2.1 2022-02-22 Notulen Gemeente Dordrecht Gemeenteraad - concept.pdf
Tekst van het document
43
conceptverordening zelfs juridisch getoetst, op ons verzoek, door een uzelf uitgekozen expertbureau. Wat zegt dat expertbureau in de 23 pagina’s? De conceptverordening voldoet niet aan de Jeugdwet. Er worden nu alweer regels ingebracht die makkelijk kunnen leiden tot problemen voor de inwoner. Er worden termen gebruikt die interpretabel zijn. Wat helemaal best schokkend is, het gaat niet over het kind, maar het gaat toch weer over die ouder en vooral over wanneer er geen sprake is van de Jeugdwet. De zorgplicht die geldt voor de hele Jeugdwet gaat in onze gemeente maar tot en met de intake in de toegang. Verder laten we het gewoon aan de zorgmarkt over. De machtiging gesloten jeugdzorg is in Dordrecht ineens een bevoegdheid van de wethouder. Daar waar dit juist een bevoegdheid van de rechter is. Waar mondt zo’n foute redenering dan in uit? Bijvoorbeeld in het volgende. Ondertussen weet ik ook dat een groot deel van het uitvoeringsveld inderdaad zichzelf bevoegdheden toekent die ze geheel niet hebben. Een bewijs hiervan, is dat er door wijkteammedewerkers in 2019 kinderen uit huis geplaatst zijn, zonder dat zij zich bewust waren van het feit dat dit door de rechter had moeten worden bekrachtigd. Diezelfde rechter zei over deze zaak bijzonder geschokt te zijn, omdat de medewerkers schijnbaar onwetend waren over het wettelijk kader waarin zij opereerden.
De rechter noemde het onttrekking van de minderjarige aan het ouderlijk gezag. Dat staat gelijk aan artikel 297 Wetboek van Strafrecht, ontvoering. Bovenstaande heeft zich afgespeeld in de oude verordening, die overigens op dit moment nog van kracht is. Daarmee maak ik het haakje opnieuw naar datgene wat nu voorligt. Opnieuw verkeerde bevoegdheden. Opnieuw geen uitvoering geven aan de opgave die de wetgever stelt, namelijk jeugd en kinderen ondersteunen tot 23 jaar. Zorgplicht en de zorgbehoefte van het kind, niet die van de ouder. Kortom, wethouder, u houdt de wet niet. De voorzitter: Komt u tot een afronding? Mevrouw Nijhof: Ja, ik ga tot een afronding komen. Wij willen in ieder geval aangeven dat ten opzichte van die juridische toetsing, waarover de discussie heel vreemd verliep, dat wij daar een WOB-verzoek van over gaan indienen. We kunnen de conclusie trekken dat we in ieder geval nooit kunnen instemmen met deze conceptverordening. Ons inziens hebben wij ons jaren schuldig gemaakt aan het zelf blijven gedogen van een foute verordening, die vele inwoners, maar ook de uitvoerders van deze verordening in de problemen heeft gebracht. We hebben het vele malen gehad over de overschrijdingen. Het geld. Wat blijkt nu, dan sluit ik even aan bij de heer Burakçin, vijftig procent van het budget wordt uitgegeven aan adviesbureaus en expertbureaus.
Een onlangs uitgevoerd onderzoek van Follow the Money wijst dit aan. Wat wij al vanaf 2015 zeggen, klopt al jaren exact. Het budget was toereikend. Het geld wordt gewoon besteed aan de verkeerde zaken. Wij stellen voor nu direct over te gaan naar een verordening sociaal domein en dit op dit moment zo te laten zoals het is. Geen verspilling meer van ambtelijke inzet op dit vlak. Netjes inwoners en uitvoering mee laten praten over de totstandkoming en narratief evalueren. Tot zover. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan gaan we tot slot … De heer Van Verk: Voorzitter.
44
De voorzitter: Er is nog een vraag van de heer Van Verk. Gaat uw gang. De heer Van Verk: Ik hoor mevrouw Nijhof op eind een voorstel doen, namelijk de huidige verordening in stand houden en overgaan op termijn op een sociaal domein. Heeft ze dat ook in een amendement of iets dergelijks verwoord? Want dan zouden we er allemaal wat van kunnen vinden. De voorzitter: Dat kan nu ook, want u kunt gewoon tegen stemmen. Als u tegen stemt, dan blijft de huidige verordening van kracht. Maar ik weet niet of dat uw antwoord zou zijn. Mevrouw Nijhof: Mag ik toelichten wat eigenlijk de heer Van Verk van mij vraagt? Kijk, hoe wij het zien, is in ieder geval dat, zoals de voorzitter ook zegt, de huidige verordening is al een foute verordening. Dat is eigenlijk ook door het AKD zo geconstateerd, als je kijkt naar wat zij überhaupt zeggen over deze conceptverordening. Als wij deze conceptverordening vaststellen, dan is dat in onze ogen … Of die kaders eruit gehaald worden of niet, want dat is volgens mij uw bedoeling, dan is het eigenlijk nog steeds een foute verordening. Wij zijn van mening dat we wat dat betreft, laten we zeggen, dan maar gewoon even nog door zo moeten gaan zoals het is. We hebben het vertrouwen erin dat, laten we zeggen, in de volgende raad, in de nieuwe periode een integrale sociale domeinverordening komt die alle onderdelen in zich draagt die erin moeten staan.
Vandaar, wij willen niet meer tijdverspilling en geldverspilling met betrekking tot de ambtelijke inzet en allerlei bureaus die nog eens een keer hier overheen kijken. De voorzitter: Dank. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ik heb daar wel een vraag over. Want de suggestie die mevrouw Nijhof nu doet, is het heel erg als we dit over de verkiezingen heen trekken? Dan kijk ik ook mijn collega’s even aan. Want als het waar is wat mevrouw Nijhof zegt en daar zit heel veel geld in en er zijn dingen die erin staan die er niet in moeten staan, is het dan niet verstandig om te zeggen van, laten we daar dan nog eens een keer goed naar kijken en het over de verkiezingen heen trekken. De voorzitter: Dat is misschien iets wat de wethouder straks kan meenemen in zijn eerste termijn. Mevrouw Van der Ham. Mevrouw Van der Ham: Voorzitter, wij hebben natuurlijk als commissie niet voor niets dit voorstel toch hier in de raad laten voorkomen, om toch iets vast te kunnen stellen. Ik denk dat wij heel duidelijk in de commissie zijn geweest over onze ambities naar de
45
toekomst en ook naar die nieuwe raad toe. We laten al behoorlijk wat werk liggen voor die nieuwe raad. Mijn voorstel zou zijn om dit gewoon in stemming te brengen vandaag. De voorzitter: Dat is nu ook gewoon wat voorligt. Voor alle duidelijkheid. Maar misschien goed als de wethouder nog even kort kan ingaan op de suggestie van mevrouw Stolk. Dan zijn we tot slot bij mevrouw, of bij de heer Van der Klaauw. Gaat uw gang. Ik zat met mevrouw Stolk in mijn hoofd. U begrijpt dat. Maar mijnheer Van der Klaauw, gaat uw gang. De heer Van der Klaauw: Dank u, voorzitter. Ik sluit me aan bij de woordvoering van de heer Schalken. Ook met de opmerking of de aanmerking van Gewoon Dordt, de vereenvoudiging van het geheel. Ik wacht de reactie van de wethouder af. Dank u. De voorzitter: Dank. Dat is een mooi bruggetje weer naar de wethouder. Gaat uw gang, wethouder Van der Linden. De heer Van der Linden: Dank u wel, voorzitter. Even een slokje. Dank. We hebben het afgelopen jaren niet vaak op deze vloer over het onderwerp jeugd gehad, gek genoeg. Ik zat dat even na te gaan. Het is er weleens over gegaan, maar eigenlijk nooit heel lang of uitgebreid. Wel heel veel in de commissies. Een aantal van u refereerde eraan, soms ook wel met een zekere felheid. Het ging vaak over zaken die, laten we zeggen, opgelost zijn, die we verder gebracht hebben. Zoals over solidariteit die we hebben afgebouwd.
De rol van de regio in relatie tot de rol van de raad. De beleidsverantwoordelijkheid is er gegaan naar de gemeente. Over inkoop, daar is een nieuw kader voor opgesteld. De GR is gewijzigd. Kortom, dat zijn een aantal dingen die het in de nieuwe raadsperiode, voor de opvolgers, waarschijnlijk een heel ander soort van gesprek kan laten zijn, omdat je als portefeuillehouder in relatie tot de raad veel meer het lokale gesprek voert. Natuurlijk, je hebt een regionaal inkoopkader, waar ook regionaal de zorggelden worden besteed. Maar het beleid, daar gaan we zelf over. Dat hebben we natuurlijk ook de afgelopen jaren al gedaan. We hebben dichter de verbinding gezocht met het onderwijs, met andere voorliggende voorzieningen, met jongerenwerk enzovoort. Ik neem aan dat de nieuwe raad daar ook weer de volgende stap in gaat zetten. Daar past ook een integrale verordening bij. Heeft ook te maken met de opdrachtverstrekking aan het sociale wijkteam die we nu zelf hebben georganiseerd, waarin we veel sterker zelf kunnen sturen. Dat is mooi. Ik vind het ook wel passend om deze periode, mevrouw Nijhof refereerde eraan, een aantal van u zal ook denk ik niet op een of andere wijze terugkeren, omdat het nu op een lijst staat af te ronden met dit voorstel. Het is een voorstel dat op een aantal manieren is besproken en ook is aangevuld en gewijzigd, de afgelopen maanden.
Wat dat betreft is het ook wel tekenend. Nogmaals, de nieuwe periode zal daar waarschijnlijk ook een vervolg aan geven. Je gaat meer zelf bepalen hoe je het wil, als raad van Dordt. Er is veel advisering op gepleegd en ook veel discussie en aanvulling op geweest. Ik ga op een paar concrete dingen in. Begin ik even met het amendement van de PvdA. Dat is eigenlijk meteen ook het meest cruciale onderdeel. AKD heeft een, of de juridisch adviseur heeft een aantal dingen opgeschreven die duidelijk maken dat die afbakeningsdiscussie, waar we het een aantal malen over gehad hebben, waar ook de heer Van Verk van zegt, dat moeten we
46
doen, die afbakeningsdiscussie. U heeft zelf ook weleens gerefereerd aan een rapport van, ik meen, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, waarin de zorgkosten werden benoemd, dat die steeds maar stijgen enzovoorts. Nogmaals, dit is niet bedoeld om het alleen over kosten te hebben, maar wel die afbakening helpt om de juiste middelen aan te spreken die onder de achtereenvolgende wetten en voorliggende voorzieningen vallen. Dat is een van de dingen die je met de nieuwe verordening wil. Dan is eigenlijk het enige geschilpunt, als ik het zo even mag noemen, wat we hebben, hebben we ook even contact over gehad, is moet je dat in een verordening vaststellen, vastleggen eigenlijk, of moet je dat doen bijvoorbeeld in beleidsregels? Er zijn misschien nog andere manieren. In de verordening stellen we niks nieuws vast, want de wet- en regelgeving, dat zegt AKD ook, is eigenlijk op een aantal plekken onhandig geformuleerd, maar is wel duidelijk. Alle wetgeving die er ligt, spreekt zich uit over wat er in welke omstandigheden voor welke doelgroepen aan zorg toepasbaar is. Wat we de afgelopen jaren af en toe hebben gemerkt, we hebben het natuurlijk nooit over casussen in de commissie of raad, is dat als het ingewikkeld werd, dat het dan best soms ook voor professionals moeilijk was om de juiste route te vinden.
Ik hoop dat deze verordening onder andere op dat punt kan helpen om de juiste route te vinden en daarmee ook de versnelling aan te brengen. Wat dat betreft is die afbakening, waarin je alleen maar refereert aan bestaande wetsartikelen, want we voegen niks nieuws toe, want dat recht komt de raad van Dordt, ik zeg het even heel klip en klaar, niet toe en ook de portefeuillehouder niet. Dat kan het gesprek vergemakkelijken. Dan is de enige afweging die u moet maken, past dat het beste door het niet in de verordening op te nemen, maar bijvoorbeeld in beleidsregels? Dat is het amendement van de PvdA, samen met GroenLinks. Of is het toch aan te bevelen om het wel te doen? Wij hebben uiteindelijk, alles wegende en ook de adviezen en opmerkingen van AKD tot ons nemend, gedacht van, we stellen voor het op te nemen in de verordening. Dat heeft als voordeel voor u, u gaat daarover. Het is de verordening die de raad vaststelt. Als u daar niet voor kiest, dan is er een andere manier om dat gesprek wel te bespoedigen en te vergemakkelijken. Maar we hebben niet voor niks dit voorstel gedaan. Ik stel voor dat via de verordening te arrangeren. Waarbij we niks nieuws toevoegen aan wat op basis van wet- en regelgeving en/of rechterlijk uitspraak al is vastgesteld. De heer Van Verk: Voorzitter. De voorzitter: De heer Van Verk. Twee dingen.
De wethouder geeft aan dat het af en toe bij complexe zaken problemen gaf waar iets ondergebracht moest worden. Dat zijn vrij vage termen. Ik wil ook niet op de casuïstiek ingaan, want wij weten ook, samen met de wethouder, dat die complexe zaken er zijn. Maar u zegt af en toe. Nou bent u er altijd trots op dat heel veel zaken goed gaan, zeker 14.500 zaken gaan er goed. Hoeveel van die 14.000 zaken waren er zodanig complex dat u zegt van, daarvoor moeten we dit in de regelgeving gaan opnemen? Dat is één. Tweede vraag, wat u ook in uw betoog had … U zegt, wij nemen het wel op die verordening, want dan gaat de raad daarover. De raad gaat er niet over. Dat is heel nadrukkelijk ook het advies van AKD. Die zeggen, de raad gaat daar niet over. De wetgever heeft een aantal zaken uitputtend geregeld in die voorliggende wetten. Daar gaat de raad verder helemaal niet over. Daar gaat de rechter over. Waarom wekt u nu toch de suggestie alsof de raad daar nog iets over te zeggen
47
heeft? Waarom kiest u dan voor eigenlijk uitzonderingen, af en toe zo’n ingewikkelde weg, terwijl bij de beleidsregels daar wat meer ruimte en vrijheid blijft voor medewerkers en wie dan ook om daar wel of niet helemaal mee te werken? De heer Van der Linden: Dank. Heldere vragen. Uiteindelijk is het gewoon een keus die je moet maken. U vroeg naar aantallen. Ik kan die niet geven. Ik weet wel, een aantal van u heeft ook gesprekken gehad met de professionals in het veld, hetzij bij Veilig Thuis, hetzij bij sociale wijkteams, ook voor hele andere dingen dan jeugd, ook dat is narratief. Het zijn indicatieve verhalen over juist niet al die zaken die gewoon vanzelf goed gaan. Je komt met je kind of met je zorgvraag bij een sociaal wijkteam. Je gaat naar buiten met een goed advies of een prima beschikking. Maar juist als het ingewikkeld is, daar kennen we allemaal denk ik de verhalen van, ik heb er ook een paar aangehoord, dan blijkt het gewoon ook op inhoudelijke basis best lastig te zijn soms. Waar moet mijn kind nu heen? Is het een WLZ-kwestie? Dan zijn we eigenlijk al te … Dan is dat te lang geleden. Of is het Wmo? Soms is dat ingewikkeld. Dat is ook af en toe wel in de commissie langs geweest. Als u vindt dat je die casussen niet maatgevend moet laten zijn voor de beslissing wel of geen opname in de verordening, dan is het gewoon duidelijk, dan moet je dat niet doen.
Wat ik wil zeggen, is dat we willen staan allemaal voor, in dit geval, adequate jeugdzorg. Daar zijn voldoende middelen voor. Wij hebben in Dordt nooit, in herhaal, nooit het gesprek hoeven voeren, moeten voeren, willen voeren, dat mag ook helemaal niet van de wet, over het geld is op, we moeten bezuinigen. Want er wordt niet bezuinigd in Dordt. We hebben wel natuurlijk het gesprek gehad over, wat is de meest adequate zorg in relatie tot keuzes die er zijn. Dan helpt het als je de professional expliciet laat zien in de verordening, kijk, zo staat het in de wet. We voegen niks nieuws toe. Dit is wat er in de wet staat. Nogmaals, dat kan ook inderdaad in de beleidsregels. Prima. Dat kan. De heer Van Verk: Ik ben blij dat u in ieder geval aangeeft dat het ook in beleidsregels kan en dat dat eigenlijk wellicht net zoveel waarde heeft in ieder geval voor die medewerker. Als ik nu hoor, dan zegt u van, die complexe zaken zijn soms ook wel bij mij op tafel geweest. Ik denk dat bijna iedereen uit de Commissie Sociaal wel een aantal van die zaken kent. Wat ik daarbij opmerkelijk vond, is dat die zaken soms jarenlang liepen. Medewerkers er niet mee uit de voeten konden. Het tot conflicten leidde, tot rechtszaken bij die complexe zaken. Uiteindelijk weet ik er van één dat die is opgelost in de WLZ. Keurig.
Denkt u nu dat door het vastleggen in de verordening dat u voorkomt dat dergelijke zaken ontstaan? Als dat niet zo is, waarom leggen we het dan vast in de wetgeving en niet in die beleidsregels? De heer Van der Linden: Er staat een ding voorop, de vrijheid van de professional. Die professional gaat mij niet vragen, mag ik een beetje geld? De professional gaat zeggen, beste wethouder, leuk, geef hier dat geld. Dit is de oplossing. Die gaan we toepassen. U heeft het maar gewoon te regelen. Zo zal het zijn. Er zijn natuurlijk gemeentes waarin dan de keuze moet worden gemaakt, dan moeten we andere keuzes maken op andere terreinen. Dat vloeit voort uit de wet en uit de zorgplicht die je dan hebt. Dat zijn lastige keuzes, maar ik vind het wel verhelderend. Het is gewoon verhelderend. Soms is het echt ingewikkeld. In sommige gemeentes heb je ook op andere domeinen natuurlijk echt
48
verschrikkelijk ingewikkelde vragen. In Dordt is dat niet zo. U weet, landelijk is uit arbitrage gebleken, de gemeentes in Nederland hebben eigenlijk gewoon recht op veel meer geld. Ik vind dat geld niet de discussie mag zijn als het over deze wetgeving gaat en over deze zorgtoekenningen. Het mag niet over geld gaan. We hoeven ook niet over geld te praten. Ik vind wel dat we moeten praten over tempo, over duidelijkheid en ook over lef tonen bij oplossingen. We weten allemaal hoe moeilijk het is, of allemaal, de meesten van u hebben denk ik ook wel uit de contacten met professionals gehoord dat het soms echt wel ingewikkeld is. Niet alleen op inhoud, maar ook verwachtingspatronen en op verwachtingenmanagement. Dan helpt het, denk ik, als je dat verduidelijkt. Ik herhaal nog maar een keer, want gaat naar de knop, dat kun doen door het duidelijk te maken in de verordening. Dat kan je ook in de beleidsregels doen, of op een andere manier. Maar die verheldering gaat denk ik wel helpen om het sneller concreter en ook toepasbaarder te maken. De voorzitter: Mijnheer Van Verk, nog even tot slot. De heer Van Verk: Tot slot inderdaad. We zijn het op een groot deel met elkaar eens overigens. Die vraagverheldering is van belang. Het vastleggen in die beleidsregels, vind ik nog steeds belangrijk, omdat het dan toch een wat andere status heeft.
Daarbij komt dat het vooral de communicatie is naar de hulpvragers over hoe je met de zaken omgaat. Of dat in die beleidsregels zit of in die verordening, bij die beleidsregels kunt u dat net zo goed communiceren. Dat is een kwestie van iets in een B1, geloof ik, taal neerzetten. Als dat gewoon de mogelijkheid is, dan blijf ik erbij dat het in de verordening vastleggen alleen maar tot mee gedoe gaat leiden. We gaan er niet over. De heer Van der Linden: Ik denk dat we daar, pardon, het echt niet over eens zijn. Ik denk dat het helpt als je het in de verordening vastlegt. Niet omdat je iets nieuws doet, maar omdat je duidelijk maakt, hoor eens, dit vinden we, dit vindt de politiek in Dordt belangrijk. Daarna doen we onze ogen, of hoe heet dat, onze armen over elkaar, want jullie, de professionals, samen met de zorgvrager, komen tot het gesprek over wat er nodig is in dit geval. Soms is dat een heel kort gesprek, met een heel duidelijke uitkomst. Soms is het wat langer. Maar daar moet je eigenlijk vandaan blijven. Je moet een helder kader schetsen met voldoende budget, voldoende capaciteit in de sociale wijkteams en ook voldoende professionals daaromheen om die zorgtoekenningen mogelijk te maken. De schaarse momenten dat je een casus terugkrijgt, je kan nooit honderd procent van de casussen niet op de bord krijgen.
Maar je moet voorkomen dat je ze eigenlijk, als bestuurder en zeker als raad, op je bord krijgt, want eigenlijk moet dat niet. Natuurlijk zijn er altijd uitzonderingen waarin er toch gevraagd wordt, kun je eens meekijken, want anders gaat de rechter iets beslissen waarvan we eigenlijk zeggen, moet je dat wel willen enzovoorts. Zo complex blijft het ook. Dat gaan we echt niet oplossen met een stukje papier. Maar ik hoop wel dat een verordening, met wat daaronder ligt, helpt om het gesprek te vergemakkelijken. De heer Portier: Voorzitter.
49
De voorzitter: De heer Portier, maar mevrouw Nijhof zat volgens mij ook klaar. Maar gaat uw gang, mijnheer Portier. Dan kom ik daarna bij mevrouw Nijhof. De heer Portier: Voorzitter, ik ben geen specialist in jeugdzorg, maar wel in informatietechnologie. Ik weet dat als je dezelfde zaken op twee verschillende zaken vastlegt, namelijk in dit geval in de wet en in een verordening, dat er altijd discrepanties gaan ontstaan die tot problemen kunnen leiden. Ook trouwens als er bij recht blijkt dat een wet anders geïnterpreteerd moet worden, of dat er een wetsverandering plaatsvindt. Moeten we altijd weer terug naar de raad om dan die verordeningen aan te passen. Dat gebeurt dan nooit meteen, of nooit helemaal op de goede manier. Is het echt zo moeilijk om te zeggen van, het is niet verstandig om dit in die verordening vast te leggen en we doen het gewoon zoals de heer Van Verk aangeeft? De heer Van der Linden: Dat is helemaal geen moeilijke vraag. Die gaat u gewoon zo meteen beantwoorden via stemming. Het is natuurlijk zo dat alle regelgeving, ook over parkeren en bouwen enzovoorts … Je stelt een verordening vast. Daaronder zijn nadere regels en/of beleidsregels. Dat vloeit allemaal voort natuurlijk uit bovenliggende regelgeving.
Nogmaals, ik herhaal, je kan het gesprek … We moeten verduidelijking bieden aan het gesprek dat gevoerd wordt door de professional in relatie tot de zorgvrager. In dat gesprek moeten wij ons niet willen mengen. Soms kan het helpen, maar dat moet je eigenlijk niet willen. Dan helpt het als je duidelijke regelgeving vastlegt. Nogmaals, ik herhaal, ik heb er de voorkeur voor om dat in een verordening te doen, ook omdat u hem dan vaststelt. Geen nieuwe wetgeving, maar u legt het vast in de hoogste soort wetgeving die u heeft. U kwalificeert wat de landelijke wetgever gewoon heeft vastgesteld. Dat voeren we uit. Je kan het ook een niveautje, ik doe even lager, op de uitvoering doen in de beleidsregels. Dat kan. Kom ik toch even terug op dat B1. De voorzitter: Dat mag, maar mevrouw Nijhof zat ook nog klaar. Gaat uw gang. Mevrouw Nijhof: Ik zit het aan te horen. Want wat is erop tegen om gewoon niets te doen op dit moment en straks gewoon te gaan naar een verordening sociaal domein? Wat is daar dan de reden van dat dit nu op deze manier, laten we zeggen, er enigszins doorgedrukt moet worden? De heer Van der Linden: Dit is de eerste keer dat ik u hoor pleiten om niets te doen, maar dat bedoelt u met een positieve intentie natuurlijk. Kijk, wat we al langere tijd constateren, is dat een aantal dingen … Dat we die anders zouden willen regelen. Daar hebben we het ook over gehad.
Daarin is het ook behulpzaam als we de toeleiding verduidelijken en ook als we de communicatie tussen zorgvrager en professional kunnen vergemakkelijken en meer concreet kunnen maken. Daarom. Ik zou met alle liefde en plezier, als ik zou weten dat we in mei, juni een nieuwe verordening hebben liggen, wie we ook zijn, een nieuwe raad, een nieuw college, dan zou ik zeggen, wacht even. Maar u weet allemaal dat verordeningen vaststellen best een langdurig proces is, zeker als het gaat om een integrale verordening waar echt een aantal wetten die naast elkaar functioneren in een verordening moeten komen. Ik zou willen dat we de professional
50
helpen om met deze nieuwe verordening aan de slag te gaan. Inderdaad de toezegging is gedaan en die hebben we ook een paar keer herhaald, zowel college Heijkoop als ik, dat we, een nieuw college met de nieuwe raad, zo snel als mogelijk met de verordening aan de slag gaan. Ik constateer wel, deze verordening heeft een positief advies gekregen van de Adviesraad Jeugd en Wmo. Die willen we ook betrekken bij de uitwerking in de beleidsregels. Die toezegging is ook met plezier gedaan. Want we zien dat hij daar scherper, beter en concreter van wordt. Laten we dat gewoon afronden. De voorzitter: Mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: Goed, ik snap wat u zegt. Nou heeft u het steeds over de professional. We moeten de professional ondersteunen om deze verordening goed uit te kunnen voeren, want daar heeft u het steeds over. Zou u eens willen reageren op wat ik net in mijn woordvoering zei, dat ik inmiddels, laten we zeggen, een gerechtelijke uitspraak heb waaruit blijkt dat de professionals, ook de professionals in de Stichting Jeugdteams, eigenlijk niet weten welke wettelijke taak ze uitvoeren. Dat gaat over, in dit geval, een uit huis geplaats kind, waar ouders voor ze zijn gaan strijden om dat uiteindelijk weer terug te krijgen. Vervolgens is het zo dat de rechter deze mensen voor zich krijgt en zegt, ik kan geen recht spreken.
Ik kan deze zaak niet, want … Ik moet deze zaak niet ontvankelijk verklaren, want er is hier namelijk geen sprake van een juridisch getoetste uithuisplaatsing. Waarin hij zegt, ik denk dat dat ook verstandig is om u dit toe te sturen, dat hij eigenlijk heel gechoqueerd is over het feit dat die jeugdteammedewerkers niet op de hoogte zijn van het feit dat zij, laten we zeggen, niet zomaar een kind uit huis mogen plaatsen zonder zijn toetsing. Dat is zeer ernstig. Kunt u in ieder geval … Weet je, kijk, we kunnen allemaal leuke verordeningen vaststellen, maar ik maak me ernstige zorgen over dat de uitvoerders in dit geval eigenlijk helemaal niet weten binnen welk wettelijk kader zij werken. De heer Van der Linden: Dank. U zegt een aantal dingen. Kijk, er zijn concrete gevallen waarin de wet niet goed wordt toegepast. Dat weten we allemaal. Maar mag ik even reageren, want ik zie u meteen weer … U stelt een vraag, ik geef een antwoord. We hebben in de contractering van de sociale wijkteams, of het gaat over Wmo of over jeugd, gezegd, we willen eigenlijk wel dat je professionals aan het werk hebt. Die opgeleid zijn, die ook tijd hebben voor bijscholing enzovoort. Natuurlijk heb je ook collegiale toetsing. In veel gevallen kijken er meerdere ogen mee, niet alleen maar een set. Ik ken deze casus denk ik niet.
Maar als dat zo is, dan verdient iemand, dan verdient de organisatie een stevige douw. Want het kan niet zo zijn dat we in Dordrecht de wet niet toepassen. Als dat zo is, dan is er een rechter om daar iets van te vinden. Het moet een keiharde uitspraak zijn, want we willen het beter maken. Net hadden we het over OV, het gaat ook over bouwen, het gaat over van alles en nog wat. Wij willen een betrouwbare overheid zijn, een betrouwbare gemeente zijn die duidelijk communiceert, die goede regelgeving heeft en natuurlijk in de uitvoering. Ook als het gaat over 14.000 kinderen, jeugdigen per jaar in onze regio. Er zullen vast heel veel kinderen blij een gelukkig zijn. Dat is echt iets waar ik van overtuigd ben. Daar krijg ik ook mailtjes over. Maar natuurlijk, er worden ook fouten gemaakt. Soms omdat een
51
zaak te ingewikkeld is en soms omdat iemand zijn boekje te buiten gaat. Optreden. Meteen. Duidelijk. De voorzitter: Goed. Mevrouw Nijhof: Mag ik daar nog op reageren? De voorzitter: Ja, dat mag. Mevrouw Nijhof: Want het punt wat ik eigenlijk wil maken is, deze zaak komt uit 2019, zeg ik maar even, is dat ik eigenlijk me zorgen maak over, wat dat betreft, de mensen in de jeugdteams die uitvoeren. Die ook in andere gevallen vaak niet weten dat zij, laten we zeggen, in het vrijwillig kader op een bepaalde manier moeten handelen. Dat vind ik ernstig. U kunt zeggen van, u moet die mensen aanpakken. Maar wat hier aan de hand is, dat heeft die rechter ook zo uitgesproken, dat hij zich verbaast over dat er mensen in teams werken die eigenlijk helemaal niet hun bevoegdheden kennen. Dat vind ik echt een dingetje wat, laten we zeggen, ook hier eigenlijk ter tafel zou moeten liggen. Want je kunt allerlei verordeningen vaststellen, maar als er mensen in de uitvoering zitten die het wettelijk kader eigenlijk niet goed kennen, dan ben je nergens. De heer Van der Linden: Eens. Maar het is wel, we hebben in onze eigen afspraken die we maken met sociale wijkteams, nogmaals, meer dan alleen jeugd natuurlijk, eisen opgenomen over opleiding, maar ook over toetsing en over enzovoort ontwikkeling.
Nogmaals, als een rechter een uitspraak doet over niet alleen een zaak zelf, die inhoudelijk complex kan zijn enzovoorts, maar ook daarbij letterlijk zegt, of in ieder geval aangeeft in de overwegingen, dit heeft ook te maken met rolopvatting, rol mening en rol verantwoordelijkheid, dan heb je gewoon een heel ander gesprek te voeren met elkaar. We voeren dat gesprek ook in de jaarlijkse gesprekken met de sociale wijkteams. Maar goed, nogmaals, het voert te ver om op de casus zelf in te gaan. Ik ken deze casus, denk ik, niet. Maar helder. Maar wij hebben het hier over een verordening vaststellen. Inderdaad, u zegt een dingetje, dat is het natuurlijk niet. Dit is een serieus issue. Verordeningen stel je vast om het duidelijker te maken ten aanzien van de Dordtse inwoner en ook ten aanzien van de professional, hoe hij te werk moet gaan. Dat kan helpen om dat gesprek te vergemakkelijken. Ik heb nog drie vragen staan, voorzitter. De voorzitter: Gaat u die beantwoorden. De heer Van der Linden: De eerste gaat over de B1, over B1-taalniveau. We hebben het in de commissie gehad, ik denk dat mevrouw Koene daar niet bij aanwezig was, maar dat is toen wel besproken, dat wij deze verordening ook op een ander taalniveau gaan omwerken. Dat is natuurlijk wel even een klus, want dit is best complexe taal.
Maar net zoals je bijvoorbeeld de bijbel, die ook van nature geschreven is in best complexe taal, heel erg goed in gewone taal kan vertalen, u zou er eentje kunnen proberen af en toe, kun je ook een verordening best omtalen, hertalen in zeer goed leesbare taal. Waarin je ook duidelijk krijgt … Want dat vind ik vaak het nadeel van zo’n stuk wet, van zo’n stuk
52
regelgeving. Het lijkt alsof je met allerlei mitsen en maren probeert dingen te voorkomen, of met mitsen en maren te regelen. Je wil een uitnodigende manier van communiceren hebben. Niet om alles maar te faciliteren, maar om wat wat nodig is wel te regelen. Dat gaan we ook doen met deze verordening. Dat is één. De heer Boersma om het tijdig betrekken van onder andere de Jeugdadviesraad Wmo en Jeugd bij de beleidsregels. Dat gaan we doen. Dat evaluatieve kader, ik denk dat het goed is. Kijk, evalueren doe je niet af en toe, dat doe je eigenlijk volcontinu, zeker als het gaat om narratief evalueren. Daar is ook veel over geschreven in de afgelopen tien, vijftien jaar. Dat kun je alleen doen als je steeds het verhaal laat. Dan helpt het als je een kader hebt. We zitten in de laatste graad van deze periode. Ik denk dat het helpt om dat gesprek verder te voeren met een nieuwe raad en een nieuw college, maar dat is nodig. Net zoals je bij de koude data ook een kader hebt waar vanuit je KPI’s definieert, helpt dat bij de warme data ook. Dat waren de concrete punten, voorzitter. De voorzitter: Dank, wethouder. De heer Burakçin: Voorzitter. De voorzitter: De heer Burakçin. De heer Burakçin: Voorzitter, ik heb het kort in mijn woordvoering ook aangestipt, over de juridische advisering. Wij hebben het er in de commissie met elkaar over gehad.
Maar het is mij nog steeds niet helder hoe dat proces is gelopen met de juridische advisering. Want we hebben heel helder gevraagd of dat op schrift is. Dat is er niet. Maar hoe is dat dan wel gelopen? Is dat telefonisch gegaan of op een andere wijze? Ik vind het nogal belangrijk, voorzitter, want als het gaat over dit dossier, komt de naam van die advocaat toch veelvuldig voor in processen en in beleidsstukken. Het is denk ik toch wel belangrijk om te weten hoe die advisering is gegaan. Of dat op schrift is gegaan of wat dan ook. Om voor de volgende keer de juiste keuzes te maken. Is het zo van dat de advisering niet overgenomen is van die advocaat of op een andere wijze? De voorzitter: Uw vraag is helder. Wethouder. De heer Van der Linden: Daar hebben we in de commissie twee keer over gesproken. Het is altijd ongemakkelijk om het over personen te hebben, met naam en toenaam. Doet u nu niet. Prima. Ik weet niet beter dan dat er geen stuk op schrift is geleverd. Punt. Ik weet wel hoe we het de volgende keer gaan doen. Nooit meer zo. We gaan gewoon een Dordtse verordening vaststellen, een integrale verordening, waarin we heel duidelijk maken wat we vragen aan een juridisch adviesbureau/wat we vragen aan een jurist, zal dat we helder klip en klare antwoorden krijgen op papier, toetsbaar, controleerbaar enzovoort.
We kunnen nog steeds van mening verschillen over sommige feiten, ook in dit stuk, wat eigenlijk een heel goed stuk is. Ook volgend jaar of ook de komende periode als je een nieuwe verordening gaat ontwikkelen en gaat vaststellen. Afbakening is helemaal geen eenvoudig onderwerp blijkt. Interessant. Maar dan heb je gewoon een basis. We gaan niet meer met telefoontjes en wat heen en weer mailen advisering doen. Dat is een heel helder punt. Dat is een toezegging van mij, maar daar
53
ga ikzelf, in welke rol dan ook, het nieuwe college ook aan houden. Dat zou ik u ook adviseren. De voorzitter: Dank. Dat is klare taal. Mevrouw Nijhof: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: Mag ik nog een vraag aanvullend stellen over de juridische toetsing. De voorzitter: Nog een vraag. Gaat uw gang. Mevrouw Nijhof: Want zoals u al hoorde in mijn eigen woordvoering, ga ik een WOBverzoek hierover indienen. Want wat ik ook vind, we hebben tot tweemaal toe gesproken, met naam en toenaam, is ook door u genoemd, van deze zeer gerespecteerde jurist … Wat ik eigenlijk ook vind, is dat de manier waarop u nu hierop reageert, dat u volledig voorbijgaat aan dat deze mijnheer met naam en toenaam genoemd is. Vervolgens is er gezegd, hij heeft getoetst. Is een man met aanzien. Vervolgens gaat het bureau toetsen. Dan blijkt er iets heel anders uit te komen. Dat u eigenlijk nu zegt van … U heeft deze mijnheer, vind ik, beschadigd. Dat vind ik echt een dingetje. De heer Van der Linden: Dat is een dingetje, opnieuw, in uw termijn. Maar ik vind eigenlijk dat dat niet fair is naar de betreffende mijnheer toe en ook niet naar het gesprek wat we hebben gevoerd. Ik heb steeds gezegd, een aantal van u heeft dat ook al gezegd, laten we het dan niet over personen hebben. Er is advisering geweest. Die advisering is door AKD op papier gezet. Er is ook andere advisering geweest.
U weet zelf ook heel goed dat juristen ook van mening kunnen verschillen. Het was beter geweest als we de advisering van de eerste ronde schriftelijk op papier hadden gezet met een begin- en een eindpunt. Want dan kun je gewoon zeggen wat er op papier staat. Ik constateer dat dat niet gebeurd is. Dat vind ik heel vervelend voor het proces, want dit stuk heeft natuurlijk wat dat betreft veel meer geholpen. Verder wachten we uw verzoek af. De voorzitter: Dank. Dan hebben we daarmee de termijn van het college ook gehad. Ik kijk even of er nog behoefte is aan een tweede termijn. Dat is niet het geval. Is er behoefte aan een schorsing? Ja? Mevrouw Nijhof: Vijf minuten? Mevrouw Stolk: Ja. Mevrouw Nijhof: Vijf minuten. De voorzitter: Vijf minuten? Dan schorsen we vijf minuten. Zien we elkaar straks.
54
Schorsing De voorzitter: Goed, beste mensen, neemt u uw plaatsen weer in alstublieft. We gaan verder met de vergadering. Ik zie dat wethouder Heijkoop zijn verjaardag met GroenLinks aan het vieren is. Hoera, hoera, hoera. Dag, wethouder Heijkoop. De vergadering is heropend. Ik kijk even naar mevrouw Stolk die om een schorsing had gevraagd. Bent u eruit? Mevrouw Stolk: Ja hoor, voorzitter, we zijn eruit. De voorzitter: Mooi. Is er nog behoefte aan een tweede termijn? Dat is niet het geval. Dan gaan we richting de stemming. Dan komen we bij amendement A1, ingediend door de Partij van de Arbeid en anderen, zeg ik dan maar even. Het staat er niet op, maar in ieder geval GroenLinks. Ik kijk even of er nog behoefte is aan een stemverklaring op het amendement. Het is nog een beetje onrustig mensen. Gaat u zitten. Is er nog behoefte aan stemverklarigen? Ja, mevrouw Van der Ham, gaat uw gang. Mevrouw Van der Ham: Voorzitter, nu uit het juridisch advies een voorkeur lijkt te bestaan voor het amendement van de heer Van Verk en ik vanuit de wethouder eigenlijk geen zware bezwaren hoor om dat dan over te nemen, gaan wij het amendement van de fractie PvdA steunen. De voorzitter: Dank. Andere stemverklaringen? De heer Boersma. De heer Boersma: Voorzitter, ik ben het eens met de stemverklaring van mevrouw Van der Ham.
Aanvullend vind ik ook dat wij, als we onze rol als raad serieus nemen … Dat als een keer onze bevoegdheid iets niet is, dat we dat dan ook gewoon toe moeten passen. De voorzitter: Dank. Anderen? Mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: Voorzitter, wij zullen tegen het amendement stemmen en wel met de argumentatie dat, laten we zeggen, de oude verordening niet deugt, de voorliggende verordening eigenlijk niet deugt en dat het amendement eigenlijk niet ver genoeg gaat als het gaat om het kunnen uitvoeren van die verordening. Wij stemmen tegen. De voorzitter: Dank. Anderen nog? Zo niet, dan gaan we stemmen op het amendement. Amendement A1. Als u voor bent groen. Als u tegen bent rood. Rood. Tegen is de Fractie Nijhof, de VVD-fractie en Gewoon Dordt. De overige fracties zijn voor. 12 tegen, 24 voor. Daarmee is het amendement aangenomen. Dan komen we bij het voorstel zelf, het geamendeerde voorstel. Zijn er nog stemverklaringen? Zo niet, dan gaan we stemmen. Voor is groen. Tegen is rood. Fractie Nijhof is tegen en de overige fracties voor. 6 stemmen tegen en 30 stemmen voor. Daarmee is het voorstel aangenomen.
55
51.‘Een huis voor iedereen? Deel 1 Woononderzoek RKC: beschikbaarheid – Raadsvoorstel De voorzitter: Dan gaan we door met agendapunt 51. Een huis voor iedereen. Deen 1 van het Woononderzoek RKC: beschikbaarheid. Ik hecht er nog aan, voordat we dat doen, dan ga ik ook even gelegenheid geven om te wisselen … Ik hecht eraan om voordat we dat doen nog een ding recht te zetten ten aanzien van agendapunt 47. We hebben daar gestemd over de motie die ingediend is door onder andere de ChristenUnie/SGP. Daar heb ik gezegd dat de uitslag 20, 13 was. Daarmee zou de motie verworpen zijn. Dat blijft overigens ook zo. De motie blijft verworpen. Maar de uitslag is 18, 15. Dat heeft te maken met het feit dat er een fractie is geweest die verdeeld heeft gestemd. Ik zou u ook willen verzoeken om bij het stemmen met de kaarten even echt goed aan te geven als uw fractie verdeeld gaat stemmen, want dat is bij de groene en rode kaarten wat makkelijker te zien. Maar voor het verslag, 18, 15. Daarmee blijft de motie verworpen. Dank, wethouder. Dan gaan we naar agendapunt 51. Ik geef even de gelegenheid om te wisselen van plaats. Schorsing De voorzitter: Gaat u zitten. Agendapunt 51. Een huis voor iedereen. Deel 1 van het Woononderzoek RKC: beschikbaarheid. Op 8 februari is in de Commissie Fysieke Leefomgeving uitgebreid gesproken over het Woononderzoek. GroenLinks heeft een amendement aangekondigd.
De commissie heeft geconcludeerd dat er in de commissie voldoende besproken is wat de achtergrond … De discussie is afgerond. Dat de wethouder na het indienen van het amendement het woord krijgt, waarna kan worden overgegaan tot stemming, zo is er geconcludeerd. Als iemand na de wethouder alsnog wil reageren, daar wil ik dan nog wel gelegenheid voor geven. Maar ik geef graag het woord aan de indieners om het amendement kort toe te lichten. Dan ga ik daarna meteen over naar mijnheer Burggraaf, in dit geval, die wethouder Stam vervangt. Die is afwezig vanwege gezondheidsklachten. Ik heb begrepen dat naast GroenLinks ook de VSP, SP en CDA het amendement mede indienen. Ik geef het woord aan GroenLinks. Gaat uw gang. Mevrouw Van Benschop: Dank u wel. Inmiddels is dat lijstje een heel stuk langer geworden. Voor de goede orde, dat is GroenLinks, VSP, de SP, CDA, de Dordtse VVD, Partij voor de Vrijheid, D66, Fractie Nijhof en Beter voor Dordt. Wil je er ook bij? Weet je, ik vind het prima. Als iedereen erbij wil, zijn we heel snel klaar. Dan kunnen we ook gewoon stemmen. De voorzitter: Dien hem toch maar even in graag, als u wilt. Voor het verslag. Mevrouw Van Benschop: Ik ga hem indienen. Dank u.
Wij hebben een amendement opgesteld, waarbij we aanvullen het raadsvoorstel met de volgende zin, daarbij zorgdragend voor een substantiële vermindering van het tekort aan sociale huurwoningen en betaalbare koopwoningen, met name ook onder de 300.000 euro, in de harde planvoorraad tot 2030. De reden voor dit amendement en de aanleiding, is dat
56
uit het Rekenkamerrapport blijkt dat juist in die goedkope categorieën niet alleen de planvoorraad, maar ook de realisatie ver achterblijft, terwijl het voor de duurdere woningen wel lijkt te lukken. Er moet een, zoals we dat mooi genoemd hebben, substantiële wijziging van prioriteit plaatsvinden, zodat we gaan bouwen wat we hebben afgesproken in de lokale paragraaf van de Woonvisie. Dat we daar ook echt de prioriteit op leggen. Daar wil ik het bij laten. De voorzitter: Hartelijk dank. Daarmee is het amendement ingediend. Het amendement A … Nee, maar die komt nu. Dat is amendement A2, door diverse partijen, zeg ik dan maar even. Ik wil graag de wethouder gelegenheid geven om daarop te reageren. Wethouder Burggraaf. De heer Burggraaf: Voorzitter, ik reageer maar even op wat ik hier hoor van die strekking van het amendement. Ik heb de letterlijke tekst nu niet voor me liggen. Wat een hippe dingetjes zitten hier trouwens zo aan de zijkant. De voorzitter: Die zitten er al drieënhalf jaar, wethouder. De heer Burggraaf: Vallen me nu pas op. Een beetje van die ET-oogjes zijn het. Is wat anders dan Teams vergaderen natuurlijk, voorzitter. Goed, het rekenkamerrapport, die geeft natuurlijk terecht ook aan dat als het gaat om de woningbouwmarkt en de woningomstandigheden echt in heel Nederland grote stappen te zetten zijn.
Je ziet ook vanuit het Rijk dat er veel subsidies komen om meer betaalbare woningen te realiseren. Gelukkig weten we in Dordrecht daar ook goed onze weg te vinden. Inmiddels, het afgelopen jaar zevenenhalf miljoen aan rijkssubsidie vanuit Den Haag naar Dordrecht weten te halen om vaart te maken met die betaalbare woningen. Er zit ook echt goed tijdsdruk op. Want je moet dan binnen twee jaar dat realiseren. Ik kan u vertellen, Spuiboulevard op de Crownpoint-locatie, daar komen echt substantieel veel, meer dan honderd betaalbare woningen. Op het Maasterras ook forse aantallen. In die zin, volgens mij, waar de oproep stelt dat in die planvoorraadvorming de slag gemaakt moet worden om veel meer betaalbare woningen of toe te voegen in onze stad, is ook iets waar het college achterstaat. Hetgeen we in die planmonitor, waar u elke keer in meenemen, of hebben geïdentificeerd als een volgende stap in deze periode. Want wat is er gebeurd in deze periode? Is zorgen dat de basis op orde komt. Dat betekent dat de doorlooptijden voor het verstrekken van vergunningen en de voorbereidingen om naar planvoorraad te komen, dat we die fors naar beneden hebben gebracht. Inmiddels tweeënhalf jaar gemiddeld. Daar zijn we echt in Nederland koploper mee. Dat u ook ziet dat die woningbouw nu elk jaar weer toeneemt in aantallen.
Dat moet de volgende periode keihard worden doorgepakt, om te zorgen dat de ambities die gesteld zijn ook gehaald worden. In die zin zien we dit amendement als een ondersteuning van die ambitie. De voorzitter: Mooi. Dank. Is er nog behoefte aan een tweede termijn? Nee? Zullen we gaan stemmen? Amendement A2. Zijn er nog stemverklaringen? Zo niet, dan gaan we … De heer Portier, stemverklaring? U bent voor, zie ik.
57
De heer Portier: Ik ben sowieso voor. Hele korte verklaring. Wat in dit amendement beoogd wordt, is dat het college in ieder geval aan de slag gaat met haar eigen plannen en haar eigen zaken die ze voorgesteld heeft die nog achtergebleven zijn. Daarnaast blijven wij als SP van mening dat er ook een substantiële wijziging van de plannen naar meer betaalbare woningen, meer sociale huurwoningen, meer middenhuurwoningen moeten komen. Daar doet niets van af dat wij vinden dat dat beleid nog steeds bijgesteld moet worden. Dank u wel. De voorzitter: Dank. Andere stemverklaringen? De heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Dank u wel, voorzitter. Wij willen met deze stemverklaring aangeven dat wij hopen dat alle partijen die hier ook voor gaan stemmen straks ook voor gaan stemmen als er concrete voorstellen komen dat er ook daadwerkelijk meer sociale huur komt. Dat is in het verleden in de middenzone door een heel aantal partijen niet gedaan. Dat is de vorige raadsvergadering voor de binnenstad ook niet gedaan. Zo zijn er nog wel een paar te noemen. Ik reken erop dat het ook echt gebeurt en geen holle woorden zijn. Wij zijn voor. Dat is duidelijk. De voorzitter: Dank. Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, wij sluiten ons aan bij de stemverklaring van de heer Portier en van de heer Van der Kruijff. De voorzitter: Dank. De heer Schalken.
De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, in aansluiting op wat eerder gezegd is, ook zeker vanuit Beter voor Dordt hetzelfde geluid, dat we ook wel met elkaar de volgende stap moeten zien te zetten. Want waar Beter voor Dordt in 2018 nog moest knokken voor tien procent bij Amstelwijck, hopen we dat we nu echt ook in de komende periode meer op dat sociaal kunnen inzetten. De voorzitter: Dank. Andere stemverklaringen? De heer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, dank. Wat ons betreft zeker steun ook hiervoor. Belangrijk om een tandje bij te zetten op de uitvoering van onder andere de woningen in deze prijscategorieën. Maar zeker geen oproep tot een aangepaste Woonvisie of invulling daarvan. Tandje bij in de uitvoering binnen de huidige kaders. De voorzitter: Hartelijk dank. De heer Veldman. De heer Veldman: Voorzitter, dank. Wij zullen ook voor deze motie stemmen. Of dit amendement, moet ik zeggen. Wij vinden het vooral van belang dat het college duidelijk maakt waar deze woningen binnen de huidige kaders in de plannen zitten. Dat hij zoveel mogelijk voor 2030 daar zitten. Daar zijn we het mee eens. Tot zover. De voorzitter: Dank. Mevrouw Van Benschop.
58
Mevrouw Van Benschop: Dank u wel. Wij sluiten ons ook aan bij de stemverklaring van het CDA en van de heer Portier van de SP. De voorzitter: Dank. Anderen nog? Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Dank, voorzitter. Wij steunen dit amendement ook. Ik zei net al gekscherend van, zet mijn logo er ook maar bij. Maar ik bedoel, daar was ik helemaal niet mee bezig geweest. We willen nog wel even benadrukken, namens Gewoon Dordt, dat het in percentages denken niet per se noodzakelijk is van ons, maar wel dat we blijven kijken naar wat de vraag is. De voorzitter: Zijn er verder nog stemverklaringen? De heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Doet hij het? Hij doet het uitstekend. Voorzitter, als laatste, zou ik zeggen. Uiteraard steunen bij dit amendement. Daarnaast ook, wij denken dat het volgende college en de raad ook nog een bijzondere uitdaging heeft, want de Rekenkamercommissie heeft duidelijk aangegeven dat eigenlijk dit hele beleid op de schop moet. Dat wordt nog een heel spannend proces. Dank u wel. De voorzitter: Daar zijn we gek op, spannende processen. Andere stemverklaringen nog? Zo niet, dan gaan we stemmen. Als u voor bent, we hebben het dan over het amendement, groen. Als u tegen bent rood. 36 stemmen voor. Dat is duidelijk. Dan gaan we het over het voorstel zelf … Zijn daar nog stemverklaringen? Zo niet, dan gaan we stemmen. Voor is groen. Rood is tegen. Ook 36 stemmen voor.
Ik ga ervan uit dat de heer Burakçin ook … Ja, precies. Dank. 52.Budgetoverhevelingen 2021-2022 – Raadsvoorstel De voorzitter: Dan zijn we bij agendapunt 52. Gaat over de budgetoverhevelingen 20212022. Op 15 februari is in de Commissie Bestuur en Middelen gesproken over de budgetoverheveling. Ik geef even gelegenheid om te wisselen inderdaad, want dat gaat als vanzelf. Schorsing De voorzitter: Goed mensen, kunnen we weer? Gaat u zitten alstublieft. Agendapunt 52. De budgetoverhevelingen. Zoals gezegd, op 15 februari besproken in de Commissie Bestuur en Middelen. D66 heeft een motie en een amendement aangekondigd. De commissie heeft afgesproken alleen daarover met elkaar te spreken. Ik geef graag D66 het woord om dit toe te lichten. Dat is de heer Tiebosch, in dit geval. Gaat uw gang. De heer Tiebosch: Dank u wel, voorzitter. De motie alleen door D66 en het amendement wordt ook mede ingediend door GroenLinks. De toelichting. Het overhevelen van budgetten van het vorige begrotingsjaar naar het lopende jaar is geen politieke fastfood. De gemeenteraad moet er wel alert op blijven. Op het oog een onschuldige
59
administratieve operatie. Veel raadsleden houden bij dit soort voorstellen een langgerekte gaap achter de tanden en steken hun hand op en zeggen, ja hoor, doe maar. Kunnen we het nu weer over politiek hebben? Maar de belangrijkste vraag is, wat zou je liever doen met geld dat overblijft van vorig jaar? Waarom loopt dat dubbele budget Kunst in de Openbare Ruimte al sinds 2017 ieder jaar over? Bij het overhevelen van budgetten ligt een kans voor de raad, tenzij je verveelt je hand opsteken natuurlijk in afwachting van een echte politiek. D66 hoopt dat de nieuwe raad daarvoor beter in positie wordt gebracht dan de huidige. Het amendement was afgelopen zaterdagmiddag rondgestuurd is, dat heb ik vandaag aangepast. De reden is dat gisterenmiddag de ambtelijke organisatie met mij contact heeft opgenomen over het eerder ingediende amendement. Hoewel er in de budgetoverhevelingen qua toelichting voor dat punt wat ik opgevoerd had, de 330.000 euro, geen euro toelichting staat, heb ik mij toch door de ambtelijke organisatie laten overtuigen dat wat nu ambtelijk wordt voorbereid, dat dat voor D66 in ieder geval wel acceptabel is. Alleen ik ga niet vertellen wat er tegen mij is gezegd. Dat vind ik een taak van het college. Wat betreft de toelichting op het amendement, die vastgestelde cultuurnota zit D66 nog steeds dwars.
We hebben wel heel uitgebreid over die cultuurnota gesproken en de ambities vastgesteld, alleen de financiële middelen die nodig zijn voor het uitvoeren hebben wij als raad niet geregeld. Dit is het laatste moment om dat nog te doen, vandaar het amendement Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder. Om daarmee in ieder geval voor de resterende tijd noch de middelen te realiseren. De voorzitter: Dank. Derhalve een motie vanuit D66 en een amendement van D66 en GroenLinks. Dat zeg ik goed? Dank. Ik ga over naar de eerste termijn om te kijken hoe de rest van de raad er in zit. Ik begin bij Beter voor Dordt. De heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, kort. Wij wachten eerst even de reactie af vanuit het college. De voorzitter: Dank. De VVD fractie. De heer Merx. De heer Merx: Dank u wel, voorzitter. Wij staan positief tegenover zowel het amendement als de motie. Ik denk dat het hele goede voorstellen zijn waar wij mee in kunnen stemmen, tenzij dadelijk het college komt met een heel overtuigend verhaal dat het helemaal niet goed is. Maar dat gaan we graag horen. De voorzitter: Hartelijk dank. CDA-fractie. De heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Dank u wel, voorzitter. Dit onderwerp is natuurlijk ook al vaker, terecht, naar voren gebracht door D66. Je ziet inderdaad dat bij budgetoverheveling rijp en groen door elkaar door elkaar loopt.
We snappen best dat operationele gelden voor brugherstel of weet ik wat best een jaargrens over kunnen schieten. Maar als het gaat over niet bestede gelden voor evenementen, om maar eens wat te noemen, dat je daar nieuwe afwegingen kunt maken. Dat doen we nu niet zo uitdrukkelijk met elkaar, want dat komt in een groot verzamelvoorstel op een rijtje, meestal vrij dun beargumenteerd. In die zin begrijpen wij de strekking van de motie en staan we daar ook wel achter om
60
dat eens uit elkaar te rafelen en helderder aan de raad te presenteren hoe we daar beter mee om kunnen gaan. Tenzij er straks hele rare adviezen, die wij niet verwachten, uit het college … Raar is niet het goede woord. Hele onverwachte adviezen uit het college komen, die wij niet verwachten, denken we dat we de motie gaan steunen. Hetzelfde geldt voor het amendement over cultuur. Tenzij we straks terugkoppeling krijgen dat er dan iets dit jaar ontzettend mis gaat wat er beoogd was wat dan niet kan. Maar dat horen we dan wel. Dank u wel. De voorzitter: Dank. Dan D66. Ik weet niet of de heer Tiebosch nog iets heeft toe te voegen aan zijn eerdere inbreng? Nee? Dan gaan we naar GroenLinks. Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Voorzitter, dank u wel. Ik heb gewoon niks toe te voegen aan het goede betoog van de heer Tiebosch over het amendement. De motie wachten wij zelf eventjes af. Dat is iets wat meer naar de toekomst ligt en waar wij van denken dat mogelijk een nieuwe raad daar iets over moet zeggen. Maar wachten daarvan het antwoord van de wethouder af. De voorzitter: Dank. Dan ga ik naar de heer De Looze namens de ChristenUnie/SGP. De heer De Looze: Voorzitter, dank u wel. Eens met het CDA en de VVD. Het is denk ik ook goed om toe te voegen dat cultuur in de coronatijd echt hard geraakt is. Dan is het ook goed om dit op deze manier te doen. De voorzitter: Dank u wel.
Dan gaan we naar de PVV-fractie. Mevrouw Rutten. Mevrouw Rutten-Alberts: Ik kan me aansluiten bij de VVD. Dat was hem. De voorzitter: Dat is kort en krachtig. Dan gaan we naar de SP-fractie. De heer Portier. De heer Portier: Voorzitter, voor mij een nieuwe ervaring. Ik schaar me ook even achter de VVD en het CDA. De voorzitter: Kijken of mevrouw Stolk ook zo gaat reageren. Gaat uw gang. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dat geldt ook vanuit de VSP. Ook met name het cultuurbeleid hebben we inderdaad al veel besproken, maar ook door de coronamaatregelen. Ook de cultuursector is hard getroffen. Ook zijn wij geneigd om zowel de motie als het amendement te steunen. De voorzitter: Hartelijk dank. Partij van de Arbeid, de heer Van Verk. De heer Van Verk: Voorzitter, wij sluiten ons aan bij de woordvoering van de heer Merx, de heer Van der Kruijff en de heer De Looze. We zullen beide zaken steunen. De voorzitter: Hartelijk dank. Mevrouw Koene, namens Gewoon Dordt.
61
Mevrouw Koene: Dank u wel, voorzitter. Zal ik me dan aansluiten bij de woorden van mijnheer Van Verk, want dan hebben we al die anderen daarvoor ook al gehad. Gekheid, voorzitter. Maar cultuur is gewoon heel erg belangrijk om je als stad te onderscheiden. Wij vinden dat er best eens wat steviger in geïnvesteerd mag worden. Dat. De voorzitter: Dank. Dan gaan we naar mevrouw Nijhof, namens Fractie Nijhof. Mevrouw Nijhof: We zullen het kort houden deze keer. Wij sluiten ons aan bij mevrouw Stolk in dit geval. Dat was het. De voorzitter: Het is een hele keten zo die ontstaat. Dank. Mijnheer Van der Klaauw, bij wie sluit u zich aan? De heer Van der Klaauw: Ik sluit me aan bij iedereen. De voorzitter: Goed. Dat is dan duidelijk. We krijgen straks twee portefeuillehouders te zien. De ene reageert op de motie. Dat is wethouder Burggraaf. Wethouder Van der Linden zal op het amendement ingaan. Eerst wethouder Burggraaf. Gaat uw gang. De heer Burggraaf: Dank u wel, voorzitter. Ik kon het toch niet … Wat zal ik zeggen? Het schoot door mijn hoofd, want het is de bijna laatste raadsvergadering van de heer Tiebosch. Wij hebben nog een officiële laatste. Maar in ieder geval een laatste inhoudelijke. Nu zit ik zelf al sinds 2014 in de gemeenteraad. Toen zat de heer Tiebosch al lange tijd. Ik heb toen ook de auditcommissie onder andere gedaan.
Ik zat te bedenken dat er eigenlijk geen mooier, hoe zal ik het zeggen, erfenis of cadeautje aan een nieuwe raad is te bedenken dan deze motie, die ook heel goed bij de heer Tiebosch past. Want ik heb heel veel respect voor zijn enorme kennis en scherpe blik op die gemeentefinanciën. Want wat u zegt, het klopt. Het is ook taaie kost. Waarbij ook regelmatig, u noemde het geloof ik, de gaap achter de kiezen verborgen blijft, terwijl dat het wel een heel belangrijk recht is van u als raad. Want het is budgetrecht. Het zijn de middelen. Het is de benzine die alles laat draaien in die stad. Heel mooi dat u daar op het laatst nog zo’n mooi cadeautje meegeeft, zal ik maar zeggen. Daarom wil ik ook zeggen dat het college de strekking van deze motie van harte omarmt. Dat het goed is inderdaad om daar in de nieuwe periode ook weer even goede nieuwe afspraken op te maken. Wij geven een positief advies op deze motie. Dank voor deze mooie afsluiting van uw raadsperiode. De voorzitter: Zo. Daar komt ook nog een amendement. Maar dat had ik al gezegd, dat gaat iemand anders doen, namelijk wethouder Van der Linden. Wethouder cultuur. Gaat uw gang. De heer Van der Linden: Dank u wel. Wat een boel woordvoering. Zo ben je drie maanden niet aan de beurt en opeens sta je hier drie keer. Het amendement. Mijn kaartje.
Sta ik nu als de heer Burggraaf? Dat is toch … De voorzitter: Het college spreekt met een mond, zeggen ze dan.
62
De heer Van der Linden: Het college spreekt met een mond. Kijk, het is weer geregeld. Dank. Het amendement. Ik heb me daar supersnel op moeten inlezen, want ik had vanmiddag ook een paar andere woordvoeringen. Maar ik snap de bedoeling van wat u beoogt. Als ik het snel op me in laten werken, haalt u eigenlijk geld uit Kunst in de Openbare Ruimte en u voegt dat bij het stutten van de uitvoering van de cultuurnota. Om twee redenen is dat niet wenselijk en ook niet nodig. Het is niet wenselijk, omdat Kunst in de Openbare Ruimte een aantal dossiers nu heeft waar heel veel opgeleverd gaat worden. Denk aan Hanneken van Dordt en ook een aantal andere ontwikkelingen in die Kunst in de Openbare Ruimte mogelijk gaan maken de komende tijd. Dat geld hebben we hard nodig. De cultuurnota, daar zit inderdaad een gat. We kunnen ook, denk ik, het gesprek voeren. Ik denk dat daar de motie vooral over gaat. Of moet je reserves gaan vormen ten aanzien van het uitvoeren van cultuurnota/kunst? Maar op dit moment zijn er vanuit de coronamiddelen, die bestemd zijn voor cultuur, waar ook overheveling en voor zijn voorgesteld, voldoende middelen om de cultuurnota uit te voeren. Het gesprek moeten we denk ik blijven voeren. Het amendement, zoals het nu is, gaat denk ik contraproductief werken. Dank u wel, voorzitter. De heer Tiebosch: Voorzitter. De voorzitter: Dank. Een vraag van de heer Tiebosch.
De heer Tiebosch: Maar misschien kunt u dan wel nog even uitleggen waarom dat u dan voor hetzelfde onderwerp twee aparte posten heeft opgenomen in deze budgetoverheveling. Eentje is nog van het vorige college, uit 2017. Die staat al heel lang. Daar vraag ik ook ieder jaar aandacht voor. Daar gebeurt eigenlijk niks op. Die andere is in deze collegeperiode, door dit college, gevormd. Die is van 2019. Die loopt nu ook al voor het derde jaar over. De tekst, als het gaat over welke kunstwerken het gaat, staat zowel bij de een als bij de ander zo genoemd. Ik vraag me echt af, als je niet voor het vormen bent van een reserve, waarom je dan op deze manier meerjarige exploitatie iets blijft doen waarbij dat geld gewoon niet op gaat. Ik stel voor om die oudste post nu vrij te laten vallen ten gunste van de cultuurnota. Dan heb je die in ieder geval tot 2024 in lijn met de ambities zoals ze vastgesteld zijn door de gemeenteraad. Dan kun je vervolgens met die andere post, dat is nog ruim voldoende, dat is een matchingsbudget, realiseren wat je van plan bent. De voorzitter: Het woord is aan wethouder Van der Linden. Stilte alstublieft, ook in de gezellige ruimte hiernaast. Gaat uw gang. De heer Van der Linden: Dank u wel, voorzitter. We hebben net eventjes, dit is geeneens achterkamertjes, het is gewoon centraal overleg gehad. De bedoeling van dit amendement is heel duidelijk.
Het geld wat voor cultuur bestemd is, moet je ook besteden aan cultuur. Uiteindelijk is alles gemeentegeld, of het Kunst in de Openbare Ruimte is of uitvoering cultuurnota, het is allebei kunst. In die weging zal de een het ene wat belangrijker of mooier vinden en de andere het andere. Wat we beogen, is dat geld beschikbaar houden voor uitvoering cultuurnota en voor Kunst in de Openbare Ruimte.
63
Er staan twee posten. Die zijn best oud. Maar er wordt hard gewerkt aan intensivering van Kunst in de Openbare Ruimte. Ik krijg ambtelijk mee, dat is gewoon wat ik mee krijg, dat hebben we echt hard nodig om een aantal dingen te kunnen realiseren. Er zijn ook een aantal ambities geformuleerd onlangs. Die moeten we echt kunnen uitvoeren. Op uitvoeringcultuurnota zit een gat. Maar we hebben ook een aantal middelen beschikbaar gekregen ten aanzien van effectenbestrijding van corona. Dat hebben we niet allemaal kunnen besteden. Gezien de lockdowns. Gezien het feit dat we zeker in de podiumkunst en ook op een aantal andere plekken te weinig uitvoering konden maken. Het is hard nodig om dat weer op te pakken. De makers zitten erop te wachten, maar ook de podia zelf. Dit is het laatste agendapunt en ook uw laatste optreden. Bijna het laatste agendapunt, voorzitter, dank u. Helemaal correct. Laten we de regel van Tiebosch instellen, dat geld wat ergens voorbestemd is geweest is vanuit een regeling ook daarvoor bestemd wordt. Dat je het kenbaar gaat uitgeven aan cultuur. Ik zou u willen vragen om die KIOR-notitie te laten staan, maar het geld wat beschikbaar is voor uitvoering ook op die manier te willen beschikken. De heer Tiebosch: Voorzitter.