CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB 69 - BIJLAGE 1 concept ontwikkelperspectief stedelijk Brabant tbv BO MIRT 9-11-22(2)(1)

Besluitvormende raadsvergadering 9 februari 2023, gemeente DongenBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven - ter informatie16.170 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het creëren van een grotere nabijheid van wonen, werken en voorzieningen zodat zo veel mogelijk verplaatsingen lopend of fietsend

•

•

•

Het inzetten op een schaalsprong van het OV-systeem door het beter

kunnen worden afgelegd.

verbinden binnen en tussen de Brabantse stedelijke regio’s en het

Het voorrang geven aan binnenstedelijke ontwikkeling en aan het

verbeteren van de nationale en internationale bereikbaarheid om zo

concentreren van verstedelijking rond openbaar vervoer knooppunten,

de groei op te vangen van het aantal verplaatsingen als gevolg van de

zodat voor langere verplaatsingen zoveel mogelijk van het openbaar

verstedelijkingsstrategie (gericht op een concentratie van wonen, werken

vervoer gebruik kan worden gemaakt.

en voorzieningen op de stedelijke hoofdknopen). Het Toekomstbeeld OV

Het inzetten op een mobiliteitstransitie in het stedelijk gebied (met

2040 en de regionale uitwerking daarvan (bidbook Hink-Stap-Sprong van

name in de B5 en grotere kernen met stedelijke nabijheid en sterke

landsdeel Zuid) zijn bouwstenen voor deze beoogde schaalsprong.

OV-knopen). Hierbij wordt voor de groei van stedelijke mobiliteit vooral ingezet op schoner en efficiënter verplaatsen door het stimuleren van ruimte-efficiënte en duurzame vervoerswijzen (lopen, fietsen, deelmobiliteit en collectief vervoer), het autoluwer maken van stadcentra, het concentreren van verkeer op hoofdassen, het

38

•

•

Het benutten van het bestaande wegennet voor verplaatsingen waarvoor geen goed alternatief voor de auto is.

Eerste uitvoeringsafspraken

sturende parkeeraanpak waar mogelijk, mobiliteit voor iedereen om

1. Gemeenten en provincie zetten in op een mobiliteitstransitie. Dit is

voorzieningen bereikbaar te houden, schone stadslogistiek, een nieuwe

een samenhangende aanpak die direct is gekoppeld aan de stedelijke

mobiliteitsstructuur die past bij deelmobiliteit, hubs, BRT en de relatie

transformatie, verdichting en functiemenging en die is gericht op

met goederennetwerken. Provincie en betrokken gemeenten werken

minder, schoner en efficiënter verplaatsen (lopen, fietsen, deelmobiliteit

de genoemde mobiliteitspakketten in 2023 verder uit, waarbij het Rijk

en collectief vervoer). Ingezet wordt op het creëren van meer stedelijke

regelmatig wordt bijgepraat over de vorderingen. Tijdens het BO-MIRT

nabijheid, het bij voorkeur binnenstedelijk bouwen en op per OV

van 2023 worden de pakketten geagendeerd. Als in de pakketten

goed bereikbare locaties, het autoluwer maken van stadscentra, het

onderdelen zitten die betrekking hebben op de nationale infrastructuur,

verduurzamen van mobiliteit (zero-emissie) en het verbeteren van

die de financiële draagkracht van de regio’s overstijgen of onderdeel

de verkeersveiligheid. Zo wordt ervoor gezorgd dat het gebruik van

(kunnen) uitmaken van andere afspraken met het Rijk, wordt overleg

duurzame mobiliteit voor zoveel mogelijk mensen aantrekkelijk wordt.

gevoerd met het Rijk.

2. Om de groei van het aantal inwoners en arbeidsplaatsen per stedelijke

3. Regio en Rijk beogen een schaalsprong in het OV. Het Toekomstbeeld

regio te kunnen accommoderen wordt voor elke stedelijke regio een

OV 2040 en de regionale uitwerking daarvan (hink-stap-sprong) zijn

meerjarig en samenhangend pakket aan mobiliteitsmaatregelen

hiervoor bouwstenen. Voor de Fiets is de Brabantse uitwerking van

opgesteld (inclusief kosten, financiering en fasering). Deze pakketten

het Nationaal Toekomstbeeld Fiets het vertrekpunt. Provincie en

faciliteren de gewenste mobiliteitstransitie en de beoogde schaalsprong

Rijk onderzoeken wat het effect is van de strategische hoofdkeuzes

in het OV-systeem. We gaan de uitgangspunten van nabijheid en

in termen van stedelijke ontwikkeling en mobiliteitstransitie op de

duurzame mobiliteit vertalen in concrete doelstellingen en maatregelen.

verwachte vervoersvraag van het openbaar vervoer en fietsverkeer

Er zijn veel aspecten van belang om de mobiliteitstransitie in de hele

tot 2030 en daarna. Afhankelijk van het onderzoeksresultaat en de

regio te accommoderen, zoals duurzame bereikbaarheid van vitale

mogelijkheden van betrokken partijen wordt gekeken of er aanvullende

locaties (wonen, werken, zorg, onderwijs, innovatieclusters), een

afspraken nodig zijn voor spoor- en busnetwerk, stallingen en

39

KAART. Mobiliteitstransitie maatwerk voor stad en dorp

•

Hoogstedelijke mobiliteitstransitie • Locaties waar de sprong naar hoogstedelijke nabijheid gemaakt wordt. Op basis van uitkomsten nabijheidsindex Dashboard Verstedelijking.

•

Quick scan naar multimodale goederennetwerken • Op basis van de opgaven uit de IMA (integrale mobiliteitsanalyse) en de nieuwe programmering van werklocaties.

•

Stedelijke mobiliteitstransitie • Locaties waar de sprong naar stedelijke nabijheid gemaakt wordt en plekken met goede OV-bereikbaarheid. Op basis van uitkomsten nabijheidsindex Dashboard Verstedelijking en Bike Train Accessibility Level (BTAL).

•

Opwaarderen snelfietspadennetwerk • Voor de Fiets is de Brabantse uitwerking van het Nationaal Toekomstbeeld Fiets het vertrekpunt.

•

Opwaardering / verbetering stations • Op basis van Toekomstbeeld OV 2040 en de regionale uitwerking daarvan (hink-stap-sprong).

•

Afmaken verbetering bestaande hoofd- en regionaal autowegennet • Op basis van afspraken binnen het BO MIRT over de A58 en over de A2 Deil – Vught kaderstellend.

•

Ontwikkeling / verbetering internationale verbindingen • Op basis van Toekomstbeeld OV 2040 en de regionale uitwerking daarvan (hink-stap-sprong).

•

•

•

40

Mobiliteitstransitie • Aanpak gericht op deelmobiliteit, fiets en lopen en goede aansluiting op de mobiliteitshubs in de regio, verdichting in stationsomgevingen/HOV knooppunten. Hoogwaardig Openbaar Vervoer en/of Bus Rapid Transit • Regio en Rijk beogen een schaalsprong in het OV. Het Toekomstbeeld OV 2040 en de regionale uitwerking daarvan (hink-stap-sprong) zijn hiervoor bouwstenen. Frequentieverhoging spoor (IC en sprinter) • Op basis van Toekomstbeeld OV 2040 en de regionale uitwerking daarvan (hink-stap-sprong).

41

fietsmaatregelen boven op lopende studies naar het Toekomstvast

door onder meer slimme oplossingen, gedrag en Betalen naar Gebruik.

spoor Zuidoost-Nederland, de multimodale knoop EIK XL en de

Enige vertraging op het wegennetwerk tijdens piekmomenten wordt

verkenning spoorknoop ‘s-Hertogenbosch.

geaccepteerd zolang er sprake is van voorspelbare en betrouwbare reistijden. Bij deze afspraak zijn afspraken binnen het BO MIRT over de

4. Gemeenten en provincie koppelen plannen voor het OV-netwerk in de

A58 en over de A2 Deil – Vught kaderstellend.

vorm van de realisatie van BRT (Bus Rapid Transit) en uitkomsten van het onderzoek toekomstvast spoor aan het concentreren van ruimtelijke

7. Provincie en B5-steden zetten een ontwikkelprogramma voor stedelijke

ontwikkelingen nabij OV-knooppunten. Betrokken gemeenten en

logistiek op voor het bundelen, afstemmen en versterken van initiatieven

provincie maken per corridor of knoop wederkerige afspraken. Daar

(goederenhubs, zero-emissie voertuigen en bundeling van stromen).

waar het mogelijk ook Rijksinvesteringen betreft zal het Rijk aansluiten bij de gesprekken.

8. Rijk, provincie en stedelijke regio’s erkennen de spanning tussen de opgave binnenstedelijk te bouwen in de spoorzones en het gebruik

5. Provincie en stedelijke regio’s gaan de mogelijkheden voor HOV-

van het spoor voor goederenvervoer en specifiek voor het vervoer

ontsluiting met Bus Rapid Transit in combinatie met stedelijke

van gevaarlijke stoffen. In het kader van het programma Robuust

knooppuntontwikkeling verkennen voor de toplocaties Brainport,

Basisnet Spoor zijn afspraken gemaakt om een pilot (in Tilburg) langs

belangrijkste assen in de B5-steden en de middelgrote plaatsen zonder

de Brabantroute te starten. Doel hiervan is om de opgave, mogelijke

station; Waalwijk, Oosterhout, Veghel, Uden.

maatregelen en keuzes in beeld te brengen en in samenhang te bezien. In 2023 bundelen provincie en Rijk bestaande kennis en

42

6. Rijk, provincie en stedelijke regio’s beperken de groei van het autoverkeer

inzichten en voeren een scan uit voor de B5-steden en grotere kernen

met de verstedelijkingsstrategie en de mobiliteitstransitie. Gekozen

waar verstedelijkt wordt in spoorzones om concrete knelpunten voor

wordt voor een optimale benutting van het hoofdwegennet tot 2040

ontwikkeling op een rij te zetten en na te gaan of bovenop de bestaande

afspraken en acties aanvullende afspraken voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor gemaakt moeten worden in relatie tot de verstedelijking in de stedelijke regio’s in Brabant.

9. Rijk en provincie voeren op basis van de opgaven uit de IMA (integrale mobiliteitsanalyse) en de nieuwe programmering van werklocaties (zie 5.4) een quick scan uit naar de multimodale goederennetwerken (inclusief buis). De quick scan richt zich op de vraag of alle opgaven nog steeds goed belegd zijn in bestaande projecten en programma’s en doet waar nodig aanbevelingen hierin te actualiseren.

10. De provincie organiseert samen met de B5-steden kennisdeling, monitoring en uitwisseling van data over de ontwikkeling van de mobiliteitstransitie in Brabant.

43

4.5 KWALITATIEVE WERKGEBIEDEN ALS RANDVOORWAARDE VOOR

ook het verder aanscherpen van (sub)regionale profilering en gebruik maken

CIRCULAIRE ECONOMIE

van de knooppunten in infrastructuur, energie, kennis en stedelijkheid die

De ruimtelijk-economische opgave is zowel kwalitatief als kwantitatief.

Brabant biedt.

In kwalitatieve zin is er vanuit bedrijven steeds meer behoefte aan

Pm: invullen richting BO Leefomgeving: tekst kaartbeeld m.b.t. regionale

aantrekkelijke en goed bereikbare plekken, vooral met het oog op het vinden

profilering

van geschikt personeel. Samenwerking en uitwisseling op allerlei niveaus wordt daarom steeds belangrijker. In kwantitatieve zin wijzen de prognoses

De revitalisering en verduurzaming van bestaande bedrijventerreinen is

op een forse ruimtevraag, vooral in de categorieën logistiek, maakindustrie,

een belangrijk middel om ruimtebehoefte te accommoderen en tal van

en circulaire bedrijvigheid. In die prognoses is al verwerkt dat een deel van

opgaven op bestaande terreinen aan te pakken. Gelet op de opgaven en het

de vraag gevonden kan worden op bestaande locaties.

aantal terreinen dat hiervoor de komende decennia in aanmerking komt, is opschaling hiervoor noodzakelijk, inclusief middelen en instrumentarium.

44

Het vinden van ruimte voor economische ontwikkeling wordt steeds

Bijkomende vraag is in hoeverre de transformatie van bedrijventerreinen

ingewikkelder omdat de gemakkelijke locaties vrijwel op zijn en de druk op

en nieuwe vormen van bedrijfshuisvesting, in nieuwe typologieën, kunnen

de ruimte toeneemt. Voor de transitie naar een meer circulaire economie

worden ingezet om tot intensivering, functiemenging en zeker ook een

en de economische groei is dus een integrale ruimtelijke aanpak nodig

hogere toegevoegde economische waarde te komen? Deze vraag komt voor

waarbij het niet alleen gaat om het afwegen van locaties maar waarin we

uit het inzicht dat anders accommoderen van bedrijven dan gebruikelijk

meer vanuit de toekomststrategie van de bedrijven kijken en van daaruit een

(bijvoorbeeld de Brainport Industries Campus of sterk gestapelde

ruimtelijke vertaling maken.

logistieke concepten) tot een win-win kan leiden; meer ruimtelijke kwaliteit,

vaker dan voorheen ook de mogelijkheid bestaat dat er geen plek geboden

een hogere economische waarde, meer functiemenging en minder

kan worden aan bepaalde ontwikkelingen of dat die ontwikkeling een

ruimtebeslag. Het ontwikkelen en opschalen van meer van dit soort ‘typen’

compleet andere vorm moet krijgen. Onderdeel van die integrale afweging is

voor de economie van Brabant is een belangrijke economische vernieuwing

die ook nodig is om over 10 of 15 jaar niet vast te lopen in het vinden

nader afgestemd bij het opstellen van het plan van aanpak. Startpunten

van ruimte (fysiek, mobiliteit, natuurlijke systemen) voor economische

zijn:

ontwikkeling.

•

Gewenste positionering regio en gezamenlijk gedragen economische visies en -toekomstbeelden van de Brabantse regio’s.

Om de behoefte aan voldoende, aantrekkelijke en goed bereikbare

•

werklocaties te accommoderen kiezen we voor: •

•

provincie).

Integrale afweging (tussen wonen, werken, nabijheid, water en bodem

•

Matchen met bestaande knooppunten en locaties

etc) voor keuze voor nieuwe locaties;

•

Kansen energietransitie: koppelen aan lokale kansen of

aanscherpen van (sub)regionale profilering en beter benutten van de knooppunten in infrastructuur, energie, kennis en stedelijkheid;

•

Prognoses over de ruimtebehoefte van bedrijventerreinen (inbreng

brabantbrede infrastructuur •

Prognoses over ontwikkeling van de werkgelegenheid, inclusief de

inzetten op transformatie van bestaande bedrijventerreinen door anders

relatie met de demografische ontwikkeling en de ontwikkeling van

accommoderen van bedrijven dan gebruikelijk (bijvoorbeeld de Brainport

de potentiële beroepsbevolking (inbreng provincie en stedelijke

Industry Campus of sterk gestapelde logistieke concepten) en inzetten

regio’s).

op meer functiemenging

•

Gezamenlijke aanpak (X)XL logistiek en het project GRIP op grootschalige bedrijvigheid (inbreng provincie en rijk)

Eerste uitvoeringsafspraken

•

1. Provincie en stedelijke regio’s stellen een gezamenlijke aanpak op voor de integrale afweging van belangen, ruimteclaims en passende

De aanwezige knooppunten (infrastructuur, energie, kennis en andere netwerken) (inbreng provincie).

•

Inventarisatie van bestaande bedrijventerreinen en stedelijke

ontwikkellocaties mede in relatie tot de ruimtelijke puzzel die provincies

interactiemilieus inclusief de plannen/keuzes die hiervoor al zijn

moeten leggen voor 1 juli 2023. Uit dit traject volgt de ontwikkelstrategie

gemaakt in gemeentelijke, regionale en provinciale trajecten

voor de toekomst, ook voor nieuwe grootschalige werklocaties. De

(inbreng gemeenten).

betrokkenheid van waterschappen, rijk en landelijke gemeenten wordt

•

Kansen en opgaven voor energie, grondstoffencascades

45

KAART. Kwalitatieve werkgebieden als randvoorwaarde voor circulaire economie

46

•

Verduurzaming van bedrijventerrein (in het kader van project Grote Oogst) • Met focus op energietransitie, circulariteit, klimaatadaptatie en stikstofreductie. Deze 13 terreinen zijn gezamenlijk goed voor 38% van de banen en 53% van het energieverbruik van Brabant.

•

Bedrijventerrein met bijzondere knoopwaarde doorontwikkelen • We spreken van knoopwaarde als minimaal 3 knoopfuncties gecombineerd worden (bij knoopfuncties gaat het over directe aanwezigheid van: goederenspoor, hoogspanningsnet, internationale wegcorridor, buistracé, haven, luchthaven, (hoog) stedelijke nabijheid).

•

Reeds geprogrammeerde regionale bedrijventerreinen • Bedrijventerreinen waar eerder al afspraken over zijn gemaakt. In ontwikkeling tot 2030.

•

Bestaande werklocaties • Uit IBIS, vooralsnog geen afspraken

47

(reststromen benutten ed) en andere aspecten van de (kringloop)

•

2.

In lopende trajecten zetten provincie, rijk en regio in op meervoudig

economie (inbreng provincie).

ruimtegebruik, intensivering, herstructurering en functiemening. Nieuwe

De Brabantbrede verstedelijkingsstrategie en strategie per

kansrijke inzichten zullen worden doorgevoerd in beleid. Wanneer hieruit

stedelijke regio als input voor de brede ruimtelijke afweging.

nieuwe acties of onderzoeksvragen volgen, wordt gezamenlijk bekeken

Op basis van de resultaten van dit proces kunnen programmeringsafspraken

hoe deze het beste belegd kunnen worden.

in de vier RRO regio’s gemaakt worden.

De lopende trajecten zijn: •

Actielijnen GRIP op grootschalige bedrijvigheid (o.a. duurzame ruimtelijke inpassing, handreiking regionale meerwaarde en toolkit herstructurering bedrijventerreinen);

•

Grote oogst;

•

Onderzoeken gezamenlijke aanpak (X)XL logistiek;

•

Onderzoeken regio’s mogelijkheden voor intensivering bestaande terreinen.;

•

Regionale grondprijsmethodieken en regionale uitgifteregels en protocollen.

48

5.

EERSTE UITWERKING VOOR DE BRABANTSE REGIO’S.

Het ontwikkelperspectief voor het NOVEX-gebied stedelijk Brabant is uniek doordat parallel en integraal is gewerkt aan een Brabantbreed traject en aan trajecten in de vier stedelijke regio’s. Waarbij het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) al eerder gestart is en na het MIRT-onderzoek “Verstedelijking en mobiliteit Brainportregio” en uitwerking daarvan in het BO-leefomgeving 2022 een verstedelijkingsakkoord is afgesloten. Het proces in de andere drie stedelijke regio’s in Brabant is nog volop aan de gang. Per regio zijn in dit hoofdstuk de belangrijkste thema’s en richtinggevende keuzes weergegeven. Op onderwerpen waar al aangesloten kan worden bij lopende trajecten zijn soms al meer concrete afspraken mogelijk. Rijk, provincie en stedelijke regio’s zijn voornemens het ingezette proces voort te zetten en richting BO-leefomgeving 2023 tot verdere afspraken te komen.

49

Eerste uitwerking Brabantse Regio’s Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) 50

5.1 Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) Voor het Stedelijk Gebied Eindhoven hebben gemeenten, provincie, waterschap en rijk in het BO-Leefomgeving 2022 een verstedelijkingsakkoord vastgesteld. Dit akkoord bevat de afspraken voor het Stedelijk Gebied Eindhoven.

51

Eerste uitwerking Brabantse Regio’s Stedelijk Regio ‘s-Hertogenbosch (SRsH) 52

53

5.2 Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch (SRsH)

nabijheid van wonen, werken, voorzieningen en hoogwaardig

Ontwikkelperspectief

openbaar vervoer.

1. We versterken het polycentrische karakter van de regio:

Ruimte voor maatwerk in de dorpen en kleine kernen, waarbij

complementariteit door vergroten onderlinge verscheidenheid. De

woningbouw bijdraagt aan de vitaliteit van de stedelijke regio. De

kracht van de regio is het intergemeentelijk samenspel van steden en

kracht van de stedelijke regio zit in het samenspel tussen (hoog)

kernen qua woon-, werk- en voorzieningenniveau. Elke stad en kern

stedelijke gebied en ruraal landelijk gebied. De leefbaarheid en

werkt aan haar eigen unieke kwaliteiten en economische specialiteiten

vitaliteit van de dorpen speelt hierin een cruciale rol. Echter het

binnen het grotere polycentrisch netwerk. We voegen in de spoorzones

Mozaïek Brabant vraagt maatwerk en vernieuwing in de Brabantse

van ‘s-Hertogenbosch en Oss een nieuwe hoogdynamische laag

kernen. Opgaven zijn hierbij onder andere inzet ruimte voor ruimte

toe aan het regionale palet van woon- en werkmilieus. Hier wordt de

regeling, behoud basisvoorzieningen, wonen en zorg, vergrijzing,

verbinding gelegd met het Nationaal stedelijk (OV+fiets)netwerk en

toegankelijkheid woningmarkt, vernieuwing bestaande voorraad,

zijn we maximaal aantrekkelijk voor jongeren en kenniswerkers. Deze

ruimtelijke kwaliteit en duurzame bereikbaarheid.

schaalsprong zorgt er mede voor dat andere kernen hun dorpse en

•

De woningbouwopgave in de steden en dorpen wordt deels

suburbane woonkwaliteit kunnen behouden. De woningbouwopgave

gerealiseerd in de naoorlogse wijken en buurten waar dit bij

zetten we in om deze kracht van de regio te versterken:

kan dragen aan de grote revitaliseringsopgave (energietransitie,

•

Zwaartepunt van de (hoog)stedelijke ontwikkeling ligt in de Brede

klimaatadaptatie, samenstelling woonvoorraad, sociale opgaven)

Binnenstad van ’s-Hertogenbosch en de spoorzone van Oss.

van die wijken en buurten.

•

In het bestaand stedelijk gebied van Veghel, Waalwijk, Boxtel, Uden en Vught (de middelgrote regionale kernen) wordt op basis van HOV-knooppuntontwikkeling en BOD (Bicycle Oriented Development) ontwikkeld. Woningbouw wordt hierbij ingezet om de centra te versterken tot aantrekkelijke gebieden met stedelijke

54

•

2. De economische ontwikkeling van de regio sluit aan bij het

3. Een belangrijk deel van de economisch he ontwikkeling vindt plaats op

polycentrische karakter. We versterken gezamenlijk het polycentrisch

bestaande bedrijventerreinen. We benutten de potentie van bestaande

netwerk van de regio door de ontwikkeling van (nieuwe)

bedrijventerreinen voor kwalitatieve verbetering en efficiëntere

stedelijke interactiemilieus gekoppeld aan de verstedelijkings- en

benutting van bestaande ruimte. Daarbij werken we intergraal aan de

bereikbaarheidsopgave door focus op de volgende economische

opgaven hittestress, vergroenen werkgebieden, capaciteit energie-

brandpunten; Innovatiekwartier ’s-Hertogenbosch (Data, ICT en

net, verduurzame logistieke keten (zoals havens), aantrekken van

agrifood), Pivot Park Oss (farmaceutische innovatie), Stedelijk-

talent, vestiging arbeidsmigranten, oplossing logistiek, typologische

Industrieel centrum Veghel (food), Verbonden Knoop Waalwijk (slimme

vernieuwing en waterberging. In eerste instantie kijken we hierbij naar

maakindustrie en logistiek), Sociaal-Economisch landschap Uden

de volgende gebieden: Waalwijk Haven, Ladonk Boxtel, Elzenburg

(innovatieve en gezonde landbouw) en Natuurinclusieve spoordriehoek

en Moleneind in Oss, Rietvelden ’s-Hertogenbosch, De Dubbelen/

Boxtel (voedselsysteem van morgen). De stedelijke centra zijn ook

Kanaalzone in Veghel en Loopkant/Liessent in Uden.

concentratiepunten van economie, winkel/commercie, kennis/onderwijs en recreatie/sport. We willen dit potentieel in stand en op plekken

4. Om duurzame verstedelijking mogelijk te maken in de stedelijke regio

versterken. De stedelijke regio is ook sterk gebaat bij spreiding van

’s-Hertogenbosch is inzet op de groenblauwe contramal in en tussen

kleinschalige werkgelegenheid, mede als basis voor leefbaarheid en

de stedelijke kernen nodig. Bij de grote klimaatveranderingen die op

vitaliteit in de kernen. We kiezen voor maatwerkoplossingen voor een

ons afkomen hebben we bovendien de gehele regio nodig, anders

goed ondernemersklimaat in alle hoeken van de stedelijke regio.

dreigt het op veel plekken veel te heet, nat en/of droog te worden. Elke ontwikkeling begint bij de logica van het bodem- en watersysteem. We creëren meer groen en blauw om ervoor te zorgen dat iedereen (bovenstrooms en benedenstrooms) zijn eigen broek ophoudt en niet zorgt voor afwentelingen van (water)problemen. Natuur en landschap zijn in onze regio altijd nabij. Het kenmerkende en waardevolle mozaïek

55

aan landschappen is een belangrijke identiteitsdrager van onze steden

Om intensieve verdichting mogelijk te maken in Waalwijk, Boxtel, Veghel,

en dorpen. Deze kwaliteit bouwen we verder uit met een aaneengesloten

Uden en Oss moet de binnenstedelijke groene en blauwe dooradering

groenblauw natuurnetwerk. Het droombeeld: gezonde en leefbare

versterkt worden. De intensivering en verdichting in deze stedelijke

steden en dorpen van waaruit je vanaf de voordeur langs groene routes

gebieden wordt namelijk belemmert door kwalitatief en fysiek gebrek aan

tot aan de grotere landschapsparken kunt lopen en fietsen.

groene ruimte. Hierin wordt ook de koppeling gemaakt met de regionale

•

Rond ’s-Hertogenbosch is de waterbergingsopgave leidend voor

landschapsparken, de groen-blauwe contramal en de ecologische

waar groenblauwe contramal gelokaliseerd wordt. Deze contramal

verbindingszones.

is essentieel voor de stedelijke ontwikkeling en vormt de koppeling tussen de Loonse en Drunense duinen, de Maas, waterberging

•

5. Voor duurzame verstedelijking kiezen we voor een brede

afwateringskanaal en Dommel, landgoederenzone Vught, de Dieze

mobiliteitstransitie in de stedelijke regio ’s-Hertogenbosch die

en de binnenstedelijke groenstructuren en waterwegen als groen/

de ontwikkelingrichting in wonen en werken mogelijk maakt en

blauw uitloopgebied en wateropgave in het stedelijk gebied.

ondersteunt. Uitgangspunt is inclusieve mobiliteit, toegankelijkheid

Verbindingen met de Maashorst zijn essentieel als groenblauwe

en beschikbaarheid voor iedereen. De mobiliteitstransitie vraagt

contramal voor Oss, Bernheze, Maashorst en Meierijstad. Voor

een kwaliteitssprong voor de fiets (snelfietsroutes tussen kernen en

verdere duurzame verstedelijking zetten we in op vergroening en

werkgelegenheidsgebieden, fietsvoorzieningen in stedelijke gebieden,

bereikbaarheid van groen. De integrale verbinding tussen stad,

fietsparkeren en fietsstimulering). De polycentrische ontwikkeling

dorp en natuurgebied De Maashorst laten we gelijk opgaan met

vertaalt zich in de behoefte tot een sterk OV-netwerk tussen de

verstedelijking.

kernen. In aanvulling op het spoornetwerk is het essentieel BRT/HOV te verbeteren naar de grotere kernen die niet aan het spoornetwerk liggen, met name op de verbindingen Waalwijk-Tilburg, Waalwijk-’sHertogenbosch, Uden-Veghel-’s-Hertogenbosch en Eindhoven-VeghelUden-Oss-Nijmegen. De mobiliteitstransitie vraagt verder om maatwerk

56

:

•

•

•

Voor ’s-Hertogenbosch speciale aandacht voor transitie naar lopen,

Eerste uitvoeringsafspraken

fietsen, deelmobiliteit en OV, doorontwikkeling van de spoorknoop

•

Provincie en regio starten in 2023 de uitwerking van een integraal

‘s-Hertogenbosch en (stedelijke) mobiliteitshubs/transferia,

mobiliteitspakket voor de stedelijke regio ’s-Hertogenbosch dat

ontwikkeling stedelijke radiaalstructuur fiets, binnenstedelijk HOV,

direct is gekoppeld aan de duurzame verstedelijkingsopgave. In dat

herinrichting buitenruimte, sturend parkeerbeleid, het slechten van

mobiliteitspakket wordt ingezet op een mobiliteitstransitie (minder,

infrastructurele barrières, aanpak van gelijkvloerse kruisingen met

schoner en efficiënter verplaatsen) onder meer door het stimuleren

het spoor en ontwikkeling nieuwe stad-regio verbindingen;

van lopen, fietsen, deelmobiliteit en collectief vervoer, het autoluwer

Voor Oss speciale aandacht voor transitie naar lopen, fietsen,

maken van stadcentra, het verduurzamen van mobiliteit (zero-emissie)

deelmobiliteit en OV, ontwikkelen stedelijk fiets- en wandelnetwerk,

en het verbeteren van de verkeersveiligheid. Uitgangspunt daarin is

sturend parkeerbeleid, aanpak gelijkvloerse kruisingen met het

inclusieve mobiliteit, toegankelijkheid en beschikbaarheid voor iedereen,

spoor en ontwikkeling nieuwe stad-regio verbindingen.

vraaggericht vervoer, alternatief vervoer, beperking reistijdverlies

In stedelijke gebied van de middelgrote kernen door HUB-

en kwaliteitssprong voor de fiets (snelfietsroutes tussen kernen en

ontwikkeling gekoppeld aan HOV/BRT in Waalwijk, Uden en

werkgelegenheidsgebieden, fietsvoorzieningen in stedelijke gebieden,

Veghel en gekoppeld aan het spoor in Boxtel en Vught. De HUB-

fietsparkeren en fietsstimulering). Uitkomsten van lopende MIRT-

ontwikkeling betreft ook stationsomgevingen, first en last mile en

trajecten worden bij dit proces betrokken.

deelmobiliteit en transitie naar lopen en fietsen. •

•

In de dorpen speciale aandacht voor deelmobiliteit, fiets en lopen

•

Rijk en regionaal samenwerkende partners binnen het A2 programma

en goede aansluiting op de mobiliteitshubs in de regio.

Deil-Vught spreken af te komen tot maatregelen om de negatieve

Het ontwikkelen van een Breed Mobiliteitspakket A2 Deil-Vught

mobiliteitsimpact in de stedelijke regio ‘s-Hertogenbosch vanwege

met flankerende mobiliteitsmaatregelen om de A2 Deil-Vught te

het ‘on hold’ zetten van een aantal infrastructuurprojecten in Brabant

ontlasten.

te beperken. Rijk en de betrokken regionale partners herijken daarom het (lopende) Breed Mobiliteitspakket A2 Deil-Vught en stemmen dat

57

•

•

af op de uitgangspunten uit de Verstedelijkingsstrategie Brabant en

overheden) moeten worden weggenomen om potenties te benutten.

de Gelderse verstedelijkingsstrategie m.b.t. het realiseren van een

Welke kansen (en barrières) zijn er voor de typische naoorlogse

mobiliteitstransitie. Rijk en betrokken regionale partners herijken het

wijken bij de komende vernieuwing, verdichting, energietransitie en

Breed Mobiliteitspakket in 2023, zodat dit ter besluitvorming kan worden

klimaatadaptatie? De lessen en resultaten worden opgeschaald naar

voorgelegd in het BO MIRT van najaar 2023.

heel de regio.

Rijk, provincie en gemeente ’s-Hertogenbosch werken in 2023 de MIRT-

•

In (sub)regionale ateliers wordt een start gemaakt met een

verkenning naar het station/spoorknoop ’s-Hertogenbosch verder uit.

dorpenstrategie. Eerste stap is het benoemen van testcases. In de

Voor de stedelijke gebieden van ’s-Hertogenbosch en Oss voeren

ateliers wordt voortgebouwd op de geleerde lessen uit het regiodeal

betreffende gemeenten verdichtingsstudies uit.. Voor de Brede

project “Leefbaarheid van de dorpen in Noordoost-Brabant”.

Binnenstad ‘s-Hertogenbosch is een potentieonderzoek gestart om

•

te zien hoeveel en welk programma nodig is voor de schaalsprong

Nader uit te werken thema’s richting BO-leefomgeving/BO MIRT 2023

naar ‘hoogstedelijk’ (in woon-werkmilieus, economische potentie en

Onderstaand een overzicht van de thema’s die volgen uit het

mobiliteit). Voor Oss wordt in beeld gebracht welke ingrepen er nodig

ontwikkelperspectief. Deze thema’s worden in aanloop naar het BO-

zijn in spoorzone/ binnenstad om de verdichtingsslag te maken.

leefomgeving nader verkend en indien nodig van concrete afspraken

PM; afspraak toevoegen over de verdere uitwerking en realisatie van de

voorzien.

versnellingslocaties en grootschalige woningbouwlocaties in de SRsH

•

conform afspraken in BO MIRT najaar 2022 op basis van ingediende proposities en businesscases bij BZK. •

Oogst). •

Landschapsparken, rond ’s-Hertogenbosch (nauwe relatie met

In (sub)regionale ateliers wordt onderzocht wat het laadvermogen

waterbergingsopgave) en verbindingen Maashorst met Oss, Bernheze,

is van de naoorlogse wijken in testcases Venne-Oost Drunen, Boxtel

Maashorst en Meierijstad.

(West, Noord en Oost), Sint-Michielsgestel (Theereheide) en Schadewijk en Ruwaard (Oss) en welke barrières er (o.a. door waterschappen en

58

Herontwikkeling bestaande bedrijventerreinen (betrekken resultaat Grote

•

Binnenstedelijk groen/blauw in Waalwijk, Boxtel, Veghel, Uden en Oss

59

Eerste uitwerking Brabantse Regio’s Stedelijke Regio Breda-Tilburg (SRBT) 60

61

5.3 Stedelijke Regio Breda-Tilburg (SRBT) Ontwikkelperspectief

agglomeratiekracht van de SRBT: een unieke combinatie van kennis en

1. We werken aan een gezonde, op de toekomstige demografie

kunde op het gebied van toegepaste digitale technologieën, menselijk

afgestemde woningmarkt in stad en dorp in de SRBT vanuit het principe

gedrag en creativiteit. In samenhang met de hoogstedelijk en stedelijke

‘passende woning op een passende plek’. Dit vormt een randvoorwaarde

milieus zet de regio in op het vergroten van de stedelijke economie,

voor leefbaarheid, vitaliteit, voorzieningen en brede welvaart. De

met economische functies en voorzieningen. Er wordt gericht gestuurd

ontwikkelopgave richt zich op:

op functiemix, innovatieclustering en campusontwikkeling. Zo creëren

•

Hoogstedelijke en stedelijke milieus rondom OV-knopen (wonen,

we aantrekkelijk woon, werk en leefklimaat voor bestaande en nieuwe

werken en leven) in Breda en Tilburg: Spoorzones, Kennisas Tilburg,

talenten. Hiervoor versterken we de samenwerking met kennisinstituten

’t Zoet Breda, binnensteden Breda en Tilburg.

waaronder onderwijs en bouwen we verder aan sterke ecosystemen

Transformeren en intensiveren direct rondom stations in Tilburg

waarbij we het cluster ‘Kennis en Creatieve Industrie’ (1) verbinden met

Reeshof, Gilze-Rijen, Etten-Leur, Zevenbergen en Oisterwijk en

(2) Smart Industry, logistics, maintenance en (3) agrifood & Leisure.

rondom (nieuwe) OV-knopen in centra van Oosterhout, Waalwijk en

Daarbij maken we de verbinding tussen de innovatieve stedelijke

Werkendam.

economie en innovatieve industriële complexen (zoals havens,

Intensivering van stedelijke kernen, zoals Berkel-Enschot, Goirle,

chemische industrie en logistiek) die volop in transitie zijn. Daarbij ligt de

Bavel, Ulvenhout, Prinsenbeek, Terheijden met nadrukkelijke

focus op de volgende gebieden:

aandacht voor bycicle oriented development.

•

Innovatiedistrict Breda en Kennisas Tilburg

Dorpenstrategie gericht op behoud en versterken van de

•

Krachtige economische clusters en clusters met plaatswaarde

•

•

•

•

62

2. We versterken het toekomstgerichte economische profiel vanuit de

leefbaarheid

in Waalwijk, Oosterhout, Werkendam, Gilze-Rijen, Etten-Leur,

Revitaliseringsopgave van naoorlogse wijken en buurten

Zevenbergen en Oisterwijk

•

Knopen in logistieke en energienetwerken Moerdijk, Smart Port

4. We versterken de relatie tussen het buitengebied en de steden en

Waalwijk, Logistiekpark Moerdijk, Tilburg Wijkevoort, Treeport

dorpen. Belangrijk onderdeel van de SRBT-agglomeratie is de agrarische

Zundert en Maritiemcluster Werkendam

sector. Enerzijds als economische kracht anderzijds als ondersteuner en beheerder van het landschap. De agrarische transities dragen bij aan de

3. Landschap zien we als randvoorwaardelijk voor vitale stedelijkheid

brede welvaart en gezonde groei door het versterken van het landschap.

in de SRBT (niet alleen voor economische en recreatieve betekenis

Wii richten ons op economische benutting: verduurzaming innovatie

maar ook voor waterveiligheid, watervoorziening, hittestress,

in de landbouw, korte en/of gesloten ketens, en rol in de biobased

duurzame voedselproductie en energie). We zetten in op ruimte voor

economy (biobased bouwen, groene chemie, eiwittransitie) We zien

landschappelijke verbindingen door bestaand bebouwd gebied en

de agrarische sector als beheerders van het landschap (biodiversiteit

op stadsregionale landschapsparken tussen (1) Etten-Leur en Breda;

diensten, natuurinclusief, ondernemende natuur, productieve wildernis).

(2) Breda – Gilze en Rijen, Gilze en Rijen en Tilburg; (3) Waalwijk en

Bij de agrarische transities zal sprake zijn van (door)ontwikkeling

Drunen en Drunen en ’s-Hertogenbosch. Hiermee ontstaan ecologische

van agrarische gebieden tot voedselproductielandschappen,

gebieden/landschappen met verbindingen tussen het zand en het

zorglandschappen, grondstofproductielandschappen en

klei; de hoge zandgronden met het riviergebied. Tevens ontstaan

natuurlandschappen.

stedelijke uitloopgebieden. Door in deze gebieden in te zetten op landbouwtransitie en het tegengaan en opheffen van barrièrewerking bij

5. De SRBT kent met een aantal grote Leisure concentraties zoals de

infra, worden nieuwe natuurlijke gebieden/ecologische landschappen

Efteling, Beekse Bergen, centra van de grote steden en een aantal

gecreëerd van noord naar zuid.

vestingsteden een aantrekkelijk en divers recreatie/Leisure profiel, waarvan het landschap een belangrijke drager is. We willen dit profiel inzetten voor de verdere verstedelijking van de regio, door bezoekers aan de regio langer vast te houden en de economische waarde ook buiten de parken in het buitengebied te laten landen.

63

6. Om de ontwikkeling in wonen en werken waar te maken bouwen we

64

7. In de stedelijke regio Breda - Tilburg bevindt zich een aantal werklokaties

voort op de (inter)nationale schakelpositie van SRBT via buis, rail,

en interactiemilieus die met hun specifiek economisch profiel en

water en weg. De verstedelijkingskeuzes voor de SRBT dragen bij

specialisaties majeure bijdragen moeten en kunnen leveren aan de

aan het stimuleren van gedragsverandering en het tegengaan van

urgente transities waar we in Brabant en Nederland voor staan. In

mobiliteitsarmoede. De groeiende mobiliteitsvraag vangen we op door

Powerport Moerdijk komen energietransitie, economische versterking

op (hoog)stedelijke plekken in Breda en Tilburg duurzaam te verplaatsen

en circulariteit (grondstoffentransitie) geconcentreerd bij elkaar en

(voet, fiets, bus, trein), daarmee blijft er op regionale schaal voldoende

liggen er met de realisatie van wind-van-zee-aan-land ten behoeve van

ruimte op het wegennet om te verplaatsen per (vracht)auto. In het

elektrificatie van de petrochemie en industrie, regionale verduurzaming

stedelijk gebied maken we ruimte in de netwerken voor verdichting,

van het energie- en warmtenet in relatie tot de Amercentrale en

mobiliteitstransitie, duurzaamheid, klimaat en water in de weefsels

aantakking op de Deltacorridor evidente bovenregionale koppelkansen.

van onze steden en dorpen. Bestaande stations (Oisterwijk, Gilze Rijen,

Met de havenontwikkeling Smart Port Waalwijk en realisatie van

Zevenbergen, Etten-Leur en Lage Zwaluwe) bouwen we uit tot hubs

Logistiekpark Moerdijk worden grote bijdragen geleverd aan de

voor het achterland. Direct rondom de stations is sprake van bicycle

innovatie op het gebied van toekomstbestendige, slimme logistiek.

oriented development. In aanvulling op het spoornetwerk zetten we in

Op de Innovatiecampus Wijkevoort wordt in nauwe samenwerking

op het verbeteren van HOV/BRT naar de grotere kernen die niet aan het

met kennispartners digitalisering tastbaar en zichtbaar gemaakt. En

spoornetwerk liggen, met name op de verbindingen Breda-Oosterhout-

in het Maritiemcluster Werkendam wordt gewerkt aan de elektrificatie

Gorinchem-Utrecht, Breda-Etten Leur, Breda- Zevenbergen, Waalwijk-

van de binnenvaart in heel Nederland. In de uitwerking van het

Tilburg en Waalwijk-’s-Hertogenbosch. Doorontwikkeling van HOV/BRT

Ontwikkelperspectief richting BOL worden concrete afspraken gemaakt

gaat integraal samen met de opgave tot verdichten, transformeren en

over het benutten van de koppelkansen en de ruimtelijk-economische

het ontwikkelen van mobiliteitshubs langs deze HOV/BRT-assen.

impact voor de verstedelijkingsopgave.

Eerste uitvoeringsafspraken 1. Provincie en regio starten in 2023 de uitwerking van een integraal mobiliteitspakket voor de stedelijke regio Breda-Tilburg dat direct is

2. Voor de dorpen en naoorlogse wijken worden (sub)regionale teams samengesteld. Deze teams gaan aan de slag met de vraagstukken: •

Hoe kunnen opgaven rondom demografische ontwikkelingen,

gekoppeld aan de duurzame verstedelijkingsopgave van de steden en de

duurzame huisvesting arbeidsmigranten, economische vitaliteit,

dorpen. In dat mobiliteitspakket wordt ingezet op een mobiliteitstransitie

klimaatadaptatie, etc. worden vertaald naar een specifieke

(minder, schoner en efficiënter verplaatsen) onder meer door het

ontwikkelstrategie voor de dorpen

stimuleren van lopen, fietsen, deelmobiliteit en collectief vervoer, het

•

Hoe kan nieuwe woningbouw en de transformatie van de

autoluwer maken van stadcentra, het verduurzamen van mobiliteit

bestaande voorraad gaan bijdragen aan de sociale versterking,

(zero-emissie) en het verbeteren van de verkeersveiligheid. Uitgangspunt

verduurzaming, klimaatrobuustheid en mobiliteitstransitie van de

daarin is inclusieve mobiliteit, toegankelijkheid en beschikbaarheid

naoorlogse buurten en wijken?

voor iedereen, vraaggericht vervoer, alternatief vervoer, beperking reistijdverlies en kwaliteitssprong voor de fiets (snelfietsroutes tussen kernen en werkgelegenheidsgebieden, fietsvoorzieningen in stedelijke gebieden, fietsparkeren en fietsstimulering).

65

Nader uit te werken thema’s richting BO-leefomgeving/BO-MIRT 2023 Onderstaand een overzicht van de thema’s die volgen uit de strategische

met (2) Smart Industry, logistics, maintenance en (3) agrifood & Leisure. •

keuzes. Deze thema’s worden in aanloop naar het BO-leefomgeving nader verkend en indien nodig van v concrete afspraken voorzien. •

knooppunten. •

Breda – Gilze en Rijen, Gilze en Rijen en Tilburg; (3) Waalwijk en Drunen

werken en leven) in Breda en Tilburg: Spoorzones, Kennisas Tilburg, ’t

en Drunen en ’s-Hertogenbosch. •

Reeshof, Gilze-Rijen, Etten-Leur, Zevenbergen en Oisterwijk, 3) OVknopen in centra van Oosterhout, Waalwijk en Werkendam 4) stedelijke

•

leisure. •

Gezamenlijke verkenning naar de impact op de verstedelijking van Powerport Moerdijk als testcase van integrale effecten van de

Terheijden, 5) revitaliseringsopgave van naoorlogse wijken en buurten.

energietransitie op wonen, werken en mobiliteit.

Stedelijk OV-systeem op de vervoersassen (1) Tilburg - Waalwijk - Den

•

Het verbreden van de pilot MIEK-regio Moerdijk naar een

Bosch; (2) Waalwijk - Oosterhout - Breda - Etten-Leur en (3) Breda -

gebiedsgerichte aanpak waarbij kansen en opgaven voor een integrale

Zevenbergen.

verstedelijkingsstrategie Powerport Moerdijk worden verkend.

Hoofdnetwerken, wegen en spoor, met daarin aandacht voor perspectief

gevaarlijke stoffen) richting 2040.

66

Transitie buitengebied in relatie tot ontwikkeling agrarische sector en

kernen, zoals Berkel-Enschot, Goirle, Bavel, Ulvenhout, Prinsenbeek,

A58, benutting spoor voor regionaal, IC en goederen (waaronder

•

Stadsregionale landschapsparken tussen (1) Etten-Leur en Breda; (2)

Ontwikkelopgaven 1) hoogstedelijke milieus rondom OV-knopen (wonen,

Zoet Breda, binnensteden Breda en Tilburg 2) stationsgebieden Tilburg

•

Positionering economische knooppunten, waaronder multimodale

Strategie voor de clusters ‘Kennis en Creatieve Industrie’ (1) verbinden

67

Eerste uitwerking Brabantse Regio’s Stedelijk Regio West Brabant West 68

69

5.4 Stedelijke Regio West Brabant West

en Roosendaal in om nieuwe stedelijke woningtypes toe te voegen aan

Ontwikkelperspectief

het regionale palet. In Zevenbergen en Oudenbosch ontwikkelen we

1. We zetten in op een goede kwalitatieve afweging van ruimteclaims:

woningbouw gekoppeld aan de stationslocaties. Woningbouw in de

De ruimtedruk in West Brabant West is kleiner dan in de omliggende

kleinere kernen zetten we in om kleinere kernen vitaal te houden. Dit zijn

stedelijke gebieden. Dat biedt meer mogelijkheid dan elders om

bij voorkeur ontwikkelingen die helpen binnendorpse opgaven aan te

ruimtevragers een plek te geven. Dat maakt een goede afweging in

pakken. Uitleglocaties voor woningbouw passen we slechts toe, als er

het kader van zorgvuldig ruimtegebruik des te belangrijker. We willen

binnendorps geen ruimte of opgave ligt en de woningbouw bijdraagt aan

voortbouwen op de kansen die dat geeft in combinatie met de goede

het realiseren van groen-blauwe opgaven. We stemmen de woningbouw

bereikbaarheid, maar dan wel op en manier die inspeelt op de opgaven

ook af op de ontwikkeling van de arbeidsmarkt. We realiseren daarom

voor de komende decennia op gebied van klimaat, energie, arbeidsmarkt

huisvesting voor internationale werknemers (shortstay en midstay).

en woon- en leefkwaliteit. We willen daarbij het karakter van West-

Het gaat hierbij zowel om productiemedewerkers als kenniswerkers

Brabant West versterken op het snijvlak van “zand”, “klei” en “water”.

Ook willen we experimenteren met flexibele bouw- en woonvormen om daarmee een bijdrage te leveren aan de acute woningnood.

2. We zetten in op het versterken van twee complementaire middelgrote steden Bergen op Zoom en Roosendaal in samenhang met de

70

3. We specialiseren de bestaande economische clusters en focussen

omliggende middelgrote kernen. We benutten woningbouw als hefboom

op Human Capital dat aansluit bij deze clusters. Dit betekent dat de

voor de opgaven van wijken en dorpen. Het gaat hierbij onder meer om

bestaande topsectorbedrijfslocaties (Green Chemistry/Logistiek

een energietransitie (inclusief de noodzaak mobiliteit te verduurzamen),

in Moerdijk, Aircraft maintenance in Woensdrecht, Agrifood/ Green

klimaatadaptatie, vergroening en sociale opgaven, waaronder het

Chemistry /Biobased Materials in Bergen op Zoom, Outlet/Leisure

afnemende draagvlak voor voorzieningen en versterking van zwakkere

in Roosendaal, Agrifood in Steenbergen) verder uitgebouwd worden.

wijken. Het accent voor de woningbouw ligt op het verdichten in de

Specialisatie in het onderwijs laten we daarbij nauw aansluiten bij

steden. We zetten verdichting in de spoorzones van Bergen op Zoom

behoeften in het regionale bedrijfsleven.

4. We stimuleren de transitie naar waterstof, groene elektriciteit en circulaire grondstoffen en het hergebruik van warmte uit de industrie.

7. De onderlinge verbindingen tussen de kernen en naar de economische toplocaties zijn essentieel voor de regio. We zetten voor duurzame verstedelijking in op een brede mobiliteitstransitie met lopen en fietsen,

5. De transitie van de landbouw willen we benutten door de landbouw

verblijfskwaliteit, slimme (deel)mobiliteit en openbaar vervoer. Door die

meer onderdeel te laten worden van een circulair voedsel- en

mobiliteitstransitie blijft er ook voldoende ruimte vrij op het wegennet

leefsysteem. Waar mogelijk combineren we dit met interventies in het

voor de resterende mobiliteit. De mobiliteitstransitie betreft de brede

kader van de stikstofaanpak. De recreatie- en toerismesector versterken

stedelijke regio, dus ook het landelijke gebied en de kleinere kernen.

we met bijvoorbeeld park-, natuurpoorten, fietsroutenetwerken,

Het spoornetwerk zien we als drager van het totale vervoersnetwerk

en/of landschapsontwikkeling), gekoppeld aan kleinschalige

dat intern verbindt en verbinding geeft met het de zuidelijke

woningbouwontwikkelingen in de kernen.

randstad, Brabantse steden, Zeeland en Antwerpen. We verhogen de vervoerwaarde voor de bestaande stations, waarbij we sterk inzetten

6. Economische ontwikkeling en woningbouw gaat gepaard met

op stedelijke ontwikkeling van de spoorzones van Bergen op Zoom en

ontwikkeling van natuur en landschap. We benutten de kwaliteit van

Roosendaal. De belangrijke woon- en werklocaties sluiten we goed aan

het omliggende landschap zoals NLDelta landschap, Zuiderwaterlinie,

op het spoorsysteem. Soms via (bestaande) treinstations of HOV-haltes,

Grenspark Kalmthoutse Heide, Geopark. Dat doen we door

soms door mobiliteitshubs of lokaal maatwerk. We zien een belangrijke

landschapsontwikkeling waarbij we nieuwe zones realiseren die de

rol voor de fiets voor verplaatsingen tussen de kernen en naar de

verbinding leggen tussen genoemde landschappen en de woon- en

werklocaties. In combinatie met de bestaande autobereikbaarheid

werkgebieden. Die zones zijn nodig voor recreatie, klimaatadaptatie (o.a.

ontstaat zo een multimodale bereikbaarheid van woon- en

goede waterbalans en hittestress voorkomen), natuurversterking (o.a.

werkgebieden. Belangrijke gebieden die we multimodaal goed willen

buffer stikstofdepositie) en natuurinclusieve landbouw. Met locatiekeuze

verbinden zijn: het regionaal ziekenhuis in Roosendaal, de economische

en ontwerp dragen we bij aan een klimaatbestendig en robuust

hotspots in Bergen op Zoom, cluster Moerdijk, Aviolanda Woensdrecht

watersysteem.

in combinatie met de vliegbasis en AFC Nieuw-Prinsenland als ook

71

toeristische stadjes Klundert, Oudenbosch, Steenbergen, Willemstad,

3. Provincie en West-Brabant west (inclusief waterschap) voeren een

Zevenbergen en de toeristische gebieden op de Brabantse Wal rond

gebiedsgerichte scan uit naar de groen/blauwe opgaven rond water,

Woensdrecht en Rucphen.

energie, landschappelijke kwaliteit, recreatie, hittestress en stad/land verbindingen. Hierin worden gebieden geïdentificeerd voor een integrale

Eerste uitvoeringsafspraken

aanpak. Vervolgens wordt bekeken of gebieden en opgaven goed belegd

1. .Voor de spoorzones/ binnenstedelijke 15 minuten locaties van Bergen

zijn in lopende trajecten en worden waar nodig voorstellen gedaan voor

op Zoom en Roosendaal verkennen beide gemeenten in samenwerking

verbreding of nieuwe afspraken.

met de provincie de stand van zaken, opgaven en kansen voor ontwikkeling van een stedelijke woon- en interactiemilieu. Nader uit te werken thema’s richting BO-leefomgeving/BO-MIRT 2023 2. Provincie en West-Brabant West starten een onderzoek naar versterking

Onderstaand een overzicht van de thema’s die volgen uit de strategische

van het openbaar vervoer en multimodale bereikbaarheid in de regio met

keuzes. Deze thema’s worden in aanloop naar het BO-leefomgeving nader

als onderzoeksvragen:

verkend en indien nodig van afspraken voorzien.

Welke mogelijkheden zijn er een versterking van de verbinding naar de

•

•

•

randstad, Antwerpen en de andere Brabantse steden via het IC-netwerk

15 minuten locaties in Bergen op Zoom en Roosendaal 2) de locaties

met een gecombineerde inzet op verstedelijking op de hoofdknopen,

rond de mobiliteitsknopen Zevenbergen en Oudenbosch 3) de locaties in

mobiliteitstransitie en verbetering van het treinaanbod?

de overige kernen

Welke mogelijkheden zijn er om de multimodale interne verbindingen

•

Regionale aanpak flexwoningen

binnen de regio te versterken (inclusief flankerend beleid en slimme

•

Regionale aanpak arbeidsmigranten

mobiliteit), met name naar en tussen de economische clusters en

•

Dorpenstrategie gericht op het behoud van de leefbaarheid in de kleinere

grotere kernen die nu vooral afhankelijk zijn van de auto? •

72

Ontwikkelopgaven 1)stedelijke milieus rond de stations/binnenstedelijke

grotere kernen die nu vooral afhankelijk zijn van de auto?

kernen •

Regionale bedrijfsterreinenstrategie (in samenwerking met RWB en

provincie) •

we zetten in op een mobiliteitstransitie en een betere multimodale bereikbaarheid (accent OV, slimme (deel)mobiliteit, fiets en lopen)".

•

Verminderen overlast goederenvervoer

•

Versnellen Energietransitie en aanpak capaciteit electriciteitsnetwerk (in combinatie met PowerPoort Moerdijk

•

Gebiedsgerichte aanpak groen/blauw voor Brabantse Wal, rond havenen industrieterrein Moerdijk en tussengebied tussen het AFC in de gemeente Steenbergen en de omliggende woonkernen.

73

Bijlage. Instrumenten ontwikkelprincipe 1 en 2; signaleringskaartsignaleringskaart en ambitieladder. Signaleringskaart watersysteem Om te komen tot een goede afweging van uitleglocaties, kijken we integraal naar de kansen en belemmeringen in een regio. De signaleringskaart wordt een belangrijk middel voor de afweging van nieuwe ontwikkelingen ten aanzien van klimaatrobuust ontwikkelen. Voor ontwerpprincipes op locatieniveau kan geput worden uit de Landelijke maatlat Groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving ‘ als uitgangspunt..

De signaleringskaart brengt de geschiktheid van een gebied voor stedelijke uitleg in relatie tot een klimaatbestendig en waterrobuust systeem op hoofdlijnen in beeld. De kaart is opgebouwd uit drie indicatoren: •

Waterveiligheid

De kaart kent 4 kleuren:

•

Wateroverlast

•

•

Ruimte voor robuust watersysteem.

Zwart zijn de bestaande steden, dorpen, kernen, bedrijventerreinen. Op deze gebieden is de signaleringskaart niet van toepassing. Hier kan inbreiding of herontwikkeling aan de orde zijn, dan passen

De komende periode lopen er verschillende processen die kunnen bijdragen

we de ambitieladder voor binnenstedelijke en binnendorpse

aan verfijning van de signaleringskaart (zoals stresstesten van gemeenten

inbreiding en de Maatlat Klimaatadaptief bouwen toe. Iedere

en waterschappen, een nadere uitwerking principe ‘Water en bodem sturend’

binnenstedelijke ontwikkeling vraagt om specifieke ingrepen voor de

in het kader van het Rijksprogramma/ nadere richtinggevende uitspraken

waterhuishouding en klimaatadaptatie (infiltratie hemelwater, circulaire

NPLG, Waterdoelen provincie en waterschappen, Brabant Advies etc).

huishoudwatersystemen etc.) waarbij het waterschap een adviserende

Nieuwe inzichten of concrete informatie uit deze trajecten verwerken we

rol heeft vanuit de weging van het waterbelang.

periodiek in de signaleringskaartsignaleringskaart.

74

•

Groen zijn de gebieden die vanuit het watersysteem bekeken, en

met klimaatverandering in acht genomen, afweegbaar zijn voor

•

•

Rood zijn de gebieden die vanuit het bodem- en watersysteem, en met

nieuwe stedelijk woon-en werkmilieus. Klimaatrisico’s zijn hier

klimaatverandering in acht genomen, in principe ongeschikt zijn voor

relatief beperkt en toekomstige kosten voor klimaatmaatregelen

nieuwe duurzame stedelijke woon-en werkmilieus. Deze gebieden zijn

overzichtelijk. Uiteraard vraagt ieder ontwerp specifieke ingrepen voor de

zeer kwetsbaar, onveilig en/of niet gewenst als uitleglocatie vanuit

waterhuishouding en klimaatadaptatie (infiltratie hemelwater, circulaire

het streven naar een klimaatbestendig en waterrobuust systeem met

huishoudwatersystemen etc.

voldoende ruimte voor water nu en in de toekomst. Deze gebieden zijn

Oranje zijn de gebieden die vanuit het watersysteem, en met

grotendeels al beschermd via de provinciale omgevingsverordening (nl.

klimaatverandering in acht genomen, beperkt geschikt zijn voor nieuwe

de reserveringsgebieden waterberging, de waterbergingsgebieden, de

stedelijke woon-en werkmilieus. Elke stedelijke ontwikkeling vraagt een

beekdalen (ecologische verbindingszones en beekherstel) en de primaire

goede integrale afweging op regionaalniveau: zijn er binnen de regio

dijken met hun beschermingszones). De Rijkskanalen zijn wettelijk

alternatieve locaties die geschikter zijn? In de oranje gebieden zijn forse

beschermd.

investeringen nodig om duurzame verstedelijking technisch mogelijk te maken. Deze meerkosten moeten in een vroeg stadium in kaart worden gebracht want de haalbaarheid van klimaatrobuust- en veilig bouwen in oranje gebied is kostbaar. Om afwentelen in tijd en ruimte te voorkomen moet het al dan niet stedelijk ontwikkelen van oranje gebied onderdeel zijn van een regiobrede afweging.

75

Ambitieladder binnenstedelijke en binnendorpse inbreiding

beschreven maatregelen zijn ter illustratie om gevoel te krijgen voor orde

Binnenstedelijk en binnendorps ligt er urgentie om een groen-blauwe

van grootte en zijn berekend op basis van een aantal casestudies in buurten

opgave te realiseren. Vanuit de klimaatopgave het watersysteem anders in

uit verschillende tijdslagen).

te richten en meer water vast te houden, infiltreren en te kunnen bufferen

76

in stedelijk gebied en vanwege de positieve bijdrage aan gezondheid,

De minimale ambitie voor de buurt is >20% groen/blauw en <70%

aantrekkelijke leefmilieus en het tegengaan van hittestress. Om de

verharding. Dat komt voor groen opgezette naoorlogse wijken neer op

binnenstedelijke en binnendorpse opgave inzichtelijk te maken stellen we

0-5% vergroenen en betekent voor versteende bedrijventerreinen en

de ambitieladder binnenstedelijke en binnendorpse inbreiding voor (de

centrumgebieden (in stad en dorp) minimaal circa 15-20% extra groen en

Ambitie 0

Ambitie 1

Ambitie 2

Ambitie 3

Ambitie 4

Ambitie 5

- groen/blauw

+ 0-5% groen/blauw

+ 5-15% groen/blauw

+ 15-30% groen/blauw

+ 30-70% groen/blauw

+ >70% groen/blauw

Denk aan: Ruimte voor

Denk aan: Vergroening

Denk aan: In hele buurt

Denk aan: In hele buurt

Denk aan: In hele buurt

Denk aan: Stad te gast in

groen en blauw neemt af als gevolg van nieuwe

en verblauwing van individuele straten,

minimaal een vijfde van alle straatverharding

transformatie naar groenblauwe leefstraten en

alle daken vergroenen, inclusief een deel van de

de natuur. ‘Horizontale stadsdelen’ komen ten

ontwikkelingen.

gebouwen en tuinen

vergroenen (nieuwe

verspreid over de buurt

gevels en een vijfde van

goede aan groen en

(hier en daar tegels

bomen, watervertragende

individuele vergroening

het straatprofiel.

blauw. Verticaal ruimte

eruit en groen erin).

groenstroken,

van tuin en gebouw

waterdoorlatende verharding, geveltuinen en

(groene gevels en daken, waterdaken, waterpleinen,

groene hagen).

geveltuinen, waterlopen, groenstroken en wadi’s).

voor groene gevels.

blauw. Afhankelijk van de opgave in het stedelijk zullen vaak hogere ambities gesteld worden. De ambitieladder is hierin een hulpmiddel om ambities expliciet te maken en te voorzien van referentiebeelden.

77

Een nieuwe koers voor een duurzame ontwikkeling van de stedelijke regio’s van Brabant Concept “Ontwikkelperspectief en eerste uitvoeringsafspraken Stedelijk Brabant 2040” 24 oktober 2022

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12228105/1