CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB 25-70 Bijl1- Rapport scenario's afvalinzameling gemeente Dongen

Commissie Fysieke leefomgeving 23 oktober 2025, gemeente DongenBij agendapunt: RIB 25-70 Resultaten onderzoek Afvalinzameling14.829 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Scenario’s gescheiden afvalinzameling in de gemeente Dongen Tilburg, 21 juli 2025

1

5

Inhoudsopgave Samenvatting ...................................................................................................... 3 1.

Inleiding ....................................................................................................... 6

2.

Ontwikkelingen en kaders .......................................................................... 7

3.

Huidige inzamelvoorzieningen in Dongen ................................................ 9

4.

Analyse huidige afvalbeleid ..................................................................... 11

4.1

Toetsing aan doelstellingen ............................................................. 11

4.2

Terugkijken in de tijd ......................................................................... 11

4.3

Vergelijking met vergelijkbare gemeenten ...................................... 13

5.

Scenario’s.................................................................................................. 14

5.1

Tariefdifferentiatie ............................................................................ 15

5.2

Omgekeerd inzamelen zonder en met diftar ................................... 16

5.3

Nascheiding zonder en met diftar .................................................... 17

5.4

Aanpassingen milieustraat ............................................................... 19

6.

Communicatie .......................................................................................... 20

7.

Conclusies ................................................................................................ 21

Bijlage 1

Tariefdifferentiatie ...................................................................... 23

Bijlage 2

Omgekeerd inzamelen ................................................................ 26

Bijlage 3

Nascheiding fijn restafval........................................................... 28

Bijlage 4

Beperken bezoeken milieustraat ............................................... 30

Bijlage 5

Kostenberekeningen ................................................................... 32

1. Contact....................................................................................................36 2

Samenvatting De gemeente Dongen heeft binnen het taakveld huishoudelijk afval beleidsmatig de volgende doelstellingen geformuleerd: 1. Gemiddeld per inwoner maximaal 100 kilogram restafval. 2. Het gescheiden ingezameld PMD is voor minimaal 75% zuiver. In 2024 is gemiddeld per inwoner 135 kilogram restafval ingezameld. Het PMD ingezameld met de zak heeft een zuiverheid van 78%. De doelstelling voor restafval is weliswaar nog niet gehaald, maar de score is beter dan het gemiddelde voor vergelijkbare matig stedelijke gemeenten. Bovendien haalt Dongen met een recyclepercentage van 67% al de Europese norm van 65% te realiseren in 2035. Het kan echter nog beter. De vraag is aan welke knoppen de gemeente nog kan draaien om de hoeveelheid restafval te verminderen om deze doelstelling te halen. Hiertoe zijn een aantal scenario’s op hoofdlijnen doorgerekend op milieurendement en kosten.

materiaalhergebruik. Dit echter een scenario waarvan de haalbaarheid nog nader onderzocht moet worden. Een thans al wel realiseerbare aanpassing op de milieustraat, waarvan de effecten op milieurendement en kosten zijn in te schatten, is het beperken van het aantal bezoeken.

Milieurendement Wat betreft restafval maken we onderscheid tussen het fijn restafval dat inwoners aanbieden in de minicontainer of de verzamelcontainer en het grof restafval dat ze kwijt kunnen op de milieustraat.

1.

Tariefdifferentiatie

Betalen per lediging/ inworp restafvalcontainer.

2.

Omgekeerd inzamelen zonder diftar

Restafval wegbrengen naar verzamelcontainer in de wijk zonder te betalen per inworp.

Alleen in het scenario omgekeerd inzamelen met diftar wordt de doelstelling van maximaal 100 kilogram restafval (het totaal van fijn en grof restafval) per inwoner gehaald. In de scenario’s diftar en beperken aantal bezoeken op de milieustraat daalt het aanbod restafval weliswaar, maar komt niet onder de 100 kilogram. In alle andere scenario’s stijgt de hoeveelheid restafval juist. De prognoses voor de te verwachten effecten zijn gebaseerd op ervaringen in andere (regio)gemeenten. Wij zijn uitgegaan van realistische prognoses die naar verwachting zeker ook in Dongen kunnen worden gehaald. Hoe de introductie van een bepaald scenario specifiek uitpakt wordt sterk bepaald door de wijze waarop de gemeente de omschakeling realiseert en hoe inwoners hierbij worden betrokken en over geïnformeerd.

3.

Omgekeerd inzamelen met diftar

Restafval wegbrengen naar verzamelcontainer in de wijk en betalen per inworp.

Kosten

4.

Nascheiding fijn restafval zonder diftar

PMD mag in de restafvalcontainer en wordt er in een fabriek machinaal uitgehaald. Inwoners betalen geen tarief per lediging/ inworp.

5.

Nascheiding fijn Restafval met diftar

PMD mag in de restafvalcontainer en wordt er in een fabriek machinaal uitgehaald. Inwoners betalen een tarief per lediging/ inworp.

Aanpassingen milieustraat

Beperken aantal bezoeken

Scenario’s

6.

In scenario 6 is het denkbaar dat de traditionele milieustraat in een ultieme situatie wordt doorontwikkeld naar een zogenaamd circulair ambachtscentrum waarbij meerdere partijen samenwerken aan het verminderen van afvalstromen en het realiseren van hoogwaardig product- en

In 2025 betalen huishoudens gemiddeld € 327 aan afvalstoffenheffing. Dit tarief verschilt naar gelang de grootte van het huishouden. Een eenpersoons huishouden betaalt € 235,78 en een meerpersoons huishouden € 363,07. Voor de meeste scenario’s dient rekening gehouden te worden met investeringskosten en extra structurele kosten. Tegenover de kosten staan in sommige scenario’s besparingen op verwerkingskosten en extra vergoedingen door betere afvalscheiding en een lager aanbod restafval. In andere scenario’s stijgen deze kosten juist. In alle scenario’s is het uitgangspunt dat uitvoering kan plaatsvinden binnen de bestaande capaciteit van de inzameldienst. 3

Indien we de kapitaallasten van de investeringen en de extra of lagere structurele kosten afzetten tegen de besparingen op de verwerkingskosten (incl. meeropbrengsten en extra vergoedingen voor extra gescheiden afvalsoorten), kunnen we aangegeven wat de jaarlijkse besparingen of extra kosten zijn ten opzichte van de huidige kosten.

Bij de invoering van omgekeerd inzamelen dient ook rekening gehouden te worden met locatie-onderzoeken en innemen restafvalcontainers. Dit laatste geldt ook voor de optie nascheiding. De 180 liter restafvalcontainer moet worden vervangen door een 240 liter maat in verband met benodigd extra volume voor de kunststoffen. Alle eenmalige kosten worden ten laste gebracht van de rekening/ begroting van het jaar voor de invoering en zijn derhalve niet opgenomen als jaarlijkse meer-/ minderkosten. De hoogte van de eenmalige kosten varieert van € 1 per huishouden bij beperken van het aantal bezoeken op de milieustraat tot € 30 per huishouden bij omgekeerd inzamelen.

In alle scenario’s, uitgezonderd bij het beperken van het aantal bezoeken op de milieustraat, zijn er in meer of mindere mate extra jaarlijkse kosten. Deze extra jaarlijkse kosten variëren van minimaal € 6 per huishouden bij diftar tot € 36 per huishouden bij nascheiding zonder diftar. Naast de jaarlijkse meer- of minderkosten zijn bij de meeste scenario’s eenmalige kosten aan de orde. Dit zijn voor een groot deel mensuren voor communicatie en realisatie van de omschakeling. kg per inwoner

Huidig

Diftar

A. Gescheiden B. Restafval C. Totaal (A+B) Gescheiden (A/C)

481 kg 135 kg 616 kg 78%

500 kg 120 kg 620 kg 81%

Omgekeerd inzamelen zonder diftar 445 kg 185 kg 630 kg 71%

Fijn restafval Grof restafval Restafval totaal

92 kg 43 kg

78 kg 44 kg

148 kg 37 kg

135 kg

122 kg

185 kg

Omgekeerd inzamelen met diftar 510 kg 97 kg 607 kg 84%

Vergelijking milieurendement met kosten

Nascheiding Nascheiding zonder diftar met diftar

Beperken bezoeken

445 kg 195 kg 640 kg 70%

465 kg 170 kg 635 kg 73%

475 kg 130 kg 605 kg 79%

60 kg 37 kg

152 kg 43 kg

127 kg 43 kg

95 kg 35 kg

97 kg

195 kg

170 kg

130 kg

Tabel A Hoeveelheden en percentage gescheiden Omgekeerd inzamelen

Nascheiding

euro's A. Kapitaallasten B. Extra structurele kosten C. Extra verwerkingskosten Totaal extra (A+B+C) Totaal extra per huishouden

Diftar €0 € 110.000 € -40.000 € 70.000 €6

zonder diftar € 95.000 € 150.000 € 110.000 € 355.000 € 30

met diftar € 95.000 € 190.000 € -120.000 € 165.000 € 14

zonder diftar € 20.000 € 45.000 € 360.000 € 425.000 € 36

met diftar € 20.000 € 100.000 € 300.000 € 420.000 € 35

Beperken bezoeken €0 €0 € -35.000 € -35.000 € -3

Eenmalige kosten Eenmalige kosten per huishouden

€ 105.000 €9

€ 355.000 € 30

€ 355.000 € 30

€ 150.000 € 13

€ 150.000 € 13

€ 15.000 €1

Tabel B Kosten

In alle scenario’s met bronscheiding blijft inzameling van PMD plaatsvinden met de zak. De keuze voor een van de bronscheiding-scenario’s heeft geen effect op de zuiverheid van het ingezamelde PMD. Bij de scenario’s met nascheiding wordt PMD machinaal uit het restafval gehaald. Zuiverheid van het ingezamelde PMD is hier niet aan de orde.  In de scenario’s omgekeerd inzamelen zonder diftar en nascheiding zonder en met diftar neemt de hoeveelheid restafval toe (tussen de 35 en 60 kilogram per inwoner). Het zijn ook scenario’s met de hoogste extra jaarlijkse kosten. Bovendien dient bij omgekeerd inzamelen zonder diftar ook nog rekening gehouden te worden met hoge eenmalige kosten. Dit geldt ook voor de scenario’s nascheiding zonder en met diftar, maar in mindere mate. Bovendien is het scenario nascheiding niet mogelijk binnen het bestaande verwerkingscontract voor fijn restafval. Deze drie scenario’s zijn dan ook op voorhand, gelet op de toename van het aanbod restafval, de meerkosten en de contractuele verplichtingen, geen reële opties voor Dongen.

4

Ook voor het scenario omgekeerd inzamelen met diftar moet rekening worden gehouden met hoge eenmalige kosten (€ 30 per huishouden) en een verhoging van de jaarlijkse kosten (€ 14 per huishouden). Hier tegenover staat wel een vermindering van het aanbod restafval met gemiddeld 38 kilogram per inwoner. Een deel van deze vermindering kan worden toegeschreven aan een groep van 15 tot 25% van de huishoudens die geen restafval meer aanbieden in de ondergrondse verzamelcontainer. Het werkelijke percentage is afhankelijk van de hoogte van het tarief per inworp. Dit is ook het risico van omgekeerd inzamelen met diftar, ontwijkgedrag in de vorm van meestal meenemen van het afval naar het werk. Indien een groter percentage dan verwacht geen restafval meer aanbiedt zullen de inkomsten voor de gemeente via de afvalstoffenheffing ook lager uitvallen. De vraag is of dat opweegt tegen de lagere verwerkingskosten als gevolg van een verminderd aanbod. Voor omgekeerd inzamelen met diftar dient rekening gehouden te worden met een voorbereidingstijd van minimaal 1,5 jaar in verband met onder andere locatiekeuzes in samenwerking met inwoners en aanschaf en plaatsing van extra ondergrondse verzamelcontainers.

Invoering van het scenario diftar aanvullend op de huidige inzamelwijze van fijn restafval (1 keer per 4 weken) zal de hoeveelheid fijn restafval naar verwachting verminderen met gemiddeld 13 kilogram per inwoner. Ook hier speelt het financiële risico van zogenaamde nul aanbieders. 10 tot 20% van de huishoudens zal, afhankelijk van de hoogte van het ledigingstarief, geen restafval meer aanbieden. Ook deze maatregel betekent een verhoging van de jaarlijkse kosten (€ 6 per huishouden) en eenmalig € 9 per huishouden. De benodigde voorbereidingstijd is 1 jaar. Het aantal bezoeken aan de milieustraat beperken is een relatief eenvoudige maatregel waarmee voor een belangrijk deel wordt voorkomen dat zzp’ers en bedrijven aan huis oneigenlijk gebruik maken van deze voorziening die is bedoeld voor afval van huishoudens. Een maximum van 12 bezoeken sluit ook aan bij het huidige gebruik. Bovendien heeft deze maatregel een kostenbesparend effect. Na 12

bezoeken wordt bij elk volgend bezoek het maximale tarief voor ongesorteerd afval (€ 40) gerekend. Deze maatregel kan op korte termijn worden geïntroduceerd. De Effecten van een circulair ambachtscentrum op milieurendement en kosten zijn pas te geven na uitvoering van een haalbaarheidsonderzoek.

Samenvattende vergelijking scenario’s Uit de vergelijking van de scenario’s volgt dat alleen het scenario beperken aantal bezoeken op de milieustraat zowel wat betreft vermindering van de hoeveelheid restafval als wat betreft de kosten een plus scoort. Omgekeerd inzamelen met diftar scoort beter wat betreft vermindering van het restafval, maar brengt extra kosten met zich mee en heeft een voorbereidingstijd nodig van minimaal 1,5 jaar. Beperken van het aantal bezoeken op de milieustraat kan op korte termijn worden ingevoerd. Aanvullend kan nader onderzoek plaatsvinden naar het door ontwikkelen van de milieustraat naar een circulair ambachtscentrum. Scenario’s

Vermindering restafval

Effect op kosten

1.

Tariefdifferentiatie

+

-

2.

Omgekeerd inzamelen zonder diftar

--

--

3.

Omgekeerd inzamelen met diftar

++

--

4.

Nascheiding fijn restafval zonder diftar

--

--

5.

Nascheiding fijn restafval met diftar

--

--

6.

Beperken aantal bezoeken milieustraat

+

+

Communicatie Op basis van een op te stellen strategisch communicatieplan start de gemeente communicatie-acties gericht op preventie, afvalscheiding en voedselverspilling. Het milieurendement van deze maatregel is moeilijk te voorspellen. Kosten zijn er voor de inzet van een afvalcoach (0,5 fte) en communicatie (0,2 fte). Voor communicatie is jaarlijks een budget van € 4 per huishouden geraamd.

5

1. Inleiding De gemeente Dongen sluit beleidsmatig aan bij de doelstellingen en de kern van het landelijk VANG-programma huishoudelijk afval 2021-2025. In de programmabegroting 2025-2028 heeft Dongen als strategische doelstelling opgenomen dat inwoners worden gestimuleerd om hun afval beter te scheiden waardoor minder aanbod van restafval en een hoger aanbod van grondstoffen wordt gerealiseerd, zowel aan huis, bij centrale verzamellocaties als op de milieustraat. Beleidsdoelstellingen De strategische doelstelling is vertaald naar beleidsdoelstellingen voor de maximale hoeveelheid restafval per inwoner en de zuiverheid van gescheiden ingezameld PMD.

Hoeveelheid restafval Zuiverheid PMD

Doelstelling

Realisatie 2024

100 kg per inwoner

135 kg per inwoner

75%

59%*

* Dit is een ongewogen gemiddelde van 78% zuiverheid bij inzameling met de zak en 40% zuiverheid bij inzameling via de wijkcontainer. Coalitieakkoord In het coalitieakkoord 2022-2026 verwijst het college naar de nog verder gaande landelijke doelstelling van maximaal 30 kilogram restafval per inwoner in 2025. De landelijke overheid beschouwt deze doelstelling inmiddels niet meer als realistisch. De nadruk ligt thans meer op de mate waarin grondstoffen die inwoners gescheiden aanbieden worden gerecycled. De kilo’s restafval wordt daarmee een resultaat van de recycledoelstelling. Vanuit Europa is de norm dat in 2035 minimaal 65% van al het afval gerecycled worden. In Nederland is het nieuwe doel om in 2030 minimaal 60% van het huishoudelijk afval te recyclen.

Hoe kan Dongen nog betere resultaten behalen? De gemeente Dongen wenst inzicht te hebben in het resultaat van de gescheiden afvalinzameling en hoe zich dit verhoudt tot doelstellingen en resultaten in vergelijkbare gemeenten en aan welke knoppen de gemeente nog kan draaien om te komen tot een (nog) beter inzamelresultaat. Met andere woorden, waar valt de grootste winst te behalen en waar moet de gemeente zeker niet aan beginnen. Strategieën die de gemeente nog niet toepast zijn een financiële prikkel (diftar) en het wegbrengen van restafval naar een container in de wijk in plaats van ophalen aan huis (het zogenaamde omgekeerd inzamelen), al dan niet in combinatie met een financiële prikkel. Een andere deelstrategie die Dongen (nog) niet toepast is het niet langer gescheiden inzamelen van PMD, maar deze fractie in een nascheidingsinstallatie uit het restafval laten halen. Tenslotte kan het aantal bezoeken op de milieustraat worden beperkt. Met deze strategieën in het achterhoofd zijn de volgende scenario’s op hoofdlijnen doorgerekend op milieurendement en kosten: 1. Tariefdifferentiatie 2. Omgekeerd inzamelen zonder diftar 3. Omgekeerd inzamelen met diftar 4. Nascheiding zonder diftar 5. Omgekeerd inzamelen met diftar 6. Aanpassingen milieustraat In hoofdstuk 2 schetsen we eerst ontwikkelingen en kaders. Hoofdstuk 3 gaat vervolgens in op de inzamelvoorzieningen in Dongen.

In hoofdstuk 4 wordt het huidige afvalbeleid geanalyseerd, in hoofdstuk 5 zijn de verschillende scenario’s uitgewerkt, in hoofdstuk 6 communicatie en in hoofdstuk 6 zijn conclusies geformuleerd. In de bijlagen zijn de verschillende scenario’s en de kosten nader toegelicht.

6

2. Ontwikkelingen en kaders Binnen de gedachte van de circulaire economie verandert het beeld hoe we naar afval kijken. Afval wordt gezien als grondstof. Verspilling van grondstoffen voorkomen we zoveel als mogelijk. Dit begint met het minder gebruiken van grondstoffen, producten langer gebruiken en gebruikte materialen zoveel mogelijk weer inzetten als grondstof voor nieuwe producten. Tegen deze achtergrond is het van belang te benadrukken dat het beheer van de gehele afvalketen een mondiaal proces is geworden waar Europa, Nederland en uiteindelijk wij als gemeente mee te maken hebben.

Kaders en richtlijnen Het juridische kader voor de behandeling van afval in de Europese Unie is vastgelegd in de Kaderrichtlijn afvalstoffen. In Nederland zijn de doelstellingen en uitgangspunten van het afvalstoffenbeleid opgenomen in het Landelijk Afvalbeheerplan. Dit beheerplan is daarmee het beleidskader waar gemeenten bij de uitvoering van hun afvaltaken rekening mee moeten houden. Het huidige Afvalbeheerplan dat loopt tot en met eind 2025 wordt dan opgevolgd door een Circulair Materialenplan met meer aandacht voor welke grondstoffen worden gebruikt en de manier waarop. Zo kan beter worden ingespeeld op ontwikkelingen in de transitie naar een circulaire economie. Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen Gemeenten zijn op basis van het Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen wettelijk verplicht om bioafval (gft-afval), papier, metaal, kunststof, glas, textiel, elektronische apparatuur en gevaarlijk afval gescheiden in te zamelen. In het Besluit is een aantal criteria opgenomen om af te kunnen wijken van gescheiden inzameling. Voor gft-afval kan alleen worden afgezien van gescheiden inzameling als dat technisch niet haalbaar of buitensporig duur is. Voor metaal, kunststof en glas kan van de verplichting tot scheiding worden afgeweken als een andere manier van inzamelen niet van invloed is op het potentieel voor hergebruik of recycling.

Papier en textiel moeten altijd gescheiden worden ingezameld.

Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) Producenten of importeurs die als eerste een product op de Nederlandse markt brengen zijn verantwoordelijk voor het opzetten van een logistiek systeem voor het afvalbeheer en ook om de financiering hiervan te organiseren. Bij dit principe is sprake van een ketenverantwoordelijkheid, omdat ook andere schakels in de keten (zoals gemeenten en detaillisten) hierbij verantwoordelijkheden hebben. Er bestaat al producentenverantwoordelijkheid voor onder meer batterijen, elektrische apparaten, verpakkingen, matrassen, textiel, kleine plastic flesjes en blikjes. Het inzamelen van deze afvalstromen is meestal gedelegeerd aan gemeenten die hiervoor een vergoeding ontvangen vanuit het bedrijfsleven. Dit geldt niet voor de kleine plastic flesjes en blikjes. Hiervoor geldt een statiegeldregeling. In 2026 wordt de UPV voor luiers en incontinentiemateriaal van kracht.

Uitvoeringsprogramma van Afval Naar Grondstof (VANG) Om gemeenten te helpen bij het volbrengen van hun taak in de keten om afval goed te scheiden, te voorkomen dat waardevolle grondstoffen worden verbrand en zo een bijdrage te leveren aan een circulaire economie hebben publieke partijen in 2014 het Uitvoeringsprogramma Van Afval Naar Grondstof (VANG) opgesteld. In het Uitvoeringsprogramma 20212025 is de focus verbreed van realisatie van afname van de hoeveelheid restafval (75% afvalscheiding in 2020 en maximaal 100 en 30 kilogram per inwoner per jaar in respectievelijk 2020 en 2025) naar ook het scheiden van schone, hoogwaardig te recyclen grondstoffen uit huishoudelijk afval. Helaas blijkt dat niet al het gescheiden afvalgeschikt is voor recycling en wordt een deel alsnog verbrand. Ook ligt er vanuit Europa een nieuwe norm. In 2035 moet 65% van al het afval gerecycled worden. In Nederland is het nieuwe doel om in 2030 minimaal 60% van het huishoudelijk afval te recyclen. Het accent ligt nu meer op het percentage gerecycled materiaal. De kilo’s restafval wordt daarmee een resultaat van de recycledoelstelling.

7

Ontwikkeling in verwerking- en recyclingmarkt De verwerking en recycling van afval en grondstoffen is een mondiale markt. Keuzes en maatregelen in andere landen werken door op de Europese en daarmee ook op de Nederlandse markt. Zo is de export van oud papier, kunststoffen en textiel naar Azië als gevolg van hogere kwaliteitseisen niet meer zo eenvoudig of soms onmogelijk. Bovendien is export buiten de Europese Unie alleen nog toegestaan als er sprake is van aantoonbaar milieuverantwoorde verwerking. De goedkope optie van export is er niet meer. De Europese markt wordt zodoende gedwongen om meer verwerkingscapaciteit binnen de Europese Unie op te bouwen. Tegelijkertijd stijgen de verwerkingskosten van monostromen (stromen die bestaan uit één materiaalsoort), onder meer vanwege toenemende vervuiling die de kosten voor goede verwerking opdrijft. Verwerkers stellen in dit verband ook steeds hogere kwaliteitseisen aan het te accepteren materiaal.

Stijgende kosten bij gelijkblijvend beleid Stijgende kosten hebben ook te maken met belastingen die de Rijksoverheid oplegt, zoals de afvalstoffenbelasting en CO2-heffing: 1.

Bedrijven in Nederland met een afvalverbrandingsinstallatie of stortplaats betalen afvalstoffenbelasting. Dit geldt ook voor bedrijven die afvalstoffen naar het buitenland overbrengen om ze daar te laten storten of verbranden. In de periode 2017 tot en met 2025 is deze belasting gestegen van € 13,11 per ton naar € 39,70. Deze belasting berekenen de verwerkers door aan hun klanten. De verwachting is dat deze belasting de komende jaren verder zal stijgen.

2.

Sinds 1 januari 2021 geldt voor industriële bedrijven zoals afvalverbrandingsinstallaties met een hoge CO2-uitstoot een nationale CO2heffing. Zo worden bedrijven meer gestimuleerd om bij hun investeringen rekening te houden met de gevolgen van CO2-uitstoot voor mens en milieu. Marktpartijen geven aan fors te moeten investeren als gevolg van milieumaatregelen (o.a. CO2-heffing). De schatting van PWC is dat de verwerkingskosten in 2030 met € 40 per ton ge-

stegen kunnen zijn. Dit bedrag wordt doorberekend aan de gemeenten. Op basis van het huidige aanbod restafval komt dit voor de gemeente Edam-Volendam neer op € 330.000 per jaar. In juni 2025 heeft een Kamermeerderheid echter ingestemd met het afschaffen van de Nederlandse CO2-belasting. De CO2-heffing zou boven op de Europese uitstootheffing komen en was een belangrijke afspraak om de klimaatdoelen te halen. De bedoeling was om de opbrengsten van de heffingen in verduurzaming en vergroening te steken. 3.

In april 2025 heeft het kabinet 567 miljoen euro belasting geschrapt die plastic producenten moesten betalen. Een maatregel die bedoeld was om bij producenten het gebruik van fossiele plastics te ontmoedigen. Deze belasting zou voor de industrie tot oneerlijke concurrentie met het buitenland leiden waar geen belasting wordt geheven. Maar het geld was al ingeboekt en dus ontstond een gat in de begroting van 576 miljoen euro. De ‘plastic tafel’ heeft de minister van Klimaat en Groene Groei in juni 2025 geadviseerd hoe het gat kan worden gedicht. In het najaar van 2025 wordt duidelijk of het gat van de niet ingevoerde plastic belasting wat de plastic tafel niet heeft kunnen dichten wordt verrekend in de afvalstoffenheffing en daarmee bij de burger terechtkomt.

Genoemde ontwikkelingen wat betreft CO2-heffing en het doorberekenen van de belasting op plastic aan de afvalverwerkers zijn onzeker, maar zullen indien ze doorgaan ervoor zorgen dat bij gelijkblijvend beleid de kosten zullen stijgen.

8

3. Huidige inzamelvoorzieningen in Dongen De voorzieningen voor het inzamelen van (grof) huishoudelijk afval zijn te onderscheiden in: 1. Inzamelmiddelen voor fijn restafval, GFT-afval, papier en PMD. 2. Wijkcontainers PMD, glas, textiel en luiers/ incontinentiemateriaal. 3. De milieustraat en inzameling op afroep.

Fijn restafval 112 containers op 104 locaties

GFT-afval 55 containers op 53 locaties

Papier 102 containers op 102 locaties

PMD 50 liter zak 1 x week ophalen

Inzamelmiddelen voor fijn restafval, GFT-afval, papier en PMD 67% van de huishoudens heeft 3 containers aan huis voor het aanbieden van respectievelijk fijn restafval, GFT-afval en papier. Voor PMD is een speciale doorzichtige zak in gebruik. Deze zakken zijn gratis verkrijgbaar bij diverse ophaalpunten in de gemeente. Fijn restafval 180 lier container 1 x 4 weken legen

GFT-afval 180 liter container 1 x 2 weken legen

Papier 180 liter container 1 x 4 weken legen

PMD 50 liter zak 1 x week ophalen

33% van de huishoudens gebruikt een ondergrondse container voor het aanbieden van fijn restafval, GFT-afval en papier. Dit zijn bewoners van hoogbouw en appartementencomplexen, alsmede een deel van de huishoudens in de laagbouw. PMD-inzameling vindt plaats met de speciale zak.

Wijkcontainers Daarnaast heeft de gemeente Dongen wijkcontainers staan in de openbare ruimte. Deze containers zijn voor alle huishoudens te gebruiken. Het zijn containers voor: PMD 3 containers op 2 locaties Glas 28 containers op 21 locaties Textiel 13 containers op 7 locaties Luiers en incontinentiemateriaal 25 containers op 11 locaties

Milieustraat Grof huishoudelijk afval kunnen inwoners aanbieden op de milieustraat die van dinsdag tot en met zaterdag is geopend. Het aanbieden van de meeste grof afvalstromen is gratis. Voor verbouwingsafval, dakgrind, dakleer, gasbetonblokken, geïmpregneerd hout, gipsplaten, gipsblokken, puin, schone grond, sloophout, zand en grof restafval geldt een tarief op basis van het aanbod in volume. Inwoners kunnen grof huishoudelijk afval ook tegen betaling aan huis laten ophalen.

9

Beoordeling inzamelvoorzieningen We beoordelen het niveau van de inzamelvoorzieningen op basis van vergelijkingen met andere gemeenten. Fijn restafval  Een inzameling van fijn restafval om de 4 weken is inmiddels in een groot aantal gemeenten ingevoerd, met name in gemeenten met een bepaalde vorm van tariefdifferentiatie. Er zijn ook voorbeelden van gemeenten die nog minder vaak inzamelen. De meeste gemeenten hanteren een inzamelfrequentie van 1 keer per 2 weken. GFT-afval  De inzameling van GFT-afval met de minicontainer in een frequentie van 1 keer per 2 weken is in de meeste gemeenten de basis. Ook het gescheiden inzamelen van GFT-afval bij flats en appartementencomplexen is in steeds meer gemeenten gemeengoed. Is overigens ook een verplichting. Papier  Een inzamelfrequentie van 1 keer per 4 weken met de minicontainer is zoals gebruikelijk in de meeste gemeenten. 60% van alle gemeenten heeft voor papier een minicontainer in gebruik. Een ondergrondse verzamelcontainer voor bewoners van flats en appartementencomplexen is ook in de meeste gemeenten standaard. PMD  75% van alle gemeenten zamelt PMD gescheiden in waarvan de meesten dit doen in een frequentie van 1 keer per 2 weken. In de overige 25% mogen inwoners het PMD aanbieden in de restafvalcontainer. Het PMD wordt vervolgens in een nascheidingsinstallatie uit het restafval gehaald. 

De methodiek van nascheiding wordt vooral toegepast in zeer sterk stedelijke gemeenten die zeer slecht scoorden met de gescheiden inzameling van PMD. Veel inwoners in deze gemeenten zijn krap behuisd en hebben geen ruimte om PMD apart in huis te bewaren.

Restafval kunnen ze 24 uur per dag kwijt in verzamelcontainers in de buurt. 

In Dongen is het inzamelmiddel voor PMD een speciale zak die 26 keer per jaar aan huis wordt ingezameld. Van de 75% van alle gemeenten die PMD gescheiden inzamelen is de verdeling over de typen inzamelmiddelen globaal als volgt: 30% heeft de zak in gebruik, 40% de minicontainer en 5% de verzamelcontainer. Gemeenten die de zak of minicontainer in gebruik hebben zamelen bij hoogbouw vaak in met de zak (zoals in Dongen) of met verzamelcontainers.

De wijkcontainer in ’s-Gravenmoer als aanvullende voorziening is niet nodig. Inwoners waarvoor zelfs een wekelijkse inzameling aan huis onvoldoende is hebben altijd nog een uitwijkmogelijkheid naar de milieustraat. Bovendien is de kwaliteit van het PMD ingezameld via de wijkcontainers slechter dan bij inzameling met een zak. In 2024 was in Dongen 22% van het PMD ingezameld met de zak vervuild. PMD ingezameld via de wijkcontainers was voor 60% vervuild.

Glas  Inzameling van glas vindt zoals in elke gemeente plaats met containers in de openbare ruimte. Textiel  Inzameling van textiel vindt in 90% van de gemeenten plaats zoals ook in Dongen, namelijk via containers in de openbare ruimte. Luiers en incontinentiemateriaal  30% van alle gemeenten heeft een voorziening voor luiers en incontinentiemateriaal. In de meeste gevallen zijn dit zoals ook in Dongen containers in de openbare ruimte of nabij kinderdagverblijven en soortgelijke voorzieningen. Afval aanbieden op milieustraat  De openingstijden van de milieustraat zijn met 35 uur per week ruim en er is aanvullend een mogelijkheid voor inwoners om grof afval aan huis te laten ophalen.

10

Reductie hoeveelheid restafval

4. Analyse huidige afvalbeleid

In 2021 heeft de gemeente de inzamelfrequentie voor fijn restafval verlaagd van 1 keer per 2 weken naar 1 keer per 4 weken. In dat eerste jaar met een verlaagde inzamelfrequentie daalde de hoeveelheid restafval van 185 kilogram per inwoner naar 137 kilogram per inwoner. Het is vooral een daling van het fijn restafval.

De analyse van het huidige afvalbeleid bestaat uit: 1. 2. 3.

Toetsing aan doelstellingen. Terugkijken in de tijd. Vergelijking met vergelijkbare gemeenten.

4.1 Toetsing aan doelstellingen De gemeente Dongen heeft de beleidsdoelstellingen voor de maximale hoeveelheid restafval per inwoner en de zuiverheid van gescheiden ingezameld PMD zoals opgenomen in de Programmabegroting 2025-2028 nog niet gehaald in 2024.

Hoeveelheid restafval Zuiverheid PMD

Doelstelling

Realisatie 2024

100 kg per inwoner

135 kg per inwoner

75%

59%*

* Dit is een ongewogen gemiddelde van 78% zuiverheid bij inzameling met de zak en 40% zuiverheid bij inzameling via de wijkcontainer.

De hoeveelheid grof restafval is in 2021 licht gedaald, vervolgens stabiel tot en met 2023 en weer licht gestegen in 2024. Het grof restafval is inclusief het ingezamelde zwerfafval. In 2024 is dit een hoeveelheid van 7 kilogram per inwoner. Zie figuur 1. 185 44

1 x 4 wkn inzameling

kg per inwoner

137

132

129

135

40

40

40

43 Grof restafval Fijn restafval

140

97

92

89

92

2021

2022

2023

2024

4.2 Terugkijken in de tijd De beleidsdoelstellingen zijn dan nog niet gehaald. Dat wil echter niet zeggen dat de gemeente Dongen de afgelopen jaren geen stappen heeft gezet naar meer afvalscheiding en minder restafval. 

In 2020 zamelde Dongen gemiddeld per inwoner nog 185 kilogram restafval in. Deze hoeveelheid is in 2024 teruggebracht tot 135 kilogram. In 2020 was het PMD ingezameld met de zak voor 84% zuiver en PMD ingezameld met de wijkcontainer voor 78% zuiver. Deze percentages zijn in 2024 gedaald naar respectievelijk 78% en 40%.

2020

Figuur 1 Ontwikkeling hoeveelheid restafval 2020 – 2024

Verhouding gescheiden inzameling en restafval De hoeveelheid restafval ligt in 2021 en de jaren daarna fors lager dan in 2020. De hoeveelheid afval die gescheiden wordt ingezameld ligt in 2024 iets hoger dan 2020 (zie figuur 2). De totale hoeveelheid huishoudelijk afval is met 616 kilogram per inwoner in 2024 minder dan in 2020 (641 kilogram per inwoner).

11

641

682 137

185

599

587

132

129

616

Textiel en luiers zijn redelijk ongewijzigd in de loop van vijf jaar. Dit geldt ook voor KCA vanaf 2021.

Het aanbod gescheiden grof afvalstromen op de milieustraat is in 2021 gestegen (corona-effect) en vervolgens in 2022 en 2023 weer gedaald. In 2024 is dit aanbod weer gestegen.

Het aanbod op de milieustraat wordt vooral bepaald door grof tuinafval, puin en hout (74% van totale aanbod). Ten opzichte van 2020 is in 2024 meer dan drie keer zoveel grof tuinafval aangeboden op de milieustraat. Het aanbod puin en hout was in 2020 al op het niveau van 2024.

kg per inwoner

135 Restafval

457

545

467

458

481

2020

2021

2022

2023

2024

71 %

80 %

78 %

78 %

78 %

Gescheiden inzameling

Scheidingspercentage

Figuur 2 Ontwikkeling aanbod huishoudelijk afval 2020 – 2024

Recyclepercentage Niet al het gescheiden ingezamelde huishoudelijk afval wordt ook daadwerkelijk gerecycled. Zoals in hoofdstuk 2 beschreven is landelijk het nieuwe doel dat In 2030 60% van al het huishoudelijk afval gerecycled wordt. Dongen realiseert in 2024 een recyclepercentage van 67%. Dit percentage is berekend door de inzamelcijfers van Dongen 2024 in te vullen in de VANG Recycletool: https://www.benchmarkafval.nl/tools/vangrecycletool/ Met een recyclepercentage van 67% haalt Dongen ook al de Europese norm van 65% te realiseren in 2035. Deel gescheiden inzameling uitgesplitst naar afvalstromen Tabel 1 laat zien hoe het deel gescheiden inzameling is verdeeld over de verschillende afvalstromen. 

Vanaf 2022 is het inzamelresultaat voor GFT, papier en glas gedaald. Voor papier is dit een landelijke trend.

Het inzamelresultaat voor PMD is na een aanvankelijke stijging vanaf 2021 in 2024 weer op het niveau van 2020.

kg per inwoner

2020

2021

2022

2023

2024

GFT Papier PMD Glas Textiel Luiers KCA Milieustraat Gescheiden inzameling

130 54 27 27 4 3 4 209 457

134 54 39 26 4 5 2 281 545

120 49 36 22 4 6 2 228 467

121 45 34 22 4 6 2 224 458

121 43 29 22 5 6 2 253 481

Tabel 1 Verdeling gescheiden inzameling

Zuiverheid PMD De kwaliteit van met name het gescheiden ingezamelde PMD staat sterk onder druk. Uit sorteeranalyses in 2024 blijkt dat het PMD ingezameld via de wijkcontainer sterk vervuild is met materiaal dat er niet in thuishoort. Na een dip in 2021 is de zuiverheid van het PMD ingezameld met de zak in 2024 weer bijna op het niveau van 2020. Zie figuur 3 op de volgende pagina. Gemiddeld in Nederland is de zuiverheid van PMD ingezameld met een zak 80% en PMD ingezameld via een wijkcontainer 70%.

12

84%

78%

85%

84% 81%

81%

4.3 Vergelijking met vergelijkbare gemeenten

78%

Zak

62% 61%

Wijkcontainer 40%

2020

2021

2022

2023

Het CBS heeft gemeenten ingedeeld in vijf stedelijkheidsklassen gebaseerd op klassegrenzen van 2.500, 1.500, 1.000 en 500 adressen per km². Het aantal adressen per km² is een indicator van de verhouding laagbouw en hoogbouw. Dongen behoort tot de matig stedelijke gemeenten die een dichtheid hebben van 1.000 tot 1.500 adressen per km².

2024

Figuur 3 Zuiverheid PMD 2020 – 2024

Samenstelling fijn restafval In 2024 is ook onderzoek gedaan naar de samenstelling van het fijn restafval aangeboden in de minicontainers en de ondergrondse verzamelcontainers. Het totaal resultaat geeft een beeld van de samenstelling van het fijn restafval voor de gehele gemeente Dongen. 25% is afval dat inwoners niet gescheiden kunnen aanbieden. Dit betreft de categorie ‘overig afval’ (zie figuur 4). Alle andere afvalsoorten kunnen inwoners van Dongen gescheiden aanbieden. Onder de categorie ‘overig herbruikbaar’ vallen elektrische apparaten, klein chemisch afval, kunststoffen en metalen die niet bij het PMD horen, hout en puin. Gemiddeld is 38% van restafvalcontainer in Dongen gevuld met groente- en fruitafval (lees: weggegooide etensresten).

fijn restafval

Om een beeld te krijgen waar Dongen staat qua milieuprestatie vergelijken we de inzamelresultaten met het gemiddelde van vergelijkbare matig stedelijke gemeenten.

Uit de vergelijking met het gemiddelde van matig stedelijke gemeenten in de periode 2020 tot en met 2024 blijkt dat Dongen structureel minder restafval heeft, meer gescheiden afval, een hoger aanbod huishoudelijk afval en een hoger scheidingspercentage. Het fors hogere aanbod gescheiden inzameling in Dongen heeft vooral te maken met het hoge aanbod grof tuinafval, puin en hout. Zo lag het aanbod grof tuinafval en hout in 2023 respectievelijk 39 en 28 kilogram per inwoner hoger dan gemiddeld in matig stedelijke gemeenten. Gemeente Dongen

2020

2021

2022

2023

2024

A. Restafval

185

137

132

129

135

B. Gescheiden inzameling

457

545

467

458

481

38 % groente- en fruitafval

C. Afvalaanbod (A+B)

641

682

599

587

616

7 % tuinafval

% afvalscheiding (B/C)

71%

80%

78%

78%

78%

3 % papier en karton

Tabel 2 Resultaten Dongen in kg per inwoner

2024*

5 % PMD

Matig stedelijk gemiddeld

2020

2021

2022

2023

A. Restafval

171

161

139

145

7 % luiers

B. Gescheiden inzameling

381

374

329

334

10 % overig herbruikbaar

C. Afvalaanbod (A+B)

552

535

468

479

25 % overig afval

% afvalscheiding (B/C)

69%

70%

70%

70%

2 % glas 3 % textiel

* CBS cijfers 2024 zijn nog niet beschikbaar. Tabel 3 Resultaten gemiddelde matig stedelijke gemeenten in kg per inwoner Figuur 4 Samenstelling fijn restafval 13

5. Scenario’s Uit de analyse van het huidige afvalbeleid in Dongen blijkt dat de gemeente het goed doet, ook al zijn de beleidsdoelstellingen nog niet gehaald. De vraag is aan welke knoppen de gemeente nog kan draaien om te komen tot een (nog) beter inzamelresultaat. Met andere woorden, waar valt de grootste winst te behalen en waar moet de gemeente zeker niet aan beginnen. Strategieën die de gemeente nog niet toepast zijn een financiële prikkel (diftar) en het wegbrengen van restafval naar een container in de wijk in plaats van ophalen aan huis (het zogenaamde omgekeerd inzamelen), al dan niet in combinatie met een financiële prikkel. Een andere deelstrategie die Dongen (nog) niet toepast is het niet langer gescheiden inzamelen van PMD, maar deze fractie in een nascheidingsinstallatie uit het restafval laten halen. Ook dit scenario is mogelijk zonder en met diftar. Tenslotte is nog het scenario denkbaar waarbij de traditionele milieustraat in een ultieme situatie wordt doorontwikkeld naar een zogenaamd circulair ambachtscentrum. Dit is een locatie of een netwerk waarbij partijen samenwerken aan het verminderen van afvalstromen en het realiseren van hoogwaardig product- en materiaalhergebruik.

Daarbij worden minimaal de functies van een milieustraat, kringloopwinkel, reparatiewerkplaats, onderwijs en het sociaal domein gecombineerd, waardoor spullen en materialen langer in gebruik blijven en onnodig storten en verbranden wordt voorkomen. Dit echter een scenario waarvan de haalbaarheid nog nader onderzocht moet worden. Een thans al wel realiseerbare aanpassing op de milieustraat, waarvan de effecten op milieurendement en kosten zijn in te schatten, is het beperken van het aantal bezoeken.

Concreet zijn de volgende scenario’s onderzocht. Scenario’s 1.

Tariefdifferentiatie

Betalen per lediging/ inworp restafvalcontainer.

2.

Omgekeerd inzamelen zonder diftar

Restafval wegbrengen naar verzamelcontainer in de wijk zonder te betalen per inworp.

3.

Omgekeerd inzamelen met diftar

Restafval wegbrengen naar verzamelcontainer in de wijk en betalen per inworp.

4.

Nascheiding fijn restafval zonder diftar

PMD mag in de restafvalcontainer en wordt er in een fabriek machinaal uitgehaald. Inwoners betalen geen tarief per lediging/ inworp.

5.

Nascheiding fijn Restafval met diftar

PMD mag in de restafvalcontainer en wordt er in een fabriek machinaal uitgehaald. Inwoners betalen een tarief per lediging/ inworp.

6.

Aanpassingen milieustraat

Beperken aantal bezoeken

Wijzigingen en effecten op milieurendement Per scenario zijn de wijzigingen beschreven ten opzichte van de huidige situatie en zijn de effecten berekend op de prestatiegebieden milieurendement en kosten berekend. De prognoses voor de te verwachten effecten zijn gebaseerd op ervaringen in andere (regio)gemeenten. Wij zijn uitgegaan van realistische prognoses die naar verwachting zeker ook in Dongen kunnen worden gehaald. Hoe de introductie van een bepaald scenario specifiek uitpakt wordt sterk bepaald door de wijze waarop de gemeente de omschakeling realiseert en hoe inwoners hierbij worden betrokken en over geïnformeerd. In bijlage 1 is tariefdifferentiatie nader uitgewerkt. Bijlage 2 gaat nader in op omgekeerd inzamelen, bijlage 3 op nascheiding en bijlage 4 op aanpassingen milieustraat.

Wijzigingen en effecten op kosten In 2025 betalen huishoudens gemiddeld € 327 aan afvalstoffenheffing. Dit tarief verschilt naar gelang de grootte van het huishouden. Een eenpersoons huishouden betaalt € 235,78 en een meerpersoons huishouden € 363,07.

14

Voor de meeste scenario’s dient rekening gehouden te worden met investeringskosten en extra structurele kosten. Tegenover de kosten staan in sommige scenario’s besparingen op verwerkingskosten en extra vergoedingen door betere afvalscheiding en een lager aanbod restafval. In andere scenario’s stijgen deze kosten juist. In alle scenario’s is het uitgangspunt dat uitvoering plaatsvindt binnen de bestaande capaciteit van de inzameldienst. Indien we de kapitaallasten van de investeringen (afschrijven in 15 jaar tegen 0,75% rente) en de extra of lagere structurele kosten afzetten tegen de besparingen op de verwerkingskosten (incl. meeropbrengsten en extra vergoedingen voor extra gescheiden afvalsoorten), kunnen we aangegeven wat de jaarlijkse besparingen of extra kosten zijn ten opzichte van de huidige kosten. Geen rekening is gehouden met een stijging van het verwerkingstarief voor restafval bij een nieuw contract, C02-heffing, verhoging afvalstoffenbelasting en doorbelasting kosten als gevolg van schrappen belasting die plastic producenten zouden moeten betalen. Naast de jaarlijkse meer- of minderkosten zijn bij de meeste scenario’s eenmalige kosten aan de orde. Dit zijn voor een groot deel mensuren voor communicatie en realisatie van de omschakeling.

Bij de invoering van omgekeerd inzamelen dient ook rekening gehouden te worden met locatie-onderzoeken en innemen restafvalcontainers. Dit laatste geldt ook voor de optie nascheiding. De 180 liter restafvalcontainer moet worden vervangen door een 240 liter maat in verband met benodigd extra volume voor de kunststoffen. Alle eenmalige kosten worden ten laste gebracht van de rekening/ begroting van het jaar voor de invoering en zijn derhalve niet opgenomen als jaarlijkse meer-/ minderkosten. Bijlage 5 toont de kostenberekeningen van de verschillende scenario’s.

5.1 Tariefdifferentiatie 

Dit is scenario 1.

De huidige wijze van afvalstoffenheffing in de gemeente Dongen, een tarief gekoppeld aan de grootte van het huishouden, doet geen recht aan het principe ‘de vervuiler betaalt’. Huishoudgrootte is niet per definitie een bepalende factor voor de hoeveelheid afval dat een huishouden produceert.

Kiezen voor een financiële prikkel/ tariefdifferentiatie (in welke vorm dan ook) betekent dat inwoners zelf een sturingsmechanisme in handen krijgen voor de hoogte van de afvalstoffenheffing. Een huishouden dat afval goed scheidt is goedkoper uit dan een huishouden dat z’n afval niet goed scheidt. Het aanbieden van GFT-afval is meestal gratis, ook al zien we in sommige gemeenten een kentering hierin vanwege stijgende afvalkosten.

De meest gebruikte vorm van tariefdifferentiatie (bewezen in 160 gemeenten) is een systeem waarbij huishoudens naast een vastrechtbedrag betalen voor elke keer dat men de restafvalcontainer laat legen dan wel een inworp van een zak doet in een ondergrondse container.

Bij diftar is een regeling nodig voor inwoners met medisch afval.

Extra inzet van communicatie, handhaving en capaciteit voor het opleggen van de afvalstoffenheffing is noodzakelijk.

De restafvalcontainers dienen voorzien te zijn van een identificatiechip. Dit is in Dongen reeds het geval.

Milieurendement Afhankelijk van het tarief per lediging/ inworp biedt 10 tot 20% van de huishoudens de restafvalcontainer niet meer aan. Een deel van deze huishoudens gebruikt andere afvoerkanalen, zoals met name meenemen naar het werk. Indien een groter percentage dan verwacht geen restafval meer aanbiedt zullen de inkomsten voor de gemeente via de afvalstoffenheffing ook lager uitvallen. De doelstelling van 100 kilogram restafval per inwoner wordt niet gehaald. 15

kg per inwoner

Huidig

Diftar

A. Gescheiden B. Restafval C. Totaal (A+B) Gescheiden (A/C)

481 kg 135 kg 616 kg 78%

500 kg 120 kg 620 kg 81%

Fijn restafval Grof restafval Restafval totaal

92 kg 43 kg

78 kg 44 kg

135 kg

122 kg

Verschil diftar t.o.v. huidig +19 kg -15 kg +4 kg +3% -14 kg +1 kg -13 kg

Tabel 4 Hoeveelheden bij diftar

Aantal inzamelronden Het aantal inzamelronden aan huis voor restafval (13), GFT-afval (26), papier (13) en PMD (52) blijft bij invoering van diftar gelijk. Totaal zijn dit 104 inzamelronden.

5.2 Omgekeerd inzamelen zonder en met diftar 

Dit zijn de scenario’s 2 en 3.

Bij omgekeerd inzamelen moeten alle huishoudens hun restafval wegbrengen naar een ondergrondse verzamelcontainer in de wijk. 67% van de huishoudens heeft nu nog een container aan huis.

De container voor fijn restafval die vrijkomt kan eventueel ingezet worden voor de inzameling van PMD. Hier is niet voor gekozen, omdat inzameling met de zak een zuiverdere PMD-fractie oplevert.

Omgekeerd inzamelen is mogelijk met en zonder diftar.

De maximale loopafstand naar een ondergrondse verzamelcontainer is 300 meter. Dit betekent dat naar verwachting 80 extra containers nodig zijn bovenop de reeds bestaande 112.

Bij diftar de overweging om te kiezen voor eventueel een kleine en grote inwerpopening in de ondergrondse verzamelcontainer. De kleine inwerpopening heeft dan een lager tarief. Zo hoeven huishoudens die weinig afval hebben (denk aan ouderen) niet te betalen voor een volume dat ze niet aanbieden. Voor deze optie is niet gekozen.

Bij diftar is een regeling nodig voor inwoners met medisch afval.

Extra inzet van communicatie, handhaving en bij diftar capaciteit voor het opleggen van de afvalstoffenheffing is noodzakelijk. Benodigde voorbereidingstijd minimaal 1,5 jaar in verband met onder andere locatiekeuzes in samenwerking met inwoners en aanschaf en plaatsing van extra ondergrondse verzamelcontainers.

Invoering van diftar heeft geen effect op de zuiverheid van het gescheiden ingezamelde PMD.

Kosten De jaarlijkse meerkosten bij diftar ten opzichte van de huidige kosten bedragen € 70.000 ofwel € 6 per huishouden. Het negatieve bedrag bij verwerkingskosten zijn minderkosten. euro's A. Kapitaallasten B. Extra structurele kosten C. Extra verwerkingskosten Totaal extra (A+B+C) Totaal extra per huishouden

Diftar €0 € 110.000 € -40.000 € 70.000 €6

Tabel 5 Jaarlijkse meerkosten bij diftar

Aan eenmalige kosten moet rekening worden gehouden met een bedrag van € 105.000 ofwel € 9 per huishouden. Dit is ook het risico van omgekeerd inzamelen met diftar, ontwijkgedrag in de vorm van meestal meenemen van het afval naar het werk. Indien een groter percentage dan verwacht geen restafval meer aanbiedt zullen de inkomsten voor de gemeente via de afvalstoffenheffing ook lager uitvallen.

Milieurendement Bij diftar in combinatie met omgekeerd inzamelen biedt, afhankelijk van het tarief, 15 tot 25% van de huishoudens nooit fijn restafval aan in de ondergrondse verzamelcontainer. Ook hier geldt dat indien een groter 16

percentage dan verwacht geen restafval meer aanbiedt de inkomsten voor de gemeente via de afvalstoffenheffing lager uitvallen. De doelstelling van 100 kilogram restafval per inwoner is alleen haalbaar met diftar. Omgekeerd Verschil t.o.v. inzamelen huidig zonder diftar 445 kg -36 kg 185 kg +50 kg 630 kg +14 kg 71% -7%

kg per inwoner

Huidig

A. Gescheiden B. Restafval C. Totaal (A+B) Gescheiden (A/C)

481 kg 135 kg 616 kg 78%

Fijn restafval Grof restafval Restafval totaal

92 kg 43 kg

148 kg 37 kg

135 kg

185 kg

+56 kg -6 kg +50 kg

Tabel 6 Hoeveelheden bij omgekeerd inzamelen zonder diftar

kg per inwoner

Huidig

A. Gescheiden B. Restafval C. Totaal (A+B) Gescheiden (A/C)

481 kg 135 kg 616 kg 78%

Omgekeerd inzamelen met diftar 510 kg 97 kg 607 kg 84%

Fijn restafval Grof restafval Restafval totaal

92 kg 43 kg

60 kg 37 kg

135 kg

97 kg

Verschil t.o.v. huidig

Omgekeerd inzamelen euro's A. Kapitaallasten B. Extra structurele kosten C. Extra verwerkingskosten Totaal extra (A+B+C) Totaal extra per huishouden

zonder diftar € 95.000 € 150.000 € 110.000 € 355.000 € 30

met diftar € 95.000 € 190.000 € -120.000 € 165.000 € 14

Tabel 8 Jaarlijkse meerkosten bij omgekeerd inzamelen

Aan eenmalige kosten moet in beide varianten rekening worden gehouden met een bedrag van € 355.000 ofwel € 30 per huishouden

Aantal inzamelronden Bij invoering van omgekeerd inzamelen komen de inzamelronden aan huis voor restafval te vervallen. Het totaal aantal inzamelronden komt daarmee op 91: GFT-afval (26), papier (13) en PMD (52).

5.3 Nascheiding zonder en met diftar

+29 kg -38 kg -9 kg +6%

Dit zijn de scenario’s 4 en 5.

PMD wordt niet meer gescheiden ingezameld. Inwoners mogen dit meegeven met het fijn restafval. In een nascheidingsinstallatie wordt het PMD uit het afval gehaald.

-32 kg -6 kg -38 kg

Omdat het aanbod fijn restafval fors toeneemt in volume is een 240 liter container nodig die om de twee weken wordt geleegd.

Nascheiding wordt vooral toegepast in grote steden die slecht scoren met gescheiden inzameling van PMD.

Nascheiding is binnen het huidige verwerkingscontract voor fijn restafval niet mogelijk.

De doelstelling die betrekking heeft op de zuiverheid van het PMD is bij nascheiding niet aan de orde.

Tabel 7 Hoeveelheden bij omgekeerd inzamelen met diftar

Het inzamelsysteem voor PMD (de zak) blijft in beide scenario’s in gebruik. De zuiverheid van het ingezamelde PMD blijft gelijk.

Kosten Bij omgekeerd inzamelen bedragen de jaarlijkse meerkosten in de variant zonder diftar € 355.000 (€ 30 per huishouden) en in de variant met diftar € 165.000 (€ 14 per huishouden). Het negatieve bedrag bij verwerkingskosten zijn minderkosten.

17

Nascheiding staat op gespannen voet met diftar. Bij nascheiding hebben inwoners niet langer de gelegenheid om zo weinig mogelijk restafval aan te bieden (de fractie PMD zit er per definitie in) en daarmee zo goedkoop mogelijk uit te zijn. De sturingsmogelijkheid van een financiële prikkel wordt verstoord.

Bij diftar is een regeling nodig voor inwoners met medisch afval.

Extra inzet van communicatie, handhaving en bij diftar capaciteit voor het opleggen van de afvalstoffenheffing is noodzakelijk.

De restafvalcontainers dienen voorzien te zijn van een identificatiechip. Dit is in Dongen reeds het geval.

Nascheiding Verschil t.o.v. met diftar huidig

kg per inwoner

Huidig

A. Gescheiden B. Restafval C. Totaal (A+B) Gescheiden (A/C)

481 kg 135 kg 616 kg 78%

465 kg 170 kg 635 kg 73%

-16 kg +35 kg +19 kg -5%

Fijn restafval Grof restafval Restafval totaal

92 kg 43 kg

127 kg 43 kg

135 kg

170 kg

+35 kg 0 kg +35 kg

Tabel 10 Hoeveelheden bij nascheiding met diftar

Milieurendement Nascheiding heeft een negatieve invloed op het scheidingsgedrag in algemene zin. De doelstelling van 100 kilogram restafval per inwoner wordt in geen van beide scenario’s gehaald. Nascheiding Verschil t.o.v. zonder diftar huidig

kg per inwoner

Huidig

A. Gescheiden B. Restafval C. Totaal (A+B) Gescheiden (A/C)

481 kg 135 kg 616 kg 78%

445 kg 190 kg 635 kg 70%

-36 kg +55 kg +19 kg -8%

Fijn restafval Grof restafval Restafval totaal

92 kg 43 kg

147 kg 43 kg

135 kg

190 kg

+55 kg 0 kg +55 kg

Tabel 9 Hoeveelheden bij nascheiding zonder diftar

Bij nascheiding is de zuiverheid van PMD niet meer aan de orde.

Kosten Bij nascheiding bedragen de jaarlijkse meerkosten in de variant zonder diftar € 425.000 (€ 36 per huishouden) en in de variant nascheiding met diftar € 420.000 (€ 35 per huishouden). Nascheiding euro's A. Kapitaallasten B. Extra structurele kosten C. Extra verwerkingskosten Totaal extra (A+B+C) Totaal extra per huishouden

zonder diftar € 20.000 € 45.000 € 360.000 € 425.000 € 36

met diftar € 20.000 € 100.000 € 300.000 € 420.000 € 35

Tabel 11 Jaarlijkse meerkosten bij nascheiding

Aan eenmalige kosten moet in beide varianten rekening worden gehouden met een bedrag van € 150.000 ofwel € 13 per huishouden.

Aantal inzamelronden Bij invoering van nascheiding komen de inzamelronden aan huis voor PMD te vervallen. Het aantal inzamelronden voor restafval verdubbelt. Het totaal aantal inzamelronden komt daarmee op 65: restafval (26) GFT-afval (26) en papier (13). 18

Beperken van het aantal bezoeken op de milieustraat heeft geen effect op de zuiverheid van het gescheiden ingezamelde PMD.

5.4 Aanpassingen milieustraat 

Dit is scenario 6.

Het aantal bezoeken aan de milieustraat wordt beperkt tot maximaal 12. Dit is realistisch gegeven het feit dat meer dan 90% van alle huishoudens nooit of maximaal 12 keer per jaar de milieustraat bezoekt.

Na 12 bezoeken wordt bij elk volgend bezoek het maximale tarief voor ongesorteerd afval (€ 40) gerekend.

Het doel van het limiteren van het aantal bezoeken per jaar is onder andere het terugdringen van afval van zzp’ers en bedrijven aan huis.

Initiëren onderzoek naar de haalbaarheid van een circulair ambachtscentrum. Effecten van een dergelijk centrum op milieurendement en kosten zijn pas te geven na uitvoering van het haalbaarheidsonderzoek.

Milieurendement Met het beperken van het aantal bezoeken zal het aanbod grof restafval, puin en hout dalen. Een deel komt terecht in de restafvalcontainer en een deel zal z’n weg vinden naar andere partijen. Als gevolg hiervan daalt zowel de hoeveelheid restafval als ook het gescheiden deel en het totale afvalaanbod.

kg per inwoner

Huidig

Beperken bezoeken

Verschil t.o.v. huidig

A. Gescheiden B. Restafval C. Totaal (A+B) Gescheiden (A/C)

481 kg 135 kg 616 kg 78%

475 kg 130 kg 605 kg 79%

-6 kg -5 kg -11 kg +1%

Fijn restafval Grof restafval Restafval totaal

92 kg 43 kg

95 kg 35 kg

135 kg

130 kg

+3 kg -8 kg -5 kg

Kosten De jaarlijkse minderkosten ten opzichte van de huidige kosten bedragen € 35.000 ofwel € 3 per huishouden. Het negatieve bedrag bij verwerkingskosten zijn minderkosten. euro's A. Kapitaallasten B. Extra structurele kosten C. Extra verwerkingskosten Totaal extra (A+B+C) Totaal extra per huishouden

Beperken bezoeken €0 €0 € -35.000 € -35.000 € -3

Tabel 13 Jaarlijkse minderkosten bij beperken bezoeken

Aan eenmalige kosten moet rekening worden gehouden met een bedrag van € 15.000 ofwel € 1 per huishouden.

Aantal inzamelronden Het aantal inzamelronden aan huis voor restafval (13), GFT-afval (26), papier (13) en PMD (52) blijft bij het beperken van het aantal bezoeken op de milieustraat gelijk. Totaal 104 inzamelronden.

Tabel 12 Hoeveelheden bij beperken bezoeken 19

6. Communicatie In alle scenario’s zijn in meer of mindere mate financiële middelen opgenomen voor communicatie. De vraag is hoe in algemene zin invulling kan worden gegeven aan communicatie, met name over de verspilling van voedsel. Uit sorteeranalyses blijkt dat nog steeds zeer veel voedsel terechtkomt in de restafvalcontainer. Voedselverspilling is een belangrijk issue in de communicatie. In Nederland gooien we jaarlijks voor enkele miljarden euro’s aan voedsel weg. De gemiddelde consument gooit jaarlijks 34 kilogram voedsel weg. Dat voedsel komt voor het grootste deel terecht in de restafvalcontainer, zo blijkt ook uit sorteeranalyses. In hoeverre de communicatie die de gemeente Dongen de afgelopen jaren heeft ingezet heeft bijgedragen aan meer en beter gebruik van de inzamelvoorzieningen en vermindering van de hoeveelheid restafval is niet meetbaar. Wat behoeft aandacht bij communicatie over preventie, afvalscheiding en voedselverspilling. 

Het doen en laten van inwoners geeft de doorslag in de route om te komen tot minder restafval en meer gescheiden inzameling, hergebruik en recycling. De gemeente enthousiasmeert en motiveert inwoners om mee te gaan in het verhaal. Doel is dat inwoners zich nog meer bewust worden van het belang van preventie en een betere afvalscheiding. De gemeente vraagt hen het afval op de juiste manier te scheiden en op de juiste plek aan te bieden.

Bij het vergroten van kennis en het bieden van service zijn inwoners bereid extra stappen te zetten. Met het geven van feedback op hun inspanningen wordt dit effect versterkt. Uiteindelijk maken de inwoners het verschil. Wanneer het optimaal scheiden van afval voor inwoners persoonlijk van belang is werkt dit stimulerend.

Er zijn echter ook inwoners die de gemeente niet bereikt met de bestaande communicatie. Om te weten hoe de gemeente alle inwoners het beste kan bereiken met haar boodschap wordt gestart met een gedragsonderzoek. De uitkomsten van het gedragsonderzoek bepalen hoe de gemeente de communicatie insteekt.

Op basis van een op te stellen strategisch communicatieplan start de gemeente communicatie-acties gericht op preventie, afvalscheiding en voedselverspilling.

Aan de hand van de inzamelresultaten en analyses van wat er nog aan herbruikbare dan wel recyclebare grondstoffen in het fijn restafval zit monitort en evalueert de gemeente de effecten.

Doelgroep van de communicatie zijn alle inwoners, met speciale aandacht voor laaggeletterden en anderstaligen. De content bestaat uit een combinatie van informeren en nudging (inwoners worden op een positieve manier gestimuleerd om zich op een bepaalde wijze te gedragen). Continue herhaling van de boodschappen is noodzakelijk.

Er zijn altijd groepen inwoners die persoonlijke aandacht behoeven. Ook is het nodig om inwoners die bewust of onbewust regels niet naleven hierop aan te spreken nog voordat handhaving hierop wordt ingezet. Voor het uitvoeren van deze taken wordt een afvalcoach ingezet. De afvalcoach fungeert als een fysiek aanspreekpunt in de wijk om inwoners actief te informeren over het juist aanbieden van afval en voorlichting te geven over gebruik containers en afvalscheiding. De gemeente start een pilot waarbij een afvalcoach wordt ingezet voor een periode van twee jaar. Via monitoring worden de effecten van de inzet van een afvalcoach gemeten. Aandachtspunten zijn scheidingsresultaten, overlast en acceptatie en begrip van het afvalbeleid binnen de gemeente.

Effect op milieurendement en kosten Het milieurendement van deze maatregel is moeilijk te voorspellen en wordt mede bepaald door de wijze van communicatie. Voor de inzet van een afvalcoach kan worden uitgegaan van 0,5 fte voor een periode van twee jaar. De benodigde inzet vanuit communicatie is structureel 0,2 fte. Voor communicatiekosten bovenop de kosten voor communicatie in de verschillende scenario’s is jaarlijks een budget van € 4 per huishouden geraamd. De kosten voor het gedragsonderzoek zijn afhankelijk van de gedetailleerd van het onderzoek. Dit is nader uit te werken. 20

van omgekeerd inzamelen met diftar, ontwijkgedrag in de vorm van meestal meenemen van het afval naar het werk. Indien een groter percentage dan verwacht geen restafval meer aanbiedt zullen de inkomsten voor de gemeente via de afvalstoffenheffing ook lager uitvallen. De vraag is of dat opweegt tegen de lagere verwerkingskosten als gevolg van een verminderd aanbod.

7. Conclusies 

In alle scenario’s met bronscheiding blijft inzameling van PMD plaatsvinden met de zak. De keuze voor een van de bronscheidingscenario’s heeft geen effect op de zuiverheid van het ingezamelde PMD. Bij de scenario’s met nascheiding wordt PMD machinaal uit het restafval gehaald. Zuiverheid van het ingezamelde PMD is hier niet aan de orde. In de scenario’s omgekeerd inzamelen zonder diftar en nascheiding zonder en met diftar neemt de hoeveelheid restafval toe (tussen de 35 en 60 kilogram per inwoner). Het zijn ook scenario’s met de hoogste extra jaarlijkse kosten. Bovendien dient bij omgekeerd inzamelen zonder diftar ook nog rekening gehouden te worden met hoge eenmalige kosten. Dit geldt ook voor de scenario’s nascheiding zonder en met diftar, maar in mindere mate. Bovendien is het scenario nascheiding niet mogelijk binnen het bestaande verwerkingscontract voor fijn restafval. Deze drie scenario’s zijn dan ook op voorhand, gelet op de toename van het aanbod restafval, de meerkosten en de contractuele verplichtingen, geen reële opties voor Dongen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15948292/1