CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB 25-92 Bijl2- Concept- Notitie Reikwijdte en Detailniveau, versie 5 juni 2025

Commissie Fysieke leefomgeving 22 januari 2026, gemeente DongenBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven13.360 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Delta Rhine Corridor West Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau

Gasunie 5 juni 2025

Project Opdrachtgever

Delta Rhine Corridor West Gasunie

Referentie

Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau Definitief 5 juni 2025 145966/25-008.957

Projectcode

145966

Document Status Datum

Adres

Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. Leeuwenbrug 8 Postbus 233 7400 AE Deventer +31 (0)570 69 79 11 www.witteveenbos.com KvK 38020751

Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Tekst- en datamining van (delen van) dit document, evenals enige verwerking of reproductie ervan door middel van kunstmatige intelligentie technologieën is uitdrukkelijk niet toegestaan, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Dit document (of delen ervan) mag niet worden verveelvoudigd en/of anderszins worden gebruikt op enigerlei wijze voor het trainen van kunstmatige intelligentie technologieën, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.

INHOUDSOPGAVE

0

BEGRIPPENLIJST

5

1

INLEIDING

8

1.1

Voornemen op hoofdlijnen

8

1.2

Aanleiding

9

1.3

Doelstelling

9

1.4

Betrokken partijen en verantwoordelijkheden

10

1.5

Omgevingsproces

11

1.6

Leeswijzer

11

2

WAAROM DIT VOORNEMEN?

12

2.1

Voorgeschiedenis van het voornemen

12

2.2

Waterstofnetwerk

13

2.3

CO2-infrastructuur

14

2.4

Onderdelen van het voornemen

15

2.5

Aanlegtechnieken

16

3

BESLUITVORMING EN PROCEDURES

17

3.1

Besluitvorming over de DRC West

17

3.2

Projectprocedure

18

3.3

Mer-plicht, procedure en zienswijzen

19

3.4

Besluiten en rolverdeling

21

3.5

Benodigde gecoördineerde vergunningen

21

3.6

Planning

22

4

WELK ALTERNATIEF GAAN WE ONDERZOEKEN?

23

4.1

Ontwerpprincipes

23

4.2

Het tracé

24

5

WAT GAAN WE ONDERZOEKEN?

27

5.1

Inleiding

27

5.2

Te beschouwen situaties

27

5.3

Beoordelingskader

29

5.4

Methodiek

33

5.5

Cumulatie

34

5.6

Raakvlakprojecten

35

6

INTEGRALE EFFECTENANALYSE

37

6.1

Inleiding

37

6.2

Procedure

38

Laatste pagina

38

Bijlage(n) -

4 | 38

Witteveen+Bos | 145966/25-008.957 | Definitief

Aantal pagina's

0 BEGRIPPENLIJST Tabel 0.1 Begrip

Toelichting

Autonome ontwikkeling

Ontwikkelingen die plaatsvinden ook als de voorgenomen activiteit geen doorgang vindt. Deze ontwikkelingen worden bepaald door vastgesteld beleid en projecten waarover al definitieve besluitvorming heeft plaatsgevonden.

Basisontwerp

Een vroege, gedetailleerde fase van het ontwerpproces waarin de fundamentele concepten, structuren en specificaties van een project worden vastgelegd als een blauwdruk voor verdere ontwikkeling.

Beoordelingsaspecten

Onderwerpen die in het MER beoordeeld worden. Op deze aspecten wordt de voorgenomen activiteit getoetst.

Beoordelingskader

Lijst van onderwerpen die worden onderzocht in het milieueffectrapport.

Bestaande situatie

De situatie zoals die nu is.

Bevoegd gezag (BG)

Overheidsinstantie die bevoegd is om het besluit te nemen.

CC(U)S

Carbon Capture (Utilization) and Storage, dit is een techniek om CO2 af te vangen, te hergebruiken, en op te slaan.

Gasunie CC(U)S Holding B.V.

100 % dochteronderneming Gasunie, verantwoordelijk voor de aanleg van de CO2-infrastructuur.

Commissie mer

Een onafhankelijke commissie die het milieueffectrapport (MER) toetst op kwaliteit en volledigheid. Zij toetst of het MER voldoende informatie geeft aan de besluitvormer (het bevoegd gezag) om een beslissing te kunnen nemen waarbij het milieubelang voldoende meegewogen kan worden.

CO2

Een verbinding van koolstof en zuurstof. In zuivere toestand is het een kleurloos en geurloos gas dat van nature in de aardatmosfeer voorkomt. CO2 is ook wel bekend als koolstofdioxide.

Corridor

Een strook land, in dit geval de strook waarin waterstofbuisleiding en de CO2-buisleidingen komen te liggen. De onderzoekscorridor is de strook land waarin de milieuonderzoeken plaatsvinden.

Criteria

Onderdeel van het beoordelingskader. Een criterium is een specifieke factor waarop een beoordelingsaspect wordt beoordeeld. Voorbeeld van een criterium binnen het beoordelingsaspect "oppervlaktewater" is de "invloed op de kwaliteit van het oppervlaktewater".

Cumulatie

De (opgetelde) effecten van meerdere ontwikkelingen samen in plaats van een individuele ontwikkeling.

DRC

Delta Rhine Corridor, dit is een buisleidingenstrook vanaf de Maasvlakte via Boxtel tot de Duitse grens. Binnen deze buisleidingenstrook kunnen buisleidingen met waterstof en CO2 worden gerealiseerd.

DRC Oost

Tracé van Boxtel tot de Duitse grens met de CO2-buisleidingen.

DRC West

Tracé vanaf de Maasvlakte tot Boxtel met de waterstofbuisleiding en de CO2-buisleidingen.

Gasunie

Een netwerkbedrijf voor energie. In Nederland en Noord-Duitsland beheert en onderhoudt Gasunie de infrastructuur voor grootschalig transport en opslag van gas. Nu is dat nog vooral aardgas. Dit zal met de energietransitie steeds verder verschuiven naar groen gas en waterstof. Daarnaast werkt Gasunie mee aan de aanleg en het beheer van netwerken voor warmte en CO2.

Begrip

Toelichting Gasunie zorgt ervoor dat dit deel van de energievoorziening veilig, ongestoord en zo duurzaam mogelijk gebeurt.

HDD-boring

Horizontaal gestuurde boring is een techniek waarbij ondergrondse leidingen horizontaal worden aangelegd zonder graafwerkzaamheden, door middel van een boor die de grond doorboort en een boorgang creëert. Deze methode wordt vaak gebruikt om infrastructuur zoals buisleidingen onder obstakels zoals wegen, rivieren of bebouwde gebieden door te leggen.

Hynetwork

Verantwoordelijk voor de aanleg van het waterstofnetwerk.

IEA

Integrale effectenanalyse, onderzoekt de effecten van een plan op vijf thema’s: techniek, toekomstvastheid, omgeving, kosten en milieu. De resultaten van deze onderzoeken worden samengevat in één overzicht. Dit helpt bij het maken van een goede beslissing. Een IEA laat de belangrijkste effecten van een plan duidelijk zien. Het uitvoeren van een IEA is vrijwillig.

Initiatiefnemer

Een publieke of private partij die een voornemen wil starten, en de partij die het beginkapitaal regelt. In dit geval zijn er twee initiatiefnemers: Hynetwork en CC(U)S Holding B.V.

Kennisgeving

Kennisgeven betekent iets bekendmaken. In de verkenningsfase van het energieproject wordt een onderscheid gemaakt tussen een 'Kennisgeving van Voornemen' en een 'Kennisgeving van Participatie'. De Kennisgeving van Voornemen geeft aan dat er een verkenning zal plaatsvinden om een projectbesluit vast te stellen. In de Kennisgeving van Participatie wordt uitgelegd hoe lokale bewoners en bedrijven, grondeigenaren en grondgebruikers, lokale belangengroepen, professionele en maatschappelijke organisaties, en bestuurs- en overheidsorganen bij deze verkenning worden betrokken. De Kennisgeving van Voornemen en voorstel voor Participatie (VenP) wordt gelijktijdig gepubliceerd met de cNRD DRC West en het Participatieplan DRC West.

KGG

Ministerie van Klimaat en Groene Groei. Dit ministerie is verantwoordelijk voor het energie- en klimaatbeleid van Nederland.

LSNED

Leidingenstraat Nederland, beheerder van de leidingstraat tussen Rotterdam en Antwerpen.

Meekoppelkans

Een meekoppelkans is een mogelijkheid om een ander initiatief gelijktijdig met de aanleg van de DRC West te realiseren, indien dit efficiënter is. Hoewel dit initiatief naast het voornemen DRC West kan plaatsvinden, blijft de meekoppelkans een zelfstandig project met eigen verantwoordelijkheid voor besluitvorming, vergunningen, ontwerp, budget en planning.

mer

De procedure van de milieueffectrapportage.

MER

Het milieueffectrapport (document). Wanneer in dit document MER wordt genoemd gaat dit zowel over het plan-MER als project-MER.

Modaliteit

De substantie die door de buisleiding getransporteerd wordt. In dit geval waterstof of CO2.

NRD

De Notitie Reikwijdte en Detailniveau. Dit is het onderzoekskader voor het milieueffectrapport. Dit kader wordt eerst in conceptvorm opgesteld door de initiatiefnemers (cNRD). Na ontvangst van reacties en advies bepaalt het bevoegd gezag de definitieve reikwijdte en het detailniveau van het milieueffectrapport (MER). De cNRD wordt gelijktijdig gepubliceerd met het VenP DRC West en het Participatieplan DRC West.

Omgevingswet

Wetgeving die ervoor zorgt dat de omgeving veilig en gezond is. Dit helpt bij duurzame ontwikkeling, maakt het land leefbaar en beschermt en verbetert het milieu.

Onderzoekscorridor

De strook land waarin de milieuonderzoeken plaatsvinden.

Participatie

Het betrekken van betrokkenen (zoals lokale bewoners en bedrijven, grondeigenaren en grondgebruikers, lokale belangengroepen, professionele en maatschappelijke organisaties, en bestuurs- en overheidsorganen) bij de ontwikkeling van een programma, plan, project of voornemen.

Participatieplan

Een document dat helder en duidelijk beschrijft wat met behulp van participatie beoogd wordt en op welke wijze, welke partijen, op welk moment betrokken worden bij een vraagstuk, beleidsdossier, programma, voornemen of project. Bovendien geeft het plan aan welke bijdrage van de verschillende partijen wordt gevraagd en wat er met die bijdrage zal gebeuren in het proces.

Passende Beoordeling

Toets van effecten op Natura 2000-gebieden in het kader van de Omgevingswet.

6 | 38

Witteveen+Bos | 145966/25-008.957 | Definitief

Begrip

Toelichting

PEH

Programma Energiehoofdstructuur, hierin is een strook opgenomen die gereserveerd is voor buisleidingen met gevaarlijke inhoud die van nationaal belang zijn voor de energiebehoeften en klimaatdoelstellingen. Voorloper van de PEH was de Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035 (SVB).

Plangebied

Het plangebied is het gebied waarin wordt gezocht naar een geschikte invulling voor de realisatie van buisleidingen en toebehorende infrastructuur voor zowel waterstof als CO2 in het voornemen DRC West (Maasvlakte tot aan Boxtel).

Plan-MER

Tijdens de verkenningsfase wordt het plan-MER opgesteld, waarin het tracé nader wordt onderzocht binnen een bredere corridor om het milieubelang volwaardig mee te nemen in de voorkeursbeslissing over de ruimtelijke inpassing van het tracé en de toebehorende infrastructuur.

Project-MER

In de planuitwerkingsfase wordt het project-MER opgesteld. In het project-MER wordt het tracé door gedetailleerdere onderzoeken verder uitgewerkt en geoptimaliseerd tot de planologisch benodigde ruimte voor het projectbesluit. Tevens onderbouwt het project-MER de meegecoördineerde vergunningen.

Projectbesluit

Besluit dat in de planuitwerkingsfase van het project opgesteld wordt op basis van de Omgevingswet. In het projectbesluit legt het bevoegd gezag vast op welke manier het project wordt uitgewerkt. Er staat in elk geval in hoe het project eruit ziet, welke maatregelen getroffen worden om het project te realiseren en welke maatregelen getroffen worden om nadelige gevolgen voor de omgeving te beperken.

Projectprocedure

De projectprocedure omvat de stappen die nodig zijn om tot een overheidsbesluit over het voornemen te komen, inclusief voorbereidings- en besluitvormingsprocessen, waarbij de milieueffectrapportage (mer) een integraal onderdeel vormt om het milieubelang mee te wegen.

RES

De Regionale Energiestrategie is een gezamenlijk plan van Nederlandse regio's om de overgang naar duurzame energie te realiseren en nationale klimaatdoelen te behalen.

SVB

Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035. Hierin is een strook opgenomen die gereserveerd is voor buisleidingen die een nationaal belang hebben. De SVB is herbevestigd in de PEH.

Studiegebied

Het studiegebied is het gebied waar de mogelijke effecten van de voorgenomen activiteiten zijn. Dit is het gebied dat onderzocht wordt in het MER. De grootte van dit gebied kan per milieuaspect verschillen en groter zijn dan het plangebied.

Terinzagelegging

De periode waarin een gepubliceerd document kan worden ingezien. Vaak is het tijdens deze periode ook mogelijk om op het document te reageren. De omgeving wordt geïnformeerd over deze inzageperiode. Voorbeelden van zulke documenten zijn de concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau en het ontwerp-projectbesluit.

Thema

Een thema is een brede categorie die meerdere beoordelingsaspecten omvat. Het thema geeft een overkoepelend onderwerp aan, zoals water, lucht, geluid, biodiversiteit, etc. Elk thema bevat verschillende aspecten die gerelateerd zijn aan dat onderwerp.

Tracé

De specifieke route of lijn die een voornemen, in dit geval de waterstofbuisleiding en CO2buisleidingen, volgt. Het omvat de geografische en technische details van de geplande ligging.

VenP

Voornemen en voorstel voor Participatie. Het VenP is een formeel onderdeel van de projectprocedure. Hierin wordt beschreven wat het voornemen inhoudt, en hoe er meegedacht kan worden.

Voorkeursbeslissing

In de voorkeursbeslissing geeft het bevoegd gezag aan welke oplossing de voorkeur van het bevoegd gezag heeft. De voorkeursbeslissing geeft aan wat de resultaten zijn van de uitgevoerde verkenning.

VRO

Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Dit ministerie is verantwoordelijk voor de ruimtelijke indeling van Nederland.

Zienswijze

Wanneer het wettelijk verplicht is om de mening van betrokkenen te vragen in de projectprocedure, kan een zienswijze worden ingediend. Dit is een formele reactie op een document.

Zoekgebied

Een zoekgebied is een geografisch afgebakende zone waarin mogelijke optimalisaties voor een voornemen worden onderzocht.

ZRO-strook

Het gebied waarbinnen een Zakelijk Recht Overeenkomst wordt afgesloten met de grondeigenaar. Er gelden binnen deze strook belemmeringen op het grondgebruik.

7 | 38

Witteveen+Bos | 145966/25-008.957 | Definitief

1 INLEIDING 1.1

Voornemen op hoofdlijnen

Onderliggend concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (cNRD) richt zich op het voornemen om een waterstofbuisleiding en maximaal twee CO2-buisleidingen vanaf de Maasvlakte tot Boxtel te realiseren. De cNRD Delta Rhine Corridor (hierna DRC) West ligt gelijktijdig met het VenP DRC West en het Participatieplan DRC West ter inzage. De DRC West is een buisleidingenstrook vanaf de Maasvlakte via Moerdijk tot Boxtel. Binnen deze buisleidingenstrook kunnen buisleidingen met waterstof en CO2 worden gerealiseerd (zie afbeelding 1.1). De buisleidingenstrook is grotendeels gebaseerd op het Programma Energiehoofdstructuur (PEH). Dit voornemen richt zich op de aanleg van waterstof- en CO2-buisleidingen. Op 5 december 2024 heeft de minister van Klimaat en Groene Groei (KGG) in een Kamerbrief meegedeeld dat de scope van de DRC beperkt zal worden tot de modaliteiten waterstof en CO2. De DRC West draagt bij aan het behalen van de doelen voor het verduurzamen van de industrie en het Klimaatakkoord van Parijs. Deze doelen komen voort uit afspraken die EU-lidstaten met elkaar hebben gemaakt. Zo is afgesproken dat de EU in 2030 minimaal 55 % minder broeikasgassen moet uitstoten. In 2050 wil de Europese Unie klimaatneutraal zijn. Dat betekent dat er dan netto geen broeikasgassen meer worden uitgestoten.

De DRC West draagt hieraan bij door het faciliteren van het transport van waterstof als broeikasgas neutrale energiedrager en door het transporteren van afgevangen CO2. Dit met de aanleg van de daartoe bestemde buisleidingen.

Afbeelding 1.1 DRC West

8 | 38

Witteveen+Bos | 145966/25-008.957 | Definitief

DRC West maakt deel uit van de DRC. De DRC bestaat uit twee verschillende projectprocedures: DRC West en DRC Oost (zie afbeelding 1.1). de DRC West loopt vanaf de Maasvlakte tot aan Boxtel en heeft zowel CO2 als waterstof als modaliteit. Het tracé is in 2031/2032 nodig om het waterstofnetwerk in Nederland onderling te verbinden. DRC West bestaat maximaal uit één waterstofbuisleiding en maximaal twee CO2-buisleidingen inclusief bijbehorende infrastructuur; de DRC Oost loopt van Boxtel tot de Duitse grens en heeft enkel CO2 als modaliteit. Het tracé is in 2032/2033 nodig om de CO2-buisleidingen in Nederland met Duitsland te verbinden. DRC Oost bestaat uit maximaal twee CO2-buisleidingen inclusief bijbehorende infrastructuur. Het VenP, de cNRD en het Participatieplan van DRC Oost zullen naar verwachting eind 2025 of begin 2026 volgen.

1.2

Aanleiding

Het kabinet ziet een aantal uitdagingen op het gebied van klimaat, economie, leveringszekerheid van energie, energieonafhankelijkheid van andere landen en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarom zijn de buisleidingen voor het transporteren van waterstof en CO2 binnen de DRC nodig zowel in Nederland als tussen Nederland en Duitsland: - klimaat: · in 2030 moet Nederland 55 % minder CO2 uitstoten, vergeleken met 1990. Dit kan onder andere door over te gaan op hernieuwbare energie, zoals waterstof. Daarnaast is afvang en opslag van CO2 ook mogelijk; - energie: · voor het energiesysteem van Nederland zijn duurzaamheid, leveringszekerheid en energieonafhankelijkheid cruciaal. Ontwikkelingen zoals de geopolitieke situatie in Oekraïne spelen hierin een rol; - economische waarde industrie: · voor het behoud van de economische waarde van de grote industrieclusters is het verduurzamen van bedrijfsprocessen waarvoor nu fossiele grond- en brandstoffen worden gebruikt essentieel.

1.3

Doelstelling

Het algemene doel van de DRC als geheel, vanaf de Maasvlakte naar de Duitse grens, is om een robuuste, duurzame en efficiënte buisleidingencorridor ten behoeve van de energietransitie te creëren, die tevens de economische en logistieke samenwerking tussen Nederland en Duitsland versterkt. De doelstelling van de DRC West, vanaf de Maasvlakte naar Boxtel, is tweeledig: - ten eerste is het doel om het Waterstofnetwerk Nederland in 2031/2032 met elkaar te verbinden. DRC West zorgt namelijk voor de oost-west verbinding en verbindt daarnaast diverse waterstofprojecten in Noord-Holland, Zuid-Holland en Zeeland tot aan de Belgische grens met elkaar; - ten tweede is het doel om infrastructuur voor CO2 aan te leggen. De aanleg van de (maximaal) twee CO2buisleidingen heeft als doel om de haven van Rotterdam en de CO2-opslag onder de Noordzee te verbinden met industriegebieden in Nederland en in Duitsland. Binnen het voornemen DRC West wordt gekeken waar en hoe de waterstofbuisleiding en de CO2buisleidingen aangelegd kunnen worden. Waterstof en CO2 spelen elk een aparte rol in de energietransitie. Dat wordt in respectievelijk paragraaf 2.2 en paragraaf 2.3 verder uitgelegd. De twee modaliteiten hebben ieder een eigen initiatiefnemer, te weten Hynetwork voor waterstof en CC(U)S Holding voor CO2.

Beide initiatiefnemers handelen naar beleid, wet- en regelgeving en marktomstandigheden die gelden voor de desbetreffende modaliteit. De financieringsstromen en investeringsbeslissingen zijn niet van elkaar afhankelijk. Omdat de buisleidingen voor zowel waterstof alsook CO2 door dezelfde gebieden gaan, wordt er binnen het voornemen DRC West samengewerkt en gekeken naar de samenhang. Zo worden de totale effecten op het milieu in beeld gebracht en gezamenlijk beoordeeld.

9 | 38

Witteveen+Bos | 145966/25-008.957 | Definitief

1.4

Betrokken partijen en verantwoordelijkheden

Hynetwork is de initiatiefnemer van het ontwikkelen van de waterstofbuisleiding binnen DRC West. Hynetwork ontwikkelt het Waterstofnetwerk Nederland. Dit netwerk verbindt de grote industrieclusters met elkaar, met waterstofopslag en -importlocaties en met het buitenland. CC(U)S Holding is de initiatiefnemer van het ontwikkelen van de CO2-buisleidingen. CC(U)S Holding ontwikkelt een CC(U)S-netwerk in Nederland (CO2). Beide initiatiefnemers zijn dochterondernemingen van Gasunie. Omdat in de projectprocedure het tracé voor waterstof en CO2 in gezamenlijkheid wordt onderzocht, is voor de procedure vanuit de Gasunie één projectteam gevormd. Daardoor is er voor de omgeving één duidelijke aanspreekbare organisatie, ondanks dat er sprake is van twee verschillende initiatiefnemers. Daarnaast zijn verschillende ministeries betrokken bij de DRC West. Het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG) ontwikkelt het beleid voor de energietransitie en waterstof. De minister van KGG is samen met de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) verantwoordelijk voor de projectprocedure, waaronder de voorkeursbeslissing (VKB) en het projectbesluit. KGG coördineert de procedures voor de benodigde besluiten en vergunningen, wat uiteindelijk leidt tot het projectbesluit over het voornemen, te nemen door de betrokken ministers.

Daarnaast initieert en faciliteert KGG de afstemming met andere betrokken ministeries zoals het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur dat betrokken is rond onder andere vergunningverlening. Een ander betrokken ministerie is dat van Infrastructuur en Waterstaat, dat gaat over veiligheid en beheer van ondergrondse infrastructuur, waaronder buisleidingen. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) werkt als uitvoerende dienst van KGG en ondersteunt het ministerie bij het coördineren van vergunningen, en het verstrekken van informatie en communicatie over de te volgen procedure. Het geplande tracé van de DRC West doorkruist twee provincies, drie waterschappen en twaalf gemeenten. Het kruist verschillende water-, weg- en spoorverbindingen en loopt over honderden percelen. De tabel hieronder laat zien welke gemeentes, waterschappen, veiligheidsregio’s en andere instanties door het tracé van DRC West worden doorkruist.

Tabel 1.1 Overzicht te doorkruisen gemeenten, waterschappen en andere instanties in DRC West Deelgebied Zuid-Holland

Deelgebied Noord-Brabant

Veiligheidsregio’s

Algemeen

Provincie Zuid-Holland

Provincie Noord-Brabant

Rotterdam-Rijnmond

Havenbedrijf Rotterdam

Rotterdam

Moerdijk

Zuid-Holland-Zuid

Havenbedrijf Moerdijk

Voorne aan Zee

Drimmelen

Midden en West-Brabant

Omgevingsdiensten

Nissewaard

Oosterhout

Brabant-Noord

RES organisaties

Hoeksche Waard

Dongen

Rijkswaterstaat

Waterschap Hollandse Delta

Loon op Zand

ProRail

Tilburg Oisterwijk Boxtel Waterschap Brabantse Delta Waterschap De Dommel

Daarnaast zijn er nog verschillende groepen in de omgeving die kunnen meedenken en/of op de hoogte kunnen blijven. Deze groepen zijn: - lokale bewoners en bedrijven; - grondeigenaren en grondgebruikers;

10 | 38

Witteveen+Bos | 145966/25-008.957 | Definitief

-

lokale belangengroepen; professionele en maatschappelijke organisaties; bestuurs- en overheidsorganen.

1.5

Omgevingsproces

Bij het maken van de plannen voor de DRC West willen KGG, Hynetwork en CC(U)S Holding belanghebbenden zo goed mogelijk betrekken. Het doel is om zorgvuldige en gedragen besluiten te nemen voor het voornemen. Tijdens de ontwikkeling van de DRC West zorgen KGG, Hynetwork en CC(U)S Holding op verschillende manieren voor participatie. Zo is er het formele proces dat hoort bij het publiceren van besluitvormingsdocumenten, zoals de cNRD. Iedereen kan hierop reageren. Hoe dit in zijn werk gaat, staat beschreven in de publicatie van het Voornemen en voorstel voor Participatie (VenP). Het VenP en het Participatieplan liggen gelijktijdig ter inzage met de cNRD. In het VenP en het Participatieplan staat nader beschreven hoe de omgeving wordt betrokken.

1.6

Leeswijzer

Deze cNRD neemt u mee in de DRC West. In de cNRD wordt het proces en de door te lopen procedure aan u uitgelegd. Daarnaast wordt er gekeken naar het tracé en haar onzekerheden. Als laatste wordt er ingegaan op de voorgestelde onderzoeken. De onderstaande tabel laat zien wat er in elk hoofdstuk beschreven wordt.

Tabel 1.2 Leeswijzer Hoofdstuk

Onderwerp

Wat wordt er beschreven?

Hoofdstuk 2

Waarom dit voornemen?

Wat is de voorgeschiedenis van het voornemen? Waarom een waterstofnetwerk? Waarom een CO2-netwerk?

Hoofdstuk 3

Besluitvorming & procedures

Welke procedures worden er gevolgd? Welke besluiten worden er genomen?

Hoofdstuk 4

Het tracé

Wat is de voorgenomen activiteit? Wat is het onderzoeksgebied? Hoe ziet het te onderzoeken tracé eruit?

Hoofdstuk 5

Wat wordt er onderzocht in de mer

Welke onderzoeken worden uitgevoerd in de mer? Hoe ziet het beoordelingskader eruit?

Hoofdstuk 6

Wat wordt er onderzocht in het IEA

Welke aspecten worden er onderzocht voor het IEA?

11 | 38

Witteveen+Bos | 145966/25-008.957 | Definitief

2 WAAROM DIT VOORNEMEN? 2.1

Voorgeschiedenis van het voornemen

De DRC is een voornemen met een voorgeschiedenis. In afbeelding 2.1 vindt u een tijdlijn met de belangrijkste gebeurtenissen uit het verleden. Hieronder volgt een beknopte toelichting op deze gebeurtenissen. Voor een uitgebreide versie van de toelichting verwijzen wij u graag naar het document VenP. Afbeelding 2.1 Tijdlijn voorgeschiedenis DRC jun-23 Juni 2023 Informatiebijeenkomsten

Juni 2024 – Kamerbrief samen door jun-24procedure, maar met ruimtelijke geen gelijktijdige aanleg meer

Oktober 2023 – okt-23 Kamerbrief nieuwe scope project DRC

Mei 2023 – Publicatie mei-23 Voornemen en voorstel voor Participatie

apr-23

Januari 2024 – Nota jan-24 op het van Antwoord VenP

jul-23

okt-23

jan-24

apr-24

jul-24

December dec-24 2024 – Kamerbrief- actuele scope

okt-24

26 mei 2023 - Publicatie VenP Op 26 mei 2023 werden de eerste plannen voor de DRC bekendgemaakt in het Voornemen en voorstel voor Participatie (VenP). Dit omvatte zeven modaliteiten (waterstof, CO₂, ammoniak, LPG, aardgas, propeen, gelijkstroomkabels) en een tracé vanaf de Maasvlakte via Boxtel naar Tegelen en Chemelot in Geleen. Er volgde een reactietermijn van 6 weken met informatiebijeenkomsten in Zuid-Holland, Noord-Brabant, en Limburg. 5 oktober 2023 - Kamerbrief over aangepaste scope Op 5 oktober 2023 informeerde de Minister voor Klimaat en Energie, Rob Jetten, de Tweede Kamer in een Kamerbrief over de voortgang van de DRC. Aardgas-, LPG-, en propeenleidingen werden uit de scope gehaald. Begin januari 2024 - Reactienota Door het projectteam DRC zijn antwoorden gegeven op alle ingediende reacties op het VenP. Begin januari 2024 zijn de reacties en de antwoorden hierop gepubliceerd in de reactienota. De reacties die relevant zijn voor de actuele DRC West scope worden meegenomen in de verdere uitwerking van het voornemen. 27 juni 2024 - Kamerbrief over nieuwe planning Op 27 juni 2024 informeerde de Minister voor Klimaat en Energie, Rob Jetten, de Tweede Kamer in een Kamerbrief dat de gelijktijdige aanleg van leidingen niet haalbaar is, maar dat de modaliteiten gezamenlijk in de ruimtelijke procedure blijven tot in ieder geval de voorkeursbeslissing (VKB).

Er werd ook een vertraging in de planning gemeld.

12 | 38

Witteveen+Bos | 145966/25-008.957 | Definitief

jan-25

5 december 2024- Kamerbrief met besluit over voortgang DRC (waterstof en CO₂) Op 5 december 2024 informeerde de Minister van Klimaat en Groene Groei (KGG), Sophie Hermans, in een Kamerbrief de Tweede Kamer dat de DRC zich zal richten op waterstof- en CO₂-leidingen. Gelijkstroomkabels en ammoniakleidingen vallen buiten de DRC, maar er blijft ruimte voor toekomstige buisleidingen. De brief benadrukt ook dat bij het herstarten van de ontwikkeling van de buisleidingen voor CO₂ en waterstof binnen de DRC, er actief gezocht zal worden naar integratiemogelijkheden tussen beide modaliteiten. Indien blijkt dat gezamenlijke ontwikkeling tot teveel vertraging leidt, zal in afstemming tussen de waterstof- en CO2-initiatiefnemers en het Ministerie van Klimaat en Groene Groei worden onderzocht welke aanpassingen in de procedure of uitvoering mogelijk zijn om de voortgang van de projecten te optimaliseren. De tijdige realisatie van beide modaliteiten is hierbij van groot belang.

2.2

Waterstofnetwerk

Het verminderen van broeikasgassen is essentieel. Europa streeft naar 55 % minder CO2-uitstoot in 2030 en helemaal geen CO2-uitstoot meer in 2050. Duurzame elektriciteit en warmte zijn vaak goede oplossingen, maar waterstof kan beter zijn, bijvoorbeeld voor de industrie, luchtvaart en scheepvaart. Waterstof kan bijdragen aan verduurzaming en nieuwe banen creëren in techniek en wetenschap. De industrie wil overstappen op CO2-vrije waterstof en het kabinet ondersteunt dit met infrastructuurplannen. Hynetwork, een dochteronderneming van Gasunie, bouwt aan een landelijk netwerk van hogedrukwaterstofbuisleidingen, het Waterstofnetwerk Nederland, dat industriegebieden in Nederland en ook Duitsland en België verbindt (zie afbeelding 2.2).

Afbeelding 2.2 Te realiseren Waterstofnetwerk Nederland (Hynetwork)

Dit waterstofnetwerk is open voor zowel leveranciers als gebruikers van waterstof. Hierdoor beschikken industriegebieden in Nederland op de lange termijn over voldoende waterstof. Het netwerk past zich aan op basis van vraag, aanbod en beschikbare leidingen, waardoor plannen door de tijd heen mogelijk veranderen. De Tweede Kamer is eerder geïnformeerd over de voortgang van Waterstofnetwerk Nederland en zal dit ook in de toekomst blijven volgen (zie paragraaf 2.1).

13 | 38

Witteveen+Bos | 145966/25-008.957 | Definitief

De kamerbrieven leggen het belang van een waterstofnetwerk uit en hoe het Waterstofnetwerk Nederland wordt uitgerold. Dit uitrolplan bestaat uit vier fases: 1 Rotterdam (2026); 2 Infrastructuur in de industrieclusters aan de kust en waterstofopslag (in of voor 2030); 3 Verbindingen tussen de clusters (2031-2033); 4 Versterken van het netwerk (na 2033). De DRC West maakt deel uit van fase 3, het verbinden van de clusters. Om het waterstofnetwerk compleet te maken, is het stuk tussen de Maasvlakte en Boxtel heel belangrijk.

2.3

CO2-infrastructuur

Zoals in paragraaf 2.2 is beschreven, is het verminderen van broeikasgassen in Nederland essentieel. De beste manier om de schadelijke uitstoot van CO2 te verminderen is om minder CO2 uit te stoten. Een andere oplossing is Carbon Capture (Utilization) and Storage (CC(U)S). Dit is het afvangen en opslaan van CO2.. In de industrieclusters wordt de CO2 afgevangen en via buisleidingen getransporteerd naar opslagplaatsen. Op dit moment worden opslagplaatsen aangelegd in lege gasvelden onder de Noordzee. In afbeelding 2.3 is schematisch het beoogde netwerk van CC(U)S verbindingen weergegeven. Dit netwerk zal worden aangelegd door CC(U)S Holding, een dochteronderneming van Gasunie. DRC West is nodig om het CO2-netwerk tussen het industriecluster Maasvlakte, via industriecluster Moerdijk met Boxtel te verbinden. In Moerdijk sluit de Delta Schelde Co2nnection (DSC) aan op de DRC. De DSC bevindt zich in de voorbereidingsfase voor de projectprocedure. In Boxtel kan het CO2-netwerk verbonden worden met een mogelijke CO2-verbinding vanaf de Eemshaven en vervolgens met Duitsland via DRC Oost. De projectprocedure DRC Oost wordt naar verwachting in het najaar van 2025 opgestart. De verbinding met de Eemshaven bevindt zich nog in de haalbaarheidsfase.

Afbeelding 2.3 Beoogd schematisch netoverzicht CC(U)S verbindingen

14 | 38

Witteveen+Bos | 145966/25-008.957 | Definitief

2.4

Onderdelen van het voornemen

Binnen de DRC West worden één waterstofbuisleiding en maximaal twee CO2-buisleidingen en bijbehorende infrastructuur gerealiseerd. Gasunie hanteert gebruikelijk een afstand van 7 meter hart-op-hart (bezien vanuit het midden van de buizen) voor de buisleidingen. Daarnaast hanteert Gasunie ook een afstand van 7 meter aan weerszijde van de buitenste leidingen. Wat de afstanden van de buisleidingen in het voornemen DRC West zullen zijn wordt nog onderzocht en is afhankelijk van de veiligheidskaders voor waterstof en CO2. De veiligheidskaders omvatten een reeks richtlijnen, normen en procedures voor een veilige aanleg, exploitatie en onderhoud van de buisleidingen voor het transport van waterstof en CO2. Het veiligheidskader voor waterstof is grotendeels bekend, maar het veiligheidskader voor CO2 is op dit moment nog in ontwikkeling. De voortgang zal in het plan-MER gedeeld worden. De waterstofbuisleiding en de CO2buisleidingen liggen grotendeels in de reserveringsruimte vanuit de PEH. De PEH is beleidsmatig gereserveerd voor buisleidingen die van nationaal belang zijn, daarnaast is de PEH vaak ook omgezet in de omgevingsplannen. Hynetwork en CC(U)S Holding leggen respectievelijk de waterstofbuisleiding en CO2buisleidingen zo efficiënt mogelijk in de PEH, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt benut (zie ook hoofdstuk 4).

Onderstaande afbeelding 2.4 toont een schematische dwarsdoorsnede van het ruimtebeslag. In diverse situaties, zoals bijvoorbeeld het kruisen van andere buisleidingen kan het zijn dat er maatwerk nodig is.

Afbeelding 2.4 Schematische dwarsdoorsnede van het ruimtebeslag

Waterstof

CO2

CO2

Onderdelen modaliteit waterstof Naast de waterstofbuisleiding is er bijbehorende infrastructuur nodig. Denk bijvoorbeeld aan afsluiterschema’s (zie afbeelding 2.5 als voorbeeld). Deze schema’s hebben een maximaal ruimtebeslag van 80 bij 80 meter en kunnen mogelijk gecombineerd worden met de benodigde infrastructuur voor CO2.. Deze locaties zullen met hekken worden omheind. Deze hekken dienen om de veiligheid te waarborgen door onbevoegde toegang te voorkomen. De exacte locatie van deze schema’s hangt samen met het technisch ontwerp en eventuele toekomstige aansluitingen. In ieder geval zijn verbindingen voorzien met andere onderdelen van het landelijk waterstofnetwerk: Waterstofnetwerk West-Nederland, Waterstofnetwerk Oost, en Waterstofnetwerk Zuidwest-Nederland. Ook vinden er gesprekken plaats met diverse potentiële afnemers en invoerders van waterstof. In het plan-MER wordt daarom een breder onderzoekscorridor onderzocht welke in het project-MER nader gedetailleerd zal worden. Wat zijn afsluiter- en aansluitschema’s? Afsluiterschema’s zijn installaties waarmee een gedeelte van een leiding kan worden afgesloten om waterstoftransport dan wel CO2-transport te onderbreken in het geval van calamiteiten en voor de algemene veiligheid. Ook zodat er veilig onderhoud kan plaatsvinden aan de leiding.

Aansluitschema’s zijn nodig om het netwerk te kunnen uitbreiden en nieuwe klanten aan te sluiten zonder dat hierbij het gehele netwerk uit bedrijf moet.

15 | 38

Witteveen+Bos | 145966/25-008.957 | Definitief

Afbeelding 2.5 Voorbeeld van een afsluiterschema

Onderdelen modaliteit CO2 Naast de twee CO2-buisleidingen is bijbehorende infrastructuur nodig. Denk bijvoorbeeld aan afsluiterschema’s (zie afbeelding 2.5 als voorbeeld) en pompvoorzieningen. De locaties voor de afsluiterschema’s hebben een maximaal ruimtebeslag van 80 bij 80 meter en kunnen mogelijk gecombineerd worden met de benodigde infrastructuur voor waterstof. Deze locaties zullen met hekken worden omheind. Deze hekken dienen om de veiligheid te waarborgen door onbevoegde toegang te voorkomen. De exacte locaties van de voorzieningen zijn nu nog niet bekend. Dit hangt samen met het technisch ontwerp en eventuele toekomstige aansluitingen. In het plan-MER wordt daarom een brede onderzoekscorridor onderzocht. In het project-MER wordt deze corridor gedetailleerder beschreven.

2.5

Aanlegtechnieken

Uitgangspunt is dat zowel de waterstofbuisleiding als de CO2-buisleidingen op land worden aangelegd met een open ontgraving. Dit is de aanlegtechniek waarbij een sleuf wordt gegraven waar de waterstofbuisleiding en de CO2-buisleidingen in worden gelegd. Waar onvoldoende ruimte is, ruimtelijke knelpunten aanwezig zijn of grote schade wordt verwacht, kunnen de waterstofbuisleiding en de CO2buisleidingen met een sleufloze techniek worden aangelegd (voorbeelden van sleufloze technieken zijn persingen of HDD-boring). Dit is bijvoorbeeld het geval bij kruisingen van primaire waterwegen, A- en Nwegen en spoorwegen. Ook kunnen kwetsbare (natuur)gebieden met een sleufloze techniek worden gekruist. In het basisontwerp zal de beste aanlegmethode worden afgewogen, welke in het detailontwerp verder wordt uitgewerkt. Waterkeringen (zoals grote dijken en regionale keringen) worden gekruist volgens de daartoe geldende normen (NEN 3651). Het ontwerp wordt afgestemd met degenen die verantwoordelijk zijn voor de keringen (Rijkswaterstaat of waterschappen).

16 | 38

Witteveen+Bos | 145966/25-008.957 | Definitief

3 BESLUITVORMING EN PROCEDURES 3.1

Besluitvorming over de DRC West

Hynetwork en CC(U)S Holding hebben het ministerie van KGG en het ministerie van VRO gevraagd om een projectprocedure te starten voor het realiseren van een nieuwe waterstofbuisleiding en maximaal twee CO2buisleidingen voor het transport van waterstof en CO2. Deze buisleidingen maken onderdeel uit van het waterstof- en CO2-netwerk in Nederland. De stappen van de projectprocedure zijn gekoppeld aan de procedure van de milieueffectrapportage (mer). Het doel van de mer is om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de voorbereiding en vaststelling van besluiten. In de procedure worden twee milieueffectrapporten (MER) opgesteld. Tijdens de verkenningsfase wordt het plan-MER opgesteld. In het plan-MER wordt het beoogde tracé onderzocht. Dit gebeurt in een corridor die breder is dan het tracé. In de planuitwerkingsfase wordt het project-MER opgesteld. In dit document wordt het tracé verder uitgewerkt en geoptimaliseerd tot de planologisch benodigde ruimte voor het projectbesluit. Deze cNRD ziet op zowel het plan-MER als het project-MER. Terminologie mer en MER mer

de milieueffectrapportage

de procedure

MER

het milieueffectrapport

het rapport

Schematisch zien de projectprocedure en milieueffectrapportage-procedure er als volgt uit:

Afbeelding 3.1 Stappen van de projectprocedure en de mer-procedure

In de volgende paragrafen worden de projectprocedure en de milieueffectrapportage-procedures verder uitgewerkt.

17 | 38

Witteveen+Bos | 145966/25-008.957 | Definitief

3.2

Projectprocedure

De projectprocedure bestaat uit vijf stappen: 1 Kennisgeving Voornemen en voorstel voor Participatie; 2 Verkenning; 3 IEA en VKB; 4 Voorbereidingsbesluit en planuitwerking; 5 Projectbesluit. Stap 1: Kennisgeving Voornemen en voorstel voor Participatie Bij de start van de procedure wordt een Kennisgeving van het Voornemen en de Kennisgeving van het Voorstel voor participatie gepubliceerd waarin het voornemen en het participatieproces worden aangekondigd. De documenten ‘Voornemen en voorstel voor Participatie’ (VenP) en Participatieplan worden gelijktijdig met de concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (cNRD) ter inzage gelegd. In het VenP is het voornemen verder beschreven, inclusief de wijze waarop lokale bewoners en bedrijven, grondeigenaren en grondgebruikers, lokale belangengroepen, professionele en maatschappelijke organisaties, en bestuurs- en overheidsorganen hierbij worden betrokken. In het Participatieplan wordt specifieker toegelicht welke doelgroepen op welke wijze betrokken worden bij het voornemen. Na publicatie kan eenieder een reactie geven op de documenten. De reacties op het worden meegenomen in het voornemen en worden beschreven in een reactienota VenP. Stap 2: Verkenning In de verkenningsfase onderzoeken Hynetwork en CC(U)S Holding verschillende opties voor het tracé van DRC West.

In de NRD wordt beschreven welk tracé (zie hoofdstuk 4) er onderzocht wordt, welke onderzoeken plaats zullen vinden in het plan-MER en het project-MER en op welke wijze deze onderzoeken worden uitgevoerd. De effecten van het tracé worden vervolgens onderzocht en vastgelegd in het plan-MER. De NRD wordt eerst in concept gepubliceerd voordat de NRD wordt vastgesteld. De definitieve NRD wordt naar verwachting in het eerste kwartaal van 2026 vastgesteld door de minister. In 2027 worden het planMER, IEA en VKB gepubliceerd. Na publicatie kan eenieder een reactie geven op het voornemen. De reacties en de wijze waarop deze reacties zijn meegenomen worden vastgelegd in een reactienota. Stap 3: IEA en VKB Naast onderzoek naar milieueffecten, wordt ook onderzoek gedaan naar de thema’s omgeving, techniek, kosten en toekomstvastheid. De resultaten van de onderzoeken op deze vijf thema’s worden samengevat in de Integrale Effectenanalyse (IEA). De IEA is een vrijwillig instrument dat de minister van KGG en minister van VRO helpt een afgewogen besluit te nemen. Op basis van de onderzoeksresultaten op de thema’s milieu, omgeving, techniek, kosten en toekomstvastheid en de ingediende reacties, neemt de minister van KGG (in afstemming met de minister van VRO) een VKB.

In de VKB zullen het tracé van de waterstofbuisleiding en de CO2-buisleidingen en de beoogde locaties van de benodigde infrastructuur worden vastgelegd. In deze beslissing wordt gekozen welke planologisch benodigde ruimte voor het projectbesluit verder onderzocht wordt in het project-MER. Na publicatie van de concept VKB kan eenieder een reactie geven op het voornemen. Deze reacties worden vervolgens meegenomen bij de definitieve vaststelling van de VKB. De reacties en de wijze waarop deze reacties zijn meegenomen, worden vastgelegd in een reactienota. Indien blijkt dat verdere gezamenlijke uitwerking van de waterstof- en CO2-modaliteiten leidt tot teveel vertraging voor het vervolgproces, zal er in overleg met Hynetwork, CC(U)S Holding en het Ministerie van Klimaat en Groene Groei gekeken worden naar mogelijke aanpassingen in de procedure of uitvoering. Het doel hiervan is om de voortgang van het voornemen te optimaliseren. Zo kan er gekozen worden voor afzonderlijke projectbesluiten voor waterstof en CO2. Een dergelijke keuze zal onderdeel uitmaken van de te nemen VKB.

18 | 38

Witteveen+Bos | 145966/25-008.957 | Definitief

Stap 4: Voorbereidingsbesluit en planuitwerking Na de vaststelling van de VKB wordt een voorbereidingsbesluit genomen. Het voorbereidingsbesluit is een tijdelijke maatregel waarmee activiteiten die strijdig zijn met de planologisch benodigde ruimte voor het projectbesluit worden voorkomen. Daarnaast wordt de planologisch benodigde ruimte voor het projectbesluit verder uitgewerkt. Hierbij wordt ook rekening gehouden met tijdelijke en permanente maatregelen en voorzieningen voor de fysieke leefomgeving die nodig zijn om het voornemen te realiseren. Het project-MER wordt opgesteld om benodigde planologische ruimte van het voornemen te onderzoeken. Daarnaast worden de effecten op het milieu verder onderzocht. Na publicatie van de concept project-MER kan eenieder een reactie geven op het concept. De reacties en de wijze waarop deze reacties zijn meegenomen in de definitieve versie van het project-MER worden vastgelegd in een reactienota. Stap 5: Projectbesluit Het definitieve tracé en uitgewerkte maatregelen worden door de minister van KGG (in afstemming met de minister van VRO) planologisch-juridisch vastgelegd in een projectbesluit. In het projectbesluit worden de maatregelen en voorzieningen voor de fysieke leefomgeving beschreven. De benodigde vergunningen worden met het projectbesluit mee gecoördineerd (zie paragraaf 3.5).

Na de publicatie kan iedereen reageren op het ontwerp-projectbesluit en de mee gecoördineerde vergunningen. De reacties worden meegenomen bij de vaststelling van het definitieve projectbesluit. Belanghebbenden die het niet eens zijn met het vastgestelde projectbesluit, mee gecoördineerde vergunningen en de overige besluiten kunnen in deze stap beroep aantekenen (in eerste en enige aanleg) bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als bij de VKB (stap 3) wordt gekozen voor afzonderlijke projectprocedures voor waterstof en CO2, zullen er twee projectbesluiten worden genomen. Voor een uitgebreidere toelichting op de projectprocedure, de wijze van participatie en de planning wordt verwezen naar het Voornemen en voorstel voor Participatie (VenP). REDIII en mogelijke versnelling van procedures rond natuur- en milieuvergunningen Voor DRC West wordt gedurende de projectprocedure ook de mogelijkheid om conform RED III te werken verkend. RED III is de derde versie van de Europese richtlijn voor hernieuwbare energie (zie voor een toelichting het kader hieronder). Een onderdeel van RED III gaat over het versnellen van procedures rond natuur- en milieuvergunningen. Dergelijke vergunningen kunnen ook aan de orde zijn voor de DRC West. Toelichting op RED III RED III is onderdeel van het REPowerEU-plan en heeft als doel een snellere uitrol van hernieuwbare energie.

Naast klimaatdoelstellingen zijn leveringszekerheid van energie (mede in verband met de gevolgen van de geopolitieke situatie in Oekraïne) en concurrerend vermogen van de EU belangrijke doelstellingen van RED III. Met de herziening van de richtlijn wordt het doel voor het aandeel hernieuwbare energie verhoogd tot minimaal 42,5 % in 2030 voor de EU en 39 % voor Nederland. Een onderdeel van RED III betreft het versnellen van procedures rond natuur- en milieuvergunningen om deze doelstellingen te behalen.

3.3

Mer-plicht, procedure en zienswijzen

Het doel van de mer-procedure is om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de voorbereiding en vaststelling van besluiten. De resultaten van dit onderzoek worden vastgelegd in het MER. Hierin maken we onderscheid tussen een plan-MER en een project-MER. Mer-plicht onder de Omgevingswet Uit Europese en nationale wet- en regelgeving volgt de verplichting om de mer-procedure te doorlopen als er sprake is van plannen of projecten met mogelijk belangrijke milieueffecten. Daarbij worden twee ‘typen’ mer-verplichtingen onderscheiden: - directe mer-plicht voor projecten waarbij sprake is van mogelijk belangrijke milieueffecten;

19 | 38

Witteveen+Bos | 145966/25-008.957 | Definitief

-

mer-beoordelingsplicht voor projecten waarbij eerst door middel van een korte procedure moet worden getoetst of sprake is van mogelijk belangrijke milieueffecten.

Plan-MER Een plan-MER moet worden opgesteld als er sprake is van twee eisen: 1 er moet sprake zijn van een voorgeschreven plan of programma; 2 het voorgeschreven plan of programma moet een kader vormen voor besluiten met een project-mer(beoordelings)plicht. Er kan ook sprake zijn van een plan-mer-(beoordelings)plicht als er een Passende Beoordeling wordt opgesteld. Artikel 16.34, lid 2 van de Omgevingswet beschrijft dat een VKB (binnen de projectprocedure) wordt aangemerkt als een voorgeschreven wettelijk of bestuursrechtelijk plan. Daarmee wordt voldaan aan de eerste eis. Op basis van artikel 16.36, lid 1 van de Omgevingswet moet voor een plan (hier de VKB) een project-mer worden doorlopen als het plan het kader stelt voor project-mer-plichtige besluiten. Op basis van artikel 11.6, lid 3 onder a van het Omgevingsbesluit is het projectbesluit een dergelijk besluit. Daarmee wordt ook voldaan aan de tweede eis. Doordat aan beide eisen is voldaan, is er voor de DRC West sprake van een plan-mer-plicht. Project-MER In Bijlage V van het Omgevingsbesluit is vastgelegd voor welke activiteiten en besluiten een project-MER moet worden opgesteld. Voor de realisatie van de DRC West zijn twee categorieën uit bijlage V van het Omgevingsbesluit relevant (tabel 3.1).

Tabel 3.1 Relevante categorieën van projecten uit bijlage V van het Omgevingsbesluit Activiteit

Omschrijving

m.e.r.-plicht

m.e.r.-beoordelingsplicht

J9

Buisleidingen voor: a. het transport van gas, olie of chemicaliën, b. het transport van kooldioxide (CO2) stromen voor geologische opslag, inclusief de pompstations, of c. stoom of warm water

Als sprake is van een geval als bedoeld onder a of b: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een buisleiding met: 1°. een diameter van meer dan 0,8 m; en 2°. een lengte van meer 40 km

Aanleg, wijziging of uitbreiding

K1

Werkzaamheden voor het onttrekken of kunstmatig aanvullen van grondwater

Een hoeveelheid water van 10.000.000 m3 of meer per jaar

Oprichting, wijziging of uitbreiding

Op basis van artikel 11.6, lid 3 onder a van het Omgevingsbesluit is het projectbesluit aangewezen als een besluit waarvoor een project-mer-plicht van toepassing is. Daarnaast wordt voldaan aan de activiteit zoals genoemd in categorie J9, namelijk het transport van kooldioxide (CO2) stromen voor geologische opslag en het transport van gas (waterstofgas). De waterstofbuisleiding van de DRC West heeft een lengte van meer dan 40 km. Om deze reden is er sprake van een project-mer-plicht voor de DRC West, zowel voor de modaliteit waterstof als CO2. Het plan-MER wordt tijdens de verkenningsfase opgesteld. In het plan-MER worden de effecten van het tracé onderzocht. Op basis van (onder andere) deze milieu-informatie neemt de minister van KGG (in afstemming met de minister van VRO) een VKB. De VKB omvat de definitieve keuze voor de planologisch benodigde ruimte voor het projectbesluit die verder onderzocht gaat worden. In de planuitwerkingsfase wordt de planologisch benodigde ruimte voor het projectbesluit nader uitgewerkt en geoptimaliseerd in het project-MER. Het project-MER geeft milieu-informatie voor het projectbesluit.

20 | 38

Witteveen+Bos | 145966/25-008.957 | Definitief

Passende Beoordeling Afhankelijk van de uitkomst van het ecologisch onderzoek, komt er als onderdeel van het plan-MER en het project-MER een zogenoemde ‘Passende Beoordeling’. In deze ‘natuurtoets’ wordt onderzoek gedaan naar de mogelijk belangrijke negatieve effecten van het voornemen op beschermde natuurgebieden die onderdeel zijn van het Europese Natura 2000-netwerk. De Passende Beoordeling wordt opgesteld in het kader van de Omgevingswet. Een Passende Beoordeling moet worden uitgevoerd als negatieve significante effecten van een ingreep (in dit geval de aanleg en het gebruik van de waterstofbuisleiding en de CO2buisleidingen) op beschermde Natura 2000-gebieden niet bij voorbaat zijn uit te sluiten. In de verkenningsfase kan worden volstaan met een voorlopige Passende Beoordeling. Bij de uitwerking van de VKB, in de fase waarin het project-MER wordt opgesteld, wordt indien nodig een definitieve Passende Beoordeling uitgevoerd. Zienswijzen Een zienswijze is een formele reactie op een document binnen een projectprocedure. Mensen kunnen een zienswijze indienen tijdens de zes weken dat officiële documenten ter inzage liggen. Hoe het indienen van zienswijzen precies werkt, wordt uitgebreid uitgelegd in het VenP.

3.4

Besluiten en rolverdeling

Hynetwork en CC(U)S Holding zijn de initiatiefnemers voor respectievelijk de waterstofbuisleiding en de CO2buisleidingen. De minister van KGG en de minister van VRO zijn verantwoordelijk voor de projectprocedure met bijbehorende besluitvorming. KGG coördineert de projectprocedure inclusief het traject ten behoeve van de benodigde vergunningen. De projectprocedure leidt via een VKB tot een projectbesluit, wat de laatste formele stap is voordat gestart kan worden met de realisatie van het project. De minister van KGG stemt bij iedere formele stap af met de minister van VRO ten behoeve van de verankering van de planologisch benodigde ruimte voor het project en de daarmee samenhangende besluitvorming. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) is betrokken vanuit het beleid rond buisleidingen, waaronder veiligheid. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) werkt als uitvoerende dienst van KGG en ondersteunt het ministerie bij het coördineren van vergunningen, en het verstrekken van informatie en communicatie over de te volgen procedure. Provincies, gemeenten en waterschappen zijn adviserende organen en het bevoegd gezag (overheidsinstantie die bevoegd is om het besluit te nemen) voor de door het Ministerie van KGG te coördineren lokale vergunningen en ontheffingen.

De Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie mer) is een onafhankelijke en deskundige commissie, die adviseert over de inhoud en kwaliteit van het MER. Voor het project wordt advies gevraagd op de cNRD (vrijwillig), het plan-MER (verplicht) en het project-MER (vrijwillig). Het advies van de Commissie mer is zwaarwegend, maar niet bindend. Inhoudelijk beoordeelt Rijkswaterstaat alle formeel ter inzage te leggen documenten mee, op verzoek van RVO.

3.5

Benodigde gecoördineerde vergunningen

Naast het projectbesluit zijn nog meer besluiten, ontheffingen en (omgevings)vergunningen nodig. Deze besluiten, ontheffingen en vergunningen worden mee gecoördineerd met het projectbesluit (zie paragraaf 3.2). Dit betreft onder meer de volgende activiteiten: - wateronttrekking en lozing op oppervlaktewater in geval van bemalingen; - mogelijke beïnvloeding van flora en fauna en Natura 2000 door aanlegactiviteiten en gebruik; - kruising van wegen, spoorwegen, watergangen, waterkeringen, ecologische verbindingszones, (KRW) oppervlaktewaterlichamen en andere leidingen; - aanleg, inpassing en mogelijke sloop van bouwwerken; - milieubelastende activiteiten; - kap van houtopstanden/bomen.

21 | 38

Witteveen+Bos | 145966/25-008.957 | Definitief

3.6

Planning

De globale planning voor DRC West is als volgt: - ter inzage legging VenP, cNRD en Participatieplan: 2025; - vaststelling NRD: 2026; - ter inzage legging VKB, IEA en plan-MER: 2027; - vaststelling VKB, IEA en plan-MER: 2027; - indienen vergunningaanvragen; - ter inzage legging project-MER en ontwerp projectbesluit: 2029; - vaststelling projectbesluit: 2029; - start realisatiefase: 2030; - gereed voor gebruik (waterstof): 2032. Voor de meest actuele planning verwijzen wij naar de website van DRC: www.gasunie.nl/drc-west

22 | 38

Witteveen+Bos | 145966/25-008.957 | Definitief

4 WELK ALTERNATIEF GAAN WE ONDERZOEKEN? 4.1

Ontwerpprincipes

Hynetwork en CC(U)S Holding hanteren het principe dat bestaande aardgasleidingen voor hergebruik prioriteit hebben boven het aanleggen van nieuwe leidingen. In DRC West zijn er echter geen herbruikbare aardgasleidingen gedefinieerd. Daarom leggen zowel Hynetwork als CC(U)S Holding nieuwe buisleidingen aan. De inpassing en aanleg van het landelijk transport van waterstof en CO2 zal primair plaatsvinden in de bestaande reserveringsgebieden voor buisleidingen, zoals eerder vastgesteld in de SVB (structuurvisie buisleidingen) en in 2024 herbevestigd in het Programma Energiehoofdstructuur (PEH). Een plan-MER procedure inclusief bredere alternatievenafweging was onderdeel van deze besluiten. Omdat de ligging van dit reserveringgebied al is vastgesteld, is er voor de DRC West slechts één tracé-alternatief. Binnen dat tracéalternatief zijn er mogelijkheden voor optimalisaties, bijvoorbeeld om technische of omgevingsredenen. Dit tracé-alternatief wordt hierna het tracé genoemd. Wat is de Programma Energiehoofdstructuur (PEH) strook? In het Programma Energiehoofdstructuur (PEH) is een gereserveerde strook aangewezen voor buisleidingen en infrastructuur van nationaal belang. Dit gebied is specifiek ontworpen om belangrijke energievoorzieningen, zoals leidingen voor waterstof en CO2, efficiënt en veilig aan te leggen.

De PEH helpt bij het plannen en coördineren van infrastructuurprojecten, minimaliseert verstoringen en optimaliseert de beschikbare ruimte. Door leidingen binnen de PEH te plaatsen, wordt de impact op de omgeving beperkt en de veiligheid en betrouwbaarheid van de energievoorziening gewaarborgd. Het milieubelang is in een aparte plan-MER reeds onderzocht en meegenomen in de eerdere besluitvorming. Voor het ontwikkelen van het tracé worden de volgende ontwerpprincipes gebruikt: 1 nieuwe buisleidingen komen in de PEH1, tenzij hiervoor onvoldoende ruimte is; 2 er wordt aansluiting gezocht bij andere buisleidingstroken voor bundeling; 3 zo veel mogelijk bundeling met bestaande infrastructuur; 4 efficiënte invulling van de PEH; 5 het tracé vermijdt zoveel mogelijk belemmeringen in het gebied zoals woningen, beschermde gebieden en externe veiligheidsrisico’s; 6 het tracé is zo kort mogelijk en bevat zo min mogelijk bochten; 7 het tracé kruist waterwegen, waterkeringen, rijkswegen, provinciale wegen en spoorwegen zoveel mogelijk haaks; 8 afsluiterlocaties voor waterstof en CO2 worden waar mogelijk gecombineerd. Het tracé ligt zoveel mogelijk binnen de PEH, omdat deze strook speciaal voor buisleidingen is aangewezen. Dit zorgt ervoor dat de omgeving al rekening heeft kunnen houden met toekomstige leidingen. De PEH is niet door alle gemeenten overgenomen in de omgevingsplannen.

Waar al buisleidingen in de PEH liggen, leggen Hynetwork en CC(U)S Holding respectievelijk de waterstofbuisleiding en de CO2-buisleidingen direct en parallel naast de bestaande buisleidingen.

1

Sommige gemeenten hebben de gereserveerde PEH in hun omgevingsplan overgenomen als dubbelbestemming leidingen, in deze gevallen is de dubbelbestemming leidingen leidend.

23 | 38

Witteveen+Bos | 145966/25-008.957 | Definitief

Waar de PEH nog leeg is bouwen Hynetwork en CC(U)S Holding de strook zo veel als mogelijk vanaf de zijkant op. Deze aanpak maakt de inrichting waar mogelijk toekomstbestendig en behoudt ruimte voor toekomstige infrastructuur. Afwijkingen In sommige gevallen wordt van deze principes afgeweken en ligt het tracé buiten de PEH, omdat: - deze al gevuld is met bestaande buisleidingen; - er belemmeringen in de PEH liggen of; - er meer ruimte nodig is om bepaalde belemmeringen te kunnen kruisen.

4.2

Het tracé

De ontwerpprincipes uit hoofdstuk 4.1 hebben geleid tot het voorkeurstracé (zie afbeelding 4.1). Om het tracé in het MER beter te kunnen volgen, is het tracé opgeknipt in de volgende tracédelen: - Zuid-Holland: · leidingstrook Maasvlakte Rotterdam (1); · aansluiting Maasvlakte tot aan Spijkenisse (2); · aansluiting Botlek tot aan Spijkenisse (3); · Spijkenisse tot aan LSNED (nabij Mijnsheerenland) (4); · LSNED tot aan Moerdijk/Klundert (einde LSNED) (incl. Hollandsch-Diep) (5); - Noord-Brabant: · Moerdijk/Klundert tot aan achter Oosterhout (6); · Oosterhout tot aan achter Tilburg (7); · Tilburg tot aan Boxtel (8).

Afbeelding 4.1 Het tracé

24 | 38

Witteveen+Bos | 145966/25-008.957 | Definitief

Normaliter wordt een tracé beschreven op basis van stromingsrichting. Waterstof stroomt vanuit de Maasvlakte richting Boxtel. CO2 stroomt vanuit Boxtel richting de Maasvlakte. Zodoende wordt in de cNRD het tracé van west naar oost beschreven. In de volgende fase van het voornemen (plan-MER) wordt het tracé nader uitgewerkt, uitgaande van de beschreven ontwerpprincipes. Tracédeel 1 Leidingstrook Maasvlakte Rotterdam Waterstofbuisleiding De waterstofbuisleiding wordt op de Maasvlakte gekoppeld met WNL Rotterdam. Dit gebeurt in het westen van de Maasvlakte. Vanaf het Amaliaviaduct bundelt het tracé samen met de CO₂-leidingen. CO₂-buisleidingen De CO₂ leidingen in tracédeel 1 starten op de Maasvlakte en zijn geprojecteerd in de leidingstrook van Rotterdam langs de Maasvlakteweg en de Europaweg. Het tracédeel eindigt vlak voor Oostvoorne. Tracédeel 2 Aansluiting Maasvlakte tot aan Spijkenisse Waterstofbuisleiding In het gebied tussen de Maasvlakte en Spijkenisse zijn meerdere buisleidingen aanwezig. Hierdoor is het niet mogelijk om de waterstofbuisleiding overal in de PEH te leggen. Ook versmalt de PEH nabij Oostvoorne en is er niet genoeg ruimte voor de waterstofbuisleiding om binnen de PEH te blijven. Bij de kruising van het Kanaal door Voorne ligt het tracé buiten de PEH wegens gebrek aan ruimte in de PEH door andere buisleidingen.

CO₂-buisleidingen De CO2-buisleidingen zijn parallel met het tracé van de waterstofbuisleiding geprojecteerd. Tracédeel 3 Aansluiting Botlek tot aan Spijkenisse Waterstofbuisleiding Het tracé van de aansluiting bij Botlek tot Spijkenisse is een aftakking van de waterstofbuisleiding. Het tracé ligt hier grotendeels in de PEH. Indien niet het geval wordt hier gebundeld met bestaande buisleidingen. Tracédeel 4 Spijkenisse tot aan LSNED (nabij Mijnsheerenland) Waterstofbuisleiding Het tracé kan grotendeels in de PEH blijven tot aan het Spui. Vanaf het Spui ligt de waterstofbuisleiding buiten de PEH. Wegens objecten (tankstation, volkstuinen, NAM-locatie en hoogspanning) is het onmogelijk de waterstofbuisleiding te plaatsen in de PEH, waardoor het tracé hier grotendeels naast de PEH is geprojecteerd. CO₂-buisleidingen De CO2-buisleidingen zijn parallel met het tracé van de waterstofbuisleiding geprojecteerd. Tracédeel 5 LSNED tussen Mijnsheerenland en Haven- en industrieterrein Moerdijk/Klundert (inclusief Hollandsch Diep) Waterstofbuisleiding In dit tracédeel is genoeg ruimte om binnen de PEH te blijven en parallel te liggen aan bestaande buisleidingen. De PEH ligt hier op dezelfde plek als LSNED. De kruising van het Hollandsch Diep is vooralsnog aangegeven als een boring binnen de PEH, maar de wijze van kruisen zal nader moeten worden onderzocht.

Rijkswaterstaat heeft in een variantenstudie al gekeken naar een toekomstbestendige oplossing voor de kruising van het Hollandsch Diep. Deze studie is geen onderdeel van het DRC West voornemen. Wel vindt afstemming plaats tussen beide initiatieven. Na de kruising van het Hollandsch Diep is het tracé weer in de PEH geprojecteerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16361789/1