Bijl1- 24-76 Programmabegroting 2025-2028
Tekst van het document
De beleidsrisico’s worden geïntegreerd in de P&C-cyclus en de procesrisico’s worden meegenomen in de Interne Controles. De raad wordt in de begroting geïnformeerd over de belangrijkste, actuele beleidsrisico’s die samenhangen met de doelstellingen in die begroting. In de tussentijdse bestuursrapportages en de jaarrekening wordt ingegaan op de stand van zaken van deze risico’s en worden eventuele nieuwe risico’s benoemd. Over de procesrisico’s wordt de raad afzonderlijk geïnformeerd, gekoppeld aan de communicatiemomenten van de accountant (de voortgangsmonitor Interne Beheersing). Naast deze risico’s wordt afzonderlijk gerapporteerd over risico’s met een financiële impact. Deze financiële risico’s worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. Ook hierover wordt in de begroting en de jaarrekening gerapporteerd middels deze paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Beleidsrisico’s In de programmahoofdstukken van deze begroting geven we per beleidsthema antwoord op de vraag wat we willen bereiken. Tevens geven we daarbij aan wat het realiseren van die beleidsdoelstellingen in de weg kan staan; dit zijn de beleidsrisico’s. Generiek gezien wordt gesteld dat prijsfluctuaties toenemen en ook steeds lastiger zijn in te schatten. De kans op niet voorziene kostenontwikkelingen neemt daarmee toe. Hieronder zijn de 5 belangrijkste beleidsrisico’s nader toegelicht: 1.
Krapte arbeidsmarkt: Er is al enige tijd sprake van krapte op de arbeidsmarkt. Dit zorgt ervoor dat vacatures langer open kunnen staan dan gebruikelijk. We vangen dit op door snel in te spelen op verwachte mobiliteit (bijvoorbeeld via een traineepool), door indien nodig extern in te huren en door slim samen te werken met externe partners zoals de gemeenten in de regio Hart van Brabant. Ook werken we aan onze positionering op de arbeidsmarkt. 2. Rijksfinanciering: Net als alle andere gemeenten in Nederland is Dongen in belangrijke mate afhankelijk van het Rijk voor de financiering van haar uitgaven. Die Rijksfinanciering is erg grillig en bestaat voor een groot gedeelte uit tijdelijke, specifieke uitkeringen. Het nieuwe kabinet is voornemens de specifieke uitkeringen onder te brengen in de algemene uitkering, met korting van 10% daarop. Hoewel dit zorgt voor meer stabiliteit, betekent dit wel dat gemeenten met minder geld af moeten. 3. Maatschappelijk draagvlak: Er is nationaal en internationaal sprake van verminderd draagvlak voor het handelen van overheden. Realisatie van onze beleidsdoelstellingen is in grote mate afhankelijk van het verwerven van maatschappelijk draagvlak. Bij bijvoorbeeld de energietransitie is sprake van een ingrijpend maatschappelijk proces, met stevige wereldwijde, nationale en lokale doelstellingen.
We investeren hierin door het creëren van bewustwording en ondersteuning van lokale initiatieven. Ook inzet op inwonerparticipatie moet het draagvlak vergroten.
87
4. Kaders in beweging: We ervaren steeds vaker dat gemeenten taken krijgen toebedeeld zonder dat de kaders waarbinnen die taken uitgevoerd moeten worden, al vaststaan. Behalve om de financiële kaders (zie punt 1 hierboven) kan het gaan om de wettelijke kaders of de instrumenten die gemeenten tot hun beschikking krijgen. Deze nieuwe taken zorgen er bovendien voor het takenpakket voortdurend in beweging is, waardoor gemeenten niet de kans krijgen de uitvoering van hun bestaande taken te optimaliseren. 5. Netwerkschaarste: de energietransitie leidt tot problemen op het elektriciteitsnetwerk. Enerzijds leidt elektrisering tot een toename van de vraag, terwijl anderzijds de groei van hernieuwbare energie (windmolens en zonnepanelen) op piekmomenten tot extra aanbod leidt. Het huidige elektriciteitsnetwerk kan dit niet aan en zal verzwaard moeten worden. De algehele boodschap van de netbeheerders is echter dat het jaren kan duren voordat dit op orde is. In de tussentijds is de ruimte voor verzwaring van de aansluitingen zeer beperkt. Dit kan op veel vlakken voor beperkingen in het realiseren van gemeentelijke doelstellingen zorgen. We kunnen momenteel constateren dat de maakbaarheid van de gemeentelijke opgaven onder druk staan. Met maakbaarheid bedoelen we de mate waarin gemeenten in staat zijn eigenstandig de doelen en ambities te realiseren waarvoor het gesteld staat.
Zoals blijkt uit bovenstaande opsomming is er sprake van een aantal grootschalige risico’s waarop gemeenten geen tot weinig invloed hebben. Financiële risico's Voor een goed financieel beheer moeten we weten welke financiële risico's (en kansen) wij hebben en hoe wij deze risico’s kunnen beheersen. Ter bepaling van het benodigde weerstandsvermogen hebben we inzicht in het risicoprofiel nodig. Middels een inventarisatie zijn de risico's verzameld. Belangrijk daarbij is te onderzoeken welke beheersmaatregelen zijn genomen of alsnog genomen moeten worden. Bij de inventarisatie van de risico's maken we onderscheid in structurele en incidentele (tijdelijke) risico's. Daarbij wordt aangegeven wat het (maximaal) verwachte risicobedrag is en maakt de inhoudelijk specialist een inschatting over de kans van voordoen. We houden daarbij onderstaande inschattingspercentages aan. Score 1. Laag 2. Matig 3. Gemiddeld 4. Hoog 5. Zeer hoog
Risicokans 0% - 20% 20% - 40% 40% - 60% 60% - 80% 80% - 100%
Gemiddelde risicokans 10% 30% 50% 70% 90%
Omdat de kans dat een risico zich daadwerkelijk voordoet slechts globaal is aan te geven, wordt met een variatiebreedte van 20% gerekend. Het verwachte (maximale) risicobedrag en de kans op voordoen leiden tot een gewogen risicobedrag. Weerstandsratio De weerstandsratio geeft aan in hoeverre de gemeente financiële tegenvallers kan opvangen zonder dat het bestaande beleid moet worden gewijzigd. Het geeft inzicht in de robuustheid van de financiële positie van de gemeente. Het totaal aan gewogen financiële risico's (= benodigde weerstandscapaciteit) wordt afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. Uit voorzichtigheidsoverwegingen nemen we bij de bepaling van de weerstandscapaciteit uitsluitend de omvang van de algemene reserve mee. Dit leidt tot de bepaling van een weerstandsratio. Met behulp van de onderstaande tabel beoordelen we de ratio van de gemeente Dongen. Deze normtabel is ontwikkeld door het Nederlands Adviesbureau Risicomanagement (NARIS). Categorie A B C D E F
Ratio weerstandsvermogen > 2,0 1,4 < 2,0 1,0 < 1,4 0,8 < 1,0 0,6 < 0,8 < 0,6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
88
Berekening weerstandsratio Aan de hand van de gewogen risicobedragen en weerstandscapaciteit bepalen we hoe de gemeente Dongen ervoor staat. Dat noemen we de weerstandsratio. Weerstandsratio =
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
=
24.446 4.185
= 5,8
Hiermee kan geconcludeerd worden dat het weerstandsvermogen uitstekend is.
Weerstandsratio (bedragen x € 1.000) 2022
2023
2024
1-apr
1-okt
1-apr
1-okt
1-apr
1-okt
Beschikbare weerstandscapaciteit
7.010
11.045
11.045
18.124
17.623
24.446
Benodigde weerstandscapaciteit
2.736
2.115
2.594
3.130
3.704
4.185
2,6
5,2
4,3
5,8
4,8
5,8
Weerstandsratio
In de tabel wordt inzicht geboden in de ontwikkeling van de ratio weerstandsvermogen. Op twee momenten in het jaar worden de dan actuele risico’s afgezet tegen het op dat moment beschikbare weerstandsvermogen. Die twee momenten zijn gekoppeld aan respectievelijk de jaarrekening (1 april) en de begroting (1 oktober) die dan wordt opgesteld. Uit de tabel blijkt dat de ratio weerstandsvermogen uitstekend is. Aan de schommelingen van de ratio valt op te maken dat risicomanagement een dynamisch proces is, dat continu gemonitord wordt. De mate waarin daadwerkelijk een beroep gedaan moet worden op de algemene reserve om risico's op te vangen is beperkt. Eerder in het proces worden al beheersmaatregelen genomen. Ten opzichte van de vorige peildatum (jaarverslag 2023) is het risicoprofiel verbeterd. Dit komt hoofdzakelijk door een hogere omvang van de beschikbare weerstandscapaciteit (toename van € 17,6 miljoen naar € 24,4 miljoen). Het positieve jaarrekeningresultaat 2023 is inmiddels toegevoegd aan de algemene reserve en daarnaast vinden in 2024 een tweetal stortingen in de algemene reserve plaats ter verbetering van de solvabiliteit. Het verwachte resultaat voor 2024 is nog niet in de reserve meegenomen. Tegelijkertijd is het risicobedrag (benodigde weerstandscapaciteit) licht gestegen naar € 4,8 miljoen. Resultaten risicoanalyse De risico’s beschrijven we kort.
Daarbij geven we aan of het een nieuw of een bestaand risico betreft. In de tabel op de volgende pagina is de top 5 van de geïnventariseerde risico’s in beeld gebracht. In de bijlage zijn alle geïnventariseerde risico’s opgenomen.
89
Incidentele risico’s De top vijf aan incidentele risico’s zijn: 1. Als gevolg van economische en marktontwikkelingen kan de uitgifte van gronden voor woonlocaties achterblijven bij de verwachtingen. De resultaten van de grondexploitaties (De Beljaart, Noorderbunder en De Vijf Turven) zijn dan lager dan verwacht. 2. Er is sprake van een onderuitputting in de personeelsformatie. Om de noodzakelijke dienstverlening op peil te houden maken we gebruik van externe inhuur. Daarnaast werven we uiteraard ook voor vaste invulling van de formatie. Daarmee ontstaat er een incidenteel risico op extra kosten. 3. Bij inspectie van een van de bruggen is gebleken dat de deklaag vervangen moet worden. Vanuit de aanvullende informatie is gebleken dat wellicht de constructie van de brug niet meer afdoende is om in de toekomst aan de gestelde eisen te voldoen. Er is een ingenieursbureau ingeschakeld voor een onderzoek. In de risicoparagraaf is rekening gehouden met de investering op korte termijn voor volledige vervanging om calamiteiten te voorkomen. 4. De komende jaren moet uitvoering gegeven worden aan grote landelijke en mondiale ambities op het gebied van duurzaamheid en de energietransitie. Door het Rijk is financiering toegekend tot en met 2025. Voor de jaren erna mogen deze middelen structureel worden doorgetrokken.
Dit leidt echter wel tot risico's met betrekking tot de lange termijn financiering van deze ambities. 5. Bij de bouw van een aantal IKC's is het bouwheerschap belegd bij de onderwijsinstelling. Hiermee ontstaat een afhankelijkheid van de financiële situatie van de betreffende instelling. De afhankelijkheid en daarmee het risico zit enerzijds in de bevoorschotting en het potentiële verlies in de beschikbaar gestelde middelen als er geen werk/dienst tegenover komt te staan. Anderzijds bestaat het risico dat het bouwheerschap overgenomen moet worden door gemeente Dongen, waarbij aanvullende middelen hiervoor ingezet moeten worden. 6. Uitgifte van grond op bedrijfsterreinen kan achterblijven bij de verwachting. De resultaten van Tichelrijt 2, 3 en Zuid zijn dan lager dan verwacht. 7. De overeenkomst tussen de VNG en Verpact (voorheen Stichting Afvalfonds Verpakkingen) over onder meer de kostenvergoeding voor gemeenten voor de inzameling van verpakkingsafval eindigt per eind 2024. De VNG is met Verpact in gesprek om te komen tot nieuwe gedragen afspraken. Op dit moment ligt er nog geen nieuwe overeenkomst wat een risico ten aanzien van de kostenvergoeding in 2025 met zich meebrengt. Ten opzichte van het jaarverslag 2023 zijn de incidentele risico’s toegenomen van € 1,6 miljoen naar € 1,8 miljoen.
Er zijn twee nieuwe risico’s toegevoegd (Onder uitputting formatie en vervroegde vervanging MJOP). Benodigde weerstandscapaciteit Peildatum 1 oktober 2024 Verwacht maximaal KansGewogen Nieuw / risicobedrag percentage risicobedrag bestaand Incidentele risico's (top 5) 1. Waarderingsrisico woningbouwlocaties € 2.286.000 30% € 685.800 Bestaand 2. Financiering duurzaamheidsambities € 500.000 30% € 150.000 Bestaand 3. Onder uitputting formatie/inhuur € 850.000 50% € 425.000 Nieuw 4. Vervroegde vervanging MJOP € 160.000 50% € 80.000 Nieuw 5. Bouw Integrale Kindcentra € 1.250.000 10% € 125.000 Bestaand 6. Waarderingsrisico bedrijventerreinen € 304.000 30% € 91.200 Bestaand 7. Kostenvergoeding afvalverpakkingen € 265.000 30% € 79.500 Nieuw Overige incidentele risico's € 505.000 € 161.500 Totaal incidentele risico's
€ 6.210.000
Structurele risico's (top 5) 1. Inhuur vanwege kwetsbare functies 2. Kostenontwikkeling sociaal domein 3. Complexe zorgcasuïstiek 4. Netwerkschaarste
€ 1.000.000 € 1.000.000 € 600.000 € 500.000
€ 1.798.000
50% 30% 50% 50%
€ 500.000 € 300.000 € 300.000 € 250.000
Bestaand Bestaand Bestaand Bestaand
90
5. Herinrichting toegang sociaal domein Overige structurele risico's Totaal structurele risico's
€ 500.000 € 6.255.000 € 9.855.000
Totaal
€ 16.065.00
30%
€ 150.000 € 865.500 € 2.365.500
Bestaand
€ 4.184.500
Structurele risico’s De top vijf aan structurele risico’s zijn: 1. Als gevolg van samenloop van omstandigheden (mobiliteit, ziekte) kunnen plotseling binnen een team op vitale en/of kwetsbare functies vacatures ontstaan die niet intern opgelost kunnen worden. Onder de huidige arbeidsmarktomstandigheden ziet de gemeente zich geconfronteerd met hoge inhuurtarieven. 2. De kostenontwikkeling binnen het sociaal domein blijft erg onzeker. Zowel cliëntaantallen, prijzen als zorgzwaarte laat zich zeer moeilijk voorspellen. 3. Inzet ten aanzien van incidentele complexe casuïstiek waar zwaarste zorgpakketten moeten worden toegekend. 4. De elektriciteitsnetwerken in Nederland kunnen de fors gestegen vraag en aanbod van elektriciteit niet aan. De komende jaren is de ruimte voor uitbreiding van elektriciteitsaansluitingen zeer beperkt. Dit kan geplande en toekomstige investeringen beïnvloeden, waarbij oplossingen mogelijk tot extra kosten leiden. 5. De toegang tot het sociaal domein wordt opnieuw vormgegeven, middels het Dorpsteam. De financiële gevolgen hiervan zijn verwerkt in de begroting. In de uitvoering zal blijken welk effect dit heeft op de daadwerkelijke kosten. Ten opzichte van het jaarverslag 2023 zijn de structurele risico’s toegenomen van € 2,1 miljoen naar € 2,4 miljoen. Dit is het gevolg van actualisatie van de risicobedragen en -kansen van bestaande risico’s.
Grootste impact vormt de aanpassing van het risico rondom de kostenontwikkelingen binnen het sociaal domein. Daarnaast is het risico op prijsstijgingen gewijzigd van een incidenteel naar een structureel risico. Financiële kengetallen Aan de hand van de voorgeschreven financiële kengetallen wordt in elke jaarrekening en begroting inzicht gegeven in de financiële positie van de gemeente. De kengetallen moeten in samenhang bezien worden. De gemeente beschouwt hierbij de netto schuldquote, de solvabiliteit en de structurele exploitatieruimte als de primaire kengetallen. Deze kengetallen geven inzicht in de financiële staat van de schuldpositie (netto schuldquote), de vermogenspositie (solvabiliteit) en de begroting (structurele exploitatieruimte). De grondexploitatie en de belastingcapaciteit zijn belangrijk voor de context van de primaire kengetallen. Voor de signaleringswaarden sluiten we aan bij de waarden zoals deze door toezichthouders bij gemeenten wordt gehanteerd. Duiding waarden kengetallen Laag risico Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
< 90% < 90% > 50% > 0% < 20% < 95%
Mate van risico Gemiddeld risico 90% - 130% 90% - 130% 20% - 50% = 0% 20% - 35% 95% - 105%
Hoog risico > 130% > 130% < 20% < 0% > 35% > 105%
Duiding financiële positie In onderstaande tabel is de ontwikkeling van financiële kengetallen voor de gemeente Dongen weergegeven vanaf de jaarrekening 2023, de begroting 2024 naar de nu voorliggende meerjarenbegroting 2025-2028. Tevens zijn in de tabel de gemiddelde waarden van de Brabantse gemeenten weergegeven voor het jaar 2022. De cijfers in de kolom Begroting 2024 zijn hierbij aangepast aan de actuele inschattingen uit de tweede Bestuursrapportage.
91
Kengetallen Begroting 2025-2028
Brabants gemiddelde Rekening
Berap-2 Begroting Raming Raming Raming
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
33%
66%
84%
112%
124%
133%
130%
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie
30%
61%
80%
108%
120%
130%
127%
40,5%
19,8%
21,7%
21,4%
20,3%
19,5%
20,0%
5,6%
5,6%
2,2%
1,6%
0,8%
0,6%
0,6%
10,3%
11,5%
14,7%
16,5%
9,1%
1,3%
-0,6%
Belastingcapaciteit
96%
104%
95%
96%
96%
96%
96%
Kijkend naar de signaleringswaarden kan geconcludeerd worden dat de gemeente Dongen voor wat betreft de schuldquote en de solvabiliteit in een risicovolle situatie zit. Voor de netto schuldquote is de verwachting dat de risico-inschatting komend jaar stijgt van laag risico naar een gemiddeld tot hoog risico. Dit als gevolg van de bouw van de Integrale Kindcentra (IKC’s). Hiervoor dienen forse leningen te worden afgesloten. Qua solvabiliteit is over de afgelopen jaren sprake geweest van een aanzienlijke groei (in 2019 bedroeg de solvabiliteit nog 9,9%). De komende jaren beweegt de solvabiliteit zich op de grens van een gemiddeld en hoog risico. Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in de omvang van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. De netto schuldquote is ook inzichtelijk gemaakt na correctie voor verstrekte leningen. Zo wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen is in de exploitatie en de schuldenlast. Bij de behandeling van de Kadernota 2022 heeft de gemeenteraad besloten dat de schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen vanaf 2028 (maximaal) 130% mag bedragen. Tot 2028 is een schuldquote van 140% geoorloofd. Door de voorgenomen bouw van een vijftal IKC’s gaat de schuldquote de komende jaren stijgen.
De grens van 130% wordt naar verwachting de komende jaren echter niet bereikt. Daarbij wordt tevens opgemerkt dat de begroting van jaar op jaar zal stijgen door indexeringen. Afgezet tegen de begroting zal de schuldquote daardoor lager uitvallen dan nu voorzien. Solvabiliteit De solvabiliteit geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het drukt de omvang van het eigen vermogen uit in een percentage van het totale vermogen. Hoe lager dit percentage, hoe lager de financiële weerbaarheid van de gemeente is. Door de positieve jaarrekeningresultaten en het streven jaarlijks € 0,5 miljoen vanuit de begroting in de algemene reserve te storten, is de solvabiliteit de laatste jaren aanzienlijk verbeterd. In de meest recente jaarrekening over 2023 is de kritieke grens van 20% nagenoeg bereikt. Dit betekent een verdubbeling ten opzichte van het dieptepunt in 2019 (9,9%). Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft aan in hoeverre de baten en lasten van de gemeente op de lange termijn (dus structureel) met elkaar in evenwicht zijn. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het meerjarig financieel perspectief uit de inleiding te corrigeren voor incidentele baten en lasten en voor de onttrekkingen en toevoegingen aan de reserves.
Door de positieve begrotingssaldi in de voorliggende meerjarenbegroting is in Dongen sprake van structurele exploitatieruimte groter dan nul. Grondexploitatie en belastingcapaciteit De grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn kengetallen die de voorgaande drie primaire kengetallen in perspectief zetten. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de waarde van de voorraden grond is ten opzichte van de totale baten in de begroting. Een grote waarde van de voorraden grond zet de schuldpositie in een ander perspectief, maar brengt tevens risico’s met zich
92
mee. Staat grond tegen een te hoge waarde op de balans en moet worden afgewaardeerd, dan leidt dit tot een lager eigen vermogen en dus een lagere solvabiliteit. De verwachting is dat de voorraden grond de komende jaren zullen worden verkocht. De gemeente loopt hierop weinig risico. De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin op de langere termijn financiële tegenvallers opgevangen kunnen worden. Hiervoor worden de woonlasten van de gemeente Dongen afgezet tegen de landelijke gegevens. Zichtbaar is dat de inzet om de OZB voor woningeigenaren richting het landelijk gemiddelde te laten begeven, effect sorteert. Sinds 2024 liggen de woonlasten in Dongen onder het landelijk gemiddelde. Daarmee is de afspraak vanuit het coalitieakkoord gestand gedaan dat de woonlasten voor 2025 evenals voorgaande jaren onder het landelijk gemiddelde blijven.
93
Paragraaf C. Onderhoud kapitaalgoederen In deze paragraaf is de staat en het beheer beschreven van onze kapitaalgoederen: wegen, openbare verlichting, openbaar groen, speel- en recreatieterreinen, riolering, gemeentelijke gebouwen en jeugden sportaccommodaties. Het versterken van de woon- en leefomgeving is essentieel voor het vasthouden en aantrekken van inwoners. Het in standhouden van een aantrekkelijke en veilige leefomgeving hoort daarbij. Onze kapitaalgoederen spelen daarbij een belangrijke rol. Het betreft grote zaken die vaak veel waarde hebben en meerdere jaren meegaan. Sommige taken waarop kapitaalgoederen betrekking hebben, zijn wettelijk verplicht. Het onderhoud en beheer van kapitaalgoederen is van groot belang voor het goed functioneren van de gemeente. Achterstallig onderhoud zou kunnen leiden tot aansprakelijkheid. Met de paragraaf 'Onderhoud kapitaalgoederen' stellen we de kaders vast voor onderhoud van infrastructuur, voorzieningen en gebouwen. Dat is van belang omdat kapitaalgoederen: • blijvend een groot beslag op de gemeentelijke begroting leggen; • nodig zijn om de programmadoelen van de gemeente te realiseren; • mede het aanzien van de gemeente bepalen. Er bestaat een direct verband tussen de paragraaf 'Onderhoud kapitaalgoederen', de staat van reserves en voorzieningen, en het investeringsplan.
In het investeringsplan worden de investeringen bijeengebracht waarvan de jaarlijkse kapitaallasten verwerkt zijn in deze paragraaf. De kosten van het jaarlijks klein onderhoud zijn opgenomen in de exploitatie. Voor wegenonderhoud en openbare verlichting is structureel een budget in de begroting opgenomen. Het uitvoeringsplan voor wegen en openbare verlichting is hierop afgestemd. Voor wat betreft sportaccommodaties en gebouwenbeheer, wordt gebruik gemaakt van een onderhoudsvoorziening. Voor riolering wordt gewerkt met een egalisatievoorziening. Het verloop van deze reserves en voorzieningen is in de staat van reserves en voorzieningen in beeld gebracht en toegelicht. Aan de lasten die in deze paragraaf worden weergegeven liggen onderhouds- en uitvoeringsplannen ten grondslag die door de raad zijn of worden vastgesteld. Water en riolering Het op 16 december 2021 vastgestelde Water- en Rioleringsplan 2022 is meer gericht op de werkwijze van de nieuwe omgevingswet en de maatschappelijke effecten van water en het klimaat. De resultaten van de stresstesten en de klimaatdialoog zijn hierin ook verwerkt. Het gemeentelijke Water- en Rioleringsplan bevat onder andere het beleidskader, de uitvoeringsagenda en het kostendekkingsplan voor water en riolering voor de periode 2022-2026.
Hoe is het beleid vertaald in de begroting? In de begroting zijn ramingen opgenomen voor investeringen, beheer en onderhoud van riolering en water overeenkomstig het kostendekkingsplan van het Water- en Rioleringsplan 2022-2026. Voor nadere beleidsdoelstellingen en belangrijkste reguliere taken wordt verwezen naar thema 530. Openbare verlichting en verkeerregelinstallaties Het beleidsplan voor openbare verlichting is 9 april 2020 vastgesteld en loopt tot en met 2028. In het najaar van 2024 wordt een tussentijdse actualisatie opgesteld. Hoe is het beleid vertaald in de begroting? In de begroting zijn budgetten opgenomen voor het in stand houden van de openbare verlichting en het vervangen naar LED-armaturen. Voor nadere beleidsdoelstellingen en belangrijkste reguliere taken wordt verwezen naar thema 530. Openbaar groen Het bomenbeleidsplan en groenbeleidsplan, met een looptijd van 10 jaar, is op 23 september 2023 vastgesteld door de gemeenteraad. Aansluitend heeft een actualisatie van het groenbeheerplan (incl. bomenbeheer) plaatsgevonden welke in het voorjaar 2024 door het college is vastgesteld. Hoe is het beleid vertaald in de begroting?
94
In de begroting zijn ramingen opgenomen voor beheer en onderhoud van het openbaar groen en bomen, onderverdeeld in de posten “Parken en Plantsoenen” en “Bermen en Sloten” Het onderhoud aan het openbaar groen wordt maandelijks getoetst op het gewenste kwaliteitsniveau. Voor nadere beleidsdoelstellingen en belangrijkste reguliere taken wordt verwezen naar thema 530. Wegen, straten en pleinen In 2021 is het wegenbeheerplan vastgesteld en loopt tot en met 2025. Hierin is de kwaliteit opgenomen van de verharding in het onderhoud openbaar domein opgenomen en de criteria hoe we de kunstwerken onderhouden en in stand houden. Hoe is het beleid vertaald in de begroting? In de begroting zijn ramingen opgenomen voor investeringen en zijn budgetten opgenomen voor het in stand houden van verhardingen, onverharde wegen en wegmarkeringen. Voor nadere beleidsdoelstellingen en belangrijkste reguliere taken verwijzen wij u naar thema 530. Civiele kunstwerken (bruggen en duikers) In september 2021 is aan u het Beheerplan Civiel Technische Kunstwerken 2022-2025 aangeboden. Hierin is de kwaliteit opgenomen van de kunstwerken en de criteria hoe we de kunstwerken onderhouden en in stand houden.
Hoe is het beleid vertaald in de begroting? In de begroting zijn ramingen opgenomen voor investeringen, beheer en onderhoud van de civiele kunstwerken overeenkomstig het de beheerplan Civiel Technische Kunstwerken. Voor nadere beleidsdoelstellingen en belangrijkste reguliere taken wordt verwezen naar thema 530. Gemeentelijke gebouwen Jaarlijks wordt via het Gebouwbeheersysteem het onderhoudsplan bijgesteld aan de hand van jaarlijkse inspecties en beleidsontwikkelingen. Voor nadere beleidsdoelstellingen en belangrijkste reguliere taken wordt verwezen naar thema 530. Hoe is het beleid vertaald in de begroting? Middels het Gebouwbeheersysteem wordt het onderhoudsplan jaarlijks geactualiseerd en zijn de ramingen voor investeringen overgenomen en zijn budgetten opgenomen voor en het uitvoeren van preventief en correctief onderhoud aan de panden. De uitgaven voor het groot onderhoud lopen via de daarvoor gevormde voorziening “Onderhoud gemeentelijke gebouwen”, die ook jaarlijks wordt geactualiseerd. Sport- en cultuuraccommodaties Jaarlijks worden de onderhoudsplannen bijgesteld. In 2020 is de voorziening Sport herijkt. Het beheer van de gemeentelijke binnensportaccommodaties is in handen van de Binnensport Accommodaties Dongen (BSA). De BSA ontvangt hiervoor een vergoeding. Het beheer van De Cammeleur is in handen van de Stichting Donckhuys.
Stichting Donckhuys ontvangt hiervoor een vergoeding. Hoe is het beleid vertaald in de begroting? Voor nadere beleidsdoelstellingen en belangrijkste reguliere taken wordt verwezen naar thema 120. Onderwijshuisvesting Lasten van onderwijshuisvesting betreffen enkel de kapitaallasten die voortkomen uit investeringen zoals de IKC's. De onderhoudsplicht ligt bij de schoolbesturen die hiervoor via het Rijk een vergoeding ontvangen. Hoe is het beleid vertaald in de begroting? Voor nadere beleidsdoelstellingen en belangrijkste reguliere taken wordt verwezen naar thema 210.
95
Onderhoud kapitaalgoederen (x € 1.000) Wegen, straten en pleinen Openbare Verlichting Openbaar groen Water en Riolering Gebouwenbeheer Onderwijshuisvesting Sport- en Cultuuraccommodaties Totaal onderhoud kapitaalgoederen
2025 1.676 633 2.921 1.719 1.502 1.192 2.303 11.945
2026 1.853 638 3.073 1.675 1.691 1.332 2.287 12.548
2027 2.013 643 2.917 1.620 1.691 1.647 2.217 12.747
2028 2.042 641 2.920 1.613 1.629 1.772 2.214 12.830
In deze tabel zijn de lasten weergegeven per categorie kapitaalgoederen, zoals in de exploitatie opgenomen. Dit zijn onder meer de kapitaallasten en structurele onderhoudslasten. Ten opzichte van de begroting 2023-2026 is op een aantal onderdelen verschillen zichtbaar. Grotendeels heeft dit te maken met indexering van onderhoudsbudgetten en het actualiseren van de kapitaallasten op basis van het investeringsplan. De kostenstijging van openbare verlichting komt met name door de gestegen energiekosten. Voor onderwijshuisvesting geldt dat de afwijking toe te rekenen is aan de verschuivingen die hebben plaatsgevonden in de planning van de nieuwbouw van de IKC’s. Een eventuele stijging van de bouwkosten zal leiden tot hogere kapitaallasten dan nu opgenomen in de begroting. Voor Water en Riolering is er sprake van vertraging van investeringsprojecten wat leidt tot lagere kapitaallasten. Bij Sport en Cultuuraccommodaties wordt de stijging met name veroorzaakt door de hogere bijdrage aan De Vennen en de BSA.
96
Paragraaf D. Financiering In de financieringsparagraaf geeft de gemeente inzicht in de beheersing van de risico’s met betrekking tot de financiering. De wet Fido, de financiële verordening 2023 en het treasurystatuut 2020 vormen het kader voor deze paragraaf. Daarnaast worden in deze paragraaf specifieke uitgangspunten opgenomen zoals de kasgeldlimiet. De voornaamste doelstelling van de treasuryfunctie is het beperken van de financiële risico's. In zijn algemeenheid kunnen deze risico’s worden onderscheiden in renterisico’s, kredietrisico’s, koersrisico’s en valutarisico’s. In de Dongense financieringssituatie zijn de koers- en valutarisico’s niet van toepassing. Renterisico’s doen zich voor op de openstaande schuld (zowel vlottend als vast). De kredietrisico’s hebben betrekking op de verstrekte leningen, uitgezette beleggingen en verstrekte gemeentegaranties. Renterisico In 2025 zal er sprake zijn van een financieringsoverschot: het totaal aan liquide middelen in 2025 is groter dan het totaal aan benodigde uitgaven (voor investeringen, reguliere uitgaven en aflossingen). Het financieringsoverschot is ontstaan doordat er geldleningen zijn aangetrokken voor de bouw van de scholen maar dat de geplande uitgaven vertragingen hebben opgelopen. Normaal gesproken heeft Dongen te maken met een financieringstekort.
Om te voorzien in de behoefte aan financiering worden zowel korte leningen (leningen met een looptijd korter dan 1 jaar, vlottende schuld genoemd) als lange leningen (leningen met een looptijd langer dan 1 jaar, vaste schuld genoemd) afgesloten. In beide gevallen loopt de gemeente een renterisico. Wettelijk bestaan er regels die moeten voorkomen dat fluctuaties in rentepercentages een te grote invloed hebben op de rentelasten. Deze zijn vastgelegd in de Wet Fido (Wet Financiering decentrale overheden). Het gaat om de kasgeldlimiet (van toepassing op korte leningen) en de renterisiconorm (lange leningen). De kasgeldlimiet en de renterisiconorm hebben allebei als doel de leningenportefeuille van decentrale overheden te behoeden voor een onverantwoord grote gevoeligheid voor rentefluctuaties. Ze stellen dus een grens aan de structuur van de leningen, niet aan de hoogte. De gemeente Dongen houdt met het aantrekken van financiering (kort of lang) rekening met de wettelijke normen. Op die manier wordt het renterisico beperkt. Renterisico vlottende schuld (kasgeldlimiet) De kasgeldlimiet richt zich hierbij op leningen met een looptijd van maximaal één jaar (ook wel korte leningen, of vlottende schuld genoemd). De kasgeldlimiet stelt dat deze korte leningen niet meer dan drie kwartalen achter elkaar hoger mogen zijn dan 8,5% van het begrotingstotaal.
Indien de norm in meer dan twee opeenvolgende kwartalen wordt overschreden, dient een melding te worden gedaan bij de provincie als toezichthouder. De gemeente Dongen stuurt op de omvang van de korte leningen en zorgt ervoor dat deze de kasgeldlimiet niet meer dan twee maanden achter elkaar overschrijden. Bij een dreigende overschrijding worden de korte leningen omgezet in nieuwe, langlopende leningen. De kasgeldlimiet voor 2025 bedraagt afgerond € 6,1 miljoen op basis van de voorgeschreven berekeningswijze. Renterisico vaste schuld (renterisiconorm) De renterisiconorm is opgesteld met als doel de rentegevoeligheid van de portefeuille van leningen met een looptijd van één jaar of langer (de vaste schuld) te beperken. Dit gebeurt door het aanbrengen van spreiding in de looptijden van de leningen. Hiermee wordt voorkomen dat een groot deel van de leningen tegelijk opnieuw moet worden afgesloten, met het risico van plotseling oplopende rentelasten. De renterisiconorm is bepaald op 20% van het begrotingstotaal. Dat wil zeggen dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet méér mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Hierbij is een minimumbedrag bepaald van € 2,5 miljoen. In onderstaande tabel wordt de renterisiconorm voor de komende jaren weergegeven.
97
Renterisiconorm
2025
2026
2027
2028
6.142
5.589
5.192
5.395
82.609
83.293
83.934
83.908
20
20
20
20
Omschrijving (bedragen x € 1.000) A
Aflossingen Renterisiconorm:
B
Begrotingstotaal
C
Norm in %
D
Renterisiconorm: (minimum 2.500)
16.522
16.659
16.787
16.782
E
Ruimte (+) / Overschrijding (-/-) (D - A)
10.380
11.070
11.595
11.387
Liquiditeitsprognose De gemeente Dongen werkt vanuit totaalfinanciering. Alle gemeentelijke inkomsten en uitgaven worden hierbij gesaldeerd voordat de geld- of kapitaalmarkt wordt benaderd. Goed inzicht in het verloop van inkomsten en uitgaven leidt tot betere sturing op de benodigde liquiditeiten voor de komende jaren, de aan te trekken externe financiering en de ontwikkeling van de rentekosten. Voor de begroting is een liquiditeitsprognose opgesteld. De liquiditeitsprognose is opgesteld met de cijfers uit deze begroting en het investeringsplan 2025-2028. Vanaf 2025 neemt als gevolg van investeringen de leningenportefeuille toe. Liquiditeitsprognose
2025
2026
2027
2028
Liquiditeitsprognose op 1 januari
20.888
2.080
2.570
3.438
Saldo inkomsten en uitgaven exploitatie
5.606
4.466
5.014
4.165
Uitgaven aflossing opgenomen leningen
-6.142
-5.589
-5.192
-5.395
Inkomsten aflossing uitstaande leningen
170
170
170
170
Uitgaven investeringen
-28.626
-22.094
-19.538
-4.550
Inkomsten grondexploitaties
-2.016
6.037
6.414
1.649
Liquiditeitsoverschot (+) / -tekort (-)
-10.120 12.200
-14.930 17.500
-10.562 14.000
-523 4.000
(bedragen x € 1.000)
Nieuwe leningen
Kredietrisico Bij verstrekte leningen of garantstellingen is sprake van een kredietrisico. Hier kan zich de situatie voordoen dat partijen waaraan de gemeente leningen heeft verstrekt (of waarvoor de gemeente garant staat) niet meer aan hun betalingsverplichtingen kunnen voldoen. Als de lenende partij de lening niet kan terugbetalen, is de gemeente het uitgeleende geld kwijt en blijft zij zitten met de schuld die ertegenover staat. Kredietrisico’s kunnen zich op twee manieren manifesteren: a. Een risico dat direct wordt gelopen uit hoofde van door de gemeente verstrekte leningen en uitgezette beleggingen. b. Een risico ten aanzien van verstrekte gemeentegaranties (ook wel borgstellingen genoemd). Dit is een indirect kredietrisico.
98
Ad a. Kredietrisico’s op leningen en beleggingen Uit hoofde van haar publieke taak heeft de gemeente Dongen de navolgende leningen (door)verstrekt en beleggingen gerealiseerd: Uitzettingen (uitstaande leningen, beleggingen) Leningen (bedrag x € 1.000)
1 januari 2024
Geldnemer: St. Dongha-Heem
75
Zwembad de Vennen
3.269
Voorziening zwembad De Vennen7
-200
Startersleningen
426
Voorziening starterslening9
-134
Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn)
235
Subtotaal
3.671
Beleggingen (bedrag x € 1.000) Aandelen Brabant Water
111
Aandelen NV BNG
160
Grootboekschuld ministerie van Financiën Totaal
2 3.944
De uitzettingen per 1 januari 2025 zijn naar verwachting € 3.944.000. De aflossing in 2025 bedraagt naar verwachting € 195.000. De stand per 31 december 2025 zal hierdoor € 3.794.000 zijn. Ad b. Kredietrisico’s ten aanzien van gemeentegaranties (borgstellingen) De gewaarborgde leningen derden bestaan uit: a. Leningen toegelaten instellingen, welke gewaarborgd worden door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) met achtervang rijk/gemeente. b. Garantstellingen in het kader van de Gemeentegarantie eigen woning. De borgstelling via het WSW heeft betrekking op leningen aan stichting Casade waarbij de gemeente Dongen achtervang-gemeente is. Deze leningen zijn in eerste aanleg geborgd door het WSW. Slechts indien de WSW niet aan de betalingsverplichtingen kan voldoen, verstrekt de achtervang-gemeente een renteloze lening aan de WSW voor 50% van het totale leningbedrag. De WSW acht het risico dat achtervang-gemeenten renteloze leningen aan hen moeten verstrekken als de andere buffers onvoldoende zijn “zeer klein - zelfs theoretisch”. Daarnaast zijn door de gemeente garantstellingen verleend in het kader van de gemeentegarantie. De gemeentegarantie was een garantie van een gemeente voor de hypotheekschuld van een woningeigenaar ten opzichte van een geldverstrekker, zoals een bank of verzekeringsmaatschappij.
Met ingang van 1995 is het stelsel van de gemeentegarantie vervangen door de Nationale Hypotheek Garantie. De (gemeente)garantstellingen nemen daardoor geleidelijk af.
7
De voorzieningen voor zwembad De Vennen en de starterslening zijn als waarderingscorrectie in mindering gebracht op de vordering onder de financiële vaste activa.
99
Financiële risico's in beeld Samengevat loopt de gemeente de volgende risico’s in haar financieringsfunctie. Risico Renterisico vlottende schuld
Renterisico vaste schuld Kredietrisico
Norm Kasgeldlimiet: 8,5% van begrotingstotaal
Toelichting Kasgeldlimiet 2025: € 6,1 miljoen Maximum voor de omvang van de kortlopende schulden. Bij structureel overschrijden kasgeldlimiet moet kortlopende schuld worden omgezet in langlopende schuld. Renterisiconorm: Renterisiconorm 2025: € 16,5 miljoen 20% van het Maximum aan de jaarlijkse aflossing en begrotingssaldo renteherziening op de langlopende schulden. - Risico uit hoofde van door de gemeente verstrekte leningen en uitgezette beleggingen. Het risico bestaat dat de vrijvallende gelden (bij aflossing) niet tegen een gelijk rentepercentage kunnen worden belegd. - Risico ten aanzien van verstrekte gemeentegaranties (borgstellingen). Garanties dienen voort te vloeien uit gemeentelijke taken. Het verstrekken van een gemeentegarantie geschiedt bij raadsbesluit en wordt voor komend jaar niet verwacht.
Rente-omslag Conform het 'Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten' (BBV) moet er inzicht worden gegeven in de rentelasten, de financieringsbehoefte en de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend. Daarnaast is het verplicht dat de rentekosten aan de desbetreffende taakvelden moeten worden toegerekend met behulp van een (rente) omslagpercentage. Renteschema (bedragen x € 1.000) A De externe rentelasten over de korte en lange financiering B De externe rentebaten over de korte en lange financiering C Saldo rentelasten en rentebaten Rente die aan de grondexploitaties moet worden doorberekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente D E F
Totaal geraamde aan taakvelden toe te rekenen rente De aan taakvelden toe te rekenen rente (renteomslag) Verwacht renteresultaat op taakveld treasury
2025 981 410 571 93 478 478 591 113
EMU-saldo Op grond van artikel 20 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten moet de gemeente in de programmabegroting inzage geven in het EMU-saldo over het vorig begrotingsjaar, de berekening van het geraamde bedrag over het begrotingsjaar en de berekening van het geraamde bedrag over het jaar volgend op het begrotingsjaar. Het EMU-saldo is een in Europees verband gehanteerd en gedefinieerd macro-economisch begrip. Het kan worden omschreven als het verschil tussen de inkomsten en uitgaven van de collectieve sector (Rijk, andere overheden, sociale fondsen).
100