RIB 25-70 Bijl1- Rapport scenario's afvalinzameling gemeente Dongen
Tekst van het document
kg per inwoner
Omgekeerd Nascheiding Nascheiding inzamelen zonder diftar met diftar zonder diftar
Extra jaarlijkse kosten per huishouden
€ 30
€ 36
€ 35
Eenmalige kosten per huishouden
€ 30
€ 13
€ 13
Effect op hoeveelheid restafval
+50 kg
+60 kg
+35 kg
Ook voor het scenario omgekeerd inzamelen met diftar moet rekening worden gehouden met hoge eenmalige kosten (€ 30 per huishouden) en een verhoging van de jaarlijkse kosten (€ 14 per huishouden). Hier tegenover staat wel een vermindering van het aanbod restafval met gemiddeld 38 kilogram per inwoner. Een deel van deze vermindering kan worden toegeschreven aan een groep van 15 tot 25% van de huishoudens die geen restafval meer aanbieden in de ondergrondse verzamelcontainer. Het werkelijke percentage is afhankelijk van de hoogte van het tarief per inworp. Dit is ook het risico
Voor omgekeerd inzamelen met diftar dient rekening gehouden te worden met een voorbereidingstijd van minimaal 1,5 jaar in verband met onder andere locatiekeuzes in samenwerking met inwoners en aanschaf en plaatsing van extra ondergrondse verzamelcontainers.
kg per inwoner
Omgekeerd inzamelen met diftar
Extra jaarlijkse kosten per huishouden
€ 14
Eenmalige kosten per huishouden
€ 30
Effect op hoeveelheid restafval
-38 kg
Invoering van het scenario diftar aanvullend op de huidige inzamelwijze van fijn restafval (1 keer per 4 weken) zal de hoeveelheid fijn restafval naar verwachting verminderen met gemiddeld 13 kilogram per inwoner. Ook hier speelt het financiële risico van zogenaamde nul aanbieders. 10 tot 20% van de huishoudens zal, afhankelijk van de hoogte van het ledigingstarief, geen restafval meer aanbieden. Ook deze maatregel betekent een verhoging van de jaarlijkse kosten (€ 6 per huishouden) en eenmalig € 9 per huishouden. De benodigde voorbereidingstijd is 1 jaar.
kg per inwoner
Diftar
Extra jaarlijkse kosten per huishouden
€6
Eenmalige kosten per huishouden
€9
Effect op hoeveelheid restafval
-13 kg
21
Het aantal bezoeken aan de milieustraat beperken is een relatief eenvoudige maatregel waarmee voor een belangrijk deel wordt voorkomen dat zzp’ers en bedrijven aan huis oneigenlijk gebruik maken van deze voorziening die is bedoeld voor afval van huishoudens. Een maximum van 12 bezoeken sluit ook aan bij het huidige gebruik. Bovendien heeft deze maatregel een kostenbesparend effect. Na 12 bezoeken wordt bij elk volgend bezoek het maximale tarief voor ongesorteerd afval (€40,-) gerekend. Deze maatregel kan op korte termijn worden geïntroduceerd.
kg per inwoner
Beperken bezoeken
Extra jaarlijkse kosten per huishouden
€ -3
Eenmalige kosten per huishouden
€1
Effect op hoeveelheid restafval
-5 kg
De Effecten van een circulair ambachtscentrum op milieurendement en kosten zijn pas te geven na uitvoering van een haalbaarheidsonderzoek.
Samenvattende vergelijking scenario’s
Scenario’s
Vermindering restafval
Effect op kosten
1.
Tariefdifferentiatie
+
-
2.
Omgekeerd inzamelen zonder diftar
--
--
3.
Omgekeerd inzamelen met diftar
++
--
4.
Nacheiding fijn restafval zonder diftar
--
--
5.
Nascheiding fijn restafval met diftar
--
--
6.
Beperken aantal bezoeken milieustraat
+
+
Communicatie Op basis van een op te stellen strategisch communicatieplan start de gemeente communicatie-acties gericht op preventie, afvalscheiding en voedselverspilling. Het milieurendement van deze maatregel is moeilijk te voorspellen. Voor de inzet van een afvalcoach kan worden uitgegaan van 0,5 fte en voor de inzet vanuit communicatie 0,2 fte. Voor communicatie is jaarlijks een budget van € 4 per huishouden geraamd. De kosten voor het gedragsonderzoek zijn afhankelijk van de gedetailleerd van het onderzoek. Dit is nader uit te werken.
Uit de vergelijking van de scenario’s volgt dat alleen het scenario beperken aantal bezoeken op de milieustraat zowel wat betreft vermindering van de hoeveelheid restafval als wat betreft de kosten een plus scoort. Omgekeerd inzamelen met diftar scoort beter wat betreft vermindering van het restafval, maar brengt extra kosten met zich mee en heeft een voorbereidingstijd nodig van minimaal 1,5 jaar. Beperken van het aantal bezoeken kan op korte termijn worden ingevoerd. Aanvullend kan nader onderzoek plaatsvinden naar het door ontwikkelen van de milieustraat naar een circulair ambachtscentrum.
22
Bijlage 1
Tariefdifferentiatie
59% van alle gemeenten brengt een afvalstoffenheffing in rekening die afhankelijk is van het aanbod restafval van een huishouden. Dit noemen we tariefdifferentiatie (afgekort diftar).
van de openbare ruimte (tariefzak). Toepassing van wegen bij verzamelcontainers is gecompliceerd, technisch gezien nog onbetrouwbaar en kostbaar.
Vormen van tariefdifferentiatie
De meest gebruikte manier van tariefdifferentiatie (bewezen in 160 gemeenten) is een systeem waarbij huishoudens naast een vastrechtbedrag betalen voor elke keer dat men de restafvalcontainer laat legen dan wel een inworp van een zak doet in een ondergrondse container. Het tarief is gekoppeld aan een literprijs en derhalve afhankelijk van de grootte van de container of de inwerpopening. Dit systeem is gemakkelijk te introduceren en voor iedereen goed te begrijpen. Ook technisch is er geen probleem.
Andere vormen van tariefdifferentiatie, zoals op basis van volume van de restafvalcontainer (10 gemeenten), gewicht (1 gemeente), combinatie van gewicht en aantal ledigingen (14 gemeenten) of een tariefzak (15 gemeenten), worden minder toegepast vanwege een beperkt effect op de reductie van fijn restafval (volume), de complexiteit in afrekening (gewicht) en arbeidsbelasting plus vervuiling
Figuur A Gemeenten met en zonder diftar situatie 2024 (bron: Rijkswaterstaat) 23
Vastrecht plus betalen per lediging/ inworp
Keuze voor grote en kleine inwerpopening verzamelcontainers
In alle vormen van diftar, uitgezonderd volume, betalen huishoudens een vastrechtbedrag dat voor iedereen hetzelfde is dan wel verschillend naar grootte van het huishouden en/ of de grootte van de container en aanvullend een tarief per lediging/ inworp, gewicht of zak. Dit variabele tarief is gekoppeld aan een prijs per liter of prijs per kilogram. De totale inkomsten uit het vaste en variabele tarief moeten de totale directe en indirecte kosten voor inzameling en verwerking van huishoudelijk afval dekken. Het variabele tarief is in beginsel bedoeld ter dekking van de variabele kosten, zijn de inzamel- en verwerkingskosten voor het restafval
De voorkeur voor Dongen gaat uit naar de meest toegepaste en meest eenvoudige en begrijpelijke vorm van diftar, namelijk betalen per lediging/ inworp. In algemene zin kan worden gesteld hoe hoger het variabele tarief hoe sterker de prikkel voor huishoudens om afval beter te scheiden en minder fijn restafval aan te bieden.
Gemeenten die een lage inzamelfrequentie voor fijn restafval (eens in de vier weken) combineren met een ledigingstarief van minimaal € 10 voor een 180 liter container hebben minder fijn restafval dan gemeenten met alleen een lage inzamelfrequentie en een laag ledigingstarief of gemeenten met een hoge inzamelfrequentie (eens in de twee weken) en een hoog ledigingstarief.
Wanneer de inkomsten uit het variabele tarief achterblijven bij de kosten doordat huishoudens minder vaak en/ of minder restafval aanbieden dan verwacht (uitgegaan kan worden van 6 tot 8 ledigingen op jaarbasis), heeft de gemeente een gat in de begroting. Dit zal dan het volgende jaar gecorrigeerd moeten worden door ofwel het vastrechtbedrag of het variabele tarief te verhogen, dan wel beiden. Dit is een ongewenst signaal naar huishoudens die hun afval goed scheiden en vervolgens worden geconfronteerd met een tariefstijging.
De huidige ondergrondse verzamelcontainers voor fijn restafval in Dongen hebben een inworpvolume van 60 liter. Dit is de grootte van een gebruikelijk grijze huisvuilzak, Huishoudens die weinig restafval hebben omdat zij hun afval goed scheiden of ouderen die per definitie minder afval hebben doen er langer dan gemiddeld over om een 60 liter zak vol te krijgen. Als zij toch eerder van het afval af willen zullen zij een niet volle zak moeten aanbieden en hiervoor evenveel betalen als een huishouden dat een volle zak aanbiedt. Immers iedereen betaalt hetzelfde tarief per inworp. Om deze huishoudens, maar ook alle huishoudens die snel van hun afval af willen tegemoet te komen, kan de gemeente er voor kiezen om alle of een deel van de ondergrondse containers te voorzien van een nieuwe inwerpzuil met twee inwerpopeningen, een voor een 60 liter zak en een voor een 30 liter maat. Bij de keuze voor de 30 liter inwerpopening betaalt een huishouden de helft van het tarief dat geldt bij een 60 liter inwerpopening. De keuze voor een zuil met twee inwerpopeningen betekent dat de zuil van de bestaande ondergrondse verzamelcontainers moet worden vervangen.
Regeling voor inwoners met medisch afval
Voor inwoners met medisch afval zoals stomamateriaal, infuuszakken, hulpmiddelen van sondevoeding, nierdialysemateriaal en CAPDafval is er geen mogelijkheid om dit afval gescheiden aan te bieden. Het hoort bij het restafval. Omdat hier sporen van medicijnen of bacteriën in zitten, kan het niet bij het PBD. Dat is onveilig voor de mensen die dat afval sorteren en verwerken. Inwoners met dit soort medisch afval hebben dus per definitie buiten hun eigen schuld meer restafval dan een gemiddelde inwoner en zouden bij beperking van de restafvalcapaciteit in de problemen kunnen komen. Het is dan ook te rechtvaardigen om voor deze groep een regeling te treffen, waarbij men bij invoering van een diftar vastrecht betaalt en alle inworpen tot een maximum, dat wat een gemiddeld huishouden aanbiedt, gratis zijn. 24
Ontwijkgedrag
Afhankelijk van het tarief per lediging/ inworp biedt 10 tot 20% van de huishoudens de restafvalcontainer niet meer aan. Een deel van deze huishoudens gebruikt andere afvoerkanalen, zoals met name meenemen naar het werk. Dit afval verdwijnt dus uit het zicht van de gemeente. Afval dat uit het zicht van de gemeente raakt blijkt in ieder geval niet gedumpt te worden. Er is, behoudens in de beginperiode, geen toename van afvaldumpingen in het buitengebied en/of groenstroken (wel toename van hoeveelheid per melding, maar minder meldingen). Ook voor zwerfafval is in andere gemeenten geen toename vastgesteld, althans voor zover dat mogelijk is (meestal slechte registratie van hoeveelheden). Ten opzichte van de hoeveelheid huishoudelijk afval die vrijkomt is de hoeveelheid afvaldumpingen en zwerfafval overigens zeer beperkt (minder dan 1 %).
128 36
kg per inwoner
98
98
15
14
91 15
Grof restafval
Fijn restafval
92
83
84
76
Dongen
Drimmelen
Alphen-Chaam
Altena
Figuur B Vergelijking met regiogemeenten met betalen per lediging
Over het geheel genomen is de omvang van ongewenst ontwijkgedrag (afvaldumpingen) beperkt. Door extra inzet op communicatie, handhaving en specifieke locaties dagelijks te controleren en schoon te maken blijft dit echter beheersbaar. Dat geldt ook voor het zwerfafvalprobleem. Dumpingen van fijn restafval komen (naar schatting) weinig voor en als het voorkomt na de invoering van diftar is het van geringe omvang en een tijdelijk verschijnsel.
Effect op kwaliteit gescheiden ingezamelde afvalstromen
Diftar leidt niet tot meer vervuiling van gescheiden ingezameld GFTafval, PMD en papier/ karton. Diverse grootschalige onderzoeken van onder andere Rijkswaterstaat, Verpact, Vereniging Afvalbedrijven en Stichting Papier Recycling Nederland naar vervuiling van GFT-afval, PMD en papier/ karton laten zien dat diftar niet leidt tot meer vervuiling van gescheiden ingezamelde afvalstromen.
Resultaten regiogemeenten met tarief per lediging Nevenstaande figuur toont de hoeveelheid fijn en grof restafval, alsmede het totaal aan restafval in Dongen vergeleken met het resultaat in drie regiogemeenten waar huishoudens betalen voor elke lediging van de restafvalcontainer (cijfers Dongen 2024 en drie gemeenten 2023). 25
Bijlage 2
zoals geen kabels en leidingen in de grond, bereikbaar voor het inzamelvoertuig, niet te dicht bij woningen, bereikbaar voor minder validen, e.d. Het proces om te komen tot de locaties vergt samenwerking vanuit verschillende disciplines, zoals groen, verkeer en de buitendienst. Dit vergt veel tijd en energie. Een locatie die op het oog erg geschikt is, is soms niet mogelijk vanwege kabels en leidingen in de grond. De infrastructuur onder de grond is bovendien erg vol, waardoor het aantal mogelijkheden maar beperkt is. Bovendien is er vanwege de energietransitie ruimte nodig voor uitbreiding van het energienetwerk.
Omgekeerd inzamelen
Naar schatting 25% van alle gemeenten hanteert in de gehele of een deel van de gemeente een systeem van omgekeerd inzamelen waarbij huishoudens hun restafval moeten wegbrengen naar een ondergrondse verzamelcontainer in de wijk. Deze voorziening is 24 uur per dag beschikbaar. De helft van deze gemeenten heeft hierbij de combinatie met diftar (naast een vastrechtbedrag betalen per inworp). In Dongen zijn het alleen bewoners van flats, appartementencomplexen en een klein deel van de laagbouw die hun restafval moeten wegbrengen naar een ondergrondse verzamelcontainer. 67% van de huishoudens heeft een container aan huis.
Voor de meeste huishoudens is het systeem van wegbrengen van afval geheel nieuw en dit kan mogelijk weerstand oproepen. De weerstand heeft voor een belangrijk deel te maken met het feit dat inwoners liever geen container voor hun deur willen. Men heeft vooral de vrees dat er afval wordt bijgeplaatst. Het is daarom belangrijk dat inwoners in een vroegtijdig stadium en intensief betrokken worden bij de locatiekeuze. Dit ook om draagvlak te creëren onder haar inwoners.
Inwoners die restafval niet zelf kunnen wegbrengen
Keuze locaties
De meeste gemeenten hanteren een maximale loopafstand naar een ondergrondse verzamelcontainer van 300 meter. Dit betekent voor de situatie in Dongen dat naar verwachting 80 extra containers nodig zijn bovenop de reeds bestaande 112. Het zoeken naar locaties voor deze containers is een grote uitdaging en dient plaats te vinden op basis van vooraf vast gestelde criteria,
Aan ouderen en minder validen die mogelijk hun restafval niet zelf kunnen wegbrengen wordt in eerste instantie gevraagd of zij kunnen terugvallen op hun sociale netwerk (familie, vrienden, buren). Indien dit niet lukt, kan een medewerker van de gemeente/ afvalcoach bij deze mensen langs gaan en samen zoeken naar een oplossing, door bijvoorbeeld aan te bellen bij buren om samen te vragen om hun hulp. In andere gemeenten blijkt dit slechts voor een handjevol inwoners te gelden.
Bijplaatsingen
Er zijn altijd bepaalde: locaties waar inwoners structureel afval naast de container plaatsen. Op de meeste locaties gebeurt dit overigens slechts beperkt of niet. Dit zijn ook de ervaringen in gemeenten waar alle inwoners hun restafval moeten wegbrengen naar een ondergrondse container. 26
Door een goede locatiekeuze (niet langs uitvalswegen waar auto’s gemakkelijk kunnen stoppen, containers in het zicht zodat sociale controle mogelijk is), aantrekkelijke uitstraling van de inwerpzuil en voetgangersplatform, en ook actieve communicatie met direct omwonenden in het hele proces om te komen tot plaatsing, kunnen veel problemen worden voorkomen of opgelost. Het is daarom ook heel belangrijk om inwoners actief te betrekken bij de locatiekeuze. Bijplaatsingen kunnen echter niet worden uitgesloten. Meer ondergrondse containers, betekent nou eenmaal een grotere kans op bijplaatsingen. Indien er toch nieuwe hotspots ontstaan, dan kan de gemeente actief inzetten op het verminderen van bijplaatsingen. In ‘gedragsland’ worden veel oplossingen bedacht om het bijplaatsen van afval te voorkomen. Denk aan de volgende oplossingen: -
-
-
-
Het creëren van tuintjes of een kunstobject maken van de container heet placemaking. Je geeft de container een andere functie in de omgeving. Door het er aantrekkelijker uit te laten zien roep je andere associaties op. Dan voel je je onbewust bezwaard om daar afval neer te zetten. Ervoor zorgen dat de containers schoon zijn, mooi glimmen en voorzien zijn van de juiste kleuren en iconen. Een rommelige omgeving trekt namelijk rommel aan. Inwoners een handelingsperspectief bieden. Bijvoorbeeld met stickers op de container, borden, schermen of gronduitingen laten zien hoe inwoners hun (grof) afval op de juiste manier dienen aan te bieden of wat ze kunnen doen als er een storing is. In de communicatie laten terugkomen dat mensen in de wijk het belangrijk vinden dat hun omgeving schoon is, werkt ook positief. Laat vooral zien hoe het wel moet en niet hoe het niet moet.
Resultaten regiogemeenten met omgekeerd inzamelen Onderstaande figuur B toont de hoeveelheid fijn en grof restafval, alsmede het totaal aan restafval in Dongen vergeleken met het resultaat in drie regiogemeenten met omgekeerd inzamelen zonder diftar (cijfers Dongen 2024 en drie gemeenten 2023).
128
kg per inwoner
36 105 15
36
152
Dongen
Grof restafval Fijn restafval
136
92
90
Breda
Moerdijk
Geertruidenberg
Figuur B Vergelijking met regiogemeenten met omgekeerd inzamelen zonder diftar
In figuur C wordt Dongen vergeleken met twee regiogemeenten met omgekeerd inzamelen met diftar (cijfers Dongen 2024 en twee gemeenten 2023). 128
kg per inwoner
36 70 6 92
Dongen
Omgekeerd inzamelen in combinatie me diftar
172
160 8
58 22
63
Heusden
Grof restafval Fijn restafval
36 Gilze en Rijen
Figuur C Vergelijking met regiogemeenten met omgekeerd inzamelen met diftar
Zie voor informatie over deze combinatie bijlage 1. In deze combinatie biedt 15 tot 25% geen restafval meer aan via de ondergrondse verzamelcontainer. 27
Bijlage 3
Nascheiding fijn restafval Circa 25% van de gemeenten laat het fijn restafval nascheiden. Bij nascheiding van het fijn restafval gaat het op dit moment in alle gevallen om gemechaniseerde technieken waarmee voornamelijk kunststoffen, metalen en drankkartons uit het restafval worden gehaald voordat het naar de verbrandingsinstallatie gaat.
Voor glas, GFT-afval, textiel en papier/ karton is nascheiding met als oogmerk hergebruik en/ of recycling op dit moment geen optie. Nascheiding is dus niet maar ‘alles in één bak gooien’. Het gaat specifiek om kunststoffen, metalen en drankkartons die bij het restafval mogen en er achteraf via nascheiding uit worden gehaald.
Consequenties voor huishoudens en inzameling fijn restafval
Het niet meer gescheiden hoeven houden van PMD kunnen huishoudens beschouwen als een verhoging van de service. De vraag is of dat zo is hangt vooral af van de mogelijkheden die ze nu hebben om PMD gescheiden te houden in huis, het beschikbare inzamelmiddel (gemak) en hoe belangrijk hun intrinsieke wens is om afval te kunnen scheiden als bijdrage voor een beter milieu.
Voor huishoudens die PMD gescheiden houden, zowel in laag- als hoogbouw, wijzigt de situatie in huis/ keuken. Er is geen apart bewaarmiddel meer nodig voor deze fractie. De capaciteit voor het kunnen bewaren van fijn restafval zal vergroot moeten worden. Voor de een zal dit meer gemak zijn en voor een ander zal het niet uitmaken, immers de totaal benodigde capaciteit blijft hetzelfde en men is al ingesteld op het gescheiden bewaren van PMD.
Bij een inzamelfrequentie om de vier weken is de capaciteit van een 180 liter onvoldoende voor het volumineuze deel kunststof dat erbij komt. Inwoners hebben een 240 liter maat restafvalcontainer nodig en de inzamelfrequentie zal verhoogd moeten naar minimaal één keer per twee weken
Toepasbaarheid nascheiding en resultaten
Nascheiding is toepasbaar bij alle typen bebouwingen; hoogbouw, laagbouw, binnenstad en buitengebied. Als vuistregel wordt gebruikt dat nascheiding zich het beste leent voor stedelijk gebied (hoogbouw en deel laagbouw) waar burgers thuis geen plaats hebben om al hun gescheiden afval op te slaan. In de grote steden zoals Den Haag, Rotterdam en Amsterdam waar met bronscheiding gemiddeld per inwoner slechts een paar kilo aan PMD kan worden ingezameld is nascheiding een goed alternatief. Deze gemeenten realiseren met nascheiding resultaten tussen de 15 en 30 killogram per inwoner. Ter vergelijking Dongen realiseert met bronscheiding 29 kilogram per inwoner.
Het milieuvoordeel van nascheiding is niet eenduidig meer of minder dan van bronscheiding. Exacte cijfers over het scheidingsrendement van nascheidingsinstallaties worden door betrokken partijen als marktgevoelig en vertrouwelijk beschouwd en derhalve beperkt gedeeld. De meeste nascheidingsinstallaties kunnen, afhankelijk van de samenstelling van het fijn restafval en de effectiviteit van de installatie, bruto 50 tot 60% van alle PMD uit het fijn restafval halen. Dit resulteert in een hoeveelheid PMD die ligt tussen de 15 en 30 kilogram per inwoner. Hierbij de opmerking dat bij nascheiding alle metalen eruit worden gehaald, dus niet alleen de verpakkingen. Het verdere traject in de keten (via kunststof-sorteerinstallatie of direct naar recyclers) waar ook nog uitval als gevolg van vervuiling plaatsvindt is buiten beschouwing gelaten.
28
Een belangrijk deel van de huishoudens vindt het belangrijk afval te scheiden omdat men afval als een maatschappelijk probleem ervaart en de wil heeft om een steentje bij te dragen aan een beter milieu. Hierdoor beoordelen inwoners bronscheiding over het algemeen positief. Dit betekent dat afval scheiden op een laagdrempelige wijze een betrokkenheid creëert bij het milieu. Echter is het wel belangrijk dat een systeem van bronscheiding goed gecommuniceerd wordt. Bij de keuze voor nascheiding komt deze mogelijkheid te vervallen. Uit onderzoeken blijkt dat huishoudens door bronscheiding van PMD, zeker ook in combinatie met een financiële prikkel, ál hun afval beter scheiden, dus ook het papier, GFT, etc. Waarschijnlijk raken inwoners dan meer bewust van het soort en de hoeveelheid afval die ze hebben. Overigens zien we in gemeenten in Zeeland die van bronscheiding zijn overgestapt naar nascheiding geen negatieve impact op de hoeveelheid en kwaliteit (voor zover bekend) van de andere afvalsoorten die nog wel gescheiden worden ingezameld.
Combinatie nascheiding en diftar
Nascheiding staat op gespannen voet met het betalen per lediging van de restafvalcontainer of per inworp in de ondergrondse verzamelcontainer. Bij nascheiding hebben huishoudens niet langer de gelegenheid om zo weinig mogelijk restafval aan te bieden (de fractie PMD zit er per definitie in) en daarmee zo goedkoop mogelijk uit te zijn. De sturingsmogelijkheid van een financiële prikkel wordt verstoord. Inwoners betalen een hogere prijs voor het aanbieden van PMD waarvoor ze geen alternatieve mogelijkheid hebben om uit het restafval te laten. PMD bij het restafval betekent meer volume en bijgevolg meer ledigingen en inworpen. Deze combinatie werkt dus niet. Toch is er een enkele gemeente die nascheiding combineert met diftar op basis van aantal ledigingen en volume. Deze gemeenten hebben, gecorrigeerd voor de nascheiding, echter meer restafval dan Dongen op dit
moment. Bij de keuze voor tariefdifferentiatie heeft gescheiden inzameling van PMD derhalve de voorkeur.
Zie voor meer informatie over diftar bijlage 1.
Resultaten gemeenten met nascheiding In de regio zijn geen gemeenten die hun fijn restafval laten nascheiden en PMD niet gescheiden inzamelen (ook niet mogelijk binnen bestaande verwerkingscontract). Vandaar dat we vergeleken hebben met vergelijkbare matig stedelijke gemeenten elders in Nederland. Voor de situatie zonder diftar is vergeleken met vier gemeenten en voor de situatie met diftar met drie gemeenten. 197
20
kg per inwoner
23
142
128
34
36
Grof restafval
181
151
Fijn restafval
161
109
92
Dongen
184
16
172
Bunschoten
Harlingen
Wassenaar
Westland
Figuur D Vergelijking met gemeenten met nascheiding zonder diftar
157 128 36
kg per inwoner
23 112 24
88 19
92
88
Dongen
Albrandswaard
Grof restafval 134
Fijn restafval
68
Heerenveen
Ouder-Amstel
Figuur E Vergelijking met gemeenten met nascheiding met diftar
29
Bijlage 4
geen bezoek hebben, dan heeft 7% van alle adressen 13 of meer bezoeken. 93% van alle woonadressen komt dus nooit of maximaal 12 keer per jaar op de milieustraat.
Beperken bezoeken milieustraat
Het afvalaanbod op de milieustraat in Dongen is hoog, in 2024 gemiddeld per inwoner 296 kilogram. In gemeenten van vergelijkbare grootte is dit gemiddeld per inwoner 146 kilogram. In Dongen is 43 kilogram van het afvalaanbod grof restafval. Gemiddeld in vergelijkbare matig stedelijke gemeenten is dit 22 kilogram. Kg per inwoner
Gemeente Dongen
Gemiddeld matig stedelijke gemeenten*
Grof restafval
43
22
Grof tuinafval
77
32
Puin
62
27
Hout
48
31
Overig gescheiden
66
34
Totaal
296
146
in 2024
Voor de afvalstromen die vallen onder tariefgroep 2 zoals puin en hout komen bezoekers met kleine hoeveelheden om zo het betalen te omzeilen. De eerste 0,25 m3 is namelijk gratis.
Bedrijfsafval mag niet worden aangeboden op de milieustraat. Dat is echter moeilijk te controleren. Bezoek van bedrijven aan de milieustraat is naar verwachting beperkt en betreft voornamelijk adressen met een bedrijf aan huis. Van de adressen die in 2023 meer dan 30 bezoeken hebben gebracht (85) is 18% is te koppelen aan een bedrijf (aan huis). 82% zijn woonadressen. Niet bekend is welke afvalstromen deze bedrijven vooral aanbieden.
Er komt afval in de restafvalcontainer dat er niet in thuishoort (hoort in andere container of er is geen mogelijkheid om het gescheiden aan te bieden, zoals meubilair). De dagen na de inzameldag voor het fijn restafval met de minicontainer is er een toename van het aanbod huisvuilzakken op de milieustraat die terechtkomen in de grof restafvalcontainer.
Het inschatten van volumes is lastig en levert discussies op met bezoekers als het gaat om betalen. Niet elke medewerker durft de discussie aan.
* Cijfers CBS 2023 (cijfers 2024 nog niet beschikbaar)
Onderzoek afvalaanbod op milieustraat De Coolhof Begin 2024 is onderzoek gedaan naar het afvalaanbod op milieustraat De Coolhof. Op basis van cijfers 2023 is gekeken naar het aantal bezoeken per adres, het aandeel bedrijfsafval en het soort afval dat in de restafvalcontainer terechtkomt. Conclusies 64% van alle adressen heeft in 2023 één of meerdere bezoeken gebracht aan de milieustraat. Het gemiddelde aantal bezoeken per adres met één of meerdere bezoeken is 6,3.
12% van de adressen met een bezoek heeft 13 bezoeken of meer in 2023. Gemiddeld is dat voor deze groep 20,5 bezoeken. 88% heeft derhalve maximaal 12 bezoeken. Tellen we de adressen mee die
Advies Beperk het aantal bezoeken tot maximaal 12. Dit is realistisch gegeven het feit dat in 2023 93% nooit of maximaal 12 keer de milieustraat heeft bezocht.
Afschaffen eerste 0,25 m3 gratis voor tariefgroep 2 en € 5,00 voor tariefgroep 3. Eerste tarief dat gaat gelden is voor afval tot een volume van 0,50 m3.
Verhogen van de tarieven voor afvalstromen die vallen onder tariefgroep 2 en 3. Realistisch, gezien ook tarieven in andere gemeenten, is een verhoging met 25%.
30
Verscherpte controle/ extra toezicht op wat in de restafvalcontainer terechtkomt en thuishoort in een andere container.
Oplossing voor meubels die nu per definitie in de restafvalcontainer terechtkomen. Naar verwachting maken zij in kilo’s het grootste deel uit van het grof restafval.
Zorg voor een hulpmiddel voor medewerkers om drie volumes (0,50, 1,00 en 2,00 m3) te kunnen inschatten en zet deze bij de poort neer.
Onderzoek naar circulair ambachtscentrum De hoeveelheid grondstoffen die wereldwijd wordt gebruikt is in de afgelopen eeuw verachtvoudigd. Dit leidt tot een toenemende belasting van het milieu. Binnen de gedachte van de circulaire economie verandert het beeld hoe we naar afval kijken. Afval wordt gezien als grondstof. Verspilling van grondstoffen wordt zoveel als mogelijk voorkomen. Dit begint met het minder gebruiken van grondstoffen, producten langer gebruiken en gebruikte materialen zoveel mogelijk weer inzetten als grondstof voor nieuwe producten. Het Planbureau voor de Leefomgeving stelt in de Integrale Circulaire Economie Rapportage 2025 dat het Nederland nog niet lukt om de hoeveelheid grondstoffen die we gebruiken fors terug te dringen. Doel is om in 2030 de helft minder fossiele, minerale en metalen grondstoffen te
gebruiken. In 2050 zou de economie van Nederland helemaal circulair moeten zijn. De transitie naar een circulaire economie vormt ook een van de prioritaire maatschappelijke opgaven uit de kernagenda 2023-2027 van Regio Hart van Brabant. Een wat we noemen circulair ambachtscentrum kan een belangrijk instrument zijn om er voor te zorgen dat producten langer worden gebruikt en hergebruik van grondstoffen wordt gestimuleerd. Het is een locatie of een netwerk waarbij partijen samenwerken aan het verminderen van afvalstromen en het realiseren van hoogwaardig product- en materiaalhergebruik. Daarbij worden minimaal de functies van een milieustraat, kringloopwinkel, reparatiewerkplaats, onderwijs en het sociaal domein gecombineerd, waardoor spullen en materialen langer in gebruik blijven en onnodig storten en verbranden wordt voorkomen. In de regio In de regio willen de gemeenten Tilburg en Oisterwijk samen een nieuw circulair centrum realiseren in Berkel-Enschot. Het is de bedoeling dat inwoners van beide gemeenten hier vanaf 2028 gebruik van kunnen maken. Naast het wegbrengen van afval om te recyclen, kunnen zij er straks terecht voor het inleveren van spullen die ze niet meer nodig hebben. De gemeenten Waalwijk, Loon op Zand en Heusden voeren gezamenlijk een haalbaarheidsonderzoek uit naar een circulair ambachtscentrum.
Zij onderschrijven hiermee hun intentie om gezamenlijk te streven naar een circulaire economie. Belangrijk onderdeel hiervan is het door ontwikkelen van de traditionele milieustraat naar een circulair ambachtscentrum, al dan niet via een gedeelde gemeentelijke infrastructuur. Baanbrekers, het leer-, werk- en mens ontwikkelbedrijf van de drie gemeenten, wordt als belangrijke stakeholder actief betrokken bij de uitvoering van het haalbaarheidsonderzoek.
Afbeelding: Modulo Milieustraten B.V. 31
Bijlage 5
Kostenberekeningen
1. Tariefdifferentiatie Dit is scenario1.
Deze bijlage geeft per scenario een toelichting op de berekeningen van de eenmalige kosten en de jaarlijkse meer-/ minderkosten. In alle scenario’s is het uitgangspunt dat uitvoering kan plaatsvinden binnen de bestaande capaciteit van de inzameldienst.
Aan eenmalige kosten moet rekening worden gehouden met een bedrag van € 105.000 ofwel € 9 per huishouden. Dit zijn kosten voor communicatie, voorbereiding en extra inzet van uren voor de implementatie van diftar.
Indien we de kapitaallasten van de investeringen (afschrijven in 15 jaar tegen 0,75% rente) en de extra of lagere structurele kosten afzetten tegen de besparingen op de verwerkingskosten (incl. meeropbrengsten en extra vergoedingen voor extra gescheiden afvalsoorten), kunnen we aangegeven wat de jaarlijkse besparingen of extra kosten zijn ten opzichte van de huidige kosten.
De jaarlijkse meerkosten bedragen per saldo € 70.000 ofwel € 6 per huishouden. Dit bedrag bestaat uit extra structurele kosten en besparingen op de verwerkingskosten. Het negatieve bedrag bij verwerkingskosten zijn minderkosten.
Alle eenmalige kosten worden ten laste gebracht van de rekening/ begroting van het jaar voor de invoering en zijn derhalve niet opgenomen als jaarlijkse meer-/ minderkosten. Scenario’s 1.
Tariefdifferentiatie
2.
Omgekeerd inzamelen zonder diftar
3.
Omgekeerd inzamelen met diftar
4.
Nascheiding fijn restafval zonder diftar
5.
Nascheiding fijn restafval met diftar
6.
Beperken aantal bezoeken op milieustraat
euro's A. Kapitaallasten B. Extra structurele kosten C. Extra verwerkingskosten Totaal extra (A+B+C) Totaal extra per huishouden
Diftar €0 € 110.000 € -40.000 € 70.000 €6
De extra structurele kosten bestaan uit: Extra 0,4 fte voor handhaving. Extra 0,3 fte voor communicatie. Extra 0,5 fte voor administratie en opleggen afvalstoffenheffing. Extra kosten voor opruimen afvaldumpingen en bijplaatsingen; € 1 per huishouden. Per saldo lagere verwerkingskosten: Minder fijn restafval -→ lagere verwerkingskosten Meer GFT-afval -→ hogere verwerkingskosten Meer PMD -→ hogere vergoeding Meer grof restafval -→ hogere verwerkingskosten
32
2. Omgekeerd inzamelen zonder en met diftar Dit zijn de scenario’s 2 en 3. Aan eenmalige kosten moet zowel in de variant met als in de variant zonder diftar rekening worden gehouden met een bedrag van € 355.000 ofwel € 30 per huishouden. Dit zijn kosten voor het innemen van de restafvalcontainers die niet meer nodig zijn, het uitvoeren van locatie-onderzoeken ten behoeve van plaatsing van 80 ondergrondse restafvalcontainers (waarbij rekening is gehouden met verleggen kabels en leidingen op een aantal locaties), alsmede communicatie, voorbereiding en extra inzet van uren voor de implementatie van omgekeerd inzamelen. Bij omgekeerd inzamelen bedragen de jaarlijkse meerkosten in de variant zonder diftar € 355.000 (€ 30 per huishouden) en in de variant met diftar € 165.000 (€ 14 per huishouden). Het negatieve bedrag bij verwerkingskosten zijn minderkosten. Omgekeerd inzamelen euro's A. Kapitaallasten B. Extra structurele kosten C. Extra verwerkingskosten Totaal extra (A+B+C) Totaal extra per huishouden
zonder diftar € 95.000 € 150.000 € 110.000 € 355.000 € 30
met diftar € 95.000 € 190.000 € -120.000 € 165.000 € 14
In de variant zonder diftar per saldo hogere verwerkingskosten: Meer fijn restafval -→ hogere verwerkingskosten Minder GFT-afval -→ lagere verwerkingskosten Minder papier en PMD -→ lagere vergoeding Minder grof restafval -→ lagere verwerkingskosten Minder grof tuinafval -→ lagere verwerkingskosten Minder puin -→ lagere verwerkingskosten Minder hout -→ lagere verwerkingskosten In de variant met diftar per saldo lagere verwerkingskosten: Minder fijn restafval -→ lagere verwerkingskosten Meer GFT-afval -→ hogere verwerkingskosten Meer PMD -→ hogere vergoeding Minder grof restafval -→ lagere verwerkingskosten Meer grof tuinafval -→ hogere verwerkingskosten Meer puin -→ hogere verwerkingskosten Meer hout -→ hogere verwerkingskosten
De extra structurele kosten bestaan uit: Kapitaallasten van de investeringen (aanschaf 80 ondergrondse containers voor een bedrag van € 1.200.000). Extra 1,0 fte voor handhaving. Extra 0,3 fte voor communicatie. In de variant met diftar extra 0,5 fte voor administratie en opleggen afvalstoffenheffing. Extra kosten voor opruimen afvaldumpingen en bijplaatsingen; € 4 per huishouden.
33
3. Nascheiding zonder en met diftar Dit zijn de scenario’s 4 en 5. Aan eenmalige kosten moet zowel in de variant met diftar als in de variant zonder diftar rekening worden gehouden met € 150.000 ofwel € 13 per huishouden. Dit zijn kosten voor het innemen van de 180 liter restafvalcontainers en het uitzetten van 240 liter containers (benodigd volume indien PMD in de restafvalcontainer mag), alsmede communicatie, voorbereiding en extra inzet van uren voor de implementatie van nascheiding. Bij nascheiding bedragen de jaarlijkse meerkosten in de variant zonder diftar € 425.000 (€ 36 per huishouden) en in de variant nascheiding met diftar € 420.000 (€ 35 per huishouden). Nascheiding euro's A. Kapitaallasten B. Extra structurele kosten C. Extra verwerkingskosten Totaal extra (A+B+C) Totaal extra per huishouden
zonder diftar € 20.000 € 45.000 € 360.000 € 425.000 € 36
met diftar € 20.000 € 100.000 € 300.000 € 420.000 € 35
In de variant zonder diftar per saldo hogere verwerkingskosten: Meer fijn restafval -→ hogere verwerkingskosten Minder GFT-afval -→ lagere verwerkingskosten Minder papier -→ lagere vergoeding Minder grof tuinafval -→ lagere verwerkingskosten Minder puin -→ lagere verwerkingskosten Minder hout -→ lagere verwerkingskosten In de variant met diftar per saldo hogere verwerkingskosten: Meer fijn restafval -→ hogere verwerkingskosten Minder GFT-afval -→ lagere verwerkingskosten Minder papier -→ lagere vergoeding Minder puin -→ lagere verwerkingskosten Minder hout -→ lagere verwerkingskosten In dit scenario wordt PMD niet meer gescheiden ingezameld. De vergoeding voor gescheiden ingezameld PMD vervalt. In de plaats komt een vergoeding voor het fijn restafval dat wordt nagescheiden. Deze vergoeding dekt de kosten voor het nascheiden.
De extra structurele kosten bestaan uit: Kapitaallasten van de investeringen (aanschaf 8.000 minicontainers van 240 liter voor een bedrag van € 280.000). Extra fte voor handhaving (0,2 fte in variant zonder diftar en 0,3 fte in variant met diftar). Extra fte voor communicatie (0,2 fte in variant zonder diftar en 0,3 fte in variant met diftar). In de variant met diftar extra 0,5 fte voor administratie en opleggen afvalstoffenheffing. Extra kosten voor opruimen afvaldumpingen en bijplaatsingen; € 1 per huishouden.
34
4. Beperken aantal bezoeken op milieustraat Dit is scenario 6. Aan eenmalige kosten moet rekening worden gehouden met een bedrag van € 15.000 ofwel € 1 per huishouden. Dit zijn kosten voor communicatie en voorbereiding. De jaarlijkse minderkosten ten opzichte van de huidige kosten bedragen € 35.000 ofwel € 3 per huishouden. Het negatieve bedrag bij verwerkingskosten zijn minderkosten. euro's A. Kapitaallasten B. Extra structurele kosten C. Extra verwerkingskosten Totaal extra (A+B+C) Totaal extra per huishouden
Beperken bezoeken €0 €0 € -35.000 € -35.000 € -3
Per saldo besparing op verwerkingskosten: Meer fijn restafval -→ hogere verwerkingskosten Minder grof restafval -→ lagere verwerkingskosten Minder puin -→ lagere verwerkingskosten Minder hout -→ lagere verwerkingskosten
35
Contact De AfvalSpiegel Kraaivenstraat 21-15 5048 AB Tilburg 085 773 19 95 www.deafvalspiegel.nl
36