Kadernota 2022 - definitief
Tekst van het document
Na invoering van de wetgeving zullen we gaandeweg meer zicht krijgen op die effecten.
23 23
5. Dongen Dient 510 Bestuur Democratische vernieuwing De gemeenteraad heeft de notitie democratische vernieuwing aangenomen en bepaalt eerst voor zichzelf de ambities op dit onderwerp. In het derde kwartaal van 2021 worden deze ambities omgezet in concrete doelen en acties met een bijbehorend budget. Indien dit in augustus 2021 bekend is, kan het worden meegenomen in de programmabegroting 2022.
520 Dienstverlening Digitalisering dienstverlening Al langere tijd is de gemeente bezig met het optimaliseren van haar dienstverlening. Digitalisering van de dienstverlening levert daar een belangrijke bijdrage aan. Daar komt bij dat de Corona-crisis heeft laten zien dat het belangrijk is om onze inwoners ook op afstand zo goed mogelijk te bedienen. We willen deze lijn vasthouden. In 2022 (of 2023) treden naar verwachting de Wet Open Overheid, de wet Modernisering Elektronisch Bestuurlijk Verkeer en de Omgevingswet in werking. We bereiden de implementatie van die wetgeving, die allen invloed hebben op de digitale dienstverlening van de organisatie, voor. Verder zetten we in op een slimmere, deels automatische verwerking van standaardaanvragen op het gebied van burgerzaken (aanvragen uittreksel of doorgeven verhuizing bijvoorbeeld). Omgevingswet en Wet private kwaliteitsborging Op 1 juli 2022 treedt de Omgevingswet in werking (zie ook thema 110). Door de invoering verandert het werk op het gebied van vergunningen, toezicht en handhaving ingrijpend. In plaats van controlerende wordt een uitnodigende, faciliterende ontwikkelingsgerichte houding van de gemeente verwacht. Er komt meer vrijheid om maatwerk te leveren voor het kunnen realiseren van initiatieven en burgerparticipatie wordt een belangrijk onderdeel van het proces.
De structurele financiële effecten van de Omgevingswet zijn nog niet inzichtelijk. Wel is de verwachting dat de legesinkomsten met 15-20% zullen afnemen. Tegelijk met de Omgevingswet wordt de Wet private kwaliteitsborging ingevoerd. Bij de invoering vervalt bij de verlening van omgevingsvergunningen de toetsing aan het Bouwbesluit en ook de toezichthoudende werkzaamheden op de uitvoering van bouwwerken verminderen. Tegelijkertijd komen er in dit kader ook nieuwe werkzaamheden voor de vergunningverleners bij, waardoor per saldo het effect op de tijdsinvestering minimaal zal zijn. Bij Programmabegroting zal op basis van de dan beschikbare informatie een schatting worden gemaakt van de structurele effecten.
530 Beheer en onderhoud Automatische aanpassing onderhoudskosten groen De onderhoudsbudgetten voor het groen groeien tot op heden niet automatisch mee met de areaaluitbreiding bij bijvoorbeeld de realisatie van nieuwe projecten (zoals Beljaart en inbreidingsplannen). Richting begroting wordt bekeken of de onderhoudsbudgetten voortaan automatisch via een vast onderhoudsbedrag van m2 groen kan meegroeien met de areaalomvang. De onderhoudsbudgetten zullen dan worden afgestemd op de areaalomvang. Groenbeheerplan en bomenbeleidsplan De medewerkers in de buitendienst werken met beeldbestek. Hiermee wordt een vastgesteld onderhoudsniveau van het groen nagestreefd, waarvan de resultaten ook maandelijks worden gemonitord. Dit zal mede input zijn voor het opstellen van een nieuw groenbeheerplan. In het groenbeheerplan worden onder andere kaders vastgesteld ten aanzien van het beoogde kwaliteitsniveau. Het groenbeheerplan zal samen met het bomenbeleidsplan in 2022 aan de raad worden aangeboden.
24 24
540 Afval Afvalstoffenheffing In 2021 doorlopen we inkoopprocessen voor de huis-aan-huis inzameling van PMD en de verwerking van afvalstromen van de milieustraat. De aanbesteding van afvalstromen van de milieustraat is een regionale aanbesteding. De ABG-gemeenten hebben hierin de leiding. Deze procedures kunnen beiden invloed hebben op de begroting 2022 en de afvalstoffenheffing voor 2022.
25 25
6. Algemene dekkingsmiddelen en overhead 610 Algemene Uitkering Herijking Algemene Uitkering Al enige tijd is het Rijk bezig met de herijking van de Algemene uitkering van het Gemeentefonds. In de Begroting 2021 (pagina 9) is hierover geschreven dat de herijking wordt verwacht per 2022. Inmiddels is duidelijk geworden dat het Ministerie van BZK een adviesvraag over de herijking heeft ingediend bij de Raad voor het Openbaar Bestuur. Het advies zou worden verwacht op 1 april dit jaar, inmiddels lijkt het er op dat dit eerder augustus 2021 wordt. In de adviesvraag is BZK al uitgegaan van een nieuwe integrale verdeling van het gemeentefonds per 1 januari 2023, een jaar later dus. Besluitvorming over het invoeren van de nieuwe verdeling wordt aan een nieuw kabinet gelaten. Dat maakt de invoering en daarmee de effecten erg onzeker. In de begroting 2021 is een indicatie gegeven van het effect van de herverdeling die zou oplopen tot € 2,6 miljoen nadelig in 2025. We zijn daarbij uitgegaan van bedragen per inwoner conform de inzichten die er destijds waren en tevens door ondermeer de gemeenten binnen de Regio Hart van Brabant zijn gehanteerd.
In de begroting 2021 was het verwachte effect nog niet financieel verwerkt; er was enkel een risicoreservering getroffen.Eerder dit jaar zijn er rekenmodellen beschikbaar gekomen via BZK die laten zien dat de deze de inschatting minder negatief zal uitpakken. Op basis van die rekenmodellen komt het effect voor de gemeente Dongen uit op een nadelig effect van € 240.000 op jaarbasis. Zoals hiervoor benadrukt gelden de nodige voorbehouden rondom deze inschatting. De besluitvorming is nog verre van afgerond en de berekeningsmodellen zullen nog worden geactualiseerd. In de begroting 2022-2025 wordt conform richtlijn van de provincie enkel een budgettair effect verwerkt als hierover officiële berichtgeving heeft plaatsgevonden.
620 Gemeentelijke belastingen en heffingen Lokale heffingen In de Programmabegroting zal het college een voorstel doen voor de hoogte van de lokale heffingen: de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en de Onroerende Zaak Belasting (OZB). Dat voorstel wordt opgesteld binnen de kaders die hiervoor zijn opgenomen in hoofdstuk 8 van deze Kadernota; de financiele uitgangspunten. Kernpunt hierbij is dat de afvalstoffenheffing en de rioolheffing kostendekkend worden vastgesteld. Ten aanzien van het OZB-tarief is het van belang te wijzen op de incidentele korting van 200.000 euro op de opbrengst die in 2021 is doorgevoerd. Deze korting was conform motie van de raad (ingediend bij de begroting 2020) die het college opriep een hogere opbrengst in 2020 te compenseren richting belastingbetaler. Bij de tariefbepaling voor het belastingjaar 2022 wordt uitgegaan van de OZB-opbrengst 2021 vermeerderd met de incidentele korting van € 200.000 en een indexering in verband met de inflatie. Daarnaast wordt de waardeontwikkeling (stijging of daling) van de onroerende zaken als gevolg van de jaarlijkse waardering gecorrigeerd in de tarieven. Een positieve waardeontwikkeling van het onroerend goed leidt daarmee tot een lager OZB-tarief. Voor het jaar 2022 zal de waarde per 1 januari 2021 worden gebruikt bij toepassing van het tarief.
630 Overige algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Geen relevante ontwikkelingen
640 Overhead Personele capaciteit Op 18 februari jl. is de raad geïnformeerd over de druk op de personele organisatie. In het afgelopen jaar is gebleken dat onze organisatie zeer wendbaar is. Het aanpassingsvermogen en de flexibiliteit zijn groot gebleken. Het principe van zelforganisatie, waar ruim drie jaar geleden met de organisatieontwikkeling op is ingezet, betaalt zich uit, maar het is een dynamisch en continu proces. De continuïteit van de gemeentelijke dienstverlening en
26 26
bedrijfsvoering is geborgd. In sommige gevallen gebeurt dat in aangepaste vorm. De omschakeling naar thuiswerken is in de basis snel en goed gegaan. In de raadsbrief is aangegeven dat we op een punt zijn gekomen waarop de druk op een aantal plekken in de organisatie te hoog wordt. Hierbij is opgemerkt dat in het kader van de ombuigingen waarover in 2019 is besloten tot een bezuinigingstaakstelling op de gemeentelijke organisatie van € 900.000 (circa 12 fte) zonder dat daartegenover een reductie van taken staat of wordt verwacht. Er is op dit moment geen sprake meer van een kortdurende situatie waar ‘de schouders eronder gezet kunnen worden’. De omstandigheden beginnen als gevolg van de aanhoudende crisis meer een semi-permanente status te krijgen, wat gevolgen heeft voor de productiviteit, de mentale belasting en vitaliteit van onze medewerkers. Tegelijkertijd spelen er een aantal rijksbrede (omgevingswet, schuldhulpverlening, inburgering, klimaat en duurzaamheid, kwaliteitscriteria voor vergunningverlening, toezicht en handhaving) en lokale (dorpsteam) ontwikkelingen, waarvan op dit moment nog niet bekend is of hier financiering tegenover staat en of die toereikend is. In deze Kadernota vragen we de raad dan ook om een structurele uitbreiding van de formatie van 4 fte om de grootste knelpunten op te lossen.
Het gaat hierbij om een uitbreiding van de formatie aanvullend op een mogelijke uitbreiding zoals die volgt uit specifieke rijksfinanciering (taakverzwaringen). Bij een positief besluit van de raad zullen we bij begroting aangeven op welke wijze deze uitbreiding wordt ingezet. Ook daarna blijven we de balans tussen personele bezetting en het takenpakket nauwgezet monitoren. Huisvesting gemeentehuis In de aan de raad voorgelegde Programmabegroting 2021-2024 was een verbouwing van het gemeentehuis in 2023 voorzien. De raad heeft deze investering uit de begroting gehaald en het college opgeroepen eerst met een startnotitie te komen. Het college heeft er dit voorjaar voor gekozen de verbouwing van het gemeentehuis op korte termijn niet op te starten en uit te voeren en daarom geen startnotitie op te stellen. Het geplande technisch en planmatig onderhoud en de noodzakelijke aanpassingen in verband met bijvoorbeeld de brandveiligheid dienen wel uitgevoerd te worden. Dit zal worden opgenomen in het investeringsplan 20222025. Investeringsplan 2022-2025 en kapitaallasten Zoals gebruikelijk wordt jaarlijks bij de programmabegroting ook het meerjarig investeringsplan geactualiseerd. Dat betekent dat bij de komende programmabegroting het Investeringsplan 2022-2025 wordt aangeboden. Hierin zal het hierboven genoemde onderhoud aan het gemeentehuis worden opgenomen.
Ook zal het vervolg op het verkeersplan ’s Gravenmoer naar verwachting tot aanvullende kosten leiden en zijn er mogelijk extra investeringen nodig in het kader van het capaciteitsprobleem van V.V. Dongen. Daarnaast moet rekening gehouden worden met hogere bouwkosten voor de (ver)nieuwbouw van de onderwijshuisvesting (zie thema 210 Onderwijs). De actualisatie zal daarnaast hoofdzakelijk betrekking hebben op verschuivingen tussen de jaren. Ook zullen de verschillende onderhoudsplannen worden doorvertaald in investeringen. Dit jaar worden twee onderhoudsplannen geactualiseerd: het rioleringsplan 2021-2025 wordt naar verwachting in september aan de raad aangeboden, terwijl het wegenonderhoudsplan net voor of net na de zomer wordt aangeboden. Het geactualiseerde investeringsplan wordt eveneens in de Programmabegroting 2022-2025 doorgerekend in het effect op de kapitaallasten. Hierbij wordt net als in de begroting 2021 gerekend met een rekenrente van 1%. Bij de berekening van de kapitaallasten wordt gerekend met de richtlijnen van de provincie.
27 27
8. Financiële uitgangspunten De financiële uitgangspunten voor de Programmabegroting 2022 – 2025 zijn: 1. De Algemene Uitkering wordt geraamd op basis van de meicirculaire 2021. 2. Voor de meerjarenraming wordt uitgegaan van een indexering op baten en lasten. Ten opzichte van de begroting 2021 wordt een indexering toegepast gelijk aan de ontwikkeling bruto binnenlands product in de meicirculaire 2021, met uitzondering van: 2.1 De subsidies stijgen met het landelijk inflatiepercentage (prijs overheidsconsumptie, netto materieel (IMOC)) conform meicirculaire 2021; 2.2 Voor loon- en salarisontwikkeling wordt aangesloten bij de meest actuele inzichten per 1 juli 2021; 2.3 Voor de indexering van de bijdragen aan de meeste gemeenschappelijke regelingen volgen we de besluitvorming in het algemeen bestuur van de betreffende regeling; 2.4 Voor opbrengsten afvalstoffenheffing en rioolheffing wordt een kostendekkend tarief gehanteerd; 2.5 Voor de berekening van de OZB-opbrengst 2022 wordt de opbrengst uit 2021 verhoogd met de in 2021 verleende incidentele compensatie van € 200.000, waarna indexering met het landelijk inflatiepercentage conform meicirculaire 2021 plaatsvindt; 2.6 De opbrengsten marktgelden, pachtgelden, leges en overige belastingen worden geïndexeerd met het landelijk inflatiepercentage conform meicirculaire 2021, tenzij reparatie nodig is om kosten en opbrengsten
beter met elkaar in balans te brengen. 3. De rekenrente wordt voorlopig vastgesteld op 1,0%. 4. Het bedrag voor onvoorziene uitgaven voor de begroting 2022 en volgende jaren is € 80.000 per jaar. Het college behoudt de ruimte om gemotiveerd af te wijken van de genoemde uitgangspunten als de doorrekeningen, in de aanloop naar de begrotingsbehandeling, hier aanleiding toe geven.
28 28
9. Vervolgproces Programmabegroting 2022–2025 Met de Kadernota 2022 wordt zoals gezegd een eerste, belangrijke stap gezet in voorbereiding op de programmabegroting 2022-2025 die begin oktober ter behandeling aan uw raad wordt aangeboden. De uitgangspunten uit deze kadernota vormen de basis waarlangs we de komende periode de programmabegroting 2022-2025 verder kunnen gaan uitwerken. Om de raad, gezien de actuele ontwikkelingen, goed mee te nemen in de periode tussen het opstellen van deze kadernota en de uiteindelijke behandeling van de programmabegroting 2022-2025 stellen wij de onderstaande processtappen voor. Een belangrijk moment vormen de opiniërende en besluitvormende raadsvergaderingen op respectievelijk 9 en 16 september. In deze vergaderingen wordt de nadere uitwerking van het principebesluit de schuldquote te normeren op 130% voorgelegd aan de raad
Activiteit
Omschrijving / toelichting / acties
Datum
Aanbieding Kadernota aan raad
Toezending van de Kadernota 2022 (en de jaar
31-5-2021
rekening 2020 en de berap 2021-1) aan de raad Financiële Commissie
Eerste toelichting op de stukken die op 31 mei
7-6-2021
worden aangeboden; tevens bespreking concept-accountantsrapport Inloopmiddag raadsleden
Mogelijkheid voor raadsleden om op het
9-6-2021,
gemeentehuis vragen te stellen over de
15.00-17.00 uur
jaarrekening, berap-1 of kadernota aan de betreffende ambtenaren Financiële Commissie
Beantwoording vragen en opstellen
14-6-2021
gezamenlijk advies Technische vragen Beantwoording technische vragen
Gelegenheid tot het stellen van technische
15-6-2021
vragen door de raadsfracties
tot 15:00 uur
Beantwoording van de technische vragen
24-6-2021 uiterlijk 17:00 uur
Raadsinformatiebrief meicirculaire 2021
Toelichting effecten meicirculaire 2021
Tweede helft juni
Opiniërende raadsvergadering
Bespreken kadernota door de raad
1-7-2021
Besluitvormende Raadsvergadering
Vaststellen kadernota door de raad
15-7-2021
Opiniërende raadsvergadering concept-
Agendering van de nadere uitwerking van het
9-9-2021
Investeringsplan en normering schuldquote besluit de schuldquote te normeren op 130% in 2025 Besluitvormende raadsvergadering concept-
Agendering van de nadere uitwerking van het
Investeringsplan en normering schuldquote
besluit de schuldquote te normeren op 130%
16-9-2021
in 2025 1-10-2021
Aanbieding Programmabegroting aan
Toezending van de Programmabegroting
de raad
aan de raad
Raadsinformatiebrief septembercirculaire
Toelichting effecten septembercirculaire op de
Eerste helft
2021
begroting 2021 en het meerjarenperspectief
oktober
2022-2025 Programmabegroting 2022-2025
Opiniërende behandeling Programma-
4-11-2021
begroting 2021-2024 Programmabegroting 2022-2025
Besluitvormende behandeling Programmabegroting 2021-2024
29 29
11-11-2021
Bijlage 1 - Overzicht te verwachten mutaties meerjarenperspectief
Onderstaande tabellen geven een eerste overzicht van de belangrijkste te verwachten mutaties aan de baten- en aan de lastenkant voor het meerjarenperspectief 2022-2025. Hierbij is getracht waar mogelijk inzicht te geven in de omvang van het financiële effect. In veel gevallen is dit effect nog niet te duiden, omdat eerst duidelijkheid moet komen over de richting. Denk bijvoorbeeld aan beleid of een visie dat nu wordt ontwikkeld. Die visie zal worden vertaald in concrete activiteiten, maar totdat die visie is vastgesteld, is nog niets te zeggen over eventuele financiële gevolgen. Dit is inherent aan de werkwijze waarbij eerst beleid of een visie wordt opgesteld en vervolgens de financiële consequenties worden doorgerekend. Daar waar wel financiële gevolgen zijn geduid, zijn deze nadrukkelijk onder voorbehoud van het beschikbaar komen van nieuwe informatie. In alle gevallen geldt dat bij begroting inzicht zal worden geboden in de financiën op basis van de dan beschikbare informatie. Onderstaande tabellen dienen dan ook vooral gebruikt te worden als indicatie voor de te verwachten effecten. Het uitgangspunt is en blijft het presenteren van een structureel sluitende begroting. Te verwachten mutaties aan de lastenkant Thema 110
Onderwerp
Toelichting
2022
2023
2024
2025
Omgevingswet
Nog niet duidelijk is of de omgevingswet
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
definitief op 1 januari 2022 inwerking treedt. Ook de structurele effecten de gewijzigde wetgeving zijn nog niet bekend. 110
Omgeving
Er wordt in 2021 gewerkt aan een centrumvisie en een gebiedsvisie Glorieux. Tevens wordt gekeken naar actualisatie van de woonvisie en komt er een verstedelijkingsakkoord. De impact van deze ontwikkelingen is nog niet te duiden.
120
De Cammeleur
In de uitgangspuntennotitie voor het
60.000 – 60.000 – 60.000 – 60.000 –
toekomstperspectief is aangegeven dat de
150.000
150.000
150.000
150.000
0
0
0
0
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
Op basis van een benchmark in de regio wordt p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
kosten voor beheer van het gebouw hoger zijn dan bij de start geraamd. Exacte bedrag volgt uit de uitwerking. 120
V.V. Dongen
Er zijn verschillende scenario’s ontwikkeld om het capaciteitsprobleem van V.V. Dongen op te lossen. Deze worden nu doorgerekend met als uitgangspunt dat dit budgetneutraal wordt vormgegeven.
130
Duurzaamheid
De uitwerking van de Rergionale Energieen Klimaat Strategie en de Transitievisie Warmte vragen een (financiële) vertaling naar de lokale situatie. De omvang is op dit moment nog niet de duiden.
130
Energieloket
bepaald welke bijdrage aan het energieloket passend is voor alle werkzaamheden.
30 30
Thema 210
Onderwerp
Toelichting
2022
Laaggeletterdheid
De financiering van het Taalhuis dient
< 20.000 < 20.000 < 20.000 < 20.000
2023
2024
2025
herzien te worden. Bij begroting wordt hiervan een inschatting gemaakt. 220
Dorpsteam
In 2021 wordt het principe “Dorpsteam”
-
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
28.000
28.000
28.000
28.000
met de maatschappelijke partners uitgewerkt. Gedurende 2021 wordt duidelijk wat de financiële impact is. 220
Regionale inkoop
Deze nieuwe werkwijze die volgt uit de
Sociaal Domein
regionale inkoop zal van invloed zijn op de begroting 2022. Op dit moment is echter nog niet te zeggen wat de effecten en het resultaat zullen zijn.
220
Mantelzorg-
Na de ombuiging uit 2020 is de mantel-
compliment
zorgbon voor het jaar 2021 incidenteel opgenomen. Structurele toekenning wordt meegenomen in de begroting.
220
ANWB automaatje
Op basis van de uitkomsten uit de pilot
< 31.000 < 31.000 < 31.000 < 31.000
wordt voorgesteld ANWB automaatje structureel in te voeren. Richting begroting wordt gekeken of baten te verwerken zijn. 230
Schuldhulp
De extra capaciteit als gevolg van wets-
80.000
80.000
wijziging wordt mogelijk voortgezet. 230
Armoedebeleid
De business case armoedebeleid is uitgesteld
10.000 – 10.000 – 20.000
20.000
-
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
naar 2022. Financiële impact is pas duidelijk na opstellen business case. 310
RIEC-taskforce
Aanpak ondermijning gaat mogelijk gepaard met personele uitbreiding bij de taskforce. Impact voor deelnemende gemeenten nog niet bekend.
420
Inkomens-
Waarschijnlijk (op termijn) hogere instroom
regelingen
indien mensen niet (meer) in aanmerking komen voor WW of andere inkomensvoorziening. Bij begroting wordt een geactualiseerde raming gemaakt.
520
Omgevingswet
Invoering van de omgevingswet leidt mogelijk tot extra capaciteit op het gebied van vergunningen, toezicht en handhaving.
530
Groenbeheer
Het budget voor groenbeheer wordt voortaan automatisch aangepast aan de omvang van het areaal. Dit zal leiden tot een kleine stijging van het budget. Ook kunnen het groenbeheerplan en bomenbeleidsplan na 2022 impact hebben.
31 31
Thema 640
Onderwerp
Toelichting
2022
2023
2024
2025
Personele capaciteit
Voorgesteld wordt de personele capaciteit
300.000
300.000
300.000
300.000
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
2024
2025
met 4 fte uit te breiden om hiermee knelpunten binnen de organisatie op te vangen. 640
Kapitaallasten
Het investeringsplan wordt jaarlijks geactualiseerd. Dit leidt in de begroting tot een bijstelling van de kapitaallasten.
Te verwachten mutaties aan de batenkant Thema 120
Onderwerp
Toelichting
2022
2023
Toeristenbelasting
De invoering van de toeristenbelasting is
- 60.000
- 60.000 - 60.000
- 60.000
-
p.m.
p.m.
voorzien per 1 januari 2022. De opbrengst op basis van het raadsvoorstel ligt rond de € 140.000. Dat betekent een inkomenstenderving van € 60.000. 520
Ruimtelijke
Invoering van de Omgevingswet vanaf
ordening
1-1-2022 leidt mogelijk tot lagere lege-
p.m.
opbrengsten. 610 610
Algemene
Nadelig effect van de herverdeling van
uitkering
de Algemene Uitkering.
Algemene
In het kader van de arbitrage over de
uitkering
tekorten in de jeugdzorg is een uitspraak
- 240.000 - 240.000 - 240.000 p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
gedaan, waarover kabinet en parlement zich moeten uitspreken. 610
Algemene
Nog te verwerken effecten van de
uitkering
meicirculaire.
32 32
Bijlage 2 - Scenario’s schuldontwikkeling
Aanleiding en toelichting proces Op vrijdag 13 november 2020 heeft de gemeenteraad van Dongen unaniem een door het college gesteunde motie aangenomen die het college van B&W oproept de risico’s van de schuldpositie voor de langere termijn in beeld te brengen en op basis daarvan een plan van aanpak op te stellen, in meerdere scenario’s met tijdpad, om het risico beheersbaar te houden. Het college wordt gevraagd dit plan van aanpak uiterlijk in mei 2021, voor de kaderstelling begroting 2022, ter beoordeling voor te leggen aan de gemeenteraad. Op donderdag 1 april 2021 is de raad in een raadsinformatieavond meegenomen in de mechanismes achter de schuldontwikkeling. Er is inzicht gegeven in de schuldontwikkeling in de afgelopen en nog komende jaren, er is een vergelijking met andere gemeenten gemaakt, de risico’s zijn in kaart gebracht en er is aangegeven welke beïnvloedingsmogelijkheden er bestaan ten aanzien van de schuldontwikkeling (de draaiknoppen). Conform oproep van de raad worden in de Kadernota 2022 scenario’s uitgewerkt. Elk van die scenario’s is voorzien van een gewenst (genormeerd) schuldenniveau, de draaiknoppen waarmee dat niveau kan worden bereikt en de impact van de gekozen draaiknoppen. De raad wordt gevraagd zich bij de besluitvorming over de Kadernota uit te spreken over een normering (maximum) van de schuldquote.
De scenario’s die in deze bijlage zijn opgenomen hebben als doel inzichtelijk te maken wat de impact van een bepaalde normering heeft (in termen van een investeringsplafond en/of uitgavenverlaging). De raad hoeft zich op dit moment niet uit te spreken over de daadwerkelijke draaiknoppen. Het is aan de volgende coalities om telkens die keuzes te maken ten aanzien van investeringen, uitgaven en inkomsten waarmee de schuldquote onder het gestelde maximum blijft. Beleidsarm scenario Voor een goede duiding van de betekenis van elk van de scenario’s is het van belang dat deze worden afgezet tegen een zogenaamd ‘beleidsarm’ scenario. Hoe ontwikkelen de schuldpositie en de schuldquote zich indien geen inhoudelijke keuzes worden gemaakt? Een zuiver beleidsarm scenario opstellen is onmogelijk, impliciet worden in ieder scenario altijd aannames en daarmee inhoudelijke keuzes gemaakt. Het is hierbij dan vooral zaak die keuzes zo transparant mogelijk te presenteren. In het beleidsarme scenario zijn de volgende aannames gemaakt: We continueren het re-integratiebeleid dat we in 2021 hebben ingezet. De grote lijnen hierin zijn: • Exploitatie: Voor de jaren 2021-2024 is het Financieel Perspectief 2021-2024 uit berap 2021-1 aangehouden. Voor de jaren 2025-2028 wordt uitgegaan van een sluitende begroting. De baten en de lasten nemen in deze jaren jaarlijks met 1,5% toe (indexering).
• Investeringen: Voor de investeringen in de jaren 2021-2024 wordt het investeringsplan 20212024 uit de Programmabegroting 2021-2024 aangehouden. Voor de jaren 2025-2028 wordt uitgegaan van het gemiddelde investeringsniveau in de jaren 2020-2024, zijnde € 11,5 miljoen per jaar1. • Verkoop bezittingen: buiten de grondexploitaties vindt geen verkoop van gemeentelijk bezit plaats. De grondexploitaties zijn gebaseerd op de Voortgangsrapportage grondexploitaties 2021-2 (behandeld in de besluitvormende raad van 27 mei 2021). • Balans: de balanspositie per 31 december 2020 (conform jaarrekening 2020) is als startpunt genomen voor de prognose in elk scenario. Dit beleidsarme scenario leidt tot de volgende ontwikkeling van de schuldquote en de solvabiliteit.
1 Het gemiddelde in de genoemde periode geeft een vertekend beeld, aangezien in de jaren forse investeringen plaatsvinden in met name de onderwijshuisvesting. Deze verhoging beïnvloedt het gemiddelde investeringsbedrag behoorlijk. Iedere andere aanname voor het gemiddelde zou echter willekeurig zijn. Voor de beoordeling van de scenario’s heeft deze aanname geen effect.
33 33
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
Netto schuldquote gecorrigeerd
108%
132%
133%
136%
139%
148%
156%
164%
9,5%
9,3%
10,2%
10,8%
10,6%
10,0%
9,5%
9,0%
voor verstrekte leningen Solvabiliteit
Deze prognose van de ontwikkeling van de schuldquote en de solvabiliteit wijkt (in positieve zin) af van de prognose die opgenomen was in de schuldanalyse die op 1 april is gepresenteerd in de raadsinformatieavond. Dat heeft in hoofdzaak twee oorzaken: • De uitkomsten van de jaarrekening 2020 zijn verwerkt. Het positieve resultaat over 2020 heeft een positieve invloed op de vermogenspositie en daarmee de solvabiliteit. Daarnaast zijn in 2020 minder schulden aangegaan, waardoor ook de schuldquote lager is. Dit werkt door in de jaren erna. • De ramingen van de grondexploitaties zijn geactualiseerd. Dit heeft in totaliteit niet geleid tot een andere opbrengstenverwachting, maar wel tot een verschuiving over de jaren. De planningen van de beginnende exploitaties aan de Noorderlaan en de Waspikseweg zijn nu concreter en hebben geleid tot het naar achter verschuiven van de verwachte opbrengsten. Uitleg scenario’s Ieder scenario is op dezelfde wijze opgebouwd en geeft inzicht in: • Normering schuldquote: het maximum dat wordt gesteld aan de schuldquote. Dit is de primaire stuurvariabele. Een normering van de schuldquote van bijvoorbeeld 130% betekent dat er door de gemeente op gestuurd gaat worden dat de schuldquote niet boven de 130% uitkomt. Het gaat hierbij telkens om de schuldquote gecorrigeerd voor uitstaande leningen.
• Tijdpad: het moment waarop de schuldquote aan de gestelde normering dient te voldoen. Dit is vooral relevant als de huidige schuldquote hoger is dan de normering. • Benodigde draaiknoppen: hierin wordt aangegeven wat er nodig is om de genormeerde schuldquote te bereiken. Concreet gaat het hierbij om een maximum van de investeringsuitgaven (een investeringsplafond) en/of het realiseren van een positief primair surplus (uitgaven verlagen en/of inkomsten verhogen). • Verwacht verloop schuldquote: het verwachte verloop van de schuldquote behorende bij het scenario. • Verwacht verloop solvabiliteit: het verwachte verloop van de solvabiliteit behorende bij het scenario. • Aandachtspunten / overige impact: inzicht op hoofdlijnen in de consequenties van het scenario, argumenten en kanttekeningen. Bij elk van de scenario’s is de huidige financiële situatie en de huidige financiële verwachtingen over de ontwikkeling van de situatie als uitgangspunt. Dat betekent dat indien er zaken wijzigen, ook de uitwerking van de scenario’s wijzigen. Bij uitwerking van de scenario’s is ervan uitgegaan dat het huidige investeringsplan (2021-2024) onveranderd blijft. Aan dit plan ligt namelijk een door de meerderheid van de raad onderschreven bestuursakkoord ten grondslag. Ieder scenario gaat uit van een investeringsplafond. Dit stelt een maximum aan het investeringsvolume per jaar.
Hierbij bestaat wel de mogelijkheid investeringen te verdelen over de jaren (bij een plafond van € 6 miljoen bijvoorbeeld het ene jaar € 5 miljoen en het andere jaar € 7 miljoen) of om via een extra uitgavenverlaging ruimte te creëren voor meer investeringen. Samenvattend overzicht In de pagina’s hierna zijn vier scenario’s uitgewerkt. De hoofduitkomsten zijn uitgewerkt in onderstaande tabel.
34 34
Scenario
Normering
Te bereiken in
Draaiknoppen
schuldquote A-1
130%
2025
Uitgaven en investeringen
A-2
130%
2025
Investeringen
B
115%
2033
Uitgaven en investeringen
C
90%
2039
Uitgaven, inkomsten en investeringen
Scenario A (maximeren op 130% is onderverdeeld in twee deelscenario’s die zich onderscheiden in de draaiknoppen (A-1: verlagen investeringen en verlagen uitgaven, A-2: alleen verlagen investeringen). De andere scenario’s (B en C) zijn niet te realiseren door alleen de investeringen te verlagen. Bij scenario C zijn naast investerings- en uitgavenverlagingen ook inkomstenverhogingen noodzakelijk. Naarmate de normering voor de schuldquote lager is, duurt het langer voordat deze norm is bereikt. In alle scenario’s is de normering van de schuldquote als uitgangspunt genomen. De scenario’s verschillen sterk van elkaar in hun impact op de solvabiliteit. Om de solvabiliteit boven de ondergrens van 20% te krijgen, zijn ingrepen in de begroting (uitgavenverlaging/inkomstenverhoging) noodzakelijk. In de Kadernota zelf is uitgelegd waarom het college voorstelt de schuldquote te normeren op maximaal 130%. Disclaimer Alle scenario’s zijn doorgerekend op basis van de huidige prognoses. Die prognoses zijn met de meest mogelijke zorgvuldigheid gemaakt op basis van de kennis van nu. Ieder jaar opnieuw komt er nieuwe informatie die zal leiden tot bijstelling van de prognoses. Het sturen op de schuldquote is daarmee geen eenmalige actie, maar een activiteit die periodieke bijsturing vereist.
Jaarlijks zal in het voorjaar (bij Kadernota) en in het najaar (bij begroting) een actuele prognose van de schuldquote worden gepresenteerd, waarna zal worden beoordeeld of de draaiknoppen bijgesteld moeten worden. De draaiknoppen in de verschillende scenario’s vragen daarnaast om keuzes die vanaf 2025 ingrijpen. Deze ingrepen zullen daarom in volgende bestuursakkoorden moeten worden bevestigd.
35 35
Scenario A-1: Maximeren op signaleringswaarde provincie voor hoog risico
Normering schuldquote
130% In dit scenario wordt de schuldquote gemaximeerd op 130%. Dit is gelijk aan de grens die in het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtskader (GTK) van de provincies wordt gehanteerd als signaleringswaarde voor een hoog risico.
Tijdpad
Te realiseren in 2025
Benodigde draaiknoppen
Ten opzichte van het beleidsarme scenario betekent dit dat vanaf 2025 maatregelen genomen moeten worden om de schuldquote onder de 130% te krijgen. 1. Investeringsplafond: € 6,0 miljoen per jaar vanaf 2025 2. Uitgavenverlaging: € 0,5 miljoen per jaar vanaf 2025 Door deze draaiknoppen hoeft op jaarbasis minder geleend te worden dan in het beleidsarme scenario. Dit komt hoofdzakelijk door een verlaging van het investeringsvolume van € 11,5 miljoen naar € 6,0 miljoen. Daarnaast worden de uitgaven met € 0,5 miljoen per jaar verlaagd (onder een gelijktijdige dotatie aan de algemene reserve). Dit verbetert zowel de schuldquote als de solvabiliteit.
Verwacht verloop
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
schuldquote
108%
132%
133%
136%
130%
130%
130%
129%
Verwacht verloop
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
solvabiliteit
9,5%
9,3%
10,2%
10,8%
11,6%
12,1%
12,8%
13,7%
Aandachtspunten / overige
• Er moet rekening gehouden worden met een hard investerings-volume van
impact
ca.€ 4,5 miljoen per jaar. Dit zijn investeringen die nodig zijn voor het onderhouden (in stand houden) van de infrastructuur (wegen, rioleringen, verlichting, etc.). Dat betekent dat per jaar nog € 1,5 miljoen resteert voor overige investeringen. Grote investeringen zijn dan alleen nog mogelijk door een extra (incidentele) verlaging van de uitgaven of door investeringsruimte op te sparen. • Een verlaging van de uitgaven vraagt om duidelijke keuzes in het takenpakket. Gelet op de reeds doorgevoerde ombuigingen, zijn de mogelijkheden hiertoe beperkt. Bezuinigingen zonder inhoudelijke keuzes zijn niet meer voorhanden. • Waar gesproken wordt over een uitgavenverlaging, kan ook gekozen worden voor een inkomstenverhoging. Omdat veel inkomsten niet-beïnvloedbaar zijn (Algemene Uitkering) of kostendekkend zijn (afval en riool) komt dit neer op de verhoging van de OZB of andere niet-kostendekkende belastingen en heffingen. • Met de genoemde draaiknoppen blijft de schuldquote stabiel op circa 130%. Dat betekent dat geen ruimte bestaat om onvoorziene tegenvallers op te vangen. Enige marge inbouwen ten opzichte van de normering van 130% is daarom raadzaam. Hiermee is geen rekening gehouden. • Door de uitgavenverlaging blijft de solvabiliteit jaarlijks verbeteren met ongeveer 0,7%.
36 36
Scenario A-2: Maximeren op signaleringswaarde provincie voor hoog risico via investeringen Normering schuldquote
130% In dit scenario wordt de schuldquote gemaximeerd op 130%. Dit is gelijk aan de grens die in het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtskader (GTK) van de provincies wordt gehanteerd als signaleringswaarde voor een hoog risico.
Tijdpad
Te realiseren in 2025 Ten opzichte van het beleidsarme scenario betekent dit dat vanaf 2025 maatregelen genomen moeten worden om de schuldquote onder de 130% te krijgen. 1. Investeringsplafond: € 5,5 miljoen per jaar vanaf 2025
Benodigde draaiknoppen
Door deze draaiknoppen hoeft op jaarbasis minder geleend te worden dan in het beleidsarme scenario. Door de investeringen te verlagen tot € 5,5 miljoen wordt de schuldquote onder de 130% gehouden.
Verwacht verloop
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
schuldquote
108%
132%
133%
136%
130%
130%
130%
129%
Verwacht verloop
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
solvabiliteit
9,5%
9,3%
10,2%
10,8%
11,2%
11,3%
11,7%
12,3%
Aandachtspunten / overige
•
impact
ca. € 4,5 miljoen per jaar. Dit zijn investeringen die nodig zijn voor het onder-
Er moet rekening gehouden worden met een hard investeringsvolume van houden (in stand houden) van de infrastructuur (wegen, rioleringen, verlichting, etc.). Dat betekent dat per jaar nog ongeveer € 1 miljoen resteert voor overige investeringen. Grote investeringen zijn dan alleen nog mogelijk door het investeringsplafond te schuiven over de jaren. Extra ruimte voor investeringen kunnen gevonden worden door incidenteel de uitgaven te verlagen of inkomsten te verhogen.
• Doordat in dit scenario de exploitatie wordt ontzien (er vindt geen structurele dotatie aan de algemene reserve plaats), is er sprake van een langzamer herstel van de solvabiliteit. Die verbetert alleen door de afbouw van het vreemd vermogen.
37 37
Scenario B: Maximeren op het middenpercentage voor gemiddeld risico provincie
Normering schuldquote
115% In dit scenario wordt de schuldquote gemaximeerd op 115%. Dit is gelijk aan het midden van de grenzen die in het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtskader (GTK) van de provincies wordt gehanteerd als signaleringswaarde voor een gemiddeld risico (midden tussen 90% en 130%).
Tijdpad
Te realiseren in 2033 Ten opzichte van het beleidsarme scenario worden vanaf 2025 maatregelen genomen die ertoe leiden dat de schuldquote vanaf 2033 onder de 115% zit.
Benodigde draaiknoppen
1. Investeringsplafond: € 5,5 miljoen per jaar vanaf 2025 2. Uitgavenverlaging: € 1 miljoen per jaar vanaf 2025 Door deze draaiknoppen hoeft op jaarbasis minder geleend te worden dan in het beleidsarme scenario. Door de investeringen te verlagen tot € 5,5 miljoen en de uitgaven te verlagen met € 1 miljoen wordt de schuldquote afgebouwd tot 115% in 2033. Na 2030 ontstaat ruimte om het investeringsplafond te verhogen en/of de besparing aan de uitgavenkant te wijzigen.
Verwacht verloop
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2028
2033
schuldquote
108%
132%
133%
136%
129%
127%
123%
114%
Verwacht verloop
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2028
2033
solvabiliteit
9,5%
9,3%
10,2%
10,8%
12,1%
13,1%
15,8%
22,0%
Aandachtspunten / overige
• Er moet rekening gehouden worden met een hard investerings-volume van
impact
ca. € 4,5 miljoen per jaar. Dit zijn investeringen die nodig zijn voor het onderhouden (in stand houden) van de infrastructuur (wegen, rioleringen, verlichting, etc.). Dat betekent dat tot 2033 per jaar nog ongeveer € 1 miljoen resteert voor overige investeringen. Dit betekent gedurende de looptijd van dit scenario (2025-2033) een spaarzaam beleid ten aanzien van investeringen. Extra ruimte voor investeringen kunnen gevonden worden door incidenteel de uitgaven te verlagen of inkomsten te verhogen. • Een verlaging van de uitgaven vraagt om duidelijke keuzes in het takenpakket. Gelet op de reeds doorgevoerde ombuigingen, zijn de mogelijkheden hiertoe beperkt. Bezuinigingen zonder inhoudelijke keuzes zijn niet meer voorhanden. • Waar gesproken wordt over een uitgavenverlaging, kan ook gekozen worden voor een inkomstenverhoging. Omdat veel inkomsten niet-beïnvloedbaar zijn (Algemene Uitkering) of kostendekkend zijn (afval en riool) komt dit neer op de verhoging van de OZB of andere niet-kostendekkende belastingen en heffingen. • Door de uitgavenverlaging blijft de solvabiliteit ook na 2033 jaarlijks verbeteren met ongeveer 1,3%.
38 38
Scenario C: Maximeren op de signaleringswaarde provincie voor laag risico
Normering schuldquote
90% In dit scenario wordt de schuldquote gemaximeerd op 90%. Dit is gelijk aan de grens die in het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtskader (GTK) van de provincies wordt gehanteerd als signaleringswaarde voor een laag risico. Te realiseren in 2039
Tijdpad
Ten opzichte van het beleidsarme scenario betekent dit dat vanaf 2025 maatregelen genomen moeten worden om de schuldquote vanaf 2039 onder de 90% te krijgen.
Benodigde draaiknoppen
1. Investeringsplafond: € 7 miljoen per jaar vanaf 2025 2. Uitgavenverlaging: € 1,5 miljoen per jaar vanaf 2025 3. Inkomstenverhoging: € 1,5 miljoen per jaar vanaf 2025 Om de schuldquote onder de 90% te krijgen zijn forse maatregelen nodig. Gezien de lange looptijd (2025-2037) van dit scenario is het noodzakelijk enige investeringsruimte te behouden. Het plafond is daarom op € 7 miljoen per jaar gezet. In de begroting is een ombuigingspakket van € 3 miljoen per jaar nodig, onderverdeeld in € 1,5 miljoen uitgavenverlaging en € 1,5 miljoen inkomstenverhoging (andere verdeling mogelijk). Met deze ingrepen zal de schuldquote omstreeks 2039 onder de 90% dalen. Na 2039 is ruimte voor extra investeringen, uitgavenverlaging en/of inkomstenverhoging.
Verwacht verloop
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2028
2039
schuldquote
108%
132%
133%
136%
125%
122%
118%
90%
Verwacht verloop
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2039
solvabiliteit
9,5%
9,3%
10,2%
10,8%
13,7%
16,2%
21,3%
49,4%
Aandachtspunten / overige
• Er moet rekening gehouden worden met een hard investeringsvolume van
impact
ca. € 4,5 miljoen per jaar. Dit zijn investeringen die nodig zijn voor het onderhouden (in stand houden) van de infrastructuur (wegen, rioleringen, verlichting, etc.). Dat betekent dat tot 2039 per jaar nog ongeveer € 2,5 miljoen resteert voor overige investeringen. • In 2019 heeft de raad besloten tot een ombuigingspakket ter waarde van € 4 miljoen. De ruimte voor een nieuw pakket van circa € 3 miljoen is daarmee zeer beperkt. Dit gaat niet zonder forse lastenverzwaringen of stevige ingrepen in het voorzieningenniveau.
39 39