2022-09266 Bijl4- Toelichting Watertorenstraat 10
Tekst van het document
62/74
Een bestemmingsplan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: 1. alternatieve oplossingen zijn niet voor handen; 2. het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en 3. de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats.
Bijzondere nationale natuurgebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) kan buitenom de gebieden die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden Natura 2000, ook gebieden aanwijzen als Bijzonder nationaal natuurgebied wanneer het gebied is opgenomen op een lijst als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Habitatrichtlijn of het gebied onderwerp is van een procedure als bedoeld in artikel 5 van de Habitatrichtlijn. De beschermende werking die geldt voor gebieden die behoren tot Natura 2000, geldt in dat geval ook voor het bijzondere nationaal natuurgebied. Natuurnetwerk Nederland (NNN) / Natuurnetwerk Brabant (NNB) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. De provincie Noord Brabant hanteert daarvoor het begrip Natuurnetwerk Brabant (NNB). Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: a. soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; b. soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; en c. de bescherming van overige soorten.
De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied
63/74
opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden. De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Uitwerking Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Noord-Brabant In de provincie Noord-Brabant wordt vrijstelling verleend voor het weiden van vee, voor het op of in de bodem brengen van meststoffen en voor agrarische beregening uit grondwater.
In het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied, bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw, bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of natuurbeheer, of bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied worden vrijstellingen verleend ten aanzien van de soorten genoemd in bijlage 3 bij deze verordening. Het betreft aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, bruine kikker, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, gewone pad, haas, huisspitsmuis, kleine watersalamander, konijn, meerkikker, ondergrondse woelmuis, ree, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, veldmuis, vos, wild zwijn en woelrat. 4.12.2 Toetsing In de toekomstige situatie zal het gebruik en/of de realisatie van benodigde parkeerruimte, een praktijkruimte voor tekentherapie, een natuurlijke buitenruimte met diverse plekken met natuurlijke inrichtingselementen, een loods voor de locomotief, rails en een tuinhuis mogelijk worden gemaakt. Het planvoornemen zou kunnen samengaan met effecten op beschermde gebieden, planten en dieren. Gebiedsbescherming De afstand tot het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied (Langstraat) is ongeveer 5 kilometer.
Dit beschermde Natura-2000 gebied is op dusdanige afstand gelegen dat negatieve effecten van het plan op voorhand kunnen worden uitgesloten. Het dichtstbijzijnde Natuurnetwerk Brabant (NNB)-gebied ligt op circa 800 meter ten oosten van het plangebied. In figuur 4.6 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de beschermde Natura 2000-gebieden weergegeven.
64/74
Figuur 4.6 Locatie plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden (Bron: Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) Soortenbescherming Het plangebied bestaat momenteel uit intensief in gebruik zijnde agrarische gronden. Er vindt geen sloop, kap van bomen of verstoring van watergangen plaats. Gezien het huidige agrarische gebruik van de locatie zijn beschermde plantensoorten (o.a. vaatplanten) niet waargenomen of te verwachten. Vanwege het ontbreken van bebouwing en beplanting kan het voorkomen van beschermde diersoorten ter plaatse worden uitgesloten. Door de huidige korte vegetatie en intensieve agrarische gebruik is de locatie en omliggende gronden niet geschikt als nestplaats voor weide- of akkervogels. Zoogdieren Het plangebied biedt geschikt leefgebied aan algemeen voorkomende, licht beschermde soorten als mol, hermelijn, wezel, konijn en diverse algemene muizensoorten. Amfibieën De akkergrond is ongeschikt als landbiotoop voor algemene amfibieën. Naast de voor amfibieën ongeschikte sloten aan de randen van het plangebied komt er in het plangebied ook geen open water (poelen) voor. Zorgplicht Uiteraard geldt wel de algemene zorgplicht. Dat betekent dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild voorkomende planten en dieren en hun leefomgeving. Tijdens werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met het broedseizoen.
Verstoring van broedende vogels is verboden. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden op het moment dat er geen broedgevallen (meer) aanwezig zijn, is overtreding van de wet niet aan de orde. De meeste vogels broeden tussen 15 maart en 15 juli (bron: www.vogelbescherming.nl).
65/74
4.12.3 Conclusie Significante negatieve effecten op beschermde gebieden en soorten kunnen worden uitgesloten. De Wet Natuurbescherming en het beleid van de provincie Noord-Brabant staan de uitvoering van het plan dan ook niet in de weg.
4.13 Duurzaamheid 4.13.1 Normstelling en beleid Duurzaamheid gaat over de balans tussen mens, milieu en financiën en kan op verschillende niveaus worden bezien. Op het niveau van gebiedsontwikkeling gaat het naast technische maatregelen bij gebouwen om het functioneren van het gehele gebied. De kracht zit in het zoeken naar goede combinaties voor een specifieke locatie waardoor een prettige leefomgeving kan worden ontwikkeld. Bepaalde randvoorwaarden en/of de ruimtelijke omgeving van een plan kunnen kansen voor duurzaamheid opleveren. Duurzaam bouwen gaat dus verder dan alleen energie. Het gaat ook over duurzaam materiaalgebruik, comfort, binnenmilieu, bouwen voor de toekomst en slim bouwen. Duurzaam bouwen wordt vaak afgekort als 'dubo' en beoogt naast vermindering van de uitstoot van CO2 ook zaken als: bij te dragen aan het welzijn van gebruikers (kwaliteitsbevordering); uitputting van grondstoffen te verminderen; vervuiling van bodem, water en lucht tegen te gaan. 4.13.2 Toetsing en conclusie Het gehele project ten aanzien van de herbestemming van de watertoren en de inrichting van de buitenruimte staat en valt met het aspect duurzaamheid, zoals ook omschreven in de visie. Herbestemming watertoren De herbestemming van de watertoren nadert voltooiing. Inmiddels is aangevangen met de interne afbouw.
Ondanks dat dit niet noodzakelijk is volgens de in 2006 verkregen bouwvergunning is het afbouwplan momenteel uitgewerkt met hoge ambities ten aanzien van energiegebruik. Zo worden de actuele eisen ten aanzien van thermische isolatie gehanteerd met triple beglazing en hoge Rc-waarden voor de gehele gebouwschil en wordt op eigen initiatief over gegaan op een gasloos installatieconcept waartoe de toren dan ook van het gasnet zal worden afgesloten. Er zal worden voorzien in een WKO-installatie met bodemopslag, waarbij rekening zal worden gehouden met de belemmeringen voor de boringsdiepte. Daarnaast wordt middels een warmtepomp voorzien in warmteopwekking. De ventilatielucht zal worden aangezogen via een bodembuis van circa 30 meter lengte wat er voor zorgt dat ventilatielucht in het zomerseizoen wordt voorgekoeld en in de winter wordt voorverwarmd. Omdat er wordt gekozen voor een all-electric installatie is ook daar gekozen voor een zo efficiënt mogelijke installatie. Zo zal het gehele gebouw verlicht worden met laagspanning ledverlichting en worden alle installatiecomponenten met name geselecteerd op energieverbruik. Er wordt gestreefd naar het voorzien in zonnepanelen waarmee het eigen energieverbruik kan worden afgedekt, waarbij het ook de bedoeling is om de elektrische auto in te zetten als buffer.
Het dak van de toren leent zich door de gebogen vorm en de monumentale uitstraling niet voor het aanbrengen van zonnepanelen. Daarom bestaat de wens om aan de zuidzijde van het perceel tegen de erfgrens te voorzien in een bouwwerk waarop zonnepanelen kunnen worden
66/74
aangebracht. Dit dakoppervlak en dat van de overige te realiseren bouwwerken, zal tevens worden gebruikt om hemelwater op te vangen om dat af te voeren naar een hemelwaterbuffer. Behoud historische locomotief Voor het bijgebouw voor de locomotief is een bouwhoogte van 7 meter noodzakelijk. De locomotief heeft een hoogte van 4 meter en er is ruimte nodig voor een kraanbaan om voor onderhoud onderdelen te kunnen uit- en afhijsen. De realisatie van dit bijgebouw, waarop ook zonnepanelen worden geplaatst, zorgt voor behoud en een nieuwe functie voor de locomotief. Natuurlijke buitenruimte De buitenruimte rondom de watertoren zal duurzaam ontwikkeld worden aan de hand van een drietal ambities, te weten natuurontwikkeling, therapieactiviteiten en behoud van de historische locomotief. Streekeigen groen Het doel is om streekeigen groen terug te krijgen. Dat zal deels worden gedaan door inheemse bomen en struiken aan te planten. Wat betreft soortkeuze wordt aangesloten op wat het Brabants Landschap adviseert. Er zullen solitaire bomen worden geplant, veel bosplantsoen die als vogelbosjes zullen dienen en verder zal de hele kruidlaag bestaan uit bloemenrijk grasmengsel waar een heel extensief beheer op wordt toegepast. Vogels, vlinders, bijen De laatste decennia hebben de bijen sterk te lijden.
Om de bijenpopulaties te stimuleren, zullen op deze plek komen veel nectar houdende bloemen komen om zo bijenpopulaties te stimuleren. Ook zullen er veel vogelbosjes worden aangelegd en gestimuleerd waar ook allerlei insecten en allerlei andere dieren zich kunnen vestigen. Klimaatadaptatie Al het regenwater wat wordt opgevangen, wordt niet meer afgevoerd op het riool maar zal op het eigen terrein worden opgevangen en worden geïnfiltreerd. Hiertoe zal een retentievijver met gedeeltelijke wadi worden gerealiseerd die in de winter een hoger waterpeil zal hebben dan in de zomer. Voedselbos In een heel klein gedeelte van het plangebied zal op natuurlijke wijze groente voor eigen gebruik verbouwd gaan worden en zal ook een voedselbos worden gerealiseerd om op hele natuurlijke wijze voedsel te produceren. Dit verkleint de CO2-footprint die de mens maakt op aarde. Niet alleen de mens, maar ook dieren profiteren van dit voedselbos. Gesloten kringloop / composteren Het eigen groenafval zal door de bewoners zelf worden gecomposteerd. Hierdoor zal de gemeentelijke ophaaldienst minder langs hoeven te komen, hetgeen (in theorie) tot minder verkeersbewegingen leidt. De compost kan op eigen terrein worden gebruikt. Fruitboomgaard Daarnaast zal er een fruitboomgaard worden gecreëerd waar de bewoners zelf fruit gaan oogsten. Oude rassen,
67/74
niet genetisch geoptimaliseerde produceren weliswaar niet het meeste fruit maar deze rassen hebben vaak wel meer voedingswaarde en meer smaak.
68/74
Hoofdstuk 5
5.1
Juridische planbeschrijving
Wettelijke eisen
Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en gaat vergezeld van onderhavige bestemmingsplantoelichting met bijlagen. In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is geregeld dat alle nieuwe ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen, digitaal moeten worden vervaardigd, met inachtneming van de daartoe wettelijk verplicht gestelde standaarden (thans SVBP2012, IMRO2012, STRI2012). Op die wijze zijn bestemmingsplannen onderling vergelijkbaar en ook digitaal uitwisselbaar. Daarnaast is in het Bro een aantal bepalingen opgenomen waaraan de regels van het bestemmingsplan moeten voldoen. Het gaat hierbij om een aantal begrippen, wijze van meten, regels ten aanzien van het overgangsrecht en de anti-dubbeltelbepaling. Belangrijke eis is dat het bestemmingsplan dient te voldoen aan de eis van rechtszekerheid. Dit betekent dat een bestemmingsregeling duidelijk en voor één uitleg vatbaar dient te zijn. Ook de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is van belang voor bestemmingsplannen.
5.2
Opzet van de bestemmingsregeling
Ten aanzien van de opzet van de verbeelding en bestemmingsregeling is het volgende van belang. Opzet verbeelding Belangrijke eis is dat het bestemmingsplan dient te voldoen aan de eis van rechtszekerheid. Dit betekent dat een bestemmingsregeling duidelijk en voor één uitleg vatbaar dient te zijn. In aansluiting hierop en in relatie tot de digitale verplichting verdient het de voorkeur zoveel mogelijk onderdelen van de regeling op de verbeelding zichtbaar te maken en de regels zo transparant mogelijk te houden. Voorts zijn de volgende eisen van toepassing: de ondergrond waarop de verbeelding is gebaseerd, geeft informatie over de actuele (kadastrale) situatie; op de verbeelding wordt met de bestemming en de aanduidingen aangegeven of, en zo ja welke bebouwing is toegestaan; op het renvooi wordt de betekenis aangegeven van de bestemmingen en de aanduidingen; de volgorde van de bestemmingen in het renvooi komt overeen met de volgorde zoals van de regels (alfabetisch). Tevens wordt in een onderhoek op de verbeelding de naam van het bestemmingsplan aangegeven, de datum van terinzagelegging, vaststelling en (eventueel) van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ook is het identificatienummer van het bestemmingsplan en het kaartblad aangegeven. De kaart bestaat uit 1 kaartblad op een schaal van 1:1.000.
69/74
De bestemming wordt door middel van hoofdletters aangeduid, zoals 'K' voor 'Kantoor'. Verder geldt het volgende: Maatvoeringsaanduidingen zoals de maximum goot- of boeibordhoogte worden aangegeven door middel van een matrix bij het bouwvlak. Op de verbeelding kunnen aanduidingen, zoals een plangrens of een gebied met wijzigingsbevoegdheid worden aangegeven. Opzet regels De indeling in hoofdstukken waarin de regels zijn opgenomen, kent de volgende vaste volgorde. In Hoofdstuk 1 Inleidende regels worden in de regels gehanteerde begrippen, voor zover nodig, gedefinieerd en wordt de wijze van meten bepaald. In Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels worden in alfabetische volgorde van de naam van de bestemmingen de regels gegeven waarmee die bestemmingen zoals die op de verbeelding voorkomen, nader worden omschreven. Hoofdstuk 3 Algemene regels bevat een aantal regels (voorheen bepalingen genoemd) die voor alle bestemmingen gelden, zoals een anti-dubbeltelbepaling of de bepaling welke wettelijke regeling van toepassing). Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels geeft regels voor bestaand gebruik en bestaande bebouwing en de titel van het plan.
Op grond van de wettelijke standaarden moet bij de opstelling van een bestemmingsbepaling (de regels) de volgende vaste volgorde gebruikt worden: bestemmingsomschrijving; bouwregels; nadere eisen; afwijken van de bouwregels; specifieke gebruiksregels; afwijken van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; wijzigingsbevoegdheid. Een bestemmingsregel behoeft niet al deze elementen te bevatten. Dit is afhankelijk van de aard van de bestemming. Alle bestemmingen bevatten wel een bestemmingsomschrijving en bouwregels.
5.3
Toelichting op de gehanteerde bestemmingen
Artikel 3 Gemengd Binnen de bestemming 'Gemengd' wordt voor wat betreft de bestaande kantoorfunctie in principe de regeling uit het geldende bestemmingsplan 'Zuid en West Dongen' overgenomen. Voor de watertoren is een bouwvlak opgenomen en gelden aanvullend de functieaanduidingen 'wonen' en de maatvoeringen 'maximum goothoogte: 35 m' en 'maximaal aantal wooneenheden: 1'. De functieaanduiding 'erf' is komen te vervallen. Ten behoeve van de gewenste bijgebouwen zijn specifieke aanduidingen opgenomen. Binnen deze bestemming wordt tevens het
70/74
gebruik als tuin en de aanvullende activiteiten mogelijk gemaakt. Binnen de functieaanduiding 'specifieke vorm van gemengd - tuin' wordt de beoogde landschapstuin van de watertoren mogelijk gemaakt. Aanvullend worden in de bestemmingsomschrijving een aantal aanvullende voorzieningen en functies mogelijk gemaakt, waaronder parkeerplaatsen, waterhuishoudkundige voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de ontsluiting van het perceel. Binnen deze bestemming zijn geen gebouwen toegestaan. De landschappelijke inpassing is geborgd middels een specifieke aanduiding aan de randen van het plangebied. Artikel 4 Waarde - Cultuurhistorie Deze dubbelbestemming is bedoeld om een goede afweging van de cultuurhistorische belangen zeker te stellen bij panden en/of percelen met monumentale waarden. Het slopen en/of bouwen is op deze gronden pas mogelijk nadat wordt afgeweken van het bestemmingsplan. De aanwezige cultuurhistorische belangen en waarden worden op het verlenen van de afwijking betrokken. Daarnaast geldt dat voor de aanleg van diverse werken en werkzaamheden een omgevingsvergunning vereist is.
5.4
Toelichting op de algemene regels
Deze algemene regels bestaan uit een aantal algemene, niet aan specifieke bestemmingen gekoppelde, regels. Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Een antidubbeltelbepaling wordt opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. De formulering van de antidubbeltelbepaling wordt bindend voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.2.4 Bro). Artikel 6 Algemene bouwregels In de algemene bouwregels is opgenomen dat bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen worden overschreden ten behoeve van ondergeschikte bouwdelen. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld stoepen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken. Artikel 7 Algemene gebruiksregels In dit artikel wordt genoemd welk gebruik van de gronden in ieder geval valt onder strijdig gebruik. Het gaat hierbij om onder andere het gebruik van de gronden ten behoeve van stort- of opslagplaats van goederen en aan het gebruik onttrokken machines of het gebruik ten behoeve van seksinrichtingen. Artikel 8 Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan afgeweken kan worden.
Het gaat hierbij om de bevoegdheid om bij omgevingsvergunning af te wijken van regels die gelden voor alle bestemmingen in het plan. Dit betreft bijvoorbeeld de vrijstelling ten behoeve van afwijking van de voorgeschreven maten en
71/74
percentages. Afwijking is overigens alleen mogelijk wanneer hiermee geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan aspecten als de woon- en milieusituatie van aangrenzende percelen. Artikel 9 Algemene wijzigingsregels Dit artikel geeft het bevoegd gezag de bevoegdheid het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van geringe veranderingen in plaats, ligging of afmetingen van bestemmingsgrenzen. Artikel 10 Overige regels In dit artikel is een parkeerregeling opgenomen.
5.5
Toelichting op de overgangs- en slotregels
Artikel 11 Overgangsrecht In dit artikel wordt omschreven hoe wordt omgegaan met het bestaand gebruik en met de bestaande bebouwing ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Artikel 12 Slotregel In dit artikel wordt de naam van de regels vastgesteld.
72/74
Hoofdstuk 6
6.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Naast de planologische haalbaarheid van de ontwikkeling zoals getoetst in voorgaande paragrafen, moet ook de financiële uitvoerbaarheid van de ontwikkeling aangetoond worden. In de Wet ruimtelijke ordening is de grondexploitatiewet opgenomen. Hierin is geregeld dat gemeenten de mogelijkheid krijgen om kosten van de planontwikkeling te verhalen op grondeigenaren. Het kostenverhaal dient verplicht door de gemeente opgesteld te worden. De gemeente legt dit kostenverhaal vast in een exploitatieplan. Van een exploitatieplan kan worden afgeweken door in het kostenverhaal anderszins te voorzien (overeenkomst met alle grondeigenaren in het plangebied of volledig grondeigendom). In een bestemmingsplan is sprake van kostenverhaal (6.2.3 tot en met 6.2.5 Bro) als een bouwplan (6.2.1 Bro) wordt mogelijk gemaakt. De gemeente is van mening dat er geen belemmeringen zijn aangaande de financiële uitvoerbaarheid. Deze ontwikkeling wordt geheel bekostigd door de initiatiefnemer. De door de initiatiefnemer aan de gemeente overlegde gegevens tonen afdoende aan dat deze de benodigde investeringen financieel kan dragen. Een exploitatieplan is niet noodzakelijk aangezien met een anterieure overeenkomst tussen initiatiefnemer en gemeente in het kostenverhaal is voorzien.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Op grond van artikel 3.1.6 Bro dient inzicht te worden gegeven in de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Het gaat daarbij zowel om de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de planvoorbereiding zijn betrokken alsook om de resultaten van het overleg ex artikel 3.1.1 Bro. 6.2.1 Participatietraject De initiatiefnemer heeft op 30 oktober 2021 en 5 november 2021 de plannen voor de buitenruimte rond de watertoren Dongen toegelicht aan de eigenaren van de aangrenzende percelen. De eigenaren hebben aangegeven het een mooie ontwikkeling te vinden en hebben aangegeven geen bezwaren te hebben. Er is onder andere gesproken over het realiseren van de bijgebouwen tegen de erfgrens en over het bereikbaar houden van de sloten ten behoeve van het onderhoud. Het door de initiatiefnemer opgestelde verslag van het participatietraject is weergegeven in bijlage 7. 6.2.2 Voorontwerpbestemmingsplan en wettelijk vooroverleg Het voorontwerpbestemmingsplan heeft van vrijdag 22 april t/m donderdag 2 juni 2022 voor inspraak ter inzage gelegen (IDN: NL.IMRO.0766.BP2022000086-VO01). Tevens is in het kader van het wettelijk vooroverleg het voorontwerpbestemmingsplan voorgelegd aan vaste overlegpartners. Vanuit Provincie Noord-Brabant zijn schriftelijk (C2297164/5079612 d.d.
24 mei 2022) opmerkingen gekomen over de bestemmingslegging, de bijbehorende aanduidingen en de hiermee gepaard gaande kwaliteitsverbetering van het landschap. In afstemming tussen initiatiefnemer, Provincie Noord-Brabant en gemeente is op basis
73/74
hiervan het plan aangepast en aangescherpt. Vanuit Waterschap Brabantse Delta is aangegeven dat de belangrijkste uitgangspunten vanuit het waterschap naar wens zijn opgenomen en daarom een positief wateradvies kan worden gegeven. Vanuit de Veiligheidsregio is in het kader van het wettelijk vooroverleg tenslotte gesteld dat er geen belemmeringen zijn voor het aspect externe veiligheid. De locatie ligt buiten het invloedsgebied van de buisleidingenstrook (PRB, RRP en A-531) maar wel gedeeltelijk in een “tracé zoekgebied”. Het hanteren van de 'Standaard Verantwoording Groepsrisico 2019' van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant met daarin het standaardadvies externe veiligheid van de brandweer volstaat. De standaard verantwoording is vervolgens verwerkt in voorliggend bestemmingsplan. 6.2.3 Terinzagelegging en vaststelling Het ontwerpbesluit en het ontwerpbestemmingsplan met bijbehorende stukken hebben conform het bepaalde in artikel 3.8 en 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening van 1 december 2022 tot en met 12 januari 2023 zes weken ter inzage gelegen. In die periode kon een ieder zijn of haar zienswijze naar keuze schriftelijk of mondeling indienen. Op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening heeft de provincie tijdens de terinzagelegging een zienswijze naar voren gebracht. Deze is binnen de gestelde termijn ontvangen en derhalve ontvankelijk.
De zienswijze heeft betrekking op de vertaling vanuit artikel 3.6 'Zorgvuldig ruimtegebruik' van de Interim Omgevingsverordening. In nadere afstemming met de provincie en de gemeente Dongen is vervolgens het bestemmingsplan op onderdelen beperkt aangepast. Verder zijn er geen zienswijzen naar voren gebracht. Na behandeling en vaststelling door de gemeenteraad wordt het bestemmingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.
74/74