RIB 27 - BIJLAGE 1 ROA-Hart-van-Brabant-versie-1 0---02-december-2021
Tekst van het document
Regionale Omgevingsagenda Hart van Brabant 2022 – 2026 versie 1.0
Datum 02-12-2021
1
Inhoudsopgave 1
Waarom deze Regionale Omgevingsagenda?
3
1.1
Waar komt de ROA vandaan?
3
1.2
Doel en opzet van de ROA
3
1.3
Samenhang met RIA
4
1.4
Werken met de ROA
4
1.5
Opbouw en invulling ROA
6
2
Positie en ambitie Hart van Brabant
7
2.1
Onze kijk op de toekomst van de regio
7
2.2
Ruimtelijke inrichting en brede welvaart
8
5
Ordening van hoofdopgaven naar schaalniveaus
23
5.1
Samen programmeren, samen integreren
23
5.2
Bovenregionaal afstemmen en verbinden
23
5.3
Regionaal verkennen
24
5.4
Lokaal uitvoeren
24
5.5
Deelagenda’s
24
6
Uitvoering/Afspraken
26
6.1
Samenwerkingsafspraken
26
6.2
Werkwijze / uitvoering van de afspraken
26
Bijlage: De achtergronden van ROA en RIA
29
2.3 Grote opgaven en een integraal toekomstbeeld gebaseerd op het regio DNA 8 2.4
Benoemde gebiedswaarden ondersteunend aan besluitvorming 9
3
Hoofdopgaven in de fysieke leefomgeving
11
3.1
Werken met hoofdopgaven
11
3.2
Hoofdopgave 1: Energie en klimaat
12
3.3
Hoofdopgave 2: Duurzame verstedelijking
13
3.4
Hoofdopgave 3: Mobiliteitstransitie
16
3.5
Hoofdopgave 4: Toekomstbestendig landelijk gebied
17
4
Wisselwerking tussen gebiedswaarden en opgaven
19
4.1
Ingewikkelde ‘ruimtepuzzel’
19
4.2
Wat hebben we al bereikt?
20
4.3
Ontwikkelprincipes
21
2
1
Waarom deze Regionale Omgevingsagenda?
Deze Regionale Omgevingsagenda (ROA) is een samenwerkingsagenda voor de fysieke leefomgeving van regio Hart van Brabant. Met deze agenda versterken we het handelen als één overheid: we werken effectief en doelgericht samen aan dezelfde opgaven en versterken een integrale manier van denken en werken. Dit doen we door helderheid te scheppen in de hoofdopgaven binnen het fysieke domein en de belangrijkste beleidsambities, programma’s en interbestuurlijke afspraken te bundelen. Dit biedt overzicht en op basis daarvan kunnen we bepalen waar aanvullende afspraken nodig zijn.
1.1
Waar komt de ROA vandaan?
Het instrument Omgevingsagenda is door het Rijk geïntroduceerd in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Het is bedoeld als een ‘schakelkast tussen Rijk en regio’, als hulpmiddel om de opgaven in de fysieke leefomgeving gezamenlijk op te pakken. Het Rijk streeft naar vijf landsdelige omgevingsagenda’s 1. Daarbij vormt Noord-Brabant met Limburg samen landsdeel Zuid. Nationale Omgevingsvisie: Het doel van de Omgevingsagenda is om als één overheid gezamenlijk gebiedsgericht uitwerking te geven aan de gedeelde ambities en opgaven zoals genoemd in visies en programma’s van Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen. Het gaat hier om samenhangende gebiedsgerichte opgaven in de fysieke leefomgeving waar meerdere partijen elkaar nodig hebben in de uitvoering.
Voortbouwend op deze ontwikkeling heeft de provincie in de Omgevingsverordening Regionale Omgevingsagenda’s geïntroduceerd als
verbindende agenda tussen gemeenten, waterschappen en provincies. Het opstellen van een ROA is daarmee een verplichting onder de Provinciale Omgevingsverordening: Provinciale Omgevingsverordening: Het Regionaal Overleg stelt één keer per bestuursperiode een ROA op met daarin: 1. De gezamenlijke ambities en hoofdopgaven binnen het fysieke domein in de betreffende regio 2. De inbreng vanuit de regio voor de landsdelige en nationale omgevingsagenda 3. Het schaalniveau waarop deze worden uitgewerkt ROA is leidend voor de verdere uitwerking en bespreking van de opgaven en vormt basis voor de halfjaarlijkse bestuurlijke Ontwikkeldag.
1.2
Doel en opzet van de ROA
Er liggen veel visies, strategieën, ambities en opgaven en de regio en provincie hebben behoefte aan een gezamenlijke, samenhangende, meerjarige, actiegerichte agenda. Het instrument omgevingsagenda biedt daar kansen toe, bijvoorbeeld door de ambities uit de SMA, REKS en RMA te verbinden met de landsdelige omgevingsagenda. Ook opgaven die nog nader verkend moeten worden, zoals verduurzaming van de landbouw en de woningbouwopgave, kunnen in de ROA worden benoemd als actie. Een belangrijk onderdeel van de omgevingsagenda’s is het leggen van verbindingen tussen de verschillende bestuurslagen en schaalniveaus. De opgaven in de fysieke leefomgeving zijn complex: er moet veel gebeuren en er is weinig ruimte. Daarom moeten we slim combineren en slim samenwerken. De omgevingsagenda is te beschouwen als een schakeldocument dat van binnen naar buiten en van buiten naar binnen kijkt. Met de ROA geven we richting aan gezamenlijke uitvoering door hierover als gemeenten, provincie en waterschappen gezamenlijke afspraken te maken.
1
Let wel: het Rijk beschouwt de vijf landdelen als regio’s; binnen de provincie worden de vier Brabantse regio’s als zodanig aangemerkt.
3
Daarnaast gebruiken we de agenda in gesprek met het Rijk. Op die manier kunnen de verschillende overheidslagen laten zien te opereren als één overheid.
1.3
Samenhang met RIA
Naast de ROA werkt de regio ook aan een Regionale InvesteringsAgenda (RIA). Een unieke combinatie die nergens anders voorkomt en in de voorbereiding het nodige pionieren betekende. Tijdens de parallelle processen is afstemming gezocht en is een procesmodel ontwikkeld hoe beide agenda’s op elkaar aansluiten (zie afbeelding 1-1). Beide agenda’s hebben een andere oorsprong, maar liggen in de praktijk in elkaars verlengde. De ROA en RIA hanteren beide hetzelfde lange termijn perspectief (zie H2) en werken aan dezelfde opgaven. De ROA is meer beleidsmatig en gericht op samenwerking en afstemming tussen verschillende overheden over ambities en prioriteiten (werken als één overheden). De ROA kijkt over de regiogrenzen heen als het gaat om opgaven die regio overstijgend zijn en daarom beleidsmatige afstemming vragen, en levert input voor de landsdelige omgevingsagenda Zuid (Brabant-Limburg). De RIA richt zich op versnelling van de uitvoering door het bij elkaar brengen van investeringen en partijen die bij de uitvoering het voortouw willen nemen. De RIA kijkt ook over de regiogrenzen heen om de uitvoeringskracht te vergroten. Vanuit die gedachte is samenwerking gezocht met de regio Breda en de Stedelijke Regio Breda-Tilburg (SRBT) ontstaan. De RIA levert input voor het verstedelijkingsakkoord tussen Rijk en SRBT.
(Voor meer over de oorsprong en samenhang tussen ROA en Ria verwijzen we naar de bijlage).
1.4
Werken met de ROA
De ROA geeft de gemeenten, regio, waterschappen en provincie houvast voor gerichte samenwerking en aanpak van de opgaven. Houvast wordt geboden door: • het gezamenlijk lange termijn toekomstperspectief; • de benoemde hoofdopgaven; • een set van afspraken over inhoud, aanpak en samenwerking. De betrokken overheden werken, ieder van uit eigen rol, samen aan het aanpakken van de hoofdopgaven en daarover gemaakte afspraken. De ROA helpt bij de aanpak (integraal en gebiedsgericht), het verdelen van taken en bij elkaar brengen van middelen (in RIA verband), het volgen van de voortgang en biedt mogelijkheden om bij te sturen. In zijn opzet is de ROA geen agenda voor nieuw beleid, maar een hulpmiddel bij samenwerking en uitvoering van bestaand beleid. In de praktijk: • brengt de ROA het ‘wat’ en ‘hoe’ bij elkaar; • geeft de ROA richting aan het programma voor de halfjaarlijkse bestuurlijke ontwikkeldag en brengt focus aan op uitvoering van de opgaven; • geeft de ROA richting aan de regionale samenwerking op ambtelijk niveau met een duidelijke manier van werken (aan de hand van principes); • borgt de ROA voor een gebieds-/regiogerichte, integrale benadering; • legt de ROA verbinding tussen verschillende schaalniveaus en bestuurslagen; • is de ROA als agenda adaptief en worden afspraken regelmatig (minimaal eens per vier jaar) geactualiseerd.
Het lange termijn toekomstperspectief blijft daarentegen gelijk en biedt voor langere tijd duidelijkheid en zekerheid.
4
Op afbeelding 1-1 is weergegeven hoe de ROA staat ten opzichte van de RIA en hoe beide via de integrale gebiedopgaven gekoppeld worden. Vanuit de ROA wordt aangegeven welke opgaven/projecten in een gebied spelen, in de gebiedsopgaven worden deze opgaven en projecten met elkaar in samenhang gebracht en mogelijk vanuit de RIA nog aangevuld met private initiatieven. In RIA verband worden dan partijen en (financiële)
middelen bijeengebracht die nodig zijn om tot uitvoering te komen. De uitvoering van de projecten in een gebied kan gecoördineerd en gemonitord worden met behulp van een gebiedsprogramma waarin de concrete uitvoeringsprojecten zijn ondergebracht.
Afbeelding 1-1: De ROA en RIA als gezamenlijke sturingsinstrumenten richting uitvoering
5
1.5
Opbouw en invulling ROA
In de opbouw van de ROA hanteren we het onderscheid tussen ‘wat’, de opgaven, en ‘hoe’, de integrale gebiedsgerichte aanpak in de verschillende hoofdstukken. In Afbeelding 1-2 is dat weergegeven. Door het document heen wisselen we een integrale en thematische benadering af. Hierdoor kunnen we de samenhang benoemen waar die belangrijk is en de thematische opgaven uitdiepen waar dat nodig is. Zo maken we de opgaven concreter en meer expliciet richting uitvoering, terwijl we in de integrale hoofdstukken nagaan welke relaties, verbindingen en beïnvloedingen er tussen de opgaven spelen en wat dat betekent voor de gebieden waarin ze moeten landen.
Afbeelding 1-2: Opbouw van de ROA
We bouwen de ROA op vanuit de positionering van de regio waarin de kracht en kwaliteit van de regio centraal staat (Hoofdstuk 2). Dat is de basis voor het lange termijn toekomstperspectief. In de kracht en kwaliteit van de regio speelt de fysieke leefomgeving een belangrijke rol, naast het economisch ecosysteem, het kennisnetwerk en de mentaliteit van de bevolking. De kenmerken en kwaliteiten van de fysieke leefomgeving hangen met elkaar samen en vormen een integraal onderdeel van de regio. We brengen dat bij elkaar in het begrip ‘gebiedswaarden’.
De opgaven komen voort uit een specifiek maatschappelijk probleem of belang en hebben een thematisch karakter. Denk aan de klimaatopgave, de duurzame opwekking van elektriciteit, de verstedelijkingsopgave, de mobiliteitstransitie en de ontwikkeling van het landelijke gebied. We beschrijven de hoofdopgaven van de regio daarom thematisch in hoofdstuk 3. In het vierde hoofdstuk staat de confrontatie van de gebiedswaarden met de opgaven centraal. De stapeling van opgaven in gebieden en de complexiteit van het combineren van opgaven komt daarbij in beeld. In de kern gaat de confrontatie over twee vragen: • Wat kunnen we binnen de gebiedswaarden accommoderen? • Welke opgaven willen/kunnen/moeten we in de regio faciliteren? Een aantal sturingsprincipes geeft houvast bij het beantwoorden van deze vragen. Door met de principes aan te sluiten bij rijks- en provinciaal beleid kiezen we voor gezamenlijk beleid en handelen we als één overheid. Met deze slag worden de opgaven integraal en gebiedsgericht. De stap naar uitvoering kan dan gemaakt wordt als het juiste schaalniveau voor de aanpak van (het pakket van) opgaven. In dit hoofdstuk (hoofdstuk 5) zoeken we via de schaalniveaus waarop de opgaven aangepakt moeten worden de verbinding met de andere overheidslagen en de aanknopingspunten voor effectieve samenwerking.
Dat resulteert in het laatste hoofdstuk (hoofdstuk 6) van de ROA in een overzicht van samenwerkingsafspraken en werkwijzen over de aanpak van opgaven.
6
2
Positie en ambitie Hart van Brabant
Om de regio Hart van Brabant in de toekomst aantrekkelijk, bereikbaar, concurrerend en duurzaam te laten zijn, is het van belang de huidige kracht en kwaliteiten in het gebied en van de mensen te behouden en te versterken. Dat uit zich in de overkoepelende ambitie: versterking van de brede welvaart voor iedereen in de regio. Brede welvaart omvat alles wat mensen van waarde vinden. Daarin speelt hun leefomgeving een belangrijke rol. In dit hoofdstuk wordt een typering, en daarmee positionering, van de regio en de belangrijkste te behouden gebiedswaarden weergegeven: wat is het toekomstperspectief van de regio?
2.1
Onze kijk op de toekomst van de regio
Brede welvaart als basis Regio Hart van Brabant wil uitblinken in duurzame ontwikkeling, en dat in breed perspectief. In de Strategische Meerjaren Agenda (SMA) is dat omschreven als ‘Onze missie is dat we economische, ecologische en sociale groei combineren’. Naast materiële welvaart, uitgedrukt in economische groei, gaat het in dit brede perspectief dus ook om gezondheid, onderwijs, natuur, milieu en leefomgeving, politieke uitingsvrijheid, sociale cohesie, persoonlijke ontplooiing en (on)veiligheid. 2
Bovendien betreft het niet alleen de kwaliteit van leven in het ‘hier en nu’, maar ook de gevolgen daarvan voor het welzijn van mensen ‘elders’ (buiten de regio) en ‘later’ (toekomstige generaties). We noemen dit geheel Brede welvaart. Voor meer informatie over Monitor Brede Welvaart & de Sustainable Development Goals 2020 verwijzen wij naar de website van het CBS. Veel van de welvaartsaspecten die mensen ervaren komen voort uit hun interactie met hun dagelijkse leefomgeving. En die speelt zich in de meeste gevallen af op een regionaal schaalniveau. 2 Daarom is een regionale benadering van Brede welvaart van groot belang. In Hart van Brabant betekent dit dat we ons niet primair laten leiden door economische ontwikkeling, maar vanuit de brede welvaartsgedachte het welzijn van onze inwoners en bezoekers centraal stellen. De basis voor dit welzijn ligt in de fysieke leefomgeving, zowel waar het gaat om kwaliteiten als om knelpunten. Het is een open deur dat we die kwaliteiten moeten koesteren en de knelpunten moeten aanpakken. Dat we momenteel met veel knelpunten worden geconfronteerd is ook bekend. Er zijn genoeg alarmbellen afgegaan die ons duidelijk maken dat we anders met onze leefomgeving moeten omgaan dan voorheen. We staan voor complexe opgaven, zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie, die ook nog nauw met elkaar verweven zijn.
Die opgaven pakken we aan op een toekomstbestendige manier die de brede welvaart versterkt voor iedereen. In de SMA heeft de regio al aangegeven te willen gaan werken met de Telos duurzaamheidsbalans als hulpmiddel om de brede welvaart in de regio te versterken aan de hand van concrete doelen en monitoren op daaraan gekoppelde indicatoren. In de afspraken die we in het kader van deze regionale omgevingsagenda maken, bouwen we daarop voort.
PBL, dec. 2020, Bevorderen van brede welvaart in de regio: keuzes voor beleid
7
2.2
Ruimtelijke inrichting en brede welvaart
De ruimtelijke inrichting van de regio speelt een belangrijke rol in de versterking van de brede welvaart. Ruimte bieden aan de natuur betekent een versterking van het ecologisch kapitaal. En dat laat zich weer goed combineren met een aantrekkelijke inrichting van ons landschap waarin bewoners en bezoekers zich kunnen ontspannen. Met als resultaat een bijdrage aan hun gezondheid en welzijn, vooral als we ze met een aantrekkelijk fiets- en wandelnetwerk kunnen verleiden dat landschap en die natuur op een schone en gezonde manier te ervaren. We hebben van het recente verleden geleerd dat als we de economische krachten bij de ruimtelijke inrichting van de regio te veel vrijheid geven er ongewenste effecten optreden die niet bijdragen aan een versterking van de brede welvaart voor iedereen. Economische krachten leiden bijvoorbeeld vaak tot schaalvergroting, onder andere in de landbouw en logistiek. Dat kan een bedreiging vormen voor het karakteristieke Brabantse mozaïeklandschap en problemen opleveren bij de klimaatadaptatie. We zien ook dat de economische krachten de verschillen tussen centrum en periferie versterken. Hierdoor komt de leefbaarheid in de kleine kernen onder druk te staan, terwijl in de (hoog)stedelijke gebieden de druk zo hoog wordt dat de sommige groepen de stad uit worden gedreven.
Zij komen vaak op plekken terecht waar het moeilijker is om aan werk te komen of goed onderwijs te volgen, terwijl de stadsbewoners te maken hebben met verschillende vormen van hinder en vervuiling. Vanwege dit soort verwevenheden enerzijds, en lokale verschillen anderzijds, is de koppeling van de ruimtelijke inrichting van de regio aan een inclusieve, brede welvaartsgedachte van belang. Door slim in te spelen op de verwevenheden (bijv. verstedelijking roept een energievraag op en genereert mobiliteit) en gebruik te maken van lokale verschillen (complementariteit van stad en land) streven we ernaar het welzijn in de hele regio te verhogen. Zo ontstaat er een balans die we kunnen bewaken vanuit de kwaliteit en kracht (het DNA) van de regio. Bij nieuwe opgaven die op de regio afkomen zoeken we door het slim
combineren van opgaven en het slim omgaan met ruimte naar de juiste oplossingen.
2.3
Grote opgaven en een integraal toekomstbeeld gebaseerd op het regio DNA
Naast het zoeken maar de juiste balans hebben we tegelijkertijd te maken met een aantal grote en urgente opgaven in de fysieke leefomgeving (zie H3) die de balans niet mogen verstoren. Dat betekent dat we met elkaar voor lastige opgaven staan waarbij we zowel voortvarend als zorgvuldig te werk moeten gaan. De houvast die we daarbij hebben is ons gemeenschappelijk beeld van de toekomst van onze regio. En dat beeld gaat niet alleen over de ruimtelijke inrichting of economische ontwikkeling van de regio, maar ook over het eerdergenoemde welzijn ofwel de kwaliteit van leven in de regio. Het complete DNA van de regio dus. Dit DNA van de regio wordt al in verschillende (visie)documenten benoemd zoals de omgevingsvisie van de Provincie (2018) en de Strategische Meerjarenagenda (2019). Door middel van de gehouden interviews bij de totstandkoming van deze ROA (2021) is dit DNA nader geverifieerd. Het regio DNA: verleden tot heden Om dat DNA te begrijpen is de geomorfologische ontstaansgeschiedenis van belang. Aan de van zuid naar noord lopende beken en de west-oost gerichte dekzandruggen is de oorspronkelijke geomorfologie nog steeds te herkennen. Tijdens de laatste ijstijd raakten de beken aan de noordzijde geblokkeerd waardoor moerasachtige veengebieden ontstonden, beken hun loop verlegden. Dit verklaart (in een notendop) de grote variatie aan gebiedstypen die de regio kenmerkt.
Het patroon van hoge en lage gronden is bepalend geweest voor de bewoning en het grondgebruik door de mens. De beken vormden eeuwenlang de levensaders van de Brabantse samenleving. Vanaf de negentiende eeuw zijn kanalen aangelegd om de watervoorziening en transportmogelijkheden te verbeteren. De aanleg van deze kanalen heeft bijgedragen aan de industriële ontwikkeling van Brabant. Daarnaast 8
vormen de beken en zandruggen schatkamers van biodiversiteit. De afwisseling van hogere, drogere en lagere nattere gronden maakt de regio bijzonder rijk aan gradiënten. Dat maakt de natuur van Hart van Brabant veelzijdig en rijk, en verklaart het grote aantal natuurgebieden waaronder de zes Natura 2000 gebieden. Het typerende Brabantse mozaïeklandschap is eveneens een gevolg van het natuurlijke landschapspatroon. Vanaf de middeleeuwen bepaalden de omstandigheden het gebruik van de gronden en door de verschillen leidde dat tot een gevarieerd cultuurlandschap. Na de industriële revolutie is in dit landschap geleidelijk een fijnmazig netwerk van dorpen en steden ontstaan dat tezamen met de infrastructuur nieuwe patronen heeft toegevoegd. In dat netwerk van dorpen en steden bevindt zich nu een toonaangevende, innovatieve maak- en kenniseconomie die zich kenmerkt door korte lijnen, samenwerking, innovatiekracht, ondernemerschap, wederkerigheid en oog voor kwaliteit en medemens. Tegelijkertijd heeft zich een divers cultureel aanbod ontwikkeld waardoor de regio aantrekkelijk is als vestigingsplaats, woonomgeving en als toeristische bestemming. Het regio DNA: de toekomst Naar de toekomst toe staat centraal dat elke ruimtelijke ontwikkeling in de regio bijdraagt aan de brede welvaart voor iedereen waarbij we de eigenheid ofwel het DNA van de regio koesteren.
De maatschappelijke opgaven zoals de woningbouw, klimaatadaptatie, energie- en mobiliteitsen landbouwtransitie gaan daarbij helpen. In de plannen die we maken baseren we ons op de natuurlijke systemen, de ondergrond en het watersysteem als ordenende principes. We gaan zorgvuldig om met de kwaliteiten van de leefomgeving als geheel. Daaronder verstaan we niet alleen natuur, landschap, cultuurhistorie, maar ook bodem en water, en de stedelijke leefomgeving waarin gezondheid, veiligheid, milieu- en ruimtelijke kwaliteit belangrijk zijn. Aan elke opgave die we in de regio oppakken, bijvoorbeeld als het gaat om duurzame energieopwekking, verbinden we een kwaliteitsdoelstelling die gericht is op het verhogen van onze omgevingskwaliteit en die ingevuld wordt vanuit een integrale
benadering waarin de natuurlijke systemen worden gerespecteerd en de brede welvaart centraal staat. Het Brabants mozaïeklandschap biedt een enorme variatie aan mogelijkheden waarbij het bekenlandschap en het netwerk van dorpen en steden elkaar kunnen aanvullen en versterken. Als we natuur en landschap laten doordringen tot ver in de stad zal dat de kwaliteit van de leefomgeving verhogen, terwijl we daarmee tegelijkertijd extremere weersomstandigheden beter kunnen opvangen. En als we vanuit dat netwerk van dorpen en steden zorgen dat het buitengebied verbonden blijft met de werklocaties en voorzieningen van de stad, dan blijven de buitengebieden leefbaar, bieden we de bewoners ook goede mogelijkheden voor onderwijs en werk. Het streven van de ruimtelijke toekomst van Hart van Brabant is het creëren van nabijheid door het mengen en combineren van functies zonder dat er overlast ontstaat. Nabijheid betekent minder en andere mobiliteit en meer variatie in het ruimtegebruik. Dat past goed bij het mozaïeklandschap. Het vraagt tegelijkertijd om creativiteit en innovatie want nabijheid zonder overlast is niet vanzelfsprekend. Maar innovatiekracht zit al in het DNA van de regio en deze uitdaging draagt dus bij aan de eigen identiteit en profilering van de regio. We gaan ervoor, met elkaar!
2.4
Benoemde gebiedswaarden ondersteunend aan besluitvorming
De gebiedswaardenkaart (Afbeelding 2-1) die in het kader van de integrale gebiedsopgave N261/N269 is opgesteld geeft met name de grote dynamiek van het gebied en het afwisselende landschap als belangrijke dragende gebiedswaarde weer. In het zuidelijke deel van de regio is de rust, ruimte en natuurbeleving duidelijk te zien. In het midden en noordelijk deel rond Tilburg en Waalwijk zien we de stedelijke dynamiek. Daartussen staat leisure en natuurbeleving centraal. Uit de analyses voor deze gebiedswaardenkaart weten we dat behoud en ontwikkeling van de waarden niet vanzelfsprekend is. Op sommige plaatsen staan de waarden onder druk of schuren ze met andere belangen en opgaven. Daar moeten we, gelet op het verder ontwikkelen van brede welvaart goede keuzes maken, slimme oplossingen bedenken en heldere 9
afspraken maken in het belang van de regio als geheel. Deze regionale omgevingsagenda en de gebiedswaardenkaart maar ook de klimaatonderlegger die door de regio is vastgesteld zijn daar een hulpmiddelen bij. Zij bieden houvast om bestuurlijk het goede gesprek te voeren.
Afbeelding 2-1: Aanzet tot gebiedswaardenkaart regio Hart van Brabant (uit project: Integrale Gebiedsopgave N261/N269)
10
3
Hoofdopgaven in de fysieke leefomgeving
3.1
Werken met hoofdopgaven
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van het Rijk beschrijft een toekomstperspectief, de nationale belangen en de daaruit voortkomende opgaven in de fysieke leefomgeving. In de regio Hart van Brabant volgen we deze lijn en brengen met het benoemen van onze hoofdopgaven een gezamenlijke focus aan. We werken de hoofdopgaven thematisch uit omdat we daarmee kunnen doordringen tot de kern van de opgave (het wat). In onze aanpak (het hoe) werken we gebiedsgericht en integraal (hoofdstuk 4 en verder). Dat betekent dat de thematisch uitgewerkte hoofdopgaven dan bij elkaar gebracht worden en op een gebied worden geprojecteerd.
De hoofdopgaven in de fysieke leefomgeving van dit moment komen voort uit een specifieke maatschappelijk urgentie, zoals het woningtekort, of dringend belang, bijvoorbeeld klimaatadaptatie, en hebben in essentie een thematisch/sectoraal karakter. Achtereenvolgens worden in dit hoofdstuk de hoofdopgaven waarvoor de regio Hart van Brabant staat thematisch beschreven. Deze thematische focus kiezen we omdat we daarmee doordringen tot de kern van de opgaven (het wat).
Afbeelding 3-1: overzicht van de hoofdopgaven met overkoepelende ambitie
11
3.2
Hoofdopgave 1: Energie en klimaat
In lijn met de eerste Rijksprioriteit in de NOVI zien wij de energietransitie en klimaatadaptatie als een hoofdopgave voor onze regio. REKS bod regio Hart van Brabant Als eerste stap in de uitwerking van deze hoofdopgave hebben we een bod Regionale Energie- en Klimaatstrategie opgesteld (maart 2021). De REKS omvat drie hoofdlijnen: • Grootschalige opwek elektriciteit • Een regionale structuur warmte • Gebiedsopgaven voor klimaatadaptatie a. Energie De energietransitie is erop gericht om in 2050 volledig met duurzame energiebronnen te voorzien in onze energiebehoefte. Dit is nodig om de CO2-emissies te verkleinen, maar ook de negatieve effecten van gaswinning (bodemdaling) te stoppen. Hiervoor zijn op Rijksniveau doelen gesteld waaraan de regio wil bijdragen. Om de energietransitie aan te pakken is een omslag in de energieproductie noodzakelijk en zijn aanpassingen aan de energie-infrastructuur nodig. Dit vraagt ruimte. Concreet voor de regio Hart van Brabant betekent dat o.a. het volgende: Grootschalige opwek elektriciteit in de REKS Voor de duurzame opwek van elektriciteit ligt er tot 2030 nog een opgave op 451 miljoen kWh op te wekken. Naast de duurzame opwek van 549 miljoen kWh die al in beeld is wordt daarmee de doelstelling van de regio om met 1000 miljoen kWh bij te dragen aan de landelijke doelstelling behaald.
In de REKS zijn zoekgebieden opgenomen voor de grootschalige opwek elektriciteit (zie Afbeelding 3-2). Met speciale aandacht voor de energiehubs Spinder, De Baars, Waalwijk, Wijkevoort.
Afbeelding 3-2: Ontwikkelscenario grootschalige opwek elektriciteit (REKS, maart 2021)
Een regionale structuur warmte in de REKS De regionale structuur warmte gaat het om verduurzaming van de gebouwde omgeving voor wat betreft de warmte (en koude) behoefte. De regionale structuur warmte richt zich op het slim combineren van vraag en aanbod. Om deze koppeling tot stand te brengen wordt een regionaal warmtenet overwogen met als belangrijke bron de Amercentrale. Het warmtenet richt zich vooral op bestaande bebouwing. Het uitgangspunt/de opgave voor nieuwbouw is dat deze energieneutraal wordt gerealiseerd. b. Klimaat De risico’s op schade en slachtoffers door overstromingen of extreem weer nemen snel toe. Om deze risico’s te verminderen en te kunnen opvangen zijn maatregelen nodig in de fysieke leefomgeving. Klimaatadaptatie vraagt een goede inrichting van onze fysieke leefomgeving die bestand is tegen de gevolgen van de klimaatverandering. Dit betekent dat we bij ontwikkelingen voldoende ruimte behouden en reserveren voor (toekomstige) waterveiligheidsmaatregelen en het duurzaam en efficiënt gebruiken en beheren van zoetwater. Behalve water vormt ook hittestress in toenemende mate een aandachtspunt. Ook door hittegolven en 12
langdurige droogteperiodes ontstaan risico’s op schade en slachtoffers. Bij de ontwikkeling en inrichting van gebieden nemen we klimaatadaptatiemaatregelen direct mee (als ontwerpopgave) en toetsen op de gevolgen voor klimaatbestendigheid. Concreet voor de regio Hart van Brabant betekent dat o.a. het volgende: Gebiedsopgaven voor klimaatadaptatie in de REKS De klimaatadaptatie is erop gericht dat we ons gedrag en de inrichting en het gebruik van onze omgeving aanpassen aan het veranderende klimaat. De gebiedsopgaven voor klimaatadaptatie zijn onderverdeeld in zes gebieden (zie Afbeelding 3-3). Voor deze gebieden zijn concrete acties benoemd en samen met de waterschappen en de samenwerkende gemeenten zullen uitwerkingen plaatsvinden.
Afbeelding 3-3: Duurzame opwek, warmtetransitie en klimaatadapatatie in Hart van Brabant (REKS, maart 2021)
3.3
Hoofdopgave 2: Duurzame verstedelijking
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) bekijkt een groot deel van Nederland als één stedelijk netwerk, met dynamische, onderling goed verbonden steden in een aantrekkelijk open landschap. Dit ‘stedelijk netwerk Nederland’ bestaat uit een intensief verstedelijkte Randstad en daar omheen een ring van steden en dorpen (met lagere dichtheden en meer menging van stad en landschap). De ligging van de stedelijke regio BredaTilburg (SRBT), en daarin Hart van Brabant, in dit stedelijk netwerk Nederland en onze mix van stad en landschap, maken Hart van Brabant aantrekkelijk om te wonen en te werken. We beschouwen dit als een belangrijke kwaliteit waar we zuinig op zijn. Tegelijkertijd merken we dat deze aantrekkelijkheid het ruimtegebruik onder druk zet. Er is nog steeds vraag naar locaties voor XXL-logistiek, woningbouw en vrijetijdsbesteding. Daarnaast is, vanuit het perspectief van brede welvaart, ook de kwaliteit van de leefomgeving van belang. Het gaat daarbij niet alleen om ruimte bieden, maar ook het goed inrichten en gebruiken van die ruimte. Daarbij spelen het goed omgaan met klimaat, water en groen, en aandacht voor gezondheid (en milieu) een belangrijke rol. Deze hoofdopgave speelt daarom overal, in de steden, dorpen, maar ook in kleine kernen en buurtschappen; bij bestaande bebouwing en in (op)nieuw te ontwikkelen gebieden.
Om de opgave concreter te maken rafelen we de duurzame verstedelijkingsopgave hierna in verschillende onderdelen uiteen. Om op deze onderdelen goed te kunnen sturen bekijken we de onderdelen zowel los van elkaar als in samenhang. a. Woningbouw Het tekort aan woningen staat momenteel hoog op de politieke agenda. Nederland heeft groot een tekort aan woningen waardoor met name starters en lagere inkomens problemen ondervinden om aan passende woonruimte te komen. Daarom wil het Rijk dat er in 2030 circa 1 miljoen woning bij zijn gekomen. Als regio Hart van Brabant hebben we aantrekkelijke woonmilieus te bieden en willen we daar een bijdrage aan leveren juist door deze bouwopgaven te combineren met de ontwikkeling 13
van de kwaliteit van onze leefomgeving. Het groen en water daarin dragen bij aan de kwaliteit van leven en aan een gezonde ontwikkeling van onze inwoners. Met het aanpakken van de woningbouwopgave willen we dat de vraag naar aantallen, typen woningen en woonomgeving aansluit bij het aanbod. De regio ziet daarbij mogelijkheden om complementair te zijn aan andere gebieden in Nederland. In onze regio is ook de grootschalige huisvesting van arbeidsmigranten een opgave die nadrukkelijk aandacht vraagt. Concreet voor de regio Hart van Brabant betekent dat o.a. het volgende: Regionaal woonkader • De ambitie van de regio voor de woningbouwopgave is om een plancapaciteit van minimaal 130% van de te realiseren woningen beschikbaar te hebben. Dit komt neer op dat er in de plannen ruimte moet zijn voor 28.000 woningen. • De bestaande plancapaciteit per 1-1-2021 is 22.824 woningen. Dus voor 5.176 woningen moet er extra ruimte worden gezocht. • Vooral binnen bestaand stedelijk gebied in lijn met ladder duurzame verstedelijking en de NOVI. b. Werkgelegenheid en economisch ontwikkelpotentieel In de economische basis van de regio spelen Smart Logistics, Smart Leisure en Smart Industry een belangrijke rol. Daarnaast beschouwen we de kennisintensieve dienstverlening als randvoorwaarde voor toekomstig succes.
We stimuleren een slimme economie door te investeren in innovatie, circulariteit en energieneutraliteit. Ruimtelijk zien we dat in een aantal sectoren de klassieke verdeling van gescheiden woon- en werkgebieden aan het verdwijnen is en met het thuiswerken als gevolg van de coronamaatregelen wordt dit proces mogelijk versterkt. Bovendien leidt deze scheiding tot veel mobiliteit. Voor onze economie zetten we in op circulariteit en reductie van de broeikasgasemissies. Dat betekent het slimmer gebruiken van de beschikbare ruimte voor bedrijvigheid; economische activiteiten laten aansluiten bij de kenmerken van een gebied en per saldo geen negatieve
effecten laten hebben op natuur of karakteristieke gebiedswaarden. Bedrijvigheid is onderdeel van het Brabants Mozaïeklandschap zowel in zijn landelijke als stedelijke verschijningsvorm. Nieuwe ontwikkelingen voegen zich naar de bestaande mozaïekpatronen (ook qua schaal), herstellen die waar ze verloren zijn gegaan en versterken de kenmerkende variatie van het mozaïek. Concreet voor de regio Hart van Brabant betekent dat o.a. het volgende: Regionale bedrijventerreinafspraken: • Grootschalige logistiek vraaggericht te ontwikkelen op nieuwe locaties in Tilburg (Wijkevoort) en Waalwijk (Haven) • MKB-ontwikkelingen zoveel mogelijk op bestaande locaties in de regio Regionale kantoorafspraken: • Overaanbod van kantoren terugdringen • Vraaggericht ontwikkelen • Regionale kaart voor kansrijke kantoorgebieden hanteren c. Leefbaarheid, groen en recreatie Recreatie heeft zowel een economische component als een leefbaarheidsen welzijnscomponent. Investeren in recreatie betekent namelijk ook investeren in landschap, natuur en ecologie en daarmee in de leefbaarheid van de regio. Voor onze inwoners is het van belang dat we de mogelijkheden om te recreëren in de directe leefomgeving behouden en versterken, vooral als we vanuit de woningbouw- en mobiliteitsopgaven kijken naar verdichting.
De recente coronamaatregelen hebben laten zien hoe belangrijk parken, pleinen en plantsoenen zijn om te ontspannen, te bewegen, om te recreëren. Onderdeel van de verstedelijkingsopgave is om de mogelijkheden om te ontspannen, sporten en bewegen, recreëren en ontmoeten in de openbare ruimte te vergroten. De kwaliteit en (sociale) veiligheid spelen bij de inrichting een grote rol, maar ook het verbinden van verschillende mogelijkheden door middel van een recreatief (fiets)netwerk draagt bij aan de maatschappelijke waarde van de openbare ruimte. 14
Met de economische component van recreatie (leisure) verwijzen we naar de grote hoeveelheid recreatieve functies die de regio omvat. Iedereen kent De Efteling en velen ook de Beekse Bergen. Ook onze natuurgebieden trekken veel recreanten naar onze regio. Zij zorgen daarmee voor werkgelegenheid en economische activiteit en dragen met de ontspanning die zij bieden bij aan het welzijn en de leefbaarheid van een grote groep mensen in een aanzienlijk verzorgingsgebied. Dit heeft echter ook een keerzijde, zoals de verkeersaantrekkende werking, de eenzijdigheid van de werkgelegenheid en op plaatsen overlast en verstoring. De opgave voor de regio is om de ontwikkeling van de leisure in balans te houden met de waarden en kwaliteiten van de regio en aan te sturen op duurzame vormen van leisure, in samenhang met de andere opgaven. Deze koers is al ingezet getuige de ontwikkelingen bij De Efteling waar naast uitbreiding tevens wordt geïnvesteerd in natuur en mobiliteit. Concreet voor de regio Hart van Brabant betekent dat o.a.
het volgende: Leefbaarheid 3 en groen: • Voldoende groen, speel- en ontmoetingsruimte in bebouwde gebieden • Verminderen van milieudruk in woon- en recreatiegebieden • Sociale veiligheid als ontwerpuitgangspunt meenemen • Goede fiets- en wandelverbindingen tussen landelijk en stedelijke gebieden Leisure en verblijfsaccommodaties • Focus op verduurzaming van leisure(-regio) in lijn met urban, slow en experience leisure. • De twee grote toeristische trekkers Beekse Bergen en De Efteling en het omliggende landschap met veel natuur, natuurgebieden en stadsparken vormt het te behouden en ontwikkelen basiskapitaal (onderdeel van het regio DNA).
Afbeelding 3-4: Gemeenschappelijke Ambities Mobiliteit
•
•
Dit alles in combinatie met kleinschalige leisure door behoud, versterking en verbinding van de ‘kleinere parels’, zoals de karakteristieke dorpen en vestingstad Heusden, door een aantrekkelijk recreatief (fiets)netwerk. Ruimte houden voor voldoende (kwantitatief en kwalitatief) en gevarieerde verblijfsaccommodaties.
3
N.B. In het landelijk gebied spelen aangaande leefbaarheid deels andere opgaven. Daarom komt dit thema als onderdeel van hoofdopgave 4 nog een keer terug.
15
3.4
Hoofdopgave 3: Mobiliteitstransitie
De mobiliteitstransitie die de regio nastreeft is gericht op het leefbaar en bereikbaar houden van de regio voor verschillende doelgroepen. Van inwoner en forens tot aan bezoekers van de regio. Daarnaast zijn in het klimaatakkoord ook afspraken gemaakt over de bijdrage aan de CO2reductie vanuit mobiliteit die in de regionale mobiliteitstransitie worden meegenomen. Dit betekent dat de regio inzet op een verandering van het mobiliteitsgedrag. Het coronatijdperk heeft laten zien dat enorme reducties van de automobiliteit mogelijk zijn en op die ontwikkeling wil de regio voortbouwen. Concreet voor de regio Hart van Brabant betekent dat o.a. het volgende: De Regionale Mobiliteits Agenda (RMA) Op basis van onze beleidsagenda mobiliteit (2021-2024) hebben we in 2020 samen met de provincie een Regionale Mobiliteits Agenda (RMA) opgesteld waarin de gezamenlijke opgaven zijn geformuleerd voor de periode 20212023. We werken met vijf deelprogramma’s (zie Afbeelding 3-3): • Schoon, stil en gezond • Veilig • Inclusief • Robuust en betrouwbaar • Slim en efficiënt De deelprogramma’s worden jaarlijks uitgewerkt in concrete acties en projecten. In de aanpak wordt onderscheid gemaakt in gedragsverandering, samenwerken aan en slim organiseren van de mobiliteitstransitie, verbeteren van het systeem (beter benutten), en als laatste aanpassingen aan de infrastructuur.
Ruimtelijk relevant zijn opgaven die zich richten op multimodaliteit en ketenverplaatsingen. Ook meer ruimte voor schone vervoerswijzen zoals lopen en fietsen door de uitbouw van het (snel)fietsnetwerk staat op de agenda. Via het streven naar meer nabijheid nemen de mogelijkheden voor
deze schone en gezonde wijzen van verplaatsen ook toe. Twee vliegen in één klap dus. Het openbaar vervoer en het snelgroeiende aanbod van duurzame vormen van deelmobiliteit biedt kansen voor bereikbaarheid en leefbaarheid in de kleine kernen. Mobiliteitshubs gaan dienen als fysieke schakels tussen vervoersmodaliteiten en als concentratiepunt voor ruimtelijke ontwikkeling. In de steden biedt deelmobiliteit en de nabijheid van bus en spoor kansen om de spaarzame ruimte beter te benutten; bij inbreidingslocaties en nieuwe woonwijken kunnen daardoor minder parkeerplaatsen voor auto’s worden aangelegd. Het spoor kent wel een set aan bijbehorende opgaven (trillingen, externe veiligheid, gelijkvloerse kruisingen) die ruimtelijke gevolgen kunnen hebben. In de RMA wordt op basis van mobiliteitskenmerken onderscheid gemaakt in drie typen gebieden: • Dynamische gebieden waarin gedurende de hele dag sprake is van een substantiële hoeveelheid mobiliteit • Piekgebieden die zich kenmerken doordat er op enkele momenten op de dag sprake van verkeersdrukte (ochtend- en avondspits) • Laag dynamische gebieden waarin het aantal verkeersbewegingen beperkt en gespreid is Een belangrijke opgave voor de mobiliteitstransitie is om voor deze gebiedstypen passende, duurzame en robuuste mobiliteitsoplossingen te ontwikkelen.
Agenda SMART verbonden In de ruimtelijk-economische agenda West-Brabant en Hart van Brabant worden een aantal nieuwe en slimme verbindingen benoemd binnen en tussen economische sectoren. Dit heeft tot doel om een blijvend krachtig economisch vestigingsklimaat te borgen maar ook het versterken van de economie en de netwerkkracht is belangrijk voor de welvaart en het welzijn van deze regio’s.
16
3.5
Hoofdopgave 4: Toekomstbestendig landelijk gebied
Het landelijk gebied is van grote waarde voor de regio. Tegelijkertijd zien we dat de druk op het landelijk gebied enorm toe is genomen. In het landelijk gebied vindt een belangrijk deel van onze voedselproductie plaats, willen we natuur en biodiversiteit beschermen en versterken, zoeken we naar locaties voor duurzame energie opwek, streven we naar landschapsherstel, veranderen de omstandigheden door het klimaat. In de NOVI is de toekomstige ontwikkeling van het landelijk gebied als één van de nationale prioriteiten benoemd en dat nemen we in Hart van Brabant in de vorm van deze hoofdopgave over. We zijn gehecht aan ons ecologisch kapitaal en nemen de verantwoordelijkheid om dit te koesteren en ontwikkelen voor toekomstige generaties 4. Een duidelijk beeld van een toekomstbestendig landelijk gebied heeft de regio nog niet. Er spelen veel vraagstukken en ideeën tegelijkertijd, zoals bijvoorbeeld de ontwikkeling van de N269 als Rural Innovation Avenue. Dit vraagt een nadere verkenning. Concreet betekent dit voor de regio Hart van Brabant de komende tijd het volgende: Verkenning toekomstbestendig Landelijk gebied Hart van Brabant Het ontwikkelen van een duidelijk beeld wat we verstaan onder toekomst bestendig landelijke gebied en het inzichtelijk maken van de relaties die er tussen de verschillende opgaven bestaan. We richten ons o.a.
op de volgende aspecten: Landbouw en daarmee verbonden opgaven Voor de landbouwopgave zoekt de regio aansluiting bij transitieprocessen naar kringlooplandbouw, het Nationaal Programma Landelijk Gebied, klimaatakkoord Landbouw en Landgebruik, en het Programma Natuur. Hierbij hoort de regionale deelname aan een Brabantse gebiedsgerichte aanpak stikstof. Daarmee zoeken we naar een integrale oplossing voor de stikstofproblematiek in onze regio waarbij een aanpak bij de bron in principe 4
de voorkeur heeft. Het in november 2021 verschenen ontwerp-beleidskader Landbouw en Voedsel van de provincie biedt hiervoor mogelijk handvaten. Daarnaast wordt de regio Hart van Brabant samen met de provincie en de andere drie regio’s in Brabant mede-initiatiefnemer voor de PlanMer voor de keuze van de mestverwerkingslocaties in Brabant. De herbestemming vrijkomende agrarische bebouwing is ook één van de grotere opgaves in het landelijke gebied. De regiogemeenten hebben beleidsruimte om het toegelaten gebruik te wijzigen echter de uitdaging ligt bij transformatie op een concrete locatie dat dit zowel financieel, maatschappelijk en omgevingstechnisch haalbaar dient te zijn. Over deze thema’s zal via de genoemde verkenning meer duidelijkheid komen. Tussenbalans Natuurbod, Natura 2000 gebieden en stadsregionale parken Voor de natuuropgave en versterking van de biodiversiteit heeft de regio een natuurbod opgesteld en werkt aan het versterken van het Natuurnetwerk. Dat houdt o.a.
in: • Circa 100 hectare aan nieuwe natuur • Acht faunapassages • 20 kilometer Ecologische Verbindings Zones (EVZ) • 44 kilometer beekherstel en negen vispassages Daarnaast zijn de volgende Natura 2000 gebieden van grote waarden voor de regio Hart van Brabant: • Loonse en Drunense Duinen en Leemkuilen • De Kampina • Kempenland-West • Oisterwijkse vennen • Westelijke Langstraat • Regte Heide • Riels Laag Ook stadsregionale parken zoals Stadsbos 013, Moerenburg en Landschapspark Pauwels zijn gebieden die in het kader van natuur en landschapsbeheer voldoende aandacht moeten blijven behouden.
Zie Strategische Meerjarenagenda, Ambitie slimme samenleving|ecologische meerwaarde
17
Bereikbaarheid landelijke gebied Voor de vitaliteit en leefbaarheid van het landelijk gebied is het belangrijk dat de kleine kernen bereikbaar blijven. Het wegvallen van een busverbinding kan leiden tot meer of blijvend autogebruik en dus een verkleining van de duurzaamheidskansen. Het verdwijnen van de bus mag voor mensen die ervan afhankelijk zijn ook niet leiden tot vervoersarmoede. De regio houdt de bereikbaarheid steden vanuit de dorpen op de agenda onder andere door het uitbouwen van het fietsnetwerk, de uitwerking van gebiedsgerichte slimme mobiliteit en de aanpak van knelpunten in het regionale wegennet (bijv.op gebied van veiligheid). Verder gaat de regio daartoe samen met de provincie werk maken van gedeelde mobiliteit in OVconcessies, maar ook van andere vormen van gedeelde mobiliteit, deelmobiliteit en vrijwilligersinitiatieven.
Afbeelding 3-5: Landelijk gebied nabij Moergestel
18
4
Wisselwerking tussen gebiedswaarden en opgaven
Onze regio staat, net als de rest van Nederland, voor een grote uitdaging om met de hoofdopgaven aan de slag te gaan. Bijna dagelijks merken we nu hoe urgent de opgaven zijn. De wateroverlast die Zuid-Limburg deze zomer trof had ook in Brabant kunnen plaatsvinden. In de zomers van 2019 en 2020 hebben we met droogte te maken gehad. Het woningtekort waartegen regelmatig geprotesteerd wordt, speelt ook in Brabant. En de stikstofproblematiek belemmert op dit moment nog een aantal ontwikkelingen die we in gang willen zetten. We moeten niet alleen ruimte vinden voor deze opgaven, maar ook rekening houden met de verwevenheid van de opgaven en de gebiedswaarden en het DNA van de regio. Dat vraagt om een nieuwe, integrale manier van werken waarmee we betere keuzes maken voor onze leefomgeving. Daar gaat dit hoofdstuk over. Hoe kunnen we slim omgaan met de opgaven, hun onderlinge samenhang en de gebiedswaarden van een gebied? Waar vinden we de ruimte en hoe draagt dat bij aan de brede welvaart in de regio? Deze vragen brengen de stapeling van opgaven in gebieden en de complexiteit van het combineren van opgaven in beeld. Tegelijkertijd gaat het ook over de kansen die het combineren van doelstellingen kan bieden waardoor oplossingen ruimte besparen en extra kwaliteit toevoegen, kortom slimme oplossingen.
4.1
Ingewikkelde ‘ruimtepuzzel’
De opgaven in de fysieke leefomgeving zoals omschreven in hoofdstuk 3 zijn complex: er moet snel en veel gebeuren, alle ruimte in de regio is goed beschouwd al in gebruik en niet elk gebied is even geschikt voor bepaalde functies. Het is een ingewikkelde ‘ruimtepuzzel’. Gebrek aan beleid is niet het probleem: er is door de regio voldoende beleid ontwikkeld. Op hoofdlijnen is dit gebeurd in de ruimtelijke visie Hart van Brabant 2025 en SMA, en sectoraal bijvoorbeeld in de REKS, het Natuurbod en de beleidsagenda mobiliteit. Het combineren van de beleidsopgaven uit deze stukken en het vertalen ervan in een gebiedsgerichte aanpak blijkt echter lastig. Mede omdat opgaven niet op zichzelf staan en ook van invloed zijn op andere opgaven moeten ze met elkaar integreren. Het klimaatbeleid richt zich bijvoorbeeld ook op de gebouwde omgeving, mobiliteit en landbouw (zie afbeelding 4-1).
Afbeelding 4-1: Voorbeeld invloed van klimaatakkoord op andere opgaven
19
Zodra we de opgaven op een bepaald gebied projecteren gaat het dus regelmatig ‘schuren’: welke functies kunnen we laten verdwijnen, veranderen of vervangen door andere? Wat is daarvoor nodig en wat zijn de gevolgen? Zo kan het bouwen van een groot aantal nieuwe woningen in de regio gezien het landelijk woningtekort een verleidelijke ambitie zijn. Maar wat zijn de effecten daarvan op het DNA van de regio, onze mogelijkheden om de klimaatverandering op te vangen? Kunnen we dat inpassen in het Brabants mozaïeklandschap of veranderen gebieden daardoor van karakter? Kunnen we nieuwe woningen bereikbaar maken? Wat zijn gevolgen voor de (stikstofuitstoot van de) landbouw? Kunnen we al deze woningen op een duurzame wijze van energie voorzien en tegelijkertijd bestaande woningen ook verduurzamen? En, is er voor alle nieuwe bewoners in de regio ook voldoende werkgelegenheid? Ook het bieden van ruimte voor meer leisureactiviteiten is in de regio een bekend vraagstuk. Leisure biedt kansen als alternatief voor de landbouw en draagt bij aan het imago van de regio en biedt werkgelegenheid. Tegelijkertijd kan grootschalige leisure meer verkeer aantrekken dan de regio kan verwerken waardoor de kwaliteit van de leefomgeving en/of de natuur plaatselijk onder druk kan komen te staan. Daarmee tasten we gebiedswaarden aan waar we ook zuinig op zijn.
Deze voorbeelden laten zien dat de ruimtelijke opgaven veel complexer zijn dan in het verleden. We moeten bijvoorbeeld specifieker programmeren en duidelijker kaders stellen bij ontwikkelingen. Neem nog even het leisure voorbeeld: er zijn vele vormen van leisure voor verschillende doelgroepen. Als we niet specifiek genoeg zijn kunnen verkeerde initiatieven voor verkeerde doelgroepen op verkeerde plekken ontstaan. We kijken daarom niet aleen meer naar waar behoefte aan is, maar ook naar wat een gebied kan hebben zonder dat er kwaliteit verloren gaat. En bij voorkeur hoe tevens de kwaliteit kan worden verhoogd. Het vraagt om een andere aanpak en daar hebben we al stappen in gezet. Daarin willen we met de ROA een volgende stap zetten.
4.2
Wat hebben we al bereikt?
Er is de afgelopen jaren geëxperimenteerd met integrale gebiedsopgaven om de sectorale opgaven gebiedsgericht uit te werken en slim aan elkaar te verbinden. Deze werkwijze heeft resultaten opgeleverd, maar nog niet geleid tot de gewenste uitvoeringskracht. Loonse en Drunense Duinen en Schil In deze opgave gaat het om de kwaliteit van natuur en landschap in de schil van de LDD te verbeteren, om volhoudbare landbouw in de schil te ontwikkelen, het verbeteren van bereikbaarheid en recreatieve druk in het gebied en een plek en invulling voor duurzame energie en klimaatadaptatie A58-zone Deze integrale gebiedsopgave vertelt het verhaal van de A58 – ‘parkway’ door het Brabantse Landschap met daarbij verschillende zones en knopen: • Zone Breda-Gilze: Het Brabants Mozaïeklandschap in volle glorie. • Knoop Gilze: Kennismaking met de aantrekkelijke, innovatieve en duurzame regio. • Zone Gilze-Goirle: Het gebied tussen stad en land. • Knoop Goirle: het kruispunt van natuurlijke rust en stedelijke dynamiek. • Zone tussen Tilburg en Goirle: De verrassende ontmoeting van dorp en stad. • Knooppunt De Baars: het visitekaartje voor de regio. • Zone knooppunt de Baars-Moergestel: Brabantse natuur beleefbaar. • Zone ten oosten van Moergestel: Blauwe aders door een open landschap.
N261/N269 In de integrale gebiedsopgave N261/N269 is deze weg als een drager van een afwisselend landschap verbeeld in een regionale gebiedswaardenkaart. Daarnaast is ook een zestal opgavenkaarten 20
ontwikkeld die de opmaat naar regionale slag- en daadkracht zouden bewerkstelligen. Oftewel om gericht acties in te gaan zetten om opgaven met elkaar te verbinden en daar gericht geld voor te reserveren. In het traject van de IGO N261/N269 is ook gesproken met de projectleiders van de IGO LDD en Landschapspark Pauwels om van hen te horen wat hun ervaring is in de uitvoering. De lessons learned of oorzaken van het niet komen tot die integrale uitvoering bij bijvoorbeeld de integrale gebiedsopgave Loonse en Drunense Duinen (LDD) worden mede gezocht in (gebrek aan) eigenaarschap bij de betrokkenen maar ook gebrek aan financiële middelen. Er is vanuit de regio geld beschikbaar voor de governance maar niet voor het concreet doorpakken en uitvoeren van de agenda. Daarin is de afhankelijkheid van extra (externe) financiering een uitdaging. Bij de integrale Gebiedsopgave Loonse en Drunense Duinen is de samenwerking gezocht met het Van Gogh Nationaal Park en proberen we zo extra middelen te ontvangen. Maar dat neemt niet weg dat er daarnaast gebiedsspecifieke opgaven blijven liggen die idealiter ook opgepakt moeten worden. Landschapspark Pauwels omvat concretere projecten die sneller tot uitvoering komen.
Dat hier de projecten wel tot uitvoering kunnen komen, komt deels door gemeentelijk grondeigendom en dus zeggenschap maar ook door de concreetheid van de projecten en opgaven die er liggen.
regiobeleid heeft als meerwaarde dat het zorgt voor een integrale blik op hoe het gaat met de inwoners. Het creëert bewustzijn voor het maken van keuzes gericht op welzijn van onze burgers. Dit vormt een belangrijk toetsingskader bij te nemen besluiten. Brede welvaart omvat meer dan alleen de fysieke leefomgeving, het gaat ook over het sociaal en economisch domein. Dit betekent niet dat de ROA zich ook richt op deze domeinen, maar wel dat de effecten van keuzes in ROA verband op deze domeinen worden meegewogen. Lagenbenadering toepassen De ruimtelijke kwaliteit is op veel plaatsen in de regio hoog. Uit de bodemopbouw en het watersysteem is een afwisselend landschap voortgekomen met variatie in steden, dorpen en natuur, vormen daarvoor de basis. We zijn in Hart van Brabant zuinig op die unieke kwaliteit. Alleen al daarom zijn bodem en water het vertrekpunt voor ruimtelijke ontwikkelingen. Dit passen we toe door gebruik te maken van de lagenbenadering. Concreet betekent dit dat de bodemopbouw en het watersysteem richting gevend zijn voor de lagen daarboven. Hierbij gebruiken we de klimaatonderlegger.
Het ontbreekt in deze integrale gebiedsopgaven nog vaak aan voldoende richtinggevende keuzes en ze missen het doorschakelen naar een echte integrale uitvoering. Daarvoor mist vaak nog informatie over zaken als trekkerschap en financiële middelen. Daarom introduceren we in de ROA een aantal ontwikkelprincipes en leggen we via de RIA een stevige verbinding naar de uitvoering.
4.3
Ontwikkelprincipes
Brede welvaart als toetsingskader Zoals in hoofdstuk 2 beschreven kiest de regio voor brede welvaart als overkoepelde ambitie. Het centraal stellen van brede welvaart in het
Gebiedswaarden bepalen ‘veranderruimte’ Afhankelijk van de aanwezige waarden in een gebied hanteren we drie ontwikkelrichtingen: 21
1. Behouden: basis is goed, kwaliteit is goed – en dat moet zo blijven: nieuwe ontwikkelingen mogen de kwaliteit niet schaden 2. Versterken: basis is goed, kwaliteit kan beter – nieuwe ontwikkelingen moeten de kwaliteit verhogen 3. Veranderen: basis is niet goed, kwaliteit is niet goed – nieuwe ontwikkelingen moeten zowel de basis als de kwaliteit verbeteren
Deze wisselwerking betekent niet dat de gebiedswaarden een hard kader vormen, maar dat als gevolg van een ontwikkeling de gebiedswaarden niet achteruit mogen gaan. Dit kan tot gevolg hebben dat om bepaalde opgaven in een gebied te kunnen aanpakken er ook geïnvesteerd moet worden in het verbeteren van de gebiedswaarden. Daarmee wordt bijgedragen aan het bevorderen van brede welvaart.
Met ‘basis’ bedoelen we hier de relatie tussen bodem en watersysteem en het ruimtegebruik. Het gaat hier om de ondergrond uit de lagenbenadering en de netwerken die daarmee samenhangen, zoals het watersysteem en het natuurnetwerk. Die basis toont zich veelal in het mozaïeklandschap (zie ook 3.2) en vormt een belangrijk fundament onder de kwaliteiten van de regio (vandaar het woord ‘basis’). Een voorbeeld van ‘basis is niet goed’ is bijvoorbeeld een gebied waar na ruilverkaveling beken zijn rechtgetrokken, schaalvergroting in het landschap is ontstaan en natuurlijke hoogteverschillen zijn geëffend.
Integreren in gebiedsgerichte aanpak De regio werkt al een aantal jaren met integrale gebiedsopgaven (IGO). Deze werkwijze willen we voortzetten en koppelen aan de RIA. In de IGO’s komen verschillende opgaven bij elkaar en onderzoeken we hoe we die in samenhang kunnen aanpakken, rekening houdend met de gebiedswaarden.
Met deze ontwikkelrichtingen kunnen steeds de volgende twee kernvragen met elkaar verbonden worden: • Wat kunnen we binnen de huidige gebiedswaarden accommoderen? • Welke opgaven willen/kunnen/moeten we in de regio faciliteren?
Op het schaalniveau van deze IGO’s kunnen we de opgaven slim combineren, met elkaar en met de specifieke kenmerken van het Brabants-mozaïek landschap ter plaatse. Waar het botst gaan we zoeken naar alternatieven. Dat kunnen andere locaties zijn, maar ook andere functies of technieken. Daartoe moeten we samenwerken. Gezamenlijk kunnen we de opgaven beter en slimmer aanpakken door gebruik te maken van ieders sterke punten en de onderlinge verschillen. De gebiedswaarden, lees: het Brabants-mozaïek landschap, is daarbij ons vertrekpunt en behoud en versterking daarvan altijd een nevendoel.
22
5
Ordening van hoofdopgaven naar schaalniveaus
We zien echter steeds vaker dat er programmatische relaties bestaan tussen projecten in verschillende gemeenten, dat projecten door hun ligging onderlinge raakvlakken hebben of als onderdeel van een netwerk van bovenlokaal belang zijn. Daarom kiezen we als vertrekpunt voor onze opgaven de regionale schaal. Op de regionale schaal kunnen we onze opgaven gezamenlijk programmeren en gebiedsgericht integreren, met name waar het gaat om de hoofdopgave Duurzame Verstedelijking met als belangrijke onderdelen woningbouw, werkgelegenheid en leisure, maar ook als het gaat om de leefomgeving en klimaatadaptatie (Zie hoofdstuk 6 voor werkwijze).
Veel van de opgaven waar we voor staan kunnen we niet alleen lokaal oplossen, omdat we te maken hebben met systemen die grensoverschrijdend zijn. Het heeft vaak ook meerwaarde om opgaven niet (alleen) lokaal maar regionaal op te pakken. Door te ordenen op schaalniveau wordt duidelijk waar welke actie moet worden ondernomen om de opgaven voortvarend en efficiënt aan te pakken. Daarbij zoeken we waar nodig de verbinding met de andere overheden en hun beleids- en uitvoeringsprogramma’s. Welke afstemming is er al of moet er nog komen om de hoofdopgaven in de fysieke leefomgeving slim aan te pakken, de gebiedswaarden te beschermen of te versterken en op een goede manier af te blijven stemmen met andere regio’s, provincie, rijksoverheid en zelfs over de landsgrenzen heen. Hier komt de functie van de ROA als ‘schakelkast’ tot uitdrukking.
5.1
Samen programmeren, samen integreren
Bij het werken aan de opgaven zoeken we naar het juiste schaalniveau waarop we de opgave oppakken. Kenmerkend voor onze regionale projecten is dat het opgaven zijn waarbij minimaal twee van de regiogemeenten gezamenlijk bij de opgaven betrokken zijn. Anders is het project in principe gemeentelijk.
Voor opgaven waar dat van belangrijk is, bijvoorbeeld omdat ze onderdeel uitmaken van nationale opgaven, zoeken we vanuit onze eigen programmering afstemming op hogere schaalniveaus.
5.2
Bovenregionaal afstemmen en verbinden
Bij opgaven die deel uitmaken van een groter systeem, zoals het natuurnetwerk, watersysteem, energienetwerk en mobiliteitssysteem zoeken we al eerder het hogere schaalniveau op. Voor natuur en mobiliteit in eerste instantie de provincie en in het verlengde daarvan het Rijk. De waterschappen De Dommel en Brabantse Delta zijn directe gesprekspartner als het gaat om de wateropgaven. Voor het energievraagstuk doen we met onze REKS mee in het Nationaal Programma RES. Bij de hoofdopgaven Energietransitie en Klimaatadaptatie en Mobiliteitstransitie is het bovenregionaal afstemmen en verbinden steeds een aandachtspunt. Acties die daarbij horen kunnen gericht zijn op lobbyen, samenwerken, gezamenlijk onderzoeken en gezamenlijk investeren. Dit ‘gezamenlijk investeren’ wordt in RIA verband verder onderzocht en uitgewerkt. Via de RIA wordt ook over de regiogrenzen heen gekeken om meer uitvoeringskracht te ontwikkelen. Daarom wordt bijvoorbeeld de samenwerking gezocht met de regio Breda zodat als Stedelijke Regio 23
Breda-Tilburg (SRBT) een verstedelijkingsakkoord met het Rijk kan worden gesloten.
Tegelijkertijd zijn er initiatieven, zoals het Van Gogh Nationaal Park, die aanknopingspunten bieden voor de toekomst van het landelijk gebied van de regio. Een diepere gedachtenwisseling hierover in de regio moet nog plaatsvinden.
5.4
Lokaal uitvoeren
De regio heeft geen eigen uitvoeringsorganisatie. De uitvoering van projecten en andere taken wordt in principe aan gemeenten toebedeeld, worden opgepakt door één van de waterschappen indien het bij hun taken hoort of door de provincie indien sprake is van een duidelijk provinciaal belang. Via deelagenda’s geeft de ROA hieraan richting. Voor de uitvoering zijn meestal lokale besluiten nodig, bijvoorbeeld voor een vergunning. Dus ook tijdens de voorbereidings- en uitvoeringsfase is afstemming en coördinatie van groot belang tussen verschillende overheden, maar ook met marktpartijen en andere stakeholders. Dit laaatste is vooral het terrein van de RIA.
5.5
Afbeelding 5-1: De ROA in groter verband
5.3
Regionaal verkennen
Voor de hoofdopgave Toekomstbestendig landelijk gebied heeft de regio op dit moment slechts een globaal toekomstperspectief waarin veel afhankelijkheden zitten deels op andere schaalniveaus. Denk bijvoorbeeld aan de nationale stikstofaanpak of het Europees landbouwbeleid. Daarnaast wordt er vanuit verschillende andere opgaven naar het landelijk gebied gekeken. Voor woningbouw, werklocaties en energie wordt gezocht naar ruimte. Vanuit natuur en landschap wordt gekeken naar goed beheer van het landelijk gebied.