Bijl1- 25-63 Ontwerp motivering TAM-IMRO omgevingsplan, Groenstraat 8
Tekst van het document
Door te kijken naar het gebied waar dan een groep van ≥10 personen tegelijk kan overlijden als er iets fout gaat. Het groepsrisico is geen harde norm, het bevoegd gezag moet er rekening mee houden bij het toestaan van bepaalde activiteiten met gevaarlijke stoffen. In het omgevingsplan en bij de vergunningverlening. Aandachtsgebieden Aandachtsgebieden zijn gebieden rond activiteiten met gevaarlijke stoffen die zichtbaar maken waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen. Dat betekent dat zich binnen dat gebied bij een ongeval met gevaarlijke stoffen levensbedreigende gevaren voor personen in gebouwen kunnen voordoen. Ook al is de kans daarop klein. Aandachtsgebieden zijn er voor brand, explosie en gifwolk. Afhankelijk van het type activiteit met gevaarlijke stoffen, zijn er voor het aandachtsgebied in de regelgeving vaste afstanden vastgesteld of zijn deze afstanden rekenkundig bepaald conform bijlage VII van het Bkl. Risicovolle activiteiten hebben van rechtswege aandachtsgebieden (art. 5.12 Bkl). Voorschriftengebied De gemeente kan binnen aandachtsgebied voorschriftengebieden aanwijzen. Een voorschriftengebied kan een deel van of het gehele aandachtsgebied zijn.
De gemeente wijst in dat geval een locatie binnen een (brand- of explosie)aandachtsgebied als (brand- of explosie)voorschriftengebied aan in het omgevingsplan (art. 5.14 Bkl). In dit deel van het aandachtsgebied gelden dan aanvullende bouweisen voor nieuwbouw en vervangende nieuwbouw van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen. Deze aanvullende bouweisen staan in de artikelen 4.90 tot en met 4.96 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). De aanvullende bouweisen gelden niet voor bestaande gebouwen die binnen een voorschriftengebied liggen. Locaties voor nieuwe zeer kwetsbare gebouwen in een brandof explosieaandachtsgebied moeten altijd worden aangewezen als voorschriftengebied. Register Externe Veiligheidsrisico’s In het Register Externe Veiligheidsrisico’s (REV) zijn de risico’s met gevaarlijke stoffen vastgelegd. De afstanden met betrekking tot het plaatsgebonden risico, brand-, explosie- en gifwolkaandachtsgebied, explosieaandachtsgebied vuurwerk, civiele of militaire explosieaandachtsgebied wordt visueel weergegeven via geografische kaarten zoals de kaart van Atlas Leefomgeving en EV signaleringskaart. Op deze kaart zijn onder andere de PR-10-6-contour en aandachtsgebieden visueel weergegeven.
Transportroutes De afstand van PR-10-6 en aandachtsgebieden voor transportroutes als bedoeld in artikel 1 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, over het basisnet zijn opgenomen in Bijlage VII, onder C, van BKL. Bijlage VII, onder C verwijst naar bij ministeriële regeling aangewezen afstanden voor het plaatsgebonden risico. Conform artikel 2.23 (aandachtsgebieden) van de Omgevingsregeling betreffen dit de afstanden
44 van 54
zoals opgenomen in Bijlage 1 van de Regeling basisnet voor wegen en Bijlage 2 van de Regeling Basisnet voor spoorwegen. In Bijlage VII, onder C zijn voor brandaandachtsgebieden een afstand van 30 meter en voor een explosie aandachtgebied 200 meter opgenomen. Buisleidingen De afstand van PR-10-6 en aandachtsgebieden voor buisleidingen (als bedoeld in artikel 3.101, eerste lid, onder a tot en met d, van het Besluit activiteiten leefomgeving) zijn berekend (zie Bijlage VII, onder D, onder 2 van BKL. Deze afstand is geregistreerd in het REV en weergegeven op de geografische kaarten.
5.12.2. Toetsing aan beleid
Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan normen vermeld in bovengenoemde regelgeving. Een ontwikkeling is niet toegestaan indien deze leidt tot een overschrijding van de grenswaarden. Van de standaardwaarden kan gemotiveerd worden afgeweken. Toetsing aan het beleid begint met de inventarisatie van de omgeving van de planlocatie. Dit is inzichtelijk gemaakt middels onderstaande uitsnede van de EV-signaleringskaart, zie Afbeelding 25.
Afbeelding 25: Kaart externe veiligheid Atlasleefomgeving (planlocatie zwart omcirkeld)
Het plan voorziet wel in de realisatie van nieuwe (beperkte) kwetsbare objecten. Aangezien de planlocatie niet binnen de plaatsgebonden risico contour of binnen een aandachtsgebied ligt zijn geen risico’s aanwezig voor de voorgenomen ontwikkelingen. Het aspect omgevingsveiligheid leidt niet tot een belemmering voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 5.13. Technische infrastructuur Technische infrastructuur betreft een relevant planologisch aspect waarbij rekening moet worden gehouden bij het opstellen van een omgevingsplan. Onder andere ondergrondse leidingen, hoogspanningsleidingen en radarverstoringsgebieden hebben betrekking op technische infrastructuur.
45 van 54
5.13.1. Ondergrondse leidingen
Op de EV-signaleringskaart en in het omgevingsplan dient gecontroleerd te worden of er aanduidingen zijn opgenomen voor riooltransportleidingen en/of watertransportleidingen. Riooltransportleidingen en watertransportleidingen betreffen leidingen die geen betrekking hebben op omgevingsveiligheid maar op technische infrastructuur. Binnen of nabij de planlocatie zijn geen relevante (buis)leidingen aanwezig (zie Afbeelding 25). Derhalve zijn in het omgevingsplan geen beperkingen opgenomen binnen de bouwregels. Voordat er gebouwd wordt zal er een KLIC-melding gemaakt worden om relevante kabels en leidingen binnen en nabij de planlocatie in beeld te brengen.
5.13.2. Hoogspanningslijnen
Elektriciteit wordt in Nederland vanuit een energiecentrale d.m.v. (bovengrondse) hoogspanningslijnen verplaatst. Bij het transport van elektriciteit door (bovengrondse) hoogspanningslijnen ontstaan magnetische velden, welke mogelijk effect kunnen hebben op de gezondheid van mensen. In het kader van onderhavige procedure zal gemotiveerd moeten worden dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties met de beoogde ontwikkeling.
Afbeelding 26: Locatie hoogspanningsleidingen (planlocatie rood omkaderd)
Conform de RIVM-netkaart zijn geen hoogspanningslijnen in het gebied aanwezig (zie bovenstaande afbeelding). De beoogde ontwikkeling zal niet zorgen voor een nieuw gevoelig object binnen een magneetveld, derhalve zullen de hoogspanningslijnen geen negatief effect hebben op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
5.13.3. Radarverstoringsgebied
In Nederland staan verschillende radarposten die dienen voor de vliegveiligheid en de nationale veiligheid. Om zeker te stellen dat de defensieradars niet in onaanvaardbare mate worden verstoord door hoge objecten, zijn in het Bkl bepalingen opgenomen om de defensieradars te beschermen. In artikel 5.155 en 5.161a van het Bkl zijn regels opgenomen met betrekking tot een maximale bouwhoogte van bouwwerken binnen 15 km, dan wel 75 km van een radarverstoringsgebied. In bijlage XIV, onder e van het Bkl zijn de maximale bouwhoogtes opgenomen binnen radarverstoringsgebieden. De laagste maximale bouwhoogte zoals opgenomen in deze bijlage bedraagt
46 van 54
24 meter. Er wordt geen bebouwing van hoger dan 24 meter gerealiseerd. Derhalve voldoet het initiatief aan eisen zoals opgenomen in het Bkl. 5.14. Volksgezondheid Gezondheidsrisico’s zijn een optelsom van blootstelling, gevaar en impact. Bij blootstelling wordt er gekeken hoeveel ziekteverwerkers een persoon binnen moet krijgen om geïnfecteerd te raken of ziek te worden. Gevaren zijn er in diverse vormen, zoals biologisch (bijv. ziekteverwekkende bacteriën), chemisch (bijv. diergeneesmiddelen of bestrijdingsmiddelen) of fysisch (zoals elektriciteit of ter plaatse gewond raken). Impact staat voor de grootte van het effect dat veroorzaakt wordt. Er zijn al diverse onderzoeken uitgevoerd naar de mogelijke relatie tussen (intensieve) veehouderij en volksgezondheid. De laatste onderzoeken dateren van 16 juni 2017 en 1 september 2018 en zijn vervolgonderzoeken op het onderzoek veehouderij en gezondheid omwonenden (VGO), dat op 7 juli 2016 is gepubliceerd. In dit onderzoek is endotoxine in de (fijn)stof emissie uit intensieve veehouderijen een relevante component gebleken voor luchtwegklachten. Gezondheidseffecten worden veroorzaakt door de combinatie van emissies van fijnstof, aan stofdeeltjes gebonden endotoxine en ammoniaksecundair fijnstof uit de veehouderijen.
Endotoxine wordt gezien als een goede indicator voor blootstelling van omwonenden aan stoffen uit stallen die een negatieve invloed hebben op de luchtwegen. Derhalve wordt een maximale endotoxinewaarde van 30 EU/m 3 geadviseerd. Uit de vervolgonderzoeken is o.a. gebleken dat de concentratie endotoxinen in de lucht toeneemt naarmate de afstand tot een veehouderij kleiner wordt of de dichtheid toeneemt. De planlocatie is gelegen buiten de bebouwde kom. Binnen een afstand van 50 meter van de planlocatie zijn geen veehouderijen gelegen. De dichtstbijzijnde veehouderij ten opzichte van de planlocatie ligt aan de Hogedijk 54 te Oosteind. Dit betreft een rundveehouderij. Deze rundveehouderij ligt op 180 meter van de dichtstbijzijnde verblijfsplaatsen. Hiermee wordt dus voldaan aan de gestelde vaste afstanden in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Voor rundveehouderijen geldt dat de effecten op de volksgezondheid naar de omgeving zeer beperkt zijn vanwege de beperkte emissies van met name fijnstof. Bovendien moet iedere veehouderij voldoen aan wet- en regelgeving voor diverse milieuaspecten, zoals ammoniakuitstoot, geur, fijnstof, aanwezigheid en gebruik van gevaarlijke stoffen, aan- en afvoer van meststoffen, geluid, brandveiligheid, etc. Indien een veehouderij niet voldoet, zal een vergunning dus niet verleend worden/een omgevingsplan dus niet vastgesteld worden.
Er mag vanuit worden gegaan dat de grenswaarden die in de wet zijn opgenomen de volksgezondheid in voldoende mate beschermen. Gezien de grote afstand van de planlocatie tot veehouderijen in de omgeving, kan dus worden geconcludeerd dat er vanuit het aspect volksgezondheid geen onevenredige nadelige effecten zullen optreden binnen de planlocatie. 5.15. Landschappelijke inpassing Zoals benoemd in paragraaf 3.2.2 betreft de beoogde ontwikkeling een categorie 2 ontwikkeling. Dit leidt ertoe dat de planlocatie landschappelijk ingepast moet worden. De planlocatie wordt ingepast door verschillende knip- en scheerheggen aan te planten. Ook worden er fruitbomen aangeplant en zullen er bestaande groenstructuren behouden blijven. Een voorbeeld hiervan is de houtwal rondom de planlocatie. In de beoogde situatie blijft het middenpad waterdoorlatend en worden ook vogelkasten opgehangen. Door de landschappelijke inpassing wordt het eigen karakter van het gebied versterkt. Bovengenoemde landschapsmaatregelen zorgen voor een versterking van het landschapsbeeld en een kwaliteitsverbetering van het landschap. De ruimtelijke vormgeving van de gebouwen en de parkeeren kampeerplaatsen worden verzacht en aan het zicht onttrokken. In Afbeelding 27 is een uitsnede van de landschappelijke inpassing weergeven. Het volledige landschappelijke inpassingsplan is toegevoegd in Bijlage 1 bij deze toelichting.
47 van 54
Afbeelding 27: Uitsnede landschappelijk inpassingsplan
5.16. Duurzaamheid en circulariteit De gemeente Dongen vindt het belangrijk dat er bij nieuwbouw of renovatie projecten op een klimaatbestendige en duurzame manier wordt gebouwd. In de flyer ‘Klimaatbestendig en duurzaam bouwen’ van de gemeente Dongen staan verschillende onderwerpen beschreven die als maatregel kunnen worden meegenomen bij het realiseren van nieuwe gebouwen. Met de beoogde ontwikkeling wordt toepassing gegeven aan meerdere eisen die zijn beschreven in de flyer ‘Klimaatbestendig en duurzaam bouwen’. Zo wordt er een landschappelijke inpassing gerealiseerd waardoor er onder andere verschillende bomen worden geplant. Dit heeft een positief effect tegen hittestress. Ook wordt op de planlocatie gebruik gemaakt van een waterdoorlatend pad en een (grotendeels) waterdoorlatende parkeerplaats. Dit leidt tot minder overlast bij extreme regenval. Onderstaand worden overige maatregelen toegelicht die toepassing geven aan een duurzame bedrijfsvoering. -
chalets worden 0 op de meter er wordt nu al gebruik gemaakt van een zonneboiler in de uitbreiding wordt accent gelegd op groen: er is natuurvijver en oudhollandse beplanting aanwezig er wordt gebruik gemaakt van groene elektriciteit autovrij kampeerterrein waterdoorlatende bestrating naar uitbreiding achterin op veld de nieuwe parkeerplaats wordt niet direct afgewaterd op sloot of riool er worden voorzieningen voor elektrische auto’s aangelegd regenwater dat op de chalets valt wordt afgewaterd op de natuurvijver
48 van 54
-
gescheiden afvalverzameling gas en elektra wordt groen ingekocht (groencertificaat)
Middels bovenstaande maatregelen wordt er rekening gehouden met de duurzaamheid en circulariteit. Er kan worden geconcludeerd dat er wordt aangesloten bij de flyer ‘Klimaatbestendig en duurzaam bouwen’ van de gemeente Dongen. Het aspect duurzaamheid en circulariteit vormt daarom geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
49 van 54
6. Financiële haalbaarheid De voorgestane ontwikkeling aan de Groenstraat 8 betreft een particulier initiatief. De met de ontwikkeling gepaard gaande kosten worden dan ook gedragen door de desbetreffende particuliere initiatiefnemer. Hiermee is de financiële haalbaarheid voor de gemeente gegarandeerd. Dit plan heeft geen financiële consequenties voor de gemeente. Dit kan worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst, waarbij de eventuele planschade voor rekening komt voor de initiatiefnemer. De economische uitvoerbaarheid is hiermee voldoende aangetoond.
50 van 54
7. Ontwerpprocedure Het TAM omgevingsplan “Groenstraat 8, Dongen” heeft ter inzage gelegen van vrijdag 8 augustus 2025 tot en met donderdag 18 september 2025. Er zijn geen zienswijzen binnen gekomen op met betrekking op het TAM omgevingsplan. Het TAM omgevingsplan wordt daarom ongewijzigd vastgesteld.
51 van 54
8. Evenwichtige toedeling van functies aan locaties Deze motivering betreft de planologische verantwoording voor het wijzigen van de hoofdfunctie aan de Groenstraat 8 te Dongen. De ontwikkeling is niet rechtstreeks toegestaan volgens het omgevingsplan. Door het opstellen van een TAM-IMRO omgevingsplan is de beoogde ontwikkeling toch mogelijk. Door middel van deze motivering is aangetoond dat het initiatief leidt tot een evenwichtige toedeling van functies aan de locaties. Het initiatief is getoetst aan alle relevante beleidskaders op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Het beleid op geen van deze niveaus vormt een belemmering voor het initiatief. In deze onderbouwing is getoetst aan de Omgevingsverordening Noord-Brabant en de gemeentelijke omgevingsvisie. Hieruit is gebleken dat met het initiatief geen nadelige effecten ontstaan voor de omgeving. De onderzoeken naar geluid, bodem, geur en luchtkwaliteit tonen aan dat het initiatief milieu-hygiënisch aanvaardbaar is. Door de onderzoeken van natuur, archeologie, omgevingsveiligheid en de waterparagraaf wordt aangetoond dat het initiatief planologisch aanvaardbaar is. Daarnaast wordt geïnvesteerd in de kwaliteitsverbetering van het landschap middels een landschappelijke inpassing. Samenvattend kan worden geconcludeerd dat het initiatief leidt tot een evenwichtige toedeling van functies aan de locaties.
Daarom kunnen de voorgenomen ontwikkelingen op de planlocatie aan de Groenstraat 8 doorgang vinden.
52 van 54
9. Bijlagen
Bijlage 1: Landschappelijk inpassingsplan Bijlage 2: Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling Bijlage 3: Invoergegevens AERIUS gebruiksfase Bijlage 4: Rekenresultaten AERIUS gebruiksfase Bijlage 5: Bodemonderzoek Bijlage 6: Verslag omgevingsdialoog Bijlage 7: Ecologische quickscan Bijlage 8: Realisatiefase vakantieappartement Bijlage 9: Vergunning 25 standplaatsen Bijlage 10: Akoestisch onderzoek Bijlage 11: Invoergegevens AERIUS bouwfase Bijlage 12: Rekenresultaten AERIUS bouwfase
53 van 54