Offerte uitwerkingsopdrachten takendebat vastgesteld 26sep22
Tekst van het document
Bezoekadres Hoge Ham 62 5104 JJ Dongen Contact Postbus 10153 5100 GE Dongen T 14 0162 +31 162 38 32 00 (buitenland) info@dongen.nl www.dongen.nl
Dongen, 26 september 2022 Uw kenmerk Zaaknummer Bijlage(n) Contactpersoon/tel.nr.: Betreft
: : : : :
2022-016850 -Henk van Noort / Willem Vulto Reactie op concept opdrachten takendebat
Geachte leden van de gemeenteraad,
Op 30 juni jl. heeft u aan ons college 16 uitwerkingsopdrachten aangeboden met het verzoek deze van een advies aan de gemeenteraad te voorzien, uiterlijk september 2022. Daarbij heeft u ons verzocht om in het advies onder andere een onderbouwde uitspraak te doen per opdracht over: a. tijdspad en benodigde (ambtelijke) uren; b. eventuele extra kosten die voor de uitvoer gemaakt moeten worden (bijv. onderzoeksbureau); c. voorstel tot participatievorm. In dit advies geven wij graag gevolg aan uw verzoek. In ons advies staan we stil bij de doelen die met het takendebat worden nagestreefd en gaan we in op de relatie tussen die doelen en de concept opdrachtformuleringen. Per opdrachtformulering geven wij een inhoudelijk advies, gaan we in op het tijdpad en de ambtelijke inzet, geven we waar voorbereidings-/onderzoekskosten gemaakt zullen worden een indicatie van de betreffende kosten en gaan we in op mogelijke vormen en vragen voor (inwoner)participatie. Separaat heeft u van de griffier een procesvoorstel voor de organisatie van het takendebat ontvangen. Doelen van het takendebat Uw raad heeft onderschreven dat met het takendebat wordt beoogd één of meerdere van de volgende doelen te dienen: 1. Richting geven aan het handelen van de gemeente Hierbij gaat het om de beoordeling van de vraag of taken bijdragen aan de gestelde beleidsdoelen.
1
2. Scheppen van financiële ruimte Het schrappen van taken kan (op termijn) leiden tot kostenreductie en daarmee financiële ruimte scheppen. 3. Scheppen van capaciteit Er is geen balans tussen wat van de organisatie wordt verlangd en wat de organisatie kan leveren. Doel kan zijn om die balans te herstellen door afbouw van het takenpakket. Relatie opdracht en doelen takendebat In de eerder aan u voorgelegde ambtelijke reactie op de concepten van de opdrachtformuleringen is geconstateerd dat een aantal opdrachtformuleringen niet herleid kan worden tot een of meer van deze doelen. Immers, in een aantal gevallen is sprake van een politieke ambitie/wens of een informatiebehoefte. In die gevallen is het niet nodig en ook niet doelmatig om het zware instrument van het takendebat te hanteren. Indien uw raad een politieke wens/ambitie heeft, kan dat bijvoorbeeld met een motie tot uitdrukking worden gebracht, waarna het college daar uitvoering aan kan geven. En voor de beantwoording van een behoefte aan informatie is het voeren van een takendebat ook niet het geëigende middel, maar kunnen vragen worden gesteld. Wij merken dit op, omdat een takendebat veel capaciteit van de ambtelijke organisatie vraagt, naast de voor de reguliere taken benodigde capaciteit. Wij geven u in overweging om daar waar mogelijk lichtere instrumenten te hanteren waarmee u toch uw doel bereikt.
In ons advies over de betreffende opdrachtformuleringen zullen wij, indien er naar onze mening geen sprake is van een taakdiscussie, daar nog eens op attenderen. Kosten Met de voorbereiding van het takendebat zijn voor een aantal opdrachten externe kosten gemoeid. Na de besluitvorming door uw raad over de opdrachten zullen de hiervoor benodigde budgetten via Berap 2023-1 aan u worden voorgelegd. Dit om twee redenen. Nadat uw raad opdrachten heeft vastgesteld, zullen we een offertetraject ingaan en inzicht verkrijgen in de daadwerkelijk te verwachten kosten. Daarnaast zullen de kosten eerst in 2023 worden gemaakt en op de begroting 2023 drukken. Met de opdrachtverstrekking aan ons college stemt uw raad in met de externe kosten en wordt de budgettering daarvan via Berap 2023-1 geformaliseerd. De met een aantal opdrachten gemoeide kosten zijn op voorhand als volgt geraamd: 02 Gemeentelijke gebouwen: € 35.000* 05/17 Uitbesteding afvalinzameling fase 1: € 25.000 ** 05/17 Uitbesteding afvalinzameling fase 2: € 20.000 ** 09 Speeltoestellen: € 50.000 15 Woonzorgvisie: € 30.000 18 Uitbesteding openbaar groen fase 1: € 40.000 ** 18 Uitbesteding openbaar groen fase 2: € 30.000 ** Totaal te verwachten externe kosten: € 230.000 * Dekking kan plaatsvinden uit de reserve duurzaamheid.
** Bij combinatie van onderzoeken afval en openbaar groen is een lager kostenniveau te verwachten. Hierna vindt u per opdrachtformulering de verdere uitwerking.
2
Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende inzicht te geven ten behoeve van de verdere behandeling en tussentijdse besluitvorming door uw raad.
Burgemeester en wethouders van Dongen, De secretaris,
De burgemeester,
Mr. H.L.M. van Noort
Drs. M.C. Starmans-Gelijns
3
01 Actief grondbeleid Opdrachtformulering/uitwerkingsvragen • In beeld te brengen welke mogelijkheden er zijn voor de gemeente Dongen in het voeren van een actief grondbeleid, en hierbij de volgende punten mee te nemen: • een uitspraak te doen of er strategische kansen worden gezien om überhaupt grond aan te kopen in Dongen; • het doorrekenen van een aantal scenario’s voor het voeren van actief grondbeleid met daarbij de risico’s en kansen op financieel en sociaal rendement, te denken valt hierbij aan een drietal scenario’s: optimistisch – neutraal – pessimistisch; • per scenario de impact van het voeren van actief grondbeleid op de gemeentelijke begroting inclusief het effect op de indicatoren in kaart te brengen; • inzicht te geven in de eventueel benodigde wijzigingen in beleid om een actief/actiever grondbeleid mogelijk te maken. Overwegingen Het onderzoek naar actieve grondpolitiek zien wij in relatie tot de opgaven waarvoor we als gemeenten staan: met name de woningbouw, maar wellicht ook de energietransitie (incl. klimaat) en de landbouwtransitie. De aanname daarbij is dat actief sturen op grond de regie en uitvoeringskracht van de gemeente zou kunnen versterken.
Actief grondbeleid (dat wil zeggen het actief verwerven van grond en deze weer verkopen na zekerheid te hebben (gecreëerd) over de gewenste functieverandering) kan meerwaarde hebben in de realisering van de gemeentelijke doelen. Actief grondbeleid betekent dat de gemeente zich actief in het private domein begeeft, terwijl zij onder meer via de ruimtelijke ordening ook kaderstellend is voor de mogelijkheden in dat private domein. De gemeente beschikt daarbij ook over publiekrechtelijke instrumenten. Actieve publieke betrokkenheid in de grondmarkt vergt daarom altijd een zorgvuldige afweging. Grondbezit, en daarmee actief grondbeleid, brengt financiële risico’s met zich mee. Deze risico’s hebben zich in het verleden ook voorgedaan, in onze gemeenten en in veel andere gemeenten, met substantiële verlieslatingen als gevolg. Grondaankopen vragen om (stevige) investeringen die de schuldquote en het risicoprofiel langdurig zullen verslechteren. Bij de afweging of actief grondbeleid opportuun is, doen zich dan ook dilemma’s voor: enerzijds het strategische belang dat met het innemen van grondpositie kan zijn gediend en anderzijds de financiële impact die een grondpositie van betekenis met zich mee kan brengen. Waar het gaat om de vraag, of er strategische kansen worden gezien om grond aan te kopen, merken wij op, dat we tot ca.
2030 (met de locaties Noorderlaan en Waspikse weg) over voldoende grond beschikken. De strategische belangen liggen dan ook achter deze horizon. Het financiële belang daarentegen is groot. De hiervoor genoemde financiële impact staat haaks op de in gang gezette beleidslijn die gericht is op financieel herstel en het borgen van een solide financiële positie. Ter illustratie: met een investering van € 1.000.000 in grondaankopen stijgt de schuldquote met 1,3% en daalt de solvabiliteitsratio met 0,2%. Tijdpad/ambtelijke inzet Wij gaan ervan uit dat uw raad met de opdracht niet beoogt om een nieuwe Nota grondbeleid op te laten stellen. Wij willen de opdracht uitwerken in een notitie waarin de gevraagde scenario’s geschetst en de uitwerkingsvragen beantwoord worden. In deze notitie zullen we de uitwerkingsvragen in algemene zin beantwoorden. Met het benoemen van concrete strategische kansen voor grondaankopen doen we de onderhandelingspositie van de gemeente geen goed. De scenario’s zullen aan de hand van aannames en voorstelbare situaties in beeld worden gebracht. Wij kunnen deze notitie begin 2023 opleveren. 4
Kosten N.v.t. Advies Bij afweging van bovenstaande overwegingen ontraden wij u om een actief grondbeleid op te pakken. Dat neemt niet weg dat het college de ontwikkelingen volgt. Wanneer zich een kans voordoet, wordt een afweging gemaakt. En als het verwerven van een grondpositie kansrijk is, dan wordt daartoe overgegaan.
Vragen voor (de uitwerking van) het participatietraject • Welke mogelijkheden en kansen zien inwoners voor de inzet van nieuw te verwerven gronden? • Wat voor soort projecten zouden inwoners graag zien ontstaan? (b.v. meer CPO) Voor de op te stellen notitie maken wij gebruik van de informatie, die verkregen is met het participatietraject voor het lokale woonbehoefteonderzoek en het recente participatietraject in het kader van de voorbereiding van de Omgevingsvisie. Participatie over de strategische aankoop van gronden is niet aan de orde. Sterker nog: participatie is in de regel financieel nadelig als het gaat om aankoop van gronden. Als het gaat om de invulling van de kwalitatieve opgave op het gebied van wonen is participatie wel relevant. In het proces om te komen tot de woonzorgvisie Dongen is voorzien in ruimte voor participatie. (Zie ook de reactie op (sociale) woningbouw, nummers 15 & 19.)
5
02 Gemeentelijke gebouwen Opdrachtformulering/uitwerkingsvragen In beeld te brengen wat de verduurzamingsopgave en het bijbehorende handelingsperspectief voor gemeentelijke gebouwen is, en hierbij de volgende punten mee te nemen: • de huidige energielabels van de gemeentelijke gebouwen; • de ambitie van de gemeente als het gaat om de verduurzaming van de gemeentelijke gebouwen; • het tijdspad naar 2030 (label A) en 2050 (energieneutraal) voor de verduurzaming van de gemeentelijke gebouwen; • ten aanzien van de ambitie en het tijdpad verschillende scenarios uit te werken; • een berekening van de financiële impact van deze verduurzamingsopgave; • hierbij een uitsplitsing te maken in kosten die in het reguliere onderhoud zitten en eventuele aanvullende kosten; • een onderzoek naar de mogelijkheid om gemeentelijke gebouwen af te stoten, inclusief een kosten/baten analyse en de maatschappelijke impact; • bij het onderzoek naar de mogelijkheid om gemeentelijke gebouwen af te stoten hierbij ook de optie van herbestemming naar een woonfunctie mee te nemen. Overwegingen De opdracht om de verduurzamingsopgave van gemeentelijke gebouwen inzichtelijk te maken is uitvoerbaar en sluit aan bij enerzijds het coalitieakkoord en anderzijds bij de landelijke doelstellingen zoals ook geformuleerd in de uitwerkingsopdracht.
In de uitwerkingsopdracht wordt veel aandacht besteed aan de mogelijkheid gemeentelijke gebouwen af te stoten. Het college wil hierbij op voorhand aangeven dat die mogelijkheden zeer beperkt zijn. Door eerdere afstoting is het aantal gemeentelijke panden beperkt (zie het overzicht van gemeentelijke panden dat op de gespreksavond van 9 juni jl. op Notubiz is geplaatst). De meeste gebouwen hebben een structurele bestemming. Afstoten van deze gebouwen betekent dat elders huisvesting gevonden moet worden voor deze bestemming. De gebouwen waar afstoting tot de mogelijkheden behoort, zijn reeds bekend bij de raad (Jeugdcentrum Klein-Dongen-Vaart, gymzaal ’t Wiel, scholen). Herontwikkeling van deze locaties wordt te zijner tijd ter hand genomen. Tijdpad/ambtelijke inzet en kosten De opdracht zal enerzijds met eigen ambtelijke capaciteit en anderzijds met inzet van specialistische adviesbureaus worden opgepakt. Op basis van de benodigde externe expertise in de planvorming voor verduurzaming van het gemeentehuis, schatten wij de kosten voor inhuur in op € 35.000. Een concretere inschatting kan gemaakt worden indien offertes worden opgevraagd. We bekijken of we gebruik kunnen maken van subsidie- of ondersteuningsmogelijkheden vanuit de overheid. Advies Het college verwacht dat de mogelijkheden voor het afstoten van gemeentelijke gebouwen beperkt zijn.
Uitgezonderd de gebouwen die vrijvallen als gevolg van eerdere besluiten. Waar de gemeente nog wel een opgave heeft, is op het gebied van verduurzaming van een aantal van de gemeente gebouwen. Het is voor het college de vraag of dit onderwerp, in het licht van de doelstellingen van een takendebat, geschikt is voor een takendebat. Dat maakt dat het college geen helder advies heeft voor dit onderwerp: het college herkent en erkent de opgave, maar heeft twijfels over behandeling in het takendebat. Wij gaan graag met de raad in gesprek over de beste manier om dit onderwerp op te pakken.
6
Vragen voor (de uitwerking van) het participatietraject • Welke mogelijkheden zien gebruikers van mogelijk af te stoten gebouwen om activiteiten elders voort te zetten? • Wat voor ideeën hebben Dongense inwoners en bedrijven voor een bepaald gemeentelijk gebouw in het stadium dat is beslist dat het gebouw afgestoten zou kunnen worden? (bijvoorbeeld zelf ombouwen naar een paar startersappartementen) Zoals aangegeven onder het kopje ‘overwegingen’ zijn de mogelijkheden voor het afstoten en herontwikkelen van gemeentelijke gebouwen vermoedelijk beperkt. Dit onderdeel van de opdracht zal daardoor relatief klein zijn. In de ogen van het college schiet de voorgestelde participatievorm zijn doel daarom voorbij. We stellen voor dit onderdeel te laten vervallen en het betrekken van inwoners op te pakken na oplevering van het gevraagde inzicht.
7
04 Subsidies en inkoopcontracten sociaal domein Opdrachtformulering/uitwerkingsvragen In beeld te brengen wat de omvang en doelmatigheid van gemeentelijke subsidies en inkoopcontracten binnen het sociaal domein is, en hierbij de volgende punten mee te nemen: • een overzicht van verenigingen, stichtingen, etc. waaraan subsidie (ten behoeve van het sociaal domein) wordt verleend, de omvang daarvan en de voorwaarden die in de subsidiebeschikking worden opgenomen; • overzicht van de inkoopcontracten sociaal domein, de daarbij betrokken organisaties, de omvang van de inkoopcontracten, de daarin opgenomen taakstelling en de overige contractvoorwaarden; • de mate waarin tijdens de looptijd van de contracten en de subsidiebeschikkingen interventie van de gemeente kan plaatsvinden; • de mate waarin de gemeenteraad beter en tijdig betrokken kan worden bij subsidiëring en contractering (zie ook de unaniem aangenomen motie van 28 januari 2021). Overwegingen De opdracht voorziet in het geven van meer inzicht over subsidies en inkopen binnen het sociaal domein. De indiener stelt dat de gemeenteraad nu onvoldoende informatie heeft. Het college beschouwt dit dan ook als een (structureel) informatieverzoek en niet als een opdracht in het kader van het takendebat.
Op voorhand is namelijk niet duidelijk hoe dit informatieverzoek gaat bijdragen aan een antwoord op de vraag of hier sprake is van een taak voor de gemeente. Het primaire instrument in de informatievoorziening van het college aan de raad is de P&C-cyclus. Hierin maakt het college haar plannen inzichtelijk, geeft ze inzicht in de voortgang van die plannen en legt ze uiteindelijk verantwoording af over de realisatie van de gemaakte plannen. De producten uit de P&C-cyclus spelen daarmee een primaire functie in de taak van de gemeenteraad: kaders stellen en toezicht houden. Als de gemeenteraad in meerderheid van mening is dat de huidige informatie in de P&C-producten ontoereikend is om kaders te stellen en te controleren, dan kan de informatie verbreed worden. Het college geeft daarbij wel enkele belangrijke overwegingen mee.Op gemeentelijk niveau is sprake van een duaal stelsel. Dit duaal stelsel is erop gericht om de taken ‘kaders stellen en toezicht houden’ strikt gescheiden te houden van de taken ‘besturen en beheersen’ (inclusief verantwoording afleggen). De in de uitwerkingsopdracht gevraagde informatie legt in overwegende mate op het terrein van besturen en beheersen. Met de gevraagde informatie begeeft de indiener zich dan ook op het terrein van het college. Dit is niet in lijn met de gedachte achter het duale stelsel.
Daarnaast kan men zich afvragen of meer informatie ook altijd leidt tot een beter inzicht. De P&Cproducten zijn momenteel reeds van grote omvang. Het risico van nog dikkere boekwerken is dat essentiële informatie verzandt tussen details die niet bijdragen aan de primaire taak van de raad: kaders stellen en toezicht houden. Tijdpad/ambtelijke inzet De opdracht legt een groot beslag op de toch al krappe capaciteit. Besturen is continu, we geven uitvoering aan de eerder gemaakte afspraken en processen rondom de regionale inkoop. Het implementeren samen met onze medewerkers heeft de volledige aandacht nodig met de menskracht die wij hebben. Er zijn voor gemeenteraden in de regio voldoende momenten om geïnformeerd te worden over de voortgang. De grote lokale regionale contracten hebben een meerjarige looptijd en zijn pas ingegaan of gaan per 1 januari 2023 in (betreft Wmo begeleiding, Jeugdhulp, voorliggend veld). Deze hebben allemaal een looptijd van 4 jaar exclusief mogelijke verlengingen. Wij zullen regionaal aandacht blijven vragen voor monitoring en regionale terugkoppeling over de resultaten. 8
Kosten N.v.t. Advies Om bovenstaande redenen adviseert het college af te zien van deze uitwerkingsopdracht en met het duale stelsel in het achterhoofd te heroverwegen welke (aanvullende) informatie de raad daadwerkelijk nodig heeft in het vervullen van haar taken. Vragen voor (de uitwerking van) het participatietraject • Wat zijn de ervaringen van subsidie-ontvangers en contractanten ten aanzien van de gehanteerde subsidievoorwaarden en contractvoorwaarden? Gezien het advies om deze opdracht niet te verstrekken, is participatie volgens het college niet aan de orde.
9
05 / 17 Uitbesteding afvalinzameling Opdrachtformulering/uitwerkingsvragen • Een inventarisatie van hoe meerdere gemeenten van vergelijkbare omvang hun afvalinzameling en -verwerking hebben geregeld respectievelijk (i) zelf, (ii) in een gemeenschappelijke regeling en (iii) uitbesteed aan een private partij; • Een vergelijking van de kosten per inwoner van deze taak tussen Dongen en die gemeenten; • Hierbij tevens rekening houden met eventuele gevolgen voor de gladheidbestrijding van straten en wegen in geval van uitbesteding; • Welke mogelijke gevolgen een wijziging naar ofwel gemeenschappelijke regeling of private partij kan hebben voor de arbeidsvoorwaarden van de huidige medewerkers. Overwegingen In het verleden, tussen 2012 en 2014, is overwogen om over te gaan tot uitbesteding van afvalinzameling en groenonderhoud. Op basis van (markt)onderzoeken is destijds besloten om niet tot uitbesteding over te gaan en juist te investeren in materieel en medewerkers binnen de buitendienst. Gezien de ontwikkelingen binnen de afvalinzamelingsbranche, zijn er sinds 2014 minder partijen die de inzameling kunnen uitvoeren. Daarnaast is er krapte op de arbeidsmarkt. Het is op voorhand dan ook zeer te betwijfelen of uitbesteding haalbaar is.
Verder merken wij op, dat een onderzoek naar uitbesteding naar verwachting tot onrust onder de betrokken medewerkers zal leiden (evenals dat bij het vorige onderzoek het geval was). Een onderzoek naar de drie onderzoeksrichtingen (zelf doen, samenwerken, uitbesteden) vraagt om specifieke deskundigheid. Immers het is noodzakelijk om te beschikken over benchmarkgegevens, kennis van de markt en juridische kennis van overgang van onderneming. Daarnaast vraagt het om een onafhankelijke, objectieve blik, dit zowel in de richting van uw raad als in de richting van de betrokken medewerkers. Daarnaast kost een dergelijk onderzoek de nodige tijd en kan dat niet gecombineerd worden met de reguliere werkzaamheden. Voornoemde redenen pleiten voor een extern onderzoek. Navraag leert dat het gebruikelijk en ook aan te bevelen is om het onderzoek in 2 fasen uit te voeren. De eerste onderzoeksfase heeft een meer strategisch karakter. Aan de hand van een analyse van de huidige situatie (qua bedrijfsvoering en beleid) wordt aan de hand van een aantal aspecten ingegaan op de vraag, wat het betekent om de afvalinzameling zelf te doen, uit te besteden of in samenwerking te doen. Die aspecten zijn: lange termijn continuïteit, beleidsdoelen, financiën, personeel, invloed en zeggenschap en risico’s.
Daarbij vindt ook een verkenning van de markt plaats, welke verkenning inzicht kan verschaffen in onder meer het aantal geïnteresseerde marktpartijen, de te verwachten marktwerking en prijsvorming. De strategische fase verschaft informatie op hoofdlijnen om te komen tot een goede afweging over de vraag, of uitbesteding daadwerkelijk gewenst is. Ingeval die vraag bevestigend wordt beantwoordt, vindt een uitwerkingsfase plaats. In die uitwerkingsfase wordt de gekozen strategie verder geconcretiseerd en uitgewerkt naar meer gedetailleerde informatie (onder meer met betrekking tot de te verwachten financiële effecten en de personele component). Om uw raad op dit moment een beeld op hoofdlijnen te geven van de huidige situatie kunnen wij het volgende melden: We werken al geruime tijd samen met Brabants Afval Team (BAT) van gemeente Tilburg (in het kader van de gemeenschappelijke regeling die we met gemeente Tilburg zijn aangegaan). - Kort gezegd, voert BAT de afvaltaken uit die we niet zelf kunnen doen. Het BAT vormt onze flexibele schil en is onze vaste partner voor afvaltaken die we niet zelf kunnen uitvoeren. 10
-
Zo vindt de inzameling van PMD volledig door BAT plaats. We maken gebruik van de kennis en kunde van BAT waar het gaat om de toegangscontrole (pasjessysteem) op de milieustraat. Omdat BAT direct betrokken is bij de afvalinzameling ligt het omwille van de objectiviteit niet voor de hand dat BAT het onderzoek doet. In geval van uitplaatsing (uitbesteding of samenwerking) is BAT de eerst aangewezen kandidaat, temeer daar anders voor deze taak de gemeenschappelijke regeling en onderliggende afspraken, overeenkomsten en convenanten ontvlecht moeten worden.
Tijdpad/ambtelijke inzet Wij verwachten dat met de strategische onderzoeksfase na opdrachtverstrekking 2-3 maanden gemoeid zullen zijn. Kosten Uit navraag blijkt dat met de 1e fase van het onderzoek een bedrag in de orde van grootte van € 25.000 - € 30.000 gemoeid zal zijn; met de 2e fase een bedrag tussen € 20.000 en € 25.000). N.B. ingeval voor zowel afvalinzameling als groenvoorziening een extern onderzoek wordt uitgevoerd, is met een geclusterde opdracht een synergievoordeel te bereiken. Alsdan kan worden gedacht aan een bedrag ad € 40.000 voor fase 1 en € 30.000 - € 40.000 voor fase 2. Advies Het college twijfelt aan de haalbaarheid van uitbesteding. Daarnaast heeft het college, gezien het beperkt aantal partijen op de markt, twijfel bij een eventueel kostenvoordeel. Het college is echter bereid om een en ander te laten onderzoeken. Met de voor deze opdracht te verrichten onderzoeken zijn externe kosten gemoeid. De uitkomsten van de onderzoeken zijn vanzelfsprekend niet bekend. Het laten uitvoeren van externe onderzoeken c.q. het maken van deze kosten vraagt naar onze mening wel om de principale bereidheid om de uitkomsten van de onderzoeken op te volgen. Dat wil zeggen dat de beginselbereidheid bij uw raad aanwezig moet zijn om tot uitbesteding over te gaan indien de onderzoeken dat als oplossingsrichting aangeven.
Wij geven u in overweging om die principale vraag in uw debat over de opdrachtverstrekking aan de orde te stellen. Vragen voor (de uitwerking van) het participatietraject Hoe ervaren inwoners nu de kwaliteit van afvalinzameling en -verwerking? Vanaf 2022 wordt elk kwartaal een enquête gehouden over de beleving van inwoners van de openbare ruimte. Daarvoor wordt een vragenlijst gestuurd aan mensen die zich hiervoor aangemeld hebben. De enquête bestaat uit een aantal vaste vragen over de openbare ruimte (alle aspecten, dus groen, grijs, reiniging, bomen, etc.) en enkele seizoensgebonden vragen (b.v. de eikenprocessierups en in de winter over de gladheidsbestrijding). Het aantal deelnemers is nog beperkt: eerste kwartaal 120, tweede kwartaal 86. De enquête zou (in aangepaste vorm) kunnen worden ingezet om een breed beeld te krijgen over de mate van tevredenheid bij onze inwoners over de openbare ruimte. Hierbij zal een hogere deelname moeten worden bevorderd.
11
06 Audiovisuele (AV) installatie Opdrachtformulering/uitwerkingsvragen In beeld brengen van de kosten en aanschafmogelijkheden om een vernieuwd audiovisueel systeem aan te schaffen, en dit middels scenario’s aan de gemeenteraad voor te leggen. Hierbij ook te vermelden wat de impact is per scenario op de financiële kengetallen van de gemeente. Overwegingen In wezen betreft deze opdracht het doen van een offerteaanvraag voor de uitbreiding van audiovisuele middelen in de raadszaal. Ondanks dat deze opdracht in principe uitvoerbaar is, past hij naar onze mening niet binnen het takendebat. Bovendien is in de afgelopen tien jaar al vaker gekeken naar een verbetering van het AV-systeem. Steeds was de conclusie dat de kosten om te komen tot een significante verbetering van de huidige werkwijze (uitzenden van audio en (later) webcam-beelden via internet) middels nieuwe apparatuur niet opwogen tegen de voordelen. Door de vorm en constructie van de raadzaal zijn de mogelijkheden voor installatie van ‘standaard’ AV-middelen namelijk beperkt. De offertes uit het verleden leidden allemaal tot een onderhoudsintensieve en esthetisch ‘mindere’ oplossing dan de huidige situatie.
Tijdpad/ambtelijke inzet Het in beeld brengen van de kosten op basis van diverse offertes schatten voor aanschaf van de AVinstallatie en voor onderzoek van de technische aanpassing van de raadszaal vraagt om een beperkt aantal ambtelijke uren. Deze kunnen worden ingepast binnen de reguliere werkzaamheden.. Dit is los van eventuele extra structurele uren voor beheer (bediening systeem en eventuele op- en afbouw). De doorlooptijd is op dit moment moeilijk te voorspellen vanwege de nog steeds voortdurende krapte op de markt voor AV-middelen. Kosten Het in beeld brengen van de kosten maakt onderdeel uit van de opdracht. De gemeenteraad moet op basis van eerdere offertes rekening houden met een investering van tenminste € 70.000 voor de aanschaf van de installatie en aanpassingen aan de raadszaal. Advies Als de gemeenteraad de wens heeft om de AV-installatie in de raadszaal te vervangen, dan adviseert het college om bij de begroting 2023 het college met een motie de opdracht te geven om met een (krediet)voorstel te komen. Vragen voor (de uitwerking van) het participatietraject Het uitvragen van een stelling via de gemeentelijke website of Notubiz is naar verwachting technisch mogelijk. Gezien de lage responsgraad die we ervaren bij verschillende andere uitvragen vragen we ons af, of de uitkomst van een uitvraag naar een AV systeem representatief zal zijn.
12
07 Jeugd en politiek Opdrachtformulering/uitwerkingsvragen In beeld brengen van: • Of de scholen de wens hebben het programma Jeugd & Politiek uit te breiden naar een programma met minimaal één activiteit per jaar voor elk leerjaar vanaf groep 7 tot en met VWO 6; • De kosten en ambtelijke uren voor een programma met één activiteit per jaar voor elk leerjaar vanaf groep 7 tot en met VWO 6. Hierbij: • De educatieve programma’s van ProDemos als basis te nemen; • Initiatieven uitgevoerd in andere gemeenten om jeugd en politiek bij elkaar te brengen weer te geven (bijvoorbeeld kinderburgemeester en kindervragen(half)uur); • De rol van raadsleden en het college van B&W hierin ook te beschrijven. Overwegingen In de uitwerkingsopdracht staat een onjuistheid. Vanaf groep 7 tot aan de examenjaren is er voor ieder leerjaar een activiteit in het kader van het programma Jeugd en Politiek. In het examenjaar is er op verzoek van het voortgezet onderwijs géén activiteit. Daarmee wordt met deze opdracht feitelijk gevraagd om het programma Jeugd en Politiek uit te breiden naar meerdere activiteiten per jaar en is er sprake van een taakintensivering.
Tijdpad/ambtelijke inzet De ambtelijke inzet valt op basis van de uitwerkingsopdracht uiteen in verschillende delen: Als het gaat om afstemming/overleg met scholen over de wensen en mogelijkheden, dan kan dit worden meegenomen in reguliere overleggen met het onderwijsveld. Dit brengt geen (of nauwelijks) extra inzet met zich mee. Het doen van een uitvraag of aanvraag van een offerte vraag wel om een tijdsinvestering, maar deze kan binnen reguliere werkzaamheden worden ingepland. Het maken van een overzicht van initiatieven bij andere gemeenten vraagt om een tijdsinvestering van circa 40 uur. Opmerking daarbij is dat bij deze berekening rekening is gehouden met een selectie van een aantal gemeenten, bijvoorbeeld de gemeenten in de regio Hart van Brabant. Niet met alle Nederlandse gemeenten. Als dat laatste wordt gewenst, dan zal er meer tijd nodig zijn. Wanneer er sprake gaat zijn van uitbreiding van het programma in de vorm van bijvoorbeeld kinderburgemeester, kindervragenhalfuur, dan vraagt dat om begeleiding en dus om extra capaciteit. Op voorhand is hier geen inschatting van te maken. Dat hang af van de concrete uitwerking. Er zal daarbij moeten worden gekeken naar de beschikbare uren van betreffende medewerker, waarbij keuzes in werkzaamheden moeten worden gemaakt of moet worden gekeken naar urenuitbreiding.
Daarnaast is het de vraag, of de uitbreiding inpasbaar is in het lesprogramma van de scholen. Daarover zal nader overleg gevoerd moeten worden. Kosten De kosten zijn op voorhand niet te specificeren. De kosten hangen samen met de keuzes die worden gemaakt om het programma uit te breiden én van eventuele afspraken met het onderwijsveld over verdeling van de kosten. Voor onderdelen uit het programma van ProDemos kunnen de kosten in beeld worden gebracht aan de hand van een uitvraag of offerte. In de regel zijn de kosten relatief beperkt.
13
Wanneer lokale initiatieven worden ontwikkeld, zoals de genoemde kinderburgemeester en het kindervragenhalfuur, dan zullen kosten voornamelijk tot uitdrukking komen in uitbreiding van uren. We zullen dat nader onderzoeken. Advies Het college staat open voor een intensivering en/of bredere invulling, als de raad ook bereid is om in te stemmen met een uitbreiding in financiële en personele zin. Het college is ook enthousiast over de eventuele introductie van een kinderburgemeester. Omdat de strekking van de opdracht aan het college niet aansluit bij de doelstellingen voor het takendebat en vanwege het feit dat er sprake is van een taakintensivering, wordt de gemeenteraad geadviseerd om dit onderwerp niet te betrekken bij het takendebat. Het advies aan de raad is om deze opdracht om te vormen tot een motie voor de begrotingsbehandeling. Op deze manier wordt de intensivering kan deze taak in het bredere perspectief worden besproken. Vragen voor (de uitwerking van) het participatietraject In gesprek met de basisscholen en de middelbare school in de gemeente Dongen; • Welke activiteiten worden als positief ervaren? • Hoeveel ruimte hebben de scholen voor Jeugd & Politiek? • Wat is de behoefte van de scholen? Als er uitbreiding van het programma gevraagd wordt, die betrekking heeft op het onderwijs, dan kan het niet anders dan dat daar met het onderwijsveld over gesproken wordt.
Voor onderdelen die ‘buiten’ het onderwijsveld vallen, is afstemming niet direct nodig. Waarbij opgemerkt dat het onderwijs wel de vindplaats voor de doelgroep is. Mogelijkheden en afspraken voor promotie en/of werving op scholen kan helpen om initiatieven succesvol te maken. Vraag bij de voorgestelde participatie door de raad is of het enkel het onderwijsveld betreft? Of dat ook jeugd en jongeren zullen worden betrokken (in de zin van verkenning óf er behoefte is en zo ja welke)?
14
08 Personele bezetting Opdrachtformulering/uitwerkingsvragen In beeld brengen wat de gemeentelijke organisatie nodig heeft (van de gemeenteraad) om aan de toenemende druk en de gestelde ambities te kunnen voldoen, en hiermee kwaliteit in stand te houden, en hierbij de volgende punten mee te nemen: • een overzicht van de formatie van gemeentelijke organisaties in Brabant met vergelijkbare inwonersaantallen als de gemeente Dongen; • uiteen te zetten hoe de gemeentelijk organisatie zich inzet en gaat inzetten om de vele taken die tot de gemeentelijke verantwoordelijkheid behoren en wellicht gaan behoren (waaronder de uitvoering van de het coalitieakkoord) goed uit te kunnen voeren; • een totaalplaatje van de benodigde en beschikbare personele capaciteit; • mogelijkheden van speelruimte in de uitvoering van wettelijke taken in kaart brengen, en hierbij ook de vrijkomende personele capaciteit in kaart te brengen; • de overwegingen rondom het al dan niet schrappen van de bestaande bezuinigingstaakstelling uit te werken en (financiële) consequenties te schetsen als de bezuinigingstaakstelling op de formatie, € 255.000 groot, vervalt; • bij de uitwerking van deze opdracht creatieve oplossingen te zoeken en óók te kijken naar het aantrekken en behouden van (jonge) ambtenaren; • aan te geven welke concrete stappen ondernomen zijn of gaan worden om de kosten voor inhuur derden terug te
dringen. Overwegingen Deze opdracht is geformuleerd op een detailniveau waarvan wij concluderen dat deze niet past bij de rol van de raad. Bij de begroting hebben gemeenteraad en college met elkaar het gesprek waarbij de (financiële) kaders over personeel worden vastgesteld. Dit wil overigens niet zeggen dat het onderwerp niet relevant zou zijn voor het takendebat: de krapte op de arbeidsmarkt, het vinden van de juiste mensen voor de juiste functie en het boeien en binden van het huidig personeel is en blijft een uitdaging waar in het takendebat rekening mee gehouden moet worden. De beantwoording van een aantal van uw vragen is terug te vinden in de jaarlijkse programmabegroting (en de wijzigingen daarop via de berap’s). Hierin geven wij aan wat de ingeschatte, benodigde personele capaciteit is om de bestaande gemeentelijke taken uit te kunnen uitvoeren. Bestaande visies, ambities (waaronder het coalitieakkoord) en bekende ontwikkelingen worden hierbij uiteraard meegenomen. Wij laten ons hierbij niet leiden door bezetting en/of formatie van andere gemeentes omdat dit in de praktijk geen zinvolle informatie oplevert. De cijfers uit de bestaande ‘benchmarks’ zijn notoir onbetrouwbaar: elke gemeente is verschillend, immers elke gemeente kent andere omstandigheden, andere werkwijzen, een andere inrichting, een andere organisatiecultuur en andere prioriteiten.
In lijn hiermee ligt uw vraag met betrekking het terugdringen van inhuur: dat is voor ons geen doel op zich. Wij kijken voortdurend naar wat de optimale prijs/kwaliteit van ureninzet is bij de uitvoering van onze taken. Dat kan op verschillende manieren: zelf doen, samenwerking, uitbesteding of inhuur derden. U mag er trouwens vanuit gaan dat hierbij alle mogelijke creativiteit in de oplossingsrichtingen wordt betracht. Advies Het college adviseert om deze opdracht niet verder uit te werken dan wij op dit moment al doen en de personele bezetting (in omvang en samenstelling) geen input te laten zijn van het takendebat. De begrotingsbehandeling is het moment waarop gemeenteraad en college met elkaar op hoofdlijnen afspraken maken en waar uw raad de kaders stelt.
15
09 Speeltoestellen Opdrachtformulering/uitwerkingsvragen Samen met de gemeenteraad en dorps- en wijkraden te komen tot een (uitgangspunten)notitie ‘Vervanging speeltoestellen’, waarin de visie op de openbare ruimte uit 2019 meegenomen wordt. Dit vormt de basis voor een plan van aanpak voor de vervanging. De uitgangspuntennotitie moet zich onder andere uitspreken over: • Het aantal speelplekken en -toestellen in de gemeente, en de verdeling over de kernen en wijken; • Welke speeltoestellen en/of -plekken vervangen, heringedeeld of verwijderd moeten worden en waarom; • Door wat de speeltoestellen vervangen worden, bijvoorbeeld: o Duurzame, goedkopere, alternatieven; o Goedkopere speeltoestellen; o Klimaatadaptieve speelplekken; o Natuurspeelplekken; • De budgetten voor vervanging en herindeling. Daarnaast te onderzoeken hoe Right to Challenge mogelijk gemaakt kan worden aangaande de speelplekken, zodat er gebruik gemaakt kan worden van subsidiemogelijkheden. Verder ook inzichtelijk te maken hoeveel speelplekken en speeltoestellen regiogemeenten van vergelijkbare grootte bezitten. Overwegingen Wij denken dat dit onderwerp zich heel goed leent voor een takendebat en voor een goede vorm van inwonerparticipatie. Wij verwijzen de raad graag naar het plan van aanpak speeltoestellen zoals dat aan de raad is toegestuurd.
Bij de opdrachtaanvaarding zullen wij dat plan afzetten tegen de uitwerkingsopdracht uit het takendebat. De uitwerkingsvraag heeft vooral betrekking op het voeren van een uitgebreid participatietraject met bewoners over de invulling van het speeltoestellenbeleid. Hiervoor zal het gesprek aangegaan moeten worden met de bewoners van de verschillende wijken en kernen, maar ook met de wijk- en dorpsraden. Vooralsnog lijkt dit het meest logisch om het per wijk en kern te organiseren. Daarbij moet opgemerkt worden dat er meerdere wijken zijn die geen wijkraad hebben. Ook is er binnen de organisatie geen medewerker die participatie exclusief in zijn of haar takenpakket heeft zitten. Dit participatietraject is uitdagend, complex en tijdrovend. Geschat wordt dat het minimaal een jaar in beslag gaat nemen. Ondersteuning van een externe partij is daarbij noodzakelijk. Zwaarwegend punt is dat speeltoestellen aan wettelijke veiligheidseisen moeten voldoen, dienen ze regelmatig geïnspecteerd te worden en moet er een logboek voor ieder toestel bijgehouden worden. Dat maakt dat aanschaf en beheer van speeltoestellen mogelijk lastig in te bedden in een Right to Challengestructuur. Er moet dan al snel sprake zijn van een rechtspersoon (stichting, vereniging) die verantwoordelijk is voor een speeltuin en ook subsidie kan aanvragen.
Daarnaast moet Right to Challenge feitelijk van initiatiefnemers komen en niet worden ‘opgelegd’ door de gemeente/overheid. Tijdpad/ambtelijke inzet Externe inzet noodzakelijk. Kosten € 50.000.
16
Advies Het college omarmt dit onderwerp. Het sluit aan bij de visie op Sport en Bewegen en op de visie op de Openbare Ruimte. Daarnaast is dit een onderwerp dat uitstekend in participatie met de samenleving kan worden uitgewerkt. Voor de financiële kant ligt er wel een vraagstuk. Afhankelijk van de uitkomst moet daarvoor nog wel een structurele oplossing worden gevonden. Of de gemeenteraad moet aan de voorkant een financieel kader vaststellen. Vragen voor (de uitwerking van) het participatietraject
Aan dorps- en wijkraden: • Hoe zouden speeltoestellen het beste over de wijk/kern verdeeld zijn? • Waar zouden ze speeltoestellen of -plekken idealiter gesitueerd moeten zijn in de wijk/kern? • Welke speeltoestellen of -plekken kunnen hiermee komen te vervallen in de wijk/kern?? • Welke alternatieven voor speeltoestellen passen in de wijk/kern? • Welke rol neemt de dorps-/wijkraad op zich in het kader van Right to Challenge? Dorps- en wijkraden zijn in een participatietraject inhoudelijk goede gesprekspartners. Zij hebben een goedbeeld van de wijk/kern. We constateren daarbij wel dat niet iedere wijk in de kern Dongen over een wijkraad beschikt. Er is geen ‘volledige dekking’. Naast de input van de dorps- en wijkraden is ook de inbreng (behoefte) van de doelgroep belangrijk. Deze doelgroep valt eigenlijk uiteen in twee delen: 1) de jeugdigen en jongeren zelf en 2) voor zover het hele jeugdigen betreft, de ouders. In de verdere uitwerking van de participatie zouden bovengenoemde groepen een rol moeten krijgen. Als gekozen wordt voor het opstellen van een participatietraject dat uitmondt in een plan van aanpak, dient er ook zicht te zijn op voldoende budget om het uit te voeren. Een jaar lang inwoners intensief betrekken bij het opstellen van een plan, schept immers ook de verwachting dat dit plan ten uitvoer kan worden gebracht.
17
11 Regionaal Bureau Toerisme (RBT) Opdrachtformulering/uitwerkingsvragen • Wat zijn de kosten als we aangesloten blijven bij het RBT? • Welke kosten zijn er gebonden aan het beëindigen van de samenwerking bij het RBT? • Welke andere mogelijkheden zijn er om ons toerisme en recreatie te promoten en wat zijn hier de kosten van? Overwegingen 1. RBT De afgelopen periode is er door het RBT gewerkt aan een koers voor de periode 2021-2026, toen was nog niet bekend dat de nieuwe convenantperiode werd verlengd. Naar aanleiding van deze koers heeft het RBT in de periode september tot en met december 2021 voor de diverse gemeenteraden haar koers gepresenteerd inclusief een terugblik op de behaalde resultaten in de afgelopen periode. In de afgelopen jaren is de Dongense bijdrage afgebouwd (van 2019 € 39.501 naar € 33.000 voor 2023). De verwachting is dat een verdere afbouw van de subsidie voor 2023 en de jaren daarna voor RBT niet haalbaar is. Voor een budget van €300.000 is het RBT in de gelegenheid om een basisorganisatie te financieren en middelen uit de markt te halen voor de komende jaren, te weten 2023-2027. Verdeelsleutel RBT Heusden 35% Loon op Zand 33% Waalwijk 21% Dongen 11% Totaal 100%
€ 105.000 € 99.000 € 63.000 € 33.000 € 300.000
2. Dongens collectief Er is in het voorjaar van 2022 een ondernemerscollectief gevormd door de Dongense toeristische ondernemers. Dit collectief is bezig met de vorming van gedachten, uitmondend in een plan, voor de samenwerking, promotie en marketing van de toeristisch-recreatieve sector in Dongen. We zouden de tijd willen nemen om dit plan op zijn merites te beoordelen en te bezien, of dit bouwstenen bevat voor het in de toekomst te voeren recreatief-toeristisch beleid. 3. Mogelijke beleidsrichtingen Daarmee bestaan er in de basis vier mogelijke beleidsrichtingen: a) De deelname aan RBT verder afbouwen (met de eerder gekozen insteek dat RBT zonder financiële ondersteuning door de gemeente moet opereren). b) Vorming van nieuw toeristisch-recreatief beleid in lijn met het (nog op te stellen) plan van het ondernemerscollectief. c) Alsnog doorgaan met RBT. d) Het gemeentelijk toeristisch-recreatief beleid extensiveren c.q. beëindigen. Om budgettaire ruimte voor de uiteindelijke beleidskeuze te behouden, wordt in de ontwerp begroting 2023 een budget van € 30.000 opgenomen. Tijdpad We verwachten bedoeld voorstel begin 2023 aan u voor te kunnen leggen. Kosten 100 uur ambtelijke inzet
18
Advies Wij adviseren u, om na ontvangst en beoordeling van het plan van het ondernemerscollectief, het college te vragen een notitie voor uw raad op te stellen, waarin de mogelijke beleidsrichtingen kort worden benoemd. De raad kan zich daarmee uitspreken over de vraag, of u voor onze gemeente een taak weggelegd ziet op het gebied van recreatie en toerisme en, zo ja, welke beleidsrichting hierbij wordt gekozen. Vragen voor (de uitwerking van) het participatietraject NVT
19
12 Armoede Opdrachtformulering/uitwerkingsvragen • Aan te geven welke mogelijke middelen men wil gaan inzetten om die gezinnen/personen die recht hebben op onderdelen van het armoedebeleid in beeld te hebben en te kunnen bereiken? En dit ook uitzetten in mogelijke extra kosten en inzet van fte. • Aan te geven welke mogelijkheden en middelen er zijn om ervoor te zorgen dat iedere persoon die recht heeft op faciliteiten uit dit armoedebeleid hier van gebruik kan maken en ook maakt. Overwegingen Deze uitwerkingsopdracht loopt parallel met ingezet beleid. Ten aanzien van het eerste aandachtspunt: er wordt op dit moment een onderzoek uitgevoerd naar de doelgroep. Onderzoek is opgestart en eind 2022 worden daarvan de resultaten verwacht. Met de uitkomst van het onderzoek moet de doelgroep beter (idealiter volledig) in beeld. Na afronding van het doelgroeponderzoek wordt het armoedebeleid herzien. Het bereiken van de doelgroep maakt onderdeel uit van het (herziene) beleid. Tijdpad/ambtelijke inzet Het doelgroepenonderzoek loopt tot en met december 2022. Dit onderzoek is extern uitgezet en kost zeer beperkt ambtelijke capaciteit. De herziening van het armoedebeleid staat gepland voor kalenderjaar 2023. Ambtelijke capaciteit wordt hiervoor beschikbaar gemaakt. Kosten De kosten voor het doelgroeponderzoek zijn reeds gedekt.
De kosten voor het herziene armoedebeleid kunnen pas concreet worden gegeven als het beleid vorm heeft gekregen. Het ligt in de lijn dat de kosten van nieuw beleid een plaats gaan vinden in de begroting 2024. Advies Conclusie is dat deze uitwerking in het kader van het takendebat haast gelijk is aan de al uitgezette lijnen. Afhankelijk van een eventuele planning door de gemeenteraad voor bespreking van deze taak, kan er vertraging ontstaan. Advies is om tijd en energie te steken in de uitwerking van de ingezette lijnen en niet in uitwerking van de opdracht in het kader van het takendebat. Het college maakt graag met de gemeenteraad afspraken over een startnotitie c.q. uitgangspuntennotitie. Hierin wordt dan onder andere vastgelegd: tijdspad, participatie, rol en (beslis)moment(en) voor de gemeenteraad. Vragen voor (de uitwerking van) het participatietraject In de vastgestelde opdracht staat onder participatie een tekst die verwijst naar mantelzorg. Wij gaan uit van een omissie. In zijn algemeenheid start de herziening van het armoedebeleid met een verkenning van de doelgroep. Op basis daarvan wordt gekeken op welke manier participatie vorm krijgt. Tenminste de adviesraden worden betrokken voor (formele) adviseren. Daarnaast ligt het in de lijn om ook organisaties die activiteiten verrichten binnen en voor de doelgroep te betrekken.
Idealiter vinden we ook inwoners uit de doelgroep bereid om deel te nemen. Daarbij merken wij op dat dit onderwerp omkleed is met schaamte. Vanuit die optiek is het de vraag, of inwoners bereid zijn te participeren.
20
14 Mantelzorg Opdrachtformulering/uitwerkingsvragen • Een groot deel van de mantelzorgers geen gebruik maakt van de mantelzorgbon. • Het onduidelijk is wie er exact voor in aanmerking komt • De mantelzorger een steeds belangrijkere rol in de zorg inneemt • We deze mantelzorgers moeten koesteren omdat zij de zorg die enorm onder druk staat enorm ondersteunen • De mantelzorgers vrijwillig veel werk doen wat anders met hoge kosten gepaard zou gaan. Overwegingen We onderstrepen het belang van de mantelzorger. Wij zien geen echter geen relatie tussen de doelstellingen van het takendebat en deze uitwerking. Het betreft hier bestaand beleid, met tussen de regels door een oproep om de groep mantelzorgers beter in beeld te krijgen. Een uitwerkingsopdracht moet een meerwaarde hebben ten opzichte van de huidige situatie, zeker gezien de tijdsinvestering die ten koste zal gaan van iets anders. Advies We ontraden deze opdracht en stellen voor de ontwikkelingen te volgen, onder andere het effect van structureel verhogen van het bedrag aan waardering (dat in de ontwerp programmabegroting 2023 wordt opgenomen), en desgewenst na evaluatie het beleid bij te stellen. Participatie Omdat het advies is om deze opdracht niet te betrekken in het takendebat, is het onderdeel participatie niet verder uitgewerkt. Zoals gezegd onderschrijven wij het belang van mantelzorgers.
Het in beter in beeld krijgen van de groep mantelzorgers (en zorgvrijwilligers) is een actiepunt. Wij willen dat bereiken via communicatie vanuit de gemeente en via zorgpartners binnen de gemeente. De volledige groep zal nooit in beeld komen. Simpelweg om de reden dat niet iedere mantelzorger er behoefte aan heeft om zich bij de gemeente te melden.
21
15 Sociale woningbouw Opdrachtformulering/uitwerkingsvragen De sociale woningbouw te stimuleren en op een aanvaardbaar niveau te brengen volgens de landelijke norm van 30% • Aan te geven welke mogelijke middelen men wil gaan inzetten om dit percentage in de komende periode te gaan verhogen (wat is een reele inschatting van het college)? • Op welke termijn we dit percentage gaan bereiken? Overwegingen De opdrachtformulering behelst een vraag en leent zich niet voor het takendebat. Op deze vraag kunnen wij uw raad het volgende melden. Dongen heeft (peildatum 1-1-2022) een woningvoorraad van 11.540 woningen. Het aandeel koopwoningen is ruim 70%, een kleine 30% zijn huurwoningen. Daarvan is weer 2/3 deel (afgerond 2400 woningen) sociale huur en 1/3 (1100 woningen) middeldure/dure huur. Het is niet uitvoerbaar om een aandeel sociale huurwoningen van 30% van de woningvoorraad te halen, niet op korte termijn (binnen deze bestuursperiode) en evenmin op de middellange termijn. Zelfs niet als alle nieuwe woningen die we moeten realiseren een sociale huurwoning zouden zijn. Dat is op de eerste plaats exploitatie-technisch niet haalbaar. Hierbij speelt de investeringscapaciteit van woningcorporatie Casade een belangrijke rol. Het bouwen van sociale huurwoningen is allereerst een taak van de woningcorporaties.
Verder is er het belang van een evenwichtige opbouw en samenstelling van wijken en buurten. Tenslotte zou slechts een deel van de woningmarkt worden bediend, terwijl er ook een grote behoefte bestaat aan andere segmenten. Wat wel mogelijk is, is om als ambitie van uw raad in de nieuwe/te actualiseren woonzorgvisie op te nemen, dat een bepaald percentage van nieuwbouwplannen in de vorm van sociale huur gerealiseerd moet worden. Hierdoor zal het aandeel van de sociale huurwoningen gaan toenemen. Nu wordt er met de verdeling 35% goedkoop – 35% middelduur en 30% duur geen onderscheid gemaakt tussen huur en koop. Wat dat betreft is nog vermeldenswaardig dat bij het afstemmen van de woningbouwafspraken in het Regionaal Perspectief op Bouwen en Wonen Hart van Brabant 2022 tussen de gemeenten onderling en met de provincie is afgesproken, dat, ingeval sociale huurwoningen minder dan 25% van de woonvoorraad beslaan, minstens 25% van de plancapaciteit wordt benut voor de nieuwbouw van sociale huurwoningen. Tijdpad/ambtelijke inzet Nadat in 2023 het participatietraject dat voorafgaat aan de Woonzorgvisie heeft plaatsgevonden, wordt de Woonzorgvisie komend jaar ter vaststelling aan de gemeenteraad voorgelegd. Kosten Het opstellen van de Woonzorgvisie wordt uitbesteed. De hiermee gemoeide kosten schatten wij in op ca. € 30.000. Hiertoe wordt een voorstel aan uw raad voorgelegd.
22
Advies Het college adviseert de gemeenteraad om deze opdracht geen deel te laten uitmaken van het takendebat, maar te betrekken bij de totstandkoming van de woonzorgvisie. Op deze manier worden alle onderdelen die te maken hebben met wonen geclusterd en integraal besproken en vastgelegd. De gemeenteraad ontvangt een startpunten c.q. uitgangspuntennotitie als startpunt voor het maken van de woonzorgvisie. In het begin van het proces om te komen tot een woonzorgvisie staat gepland om een startnotitie c.q. uitgangspuntennotitie aan de raad aan te bieden. Hierin wordt onder andere vastgelegd: tijdspad, participatie, rol en (beslis)moment(en) voor de gemeenteraad. Vragen voor (de uitwerking van) het participatietraject •
Wat de wensen van de bewoners zijn is al grofweg kenbaar gemaakt in het woonbehoeftenonderzoek. Daarnaast is bij de ontwikkeling van bouwlocaties, zowel inbreiding als uitbreiding participatie van bewoners op voorhand essentieel, waarbij wensen en mogelijkheden op elkaar worden afgestemd. Het is belangrijk dat het College de regie neemt en niet de projectontwikkelaar.
Zoals aangegeven heeft er in het kader van het woonbehoefteonderzoek al participatie plaatsgehad. De wens om als gemeente stevig regie te voeren is ons bekend en wordt opgevolgd. De aangekondigde Wetswijziging gaat de gemeente daarbij helpen. Wanneer de wijzigingen concreet zijn uitgewerkt, bekijkt het college hoe de instrumenten voor Dongen kunnen worden ingezet. In het proces voor de woonzorgvisie is plaats en ruimte voor participatie. De basis vormt een lokaal woonbehoefte onderzoek. Daarnaast worden ontwikkelaars, makelaars en experts op het gebied van wonen met daarbij aandacht voor specifieke doelgroepen. Het valt niet direct onder de noemer participatie, maar in de regio is eveneens een woonbehoefte onderzoek uitgevoerd. Deze resultaten worden eveneens betrokken bij de woonzorgvisie Dongen. Tenslotte wordt de woonzorgvisie opgesteld met de regionale en provinciale afspraken over wonen en woningbouw in het achterhoofd.
23
16 Subsidies Opdrachtformulering/uitwerkingsvragen • Welke mogelijkheden zijn er om subsidies doelmatiger in te zetten • Welke BCF-contracten lopen er momenteel en wanneer is hiervan einde contractduur • Hoeveel bedragen de huisvestingskosten van Theek5 binnen de subsidie van 440k • Wat zijn de huisvestingskosten van het Kunstpodium • Welke subsidie in natura ontvangen sportverenigingen door dienstverlening van de gemeente, wat is de waarde hiervan in euro’s Overwegingen Deze uitwerkingsopdracht lijkt op basis van de overwegingen en toelichting niet direct verband te houden met een feitelijk takendebat. Er lijkt eerder behoefte aan inzicht en informatie. Dat kan uiteraard verzorgd worden. Daarnaast is het handig als voor een eventuele uitwerking het bereik specifieker wordt aangegeven: gaat het om alle subsidies? BCF overeenkomsten? Subsidies aan sportverenigingen? De huidige opdracht lijkt op specifiek BCF en sport gericht te zijn. Waarbij er zelfs twee partners specifiek met naam worden uitgelicht. In Q3 van 2022 wordt gestart met een project om te komen tot een nieuw subsidiebeleid. Naar verwachting eind Q2 van 2023 wordt dit nieuwe beleid aan de gemeenteraad voorgelegd. Zodat aanvragers in Q3 van 2023 op basis van het nieuwe beleid aanvragen voor 2024 kunnen doen. In dit subsidiebeleid wordt vastgelegd wat wenselijk subsidiabel is (en wat niet).
In de verdere uitwerking daarvan (beleidsregels) wordt vastgelegd op welke wijze subsidie kan worden aangevraagd en waarop wordt getoetst. Advies is om deze opdracht niet definitief te maken, maar om met de raad afspraken te maken over het proces om tot een nieuw subsidiebeleid te komen. Met daarin concreet vastgelegd waarover en wanneer de raad betrokken wordt, waarbij de rol van respectievelijk raad en college in acht wordt genomen. Het uitwerken van de opdracht loopt gelijk op met het opstarten van het nieuwe subsidiebeleid. Dat kan verstorend en vooral vertragend werken. En dat met de wetenschap dat het opstellen van nieuw subsidiebeleid al twee jaar vooruit wordt geschoven vanwege Covid-19. Tijdpad/ambtelijke inzet Het opzetten (en begeleiding) van het nieuwe subsidiebeleid is extern belegd. En wordt vanaf Q3 2022 opgestart met een offerte-uitvraag. Als er behoefte blijkt te zijn aan inzichten, dan kan op basis van de specifieke vragen een schatting worden gemaakt van de ambtelijke inzet. Kosten De kosten voor het opstellen en begeleiden van een nieuw subsidiebeleid worden gedekt uit coronamiddelen. Binnen het team maatschappelijk beleid zijn in coronatijd diverse extra werkzaamheden geland. En het team is getroffen geweest door meerdere coronabesmettingen. Gevolg is dat reguliere werkzaamheden zijn uitgesteld, waaronder het opstellen van een nieuw subsidiebeleid.
Om een inhaalslag te maken, worden coronamiddelen ingezet om het nieuwe subsidiebeleid vorm te geven.
24
Advies Deze opdracht overlapt met stappen en elementen die op dit moment al worden gezet om te komen tot een herijking van het subsidiebeleid. Het uitwerken van deze opdracht en bespreking in de gemeenteraad leidt tot vertraging ten opzichte van de huidige planning voor herziening. Dat is niet wenselijk, omdat dit ertoe leidt dat een nieuw subsidiebeleid niet per 2024 kan ingaan. Wij maken graag met de gemeenteraad afspraken over een startnotitie c.q. uitgangspuntennotitie. Hierin wordt onder andere vastgelegd: tijdspad, participatie, rol en (beslis)moment(en) voor de gemeenteraad. Vragen voor (de uitwerking van) het participatietraject Welke mogelijkheden zien de gesubsidieerden zelf om hun subsidie doelmatiger in te zetten. In het traject om te komen tot een nieuw subsidiebeleid is ruimte ingeruimd voor participatie. Verenigingen en stichtingen die op dit moment subsidie ontvangen en verenigingen of stichtingen die menen subsidie te moeten ontvangen worden betrokken bij het opstellen van het nieuwe subsidiebeleid. Doelmatigheid zal namens de gemeente een van de bespreekpunten en uiteindelijk een toetselement zijn. Overigens zullen ook elementen als ‘maatschappelijke effecten’, ‘effectiviteit’, etc onderwerp van gesprek zijn.
25
18 Openbaar groen Opdrachtformulering/uitwerkingsvragen • Een inventarisatie van hoe meerdere gemeenten van vergelijkbare omvang hun groenvoorziening en straatreiniging hebben geregeld respectievelijk (i) zelf, (ii) in een gemeenschappelijke regeling en (iii) uitbesteed aan een private partij; • Een vergelijking van de kosten per inwoner van deze taak tussen Dongen en die gemeenten; • In voornoemde vergelijking ook betrekken het effect op de bestedingen aan onderhoud en investeringen in materieel; • In voornoemde vergelijking er rekening mee houden dat de gemeente een kleine servicedienst houdt voor afhandeling van kleine meldingen en klachten; • Welke mogelijke gevolgen een wijziging naar ofwel gemeenschappelijke regeling of private partij kan hebben voor de arbeidsvoorwaarden van de huidige medewerkers. Overwegingen In het verleden, tussen 2012 en 2014, is overwogen om over te gaan tot uitbesteding van afvalinzameling en groenonderhoud. Op basis van (markt)onderzoeken is destijds besloten om niet tot uitbesteding over te gaan en juist te investeren in materieel en medewerkers binnen de buitendienst. Hoewel we een aantal jaar verder zijn, is het is op voorhand dan ook zeer te betwijfelen of uitbesteding nu wel haalbaar is. Zeker gezien de krapte op de huidige arbeidsmarkt.
Verder merken wij op, dat een onderzoek naar uitbesteding naar verwachting tot onrust onder de betrokken medewerkers zal leiden (evenals dat bij het vorige onderzoek het geval was). Zoals ook voor afvalinzameling geldt, vraagt een onderzoek naar de drie onderzoeksrichtingen (zelf doen, samenwerken, uitbesteden) om specifieke deskundigheid. Dit omdat beschikt moet kunnen worden over benchmarkgegevens, kennis van de markt en juridische kennis van overgang van onderneming. Daarnaast is een onafhankelijke, objectieve blik gewenst, dit zowel in de richting van uw raad als in de richting van de betrokken medewerkers. Daarnaast kost een dergelijk onderzoek de nodige tijd en kan dat niet gecombineerd worden met de reguliere werkzaamheden. Om voornoemde redenen is een extern onderzoek aan te bevelen. Vergelijkbaar met de onderzoeksopzet bij afvalinzameling is ook in dit onderzoek sprake van 2 fasen, een strategische fase en een uitwerkingsfase (zie hiervoor bij afvalinzameling voor een nadere toelichting). Voorafgaande aan de uitwerkingsfase zal het voor het openbaar groen gewenste kwaliteitsniveau bekend moeten zijn. Dat kwaliteitsniveau vormt als het ware het programma van eisen waarin voldaan moet worden. Met de voor deze opdracht te verrichten onderzoeken zijn externe kosten gemoeid (zie hierna onder kosten). De uitkomsten van de onderzoeken zijn vanzelfsprekend niet bekend.
Het laten uitvoeren van externe onderzoeken c.q. het maken van deze kosten vraagt naar onze mening wel om de principale bereidheid om de uitkomsten van de onderzoeken op te volgen. Dat wil zeggen dat de beginselbereidheid bij uw raad aanwezig moet zijn om tot uitbesteding over te gaan indien de onderzoeken dat als oplossingsrichting aangeven. Wij geven u in overweging om die principale vraag in uw debat over de opdrachtverstrekking aan de orde te stellen. Tijdpad/ambtelijke inzet Wij verwachten dat met de strategische onderzoeksfase na opdrachtverstrekking 2-3 maanden gemoeid zullen zijn. Kosten Uit navraag blijkt dat met de 1e fase van het onderzoek een bedrag in de orde van grootte van € 40.000 gemoeid zal zijn; met de 2e fase een bedrag tussen € 30.000 en € 40.000). 26