CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB 69 - BIJLAGE 1 concept ontwikkelperspectief stedelijk Brabant tbv BO MIRT 9-11-22(2)(1)

Besluitvormende raadsvergadering 9 februari 2023, gemeente DongenBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven - ter informatie16.170 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Een nieuwe koers voor een duurzame ontwikkeling van de stedelijke regio’s van Brabant Concept “Ontwikkelperspectief en eerste uitvoeringsafspraken Stedelijk Brabant 2040”

t k o 4 2 VERSIE

Waarom een Ontwikkelperspectief voor Stedelijk Brabant ? In het BO-Leefomgeving van 23 juni 2022 zijn de ontwikkelprincipes voor

we samen inslaan is dus geen belemmering voor de groei, maar maakt

een duurzame stedelijke ontwikkeling van Brabant met breed draagvlak

die juist op een duurzame manier mogelijk. Dit vraagt om een werkwijze

en complimenten vastgesteld. Nu zetten Rijk, provincie Noord-Brabant,

waarin meer aandacht is voor integraliteit, duurzaamheid en het oppakken

Brabantse Waterschappen en de stedelijke regio’s de volgende stap: in het

van opgaven op het juiste schaalniveau. We zetten samen stappen met

BO MIRT van 9 november 2022 beslissen de gezamenlijke partners dat

dit ontwikkelperspectief door een aantal strategische hoofdkeuzes en

ze zich herkennen in de hoofdkeuzes uit voorliggend ontwikkelperspectief

samenwerkings- en procesafspraken met elkaar te maken. Dit hebben we

en dat ze de periode tot aan het BO Leefomgeving 2023 gebruiken

nodig hebben om koerswijziging nu te maken én vast te houden voor de

om draagvlak op te halen bij de betreffende colleges voor het

langere termijn. Het ontwikkelperspectief is nadrukkelijk een startpunt in

ontwikkelperspectief en eerste uitvoeringsafspraken voor stedelijk Brabant.

dit proces. We formuleren nu de eerste uitvoeringsafspraken waar we mee

Doel is bestuurlijke bekrachtiging in het BO Leefomgeving van juni 2023

aan de slag gaan. In het BO-Leefomgeving en BO MIRT van 2023 maken we vervolgafspraken.

De gezamenlijke partners werken aan deze nieuwe koers omdat opgaven in de stedelijke regio’s van Brabant urgent, groot en complex zijn. We lopen tegen de draagkracht van ons milieu, ons water-, energieen mobiliteitssysteem aan terwijl we ook een grote groeiopgave hebben. Die groeiopgave komt vooral voort uit een sterk veranderende bevolkingssamenstelling (gezinsverdunning, vergrijzing, migratie) en de transitie naar een meer circulaire economie. Juist om die groeiopgave te kunnen accommoderen hebben we deze nieuwe koers nodig. De koers die

3

De nieuwe koers voor een duurzame ontwikkeling van de stedelijke regio’s van Brabant bestaat uit twee delen;

Het Ontwikkelperspectief dat bestaat uit de volgende onderdelen: 1. Samenwerken aan duurzame verstedelijking; de hoofdopgaven m.b.t. de samenwerking die nodig is tbv het werken vanuit meer

1. De Verstedelijkingsstrategie Brabant 2040 van maart 2022 zoals gepresenteerd bij het BO-Leefomgeving met daarin de ontwikkelprincipes voor duurzame verstedelijking van Brabant; (zie bijlage)

integraliteit en duurzaamheid 2. Ontwikkelperspectief NOVEX-gebied stedelijk Brabant: de strategische hoofdkeuzes 3. Afspraken per ontwikkelprincipe; 4. Eerste uitwerking voor de Brabantse regio’s.

2. Het Ontwikkelperspectief en uitvoeringsafspraken stedelijk Brabant 2040:

•

vertaling van de ontwikkelprincipes uit de verstedelijkingstrategie

4

Stedelijk Gebied Eindhoven (zie Verstedelijkingsakkoord juni 2022)

in strategische hoofdkeuzes en uitvoeringsafspraken voor stedelijk

•

Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch

Brabant en de vier Brabantse regio’s daarbinnen.

•

Stedelijke Regio Breda-Tilburg

•

Stedelijke regio West-Brabant West

1.

SAMENWERKEN AAN DUURZAME VERSTEDELIJKING

Onze gezamenlijke ambities zijn helder; we willen duurzame verstedelijking

Brabant. Hoe nuchter de Brabanders ook zijn en niet snel om hulp zullen

om voor langere termijn de provincie toegankelijk en leefbaar te houden én

vragen, toch kunnen we dit allemaal niet alleen oplossen.

als tweede motor van Nederland van nationaal belang te blijven. Daarbij willen we naast de vraag naar ruimte voor passende woningen bij een

We zijn daarom als Rijk, provincie, waterschappen, B5-steden en regio-

veranderende bevolkingssamenstelling en ruimte voor de groei, innovatie en

gemeenten samen op weg om te ontdekken wat de juiste koers is

transitie naar een circulaire economie ook andere opgaven oplossen m.b.t.

voor de duurzame verstedelijking van Brabant en welke ingrepen of

slimme mobiliteit, klimaatrobuustheid, energietransitie en biodiversiteit.

koerswijzigingen daarvoor nodig zijn. Het Dashboard Verstedelijking heeft

We blikken daarin ook vooruit door te kijken naar sociaal-maatschappelijke

ons daarin een flink eind op weg geholpen en de intensieve samenwerking

trends, de digitalisering, slimme duurzame mobiliteit en het nieuwe werken.

tussen partijen heeft veel energie losgemaakt en kansen in beeld gebracht.

Om deze opgaven voor elkaar te krijgen is echter meer nodig dan we nu

We willen daarom verder bouwen op de “Verstedelijkingsstrategie Brabant

al doen. We gaan namelijk niet snel genoeg en vaak liggen oplossingen of

2040” en de regionale Ontwikkelpaden van Stedelijke Regio Eindhoven,

middelen buiten onze invloed en hebben daarvoor provincie of Rijk nodig.

Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch, Stedelijke Regio Breda-Tilburg en WestBrabant-west van medio 2022 door als partners afspraken te maken over

“Doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg” zeggen we als Brabanders

het realiseren van onze ambities. Dat doen we op twee niveaus;

graag, echter dat “normaal” is niet meer zo vanzelfsprekend. Op veel

•

Via de concrete projectvoorstellen voor ingrepen en investeringen in de

wegen sta je vast, de woningbouw kan de vraag niet bijbenen en sluit

grootschalige NOVEX woningbouwlocaties van Eindhoven Internationale

onvoldoende aan bij de veranderende vraag, onze economisch kracht staat

Knoop XL en de Brabantse Stedenrij (te weten de spoorzones van

onder druk door de krapte op de arbeidsmarkt en ons buitengebied wordt

’s-Hertogenbosch, Breda en Tilburg);

eenzijdiger. De bestaande systemen dreigen vast te lopen, de ontwikkeling van onze wijken en dorpen stagneert en dat terwijl er als gevolg van de

•

En middels eerste uitvoeringsafspraken over de duurzame verstedelijking in Brabant en de vier Brabantse regio’s.

klimaatverandering Brabant een gigantische wateropgave kent. Ook de crisissituaties op landelijk en internationaal toneel hebben diepe impact op

5

Tussen deze twee niveaus zit een belangrijk faseverschil. In de Brabantse

Het samenwerken aan duurzame verstedelijking is ‘work in progress’.

stedenrij en het Stedelijk Gebied Eindhoven zijn de afgelopen 10 jaar al

Dit afsprakendocument is dus een tussenstand en tegelijkertijd een

flinke stappen gezet richting duurzame verstedelijking en staat helder

noodzakelijke stap om keuzes in beeld te brengen, eerste afspraken te

voor ogen waar ingrepen en investeringen noodzakelijk zijn. Het proces

maken en van start te kunnen gaan om door te pakken op onderdelen die

in de stedelijke regio’s loopt nu anderhalf jaar en heeft geleid tot veel

we al scherp in beeld hebben en vervolgstappen te zetten op onderdelen die

samenwerking, energie, integraliteit en ambities om de ontwikkelprincipes

nog uitwerking vragen, voor zover dat niet in andere overleggen tussen Rijk

op alle schaalniveaus toe te passen en te verbinden. De concrete uitwerking

en regio danwel binnen de regio plaatsvindt. We concluderen namelijk uit

richting ruimtelijke keuzes en afspraken heeft nog wel tijd nodig, juist om de

de bestuurlijke besluitvorming in het BO Leefomgeving van juni 2022 dat de

energie die is losgemaakt goed te benutten.

strategie en principes voor de duurzame verstedelijking van Brabant in de stedelijke regio’s breed gedragen en onderschreven worden. Tegelijktijdig constateren we ook dat er op verschillende vlakken een verandering van koers noodzakelijk is. . Samenwerking is daarvoor een eerste vereiste en het maken van afspraken die perspectief bieden. Met deze uitvoeringsafspraken die nu voorliggen gaan we samen aan de slag omdat we zien dat dit nodig is voor een gezonde duurzame toekomst van Brabant. Inclusief een zorgvuldig proces en organisatievorm die daarbij passend is en op betrokkenheid en draagvlak kan rekenen van alle partijen. Met als basis ruimte en vertrouwen en elkaar te ondersteunen waar dat nodig is.

6

Relatie met andere sporen Programma NOVEX

Woondeals

Dit voorjaar heeft het Rijk het programma NOVEX gelanceerd. Dat bestaat

Het Rijk heeft in oktober bestuurlijke afspraken met de provincie gemaakt

uit twee sporen: de ruimtelijke puzzel en de aanpak van de NOVEX-

met een inspanningsverplichting voor de realisatie van 130.600 woningen

gebieden.

tot en met 2030. Deze afspraken worden verder uitgewerkt in vier regionale

Het Rijk vraagt de provincies om de ruimtelijke puzzel te leggen op basis

woondeals.

van een startpakket dat in het najaar van 2022 naar de provincies toegaat.

De afspraken gaan onder andere over versnelling, betaalbaarheid,

Dat startpakket bestaat uit alle ruimtelijke claims die voortkomen uit alle

flexwoningen, herstructurering en diverse aandachtsgroepen en de

Rijksprogramma’s met een ruimtelijke component. Met het leggen van de

uitwerking van de opgave in concrete locaties. De regionale woondeals

puzzel op provinciaal niveau wordt duidelijk waar opgaven elkaar kunnen

worden begin 2023 ondertekend door het Rijk, provincie, gemeenten en

versterken en waar opgaven elkaar zo in de weg zitten dat het niet lukt

andere partners (o.a. woningcorporaties). Met deze woondeals wordt een

om de puzzel te leggen. In dat geval wordt de opgave teruggelegd op

belangrijke stap gezet in de uitvoering voor de periode tot en met 2030 van

Rijksniveau met de vraag om op dat niveau een knoop door te hakken.

het ontwikkelperspectief voor stedelijk Brabant.” Het is daarom belangrijk

Het tweede spoor is gebiedsgericht: het Rijk heeft 16 gebieden

om het spoor van het ontwikkelperspectief en de woondeals goed met

aangewezen waar een complexe opgave ligt waarbij hulp van het Rijk

elkaar af te stemmen. De stuurgroep stedelijk Brabant is een logische

nodig is. Een van die gebieden is het NOVEX gebied stedelijk Brabant.

tafel voor partijen om te zorgen voor een goede afstemming tussen

Het ontwikkelperspectief voor het NOVEX-gebied stedelijk Brabant is een

ontwikkelperspectief en de regionale woondeals.

belangrijk puzzelstukje voor de puzzel die we in Brabant moeten leggen. Samen met andere puzzelstukken zoals de plannen voor de energietransitie (RES) en klimaatadaptatie en het programma voor het Landelijk gebied kan de puzzel voor Brabant komend jaar gelegd worden.

7

2.

AFSPRAKEN OVER SAMENWERKING

Stuurgroep Stedelijk Brabant De stuurgroep ‘Stedelijk Brabant’ (Rijk, provincie, de waterschappen en de 4 Brabantse stedelijke regio’s) is het voorportaal voor het BO Leefomgeving en het BO MIRT over de ontwikkeling van het NOVEX-gebied stedelijk Brabant. Voor diverse onderwerpen zijn eigen overleggen. Op dit moment betreft dat onder andere de Programmaraad SmartwayZ.NL, Goederenvervoercorridors, BO Brainport, de OV- en spoortafel. Afspraken die daar gemaakt worden, zijn kaderstellend voor de Stuurgroep Stedelijk Brabant. Nadrukkelijk worden over die onderwerpen geen nieuwe afspraken gemaakt in de Stuurgroep Stedelijk Brabant. Wel kan de Stuurgroep ideeën, wensen en behoeften agenderen in de andere overleggen. In stuurgroep ‘Stedelijk Brabant’ zorgen partijen voor een goede Brabantbrede regie en ondersteuning van de afspraken die de partijen maken in dit afsprakendocument ten behoeve van de uitvoering van de Brabantbrede verstedelijkingsstrategie en de uitwerkingen daarvan op regionaal niveau. Deze afspraken zijn adaptief en de voortgang daarvan wordt besproken op het BO-MIRT of BO Leefomgeving. Ook kunnen we via de stuurgroep samenwerken in het ontschotten van fondsen en ruimte creëren om naast het Mobiliteitsfonds o.a. ook het Klimaatfonds, Groeifonds en Transitiefonds (NPLG) in te zetten op het schaalniveau van de Stedelijk Brabant en de regio’s.

8

Strategisch overleg

Aansluiting Land van Cuijk en landelijke gemeenten SGE

Partijen spreken met elkaar af dat de stedelijke regio’s het bestuurlijk

Provincie en centrumgemeenten van de stedelijke regio’s ’s-Hertogenbosch

verband zijn waarbinnen partijen komen tot een integrale aanpak van

en Eindhoven zorgen voor aansluiting van de landelijke regio’s die

de verstedelijkingsopgave. Nadat afstemming en besluitvorming heeft

tot nu toe nog niet zijn betrokken bij de verstedelijkingstrategie en

plaatsgevonden binnen de stedelijke regio’s kan verdere programmering of

uitvoeringsafspraken. Dit betreft de gemeente Land van Cuijk (met relaties

uitwerking plaatsvinden in de daartoe meest geëigende gremia (wanneer

met de regio Arnhem Nijmegen en Noord-Limburg), en de landelijke

dat niet de stedelijke regio zelf is, betreft dat meestal de vier Brabantse

gemeenten in de regio Zuidoost Brabant/Brainport rond het SGE. In de regio

regio’s Zuidoost Brabant, Noordoost Brabant, Midden en West-Brabant of

Zuidoost Brabant is inmiddels een ontwikkelperspectief Zuidoost Brabant

de subregio’s voor het wonen). Stedelijke regio’s, waterschap en provincie

opgesteld waarin de eerste verbindingen zijn gelegd. Concrete afspraken

spreken met elkaar af dat zij binnen de stedelijke regio een periodiek overleg

tussen provincie en de andere regio’s, of generieke afspraken die voor elke

ruimtelijke plannen organiseren waar zij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen

regio geldt, worden in direct overleg met de betreffende regio’s gemaakt.

en plannen met een bovenlokale component integraal met elkaar bespreken

Het Land van Cuijk stelt een nieuwe omgevingsvisie op en neemt daarbij

en vroegtijdig richtinggevende adviezen geven of keuzes maken.

de uitgangspunten van de Brabantbrede verstedelijkingsstrategie mee. In de regio Zuidoost Brabant is inmiddels een ontwikkelperspectief Zuidoost Brabant opgesteld waarin de eerste verbindingen zijn gelegd.

9

3.

ONTWIKKELPERSPECTIEF NOVEX-GEBIED STEDELIJK BRABANT

Stedelijk Brabant is het tweede grote verstedelijkte gebied van Nederland

kernen, leefbaarheid van wijken, een veranderende demografie (vergrijzing,

met een forse bouw-, transformatie- en herstructureringsopgave.

gezinsverdunning), een mismatch op de woningmakrten de behoefte aan

Kenmerkend voor stedelijk Brabant is de nabijheid en de sterke

meer gemengde stedelijke woon/werk milieus.

verwevenheid met het omliggende landelijke gebied. Dit is een belangrijke kracht van Brabant. Natuur en landelijk gebied liggen op maximaal 10

Schaalsprong Brabantse Stedenrij

minuten fietsafstand. Stedelijk Brabant is een sterk samenhangend

We kiezen voor een schaalsprong van de verstedelijking in de Brabantse

stedelijk netwerk, met daarbinnen vier stedelijke regio’s die bestaan uit een

stedenrij. Die schaalsprong is al ingezet in de centrumsteden. Daar is een

netwerk van centrumsteden, middelgrote steden en vitale dorpen. Met het

nieuw stedelijk Brabant aan het ontstaan. De schaalsprong in stedelijkheid

ontwikkelperspectief voor Stedelijk Brabant zetten we in op vernieuwing en

die Eindhoven, Helmond, Breda, Tilburg en ’s-Hertogenbosch maken is

verduurzaming in het hele stedelijke netwerk van Brabant. Zo leveren wij

gestart in de spoorzones, maar komt pas echt grond van de grond als die

onze bijdrage aan de ambities in de NOVI/NOVEX.

wordt doorgezet in het omliggende stedelijk gebied en de middelgrote steden van Brabant. Dit is een belangrijke om de stap te zetten naar

10

De economie in Brabant groeit de komende decennia door, met name

verduurzaming van het stedelijk netwerk, een gezond leefklimaat en de

dankzij internationale bedrijven, het MKB en de logistiek. Daarbij groeit de

broodnodige mobiliteitstransitie: Brabant staat nog bekend als autoprovincie

bevolking mee van ca. 2.5 miljoen tot bijna 3 miljoen inwoners in 2050, die

met veel files. We hebben een duurzamer mobiliteitssysteem, waarin

samen willen wonen, werken en leven. De ruimte is echter schaars doordat

het aandeel lopen, fiets en OV substantieel groeit, nodig om de groei te

in het landelijk gebied grote veranderingen op stapel staan met bijbehorende

kunnen accommoderen. Zo blijft er bovendien ruimte op het wegennet

ruimteclaims; energieopwekking, omslag naar robuust en klimaatbestendig

voor die delen van Brabant die een minder goede aansluiting hebben op

watersysteem en vernatting, veranderingen in de landbouw en het vinden

het OV netwerk. Daarom gaan we ook in de middelgrote steden anders

van een nieuwe balans tussen natuur en bedrijvigheid (o.a. stikstof).

bouwen. De focus op grootschalige uitleglocaties verschuift ook hier naar

Binnen het bebouwd gebied spelen daarbovenop ook opgaven op mobiliteit

het verstedelijken in de stad zelf. Hier ligt nog veel ruimte in en rond de

(verduurzaming en een vol wegennetwerk), duurzaamheid, vitaliteit van

centra, de spoorzones, rond OV-knooppunten en in verouderde wijken en

bedrijventerreinen. Uitleg kan nog steeds nodig zijn, maar dan altijd als

Kwaliteitsimpuls landelijk gebied en dorpen

onderdeel van een strategie gericht op het maken van een schaalsprong

De kwaliteit van het landschap en de dorpen is een essentieel onderdeel

en verduurzamingsslag in het bestaand stedelijk gebied zelf en op

van een goed functionerend stedelijk netwerk in Brabant. Deze

plekken die vanuit een duurzaam bodem- watersysteem, het landschap,

ontwikkelstrategie kiest daarom voor het versterken van het Brabantse

de energietransitie en bereikbaarheid goed scoren. Doel is versterking en

landschap en het versterken van de verbinding tussen het landschap en de

verduurzaming van de hele Brabantse stedenrij.

steden. We investeren niet alleen in de groen/blauwe kwaliteit van de steden zelf, maar ook in de landschappen tussen de steden en het Brabantse

Wonen en werken hebben zich altijd op korte afstand van elkaar ontwikkeld

natuurnetwerk, de groene buffers tussen stedelijke gebieden en groene

in Brabant, maar zijn in de loop der tijd uit elkaar gegroeid. We kiezen

scheggen waarmee het landschap de stad in prikt. Landschap en natuur

daarom voor het creëren van nieuwe interactiemilieus tussen wonen en

groeien mee met de verstedelijking.

werken, niet alleen in de spoorzones van de grote steden, maar juist ook in de middelgrote steden (bijvoorbeeld Waalwijk, Oss, Veghel). Ook de

Met deze ontwikkelstrategie kiezen we voor leefbare en vitale dorpen,

komende decennia is er nog behoefte aan ruimte voor bedrijven in Brabant.

als essentieel onderdeel van het stedelijk netwerk. We zorgen voor

Het wordt steeds lastiger om in het intensief gebruikte en waardevolle

meer betaalbare woningen die goed passen bij de vergrijzingsopgave

Brabantse landschap ruimte te vinden. Daarom zetten we in op verdichten

en arbeidsmigratie. Een diverser pallet aan woonmilieus is goed voor

en verduurzamen van bedrijventerreinen. Ook wordt gekeken hoe we

de vitaliteit, leefbaarheid en de kwaliteit van voorzieningen in de dorpen.

bestaande locaties beter kunnen clusteren en specialiseren om zo de

Met een beter OV en snelfietspadennetwerk worden ze sneller verbonden

beschikbare ruimte beter te benutten.

met de Brabantse stedenrij. Ook hier kan uitleg nodig zijn, maar niet als automatisme. Het wordt onderdeel van een goed uitgedachte strategie voor de ontwikkeling van de dorpen waarin alle opgaven en kansen voor de dorpen worden meegenomen. Hier willen we op een nieuwe manier gaan samenwerken.

11

Vijf integrale ontwikkelprincipes De vijf ontwikkelprincipes die we in de verstedelijkingsstrategie voor stedelijk Brabant hebben opgesteld helpen ons bij het vertalen van bovenstaand ontwikkelperspectief naar een concrete aanpak:

1. Bodem en watersysteem als basis voor de verstedelijking 2. Landschap en natuur groeien mee met verstedelijking 3. Nieuwe woningen versterken bestaande stad en dorp 4. Mobiliteitstransitie maatwerk voor stad en dorp

Bodem en watersysteem als basis voor de verstedelijking

5. Kwalitatieve werkgebieden als randvoorwaarde voor een circulaire

Het eerste principe ‘Water en bodem sturend’ is het vertrekpunt in de

economie

locatiekeuze voor verstedelijking. We zetten de stap van hydrologisch neutraal verstedelijken naar klimaatrobuuste verstedelijking. We

De principes werken we uit in afspraken op het schaalniveau van stedelijk

ontzien plekken die minder geschikt zijn voor nieuwe woon- en

Brabant (hst 4) en de stedelijke regio’s (hst 5).

werklocaties. Daarvoor hanteren we een signaleringskaart voor het water- en bodemsysteem bij uitleglocaties en een ambitieladder voor verdichtingslocaties. Dit wordt onderdeel van de integrale afweging van locaties.

12

Landschap en natuur groeien mee met verstedelijking Groen in en om de stad is noodzakelijk voor de kwaliteit van de leefomgeving, ecologie en klimaatadaptatie. We werken op drie schaalniveaus aan de ontwikkeling van natuur en landschap: •

Groen/blauw in de stad: Ontwikkeling groen/blauw loopt gelijk op met verdichting of herstructurering

•

Groen/blauwe stad-land verbindingen en scheggen: Groen/blauwe structuren vanuit het landelijk gebied laten we zo veel mogelijk doorlopen in de steden. Daar waar nodig versterken of ontwikkelen we deze groen/blauwe structuren;

•

Groen/blauw om de stad: Inzetten op de ontwikkeling van groene buffers en landschapsparken die zorgen voor groene geleding in de stedelijke regio’s en verbinding met aantrekkelijke landschappen tussen de steden en het Brabantse natuurnetwerk

De ontwikkeling van de grote groenstructuren buiten de stad wordt opgepakt in het programma landelijk gebied. Vanuit Stedelijk Brabant zorgen we voor een goede aansluiting van deze gebieden op Stedelijk Brabant.

Nieuwe woningen versterken bestaande stad en dorp Het zwaartepunt van de verstedelijking landt binnen bestaand bebouwd gebied in steden, kernen en op OV-knopen om de mobiliteitstransitie, de groei in werkgelegenheid, de sprong in leefomgevingskwaliteit en vorming van (hoog)stedelijk centra en vitale dorpen te dragen. Daarbij zetten we tot 2030 in op het versnellen en ontwikkelen van grootschalige woningbouwlocaties en bestaande (harde en zachte) plannen. Tegelijkertijd onderzoeken we de kansen voor (kleinere) inbreidingsplannen in steden en dorpen (dorpenstrategie) tot 2040.

13

Mobiliteitstransitie maatwerk voor stad en dorp Om de groei van het aantal inwoners en arbeidsplaatsen per stedelijke regio te kunnen accommoderen wordt voor elke stedelijke regio een meerjarig en samenhangend pakket aan mobiliteitsmaatregelen opgesteld (inclusief kosten, financiering en fasering). Deze pakketten faciliteren de gewenste mobiliteitstransitie en de beoogde schaalsprong in het OV-systeem. Hierin worden de uitgangspunten van nabijheid en duurzame mobiliteit vertaald in concrete doelstellingen en maatregelen en worden onder andere de volgende aspecten meegenomen: bereikbaarheid van werklocaties, een sturende parkeeraanpak, een passende OV-exploitatie, mobiliteit voor iedereen, stadslogistiek, herinrichting/herroutering stedelijke hoofdstructuur auto en de relatie met goederennetwerken. Provincie en betrokken gemeenten werken de genoemde mobiliteitspakketten in 2023 verder uit,

Kwalitatieve werkgebieden als randvoorwaarde voor een circulaire

waarbij het Rijk regelmatig wordt bijgepraat over de vorderingen. Tijdens het

economie

BO-MIRT van 2023 worden de pakketten geagendeerd. Als in de pakketten

We zetten in op verdichten en verduurzamen van werklocaties via

onderdelen zitten die betrekking hebben op de nationale infrastructuur, die

revitalisering van bedrijventerreinen. Ook wordt gekeken hoe we bestaande

de financiële draagkracht van de regio’s overstijgen of onderdeel (kunnen)

werklocaties beter kunnen clusteren en specialiseren om zo ruimte de

uitmaken van andere afspraken met het Rijk, wordt overleg gevoerd met het

beschikbare ruimte beter te benutten. We stellen een ontwikkelkader

Rijk.

op waarin we op basis van een economische strategiebepaling en een ruimtelijke integrale afweging komen tot een integratie van programmering van (nieuwe en bestaande) bedrijfslocaties.

14

Kaartbeelden Toelichting - In dit document zijn de volgende kaarten opgenomen:

De kaarten in dit document zijn een ruimtelijke weergave van het

•

Integrale kaart van alle ontwikkelprincipes voor heel Brabant (zie pagina

ontwikkelperspectief, opgebouwd langs de vijf principes, dat in dit document

hiernaast). Deze vormt de samenvatting van de thematische kaarten uit

in eerste aanleg neergelegd wordt. Net als de afspraken in dit document

hoofdstuk 4.

betreffen de kaarten een tussenstand met een weergave van ‘waar partijen

Voor alle vijf de ontwikkelprincipes is in de betreffende paragraaf in

het over eens zijn’. Zo’n voorbeeld waar partijen het over eens zijn is de

hoofdstuk 4 een thematische kaart opgenomen.

globale ligging van de hoogstedelijke transformatiegebieden. Terwijl

Voor iedere stedelijke regio is in hoofdstuk 5 een uitsnede uit de

bijvoorbeeld keuzes voor nieuwe werklocaties nog gemaakt moeten worden,

integrale kaart van heel Brabant opgenomen. Voor het Stedelijk

deze zijn dus ook niet ingetekend. In de verdere uitwerking richting BO-

Gebied Eindhoven is de kaart uit het in het BO-MIRT 2022 vastgestelde

leefomgeving worden de hoofdkeuzes verder ingevuld en ruimtelijk bepaald

verstedelijkingsakkoord opgenomen.

worden. Daarmee zullen ook de kaarten zich verder vullen en specifieker

•

•

worden over welke interventies waar gepleegd worden. De meeste De legenda van kaarten is opgebouwd uit de kernbegrippen die centraal

procesafaspraken uit dit document zijn bijvoorbeeld nog niet op kaart

staan in dit document in de vorm van eerste uitvoeringsafspraken. De

geland. Daartoe moet dan eerst het proces doorlopen zijn en komt richting

legenda van de thematische kaarten in hoofdstuk 4 geeft voor iedere

BO-leefomgeving het inhoudelijk resultaat van de afweging op kaart.

legendaeenheid een beknopte beschrijving van de betekenis van de legendaeenheid en gebruikte databron. Bij de integrale kaartbeelden is per legendaeenheid alleen de titel weergegeven.

15

KAART. Integrale kaart van alle ontwikkelprincipes

Nieuwe woningen versterken bestaande steden en dorpen

Mobiliteitstransitie maatwerk voor stad en dorp

Transformatie naar hoogstedelijk milieu

(hoog)stedelijke mobiliteitstransitie

Transformatie naar stedelijk milieu

Hoogwaardig Openbaar Vervoer en/of Bus Rapid Transit

Versterken van de centrumdorpen

Frequentie spoor groeit mee met verstedelijking

Inzet op duurzame leefbaarheid van de kernen

Ontwikkeling snelfietspadennetwerk

Revitalisering van naoorlogse wijken

Opwaardering/verbetering stations

Afmaken uitleglocaties

Afmaken verbetering bestaande hoofd- en regionaal autowegennet Ontwikkeling/ verbetering internationale verbindingen

Landschap en natuur groeien mee met verstedelijking

16

Kwalitatieve werkgebieden als randvoorwarde voor circulaire economie

Te versterken groene buffer tussen de steden

Bedrijven met bijzondere knoopwaarde doorontwikkelen

Te ontwikkelen landschapsparken

Reeds geprogrammeerde regionale bedrijventerreinen

Te ontwikkelen groene scheggen

Bestaande werklocaties

17

4.

AFSPRAKEN PER ONTWIKKELPRINCIPE

Om ruimte te bieden aan de integrale aanpak van woningbouw, ruimte

Dit is ook de inzet t.a.v. de nationale maatlat klimaatbestendig bouwen.

voor economie, groen/blauw, mobiliteit, duurzaamheid, klimaat en energie

Hiermee sluiten we aan bij de ‘Ruimtelijke Ordeningsbrief’ van 17 mei dit jaar

hebben Rijk, provincie en gemeenten samen een verstedelijkingsstrategie

waarin de herwaardering van het nationaal ruimtelijk beleid met betrekking

voor Stedelijk Brabant opgesteld die vertaald is in een integraal

tot het sturend zijn van water en bodem voor alle ruimtelijke plannen is

ontwikkelperspectief. Per ontwikkelprincipe lichten we toe wat de

geagendeerd. Klimaatrobuust verstedelijken willen we op de volgende

belangrijkste afspraken zijn die we met elkaar willen maken in het kader van

manier handen en voeten geven:

dit ontwikkelperspectief.

•

Het hanteren van de ambitieladder voor blauw en groen bij stedelijke verdichting (zie 3.2 en bijlage)

4.1 BODEM EN WATERSYSTEEM ALS BASIS VOOR DE VERSTEDELIJKING Het eerste principe ‘Water en bodem sturend’ is het vertrekpunt. Het

•

Het hanteren van een signaleringskaart voor het water en bodemsysteem bij uitleg van steden en dorpen (zie bijlage).

water- en bodemsysteem vormen in de lagen-benadering de ondergrond

18

waarop de inrichting van de occupatielaag plaatsvindt. Voor een robuuste

Op basis van de indicatoren uit de ‘Verstedelijkingsstrategie Brabant 2040’

en klimaatadaptieve inrichting van Brabant is het belangrijk om de water-

(wateroverlast, waterveiligheid en ruimte voor en robuust watersysteem)

en bodemstructuur goed mee te nemen in de afweging van nieuwe

is een signaleringskaart voor het watersysteem opgesteld. Deze

ontwikkelingen. Daarom zetten we de stap van hydrologisch neutraal

signaleringskaart heeft een signalerende werking voor de geschiktheid van

verstedelijken naar klimaatbestendige en waterrobuuste verstedelijking. Dat

gebieden voor stedelijke uitleg. De wijze waarop de signaleringskaart is

betekent een andere manier van werken en goede afspraken over wat we

opgebouwd wordt toegelicht in de Verstedelijkingsstrategie Brabant 2040.

gebruiken als basis voor klimaatbestendig en waterrobuust verstedelijken.

De signaleringskaart vervangt uitdrukkelijk niet de integrale afweging die

Dat betekent dat we streven naar verstedelijking die netto bijdraagt aan

nodig is om te komen tot goede locatiekeuzes. Het is een bouwsteen voor

de aanvulling van de grondwatervoorraad vanuit het principe de ‘Stad als

die integrale afweging. Voor de signaleringskaart m.b.t. de bodem spelen

spons’. Dit kan door het afkoppelen van hemelwater, het verminderen van

andere indicatoren dan voor het water een rol. Het gaat daarbij onder

de bestaande verharding, via circulair en verminderen van het watergebruik.

meer over indicatoren als bodemdaling, breuklijnen, aardkundige waarden

en archeologie. De signaleringskaart voor een duurzaam watersysteem

Signaleringskaart watersysteem

bij uitleg en het hanteren van de ambitieladder bij stedelijke inbreiding

De signaleringskaart watersysteem heeft een signalerende functie: de kaart

levert een goede bijdrage aan het principe water sturend voor ruimtelijke

helpt in het gesprek over de geschiktheid van uitleglocaties voor wonen

ontwikkeling zoals beschreven in de ‘Ruimtelijk Ordeningsbrief van de

en werken in relatie tot een duurzaam watersysteem. Het is geen toets- of

minister van V.R.O. van 17 mei 'jl. aan de Tweede Kamer.

verordeningskaart. Het brengt de mogelijke geschiktheid van een gebied voor verstedelijking in beeld. Met de signaleringskaart in de hand wordt

Het ontwerpprincipe ‘water en bodemsysteem als basis voor de

sneller duidelijk wat mogelijke risicofactoren vanuit het watersysteem

verstedelijking’ omvat meer dan het vinden van een klimaatrobuuste locatie.

zijn waar mee rekening gehouden moet worden. Zo kan vertraging in de

Het gaat ook over klimaat robuust bouwen aan de hand van bouwcriteria

planvorming worden voorkomen. In de bijlage wordt de signaleringskaarten

en ontwerpprincipes. Ook daarvoor maken we afspraken in navolging van

de wijze waarop die gebruikt kan worden toegelicht.

en- in aanvulling op de landelijke afspraken die daarvoor in ontwikkeling zijn zoals de ‘Landelijke maatlat Groene klimaatadaptieve gebouwde Omgeving', voorzien in Q4 2022.

19

KAART. Bodem en watersysteem als basis voor de verstedelijking

We hanteren een signaleringskaart voor het water en bodemsysteem bij uitleg van steden en dorpen. Deze signaleringskaart heeft een signalerende werking voor de geschiktheid van gebieden voor stedelijke uitleg. •

•

20

GROEN. Vanuit watersysteem afweegbaar voor verstedelijking • Op basis van score in 1 of meerdere van de volgende indicatoren • Indicator 1a. Waterveiligheid extreem kleine kans (score matig kwetsbaar) • Indicator 1b. Waterveiligheid middelgrote kans (score matig kwetsbaar) • Indicator 2a. Grondwateroverlast (score zeer geschikt en matig geschikt) • Indicator 2b. Grondwateroverlast (score zeer geschikt en matig geschikt) ORANJE. Beperkte geschiktheid vanuit watersysteem voor verstedelijking • Op basis van score in 1 of meerdere van de volgende indicatoren • Indicator 1a. Waterveiligheid extreem kleine kans (score kwetsbaar en zeer kwetsbaar) • Indicator 1b. Waterveiligheid middelgrote kans (score kwetsbaar) • Indicator 2a. Grondwateroverlast (score minder geschikt) • Indicator 2b. Grondwaterstand (score minder geschikt)

•

ROOD. Niet geschikt voor verstedelijking vanuit het watersysteem • Op basis van score in 1 of meerde van de volgende indicatoren. Via de provinciale omgevingsverordening zijn nu al wettelijk beschermd: de reserveringsgebieden waterberging, de waterbergingsgebieden, de beekdalen (ecologische verbindingszones en beekherstel), de primaire dijken met hun beschermingszones en de Rijkskanalen. • Indicator 1b. Waterveiligheid middelgrote kans (score zeer kwetsbaar) • Indicator Ruimte voor robuust watersysteem (opgebouwd uit waterbergings- en waterreserveringsgebieden, beekdalen, dijktrajecten, rijkswateren en wijstgronden)

•

Bestaand stedelijk gebied • Op basis van satellietkaart (in ontwikkeling)

21

Eerste uitvoeringsafspraken 1. Gemeenten, provincie en waterschappen gebruiken het instrument

3. Met de huidige versnelling in klimaatverandering (zeespiegelstijging & weersextremen) moet de planvorming hoog adaptief blijven. De

signaleringskaart bij de afweging van uitleglocaties voor wonen en

Provincie houdt daarom, in samenspraak met de waterschappen en de

werken van steden en dorpen en maken voor het BO Leefomgeving

stedelijke regio’s, de signaleringskaart actueel en actualiseren de kaart

van 2023 nadere afspraken over de wijze waarop de signaleringskaart

elke twee jaar.

wordt verankerd in het (planologisch) instrumentarium. Het instrument signaleert de mogelijkheden, grenzen en ontwerpopgaven op

4. Waterschap, provincie en stedelijke regio onderzoeken waar in de

locatieniveau ten aanzien van ondermeer waterveiligheid, wateroverlast

stedelijke regio de grootste risicogebieden liggen, nu en over 50 jaar,

en ruimte voor een robuust watersysteem.

en maken afspraken over het ruimtegebruik op deze plekken. Dit kan gaan over actieve (her)inrichting of reservering voor waterberging).

2. Provincie, waterschap en gemeenten organiseren gezamenlijk botsproeven voor de grotere uitleglocaties waar nog een integrale

De resultaten hiervan worden, waar relevant, meegenomen bij de actualisatie van de signaleringskaart.

afweging voor moet plaatsvinden en waarvan de signaleringskaart signaleert dat daar mogelijk sprake is van een ontwerpopgave of

5. De provincie brengt in 2023 samen met de bodem-bevoegde gezagen

belemmering. Hierbij worden ook de financiële consequenties van een

(o.m. waterschappen, gemeenten) de randvoorwaarden die bodem

klimaat adaptieve locatieontwikkeling in beeld gebracht De resultaten

en ondergrond stellen aan de verstedelijkingsopgave in beeld en

van deze botsproeven gebruiken we voor verbetering/aanscherping van

vertaalt dit samen met betrokken partijen naar een hanteerbare en

de signaleringskaart in het BO Leefomgeving van 2023.

eenduidige signaleringskaart voor het bodemsysteem voor stedelijke ontwikkelingen.

22

4.2. LANDSCHAP EN NATUUR GROEIEN MEE MET VERSTEDELIJKING

Die verbinding legen we met behulp van de de ontwikkeling van

Nabij en in het stedelijk gebied wordt actief landschap en natuur ontwikkeld

stadsregionale landschapsparken en de groene scheggen die doorlopen

als integraal onderdeel van het intensievere gebruik van het stedelijk

tot in de stad. Dit zijn kwalitatief hoogwaardige landschappen die

gebied voor wonen en werken. Hierbij wordt ingezet op het toevoegen

de schakel vormen tussen stad en natuurgebieden. De opgaven in

van groen/blauw voor het vergroten van de kwaliteit van de stad (klimaat,

deze gebieden zijn landschappelijke herontwikkeling, een duurzaam

biodiversiteit, leefbaarheid, gezondheid, vestigingsklimaat) en aanpakken

perspectief voor de landbouw, het slechten van barrières van bijvoorbeeld

van wateroverlast, hittestress, ecologie, stikstof in het stedelijk gebied. Dit

infrastructuur of bebouwing, het samenvoegen van snippergroen en het

speelt op meerdere niveaus die met elkaar in verbinding staan; van de relatie

doortrekken van waterlopen, ecologische en/of recreatieve verbindingen.

tussen landschap en verstedelijking op het hoogste niveau, tot interventies

Afspraken zijn gericht op definitie, programmering, planvorming en een

die de steden en dorpen beter verbinden met het omliggende landschap en

financieringsstrategie om de komende jaren stapsgewijs tot daadwerkelijke

natuurgebieden tot vergroening op buurt en straatniveau.

realisatie te komen.

Op het schaalniveau van Brabant gaat het om een robuuste groene geleding

Op het schaalniveau van wijken en buurten wordt meer groen en blauw

tussen de stedelijke gebieden van de Brabantse stedenrij en een betere

toegevoegd bij transformaties en herstructurering. Hiertoe wordt het

verbinding met de grote samenhangende natuurgebieden en landschappen

instrument van de Ambitieladder ingezet. Afspraken zijn gericht op

van Brabant zoals het Van Gogh Nationaal Park, de Biesbosch, het

toepassing, doorontwikkeling en verankering van de Ambitieladder

Krekenlandschap in het zeekleigebied en het rivierenlandschap rond de

binnenstedelijk groenblauw, de verbinding met de systematiek van de

Maas.

signaleringskaart en de ontwikkeling van een financieringsstrategie. Bij de doorontwikkeling van de Ambitieladder wordt gebruik gemaakt van de uitkomsten van de Verkenning Gezonde verstedelijking van Het PON & Telos in opdracht van BrabantStad.

23

KAART. Landschap en natuur groeien mee met verstedelijking

24

•

Ruimte maken voor groen in de stad • Op de transformatieplekken richting stedelijk en hoogstedelijk ligt een vergroeningsopgave in het kader van wateroverlast en hittestress

•

Te versterken groene buffer tussen de steden • Verbinden van landschappen tussen de stedelijke gebieden om zo aaneengroeien van stedelijk gebied te voorkomen en groen uitloopgebied te behouden (op basis van expert judgement)

•

Te ontwikkelen landschapsparken • Toegankelijker, bekender en waardevoller voor de stedelijke inwoners van Brabant. Focuspunten zijn het versterken van de natuurwaarden, een klimaatrobuuste inrichting, robuuste stad-land verbindingen en een duurzame landbouw. Gezonde agrarische bedrijven gaan hier samen met het verhogen van de biodiversiteit en recreatieve waarden (mede op basis van ‘De casussen van BrabantStad – het volgende landschap’).

•

Te ontwikkelen groene scheggen • Natuurnetwerk voor plant en dier, tot in de haarvaten van het stedelijk systeem (mede op basis van ‘De casussen van BrabantStad – het volgende landschap’).

•

Ontwikkelen icoonprojecten (in kader ambitie proeftuin groenblauwe verstedelijking Van Gogh Nationaal Park) • Projecten: Nieuwe Mark Breda, Verbinding drie groene wiggen Eindhoven, Stads-Aa Helmond, Zuid-Willemspark ’s-Hertogenbosch, vergroening centrum Tilburg en vergroening Veghel

25

Eerste uitvoeringsafspraken 1. Rijk, provincie en stedelijke regio’s spreken af om ontwikkeling van

3. Rijk, provincie, waterschappen en gemeenten gaan samen met natuuren landschapsbeheerders en ZLTO een verkennend onderzoek uitvoeren

landschap en natuur gelijk op te laten lopen met verstedelijking. Bij

om de stadsregionale landschappen tot stand te brengen. Hierbij

het maken van de ruimtelijke keuzes voor ontwikkeling van wonen en

stemmen zij af met relevante strategie en planvorming in het landelijk

werken – zowel verdichting als nieuwe locaties – zal parallel en integraal

gebied waaronder de stikstofaanpak en wateropgave, zodanig dat

worden gewerkt aan het concretiseren van de uitwerking van de groen/

groen/blauwe structuren doorlopen in de steden, dorpen en kernen.

blauwe principes op alle schaalniveaus. 4. De stedelijke stellen regio’s samen met de provincie een aanpak op voor 2. Rijk en regio constateren dat de versterking van groene en blauwe kwaliteiten van het zand/beekdalenlandschap en het zeekleilandschap

de groen/blauw ontwikkeling van de betreffende regio. Die bestaat uit: •

Een systeemanalyse op landschap en ecologie in de stad en in

en rivierkleilandschap noodzakelijk is voor verdere verstedelijking. In het

verbinding met het landelijk gebied als input voor locatiekeuzes en

kader van de aanpak van het landelijk gebied onderzoeken de Provincie

uitwerking van het de regionale ontwikkelperspectieven.

en stedelijke regio’s wat er op het schaalniveau van Stedelijk Brabant

•

Gebiedspaspoorten waarin eisen tav klimaatadaptatie, versterking

nodig is voor versterking van groene en blauwe kwaliteiten van het zand/

biodiversiteit en gezonde groene leefomgeving expliciet in worden

beekdalenlandschap en het zeekleilandschap en rivierkleilandschap.

gemaakt.

Vanuit verstedelijking zal een koppeling gelegd worden met het NPLG

•

om de uitwerking van het ontwikkelperspectief en de aanpak van het landelijk gebied op elkaar af te stemmen.

Projecten die nodig zijn om bestaande gebieden en verbindingen te versterken en nieuwe gebieden en verbindingen te realiseren.

•

Een fasering en prioritering van deze projecten. Om de prioritering te onderbouwen wordt een data-gedreven aanpak ontwikkeld en vervolgens toegepast.

•

26

Een financieringsstrategie.

Als onderdeel van de financieringsstrategie verkennen de provincie en het Rijk (LNV, BZK) hoe zij middelen voor landschapsontwikkeling, natuur, klimaatadaptiviteit en stikstof gebundeld in kunnen zetten voor de groene stad-land verbindingen, gekoppeld aan de voortgang van de stedelijke ontwikkeling op het gebied van wonen en werken.

1. Rijk (LNV, BZK), provincie en gemeenten spreken af om binnen het 5. bestaand bebouwd gebied de doelstellingen voor groenblauw te expliciteren en realisatiekracht te vergroten. Deze afspraak omvat instrumentarium en middelen. Provincie en gemeenten bekijken hoe bestaande middelen, programma’s en instrumenten binnen de gebiedsontwikkelingen gestroomlijnd kunnen worden en planningen en budgetten zo slim mogelijk te bundelen en in de uitvoering werk met werk te maken. Hierbij worden ook de uitkomsten van de PBL-studie naar een set criteria voor groen in en om de stad meegenomen.

27

4.3 NIEUWE WONINGEN VERSTERKEN BESTAANDE STEDEN EN DORPEN

het realiseren van het bestaande planaanbod, waar mogelijk aangevuld

Er ligt een grote transformatie- en verdichtingsopgave in het bestaande

met flexwoningen of het realiseren van kleine nieuwe inbreidingslocaties.

bebouwd gebied van de Brabantse steden en dorpen. Tegelijkertijd is er

De afspraken hierover worden gemaakt in het kader van de regionale

sprake van een sterk veranderende bevolkingssamenstelling. De strategie

woondeals. Daarnaast onderzoeken we de opgaven en mogelijkheden

is er op gericht om de passende woningen te bouwen op de plekken waar

van met name de naoorlogse wijken in de (middelgrote) steden en de

het de meeste meerwaarde oplevert en de dorpen en steden van Brabant

verdichtingsmogelijkheden van de dorpen (dorpenstrategie), zodat we op

versterkt.

tijd weten hoeveel woningen we na 2030 nodig hebben voor de opgaven

Er is Brabantbreed binnen de bestaande bebouwing voldoende ruimte om

in het bestaande bebouwd gebied van steden en dorpen, en hoe groot de

meer woningen toe te voegen. De afspraken zijn erop gericht om vanuit het

opgave is voor uitleg in nieuwe, duurzame woongebieden. We komen tot

generieke ontwerpprincipe ‘nieuwe woningen versterken bestaande steden

afweging van nieuwe locaties voor de langere termijn op basis van een

en dorpen’ tot een concrete aanpak en uitvoeringsgerichte (woningbouw)

integrale ruimtelijke strategie voor de stedelijke regio’.

programmering te komen; van het schaalniveau van grote spoorzoneontwikkelingen, centrumgebieden tot organische transformaties in

Eerste uitvoeringsafspraken

naoorlogse wijken en de dorpen.

Versnellen (focus tot 2030) 1. Gemeenten, provincie en Rijk (BZK) zetten in op gerichte versnelling en

Op korte termijn is het belangrijkste doel de woningbouw te versnellen

opschaling van bestaande woningbouwplannen. Dit betreft specifiek

en daarmee het woningtekort te verminderen. Brabant heeft voldoende

de Grootschalige NOVEX-woningbouwlocaties1, versnellingslocaties

planaanbod voor woningbouw in de komende 5-10 jaar. Voor het inlopen

met rijksbijdrage en de andere grootschalige woningbouwlocaties in

van de woningtekorten is het dus zaak om bestaande plannen daadwerkelijk

Brabant in de periode tot 2030. In de regionale woondeals worden per

en snel(ler) tot uitvoering te brengen. Deze ontwikkelstrategie zet voor de

stedelijke regio afspraken gemaakt over onder andere de aantallen, de

periode tot en met 2030 in op het versnellen van de woningbouw door

woningbouwverdeling en betaalbaarheid.

1

28

voor deze locaties worden in het BO MIRT van 2022 afspraken gemaakt in kader van de grootschalige woningbouwlocaties NOVEX (in Breda, Tilburg, en ‘s-Hertogenbosch en Eindhoven) en versnellingslocaties BOL 22.

2. Voor verdere versnelling tot 2030 zetten gemeenten en provincie in op

2. Gemeenten, provincie en Rijk spreken af dat het zwaartepunt

flexwoningen en op (kleinere) inbreidingsplannen. De stedelijke regio’s

van de woningbouw wordt gerealiseerd in transformatie- en

inventariseren hiertoe in 2023 de mogelijkheden en obstakels.

inbreidingsgebieden. Dit betreft: •

3. Op basis van de ontwikkelprincipes voor duurzame verstedelijking

Hoogstedelijke en stedelijke transformatie gebieden in het stedelijk concentratiegebied van Brabant. Dit zijn spoorzones, kennisassen,

vindt door gemeenten, provincie en waterschappen een zorgvuldige

brede centrumprojecten en gemengde stedelijke gebieden waarin

integrale afweging plaats van wenselijkheid en haalbaarheid van de

grootschalige transformatie naar een (hoog)stedelijk milieu

grotere woningbouwplannen (met name op locaties aan de randen

plaatsvindt.

van bestaande bebouwing) die zich in de planvoorbereiding bevinden.

•

Herstructurering/revitalisering van naoorlogse wijken. Dit zijn

Gemeenten bekijken samen met provincie, waterschappen en Rijk

wijken waar netto woningen toegevoegd kunnen worden en

welke locaties er opgenomen worden in de regionale woondeals om de

waar transformatie opgaven c.q. kansen liggen die middels

voorgenomen woningbouwproductie te kunnen realiseren. Gezamenlijk

transformatie aangepakt kunnen worden.

wordt bekeken welke afspraken er daarvoor nodig zijn en welke

•

In centrumdorpen en leefbare landelijke kernen.

obstakels er weggenomen moeten worden om zorg te dragen voor een

Nieuwe grootschalige uitlegplannen komen aan de orde als met

snelle uitvoering.

transformatie en inbreiding onvoldoende aan de woonopgave tegemoet geworden kan komen en er sprake is essentiële meekoppelopgaven

Afspraken strategische woningbouwontwikkeling (focus na 2030)

voor de betreffende ontwikkeling. Deze locaties worden op regionaal

1. Provincie en stedelijke regio’s stellen een gezamenlijke aanpak op

niveau afgewogen (zie punt 1).

voor de integrale afweging van belangen, ruimteclaims en passende ontwikkellocaties mede in relatie tot de ruimtelijke puzzel die provincies moeten leggen voor 1 juli 2023. Uit dit traject volgt de ontwikkelstrategie voor de toekomst, ook voor nieuwe grootschalige woningbouwlocaties.

29

KAART. Nieuwe woningen versterken bestaande steden en dorpen

30

•

Transformatie naar hoogstedelijk milieu • Op basis van uitkomsten nabijheidsindex Dashboard Verstedelijking, grootschalige woningbouwlocaties en afspraken SGE

•

Revitalisering van naoorlogse wijken • ‘Ruimte zat’ verdichtingsaanpak. Selectie grote aaneengesloten stedelijke buurten uit jaren 1960-1985 (op basis van BAG bouwjarenkaart)

•

Transformatie naar stedelijk milieu • Op basis van nabijheidsindex Dashboard Verstedelijking en potentie vanuit Bike Train Accessibility Level (BTAL)

•

Afmaken van uitleglocaties • Op basis van afspraken Verstedelijkingsakkoord SGE

•

Bestaand stedelijk gebied • Vooralsnog geen afspraken

•

Versterken van de centrumdorpen • Kernen met een toekomstbestendige centrumpositie voorzieningen (op basis van expert judgement)

•

Inzet op duurzame leefbaarheid van de kernen • Behoud van leefbaarheid en basisvoorzieningen (op basis van expert judgement)

•

Revitalisering aandachtswijken (in kader Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid) • Langjarige inzet om leefbaarheid en veiligheid op orde te brengen en bewoners perspectief te bieden (Breda Noord, Tilburg-Noordwest, Eindhoven Woensel-Zuid, Roosendaal-stad)

31

3. De provincie en gemeenten zorgen voor kwalitatief hoogwaardige

4. De stedelijke regio’s voeren voor de wijken in de steden met

woonmilieus met:

herstructurerings-/revitaliseringsopgave een inventarisatie c.q.

•

Voldoende betaalbare woningen

ontwerpstudie uit om per gemeente de betreffende wijken, opgaven en

•

Locaties nieuwe ontwikkelingen zo veel mogelijk langs

verdichtingspotentie te bepalen. Woningbouw wordt hier strategisch

(Hoogwaardig) OV-assen met parkeerbeleid passend bij de

ingezet om te opgaven voor water/klimaatadaptatie/vergroening/

mobiliteitstransitie (lagere normen, meer dubbel- en deelgebruik)

natuur in de stad/natuurinclusief bouwen, energie, leefbaarheid,

•

Voldoende en kwalitatief goede werklocaties

verduurzaming, vitaliteit, draagvlak voor voorzieningen, functiemenging

•

Klimaat- en energieneutrale nieuwbouwwoningen

en tal van andere opgaven in de bestaande woningvoorraad aan

•

Energietransitie bestaande stedelijke omgeving en programma

te pakken. De provincie ondersteunt hierbij met capaciteit en

aardgasvrije wijken

kennisdeling in de vorm van best-practices. Parallel hieraan wordt

Kwalitatief aantrekkelijke groen-blauwe openbare ruimte met

per stedelijke regio gestart met een aantal prioritaire wijken waarvoor

integratie van de groenblauwe opgave in de stedelijke omgeving

een transformatieaanpak ontwikkeld wordt samen met de provincie.

inclusief toepassing van een regionale groennorm

Resultaten van de inventarisatie c.q. ontwerpstudie en de ervaringen

Beperken van milieugezondheidsbelasting en bevorderen gezonde

in de prioritaire wijken vertaald in een Brabantbrede aanpak die de

leefomgeving.

gemeenten in staat stelt de herstructurering op grote schaal ter hand

•

•

te nemen. Vervolgens wordt bekeken welke wederkerige afspraken vastgelegd kunnen worden in een actualisatie van de woondeals.

32

5. De provincie verkent waar zij een extra ondersteunende rol en actieve voor gemeenten kan vervullen bij stedelijke transformaties. Op dit

Breda-Tilburg en ’s-Hertogenbosch) waarna de opgedane ervaring ook wordt ingezet voor de andere regio’s.

moment is de provincie betrokken bij transformatieopgaven in de spoorzones van de B5 steden en de binnensteden van de M7 steden

7. De stedelijke regio’s werken in afstemming met de provincie voor de

in Brabant. Samen stellen we voor die gebieden ontwikkelvisies

langere termijn de integrale ruimtelijke strategie verder uit in ruimtelijke

op en bepalen we hoe die worden gerealiseerd. In lijn met dit

hoofdkeuzes uit. Wonen is hierin een van de opgaven. De focus van

ontwikkelperspectief kan bij de uitwerking van de afspraken daarvan

deze hoofdkeuzes ligt na 2030 maar op basis van de hoofdkeuzes

samen met de Brabantse gemeenten worden bepaald waar het

wordt ook gekeken naar de periode 2025-2030 om te kijken of gerichte

accent voor de komende jaren komt te liggen voor wat betreft deze

heroverweging nodig is. De ruimtelijke hoofdkeuzes zijn locatiespecifiek

actieve ondersteunende rol. De uitkomsten van het onderzoek naar de

(wat doen we globaal waar) maar wijzen nog geen (plan)locaties en

revitaliseringopgaven van de naoorlogse wijken en de dorpenstrategieën

laten ruimte voor flexibiliteit.

leveren daarvoor input. 8. Ten behoeve van het opstellen van de integrale ruimtelijke strategie 6. De leefbaarheid en toekomstbestendigheid van het landelijk gebied is

wordt voor de woningbouwopgave rekening gehouden met de

een essentieel onderdeel van het regionale vestigingsklimaat. Door de

afspraken die gemaakt uit de woondeals voor de periode tot 2030.

gemeenten in de stedelijke regio’s wordt daarom met ondersteuning

De ruimtelijke hoofdkeuzes vormen vervolgens de basis voor

van de provincie een dorpenstrategie opgesteld voor de Brabantse

woningbouwprogrammering die globaal 10 jaar vooruit kijkt en

centrumdorpen en landelijke kernen. Deze strategie moet in beeld

waarover afspraken gemaakt worden in de woondeals.

brengen waar vernieuwing mogelijk is, welke ingrepen er noodzakelijk zijn en op welke locaties maatwerk nodig is om de vitaliteit van de Brabantse kernen te kunnen behouden en versterken. De start is in 2023 met verschillende pilot-projecten (onder andere in de stedelijke regio

33

9. Vanuit het Grondstoffenakkoord is de ambitie voor 2030 om te komen

Energietransitie als randvoorwaarde voor verstedelijking

tot 50% reductie op gebruik van primair grondstoffen en uitstoot van

Goede energievoorziening is een randvoorwaarde voor duurzame

CO2. In de Woondeals wordt ‘duurzaam en toekomstbestendig bouwen’

verstedelijking. Door de groei in wonen, werken en mobiliteit, maar ook

opgenomen en toegelicht. Aan deze ambitie wordt inhoud gegeven door:

door veranderend gebruik (o.a. digitalisering, koeling, meer OV) stijgt de

•

Rijk, Provincie en gemeenten borgen de uitgangspunten voor

energiebehoefte flink de komende jaren. Parallel hieraan speelt de transitie

duurzaam en toekomstbestendig bouwen, zoals opgenomen in de

van fossiele naar hernieuwbare energie (o.a. aardgasloos verwarmen,

Woondeals, in hun planologisch instrumentarium. Doel is dat deze

elektrisch rijden en produceren). Hierdoor loopt het huidige energiesysteem

uitgangspunten randvoorwaardelijk zijn vanaf het begin van iedere

tegen haar grenzen aan met als gevolg een groot vraagstuk rond de

(plan)ontwikkeling.

warmtevoorziening van de (bestaande) gebouwde omgeving en een

Provincie en de stedelijke regio’s stimuleren duurzame en

jarenlange schaarste in het stroomnet voor heel Brabant. Alleen door de

toekomstbestendige bouw via het manifest ‘Brabantse aanpak

verstedelijkingsstrategie en energietransitie hand in hand te laten verlopen

circulaire bouw’, kennisdeling en actief stimuleren van de

kan worden gezorgd dat zij elkaar versterken in plaats van blokkeren.

•

toepassing van biobased materialen in nieuw te realiseren

•

projecten.

Dit helpt ons ook om de urgente energie- en klimaatambities te behalen.

Partijen spannen zich in om in 2030 het gebruik van hernieuwbare

De belangrijkste ambities voor 2030 zijn om 50% van de energie duurzaam

(biobased) bouwmaterialen en/of het hergebruik van

op te wekken (Omgevingsvisie) en een broeikasgasreductie van 55%-60%

bouwmaterialen te verhogen naar 25% in 2025 en 50% en om

ten opzichte van 1990 (Regeerakkoord). Zeker zo belangrijk in relatie tot

minimaal de helft van het aantal woningen circulair en industrieel te

verstedelijking is het nationale doel voor 2050 (Nederlandse Klimaatwet),

laten bouwen, zoals ook benoemd in het Programma Woningbouw

dat van 95% reductie wordt aangescherpt tot de verplichting om de netto-

van BZK.

uitstoot van broeikasgassen tot nul te reduceren (Regeerakkoord, Europese Klimaatwet).

34

Vanuit dit ontwikkelperspectief wordt daarom de stap gezet de

•

energietransitie te verbinden met de brede verstedelijkingsopgave. Door op lokaal en regionaal niveau vraag en aanbod van energie op elkaar af te stemmen, de energievraag zo laag mogelijk te maken en slimme

elkaar versterken •

Voor de verstedelijking geldt aanvullend nog: •

oplossingen en ruimtelijke keuzes te maken die het energienetwerk ontzien. Hiervoor is integraal programmeren en prioriteren nodig

•

Maak het energiesysteem boven- en ondergronds onderdeel van het ontwerp;

•

nieuw instrument naar analogie van het nationale MIEK, ligt hiervoor een belangrijke regiefunctie bij de provincie.

Verstedelijk zoveel mogelijk nabij het regionale hoofdenergienetwerk;

voor de energietransitie en verstedelijking. Vanuit het provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (PMIEK), een

Denk en acteer meerschalig, zodat gebieden en ontwikkelingen

Ontwerp stedelijk gebied met minimale energievraag en maximale energieopwekking;

•

Realiseer energieopwekking zoveel mogelijk nabij stedelijke gebieden.

Om de verstedelijkingsstrategie en energietransitie elkaar te laten versterken zijn op niveau van een ontwikkeling en op het niveau van de verstedelijking

Het is belangrijk dat de verstedelijkingsstrategie en de energietransitie

de volgende principes opgesteld.

elkaar tijdens de uitvoering blijven vasthouden. Op gemeentelijk en

•

Voor iedere ontwikkeling geldt:

regionaal niveau maken partners bijvoorbeeld keuzes in het kader van de

•

Minimaliseer de energievraag

warmtetransitie (Transitievisies warmte), grootschalige opwek (Regionale

•

Maximaliseer duurzame energieproductie vanuit slimme

Energiestrategieën en gemeentelijke omgevingsvisies), de verduurzaming

bronnenmix (zon/wind/(rest)warmte/koude/energiedragers)

van de industrie (Cluster Energiestrategieën) en de uitrol van laadinfra (RAL

Draag bij aan een robuust en flexibel energiesysteem: slimme

Zuidwest NL). Keuzes die niet los te zien zijn van de ontwikkelruimte voor

infra voor opwek, afname, transport, opslag en conversie én slim

wonen/werken/mobiliteit/verstedelijking.

•

stedelijk ontwerp (oriëntatie en functies daken/gevels/openbare ruimte/ondergrond)

35

Om te oefenen met het samenwerken aan een toekomstbestendig

3. De uitkomsten van de pilots integraal programmeren in West-Brabant en

energiesysteem tegen de complexe achtergrond van verstedelijking en

Moerdijk voor energie zullen, tezamen met de hierboven geformuleerde

verduurzaming zijn de pilots integraal programmeren gestart. In Noord-

principes voor energie door de provincie en gemeenten meegenomen

Brabant lopen tot 2023 twee pilots, West-Brabant en MIEK-pilot Moerdijk.

worden in de verdere uitwerking van dit ontwikkelperspectief richting

Deze leveren in 2023 een evaluatie met lessons learned op voor de aanpak

concrete afspraken en locatiekeuzes in 2023.

richting 2040. 4. In het volledige energiesysteem van Stedelijk Brabant zijn keuzes Eerste uitvoeringsafspraken

nodig op systeemniveau. Keuzes voor zowel energiedragers, het

1. Om de informatie uitwisseling tussen netbeheerders enerzijds en

elektriciteitsnetwerk, de warmtevoorziening, eventuele andere

provincie en gemeenten anderzijds te verbeteren zal BZK in 2023 komen

oplossingen in relatie tot de beschikbare ruimte, zodat er voldoende

met een standaard vragenlijst om de uitwisseling van informatie te

ruimte is voor nieuwe ontwikkelingen en verduurzaming van bestaande

standaardiseren.

bouw. Hiertoe zullen de provincie en gemeenten in de verdere uitwerking van het ontwikkelperspectief onderzoeken op welke wijze

2. Om de informatieuitwisseling tussen netbeheerders enerzijds en

de netcongestieproblematiek verminderd kan worden door naast

provincie en gemeenten anderzijds te verbeteren werkt de Provincie met

het programmeren en prioriteren (in ruimte en tijd) te kijken naar

de netbeheerder, gemeenten, en het Rijk (BZK, EZK) het eerste beeld uit

technische oplossingen (zoals waterstof en electrolysers, energieopslag,

van effecten van de verstedelijking op de energieopgave richting 2040.

decentraal/lokaal energiemanagement en het beter inpassen van

Hiertoe zal ook een relatie gelegd worden met het provinciaal MIEK. Dit

duurzame energieproductie projecten) en niet-technische oplossingen

eerste beeld zal in 2023 besproken worden met Rijk en regio in het BOL,

die zorgen dat het energieverbruik wordt teruggedrongen (zoals

MIEK of BO-MIRT.”

gedragsverandering, preventie van energieverbruik, energiebesparing en het slimmer gebruiken van energie in de totale keten). Hierbij worden

36

ook de nog op te stellen transitievisies warmte van de gemeenten meegenomen.

PM: andere nutsvoorzieningen als randvoorwaarde voor verstedelijking, oa drinkwater, het streven naar circulair watergebruik, verminderen van het watergebruik en het scheiden van watersystemen

37

4.4 MOBILITEITSTRANSITIE MAATWERK VOOR STAD EN DORP

verduurzamen van mobiliteit (zero-emissie) en het verbeteren van de

In Stedelijk Brabant wordt ingezet op een mobiliteitstransitie die ervoor

verkeersveiligheid.

zorgt dat de toenemende behoefte aan uitwisseling en verplaatsing

Het benutten van kansen voor slimme mobiliteit en het inzetten

samen kan gaan met veiligheid, duurzaam ontwikkelen en schaarste aan

op een structurele gedragsverandering via werkgeversbenadering,

ruimte. Een samenhangende ontwikkeling van verstedelijking en mobiliteit

onderwijsbenadering, etc.

met maatwerk voor stad en dorp biedt daarvoor de basis. Dit leidt tot de

•

Buiten het stedelijk gebied is de auto voor verplaatsingen buiten de

volgende strategische keuzes om de mobiliteitstransitie voor stad en dorp

kern het hoofdvervoermiddel met inzet op OV en slimme mobiliteit

te doen slagen:

(deelmobiliteit, hubs) om voor alle doelgroepen bereikbaarheid te

•

organiseren en de uitwisseling tussen stad en land te faciliteren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12228105/1