CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijl1- 25-62 Programmabegroting 2026-2029

Raadsvergadering 13 november 2025, gemeente DongenBij agendapunt: Raadsvoorstel 25-62 Begroting 202632.018 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

5%

11. Kwijtscheldingsbeleid In de gemeente Dongen kan kwijtschelding worden verleend voor afvalstoffenheffing, rioolheffing en onroerendezaakbelasting. De kwijtscheldingsnorm is vastgesteld op 100%. Indien een belastingplichtige over onvoldoende financiële middelen beschikt, is het mogelijk onder bepaalde voorwaarden in aanmerking te komen voor kwijtschelding. Voor het belastingjaar 2026 is rekening gehouden met € 185.000 voor mogelijke kwijtscheldingen. De BWB (Belastingsamenwerking WestBrabant) voert namens de gemeente Dongen deze taak uit.

87

Paragraaf B. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Deze paragraaf geeft aan hoe goed de begroting is bestand tegen financiële risico’s. Daarvoor is het noodzakelijk een goed inzicht te krijgen in de omvang van de risico’s en de aanwezige weerstandscapaciteit. In de jaarstukken 2024 is voor de laatste keer gerapporteerd over het weerstandsvermogen. Voor de opstelling van de Begroting 2026 zijn alle bestaande risico’s opnieuw beoordeeld en geactualiseerd, en is ook onderzocht of zich nieuwe risico’s voordoen. Daarnaast wordt aan de hand van de financiële kengetallen ingegaan op de ontwikkeling van het financiële beeld. Beleid omtrent risicomanagement Op 22 juni 2023 stelde de gemeenteraad de Financiële Verordening 2023 gemeente Dongen vast. Hierin zijn de kaders voor de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing verwerkt. De financiële verordening waarborgt dat aan de eisen van de rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan en dient dus actueel te zijn. Op 21 maart 2025 hebben zich wijzigingen voorgedaan in wet- en regelgeving omtrent de verantwoordingsgrens rechtmatigheid en de goedkeuringstolerantie van de accountant. Op basis hiervan zijn de financiële verordening en de controleverordening geactualiseerd.

De geactualiseerde verordeningen bevatten als belangrijkste wijzigingen: *De gemeenteraad stelt de verantwoordingsgrens vast op ten hoogste 2% van de totale lasten, exclusief de toevoegingen aan de reserves; *Voor de uitvoering van de accountantscontrole bedroeg (tot en met 2024) de goedkeurings-tolerantie voor fouten 1% van de totale lasten en voor onzekerheden in de uitvoering van de controle 3%. Vanaf boekjaar 2025 vervalt het onderscheid tussen fouten en onzekerheden. Voortaan wordt uitgegaan van één percentage, namelijk dat van 2%, om te bepalen of een aangepast oordeel over de financiële overzichten noodzakelijk is. De uitvoering van het risicomanagement binnen de gemeente is uitgewerkt in een integrale aanpak risicomanagement. De integrale aanpak van risicomanagement houdt in dat zoveel mogelijk binnen de bestaande processen en structuren wordt nagedacht over mogelijke risico’s en de daarbij behorende beheersmaatregelen. Risicomanagement wordt daarmee nadrukkelijk niet als afzonderlijke of op zichzelf staande activiteit georganiseerd, maar geïntegreerd in de dagelijkse activiteiten.

In het denken over risico’s die de organisatie loopt, maken we onderscheid tussen twee typen risico’s: - risico’s die de organisatie loopt in het bereiken van haar doelstellingen (beleidsrisico’s) - risico’s die de organisatie loopt in het uitvoeren van reguliere processen (procesrisico’s) De beleidsrisico’s worden geïntegreerd in de Planning & Control-cyclus en de procesrisico’s worden meegenomen in de interne controles. De raad wordt in de begroting geïnformeerd over de belangrijkste, actuele beleidsrisico’s die samenhangen met de doelstellingen in die begroting. In de tussentijdse bestuursrapportages en de jaarrekening wordt ingegaan op de stand van zaken van deze risico’s en worden eventuele nieuwe risico’s benoemd. Over de procesrisico’s wordt de raad afzonderlijk geïnformeerd, gekoppeld aan de communicatiemomenten van de accountant, zoals bij de managementletter. Naast deze risico’s wordt afzonderlijk gerapporteerd over risico’s met een financiële impact. Deze financiële risico’s worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. Ook hierover wordt in de begroting en de jaarrekening gerapporteerd middels deze paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

88

Beleidsrisico’s In de programmahoofdstukken van deze begroting geven we per beleidsthema antwoord op de vraag wat we willen bereiken. Tevens geven we daarbij aan wat het realiseren van die beleidsdoelstellingen in de weg kan staan; dit zijn de beleidsrisico’s. Generiek gezien wordt gesteld dat prijsfluctuaties toenemen en ook steeds lastiger zijn in te schatten. De kans op niet voorziene kostenontwikkelingen neemt daarmee toe. Hieronder worden de 5 belangrijkste beleidsrisico’s nader toegelicht: 1. Cybercrime en datalekken: ICT-systeem raakt onbruikbaar, bijvoorbeeld als gevolg van een hack of ransomware aanval of systemen worden gehackt. Er worden steeds vaker bedrijven gehackt, waarbij privacygevoelige data wordt gelekt. Dit zorgt voor zowel reputatieschade als financiële schade (boetes). 2. Tekorten op budgetten jeugdzorg: Er is sprake van meer complexe casussen, waar zwaardere zorgpakketten aan toegekend dienen te worden. Daarnaast is er sprake van discussie tussen scholen en de gemeente omtrent wie verantwoordelijk is voor bepaalde dossiers. De oorzaak is dat er sprake is van een grijs gebied tussen de wet passend onderwijs en de jeugdwet. Hierdoor kunnen dossiers onterecht bij de gemeente worden neergelegd. 3. Krapte arbeidsmarkt: De krapte op de arbeidsmarkt is in ons land onverminderd hoog.

Tot nu toe is het voor onze gemeente gelukt de krapte grotendeels op te vangen met de tijdelijke inhuur van medewerkers. Ook daarbij is merkbaar dat voor specialistische vacatures sprake is van schaarste wat leidt tot hogere inhuurtarieven. De verwachting is dat de krapte op de arbeidsmarkt de komende jaren niet minder zal worden. In aansluiting op alle regionale/landelijke ontwikkelingen en verwachtingen, ontstaat meer en meer een kaderstelling. Wat kan wel worden opgepakt en uitgevoerd? Waar kunnen we wellicht meer gebruik maken van samenwerkingen? Tevens leidt het ook tot stagnatie. Voor invulling zetten we in op regionale werving waarbij goed werkgeverschap en een lerende organisatie hopelijk leiden op instroom van een jongere doelgroep. Daarnaast loopt de gemeente bij inhuur ook risico op boetes, wanneer bij zelfstandige opdrachtnemers (zzp’ers) niet wordt voldaan aan de wetgeving DBA (Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties). 4. Stijgende prijzen: Door stijgende prijzen en langere levertijden kunnen onderhoud en investeringen duurder uitvallen. Hoewel de periode van forse stijgingen achter ons lijkt te liggen, is met name de ontwikkeling van de energieprijzen onder invloed van de mondiale ontwikkelingen erg onzeker. In de begroting is hier wel rekening mee gehouden, maar uiteraard gaat dit ook ten laste van ons beschikbaar budget. 5.

Implementatie nieuwe wetgeving: De Omgevingswet is in 2024 in werking getreden. De focus bij deze implementatie heeft gelegen op conversie van bestaande producten en dienstverlening naar de nieuwe wetgeving. Tot en met 2030 zal de volledige toepassing van de wetgeving veel van ons vragen. Ondanks alle pogingen om het rijk ervan te overtuigen dat de werking van de Jeugdwet niet overeenkomt met de beschikbaar gestelde budgetten, is er nog geen zicht op een structurele oplossing. De afspraken vanuit de hervormingsagenda stagneren. We constateren bij de jeugd wel een afname bij de instroom, maar daar tegenover staat een forse stijging van de kosten van de aanbieders. We kunnen momenteel constateren dat de maakbaarheid van de gemeentelijke opgaven onder druk staan. Met maakbaarheid bedoelen we de mate waarin gemeenten in staat zijn eigenstandig de doelen en ambities te realiseren waarvoor het gesteld staat. Zoals blijkt uit bovenstaande opsomming is er sprake van een aantal grootschalige risico’s waarop gemeenten geen tot weinig invloed hebben. Financiële risico's Voor een goed financieel beheer moeten we weten welke financiële risico's (en kansen) wij hebben en hoe wij deze risico’s kunnen beheersen. Ter bepaling van het benodigde weerstandsvermogen hebben we inzicht in het risicoprofiel nodig. Middels een inventarisatie zijn de risico's verzameld.

89

Belangrijk daarbij is te onderzoeken welke beheersmaatregelen zijn genomen of alsnog genomen moeten worden. Daarbij wordt aangegeven wat het (maximaal) verwachte risicobedrag is en maakt de inhoudelijk specialist een inschatting over de kans van voordoen. We houden daarbij onderstaande inschattingspercentages aan. Het weerstandsvermogen wordt op basis van de top 10 risico’s berekend. Score 1. Laag 2. Matig 3. Gemiddeld 4. Hoog 5. Zeer hoog

Risicokans 0% - 20% 20% - 40% 40% - 60% 60% - 80% 80% - 100%

Gemiddelde risicokans 10% 30% 50% 70% 90%

Omdat de kans dat een risico zich daadwerkelijk voordoet slechts globaal is aan te geven, wordt met een variatiebreedte van 20% gerekend. Het verwachte (maximale) risicobedrag en de kans op voordoen leiden tot een gewogen risicobedrag. Weerstandsratio De weerstandsratio geeft aan in hoeverre de gemeente financiële tegenvallers kan opvangen zonder dat het bestaande beleid moet worden gewijzigd. Het geeft inzicht in de robuustheid van de financiële positie van de gemeente. Het totaal aan gewogen financiële risico's (= benodigde weerstandscapaciteit) wordt afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. Uit voorzichtigheidsoverwegingen nemen we bij de bepaling van de weerstandscapaciteit uitsluitend de omvang van de algemene reserve mee. Dit leidt tot de bepaling van een weerstandsratio. Met behulp van de onderstaande tabel beoordelen we de ratio van de gemeente Dongen. Deze normtabel is ontwikkeld door het Nederlands Adviesbureau Risicomanagement (NARIS). Categorie A B C D E F

Ratio weerstandsvermogen > 2,0 1,4 < 2,0 1,0 < 1,4 0,8 < 1,0 0,6 < 0,8 < 0,6

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

Berekening weerstandsratio Aan de hand van de gewogen risicobedragen en weerstandscapaciteit bepalen we hoe de gemeente Dongen ervoor staat. Dat noemen we de weerstandsratio. Weerstandsratio =

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit

=

27.356.000

= 8,4

3.263.480

Hiermee kan geconcludeerd worden dat het weerstandsvermogen uitstekend is.

Weerstandsratio (bedragen x € 1.000) 2023

2025

2024

1-apr

1-okt

1-apr

1-okt

1-apr

1-okt

Beschikbare weerstandscapaciteit

11.045

18.124

17.623

24.446

24.343

27.356

Benodigde weerstandscapaciteit

2.594

3.130

3.704

4.185

4.373

3.263

4,3

5,8

4,8

5,8

5,6

8,4

Weerstandsratio

90

In de tabel wordt inzicht geboden in de ontwikkeling van de ratio weerstandsvermogen. Op twee momenten in het jaar worden de dan actuele risico’s afgezet tegen het op dat moment beschikbare weerstandsvermogen. Die twee momenten zijn gekoppeld aan respectievelijk de jaarrekening (1 april) en de begroting (1 oktober) die dan wordt opgesteld. Uit de tabel blijkt dat de ratio weerstandsvermogen uitstekend is. Aan de schommelingen van de ratio valt op te maken dat risicomanagement een dynamisch proces is, dat continu wordt gemonitord. De mate waarin daadwerkelijk een beroep moet worden gedaan op de algemene reserve om risico's op te vangen, is beperkt. Eerder in het proces worden al beheersmaatregelen genomen. Ten opzichte van de vorige peildatum (jaarverslag 2024) is het risicoprofiel verbeterd. Dit komt doordat het risicobedrag (benodigde weerstandscapaciteit) is gedaald van € 4,4 miljoen naar € 3,3 miljoen, doordat de risico’s steeds beter worden beheerst. Daarnaast is er sprake van een hogere omvang van de beschikbare weerstandscapaciteit (toename van de algemene reserve van € 24,3 miljoen naar € 27,3 miljoen, jaarrekeningresultaat 2024). Het verwachte resultaat voor 2025 is nog niet in de reserve meegenomen.

Resultaten risicoanalyse Omdat er twee keer per jaar een risicoanalyse wordt uitgevoerd, is ervoor gekozen om geen onderscheid meer te maken tussen incidentele en structurele risico’s. Zo ontstaat twee keer per jaar een actueel overzicht van de mogelijke top-10 risico’s. Bij de risicoanalyse voor de Begroting 2026 zijn in totaal 18 risico’s geïdentificeerd (zie bijlage 2). Voor de berekening van de weerstandratio wordt echter uitgegaan van de top-10 risico’s, omdat het onwaarschijnlijk is dat alle risico’s zich tegelijkertijd voordoen. Ook binnen deze top-10 risico’s geldt dat het scenario een worstcase-benadering betreft. Het opgenomen totaal gewogen risicobedrag van de top-10 risico’s kan daarom als maximaal worden beschouwd.

Risico's Totaal top 10 risico's Totaal overige risico's Totaal alle risico's

Bedrag Impact € 3.263.480 88% € 441.500 12% € 3.704.980 100%

De risico’s beschrijven we kort. Daarbij geven we aan of het een nieuw of een bestaand risico betreft, bekeken over alle risico's. In de tabel op de volgende pagina is de top-10 van de geïnventariseerde risico’s in beeld gebracht. De herijkte risicoanalyse heeft geleid tot een verschuiving in de top-10, waarbij enkele risico’s door hun hogere impact nieuw zijn opgenomen ten opzichte van het jaarverslag 2024.

91

Benodigde weerstandscapaciteit Peildatum 1 oktober 2025

Top 10 risico’s 1. Exploitatiemaatschappij zwembad kan niet aan haar aflossingsverplichtingen voldoen. 2. Waarderingsrisico woningbouwlocaties. 3. ICT- systeem raakt onbruikbaar door cybercrime. 4. Complexe zorgcasuïstiek 5. Inhuur vanwege kwetsbare functies 6. Achterstallig onderhoud wegen met categorie 3-niveau D. 7.Datalekken privacygevoelige informatie. 8. Kostenontwikkeling sociaal domein. 9.Uitgifte van grond op bedrijfsterreinen kan achterblijven bij de verwachting. 10. Door stijgende prijzen en langere levertijden kunnen onderhoud en investeringen duurder uitvallen. Totaal top 10 risico's

Verwacht maximaal risicobedrag

Kanspercentage

Gewogen risicobedrag

Nieuw/ bestaand

€ 2.620.000

30%

€ 786.000

Bestaand

€ 2.329.400

30%

€ 698.820

Bestaand

€ 1.200.000

30%

€ 360.000

Bestaand

€ 600.000

50%

€ 300.000

Bestaand

€ 500.000

50%

€ 250.000

Bestaand

€ 500.000

50%

€ 250.000

Nieuw

€ 500.000

50%

€ 250.000

Bestaand

€ 400.000

50%

€ 200.000

Bestaand

€ 312.200

30%

€ 93.660

Bestaand

€ 250.000

30%

€ 75.000

Bestaand

€ 9.211.600

€ 3.263.480

1. Er zijn aan de exploitatiemaatschappij van het zwembad De Vennen een tweetal leningen verstrekt van in totaal € 2,9 miljoen. Hier staat een voorziening tegenover van € 300.000. Wanneer de exploitatiemaatschappij van het zwembad niet meer aan haar aflossingsverplichtingen kan voldoen, zal dit een financiële impact met zich meebrengen. De kans dat dit zich voordoet wordt als matig gezien, wat resulteert in een mogelijke impact van € 786.000 (nieuw top-10 risico).

2. Als gevolg van markt- en economische ontwikkelingen, kan de uitgifte van gronden voor woonlocaties achterblijven bij de verwachtingen. De resultaten van de grondexploitaties (De Beljaart, Noorderbunder en De Vijf Turven) kunnen lager dan verwacht uitvallen.

3. Er is de afgelopen jaren sprake van een duidelijke en verontrustende stijging in het aantal en de ernst van cyberaanvallen, Wanneer een systeem onbruikbaar of verstoord wordt door cybercrime, zorgt dit voor een operationele verstoring, die tot hogere kosten leiden. (nieuw top 10 risico).

4. Aantal complexe casussen waar de zwaarste zorgpakketten aan moeten worden toegekend. 5. Als gevolg van een samenloop van omstandigheden (mobiliteit, verloop, ziekte) kunnen plotseling binnen een team op vitale en/of kwetsbare functies vacatures ontstaan die niet intern opgelost kunnen worden. Onder de huidige arbeidsmarktomstandigheden ziet de gemeente zich geconfronteerd met hoge inhuurtarieven.

6. Achterstallig onderhoud van wegen met categorie 3-niveau D is aanzienlijk toegenomen. Dit kan zorgen voor extra kosten (nieuw top-10 risico).

92

7. Een data-lek kan voor een gemeente leiden tot hoge kosten door boetes, onderzoek, herstelmaatregelen, juridische claims en communicatie naar betrokkenen (nieuw top-10 risico).

8. Er lopen diverse lokale, regionale en landelijke ontwikkelingen binnen het sociaal domein. De lokale impact op de financiën zijn onzeker (Wmo, jeugdzorg, regionale inkoop en hervormingsagenda jeugdzorg).

9. Uitgifte van grond op bedrijfsterreinen kan achterblijven bij de verwachting: binnen de bedrijventerreinen (Tichelrijt 2 en 3) moeten we vanaf 1-1-2026 nog € 3,1 miljoen aan inkomsten uit grondverkoop realiseren. Aangezien er nog uitvoering moet worden gegeven aan de uitwerking van het bestemmingsplan blijft het risico bestaan op het achterblijven van de resultaten.

10. Door stijgende prijzen en langere levertijden, kunnen onderhoud en investeringen duurder uitvallen. Hoewel de periode van forse stijgingen achter ons lijkt te liggen, is met name de ontwikkeling van de (energie) prijzen onder invloed van de mondiale ontwikkelingen erg onzeker. De begroting bevat geen centrale reservering om prijsstijgingen op te vangen. Ten opzichte van het jaarverslag 2024 is de totale financiële impact van de top-10 risico’s afgenomen met € 1,1 miljoen (van € 4,4 miljoen naar € 3,3 miljoen). Deze daling is het gevolg van het inzetten van effectieve beheersmaatregelen die de kans op enkele risico’s hebben verkleind of weggenomen en daardoor de financiële impact hebben beperkt/ weggenomen. Financiële kengetallen Aan de hand van de voorgeschreven financiële kengetallen wordt in elke jaarrekening en begroting inzicht gegeven in de financiële positie van de gemeente. De kengetallen moeten in samenhang worden bezien. De gemeente beschouwt hierbij de netto schuldquote, de solvabiliteit en de structurele exploitatieruimte als de primaire kengetallen. Deze kengetallen geven inzicht in de financiële staat van de schuldpositie (netto schuldquote), de vermogenspositie (solvabiliteit) en de begroting (structurele exploitatieruimte). De grondexploitatie en de belastingcapaciteit zijn belangrijk voor de context van de primaire kengetallen.

Voor de signaleringswaarden sluiten we aan bij de waarden zoals deze door toezichthouders bij gemeenten wordt gehanteerd. Duiding waarden kengetallen Laag risico Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit

< 90% < 90% > 50% > 0% < 20% < 95%

Mate van risico Gemiddeld risico 90% - 130% 90% - 130% 20% - 50% = 0% 20% - 35% 95% - 105%

Hoog risico > 130% > 130% < 20% < 0% > 35% > 105%

Duiding financiële positie In onderstaande tabel is de ontwikkeling van financiële kengetallen voor de gemeente Dongen weergegeven vanaf de jaarrekening 2024, de begroting 2025 (na Berap-2) naar de nu voorliggende meerjarenbegroting 2026-2029. Tevens zijn in de tabel de gemiddelde waarden van de Brabantse gemeenten weergegeven voor het jaar 2023. De cijfers in de kolom Begroting 2025 zijn hierbij aangepast aan de actuele inschattingen uit de tweede Bestuursrapportage.

93

Kengetallen Begroting 2026-2029

Brabants gemiddelde Rekening

Berap-2 Begroting Raming Raming Raming

2025

2024

2025

2026

2027

2028

2029

55%

59%

77%

105%

111%

120%

122%

Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie

53%

55%

74%

102%

108%

117%

119%

36,4%

23,0%

22,3%

19,9%

18,3%

16,9%

15,9%

2,0%

2,6%

0,8%

0,4%

0,2%

-1,8%

-1,4%

7,8%

10,6%

14,2%

11,4%

6,8%

-1,5%

-1,9%

Belastingcapaciteit

95%

95%

97%

98%

98%

98%

98%

Kijkend naar de signaleringswaarden kan geconcludeerd worden dat de gemeente Dongen voor wat betreft de schuldquote en de solvabiliteit in een risicovolle situatie zit. Voor de netto schuldquote is de verwachting dat de risico-inschatting komend jaar stijgt van laag risico naar een gemiddeld tot hoog risico. Dit als gevolg van de bouw van de Integrale Kindcentra (KC’s). Hiervoor dienen forse leningen te worden afgesloten. Qua solvabiliteit is over de afgelopen jaren sprake geweest van een aanzienlijke groei (in 2019 bedroeg de solvabiliteit nog 9,9%). De komende jaren beweegt de solvabiliteit zich, door mede de verschuiving van de tekorten van de ravijnjaren en het aantrekken van nieuwe geldleningen, naar een hoog risico. Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in de omvang van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. De netto schuldquote is ook inzichtelijk gemaakt na correctie voor verstrekte leningen. Zo wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen is in de exploitatie en de schuldenlast. Bij de behandeling van de Kadernota 2022 heeft de gemeenteraad besloten dat de schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen vanaf 2028 (maximaal) 130% mag bedragen. Tot 2028 is een schuldquote van 140% geoorloofd.

Door de voorgenomen bouw van een vijftal KC’s gaat de schuldquote de komende jaren stijgen. De grens van 130% wordt naar verwachting de komende jaren echter niet bereikt. Daarbij wordt tevens opgemerkt dat de begroting van het afgelopen jaar fors is gestegen en jaar op jaar zal stijgen door indexeringen. Afgezet tegen de begroting zal de schuldquote daardoor lager uitvallen dan nu voorzien. Solvabiliteit De solvabiliteit geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het drukt de omvang van het eigen vermogen uit in een percentage van het totale vermogen. Hoe lager dit percentage, hoe lager de financiële weerbaarheid van de gemeente is. Door de positieve jaarrekeningresultaten is de solvabiliteit de laatste jaren aanzienlijk verbeterd. In de meest recente jaarrekening over 2024 is de kritieke grens van 20% doorbroken. Dit betekent meer dan een verdubbeling ten opzichte van het dieptepunt in 2019 (9,9%). Echter door het aantrekken van de financiering voor de investeringen uit het investeringsplan en de tekorten van het Ravijnjaar zakt de solvabiliteit onder de kritieke grens. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft aan in hoeverre de baten en lasten van de gemeente op de lange termijn (dus structureel) met elkaar in evenwicht zijn.

De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het meerjarig financieel perspectief uit de inleiding te corrigeren voor incidentele baten en lasten en voor de onttrekkingen en toevoegingen aan de reserves. Voor de eerste 2 jaren zijn de begrotingssaldi in de voorliggende meerjarenbegroting groter dan nul, echter de verschoven Ravijnjaren naar 2028 zorgen voor tekorten in 2028 en 2029. Grondexploitatie en belastingcapaciteit

94

De grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn kengetallen die de voorgaande drie primaire kengetallen in perspectief zetten. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de waarde van de voorraden grond is ten opzichte van de totale baten in de begroting. Een grote waarde van de voorraden grond zet de schuldpositie in een ander perspectief, maar brengt tevens risico’s met zich mee. Staat grond tegen een te hoge waarde op de balans en moet worden afgewaardeerd, dan leidt dit tot een lager eigen vermogen en dus een lagere solvabiliteit. De verwachting is dat de voorraden grond de komende jaren zullen worden verkocht. De gemeente loopt hierop weinig risico. De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin op de langere termijn financiële tegenvallers kunnen worden opgevangen. Hiervoor worden de woonlasten van de gemeente Dongen afgezet tegen de landelijke gegevens. Zichtbaar is dat de inzet om de OZB voor woningeigenaren richting het landelijk gemiddelde te laten begeven, effect sorteert. Sinds 2024 liggen de woonlasten in Dongen onder het landelijk gemiddelde. Daarmee is de afspraak vanuit het coalitieakkoord gestand gedaan dat de woonlasten voor 2026 evenals voorgaande jaren onder het landelijk gemiddelde blijven.

95

Paragraaf C. Onderhoud kapitaalgoederen In deze paragraaf is de staat en het beheer beschreven van onze kapitaalgoederen: wegen, openbare verlichting, openbaar groen, speel- en recreatieterreinen, riolering, gemeentelijke gebouwen en jeugden sportaccommodaties. Het versterken van de woon- en leefomgeving is essentieel voor het vasthouden en aantrekken van inwoners. Het in standhouden van een aantrekkelijke en veilige leefomgeving hoort daarbij. Onze kapitaalgoederen spelen daarbij een belangrijke rol. Het betreft grote zaken die vaak veel waarde hebben en meerdere jaren meegaan. Sommige taken waarop kapitaalgoederen betrekking hebben, zijn wettelijk verplicht. Het onderhoud en beheer van kapitaalgoederen is van groot belang voor het goed functioneren van de gemeente. Achterstallig onderhoud zou kunnen leiden tot aansprakelijkheid. Met de paragraaf 'Onderhoud kapitaalgoederen' stellen we de kaders vast voor onderhoud van infrastructuur, voorzieningen en gebouwen. Dat is van belang omdat kapitaalgoederen: • blijvend een groot beslag op de gemeentelijke begroting leggen; • nodig zijn om de programmadoelen van de gemeente te realiseren; • mede het aanzien van de gemeente bepalen. Er bestaat een direct verband tussen de paragraaf 'Onderhoud kapitaalgoederen', de staat van reserves en voorzieningen en het investeringsplan.

In het investeringsplan worden de investeringen bijeengebracht waarvan de jaarlijkse kapitaallasten zijn verwerkt in deze paragraaf. De kosten van het jaarlijks klein onderhoud zijn opgenomen in de exploitatie. Voor openbare verlichting is structureel een budget in de begroting opgenomen. Het uitvoeringsplan openbare verlichting is hierop afgestemd. Ten aanzien van het wegenonderhoud wordt vanaf de begroting 2026 gewerkt met een onderhoudsvoorziening de werkzaamheden uit het beheerplan wegen 2026-2029 worden hieruit bekostigd Voor wat betreft sportaccommodaties en gebouwenbeheer, wordt eveneens gebruik gemaakt van een onderhoudsvoorziening. Voor riolering wordt gewerkt met een egalisatievoorziening. Het verloop van deze reserves en voorzieningen is in de staat van reserves en voorzieningen in beeld gebracht en toegelicht. Aan de lasten die in deze paragraaf worden weergegeven, liggen onderhouds- en uitvoeringsplannen ten grondslag die door de raad zijn of worden vastgesteld. Water en riolering Het op 16 december 2021 vastgestelde water- en rioleringsplan 2022 is meer gericht op de werkwijze van de nieuwe omgevingswet en de maatschappelijke effecten van water en het klimaat. De resultaten van de stresstesten en de klimaatdialoog zijn hierin ook verwerkt.

Het gemeentelijke water- en rioleringsplan bevat onder andere het beleidskader, de uitvoeringsagenda en het kostendekkingsplan voor water en riolering voor de periode 2022-2026. Hoe is het beleid vertaald in de begroting? In de begroting zijn ramingen opgenomen voor investeringen, beheer en onderhoud van riolering en water overeenkomstig het kostendekkingsplan van het water- en rioleringsplan 2022-2026. Voor nadere beleidsdoelstellingen en belangrijkste reguliere taken wordt verwezen naar thema 530. Openbare verlichting en verkeerregelinstallaties Het beleidsplan voor openbare verlichting is 9 april 2020 vastgesteld en loopt tot en met 2028. In het najaar van 2025 wordt een tussentijdse actualisatie opgesteld. Hoe is het beleid vertaald in de begroting? In de begroting zijn budgetten opgenomen voor het in stand houden van de openbare verlichting en het vervangen naar LED-armaturen. Voor nadere beleidsdoelstellingen en belangrijkste reguliere taken wordt verwezen naar thema 530. Openbaar groen Het bomenbeleidsplan en groenbeleidsplan, met een looptijd van 10 jaar, is op 23 september 2023 vastgesteld door de gemeenteraad. Aansluitend heeft een actualisatie van het groenbeheerplan (inclusief bomenbeheer) plaatsgehad welke in het voorjaar 2024 door het college is vastgesteld.

96

Hoe is het beleid vertaald in de begroting? In de begroting zijn ramingen opgenomen voor beheer en onderhoud van het openbaar groen en bomen, onderverdeeld in de posten “parken en plantsoenen” en “bermen en sloten” Het onderhoud aan het openbaar groen wordt maandelijks getoetst op het gewenste kwaliteitsniveau. Voor nadere beleidsdoelstellingen en belangrijkste reguliere taken wordt verwezen naar thema 530. Wegen, straten en pleinen In 2025 wordt het nieuw wegenbeheerplan vastgesteld dat loopt tot en met 2029. Hierin is de kwaliteit opgenomen van de verharding in het onderhoud openbaar domein opgenomen en de criteria hoe we de kunstwerken onderhouden en in stand houden. Met het opstellen van het nieuwe wegenbeheerplan heeft tevens een schouw plaatsgevonden van het gemeentelijke wegennet, waaruit is gebleken dat enerzijds sprake is van een slechtere wegconditie als vooraf werd aangenomen, anderzijds is duidelijk geworden dat met in achtneming van de huidige staat van onderhoud het onderhoudsbudget te laag is begroot. Actualisatie van het onderhoudsbudget vind plaats in deze voorliggende begroting. Daarnaast wordt het onderhoudsbudget omgezet naar een storting in de voorziening geprogrammeerd onderhoud wegen. Deze voorziening wordt met deze begroting ingesteld. Daarmee is het toekomstig onderhoud aan de gemeentelijke infrastructuur naar de toekomst goed geregeld.

Hoe is het beleid vertaald in de begroting? In de begroting zijn ramingen opgenomen voor investeringen en zijn budgetten opgenomen voor het in stand houden van verhardingen, onverharde wegen en wegmarkeringen. Voor nadere beleidsdoelstellingen en belangrijkste reguliere taken verwijzen wij u naar thema 530. Civiele kunstwerken (bruggen en duikers) In 2025 wordt het nieuwe Beheerplan Civiel Technische Kunstwerken 2025-2029 vastgesteld. Hierin is de kwaliteit opgenomen van de kunstwerken en de criteria hoe we de kunstwerken onderhouden en in stand houden. Vooruitlopend hierop het is onderhoudsbudget verhoogd. Hoe is het beleid vertaald in de begroting? In de begroting zijn ramingen opgenomen voor investeringen, beheer en onderhoud van de civiele kunstwerken overeenkomstig het beheerplan civiel technische kunstwerken. Voor nadere beleidsdoelstellingen en belangrijkste reguliere taken wordt verwezen naar thema 530. Gemeentelijke gebouwen Jaarlijks wordt via het gebouwbeheersysteem het onderhoudsplan bijgesteld aan de hand van jaarlijkse inspecties en beleidsontwikkelingen. Voor nadere beleidsdoelstellingen en belangrijkste reguliere taken wordt verwezen naar thema 530.

Hoe is het beleid vertaald in de begroting? Middels het gebouwbeheersysteem wordt het onderhoudsplan jaarlijks geactualiseerd en zijn de ramingen voor investeringen overgenomen en zijn budgetten opgenomen voor en het uitvoeren van preventief en correctief onderhoud aan de panden. De uitgaven voor het groot onderhoud lopen via de daarvoor gevormde voorziening “onderhoud gemeentelijke gebouwen”, die ook jaarlijks wordt geactualiseerd. Sport- en cultuuraccommodaties Jaarlijks worden de onderhoudsplannen bijgesteld. In 2020 is de voorziening Sport herijkt. Het beheer van de gemeentelijke binnensportaccommodaties is in handen van de Binnensport Accommodaties Dongen (BSA). De BSA ontvangt hiervoor een vergoeding. Het beheer van De Cammeleur is in handen van de Stichting DonckHuys. Stichting DonckHuys ontvangt hiervoor een vergoeding. Hoe is het beleid vertaald in de begroting? Voor nadere beleidsdoelstellingen en belangrijkste reguliere taken wordt verwezen naar thema 120. Onderwijshuisvesting Lasten van onderwijshuisvesting betreffen enkel de kapitaallasten die voortkomen uit investeringen zoals de KC's. De onderhoudsplicht ligt bij de schoolbesturen die hiervoor via het rijk een vergoeding ontvangen.

97

Hoe is het beleid vertaald in de begroting? Voor nadere beleidsdoelstellingen en belangrijkste reguliere taken wordt verwezen naar thema 210. Onderhoud kapitaalgoederen (x € 1.000) Wegen, straten en pleinen Openbare Verlichting Openbaar groen Water en Riolering Gebouwenbeheer Onderwijshuisvesting Sport- en Cultuuraccommodaties Totaal onderhoud kapitaalgoederen

2026 2.324 688 3.138 2.311 1.149 1.491 2.271 13.372

2027 2.681 687 3.116 2.826 1.156 1.885 2.495 14.846

2028 2.843 690 3.166 2.862 1.291 2.639 2.464 15.955

2029 2.868 690 3.102 2.918 1.291 2.630 2.484 15.983

In deze tabel zijn opgenomen de lasten weergegeven per categorie kapitaalgoederen, zoals in de exploitatie. Dit zijn onder meer de kapitaallasten en structurele onderhoudslasten. Ten opzichte van de begroting 2025-2028 zijn op een aantal onderdelen verschillen zichtbaar. Grotendeels heeft dit te maken met het actualiseren en indexeren van onderhoudsbudgetten en het actualiseren van de kapitaallasten op basis van het investeringsplan. Voor wegen, straten en pleinen is sprake van een aanzienlijk verhoging. Reden hiervoor is de gehouden wegenschouw en het verwerken van de indexeringen. Het verloop van de lasten in Water en Riolering wordt veroorzaakt door de investeringen in het riool, en dan specifiek het toenemen van rente en afschrijving. Investeringen in onderwijshuisvesting, concreet de nieuwbouw van de KC’s, zorgen voor een hogere kapitaallast. Dit is de reden van de stijgende lasten.

98

Paragraaf D. Financiering In de financieringsparagraaf geeft de gemeente inzicht in de beheersing van de risico’s met betrekking tot de financiering. De wet Fido (Financiering decentrale overheden), de financiële verordening 2025 en het treasurystatuut 2025 (dat stelt hoe een organisatie haar financiële middelen, posities en bijbehorende risico's beheert en stuurt), vormen het kader voor deze paragraaf. Daarnaast worden in deze paragraaf specifieke uitgangspunten opgenomen zoals de kasgeldlimiet. De voornaamste doelstelling van de treasuryfunctie is het beperken van de financiële risico's. In zijn algemeenheid kunnen deze risico’s worden onderscheiden in renterisico’s, kredietrisico’s, koersrisico’s en valutarisico’s. In de Dongense financieringssituatie zijn de koers- en valutarisico’s niet van toepassing. Renterisico’s doen zich voor op de openstaande schuld (zowel vlottend als vast). De kredietrisico’s hebben betrekking op de verstrekte leningen, uitgezette beleggingen en verstrekte gemeentegaranties. Renterisico In 2026 zal er sprake zijn van een financieringstekort: het totaal aan liquide middelen in 2025 is kleiner dan het totaal aan benodigde uitgaven (voor investeringen, reguliere uitgaven en aflossingen).

Het financieringstekort is ontstaan doordat de uitgaven voor de bouw van de scholen nu flink op gang zijn gekomen en er vanwege de financieringsoverschotten van afgelopen jaren geen herfinanciering heeft plaatsgehad. De gemeente Dongen krijgt met ingang van begrotingsjaar 2026 weer te maken met de normale situatie van een financieringstekort. Om te voorzien in de behoefte aan financiering worden zowel korte leningen (leningen met een looptijd korter dan 1 jaar, vlottende schuld genoemd) als lange leningen (leningen met een looptijd langer dan 1 jaar, vaste schuld genoemd) afgesloten. In beide gevallen loopt de gemeente een renterisico. Wettelijk bestaan er regels die moeten voorkomen dat fluctuaties in rentepercentages een te grote invloed hebben op de rentelasten. Deze zijn vastgelegd in de Wet Fido. Het gaat om de kasgeldlimiet (van toepassing op korte leningen) en de renterisiconorm (lange leningen). De kasgeldlimiet en de renterisiconorm hebben allebei als doel de leningenportefeuille van decentrale overheden te behoeden voor een onverantwoord grote gevoeligheid voor rentefluctuaties. Ze stellen dus een grens aan de structuur van de leningen, niet aan de hoogte. De gemeente Dongen houdt met het aantrekken van financiering (kort of lang) rekening met de wettelijke normen. Op die manier wordt het renterisico beperkt.

Renterisico vlottende schuld (kasgeldlimiet) De kasgeldlimiet richt zich hierbij op leningen met een looptijd van maximaal één jaar (ook wel korte leningen, of vlottende schuld genoemd). De kasgeldlimiet stelt dat deze korte leningen niet meer dan drie kwartalen achter elkaar hoger mogen zijn dan 8,5% van het begrotingstotaal. Indien de norm in meer dan twee opeenvolgende kwartalen wordt overschreden, dient een melding te worden gedaan bij de provincie als toezichthouder. De gemeente Dongen stuurt op de omvang van de korte leningen en zorgt ervoor dat deze de kasgeldlimiet niet meer dan twee maanden achter elkaar overschrijden. Bij een dreigende overschrijding worden de korte leningen omgezet in nieuwe, langlopende leningen. De kasgeldlimiet voor 2026 bedraagt afgerond € 7,9 miljoen op basis van de voorgeschreven berekeningswijze. Renterisico vaste schuld (renterisiconorm) De renterisiconorm is opgesteld met als doel de rentegevoeligheid van de portefeuille van leningen met een looptijd van één jaar of langer (de vaste schuld) te beperken. Dit gebeurt door het aanbrengen van spreiding in de looptijden van de leningen. Hiermee wordt voorkomen dat een groot deel van de leningen tegelijk opnieuw moet worden afgesloten, met het risico van plotseling oplopende rentelasten. De renterisiconorm is bepaald op 20% van het begrotingstotaal.

Dat wil zeggen dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet méér mogen bedragen dan

99

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16038225/2