CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijl-17 24-72 Nader soortgericht onderzoek

Besluitvormende raadsvergadering 17 oktober 2024, gemeente DongenBij agendapunt: Raadsvoorstel 24-72 Vaststellen bestemmingsplan Vaartweg 78 A16.625 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De vindplaats kan uitsluitsel bieden of het een loopspoor van een steenmarter of een boommarter betreft (Diepenbeek, 1999).

4.12

Poelkikker Het nader onderzoek naar het leefgebied van de poelkikker is uitgevoerd conform het kennisdocument van de poelkikker (BIJ12, 2017e). Er hebben twee veldbezoeken plaatsgevonden om te luisteren naar kooractiviteit van de poelkikker in de periode mei – juni. Hierbij is het plangebied en de directe omgeving onderzocht. - 3 juni 2022: 23:00 – 0:15 uur, 18-16 graden Celsius en windkracht 2. - 29 juni 2022: 23:00 – 0:00 uur, 20-18 graden Celsius en windkracht 2 Tijdens de veldbezoeken is geluisterd naar kooractiviteit van de poelkikker in het plangebied. Voor de poelkikker geldt dat dit één van de groene kikkers is. Deze soorten zijn moeilijk van elkaar te onderscheiden en kunnen deels met elkaar voortplanten. Wanneer minder dan 25% van de gehoorde groene kikkers als poelkikkers worden waargenomen, is nog een extra veldbezoek noodzakelijk waarbij kikkers gevangen worden met een schepnet. Dit heeft plaatsgevonden op 4 augustus 2022 van 9:30 tot 13:00 uur bij geschikt weer.

35

4.13

Kamsalamander en alpenwatersalamander

4.13.1

Onderzoekslocaties Voor de kamsalamander is geen geschikt voortplantingswater in het plangebied aanwezig. Echter, in de omgeving zijn wel poelen aanwezig. Op 16 maart 2022 is derhalve de omgeving van het plangebied bezocht om te bepalen waar zich poelen in de omgeving bevinden die geschikt zijn als voortplantingswater voor de kamsalamander. Ook is gekeken of deze dicht genoeg bij het plangebied liggen waardoor de kamsalamander het plangebied als overwinteringshabitat kan gebruiken. De afstand die de kamsalamander tussen voortplantingswater en overwinteringsgebied aflegt bedraagt maximaal 100 tot enkele honderden meters (BIJ12, 2017i). Tenslotte is beoordeeld of tussen de poelen en het plangebied onoverkomelijke barrières aanwezig zijn, zoals verharde wegen, open weilanden en akkers en veel bebouwing. Zie navolgende afbeelding voor de locaties van de (geïsoleerde) poelen in de omgeving, waarvan eventueel aanwezige kamsalamanders het plangebied als overwinteringsgebied kunnen gebruiken. De twee noordelijke poelen bevinden zich op privéterrein. Op 16 maart 2022 is de eigenaar van deze poelen bezocht en heeft de eigenaar toestemming te geven om onderzoek in deze poelen uit te voeren. De zuidelijke poel bevindt zich op grond van de gemeente. Ook de gemeente heeft goedkeuring gegeven voor het onderzoek van de poel.

Voor de alpenwatersalamander zijn de aanwezige sloten in het plangebied wel potentieel geschikt als voortplantingsplaats, zie navolgende afbeelding. De focus voor het onderzoek naar deze soort ligt dan ook op deze watergangen. Om ook een goede indruk van de aanwezigheid van de alpenwatersalamander in de omgeving te krijgen, worden ook de poelen van de kamsalamander op de alpenwatersalamander onderzocht.

4.13.2

Methode Om de aan- of afwezigheid van deze twee soorten te bepalen is gebruik gemaakt van eDNA-onderzoek. In totaal zijn vijf monsters genomen; één monster per waterlichaam (poel of sloot). De monstername heeft plaatsgevonden conform het eDNA filter samplingprotocol van Datura (www.datura.nl). Hierbij worden per monster 28 submonsters van het water genomen waarna het water gefilterd wordt en het filter in pipetjes met conserverende vloeistof wordt gestopt. Datura onderzoekt vervolgens de monsters middels soortspecifieke DNA-analyse of DNA aanwezig is van kamsalamander en de alpenwatersalamander. De monstername heeft plaatsgevonden op 11 mei 2022.

36

In de omgeving van het plangebied zijn meerdere poelen aanwezig die potentieel geschikt zijn als voortplantingswater voor de kamsalamander. In het plangebied zijn sloten die potentieel geschikt zijn voor de alpenwatersalamander.

37

5 5.1

Resultaten en effectbeoordeling Wintercheck bomen Tijdens het veldbezoek zijn meerdere holen, holtes, nesten en vleermuiskasten gevonden. Zie navolgende afbeelding voor een overzicht van de locaties.

Aangetroffen elementen in bomen rond het plangebied die mogelijk beschermd zijn.

5.1.1 5.1.1.1

Groot nest Resultaten Direct ten westen van het plangebied, aan de Dwarsdijk werd een relatief groot nest aangetroffen. Zie navolgende afbeelding. Nesten van een dergelijke grootte kunnen potentieel van een ransuil, boomvalk of sperwer zijn. Dergelijke nesten zijn niet groot

38

genoeg voor de soorten buizerd en wespendief. Er zijn ook geen andere grote nesten in het onderzoeksgebied vastgesteld. De aanwezigheid van nesten van de buizerd en wespendief kan daarom worden uitgesloten. Er zijn ook geen grote nesten aangetroffen die door een eekhoorn gebruikt kunnen worden. De eekhoorn kan echter ook gebruik maken van boomholtes als verblijfplaats.

Relatief groot nest in grote oude zomereik direct ten westen van het plangebied langs de Dwarsdijk.

5.1.1.2

5.1.2 5.1.2.1

Effectbeoordeling De betreffende boom bevindt zich buiten het plangebied. Met de geplande ruimtelijke ontwikkeling wordt deze daarom ook niet gekapt. Het nest blijft dan ook behouden. Wel kan met de geplande ruimtelijke ontwikkeling verstoring plaatsvinden. Voor verstoring wordt voor roofvogelnesten doorgaans een verstoringszone van 75 meter aangehouden. Daarmee ligt de verstoringszone circa voor de helft in het plangebied. Voor de geplande ruimtelijke ontwikkeling zijn werkzaamheden in deze verstoringszone voorzien. Indien het nest in gebruik is door ransuil, sperwer of boomvalk en de werkzaamheden in de broedperiode plaatsvinden, is de kans groot dat verstoring plaatsvindt. Daarnaast kan het nest dermate verstoord worden dat het broeden afgebroken wordt. In dat geval verliest de nestplaats zijn functionaliteit. In beide gevallen is sprake van een overtreding van de Wet natuurbescherming. Derhalve is ander onderzoek naar het gebruik van het nest door ransuil, sperwer of boomvalk noodzakelijk. Zie hiervoor paragrafen 4.6 en 4.7. Spechtenholen, holtes en vleermuiskasten Resultaten In verschillende bomen langs de Hoge dijk en Dwarsdijk (ten zuiden en westen van het plangebied) werden spechtenholen, holtes en vleermuiskasten aangetroffen. Deze 39

kunnen potentieel in gebruik zijn door boombewonende vleermuissoorten. Zie navolgende afbeeldingen. Het gebruik van deze elementen door de eekhoorn kan uitgesloten worden, vanwege het ontbreken van sporen rond deze holtes en betreffende bomen. Door het ontbreken van potentiële eekhoornnesten én eekhoornholtes is de aanwezigheid van de eekhoorn in en rondom het plangebied uitgesloten.

Voorbeeld van een spechtenhol in een boom langs de Hoge Dijk.

40

Voorbeeld van vleermuiskast aan boom langs de Hoge Dijk.

5.1.2.2

Effectbeoordeling De aangetroffen elementen bevinden zich allen buiten het plangebied. De bomen blijven derhalve ook behouden. Echter, voor vleermuizen is wel verstoring mogelijk door kunstmatige verlichting vanuit het plangebied. In de huidige situatie is in het plangebied in zijn geheel geen kunstmatige verlichting aanwezig. Het is hier ’s nachts dan ook erg donker. Met de geplande ruimtelijke ontwikkeling kan in de aanlegfase en gebruiksfase sprake zijn van lichtverstoring in de nacht. In de gebruiksfase zullen tien woningen in het oostelijk deel van het plangebied aanwezig zijn, zie paragraaf 1.2.2. De woningen komen niet dichtbij de bomenrij te staan. Van significante lichtverstoring van de holen, holtes en vleermuiskasten is in de gebruiksfase derhalve op voorhand geen sprake. In de aanlegfase kan bouwverlichting gebruikt worden wat ook verstorend is. Indien aan onderstaande voorwaarden kan worden voldaan, wordt lichtverstoring niet verwacht. In dat geval is nader onderzoek naar de aanwezigheid van vleermuizen niet noodzakelijk. Op dit moment is met de opdrachtgever afgesproken dat aan deze voorwaarden voldaan zal worden. Indien dit toch niet mogelijk blijkt, is nader onderzoek naar vleermuizen langs de Hoge Dijk noodzakelijk.

Voorwaarden om lichtverstoring in aanlegfase te voorkomen: - Indien mogelijk, pas geen kunstmatige verlichting zoals bouwlampen toe tussen zonsondergang en zonsopkomst. - Indien het gebruik van kunstmatige verlichting echt nodig is: - Pas zo weinig mogelijk verlichting toe. - Plaats deze zo ver mogelijk van de bomenrijen aan de Hoge Dijk en Dwarsdijk. - Pas amber- of roodkleurige verlichting toe. Dit is minder verstorend voor vleermuizen. - Kunstmatige verlichting mag enkel naar beneden gericht worden. De lichtbundel mag niet naar de zijkant of naar boven gericht worden.

5.1.3

Eksternesten Ook ten oosten en noordoosten van het plangebied, langs de Vaartweg, werden wat grotere nesten vastgesteld. Bij al deze nesten werden ook eksters geconstateerd en/of hadden ze duidelijk de vorm van een eksternest. Eksternesten vallen onder categorie 5 van beschermde nesten. Dergelijke nesten zijn enkel beschermd als sprake is van zwaarwegende ecologische factoren. Eksters zijn goed in het zelf bouwen van nesten. In de omgeving van het plangebied zijn daarnaast een ruime hoeveelheid aan grote bomen waarin dit mogelijk is. Ook heerst over het algemeen voldoende rust in het gebied voor de ekster om te nestelen. Indien de sloop- en bouwwerkzaamheden buiten de broedperiode worden opgestart en doorlopen tot in de broedperiode, worden eksters mogelijk verstoord, waardoor ze niet gaan nestelen in het bestaande nest. Er zijn dan voldoende alternatieven voor de ekster om verder van het plangebied een nest te gaan bouwen. Nader onderzoek hiernaar is derhalve niet noodzakelijk. Wel mogen onder andere vanwege de aanwezigheid van deze nesten in de directe omgeving van het plangebied geen verstorende werkzaamheden in de algehele broedperiode van vogels starten Zie hiervoor paragraaf 6.4.

41

5.2

Huismus

5.2.1

Resultaten

5.2.1.1

12 april 2022 Tijdens dit veldbezoek zijn geen huismussen waargenomen rond het bedrijfsgebouw. Nesten of gedrag wat hierop kan duiden is hier niet waargenomen. Opvallend is wel dat relatief veel huismussen aanwezig waren in het braamstruweel van het onbegaanbare kassencomplex. Deze locatie is slecht te overzien, maar gezien de dichte begroeiing is de verwachting dat het braamstruweel een functie kan hebben voor beschutting, maar ook voor het vinden van voedsel.

5.2.1.2

5 mei 2022 Tijdens dit veldbezoek is wederom geen activiteit waargenomen bij het bedrijfsgebouw. Nesten van de huismus zijn hierin dan ook niet aanwezig. In de omgeving zijn wel nesten van de huismus vastgesteld. Het betreft nesten in de woningen langs de Vaartweg. Bij de woningen Vaartweg 82A en 86 zijn daadwerkelijk nesten vastgesteld onder het aanwezige dak. Verder is de verwachting vanwege de aanwezigheid van een baltsend mannetje en een parend koppel dat op Vaartweg 80 of 80A ook minimaal één nestplaats aanwezig. Op het dak van Vaartweg 74 zijn ook meerdere huismussen waargenomen. De verwachting is dat hier ook minimaal twee nesten aanwezig zijn. Tijdens het veldbezoek werd waargenomen dat huismussen tussen deze woningen en het braamstruweel in het plangebied op en neer vloog. De huismussen halen derhalve voedsel uit dit deel van het plangebied.

5.2.2

Effectbeoordeling In het plangebied zijn geen nesten van de huismus aanwezig. Wel gebruiken de huismussen het braamstruweel in het onbegaanbaar kassencomplex voor het vinden van voedsel en beschutting. Langs de Vaartweg zijn de aanwezige tuinen aan beide zijden behoorlijk groot en groen. Hier is daarom ook relatief veel leef- en foerageergebied voor huismussen aanwezig. Er is voor het braamstruweel in het plangebied wat door huismussen gebruikt wordt derhalve voldoende alternatief in de omgeving. Essentiële elementen van de huismus zijn in het plangebied al met al niet aanwezig.

5.3

Gierzwaluw Tijdens de drie veldbezoeken zijn in zijn geheel geen gierzwaluwen waargenomen die enige binding vertoonden met het bedrijfsgebouw. Op 7 juni 2022 is wel een enkele gierzwaluw over het plangebied gevlogen. Op 2 juli 2022 zijn eenmaal wat hoog overvliegende roepende dieren gehoord. Op 18 juni 2022 is geen enkele gierzwaluw waargenomen. Derhalve kan gesteld worden dat geen gierzwaluwnesten in het plangebied aanwezig zijn.

42

5.4

Kerkuil

5.4.1

Resultaten Tijdens de veldbezoeken van de steenuil en vleermuizen zijn in zijn geheel geen kerkuilen waargenomen. Dit betreft zowel zicht- als geluidswaarnemingen. Met het sporenonderzoek zijn geen sporen van de kerkuil aangetroffen. Volgens de uilenwerkgroep Ken en Geniet broedt een koppel kerkuilen in een kast op de Vogelenzangweg 5 te Dongen-Vaart. De werkgroep geeft aan dat hier de afgelopen drie jaar succesvol is gebroed. Daarnaast is ook nog een broedend kerkuilkoppel bekend op een perceel aan de Julianalaan in ’s Gravenmoer. Zie navolgende afbeelding voor de locaties ten opzichte van het plangebied. Beide nestlocaties liggen op circa 670 meter van het plangebied verwijderd. Meerdere omwonenden hebben gereageerd op de verzonden brief. Een aantal daarvan heeft aangegeven weleens uilen in de omgeving te zien. Dit kunnen mogelijk ook kerkuilen zijn. Concrete waarnemingen van specifiek de kerkuil zijn echter niet gedaan.

In de wijdere omgeving van het plangebied zijn broedgevallen van de kerkuil bekend.

43

5.4.2

Effectbeoordeling In het plangebied is geen kerkuilnestplaats aanwezig. Deze zijn in de wijdere omgeving wel aanwezig. In ieder geval in één daarvan wordt meerdere jaren achtereen succesvol gebroed. Door omwonenden worden weleens uilen waargenomen, mogelijk gaat het hier om een kerkuil. Dit is met de uitgevoerde veldbezoeken niet bevestigd. Wel kon een klein deel van het bedrijfsgebouw niet op sporen onderzocht worden. Echter, als hier een nest van een kerkuil aanwezig zou zijn, zou dit tijdens de uitgevoerde steenuil- en vleermuisveldbezoeken zeker zijn opgemerkt. Volgens het Kennisdocument Kerkuil (BIJ12, 2017g) varieert de grootte van een kerkuilterritorium tussen de 60 en 1200 ha, afhankelijk van de kwaliteit van het gebied. Het plangebied vormt deels geschikt jachtgebied voor de kerkuil. Het gaat dan met name om de aanwezige weides en plantages. Het met bramen overwoekerde deel is niet geschikt. De oppervlakte hiervan is beperkt. Al met al zal het plangebied waarschijnlijk wel in gebruik zijn als foerageergebied voor de kerkuil, maar gaat het hier niet om zijn primair jachtgebied. Met de geplande ruimtelijke ontwikkeling wordt het deel wat als weiland in het slagenlandschap wordt ingericht ook weer geschikt als foerageergebied. Al met al kan dan ook gesteld worden dat geen significant negatief effect optreedt met de geplande ruimtelijke ontwikkeling.

5.5

Steenuil

5.5.1

Territoriumonderzoek

5.5.1.1

9 maart 2022 Aan het begin van het onderzoek werden lokgeluiden afgespeeld op de zuidoosthoek van het plangebied. Hierop werd direct gereageerd door een steenuil met territoriumroepjes. Deze riep dichtbij vanuit zuidelijke richting, waarschijnlijk van Vaartweg 6. Om de steenuil niet te veel te verstoren is vervolgens doorgelopen naar de zuidwesthoek van het plangebied om geluiden af te spelen. Vervolgens is het gehele onderzoeksgebied verder onderzocht maar zijn in zijn geheel geen steenuilgeluiden meer gehoord. Ook in het plangebied zijn geen steenuilen waargenomen.

5.5.1.2

11 april 2022 Eén van de veldwerkers is met lokgeluiden vanaf de noordwesthoek van het plangebied richting de zuidoosthoek gelopen, waar op 9 maart een steenuil was gehoord. Er werd echter geen steenuil in het plangebied waargenomen. De steenuil begon pas te roepen toen de veldwerker bijna bij de zuidoosthoek was. Ook deze keer werden weer territoriumroepjes gehoord en deze kwamen wederom vanuit het woonperceel van Vaartweg 6 direct ten zuiden van het plangebied. Na de territoriumroepjes ging de steenuil over in sociale roepjes. Ten noorden van het plangebied werd in de buurt van de kruising Vaartweg en Julianalaan ook een territoriaal roepende steenuil waargenomen. Later op de avond werd ook vanaf de Vaartweg op het perceel van Vaartweg 5 een territoriaal roepende steenuil gehoord. Eén van de veldwerkers hoorde hier zowel de territoriumroepjes 44

vanaf Vaartweg 5 en van Vaartweg 6. Het betreft hier dus twee verschillende mannetjes en dus ook twee verschillende territoria. 5.5.1.3

12 april 2022 Op deze avond werd de steenuil van Vaartweg 6 wederom gehoord. Daarnaast werden voor het eerst ook een territoriumroepjes van een steenuil gehoord ten westen van het plangebied. Dit was aan het einde van de Hoge Dijk bij de bebouwing van de Hoofdstraat. Circa een kwartier later liet een steenuil ook territoriumroepjes horen ten oosten van de Dwarsdijk en ten noorden van het plangebied. Ook ditmaal werden geen steenuilroepjes in het plangebied gehoord. Aan het eind van het veldbezoek kwam ter hoogte van Vaartweg 22 een steenuil vanuit oost zichtbaar over de weg aanvliegen en begon vanaf de nok van Vaartweg 22 territoriaal te roepen. De veldwerkers konden hem duidelijk zien zitten. Het leek ook of hij bleef roepen omdat wij bleven staan kijken. Navolgende afbeelding toont alle steenuilwaarnemingen van dit onderzoek.

Overzicht van waarnemingen van de steenuil tijdens het territoriumonderzoek

45

5.5.2

Informatie van omwonenden en uilenwerkgroep Verschillende omwonenden hebben aangegeven weleens uilen te zien. Geen van de bewoners heeft met zekerheid een steenuil gezien, maar hier kan mogelijk wel sprake van zijn geweest. De uilenwerkgroep heeft veel steenuilkasten aan bomen en gebouwen in de omgeving van het plangebied geplaatst. Zie voor een overzicht hiervan navolgende afbeelding. De uilenwerkgroep heeft specifiek voor de steenuilkast op Vaartweg 6 aangegeven dat deze hier de afgelopen drie jaar succesvol heeft gebroed.

In de wijde omgeving van het plangebied zijn veel nestkasten van de steenuil aanwezig. In ieder geval in die van Vaartweg 6 wordt succesvol gebroed.

5.5.3

Sporenonderzoek Tijdens het sporenonderzoek zijn geen sporen aangetroffen die zeker van de steenuil zijn. Wel is met de losse cameraval voor het dassenonderzoek (zie paragraaf 4.9.2) enkele malen een steenuil gefotografeerd. Er komen dus steenuilen in het plangebied voor. Het betreft de volgende datums: - 24 maart 2022 - 30 maart 2022

46

- 31 maart 2022 - 11 april 2022 Zie navolgende afbeeldingen voor enkele foto’s.

Enkele foto’s van een gefotografeerde steenuil.

47

5.5.4

Ligging steenuilterritoria Als alle voornoemde informatie wordt gecombineerd, kan een inschatting van de ligging van steenuilterritoria worden gemaakt. Dit is een inschatting op basis van de waargenomen steenuilen tijdens het territoriumonderzoek; de cameravallen; de informatie van derden en dan met name van de plaatselijke uilenwerkgroep; en informatie over de ecologie van de soort. Bij dit laatste punt wordt bijvoorbeeld gekeken naar welke elementen in het landschap geschikt zijn als leefgebied voor de steenuil, hoeveel geschikt leefgebied aanwezig is en wat de grootte van steenuilterritoria zijn. Zie hiervoor navolgende afbeelding.

In het onderzoeksgebied zijn verschillende steenuilterritoria aanwezig. Het plangebied ligt in één daarvan.

48

5.5.5

Effectbeoordeling Uit de resultaten blijkt dat in de directe omgeving ten zuiden van het plangebied, op het terrein van Vaartweg 6 een nestplaats van de steenuil aanwezig is. Het betreffende steenuilkoppel heeft de afgelopen jaren succesvol gebroed. Ook dit jaar heeft het mannetje territoriaal gedrag vertoond dicht bij het nest en ook ten noorden van het plangebied. Ook komt de steenuil in het plangebied voor en is het plangebied een onderdeel van het territorium. In de omgeving zijn drie andere steenuilterritoria aanwezig. Op dit moment is het plangebied geschikt als foerageergebied voor de steenuil, omdat het afwisselend en rommelig is. Zo zijn er ruigere delen waar muizen zich kunnen voortplanten en delen met kortere vegetatie waar de steenuilen makkelijk op de muizen kunnen jagen. Wel is een groot deel van het terrein verhard, waar de steenuil geen voedsel kan vinden. Met de geplande ruimtelijke ontwikkeling is in ieder geval in de aanlegfase het plangebied niet geschikt als leefgebied voor de steenuil. In de gebruiksfase kan de steenuil in de tuinen van de nieuwe woningen mogelijk nieuwe foerageermogelijkheden vinden. Het terrein wat agrarisch ingericht wordt, kan hier mogelijk ook een rol in spelen, zeker als het relatief kleinschalig volgens het slagenlandschap wordt ingericht.

Dit is dus echter wel afhankelijk van hoe het gebied in de toekomstige situatie precies wordt ingericht en beheerd. Al met al kan een significant negatief effect op de steenuil op voorhand niet uitgesloten worden.

5.6

Ransuil

5.6.1

Resultaten Tijdens de drie veldbezoeken gericht op het luisteren naar bedelende jongen, zijn in zijn geheel geen ransuilen gehoord of gezien. Er was ook geen enkele activiteit bij het relatief grote nest direct ten westen van het plangebied waargenomen. Dit nest lijkt volledig verlaten te zijn. Tijdens andere veldbezoeken zijn wel ransuilen waargenomen. Zo werd tijdens het territoriumonderzoek van de steenuil van 9 maart allereerst een vrouwtje ransuil gehoord (19:29 uur). Dit werd in de noordwesthoek of net daar buiten het plangebied waargenomen. Daarna werd ook de baltsroep van het mannetje gehoord, op ongeveer dezelfde plek (19:38 uur). Deze hield vrij lang aan. Later op de avond werd nog een enkele keer het vrouwtje gehoord in de noordwesthoek van het plangebied. Op 11 april 2022 is een mannelijke ransuil gehoord ten noordoosten van het plangebied, in het bosje op het perceel van Ravenbosweg 2. De volgende avond is deze uil nogmaals op dezelfde plek gehoord. Zie navolgende afbeelding voor de locaties van de waarnemingen.

49

In en in de omgeving van het plangebied zijn ransuilen waargenomen. Eén van de omwonende gaf aan dat in de lente en zomer een bruine uil actief is op het terrein van Vaartweg 76 en het plangebied. Dit kan dus mogelijk een ransuil zijn, maar een bosuil is ook mogelijk. De bewoner van Vaartweg 55 heeft weleens ransuilen in haar tuin en in 2020 waren ook jonge ransuilen in haar tuin aanwezig. Ze wist echter niet waar het nest zat. 5.6.2

Effectbeoordeling Uit waarnemingen tijdens veldbezoeken en vanuit informatie van bewoners blijkt dat ransuilen in het plangebied (met name de noordwesthoek) en de omgeving voorkomen. Uit het onderzoek naar de aanwezigheid van bedelende jongen blijkt echter dat dit jaar de ransuilen geen jongen in of direct rond het plangebied hebben grootgebracht. In de periode dat ransuilen hun eieren leggen is een ransuil waargenomen bij Ravenbosweg 2. Mogelijk was in het hier aanwezige bosje een ransuilnest aanwezig en zijn hier jongen grootgebracht. Gezien de waarnemingen van de ransuilen in het plangebied op meerdere avonden, is in ieder geval wel een rustplaats van deze uilensoort aanwezig. Ook deze kunnen

50

wettelijk beschermd zijn. Met de geplande ruimtelijke ontwikkeling kan in de aanlegfase deze rustplaats verstoord worden. Het struweel waar de ransuilen in de noordwesthoek gebruik van maakten, zal mogelijk gerooid worden. Wel blijven de grote bomen langs de Dwarsdijk waar de ransuil ook in is waargenomen behouden. Ook blijft in de toekomstige situatie dit deel van het plangebied rustig en donker, omdat hier geen woningen gebouwd worden. Indien hier elzensingels worden teruggeplaatst (met het oog op realisatie van een slagenlandschap) wordt op termijn deze plek weer geschikt als rustplaats voor de ransuil. Overigens zijn in de omgeving van het plangebied, op gelijke afstand met de waarschijnlijke nestlocatie op Ravenbosweg 2 vergelijkbare rustige en donkere plekken die de ransuil als rustplaats kan gebruiken. Een overtreding van de Wet natuurbescherming vindt met de geplande ruimtelijke ontwikkeling voor deze soort dan ook niet plaats.

5.7

Sperwer en boomvalk Tijdens de drie veldbezoeken zijn in zijn geheel geen sperwers of boomvalken in de buurt van het nest waargenomen. Het nest is derhalve niet in gebruik door deze twee roofvogelsoorten.

5.8

Vleermuizen

5.8.1

Kraamverblijfonderzoek Zie navolgende afbeelding voor alle waarnemingen van de kraamperiode.

51

Waarnemingen tijdens de drie veldbezoeken in de kraamperiode

5.8.1.1

3 juni 2022 Tijdens dit veldbezoek was de eerste waarneming een gewone dwergvleermuis. Deze vloog om 22:05 uur uit de schoorsteen van de ruïne met schoorsteen 2. Gedurende het veldbezoek zijn hier geen andere vleermuizen meer uitgevlogen, dus het betreft hier een zomerverblijfplaats. Om 22:20 uur werd kort door een gewone dwergvleermuis gezwermd bij de noordzijde van het bedrijfsgebouw. Vervolgens vloog deze in, in een kier tussen de gevel en een houten deur op de eerste verdieping van het gebouw. Om 21:31 uur vloog dezelfde vleermuis weer uit dezelfde kier. Om 22:29 uur vloog

52

aan de zuidzijde van het bedrijfsgebouw een gewone dwergvleermuis uit. Gedurende het veldbezoek zijn op deze twee plekken geen andere vleermuizen meer uitgevlogen, dus het betreft hier zomerverblijfplaatsen. Gedurende de rest van het veldbezoek werd door deze soort verspreid over het plangebied gevlogen en gefoerageerd. Het ging hier steeds om één of twee individuen tegelijkertijd. Tijdens het veldbezoek is ook eenmaal een gewone grootoorvleermuis gezien. Deze vloog langs de kassen (tussen noordelijk en onbegaanbaar kassencomplex) op en neer. Om 23:22 uur vloog een watervleermuis langs in het zuidwestelijk deel van het plangebied. Ook om 23:45 uur werd een watervleermuis bij het bedrijfsgebouw langsgevlogen. Ten slotte zijn er ook enkele malen een rosse vleermuis (22:35 en 23:25 uur) en een ruige dwergvleermuis (23:06, 23:09 en 0:03 uur). De eerste twee keer was de ruige dwergvleermuis tussen de kassen gehoord. De laatste waarneming was bij de poel ten noordwesten van het plangebied. 5.8.1.2

29 juni 2022 Tijdens dit veldbezoek was de eerste waarneming wederom de uitvliegende gewone dwergvleermuis uit de schoorsteen van ruïne met schoorsteen 2. Dit was om 22:23 uur. Om 22:26 uur vloog uit het westelijke gedeelte van het bedrijfsgebouw aan de zuidzijde een gewone dwergvleermuis uit. Om 22:30 uur vloog een gewone dwergvleermuis uit het tweede hok van links van schuur 1. Om 23:26 uur vloog nog een individu uit het vierde hok van links van deze schuur. Verder werd wederom ook verspreid over het plangebied door één of twee gewone dwergvleermuizen tegelijkertijd gefoerageerd. Tijdens dit veldbezoek werden ook relatief veel gewone grootoorvleermuizen waargenomen. Om 22:49 uur vloog een gewone grootoorvleermuis achter een dakbalk in het tweede hok van schuur 1. Om 23:51 uur werd hetzelfde waargenomen, maar dan in het derde hok vanaf links van deze schuur. Beide gaat het hier om een zomerverblijfplaats. De gewone grootoorvleermuizen zijn ook foeragerend in de kassen waargenomen. Het gaat dan om het zuidelijke kassencomplex. Het gaat hier om meerdere individuen tegelijkertijd, in ieder geval drie tegelijk. Tenslotte is tijdens het veldbezoek van buitenaf enkele malen waarschijnlijk een vleermuis op de zolder van het bedrijfsgebouw (door de aanwezige ramen) zien vliegen.

Vanwege deze waarnemingen en dat er op die avond ook in andere gebouwen vleermuizen zijn waargenomen, is afgesproken om bij het volgende veldbezoek ook op de zolder van het bedrijfsgebouw te onderzoeken.

5.8.1.3

1 juli 2022 Om 3:07 uur vloog een gewone grootoorvleermuis schuur 1 in en deze is daarna niet meer eruit gevlogen. Derhalve gaan we hier daarom uit van een zomerverblijfplaats. Om 4:42 vlogen twee gewone grootoorvleermuizen in het oostelijke, meer dichte deel van schuur 1 in, waar ze ook niet meer uit kwamen. Ook hier moet daarom een zomerverblijfplaats zijn. Tenslotte is ook geïnspecteerd op de zolder van het

53

bedrijfsgebouw en ook hier is een gewone grootoorvleermuis waargenomen die aan de oostelijke kant in de nok wegkroop om 4:45 uur (laatste waarneming). Deze zolder is derhalve ook als zomerverblijfplaats van de gewone grootoorvleermuis in gebruik. Dit wordt ondersteund met het feit dat hier ook verse vleermuissporen zijn aangetroffen. Gewone grootoorvleermuizen zijn verder ook enkele malen foeragerend waargenomen. De activiteit van gewone dwergvleermuizen was relatief laag. Deze zijn maar enkele malen voorbijvliegend waargenomen. Er zijn geen invliegende individuen van deze soort waargenomen. Tenslotte is ook eenmaal om 4:15 uur een rosse vleermuis hoog overgevlogen. 5.8.2

Paarverblijfonderzoek Zie navolgende afbeelding voor alle waarnemingen van de paarperiode.

Waarnemingen tijdens de twee veldbezoeken in de paarperiode

54

5.8.2.1

24 augustus 2022 Tijdens dit veldbezoek is relatief veel baltsactiviteit van de gewone dwergvleermuis gehoord. Dit werd bijvoorbeeld bij het bedrijfsgebouw gehoord. Ook was een baltsende gewone dwergvleermuis erg luid te horen boven de watergang bij Vaartweg 59. Omdat tussen deze twee locaties ook twee baltsende gewone dwergvleermuizen tegelijkertijd werden waargenomen, gaan we ervan uit dat het twee verschillende individuen zijn, met dus twee paarterritoria. Ook midden in het plangebied werd balts waargenomen. Derhalve gaan we uit van de aanwezigheid van twee paarterritoria in het plangebied en één net buiten het plangebied langs de Vaartweg. Ook zijn eenmaal een overvliegende rosse vleermuis (0:17 uur) en langsvliegende laatvlieger (23:31 uur) waargenomen.

5.8.2.2

5.8.3 5.8.3.1

28 september 2022 Tijdens dit veldbezoek was de activiteit van de vleermuizen relatief laag. Ook ditmaal baltste een gewone dwergvleermuis rond het bedrijfsgebouw. Op andere plekken was de balts dit keer niet te horen. Er is ook extra gelet op baltsgeluiden van de gewone grootoorvleermuis. Deze zijn niet waargenomen. Aanwezigheid beschermde elementen Verblijfplaatsen Voor vleermuizen zijn alle vormen van verblijfplaatsen beschermd volgens de Wet natuurbescherming. In dit geval is een relatief groot aantal verblijfplaatsen aangetroffen. Voor de gewone dwergvleermuis zijn in de kraamperiode zes zomerverblijfplaatsen in het plangebied vastgesteld. In de paarperiode zijn ook in het plangebied twee paarterritoria vastgesteld. De gewone dwergvleermuis heeft altijd minimaal één paarverblijfplaats ergens binnen dat paarterritorium. Ook zijn deze vaak in de rest van het jaar als zomerverblijfplaats in gebruik. In dit geval liggen in beide territoria ook vastgestelde zomerverblijfplaatsen. We gaan er dan ook vanuit dat in ieder paarterritorium één daarvan ook dienst doet als paarverblijfplaats. Daarnaast zijn ook in totaal vijf zomerverblijfplaatsen van de gewone grootoorvleermuis aangetroffen in de kraamperiode.

In totaal zijn de volgende aantallen verblijfplaatsen van vleermuizen in het plangebied vastgesteld: - Gewone dwergvleermuis - 4 zomerverblijfplaatsen - 2 zomer/paarverblijfplaatsen - Gewone grootoorvleermuis - 5 zomerverblijfplaatsen

5.8.3.2

Foerageergebied Foerageergebied van vleermuizen kan beschermd zijn als het noodzakelijk is om de functionaliteit van verblijfplaatsen van vleermuizen te behouden. In dit geval is vanwege de aanwezigheid van veel groen veel foerageermogelijkheid voor vleermuizen aanwezig. Voor de vastgestelde verblijfplaatsen geldt dan ook dat te allen tijde voldoende groen met insecten aanwezig moet zijn om de functionaliteit van de verblijfplaatsen te behouden. In de directe omgeving vormen de grote bomenrijen voor de gewone dwergvleermuis goede alternatieve foerageermogelijkheden.

55

Echter, de gewone grootoorvleermuis is in dat opzicht veel kritischer. Deze soort foerageert in bossen en parken en op andere van wind beschutte plekken. Daarom foerageren ze ook regelmatig in gebouwen. In dit geval wordt dus ook in ieder geval in de zuidelijke kassen gefoerageerd. Overigens was dit het enige deel van de kassen waar nog enigszins veilig doorheen gelopen kon worden. De kans is dan ook reëel dat deze vleermuissoort ook in de andere delen van de kassen foerageert. Dit kon vanuit veiligheidsoogpunt echter niet onderzocht worden. Ze kunnen in deze kassen ook bij wat hogere windsnelheden nog beschut foerageren. De combinatie van geschikte gebouwen en donkere en vervallen kassen in een verlaten gebied maakt dit dan ook een ideaal leefgebied voor gewone grootoorvleermuizen. Een dergelijk alternatief foerageergebied is in de directe omgeving niet beschikbaar. We moeten daarom concluderen dat de aanwezige kassen in het leefgebied essentieel foerageergebied vormen voor het behoud van de functionaliteit van de verblijfplaatsen van de gewone grootoorvleermuizen. 5.8.3.3

5.8.4

Vliegroutes Vliegroutes kunnen ook essentieel zijn om de functionaliteit van vleermuisverblijfplaatsen te behouden en zijn dan ook beschermd. In dit geval zijn geen vliegroutes van vleermuizen waargenomen. Effectbeoordeling Met de geplande ruimtelijke ontwikkeling gaan alle gebouwen, ruïnes, kassen, schoorstenen, etc. gesloopt, verwijderd en opgeruimd worden. Hiermee gaan dan ook alle verblijfplaatsen van de vleermuizen verloren. Ook zal het overgrote deel van de vegetatie, met name het braamstruweel, verwijderd worden. Waarschijnlijk worden de aanwezige plantages ook gerooid. Met de huidige plannen worden wel weer elzensingels aangelegd, en mogelijk ook nog een bosje in de noordwesthoek. Ook worden extra sloten aangelegd. Dergelijke elementen zijn voor de gewone dwergvleermuis ook geschikt als foerageergebied. Echter voor wat betreft de gewone grootoorvleermuis geldt dat de aanwezige kassen gesloopt zullen worden en dat hiervoor geen alternatief foerageergebied in de omgeving aanwezig is. Daarbij wordt met de nu bekende plannen onvoldoende beschut foerageergebied voor de gewone grootoorvleermuis teruggebracht. Met de geplande ruimtelijke ontwikkeling gaat dan ook essentieel foerageergebied voor de gewone grootoorvleermuis verloren.

5.9

Das Met het sporenonderzoek zijn geen sporen van de das aangetroffen in het plangebied en er direct omheen. Ook met het cameravalonderzoek zijn geen dassen aangetroffen. Ook van omwonenden zijn geen reacties teruggekomen dat dassen aanwezig zijn in of rond het plangebied. Uit contact met de dassenwerkgroep Brabant blijkt dat ook zij geen weet hebben van een dassenburcht in de omgeving van het plangebied. Wel zijn ze op de hoogte van burchten in de omgeving. Ze geven daarbij aan dat dassen tot 1.500 meter van hun burcht kunnen foerageren en dat daarom het plangebied wel nog dienst zou kunnen doen als foerageergebied. Echter, omdat we met het sporenonderzoek geen dassensporen hebben aangetroffen, gaan we hier niet van uit. Wel 56

zou de das er nog sporadisch voor kunnen komen, maar dan vormt het plangebied geen essentieel foerageergebied voor deze soort. Al met al kan gesteld worden dat in het plangebied geen essentiële elementen van de das aanwezig zijn.

5.10

Kleine marters (bunzing, hermelijn, wezel)

5.10.1

Resultaten Met het cameravalonderzoek zijn geen bunzings en hermelijnen waargenomen. Wel zijn wezels vastgesteld, op zowel de zuidwestelijke als zuidoostelijke struikrover. De wezels zijn op de volgende dagen waargenomen: - Zuidwestelijke struikrover - 16 april 2022 - 25 april 2022, 2x - 3 mei 2022 - Zuidoostelijke struikrover - 17 april 2022 - 18 april 2022 - 20 april 2022 - 24 april 2022 - 25 april 2022 - 5 mei 2022 Zie navolgende foto’s voor een impressie hiervan. Op basis van de foto’s kan niet bepaald worden dat het verschillende individuen zijn. Gezien de ecologie van de wezel is het mogelijk dat het steeds om één individu gaat.

Wezel bij de zuidwestelijke struikrover

57

Wezel bij de zuidoostelijke struikrover

5.10.2

Effectbeoordeling Het plangebied vormt leefgebied van de wezel. Volgens de Zoogdiervereniging varieert de grootte van een territorium van een mannetjes tussen de 1 en 25 ha en dat van een vrouwtje tussen de 1 en 7 ha. Het territorium van een mannetje overlapt dat van meerdere vrouwtjes. Het plangebied vormt met het verruigde groen, ongemaaide weides en braamstruweel geschikt leefgebied voor deze soort. Het is dan ook mogelijk dat in het plangebied meerdere territoria van vrouwtjes en mannetjes aanwezig zijn. De weilanden die nog in gebruik zijn vormen minder geschikt leefgebied. Met de geplande ruimtelijke ontwikkeling wordt het huidige verruigde groen opgeruimd. Daarmee gaan de huidige verblijfplaatsen van de wezel verloren. Ook kunnen hiermee wezels verwond of gedood worden. Hiervoor in de plaats komen weilanden die door hun gebruik voornamelijk kort gemaaid of begraasd zullen zijn. Ook zullen elzensingels gerealiseerd worden. Mogelijk kunnen deze op termijn beschutting bieden voor de wezel. Hier kunnen ook prooidieren voorkomen. Wel zal de oppervlakte aan geschikt leefgebied flink achteruitgaan. Daarmee kunnen in het plangebied in de nieuwe situatie minder wezels leven en zich voortplanten.

Al met al gaat met de geplande ruimtelijke ontwikkelingen een significante hoeveelheid leefgebied met hierin verblijfplaatsen verloren en kunnen bij het opruimen van het plangebied wezels verwond of gedood worden.

5.11

Steenmarter Met het uitgevoerde onderzoek zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van de steenmarter. Er zijn geen sporen aangetroffen. Ook zijn op de cameravallen geen steenmarters gefotografeerd. Tenslotte zijn ook geen zichtwaarnemingen van de steenmarter gedaan. Ook zijn geen concrete berichten van omwonenden waaruit met zekerheid blijkt dat steenmarters aanwezig zijn. Al met al kan gesteld worden dat in het plangebied geen steenmarters aanwezig zijn.

58

5.12

Poelkikker Tijdens het eerste veldbezoek werden in het plangebied geen kikkers of padden waargenomen. In de omgeving waren deze echter wel actief aan het roepen. Bij de poel ten noordwesten van het plangebied (dichtstbijzijnde poel zoals weergegeven in paragraaf 4.13.1) riepen in ieder geval één kikker als poelkikker. Volgens het Kennisdocument Poelkikker (BIJ12, 2017e) is het dan noodzakelijk om eenmaal te scheppen en kikkers te vangen en deze te determineren. Tijdens het tweede veldbezoek voor het onderzoeken van kooractiviteit werden geen amfibieën gehoord. Tijdens het veldbezoek waarbij geschept werd, zijn meerdere individuen gevangen. Geen enkele voldeed volledig aan de determinatiekenmerken van een poelkikker. Het betrof hier daarom bastaardkikkers. Er kan daarom gesteld worden dat in en rond het plangebied geen poelkikkers aanwezig zijn, zowel wat betreft voortplanting als gebruik als landhabitat.

5.13

Kamsalamander en alpenwatersalamander Uit de eDNA-monsters blijkt dat geen DNA van de kamsalamander en alpenwatersalamander in de bemonsterde poelen en sloten aanwezig is. Daarom kan gesteld worden dat de kamsalamander en alpenwatersalamander niet in het plangebied aanwezig zijn en het plangebied ook niet als leefgebied gebruiken.

5.14

Overige soorten

5.14.1

Vogels Met alle uitgevoerde onderzoeken zijn ook nog andere soorten waargenomen. Er zijn veel vogels in het gebied aanwezig. Dit zal voornamelijk zijn vanwege de beschutting en de grote hoeveelheid voedsel (muizen, insecten, bessen, vruchten). Het gaat dan om algemene soorten als merel, zanglijster, koolmees, spreeuw, roodborst, ekster en bosrietzanger. Van al deze vogels is het nest in de broedtijd streng beschermd.

5.14.2

Zoogdieren In het plangebied zijn op de cameravallen ook de vos, egel en haas gefotografeerd. Deze soorten staan op de vrijstellingslijst voor wat betreft ruimtelijke ontwikkelingen.

59

6 6.1

Conclusie en advies Ontheffing Wet natuurbescherming nodig? In het plangebied is onderzoek verricht naar de aanwezigheid van essentiële elementen van een groot aantal soorten: - Huismus - Gierzwaluw - Kerkuil - Steenuil - Ransuil - Buizerd - Sperwer - Wespendief - Boomvalk - Vleermuizen - Eekhoorn - Das - Bunzing - Hermelijn - Wezel - Steenmarter - Poelkikker - Alpenwatersalamander - Kamsalamander De resultaten van het onderzoek kunnen verdeeld worden in verschillende categorieën, die hieronder behandeld worden.

6.1.1

Categorie 1 De volgende soorten komen blijkens het onderzoek niet in het plangebied voor, of er zijn geen essentiële elementen van aanwezig in of direct rond het plangebied. Voor deze soorten is een ontheffing dan ook niet nodig - Huismus - Gierzwaluw - Kerkuil - Ransuil - Buizerd - Sperwer - Wespendief - Boomvalk - Eekhoorn - Das - Bunzing - Hermelijn - Steenmarter - Poelkikker - Alpenwatersalamander 60

- Kamsalamander 6.1.2

Categorie 2 Deze soorten zijn aanwezig in het plangebied en hiervan is met de geplande ruimtelijke ontwikkeling en zonder mitigerende maatregelen zeker een overtreding van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming te verwachten. Hiervoor dient dan ook een ontheffing Wet natuurbescherming aangevraagd te worden. - Steenuil - Gebouwbewonende vleermuizen (verblijfplaatsen en foerageergebied) - Wezel

6.1.3

Categorie 3 Voor deze soorten is met de opdrachtgever afgestemd dat de aanlegfase en gebruiksfase zo plaatsvindt dat hiermee een eventuele overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming niet plaatsvindt en dat daarom het nader onderzoek hiernaar voor het aantonen van aan- of afwezigheid niet uitgevoerd hoeft te worden. Hiervoor is een ontheffing Wet natuurbescherming dan ook niet nodig. Zie voor de uitgangspunten paragraaf 5.1.2.2. Mochten niet volledig aan deze aandachtspunten voldaan kunnen worden, dan is mogelijk nog nader onderzoek hiernaar noodzakelijk. De noodzaak hiervan moet dan door een ecoloog opnieuw beoordeeld worden. - Boombewonende vleermuizen

6.2

Ontheffing aanvragen Het uitvoeren van ruimtelijke ingrepen waarbij beschermde soorten worden verstoord is wettelijk gezien mogelijk als men in het bezit is van een ontheffing Wet natuurbescherming. Een dergelijke ontheffing dient voor dit project aangevraagd te worden bij de provincie Noord-Brabant. Bij het indienen van een aanvraag ontheffing Wet natuurbescherming dient een projectplan te worden opgesteld. In dit plan wordt onder andere de verspreiding van de betreffende beschermde soort in het plangebied verwoord alsmede het (wettelijk) belang van de ingreep onderbouwd. Daarnaast dient een uitgebreide alternatievenafweging plaats te vinden over waarom de verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen niet is te voorkomen. Een ontheffing wordt enkel verleend als voldoende mitigerende maatregelen worden getroffen om zoveel mogelijk schade aan de aanwezige vleermuizen, steenuilen en wezels te voorkomen. Daarnaast dient te allen tijde rekening gehouden te worden met alle broedende vogels en de zorgplicht.

6.3

Mitigerende maatregelen Het treffen van mitigerende maatregelen voor de vleermuizen, steenuilen en wezels is hieronder globaal uiteengezet. Dit is nog niet volledig uitgewerkt tot een mitigatieplan.

61

Voor de mitigatie van vleermuizen geldt over het algemeen dat tijdelijke vleermuiskasten in de omgeving worden gerealiseerd. Vervolgens moet rekening gehouden worden met een gewenningsperiode. Deze hangt af van het aangetroffen type verblijfplaats. Vervolgens dient de te slopen bebouwing vleermuisvrij gemaakt te worden. In de toekomstige bebouwing dienen dan weer nieuwe vleermuisverblijven ingebouwd te worden. Voor de aangetroffen gewone dwergvleermuis is dit relatief eenvoudig te bewerkstelligen. Echter, de aangetroffen gewone grootoorvleermuis is een stuk kritischer en maakt gebruik van grotere ruimtes in plaats van vleermuiskasten. Hiervoor is dan ook maatwerk nodig. Voor steenuilen is het van belang dat te allen tijde voldoende jacht- en foerageergebied in het territorium aanwezig is. Zo kan bekeken worden of in de omgeving leefgebied verbeterd kan worden, of dat het plangebied gefaseerd ontwikkeld kan worden. Ook moet voorkomen worden dat in de kwetsbare periode verstorende werkzaamheden plaatsvinden. Voor de wezel geldt dat te allen tijde voldoende leefgebied aanwezig moet zijn. Er moet bekeken worden of dit in het plangebied in de toekomstige situatie mogelijk is. Ook mag het opruimen van het gebied niet in kwetsbare periodes plaatsvinden.

6.4

Broedperiode en zorgplicht De zorgplicht van de Wet natuurbescherming is altijd van toepassing. Iedereen moet voldoende zorg in acht nemen voor alle in het wild levende dieren, planten en hun leefomgeving. Dit kan bijvoorbeeld door de werkzaamheden te verrichten buiten kwetsbare periodes (het voortplantings- en winterslaapseizoen). Ook kan er gefaseerd worden gewerkt om dieren de kans te geven om te vluchten. Broedende vogels, vanaf het bouwen van het nest tot het uitvliegen van de jongen, zijn strikt beschermd. De broedende vogels en hun jongen mogen niet verstoord, verwond en gedood worden. Daarnaast mogen in gebruik zijnde nesten ook niet beschadigd en vernield worden. Zonder maatregelen kan dit bij ruimtelijke ingrepen wel gebeuren. Er is echter voor ruimtelijke ontwikkelingen geen vrijstelling hiervoor te verkrijgen in het kader van de Wet natuurbescherming. Wij adviseren daarom om de werkzaamheden buiten de broedperiode te starten, zodat er vanwege de dan aanwezige verstoring geen vogels in de buurt gaan broeden. De werkzaamheden kunnen dan vervolgens wel in de broedperiode doorlopen.

6.5

Vervolgstappen - Aanvragen ontheffing Wet natuurbescherming voor gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, steenuil en wezel; - Tref tijdig voldoende mitigerende maatregelen; - Houd rekening met broedende vogels; - Houd rekening met de zorgplicht.

62

Geraadpleegde literatuur BIJ12, 2017a. Kennisdocument Gierzwaluw Apus apus, versie 1.0, juli 2017. BIJ12, Utrecht. BIJ12, 2017b. Kennisdocument Steenuil Athena noctua, versie1.0, juli 2017. BIJ11, Utrecht. BIJ12, 2017c. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus, versie 1.0, juli 2017. BIJ12, Utrecht. BIJ12. 2017d. Kennisdocument Rosse vleermuis. Nyctalus noctula, versie 1.0, juli 2017. BIJ12, Utrecht. BIJ12, 2017e. Kennisdocument Poelkikker Rana lessonae, versie 1.0, juli 2017. BIJ12, Utrecht. BIJ12, 2017f. Kennisdocument Huismus Passer domesticus, versie 1.0, juli 2017. BIJ12, Utrecht. BIJ12, 2017g. Kennisdocument Kerkuil Tyto alba, versie 1.0, juli 2017. BIJ12, Utrecht. BIJ12, 2017h. Kennisdocument Das Meles meles, versie 1.0, juli 2017. BIJ12, Utrecht. BIJ12, 2017f. Kennisdocument Kamsalamander Triturus cristatus, versie 1.0, juli 2017. BIJ12, Utrecht. BIJ12, 2022. Kennisdocument Huismus Passer domesticus, versie 2.0, juni 2022. BIJ12, Utrecht. Bouwens, S. 2017. Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming. Provincie Noord-Brabant, ’s-Hertogenbosch. Creemers, R.C.M. & van Delft, J.J.C.W. 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9 Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden. Diepenbeek van, A. 1999.

Veldgids dierensporen, KNNV Uitgeverij, Utrecht Dietz, Ch. von Helversen, O. Nill, D. 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. Goverse, E., Herder, A.J.E. & de Zeeuw, M.P.2015. Handleiding voor het Monitoren van Amfibieën in Nederland. Vierde herziene druk. RAVON werkgroep Monitoring, Amsterdam & Centraal Bureau voor de Statistiek, Den Haag. Limpens, H. J. G. A. Twisk, P. Veenbaas, G. 2004. Met vleermuizen overweg. Brochure Rijkswaterstaat en Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming.

63

Ministerie EZLI. 2012. Memorie van toelichting bij Wet natuurbescherming. Kamerstuk. Ministerie EZ. 2015. Memorie van antwoord bij Wet natuurbescherming. Kamerstuk Eerste Kamer der Staten-Generaal. Netwerk Groene Bureaus, 2017. Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming, 2017. Netwerk Groene Bureaus, Odijk. Netwerk Groene Bureaus, Definitielijst Netwerk Groene Bureaus 2020, 16 januari 2020. Netwerk Groene Bureaus, 2021. Vleermuisprotocol 2021. Netwerk Groene Bureaus, Odijk. SAB, 2021. Quick scan natuur. ’s Gravenmoer, Vaartweg 78. SAB, Arnhem. Smaal M., van Uchelen E. & van Manen W. 2019. Kleine marters en andere grijze soorten in de provincie Groningen in 2018. Steekproefsgewijze nulmeting met beoordeling staat van instandhouding. Rapport Stichting Struikrovers 2019/01. Stichting Struikrovers, Assen. SOVON Vogelonderzoek Nederland, 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nederlandse Fauna 5: 1-584. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden Zoogdiervereniging & Probos. 2012. Laanbeheer en vleermuizen; met oog voor veiligheid en cultuurhistorie; met bijdragen van E. A. Jansen, M. H. A. van Benthem, C. de Groot, P. Twisk & H. J. G. A. Limpens.

Websites: www.bij12.nl www.datura.nl www.ndff.nl www.rijksoverheid.nl www.sovon.nl www.vleermuis.net www.vleermuizenindestad.nl www.vogelbescherming.nl www.wetten.nl www.zoogdiervereniging.nl

64

Bijlage 1, foto-impressie plangebied

Klein schuurtje

Noordwestelijke plantage van hulst

Noordelijk kassencomplex

65

Noordelijk kassencomplex

Binnenzijde noordelijk kassencomplex

Onbegaanbaar kassencomplex

66

Ruïne met schoorsteen 1

Ruïne met schoorsteen 1

Schuur 1

67

Binnenzijde schuur 1

Zuidelijk kassencomplex

Binnenzijde zuidelijk kassencomplex

68

Rechts zuidelijk kassencomplex en links zuidelijke plantage

Bedrijfsgebouw

Bedrijfsgebouw

69

Schuur 2

Binnenzijde schuur 2

Ruïne met schoorsteen 2

70

Schoorsteen ruïne 2

Noordelijk weiland

71

Paardenweide buiten gebruik met kleine houten stal

Sloot ten noorden van zuidelijk weiland

Zuidelijk weiland met bomenrij langs het plangebied

72

Impressie overig deel van het plangebied, verharding, groen en afvalhopen

Impressie overig deel van het plangebied, verharding, groen en afvalhopen

73

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14503525/1