24-117 Bijl. 3 Nota van bevindingen burgerparticipatie openbare ruimte
Tekst van het document
4.1
Dongen
Heeft de gemeente aantoonbaar participatie instrumenten toegepast met betrekking tot de openbare ruimte? De gemeente heeft aantoonbaar participatie toegepast bij de inrichting en het beheer van de openbare ruimte. De wijze waarop de projecten in de door de gemeente aangeleverde lijst met participatieprojecten zijn onderverdeeld naar participatievorm komt niet overeen met de participatievormen uit de Nota Inwonerparticipatie. De wijze waarop de projecten zijn ingedeeld naar (1) informeren, (2) inspreken en consulteren, (3) coproduceren / samenwerken en (4) delegeren / zelfbestuur is wel accuraat, in die zin dat de participatievorm overeenkomt met het daadwerkelijk gevoerde proces. In de uitvoering wordt aangesloten op de participatiestructuur van dorps- en wijkraden. Bij de rioleringsprojecten was de gemeente initiatiefnemer. Daarbij zijn participatie instrumenten als huis-aan-huis-brieven, reactieformulieren en inloop- en informatiebijeenkomsten toegepast. Bij het Dunningsproject was de gemeente in eerste instantie initiatiefnemer (en organiseerde een rondleiding), maar werd het initiatief overgenomen door de actiegroep. Aanvankelijk was de verhouding moeizaam, maar deze werd gaandeweg beter en omgezet in een samenwerkingsgerichte relatie.
Bij de meedoen-projecten zet de gemeente niet zozeer participatie instrumenten in, maar neemt zij wel een faciliterende houding aan, die tot uiting komt in de bereidheid om mee te denken met het initiatief, beschikbaar stellen van plantmateriaal en/of een uitvoeringsbudget. Zijn burgers tevreden met de eigen rol en de wijze waarop de gemeente omgaat met hun inbreng bij de inrichting en het beheer van de openbare ruimte? In het algemeen zijn de geïnterviewde bewoners tevreden met hun rol en de bereikte resultaten. Ook de inzet van de gemeente wordt in het algemeen gewaardeerd. Echter, onze respondent van het project Natuurlijk Spelen Dommelstraat / Spuistraat maakte duidelijk hoe persoonsgebonden de goede contacten kunnen zijn. Over de toenmalige gemeentelijke contactpersoon is ze heel tevreden, maar sinds die is vetrokken verlopen de contacten met de gemeente uiterst moeizaam. Bij de onderzochte projecten heeft participatie geleid tot een hogere belevingswaarde (meer kwaliteit) en veel draagvlak. Ook het gevoel van actief eigenaarschap en georganiseerde betrokkenheid (i.t.t. tot individuele betrokkenheid) nemen toe.
26
Lijst met participatieprojecten De gemeente Dongen heeft een lijst aangeleverd van in totaal 17 projecten (waaronder vier rioleringsprojecten). Bij elk project is aangeven waar het om gaat, wie de initiatiefnemer is en welke vorm van participatie is toegepast. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen (1) informeren, (2) inspreken en consulteren, (3) coproduceren/ samenwerken en (4) delegeren/ zelfbestuur. Opvallend is dat dit onderscheid in participatievormen niet overeenkomt met de participatievormen en bijbehorende definities uit de Nota Inwonerparticipatie. De gemeente Dongen werkt wijkgericht en kent een participatiestructuur van dorps- en wijkraden. Dorps- en wijkraden worden vooraf betrokken bij plannen en voorgenomen besluiten van de gemeente. Dat kan door informatie tijdig te delen of advies in te winnen van de dorps- en wijkraden. Wanneer we kijken naar de lijst met participatieprojecten dan valt op dat bij acht van de 17 projecten een dorps- en/of wijkraad een rol vervuld. Bovendien ligt bij acht van deze projecten het initiatief ook niet bij de gemeente. Bij al deze projecten gaat het om een vorm van samenwerken, delegeren of zelfbestuur. Meedenken Rioleringsprojecten Irenestraat en Marijkestraat Elk jaar worden in Dongen meerdere rioleringsprojecten uitgevoerd. Tegelijkertijd worden ook de straat, openbare verlichting en eventuele groenvoorziening vernieuwd.
In de door de gemeente aangeleverde lijst van participatieprojecten wordt de participatievorm bij de rioleringsprojecten aangeduid als ‘informeren’ en ‘inspreken’. Proces In de projectenlijst geeft de gemeente aan dat voor de start van de werkzaamheden via een huis-aan-huisbrief met reactieformulier aan de bewoners wordt gevraagd of ze wensen hebben voor de herinrichting. Deze worden zoveel mogelijk in de plannen meegenomen. Na het gereed komen van de tekeningen wordt een inloopavond voor de bewoners gehouden. Ook opmerkingen die daaruit voortvloeien worden meegenomen in de plannen. Communicatie en contacten met de gemeente ‘Eerder al waren de huurwoningen in de straat gerenoveerd, nu kwam het straatbeeld, inclusief nieuwe verlichting en nieuwe bomen, aan de orde. Het was dus een totale opknapbeurt. Van meet af verliepen de contacten met de gemeente goed’. De gemeente belegde een informatiebijeenkomst voor bewoners, waar een schets werd gepresenteerd, bewoners vragen konden stellen en anderszins inbreng konden leveren: ‘Welke bomen zouden jullie in de straat willen?’ Rol gemeente en rol participanten Het initiatief lag bij de gemeente, die van meet af aan koos voor een open benadering. Als reactie daarop namen twee bewoners het initiatief om de meningen in de straat te inventariseren: ‘We gingen huis-aan-huis de deuren langs om te horen wat men wilde. 27
Als straat sta je immers sterker.’ Uiteindelijk werden de bewoners van vijf huizen echt actief – de rest volgde. De grondhouding was: ‘Als we vragen hebben, zoeken we contact met de gemeente’. De vragen werden geïnventariseerd en op een rijtje gezet. ‘Toen ging het balletje rollen’. Veel contacten verliepen per mail, de bijeenkomst met buurtbewoners werd goed bezocht. Motivaties van de participanten Voor de initiatiefnemers was het belangrijk dat de bewoners iets konden bereiken met hun ideeën. En dat is gelukt: ‘Als je als bewoners kansen krijgt, moet je ze pakken.’ Resultaten De belangrijkste resultaten zijn dat er meer betrokkenheid van bewoners en een groter draagvlak is ontstaan, meer medeverantwoordelijkheid en meer waardering voor de openbare ruimte. ‘De hele straat is blij met het resultaat, we zijn er trots op. ’ Dunning bamboebos achter Crispijnhof De gemeente omschrijft dit project als een groenbeheerproject, waarbij na het presenteren van de beheermaatregelen bewoners uit onvrede een bewonersgroep hebben geformeerd. In overleg met deze bewonersgroep en een toelichting ter plaatse is een voor iedereen acceptabel Dunningsplan ontstaan, aldus de gemeente. In de door de gemeente aangeleverde lijst van participatieprojecten wordt de participatievorm bij dit project aangeduid als ‘informeren’ en ‘inspreken’.
Proces De gemeente maakte bekend dat er plannen waren om bomen te gaan kappen in het zogenoemde bamboebos. Dat was elders in Dongen al eerder op die manier gebeurd, ‘een kaalslag met ingrijpende gevolgen voor vogels, insecten, kleine zoogdieren et cetera.’ Vervolgens organiseerde de gemeente een rondleiding in het bos, ‘toen werd ons pas duidelijk hoe desastreus de plannen waren’. Dat was aanleiding voor twee bewoners om bezwaar te maken tegen te plannen en een actiecomité op te zetten. Het actiecomité zette zijn argumenten voor een veel minder ingrijpende aanpak op papier. In hun visie zouden 27 bomen moeten worden behouden, dat is (op 1 boom na) gelukt. Ook zijn aanvullende maatregelen genomen, zoals de aanplant van onderbegroeiing en het plaatsen van nestkastjes. Communicatie en contacten met de gemeente In eerste instantie ging het initiatief uit van de gemeente, maar door de onrust die – vooral na de rondleiding – ontstond onder inwoners, verschoof het initiatief. Het actiecomité was een bewonersinitiatief, ontstaan uit onvrede. Later nodigde de gemeente het comité uit om mee te denken over acceptabele plannen. Rol gemeente en rol participanten De eerste, ingrijpende plannen waren opgesteld door de gemeente, die tevens het initiatief nam voor een rondleiding met toelichting. De bewoners die deelnamen aan de rondleiding 28
schrokken van de ingrijpende plannen en twee van hen namen het initiatief voor oprichting van een actiecomité. De contacten tussen gemeente en comité/bewoners verliepen aanvankelijk moeizaam, later verbeterde de verhouding. Inmiddels zijn de contacten goed, en wordt de kartrekker door de betrokken gemeenteambtenaar geconsulteerd bij plannen rond groen en natuur. Motivaties van de participanten De kartrekker is zeer begaan met de natuur in zijn (ruime) omgeving. Resultaten Er zijn minder bomen gekapt en er zijn aanvullende maatregelen (zoals het planten van onderbegroeiing en de aanleg van nestkasten – beide uitgevoerd door buurtbewoners) genomen. ‘Iedereen is blij met het resultaat: behoud van een stuk groen, dichtbij de dorpskern.’ Toch worden, volgens onze respondent, plannen om bomen te kappen vaak nog te laat gemeld, waardoor het moeilijk is om tijdig bezwaar te maken. Dat zou beter moeten.
Meedoen / zelf doen Speelvoorziening Elzenweide ‘s Gravenmoer De gemeente heeft de dorpsraad en een aantal bewoners van de uitbreidingswijk in ’s Gravenmoer benaderd voor de inrichting van een speelvoorziening. In de door de gemeente aangeleverde lijst van participatieprojecten wordt de participatievorm bij dit project aangeduid als ‘coproduceren’ en ‘samenwerken’. Proces Elzenweide is een uitbreidingswijkje van ’s Gravenmoer (40 à 60 woningen). De dorpsraad liet de nieuwe wijkbewoners weten dat de gemeente middelen heeft voor aanleg en inrichting van een speelterreintje (€ 30.000,-) en dat men daar zelf het voortouw bij kan nemen. Daarop nam een van de bewoners het initiatief. Hij zocht contact met de gemeente (die een toelichting gaf op de randvoorwaarden), zocht enkele andere geïnteresseerde wijkbewoners en kwam samen met hen tot een initiatiefgroep van vier mensen. De groep hield een enquête in de buurt om te achterhalen welke ideeën er leefden en wat de doelgroep zou moeten zijn. Het is een terreintje geworden voor kinderen van 0 tot 10 jaar. Aanvankelijk hadden sommige buurtbewoners vrees voor de komst van hangjongeren, maar dat is niet gebeurd; voor de oudere jeugd zijn elders in het dorp andere voorzieningen. Er zijn afspraken gemaakt met de gemeente over toestellen, ondergrond en de gemeente heeft wat tips en links doorgegeven.
De prijsonderhandelingen met de leverancier doet de gemeente. Toen de plannen wat concreter werden zijn er enkele bijeenkomsten met buurtbewoners belegd, de naam werd ‘Aakpark’, en het idee ontstond om een speeltoestel in de vorm van een schip te laten maken. Het ontwerp is gemaakt en voorgelegd aan de gemeente. Het voldeed aan alle eisen en de gemeente heeft de leverancier gekozen en ervoor gezorgd dat het speelterrein is aangelegd en ingericht. Het hele traject heeft een 29
klein half jaar geduurd. Communicatie en contacten met de gemeente De gemeente verleende alle medewerking, de contacten waren prettig. Ook gaf de gemeente tips, zoals: ‘Ga eens ergens kijken om ideeën op te doen.’ Rol gemeente en rol participanten De gemeente heeft met de dorpsraad afspraken gemaakt over de aanleg van speelterreintjes in buurten en heeft daarvoor middelen gereserveerd. Het is de bedoeling dat bewoners zelf het initiatief voor het speelterrein nemen, de gemeente bewaakt de kwaliteit (van toestellen en ondergrond), kiest de leverancier, zorgt voor de aanleg en inrichting en geeft tips. De bewoners formeerden een initiatiefgroep, die via een enquête de wensen in de buurt inventariseerde , ideeën ontwikkelde en die voorlegde aan bewoners tijdens bijeenkomsten. De buurt en de gemeente verzorgden samen de feestelijke opening, de openingshandeling werd verricht door de wethouder. Motivaties van de participanten De bewoners hebben zich ingezet voor de speelvoorziening in hun buurt omdat ze invloed wilden hebben op hun woonomgeving en omdat de onderlinge binding in een buurt belangrijk is. Elzenweide is een nieuwe buurt, waar veel bewoners elkaar aanvankelijk niet kenden. Resultaten Volgens een artikel in BN De Stem valt de speeltuin ‘erg in de smaak bij de jeugd van het dorp.
Dat mag worden afgeleid uit het enthousiasme waarmee vele tientallen kinderen woensdag bezit namen van de nieuwe voorziening.’ (bericht van 17 september 2014). Volgens de initiatiefnemers hebben hun inspanningen geleid tot meer betrokkenheid en groter draagvlak, meer medeverantwoordelijkheid, meer waardering voor de openbare ruimte en burgers zijn ook op andere gebieden actiever geworden(zo is een van de bewoners lid geworden van de dorpsraad.
Natuurlijk Spelen Dommelstraat / Spuistraat De gemeente omschrijft dit project als het ontwerpen en inrichten van twee speelveldjes volgens het uitgangspunt voor ‘natuurlijk spelen’. In de door de gemeente aangeleverde lijst van participatieprojecten wordt de participatievorm bij dit project aangeduid als ‘delegeren’. Proces De aanleiding voor het initiatief was de nieuwbouw die aan het einde van de straat zou komen. De tekeningen voor de bouw waren klaar en er was een speellocatie aangewezen. Onze respondent heeft toen zelf het initiatief genomen en is naar de gemeente gegaan met vraag of inspraak mogelijk was bij de inrichting van deze plek (en hoe)? Er bleek heel veel mogelijk te zijn. Vervolgens nam ze contact op met de wijkraad en er is een werkgroep van bewoners uit de straat geformeerd. ‘Ongeveer acht moeders voor het overleg en acht 30
vaders voor het werk dat uitgevoerd moest worden.’ De werkgroep maakte een plan en betrok de rest van de buurt daarbij door middel van een vragenlijst. Ook de kinderen uit de buurt is gevraagd wat voor speelplek ze graag wilden. De werkgroep organiseerde ook een goed bezochte informatieavond. Communicatie en contacten met de gemeente Bij het maken van het plan had de werkgroep regelmatig contact met de gemeente (vaste contactambtenaar). De gemeente heeft (veiligheids)eisen aangegeven en randvoorwaarden gesteld. Het duurde wel even voordat duidelijk werd wat wel en niet kon. Soms moest de gemeente het zelf ook nog uitzoeken (qua regelgeving). ‘Wij waren het eerste grote burgerproject…’ De contacten met de vaste contactambtenaar waren goed: ‘Die was gemakkelijk te benaderen en de communicatie was goed. Nu is dat anders geworden. Onze vaste contactpersoon bij de gemeente is vertrokken en sindsdien is er geen contact meer en weet ik eigenlijk ook niet bij wie ik moet zijn. Qua communicatie ligt de boel op zijn gat en gebeuren er veel dingen buiten ons om. Ik heb hierover via de wijkraad contact opgenomen met de gemeente maar heb daar niets op vernomen. Dat is nu twee maanden geleden’. ‘Er waren wat klachten over het voetbalveldje van direct omwonenden en nu heeft de gemeente zonder dat met ons af te stemmen een vijf meter hoog hek geplaatst.
Ook kregen we via de wijkraad te horen dat we de tipi van wilgentenen weer weg moeten halen (die hebben we recent met heel veel mensen gebouwd). De tipi is beschadigd door hangjongeren. Ik zou graag meer afstemming hebben over het beheer en het vervolg.’ Rol gemeente en rol participanten De gemeente volgde de totstandkoming van het ontwerp en heeft het met name gecontroleerd op veiligheidseisen. In een later stadium - in de uitvoeringsfase - heeft de gemeente ook materialen geleverd (bijvoorbeeld de ondergrond / valmateriaal). Ook heeft de gemeente voor vervoer van materialen gezorgd. De werkgroep heeft samen met bewoners een ontwerpbureau geselecteerd, het ontwerp laten maken en samen met de buurt de aanleg verzorgd. De werkgroep heeft een contract/overeenkomst met de gemeente waarin ze zich verplicht klein onderhoud zich te nemen (zwerfafval opruimen en vallend blad in de herfst weghalen). De gemeente doet zelf de keuringen (veiligheid) groter onderhoud. Onze respondent was de kartrekker van het initiatief. Zij zorgde voor de contacten tussen de werkgroep, de wijkraad en de contactpersoon van de gemeente gedurende het hele project. Motivaties van de participanten De belangrijkste reden voor onze respondent was de wens om een natuurlijke speelplek te creëren, met veel groen en natuurlijke materialen.
Resultaten De werkgroep heeft heel veel mensen betrokken en een prachtige natuurlijke speelplek gerealiseerd. Ze heeft zelf contact gezocht met een aannemer, die gespecialiseerd was in Natuurlijke Speelplekken. Die wist veel van natuurlijke speelplekken en heeft geholpen bij 31
het ontwerp. Die aannemer kende iemand die verstand had van fondsenwerving. Die persoon heeft geholpen bij het aanvragen van middelen uit onder andere het Oranjefonds en Jantje Beton (hij kreeg een percentage van de opbrengst). Dat was nodig, want het budget van de gemeente (€ 15.000,-)was niet toereikend. ‘We hebben zelf € 30.000,- additioneel uitvoeringsbudget geworven. Dat hadden we zonder een professionele fondsenwerver nooit voor elkaar gekregen.’ Het heeft me bakken met energie gekost, maar ik ben erg trots op het resultaat en alles wat we voor elkaar hebben gekregen.’
32
4.2
De gemeente Goirle
Heeft de gemeente aantoonbaar participatie instrumenten toegepast met betrekking tot de openbare ruimte? De gemeente heeft aantoonbaar participatie toegepast bij de inrichting en het beheer van de openbare ruimte. Er zijn verschillende participatievormen toegepast. De wijze waarop de projecten in de door de gemeente aangeleverde lijst zijn onderverdeeld naar participatievorm komt op hoofdlijnen overeen met participatievormen in de publieksbrochure over burgerparticipatie. Dit onderscheid wijkt af van de participatievormen uit de participatie checklist, die de gemeente heeft opgesteld voor intern gebruik. Deze checklist wordt in het team Realisatie en Beheer niet actief toegepast. Bij herinrichtingsprojecten wordt burgerparticipatie systematisch toegepast. Bij deze projecten waarbij de gemeente initiatiefnemer is- zet de gemeente uiteenlopende participatie instrumenten in, zoals bewonersbijeenkomsten, enquêteformulieren, huisbezoeken et cetera. Bij de projecten waar het initiatief primair bij de inwoners ligt, zet de gemeente niet zozeer zelf participatie instrumenten in, maar wordt wel een faciliterende houding aangenomen, die tot uiting komt in de bereidheid om mee te denken met het initiatief, beschikbaar stellen van plantmateriaal en/of een (start)subsidie.
Zijn burgers tevreden met de eigen rol en de wijze waarop de gemeente omgaat met hun inbreng bij de inrichting en het beheer van de openbare ruimte? Bij alle vier de onderzochte projecten zijn de betrokken burgers zeer tevreden over hun eigen rol en het bereikte resultaat. Ook de inzet van de gemeente wordt in het algemeen gewaardeerd. Zowel meedenken als meedoen/ zelf doen leidden tot een hogere belevingswaarde (meer kwaliteit) en meer draagvlak. Wanneer we kijken naar het gevoel van actief eigenaarschap en georganiseerde betrokkenheid (in tegenstelling tot individuele betrokkenheid) dan komen deze vooral voort uit de eigen initiatieven (meedoen en zelf doen). Motivaties lijken te verschillen tussen ‘meedenken’ op initiatief van de gemeente en ‘meedoen / zelf doen’ waarbij het initiatief meer bij de burger ligt. Bij ‘meedenken’ wordt meer vanuit eigen belang geparticipeerd (soms ook plichtsbesef). Bij ‘meedoen/ zelf doen’ zien we een koppeling tussen eigen belang en het collectieve belang, ofwel het creëren van maatschappelijke meerwaarde. Lijst met participatieprojecten De gemeente Goirle heeft een lijst aangeleverd van in totaal 76 projecten. Bij elk project is aangegeven waar het om gaat, wie de initiatiefnemer is en om welke vorm van participatie het gaat. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen (1) informeren, (2) meedenken, (3) meedoen en (4) zelf doen.
Wanneer we de projecten weglaten die nog niet zijn gestart, waarbij geen participatie heeft plaatsgevonden en/of projecten die geen betrekking hebben op inrichting en beheer, houden we 41 projecten over. Deze projecten zijn onderverdeeld in de categorieën (1) informeren, (2) meedenken en (3) meedoen / zelf doen.
33
Opvallend is dat het onderscheid in participatievorm in de door de gemeente aangeleverde lijst met projecten niet overeenkomt met de participatietreden uit de participatiechecklist, die de gemeente heeft opgesteld voor intern gebruik. Het onderscheid in participatievorm in de door de gemeente aangeleverde lijst sluit wel qua terminologie en op hoofdlijnen (maar niet één op één) aan bij het onderscheid in participatievormen uit de publieksbrochure (meedenken, meebeslissen en meedoen). Het IBOR benoemt een aantal voorbeelden van initiatieven die de mogelijkheden van burgerparticipatie illustreren en betrokkenheid inspireren. Een aantal betreffen werkwijzen, anderen zijn projecten of incidentele acties. Projecten gericht op groenadoptie en de buurtschouw worden benoemd in het IBOR. De buurtschouw komt niet voor in de lijst en blijkt ook nooit te zijn geïmplementeerd. Adoptieprojecten zien we wel terug in de lijst, die worden regelmatig toegepast. Meedenken Herinrichting Peppelgaard/Beukengaard Het betreft herinrichting van twee straten (Peppelgaard en Beukengaard), waarbij de participatievorm door de gemeente is aangeduid als ‘meedenken’ en meer specifiek ‘beginspraak’ (burger ontwerpt mee). De herinrichting betreft de straat, groen, parkeren, riolering en openbare verlichting).
Proces De gemeente heeft het project geïnitieerd omdat de wegen gedateerd waren en herinrichting noodzakelijk werd geacht. Er zijn twee bewonersavonden georganiseerd op initiatief van de gemeente. Tijdens de eerste bewonersavond werden tekeningen toegelicht en vragen beantwoord. Ook zijn enquêteformulieren uitgereikt, waarop iedereen kon aangeven wat hun knelpunten, klachten, wensen en ontwerpsuggesties waren. De gemeente heeft vervolgens een definitief ontwerp opgesteld en dat tijdens de tweede bewonersavond gepresenteerd. Communicatie en contacten met de gemeente Het was druk tijdens de eerste bewonersavond. Zowel de ambtenaar als de wethouder waren aanwezig. Er werden veel vragen gesteld; zowel vragen die gericht waren op borging van het directe eigen belang (bomen voor het eigen huis, parkeerplaatsen) en voor een deel waren het algemenere vragen. Veel bewoners (meer dan 50) hebben gereageerd door een enquêteformulier in te vullen en te retourneren. De reacties zijn zeer gedetailleerd en getuigen van kennis van huidige situatie en gang van zaken met betrekking tot het parkeren. Onze respondenten hebben zelf een enquêteformulier ingevuld en zijn tevreden over de wijze waarop de gemeente invulling heeft gegeven aan hun wensen.
Niet alle wensen zijn overgenomen maar ‘naar veel dingen is geluisterd’ en ‘als dingen niet konden of als de gemeente andere keuzes maakte, werd dat goed beargumenteerd’. Rol gemeente en rol participanten De gemeente was in dit traject initiatiefnemer en trekker en had in die zin de regie. De rol van de burgers beperkte zich tot het invullen van een enquête en het bijwonen van de 34
bewonersavonden. Een van beide respondenten is tevens voorzitter van VVN afdeling Goirle. In Goirle beoordeelt VVN elk herinrichtingsproject op verkeerstechnische aspecten. Gedurende het traject in zijn eigen straat trad hij steeds meer op als woordvoerder namens buurtbewoners, zowel voor individuele als collectieve problemen. Motivaties van de participanten Beide respondenten hebben actief gereageerd, maar wel vanuit verschillende achterliggende motieven. Waar de één vooral gereageerd heeft omdat er klachten waren, voelt de ander ‘een zekere plicht‘ om zijn stem te laten horen wanneer daartoe de mogelijkheid gegeven wordt. Resultaten De respondenten geven aan dat ‘iedereen’ blij is met het resultaat en dat het proces de kwaliteit van het ontwerp ten goede is gekomen. Het gevoel van betrokkenheid en draagvlak is gegroeid.
Herinrichting Van Haestrechtstraat (midden) Het betreft een herinrichting van een straat, waarbij de participatievorm door de gemeente is aangeduid als ‘meedenken’ en meer specifiek ‘vergaande inspraak’. De herinrichting betreft de bestrating, de aanleg van fietsstroken, parkeren, groen, riolering en openbare verlichting. Proces Het project herinrichting van Haestrechtstraat is door de gemeente geïnitieerd. Er is een bewonersavond georganiseerd op initiatief van de gemeente. Tijdens de eerste bewonersavond is een toelichting gegeven op de werkzaamheden, het schetsontwerp en de planning. Er is een oproep gedaan om vragen, opmerkingen en reacties kenbaar te maken. Dat kan telefonisch, per mail of post of door een individuele afspraak in te plannen (huisbezoek). De gemeente heeft vervolgens een schetsontwerp opgesteld en dat tijdens een tweede bewonersavond gepresenteerd. Communicatie en contacten met de gemeente De belangstelling was groot en het was druk tijdens de eerste bewonersavond (december 2015). Er waren vier ambtenaren aanwezig en de plannen (‘een kleurrijke tekening’) zijn toegelicht. De gemeente bood aan om – bij mensen die dat wilden – thuis te komen kijken (huisbezoek). ‘Daar hebben we gebruik van gemaakt: nog dezelfde week kwam er iemand van de gemeente langs.’ Er zijn foto’s gemaakt.
De plannen zijn aangepast: ‘In het definitieve ontwerp is de boom voor ons huis weggehaald.’ Rol gemeente en rol participanten De gemeente was in dit traject initiatiefnemer en trekker. De rol van de burgers beperkte zich tot het bijwonen van de bewonersavonden en leveren van inbreng (reactief). De houding van de gemeente werd als ‘open’ ervaren. Volgens onze respondent is goed geluisterd naar de wensen van de bewoners. ‘Ik ben tevreden met de wijze waarop het 35
groenplan tot stand is gekomen.’ Motivaties van de participanten De respondent heeft actief gereageerd om daarmee het ‘eigen belang’ te kunnen borgen. Het was een ‘individuele aangelegenheid’. Vanuit deze ervaring is onze respondent gemotiveerd om ook mee te denken over de verlichting in de straat. Resultaten De respondent is van mening dat het proces ten goede is gekomen aan de kwaliteit van het ontwerp. Er wordt over gesproken in de straat en het gevoel van betrokkenheid en draagvlak is gegroeid.
Meedoen Groenadoptie openbaar groen De Speelman (Riel) Het betreft een groenadoptie project, waarbij de participatievorm door de gemeente is aangeduid als ‘meedoen / zelf doen’. Bij groenadoptie projecten nemen burgers zelf het initiatief om een stuk openbaar groen in beheer te nemen. De gemeente pakt alles op wat aangemeld wordt maar zal niet actief uitnodigen en stimuleren. ‘We faciliteren zodra inwoners zelf wat willen.’ Proces De Speelman is een kleine straat in Riel (6 woningen), die grenst aan het parkeerterrein van De Boerenschuur (grote supermarkt). Midden in de straat ligt een groenstrook. Drie jaar geleden werd tijdens de vakantie de coniferenhaag die straat scheidt van het parkeerterrein van de supermarkt door de eigenaar van De Boerenschuur verwijderd. De bewoners zijn daarover niet geïnformeerd. Met als resultaat ‘een afschuwelijk uitzicht en waardevermindering van de woningen’. Eerder al had de gemeente wat lager struikgewas in de straat verwijderd en vervangen door een grasveld, dat daardoor vooral gebruikt werd als hondenuitlaatplaats. Dit alles was voor onze respondent aanleiding om contact op te nemen met de gemeente met de vraag of er een heg teruggeplaatst kan worden en het gras vervangen kan worden door planten. De gemeente stemde hiermee in, onder de voorwaarde dat de bewoners het groen (met uitzondering van de bomen) zelf zouden gaan onderhouden.
Inmiddels is er een heg teruggeplaatst en de beplanting is aangelegd. De bewoners mochten zelf de planten kiezen. Door deel te nemen aan het gemeentelijke project “Samen 1
Buurten ” is extra geld geworven, dat gebruikt is ‘om het geheel nog wat meer op te leuken’. 1
De gemeente is het project ‘Samen Buurten’ in 2014 gestart met als doel bestaande contacten in de buurt op peil te houden en nieuwe contacten tussen mensen zo veel mogelijk te stimuleren. Initiatieven van bewoners kunnen onder bepaalde voorwaarden subsidie krijgen (tot € 250,00). Activiteiten moeten gericht zijn op het vergroten van de saamhorigheid in de straat of buurt. Aanvragen moeten door minimaal 3 buurtbewoners worden ondertekend en de activiteit moet samen met buurtbewoners worden uitgevoerd.
36
Communicatie en contacten met de gemeente De communicatie met de gemeente is goed verlopen. ‘Men is de situatie ook ter plekke komen bekijken. De gemeente verleende alle medewerking en de afspraken werden steeds nagekomen’. Er is een overeenkomst gesloten tussen de bewoners van de straat en de gemeente waarin afspraken zijn vastgelegd over het onderhoud van het groen. In de overeenkomst is een vaste contactpersoon van de gemeente vermeld, die in principe één keer per jaar contact opneemt met de bewoners. De inhoud van de adoptieovereenkomst is maatwerk en per adoptieproject verschillend. De gemeente legt het liefst ‘zo min mogelijk’ vast. Het gaat er uiteindelijk om dat er een ‘net onderhoudsbeeld’ ontstaat. Rol gemeente en rol participanten De bewoners zijn in dit traject initiatiefnemer en trekker. Het initiatief is ontstaan vanuit één bewoonster, maar uiteindelijk is de hele straat betrokken en actief geworden: ‘Iedereen in de straat was van mening dat er wat moest gebeuren’. ‘Dat hebben we actief opgepakt.’ De inwoners zijn nu zelf verantwoordelijk voor het onderhoud van het groen. De gemeente heeft gefaciliteerd (leveren van het beplantingsmateriaal). De gemeente is ook verantwoordelijk voor het ophalen van het verzamelde blad en groenafval, maar ‘dat gebeurde pas na diverse en herhaaldelijke telefoontjes’.
Motivaties van de participanten Het initiatief is ontstaan uit onvrede over de bestaande situatie en de behoefte om daar iets aan te doen. Resultaten Volgens onze respondent zijn de bewoners van mening dat de beeldkwaliteit van de straat verbeterd is. De betrokkenheid en het draagvlak zijn groot en de eigen verantwoordelijkheid is toegenomen. Dat komt tot uiting in het gezamenlijk onderhouden van het groen.
Stadstuin Tilburgseweg / Kalverstraat Het project betreft de aanleg en het beheer van een stadstuin op een stuk braakliggende grond, dat eigendom is van een woningcorporatie. De participatievorm is door de gemeente aangeduid als ‘zelf doen’. Het initiatief ligt bij de burgers en de gemeente faciliteert. Proces Middenin Goirle ligt een stuk grond dat al jaren braak ligt en eigendom is van een woningstichting: ‘Het is in de slechte tijd te koop gezet en bleek onverkoopbaar te zijn.’ In 2012, toen onze respondent nog gemeenteraadslid was (ze is ook wethouder geweest, dus kent zowel ambtelijk als bestuurlijk de weg), vroeg ze tijdens de algemene beschouwingen aandacht voor deze situatie. Ze reageerde daarmee op signalen van inwoners, die vonden dat het er niet uitzag. Zo ontstond het idee om het terrein tijdelijk te gaan bestemmen. Dat idee is omarmd door een groepje bewoners, die aan de slag zijn gegaan. Ze hebben 37
contact gezocht met het B-team Goirle/Riel (Biodiversiteitsteam, bestaande uit vrijwilligers die zich inzetten voor natuur), waarna het een gezamenlijk initiatief is geworden van dat team, een groep enthousiaste bewoners en de gemeentelijke centrummanager. Er moesten wel wat hobbels worden genomen, want ‘de eigenaar bleek in eerste instantie nogal kopschuw’. Zo zou een tijdelijke bestemming als stadstuin niet kunnen vanwege kabels en leidingen in de grond en zou een schone grondverklaring nodig zijn. Ook de wens om in de tuin een werkkast te plaatsen, bleek op vergunningsproblemen te stuiten. De gemeente dacht daarin creatief mee: ‘De werkkast noemen we nu straatmeubilair, dan is geen vergunning nodig en heb je bovendien zitgelegenheid gecreëerd.’ Arcadis heeft de initiatiefnemers ondersteund bij het opstellen van de begroting en het maken van de inrichting schets met bijbehorend beplantingsplan. Dat was mogelijk, omdat de gemeente een startsubsidie beschikbaar stelde van € 5.000,-. Het B-team begeleidde de uitvoeringswerkzaamheden, waarbij de inzet van vrijwilligers essentieel was. De werkzaamheden bestonden uit het beplantingsgereed maken van de tuin (met de inzet van schapen zijn het overtollige gras en kruiden verwijderd), het omspitten van die delen waar geen machine kon komen en het bewerken van de grond. Vervolgens het inplanten van plantmateriaal.
Wat begon als een werkgroep van enthousiaste bewoners is later omgedoopt in Stichting De Tuin. De woningcorporatie heeft een gebruiksovereenkomst gesloten met de gemeente en de gemeente een gebruiksovereenkomst met Stichting De Tuin. De werkgroep (nu het bestuur) bestaat uit 5 personen. Daar omheen zijn 15-20 vrijwilligers actief. In de praktijk is het toch maar een klein clubje, terwijl onderhoud continu nodig is. Dat is wel een punt van zorg. Daarom worden er ook speciale activiteiten opgezet die ten goede komen aan het onderhoud, zoals de inschakeling van studenten die vrijwilligerswerk doen. Communicatie en contacten met de gemeente De communicatie met de gemeente is goed verlopen. ‘Ze hebben zowel ambtelijk als bestuurlijk aardig meegewerkt.’ Er is ambtelijke capaciteit vrijgemaakt voor de benodigde ondersteuning. Rol gemeente en rol participanten De bewoners zijn in dit traject initiatiefnemer en trekker, maar de gemeente heeft het initiatief zeer actief (met mensen en middelen) ondersteund. De bewoners hebben zelf het ontwerp gemaakt (met ondersteuning van Arcadis) en het plan uitgevoerd (met ondersteuning van de gemeente). Stichting De Tuin is nu zelf verantwoordelijk voor het onderhoud van het groen en de benodigde continuïteit. Het werven en activeren van (extra) vrijwilligers is een verantwoordelijkheid van de stichting zelf.
Motivaties van de participanten Onze respondent reageerde vanuit haar rol als raadslid op geluiden van onvrede onder bewoners in het centrum. Ze was en is van mening dat de politiek die signalen serieus moet nemen en actief moet oppakken. De werkgroep van bewoners was met name gemotiveerd om ‘gezamenlijk iets moois neer te zetten’. 38
Resultaten De dorpstuin is er nu en daarmee is de kwaliteit en de waardering van het centrum ter plaatse flink toegenomen. Het draagvlak is groot. De verantwoordelijk voor het beheer ligt bij burgers, maar die wordt gedragen door een beperkt aantal actieve mensen. In die zin is de medeverantwoordelijkheid betrekkelijk. De tuin een ontmoetingsplek geworden voor mensen die eenzaam of alleen zijn.
4.3
Loon op Zand
Heeft de gemeente aantoonbaar participatie instrumenten toegepast met betrekking tot de openbare ruimte? De gemeente heeft aantoonbaar participatie toegepast bij de inrichting en het beheer van de openbare ruimte. De wijze waarop de projecten in de door de gemeente aangeleverde lijst met participatieprojecten zijn onderverdeeld naar participatievorm is weinig onderscheidend: bij drie van de vier onderzochte projecten wordt de vorm van participatie aangeduid als ‘inspraak’, ‘meedenken’, ‘mee ontwerpen’ en ‘meedoen’ (dat laatste in de vorm van aanplant en onderhoud). Deze wijze van omschrijven suggereert dat het om gemeentelijk initiatieven gaat. Bij twee van de onderzochte projecten (Willem de Zwijgerlaan en Hoge Steenweg) ligt het initiatief tot herinrichting inderdaad bij de gemeente, maar de twee van de andere projecten zijn een direct gevolg van een eigen initiatief van bewoners. In alle vier besproken herinrichtingsprojecten hebben bewoners een belangrijke rol gespeeld. Zowel in de Willem de Zwijgerlaan als in de van Grevenbroeckstraat en de van Rijckevorselstraat waren de bewoners initiatiefnemer, zeker als het gaat om het vormgeven van het participatieproces. Bij de Hoge Steenweg was de gemeente weliswaar initiatiefnemer bij de vormgeving en insteek van het participatieproces, maar werd dat uiteindelijk overgenomen door verontruste bewoners.
De gemeente neemt bij initiatieven van inwoners zelf in meer of mindere mate een faciliterende houding aan. Projecten waarbij het initiatief vanuit de bewoners kwam kunnen soms wel (van Grevenbroeckstraat) en soms niet (van Rijckevorselstraat) op uitvoeringsbudget rekenen. Ook wanneer de gemeente geen budget beschikbaar heeft wordt initiatiefnemers geadviseerd (ambtelijk) om het initiatief breder te trekken en draagvlak te zoeken bij medebewoners in straat of buurt. Dat betekent overigens niet dat ook automatisch een faciliterende houding wordt aangenomen jegens het initiatief. De houding van de gemeente bij het initiatief in de van Grevenbroeckstraat is lange tijd zeer afhoudend geweest en is dat eigenlijk nog steeds getuige de beperkte communicatie richting de initiatiefnemers. Bij de van Grevenbroeckstraat is de gemeente niet responsief. Ook bij de Willem de Zwijgerlaan en de Hoge Steenweg was de gemeente aanvankelijk niet responsief. Zijn burgers tevreden zijn met de eigen rol en de wijze waarop de gemeente omgaat met hun inbreng bij de inrichting en het beheer van de openbare ruimte?
39
In alle gevallen zijn de bewoners tevreden over hun eigen rol. Vanaf het moment dat een responsieve en samenwerkingsgerichte houding wordt aangenomen zijn inwoners ook tevreden over de inzet van de gemeente. Al lijkt die tevredenheid in de beheerfase af te nemen. De van Grevenbroeckstraat vormt een uitzondering. Er is nog steeds niets uitgevoerd en de initiatiefnemers zijn niet tevreden met de bereikte resultaten. Bij de onderzochte projecten, die zijn uitgevoerd, heeft participatie geleid tot een hogere belevingswaarde (meer kwaliteit) en veel draagvlak. Ook het gevoel van actief eigenaarschap en georganiseerde betrokkenheid (i.t.t. tot individuele betrokkenheid) nemen toe. Bij de van Grevenbroeckstraat is weliswaar sprake van een toename in draagvlak en georganiseerde betrokkenheid maar niet van een hogere belevingswaarde. Dit omdat het project niet is uitgevoerd. Bij alle onderzochte projecten is de motivatie tot initiatief ontstaan vanuit een gevoel van onvrede over de bestaande situatie of over de gang van zaken (het herinrichtingsproces). Lijst met participatieprojecten De gemeente Loon op Zand heeft een beperkte lijst aangeleverd met acht projecten waarbij een vorm van participatie is toegepast (zowel uitgevoerde projecten als projecten in uitvoering).
De betrokken ambtenaar heeft aangegeven dat de selectie van de projecten deels aselect heeft plaatsgevonden en deels op basis van de ‘positieve energie’ die de projecten teweeg hebben gebracht. Dit argument heeft een rol gespeeld bij drie van de acht projecten: Antoniusstraat, Willem de Zwijgerlaan en Hoge Steenweg. Als gevolg van de voorselectie door de gemeente valt een bias in het beeld dat uit de casuïstiek naar voren komt niet uit te sluiten. Om dit te compenseren hebben de onderzoekers van het PON twee projecten geselecteerd, die door de ambtenaren zijn aangedragen vanwege de eerder genoemde ‘positieve energie’ en twee andere projecten. Voor een totaaloverzicht van projecten in de openbare ruimte verwijst de gemeente naar het Meerjaren Uitvoeringsplan 2015-2018 (MUP) en het Integraal Jaarprogramma Openbare Ruimte 2015 (IJOR). Bij elk project in de door de gemeente aangeleverde lijst is aangegeven waar het om gaat en wat de rol van de participanten en participatievorm is. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen (1) inspraak en meedenken of (2) meedoen en zelf doen. Dit onderscheid sluit niet één op één aan bij het onderscheid in participatievormen zoals die in het Integraal Jaarprogramma Openbare Ruimte (IBOR) onderscheiden worden en ook niet bij het onderscheid in informeren en samenspraak dat in het MUP/IJOR gehanteerd wordt.
Hoe deze verschillende termen zich tot elkaar verhouden wordt niet geëxpliciteerd. Het IBOR omschrijft naast participatievormen een aantal werkwijzen en/of projecten: participatie bij herinrichtingsprojecten, groenadoptie en de buurtschouw. De lijst met projecten, die de gemeente heeft aangedragen, omvat zowel een adoptieproject, een buurtschouw als verschillende herinrichtingsprojecten. Volgens een medewerker van de afdeling Infra zijn inmiddels 25 tot 30 adoptieovereenkomsten afgesloten met bewoners. Daarnaast was deze ambtenaar bekend met nog eens 10 tot 15 situaties waarbij bewoners zelf openbaar groen onderhouden zonder dat daar een overeenkomst aan ten grondslag ligt. 40
Meedenken Herinrichting Willem de Zwijgerlaan De gemeente omschrijft dit project als een herinrichtingsproject gericht op het vervangen van (zieke) kastanjebomen door een nieuwe bomenstructuur in de groenstrook in het midden. In de door de gemeente aangeleverde lijst wordt de participatievorm aangeduid als ‘inspraak’, meedenken’ en meer specifiek ‘mee ontwerpen’. Proces De Willem de Zwijgerlaan was een mooie laan met een veertigtal kastanjebomen. De kastanjeziekte tastte steeds meer bomen aan wat de gemeente ertoe bracht om bomen te rooien. ‘Op een gegeven moment had de gemeente er al tien omgezaagd’. Onze respondent, die op velerlei terreinen actief is in de buurt, vond de situatie niet langer houdbaar en besprak dit met enkele buurtbewoners: ‘Met z’n vijven staken we de koppen bij elkaar en besloten we het gesprek met de gemeente aan te gaan.’ In het beginstadium kreeg onze respondent veel steun van een medewerkster van ContourdeTwern (wijkcoördinator voor de gemeente). Zij heeft contact opgenomen met de gemeentelijke afdeling die verantwoordelijk is voor het groenbeheer. ‘Gezamenlijk zijn we vervolgens nagegaan wat de mogelijkheden waren. Duidelijk was dat alle kastanjes zouden sneuvelen.
Herbeplanting op dezelfde plek was geen optie vanwege allerhande leidingen die daar in de grond zitten.’ Het eerste idee van de gemeente was om op de vier straathoeken nieuwe bomen te planten. Dat vonden de initiatiefnemers wel een heel mager plan. De gemeente heeft de initiatiefnemers vervolgens geadviseerd om de buurtbewoners bij elkaar te roepen en met elkaar de wensen te bespreken. Dat hebben ze gedaan. De opkomst was groot. De wens van de buurt was duidelijk: nieuwe bomen op de middenberm én op de vier straathoeken. ‘Het mooiste plan is uiteindelijk uitgevoerd: de oude bomen zijn systematisch weggehaald en de nieuwe zijn teruggeplaatst’. De initiatiefnemers zijn uiteindelijk ook betrokken bij de keuze van de nieuwe bomen: ‘Het zijn platanen geworden’. Het gehele traject heeft zo’n 1 à 1,5 jaar geduurd. ‘De buurt is keiblij met het resultaat.’ Communicatie en contacten met de gemeente Volgens een betrokken ambtenaar is dit project aanvankelijk heel technisch ingestoken, zonder rekening te houden met de belevings- en gebruikswaarden voor de bewoners. Nadat de onvrede onder de bewoners duidelijk werd, heeft de gemeente besloten om de samenwerking te zoeken in de vormgeving van een nieuw groenplan. Volgens de betrokken bewoners verliepen de contacten met de gemeente goed. Het ambtelijk aanspreekpunt (Adviseur Groen) wordt omschreven als ‘een prettige gesprekspartner’.
Aan de gesprekken nam ook steeds een boomkweker deel. Tekeningen werden gemaakt en besproken, de keuze voor de nieuwe bomen werd aan de bewoners overgelaten. Rol gemeente en rol participanten De gemeente omschrijft de rol van de bewoners in dit project als meedenken. Uit de gesprekken met de initiatiefnemer ontstaat een beeld van een rol die veel verder gaat: hier 41
zijn de bewoners voor een belangrijk deel initiatiefnemer en trekker. Zeker als het gaat om het vormgeven van het participatieproces. Het initiatief is ontstaan vanuit één bewoner, maar uiteindelijk is de hele straat betrokken. ‘Omdat het een bewonersinitiatief was hadden we veel invloed op het proces. De gemeente heeft meegedacht, randvoorwaarden gesteld en gefaciliteerd’. Motivaties van de participanten Het initiatief is ontstaan uit onvrede over de achteruitgang van de woonomgeving (het kappen van zieke bomen) en de behoefte om daar iets aan te veranderen. Resultaten De bewoners zijn heel tevreden met het resultaat: “Het mooiste plan is uitgevoerd. We hadden veel invloed”. Dankzij inzet van de bewoners is belevingswaarde van de straat vergroot. Ook heeft het proces geleid tot betrokkenheid, draagvlak en medeverantwoordelijkheid. Volgens onze respondent zijn de bewoners ook op andere gebieden actiever geworden.
Meedenken / meedoen Herinrichting van Grevenbroeckstraat De gemeente omschrijft dit project als een herinrichtingsproject ‘met het vervangen van prikkelbeplanting door gewenste beplanting’. In de door de gemeente aangeleverde lijst wordt de participatievorm aangeduid als ‘inspraak’, meedenken’, ‘mee ontwerpen’ en ‘meedoen’ (dat laatste in de vorm van aanplant en onderhoud). Proces De groenstroken in de straat waren beplant met doornstruiken. Het zag er volgens onze respondent niet alleen slecht uit; het was ook gevaarlijk voor kinderen (in verband met vallen) en het leidde tot lekke fietsbanden. Daarom vroegen de bewoners bij de gemeente om andere beplanting. De gemeente stond er wel positief tegenover, maar had geen budget om de beplanting te vervangen. Toen hebben de bewoners het gekoppeld aan de Burendag (van het Oranjefonds), waardoor ze wat geld konden krijgen (maar nog wel te weinig voor herplanting). In de buurt hebben de initiatiefnemers een bijeenkomst georganiseerd en daar werd het plan om de beplanting te vervangen en in beheer te nemen enthousiast ontvangen. Daarna zijn zo’n 20 bewoners actief geworden. Er zijn bijeenkomsten georganiseerd en er is een beplantingsplan opgesteld. De beplanting is uiteindelijk door de bewoners zelf aangeplant.
Omdat het budget ontoereikend was, hebben de initiatiefnemers besloten het plan een jaar later met de Burendag opnieuw aan te melden. Het plan werd goedgekeurd en de gemeente heeft de oude aanplant verwijderd. Om nog meer geld te krijgen, is de aanplant uitgesteld tot november 2014. Wel zijn met burendag vogelhuisjes in de straat opgehangen. De middelen van de Burendag én van het adoptiegroen (gemeentelijk budget) zijn met elkaar gecombineerd; daarmee werd het financieel haalbaar. Tegelijk met de nieuwe aanplant is de 42
grond verbeterd en de stoep opnieuw bestraat. Het traject heeft zo’n 1,5 jaar geduurd. De wethouder en de leden van het wijkteam waren bij de opening. Er is nu een ploeg van 15 mensen actief, die om de maand aan de beurt zijn om te schoffelen. Communicatie en contacten met de gemeente Volgens de betrokken bewoners verliepen de contacten met de gemeente goed. Het ambtelijk aanspreekpunt (Adviseur Groen) heeft verschillende gesprekken gevoerd met de initiatiefnemers. Rol gemeente en rol participanten De gemeente omschrijft de rol van de bewoners als meedenken en meedoen. Uit de gesprekken ontstaat een beeld dat verder gaat: bewoners zijn in dit traject initiatiefnemer en trekker. Het initiatief is ontstaan vanuit één bewoner, maar uiteindelijk is de hele straat betrokken. Het participatieproces is vormgegeven door de initiatiefnemers zelf. De gemeente heeft meegedacht, randvoorwaarden gesteld en gefaciliteerd (onder andere met budget voor de uitvoering). Motivaties van de participanten Het initiatief is ontstaan uit onvrede over de bestaande situatie (prikkelbeplanting) en de behoefte om daar iets aan te doen.
Resultaten Volgens de initiatiefneemster zijn de bewoners tevreden: ‘Het resultaat is naar ieders zin, iedereen in de buurt heeft meegedaan.’ Dankzij inzet van de bewoners is belevingswaarde van de straat vergroot: ‘Het ziet er verzorgd uit.’ Het proces heeft geleid tot meer betrokkenheid, draagvlak en medeverantwoordelijkheid.
Bomen in de Van Rijckevorselstraat De gemeente omschrijft dit project als een herinrichtingsproject gericht op het vervangen van (zieke) bomen door enkele nieuwe bomen. In de door de gemeente aangeleverde lijst wordt de participatievorm aangeduid als ‘inspraak’, meedenken’, mee ontwerpen’ en ‘meedoen’(dat laatste in de vorm van aanplant en onderhoud). Proces De initiatiefneemster kwam in de winter van 2014 in de van Rijckevorselstraat wonen, in het voorjaar dat daar op volgde bleek dat de boom voor haar huis dood was. Uiteindelijk is die boom gerooid en opgeruimd door de gemeente. Het bleek dat de bomen op veel plaatsen in dit deel van de straat (zo’n 50 huizen) in slechte conditie zijn. In de jaren 70 is er een herinrichting uitgevoerd, waarbij oude bomen werden gerooid en vervangen door jonge aanplant (in een ander deel van de straat staan de oude bomen nog altijd). Door ondeskundige aanplant (weinig bodemzorg, verkeerde keuze boomsoort en te krappe inplant [de bomen zijn niet ziek, maar hebben te weinig ruimte]) legt de ene na de andere boom het loodje. Er is een initiatiefgroep van 5 bewoners ontstaan, die contact heeft gezocht met de 43
gemeente. De eerste contacten dateren van het voorjaar van 2014. De gemeente heeft van meet af aan benadrukt dat er geen budget was om bomen in deze straat te vervangen: ‘Pas als over twintig jaar de riolering wordt vervangen, zouden nieuwe bomen wellicht mogelijk zijn.’ De gemeente heeft wel de tip gegeven om draagvlak te zoeken onder de bewoners. De initiatiefgroep heeft daarop een schriftelijke enquête uitgezet. Letterlijke tekst: De gemeente weet zelf dat ze een herplantPLICHT heeft, maar wil hier vanwege de kosten liever geen gehoor aan geven. Afhankelijk van de uitslag van deze enquête kunnen we bij de gemeente meer invloed uitoefenen op het (maken van) beleid ten opzichte van reparatie van de vele verzakkingen in de trottoirs en daarbij gerichte en zorgvuldige aanplant van nieuwe, gezonde bomen. Uw mening hierover is belangrijk! Meer dan de helft van de bewoners heeft op de enquête gereageerd, 92% was voorstander van nieuwe bomen. Een aantal bewoners is, met het terugbrengen van het enquêteformulier, persoonlijk komen bedanken voor het initiatief. De resultaten van de enquête zijn door de initiatiefgroep verwerkt in een voorstel voor vergroening van de Van Rijckevorselstraat.
In dat voorstel heeft de initiatiefgroep benadrukt dat bewoners ‘willen helpen bij eventuele noodzakelijke verzorging in de beginfase.’ Op dit moment, mei 2016, heeft de initiatiefgroep nog altijd weinig zicht op de mogelijkheden en eventuele voortgang die wordt geboekt. De informatie over dit project, die de gemeente bij het PON heeft aangeleverd, is bij de initiatiefgroep niet bekend: ‘Planvorming en uitwerking is op dit moment. Daadwerkelijk aanleggen van groenstroken en bomen najaar 2016; als het plan uitgevoerd is gaan bewoners zelf de groenvakken adopteren). Communicatie en contacten met de gemeente Anderhalf jaar lang, tot september 2015, verliepen de contacten met de gemeente stroef. Er was alleen contact als de initiatiefnemers zelf de gemeente benaderden. Daar kwam pas verandering toen ContourdeTwern en woningcorporatie Casade contact zochten met de initiatiefnemers. Vanaf dat moment werd een andere gemeentelijke contactpersoon aangesteld, ‘hij is een prettige gesprekspartner’. Rol gemeente en rol participanten De bewoners zijn in dit traject initiatiefnemer en trekker. Het initiatief is ontstaan vanuit een initiatiefgroep van enkele bewoners, maar uiteindelijk is de hele straat betrokken. De gemeente heeft zich lang afzijdig gehouden: was geen budget en er werd niet gefaciliteerd.
Dit staat haaks op het gegeven dat dit project in de door de gemeente aangeleverde lijst met projecten wordt omschreven als een project met de volgende participatievormen: ‘inspraak’, meedenken’, ‘mee ontwerpen’ en ‘meedoen’(dat laatste in de vorm van aanplant en onderhoud). Deze wijze van omschrijven suggereert dat het een gemeentelijk initiatief is. Motivaties van de participanten Het initiatief is ontstaan uit onvrede over de bestaande situatie en de behoefte om daar iets aan te doen: ‘Ik had zwaar de pest in over de situatie waarin ik terecht was gekomen.’ Resultaten 44
Het proces tot nog toe heeft geleid tot meer betrokkenheid van bewoners en een groot draagvlak voor vergroening van de straat. De bewoners hebben echter weinig tot geen zicht op wat de gemeente met hun inbreng heeft gedaan.
Adoptiegroen Hoge Steenweg De gemeente omschrijft dit project als een adoptieproject, waarbij de bewoners na het presenteren van de groenplannen nog méér groen wilden in de straat. In de door de gemeente aangeleverde lijst van participatieprojecten wordt de participatievorm bij dit project aangeduid als ‘inspraak’, ‘meedenken’, mee ontwerpen’ en ‘meedoen’(dat laatste in de vorm van aanplant en onderhoud). Proces De hoofdwegen van Loon op Zand (waaronder de Hoge Steenweg) moesten heringericht worden. In 2014 belegde de gemeente daarover informatiebijeenkomsten voor bewoners. De bijeenkomst over de Hoge Steenweg verliep ongelukkig, was slecht voorbereid, apparatuur werkte niet et cetera. Hoewel gezegd werd dat mensen mochten meedenken en –praten over de herinrichting (en mensen ook hun inbreng leverden) ontstond het gevoel dat er maar weinig ruimte was voor échte inbreng. Enkele maanden later organiseerde de gemeente opnieuw een informatiebijeenkomst en werd het herinrichtingsplan gepresenteerd. Het was bekend dat het groen vervangen zou moeten worden, maar uit de tekening bleek dat er minder groen terug zou komen. De sfeer was: ‘Daar is niets meer aan te doen.’ Daarop hebben enkele buurtbewoners ‘de koppen bij elkaar gestoken’ en besloten een ‘ouderwetse’ handtekeningenactie in de straat te gaan houden. Daaruit bleek dat een grote meerderheid ontevreden was over de plannen.
Omdat men ook ontevreden was over de contactpersoon van de gemeente die dit project trok - ‘een extern iemand die door de gemeente was ingehuurd, hij had niets met de inbreng van bewoners’ - zocht men in december 2014 rechtstreeks contact met de wethouder. ‘Die heeft toegegeven dat de gang van zaken geen schoonheidsprijs verdiende'. In het voorjaar van 2015 werden de ‘aangepaste’ plannen tijdens een bewonersbijeenkomst gepresenteerd en werd de aanwezigen te kennen gegeven dat er geen inspraak meer mogelijk was. ‘Daarop greep de wethouder in: hij verzekerde de aanwezigen dat de gemeente wel degelijk wilde luisteren naar de mening van bewoners’. Op dat moment is de initiatiefgroep (initiatiefneemster noemt het: actiegroep) ontstaan, die steeds gestreefd heeft naar meer groen in de straat. In overleg met de buurtbewoners heeft de gemeente nieuwe plannen opgesteld, waarin méér groen was opgenomen. De initiatiefgroep heeft een overeenkomst met de gemeente gesloten, waarin is vastgelegd dat de gemeente verantwoordelijk is voor het onderhoud van dat deel van het groen dat in de oorspronkelijke plannen zat en dat het groen dat op verzoek van de bewoners daaraan is toegevoegd, door de bewoners wordt onderhouden. Zo’n 20 bewoners hebben zich gemeld 45
voor het onderhoud. Er is gekozen voor onderhoudsarm groen: een maal per jaar snoeien is voldoende. Dan organiseert de groep een gezellige dag: overdag snoeien, ’s avonds een buurtbarbecue. De extra planten zijn betaald door de gemeente, het onderhoud kost de gemeente niets extra’s, want dat doen de bewoners. Communicatie en contacten met de gemeente In de loop van de tijd zijn de contacten met de gemeente sterk veranderd. Aanvankelijk was de gemeente erg afhoudend met onvrede tot gevolg. Later werden de bewoners serieus genomen. Er ontstond een samenwerkingsrelatie tussen de bewoners en de gemeente: afspraken werden gemaakt en nagekomen. ‘Je merkte wel dat de gemeente moest wennen aan de nieuwe werkwijze. Cruciaal is dat de wethouder zijn nek heeft uitgestoken.’ Rol gemeente en rol participanten Aanvankelijk was de gemeente initiatiefnemer en trekker van deze herinrichting. De bewoners hebben in de loop van het proces - vanuit onvrede over de gang van zaken - het initiatief naar zich toegetrokken. Dat ging aanvankelijk moeizaam omdat de gemeente afhoudend reageerde. Dit veranderde pas nadat de initiatiefgroep de wethouder en de politiek benaderd heeft. Vanuit de initiatiefgroep zijn uiteindelijk veel buurtbewoners betrokken geraakt. Er ontstond een samenwerkingsgerichte houding tussen de bewoners en de gemeente. De gemeente heeft randvoorwaarden gesteld en gefaciliteerd.
Motivaties van de participanten Bewoners kwamen in actie omdat de plannen tegenstrijdig waren: ‘de straat zou mooier en leuker worden, maar in de plannen stond veel minder groen opgenomen’. ‘Die plannen waren alleen ingegeven door bezuinigingen. Nu blijkt dat het wel mogelijk was om meer groen te plaatsen, terwijl het de gemeente niet echt veel meer gekost heeft’. Resultaten Volgens onze respondent zijn de bewoners zijn tevreden over het resultaat: ‘Het resultaat is naar ieders zin en de betrokkenheid is groot’. Dankzij inzet van de bewoners is de belevingswaarde van de straat vergroot: meer kwaliteit en medeverantwoordelijkheid.
4.4
Dongen, Goirle en Loon op Zand
In deze paragraaf worden twee deelvragen beantwoord: In hoeverre hebben de gemeenten aantoonbaar participatie instrumenten toegepast met betrekking tot de openbare ruimte? en Zijn de burgers tevreden met de eigen rol en de wijze waarop de gemeenten omgaan met hun inbreng bij de inrichting en het beheer van de openbare ruimte? In hoeverre hebben de gemeenten aantoonbaar participatie instrumenten toegepast met betrekking tot de openbare ruimte? Wanneer we de focus verleggen naar de uitvoering (casuïstiek) dan zien dat projecten die ontstaan vanuit ‘eigen initiatief’ of waarbij het nadrukkelijk gaat om ‘meedoen’ vrijwel altijd ontstaan vanuit één 46
of enkele initiatiefnemers, die bij de daadwerkelijke uitvoering van het project ondersteund wordt door een breder netwerk van bewoners. Daarmee zit de opbrengst van deze participatievormen niet alleen in de fysieke, tastbare resultaten, maar kent de opbrengst ook een belangrijke immateriële component. Het samen organiseren versterkt de betrokkenheid; een belangrijke voorwaarde voor samen redzaamheid in de zogenoemde participatiesamenleving. In hoeverre zijn burgers tevreden met de eigen rol en de wijze waarop de gemeenten omgaat met hun inbreng bij de inrichting en het beheer van de openbare ruimte? Bewoners zijn in zijn algemeenheid tevreden over hun eigen rol. Vanaf het moment dat een responsieve en samenwerkingsgerichte houding wordt aangenomen zijn inwoners ook tevreden over de inzet van de gemeente. De tevreden ten aanzien van het resultaat geldt niet alleen ten aanzien van de fysieke component, maar ook ten aanzien van de toegenomen (onderlinge) betrokkenheid. Wanneer we kijken naar het gevoel van actief eigenaarschap en georganiseerde betrokkenheid (in tegenstelling tot individuele betrokkenheid) dan komen deze vooral voort uit de eigen initiatieven (maatschappelijke participatie en zelf doen). Bij burgerparticipatie in de openbare ruimte komen twee beleidsdomeinen samen met elk een eigen onderscheiden rationaliteit.
De beleidspraktijk ten aanzien van de inrichting en het beheer van de openbare ruimte is primair gestoeld op een technisch-economische rationaliteit. De focus ligt op de technische staat van onderhoud (schoon, heel en veilig), die kostenefficiënt gerealiseerd dient te worden. De laatste jaren heeft afnemende begrotingsruimte bij veel gemeenten geleid tot scherpe(re) keuzes in het gewenste kwaliteit- en onderhoudsniveau. Het participatiebeleid kent daarentegen een geheel andere rationaliteit en is gestoeld op ‘zachte waarden’ zoals leefbaarheid, betrokkenheid en verantwoordelijkheid of eigenaarschap. Vaak wordt gesteld dat de bijdrage van burgers aan het beheer en onderhoud (in de nabije toekomst) steeds belangrijker wordt. Deels vanwege afnemende middelen én deels met verwijzing naar een maatschappelijke behoefte aan eigen regie. Gemeenten ‘worstelen’ met het samenbrengen van beide rationaliteiten en de vertaling naar een eenduidig operationeel kader als het gaat om participatie. Dit wordt bijvoorbeeld zichtbaar in de vormgeving van adoptieovereenkomsten: neiging tot juridisering (juristen bijvoorbeeld willen voorkomen dat openbaar ruimte wordt toegeëigend).
47
BIJLAGE 1
Geraadpleegde documenten
Dongen •
Structuurvisie Dongen 2020 (2009) Deel A: Visie op hoofdlijnen
•
Dorpsplan ’s Gravenmoer 2015
•
Brochure “Dorps- en Wijkraden” gemeente Dongen
•
Inspraakverordening Dongen 2007
•
Nota Inwonersparticipatie “Een kwestie van vooral samen DOEN” Gemeente Dongen 2013
Goirle •
Groenstructuurplan Goirle (2014)
•
Beleidsnota Integraal Beheer Openbare Ruimte. Gemeente Goirle 2011
•
Brochure “Participatie. Meedenken, meebeslissen en meedoen” Gemeente Goirle
•
Participatienota “Samen denken, samen doen. Gemeente Goirle 2010
•
Participatie checklist. Gemeente Goirle