RIB 24-93 Bijl-1 Uitvoerings- en Handhavingsstrategie fysieke leefomgeving gemeente Dongen 2025-2028
Tekst van het document
Er is hierbij onderscheid tussen basistaken, verzoektaken en collectieve taken: • De basistaken zijn de taken die in het wettelijke “basistakenpakket” vallen en verplicht door de OMWB moeten worden uitgevoerd; • De verzoektaken kunnen vergelijkbaar zijn met de basistaken, maar deze vallen niet onder het “basistakenpakket. Het kunnen ook taken zijn op gebied van de fysieke leefomgeving, zoals het op dit gebied uitvoeren van onderzoeken of het geven van adviezen; • De collectieve taken zijn de taken die op verzoek van de deelnemers aan de “Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant” (hierna: GR) voor het collectief worden uitgevoerd. Het zijn taken waarbij er voordeel voortvloeit uit of een noodzaak is voor een gezamenlijke aanpak. Het gaat hierbij onder andere om de regionale Milieu Klachten Centrale (hierna: MKC) met 24-uursbereikbaarheid/consignatieregeling, en ketenhandhaving zoals Samen Sterk in Brabant (hierna: SSiB) voor toezicht in het buitengebied. Met de OMWB zijn werkafspraken gemaakt die zijn vastgelegd in de notitie “Opdrachtgeverschap en opdrachtnemerschap” (vastgesteld op 21 november 2019). De hierin gemaakte afspraken gaan over de wijze waarop op organisatieniveau met elkaar wordt samengewerkt en de programmering van de OMWB.
Een uitwerking van de voornoemde notitie is vastgelegd in het document “Handreiking accountmanagement en opdrachtgevers”. Hierin worden de rollen en taken van de coördinator omgevingsdienst (aanwezig bij de deelnemers aan de GR) en de accountmanagers (aanwezig bij de OMWB) beschreven. Op basis hiervan wordt met de OMWB het uitvoeringsprogramma voor het komende jaar opgesteld. 41
De voortgang van de werkzaamheden in het uitvoeringsprogramma van de OMWB, is online via het automatiseringsprogramma Power BI te volgen. Iedere maand wordt van de voortgang ook een overzicht door de OMWB verzonden. In het kader van (inhoudelijke) afstemming van de uitvoering van de werkzaamheden, wordt actief informatie uitgewisseld tussen de OMWB-medewerkers en gemeentelijke vakafdeling(en). De OMWB is door de gemeente Dongen gemandateerd om de basistaken uit te voeren, informatie uit te wisselen en af te stemmen met andere met toezicht en handhaving belaste bestuursorganen. 6.6.2 Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant (VRMWB) De VRMWB voert voor de regio Midden- en West-Brabant taken uit op het gebied van onder andere brandveiligheid. Het gaat hierbij om wettelijk verplichte taken en gemeentelijke taken die collectief aan de VRMWB zijn opgedragen. Bij de collectieve taken gaat het om taken waarbij het voor de veiligheidsregio efficiënter is, om deze regionaal op te pakken in plaats van voor iedere gemeente afzonderlijk. In het kader van vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn de taken van de VRMWB onder andere: • Advisering bij aanvragen voor een omgevingsvergunning en/of meldingen met betrekking tot brandveiligheidsaspecten; • Advisering bij vergunningverlening voor evenementen en controle op brandveilig gebruik van deze tijdelijke inrichtingen.
Er wordt waar nodig en mogelijk integraal met de VMWB gecontroleerd. Met deze organisatie wordt bij de uitvoering van VTH-taken niet gewerkt op basis van een uitvoeringsprogramma. Dit wordt veroorzaakt doordat de VRMWB geen basistakenpakket heeft, waarin is bepaald dat bepaalde VTH-werkzaamheden door deze organisatie moeten worden uitgevoerd. 6.6.3 Politie Het VTH-uitvoeringsprogramma wordt jaarlijks in concept aan de politie verzonden. Daarnaast wordt aan de politie input gevraagd bij het opstellen van bepaalde beleidsstukken of verordeningen. Denk hierbij aan het evenementen- en horecabeleidsplan. Ook worden bestuurlijke besluiten aan de politie verstrekt als het gaat om voor de politie relevante onderwerpen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan besluiten met betrekking tot het toepassen van het Damocles- of Bibob-beleid. Als problemen worden verwacht bij controles, evenementen en dergelijke speelt de politie vaak een ondersteunende rol. 6.6.4 Openbaar Ministerie (OM) De U&H-strategie wordt aan het OM toegezonden, met het verzoek om input en waar mogelijk het bereiken van afstemming. Deze afstemming is onder andere gericht op het verkrijgen van overeenstemming op het gebied van de te hanteren prioritering. Dit is noodzakelijk omdat het OM ook risicogestuurd werkt.
In de praktijk blijkt dat het op elkaar afstemmen van prioriteiten bij overtredingen op het gebied van de VTH-taken vaak lastig is. Dit wordt veroorzaakt doordat de hoogte van de prioriteiten bij overtredingen op dit gebied, van het OM en de gemeente in veel gevallen niet met elkaar overeenkomen. Bij de gemeente betreft het vaak relatief lichte overtredingen die door een individu eenmalig worden begaan, terwijl het OM zich voornamelijk richt op de georganiseerde criminaliteit. Het mag duidelijk zijn dat hierdoor strafrechtelijk optreden, in gevallen waarin de gemeente dit gewenst vindt, daardoor soms niet tot de mogelijkheden behoort. Bespreking van specifieke handhavingszaken en de afstemming tussen politie, OM en de gemeente vindt bilateraal plaats. Bestuurlijk vindt periodiek afstemming plaats tussen politie, openbaar ministerie en de gemeente (burgemeester) in het driehoeksoverleg. 6.6.5 Regionaal Informatie- en Expertise Centrum (RIEC) Het RIEC ondersteunt gemeenten bij de bestuurlijke aanpak van de georganiseerde criminaliteit. Dit wordt gedaan door ondersteuning bij bijvoorbeeld aanvragen voor een vergunning, die door de gemeente in het kader van de Wet 42
bibob moeten worden getoetst. Denk hierbij aan aanvragen in het kader van de Alcoholwet en aanvragen voor exploitatievergunningen. Binnen het RIEC werken gemeenten samen met de politie, het OM, de douane, de Koninklijke Marechaussee, de Belastingdienst, opsporingsdiensten en de Provincie Noord-Brabant. 6.6.6 Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) Hiermee wordt samengewerkt als het gaat om mogelijke overtredingen, bij de verstrekking van etenswaren/dranken in de horeca of bij evenementen. 6.6.7 Dierenbescherming Tijdens controles kan de toezichthouder dieren tegenkomen waarvan het welzijn in het geding is. In deze situatie wordt een beroep op de dierenbescherming gedaan om hieromtrent een nader onderzoek uit te voeren. 6.6.8 De Nederlandse arbeidsinspectie (inspectie SZW) De Inspectie SZW is belast met de zorg voor een gezond en veilig werkklimaat van werknemers. Het kan voorkomen dat door de gemeente wordt geconstateerd dat dit mogelijk in geding is. Hierbij kan worden gedacht aan het onjuist verwijderen van asbest of het onveilig verrichten van bouwwerkzaamheden. Op dergelijke moment wordt door de gemeente de inspectie SZW ingelicht. 6.6.9 Waterschappen Met de waterschappen wordt samengewerkt als er VTH-activiteiten plaatsvinden in het beheersgebied van het waterschap.
Denk hierbij aan bouwwerkzaamheden maar ook als er tijdens een controle wordt geconstateerd, dat een verontreiniging van het oppervlaktewater aanwezig is. 6.6.10 Belastingdienst De belastingdienst is een samenwerkingspartner als er kans is op overtredingen van de belastingwetgeving. Hierbij kan worden gedacht aan de aanwezigheid van de Belastingdienst, bij de uitvoering van controles in het kader van de huisvesting van arbeidsmigranten. 6.6.11 Andere gemeenten De gemeente Dongen werkt in het district Hart van Brabant, samen met de gemeenten Gilze en Rijen, Goirle, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg en Waalwijk, sinds 1 oktober 2023 samen in een Bestuurlijk Interventieteam (BIT). Op deze wijze worden de krachten gebundeld om ondermijnende criminaliteit tegen te gaan. Tevens wordt hierdoor het zogenaamde “waterbedeffect” voorkomen.
43
7 Monitoring, evaluatie en rapportage 7.1 Monitoringsindicatoren Monitoring dient twee doelen. Allereerst kan op basis van monitoring achterhaald worden of de geformuleerde doelstellingen behaald zijn. Dit is belangrijk voor de verantwoording en effectiviteit van het beleid. Op de tweede plaats dient monitoring het doel om gegevens te generen die belangrijk zijn voor het eventuele bijstellen van prioriteiten en de inzet van capaciteit. Om die reden worden in de U&H-strategie en in het uitvoeringsprogramma indicatoren opgenomen, die het mogelijk maken te meten of een doelstelling wordt gehaald. Daarnaast wordt aan de hand van data uit het zaaksysteem (aantallen) gemonitord of de inschattingen die zijn gedaan over de hoeveelheid aanvragen, vergunningen, overtredingen en handhavingsdossiers accuraat zijn. In de navolgende tabel zijn vergunningverlening, toezicht en handhaving, de bij deze taakvelden te hanteren indicatoren opgenomen. Onderdeel
Subdoel
Indicatoren
Vergunningverlening
100% van de aanvragen omgevingsvergunningen wordt volgens de juiste diepgang beoordeeld. Aanvragen voor een omgevingsvergunning voor publiek toegankelijke gebouwen en kamergewijze verhuur worden altijd volledig getoetst op brandveiligheidsaspecten. Op minimaal 95% van de aanvragen voor een (omgevings)vergunning waar de reguliere procedure van toepassing is, wordt binnen 8 weken na de ontvangst hiervan beslist.
Aantal aanvragen naar prioriteit Wijze van toetsing per aanvraag
In minimaal 90% van de gevallen wordt het toezicht op de verleende (omgevings)vergunningen, volgens de in de uitvoerings- en handhavingsstrategie opgenomen prioritering uitgevoerd, waarbij iedere locatie waarvoor een omgevingsvergunning is verleend tenminste éénmaal wordt bezocht. 100% van de gebouwen waarvoor een meldingsplicht brandveilig gebruik geldt, wordt jaarlijks gecontroleerd op de naleving van de brandveiligheidsvoorschriften. Minimaal 80% van de rijksmonumenten wordt één keer per 2 jaar gecontroleerd op de instandhouding van de monumentale
Aantal verleende omgevingsvergunningen Aantal uitgevoerde omgevingsvergunningen per categorie Aantal controlebezoeken per vergunning Diepgang van het toezicht per vergunning/categorie Aantal meldingsplichtige gebouwen Aantal uitgevoerde controles
Toezicht
44
Aantal aanvragen (publieksfunctie) Wijze van toetsing van brandveiligheidsaspecten (diepgang). Aantal aanvragen Behandelduur per aanvraag
Aantal rijksmonumenten Toezichtsfrequentie Aantal controles per jaar
waarden en zonder vergunning uitgevoerde wijzigingen. Minimaal 70% van de bekende locaties voor huisvesting van arbeidsmigranten, wordt jaarlijks gecontroleerd op brandveiligheid en leefbaarheid. Bij minimaal 90% van de meldingen van Illegale bewoning in het buitengebied vindt toezicht plaats. In minimaal 90% van de gevallen krijgt de melder van een (mogelijke) overtreding van de wet- en regelgeving, binnen zeven dagen na ontvangst bericht of de melding kan worden opgepakt. Handhaving
Bij 100% van de overtredingen van de voorschriften brandveilig gebruik wordt handhavend opgetreden. Bij 100% van de geconstateerde overtredingen van de instandhoudingsplicht en/of het verbod tot wijziging van een rijksmonument wordt handhavend opgetreden. In 100% van de geconstateerde overtredingen op het gebied van brandveiligheid bij huisvestingslocaties van arbeidsmigranten wordt handhavend opgetreden. Minimaal 90% van het aantal geconstateerde situaties van illegale bewoning wordt opgevolgd met een handhavingstraject In 90% van de gevallen zijn de besluiten met betrekking tot handhavingsprocedures voldoende draagkrachtig en juridisch houdbaar in geval van een bezwaar/beroepsprocedure.
Aantal (bekende) huisvestinglocaties Aantal controles (per adres)
Aantal meldingen van illegale bewoning Aantal uitgevoerde controles Aantal meldingen Aantal verstuurde berichten.
Aantal geconstateerde overtredingen Aantal gestarte handhavingsprocedures. Aantal geconstateerde overtredingen Aantal gestarte handhavingsprocedures Aantal geconstateerde overtredingen Aantal gestarte handhavingsprocedures Aantal geconstateerde situaties van illegale bewoning Aantal gestarte handhavingsprocedures Aantal handhavingsbesluiten waartegen bezwaar en/of beroep is ingesteld Aantal ongegronde bezwaren/beroepen Aantal benodigde aanvullingen van de motivering naar aanleiding van bezwaar.
7.2 Tussentijdse verantwoordingsrapportages Per kwartaal wordt door middel van een tussentijdse verantwoordingsrapportage verantwoording afgelegd. In deze rapportage wordt ingegaan op de monitoringsresultaten van de indicatoren aan de hand van een vast format. Tussentijdse rapportage biedt de mogelijk om bij te sturen daar waar nodig als doelstellingen niet worden gehaald.
45
7.3 Evaluatie en rapportage Evaluatie is nodig om te kunnen beoordelen of het gevoerde beleid effectief is en of daarmee de gestelde doelen kunnen worden bereikt. 7.3.1 Jaarlijkse evaluatie Er wordt met indicatoren geborgd dat de juiste informatie op tafel komt, zodat waar nodig bijgesteld kan worden. Dit zal gebeuren bij de jaarlijkse evaluatie van het uitvoeringsprogramma in het jaarverslag. De evaluatie verzorgt de sluiting van de BIG-8 en ook de opening voor het opnieuw doorlopen van de cyclus. In het jaarverslag staat op welke wijze de voorgenomen activiteiten zijn uitgevoerd. Daarnaast is aangeven in hoeverre zij hebben bijgedragen aan de vastgelegde doelstellingen. De evaluatie maakt inzichtelijk welke bijdrage het gevoerde beleid heeft gehad ten aanzien van de gestelde doelen en geeft inzicht in het naleefgedrag. Deze gegevens kunnen aanleiding geven om de risicoanalyse aan te passen en/of doelen bij te stellen. De evaluatie vormt daarnaast een belangrijke basis voor het opstellen van het uitvoeringsprogramma voor het volgende jaar. 7.3.2 Evaluatie U&H-strategie De U&H-strategie wordt — als daar tussentijds geen aanleiding voor is — eens in de vier jaar geëvalueerd. Voor het VTH-beleid geldt dat de evaluatie in het laatste jaar van de tijdshorizon van het beleidskader plaatsvindt.
De uitkomsten van de evaluatie worden meegenomen in het opstellen van het nieuwe beleidskader. De beleidsevaluatie gaat in ieder geval in op: • • •
De mate waarin de beleidsdoelen zijn bereikt; De uitvoering van de voorgenomen activiteiten in verhouding tot de gestelde prioriteiten De uitvoering van afspraken.
De uitkomsten van de beleidsevaluatie geven eventueel aanleiding om de risicoanalyse en daarmee de strategie voor de volgende periode bij te stellen.
46
8. Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12 Bijlage 13
Risicomatrices en prioriteiten Toelichting risicoanalyse Toelichting risicoscores Werkwijze behandeling aanvraag voor een omgevingsvergunning Werkwijze behandeling aanvraag voor een APV-vergunning Werkwijze behandelen aanvraag voor een Alcoholwetvergunning Werkwijze bezwaar en beroep Werkwijze toezicht en handhaving Omgevingswet Werkwijze toezicht Wet kwaliteitsborging Werkwijze toezicht brandveilig gebruik Werkwijze melding strijdigheid regelgeving Leidraad handhavingsacties en begunstigingstermijnen Categorieën van gevallen van verplichte participatie
47
Bijlage 1.
Risicomatrices en Prioriteitenoverzicht
1. Bijzondere onderwerpen Financieel/ economisch
Overtreding:
Veiligheid
Gezondheid
Leefbaarheid
Duurzaamheid
Ondermijning
4
2
3
2
4
Wet goed verhuurderschap en Wet betaalbare huur
3
3
3
3
3
Bestuurlijk imago
Gemiddeld effect
Kans overtreding
5
3,3
2
3
3,0
1
Risicoklasse uitkomst risicoanalyse
Toegekende risicoklasse
6,6
Hoog
Hoog
3,0
Gemiddeld
Gemiddeld
Risicoklasse uitkomst risicoanalyse
Toegekende risicoklasse
Risicoscore
2. Overtredingen m.b.t. gebruiken van bouwwerken in het kader van "brandveilig gebruik" Overtreding: Woonfunctie -voor zorg; -voor kamergewijze verhuur. Kantoorfunctie Gezondheidszorgfunctie Bijeenkomstfunctie Onderwijsfunctie Logiesfunctie Sportfunctie Winkelfunctie Industriefunctie Overige gebruiksfunctie Bouwwerken geen gebouw zijnde
Financieel/ economisch
Gemiddeld effect
Kans overtreding
5
3,7
2
7,4
Hoog
Hoog
3
4
3,3
2
6,6
Hoog
Hoog
1
2
1,5
1
1,5
Laag
Laag
Veiligheid
Gezondheid
Leefbaarheid
Duurzaamheid
5
4
3
2
3
5
3
3
2
2
2
1
1
48
Bestuurlijk imago
Risicoscore
3.Overtredingen m.b.t. gemeentelijke en rijksmonumenten Overtreding: Het afbreken, verstoren, gebruiken of wijzigen van een beschermd monument (inclusief monumentale bomen) Het verstoren van de bodem van een archeologisch monument Het verstoren van de bodem met een hoge archeologische verwachtingswaarde
Financieel/ economisch
Gemiddeld effect
Kans overtreding
5
2,5
2
1
3
1,7
1
2
1,0
Veiligheid
Gezondheid
Leefbaarheid
Duurzaamheid
2
0
5
2
1
0
0
2
4
0
0
1
2
Bestuurlijk imago
Risicoklasse uitkomst risicoanalyse
Toegekende risicoklasse
5,0
Hoog
Hoog
1
1,7
Laag
Laag
1
1,0
Laag
Laag
Risicoklasse uitkomst risicoanalyse
Toegekende risicoklasse
Risicoscore
4. Overtredingen m.b.t. gebruik van bouwwerken en terreinen op grond van het Omgevingsplan Overtreding: Illegale bewoning/woningsplitsing in de bebouwde kom/kern Het in strijd met de functie gebruiken voor wonen door arbeidsmigranten Illegale bewoning/woningsplitsing in het buitengebied Overige strijdigheden met het omgevingsplan op bedrijventerreinen Overige strijdigheden met het omgevingsplan in bebouwde kom (m.u.v. bedrijventerreinen) Overige strijdigheden met het omgevingsplan in het buitengebied Afloop tijdelijke situatie (onder andere mantelzorg, flexwoning)
Financieel/ economisch
Gemiddeld effect
Kans overtreding
3
3,6
2
7,2
Hoog
Gemiddeld
1
3
2,8
2
5,6
Hoog
Gemiddeld
1
1
3
2,3
2
4,6
Hoog
Hoog
4
4
1
3
3,3
1
3,3
Hoog
Gemiddeld
4
4
4
1
3
3,3
1
3,3
Hoog
Laag
4
4
4
4
1
3
3,3
1
3,3
Hoog
Gemiddeld
2
2
2
2
2
4
2,3
1
2,3
Gemiddeld
Gemiddeld
Veiligheid
Gezondheid
Leefbaarheid
Duurzaamheid
4
4
4
3
4
4
4
4
1
3
3
3
4
4
4
49
Bestuurlijk imago
Risicoscore
5. Overtredingen m.b.t. verrichten van activiteiten zonder een omgevingsvergunning Overtreding t.g.v.: Het (ver)bouwen van een: Woonfunctie (woongebouw), Gezondheidszorgfunctie, Bijeenkomstfunctie, Onderwijsfunctie Het (ver)bouwen van een: Woonfunctie (overig), Kantoorfunctie, Logiesfunctie, Sportfunctie, Winkelfunctie, Industriefunctie Het (ver)bouwen van een: overige gebruiksfunctie of bouwwerk geen gebouw zijnde Een bouwwerk, open erf of niet openbaar gebied in een staat brengen waardoor overlast wordt veroorzaakt Welstandsexcessen Het vellen/kappen van houtopstanden Het opslaan van goederen op de openbare weg Het uitvoeren van werken of werkzaamheden Het maken van een uitweg
Financieel/ economisch
Gemiddeld effect
Kans overtreding
Risicoklasse uitkomst risicoanalyse
Toegekende risicoklasse
5
5,0
1
5,0
Hoog
Gemiddeld
4
4
4,5
1
4,3
Hoog
Gemiddeld
2
3
2
3,6
1
2,7
Gemiddeld
Laag
3
2
0
2
1,5
1
1,5
Laag
Laag
0
3
2
1
2
1,3
1
1,3
Laag
Laag
2
0
2
3
0
1
1,1
1
1,3
Laag
Laag
2
0
2
0
2
1
1,1
1
1,1
Laag
Laag
0
0
3
3
0
1
1,1
1
1,1
Laag
Laag
0
0
0
0
1
1
0,3
1
0,3
Laag
Laag
Veiligheid
Gezondheid
Leefbaarheid
Duurzaamheid
5
5
5
5
5
4
5
5
4
3
3
3
1
1
0
50
Bestuurlijk imago
Risicoscore
6. Overtredingen m.b.t. uitvoering van bouwwerkzaamheden in het kader van Wet kwaliteitsborging Overtreding: Ingebruikname zonder (volledige) gereedmelding met eerdere strijdigheden Strijdigheid Bbl met hoge risico's (*) Bouwen zonder bouwmelding of kwaliteitsborger (constatering tijdens de uitvoering) Ingebruikname zonder (volledige) gereedmelding zonder eerdere strijdigheden Strijdigheid Bbl zonder hoge risico's (*)
Financieel/ economisch
Gemiddeld effect
Kans overtreding
4
4,6
1
1
4
3,6
3
3
3
2
3
3
2
3
3
Veiligheid
Gezondheid
Leefbaarheid
Duurzaamheid
5
5
5
5
4
5
5
4
3
4
4
3
3
3
2
2
Bestuurlijk imago
Risicoklasse uitkomst risicoanalyse
Toegekende risicoklasse
4,6
Hoog
Gemiddeld
2
7,2
Hoog
Hoog
3,3
1
3,3
Hoog
Gemiddeld
2
2,7
1
2,7
Gemiddeld
Gemiddeld
2
2,3
1
2,3
Gemiddeld
Laag
Risicoscore
(*) Afdeling veiligheid (uitgezonderd 4.2.16), gezondheid (uitgezonderd 4.3.7, 4.3.9 en 4.3.10), 4.6 en bouwwerk installaties 4.5.7 t/ 4.7.9
7. Overtredingen m.b.t. bouwen in afwijking van de verleende omgevingsvergunning of bestaande bouw Overtreding:
Financieel/ economisch
Gemiddeld effect
Kans overtreding
3
4,2
1
2
3
2,8
2
2
2
2
0
2
Veiligheid
Gezondheid
Leefbaarheid
Duurzaamheid
5
5
4
4
4
4
3
2
3
Het (ver)bouwen van een: overige gebruiksfunctie, bouwwerk, geen gebouw zijnde
2
2
1
Overige overtredingen (o.a. landschappelijke inpassing, herplantplicht)
0
1
2
Het (ver)bouwen van een: Woonfunctie (woongebouw), Gezondheidszorgfunctie, Bijeenkomstfunctie, Onderwijsfunctie Het (ver)bouwen van een: Woonfunctie (overig), Kantoorfunctie, Logiesfunctie, Sportfunctie, Winkelfunctie, Industriefunctie
51
Bestuurlijk imago
Risicoklasse uitkomst risicoanalyse
Toegekende risicoklasse
4,2
Hoog
Hoog
1
2,8
Gemiddeld
Gemiddeld
1,8
1
1,8
Laag
Laag
1,2
1
1,2
Laag
Laag
Risicoscore
8. Overtredingen m.b.t. de Alcoholwet en exploitatievergunning (APV) Overtreding: Exploitatievergunning Alcoholwetvergunning (commercieel) Alcoholwetvergunning (paracommercieel) Ontheffing artikel 4 Alcoholwet (paracomm.) Ontheffing artikel 35 Alcoholwet Melding wijziging inrichting Alcoholwet Wijziging aanhangsel Alcoholwet
Financieel/ economisch
Gemiddeld effect
Kans overtreding
Risicoklasse uitkomst risicoanalyse
Toegekende risicoklasse
2
1,0
1
1,0
Laag
Laag
0
2
1,0
1
1,0
Laag
Laag
0
0
1
0,7
1
0,7
Laag
Laag
1
0
0
1
0,5
1
0,5
Laag
Laag
0
1
0
0
0
0,1
1
0,1
Laag
Laag
0
0
1
0
0
0
0,1
1
0,1
Laag
Laag
0
0
0
0
0
0
0
1
0
Laag
Laag
Risicoklasse uitkomst risicoanalyse
Toegekende risicoklasse
Veiligheid
Gezondheid
Leefbaarheid
Duurzaamheid
0
1
3
0
0
0
1
3
0
1
0
2
0
1
0
Bestuurlijk imago
Risicoscore
9. Overtredingen m.b.t. verrichten van activiteiten zonder een vergunning op grond van de APV Overtreding:
Financieel/ economisch
Gemiddeld effect
Kans overtreding
3
3,3
1
3,3
Hoog
Hoog
3
3
3,0
1
2,8
Gemiddeld
Gemiddeld
1
2
2
2,1
1
2,1
Gemiddeld
Gemiddeld
2
2
1
2
1,5
1
1,5
Laag
Laag
0
3
0
1
2
1,0
1
1,0
Laag
Laag
0
0
2
1
0
1
0,6
1
0,6
Laag
Laag
0
1
1
1
0
1
0,6
1
0,6
Laag
Laag
1
1
1
0
1
1
0,6
1
0,6
Laag
Laag
0
0
2
0
0
1
0,5
1
0,5
Laag
Laag
Veiligheid
Gezondheid
Leefbaarheid
Duurzaamheid
4
4
4
2
3
3
3
3
2
2
3
3
1
2
Precariovergunning (terras)
0
Standplaatsvergunning Stoken (ontheffing)
Evenement type 4 (> 1500 personen en bedrijfsmatig) Evenement type 3 (> 1500 personen en niet bedrijfsmatig) Evenement type 2 (1001500 personen en bedrijfsmatig) Evenement type 1 (100-1500 personen en niet bedrijfsmatig)
Melding evenement (< 100 personen) Ontheffing geluidhinder (bijvoorbeeld door bouwwerkzaamheden)
52
Bestuurlijk imago
Risicoscore
Melding incidentele festiviteiten (geluid- en lichtnorm overschrijding) Ontheffing sluitingstijd horeca
1
0
1
0
0
1
0,5
1
0,5
Laag
Laag
0
0
1
0
0
1
0,3
1
0,3
Laag
Laag
Vergunning speelautomaat
0
0
0
0
1
1
0,3
1
0,3
Laag
Laag
Loterijvergunning
0
0
0
0
0
0
0
1
0
Laag
Laag
Kansspelvergunning (bijvoorbeeld een bingo, rad van avontuur)
0
0
0
0
0
0
0
1
0
Laag
Laag
Gemiddeld effect
Kans overtreding
Risicoklasse uitkomst risicoanalyse
Toegekende risicoklasse
10. Overtredingen m.b.t. slopen van bouwwerken (geen monumenten) Overtreding: Slopen zonder of in afwijking van een sloopmelding (zonder asbest) Slopen zonder of in afwijking van een sloopmelding (paragraaf 7.1.3 Bbl, toegestane asbestverwijdering door particulier)
Financieel/ economisch
Bestuurlijk imago
Veiligheid
Gezondheid
Leefbaarheid
Duurzaamheid
3
2
3
3
0
1
2,0
1
2,0
Laag
Laag
3
3
2
1
0
1
1,6
1
1,6
Laag
Laag
53
Risicoscore
Bijlage 2. Toelichting risicoanalyse Het opstellen van beleid is in veel gevallen nodig omdat er keuzes moeten worden gemaakt. In de uitvoerings- en handhavingsstrategie is dit ook het geval omdat het in de praktijk niet mogelijk is, om alle taken voor de volle 100% uit te voeren. Het maken van keuzes heeft in dit hoofdstuk tot doel vast te leggen wat wordt gedaan en daardoor dus impliciet ook wat niet wordt gedaan. In de context van de uitvoerings- en handhavingsstrategie wordt hierbij vaak gekeken naar de situaties die het meest risicovol zijn. Een door het bestuur vastgestelde risicoanalyse levert hierdoor inzicht op in de benodigde menskracht en middelen. In de praktijk blijken de risico's van bepaalde activiteiten/overtredingen soms lastig met elkaar te vergelijken. Het gaat hierbij dan vaak om activiteiten/overtredingen, die een groot effect hebben op de veiligheid of gezondheid versus activiteiten/overtredingen die een groot effect hebben op de leefbaarheid. Het is begrijpelijk dat een bestuur zich bij het vergelijken richt op daar waar de directe risico's het grootst zijn. Vaak is hierbij het beoordelingscriteria ”fysieke veiligheid” de belangrijke component. Deze factor heeft immers een directe invloed op het fysieke welzijn van mensen. In de praktijk blijkt echter dat hierdoor andere belangrijke beoordelingscriteria in de verdrukking komen.
Dit zijn criteria die niet direct van invloed zijn op de fysieke veiligheid van mensen, maar die op termijn wel hierop invloed kunnen gaan uitoefenen. Te denken valt hierbij aan een ongewenst gebruik op grond van het omgevingsplan, dat op termijn aanzienlijke gevolgen kan hebben voor het psychische en fysieke welzijn van mensen. Door het niet handhaven hiervan kan dit zich ook nog eens als een olievlek door de gemeente gaan verspreiden, waardoor op langere termijn, het welzijn en mogelijk ook de veiligheid van een grote groep mensen in gevaar komt. Om deze reden is in afwijking van het tot nu toe gevoerde beleid een andere keuze gemaakt met betrekking tot de risicoanalyse. Er is hierbij gekozen voor een verdeling de overtredingen in een aantal taakvelden, waarbij ieder taakveld betrekking heeft op de werkzaamheden van de teams VTH, OMG en OOV. Deze verdeling is gebaseerd op de werkzaamheden die deze teams uitvoeren. Risicoanalyse taakvelden team VTH Het zwaartepunt van de werkzaamheden van het team VTH op het gebied van VTH, ligt op het waarborgen van hetgeen in het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan en in het Bbl is bepaald. Dit vindt zowel plaats in de preventieve (vergunningverlening en toezicht) als repressieve (handhaving) sfeer.
Ook verricht het team werkzaamheden in het kader van vergunningverlening op het gebied van de APV en bijzondere wetten (Alcoholwet en Wet op de kansspelen). Risicoanalyse taakvelden team OMG Het zwaartepunt van de werkzaamheden bij het team OMG op het gebied van VTH, ligt op het punt van het waarborgen van de kwaliteit en bruikbaarheid van de fysieke leefomgeving. Dit komt door een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en daardoor ook, als er geen voortschrijdende inzichten zijn, het behoud van deze functies op de locaties. De door het team OMG uit toe voeren werkzaamheden bevinden zich hierdoor voornamelijk in de preventieve sfeer. Om deze reden is de voor afwijkingen van het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan gemaakte risicoanalyse bij het taakveld van het team OMG gepositioneerd. Dit omdat hier de kennis van de feiten en omstandigheden van het tot stand komen van het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan aanwezig is. Ook kan hier het beste worden beoordeeld welke prioriteit een overtreding heeft. In dit taakveld is namelijk het meeste zicht is op toekomstige ontwikkelingen, die van invloed zijn of een overtreding al dan niet kan worden gelegaliseerd. Binnen het taakveld van team OMG valt ook het monumentenbeleid. De gemeente Dongen heeft een rijke historie, die tot op de dag van vandaag door ons erfgoed verteld wordt.
Dit erfgoed staat tegenwoordig onder druk. Zonder voldoende aandacht ervoor, gaat een deel van de plaatselijke geschiedenis mogelijk verloren en eenmaal weg, komt het niet meer terug. De gemeente Dongen is de afgelopen decennia namelijk sterk gegroeid en veranderd. Het is van belang om ons in te blijven zetten voor het behoud van het gehele culturele erfgoed (materieel en immaterieel) en de instandhouding en het functioneren (bijv. de molen door toepassing van een molenbiotoop) van een beschermd 54
monument in het bijzonder. Risicoanalyse taakvelden team OOV Het zwaartepunt van de (VTH gerelateerde) werkzaamheden van het team OOV, ligt voornamelijk op het waarborgen van de veiligheid in de (semi)openbare ruimte. Dit door het houden van toezicht op de activiteiten die in de (semi)openbare ruimte plaatsvinden, dat indien nodig kan leiden tot de toepassing van handhaving. Hierdoor bevinden zich de uit te voeren werkzaamheden van dit team, zich zowel in de preventieve als repressieve sfeer. Toegepast risicoanalysemodel Bij het bepalen van de uit prioriteiten op het gebied van VTH is gebruik gemaakt van een risicoanalyse, die is gebaseerd op het zogenaamde DBC-risicomodel en leidt tot een prioritering van de VTH-taken. Het maken van een risicoanalyse op basis van dit model bestaat uit 3 fasen, te weten: 1. De voorkomende activiteiten en beoordelingscriteria in de risicomatrix definiëren; 2. Het invullen van de risicomatrix d.m.v. scores; 3. Het bepalen van prioriteitsscore. In het kader van de U&H-strategie is gebruik gemaakt van de volgende beoordelingscriteria: - Veiligheid; - Gezondheid; - Duurzaamheid; - Leefbaarheid - Financieel/economisch; - Bestuurlijk; - Naleefgedrag (kans op overtreding). Niet elke overtreding veroorzaakt echter een risico op al de voornoemde beoordelingscriteria.
Een overtreding van een voorschrift van het Bbl, kan op andere beoordelingscriteria een risico veroorzaken dan bij een overtreding van een voorschrift van het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan. Om deze reden zijn de beoordelingscriteria waar de risico's kunnen optreden per taakveld gedifferentieerd. Als een risico zich op een bepaald beoordelingscriteria voordoet dan kunnen hieraan, afhankelijk van de impact op dit gebied, de volgende scores worden gekoppeld. 0. Geen effect 1. Zeer gering effect; 2. Gering effect; 3. Ingrijpend effect; 4. Groot effect; 5. Zeer groot effect. Nadat alle scores zijn ingevuld kan de prioriteitsscore wordt bepaald (zie bijlage 1). Dit wordt gedaan door de gemiddelde risicoscore van de beoordelingscriteria, te vermenigvuldigen met de kans dat de overtreding plaats vindt. De uitkomst hiervan kan worden ingedeeld in de volgende drie risicoklassen.
55
RISICOKLASSE
PRIORITEITSCORE
HOOG
> 3,0
GEMIDDELD
> 2,0 en ≤ 3,0
LAAG
≤2
Het bepalen van de prioriteitsscore is enkel een cijfermatige uitkomst van de risicoanalyse. In het hiervoor toegepaste model beïnvloedt de “kans op overtreding” de hoogte van de prioriteitsscore (en daardoor de van toepassing zijnde risicoklasse) sterk. Hierdoor kan het voorkomen dat relatief lichte overtredingen, waarbij de kans op overtreding groot is, een hogere prioriteitsscore krijgen dan zware overtredingen met een lage “kans op overtreding” (bijvoorbeeld de veiligheid van een constructie). Om deze reden is er voor gekozen om naast de cijfermatige van toepassing zijnde risicoklasse, de overtredingen ook te voorzien van een “toegekende risicoklasse”. Deze is gebaseerd op de bestuurlijke prioriteiten en de praktijkervaringen van medewerkers, waardoor tevens meer wordt aangesloten op de lokale situatie.
56
Bijlage 3. Toelichting risicoscores. Bij de bepaling van de prioriteit van overtredingen is gebruik gemaakt van de beoordelingscriteria. Aan ieder beoordelingscriteria zijn hierbij scores toegekend die variëren van 0 tot en met 5. Een nadere toelichting van wat deze scores per beoordelingscriteria inhouden is hieronder opgenomen. Veiligheid Dit is de te verwachten schade in de vorm van lichamelijk letsel of een gevoel van onveiligheid, als een activiteit niet overeenkomstig de bestaande regelgeving is/wordt uitgevoerd. Het gaat hier om direct lichamelijk letsel. De scores zien er als volgt uit: 0. Geen risico op letsel; 1. Licht gewonden of een licht gevoel van onveiligheid; 2. Zwaar gezonden of een aanzienlijk gevoel van onveiligheid; 3. Dodelijke slachtoffers (zelfredzame personen, bekend met de situatie); 4. Dodelijke slachtoffers (zelfredzame personen, niet bekend met de situatie); 5. Dodelijke slachtoffers (niet zelfredzame personen). Gezondheid Dit is de te verwachten schade in de vorm van een afname van de gezondheid, als een activiteit niet overeenkomstig de bestaande regelgeving is/wordt uitgevoerd. Het gaat hier bijvoorbeeld om een afname van de luchtkwaliteit (bijvoorbeeld fijnstof), waterkwaliteit (bijvoorbeeld PFAS), bodemkwaliteit, etc. De scores zien er als volgt uit: 0. Geen risico op gezondheidsschade; 1. Tijdelijke lichte gezondheidsproblemen; 2.
Blijvende lichte gezondheidsproblemen bij één of enkele personen; 3. Blijvende lichte gezondheidsproblemen bij meerdere personen; 4. Blijvende zware gezondheidsproblemen bij één of een enkele persoon; 5. Blijvende zware gezondheidsproblemen bij meerdere personen (bijvoorbeeld als een omgeving wordt blootgesteld aan asbestvezels). Leefbaarheid Dit is de te verwachten schade in de vorm van de aantasting van de door de mens gecreëerde leefomgeving, als een activiteit niet overeenkomstig de bestaande regelgeving is/wordt uitgevoerd. De scores zien er als volgt uit: 0. Geen achteruitgang; 1. Nauwelijks achteruitgang; 2. De achteruitgang van de leefbaarheid is beperkt en tijdelijk (bijvoorbeeld bouwcontainer op de openbare weg, trillingen door bouwverkeer, et cetera); 3. De achteruitgang van de leefbaarheid is beperkt maar permanent aanwezig (bijvoorbeeld achterstallig onderhoud aan een woning, een horecagelegenheid zonder vergunning); 4. De achteruitgang van de leefbaarheid is groot maar tijdelijk (bijvoorbeeld overlast t.g.v. een grootschalig evenement); 5. De achteruitgang van de leefomgeving is groot en permanent (bijvoorbeeld een ernstige ontsiering van de omgeving door de wijziging van een monument, structureel afwijkend illegaal gebruik).
57
Duurzaamheid Dit is de te verwachten schade in de vorm van de aantasting van de natuurlijke leefomgeving, die nodig is voor de behoeften van de toekomstige generaties, als een activiteit niet overeenkomstig de bestaande regelgeving is/wordt uitgevoerd. De scores zien er als volgt uit: 0. Geen schade; 1. Nauwelijks schade; 2. De schade is klein en omkeerbaar; 3. De schade is klein en is permanent; 4. De schade is groot en omkeerbaar; 5. De schade is groot en is permanent. Financieel/economisch Dit is de te verwachten schade in de vorm van wat het de gemeenschap kost, als een activiteit niet overeenkomstig de bestaande regelgeving is/wordt uitgevoerd. Denk hierbij aan de kosten van tijdelijke opvang, verlies aan werkgelegenheid, economische achteruitgang, etc. De scores zien er als volgt uit: 0. Geen schade; 1. Er is nauwelijks schade; 2. De schade is maximaal 10.000 euro; 3. De schade is maximaal 100.000 euro en/of een geringe terugloop van economische bedrijvigheid; 4. De schade is maximaal één miljoen euro en/of er is sprake van terugloop van de economische bedrijvigheid. 5. De schade bedraagt meer dan één miljoen euro en/of er is sprake van een sterke terugloop van economische de bedrijvigheid. Bestuurlijk imago Dit is de te verwachten schade aan het beeld, betrouwbaarheid en de geloofwaardigheid van het bestuur van de gemeente. De scores zien er als volgt uit: 0.
Geen schade; 1. Er is nauwelijks schade; 2. De schade is beperkt. Denk hierbij aan een brief aan het bestuur, een ingezonden brief in de krant en/of een enkele klacht. Het algemene vertrouwen in het bestuur wordt niet geschaad; 3. De schade is ingrijpend maar heeft geen permanente gevolgen. Denk hierbij aan een tijdelijke stroom klachten, georganiseerde buurtprotesten, enkele juridische procedures en een negatieve aandacht in de media. Algemeen ontstaat het beeld dat het bestuur niet alles op orde heeft; 4. De schade heeft permanente gevolgen. Denk hierbij aan voortdurende klachten over het onderwerp, brede maatschappelijke protesten, onrust, georganiseerde mediacampagnes, zware juridische procedures en gezichtsverlies van het bestuur. De positie van één of eerdere bestuurders is in het geding; 5. De schade is zodanig groot dat de positie van het gehele bestuur in het geding komt.
58
Naleefgedrag Dit is de kans dat een overtreding van de wet- en regelgeving zich voordoet. De scores zien er als volgt uit: 1. Zeer laag; 2. Laag; 3. Gemiddeld; 4. Hoog; 5. Zeer hoog. Als het naleefgedrag niet bekend is of er is een onvoldoende eenduidig beeld, dan wordt het naleefgedrag op 1 gezet.
59
Bijlage 4. Werkwijze behandeling aanvraag voor een omgevingsvergunning Het proces voor het behandelen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning bestaat globaal uit de volgende stappen: 1. Administratief inboeken Na de ontvangst van de aanvraag wordt door de administratie in Rx.Mission hiervoor een zaak aangemaakt. Hierin worden de bij de aanvraag behorende documenten gekoppeld en geregistreerd. Er wordt ook een intern verzoek om advies uitgezet aan de BAG-beheerder (voor de identificatienummering en het bepalen van de gebruiksoppervlakte) Indien van toepassing wordt dit ook gedaan voor het toekennen van een objectnummer. Hierna wordt de zaak op naam gezet van een casemanager. 2. Ontvankelijkheidstoets De casemanager beoordeelt of de gemeente het bevoegd gezag is. Zo niet, dan wordt de aanvraag doorgestuurd naar het bevoegd gezag en wordt de aanvrager hiervan op de hoogte gesteld. Is de gemeente het bevoegd gezag, dan wordt de ontvangst van de aanvraag gepubliceerd en nagegaan of alle benodigde stukken bij de aanvraag zijn ingediend. Is dit niet het geval, dan wordt er per mail om aanvullende gegevens gevraagd. Dit verzoek heeft een opschortende werking. Als de gevraagde stukken niet binnen de gestelde termijn van maximaal 6 weken zijn ingediend, kan de aanvraag buiten behandeling worden gesteld.
Als de 6 weken niet realistisch zijn kan in overleg met de aanvrager op grond van artikel 4:15 Awb een termijn worden afgesproken. 3. Omgevingsplantoets (bij een aanvraag voor een omgevingsplanactiviteit) Als de aanvraag ontvankelijk is wordt deze door de casemanager getoetst aan de voorschriften van het omgevingsplan. Als er strijdigheden zijn wordt de aanvraag ook aan binnenplanse afwijkingsmogelijkheden en een aantal buitenplanse afwijkingsmogelijkheden (de voormalige kruimelgevallen) en het hierbij behorende beleid getoetst. Dit laatste gebeurt met behulp van een checklist. Als blijkt dat de aanvraag op basis hiervan niet kan worden vergund, dan gaat de aanvraag naar de zogenaamde “Intaketafel”. Dit is een intern overleg waarbij een breder toetsingskader wordt gehanteerd. Er wordt hierin onder andere beoordeeld of de aanvraag past in de omgevingsvisie van de gemeente Dongen, er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en of het voldoet aan de beoordelingsregels van het rijk en de provincie. 4. Aanvullende adviezen opvragen Denk hierbij aan het opvragen van interne adviezen maar ook externe adviezen van de partners waarmee wordt samengewerkt. 5.
De omgevingstafel (optioneel) Op het moment dat er sprake is van een intern kansrijk initiatief kan de aanvraag, als dit een toegevoegde waarde heeft, met het initiatief het zogenaamde “omgevingstafeloverleg” gaan. Hierin zijn de gemeente, de initiatiefnemer en de benodigde partners (voor zover benodigd) waarmee wordt samengewerkt aanwezig. Dit is het geval als er sprake is van één of meer externe negatieve adviezen. De insteek van de deelnemers aan het “omgevingstafeloverleg” is, om samen te proberen het initiatief mogelijk te maken. Alle deelnemers aan het “omgevingstafeloverleg” hebben mandaat vanuit hun eigen expertise. Van de aanwezigen wordt een goede voorbereiding verwacht en de competentie om in een korte pitch het standpunt duidelijk te maken Bovendien zoeken de aanwezige adviseurs samen met de initiatiefnemer naar een oplossing en werken ze vanuit het “ja, mits” principe van toetsen naar adviseren. Het tegelijkertijd samen aan de omgevingstafel adviseren levert veel efficiencyvoordeel. Door de directe dialoog met de initiatiefnemer en met de adviseurs onderling, gericht op het 60
mogelijk maken van het plan, wordt sneller een oplossing geformuleerd en extra werk voorkomen. 6. Participatie (optioneel) Zie hiervoor het onderdeel "participatie” in de "preventiestrategie” 7. Besluit bouwwerken leefomgeving toets (bij een aanvraag voor een bouwactiviteit) Volgens het toetsingskader dat in het beleid is opgenomen. 8. Bouwkosten en leges berekenen De bouwkosten en leges worden berekend. 9. Beschikking opstellen Het besluit op de aanvraag dient bij de reguliere procedure te binnen 8 weken te worden genomen, mits er geen sprake is van een opschorting van de beslistermijn. In het geval dat “instemming” van een ander bestuursorgaan benodigd is bedraagt deze termijn 12 weken. Het besluit wordt opgesteld door de casemanagers volgens een in Rx.Mission aanwezig sjabloon. Als er sprake is van een weigeringsbesluit of een ander bijzonder besluit, wordt de beschikking ter controle voorgelegd aan een juridisch medewerker. 10.
Beschikking verzenden
11.
Beschikking publiceren
61
Bijlage 5. Werkwijze behandeling aanvraag voor een APV-vergunning In de U&H-strategie zijn op het gebied van de Ow al een aantal processen uitgewerkt. Naast deze werkzaamheden voeren de teams VTH en OOV echter ook werkzaamheden uit op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van de APV. Net zoals bij de Ow is hierbij ook een scheiding aangebracht tussen wie de diverse processen uitvoert. De APVvergunningen worden verleend door een vergunningverlener van het team VTH. Het toezicht hierop vindt plaats door het team OOV en de bestuursrechtelijke handhaving door een handhavingsjurist van het team VTH. In het navolgende wordt het APV-proces besproken voor een vergunningplichtig evenement (8 weken beslistermijn, mogelijkheid 8 weken verlengen) 1. Controle of het juiste formulier is gebruikt 2. Ontvankelijkheidstoets Controle op de tijdigheid (de hierbij te hanteren termijnen zijn afhankelijk van de risicogrootte); Controle van de indieningsvereisten (afhankelijk van het veiligheidsrisico van het evenement); 2a.
Indien niet volledig: Verzenden verzoek om aanvulling. Wanneer aanvullingen niet worden aangeleverd, dan wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld. (mogelijkheid bieden om bestuurlijk hiervan af te wijken).
2b.
Indien volledig: Invullen multiscan: risicobeoordeling voor politie, brandweer en GHOR.
3a.
Bij kleine evenementen van het type A - geen adviezen opvragen maar standaardvoorschriften bijvoegen (door naar stap 4). Bij risicovollere evenementen van het type A en bij alle evenementen type B en C: - adviezen opvragen bij politie, brandweer en GHOR en Multi scan meesturen. - Adviezen intern opvragen bij verkeer (tijdelijke verkeersmaatregelen, welke omleidingsroute, hoeveel verkeersregelaars), bij OOV (veiligheidsplan, ervaringen boa’s gelijksoortige evenementen, overige openbare orderisico’s) en bij de buitendienst (gebruik gemeentelijke materialen).
3b.
4.
Beoordeling ontvangen adviezen Advies negatief: terugkoppeling naar aanvrager. Aanvullende informatie/aangepaste gegevens aanleveren. Beoordelen of behandeling in evenementenoverleg noodzakelijk is. Beoordelen of begeleiding organisator nodig is bij de omgevingsdialoog.
5.
Evenementenvergunning opstellen via sjabloon in Rx.Mission. Verwerken van de adviezen in voorschriften vergunning.
6.
Administratief afhandelen en heffen leges (alle producten selecteren).
7.
Informeren boa’s.
62
Bijlage 6. Werkwijze behandelen aanvraag voor een Alcoholwetvergunning 1. Persoonlijk uitreiken en in ontvangst nemen aanvraagformulieren (inclusief het uitreiken van het Bibob vragenformulieren RIEC). 2. Begeleiden aanvragers bij invullen. 3. Ontvankelijkheidstoets waarbij wordt beoordeeld of de volgende documenten aanwezig zijn: Bewijs sociale hygiëne aanvrager (onderzoek in register SVH); Gegevens over inrichting (tekening met oppervlaktes en aanvullende eisen uit bouwbesluit); Alle bijlagen Wet bibob vragenformulier. Onderzoek bij de Kamer van Koophandel naar de vennoten en wie de leidinggevende is; Uitvoeren Wet bibob toets; Indicatorenlijst van het Ministerie Justitie en Veiligheid (hierna: Ministerie J&V) invullen Verslag van bevindingen maken door het formulier van het RIEC in te vullen; a. Niet akkoord: dan aanvullende gegevens opvragen via de standaardbrief; b. Wel akkoord: bevestigen in behandeling nemen. 4. Adviezen opvragen bij: Politie; Justitie; VTH (toets Bbl); RIEC (indien nodig). 5. Uitvoeren van een controle van de inrichtingseisen door de boa’s. 6. Als alles compleet en positief is dan besluit formuleren door middel van een standaardbrief. 7. Er zijn 3 verschillende procedures: Slijterij; Regulier; Paracommercieel (daarvoor geldt de uitgebreide procedure Awb). 8. De aanvraag administratief afhandelen en heffen leges.
63
Bijlage 7. Werkwijze bezwaar en beroep A. Het proces voor het behandelen van een bezwaarschrift bestaat globaal uit de volgende stappen. 1. Bezwaarschrift ontvangen Na ontvangst en inboeken van het bezwaarschrift wordt door het team Control & Advies (hierna: CenA), in de zaak aanwezige memo genoteerd op welke datum de hoorzitting (onder voorbehoud) gepland staat. Het streven is om de behandeling van het bezwaarschrift te plannen, op de eerst mogelijke zitting 6 weken na afloop van de bezwaartermijn. Ook wordt aangegeven wanneer het procesdossier moet zijn aangemaakt en gevuld. 2. Mediation/herzien primair besluit Drie weken na afloop van de bezwarentermijn wordt door het team CEA bij het team VTH nagevraagd of het bezwaar eventueel met een mediationgesprek kan worden opgelost. Ook wordt deze periode gebruikt om te bekijken of naar aanleiding van het bezwaarschrift het primaire besluit moet worden herzien (zodat er geen zitting hoeft te komen). 3.Aanmaken procesdossier Zo snel mogelijk na ontvangst van het bezwaarschrift wordt een procesdossier aangemaakt. Dit wordt als volgt gedaan. In de bezwaarzaak kan via het scherm “gerelateerde dossiers” met de knop een “deel- of vervolgdossier toevoegen” een procesdossier worden toegevoegd. Het startdocument is het bezwaarschrift. Vervolgens worden alle relevante stukken in het procesdossier geplaatst. 4.
Schrijven verweer Er wordt een verweerschrift geschreven en toegevoegd aan het procesdossier. Vervolgens worden alle stukken in het procesdossier op definitief gezet. Via een gedeelde memo aan het team CEA wordt bekend gemaakt dat het procesdossier gevuld is. 5. Hoorzitting Drie weken voor de geplande hoorzitting worden alle stukken uit het procesdossier verzonden aan de belanghebbenden, met een uitnodiging voor een hoorzitting. De behandelaar woont de zitting bij en verdedigt hierbij het standpunt van het college. 6. Beslissing op bezwaar Het streven van het secretariaat van de bezwaarschriftencommissie is om binnen twee weken een advies uit te brengen op het bezwaarschrift. Na ontvangst van het advies wordt de beslissing op het bezwaarschrift gemaakt en verzonden aan alle betrokken partijen. Bij overname van het advies is dit gemandateerd aan de behandelend ambtenaar. Bestaan er redenen om af te wijken, dan dient dit met een adviesnota voorgelegd te worden aan het college. Deze adviesnota dient te worden voorbesproken met de portefeuillehouder. Daarna wordt deze voor accordering aan de directie voorgelegd. Is de directie akkoord, dan wordt de adviesnota aan het bestuurssecretariaat van het college verzonden, zodat het college hierop een besluit kan nemen.
Als de bezwaarmaker, dan wel een andere belanghebbende, het niet eens is met de beslissing op het bezwaarschrift, kan deze tegen dit besluit in beroep gaan.
64
B. Een beroepschrift wordt globaal als volgt behandeld. Na ontvangst van het beroepschrift dienen (over het algemeen) de stukken binnen 4 weken , voorzien van een verweerschrift naar de rechtbank te worden verzonden. Het verzenden van stukken en verweerschriften dient per post te gebeuren. De zitting wordt ingepland bij de rechtbank. Soms wordt de mogelijkheid geboden om bij een vooraankondiging van een te plannen zitting verhinderdata op te geven. De behandelaar van de zaak woont de zitting bij en voert het woord namens het college. Zowel tijdens de bezwaarprocedure als tijdens de beroepsprocedure kan een belanghebbende een verzoek om voorlopige voorziening indienen bij de rechtbank. Soms worden de hiervoor benodigde stukken telefonisch opgevraagd en moeten dan direct per post verzonden. In andere gevallen worden de stukken pas na een schriftelijk verzoek per post verzonden. Ook hier woont de behandelaar van de zaak de zitting bij en voert het woord namens het college. Na ontvangst van de uitspraak wordt afgewacht of er hoger beroep wordt ingesteld. Is dit niet het geval dan kan het dossier worden afgehandeld. Wordt er hoger beroep ingesteld, dan dient een verweerschrift verzonden te worden aan de Raad van State. Vervolgens woont de behandelaar van de zaak de zitting bij. Het dossier wordt afgehandeld na uitspraak van de Raad van State.
65
Bijlage 8. Werkwijze toezicht en handhaving Omgevingswet Het proces voor toezicht bestaat globaal uit de volgende stappen. 1. De toezichthouder deelt aan de voor het uitvoeren van een activiteit gerechtigde persoon (indien aanwezig), de reden van zijn komst mede en toont altijd het gemeentelijke legitimatiebewijs. 2. De toezichthouder voert het benodigde toezicht uit op betreffende locatie, noteert eigen waarnemingen en neemt indien nodig verklaringen op. 3. Voor zover mogelijk brengt de toezichthouder de onder punt 1 genoemde persoon op de hoogte van de bevindingen en de eventuele consequenties hiervan. 4. Daar waar nodig geeft de toezichthouder voorlichting en/of advies (bijvoorbeeld over actuele ontwikkelingen, gevoerd handhavingsbeleid) aan de onder punt 1 genoemde persoon. 5. Van het controlebezoek maakt de toezichthouder een notitie in de zaak in Rx.Mission aan. Afhankelijk van het resultaat van de controle wordt door de toezichthouder, een controlerapport en constateringsbrief gemaakt op basis van de daarvoor vastgestelde formats. 6. Naar aanleiding van de uitkomsten van zijn bevindingen past de toezichthouder, zo nodig het stappenplan behorende bij de sanctiestrategie toe en legt de doorlopen stappen en genomen beslissingen vast. 7. Indien noodzakelijk koppelt de toezichthouder het resultaat van de controle terug aan de personen die hiervan op de hoogte moeten zijn.
66
Bijlage 9. Werkwijze toezicht Wet kwaliteitsborging De te volgen werkwijze in het kader van de Wkb is afhankelijk van de situatie. Hierbij zijn de volgende mogelijkheden: 1. Geen bouwmelding ingediend en geen omgevingsvergunning aanwezig. Stilleggen van de bouwwerkzaamheden (toezichthouder); Vervolg: zie “sanctiestrategie”. 2. Geen bouwmelding ingediend maar wel een omgevingsvergunning aanwezig. Stilleggen van de bouwwerkzaamheden (toezichthouder); Vervolg: zie “sanctiestrategie”. 3. Bouwmelding ingediend. Controle of deze 4 weken voor de start van de bouw wordt ingediend (administratie VTH). Controle of een omgevingsvergunning in het automatiseringssysteem aanwezig is (administratie VTH). - Zo ja, daaraan relateren en de melding toezenden aan de toezichthouder (administratie VTH); - Zo nee, dan bij vergunningverlening uitzetten voor check of het een vergunningplichtige activiteit is (administratie team VTH). Als blijkt dat geen omgevingsvergunning (ruimtelijk deel) aanwezig is maar dat deze wel nodig is, dan wordt dit door vergunningverlening teruggekoppeld aan de toezichthouder van de gemeente en melder. Dit met de mededeling dat niet kan worden gestart met de werkzaamheden.
Als blijkt dat een omgevingsvergunning (ruimtelijk deel) aanwezig is of deze niet nodig is, dan controleert de vergunningverlening op basis van de inhoud van de bouwmelding of mag worden gestart met de bouw. Mag niet worden gestart dan wordt de melder hiervan door de vergunningverlener binnen vier weken op de hoogte gesteld. 4. Indiening startmelding. Controle of deze twee dagen voor de start van de bouw is ingediend (administratie team VTH). Controle of er al een bouwmelding is ingediend (administratie VTH). Doorsturen naar de toezichthouder (administratie VTH). Startmelding maken voor de BAG (administratie VTH). 5. Tijdens de bouw: Bij meldingen van de kwaliteitsborger dat niet voldaan wordt aan het Bbl, afwegen of de bouw stilgelegd moet worden. Daarmee ook de afweging of het bouwwerk in gebruik genomen mag worden (toezicht en eventueel vergunningverlener/juristen) Het aantal controles dat wordt uitgevoerd is afhankelijk van de prioritering. 6. Gereedmelding: Uitzetten naar de toezichthouder (administratie VTH). Toezichthouder maakt de BAG-melding en voert een controle uit met betrekking tot: de ontvankelijkheid, het Bbl (globaal) en indien noodzakelijk het omgevingsplan (binnen 2 weken); de uitvoering (onafhankelijk van de prioritering); Brief met betrekking tot de ingebruikname verzenden (administratie VTH).
67
Bijlage 10. Werkwijze toezicht melding brandveilig gebruik 1. Opzoeken van het betreffende dossier met de melding brandveilig gebruik in Rx.Mission. 2. Nagaan of bepaalde aandachtspunten zijn. 3. Controle in Rx.Mission of op de locatie andere meldingen, vergunningen, ontheffingen etc. van toepassing zijn. Zo ja, navragen bij de betreffende collega wat de situatie is. Als er aanleiding voor bestaat, de betreffende collega vragen om mee te gaan om gezamenlijk een integrale controle uit te voeren. 4. Benaderen van de contactpersoon voor een afspraak. 5. In Rx.Mission de brief maken met daarin de datum van de afspraak en deze verzenden. 6. Bezoek aan de locatie. 7. Vastleggen van de bevindingen in een controlerapport. 8. Registreren in Rx.Mission dat de controle is uitgevoerd 9. Bevestigen van de resultaten van de uitgevoerde controle aan de indiener van de melding. Bij een strijdigheid met de wet- en regelgeving met een niet spoedeisend karakter, binnen drie dagen een brief verzenden met daarin het verzoek om de strijdigheid ongedaan te maken met daarin een hersteltermijn. Daarna een controle uitvoeren en als niet aan het verzoek is voldaan, het controlerapport binnen 1 dag naar de collega’s die zijn belast met handhaving zenden. 10. Bij een strijdigheid met een spoedeisend karakter, het controlerapport binnen 1 dag naar de collega’s die zijn belast met handhaving zenden.
68
Bijlage 11. Werkwijze melding strijdigheid regelgeving Bericht van ontvangst Als een melding wordt ingediend wordt deze eerst beoordeeld of deze door het team VTH in behandeling kan worden genomen. Als het een melding voor een ander team of bevoegd gezag is, dan wordt deze doorgestuurd en wordt de melder hierover geïnformeerd. Is het een melding die onder het privaatrecht valt dan wordt de melder, hierover ook door het team VTH geïnformeerd. Het verstekken van deze informatie kan uiteraard de enkel als de melding niet is ingediend. Als de melding door het team VTH in behandeling wordt genomen, ontvangt de melder (mits de melding niet anoniem is ingediend) een bericht van ontvangst. Het streven is om de melder binnen zeven werkdagen na de ontvangst, op basis van de gemaakte prioritering te laten weten of de melding wordt opgepakt. Een melding wordt altijd geregistreerd. Is sprake van een melding met een zodanig hoge prioriteit, dat andere meldingen hierop moeten wachten, dan wordt de melding als eerste opgepakt. Controleren op verleende omgevingsvergunning Als de melding gaat over het uitvoeren van een activiteit zonder een omgevingsvergunning, wordt voordat de locatie waarover de melding gaat wordt bezocht, wordt in het archief en in Rx. Mission gecontroleerd of er hiervoor een vergunning is verleend.
In de praktijk blijkt namelijk dat melders in een aantal gevallen niet op de hoogte zijn van of er een vergunning is verleend. Als de melding gaat over een activiteit waarvoor een vergunning is verleend, dan bekijkt de toezichthouder ter voorbereiding van het bezoek de omgevingsvergunning. Dit om het niveau en de diepgang van de controle te bepalen en contact op te nemen met de vergunninghouder. Controlerapport opstellen De toezichthouder bezoekt de locatie en verricht voor het afhandelen van de melding de noodzakelijke werkzaamheden en legt deze vast in een controlerapport. Hierin staan enkel en alleen feitelijke constateringen. Meningen en aannames horen hierin niet thuis in een controlerapport. Het is indien van toepassing voorzien van de maatvoeringen van bouwwerken, het gebruik van de bouwwerken en de omvang van het gebruik. Toetsen door vergunningverlening (binnenplanse strijdigheden en voormalige kruimelgevallen) Het controlerapport wordt door middel van een advies aanvraag via RX Mission voorgelegd aan vergunningverlening om te toetsen of de constateringen vergunning vrij zijn of gelegaliseerd kunnen worden. Om deze toets volledig uit te voeren, is een checklist ontwikkeld. Het toetsen aan de voormalige kruimelgevallenregeling is hier een onderdeel van.
Collegiale toets juridisch Het controlerapport en het advies/ checklist kan aan juridisch team door middel van een advies aanvraag via Rx. Mission voorgelegd worden voor een collegiale toets. Toetsen door omgevingsbeleid (buitenplanse strijdigheden) Het controlerapport en het advies/ checklist wordt door vergunningverlening door middel van een advies aanvraag via Rx. Mission aan team Omgevingsbeleid voorgelegd met de vraag of er buitenplanse mogelijkheden zijn voor legalisatie, als geen medewerking kan worden verleend met de kruimelgevallen regeling. Bevindingenbrief Als blijkt dat er geen sprake is van een overtreding wordt dit aan de melder en de eigenaar/gebruiker van het perceel waarop de controle is uitgevoerd medegedeeld. Als er sprake is van een overtreding en behoort legalisatie tot de mogelijkheden, dan wordt de eigenaar/gebruiker van het voornoemde perceel verzocht om binnen een redelijke termijn de overtreding feitelijk of juridisch ongedaan te maken. Indien legalisatie niet tot de mogelijkheden behoord wordt door de toezichthouder aan de eigenaar/gebruiker van het voornoemde perceel een brief verzonden, waarin verzocht wordt de overtreding binnen een redelijke termijn feitelijk 69
ongedaan te maken.
70
Bijlage 12. Leidraad handhavingsacties en begunstigingstermijnen Zie de separate bijlage.
71
Bijlage 13. Categorieën van gevallen van verplichte participatie De gemeenteraad stelt in de volgende gevallen participatie verplicht bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten: Participatie verplicht (mits initiatief niet passend binnen regels bestemmingsplan/omgevingsplan en geen binnenplanse afwijking mogelijk is)
1 2
Volgend uit kruimelgevallenregeling Windturbines Zonneweiden
De realisatie van één of meer windturbines. De realisatie van zonneweiden of andere vormen van grondopstelling van zonnepanelen, waarbij meer dan 50 m2 aan bij elkaar horende panelen wordt opgesteld, tenzij dit op een bedrijventerrein plaatsvindt.
3
Overige vormen duurzame energie
Het opwekken en/of opslag van andere vormen van energie (zoals buurtbatterij, biomassa-installatie en waterstof) anders dan genoemd onder windturbines of zonneweiden.
4
Infrastructurele werken
De realisatie van bouwwerken ten behoeve van een infrastructurele voorziening, een nutsvoorziening, of een openbare voorziening hoger dan 5m, of groter dan 50m².
5 6 A
Antenne-installatie Bijbehorende bouwwerken
De realisatie van antenne-installaties hoger dan 40 meter. (uitbreiding van) bijbehorende bouwwerken, gebouwen zijnde, hoger dan 6 m of wanneer de totale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken groter is of wordt dan 150m².
6 B
Bijbehorende bouwwerken
(uitbreiding van) bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, hoger dan 3,5 m of wanneer de totale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken groter is of wordt dan 150m².
7 8 9
Actuele thema’s Woningbouw Huisvesting arbeidsmigranten Bedrijvigheid
Het realiseren van meer dan twee woningen/woonruimtes. Het oprichten van bouwwerken en/of het gebruiken van bouwwerken voor het (tijdelijk) huisvesten van arbeidsmigranten. Een van het omgevingsplan afwijkend gebruik waarbij de afwijking leidt tot een (conform de VNG- brochure Bedrijven en Milieuzonering) hogere milieucategorie dan ingevolge het omgevingsplan is toegestaan en voor zover daardoor een hogere categorie dan 3.2 wordt toegestaan.
10
Maatschappelijke voorzieningen
Het realiseren van maatschappelijke voorzieningen, zoals scholen, zorgcentra, gemeenschapshuizen, sportparken en sporthallen.
11
Recreatie
Projecten ten behoeve van recreatie, inclusief de daarbij behorende voorzieningen (zoals paden, ontsluiting en groen) met uitzondering van extensieve recreatie.
Toelichting 1. Punten 1 tot en met 6 sluiten aan bij de kruimelregeling zoals deze is/was opgenomen in artikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. 2. Punt 7 - Bij elke toevoeging van een woning wordt geadviseerd met de buren/omgeving het gesprek aan te gaan. Het realiseren van 1 woning kan nog zijn voor een eigen particuliere ontwikkeling (nieuwbouw of gewijzigd gebruik van een bestaand pand). Bij 2 of meer woningen is het vaak niet alleen voor eigen gebruikt. Voorgesteld wordt dit als ondergrens te nemen voor verplichte participatie. 3. Punt 8 - Dit sluit aan bij het nu geldende beleid ten aanzien van huisvesting arbeidsmigranten. 72