiddels preventief fouilleren? Want de heer Den Heijer kan wel roepen over agenten met de handen op de rug en dergelijke. Het is een beetje afdwalen van het fenomeen preventief fouilleren, denk ik. De voorzitter: Dan zou ik de heer Den Heijer willen vragen terug te gaan, vijftig jaar. Mevrouw Kruger: Het wordt, denk ik, een beetje lastig, voorzitter. Toen was hij nog niet eens in de maak. Maar dat geeft niet. De voorzitter: Maar daarom net. De heer Den Heijer. De heer Den Heijer: Dan moet ik toch de geschiedenisboeken even hier de ruimte in slepen. Ik vind dat een interessante vraag, want daar kan ik met mijn leeftijd niet zomaar op ingaan. Maar wat we wel zien, is dat de manier hoe we nu preventief fouilleren, hoe we dat nu vragen van onze mensen bij de politie, dat dat gewoon op zo'n slechte manier geregeld is en zo ineffectief is en we het op een veel effectievere manier zouden kunnen doen als we dat op een andere manier doen. En dat is ook de vraag die wij willen stellen aan de burgemeester, kunnen dit soort slechte ideeën uit Amsterdam voortaan daar blijven? Dat is onze eerste vraag. Mevrouw Kruger: Voorzitter.
De heer Den Heijer: En kunt u het stoppen hiervan bespreken in de driehoek, zodat we ook weer ad hoc aselecte controles toestaan, waardoor, wat GroenLinks terecht opmerkte, de pakkans daardoor vergroot wordt en we meer wapens kunnen vinden, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Voorzitter, ik vind het een beetje kwalijk dat de heer Den Heijer nu zou uitroepen dat GroenLinks tegen preventief fouilleren zou zijn, net als dat in Amsterdam het afgeschaft is. Dat zijn wij zeker niet. We zijn niet tegen preventief fouilleren. We vragen ons wel degelijk af of dit middel, want het is een vrij zwaar middel om mensen te fouilleren, welke mensen dan ook, opweegt ten opzichte van wat er gevonden wordt. En de heer Den Heijer geeft wel aan het ad hoc of zo gaan preventief fouilleren. Volgens ons mag dat niet eens vanwege de wet. Maar daar zal de burgemeester denk ik straks, of de portefeuillehouder wel een antwoord op geven. De voorzitter: Gaat u verder. De heer Den Heijer: Voorzitter, we zijn ook in dit huis aanwezig om elkaar op enkele punten wel te vinden. En laat ik dan vaststellen dat GroenLinks en de VVD het met elkaar eens zijn dat preventief fouilleren ingezet wordt in deze stad. Dat is gewoon een positief punt. Mevrouw Kruger: Voorzitter.
90
De heer Den Heijer: En het tweede punt, dat aselect preventief fouilleren niet mogelijk zou zijn per wet, dat is gewoon onwaar. Dat zou de burgemeester kunnen bevestigen. Mevrouw Kruger: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ik maak toch een beetje bezwaar dat de heer Den Heijer mij woorden in de mond legt als zijnde dat wij het allebei... Natuurlijk ik heb gezegd, we zijn niet tegen preventief fouilleren. Maar we vragen ons wel degelijk af of dit middel opweegt tegen de impact wat het heeft. En dat hoor ik de heer Den Heijer dan niet zeggen. Want daar verschillen wel wat degelijk van mening. En wij vinden dit niet de oplossing voor de problemen die er zijn. De voorzitter: Ik denk dat dit uitgebreid gewisseld is. Ik stel voor dat de heer Den Heijer zijn verhaal vervolgt. De heer Den Heijer: Dank, voorzitter. Anders treden we in herhaling. Want naar mijn opvatting heb ik het echt drie keer gezegd. Dan tot slot, voorzitter, het valt ons op dat het college bij herhaling, soms met wat vage bewoordingen, zoals structurele baten of de onbenutte belastingcapaciteit, de mogelijkheden om de lokale belastingen te verhogen als een soort praalwagen bij het bloemencorso naar buiten blijft rijden. En ondanks het op 0 zetten van de hondenbelasting zijn de lokale lasten sinds 2018 met 300 euro gestegen.
Met daarbovenop straks de waterschapsbelasting die ook dit jaar weer tientallel euro's stijgt. En veel van onze stadsgenoten met een koophuis komen rond van een bescheiden salaris, hebben we eerder in de stukken kunnen lezen. En de bestemmingsreserve van 7 miljoen euro vinden wij heel positief. Vinden wij een hele goede maatregel van het college. Het is echter naar onze smaak net iets te veel gericht op overheidsvoorzieningen en taken en net te weinig op de portemonnee van onze inwoners, instanties, organisaties en ondernemers. En daarom willen we de effecten hiervan, met de motie bewaken van financiële ruimte, beperken. Alle andere voorstellen, tot slot, voorzitter, van onze collega's zullen we vanavond met een positieve blik bekijken en beoordelen. En we hopen op veel punten samenwerking te kunnen vinden. Dank, voorzitter. De voorzitter: De heer Van der Meer, GroenLinks. De heer Van der Meer: Over die motie over de lokale lasten heb ik de volgende vraag. In die motie staat dat lokale lasten wat u betreft de laatste knop is waaraan gedraaid kan worden. Ik neem aan dat u bedoelt, de laatste knop waaraan u wilt draaien. Maar wanneer gebeurt dat? Wanneer wordt er in uw visie aan die knop gedraaid? Als het de allerlaatste knop is, dan denk ik daarbij aan alles wat meer is dan onze financiële verplichtingen en wettelijke taken.
Als we de rest allemaal geschrapt hebben en we hebben dan nog geld te kort, dat we pas dan aan de belastingen gaan sleutelen. De voorzitter: Mijnheer Den Heijer. De heer Van der Meer: Is dat wat u bedoelt?
91
De voorzitter: Mijnheer Den Heijer. De heer Den Heijer: Wat wij bedoelen, is dat de belastingknop de allerlaatste knop is die aangeraakt kan worden inderdaad. Dat heeft u terecht gelezen. Ik denk dat dat ook verstandig is, omdat wij ook bij de vaststelling van de Perspectiefnota met elkaar hier ook gewisseld hebben dat wat ons betreft het echt de volgorde is van eerst snijden in eigen vlees. Kijken hoe we binnen onze eigen gemeente orde op zaken kunnen stellen. We geven als gemeente gewoon te veel geld uit. En we willen eerst daar iets aan doen. En als daarmee helemaal aan het einde, ultimum remedium, dan het toch nodig is om de lokale lasten te volgen, dan vinden wij het alleszins redelijk dat de bestemmingsreserve, die terecht door het college is ingericht, omdat we het afgelopen jaar dat geld overhielden, ook gebruiken om dan die stijgende lasten te dempen, zodat de effecten minder gevoeld worden in de portemonnee van de Dordtse inwoners, organisaties en ondernemers. Dat is ons voorstel. De heer Van der Meer: Voorzitter. De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ik heb de heer Den Heijer allerlei dingen, mooie ambities horen verwoorden in zijn verhaal. Evenementen, veiligheid op straat, andere zaken. En daar is geld voor nodig, als je dat wil realiseren. Dat zijn geen verplichtingen voor de gemeente, maar het is wel een knop waaraan je kunt draaien.
Daar draaien we eerder aan. We schaffen subsidies voor evenementen af. We schaffen de Dordtpas af. En pas daarna kunnen we eventueel in uw visie, als ik het goed begrijp, over aanpassing van de lokale lasten praten. Waarom nemen we dat niet gewoon integraal mee in de discussie die we over bezuinigingen moeten voeren. De voorzitter: Mijnheer Den Heijer. De heer Den Heijer: Omdat wij toch met elkaar gekozen zijn om prioritering aan te brengen. En mijn verhaal zit ook precies zo in elkaar. En het verhaal van mijn fractie, de vorige Perspectiefnota zat ook precies zo in elkaar. Als het gaat om veiligheid, woningbouw, de parkeervoorzieningen, de lastenknop, dat zijn punten waar wij herhaaldelijk op terugkomen, die voor ons gewoon ongelooflijk belangrijk zijn. En ik hoorde u ook al een aantal voorstellen doen. En ik vind dat die integraal meegewogen moeten worden. Maar ik denk wel dat het belangrijk is om met elkaar klare wijn te schenken en te zeggen, daar waar het gaat om de lastknoppen, dat is de makkelijkste knop om aan te draaien. Die is zo om. Dat is zo gebeurd. Maar dat geldt niet voor alle andere zaken. Als we nu al zien hoe moeilijk het is om de gemeenschappelijke regelingen, gewoon bezuinigingsvoorstellen naar deze kant toe te laten krijgen, hoelang dat dat duurt, daar zijn we al jaren mee bezig. En het lukt niet.
En wat we dan gaan krijgen, is dat op allerlei facetten die wat langer duren, waar we verordeningen moeten aanpassen, beleid moeten gaan aanpassen, die knop is heel moeilijk om om te draaien. En dan zien wij het enorme risico om dat maar gewoon dicht financieel dicht te lopen, dat we die lastenknop omhoog draaien. En ik moet zeggen, als je de begroting erop naleest, het zijn volgens mij nog geen dertig pagina's waarin helemaal beargumenteerd wordt hoeveel onbenutte belastingcapaciteit beschikbaar is. Er wordt al erg naar die kant gekeken. En mijn partij zegt, ho even, eerst naar jezelf kijken. En als er helemaal op het
92
eind nog iets nodig is, dan kan dat. Maar besteed dan ook die bestemmingsreserve daarvoor. Want het kan niet zo zijn dat je alles integraal meeneemt bij het ombuigingsproces, maar als je de effecten daarvan wil dempen dat je dan de lasten buiten beschouwing laat. Dat lijkt ons volstrekt onredelijk. De voorzitter: Ga u verder. U heeft nog drie seconden. De heer Den Heijer: Voorzitter, ik was al klaar. De voorzitter: Dan dank ik zeer voor uw inbreng. En geef ik het woord aan de VSP, aan mevrouw Stolk. Gaat uw gang, mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dank. Voorzitter, allereerst complimenten aan eenieder die aan deze begroting heeft bijgedragen. Even los van de politieke inzichten is het een doorwrocht en compleet overzicht van de verwachte financiële situatie en het beleid van Dordrecht voor 2025. Deze begroting is politiek gezien nog altijd gebaseerd op in 2018 geformuleerde beleidsuitgangspunten, dat er in 2030 zo'n 140.000 inwoners zullen zijn in Dordrecht en dat daar 10.000 woningen gerealiseerd zullen worden. Voorzitter, ook de regionale afspraken dat Dordrecht en Zwijndrecht duurdere woningen gaan bouwen en de overige regiogemeenten goedkopere woningen is nog steeds de basis van de toenmalige afspraken. Maar voorzitter, sinds 2018 heeft de wereld niet stilgestaan.
Maar toch houdt het college bij de begroting van 2025 en de jaren daarna nog steeds onverkort vast aan de doelstellingen uit 2018. Dit alsof er niets is veranderd in de wereld en om ons heen. Hoe overleef je als mens, land of gemeente nu het best? Standvastig vasthouden aan het in het verleden bedacht beleid of met de kennis van nu je aanpassen aan de huidige werkelijkheid? De VSP is van mening dat je aanpassen aan onmiskenbare veranderingen een kracht is en zeker geen zwaktebod. Welke omstandigheden zijn dan die een aanpassing van het huidige coalitiebeleid vragen? Hoe haalbaar zijn de geprognotiseerde aantallen inwoners, 140.000, en woningen, 10.000, in 2030 nog? Naar aanleiding van de monitor komt Dordrecht in 2024 op ongeveer 122.000 inwoners, inclusief de Oekraïense opvang. Vooralsnog zijn dat 18.000 inwoners minder dan gepland in 2030. Hoe realistisch acht het college nog dat de doelstelling van 140.000 inwoners in 2030 gehaald kan worden? En op basis waarvan? 10.000 extra woningen in 2030. De ontwikkelingen op de Middenzone liggen stil en de ontwikkelingen op het Maasterras moeten nog starten. Daarbij komt dat de woningbouw in heel Nederland stagneert en Dordrecht daarop geen uitzondering zal zijn.
En hoe realistisch acht het college het nog dat de doelstelling van 10.000 extra woningen in 2030 gehaald kan worden? Op basis waarvan? Past het bouwbeleid in Dordrecht in het landelijk bouwbeleid? Nee. Landelijk wordt primair ingezet op sociale woningbouw en bouw voor de middengroep. Waarbij overheidssubsidies gericht zullen zijn op zo goedkoop mogelijk bouwen voor lage en middeninkomens. Dordrecht heeft gekozen voor het dure segment en blijft daar tot op heden onverkort de nadruk op leggen. De heer Den Heijer: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Den Heijer, VVD.
93
De heer Den Heijer: Deze doet gewoon pijn. Want hiermee legt mevrouw Stolk gewoon de pijn bloot van mijn fractie of van onze fractie, omdat wij juist bij de Perspectiefnota hebben gezegd, is het wel zo verstandig om 45 procent sociaal te realiseren, het komende jaar? Dat is namelijk wat in de stukken van de Perspectiefnota stond. En het resultaat daarvan is namelijk dat je dan de middeninkomens wegduwt uit alle bouwplannen. Is dat dan het alternatieve voorstel van mevrouw Stolk op dit probleem op te lossen? Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Als ik daarop mag reageren, voorzitter. En dat hebben wij... En dat is niet de eerste keer dat u dat van ons hoort, voorzitter, richting de heer Den Heijer. Wij kiezen eerder voor het lage segment en de middeninkomens. U haalde het net al aan. Het gaat juist pijn doen bij de mensen die maar net rond kunnen komen, waar uw partij de lasten voor wil verlagen. En wij zeggen gewoon, pas je beleid aan, aan het landelijk beleid, want daar zijn ook de subsidies op gericht. En als je dan kijkt waar het vastgestelde beleid uit 2018 gewoon doorgezet wordt, terwijl de wereld echt veranderd is. En dat zal u ook aan het hart gaan, dat de kinderen van ouders nog steeds op een zolderkamertje zitten. We hebben het vanmiddag gehad over de opvang van de Oekraïners. De heer Den Heijer: Voorzitter.
Mevrouw Stolk: We hebben gewoon een woningbouwtekort. De voorzitter: Mijnheer Den Heijer. De heer Den Heijer: Ik begin me nu echt zorgen te maken. Want als het pleidooi van mevrouw Stolk is om meer in lijn te gaan lopen met het beleid van landelijk, dan heb ik hier naast me iemand zitten die dan echt bijna door zijn stoel heen zakt. Want het resultant daarvan is namelijk dat de hele middenhuur leeggelopen is. Mensen die tegen een echtscheiding aanlopen of gewoon willen huren. Ook in onze stad zien we in de begroting staan, dat gaat gierend achteruit, de beschikbaarheid daarvan. En mevrouw Stolk heeft een heel fanatiek verhaal over sociale woningbouw, waar we inmiddels bijna op een realisatie van 45 procent zitten. En denkt ook dat de middengroepen daar dan in komen te zitten, terwijl die niet in aanmerking komen voor een deel voor de sociale huurwoningen. Wat is het antwoord van mevrouw Stolk dan op die mensen? De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, we hebben nog steeds een groot tekort aan woningen. En de Dordtse VVD zet nog steeds in op het duurdere segment. En dat blijft onverkort doorgaan. En het is gewoon een politieke keuze, de heer Den Heijer, via de voorzitter, dat wij kiezen voor sociale en de middeninkomens. De heer Den Heijer: Voorzitter, tot slot.
Dat is inderdaad een politieke keuze, die de partijen zoals de VSP aanzwengelen, waardoor er meer sociale woningbouw gerealiseerd wordt dan dat we oorspronkelijk van plan waren. Namelijk 45 procent in plaats van 30
94
procent. Dat is ook niet in lijn met wat landelijk beleid is, waar mevrouw Stolk naar verwijst. En om dat te kunnen betalen, omdat de grondkorting wordt uitgegeven bij de realisatie van dat soort woningen, moet dat betaald worden door duurdere huizen te bouwen. Ergo, de middengroepen worden er gewoon uitgeduwd. En mevrouw Stolk staat het hier nog bijna te vieren ook. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dan verschillen wij toch echt van mening op dit vlak, want dat is gewoon niet waar wat u zegt. Dat kan zo zijn, maar dat is gewoon niet waar. We komen gewoon huizen te kort. En de VVD kiest gewoon voor het duurdere segment. Ik weet niet welke mensen u spreekt op straat, maar wij spreken waarschijnlijk een andere categorie dan die u spreekt. En waarschijnlijk is dat in de wat duurdere wijken, zoals De Hoven en de Wilgenwende en noem al die wijken maar op. Wij kiezen voor een andere route, voorzitter. En voorzitter, het is dan toch dat er jarenlang meer sociale huurwoningen, en dan zeg ik dat ook even richting de heer Den Heijer, gesloopt dan gebouwd zijn. Het nieuws van de sociale huurwoningen in de plus in 2023, jongens, dat is toch wel heel diep triest. Dat je dan 93 in de plus bent. En dan staat er in de media van, we hebben er 93 bijgebouwd. Maar wat doen we met die overige duizenden woningzoekenden? De heer Den Heijer: Voorzitter.
De voorzitter: De heer Den Heijer. De heer Den Heijer: Dank, voorzitter. Ook hier doet mevrouw Stolk aan uitlokking. En ik kan me gewoon niet bedwingen om daar toch tegenin te gaan, omdat inmiddels uit de cijfers van het Kadaster en het CBS blijkt dat als je de meeste betaalbare woningen beschikbaar wil krijgen, dan moet je bouwen in het midden- en de onderkant hogere segment. Zodat er veel meer woningen beschikbaar komen, doordat er een verhuisbeweging op gang komt. En mevrouw Stolk, ontkent u dan de cijfers die door het CBS en door het Kadaster gewoon gepubliceerd worden? En dat heeft toch helemaal niets te maken met wie u op straat spreekt? Dat is gewoon precies de behoefte die er is in deze stad waar u van zegt dat u het niet belangrijk vindt. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk. En dan stel ik voor dat we dit gewisseld hebben. Gaat uw gang. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dat zijn niet de woorden die ik gezegd heb. Er is de laatste jaren, vanaf 2018, genoeg gebouwd in het duurdere segment. Dan kunt u nee schudden, maar dat is gewoon wel waar. En het college zet nog steeds verder daarop in. Wij maken daarop een andere keuze.
Voorzitter, en denkt het college dat de duizenden wachtenden op een sociale huurwoning nu licht aan het einde van de tunnel zien? Werkt de regionale samenwerking nog op het gebied van bouwen? De regionale samenwerking tussen de Drechtsteden is inmiddels gedaald naar nul. Het bouwen van duurdere woningen in Dordrecht en Zwijndrecht en goedkopere woningen in de overige regiogemeenten is niet meer aan de orde. Ieder gaat zijn eigen weg. Dordrecht moet zelf zorgdragen voor
95
huisvesting voor haar duizenden woningzoekenden, met veelal lage inkomens. Dit zou overigens in lijn zijn met het landelijke bouwbeleid, dat met name gericht is op woningbouw, sociale en middeninkomens. De beeldvorming rond bouwprojecten in Dordrecht wordt rooskleurig voorgesteld. De VSP leest in de begroting dat het Maasterras wonen in een groene omgeving zal zijn. Maar de werkelijkheid is ook wonen tussen de A16, het treinverkeer met gevaarlijke stoffen en de enorm vervuilende scheepvaart langszij. En dat gaf volgens mij de heer Burggraaf ook vandaag aan. Dit alles in ogenschouw nemend is het huidige beleid op woningbouwgebied losgeraakt van de huidige werkelijkheid. Een signaal daarvan is de geforceerde wijze... De heer Den Heijer: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Den Heijer. De heer Den Heijer: Ik ga toch weer een poging wagen. Want mevrouw Stolk gebruikt gewoon echt grote woorden, losgezongen van de werkelijkheid. En mevrouw Stolk begint eerst met een heel verhaal over dat we aan moeten sluiten op het Rijk en dat we daarmee middelen vrij kunnen spelen om betaalbaar te kunnen bouwen. Dat lijkt me helemaal niet zo'n gek verhaal. En vervolgens spreekt mevrouw Stolk zich volstrekt tegen door de enige manier om dat enigszins voor elkaar te krijgen, namelijk via regionale samenwerking en een vuist te maken naar Den Haag...
Daar plaats mevrouw Stolk vervolgens vraagtekens bij. Kan mevrouw Stolk voor mij iets aan elkaar vastknopen, wat voor mij gewoon echt niet meer duidelijk is nu? Mevrouw Stolk: En wat begrijpt u niet dan? De voorzitter: Mevrouw Stolk. De heer Den Heijer: Dat juist door de regionale samenwerking de kans het allergrootste is dat we gewoon rijkssubsidies binnen kunnen halen om de betaalbare huizen te bouwen die onze partij en uw partij juist zo belangrijk vinden. En door dat nu in de uitverkoop te zetten of op zijn minst ernstig te betwijfelen, maakt dat ons gewoon minder effectief om dat voor elkaar te krijgen. En bent u daarmee de woningzoekenden in Dordrecht ook minder van dienst. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dat denk ik niet. Want als je kijkt, want ik ben namelijk van mening dat je dat bouwen... Als we het hebben over de Spoorzone, ik hoorde de oudwethouder Sleeking nog zeggen, jongens, laten we gezamenlijk optrekken als het gaat om Zwijndrecht, laten we elkaars hand vasthouden. En als je nu al kijkt wat er gebeurt op het Maasterras, dat we gewoon lijnrecht tegenover elkaar staan, heb ik het nog niets over de brug, wat er allemaal moet gebeuren? U weet zelf wat er allemaal in de media gespeeld heeft als we het hebben over het Maasterras. We staan gewoon lijnrecht tegenover elkaar, voorzitter. Als we het samen kunnen doen, zeg ik ja.
Moeten we het samen doen? Dat betwijfel ik, want niet alles moet. Maar de dingen die effectiever zijn of beter kunnen zijn, moet je altijd met elkaar doen als het efficiënt en goedkoper is. Daar vindt u ons wel aan uw zijde. Mevrouw Van Vugt-Roose: Voorzitter. Dank u wel. Voorzitter, ik vraag me af waar dan die woningen moeten komen? We willen het graag samen doen, maar we moeten ook
96
betaalbaar kunnen bouwen. Niet alleen betaalbaar wonen. Welke polder wordt er opgeofferd? De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, ik heb het helemaal al niet gehad over waar. En u weet ook dat wij tegen het bouwen in de polder zijn. En wij zijn nu niet in de positie om te zeggen, en dat heb ik u volgens mij al eens eerder aangegeven, wat dat aangaat houdt de coalitie de gelederen gesloten en is er totaal geen ruimte. Op sommige onderdelen, maar op belangrijke onderdelen, als we het hebben over woningbouw, en ik heb vanmiddag nog gezegd, ik ben blij met GroenLinks en het CDA in deze coalitie, dat er nog enigszins sociale woningbouw en gebouwd wordt voor de middeninkomens. Ik zou dat eerder in uw zak steken dan dat u... De voorzitter: Voordat u verder gaat. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel. Die steek ik in mijn zak. Maar mijn vraag is niet beantwoord. En we zitten alsnog ook met uw oplossing met een groot probleem dat we de huizen die we moeten bouwen nergens kwijt kunnen.
Mevrouw Stolk: Voorzitter, ook wij, via de voorzitter, hebben gezegd dat we binnenstedelijk moeten bouwen. En binnenstedelijk bouwen is niks mis mee. Alleen de keuzes die je maakt om te bouwen, dat zijn die keuzes. En daar zegt de heer Den Heijer, we zitten op 45 procent. No way, want dat staat misschien allemaal in de harde planvoorraad, maar vooralsnog zitten we echt niet op die 30 procent. Als we kijken naar het Maasterras, waar 17 procent sociale woningbouw komt. We hebben het vanmiddag gehad over Crownpoint. Daar komen over het algemeen allemaal dure woningen. Ik hoop dat ik het CDA en GroenLinks daar aan onze zijde vind, om daar een vuist tegen te maken. Maar, voorzitter, als ik door mag gaan. De voorzitter: Gaat uw gang. Ga verder. Mevrouw Stolk: En voorzitter, hopelijk gaan de Dordtse kiezers inzien dat er een mismatch ontstaat tussen wat het college wil en doet met de woningbouw en wat goed is voor de Dordtenaren. Want zij, de Dordtse kiezers, bepalen uiteindelijk hoe hun stad eruit moet gaan zien en hoe de woningbouw aangestuurd moet worden. Voorzitter, dan oog voor ouderen. De VSP is van mening dat er te weinig aandacht is voor onze Dordtse ouderen. De groep ouderen is al groot en neemt in rap tempo toe. De behoefte aan levensloopbestendige woningen, verzorgingstehuizen en knarrenhofjes is groot. Helaas zien we op dit gebied weinig ontwikkelingen.
Voor het realiseren van een Knarrenhof doen we dan ook een dringende oproep aan het college. Het initiatiefvoorstel van de VSP en het CDA is enthousiast ontvangen door het college en in oktober 2022 unaniem vastgesteld in de raad. En voorzitter, laat het Didam-arrest geen struikelblok worden. Er zijn genoeg voorbeelden in andere gemeenten waarbij, ondanks het Didam-arrest, de gunning heeft plaatsgevonden aan het Knarrenhof. Een dergelijke procedure is toegestaan, alleen de politieke wil moet daarvoor wel aanwezig zijn. Vraag aan het college, heeft u de politieke wil een knarrenhofje te realiseren door middel van een
97
gunning aan Stichting Knarrenhof? En voorzitter, om dan over te gaan naar de digitale vaardigheden van ouderen. Niet alle ouderen zijn digitaal vaardig of hebben geen netwerk om hen te helpen bij het inwinnen van informatie met betrekking tot inkomensregelingen en subsidies. Dat is de reden dat mijn collega, mevrouw Striebeck, de motie informatie bestaande regelingen per post, dit zodat ook zij hiermee hun voordeel kunnen doen. Voorzitter, dan de structurele kosten vervanging en onderhoud van investeringen... De heer Van der Meer: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer, GroenLinks. De heer Van der Meer: Ik ben het met mevrouw Stolk eens, voorzitter, dat sommige mensen de informatie per post moeten krijgen, omdat ze geen digitale vaardigheden of geen digitale apparatuur hebben. Het lijkt mij een goed idee dat mensen, waar dat voor geldt, dat op een of andere manier kunnen aangeven en voortaan per post dingen krijgen. Maar er wordt in feite in de praktijk heel veel post door de gemeente gestuurd. Ik krijg zeker tien brieven per jaar, die ik liever op mijn email zou hebben. Ik wil vragen of u niet A, het een beter idee vindt om mensen die het nodig hebben de post per post te laten krijgen en AOW'ers, ik ben er een, ik ben een van uw doelgroepen... Mevrouw Stolk: Dat betwijfel ik, voorzitter. De heer Van der Meer: Die het liever digitaal willen, digitaal laten krijgen.
Dat is goedkoper en effectiever. Hoe denkt u daarover? De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, het is mij om het even. Als mensen aangeven dat ze het liever digitaal hebben, dan zou dat wat mij betreft digitaal kunnen. Maar ik denk als je dat uit moet gaan zoeken dat dat alleen maar meer geld gaat kosten dan dat het op gaat leveren. Maar het is mij om het even. Het is mijn fractie om het even. Als mensen aangeven dat het digitaal, dan digitaal. En de mensen die niks zeggen, daar komt het gewoon per post. Dat is eigenlijk de oproep van mevrouw Striebeck en namens de VSP. Nou weet ik even niet meer waar ik gebleven ben. De kosten voor vervanging en onderhoud van investeringen, voorzieningen structureel begroot moeten worden. Laten we leren van foute keuzes uit het verleden, waarmee we nu en in de toekomst keihard geconfronteerd worden. Denk hierbij aan de kade, sportaccommodaties en onderwijshuisvesting. Het geeft een juist beeld van de begroting. De tijd van toevallige, incidentele meevallers om de gaten te dichten, lijkt wel achter ons te liggen. Het doet recht aan een gedegen financieel beleid en daarvan is, zoals u weet, de VSP altijd een groot voorstander geweest. De voorzitter: Wil u afronden? Mevrouw Stolk: Jazeker, voorzitter.
Tot slot, de VSP gaat de begroting 2025 alleen maar goedkeuren als het college akkoord gaat dat het huidige beleid, waaronder nadrukkelijk het woningbouwbeleid, onderdeel wordt van de besparingen die in 2026 en de jaren daarna moeten worden doorgevoerd. De toekomst van Dordrecht moet gebaseerd
98
worden op de huidige realiteit en niet langer op luchtkastelen. En ik ga de motie, ik heb er alleen geen nietje in, aan u overhandigen. De voorzitter: Dank u zeer. Dan geef ik dadelijk het woord aan de fractievoorzitter van GroenLinks. Maar daarvoor even de ingediende moties en amendementen van VVD aan u benoemen. Amendement 3, ingediend door de VVD, geen diftar of recycletarief in Dordrecht. Dan motie 13, ingediend door de VVD, bewaken van financiële ruimte voor onze inwoners. En de motie 14, ingediend door de VVD, de Dordtse vlag kan, tussen haakjes, weer uit. Dan ga ik naar de moties, ingediend door VSP-fractie, Van Leeuwen, DENK en SP Dordrecht, informatie bestaande regelingen per post. En dat is motie 15. Ik geef het woord aan de heer Uysal. Gaat uw gang. De heer Uysal: Voorzitter, allereerst een woord van dank aan de leden van het college en de ambtelijke organisatie voor alle inspanningen om te komen tot deze begroting. En dank aan onze griffie voor de ondersteuning van de gemeenteraad. Voorzitter, wij zijn allemaal Dordtenaren. Waar je ook vandaan komt, van wie je houdt, hoe je je identificeert, we vormen samen de gemeenschap die Dordrecht heet. En deze gemeenschap is niet ontstaan door het toevallige gegeven dat we met elkaar in dezelfde stad wonen, maar omdat we samen de stad en het leven erin vormgeven.
We blijven daaraan bijdragen als we elkaar de ruimte geven om onszelf te zijn en we diversiteit als kracht zien. Ieder van ons draagt geheel op eigen wijze, samen met anderen, bij aan het verhaal en de identiteit van onze stad. Een mooi voorbeeld hiervan vinden we in de familie Dicke. Otto Dicke, kunstenaar en gedreven tekenaar, liet met zijn werk niet alleen zijn artistieke talent zien, maar ook de schoonheid en het karakter van Dordrecht. Hij groeide uit tot een landelijk icoon. Zijn vader Carel Matthijs Dicke diende de stad eerst als gemeenteraadslid en vervolgens bijna twee decennia lang als wethouder van financiën. Maar de rol van de Dicke’s in de Dordtse geschiedenis reikt verder dan kunst en politiek. Otto’s zus Lenie, lid van het verzet, bracht tijdens de Tweede Wereldoorlog enorme persoonlijke offers voor een vrije, gelijkwaardige en vreedzame samenleving. Wat Lenie van het Nederland van nu zou vinden, ik citeer haar zoon. “De oorlog had haar heel sterk antiracistisch gemaakt. Ze zou het gevoel hebben dat dit niet het Nederland is waar ze voor gevochten heeft.” Ironisch genoeg begon deze indrukwekkende familiegeschiedenis met Heinrich Adolf Dicke, die zich als immigrant uit Duitsland in Dordrecht vestigde.
Kortom, voorzitter, de Dicke’s tonen ons dat nieuwkomers niet alleen deel kunnen worden van onze gemeenschap, maar juist onze gemeenschap kunnen versterken en verrijken. Met de opvang van vluchtelingen en asielzoekers blijft de gemeente trouw aan de geschiedenis van Dordrecht, ondanks het landelijk sentiment. Wij laten hier zien dat het anders kan. Onze stad is een open, vrije en gemoedelijke stad. Dat is Dordrecht waar wij in geloven. Voorzitter, GroenLinks is blij dat deze begroting opnieuw bevestigt dat Dordrecht een stad wil zijn waar iedereen zich thuis voelt en waar gelijke kansen en inclusie centraal staan. Alleen zo halen we het beste in mensen naar boven. En om onze samenleving nog inclusiever en toegankelijker te maken, dienen wij een motie in. Voorzitter, de begroting die nu voorligt, is sluitend voor het aankomend jaar. Maar het financieel perspectief voor de jaren erna is minder rooskleurig. Van ons wordt verwacht een toekomstbeeld van Dordrecht te schetsen, om vervolgens prioriteiten te stellen. Het toekomstbeeld van GroenLinks is een stad waar het voor iedereen weer mogelijk is om een passende woning te vinden. Iedereen heeft
99
het recht op een duurzame en betaalbare woning. GroenLinks zet zich in op echte volkshuisvesting, als een van de belangrijke taken van de overheid. En Dordrecht pakt de wooncrisis met lef aan. Voor het eerst in jaren zijn er in onze stad meer sociale huurwoningen gebouwd dan gesloopt. Dit is een mijlpaal om trots op te zijn. In een tijd waarin de woningmarkt onder druk staat en veel nieuwbouwprojecten uitgesteld of afgelast worden, zetten wij door. We trekken zes miljoen uit om honderd extra sociale huurwoningen te realiseren op het Gezondheidspark. In het kader van gemengde wijk is dat belangrijk, want GroenLinks vindt dat iedereen overal in de stad moet kunnen wonen. Het toekomstbeeld van GroenLinks is een stad waarin we de bestaanszekerheid van onze inwoners garanderen. Hoewel fundamentele veranderingen op het gebied van armoedebestrijding vooral vanuit Den Haag zullen moeten komen, kunnen wij als gemeente niet stilzitten. En gelukkig doen we dat ook niet. We voeren het grootste armoedebeleid ooit uit en proberen de situatie van mensen in armoede te verbeteren. Maar alleen met financiële ondersteuning komen we er niet. Het is onze plicht om iedereen een eerlijke kans te bieden om mee te doen in de samenleving. Dit betekent investeren in kwetsbare wijken, zoals dat nu gebeurt met het Nationaal Programma Dordt-West, om de sociale ongelijkheid terug te dringen.
GroenLinks dringt aan op blijvende en gerichte ondersteuning voor deze gebieden. Want ook de inwoners van Krispijn, Crabbehof en Wielwijk hebben het recht op eerlijke en gelijke kansen in het leven. Het toekomstbeeld van GroenLinks is een klimaatneutraal Dordrecht in 2040. We dragen een verantwoordelijkheid om de problemen van nu niet door te schuiven naar de volgende generaties. Dat betekent dat we nu keuzes moeten maken die bijdragen aan de transitie naar een duurzame stad. Om Dordrecht gezonder en aantrekkelijker te maken, zijn een aantal goede stappen gezet. Denk aan het Mobiliteitsplan, waarmee we de stad zo willen inrichten dat wandelen en fietsen vooropstaan. Of de verduurzaming van ons vastgoed, zoals scholen en sportvoorzieningen. Maar als we onze stad echt klaar willen maken voor de toekomst, dan vergt dat een langdurige financiële inzet. En mede door wispelturig en onzinnig landelijk klimaatbeleid wordt geen perspectief geboden. En dat baart GroenLinks grote zorgen. We moeten ervoor waken dat de bezuinigingen van vandaag niet leiden tot extra kosten voor de toekomst. En dat gaat echter wel gebeuren als we geen klimaatadaptieve maatregelen treffen, zoals het vergroenen van onze wijken en onderhouden van onze bomen. Bovendien kan een groeiende stad toch ook niet zonder een groene stad. Dordrecht is een stad van kunst en cultuur.
Dat wordt ook buiten de stadsgrenzen erkend en gewaardeerd. De maximale vijf sterren in Trouw voor de tentoonstelling Liberté in het Dordrechts Museum kan geen toeval zijn. Cultuur bindt mensen en brengt ze bij elkaar. Juist in deze roerige tijden helpen kunstenaars ons de wereld om ons heen beter te begrijpen. Net zoals Otto Dicke dat ook deed in zijn tijd. Daar waar het kabinet ervoor kiest om de cultuursector, die het al zo moeilijk had, nog verder in het nauw te drijven, kiezen wij in Dordrecht ervoor om juist extra te investeren in kunst en cultuur. Zo versterken we de sociale cohesie, brengen we levendigheid in onze stad en stimuleren we creatief denken. Precies de eigenschappen die we hard nodig hebben om de uitdagingen van deze tijd aan te kunnen gaan. Afsluitend, voorzitter, onze stad is als een groot weefwerk. Een zorgvuldig geweven geheel, waarin elke Dordtenaar een unieke draad vormt. Iedere draad, of die nu dik of dun is, fel van kleur of juist ingetogen, heeft een eigen rol en plek in dat weefsel. En wanneer iedere draad stevig en verbonden is, ontstaat een krachtig, warm geheel dat ons allemaal beschermt en bij elkaar houdt.
100