CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijl2- 25-55 Startnotitie Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP)

Raadsvergadering 13 november 2025, gemeente DongenBij agendapunt: Raadsvoorstel 25-55 Vaststellen startnotitie Huisvestingsplan Onderwijs (IHP)8.648 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

1

Leeswijzer 1.

Inleiding ........................................................................................................................................... 3

2.

Huidige situatie onderwijshuisvesting in Dongen ........................................................................... 4

3.

4.

2.1.

Overzicht scholen ................................................................................................................... 4

2.2.

Ruimtebehoefte en capaciteit ............................................................................................... 4

2.3.

Leerlingprognose 2023 versus 2025 ...................................................................................... 5

Wettelijk kader ................................................................................................................................ 7 3.1.

Zorgplicht & Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Dongen 2025 ... 7

3.2.

Wetsvoorstel ‘’Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting’’ ........................................... 7

3.3.

Klimaat, energie en duurzaamheid ........................................................................................ 9

3.4.

Bewegingsonderwijs .............................................................................................................. 9

3.5.

Samenwerking onderwijs en kinderopvang – Kindcentra (KC) .............................................. 9

3.6.

Samenwerking zorg en onderwijs ........................................................................................ 10

3.7.

Omgevingsvisie .................................................................................................................... 11

Ambities optimale onderwijshuisvesting ...................................................................................... 12 Gezond............................................................................................................................................... 12 Duurzaam .......................................................................................................................................... 13 Adaptief, flexibel & modulair ............................................................................................................ 14 Inclusief en passend .......................................................................................................................... 15

5.

6.

7.

Basisafspraken schoolbesturen, kinderopvang en gemeente....................................................... 16 5.1.

Samenwerkingsafspraken .................................................................................................... 16

5.2.

Organisatorische afspraken ................................................................................................. 17

5.3.

Financiële afspraken ............................................................................................................ 17

IHP-maatregelen............................................................................................................................ 18 6.1.

Maatregelen nieuwbouw, renovatie en uitbreiding ............................................................ 18

6.2.

Actuele stand van zaken uitvoering IHP .............................................................................. 19

Vervolg........................................................................................................................................... 22 7.1.

Aanvraag haalbaarheidsonderzoeken ................................................................................. 22

7.2.

Proces om te komen tot een definitief IHP.......................................................................... 22

2

1. Inleiding De gemeente Dongen werkt samen met direct betrokken partners aan een startnotitie voor een nieuw toekomstbestendig Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP). Dit plan richt zich op de toekomst van onderwijs- en kinderopvanggebouwen in de gemeente. Betrokken partijen zijn beleidsambtenaren en de wethouder van de gemeente, schoolbesturen Mondiaen, Stichting Floriander, PCPO MiddenBrabant, Vereniging Ons Middelbaar Onderwijs (OMO - locatie Cambreur College als onderdeel van Kwadrant Scholengroep) en kinderopvangorganisaties Kiddy kinderopvang, kindercentrum Petito’s en kinderopvang De Toverdroom. Het huidige IHP dateert uit 2018 en 2021, en heeft behoefte aan een herijking. De huidige documenten hebben de naam ‘Plan van aanpak onderwijshuisvesting (2018) en de Onderwijsatlas (2021) en zijn inmiddels verouderd door veranderingen zoals schoolfusies, sluitingen en nieuwbouw. Er is sprake van grote variatie in de kwaliteit en capaciteit van de huidige huisvesting. Het nieuwe IHP moet inzicht geven in het ontwikkelperspectief van schoolgebouwen, met het oog op toekomstige behoeften van kinderen in de gemeente. Het IHP zal gaan fungeren als koersdocument voor benodigde investeringen op de langere termijn (16 jaar) met een concreet uitvoeringsplan voor de korte termijn (4 jaar).

Het IHP moet de gemeente en schoolbesturen in staat stellen om de komende jaren proactief, integraal en planmatig te gaan investeren in de onderwijshuisvesting. Deze startnotitie vormt de start om richting het college, de raad, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties te communiceren, informeren en participeren om het proces tot een IHP te starten.

3

2. Huidige situatie onderwijshuisvesting in Dongen Dit hoofdstuk biedt inzicht in het primair en voortgezet onderwijsaanbod in de gemeente Dongen. Daarnaast wordt er ingegaan op de onderwijscapaciteit en de leerlingprognose.

2.1.

Overzicht scholen

Het primair onderwijs (PO) in de gemeente wordt verzorgd door drie schoolbesturen. De schoolbesturen bieden onderwijs aan 2.012 leerlingen (DUO, teldatum 1 oktober 2024), verdeeld over 10 scholen. Het voortgezet onderwijs (VO) in de gemeente wordt verzorgd door één schoolbestuur. Het schoolbestuur biedt onderwijs aan 1.221 leerlingen (DUO, teldatum 1 oktober 2024) op één schoollocatie. Tabel 1: overzicht scholen per cluster Cluster West I en II Locatie Schoolbestuur Bouwjaar De Vlinderboom Mondiaen 1975 Westerkim Floriander 1985 Cluster Beljaart, Biezen, Hoge Ham en deel Centrum Heilig Hart Mondiaen 1935 Biezenkring Floriander 1979 Cambreur OMO (SG 2021 College Kwadrant) Cluster Oud Dongen, Hoge Akker en deel Centrum J.J. PCPO 2024 Anspachschool Sint Jan Mondiaen 1958 De Achterberg Mondiaen 1955 Cluster ’s Gravenmoer en Klein-Dongen-Vaart De Springplank Floriander 1968 De Wegwijzer PCPO 1968 Sint Agnes Mondiaen 2019

Bvo 2.027 m2 1.263 m2

Aantal leerlingen* 227 93

1.438 m2 1.492 m2 8.540 m2

403 289 1.221

1.698 m2

285

1.499 m2 2.530 m2

165 287

792 m2 850 m2 703 m2

66 99 99

*1 oktobertelling 2024 (DUO)

2.2.

Ruimtebehoefte en capaciteit

De capaciteitsanalyse van schoolgebouwen in de gemeente Dongen onderzoekt of er een ruimtetekort of -overschot is per gebouw, op basis van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs (2017). De ruimtebehoefte wordt berekend door de leerlingentelling en prognoses om te zetten in benodigde vierkante meters (bruto vloeroppervlakte), die vervolgens vergeleken worden met de beschikbare ruimte. Deze analyse is belangrijk om inzicht te krijgen in zowel ruimtetekort als ruimteoverschotten. Een tekort kan leiden tot onvoldoende ruimte voor onderwijs, terwijl een overschot extra kosten met zich meebrengt voor exploitatie en onderhoud, zonder dat schoolbesturen hiervoor een vergoeding krijgen. Leegstand van schoolgebouwen kan bovendien een risico vormen voor de gemeente, omdat het schoolbestuur het gebouw mogelijk terug wil geven. De basis voor de capaciteitsbehoefte zijn de actuele en verwachte leerlingaantallen. Bij de bepaling van de ruimtebehoefte wordt rekening gehouden met normen uit de verordening, hoewel deze niet altijd voldoende zijn voor modern onderwijs. Specifieke ontwikkelingen, zoals inclusiever onderwijs (waarbij leerlingen die voorheen speciaal onderwijs kregen, nu binnen het regulier onderwijs naar school gaan) en werkdrukverlaging door kleinere klassen, kunnen de behoefte aan extra ruimte vergroten.

Bij nieuwbouw worden aanvullende ruimtebehoeften besproken in uitvoeringsverslagen. 4

Tabel 2: overzicht ruimtebehoefte en capaciteit Cluster West I en II Locatie Bvo Ruimte tekort of overschot op basis van 1 oktobertelling 2024 De Vlinderboom* 2.027 m2 685 m2 2 Westerkim* 1.263 m 595 m2 Cluster Beljaart, Biezen, Hoge Ham en deel Centrum Heilig Hart* 1.438 m2 -789 m2 2 Biezenkring* 1.492 m -162 m2 2 Cambreur 8.540 m College Cluster Oud Dongen, Hoge Akker en deel Centrum Anspachschool** 1.698 m2 65 m2 2 Sint Jan 1.499 m 469 m2 2 De Achterberg 2.530 m 886 m2 Cluster ’s Gravenmoer en Klein-Dongen-Vaart De Springplank* 792 m2 260 m2 2 De Wegwijzer* 850 m 152 m2 2 Sint Agnes 703 m 5 m2

Maximum aantal leerlingen volgens leerlingprognose 2023 258 97

Ruimte tekort of overschot op basis van maximum leerlingprognose 2023 529 m2 575 m2

454 290 1.314

-1.046 m2 -167 m2 -

335 177 301

-187 m2 409 m2 816 m2

64 114 126

270 m2 77 m2 -131 m2

*Voor deze scholen is nieuwbouw opgenomen in het Plan van aanpak onderwijshuisvesting (2018) en de Onderwijsatlas (2021). **De Anspachschool zat al ver in het ontwerpproces toen de nieuwe leerlingprognose 2023 werd opgesteld. In overeenstemming met het schoolbestuur (PCPO) is besloten om het aantal m2 niet bij te plussen.

2.3.

Leerlingprognose 2023 versus 2025

Prognoses 2023 vs. 2025 • De leerlingprognose 2023 kijkt naar het maximaal aantal leerlingen tussen 2023-2043, terwijl de leerlingprognose 2025 kijkt naar de periode 2025-2045. Het aantal kinderen in de doelgroep voor basisonderwijs was in vorige prognose voorspeld op 2004 in het jaar 2025. De werkelijkheid van 2025 was 2012 kinderen in de doelgroep (telling 1 oktober 2024). Net als in de vorige prognose zal de doelgroep basisonderwijs nog gaan groeien. • De prognoses bieden een inschatting van de toekomstige leerlingaantallen, maar het is belangrijk om te benadrukken dat deze cijfers geen garantie zijn. Het blijft een prognose, dus de werkelijke cijfers kunnen afwijken. Het geeft slechts een verwachting voor de toekomstige ontwikkeling. Groei in het onderwijs (PO en VO) • PO (Primair Onderwijs): De groei van het aantal leerlingen is al per 2023 zichtbaar, die stijging gaat in ieder geval tot 2045 door. De piek vindt plaats rond 2030, maar dit wisselt per schoollocatie. Bij veel scholen blijven de aantallen vanaf 2031 redelijk stabiel • VO (Voortgezet Onderwijs): De groei wordt pas na 2035 verwacht, met een stijgende lijn vanaf dat jaar. Het is belangrijk om te noteren dat de prognose na 2045 nog niet veel inzicht biedt, maar men verwacht dat de groei in het PO zich daarna doorzet in het VO.

Verschillen per wijk/cluster: • Binnen de gemeente zijn er verschillen in de verwachte groei tussen verschillende clusters/wijken. In de leerlingprognose 2025 wordt hier uitgebreid bij stilgestaan. Ruimtetekorten en overschotten per school: • Tabel 3 geeft een overzicht van de ruimtetekorten en overschotten per schoolgebouw, waaruit blijkt dat de meeste PO-scholen momenteel een normatieve overmaat aan ruimte hebben. Dit 5

betekent dat er in de meeste gevallen meer ruimte beschikbaar is dan strikt nodig. Echter is deze ruimte niet volledig toetsbaar volgens de normatieve ruimtebehoefte, omdat de (veelal oudere) gebouwen anders zijn ingericht. Procesafspraken IHP (Integraal Huisvestingsplan): • Voor het nieuwe IHP (Integraal Huisvestingsplan) wordt per locatie inzichtelijk gemaakt hoeveel ruimte de kinderopvang momenteel gebruikt in de schoolgebouwen, of nabij de schoolgebouwen en hoeveel ruimte in de toekomst nodig zal zijn. Dit is van belang voor toekomstige aanpassingen in de gebouwinfrastructuur. Bij de maatregelen nieuwbouw in ontwikkeling (of al gerealiseerd) is dit overzicht er wel, en is de kinderopvang onderdeel van het ontwerpproces van het Kindcentrum. Er is voor de kinderopvang aparte vierkante meters gerealiseerd (geen onderwijs vierkante meters). • Er worden in het IHP afspraken gemaakt over wijzigingen in het bouwproces, wanneer er meer groei is dan verwacht en hoe dit op te lossen. Instrumenten die hiervoor ingezet kunnen worden is een aannamebeleid en een spreidingsplan.

Tabel 3: overzicht capaciteit bij maximum leerlingprognose 2023 en 2025 Cluster West I en II Locatie Bvo Ruimte Maximum Ruimte tekort Maximum tekort of aantal of overschot aantal overschot leerlingen op basis van leerlingen op basis volgens maximum volgens van 1 leerlingprogn leerlingprogn leerlingprogn oktobertelli ose 2023 ose 2023 ose 2025 ng 2024 De 2.02 685 m2 258 529 m2 294 2 Vlinderboom* 7 m Westerkim* 1.26 595 m2 97 575 m2 110 2 3m Cluster Beljaart, Biezen, Hoge Ham en deel Centrum Heilig Hart* 1.43 -789 m2 454 -1.046 m2 428 2 8m Biezenkring* 1.49 -162 m2 290 -167 m2 311 2 2m Cambreur 8.54 1.314 1.301 College 0 m2 Cluster Oud Dongen, Hoge Akker en deel Centrum 1.69 65 m2 335 -187 m2 308 Anspachscho 8 m2 ol** Sint Jan 1.49 469 m2 177 409 m2 201 9 m2 De 2.53 886 m2 301 816 m2 317 2 Achterberg 0m Cluster ’s Gravenmoer en Klein-Dongen-Vaart De 792 260 m2 64 270 m2 78 2 Springplank* m De 850 152 m2 114 77 m2 116 2 Wegwijzer* m Sint Agnes 703 5 m2 126 -131 m2 120 2 m

Ruimte tekort of overschot op basis van maximum leerlingprogn ose 2025 348 m2 510 m2 -915 m2 -272 m2 -51 m2 288 m2 735 m2 200 m2 67 m2 -101 m2

*Voor deze scholen is nieuwbouw opgenomen in het Plan van aanpak onderwijshuisvesting (2018) en de Onderwijsatlas (2021). ****De Anspachschool zat al ver in het ontwerpproces toen de nieuwe leerlingprognose 2023 werd opgesteld. In overeenstemming met het schoolbestuur (PCPO) is besloten om het aantal m 2 niet bij te plussen.

6

3. Wettelijk kader De gemeente, de schoolbesturen en de kinderopvangpartners werken samen aan een toekomstbestendige ontwikkelomgeving voor kinderen. Het doel is om kinderen de best mogelijke kansen te bieden voor hun ontwikkeling en hen voor te bereiden op de toekomst. Hierbij is het belangrijk dat het onderwijsaanbod toegankelijk en verspreid is, waarbij het aansluit op de behoeftes van de samenleving.

3.1. Zorgplicht & Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Dongen 2025 De gemeentelijke zorgplicht voor de voorzieningen huisvesting onderwijs is vastgelegd in de: • Wet op het primair onderwijs (WPO) - artikelen 91 tot en met 110. • Wet op de expertisecentra (WEC) - artikelen 89 tot en met 108 • Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) - artikelen 6.1 tot en met 6.23 De zorgplicht van de gemeente heeft betrekking op het bieden van voldoende en adequate huisvesting. Het gaat hierbij om het beschikbaar stellen van grond, middelen of gebouwen om een voorziening in de huisvesting van scholen te realiseren, zodat er voldoende en geschikte huisvesting is voor onderwijs. De gemeente draagt daarbij zorg voor (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding, eerste inrichting en onderwijsleerpakketten, herstel van constructiefouten en herstel en vervanging bij schade door bijzondere omstandigheden. De gemeente is niet verantwoordelijk voor beheer, exploitatie, onderhoud (binnen- en buitenkant) en aanpassingen aan het schoolgebouw. Dit valt onder de verantwoordelijkheid van de bevoegde gezagsorganen, die hiervoor een vergoeding ontvangen van de minister van OCW als onderdeel van de lumpsumvergoeding. Kortom, er zijn twee partijen verantwoordelijk voor de bekostiging van onderwijshuisvesting.

De gemeente zorgt voor de bekostiging van de voorzieningen voor huisvesting via de algemene uitkering uit het Gemeentefonds (middelen van het Rijk om te voldoen aan deze zorgplicht). De minister van OCW zorgt voor de bekostiging van het onderhoud en de aanpassingen van de schoolgebouwen. De uitvoering van de zorgplicht voor onderwijshuisvesting wordt geregeld via de "Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Dongen 2017". Tegelijkertijd met het aanbieden van deze startnotitie wordt een geactualiseerde Verordening (2025) aangeboden. De verordening is gebaseerd op verschillende wetgevingen, waaronder de Gemeentewet, de WPO, WEC en WVO. De gemeenteraad is verplicht om op basis van deze wetten een regeling vast te stellen. De verordening biedt de basis voor het onderwijshuisvestingsbeleid en bevat onder andere de (urgentie- en prognose)criteria en procedures voor schoolbesturen om jaarlijkse aanvragen voor voorzieningen in te dienen bij de gemeente, evenals de uitgangspunten voor het toetsen van deze aanvragen. Met de geactualiseerde verordening die in september 2025 voorligt, komt de aanvraagprocedure te vervallen (zie paragraaf 3.2). Verder is in de verordening vastgelegd dat kan worden voldaan aan de redelijke eisen die het onderwijs aan de huisvesting van scholen in de gemeente stelt.

3.2.

Wetsvoorstel ‘’Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting’’

Het wetsvoorstel Planmatige en doelmatige aanpak onderwijshuisvesting werd op 29 januari 2025 naar de Tweede Kamer gestuurd, na bijna tien jaar van voorbereiding. Dit voorstel volgt een gezamenlijk voorstel uit 2016 van de PO-Raad, VO-raad en de VNG, gericht op een betere afstemming van processen en middelen, en het creëren van een meer gelijkwaardige positie tussen gemeenten en scholen.

7

Het doel is om de kwaliteit van de onderwijshuisvesting centraal te stellen. Het voorstel bevat een aantal belangrijke veranderingen: • • •

•

Integraal Huisvestingsplan (IHP): Dit wordt wettelijk verplicht voor gemeenten en moet een overzicht geven van de staat van alle schoolgebouwen en de benodigde investeringen voor de komende 16 jaar (4 jaar gedetailleerd, 12 jaar vooruitzicht). Meerjarenonderhoudsplan (MJOP): Schoolbesturen moeten hun MJOP met gemeenten delen als onderdeel van het IHP. Renovatie: Gemeenten worden primair verantwoordelijk voor renovatie, die nu als volwaardig alternatief voor nieuwbouw wordt beschouwd. Renovatie dient daarbij te leiden tot een startconditie die in functioneel en kwalitatief opzicht gelijkwaardig is aan nieuwbouw en gericht is op levensduurverlenging van ten minste 25 jaar. Investeringsverbod: Het investeringsverbod voor het primair onderwijs wordt opgeheven, zodat het mogelijk wordt voor scholen om te investeren met overschotten uit hun exploitatie, net zoals in het voortgezet onderwijs. Hiermee worden de investeringen vanuit de zorg- en de instandhoudingsplicht beter op elkaar afgestemd.

Deze wetswijziging zal naar verwachting in januari 2026 worden aangenomen door de Tweede Kamer. Vooruitlopend op de stelselwijziging hebben gemeente en schoolbesturen enkele elementen al ingevoerd. Zo werkt de gemeente Dongen al enige jaren met een IHP (alleen onder een andere benaming) en een MJOP. Daarnaast is de gemeente Dongen voornemens om met de geactualiseerde Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs die in september 2025 voorligt, al op deze nieuwe manier te gaan werken. Hierbij krijgt het IHP een wettelijke status, die verankerd wordt in de verordening. Het IHP treedt dan in de plaats van de jaarlijkse aanvraagcyclus (programma en overzicht). Een bevoegd gezag kan dan aan opname in het IHP formele rechten ontlenen. Bovendien voorkomt deze koppeling dat het IHP alleen een visie- of ambitiedocument blijft. Deze koppeling zorgt ervoor dat schoolbesturen niet buiten het IHP om andere bouwplannen proberen te realiseren. Bovendien helpt het om de uitvoering van de projecten uit het IHP te borgen in de verordening. In de praktijk gaat dit als volgt: elke vier jaar wordt het IHP herschreven. Het uitvoeringsprogramma (4 jaar concreet) is onderdeel van dit IHP, met daarnaast de 12 jaar doorkijk. De 12 jaar doorkijk wordt in tranches van 4 jaar opgedeeld, ofwel 3 groepjes van 4.

In die verschillende tranches worden maatregelen opgenomen in de eerste, tweede, of derde tranche. Daar kan dan nog in gewijzigd worden qua prioritering en omvang. In het uitvoeringsprogramma worden geen wijzigingen en/of uitstellingen gedaan, dit staat in principe voor 4 jaar vast (uitzonderingen daar gelaten). Een maatregel in het IHP in de doorkijk (niet zijnde uitvoeringsprogramma) wordt ook gezien als een ‘aanvraag’. Vervolgens voeren de gemeente en schoolbesturen gezamenlijk een haalbaarheidsonderzoek uit voor de gebouwen die behoefte hebben aan een huisvestingsvoorziening. Op basis van dit onderzoek worden er afspraken gemaakt over de uitvoering van de projecten. Daarnaast wordt elke twee jaar de leerlingprognoses en het uitvoeringsprogramma (onderdeel IHP) geactualiseerd. Het uitvoeringsprogramma en het IHP wordt tweejaarlijks besproken tijdens het OOGO, waarbij we monitoren of de uitvoering volgens planning verloopt.

8

3.3.

Klimaat, energie en duurzaamheid

In de gemeente Dongen werken we samen aan een duurzame en klimaatbestendige woon- en leefomgeving. De gemeente Dongen bouwt en verbouwt zo duurzaam mogelijk. Dat betekent dat we milieu- en klimaatbewuste keuzes maken bij de ontwikkeling van nieuwbouw, maar ook tijdens verbouw, renovatie en sloop van bestaande gebouwen. Voor duurzaam gebouwde gebouwen zijn minder grondstoffen nodig en de uitstoot van stikstof en CO2 wordt gereduceerd. Duurzame gebouwen zijn bovendien veel energiezuiniger in het gebruik en een stuk gezonder voor bewoners en gebruikers. Om onze duurzaamheidsambities te realiseren, verandert er dus veel in de manier waarop gebouwd wordt en de materialen waarmee dat gebeurt. We bouwen en renoveren zoveel mogelijk met circulaire materialen (dat betekent dat we materialen zo veel mogelijk hergebruiken), we realiseren isolerende maatregelen en we stimuleren aardgasvrije verwarming. Ook leggen we in de bebouwde omgeving waterdoorlatende bestrating en wadi’s aan, die helpen om overtollig regenwater beter af te voeren. We plaatsen bovendien veel bomen. Die zorgen voor schaduw bij hitte en nemen CO2 op uit de lucht.

3.4.

Bewegingsonderwijs

Op basis van de verordening bedraagt de ruimtebehoefte van bewegingsonderwijs voor het PO 1,5 klokuur per week per groep leerlingen van zes jaar en ouder. Het aantal normatieve groepen is bepaald op basis van de splitsingstabel, zoals opgenomen in de verordening. Vanaf het schooljaar 2023-2024 zijn scholen in het PO wettelijk verplicht tot het geven van twee lesuren (1,5 klokuur) bewegingsonderwijs per week. Voor het bewegingsonderwijs maken de schoolbesturen gebruik van eigen lokalen voor bewegingsonderwijs (gymzaal) en/of gemeentelijke sportzalen en -hallen. De verordening stelt dat het minimale vloeroppervlak van een gymzaal 252 m² moet zijn. Echter, de Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding (KVLO) vindt dit te klein voor het huidige bewegingsonderwijs. Voor nieuwbouw wordt aangeraden een minimale netto norm van 308 m² per zaaldeel te hanteren. Waar mogelijk worden grotere sportzalen gebouwd om zowel aan de eisen van sportverenigingen te voldoen als de mogelijkheden voor medegebruik te vergroten. In 2024 lag een raadsvoorstel over uitwerkingsmogelijkheden voor het bewegingsonderwijs 1 voor, waarbij uitgebreid is onderzocht welke opties er zijn om gym- en sportvoorzieningen te realiseren voor de leerlingen van Kindcentrum (KC) De Biezenkring en Kindercampus (KC) Heilig Hart.

De uitkomsten van het onderzoek zijn besproken met de schoolbesturen en het college, waarbij beiden dezelfde voorkeur hadden. De raad heeft daarmee op 1 februari 2024 besloten om een geïntegreerde gymzaal toe te voegen aan KC Heilig Hart en aan KC Biezenkring. Het IHP behandelt enkel de fysieke voorzieningen die aanwezig moeten zijn voor het kunnen uitvoeren van bewegingsonderwijs op kwalitatief geborgde wijze. In de Lokale Educatieve Agenda (LEA) wordt op beleidsniveau gesproken over bewegingsonderwijs.

3.5.

Samenwerking onderwijs en kinderopvang – Kindcentra (KC)

Een van de gemeentelijke beleidsspeerpunten betreft de vorming van Kindcentra (hierna: KC). Een Kindcentrum is een voorziening voor kinderen van 0 tot 13 jaar, waar zij gedurende de dag komen om te leren, spelen, ontwikkelen en ontmoeten. De omgeving biedt een totaalpakket op het gebied van educatie, opvang en ontwikkeling, dat is afgestemd op de wensen en behoeften van ouders en kinderen in de wijk. De gemeente erkent het belang van een duurzame samenwerking tussen kinderopvang en basisonderwijs voor de doorgaande leer- en ontwikkellijn van kinderen. Deze samenwerking moet 1 Raadsvoorstellen Raadsvoorstel 24-08 Uitwerkingsmogelijkheden bewegingsonderwijs Dongen

Gemeente Dongen 9

eerst inhoudelijk worden opgebouwd, voordat men overgaat naar gezamenlijke huisvesting. Het idee van een Kindcentrum, waar onderwijs en opvang onder één dak plaatsvinden, kan de samenwerking versterken. In Dongen streven de schoolbesturen en de gemeente naar KC’s. De Rijksoverheid reageert positief op de toenemende samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang, aangezien beide sectoren gericht zijn op het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen. In de kinderopvang gebeurt dit spelenderwijs, terwijl in het onderwijs de focus ligt op educatie. Deze samenwerking wordt steeds intensiever om de ontwikkeling van jonge kinderen te bevorderen en om ouders en professionals beter te ondersteunen. Momenteel werkt de Rijksoverheid aan oplossingen voor de knelpunten in de samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang, zoals beschreven in de kamerbrief van 26 april 2023. Er wordt gestreefd naar een 'totaal dag-aanbod' (Rijke schooldag), waarin school en kinderopvang samenhangen, inclusief beleid voor voor- en vroegschoolse educatie (vve). Het is de verwachting dat in 2027 een nieuw stelsel voor de kinderopvang wordt ingevoerd, wat zal leiden tot een grotere vraag naar kindplaatsen (10-30%) en daarmee ook een grotere vraag naar huisvesting. Procesafspraak IHP Bij nieuwbouw is de gemeente bereid om te investeren in m2 voor de kinderopvang.

De gemaakte afspraken met de kinderopvang worden vastgelegd in een intentieovereenkomst (IOK). Het uitgangspunt is dat de kosten van de investeringen gedekt worden door een kostendekkende huur. Bij het bepalen van de uitvoeringspartner kinderopvang voor een nieuw te vormen Kindcentrum, wordt er door de schoolbesturen gecontroleerd of er geen handhavingszaken (hebben ge)lopen met de beoogde samenwerkingspartner van de kinderopvang. Handhavingszaken uit het verleden waarbij een last onder dwangsom of hoger is opgelegd hebben een negatief effect op het advies van de toezichthouder voor het mogen openen van een nieuwe locatie. Voor de gemeente levert dit een investeringsrisico op. Een dergelijke partner heeft hierdoor nadrukkelijk niet de voorkeur van de gemeente. Bij het nieuwe IHP (vervolg van deze startnotitie) worden er uniforme afspraken gemaakt betreffende de regeling over de verhuur aan andere maatschappelijke, culturele en/of recreatieve instellingen/ organisaties.

3.6.

Samenwerking zorg en onderwijs

Voor de komende uitvoeringsperiode van het IHP ligt er zowel regionaal als lokaal een flinke opgave op het gebied van inclusief onderwijs en de aansluiting van onderwijs en jeugdhulp. In de regio Breda is hier een projectgroep voor opgericht, waarbij we samen werken aan een sterke basis. Voor het Primair Onderwijs (PO) is de gemeente Dongen aangesloten bij het samenwerkingsverband RSV in Breda. De ambitie van de projectgroep richt zicht erop dat alle kinderen samen kunnen leren en opgroeien in hun eigen omgeving. Dat betekent dat zij zo dicht mogelijk bij huis onderwijs kunnen volgen, binnen een doorlopende ontwikkellijn die gelijke kansen biedt vanaf de kinderopvang tot aan hun volwassen leven. De gemeente, schoolbesturen en samenwerkingsverbanden hebben commitment uitgesproken bij de opgestelde ambities van deze projectgroep. Het uitgangspunt voor de komende jaren is dat we samen gaan optrekken om een stevige sociale pedagogische basis neer te zetten rondom het kind in de leeftijd van 0-18 jaar. Samen sterk rondom het kind in zijn eigen leefwereld (familie, wijk, onderwijs, opvang, zorg en online).

Landelijke, regionale en lokale opgave De (landelijke) opgave ligt er voor de schoolbesturen om zoveel als mogelijk leerlingen in het reguliere onderwijs op te vangen, leerlingen in het reguliere onderwijs te behouden en leerlingen die nu in het speciaal (basis) onderwijs zitten, daar waar mogelijk weer terug te laten komen in het reguliere onderwijs. Daarvoor moet goed onderzocht worden wat er nodig is om dit mogelijk te maken, waarbij samenwerking tussen onderwijs, samenwerkingsverband en gemeente essentieel is. Voor leerplicht en het thuiszitterspact is de gemeente Dongen aangesloten bij de regio Tilburg. Voor de uitvoering van leerplicht en het (landelijke) probleem van het aantal thuiszitters wordt hier zoveel als mogelijk regio-overstijgend in opgetrokken. De samenwerking met jeugdzorg, onder andere in de

10

vorm van Crossroads, wordt de komende periode geïntensiveerd hier wordt gezamenlijk in opgetrokken. Voor het voortgezet onderwijs (VO) is de gemeente Dongen aangesloten bij het samenwerkingsverband PortVolio in Tilburg. Voor de inkoopregio van jeugdhulp valt gemeente Dongen onder Regio Hart van Brabant waar ook Tilburg onder valt. Het veld is complex en de opgave over regio’s heen is groot. De gemeente Dongen werkt hierbij in nauwe samenwerking met de drie betrokken schoolbesturen, samenwerkingsverbanden, uitvoeringsorganen en aanpalende partners (zoals kinderopvang) om deze opgave scherp te krijgen en uit te voeren. Daarbij werken wij regionaal met elkaar samen en wordt er gekeken wat er zowel regionaal als lokaal ingeregeld moet (gaan) worden om dit goed uit te kunnen voeren. De onderwijsinhoudelijke taak die voor ons ligt is niet los te koppelen van onderwijshuisvesting. Hoe kunnen wij de Kindcentra zo bouwen dat zij ook ondersteunend zijn aan de inhoudelijke veranderingen die er de komende jaren in het onderwijs gemaakt gaan worden. Er moet ruimte komen om dit met elkaar te onderzoeken en ervaringen op te doen, naast het leren van landelijke ervaringen. Per project wordt bekeken wat de mogelijkheden hiervoor zijn. Daarbij geven wij in onderwijshuisvesting uitvoering aan het Verdrag voor mensen met een handicap. Alle KC’s moeten voor alle kinderen fysiek toegankelijk zijn.

3.7.

Omgevingsvisie

Op 25 mei 2023 heeft de gemeenteraad van Dongen de omgevingsvisie 2 "Ruimte voor Dongen" 3 vastgesteld. Deze omgevingsvisie is een belangrijk document, aangezien de Omgevingswet gemeenten verplicht om zo'n visie vast te stellen. Het doel van de omgevingsvisie is om de ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van Dongen voor de lange termijn, tot 2040, te bepalen. In de visie wordt gekeken naar de toekomst van de Dongense leefomgeving. Wat moet er gebeuren om de gewenste situatie in 2040 te bereiken? De visie is integraal van aard, wat betekent dat ze betrekking heeft op alle aspecten van de fysieke leefomgeving, zoals wonen, werken, natuur, verkeer en infrastructuur. De gemeente houdt ook rekening met sociale en maatschappelijke belangen, omdat deze niet los van elkaar kunnen worden gezien. Er wordt specifiek aandacht besteed aan het behouden van de unieke eigenschappen van de verschillende kernen binnen de gemeente. Dit zorgt ervoor dat Dongen haar eigen karakter behoudt, terwijl er tegelijkertijd ruimte wordt geboden voor de ambities die de gemeente onderscheiden van andere gemeenten. De omgevingsvisie is daarmee zowel een vooruitblik naar de toekomst als een plan om die toekomst vorm te geven, met oog voor het bestaande erfgoed en de diversiteit van de dorpen binnen Dongen.

2 Zie Omgevingsvisie Ruimte voor Dongen: https://dongen.antea-omgevingsvisies.nl/ 3 Raadsvoorstellen Raadsvoorstel Omgevingsvisie Ruimte Gemeente Dongen

11

4. Ambities optimale onderwijshuisvesting Onderstaande ambities beschrijven de werkwijze voor het opstellen van het definitieve IHP, waarbij de staat van gebouwen wordt getoetst aan de 4 ambities die gezamenlijk zijn opgesteld. De 4 ambities vormen de basis voor de uitvoering en worden vertaald naar objectieve criteria en normen. Dit betekent dat per cluster/wijk duidelijk wordt wat de huisvestingsbehoeften zijn voor onderwijs, kinderopvang, jeugdhulp, sport en cultuur, en wat dit betekent voor de prioritering en fasering van de benodigde maatregelen.

Gezond Gezond binnenklimaat & ventilatie Een goed binnenklimaat op scholen is essentieel voor de gezondheid en leerprestaties van kinderen en onderwijspersoneel. Covid-19 heeft het belang hiervan extra benadrukt. In de praktijk zijn CO₂gehaltes en binnentemperaturen vaak te hoog door slechte ventilatie, wat gezondheidsklachten kan veroorzaken. Er moet een combinatie zijn van licht van binnen naar buiten en van buiten naar binnen. Gemeenten, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties dragen gezamenlijk de verantwoordelijkheid om een gezond binnenklimaat in schoolgebouwen te realiseren en te monitoren. Hierbij wordt ingezet op bewezen technologieën. Als uitgangspunt geldt: • Voor nieuwbouw minimaal Frisse Scholen Klasse B. • Voor bestaande bouw minimaal Klasse C, conform het Programma van Eisen Frisse Scholen (2015). Tot slot streeft men bij nieuwbouw en renovatie naar een hoger kwaliteitsniveau dan wettelijk vereist (het Bouwbesluit), volgens het Kwaliteitskader huisvesting van Ruimte-OK (versie 2023 of nieuwer), met aandacht voor licht, lucht, geluid en temperatuur. Integratie sport, cultuur en wijkfunctie Onderdeel van een gezonde ontwikkelomgeving is de samenwerking met maatschappelijke partners, zoals sport, kunst & cultuur en de wijk. De omgeving, zowel binnen- als buiten, wordt zo ingericht dat beweging gestimuleerd wordt. Dit beperkt zich niet tot binnen schooltijd.

De gemeente faciliteert deze samenwerking en inrichting. 12

Daarnaast wordt het belang van multifunctioneel inzetbare ruimte in de wijk benadrukt. Er wordt gewaarschuwd om hierin niet te ver te gaan, aangezien de mogelijkheden niet onbeperkt zijn. Zo moet er voor de verhuur rekening worden gehouden met marktconforme prijzen, en minimaal kostendekkend om de investering terug te verdienen. Dit brengt vaak al beperkingen met zich mee. We streven naar ruimte die voor meerdere doeleinden inzetbaar is, dat past binnen de samenwerking en de ontwikkeling van kinderen bevordert. Openbare en groene schoolpleinen Daarnaast vinden we het belangrijk dat er avontuurlijke, groene en openbare beweegpleinen zijn. Er wordt gestreefd naar minimaal 5 m² per kind in plaats van de huidige 3 m³ per kind, wat bijdraagt aan betere benutting van de ruimte. Zowel bij nieuwbouw als renovatie van schoolpleinen, evenals in bestaande situaties, is er potentie om deze buitenruimtes beter te gebruiken. Schoolpleinen kunnen niet alleen voor de school, maar ook voor de buurt een belangrijke functie vervullen, bijvoorbeeld als buiten(sport)voorziening. Het vergroenen van deze pleinen helpt bij het verminderen van hittestress en versterkt de biodiversiteit. Er is een wens om schoolpleinen als openbaar terrein in te richten, wat samenwerking en afspraken vereist tussen gemeente en schoolbesturen over beheer, onderhoud, beveiliging en aansprakelijkheid.

In het Programma van Eisen (PvE) wordt rekening gehouden met de inrichting en beheer van het schoolplein.

Duurzaam De focus ligt op het bouwen van energieneutrale gebouwen (ENG), waarbij het streven is naar een duurzaam en toekomstbestendig ontwerp. Belangrijke aspecten van de duurzaamheidsdoelen zijn onder andere: •

• • •

• •

Energieneutrale gebouwen: De ambitie is om gebouwen energieneutraal te maken. wat betekent dat gebouwen over een jaar heen net zoveel energie verbruiken als ze opwekken uit hernieuwbare bronnen (zoals zonnepanelen). Dit betekent dat ze een netto energieverbruik van nul hebben en dus geen fossiele brandstoffen nodig hebben. Buitenruimte vergroenen: Er wordt gestreefd naar vergroening van de buitenruimte met nadruk op biodiversiteit, klimaatadaptatie en natuur-inclusief ontwerp. Regenwater- en grijswatersystemen: Deze systemen moeten zorgen voor een duurzame omgang met regenwater en het gebruik van grijswater (afvalwater). Energiemanagement: Oplossingen zoals batterijen en zonnepanelen worden ingezet, met aandacht voor het probleem van netcongestie. Er wordt voortdurend bekeken welke duurzame mogelijkheden er zijn om het probleem van netcongestie niet ‘tijdelijk’ op te lossen door een batterij te plaatsen, maar ‘voorgoed’ op te lossen. Hierbij zijn we afhankelijk van andere partijen. Circulair bouwen: Waar mogelijk worden materialen hergebruikt of bio-based materialen toegepast, met als doel afval en verspilling te minimaliseren. Passief bouwen: Het streven is om verder te gaan dan ENG door passief te bouwen, met zo min mogelijk installaties en een minimale energiebehoefte. We houden ontwikkelingen op dit vlak in de gaten.

De ambitie is om nieuwe en uitgebreide schoolgebouwen energieneutraal en aardgasvrij te maken, met het uitzicht dat dit vanaf 2050 wettelijk verplicht zal zijn. Een tussenstap vindt plaats in 2030: er wordt gestreefd naar een CO2-reductie van 49% t.o.v. de CO2 uitstoot in 1990 voor schoolgebouwen. De verwachting is dat de Europese Commissie de ambitie met betrekking tot energieneutraliteit in tijd naar voren zal halen. Circulair bouwen en het verminderen van afval en grondstofverspilling staan centraal. De vergroening van de buitenruimte bij zowel nieuwbouw als bestaande gebouwen is ook een prioriteit, evenals het monitoren van energieverbruik om de voortgang richting de landelijke en Europese klimaatdoelen te volgen.

13

Financiering en samenwerking Schoolbesturen en gemeenten moeten gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen. Als een gemeente duurzaamheid ambieert, moet ze de benodigde financiën beschikbaar stellen. Het regen- en grijswatersysteem wordt nadrukkelijk uitgesproken als basisvoorwaarde door schoolbesturen . Een standaard Technisch Programma van Eisen (T-PvE) wordt opgesteld als kader voor de verduurzaming. Daarin wordt per project gekeken naar gezamenlijke financieringsmogelijkheden. De leidende gedachte is dat een gebouw minstens 50 jaar meegaat en dus optimaal gebouwd moet worden met oog voor de toekomst. Het blijkt echter financieel uitdagend om ENG-gebouwen te realiseren vanwege de hoge investerings- en onderhoudskosten. Het is de vraag of er een positieve businesscase uit komt, waarbij het voor het schoolbestuur een voordeel in de exploitatie oplevert. Daarnaast wordt er onderzocht of het noodzakelijk is om alle ruimten in gebouwen minimaal energieklasse B moet zijn, met een mogelijke afweging tussen verblijfsruimten en verkeersruimte. Per businesscase wordt bekeken of er daardoor investeringsruimte is voor een schoolbestuur. Er wordt ingezet op samenwerking tussen gemeenten en schoolbesturen om duurzaamheidsdoelen te realiseren, zowel tijdens renovatie- en nieuwbouwprojecten als bij andere mogelijkheden om stappen te zetten in de verduurzaming van schoolgebouwen.

Hierbij wordt gekeken naar gezamenlijke oplossingen die meerdere doelen dienen. Hierbij is financieel rendement niet het enige leidende principe, maar ook het belang van duurzaamheid an sich en het geven van het goede voorbeeld aan de jeugd.

Adaptief, flexibel & modulair Aanpasbaarheid en flexibiliteit • Onderwijsgebouwen moeten makkelijk aanpasbaar zijn aan veranderende onderwijsconcepten. Modulair en flexibel bouwen biedt kansen, maar roept ook vragen op over de praktijk en werkbaarheid. • Lokalen en ruimtes moeten eenvoudig op- en afschaalbaar zijn bij leerlingkrimp of -groei. • Compartimentering van gebouwen (bijv. aparte ingangen) maakt deelgebruik mogelijk, ook buiten schooltijden. • Uniformiteit in technische installaties wordt nagestreefd om onderhoud en gebruik te vereenvoudigen, zonder dat dit ten koste gaat van de eigen identiteit van scholen. Ruimtegebruik en samenwerking • Stimuleren van gedeeld gebruik van ruimtes met andere sectoren zoals kinderopvang (KO), voortgezet onderwijs (VO), jeugdzorg en maatschappelijke initiatieven. • Belangrijk is om vooraf afspraken te maken over hoe vrijgekomen ruimtes worden benut bij gedeeld gebruik door meerdere scholen. Per cluster/wijk en per KC wordt gekeken naar: o Goede spreiding van scholen over de verschillende clusters. o Delen van ruimte en personeel met maatschappelijke partners. o Meervoudig en multifunctioneel gebruik van binnen- en buitenruimten. o Een integrale benadering van opgaven rondom huisvesting voor onderwijs, opvang, zorg, sport en cultuur. Toekomstgerichte aanpak De verwachte stijging in ruimtebehoefte vraagt om tijdelijke en slimme keuzes.

Flexibiliteit zit niet alleen in gebouwen, maar vooral ook in organisatie, gedrag en gebruik. Gemeente Dongen heeft baat bij schoolgebouwen die mee kunnen bewegen met veranderende behoeften in het funderend onderwijs én aanpalende functies.

14

Inclusief en passend Om optimale ontwikkelkansen te realiseren voor alle kinderen en jongeren van 0 tot 18 jaar in de gemeente Dongen, wordt ingezet op een integrale en samenhangende benadering van onderwijs, kinderopvang, jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning. Het uitgangspunt is dat elk kind in de eigen wijk of buurt naar school moet kunnen gaan, met voldoende keuzevrijheid voor ouders dichtbij huis. Deze spreiding van het onderwijsaanbod voorkomt onnodig reizen en versterkt de sociale cohesie in de wijk. De school wordt steeds meer een plek waar onderwijs en ondersteuning samenkomen. Dit betekent dat maatschappelijke partners, zoals de gemeente, jeugdhulpverlening en schoolmaatschappelijk werk, een plek krijgen in of rondom de school. Daarbij ligt de nadruk op inhoudelijke samenwerking, niet op het delen van een gebouw om praktische redenen: een KC is geen bedrijfsverzamelgebouw, maar een plek voor inhoudelijk partnerschap. Multifunctioneel gebruik van ruimten is wenselijk, mits vooraf goed wordt vastgelegd wie verantwoordelijk is voor beheer en onderhoud vanuit verhuur of medegebruik. Het gaat hier om ruimtelijk maatwerk. Per project wordt een afweging gemaakt om multifunctioneel gebruik toe te passen of om toch extra vierkante meters aan het gebouw toe te voegen.

Er wordt uitgegaan van multifunctioneel ruimtegebruik zónder directe investering in extra vierkante meters, die de gewenste functionaliteit en inclusiviteit opleveren. Deze afweging wordt meegenomen in het uit te voeren haalbaarheidsonderzoek. Een belangrijke ontwikkeling is de versterking van de pedagogische basis rondom het jonge kind. Dit gebeurt in samenwerking met ouders, kinderopvang, sportverenigingen, ondernemers en andere maatschappelijke partners in de wijk. Ouders worden nadrukkelijker betrokken als opvoedkundige en pedagogische partners. Maar ieder in zijn eigen rol, met goede afstemming op de schoolpraktijk. Inclusiever onderwijs wordt nagestreefd tot en met ondersteuningsniveau 4 voor het primair onderwijs, maar volledig inclusief onderwijs wordt niet als haalbaar of wenselijk gezien. Ondersteuningsniveau (ON) 1, 2 en 3 vallen onder de basisondersteuning. Onder niveau 1 wordt algemene preventie in de groep door de groepsleerkracht verstaan. Niveau 2 betreft extra ondersteuning in de groep door de groepsleerkracht. In niveau 3 wordt extra ondersteuning binnen (meest wenselijk) of buiten de groep geboden. ON 4 is de lichte ondersteuning. Voor leerlingen in ON 4 ontvangt de school extra ondersteuning vanuit het samenwerkingsverband. Kinderen die meer nodig hebben dan lichte ondersteuning ontvangen binnen ON 5 zware ondersteuning vanuit het samenwerkingsverband.

Tenslotte is het essentieel om de samenwerking tussen kinderopvang (KO), primair onderwijs (PO) en voortgezet onderwijs (VO) te optimaliseren. Alleen zo kan een doorgaande ontwikkellijn voor kinderen worden gerealiseerd. Bij de uitwerking van het Integraal Huisvestingsplan wordt daarom aangesloten op bestaande beleidskaders zoals de Onderwijsvisie, de Lokale Educatieve Agenda (LEA) en het VVE-beleid. Huisvesting is hierin geen doel op zich, maar volgt de visie op samenwerking en kindontwikkeling.

15

5. Basisafspraken schoolbesturen, kinderopvang en gemeente 5.1.

Samenwerkingsafspraken

Bij de ontwikkeling van Kindcentra (KC’s) is een goede samenwerking tussen gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties essentieel. We hebben hier een uniforme werkwijze voor ingericht via een bouwheerovereenkomst en exploitatieovereenkomst. Hierin worden de taken en verantwoordelijkheden van de betrokken partijen omschreven, waarbij dit verder afhankelijk is van wie als bouwheer optreedt: het schoolbestuur of de gemeente. Conform wetgeving is het bevoegd gezag (schoolbestuur) bouwheer, tenzij anders overeengekomen met het college. Er zijn situaties waarbij de keuze voor bouwheerschap bij de gemeente komt te liggen. Dit gebeurt onder andere wanneer een school in een multifunctionele accommodatie gehuisvest wordt of onderdeel is van een grotere gebiedsontwikkeling. Wat betreft het eigendom geldt dat schoolgebouwen juridisch eigendom zijn van de schoolbesturen. De gemeente behoudt echter het economisch claimrecht op zowel de gebouwen als de grond. In de initiatieffase, waarin een haalbaarheidsonderzoek wordt uitgevoerd, ligt de verantwoordelijkheid bij de gemeente. Wanneer andere partijen, zoals kinderopvangorganisaties, deel uitmaken van het gebouw, dienen in deze fase de gezamenlijke kaders te worden vastgelegd in een intentieovereenkomst (IOK). Alle partijen hebben de gezamenlijke opdracht om flexibel in te spelen op maatschappelijke ontwikkelingen.

Dit vraagt om een professionele en oplossingsgerichte samenwerking. Het schoolbestuur, en andere partners indien aan de orde, wordt actief betrokken bij dit haalbaarheidsonderzoek. In de definitiefase wordt het Programma van Eisen (PvE) en het ontwerp uitgewerkt, waarin de bouwheer aan zet is.. Hiervoor wordt een voorbereidingskrediet (8% van het geraamde investeringskrediet) aangevraagd. In de realisatiefase stelt de gemeente een vergoeding voor bouw (het uitvoeringskrediet) beschikbaar. Dit is in beginsel 92% van de geraamde kosten - niet in één keer maar op basis van betalingstermijnen welke zijn overeengekomen met uitvoerende partijen. Het door de gemeenteraad beschikbaar gestelde budget is het taakstellend budget voor de uitvoering van projecten. -

-

De gemeente heeft wettelijk gezien de zorgplicht om te zorgen voor voldoende en passende onderwijshuisvesting. Dit betekent dat zij verantwoordelijk is voor de financiering van nieuwbouw, uitbreiding bij groei, de eerste inrichting van scholen en ruimte voor bewegingsonderwijs. De schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het geven van onderwijs en voor het beheer, onderhoud en de exploitatie van de schoolgebouwen. Ook kwaliteitsverbeteringen en tussentijdse aanpassingen vallen onder hun verantwoordelijkheid. Maatschappelijke partners, zoalskinderopvangorganisaties, zijn zelf verantwoordelijk voor de huisvesting van voorschoolse educatie, kinderopvang en buitenschoolse opvang. In de gemeente Dongen zijn hier verschillende invullingen van, waarbij wordt gestreefd naar samenwerking in Kindcentra (KC) die kinderen van 0 tot 13 jaar een doorgaande ontwikkellijn bieden. In het op te stellen IHP trekken gemeente, schoolbesturen en kinderopvang samen op.

16

5.2.

Organisatorische afspraken

Tweemaal per jaar vindt er een Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) plaats, waaraan gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties deelnemen. Bij deze overleggen wordt de voortgang van het IHP besproken en kan waar nodig bijgestuurd worden.

5.3.

Financiële afspraken

De actualisatie van de IHP-budgetten gebeurt op basis van de nieuwste normbedragen die door de VNG jaarlijks worden vastgesteld. Deze budgetten zijn indicatief van aard. Dit betekent dus niet dat de toegekende taakstellende bouwbudgetten automatisch de jaarlijkse indexatie erbij krijgen. In de initiatieffase wordt op basis van de meest recente norm een taakstellend budget vastgesteld, samen met een specificatie van locatiegebonden en bijkomende kosten. Op basis van deze VNG-norm kan ook het voorbereidingskrediet worden aangevraagd door de bouwheer, doorgaans 8% van de normvergoeding. Bij de aanbesteding voor de daadwerkelijke realisatie is het belangrijk dat de bouwheer de uitkomsten helder vastlegt en onderbouwt. In het geval van afwijkingen van de norm – of deze nu hoger of lager uitvallen – is een duidelijke verantwoording noodzakelijk. Indien de kosten hoger uitvallen dan begroot, kan de bouwheer een voorstel tot wijziging van het realisatiebudget voorleggen aan de gemeenteraad ter goedkeuring. Goede onderwijshuisvesting vergt substantiële investeringen. Tegelijkertijd neemt de financiële ruimte van zowel gemeenten als onderwijs- en kinderopvangorganisaties af, mede door stijgende exploitatiekosten en investeringslasten. Hierdoor kan het voorkomen dat investeringen worden uitgesteld of beperkt blijven tot wat financieel haalbaar is.

Samenwerking in middelen, ruimte en personeel kan daarbij een oplossing bieden. Voor de financiering van onderwijshuisvesting bestaan er twee aparte geldstromen: 1. de gemeente ontvangt middelen via het gemeentefonds 2. schoolbesturen ontvangen middelen via de lumpsum. Bij nieuwbouwprojecten wordt uitgegaan van een gebruiksduur van minimaal 40 jaar, en worden afgeschreven over 50 jaren. Renovaties na deze periode moeten de levensduur van een gebouw met ten minste 25 jaar verlengen. Voor kinderopvang geldt dat de huisvesting niet landelijk geregeld is. Veel gemeenten werken met huurovereenkomsten voor een langere periode met kinderopvangorganisaties, zodat er financieringsdekking is. Deze afspraken worden lokaal ingevuld. Ten aanzien van duurzaamheid is er sprake van een gedeelde verantwoordelijkheid. De gemeente draagt, op basis van geldende regelgeving zoals het vigerende Bouwbesluit, zorg voor de bekostiging van wettelijke duurzaamheidsmaatregelen, zoals BENG-eisen en gasloos bouwen bij nieuwbouw. De ambitie is om energieneutraal (ENG) te bouwen. Dit brengt extra kosten met zich mee die in beeld moeten worden gebracht in een businesscase waar een kostenraming uit volgt, alvorens daarin een keuze wordt gemaakt. Het IHP sluit aan op een meerjarig investeringsschema van zowel gemeente als schoolbesturen.

Dit gebeurt in cycli van 4 jaar, waarbij de eerste 4 jaar concreet zijn gekoppeld aan het uitvoeringsprogramma, uitvoeringsplan en de begroting. Verder vooruitkijken wordt minder zeker, omdat gebouwgegevens en ruimteprognoses momentopnames blijven.

17

6. IHP-maatregelen Dit hoofdstuk bespreekt de scenario’s voor de onderwijshuisvesting. Eerst wordt er ingegaan op de algemene maatregelen binnen het IHP. Vervolgens wordt een toelichting gegeven over de actuele stand van zaken uit het huidige Plan van aanpak onderwijshuisvesting (2018) en de Onderwijsatlas (2021).

6.1.

6.1.1.

Maatregelen nieuwbouw, renovatie en uitbreiding

Nieuwbouw

Vervangende nieuwbouw is een maatregel die van toepassing is op gebouwen die minstens 40 jaar oud zijn, of circa 25 jaar na een levensduurverlengende renovatie. Hierbij wordt uitgegaan van de normatieve ruimtebehoefte aan de hand van de geldende leerlingprognose. Bij de start van het project (in de initiatieffase) wordt de benodigde oppervlakte in m² bvo vastgesteld. Een (eventuele) gymzaal wordt ook meegenomen in de vervangende nieuwbouw. 6.1.2.

Renovatie

Bij een renovatie is sprake van ingrijpende bouwkundige en installatietechnische aanpassingen in- en aan een schoolgebouw. De renovatie wordt zo uitgevoerd dat het gebouw, door de gekozen constructies en materialen, weer voor minimaal 25 jaar geschikt is als volwaardige onderwijsvoorziening. Renovatie gaat verder dan alleen verbeteringen aan technische aspecten, maar neemt ook aanpassingen die de onderwijskundige functionaliteit en de beschikbare ruimte verbeteren mee. Daarnaast kan renovatie worden ingezet als vervangende nieuwbouw, indien het gebouw weer voor minimaal 40 jaar als volwaardige onderwijsvoorziening geschikt wordt gemaakt. Bij renovatie wordt uitgegaan van het volledige bestaande bruto vloeroppervlak (BVO) van het gebouw, ongeacht de actuele huisvestingsbehoefte. Dit betekent dat het hele gebouw wordt meegenomen in de plannen. Bij normatieve overmaat en dus leegstand van het gebouw kan besloten worden om gebouwdelen af te stoten en deze niet mee te nemen in de renovatie. De kostenraming komt voort uit het haalbaarheidsonderzoek. Daarbij kan een renovatiefactor worden opgesteld, variërend van minimaal 60% bijdrage gemeente, tot 100% gemeente. Dit is mede afhankelijk van het aantal jaren levensduurverlenging.

Daarnaast wordt ook gekeken naar de eerder gedane investeringen vanuit de reguliere instandhoudingsverplichting van de school, met een doorkijk naar de uitvoering van de maatregel. Indien uitvoering van de maatregel renovatie pas in het 12 e jaar gepland staat, heeft dit gevolgen voor de instandhoudingsverplichting van het schoolbestuur. Hoe meer het in de richting van nieuwbouw komt, hoe hoger de bijdrage van de gemeente. Daarmee kan renovatie een duurzamere oplossing zijn dan nieuwbouw. Daarnaast omvat renovatie ook maatregelen op het gebied van onderhoud en verbetering van de functionele kwaliteit van het gebouw. De bijdrage van het schoolbestuur bij renovatie is mede afhankelijk van de uitkomsten van een haalbaarheidsonderzoek en de daaruit voortvloeiende renovatiefactor. Renovatie is daarmee een maatwerkoplossing, die in overleg met de gemeente, het schoolbestuur en kinderopvang wordt uitgewerkt. 6.1.3.

Uitbreiding

De gemeente is verantwoordelijk voor het realiseren van uitbreidingen in de onderwijshuisvesting. Deze uitbreidingen kunnen zowel tijdelijk als permanent zijn. Of een uitbreiding tijdelijk of permanent wordt uitgevoerd, hangt af van de leerlingenprognose. -

Permanente uitbreiding: wanneer op basis van de prognose wordt verwacht dat het leerlingenaantal gedurende ten minste 15 jaar niet past binnen de capaciteit van het gebouw.

18

-

Tijdelijke uitbreiding: wanneer wordt voorzien dat het leerlingenaantal voor een periode van minimaal 4 jaar niet aansluit bij de beschikbare ruimte.

6.2.

Actuele stand van zaken uitvoering IHP

Er wordt stilgestaan bij de reeds uitgevoerde IHP-maatregelen, de IHP-maatregelen in ontwikkeling en de scholen die nog geen plek hebben in het huidige Plan van aanpak onderwijshuisvesting (2018) en de Onderwijsatlas (2021).

6.2.1.

IHP-maatregelen gereed KC Sint Agnes

Bouwheer = Stichting Initia (in 2024 overgenomen door Mondiaen) Betrokken partijen = RO groep / Architectenbureau Kees Jacobs BNA 100 leerlingen 19

703 m2 basisschool Sint Agnes 50 m2 bvo kinderopvang Stichting Kid 60 m2 bvo pieklokaal Cambreur College Bouwheer = OMO – Cambreur College Projectmanagementbureau = HEVO 7.132 m2 bvo onderwijs + gymzalen Investeringsbudget gemeente: €13.200.000 Aanvullend investeringsbudget OMO: € 2.500.000 Anspachschool Bouwheer = PCPO Projectmanagementbureau = Qwinq 308 leerlingen, aantal vierkante meters (m2) niet bijgesteld na maximum leerlingprognose 2023 1698 m2 basisschool J.J. Anspach 181 m2 bvo kinderopvang Petito’s Investeringsbudget gemeente: € 6.463.916 Aanvullende investering PCPO: € 256.185

6.2.2.

IHP-maatregelen in ontwikkeling Kindercampus Heilig Hart

Bouwheer = Mondiaen Projectmanagementbureau = SORS 454 leerlingen o.b.v. leerlingprognose 2023 2484 m2 basisschool Heilig Hart 418 m2 bvo kinderopvang Stichting Kid 708 geïntegreerde gymzaal Investeringsbudget: € 11.083.000 Krediet verlaagd vanwege wegvallen van accupakket (batterij t.b.v. netcongestie): € 10.863.000

KC ’s Gravenmoer Bouwheer = gemeente Projectmanagementbureau = ICS 178 leerlingen o.b.v. leerlingprognose 2023 1296 m2 basisschool De Springplank + basisschool De Wegwijzer 227 m2 bvo kinderopvang De Toverdroom 520 m2 bvo gymzaal ‘t Wiel 20

Investeringsbudget: oorspronkelijk € 5.286.120 Aanvullend krediet (begin 2024): €3.523.880 → extra m2, stijging bouwkosten en batterij i.v.m. netcongestie. KC Biezenkring Bouwheer = gemeente Projectmanagementbureau = Embera 286 leerlingen o.b.v. leerlingprognose 2023 1639 m2 basisschool Biezenkring 252 m2 bvo kinderopvang De Toverdroom 511 m2 bvo geïntegreerde gymzaal Investeringsbudget: € 9.654.000 KC West Project opgenomen in Plan van aanpak onderwijshuisvesting (2018) en Onderwijsatlas (2021). Unilocatie = Vlinderboom en Westerkim met kinderopvang onder één dak • Keuzevrijheid voor ouders maximaal • Flexibiliteit in de huisvesting: groei en krimp kan met een intelligent ontwerp van het gebouw worden opgevangen. Een bijkomend voordeel is dat voorzieningen gedeeld gebruikt kunnen worden. Voor de nieuwbouw van KC West is bij het vaststellen van de programmabegroting 2022-2025 besloten om de nieuwbouw uit te stellen naar een zo spoedig mogelijk moment na 2028. Geraamd investeringsbudget in scenario (prijspeil 1 januari 2024): € 10.334.000 Beide schoolbesturen (Mondiaen en Stichting Floriander) wensen een herziening van het project KC West. Met voortschrijdend inzicht worden andere opties ook verkend. In het definitieve IHP wordt de omvang en vorm van project KC West opgenomen. 6.2.3.

Niet opgenomen in het IHP

Projecten die nog geen plaats hebben in het Plan van aanpak onderwijshuisvesting (2018) of de Onderwijsatlas (2021), zijn: - Achterberg - Sint Jan - Cambreur College gebouw B In het nieuw op de stellen IHP worden deze gebouwen meegenomen in een haalbaarheidsonderzoek, zie hoofdstuk 7.

21

7. Vervolg 7.1.

Aanvraag haalbaarheidsonderzoeken

Voordat projecten in het IHP een plaats krijgen, moet er een haalbaarheidsonderzoek worden uitgevoerd. Een belangrijk onderdeel van een haalbaarheidsonderzoek is de beoordeling van het huidige en gewenste kwaliteitsniveau van de onderwijshuisvesting. We gaan hierbij uit van de in hoofdstuk 4 beschreven ambities: 1. Gezond 2. Duurzaam 3. Adaptief, flexibel & modulair 4. Inclusief en passend Het haalbaarheidsonderzoek bestaat uit 3 onderdelen: 1. Nulmeting 2. Scenariostudie 3. Businesscase Bij de nulmeting wordt, naast bovengenoemde ambities, ook gekeken naar de normatieve ruimtebehoefte, de technische staat van het gebouw en van de installaties, de geschiktheid en ervaring van het gebouw voor het gebruik van onderwijs (functionele kwaliteit), het binnenklimaat, duurzaamheid, de bereikbaarheid en veiligheid van het gebouw en sportaccommodatie, en de mate van integratie met andere maatschappelijke functies zoals kinderopvang. Daarnaast worden er strategische keuzes gemaakt ten aanzien van spreiding, omvang en onderwijskundige visie met het oog op levensduurverlenging, verduurzaming en toekomstige leerlingaantallen. Op basis van deze criteria wordt een helder beeld geschetst van de kwaliteit van de bestaande gebouwen. De uitkomst van deze nulmeting vormt de basis voor de scenariostudie.

Daarbij worden verschillende scenario’s en maatregelen onderzocht, zijnde: (gedeeltelijke) nieuwbouw op de huidige locatie, nieuwbouw op een andere locatie, (gedeeltelijke) renovatie gelijk aan nieuwbouw, levensduurverlengde renovatie tot aan kleinschalige ingrepen zoals verduurzaming van het gebouw. Uit het haalbaarheidsonderzoek volgt welk scenario het meest passend is. Ook wordt hierbij gekeken naar tijdelijke huisvesting indien nodig en de gevolgen van eventueel slopen. De uitkomst van de scenariostudie geeft de prioritering en mogelijkheden voor uitvoering van projecten weer. Het voorkeursscenario wordt doorgerekend in een businesscase. Daarin worden een aantal keuzemogelijkheden (‘schuifjes’) met gevolgen in financiën weergegeven, zoals de stap van BENG naar ENG of extra vierkante meters ten behoeve van inclusief onderwijs. Projecten die nog niet zijn opgenomen in het bestaande Plan van Aanpak onderwijshuisvesting (2018) en de Onderwijsatlas (2021) zijn de Achterberg, Sint Jan en gebouw B van het Cambreur College. Deze gebouwen zullen na uitvoering van het haalbaarheidsonderzoek desgewenst een plek krijgen in het nieuw op te stellen Integraal Huisvestingsplan (IHP). Hiermee wordt gewerkt aan een planmatige en toekomstgerichte ontwikkeling van de onderwijshuisvesting.

7.2.

Proces om te komen tot een definitief IHP

Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs. Dit gebeurt op basis van op overeenstemming gericht overleg (OOGO) met de schoolbesturen en kinderopvangorganisaties. De wethouder met portefeuille onderwijshuisvesting fungeert hierbij als eerste aanspreekpunt en is belast met de taak om de gemeenteraad periodiek te informeren over investeringen die voortvloeien uit het Integraal Huisvestingsplan (IHP). De gemeenteraad heeft op haar beurt de verantwoordelijkheid om het IHP en de bijbehorende verordening vast te stellen, gezien de financiële consequenties die daarmee gepaard gaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15978026/1