CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB 24-76 Bijlage 1 Rapport Leven in Bestaansonzekerheid

Commissie Samenleving 23 januari 2025, gemeente DongenBij agendapunt: d. Raadsinformatiebrieven10.680 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

“Mijn kinderen zijn de pineut” De realiteit van leven in bestaansonzekerheid voor ouders en hun kinderen in Dongen Oktober 2024

Aanpakkers van maatschappelijke vraagstukken

Inleiding Aanleiding De gemeente Dongen heeft een benchmark laten uitvoeren om bestaanszekerheid in kaart te brengen in Dongen. Deze benchmark geeft echter weinig informatie over de ervaringen en behoeften van mensen. Om goed te reflecteren op het armoedebeleid was er behoefte aan kwalitatief onderzoek. Ook miste de gemeente specifiek het perspectief van ouders en kinderen die te maken hebben met bestaansonzekerheid. Gemeente Dongen heeft daarom K2 gevraagd om een kwalitatief onderzoek naar bestaansonzekerheid uit te voeren bij kinderen en hun ouders. Om enerzijds de ervaringen en effecten van bestaansonzekerheid op kinderen en hun ouders in kaart te brengen. En anderzijds om behoeften op te halen en aanbevelingen mee te geven voor toekomstig beleid. In dit rapport zijn de ervaringen en behoeften van ouders, kinderen en professionals uit Dongen opgehaald, kwalitatief dmv interviews/gesprekken. De verzameling van ervaringen/behoeften en gedeelde verhalen analyseren we en hieruit herleidden we rode draden en overkoepelende thema’s. Deze rode draden en thema’s zijn geen op zichzelf staande ervaringen, maar betreffen een gezamenlijke ervaring; in de diverse gesprekken die we hebben gevoerd wordt dit breed en divers gedeeld. Bovendien koppelen we de ervaringen ook aan relevante vergelijkbare onderzoeken en bevindingen, zowel door K2 als landelijk.

Ook al kunnen we niet spreken van een representatief onderzoek, de overkoepelende thema’s en bijbehorende ervaringen/behoeften zijn veelzeggend voor de totale doelgroep in Dongen, dit zijn geen N=1 of toevallige bevindingen. Toelichting titel De titel van dit rapport staat voor het brede gevoel dat we hebben opgehaald bij ouders. Zij ervaren dat hun kinderen de nadelige gevolgen van armoede ervaren. Het geeft een gevoel van tekortschieten weer dat breed leeft onder de ouders die we gesproken hebben. Dit geeft direct de terechte urgentie aan voor de focus die de gemeente Dongen legt op het bestrijden van armoede.

2

Het leven in bestaansonzekerheid

Definitie bestaansonzekerheid Bestaansonzekerheid is een abstracte en brede term waar veel verschillende interpretaties van mogelijk zijn. In dit onderzoek hanteren wij onderstaande uitleg: Bestaanszekerheid gaat over het hebben van financiële stabiliteit om te kunnen voorzien in basisbehoeftes zoals eten en drinken, een dak boven je hoofd en meedoen in de samenleving. Bestaansonzekerheid is het gebrek hieraan.

Opbouw rapport We starten met de onderzoeksopzet op pagina 4. Vanaf pagina 7 lichten we toe wie we hebben gesproken en wat voor hun situatie kenmerkend is. Hoe ziet hun leven eruit? Wat valt hierin op? Zo krijgt de lezer een beter van hun situatie en problematiek. Daarna delen we de 4 overkoepelende thema’s die uit alle gesprekken zijn gehaald en voor jongeren, ouders en professionals belangrijk zijn. Deze thema’s beschrijven én illustreren we aan de hand van een aantal geselecteerde verhalen en quotes. Omdat verhalen tastbaar en voelbaar maken waar het echt over gaat. Uit alle gesprekken zijn 4 overkoepelende thema's naar voren gekomen die voor de doelgroep belangrijk blijken: 1. Tekort komen p. 13 2. Overzicht p. 23 3. Contact, communicatie en signaleren p. 30 4. Werkelijkheid inwoners & regelingen/procedures p. 39 We beschrijven de uitkomsten bij ieder thema met daarbij illustrerende voorbeelden of verhalen, leggen waar relevant de link naar onze bevindingen en voorbeelden in andere (soortgelijke) gemeenten én uit landelijk onderzoek en delen onze aanbevelingen voor verbetering.

Leesafspraken Voordat u verder leest maken we graag een paar afspraken voor het lezen en delen van de verhalen en quotes: • Neem de verhalen/quotes serieus, ze zijn authentiek en opgeschreven zoals ze verteld zijn. • Laat de verhalen altijd heel, als ze schriftelijk en mondeling worden doorverteld. • Raad niet naar de verteller van het verhaal, of specifieke details van het gebeurde. Het gaat om de onderliggende boodschap en de betekenis die de verteller eraan geeft. Om deze reden zijn namen van personen gefingeerd.

3

Het leven in bestaansonzekerheid

Onderzoeksopzet De gemeente Dongen heeft K2 gevraagd om een kwalitatief onderzoek uit te voeren. De volgende onderzoeksvragen staan centraal: 1. ervaringen en effecten van bestaansonzekerheid op kinderen en hun ouders in kaart brengen. 2. behoeften ophalen van kinderen, ouders en professionals. 3. aanbevelingen formuleren om eventueel het beleid te verbeteren. We hebben in dit onderzoek de actuele ervaringen van ouders, kinderen en professionals binnen de gemeente opgehaald. Het kan zijn dat deze ervaringen zijn gebaseerd op situaties van vóór de vernieuwing van de schuldhulpverlening en het armoedebeleid. Vernieuwingen waarmee mooie verbeterslagen zijn gemaakt. Toch zijn ook ervaringen uit het verleden veelzeggend, omdat ze ook duidelijk maken hoe fragiel het contact tussen inwoner en overheid is en dat eerdere ervaringen van jezelf of via anderen een beeld geven dat niet meer overeen kan komen met de huidige situatie. Hier is mogelijk toch actie op nodig. In communicatie en het bereiken van inwoners bijvoorbeeld. We hebben met de aanbevelingen geprobeerd om zo concreet mogelijk verbetermogelijkheden te formuleren die het huidige beleid nóg verder kunnen versterken. Werving Om een zo goed mogelijk beeld te krijgen van het leven van kinderen en hun ouders in bestaansonzekerheid in de gemeente Dongen zijn we op verschillende manieren in gesprek gegaan met inwoners.

Wij zijn vanuit de praktijk gestart door middel van gesprekken met professionals in de uitvoering, zoals schuldhulpverlening, maatschappelijk werk, en organisaties uit de sociale basis. Samen met hen hebben we in kaart gebracht op welke plekken we moesten zijn en hoe we een diversiteit aan ouders en kinderen over dit gevoelige onderwerp het beste konden bereiken. Ook gingen we met hen het gesprek aan over wat zij belangrijk vinden, wat ze zien gebeuren in de praktijk en wat ze zouden adviseren. Daarnaast hebben we via deze professionals inwoners en andere professionals bereikt voor interviews en konden we langsgaan bij inloopmomenten en activiteiten voor jongeren om daar het gesprek te voeren met de jongeren zelf. Door deze verschillende methoden hebben we gezorgd voor een zo representatief mogelijk bereik; ouders en jongeren met verschillende ervaringen (positief en negatief), verspreidt over Dongen, met kinderen in diverse leeftijden etc. Plus een diverse groep professionals die veel met deze ouders en jongeren werken.

4

Het leven in bestaansonzekerheid

Ervaringsdeskundige Bovendien hebben we tijdens dit onderzoek samengewerkt met ervaringsdeskundige Désiré van Pel. Van het formuleren van de juiste vragen voor interviews met inwoners tot het uitvoeren van interviews zelf. Dit is van grote meerwaarde omdat we op deze manier zo goed mogelijk aansluiten bij de inwoners, bijvoorbeeld in taal. Gesprekken met inwoners We zijn op verschillende manieren in gesprek gegaan met inwoners: 1. Diepte-interviews: we hebben gesproken met 12 ouders met jonge kinderen die leven onder het minimuminkomen. We stonden stil bij hun dagelijkse realiteit van leven in bestaansonzekerheid, hun ervaringen met het huidige armoedebeleid, de hulp en ondersteuning vanuit de gemeente of andere organisaties en wat hun behoeften zijn. 2. Inloopmomenten en kookavonden: we hebben 12 jongeren tussen de 12 en 17 jaar gesproken tijdens het inloopmoment en de kookavond van Contour de Twern. We hebben ze gevraagd in hoeverre zij iets merken van mogelijke bestaansonzekerheid in hun eigen gezin of bij andere jongeren in hun omgeving en wat voor jongeren belangrijk is.

Digitaal Om een bredere groep te bereiken hebben we ook een online vragenlijst uitgezet voor jongeren. Deze is door 10 jongeren ingevuld. De onderwerpen zijn, deels aangepast naar een digitale vorm, vergelijkbaar met bovenstaande onderwerpen. De vragenlijsten zijn middels QR-codes op een poster verspreid via Contour de Twern. Gesprekken met professionals Wij hebben 9 professionals uitgebreid geïnterviewd. Dit zijn professionals die direct met de doelgroep werken: 1. Schuldhulpverlening 2. Arm in arm 3. Eagle Shelter 4. Contour de Twern jongerenwerk 5. Contour de Twern sociaal werk 6. Locatieleider basisschool 7. GGD 8. Middelbare school 9. Stichting Leergeld In deze interviews stonden we stil bij wat de professionals zien gebeuren en ervaren, waar hun zorgen zitten en wat voor adviezen ze mee willen geven aan de gemeente.

5

Het leven in bestaansonzekerheid

Deel 1 Een onzeker bestaan

Een onzeker bestaan: hoe ziet dat eruit? De groep ouders met kinderen die in bestaansonzekerheid leeft is divers. Ieders verhaal en ervaring is uniek en belangrijk om te horen. We zien echter ook overeenkomsten en patronen in de verhalen en ervaringen van mensen: het gaat vaak om alleenstaande ouders, de groep werkende armen wordt steeds groter en vaak spelen er problemen op meerdere leefgebieden.

Alleenstaande ouders Negen van de twaalf ouders die we hebben gesproken zijn alleenstaand. Dit maakt de financiële situatie extra kwetsbaar, met name in de tussenperiode voordat de scheiding definitief is. Een medewerker van de inloopvoorziening zei hier het volgende over:

Financieel gezien ben je officieel nog één geheel, wat maakt dat je op papier nergens voor in aanmerking komt. Bijvoorbeeld wanneer beide ouders voor de scheiding gewoon een baan hebben en een huis en niks is verdeeld. Eén van de ouders gaat dan op een gegeven moment ergens anders wonen omdat de situatie thuis niet meer houdbaar is. Dat brengt extra kosten met zich mee en bovendien gaat je inkomen met de helft omlaag maar heb je nog wel als beide ouders zijnde de zorg voor je kind(eren). Je komt pas in aanmerking voor regelingen als je officieel uit elkaar bent. Dat kan een hele tijd duren. Het is wisselend of de alleenstaande ouder een baan heeft of niet. In een aantal voorbeelden heeft de ouder voor de scheiding wel een baan, maar stopt na de scheiding met werken omdat het niet meer lukt met alle (psychische) belasting. Het merendeel van de alleenstaande ouders heeft geen contact meer met de ex-partner en krijgt geen alimentatie. Uit onderzoek van het CBS blijkt dat, landelijk gezien, 40% van de alleenstaande ouders zich zorgen maakt over hun financiële situatie (CBS, 2023 https://tinyurl.com/bded4tsc).

7

Het leven in bestaansonzekerheid

Draaglast Ook valt op dat de ouder zichzelf wegcijfert om zo goed mogelijk voor zijn/haar kind(eren) te zorgen. Daar komt bij dat het voor alleenstaande ouders lastig is om vrije tijd voor zichzelf en ontspanning te vinden. Ze kunnen de zorg voor de kinderen vaak niet delen en een oppas is te duur. Hierdoor komt er veel zorg- en financiële last bij de alleenstaande ouder te liggen. Ook dit sluit aan bij het landelijke beeld waarin ook onzekerheid van ouders wordt benoemd. Onzekerheid omdat zij hun kinderen niet de levensstandaard kunnen bieden die ze graag zouden willen. Hierin is ook beschreven dat alleenstaande ouders minder vaak hulp en advies vragen rond de opvoeding, maar dit wel harder nodig is dan bij tweeouder gezinnen (NJI, https://tinyurl.com/bdhm7r9w). Hier komen we in de aanbevelingen op terug.

Voorbeeld Gezin met twee kinderen van 4 en 6 jaar oud. De ouders gaan scheiden, het proces loopt al een half jaar. Financieel zat het gezin al niet heel breed, maar er waren nog geen problemen. Na de scheiding ontstonden deze wel. Zo hadden beide ouders eigenlijk een auto nodig voor hun werk en was er maar 1 auto. Eén van de ouders is bij een broer gaan wonen, maar dat kon maar tijdelijk. Zo ontstonden er al snel schulden en zie je dat ze bijvoorbeeld tijdelijk de ene rekening niet betalen om de andere wel te kunnen betalen. In het begin is dat nog geen ramp, maar je kan al snel onder water komen te zitten.

8

Het leven in bestaansonzekerheid

Werkende ouders Er is nog een groep die opvalt in dit onderzoek. Het gaat om ouders die werken en toch moeilijk kunnen rondkomen. Gezinnen waarbij één of beide ouders een betaalde baan heeft en daardoor op papier net boven het bestaansminimum uitkomt, maar aan het einde van de maand te weinig geld over houdt. Ze hebben geen recht op de minimaregelingen en eenmalige voorzieningen vanuit de gemeente. Ze hebben ook geen recht meer op toeslag van de belastingdienst, met terugvorderingen als gevolg. In de praktijk leven deze mensen onder het bestaansminimum. Ook professionals zien deze groep steeds vaker:

Voor gezinnen die duidelijk een te laag inkomen hebben, is het best goed geregeld, maar er zijn ook veel ouders die tussen wal en schip vallen. Ook ouders die zelfstandig ondernemer zijn, kunnen in de knel komen. Een ouder vertelt:

Door mijn bedrijf mag ik geen uitkering, maar toch heb ik heel weinig geld elke maand. Het zou toch fijn zijn als er iets van steun, in de vorm van geld, zou komen. Van de twaalf ouders die we hebben gesproken kregen vijf ouders wel (deels) een bijstandsuitkering, één ouder was volledig afgekeurd met een WIA-uitkering en een andere ouder had door zijn mantelzorg verplichtingen een WW-uitkering nodig. Weinig vertrouwen De ouders die we hebben gesproken hebben doorgaans weinig vertrouwen in de gemeente of andere instanties. Eerdere ervaringen wezen uit dat ze geen aanspraak konden maken op ondersteuning of het proces was te ingewikkeld, waardoor ze het nu ook niet meer proberen.

Ook dit is niet typerend voor alleen de ouders in Dongen, maar komt uit landelijk onderzoek naar voren. Vertrouwen in overheidsinstanties is niet alleen in handen van de gemeente. Bijvoorbeeld de toeslagenaffaire, media-berichten en andere ervaringen zijn hierop van invloed. Het SCP schrijft hierover: “Zonder vertrouwen willen of durven mensen niet aan te kloppen bij gemeenten, bijvoorbeeld door negatieve ervaringen in het verleden of het gevoel als potentiële fraudeur te worden behandeld. Hierdoor zijn problemen niet altijd goed in beeld of kunnen ze verergeren.” (SCP, een brede blik op bijstand, 2023).

9

Het leven in bestaansonzekerheid

Netwerk Inwoners ervaren, als die er is, veel steun aan hun netwerk. Sommigen gaven aan een fijn eigen netwerk te hebben die af en toe ondersteunen in essentiële zaken, maar ook bij leuke dingen voor de kinderen. Een ouder zegt hierover het volgende:

Ook is er een lieve tante die af en toe cadeaus meeneemt voor mij. Die kan ik dan aan mijn zoontje geven, net alsof het van mij komt. Dat betekent heel veel. Vaak kunnen inwoners in Dongen wel terecht bij vrijwilligersorganisaties zoals Eagle Shelter of Arm in Arm. Ook is er een sociaal netwerk in Dongen van ouders die elkaar helpen. Wanneer je niet in aanmerking komt voor de ondersteuning vanuit de gemeente is dit onmisbaar om rond te komen. Hierover meer in deel 2 van het rapport bij hoofdstuk 2 ‘Overzicht & complexiteit’ en hoofdstuk 4 ‘Werkelijkheid inwoners & regelingen’. Problemen op meerdere leefgebieden In de gezinnen waar bestaansonzekerheid speelt, valt op dat er vaak ook andere problemen spelen. Hierbij gaat het onder andere om gezondheidsproblemen, een onzekere woonsituatie of uitdagingen rond de opvoeding. Uit meerdere interviews met ouders blijkt sprake van lichamelijke problemen, bij ouder(s) of kind(eren), ook ADHD of een burn-out wordt vaak gezien, of gedragsproblematiek bij de kinderen. Ouders moeten soms minder gaan werken om voor hun kind(eren) te kunnen zorgen. Hierdoor zijn gezinnen vaak afhankelijk van meerdere instanties.

Ook kan er sprake zijn van een onzekere woonsituatie door schulden. Dit draagt vervolgens bij aan de (reeds bestaande) stress bij ouders. Soms speelt een taalbarrière een rol, of het feit dat ouders nieuw in Nederland wonen. Zij weten daardoor onvoldoende over de mogelijkheden tot hulp of begrijpen de regels niet helemaal.

Mijn man had een baan voor een aantal dagen in de week, maar op een gegeven moment moest hij starten met inburgering. Daardoor kon hij minder werken en is hij ontslagen. Ik heb toen een uitkering aangevraagd en die zouden we in eerste instantie krijgen. Maar wat mijn man niet goed had begrepen toen, is dat hij sollicitatieplicht had in die periode. Hij had de eerste weken dus niet gesolliciteerd en daardoor kregen we die maand geen uitkering.

10 Het leven in bestaansonzekerheid

Ziek in de bijstand of WIA Uit interviews met zowel inwoners als professionals blijkt dat een aantal ouders in de bijstand ziek zijn en daardoor (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt. Ze hebben hierdoor geen zicht op een baan, maar zitten wel (gedeeltelijk) vast in de bijstand. Dit zorgt bij deze ouders voor een uitzichtloze situatie.

Verhaal van een alleenstaande vader met twee kinderen:

Voor mijn gezondheid is revalidatie nodig, één keer per week. Ik ben bezig met hoe ik dingen kan veranderen thuis. Door mijn ziekte ben ik helemaal afgetakeld, ik ben lichamelijk niet de oude. Of dat ooit nog beter gaat worden is niet duidelijk. Ik heb heel weinig energie, lichamelijke klachten en voel me psychisch niet goed. Krijg daar wel hulp bij maar moet het wel allemaal zelf uitzoeken. Ik krijg een WIA uitkering en daarop een kleine toelage vanuit de gemeente. Overzicht inwoners die we gesproken hebben:

Alleenstaand

9

Problemen op meerdere leefgebieden

10

Ziek en (deels) in de bijstand

5

(Deels) aan het werk

4, waarvan 2 met ziekte kampen

Volledig afgekeurd in de WIA

1

WW-uitkering, want mantelzorger

1

11 Het leven in bestaansonzekerheid

Deel 2 Opbrengsten van de vier thema’s

1. Tekort komen De eerste rode draad die opvalt in de gesprekken en vragenlijst is ‘tekort komen’. Hieronder beschrijven we wat hier onder valt en geven we voorbeelden. Ook benoemen we de effecten van tekort komen die ouders, kinderen en professionals ervaren en zien. Tot slot geven we aanbevelingen mee om verbeterstappen te nemen op dit thema.

Basisbehoeften Essentieel voor de gezondheid, enige stabiliteit en het beperken van stress is het kunnen voldoen aan de basisbehoeften. Hier bedoelen we eten, drinken, kleding etc. mee. Het gaat niet om luxe producten of uitjes om mee te kunnen doen. Een moeder:

Ik zal altijd zelf minder eten zodat mijn kinderen kunnen eten. Ik kan gratis brood halen bij het Leger des Heils en groente en fruit. Als ik dat niet zou krijgen dan had ik mijn kinderen geen gevulde broodtrommel kunnen geven. Ik moet daar naartoe en met volle tassen weer terug. Beelden en woorden die opkomen bij een kind als het gaat om armoede:

Overleven, weinig tot geen geld hebben voor eten. Een jongere:

Ik zie op onze school wel bij kinderen van rond de 13 jaar dat ze veel dezelfde kleren dragen, soms ook vieze kleren.

13 Het leven in bestaansonzekerheid

Vooral in de gesprekken met professionals kwam naar voren wat armoede voor invloed heeft op de basisbehoeften en essentiële zaken in een kinderleven. De volgende zaken vallen hen het meest op: • Te weinig eten, kinderen die zonder ontbijt & lunch naar school worden gestuurd. • Te weinig kleding hebben, kinderen die vaak in dezelfde, soms kapotte, kleding naar school komen. Of bijvoorbeeld geen winterschoenen hebben. • Niet genoeg geld om bepaalde spullen te kopen voor school, die nodig zijn voor het onderwijs.

Professional:

Ik zit hier vaak met meiden. Dan gaan ze even naar de Jumbo om wat eten te halen. Dan zie je dat er altijd wel 1 of 2 mensen hier achter blijven omdat ze geen geld hebben om ook iets te halen. Dan vragen ze soms wel ‘Wil je misschien iets voor me halen?’ En dan hoor ik de ander zeggen ‘Ja is goed, stuur ik je een tikkie’ om terug te betalen. En dan zegt het meisje: ‘Oh nee laat maar hoeft niet’.

14 Het leven in bestaansonzekerheid

Meedoen Voor kinderen is mee kunnen doen het belangrijkste thema. Dit bleek zowel uit de gesprekken met kinderen als uit de vragenlijst. Tijdens het gesprek met en in de online vragenlijst voor kinderen hebben we verschillende voorbeeldsituaties voorgelegd. De voorbeelden staan hieronder.

In de online vragenlijst hebben jongeren ingevuld, op een schaal van 1 tot 5, in hoeverre ze zich in de situaties herkenden. Op de volgende pagina zijn hiervan de uitkomsten te zien.

Maartje hoort haar klasgenoten vaak praten over de nieuwste games op de Switch. Maar ze kan niet meepraten, want thuis hebben ze die dingen niet.

Nadia woont met haar ouders, 2 zusjes een oudere broer. Thuis moet ze een kamer delen met haar zusjes. Dat vindt ze niet erg, maar nu ze steeds meer huiswerk krijgt, mist ze wel ruimte om rustig haar huiswerk te kunnen doen.

Mike zit op voetbal, net als veel klasgenootjes. Eigenlijk houdt Mike ook heel erg van gitaar spelen, maar een gitaar kopen of gitaarlessen zijn te duur.

Rana’s klasgenoten gaan bijna allemaal 1 of 2 keer per jaar op vakantie. Voor Rana, haar 2 broertjes, zusje en ouders zit dat er niet in.

Dana zit op dansles. Haar danskleren zijn 2 jaar oud en ze heeft nieuwe nodig. Haar ouders kunnen dat niet zelf betalen, dus binnenkort gaan ze bij de kringloopwinkel kijken.

Sammy' vrienden gaan na school vaak naar de kermis of de gamehal en vragen of hij mee wil. Meestal zegt hij nee. Niet omdat hij niet wil, maar omdat hij het niet kan betalen.

15 Het leven in bestaansonzekerheid

Uit de gesprekken met jongeren én de vragenlijst is door de jongeren weergegeven wat armoede op sociaal vlak voor effect heeft. En wat dit betekent voor het mee kunnen doen en praten met leeftijdsgenoten. In bovenstaande grafiek zie je welke situaties de jongeren het meest herkennen. Uit de gesprekken kwamen deze situaties waarop armoede effect heeft vooral naar voren: • Niet kunnen meepraten over bepaalde nieuwe spullen, die klasgenoten hebben. • Geen passende ‘kleding’ hebben: je wilt er als kind normaal uit zien, zoals de rest. • Niet kunnen meepraten over vakanties, uitjes of andere activiteiten. In sommige gevallen niet mee kunnen op schoolreisjes.

Ook uit onderzoek weten we dat armoede leidt tot een groot risico op sociale uitsluiting en dat sociaal mee kunnen doen belangrijk is voor een gezonde ontwikkeling van kinderen (bron: Nji, Opgroeien en opvoeden in armoede, 2021).

Mijn vriendinnen die gaan na school naar de stad. Dan zeg ik maar dat ik niet mee ga omdat ik niet wil zeggen dat ik dan niets kan kopen. Schoolactiviteiten moeten voor alle kinderen zijn, zodat kinderen op school altijd mee kunnen doen, net als alle andere klasgenootjes

16 Het leven in bestaansonzekerheid

Stress, schaamte & isolement Tekort komen heeft als effect dat stress, schaamte en isolement groeien. Dit is bij de ouders duidelijk te merken.

Ouder:

De hele periode van onzekerheid was heel lastig. Je ziet iedereen leuke dingen doen en jij moet alle centjes omdraaien. Ik kon niet zomaar een dagje weg. M’n zoontje was toen 1 of 2 jaar. Je wilt ook op vakantie kunnen en leuke dingen kunnen doen samen. En social media kwam toen net een beetje op gang en dan zie je zoveel van andere mensen. Dat is wel lastig. Het was niet zo erg dat we geen eten hadden, maar zat hem meer in de leuke dingen die je niet kan doen. Ik ging ook steeds meer in m’n schulp trekken, bleef steeds meer binnen, ging steeds minder mensen opzoeken. Zat hem ook in een stukje schaamte. Professional:

Veel mensen schamen zich en willen het liefste alles zelf doen en regelen. Ze vinden het moeilijk om aan te geven en te laten zien dat ze zelf niet voor hun kind kunnen zorgen. Langdurige stress heeft serieuze gevolgen. Chronische stress ontregelt het brein en heeft direct invloed op ons denken en handelen (bron: NRC, Korteweg, N., ‘Zo werkt je gestresste brein’). Eén van de grootste risico’s op meer kwetsbaarheid is o.a. dus de langdurige aanwezigheid van stress. In de aanbevelingen komen we hier nog uitgebreider op terug.

17 Het leven in bestaansonzekerheid

Kinderen kunnen zich bezwaard voelen dat hun ouders het moeilijk hebben. Tijdens gesprekken met een jeugdverpleegkundige wordt gemerkt dat kinderen verdrietig zijn of een gevoel van schaamte ervaren. Desondanks zijn er ook kinderen uit gezinnen die met weinig rond moeten komen die aangeven nergens last van te hebben.

Kind:

Mijn ouders proberen ervoor te zorgen dat wij het niet merken, maar je merkt het toch wel.

Het effect van armoede op ouders is groot. Mensen hebben last van schaamte. Daardoor kan het lang duren voordat iemand zich openstelt voor hulpverlening. Of waardoor gezinnen in armoede überhaupt niet bekend zijn bij hulpverlening.

Professional:

Er was een gezin met drie kinderen. Thuis speelde er van alles: een zieke vader, de moeder die alle zorg op zich moest nemen. Daardoor kon zij eigenlijk niet werken, en vader kon ook niet werken. Vanuit school hadden we toen een kleding inzameling. Zo was er ook een zak kleren en mooie spullen verzameld dat dit gezin mocht komen ophalen. Maar ze wilden het niet aannemen. ‘We hebben alles echt wel’ zeggen ze dan. Nou weten we dat het ook een drempel kan zijn om naar school te komen en met zo’n zak weg te lopen. Dus we zijn vanuit school naar het gezin zelf gegaan, aan de deur. Maar ook toen wilden ze het niet.

18 Het leven in bestaansonzekerheid

Ouders hebben door de armoede en de schaamte die daarbij komt kijken ook last van isolement. Een moeder vertelt daar het volgende over:

Je ziet gewoon mensen leuke dingen doen, en jij bent alleen maar thuis met de kinderen en je doet niks. Je kan het niet. Je wilt het wel, maar het kan niet Ook geven ouders aan weinig vrije tijd voor zichzelf te hebben. Ze kunnen activiteiten met vrienden niet betalen, zijn vaak alleenstaand en kunnen geen oppas vinden, kunnen een sportabonnement niet betalen of andere zaken die ontspanning brengen.

19 Het leven in bestaansonzekerheid

De kinderen zijn het belangrijkst Ouders doen alles voor hun kinderen. Ze geven aan dat zolang de kinderen het goed hebben, het niet uitmaakt hoe het met henzelf gaat. Toch kampen ouders met het gevoel dat zij hun kinderen tekortdoen:

Je krijgt het gevoel dat je ze tekortdoet. Ik kan niet met mijn kinderen op vakantie. Ik kan ook niet zeggen ik ga 3 dagen naar de Veluwe, want ik heb geen auto. Mijn kinderen zijn de pineut, want ze zitten altijd thuis. Ouders ervaren dat er veel aanbod gericht is op kinderen en daar zijn ouders ook erg blij mee. Dat aanbod accepteren ze ook. Wel vinden ze het, volgens professionals, ook lastig om verdere hulp te accepteren, bijvoorbeeld om mee te kijken naar de financiën of andere leefgebieden. Enerzijds kan dat te maken hebben met schaamte, vertelt een professional, anderzijds ook de angst om controle te verliezen over de situatie en het gezin.

Zo was er een ouder die bang was dat diens kinderen uit huis zouden worden geplaatst als de hulpinstantie zich verder met hun situatie bemoeide.

Ook willen ouders zoveel mogelijk het gevoel behouden dat ze zelf voor hun kind kunnen zorgen.

Mensen vinden vaak dat ze falen in het ouderschap als ze niet voor hun kind kunnen zorgen.

20 Het leven in bestaansonzekerheid

Aanbevelingen 1. Vrij besteedbaar budget Uit onderzoek blijkt dat regelingen met ‘bestedingsbinding’ minder goed benut worden en dat hierop een groter stigma rust: “Zo wordt een voorziening in de vorm van (min of meer) vrij besteedbaar geld aantrekkelijker gevonden dan een voorziening in natura of met bestedingsbinding. Ten eerste omdat de ontvanger dan zelf een keuze kan maken waaraan het bedrag wordt besteed. Het gerapporteerde nut van de voorziening is daarom groter. Maar ook blijkt dat op voorzieningen in natura een groter stigma rust. Dat heeft bijvoorbeeld te maken met het feit dat voor anderen zichtbaar is dat iemand hulp krijgt van de overheid (Hernanz et al., 2004, 21).” (Universiteit Groningen, 2024: https://ap.lc/qVers). Uit eerdere evaluatieonderzoeken van K2 naar minimaregelingen kwam dezelfde conclusie. Wij adviseren daarom om budget beschikbaar te stellen en vrij in te kunnen zetten als armoede zorgt voor tekort in een gezin. Bijvoorbeeld op school, in beheer van het (school)maatschappelijk werk. Denk aan eten, kleding, huisraad of het kunnen meedoen aan uitjes op school. We pleiten nadrukkelijk voor een vrije besteding en geen vastomlijnde regeling of bonnen van een specifieke winkel. Zo kun je echt goed aansluiten bij de wensen, behoeften én mogelijkheden van gezinnen en kinderen.

Wat daarbij wel een helpend kader kan zijn is de focus op het creëren van stabiliteit en minder stress in het gezin (meer inspiratie: https://www.k2.nl/stabiliteitsdenken). Het budget dient hier dan aan bij te dragen. Twee keer per jaar kan er gereflecteerd worden op de besteding van het budget en de afwegingen die zijn gemaakt. Bijvoorbeeld aan de hand van een beknopt logboek. Zo kan de gemeente waar nodig en gewenst bijsturen.

Ter inspiratie over de onderzochte methode om dit op school aan te bieden: https://tinyurl.com/ywfed8bk en https://www.amsterdam.nl/sociaaldomein/onderwijs/familiescholen/

21 Het leven in bestaansonzekerheid

Aanbevelingen 2. Visie en training op het verminderen van stress en vergroten van stabiliteit Langdurig leven met een stapeling van problemen, continue onzekerheid over de toekomst of leven in een onveilige situatie kan leiden tot chronische stress. En chronische stress vormt een groot risico op meer kwetsbaarheid, zoals een negatieve impact op het zelfoplossend vermogen, ontregeling van het denkvermogen en kort- langdurige verwardheid. Lees meer over de oorzaken en gevolgen van o.a. stress en de aanpak hierop in ons artikel over ‘Stabiliteitsdenken’: Leven in armoede zorgt bij uitstek voor onzekerheid en heeft vaak een stapeling van problemen als gevolg of oorzaak. Het is dus heel belangrijk om langdurige stress te voorkomen en stabiliteit te vergroten. In de aanpak van armoede helpt het om te focussen op het creëren van rust en stabiliteit voor de inwoner. Want pas als er rust en stabiliteit is ontstaat er ruimte voor andere stappen. Meer over de invloed van stress en het belang van stabiliteit: https://www.k2.nl/nieuws/stabiliteitsmodel-voorpreventie-hulp-en-ondersteuning-aan-kwetsbare-inwoners Vanuit deze bril kijken en handelen betekent echt een omslag in denken en doen. Allereerst is er een gezamenlijk gedragen en langetermijn visie nodig op het belang van stabiliteit, de impact van stress en het voorkomen en verkleinen van (complexe) kwetsbaarheid.

Daarnaast is het belangrijk om medewerkers van gemeenten (die werken met inwoners in een kwetsbare positie) én belangrijke samenwerkingspartners te trainen in het stabiliteitsdenken. Zodat zij leren om signalen en oorzaken van stress te herkennen (stressoren) en samen leren hoe zij prioriteit kunnen geven aan het (deels) voorkomen of wegnemen van die oorzaken, door nauw met elkaar samen te werken en passend te handelen. Dit vereist training en blijvende aandacht.

Ter inspiratie een voorbeeld van een gemeente die deze visie heeft omarmd, hierop breed heeft getraind en samengewerkt met mooie effecten als gevolg. https://www.k2.nl/nieuws/de-stabiliteitsaanpak-ophet-nos-journaal

22 Het leven in bestaansonzekerheid

2. Overzicht & complexiteit De tweede rode draad die we zien is de behoefte aan overzicht en het worstelen met de complexiteit van regelingen en mogelijkheden. Ervaringen inwoners In Dongen zijn er diverse initiatieven en regelingen voor inwoners die in armoede leven. Dit wordt gewaardeerd, blijkt uit de gesprekken. Zo sprak een ouder zich bijvoorbeeld blij uit over het meedoen budget:

Van het meedoen budget ben ik eind vorig jaar samen met mijn zoon en vriendinnen naar Dongen Ice geweest. Dat was heel leuk, vooral voor mijn zoontje. Dit jaar wil ik het budget weer aanvragen. Wat echter opvalt is dat inwoners weinig tot geen overzicht hebben en kennis missen over de bestaande initiatieven en organisaties. Voor ouders is het niet duidelijk wat er allemaal is voor kinderen of henzelf in Dongen. Ouder:

Het is niet duidelijk wat er in Dongen kan voor kinderen. Kan die informatie duidelijker worden weergegeven? De dingen die ik wel ken heb ik via andere wegen dan de gemeente over gehoord. Ouder:

Niet iedereen hier weet wat je kan krijgen als je het minder breed hebt. Vooral als je hier nieuw bent. In het begin hadden we heel weinig, maar we wisten ook niet waar we recht op hadden. We kenden de Meedoen pas niet bijvoorbeeld.

23 Het leven in bestaansonzekerheid

De meeste ouders zijn bekend met de Meedoenregeling en de Voedselbank. Andere voorzieningen vanuit de gemeente zijn minder bekend, zoals schuldhulpverlening of bijzondere bijstand. Een aantal hulpverleners geven wel aan dat de consulenten vanuit schuldhulpverlening zichtbaarder zijn in vergelijking met een paar jaar geleden. Dat komt omdat zij aanwezig zijn bij bijvoorbeeld inloopmomenten van de Eagle Shelter en tijdens spreekuren van Contour de Twern.

Ervaringen organisaties Inwoners zijn niet de enige die aangeven een gebrek aan overzicht te ervaren. Ook de organisaties kampen hiermee. Zij ervaren net als de inwoners onvoldoende overzicht in de voorzieningen en regelingen die er zijn. Het valt professionals daarnaast op dat het voor inwoners lastig is om bekend te raken met hun organisatie. Volgens de hulpverleners kan informatie, bijvoorbeeld in flyers, ook nog verspreid worden via: maatschappelijke organisaties, sportverenigingen, huisartsen, woningbouwverenigingen, social media (vooral voor jongeren). Het lukt organisaties niet altijd om dit zelfstandig voor elkaar te krijgen bij bijvoorbeeld huisartspraktijken of woningbouwverenigingen. Het kan helpen als de gemeente daarbij ondersteuning kan bieden. Professional:

Als je niet weet wat voor een lijntjes er zijn bij de gemeente, dan is het echt moeilijk. Ouder:

Communicatie erover is totaal niet overzichtelijk. Bij de entree helpen ze niet met je hebt hier recht op. Je krijgt eigenlijk alleen maar meer vragen. En dan denk ik laat maar: die energie heb ik niet nu. Het zou fijn zijn als er iemand is die zegt: Je zit in de bijstand, je hebt kinderen laten we eens kijken wat je kan krijgen.

24 Het leven in bestaansonzekerheid

Complexiteit De complexiteit van processen bij de gemeente maakt overzicht houden en zaken zelf regelen voor ouders nog lastiger. Inwoners lopen hierin grotendeels tegen dezelfde obstakels aan: • Geen vast contactpersoon voor vragen en inwoners hebben het idee dat ‘’iedereen iets anders zegt’’. • Geen duidelijke terugkoppeling over de status van een aanvraag. Dat creëert onzekerheid over of de aanvraag goed is doorgekomen. • Aanvraag moet digitaal. Sommige ouders zijn niet digitaal voldoende vaardig of beschikken over een laptop of printer om documenten aan te leveren. • Elke keer opnieuw weer alle documenten aanleveren. Het kost ouders veel tijd om alles uit te zoeken en alle documenten te verzamelen. Niet alle ouders lukt het om dat zelf te doen, ze weten bijvoorbeeld niet hoe ze aan bankafschriften kunnen komen. Ouder:

Als je alle gegevens van een inwoner hebt, waarom kijk je als gemeente niet met alle gegevens waar een inwoner recht op heeft. Dat we ze veel meer ontzorgen. Je moet nu bijvoorbeeld voor zowel de Meedoenregeling als energietoeslag allerlei informatie aanleveren wat grotendeels hetzelfde is. Waarom moet alles steeds twee keer? Ouder:

Ik moest alles zelf regelen, kreeg daar geen hulp bij. Dat kostte veel energie en stress, want je weet niet of je het allemaal goed regelt.

25 Het leven in bestaansonzekerheid

Het ‘laat maar’ effect Door de ervaren ingewikkelde processen en het gebrek aan overzicht moeten ouders veel zelf uitzoeken. De ene ouder gaat dit makkelijker af dan de andere, maar duidelijk is dat de meeste ouders verdwalen in het oerwoud vol mogelijkheden en ingewikkelde aanvraagprocessen. Sommige ouders gaven aan niet eens meer aan aanvraagprocessen te beginnen omdat het te ingewikkeld en stressvol is. Op een gegeven moment raken ze ervan overtuigd dat het toch niet gaat lukken.

Ouder:

Laatst toen mijn man een paar maanden zo weinig salaris kreeg, heb ik dat doorgegeven bij de gemeente. Ik heb alles ingevuld op de website voor lage inkomens, alle loonstrookjes van hem ingediend, maar daar heb ik helemaal niks van gehoord. En daarna dacht ik: laat maar, ik heb geen zin meer. Ik was daar helemaal gestrest van. Ik heb toen ook vaak de contactpersoon voor uitkeringen bij de gemeente gebeld, maar elke persoon zegt iets anders. Elke keer krijg je ook iemand anders te spreken. Daarom dacht ik op een gegeven moment: laat maar, we gaan het zelf wel oplossen. Als we echt tekortkomen, wij gaan er niet dood van, we lossen het wel op”

26 Het leven in bestaansonzekerheid

Aanbevelingen: 3. Overzichtelijk Platform Inwoners en organisaties hebben behoefte aan meer overzicht over de initiatieven en organisaties in Dongen. We pleiten ervoor om als gemeente hier het initiatief toe te nemen en hier een Platform voor in te richten. Dit Platform kan deels digitaal en deels fysiek aanwezig zijn binnen de gemeente. Een website met alle mogelijkheden op een rij en de mogelijkheid om iemand fysiek te ontmoeten die meekijkt wat passend is. Dit kan eventueel gecombineerd worden met de eerdere aanbeveling om met buddy’s te werken, zoals in Groningen wordt gedaan. De gemeente Utrecht heeft de Armoedecoalitie opgericht waarbij initiatieven overzichtelijk zijn weergegeven en professionals elkaar kunnen ontmoeten. Meer inspiratie: https://www.armoedecoalitie-utrecht.nl/. Het Platform kan enerzijds voldoen aan de behoefte aan meer overzicht bij professionals en inwoners en anderzijds aan het tijdig uitwisselen van signalen. Hier komen we in het volgende hoofdstuk op terug. Het digitale gedeelte kan een pagina op de website van de gemeente zijn, we pleiten er nadrukkelijk voor om zoveel mogelijk bestaande digitale middelen te benutten.

De pool van ervaringsdeskundigen kan hier goed in adviseren qua taal, toelichting en mogelijkheden: wat helpt iemand meteen even op weg? Ook het SCP benadrukt het belang van investeren in lokale netwerkstructuren (2024, Zien, luisteren en helpen, SCP). Huisartsen, inlooppunten, woningcorporatie en buurthuizen kunnen doorverwijzen naar of samen met de inwoner deze persoon inschrijven voor een gesprek bij dit Platform. Een overzichtelijke website én papieren flyers kunnen helpen bij het vergroten van de bekendheid hiervan, zowel voor inwoners als professionals. 4. Structurele inzet van ervaringskennis Wij adviseren om structureel te werken met ervaringsdeskundigen. Schuldhulpverlening en armoedebestrijding van de gemeente Dongen is al een voorloper vanwege haar pool met ervaringsdeskundigen. Fantastisch! Deze pool is van grote meerwaarde in de bejegening en omgang met inwoners. Zij kunnen bijvoorbeeld meedenken in het verlagen van de drempel om hulp te vragen/ontvangen, helpen bij overzicht en bij passende communicatie-uitingen met aansluitende taal. Bespreek en bedenk samen waar de pool structureel en breder binnen de gemeente kan worden ingezet.

27 Het leven in bestaansonzekerheid

Aanbevelingen: 5. Samenwerking ‘voorliggend veld’ verder versterken De schuldhulpverlening en armoedebestrijding van de gemeente Dongen zoekt al veel de samenwerking op met partners, zoals huisartsen, scholen, jeugdgezondheidszorg. Partners in het voorliggend veld. Dit is belangrijk, want samenwerking met deze partners biedt ook een grote kans om meer inwoners die te maken hebben met armoede te ondersteunen. Zoals het Verwey-Jonker Instituut ook aangeeft ‘armoede, schulden en gezondheid zijn nauw met elkaar verbonden.’ (meer informatie: https://tinyurl.com/4kwcwae4). In Dongen staat dus al een mooie basis qua samenwerking. Wij zien twee kansen om dit nog verder te versterken: • In de al bestaande samenwerking meer focussen op het signaleren en bespreekbaar maken van armoede. Dit gaat enerzijds om het blijven trainen van partners (waarvan armoede niet te kerntaak is) in het signaleren bij en bespreken met inwoners. Anderzijds gaat het om het vertalen van de visie van de gemeente naar samenwerkingsafspraken/spelregels met alle betrokken partners. Bij het volgende hoofdstuk zullen we verder ingaan op signaleren. • Een kans om de al bestaande samenwerking nog verder te versterken is om het onderlinge contact tussen betrokken partijen te versterken. Bijvoorbeeld tussen huisartsen en de sociale basis (waaronder scholen, welzijnswerk, jongerenwerk, sportclubs etc.).

Organisaties uit de sociale basis die wij gesproken hebben gaven aan dat huisartsen, maar ook andere partijen, vaak niet bekend zijn met hun organisaties. Als gemeente (het verbeteren van) netwerksamenwerking faciliteren tussen deze partijen draagt bij aan een sterker netwerk om de jongeren en hun ouders heen. Hierbij kan het bovenstaand beschreven Platform ook ondersteunen. K2 heeft vaker projecten uitgevoerd om de samenwerking tussen huisartsen, sociale basis, de gemeente en andere partijen in het sociale en medische domein te versterken. Bijvoorbeeld tussen huisartsen en de CJG’s in Zeist. Resultaat is dat huisartsen veel sneller verbinding zoeken met de CJG’s, dat de drempel veel lager is.

28 Het leven in bestaansonzekerheid

3. Contact, communicatie & signaleren De derde rode draad gaat om het contact en de communicatie tussen inwoners, de gemeente en instanties. Ook kwam het signaleren van armoede duidelijk naar voren. Ervaringen inwoners De belangrijkste factor als het gaat om goede hulp en tevredenheid van de inwoners is dat zij zich door de persoon tegenover zich als mens behandeld voelen en er begrip wordt getoond. Meerdere inwoners geven aan weinig vertrouwen in de gemeente te hebben, door de mate van controle en de bewijslast die zij steeds opnieuw moeten aanleveren. Andere reeds benoemde zaken zorgen ook voor verminderd vertrouwen in de gemeente. De onduidelijkheid in het aanvraagproces, miscommunicatie of geen communicatie tussen inwoner en gemeente. Het gevoel hebben van het kastje naar de muur gestuurd worden: frustratie, angst en verslagenheid heersen op dat soort momenten.

Ouder:

Ik krijg een WIA uitkering en daarop een kleine toelage vanuit de gemeente. Krijg de ene maand wel alimentatie van mijn ex en dan wordt dat ingehouden op de toelage. En heel onduidelijk over of ik dat dan uiteindelijk straks moet terugbetalen of niet. Ouder:

Ze zeggen je kan hulp vragen: maar je moet dus altijd hulp vragen. En dat wordt op den duur een drempel. Deze angst en frustratie zorgt ervoor dat mensen terughoudend zijn in hulp vragen aan de gemeente. Vooral als er grote schulden zijn. Naast de schaamte die vaak speelt, zijn ze door het wantrouwen angstig om hun financiële situatie te delen. Ze zijn bang de controle kwijt te raken. De angst voor de gemeente kan soms erg oplopen, waardoor inwoners ook een helpende hand kunnen mislopen.

29 Het leven in bestaansonzekerheid

Ouder:

Gemeente Dongen doet overal moeilijk over. Frustratie roept het op. Het gevoel alsof je een heel slecht persoon bent. Niet welkom. Je voelt je geen persoon meer. Tegenwoordig is alles digitaal. En wat heeft iemand in de bijstand, heel weinig digitale spullen. Eigenlijk kom je er niet uit, de gemeente verwacht dat je ook thuis uitprint of iets opzoekt. En dat kunnen wij gewoon niet. Snap wel dat het digitaal is, maar dan moet je zorgen dat mensen in de bijstand dat ook kunnen. Persoonlijk contact is gewoon het fijnste. Gewoon één contactpersoon. Ouder:

Er worden vanuit de gemeente veel vragen gesteld. Geef je daar antwoord op, krijg je geen reactie meer. Je moet echt 100 keer je verhaal doen en bewijzen en laten zien dat het ook echt zo is. Mens tot mens Zoals in de eerste alinea van dit hoofdstuk beschreven is er ook een ander geluid te horen. Op de momenten dat inwoners iemand persoonlijk kennen binnen de overheid of instanties, nemen angst en wantrouwen af. Er zijn bijvoorbeeld positieve ervaringen met de consulenten vanuit schuldhulpverlening die aansluiten bij inloopmomenten en daardoor zichtbaarder zijn.

Ook benadrukken ouders het belang van een vast contactpersoon als gezicht van de gemeente. De gemeente Dongen streeft al zoveel mogelijk naar een vast contactpersoon voor inwoners. Dit is uiteraard, door wisselingen van personeel, niet altijd haalbaar. Maar ook op andere manieren kun je bijdragen aan deze wens en behoefte van ouders, bijvoorbeeld door alert te zijn op onnodige momenten van overdracht of door de overdracht zorgvuldig te begeleiden.

30 Het leven in bestaansonzekerheid

Ouder:

Ik ben niet van alles op de hoogte, maar ik heb iemand bij de gemeente, Clara, en die helpt meekijken wat mogelijk is. Dat is erg fijn! Ouder:

Ik heb weinig vertrouwen in gemeente, er is nog zoveel op de stapel dat geregeld moet worden. Alleen vertrouwen in Marta. Zij helpt tenminste echt. Zij heeft ons als enige niet in de kou laten staan. Zij kwam bijvoorbeeld ook echt naar ons toe en zag daardoor ook hoe wij erbij zaten. De ouders die op een gegeven moment een (tijdelijk) vast contactpersoon hadden, waren daar erg positief over. Die persoon kende de situatie, de ouders hoefden niet steeds opnieuw hun verhaal te doen en ze werden sneller geholpen. Bovendien kon hun vaste persoon ook met ze meedenken over waar ze eventueel verder recht op hadden in hun situatie. Een professional zegt hierover het volgende:

Je merkt dat mensen iets meer durven te proberen omdat ze de mensen bij de gemeente ook kennen. Bijvoorbeeld een Annet of Sara. Eerst was het een instantie en nu zijn het echt mensen bij de gemeente.

Mensen hebben dan ook veel minder moeite als zaken soms lastig lopen, het iets langer duurt of er documenten opnieuw opgestuurd moeten worden. Doordat er een persoon is die menselijk contact met hen heeft, die ze kennen en die hen gerust kan stellen wordt het voor inwoners veel minder eng en overweldigend. Een inwoner vertelt hier het volgende over:

Na mijn aanvraag kreeg ik nog een paar mailtjes dat ik bepaalde dingen nog moest aanleveren. Dat was via één op één contact met iemand van de gemeente. Ik kon haar ook bellen, maar grotendeels kwamen we er via de mail gewoon uit. Dat was heel fijn. Daardoor was het ook prima dat ik nog een aantal documenten opnieuw moest aanleveren.

31 Het leven in bestaansonzekerheid

Vertrouwen in verschillende organisaties is groot Het vertrouwen in organisaties als Eagle Shelter, Arm in Arm of Contour de Twern is goed. Dat komt vooral omdat de hulp gemakkelijk aan te vragen en in te zetten is. Ouders hoeven bijvoorbeeld geen formulieren aan te leveren. Soms komt hulp zelfs spontaan vanuit de organisatie, zonder dat de ouder het zelf hoeft aan te vragen. De waardering hiervoor is groot. Ook de openheid en duidelijkheid helpt. Een ouder vertelt:

Het contact met Arm in Arm was heel fijn. Ze geven je vertrouwen. Ze zijn heel duidelijk. Ze helpen waar kan en als het niet kan, draaien ze er niet omheen en zeggen ze gewoon hoe het is.

Afstand tot de gemeente Naast dat inwoners soms een gezicht achter de gemeente missen, geldt dit ook voor de organisaties. Ze missen aansluiting en ervaren te veel afstand. Een goede en duurzame samenwerking opbouwen lukt daardoor niet. Het gebrek aan samenwerking zorgt ervoor dat gemeenten en organisaties geen gezamenlijk beeld ontwikkelen over hun inwoners en specifiek de gezinnen in armoede. Informatie en signalen worden hierdoor minder goed gedeeld. Dat zorgt ervoor dat er minder zicht is op de doelgroep en het lastiger is om goede hulp en ondersteuning te bieden.

32 Het leven in bestaansonzekerheid

Signaleren Rode draad in de verhalen en ervaringen die we hebben gehoord is de kansen die er liggen in het signaleren van armoede. Twee zaken vallen op. Het valt enerzijds op dat er professionals zijn die slecht zicht krijgen op de doelgroep en het gevoel hebben dat niet iedereen in beeld is. Anderzijds vangen ook veel professionals signalen op over armoede, maar worstelen ze met de vraag hoe ze dit bespreekbaar moeten maken met de inwoner en waar ze naartoe moeten met deze signalen. De professionals die het lastig vinden om zicht te krijgen op de doelgroep geven met name aan dat dit te maken heeft met de schaamte van ouders. Hierdoor hebben ouders volgens hen moeite om hulp te vragen of te accepteren.

Professional:

Ik denk dat wij best veel gezinnen wel missen. Ofwel doordat ze ons niet kennen ofwel door schaamte om hulp te vragen of te accepteren. Bij organisaties, waarbij armoede niet tot de kerntaak behoort, maar die wel een belangrijke signalerende functie kunnen hebben, komt naar voren dat het lastig kan zijn om het onderwerp bespreekbaar te maken met inwoners. Professional:

Het is best moeilijk om met deze doelgroep in aanraking te komen. Het is niet zo dat problemen over financiën gelijk op tafel komt.

33 Het leven in bestaansonzekerheid

Zoals hierboven benoemd zijn er ook professionals die signalen wel opvangen, maar wat kan je er vervolgens mee? Professional:

Er zijn kinderen met kapotte jassen, geen winterschoenen, geen sokken. Die de hele week dezelfde kleren aan en niet fris ruiken. Die zonder brood naar school komen of hele ongezonde broodtrommels: gebrek aan fruit, maar wel een zakje chips. Ook valt het op dat er geen feestjes worden gevierd, omdat er geen geld is voor cadeaus. Dan vraag je: ‘Hoe was je verjaardag, heb je nog iets gedaan?’ Nee, was hetzelfde als iedere andere dag.

Als de professionals de signalen wel oppikken en bespreekbaar kunnen maken is er het risico om tegen wachtlijsten aan te lopen:

Het is vaak zo dat als een situatie zich voordoet, bijvoorbeeld het gaat niet goed met de kinderen, of ze zijn onverzorgd of vaak te laat. Dat signaleren we dan naar maatschappelijk werk. Dan is er geen tijd om er iets mee te doen en kunnen er 6 weken overheen gaan. Dan na 6 weken is iemand beschikbaar. Maar dan blijkt dat er weer andere hulpverlening nodig is en ligt daar ook weer een wachtlijst.

34 Het leven in bestaansonzekerheid

School is een belangrijke plek om armoede te signaleren. Echter lopen ook scholen tegen bovenstaande obstakels aan. Het kan moeilijk zijn om signalen goed op te pikken en daardoor iedereen in beeld te hebben, maar ook zeker om het onderwerp vervolgens bespreekbaar te maken met ouders. Volgens een basisschoolmedewerker is het lastig om signalen goed te kunnen opvangen, omdat leerlingen er niet snel uit zichzelf over zullen spreken en zijzelf of ouders het vaak ontkennen als ze met een docent in gesprek zijn. Indien ouders het gesprek met een docent hierover niet aan willen gaan, wordt schoolmaatschappelijk werk gevraagd om mee te denken of samen met de docent het gesprek te voeren met ouders. Volgens de scholen is deze samenwerking nog wel voor verbetering vatbaar. Niet alleen de scholen geven aan dat de samenwerking met de gemeente beter kan, ook andere organisaties spreken deze behoefte uit. Ze willen graag een betere samenwerking en het meer delen van signalen om gezamenlijk meer zicht te krijgen op de doelgroep en dan gericht actie te ondernemen.

Professional:

Er zijn veel mensen die bij de schuldhulpverlening bekend zijn die niet bij de gemeente een uitkering hebben. Maar wel via schuldsanering, WIA of WW uitkering. Zou mooi zijn als die mensen bij Arm in arm bekend waren want die kunnen dan goed helpen. Professional:

Een verbeterde samenwerking tussen school en de gemeente zou fijn zijn. De gemeente moet écht meedenken met de jongeren voor een oplossing van hun problemen, en deze oplossing ook echt aanrijken.

35 Het leven in bestaansonzekerheid

Aanbevelingen:

6. Bejegening en omgang met inwoners Uit alle onderzoeken van K2 naar de behoefte van inwoners die in armoede leven of niet goed kunnen rondkomen komt naar voren dat de bejegening en een luisterend oor en begrip tonen zeer belangrijk is. Dat zien we ook terug in de interviews die we in Dongen hebben uitgevoerd. Dit blijkt onder andere ook uit het rapport ‘Zien, luisteren en helpen’ van het SCP (2024). Het is daarom belangrijk dat mensen die werken voor en met deze inwoners zich hiervan bewust zijn en beseffen dat deze mensen vaak al een hoge drempel over moeten om überhaupt hulp te vragen. Ook de medewerkers die alleen maar de telefoonboodschap aannemen en daarna doorverwijzen. De gemeente Dongen is al overstijgend bezig met het verbeteren van de communicatie naar haar inwoners, waarbij de bevindingen uit dit onderzoek goed meenomen kunnen worden. Ook de eerdere aanbeveling om te trainen in het stabiliteitsdenken helpt in het verbeteren van de omgang en communicatie met deze inwoners. En tot slot kunnen ervaringsdeskundigen ook in de bejegening een hoop goeds doen. Door hen binnen de gemeente breder in te zetten om mee te kijken op de communicatie. Daarnaast kunnen de ervaringsdeskundigen ook worden benut als buddy's. In het succesvolle project ‘Kansrijk Groningen’ wordt bijvoorbeeld gewerkt met ervaringsdeskundigen als buddy’s.

Buddy’s die weten wat armoede écht is en inwoners aan de hand kunnen nemen door het woud van regelingen bijvoorbeeld. Ter inspiratie meer informatie over Kansrijk Groningen: https://www.kansrijkgroningen.com/. Maak deze ervaringsdeskundigen vooral ook zichtbaar, door ze bijvoorbeeld met naam en telefoonnummer op de website van het Platform te plaatsen, met foto erbij. Dit alles om de drempel zo veel mogelijk te verkleinen en het contact makkelijker te maken.

36 Het leven in bestaansonzekerheid

Aanbevelingen: 7. Gezamenlijke werkwijze in omgang signalen Het is belangrijk dat zowel gemeente (breed) als partners weten hoe we met signalen van armoede om gaan. Dat deze serieus worden genomen en een passend vervolg krijgen. Want leren signaleren en agenderen is belangrijk, maar hierop doorpakken is dat net zo goed. Zo voorkomt je dat verwachtingen niet waar worden gemaakt, frustratie groeit en uiteindelijk de signaleringsbereidheid daalt. Wat helpt is met elkaar tot een heldere werkwijze (met bijv. spelregels) te komen over de omgang met signalen. Hierin kun je de behoeften van ouders en jongeren en belangrijke voorwaarden uit dit onderzoek meenemen, zoals de reactiesnelheid, gedrag en houding en het aanwijzen van een 1 gezicht of buddy die het contact met de inwoner heeft of maakt. Het komt de samenwerking ten goede als de gemeente deze werkwijze samen met ervaringsdeskundige en organisaties concreet maakt.

8. Partners trainen in signalering en gespreksvoering Bied scholen (en mogelijk andere belangrijke partners zoals huisartsen of op sportclubs) een training over opvangen en bespreekbaar maken van signalen. Zij hebben veel baat bij het delen van signalen en de zekerheid dat de gemeente of andere organisaties voor het gezin aan de slag gaan. En de gemeente heeft veel baat bij hun signalerende functie. Naast de signalen is het belangrijk om helder aan te geven waar zij terecht kunnen met deze signalen en wat er dan vervolgens gebeurd.

37 Het leven in bestaansonzekerheid

4. Werkelijkheid inwoners & regelingen Werkelijkheid van de inwoner Inwoners zijn, zoals hierboven al te lezen is, blij met de ondersteuning vanuit de gemeente. Tegelijkertijd geven inwoners aan dat de regelingen niet altijd goed aansluiten bij hun realiteit. Sommige activiteiten zijn te ver weg of kortdurend en daarmee niet of moeilijk bereikbaar voor ouders met hun kinderen. Ouder:

Mag je een paar proeflessen doen bij de hockey, en je kind vindt het leuk, maar dan mogen ze er niet op want de volledige contributie kan je niet betalen. Of regelingen voor de basisbehoeften sluiten niet aan of geven stress. Ouder:

Ik heb drie keer een boodschappenpasje van 80 euro, voor drie weken. Daarna stopte het. Ik heb het toen nog een keer aangevraagd, maar niks daarover gehoord van de gemeente. Ik heb toen geld geleend van vrienden en kennissen om wel rond te kunnen komen. Ouder:

Ik wil graag voor mezelf beginnen. Ik had aan de gemeente gevraagd of ze mij konden ondersteunen bij de start, met aanschaf van materialen. Maar dat kon de gemeente niet. Ik ben heel handig, ik kan als loodgieter en elektricien aan de slag. Maar omdat mijn taal slecht is, neemt niemand mij aan. Een aantal ouders geven aan kleding of groente-en fruitbonnen van de gemeente te hebben ontvangen. Ze zijn er blij mee, maar ook hier wordt de realiteit van de werkelijkheid waar ouders die in armoede leven mee te maken hebben soms gemist. Het budget van de kledingbon is te laag om één kledingstuk te kopen waardoor ouders alsnog moeten bijbetalen. Of de winkels waar ze het kunnen besteden zijn erg duur of ver weg.

38 Het leven in bestaansonzekerheid

Ouder:

Twee jaar geleden een kledingbon gekregen van de gemeente. Die kon je dan wel alleen in gemeente Dongen gebruiken, bij paar verschillende winkels, onder anderen Shoeby, Bonelle en Hema. Maar die eerste twee zijn wel duurdere klasse, dus met die bedragen kom je niet ver. Maar ook als je bijvoorbeeld bij de Hema een broek wilt kopen voor een kind, dan is dat al zo’n 27 euro. Dus al meer dan 1 bon. We zijn toch gaan kijken. Maar uiteindelijk konden we voor mijn man en zoon ergens anders goedkoper kleding vinden en hebben we dat zelf betaald.

Deze ervaring kunnen ouders ook hebben bij andere organisaties dan de gemeente. Ouder:

De voedselbank zegt dat omdat we met 4 personen ingeschreven staan, we 6 euro te veel per maand verdienen. Dat klopt niet. We staan onder bewind, we kunnen toch nooit teveel verdienen? Hebben het aangekaart bij de gemeente, maar die zegt: we zijn nu nog met de woningbouw bezig.’ Dus dan komt het op de stapel. Nu krijgen we coulance vanuit voedselbank en krijgen we nog een half jaar voedselpakket… daarna moet dan naar de situatie worden gekeken.

We redden het nu niet met ons budget voor een week, dus we twijfelen heel erg over wat het dan straks voor ons gaat betekenen als de voedselbank weg zou vallen.

39 Het leven in bestaansonzekerheid

Sociale basis in Dongen Naast de regelingen van de gemeenten kunnen mensen, zoals in deel één van dit rapport besproken, veel halen uit hun eigen netwerk. Ook is er in Dongen een sterk netwerk van ouders die elkaar steunen (De Helpende Hand). De Helpende Hand is een initiatief van inwoners. Ze ondersteunen inwoners die het (tijdelijk) financieel zwaar hebben. Dit netwerk werd benoemd als reddende kracht voor veel ouders die het moeilijk hebben en niet in aanmerking komen voor ondersteuning vanuit de gemeente. De keerzijde hiervan is dat als je buiten dit netwerk valt je wellicht ook mogelijkheden misloopt. Ouders hebben daarnaast veel baat bij de ondersteuning vanuit organisaties zoals de Eagle Shelter en Arm in Arm. Daar kunnen ze bijvoorbeeld voedselpakketten of kleding krijgen en meedoen met activiteiten, voor ouders of de kinderen. Voor veel ouders in armoede zijn bijvoorbeeld de boodschappenpakketten van de Eagle Shelter noodzakelijk om de week door te komen. Met name voor ouders die voor regelingen van de gemeente of de Voedselbank net te veel verdienen en daardoor tussen wal en schip vallen. Echter weten inwoners deze organisaties helaas niet altijd te vinden, zoals beschreven in hoofdstuk 2 ‘Overzicht & complexiteit’.

Hoe groot verschil zo’n organisatie of initiatief kan maken in het leven van een ouder blijkt uit onderstaande verhalen van ouders:

Paar weken voor kerst, ging de deurbel en er stond iemand met een enorme doos voor de deur: dit kerstpakket komt van Arm in Arm. Nou, ik heb op mijn knieën zitten huilen bij de deur. Ik zag het zo niet aankomen en het was zo fijn dat het kwam! Daarna heb ik nog anderhalf uur hier in de woonkamer zitten huilen terwijl we de doos aan het uitpakken waren. Want daar bleken dus ook kerstcadeaubonnen in te zitten. Van de Action, voor de kinderen. Zodat we ook nog een kerstcadeautje voor ze konden halen.

Onze koelkast was kapot en het zou drie dagen duren voordat we een nieuwe konden krijgen en ons voedsel zou in de tussentijd bederven. Van Arm in Arm kregen we toen boodschappenbonnen, om vers voedsel te kunnen kopen. Op dat moment was dat echt een geschenk.

40 Het leven in bestaansonzekerheid

Budget Meerdere ouders geven aan dat het budget vanuit de Meedoenregeling snel op is. Sommige activiteiten die goed zijn voor de ontwikkeling van een kind, zoals bepaalde sporten, zijn te duur voor het budget. Sporten voor ouders zelf is ook lastig. Het meedoenbudget dekt niet meer dan een aantal maanden sportschool. Ouder:

Vorig jaar had ik een pas van de gemeente om te sporten. Daarmee kon ik ook groepslessen doen. Dat was leuk. Met dat pasje kon ik sporten, zwemmen. Dat was voor één jaar. Nu heb ik dat niet meer. Was voor één keer één jaar. Het creëren van overzicht over het budget en de mogelijkheden voor het hele jaar is voor ouders ook lastig. Meer bewustzijn over de hoogte van het budget en hoe lang ouders hiermee moeten doen kan helpen. Als je bijvoorbeeld aan het begin van het jaar een aantal activiteiten hebt ondernomen met je gezin, blijft er weinig meer over voor de zomer of later. Activiteiten Voor alleenstaande ouders kan het extra lastig zijn om activiteiten te ondernemen. Zowel met kinderen als voor zichzelf. Als alleenstaande ouder kan het een uitdaging zijn erop uit te gaan met jonge kinderen. Iets leuks voor jezelf doen kan al helemaal moeilijk zijn. Zij kunnen niet alleen thuisgelaten worden en een oppas is duur.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14796151/1