CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 Cultuurhistoriekaart rapportage

Besluitvormende raadsvergadering 28 januari 2021, gemeente DongenBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan Sint Josepshtraat 3910.591 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Cultuurhistorische waardekaart gemeente Dongen

Cultuurhistorische waardekaart gemeente Dongen Inhoudsopgave

pag.

1

Inleiding 1.1 Kader 1.2 Voorgeschiedenis 1.3 Doelstelling 1.4 Opzet en werkwijze 1.5 Verantwoording 1.6 Methodiek 1.7 Leeswijzer 1.8 Dankwoord

4 4 5 6 6 7 7 8 9

2

Geschiedschrijving 2.1 Expansiegebied voor hertog en graaf 2.2 Veenontginningen en turfwinning 2.3 De dorpen 2.3.1 Dongen 2.3.2 ‘s Gravenmoer

10 10 11 12 12 18

3

Redengevende omschrijving, waardering en beleidsadvisering 3.1 Historische geografie 3.2 Historische stedenbouw 3.3 Historische bouwkunst 3.3.1 Woonhuizen 3.3.2 Boerderijen 3.3.3 Bestuur 3.3.4 Horeca 3.3.5 Religie 3.3.6 Onderwijs 3.3.7 Ambacht en industrie 3.3.8 Verkeer 3.3.9 Waterstaat 3.4 Historisch groen 3.4.1 Stedelijk historisch groen 3.4.2 Kerkhoven en begraafplaatsen 3.4.3 Landschappelijk groen en landbouwgebieden

22 22 23 24 24 24 26 26 26 26 27 28 28 29 29 29 29

4

Geraadpleegde literatuur en bronnen

30

Bijlagen: I. II. III. IV. V.

Lijst van rijks- en gemeentelijke monumenten in Dongen Inventarisatie historische stedenbouw gemeente Dongen Lijst van geïnventariseerde waardevolle cultuurhistorische panden / objecten (incl. hist.groen) Quickscan historische bouwkunst (incl. beoordelingscriteria) Overzicht kleine objecten tot 1940

Cultuurhistorische waardekaart gemeente Dongen, versie d.d. 15 januari 2014

2

VI. VII. VIII. IX.

Overzicht wederopbouwperiode 1945 – 1970 Overzicht historisch groen (incl. beoordelingscriteria) Overzicht Landschapspakketten behorende bij Stimuleringskader groenblauwe diensten Dongen, Loon op Zand en Waalwijk Cultuurhistorische beleidskaart

Cultuurhistorische waardekaart gemeente Dongen, versie d.d. 15 januari 2014

3

1.Inleiding 1.1 Kader Op 28 januari 2009 heeft het College van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant de beleidsregel Stimulering Gemeentelijke Archeologie- c.q. Erfgoedkaarten 2009-2011 (nummer 1489752) vastgesteld. Hierin wordt de Noord-Brabantse gemeenten ten behoeve van het opstellen van een Gemeentelijke Erfgoedkaart een subsidiebedrag in het vooruitzicht gesteld van maximaal 75 % van de vast te stellen subsidiabele kosten met een maximum subsidiebedrag van € 25.000,- per aanvraag ten behoeve van een gemeentelijke archeologiekaart en € 10.000,- ten behoeve van een gemeentelijke cultuurhistorische waardekaart. Van de drie vakgebieden die te maken hebben met de cultuurhistorische betekenis van stad en land, te weten de archeologie, de historische geografie en de historische bouwkunst, heeft het eerste betrekking op de archeologiekaart en het tweede en derde op de cultuurhistorische waardekaart. De beleidsregel stelt dat voor gemeenten die gezamenlijk een gemeentelijke archeologiekaart of een cultuurhistorische waardekaart laten maken, het te verlenen subsidiebedrag per gemeente “nooit meer dan de werkelijk te maken kosten bedraagt met een maximum van € 25.000,- resp. € 10.000,-”. Concreet betekent dit dat als een aantal gemeenten gezamenlijk een archeologie- en of cultuurhistorische waardekaart laat maken het subsidiepercentage tot 100% kan oplopen.

In het geval van Dongen is dit 100%. Een en ander is voor Streekraad Het Groene Woud & De Meierij aanleiding geweest tot het aanvragen van een provinciale subsidie voor een gezamenlijke gemeentelijke cultuurhistorische waardekaart. Bij de aanvraag is uitgegaan van het voorafgaande oordeel van de provincie als subsidiërende instantie, dat van de zestien gemeenten die aangesloten zijn bij de Streekraad, er slechts tien in aanmerking konden komen voor subsidie, te weten de gemeenten Heusden, Loon op Zand, Haaren, Vught, Oisterwijk, SintMichielsgestel, Schijndel, Son en Breugel, Best en Dongen. Alle betrokken Streekraadgemeenten hebben eind oktober 2009 bij monde van hun portefeuillehouders ingestemd met deelname aan de erfgoedkaart. De aanvraag is conform de bepalingen in de beleidsregel Stimulering Gemeentelijke Archeologie- c.q. Erfgoedkaarten 2009-2011 per 1 november 2009 gedaan door Stichting Behoud Monumenten Brabant. Bij schrijven van 25 februari 2013, het kenmerk C2106053/’3360863, heeft de provincie Noord-Brabant de definitieve subsidie vastgesteld waarmee bovenstaand project is afgerond. De gemeente Dongen is hierna verder gegaan met een verfijning van de aangeleverde Cultuurhistorische waardekaart waarvan u hier het resultaat ziet.

Cultuurhistorische waardekaart gemeente Dongen, versie d.d. 15 januari 2014

4

1.2 Voorgeschiedenis Op 13 september 2002 is het Gebiedsconvenant Het Groene Woud ondertekend door de deelnemende partijen, bestaande uit de Provincie Noord-Brabant, de Reconstructiecommissie Meierij, het Innovatieplatform Duurzame Meierij, zeven gemeenten en zeven belangenorganisaties. Ter wille van een geïntegreerde en uitvoeringsgerichte aanpak hebben zij gezamenlijk het Uitvoeringsprogramma Het Groene Woud opgesteld. Op 12 september 2007 zijn de toen bereikte resultaten in een rapport geëvalueerd, waarbij een lijst van 204 beschreven projecten kon worden genoemd. In de strategie van de planning wordt het gebied in drie “schillen” onderscheiden:  de Natuurkern als centrum;  het Platteland, hoofdzakelijk samengesteld uit zeventien dorpen;  de steden Tilburg, ’s-Hertogenbosch en Eindhoven. Als ambitie geldt:  Behoud en ontwikkeling van de natuurwaarden, het groene karakter, de kleinschalige openheid, het historische verkavelingspatroon, het erfgoed en de levendigheid;  Versterking van de relatie tussen stad en platteland, toeristisch-recreatieve aantrekkelijkheid, economische dragers van het platteland en ecologische verbindingszones;  Ontwikkeling van Groene Poorten/bezoekerscentra, groene assen vanuit de steden, afzetmarkten voor streekproducten en het Groene Woud als merk (gebiedsbranding);  Het geven van een stevig(er) fundament aan Het Groene Woud in de streek.

De meeste projecten uit het oorspronkelijke uitvoeringsprogramma blijken afgerond; de nieuwe projecten bevinden zich in de uitvoerende fase. Geconstateerd is ook, dat in de eerste en derde schil het minst is geïnvesteerd; in de tweede schil veruit het meest. Uit de beschrijving van de 204 projecten blijkt ook, dat in een aantal daarvan aandacht aanwezig is voor cultuurhistorische aspecten, maar dat die aandacht op enkele uitzonderingen na hoofdzakelijk van incidentele, en dus niet structurele betekenis blijkt te zijn. Op 26 juni 2008 hebben de leden van de Reconstructiecommissie Meierij, het bestuurlijk platform Het Groene Woud en het Innovatieplatform Duurzame Meierij besloten samen te gaan in een Streekraad met een interim-bestuur voor de periode 26 juni t/m 31 december 2008. In de samenvatting van de Ontwikkelingsstrategie wordt het volgende gesteld: “De bestuurlijke partijen rond Het Groene Woud & De Meierij hebben behoefte aan een samenbindende, ontwikkelingsgerichte strategie die erop gericht is de integrale ontwikkeling van het gebied te versnellen. Onderdelen van een dergelijke strategie zijn een gemeenschappelijke ontwikkelingsvisie, een heldere organisatiestructuur en een communicatieplan”. Op 26 september 2008 is een GebiedsMeerJarenProgramma voor het Groene Woud & De Meierij 20092013 (GMJP) gepresenteerd en vervolgens vastgesteld door de Streekraad.

Als reconstructiedoel wordt daarin onder andere cultuurhistorie genoemd. In een nadere toelichting staat het volgende: “In de paragraaf natuur is al melding gemaakt van het kenmerkende kleinschalige landschap in Het Groene Woud & De Meierij. Om dit landschap mooi te houden en mooier te maken waar dat kan willen wij de relatie tussen (Brabant)stad en platteland verstevigen. Als Streekraad pakken wij (het financieringspilot) Deltaplan Landschap op. De pilot richt zich in eerste instantie op het gebied Moerenburg/Heukelom/Leemkuilen; later willen wij de ontwikkelde systematiek in ons gehele werkgebied toepassen. Ook het herstellen, behouden en stichten van landgoederen en cultuurhistorisch waardevolle elementen geven wij prioriteit”.

Cultuurhistorische waardekaart gemeente Dongen, versie d.d. 15 januari 2014

5

Nadere uitwerking gemeente Dongen Op 11 juni 2013 heeft het college van burgemeester en wethouders van Dongen besloten om het gemeentelijke monumentenbeleid te gaan actualiseren. De leidraad hiervoor is de Cultuurhistorische waardekaart (CHW-kaart). Hierbij is uitgesproken dat ons culturele erfgoed van groot belang is voor ons historisch besef en onze gezamenlijke identiteit. Daaraan wordt in belangrijke mate bijgedragen door het erfgoed dat letterlijk ‘op straat’ ligt: de huizen waarin we wonen, het historische centrum waar we doorheen lopen en de bodem waarop we staan. Een omgeving die ons sporen uit het verleden laat zien vormt een tastbaar en voor iedere burger beleefbaar element uit dat gezamenlijk verleden. Zo’n omgeving trekt toeristen en investeerders aan, en vormt daarmee een bron van inkomsten voor de gemeentelijke economie. Op 7 maart 2013 hebben wij van Stichting Behoud Monumenten Brabant de “Cultuurhistoriekaart Gemeente Dongen” ontvangen inclusief rapportage. Deze is tot stand gekomen in het kader van genoemde provinciale “Beleidsregel Stimulering Gemeentelijke- c.q. Erfgoedkaarten 2009-2011”. Doel was uniformiteit te verkrijgen binnen de provincie Noord-Brabant inzake beleidsmatige zaken omtrent ons cultureel erfgoed.

Omdat dit project flink vertraagd is geweest moesten er nog een aantal zaken in de rapportage van Stichting Behoud Monumenten Brabant nader uitgewerkt worden. De CHW-kaart Dongen is bedoeld om een inleidend verhaal te hebben voor de vervolgstappen. Deze nadere verfijning heeft nu plaatsgevonden. 1.3 Doelstelling Het doel van de cultuurhistorische waardekaart is het inzichtelijk maken van het aanwezige cultuurhistorisch-landschappelijk en historisch-(steden)bouwkundig erfgoed in de gemeente Dongen. De cultuurhistoriekaart heeft daarmee allereerst een belangrijke attentiewaarde. Het betreft een basisdocument van waaruit zaken als waardering, erfgoedbeleid en publiekseducatie verder uitgewerkt kunnen worden. Tevens maakt de kaart het mogelijk om te bepalen waar ruimtelijke ontwikkelingen bedreigend kunnen zijn voor de cultuurhistorische waarden. De beleidsadviezen geven aan op welke wijze met de cultuurhistorische waarden in het proces van ruimtelijke planvorming kan worden omgegaan. Het beoogde resultaat is: - De aantrekkelijkheid van Dongen vergroten door de cultuurhistorisch waardevolle aspecten te versterken; - Behoud, herstel en vergroting van herkenbaarheid van belangrijke fysieke elementen en landmarks zoals: patroon van wegen, dijken en perceelstructuur, de bebouwingslinten met karakteristieke bebouwing, historisch groen, herkenningspunten zoals div.

kerken en de watertoren; - Vergroten belevingsmogelijkheden; - Bij het ontwikkelen van de cultuurhistorisch waarvolle elementen moeten we oog hebben voor de samenhang tussen cultuurhistorie enerzijds en recreatie & toerisme anderzijds; - Een onderdeel vormen van een actueel modern beleid. 1.4 Opzet en werkwijze Voor elk van de tien Groene Woudgemeenten is een afzonderlijke gemeentelijke cultuurhistorische waardekaart vervaardigd. Volgens de definitie van de provinciale subsidieregeling geeft een cultuurhistorische waardenkaart inzicht in de aanwezige cultuurhistorische waarden met betrekking tot het (steden)bouwkundig erfgoed, het historisch-geografisch erfgoed en de historische groenwaarden. De rapportage bevat een toelichting op de kaart en een uitgewerkte bewoningsgeschiedenis.

Cultuurhistorische waardekaart gemeente Dongen, versie d.d. 15 januari 2014

6

Op de cultuurhistorische beleidskaart wordt aan deze waarden specifiek beleid gekoppeld. De beleidsadviezen dienen als basis voor de advisering over een verantwoorde omgang met de erfgoedwaarden ten aanzien van toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied. De beleidsadviezen betreffen géén uitgewerkt beleid en hebben geen formele status. Door het maken van een aantal beleidskeuzen en het uitwerken van een gemeentelijke visie ten aanzien van het cultuurhistorisch erfgoed, kan de inhoud van dit rapport worden vertaald naar een gemeentelijk beleid, bijvoorbeeld een beleidsnota of verordening. De voorliggende CHW-kaart betreft een eerste, globale verkenning van de cultuurhistorische waarden in de gemeente Dongen die ter vaststelling wordt aangeboden. Dit is een nadere uitwerking van de kaart zoals door ons op 7 maart 2013 ontvangen exemplaar. Hierin was reeds de opmerking vastgelegd dat er nog een nadere uitwerking zou plaatsvinden in een vervolgfase (fase II). In deze fase II zijn onder andere de geïnventariseerde objecten uit bijlage II nader onderzocht. De panden zijn vervolgens globaal op cultuurhistorische waarde beoordeeld door middel van een zgn. “quickscan”, gebaseerd op beoordelingscriteria (bijlage IV) die zich in de praktijk hiervoor al vaker hebben bewezen. Niet alle panden zijn in de quickscan meegenomen en beoordeeld.

De panden die reeds in het Monumenten Inventarisatie Project (MIP februari 1989: Dongen, MIP augustus 1992: ’s Gravenmoer) voorkomen en niet of nagenoeg niet zijn gewijzigd daar zijn de waarden al van bekend. Hiervan zijn dan ook de beschrijvingen uit het MIP overgenomen. Een eerste inventarisatie van de wederopbouw bouwkunst heeft plaatsgevonden op basis van archief- en veldonderzoek met voor deze periode specifieke selectiecriteria (bijlage VI). 1.5 Verantwoording De cultuurhistorische waardekaart omvat een overzicht van de reeds bekende cultuurhistorische waarden binnen de grenzen van de gemeente Dongen. Voor het opstellen van de cultuurhistorische waardekaart heeft een inventarisatie plaatsgevonden van historisch-geografische, historisch (steden)bouwkundige waarden en historische groenwaarden. Daarvoor is gebruik gemaakt van bestaande inventarisaties en studies, van historisch kaartmateriaal, veldwerk en van de waardevolle informatie die door gebiedskenners is ingebracht. Het veldwerk voor de gemeente Dongen is verricht op 13 mei 2010, 29 maart 2011, 25 april 2011 en 13 december 2011. Tijdens het veldwerk zijn de geïnventariseerde gegevens gecontroleerd en ontbrekende elementen aangevuld. Hierbij zijn foto’s genomen, waarvan een selectie in dit rapport is opgenomen.

Voor diverse deelaspecten is in de periode augustus tot en met november 2013, tijdens fase II, nog aanvullend veldwerk verricht en de quickscan uitgevoerd (bijlage II). 1.6 Methodiek Cultuurhistorische aspecten Bij het beschrijven van cultuurhistorische kwaliteiten in het kader van deze rapportage spelen de volgende componenten een belangrijke rol: 1.De historische gebouwde omgeving (vakgebied: historische bouwkunst) De steden en dorpen, de grote verkeerswegen met hun bruggen, sluizen en viaducten, havens en industriegebieden, vestingwerken en de verspreide bebouwing in het landschap kunnen worden gerekend tot de gebouwde omgeving: het deel van onze leefomgeving waarop de mens het sterkst zijn stempel heeft gedrukt en waar hij ook het grootste deel van zijn leven in doorbrengt. 2.Het historische cultuurlandschap (vakgebieden: historische geografie en historisch groen) De ordening door de mens van zijn leefomgeving strekt zich dus niet alleen uit tot zijn gebouwen en bouwwerken, maar ook tot wat zich daarbuiten bevindt: het cultuurlandschap met zijn akkers en

Cultuurhistorische waardekaart gemeente Dongen, versie d.d. 15 januari 2014

7

weilanden, beken en rivieren, landwegen en dijken, bossen en moerassen. Hier zijn de menselijke activiteiten over het algemeen meer in wisselwerking én in balans met het natuurlijke milieu dan in de stad. Begrippen Vanuit methodisch oogpunt kunnen hiervoor het best de volgende algemene begrippen worden gehanteerd: - De meest basale bestanddelen van het landschap noemen we: punt-, lijn- en vlakelementen. Een boom, een brug en een kerkje kunnen als puntelementen worden beschouwd; een weg, een sloot en een struikensingel als lijnelementen en een akker, weiland en een plein als vlakelementen. - Een samenstel van gelijksoortige elementen die een duidelijke ruimtelijke samenhang vertonen noemen we een patroon. Zo kunnen we een kavelpatroon, wegenpatroon of heggenpatroon onderscheiden. Deze patronen bezitten een lineaire, ruitvormige of radiale structuur. - Een samenstel van ongelijksoortige elementen die een duidelijke ruimtelijke en/of functionele samenhang vertonen noemen we een ensemble. Dijken met wielen, molens, sluizen en watergangen kunnen als een ruimtelijk en functioneel samenhangend ensemble worden beschouwd. - Elementen, patronen of ensembles kunnen met de verzamelnaam van objecten worden aangeduid.

Waardering Als een bestanddeel van stad en land in zijn vorm een uiting is van menselijke activiteit heeft het in principe een cultuurhistorische betekenis, hoe gering die ook kan zijn. Wanneer we vervolgens willen komen tot een selectie van objecten die we in beginsel de moeite van het behoud waard vinden, kunnen we hiervoor het beste het criterium kenmerkendheid toepassen. Om de kenmerkendheid te kunnen vaststellen hebben we een stuk geschiedschrijving als referentiekader nodig. Elk object waar we een geschiedkundige betekenis aan willen toekennen moet dus thuis te brengen zijn in een bepaald geschiedverhaal. Bij de vorming van het landschap zijn in het verleden verschillende landschapsvormende factoren van belang geweest die al of niet in onderlinge samenhang elk een eigen geschiedenis kunnen laten zien. De belangrijkste zijn: wonen, landbouw, bosbouw, delfstoffenwinning, verkeer, waterstaat, defensie en recreatie. Naarmate een gebouw of een landschapselement in vorm en betekenis meer specifiek kenmerkend is voor een bepaalde periode uit het verleden, bevat het in beginsel meer interessante informatiewaarde over dat verleden en kan het in de beleving ook meer aanspreken. Kenmerkendheid functioneert dan als een selectiecriterium voor de informatiewaarde van een object.

Zo zal een gebouw dat veel stijlkenmerken bevat uit een bepaalde periode als bron van informatie uit het verleden meer worden gewaardeerd èn als object van beleving meer aandacht trekken dan een gebouw dat die specifieke kenmerken niet heeft. Een esakker is door zijn specifieke geschiedenis in beginsel interessanter dan zo maar een akker. Wanneer we in een bestand van geselecteerde (en dus in beginsel te behouden) objecten in een landschap nog een rangorde willen aanbrengen, zijn hiervoor twee rangordecriteria aan te wijzen: zeldzaamheid en gaafheid. Naarmate een bepaald object (element, patroon of ensemble) in zijn categorie zeldzamer is (lokaal, regionaal, nationaal of desnoods mondiaal) zal er een meerwaarde aan kunnen worden toegekend. Ook naarmate een object gaver is neemt het in waarde toe. 1.7 Leeswijzer Het rapport kent een duidelijke tweedeling, waarbij in hoofdstuk 2 verhalenderwijs de landschappelijke en historische kaders worden geschetst en de daarop volgende hoofdstukken gezien kunnen worden als een toelichting op de legendapunten. Het hoofdstuk gaat in op de ontstaansgeschiedenis van het gebied en belangrijke historische gebeurtenissen en ontwikkelingen die het landschap mede vorm hebben gegeven.

Cultuurhistorische waardekaart gemeente Dongen, versie d.d. 15 januari 2014

8

In hoofdstuk 3 wordt de cultuurhistorische inventarisatie beschreven. Er wordt beschreven welke relicten in het landschap aanwezig zijn en welke structuren en objecten bepalend zijn voor het aanzicht van de gemeente. Per categorie worden de meest kenmerkende elementen benoemd. Bovendien zijn aan deze objecten en structuren beleidsadviezen gekoppeld. De resultaten van het onderzoek zijn gevisualiseerd op de CHW-kaart. Op basis hiervan zijn beleidsadviezen opgesteld. Deze beleidsadviezen staan ook op de cultuurhistorische beleidskaart (bijlage IX) vermeld. De geraadpleegde bronnen staan in de literatuur- en bronnenlijst vermeld. 1.8 Dankwoord Tot slot willen wij onze hartelijke dank betuigen aan al diegenen die zich hebben ingespannen om hun bijdragen te leveren aan de beoogde kwaliteit, die vereist is voor een zo optimaal mogelijk gebruik. Op de eerste plaats geldt dit de provincie, Streekraad het Groene Woud & de Meierij, de betrokken gemeenten, Stichting Behoud Monumenten Brabant (Monumentenhuis Brabant), de plaatselijke heemkundeverenigingen, de geïntegreerde welstands- en monumentencommissie van de gemeente Dongen en het Cultureel Platform.

Cultuurhistorische waardekaart gemeente Dongen, versie d.d. 15 januari 2014

9

2. Geschiedschrijving 2.1 Expansiegebied voor hertog en graaf Zowel de hertog van Brabant als de graaf van Holland waren voortdurend op zoek om zijn invloedssfeer en territorium uit te breiden. Met de stichting van de stad ’s-Hertogenbosch in 1185 had de hertog van Brabant een stevige machtspositie in het Maasgebied weten te verwerven. Zijn opponenten bleven echter op zoek naar mogelijkheden om zich te versterken. Een andere belangrijke machthebber in de regio was de heer van Breda, maar deze maakte al deel uit van “het kamp” van de hertog van Brabant. In een oorkonde uit 1198 wordt de “onderdanige” positie van de heer van Breda ten opzichte van de hertog van Brabant, die zijn leenheer was, bevestigd.1 Voor de graaf van Holland betekende het dat zijn mogelijkheden in deze contreien verder werden beperkt. De graaf van Holland had Geertruidenberg als basis voor zijn expansiepolitiek. De betekenis van Geertruidenberg in dezen werd door hem nog eens onderstreept met de toekenning van stadsrechten in 1213. Een groot deel van het gebied dat nu tot Dongen behoort, was onderdeel van het territorium van de heer van Altena. De hertog van Brabant had er zijn zinnen op gezet en kocht het in 1232 van hem. Vermoedelijk was de rivier de Donge de grens; het gebied ten westen ervan behoorde tot het Land van Breda.

In 1288 werd Dongen, ten oosten van de Donge, als een afzonderlijke heerlijkheid uitgegeven aan Wouter Volkaert. Het ontstaan van de bestuurlijke eenheid Dongen, in de geografische begrenzing zoals we die tot de gemeentelijke herindeling in 1997 hebben gekend, danken we aan Willem van Duvenvoorde, een steenrijke veertiende eeuwse edelman. Hij verwerft de afzonderlijke delen zowel ten westen als ten oosten van de rivier. Hij bouwde in Dongen ook een kasteel en er wordt een eerste kerkje gebouwd. Na 1350 behoort Dongen tot het Land van Breda.2 Het vormt dan de noordelijke begrenzing van het hertogdom Brabant met het graafschap Holland. Na de dood van Willem kwam Dongen in handen van zijn dochter Beatrix die met Roeloff van Dalem getrouwd was. Aan hem danken wij het gemeentewapen. Tot 1500 zijn de heren van Dongen nakomelingen van dit echtpaar en is Dongen een zelfstandige heerlijkheid. Na wangedrag van de laatste heer van Dongen, Joos van Dalem, wordt deze verbannen en komt de heerlyckheit Dongen onder de heer van Breda. Tot het grondgebied van de graaf van Holland behoorde de Grote of Zuid-Hollandse Waard, met de Merwede en Maas als noordgrens, Wieldrecht aan de westgrens, Vlijmen en Hedikhuizen als oostgrens en de Heidijk als zuidgrens. Deze Heidijk, die rond 1230 is voltooid, liep ten zuiden langs de dorpen Raamsdonk, Waspik en Capelle.

Tussen de Heidijk en de zandgronden onder Oosterhout, Dongen, Tilburg en Loon op Zand lagen uitgestrekte moergronden en wildernissen. Krachtens het wildernisregaal kon de landsheer vrijelijk beschikken over woeste onontgonnen gronden. De graaf van Holland was zeer geïnteresseerd in de moergronden ten zuiden van de Heidijk.3 Moer, oftewel veen, was een belangrijke bron van inkomsten. Daar kon namelijk turf gewonnen worden. Turf was destijds van grote betekenis voor de energievoorziening. Maar ook zoutzieders, brouwers, steenbakkers, zeepzieders, ververs en aluinzieders waren afnemers.4 Turf vertegenwoordigde dus een belangrijke economische waarde. De uitgifte van gronden leverde de graaf rechtstreeks ook flink wat op, namelijk via de koopsom en de erfpacht. In 1293 was er voor het eerst een uitgifte van moergrond in het gebied ten zuiden van de Heidijk op het grondgebied van wat nu ’s Gravenmoer heet, in de Grote Ham, door graaf Floris V van Holland aan ene 1

Van Turnhoutervoorde tot Strienemonde, p. 342-360. Idem, pag. 589-590. 3 Zeven eeuwen ’s Gravenmoer 1293-1993, p. 15-17. 4 Verdwenen venen, p. 251-257. 2

Cultuurhistorische waardekaart gemeente Dongen, versie d.d. 15 januari 2014

10

Steven van Waalwijk.5 Is de naam Ham vandaag de dag de aanduiding voor een gebied in Dongen, bedacht moet worden dat het vroeger veel omvangrijker was. De uitgegeven gronden waren gelegen in het zuidelijk deel van ’s Gravenmoer maar de Ham strekte zich ook uit in wat nu Dongen heet. Ook in Dongen komen de eerste veenontginningen op gang omstreeks 1300 ten noordoosten van de dekzandrug ten zuiden van de Breedstraat. Een eerste vaartenstelsel wordt gegraven voor het afvoeren van de turf en ontwatering van het gebied. Deze Vaarten volgen het tracee van de huidige Hoofdstraat, Klein-Dongense Weg en Fazantenweg alsmede van de oude haven te ’s Gravenmoer. 6 Waar de grens tussen Brabant en Holland liep, was overigens nog niet precies bepaald. Althans niet naar de mening van de graaf van Holland. In 1313 ging hij over tot uitgifte van veengebied aan de noordoostzijde van de zandrug van Dongen. In 1330 verleende hij nog een grondconcessie. Toen werd de hertog wakker geschud. Was de graaf niet op zijn gebied actief? Er volgde een onderzoek met als uitkomst dat de gronduitgiften van 1313 en 1330 werden “hersteld”. De ontginningen werden toegevoegd aan de heerlijkheid Dongen.7 2.2 Veenontginningen en turfwinning De exploitatie van de moergronden had grote invloed op het landschap en de ontwikkeling van het gebied. Afhankelijk van het doel van de veenontginningen verschilde de exploitatie.

Over de ontginningen werden vooraf afspraken gemaakt. Er ontstond een reeks van ontginningsblokken, die in gezamenlijk overleg zo nodig werden begrensd door zij- en achterkaden, die het terrein moesten beschermen tegen het afstromingswater van het hoger gelegen, nog onontgonnen veen. Waren de veengronden bestemd voor turfwinning, dan werd veelal een vaart door het ontginningsblok aangelegd die aansloot op een naburige turfvaart. Zo veel mogelijk liep de nieuwe vaart langs alle kavels van de moerontginning. Op de kop van de kavels werden stapelplaatsen gemaakt. Voor de turfdelvers werden keten gebouwd. Bij agrarische ontginning van veen volgde na ontwatering (via ontwaterings- en grenssloten) de aanleg van een hoofdwatergang en de oprichting van boerderijen. De kavelindeling werd met grenssloten geaccentueerd. Vorm en grootte van de kavel was veelal bepaald op een hoeve van ca. 15,5 ha, waarbij de kavel 12 maal zo lang was als breed. In Dongen zijn hierop overigens enkele varianten bekend.8 Tussen de hoeven vinden we in Dongen de karakteristieke stichten. Dit zijn oorspronkelijk zandpaden die het ontginningsgebied ontsloten op de ontginningsbasis. De naam sticht, duidt op een weg die van de hoger gelegen ontginningsas het lager gelegen gebied in liep.

Aanvankelijk leende het pas ontgonnen veencomplex zich goed voor gebruik als bouwland, maar juist dat veroorzaakte een snelle inklinking en daarmee een bodemverlaging, waardoor al vrij gauw de gronden door vernatting alleen nog maar geschikt bleven als wei- en hooiland. Tot ongeveer 1300 waren het bijna uitsluitend Vlamingen, die in de uitgestrekte veengebieden van het westen van Noord-Brabant concessies verwierven. Dit veranderde na 1300 sterk, toen in toenemende mate moerkopers uit de streek zelf opdoken. In de Langstraat was het voornamelijk de graaf van Holland, die na 1300 veel moeren verkocht. Ten behoeve van de afvoer van de turf moest een stelsel van turfvaarten worden aangelegd, waarbij zoveel mogelijk gebruik werd gemaakt van al aanwezige sloten, die het restant waren van de voorafgaande veenontginningen. In het noordelijke moergebied van Loon op Zand is in 1396 de eerste grote turfvaart naar ’s-Hertogenbosch aangelegd, die overigens pas in de zeventiende eeuw aansluiting kreeg op de turfvaarten van Dongen en ’s Gravenmoer. Deze vaart, die op initiatief van de kasteelheer 5

Zeven eeuwen ’s Gravenmoer, p. 17. Verdwenen Venen (actualisering 2013), p.139 7 Van Turnhoutervoorde tot Strienemonde, p. 590. 8 Verdwenen Venen, p. 178-180, 131, 134. 6

Cultuurhistorische waardekaart gemeente Dongen, versie d.d. 15 januari 2014

11

van Loon op Zand, Paulus van Haastrecht is gegraven, liep door Kaatsheuvel, Drunen, Nieuwkuijk en Vlijmen naar Engelen, waar hij in de Dieze uitmondde. Voor ’s Gravenmoer en Dongen zijn echter de eerder beschreven turfvaarten van belang die uitwaterden op de rivier de Donge. Deze vaarten werden in 1564 van een aantakking voorzien met de aanleg van de vaart waaraan het kerkdorp Dongen-Vaart haar naam dankt en welke nog altijd in het landschap aanwezig is. 9

Op deze Topografische Militaire Kaart van Dongen uit ca. 1869 is het landschapspatroon met zeer smalle strokenverkaveling rond ’s Gravenmoer duidelijk zichtbaar. In het zuiden is de overgang naar bredere hoevenverkaveling zichtbaar.

2.3 De dorpen 2.3.1 Dongen Agrarische nederzetting Dongen is ontstaan op donken aan de rivier de Donge. Donken zijn natuurlijke terreinverheffingen te midden van (voormalige) veen- of kleigebieden. Meer bepaalt gaat het in Dongen om een dekzandrug die zich heeft gevormd aan het einde van de laatste ijstijd en wordt doorsneden door het gelijknamige riviertje. Zowel ten noorden als ten zuiden van deze smalle strook hoger gelegen dekzand bevonden zich lage, drassige gebieden. Vermoedelijk ontlenen zowel het dorp als de rivier hun naam aan deze natuurlijke omstandigheden. Deze hoger gelegen gebieden waren uitstekend geschikt voor bewoning, zodat in Dongen pas later werd begonnen met ontginning van de lager gelegen gebieden. Ten zuiden en westen van de kern zijn nog blokverkavelde percelen te vinden, die tot de oudste cultuurgronden behoren. Lange tijd werd gedacht dat de oudste vermelding van het bestaan van Dongen uit 992 stamde. In een akte uit dat jaar stond Franco de Dungha genoemd als de eerste ridder van het Land van Strijen. De laatste decennia is er echter consensus dat het een latere vervalsing betreft. De eerste vermelding van Dongen is 9

Verdwenen Venen (actualisatie 2013)

Cultuurhistorische waardekaart gemeente Dongen, versie d.d. 15 januari 2014

12

daarmee een akte uit 1288. 8 Het is niet geheel zeker waar op de hoger gelegen dekzandrug de oudste kern van het dorp heeft gelegen. Een voor de hand liggende mogelijkheid is de huidige Heuvel, een driehoekige ‘plaatse’, gelegen op de westelijke oever van het riviertje de Donge. Juist hier is de dekzandrug op zijn smalst en wordt ze doorsneden door de rivier. Als gevolg van de natuurlijke omstandigheden volgde de middeleeuwse handelsweg Antwerpen-Breda-Den Bosch de dekzandrug en passeerde hier middels een voorde of brug de rivier. De Heuvel vormde een kruispunt van wegen doordat ook de landweg naar Oosterhout zich bij de heuvelbrug afsplitste. Er werd hier ook markt gehouden.10 Het is eveneens mogelijk dat de oudste bewoningskern meer zuidelijk van de heuvelbrug was gelegen langs een tracé van de eerder genoemde handelsweg dat over de konijnenberg langs het kasteel van Dongen voerde en hier de Donge kruiste. Archeologische vondsten in deze omgeving gaat terug tot midden 13e eeuw. 11 De nederzetting aan de handelsweg tussen Breda en Den Bosch, waaruit het huidige Dongen is gegroeid, lijkt pas in de dertiende eeuw te zijn ontstaan. Er ontstonden diverse gehuchten en buurtschappen als Lage Ham, Hoge Ham, Eind, Haansche Hoef en Groenstraat.

Door ontginningen van de lager gelegen (veen)gebieden vanaf de 13e eeuw tot de tweede helft van de zeventiende eeuw breidde het cultuurland zich gestaag uit en ontstonden de nederzettingen Vaart en Klein-Dongen. Vaart dankt daarbij zijn naam aan de ter plaatse in 1564 gegraven turfvaart. Een deel van oude cultuurgronden op de dekzandrug raakten uitgeput, werden als heide gebruikt en gingen als gevolg van overbeweiding en het te veelvuldig afplaggen van de hei weer stuiven. Er ontstonden stuifzanden waarvan delen nog tussen de bebouwing van het huidige dorp zijn terug te vinden. De Bergen en De Hoge Kant zijn de grootste overblijfselen van deze stuifduinen. Grote verstuivingen zijn voor zandwinning in de 20e eeuw afgegraven, waaronder de Konijnenberg en de Turkenberg, welke laatste gelegen was op de plaats van het huidige Wilhelminaplein10. Er kwam een gevarieerd landschap tot ontwikkeling dat in grote lijnen nu nog onderscheiden kan worden met o.a.:12 a. Het landschap met blokverkaveling in de omgeving van de Groenstraat/Laagstraat en de Haanse Hoef en mogelijk ook in de omgeving van Ulendonk (oostelijk gedeelte van Oosteind). Hier bevinden zich nog oude akkerbodems die niet door bouwwerkzaamheden zijn vernietigd. De blokverkaveling blijkt volgens de kadastrale kaart uit 1832 over grote delen van ‘zand’-Dongen aanwezig te zijn geweest. b.

Een verstedelijkt hoeven- en slagenlandschap met aaneengesloten lintbebouwing in de kern Dongen ten noordoosten van de Hoge Ham en open lintbebouwing in Dongense Vaart en KleinDongen. Het gebied strekt zich uit vanaf de veenontginningen van ’s Gravenmoer in het noorden tot de Uiterste Stuiver in het zuiden. Dit hoevenlandschap omvat ook de hoevenuitgiften uit 1313 en 1330 aan de Hoge Ham en de latere agrarische ontginningen van turfhoudende gronden die tot de tweede helft van de zeventiende eeuw doorging. c. Broekontginningen aan de zuidrand van de gemeente; d. Negentiende-eeuwse heideontginningen bij de Dongense Vaart en De Wildert; e. Bebossing van voormalige heide en zandverstuivingen aan de zuidkant van de gemeente.

10

MIP Dongen, p. 11 In Dongen stond een huis, p. 30. 12 MIP Dongen, p. 10 en kaart, kadastrale kaarten 11

Cultuurhistorische waardekaart gemeente Dongen, versie d.d. 15 januari 2014

13

Schematische weergave van Dongen. In geel is de hoger gelegen dekzandrug weergegeven met de middeleeuwse handelsweg Breda-Den Bosch. Ter plaatse van de heuvel doorkruist de rivier de Donge de dekzandrug. Een gestippelde lijn geeft een meer zuidelijk traject van de handelsweg weer langs de Konijnenberg en het kasteel van Dongen. De ontginningen die van de 14e tot de 17e eeuw plaatsvonden zijn in paars weergegeven. De nog aanwezige turfvaart door Dongen-Vaart is ook op de tekening aangegeven.(tekening R. Hamelinck Heemkundekring De Heerlyckheit Dongen)

Cultuurhistorische waardekaart gemeente Dongen, versie d.d. 15 januari 2014

14

Industrialisatie Het grondgebied van Dongen wordt van zuid naar noord doorsneden door de rivier de Donge. Het dorp lag gunstig aan een snel stromende rivier, die met zijn zuivere water een belangrijke rol heeft gespeeld bij het ontstaan van leernijverheid. Huiden konden daarin worden schoongemaakt en gestroomd. Andere belangrijke basisvoorwaarden voor leerbereiding waren de aanwezigheid van weidegebieden ten noorden van Dongen en eikenbomen op de zandgronden en als hakhout tussen akkers. Uit eikenschors werd looistof gewonnen. In de zestiende eeuw en zeventiende eeuw werd door boeren als huisnijverheid en nevenactiviteit begonnen met leerlooien en het maken van schoenen. Tijdens de industrialisatie transformeerde de leernijverheid in Dongen zich tot leerindustrie. Mede als gevolg van de goedkope arbeidskrachten groeide Dongen uit tot een centrum van leer-en schoenenindustrie in Brabant. In 1895 waren 119 leerlooierijen actief in het dorp. In 1885 tweehonderd schoenmakerijen. In het eerste kwart van de twintigste eeuw groeide een aantal van deze kleine bedrijfjes uit tot grote industriële complexen. Andere verdwenen. Omstreeks 1960 begint het verval van de industrie door concurrentie uit lage loonlanden. Een handvol fabrieksgebouwen is bewaard gebleven. Naast de leernijverheid waren in de zeventiende eeuw in Dongen veel thuisspinsters actief.

Er was kortstondig een volmolen en een garenspinnerij. Ook was er voor 1841 een fabriek van kaatsballen. De ontwikkeling van de infrastructuur bleef lange tijd achter op de ontwikkeling van de industrie. De handelsweg Breda- Den Bosch over Dongen en Loon op zand verloor haar belang met de aanleg van de nieuwe verbinding over Tilburg in 1827. Een tramverbinding met Oosterhout kwam in 1881 tot stand en werd in 1904 doorgetrokken naar Tilburg. In 1937 werd deze buiten gebruik gesteld. Voor de ontwikkeling van de industrie was ook de aanleg van het Wilhelminakanaal van belang. Dongen kreeg een eigen loswal waar vanaf 1916 schepen aanmeerden. In 1907 kreeg Dongen een eigen gemeentelijk gasbedrijf aan de Oude Baan. In 1921 werden Dongen en ’s Gravenmoer aangesloten op het provinciale elektriciteitsnet.13 Samen met 23 andere gemeenten in West-Brabant maakte Dongen deel uit van de NV Waterleidingmaatschappij Noord-West-Brabant. De eerste van 13 watertorens werd gebouwd in Dongen naar ontwerp van de ingenieur-architect Hendrik Sangster. Religie en onderwijs De geschiedenis van de tegenwoordige “Oude Kerk” van Dongen gaat terug tot vermoedelijk 1329-1343, in welke periode een gotisch bakstenen kapel met een rieten dak werd gebouwd. Mogelijk stond er vóór die tijd een houten kapel. Gelijktijdig, of kort na de bouw van de kapel werd de nog bestaande toren in Kempense gotiek opgetrokken.

Omstreeks 1450 werd begonnen met de bouw van een nieuwe grotere kerk waarvan alleen de bouw van het koor werd voltooid. Tussen 1640-44 werd de kerk, door bouwvalligheid gedwongen, afgebouwd door vervanging van het schip dat nog uit de 14e eeuw dateerde. In 1648, juist nadat de katholieken de kerk hadden gerestaureerd en vernieuwd, namen de Hervormden het gebouw in bezit. De katholieken kerkten sindsdien in schuilkerken. Tijdens de Franse oorlog van 1672 werd een groot deel van de oude dorpskern verwoest, maar de oude kerk bleef gespaard. Er brak een nieuwe periode van verval aan doordat de protestantse gemeenschap klein bleef en het onderhoud niet kon opbrengen. Dit resulteerde in de instorting van het schip van de kerk in 1928.

13

MIP Dongen, p. 11-12

Cultuurhistorische waardekaart gemeente Dongen, versie d.d. 15 januari 2014

15

Links: de watertoren, rechts: voormalige leerlooierij in Dongen.

De katholieken kregen in 1828 aan de Hoge Ham een nieuw kerkgebouw, de Laurentiuskerk, die in Waterstaatsstijl werd gebouwd. Dit gebouwd brandde in 1917 af en werd vervangen door de huidige Laurentiuskerk, een koepelkerk in expressionistische stijl naar een ontwerp van Jos en Pierre Cuypers. De oude Laurentiuskerk werd ondanks een ingetogen restauratie midden negentiende eeuw steeds bouwvalliger. In 1907 had de Hervormde Gemeente plannen om het gebouw te slopen. Tijdens een storm in 1928 stort het dak van het schip in. Op aanraden van het toenmalige Rijksbureau voor de Monumentenzorg werden de toren, de dwarsbeuk en het koor gerestaureerd. Het schip verviel tot een ruïne en het geheel is nu een rijksmonument. In 1867 werd in Dongen Vaart een tweede parochie opgericht en een kerk gebouwd. De H. Hubertus is een neogotische kerk naar ontwerp van P. Soffers. Het interieur werd in 1929 grondig verbouwd onder leiding van Architectenbureau Oomen. In 1907 werd opnieuw een parochie gesticht en de H. Josephkerk naar ontwerp van Hubert van Groenendael gebouwd. Het gebouw is in 2009 gesloopt. Na de oorlog werden nog twee kerken in uitbreidingswijken gebouwd: de Mariakerk en de Pauluskerk. De Mariakerk is gesloopt in 1986, de Pauluskerk, naar ontwerp van Van der Laan, is 2006 herbestemd tot zorgwoningen en activiteitencentrum.

Cultuurhistorische waardekaart gemeente Dongen, versie d.d. 15 januari 2014

16

RK kerk H. Laurentius te Dongen. Kloosterlingen zijn bepalend geweest voor de maatschappelijke ontwikkeling van het dorp in de negen tiende eeuw. De vestiging van een tweetal onderwijscongregaties (de zusters Franciscanessen en de broeders van O.L.V. van Lourdes) zijn in het bijzonder bepalend geweest voor de ontwikkeling van het dorp tot onderwijscentrum van bovenregionale betekenis. Leerlingen uit de omgeving maar ook bijvoorbeeld uit Zeeuws-Vlaanderen zaten hier op kostschool en volgden de opleiding tot onderwijzer(es). In 1801 vestigden de zusters Franciscanessen zich in Dongen in een bestaand omgracht slotje aan de Hoge Ham 25. Ter plaatse vonden er diverse grote uitbreidingen plaats. Inmiddels is het complex gedeeltelijk gesloopt waarbij de beeldbepalende vleugel aan de Hoge Ham en de kapel behouden bleven en nog altijd door de zusters worden gebruikt. De Franciscanessen bouwden aan de Schoolstraat het gebouwencomplex Mariaoord met eigen kapel in 1939. In 1892 kochten de Broeders van Onze Lieve Vrouw van Lourdes het herenhuis Overdonk nabij de Heuvel. Het was al spoedig te klein, waarna men in de nabijheid een oude garenfabriek betrok dat als klooster van Franse paters Redemptoristen dienst deed. De broeders legden zich toe op het geven van onderwijs en daarnaast stichten ze een sanatorium voor psychiatrische patiënten.

Van het complex is het volledige sanatorium gesloopt evenals de Gerardus Majella (kweek-)school. Waardevol is het nog bestaande noviciaat met kapel waarin thans de Missionarissen van Afrika huizen, het park met begraafplaats en de kloosterboerderij. De broeders zijn in 2009 uit Dongen vertrokken. Franciscanessen uit Breda bedienden het St. Elisabethgasthuis dat in 1882 op initiatief van Dongense notabelen wordt gesticht. Het gasthuis werd in 1975 volledig gesloopt om plaats te maken voor verzorgingstehuis De Volkaert. In Dongen Vaart hadden de zusters Dochters van Onze Lieve Vrouw van het H. Hart aan de Vaartweg 103 een zustersschool (1930). Het wordt nu particulier bewoond.14

Boven: het klooster van de zusters Franciscanessen, rechts Mariaoord

Uitbreidingswijken Dongen kenmerkt zich door lintbebouwing langs (doorgaande) wegen. Deze lintbebouwing raakte in de loop van de negentiende eeuw steeds verder verdicht. Voor de tweede wereldoorlog vonden de eerste uitbreidingen plaats aan de zuidzijde van het dorp in de richting van het Wilhelminakanaal gevolgd door naoorlogse uitbreidingen. In de Wederopbouwperiode ontstonden ook wijken aan de westzijde. Meer

14

Vademecum van religieuzen en hun kloosters in Noord-Brabant, p. 325-335.

Cultuurhistorische waardekaart gemeente Dongen, versie d.d. 15 januari 2014

17

recente uitbreidingen bevinden zich in het noorden. De lintbebouwde nederzettingen Klein Dongen en Dongen Vaart hebben hun kleinschalige en agrarische karakter behouden. 2.3.2 ‘s Gravenmoer De dorpsgeschiedenis van ´s Gravenmoer begint op 7 juni 1293, wanneer Graaf Floris V aan ene Steven van Waalwijk vijftien hoeven `wilderten` in de Grote Ham beleend. `Wilderte´ duidt op onontgonnen gebied. In de akte staat verder vermeld dat elke hoeve een breedte van 24 roeden heeft en een lengte, gemeten ´van der Donga op te moerwaert´, van 400 roeden. Deze nadere aanduiding geeft belangrijke informatie, namelijk dat het hier om moergronden gaat. Steven van Waalwijk moest jaarlijks aan de graaf een bepaalde vergoeding per hoeve geven, maar anderzijds ontving hij elk jaar van de boeren een bedrag. Als ambachtsheer van die vijftien hoeven had Steven van Waalwijk van de graaf de lage rechtsmacht over dit gebied gekregen. Wanneer hij in 1326 de helft van dit leen in lijftocht overdraagt aan zijn echtgenote wordt in de akte opgenomen: `vijftien hoeven venes legghende in Sgraven moer boven Ramesdonc bi den Hamme`.

Het was dus een veengebied, gelegen in het rechtsgebied van de graaf van Holland.15 Uit het bovenstaande kan het beeld worden gevormd dat het eerste begin van de nederzetting ’s Gravenmoer bestond uit ontginningsboerderijtjes langs de Donge, die zich later aan een gezamenlijke weg parallel aan de Donge aaneen hebben geregen.

Reconstructie van de indeling van het grondgebied van ’s Gravenmoer in vier ambachtsheerlijkheden in de veertiende eeuw. Tekening: Han Rehm. 15

Zeven eeuwen ´s Gravenmoer, p. 17.

Cultuurhistorische waardekaart gemeente Dongen, versie d.d. 15 januari 2014

18

De graaf van Holland ging hierna volop verder met zijn gronduitgiftepolitiek. Andere heren kregen eveneens ontginningsconcessies waarop ze hoeven lieten bouwen. De oppervlakte van een hoeve was zo’n 15 ha groot. Het aantal hoeven in ’s Gravenmoer in de veertiende eeuw is nauwkeurig in beeld gebracht door lokale historici. In totaal zijn er 35 uitgegeven. De personen die deze gebieden in leen ontvingen, waren tevens de ambachtsheer. In de hiernaast opgenomen tekening is een reconstructie gemaakt van de indeling van ’s Gravenmoer in vier ambachtsheerlijkheden gedurende de veertiende eeuw. Graaf Jan II van Henegouwen en Holland had al in 1303 de wetten en rechten van de ambachten in het platteland van Zuid-Holland vastgesteld. De ambachtsheer kon een rechter en heemraden aanstellen, die dan als bestuur en als rechtbank voor civiele zaken fungeerden.16 Het Kartuizerklooster nabij Geertruidenberg, gesticht in 1336, verwierf in de regio – vooral door schenkingen – veel bezittingen. In ’s Gravenmoer kreeg het klooster al in 1356 in het noordelijke ambacht een hoeve en gronden in bezit.

De gemeente ’s Gravenmoer rond 1865. Bron: Gemeente-atlas van Noord-Brabant, Leeuwarden, 1865.

De ambachtsheren trokken particulieren aan om de veengronden te ontginnen en te gaan bewonen. Hij ontving daarvoor een jaarlijkse betaling in de vorm van jaar- of ’s-Herencijns. Daartoe werden de hoeven verdeeld in langgerekte stroken grond, die zich vanaf de Donge in oostelijke richting uitstrekten. Voor de 16

Zeven eeuwen ’s Gravenmoer, p. 20-22.

Cultuurhistorische waardekaart gemeente Dongen, versie d.d. 15 januari 2014

19

afvoer van de gedolven turf werden turfvaarten gegraven. De oudste vaarten volgden het tracee van de huidige Hoofdstraat en de oude haven met in het verlengde de Dwarsdijk. In 1335 werd aan de graaf van Holland verzocht, om een turfvaart te mogen graven van Dongen naar Geertruidenberg.17 Het was namelijk in het belang van de turfondernemers dat er goede verbindingen waren om de producten te kunnen afvoeren. Deze vaart, gelegen ten noordwesten van ’s Gravenmoer moest het scheepvaartverkeer over de moeilijk bevaarbare Donge verbeteren. Als gevolg van de St. Elizabethvloed in 1421 veranderde deze vaart in een getijdengeul en verzande de oorspronkelijke loop van de Donge verder. 18 In 1564 was het de Prins van Oranje die een akkoord sloot met de schout, heemraden, pastoor en armmeesters van ’s Gravenmoer om vanuit Dongen, waar hij moergronden bezat, een aansluiting te verkrijgen op de Nieuwe Vaart in ’s Gravenmoer. De kosten hiervan kwamen voor rekening van de prins.19 Twee vaarten zijn nog als herkenbaar element aanwezig in het landschap. Van de Oude Vaart, die ’s Gravenmoer van noord naar zuid in tweeën verdeeld, rest vandaag de dag nog het noordelijke deel, het Molenvaartje. Het zuidelijke deel is nog herkenbaar als sloot langs de oostzijde van de Dwarsdijk.20 Slechts de ’s Gravenmoerse Vaart is goed behouden.

De gebieden die “uitgeturfd” waren, kwamen voor landbouwdoeleinden in gebruik. Er kwamen nieuwe boerderijen bij, zoals langs de huidige Hoofdstraat en Vaartweg, waardoor een dorpsstructuur ontstond met twee bewoningsassen en een verbinding ertussen via Molendijk en de Vaartse Molensteeg (nu Julianalaan geheten). De landbouw noodzaakte tot een goede waterbeheersing én bescherming tegen water. Er werden dijken aangelegd langs de Donge, maar ook langs de vaarten. Onder meer de namen Kerkdijk, Molendijk en Dwarsdijk getuigen daarvan. De strijd tegen het water is eeuwenlang actueel geweest. Meest bekend is de Sint-Elisabethsvloed in 1421, die een deel van de noordelijk gelegen bewoning langs de oude, noord-zuid lopende ontginningsbasis heeft weggevaagd. Maar ook had men last van het Meierijwater dat via de Baardwijkse Overlaat de Langstraat werd ingestort. Dit in combinatie met hoog (getijde)water, dat vanuit de Biesbosch kwam opzetten, heeft veelvuldig tot overstromingen geleid. Er zijn enkele dijkdoorbraken in ’s Gravenmoer geweest, waardoor een aantal wielen zijn ontstaan. Een vijftal wielen is nog aanwezig, een zesde wiel is gedempt maar nog herkenbaar. Na de turf werd hooi een belangrijk exportproduct. Het vaartenstelsel kon hiervoor prima benut worden. Het vervoer geschiedde via aken. Daardoor werd ook de scheepvaart belangrijk. Enkele tijd was er ook een scheepswerf.

In de achttiende en negentiende eeuw was er tevens handel in rijshout en werd de leerbewerking van belang. Een belangrijke vorm van huisnijverheid was het kantwerk. Er ontstond zelfs een kantwerkschool.21 Sinds de negentiende eeuw bepaalt vooral het agrarische karakter het gezicht van ’s Gravenmoer. In de jaren zeventig van de twintigste eeuw culmineert dit in de uitvoering van de ruilverkaveling 17

MIP ’s Gravenmoer, p. 10 Oosterhout, niet van gisteren, p. 76 19 Zeven eeuwen ’s Gravenmoer, p. 27 20 Zeven eeuwen ’s Gravenmoer, p. 32 21 MIP ’s Gravenmoer, p. 10 18

Cultuurhistorische waardekaart gemeente Dongen, versie d.d. 15 januari 2014

20

Zuiderafwateringskanaal – Beneden-Donge. Het dorp heeft tot nu toe steeds heel sterk zijn landelijke karakter behouden. De moer- of veenontginningen hebben echter duidelijk hun sporen nagelaten. Tot op de dag van vandaag zijn ze zichtbaar. De systematische veenontginning gebeurde aan de hand van een strokenverkaveling (lopend van oost naar west), gescheiden door ontwateringssloten. In het agrarisch landschap is dit het overheersende patroon. De bebouwing ontwikkelde zich goeddeels als een lint langs een tweetal hoofdwegen (de Hoofdstraat en de Vaartweg). Het veenkanaal (de Vaart) ligt aan de oostkant van de Vaartweg. Vele bruggetjes, ten behoeve van de bewoners van der aanliggende huizen, completeren het beeld. De boerderijen in ’s Gravenmoer zijn veelal van het hallenhuistype, in het bijzonder het Langstraattype. Ze kenmerken zich door een integratie van het woonhuis en het stalgedeelte met inbegrip van Vlaamse schuur en andere opstallen onder één groot dak (zadel- of wolfsdak). De nokrichting van de boerderij staat veelal loodrecht, dan wel in een bepaalde hoek op de straat. De voordeur bevindt zich gewoonlijk aan de straatzijde, al komt het ook voor dat de voordeur later naar de lange zijgevel is verplaatst. Vaak is het achterliggende bedrijfsgedeelte breder opgetrokken dan het woongedeelte.

Deze vormkarakteristiek, met boerderijen die haaks op de straat staan, is tot in het begin van de twintigste eeuw toegepast. Naast de boerderijen van het Langstraattype komen er ook langgevelboerderijen voor. Verschillende oude woonhuizen behoren eveneens tot het Langstraattype, waarbij de woonhuisvorm is afgeleid van het woongedeelte van deze boerderijvorm. Ze geven een streekeigen uitstraling aan het dorp.

Zicht op het dorp ’s Gravenmoer.

Cultuurhistorische waardekaart gemeente Dongen, versie d.d. 15 januari 2014

21

3. Redengevende omschrijving, waardering en beleidsadvisering 3.1 Historische geografie De historisch-geografische hoofdstructuur van het cultuurlandschap in de gemeente Dongen wordt gevormd door de nederzetting Dongen op de Dongense dekzandrug aan de handelsweg AntwerpenBreda-Den Bosch en het uit de Middeleeuwen stammende (veen)ontginningslandschap met de dorpen ’s Gravenmoer. Klein-Dongen en Vaart evenals delen van het dorp Dongen. Bijzonder is het veenontginningslandschap met de twee parallel lopende delen van ’s Gravenmoer, aan de noordzijde verbonden door een dwarsstraat. Het patroon is een mooie illustratie van de ontstaanswijze van de nederzetting, die zich in zijn groei heeft moeten aanpassen aan de Sint-Elisabethsvloed van 1421, omdat toen de noordelijke helft van het dorp is weggevaagd. Ook de overige nog voorkomende landschapstypes in de gemeente, zoals de blokverkaveling en overgebleven delen van de dekzandrug bestaande uit beboste zandverstuivingen en heidevelden zijn van grote betekenis voor de beleefbaarheid van de ontstaansgeschiedenis van de gemeente.

Opstrekkend slagenlandschap (strokenverkaveling) in ’s Gravenmoer.

Waardering: Het landschapspatroon van de gemeente, buiten de kern van Dongen zelf, vertoont goeddeels nog een zeer duidelijk en gaaf patroon, waaruit de ruimtelijke ontwikkeling duidelijk valt af te lezen. In de kern zijn rudimenten van het oude cultuurlandschap in veel gevallen nog aanwezig, bijvoorbeeld de ontginningsassen en de stichten. Gewenst beleid: Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het van belang aansluiting te zoeken op het bestaande patroon en de ter plaatse voorkomende kwaliteiten. Ontwikkelingen sturen op structuurniveau, met zo mogelijk behoud van het cultuurlandschap als leidraad.

Cultuurhistorische waardekaart gemeente Dongen, versie d.d. 15 januari 2014

22

3.2 Historische stedenbouw Dongen is in recente tijd tot een omvangrijke plaats uitgegroeid door grootschalige uitbreidingswijken. Deze wijken zijn in diverse perioden in de 20ste eeuw ontstaan waardoor er geen eenvormigheid is in stedenbouwkundige opzet. In de kern blijft het dorp een aaneengeschakelde lintbebouwing langs twee historische hoofdassen. Enerzijds is dit het tracé van de middeleeuwse handelsweg Breda-Den Bosch, anderzijds de ontginningsas Lage Ham-Hoge Ham. Tussen deze hoofdassen bevinden zich lintbebouwingen langs verbindingswegen en met oude buurtschappen. Ook recentere ontginningen zoals Klein-Dongen en Vaart zijn lintbebouwingen. De dorpskern van ‘s Gravenmoer heeft zijn oorspronkelijke vorm nog in hoge mate behouden: twee lintbebouwingen van middeleeuwse oorsprong, aan de noordzijde verbonden door de oude grindweg, nu de Molendijk en de Julianalaan. In bijlage II (inventarisatie historische stedenbouw gemeente Dongen) is een verkenning weergegeven van de diverse historische wegen, bebouwingslinten en uitbreidingwijken binnen de gemeente en de nog aanwezige ruimtelijke historische kwaliteit hiervan. Waardering: De historische bebouwingstructuur in ’s Gravenmoer, voornamelijk nabij de Vaart en de Hoofstraat, is als zeer waardevol aan te merken.

De diverse historische structuren zoals beschreven in de voornoemde bijlage zijn in meer of mindere mate als waardevol aan te merken. Gewenst beleid: Nader onderzoek uitvoeren naar de cultuurhistorische waarden van het gebied nabij de Vaart en de Hoofdstraat. Kijken naar de eventuele mogelijkheid tot aanwijzing als beschermd gemeentelijk dorpsgezicht, dan wel bescherming via een bestemmingsplan. Voor de andere gebiedsdelen die vallen binnen de dorpsstructuur geldt: uitgangspunt is behoud van kernkwaliteiten op basis van plan in- / aanpassing en aandacht hiervoor binnen beleidsinstrumenten als bestemmingsplan en welstandsnota.

Zicht op de Vaart in ’s Gravenmoer.

Cultuurhistorische waardekaart gemeente Dongen, versie d.d. 15 januari 2014

23

3.3 Historische bouwkunst De historische bouwkunst is onder te verdelen in categorieën op grond van het gebruik. Hieronder volgt per categorie een omschrijving. Sommige objecten vallen door historische herbestemmingen in meerdere categorieën. Voor de inventarisaties is gebruikt gemaakt van bestaande overzichten, zoals de MIP-lijsten, waarbij de objecten zijn geschrapt die door sloop of anderszins verloren zijn gegaan. In 2013 heeft een nadere inventarisatie en selectie plaats gevonden in samenwerking met o.a. de heemkundekringen van ’s Gravenmoer en Dongen. Hierbij zijn ook de panden uit de Wederopbouw betrokken en objecten daterend van voor 1850, alsmede lacunes in de MIP-lijsten. 3.3.1 Woonhuizen Samen met de boerderijen vormen de woonhuizen verreweg het grootste bouwhistorische bestanddeel van de Gemeente Dongen. Ook bij de categorie woonhuizen kwam het regelmatig voor dat er een combinatie van wonen en bedrijvigheid (huisnijverheid, of winkel) was. Uit de negentiende eeuw staan verspreid in Dongen nog een aantal eenvoudige eenlaags dorpswoonhuizen, met meestal drie raamtraveeën onder een zadeldak, soms twee onder één kap. Sommige kleine huizen zijn voormalige leerlooierijtjes. Ook royalere huizen in deze trant komen aan de oudere straten van Dongen voor.

Uit het einde van de negentiende eeuw en het begin van de twintigste eeuw is een aantal rijke (fabrikanten)woningen bewaard gebleven. De bebouwing in ‘s Gravenmoer is voornamelijk agrarisch van aard. Gewenst beleid: voor zo ver de objecten nog geen monumentale status hebben dient nader onderzoek naar de cultuurhistorische waarden plaats te vinden ten behoeve van een eventuele aanwijzing als gemeentelijk monument of bescherming anderszins, bijvoorbeeld via het bestemmingsplan.

Waspikse Weg 15 in ’ s Gravenmoer.

3.3.2 Boerderijen Tot de gebouwen met de oudste oorsprong behoren de boerderijen. De bouwtraditie is veruit het meest bepalend geweest voor het streekeigen karakter van boerderijen. Van oorsprong kwam hier alleen het hallenhuistype voor. Door de eeuwen heen zijn er hier verschillende varianten gebouwd. Duidelijk is dat

Cultuurhistorische waardekaart gemeente Dongen, versie d.d. 15 januari 2014

24

Dongen veel meer in een overgangsgebied is gelegen dan ’s Gravenmoer. De hoeveelheid typologieën is niet alleen veel gevarieerder, maar het aantal is ook hoger. Bij de historische boerderijen komen in Dongen vijf typen voor: kortgevelboerderij, krukhuis, T-boerderij, Langstraat-boerderij, Westbrabantse boerderij, langgevelboerderij. De eerste vier zijn feitelijk allemaal van het hallenhuistype. Zelfs bij de langgevelboerderij kan het voorkomen dat deze van oorsprong een hallenhuisboerderij is. Bijzonder is ook de aanwezigheid van zeer oude Vlaamse schuren binnen Dongen, bijvoorbeeld de laat zestiende eeuwse schuur van Groenstraat 9. Dongen, gelegen binnen de Baronie van Breda, wordt gerekend tot het introductiegebied van dit schuurtype binnen Nederland. De bebouwing van ‘s Gravenmoer sluit aan bij de landelijke bouwkunst van de Langstraat. De grotere boerderijen liggen doorgaans met de kopgevel van het woongedeelte naar de straat. Ze kennen een indeling van twee of zelfs drie bouwlagen en de hoofdingang is meestal fraai gedetailleerd. Bedrijfsgedeelten met houten wanden komen nog veel voor. Er zijn verhoudingsgewijs opvallend veel woningen en boerderijen die dateren uit de zeventiende en achttiende eeuw; veel meer dan in Dongen het geval is. Een mooi voorbeeld is de boerderij Waspikse Weg 15 van 1664 met een verhoudingsgewijs groot woonhuis en een klein bedrijfsgedeelte.

Een ander voorbeeld is een boerderij uit de achttiende eeuw met een gedeeltelijk terugspringende voorgevel op Vaartweg 6. Aan Hoofdstraat 50 bevindt zich de monumentale boerderij “Vredelust” uit de achttiende tot negentiende eeuw. Na de Tweede Wereldoorlog zijn er diverse zogenoemde wederopbouwboerderijen gebouwd. Wat betreft bouwstijl grijpen ze goeddeels terug op oude, bestaande bouwtradities. Vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw zijn de bouwtradities van boerderijen volledig verlaten om plaats te maken voor moderne agrarische bedrijfsgebouwen met vrijstaande woningen. Gewenst beleid: uitgangspunt is behoud van kernkwaliteiten op basis van plan in- / aanpassing. Als gevolg van het verlies van de agrarische functie komt herbestemming van boerderijen tot meerdere wooneenheden veelvuldig voor. Hierbij is aandacht voor het behoud van de streekeigen karakteristiek van het object van groot belang. Bij ingrijpende wijzigingen is cultuurhistorisch en/of bouwhistorisch onderzoek aanbevelenswaardig.

Boerderij aan de Vaartweg 6 in ’s Gravenmoer

Cultuurhistorische waardekaart gemeente Dongen, versie d.d. 15 januari 2014

25

3.3.3 Bestuur Tot de meest prominente gebouwen in de stedelijke en landelijke omgeving behoren ongetwijfeld de raadhuizen. Aan de Hoge Ham 62 te Dongen ligt het gemeentehuis uit 1933 van architect J. Hurks. Aan de Hoofdstraat 8 in ‘s Gravenmoer ligt het voormalige gemeentehuis uit 1909 naar ontwerp van de Oosterhoutse architect C.A. Oomen. Gewenst beleid: uitgangspunt is behoud van kernkwaliteiten op basis van plan in- / aanpassing. 3.3.4 Horeca Horecapanden hebben vanuit cultuurhistorisch oogpunt bijzondere betekenis voor de dorpsgemeenschap (gehad). Het betreft hier panden met ook een woonfunctie. Gewenst beleid: voor zo ver de objecten nog geen monumentale status hebben nader onderzoek naar de cultuurhistorische waarden ten behoeve van een eventuele aanwijzing als gemeentelijk monument of bescherming anderszins. Wat dat laatste betreft kan bescherming via een bestemmingsplan een optie zijn. 3.3.5 Religie Kerken en kloosters zijn betekenisvolle gebouwen bij uitstek. Er zijn er velen die vanuit een religieuze overtuiging veel waarde toekennen aan het behoud van het religieus erfgoed. Maar ook zijn ze maatschappelijk van betekenis als ankerpunt in de sociale structuur van een dorp. Als we ons beperken tot cultuurhistorie zijn vele kerkgebouwen en kloosters bijzonder waardevolle objecten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9588349/1