CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-006083 Bijlage 2- Bestemmingsplan Heuveleind

Besluitvormende raadsvergadering 14 juli 2022, gemeente DongenBij agendapunt: Raadsvoorstel 2022-006083 Vaststellen bestemmingsplan Heuveleind21.067 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Hoewel in de zuidelijke werkputten ook verstoringen in de top van het dekzand aanwezig zijn, is het archeologisch vlak hier grotendeels intact. Het doel van het aanvullende proefsleuvenonderzoek was de aard en datering van de vindplaats vaststellen om de inhoudelijke waarde van deze vindplaats te kunnen beoordelen. Het hele vondsten- en sporencomplex uit het proefsleuvenonderzoek wordt beschouwd als een ‘vindplaats’. De fysieke kwaliteit van de vindplaats is middelhoog. Conclusie proefsleuvenonderzoek In het noordelijk deel van het plangebied is geen behoudenswaardige vindplaats aanwezig. Op basis van de gemaakte waardestelling is in het zuidelijk deel van het plangebied sprake van een 30

Vastgesteld bestemmingsplan ‘‘Heuveleind te Dongen’’ - 19 juli 2022

behoudenswaardige vindplaats. Wat de aard is van het gebouw, bijvoorbeeld een woonhuis of bijgebouw, is (nog) niet te achterhalen. Voorgesteld wordt om een deel van de vindtplaats hiervan op te graven, en deels in de vorm van een archeologische begeleiding. Door alle aanwezige obstakels in het plangebied (bebouwing, kabels en leidingen, bomen, e.d.) wordt geadviseerd om een opgraving te laten plaatsvinden na het verwijderen van deze zaken. 4.2 Bodem Door SGS Search Ingenieursbureau is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd, inclusief PFAS onderzoek (Verkennend bodemonderzoek, SGS Search Ingenieursbureau B.V., Projectnr. 25.20.00353.1, 22 juli 2020). De aanleiding voor het uitvoeren van het bodemonderzoek vormt de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling van de locatie. In het kader hiervan is inzicht gewenst in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De onderzoekslocatie is momenteel in gebruik als woongebied met openbaar gebied en openbare wegen heeft een oppervlakte van circa 17.500 m2. Het terrein is deels bebouwd. Het onbebouwde terrein is deels onverhard (voornamelijk achtertuinen en groenstroken) en deels verhard (voornamelijk trottoirs en openbare weg). Onderzoek Het veldonderzoek is verricht op 9 en 10 juli 2020.

De werkzaamheden die verricht zijn bestaan uit: • een visuele terreininspectie; • verkennende handboringen; • zintuiglijk beoordelen van het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal; • het nemen van monsters van het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal; • plaatsen en opnemen van peilbuizen i.v.m. grondwaterkwaliteit; • het nemen van grondwatermonsters uit de geplaatste peilbuizen. Tijdens de veldwerkzaamheden is een visuele inspectie uitgevoerd naar de eventuele aanwezigheid van asbestverdachte materialen op het maaiveld en in de bodem. Tijdens het uitvoeren van het veldwerk is aandacht besteed aan de mogelijke aanwezigheid van puin in de grond. Op basis van de NEN 5707 en jurisprudentie dient bij de aanwezigheid van puin de grond te worden beschouwd als verdacht op de aanwezigheid van een verontreiniging met asbest. Tijdens de visuele inspectie van het toegankelijke gedeelte van het maaiveld en de vrijgekomen grond uit de boorgaten zijn geen asbestverdachte materialen of puin aangetroffen. Er zijn derhalve geen aanwijzingen aangetroffen om de locatie als asbestverdacht aan te merken. De geselecteerde grond- en grondwatermonsters zijn geanalyseerd in het milieulaboratorium van Synlab te Rotterdam. Er zijn 3 grond(meng)monsters van de bovengrond en 2 grond(meng)monsters van de ondergrond onderzocht op het NEN-grondpakket.

De 2 grondwatermonsters zijn onderzocht op het NEN-grondwaterpakket. Resultaten Vanaf maaiveld tot circa 3,0 m-mv is de bodem hoofdzakelijk opgebouwd uit zand. Plaatselijk is een grindlaag aanwezig vanaf 2,0 m-mv. Het grondwater bevond zich op 17 juli 2020 op circa 1,68 m-mv. De in het grondwater gemeten waarden voor de zuurgraad en het geleidingsvermogen kunnen als normaal worden beschouwd. Tijdens het uitvoeren van de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijk enkele kenmerken waargenomen die kunnen duiden op de aanwezigheid van verontreinigende stoffen. Er is plaatselijk een antropogene bijmenging met sporen bakstenen in de bovengrond aangetroffen. Dit kan duiden op de aanwezigheid van verontreinigingen in de bodem. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de zintuiglijk verontreinigde bovengrond een licht verhoogd gehalte aan PAK wordt aangetroffen. In de overige (zintuiglijk schone) bovengrondmengmonsters wordt de parameters PAK en/of PCB licht verhoogd aangetoond. In de (zintuiglijk) schone ondergrond mengmonsters wordt geen van de geanalyseerde parameters verhoogd aangetroffen ten opzichte van de achtergrondwaarde. Het grondwater bevat plaatselijk een licht verhoogd gehalten aan barium. De overige parameters worden niet verhoogd aangetroffen ten opzichte van de streefwaarde.

Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond, van een deel van de grondmonster, als niet toepasbaar gekwalificeerd wordt op basis van het gehalte aan ‘overige PFAS’. De overige grondmengmonsters worden gekwalificeerd als klasse ‘Wonen’. Vastgesteld bestemmingsplan ‘‘Heuveleind te Dongen’’ - 19 juli 2022

31

Conclusie Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt geconcludeerd dat de opgestelde hypothese “niet verdachte locatie” strikt genomen niet juist is. Gezien de relatief lage gehalten en de huidige c.q. toekomstige bestemming van de locatie is er echter geen aanleiding tot het verrichten van vervolgonderzoek met een aangepaste hypothese. Indien grond van de locatie verwijderd dient te worden, als gevolg van een overschot op de grondbalans, dienen de hergebruiksmogelijkheden van de vrijkomende grond te worden bepaald door middel van een partijkeuring conform het Besluit bodemkwaliteit. 4.3

Milieu

4.3.1 Flora en Fauna In het kader van de natuurwetgeving dient, voordat ergens ruimtelijke ingrepen plaatsvinden, te worden onderzocht of er belangrijke natuurwaarden voorkomen op een te bebouwen locatie. Het plangebied ligt buiten de invloedsfeer van beschermde (natuur)gebieden zoals het NNB (Natuur Netwerk Noord-Brabant, de voormalige Ecologische Hoofdstructuur) of een Natura-2000 gebied. Voor het te ontwikkelen terrein is een natuurscan uitgevoerd. De resultaten zijn vervat in het rapport Quickscan flora en fauna (Quickscan wet natuurbescherming Heuveleind Dongen, Arcadis, 18 januari 2021). Het onderzoek richt zich met name op soortenbescherming en in beperktere mate op het gebiedsbeschermingsdeel van de Wnb (Natura 2000). In het uitgevoerde bronnenonderzoek is gekeken naar de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Onder andere is hierbij gebruik gemaakt van de zoogdierenatlas (Broekhuizen et al., 2016), de “Werkatlas amfibieën en reptielen in Noord-Brabant” en enkele digitale verspreidingsatlassen. Gebiedsbescherming Het plangebied is gelegen op zeven kilometer van Natura-2000 gebieden. Hierdoor is mogelijk sprake van een toename van stikstofdepositie. Dit is onderzocht via een AERIUS-berekening door Tritium Advies. De resultaten van de berekening zijn opgenomen in paragraaf 4.3.2 van deze toelichting.

Soortbescherming Op basis van deze Quickscan is vastgesteld dat binnen het plangebied en de directe omgeving beschermde soorten van de Wet natuurbescherming voorkomen. Het gaat om de volgende soorten: • Broedvogels met en zonder jaarrond beschermd nest (Vogelrichtlijnsoorten) • Vleermuizen (Habitatrichtlijnsoorten) • Steenmarter (Andere soorten zonder vrijstelling) • Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën (Andere soorten met vrijstelling) Er geldt in de provincie Noord-Brabant een vrijstelling voor de binnen het plangebied algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën; voor deze soorten geldt alleen de zorgplicht. Vogelrichtlijnsoorten Voor broedvogels met en zonder jaarrond beschermd nest heeft de sloop van bebouwing en kappen/verwijderen van plantsoen mogelijk negatieve effecten. De volgende verbodsbepalingen van artikel 3.1 ten aanzien van soorten van de Vogelrichtlijn worden hierdoor mogelijk overtreden: • Algemene broedvogels: Lid 1 (doden, vangen) en 2 (vernietigen van nesten, rustplaatsen of eieren). • Broedvogels met jaarrond beschermd nest: Lid 1, 2 en 4 (opzettelijk verstoren met mogelijke invloed op staat van instandhouding. Habitatrichtlijnsoorten Voor vleermuizen hebben de sloopwerkzaamheden (bebouwing), kappen van bomen, verwijdering van plantsoen mogelijk negatieve effecten.

De volgende verbodsbepalingen van artikel 3.5 ten aanzien van soorten van de Habitatrichtlijn worden hierdoor mogelijk overtreden: • Vleermuizen: Lid 1 (doden, vangen), 2 (opzettelijk verstoren) en 4 (Beschadigen/vernielen van voortplantingof rustplaatsen)

32

Vastgesteld bestemmingsplan ‘‘Heuveleind te Dongen’’ - 19 juli 2022

Andere soorten Voor de steenmarter hebben de sloopwerkzaamheden (bebouwing), kappen van bomen, verwijdering van plantsoen mogelijk negatieve effecten. De volgende verbodsbepalingen van artikel 3.10 Lid 1 ten aanzien van soorten van de marterachtigen worden hierdoor mogelijk overtreden: • Steenmarter: Lid 1a (doden, vangen) en 1b (Beschadigen/vernielen van voortplanting- of rustplaatsen) Conclusie Natuur Netwerk Brabant Er is geen sprake van negatieve effecten op het NNB als gevolg van de voorgenomen ingreep. Vervolgstappen zijn niet aan de orde. Gebouwbewonende soorten De sloop van de bebouwing valt onder de generieke ontheffing van het Soortmanagementplan Casade (SMP). Dit houdt in dat voor werkzaamheden binnen de eigendomsbegrenzing van Casade en de daarbij betrokken gebouwbewonende soorten zoals de gierzwaluw, huismus en gewone dwergvleermuis onder voorwaarden conform dat SMP en de bijbehorende ontheffing uitgevoerd kunnen worden. Soorten buitenruimte Het verwijderen van (openbaar) groen valt echter niet onder het SMP en wordt los beoordeeld in het kader van de Wnb. Voor boombewonende vleermuizen, vleermuizen en de huismus moet de foerageerfunctie, vliegroutes en leefgebiedenfunctie van de aanwezige bomen en plantsoenen nader onderzocht worden. Ondanks het nader onderzoek worden geen beperkingen gezien rondom de herinrichting van de buitenruimte.

Er is namelijk voldoende ruimte om binnen het bestemmingsplan mitigerende maatregelen of compensatie op te nemen. Ecologisch werkprotocol en Goedkeuringsbesluit Omgevingsdienst Brabant Noord De omgevingsdienst Brabant Noord heeft akkoord gegeven op het ecologisch werkprotocol. Beide zijn als aparte bijlage bijgevoegd aan dit bestemmingsplan. Zorgplicht De Wnb kent een algemene zorgplicht (artikel 1.11 Wnb). Dit betekent dat zorgvuldig met aanwezige soorten planten en dieren moet worden omgegaan. Dit geldt voor de in deze Quickscan getoetste werkzaamheden met name voor in de omgeving voorkomende grondgebonden zoogdieren. Hiervoor moeten de volgende maatregelen worden genomen: • Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën: Houd tijdens de werkzaamheden te allen tijde rekening met de algemene zorgplicht; werk in één richting, de richting waarin soorten kunnen vluchten. Het materieel moet zorgvuldig en deskundig worden gebruikt, zodat geen onnodige schade wordt veroorzaakt of onnodige verstoring van flora en fauna optreedt. • Broedvogels (zonder jaarrond beschermd nest). Voer werkzaamheden bij voorkeur buiten het broedseizoen uit. Het broedseizoen loopt indicatief van 15 maart tot 15 juli, maar kan afhankelijk van het weer en andere factoren verschuiven.

• Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen te werken, dienen geschikte broedlocaties voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt te worden gemaakt en gehouden. Dit kan door deze voorafgaande aan de werkzaamheden en buiten het broedseizoen al te verwijderen, of deze ongeschikt maken door aanbrengen van spouwborstels bij geschikte openingen en het verwijderen van grind van het dak. • Indien werkzaamheden starten binnen het broedseizoen, dient door een deskundig ecoloog onderzocht te worden of broedende vogels ter plaatse aanwezig zijn. 4.3.2 Stikstofdepositie De diversiteit van de natuur gaat in Europa al lange tijd achteruit. Duurzame bescherming van flora en fauna wordt daarom op Europees niveau als noodzakelijk gezien en heeft vorm gekregen in Natura 2000. Dit is een netwerk van waardevolle natuurgebieden in de Europese Unie. In Nederland is het Programma Aanpak Stikstof opgezet om de doelen van Natura 2000 te realiseren en ook tegelijkertijd ruimte voor economische ontwikkeling toe te staan. Er zijn ruim 160 gebieden aangemeld als Natura 2000-gebied met een gezamenlijk oppervlak van ruim 1,1 miljoen hectare. Hiervan is 69% water; de rest is land. 133 gebieden kennen een te hoge stikstofdepositie. De Vastgesteld bestemmingsplan ‘‘Heuveleind te Dongen’’ - 19 juli 2022

33

stikstofdepositie mag er de draagkracht van de natuur niet te boven gaan. Voordat er woningen worden gebouwd dan wel wegen worden aangelegd of verbreed, wordt de te verwachten stikstofdepositie uitgerekend en getoetst of de depositie toeneemt. Natura 2000 richt zich op het behoud en de ontwikkeling van natuurgebieden. Natura 2000-gebieden worden beschermd door de Natuurbeschermingswet 1998. Welke gebieden onder Natura 2000 vallen, staat in de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Voor ammoniak zijn emissiedoelstellingen geformuleerd in het kader van de Europese (NEC national emission ceiling)-richtlijn en in het Gotenborg protocol onder de Verenigde Naties -conventie over grensoverschrijdende luchtverontreiniging. Nederland heeft zich hierbij verplicht om in 2020 niet meer dan 123 kiloton ammoniak per jaar uit te stoten. In 2010 bedroeg dit plafond nog 128 kiloton ammoniak. Naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State op 29 mei 2019 is de basis voor het verlenen van vergunningen onder het PAS komen te vervallen. Derhalve moet worden gesteld dat vergunningen nog slechts kunnen worden verleend indien is aangetoond dat er géén sprake is van (een toename van) stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied.

In dat geval is er in ieder geval geen sprake van significant negatieve effecten ten aanzien van stikstof en is een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) niet aan de orde. Hoewel plannen niet vergunningsplichtig zijn onder de Wnb (het opstellen van plannen is niet aan te merken als stikstof producerende activiteit) is het wel mogelijk het rekeninstrument AERIUS te gebruiken om het (bestemmings)plan op haalbaarheid te toetsen. Uit het rekeninstrument AERIUS blijkt of er sprake is van stikstofdepositie ten gevolge van het plan. Dit geeft een beeld over de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan voor wat betreft de Wnb. Onderzoek Tritium Advies B.V. heeft een berekening stikstofdepositie uitgevoerd (Berekening stikstofdepositie Heuveleind te Dongen, Tritium Advies B.V., documentkenmerk: 2010/153/TA-01.A, 16 november 2021). De berekening is uitgevoerd in het kader van de planologische procedure. Voor de berekening is uitgegaan van een ontwikkeling met 48 grondgebonden woningen en 48 appartementen in het sociale huursegment. Voor het berekenen van de stikstofdepositie op de relevante Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied is gebruik gemaakt van AERIUS Calculator 2020. Voor de opzet en achtergrond van de invoergegevens en onderhavige rapportage is gebruik gemaakt van de ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2020’.

In de berekeningen zijn de emissies van NOX en NH3 van de relevante bronnen meegenomen. Het gaat hierbij om: • Verkeersbewegingen binnen en buiten het plangebied (aanlegfase en gebruiksfase); • Sloop- en bouwwerkzaamheden (aanlegfase). AERIUS rekent met standaard emissiegetallen voor woningen, waarbij uitgegaan wordt van een gemiddeld aardgasverbruik. Omdat de te realiseren woningen binnen het plangebied geen aardgasaansluiting krijgen, zullen vanuit deze appartementen logischerwijs geen stikstofemissies optreden vanwege aardgasverbruik. Voor de verwarming zullen alternatieve en bij voorkeur duurzame / hernieuwbare energiebronnen gebruikt worden. De bijdrage van toekomstige bewoners is dermate klein dat deze verwaarloosbaar wordt geacht. Er kan echter stikstofdepositie plaatsvinden ten gevolge van verkeersbewegingen. De depositie ten gevolge van de door de nieuwe woningen te verwachten verkeersbewegingen zijn derhalve berekend in AERIUS. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie van de nieuwe woningen is gebruik gemaakt van de CROW publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren; van parkeerkencijfers naar parkeernormen’. Resultaten Uit de rekenresultaten van de gebruiksfase en de aanlegfase blijkt dat er geen stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden ten gevolge van het plan plaatsvindt. Er zijn geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar.

Conclusie Uit de rekenresultaten van AERIUS Calculator 2020 blijkt dat er ten gevolge van de beoogde planontwikkeling geen stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden plaatsvindt. Derhalve zijn ‘significante (negatieve) effecten’ op beschermde natuurgebieden ten aanzien van stikstofdepositie uit te sluiten. Een vergunning in het kader van de Wnb is derhalve niet aan de orde. Bovendien moet worden opgemerkt dat in de berekening géén rekening is gehouden met (interne) saldering en dat worst-case alle werkzaamheden zijn berekend binnen één rekenjaar en er ondanks geen stikstofdepositie op nabijgelegen Natura-2000 gebieden plaatsvindt. De berekening toont aan dat het aspect stikstofdepositie geen beperkingen oplevert ten aanzien voor het beoogde planvoornemen. 34

Vastgesteld bestemmingsplan ‘‘Heuveleind te Dongen’’ - 19 juli 2022

4.3.3

Waterparagraaf

Toetsingskader Waterbeheer en watertoets Voor alle ruimtelijke plannen zal een watertoets moeten worden uitgevoerd. In deze watertoets wordt aangegeven hoe in het betreffende plan met water wordt omgegaan. Daarbij wordt allereerst sterk ingezet op preventie van verontreiniging en nuttig hergebruik van water op lokaal niveau. Daarnaast is voor de retentiebehoefte de voorkeurvolgorde infiltreren, retentie binnen het plangebied, retentie buiten het plangebied of berging in bestaand watersysteem. Bij de berekening van de retentie wordt tabel 1 van dit document gehanteerd. Aspecten als oppervlaktewater, grondwater, hemelwater, afvalwater, waterkwaliteit en -kwantiteit, omgevingsfactoren en waterberging komen hierin aan de orde. Met de watertoets wordt de waterbeheerder tijdig betrokken in het ontwerpproces. Opmerkingen van de waterbeheerder worden vervolgens verwerkt in deze waterparagraaf Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota’s verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota’s, waarbij het beleid nader wordt behandeld. Europa: • Kaderrichtlijn Water (KRW). Nationaal: • Nationaal Waterplan (NW); • Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW); • Waterwet.

Provinciaal: • Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021. Waterschapbeleid Het waterschap Brabantse Delta is onder andere verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente Dongen. Het gaat hierbij om de volgende wettelijke kerntaken: het zuiveringsbeheer, watersysteembeheer, beheer van dijken en beheer van vaarwegen. Het watersysteembeheer -waaronder grondwater- heeft daarbij twee doelen: zowel de zorg voor gezond water als de zorg voor voldoende water van voldoende kwaliteit. Het beleid en de daarmee samenhangende doelen van het waterschap zijn opgenomen in het waterbeheerplan 2016-2021, wat tot stand is gekomen in samenspraak met de waterpartners. Zo zijn bijvoorbeeld relevante waterthema’s gekoppeld aan de belangrijkste ruimtelijke ontwikkelingen in de regio. Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema’s/speerpunten uit het waterbeheersplan en heeft het waterschap een eigen verordening; De Keur en de legger. De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken liggen, aan welke afmetingen en eisen die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd.

De Keur is onder andere te raadplegen via de site van het waterschap Brabantse Delta. [3,4] Het waterschap hanteert bij (nieuwe) ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de ‘natuurlijke’ waterhuishoudkundige situatie. Vanwege dit principe wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren. De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de ‘beleidsregel Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak, en de hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater’. Gemeentelijk beleid Het verbreed GRP Dongen geeft het beleid van de gemeente Dongen weer op het gebied van rioleringszorg (afvalwater en hemelwater) en haar gemeentelijke zorgtaken ten aanzien van grondwater. In het plan komt ook het stedelijke oppervlaktewater aan de orde, omdat hemelwater, grondwater en zelfs afvalwater relaties hebben met het oppervlaktewater. De zorgplichten zijn zodanig geformuleerd dat iedere gemeente een zekere mate van beleidsvrijheid houdt om tot een eigen invulling te komen. Vastgesteld bestemmingsplan ‘‘Heuveleind te Dongen’’ - 19 juli 2022

35

Watertoets Ten behoeve van de watertoets is voor het plangebied de waterhuishoudkundige situatie onderzocht. Daarbij wordt aandacht besteed aan de huidige bodemkundige en (geo)hydrologische situatie, de gehanteerde uitgangspunten en randvoorwaarden en de mogelijkheden om (afgekoppelde) neerslag in de toekomstige situatie te bergen en te infiltreren. Huidige situatie In de huidige situatie is een groot deel van de locatie verhard, dan wel bebouwd. De bestaande oppervlakte aan bebouwing, bestaande uit appartementencomplexen, grondgebonden seniorenwoningen en een gebouw voor maatschappelijke doeleinden, bedraagt ca. 5.180 m2. De oppervlakte aan bestaande verhardingen (voetpaden, rijbaan, parkeerplaatsen, etc.) bedraagt ca. 4.500 m2. De totale oppervlakte aan verhard en bebouwd oppervlak bedraagt ca. 9.680 m2. Bodem en grondwater Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Dongen en is zodoende niet gekarteerd op de Bodemkaart van Nederland. In de directe omgeving van de Dongen bestaan de gronden uit zandgronden. De gronden ten westen van de bebouwde kom van Dongen, en hetdichtst bij het plangebied, vallen onder grondwatertrap VI en VII. Dit houdt in dat de gemiddeld hoogste waterstand tussen 40-80 cm onder maaiveld ligt en de gemiddeld laagste waterstand op meer dan 120 cm ondermaaiveld ligt.

Figuur 4.4: Uitsnede Bodemkaart Nederland, locatie zwart omlijnd Waterkwantiteit Op alle watergangen en sloten die zijn opgenomen in de legger, is de keur van het waterschap van toepassing. Dit betekent voor de verschillende watergangen het volgende: • Waterlopen categorie A: voor deze watergangen geldt dat het waterschap tot 5 m vanaf beide insteken van de watergang randvoorwaarden stelt aan de inrichting om onderhoud aan de watergang mogelijk te houden; • Waterlopen categorie B: de eigenaren van gronden langs deze watergangen moeten de sloten eenmaal per jaar –in het najaar –schoonmaken. Het waterschap controleert of de sloten goed schoon zijn (= schouwen); • Voor ingrepen die binnen 5 m vanaf de insteek van waterlopen categorie A plaatsvinden, dient een ontheffing van de keur te worden aangevraagd. Dit geldt ook voor ingrepen in de waterlopen categorie B en overige watergangen en sloten, zoals het verleggen en dempen van watergangen en het aanbrengen van duikers in watergangen. Binnen het plangebied zijn geen watergangen aanwezig en ingrepen vinden niet plaats binnen 5 m van een categorie A waterloop. Een ontheffing van de keur is niet noodzakelijk. Veiligheid en waterkeringen Binnen en in de directe omgeving van de gemeente Dongen zijn geen waterkeringen gelegen. Het plangebied is dan ook niet gelegen binnen de kern-of beschermingszone van een waterkering.

36

Vastgesteld bestemmingsplan ‘‘Heuveleind te Dongen’’ - 19 juli 2022

Afvalwater en riolering Het plangebied is aangesloten op een gemengd rioleringsstelsel. Toekomstige situatie Waterkwantiteit In de toekomstige situatie wordt de bestaande bebouwing gesloopt en wordt de Schweitzerstraat aangepast tot een langzaamverkeersverbinding. Er worden twee appartementencomplexen en 44 grondgebonden rijwoningen gerealiseerd. De grondgebonden woningen krijgen geen voortuin, maar grenzen aan het voetpad en vervolgens aan het openbaar groen. Aan de randen van de locatie wordt voldoende parkeergelegenheid gerealiseerd en bij de appartementencomplexen komt een parkeerkoffer in het groen. Voetpaden lijden vanaf de parkeerplaatsen naar de woningen. In principe worden alle nieuwbouw- en herstructureringsprojecten binnen de gemeente Dongen waterneutraal uitgevoerd, waarbij negatieve effecten op het grond-en oppervlaktewater dienen te worden voorkomen. De bergingseisen van de gemeente Dongen zijn als volgt: Situatie Bestaande bebouwing Verbouwing zonder vergroting van verhard oppervlak Verbouwing met vergroting van verhard oppervlak

Nieuwbouw

Bergingseis geen aanvullende retentie van hemelwater retentie van 7mm hemelwater, van toepassing op het gehele verhard oppervlak retentie van 78mm hemelwater, enkel van toepassing op het extra verhard oppervlak, bestaande verhard oppervlak 7 mm retentie van 78mm hemelwater, van toepassing op het verharde oppervlak (tuin 80%)

Watercompensatie De bestaande woningen worden gesloopt en maken plaats voor nieuwbouw. Voor het bestaande gedeelte van de verharding geldt een bergingseis van 7 mm. Voor de extra verharding door de nieuwbouw geldt een bergingseis van 78 mm ter compensatie. In de toekomstige situatie bedraagt het totale verhard en bebouwd oppervlak ca. 9.730 m2 (1.100 + 3.875 + 4.755). In onderstaande tabel is de oppervlakte aan toekomstige verharding en bebouwing weergegeven: Tabel: Toekomstige verhardingen en bebouwing Maatvoering in m2

Aantal complexen

Totale oppervlakte aan bebouwing in m2

Appartementencomplex

ca. 555 m2 (20m x 27,5m)

2

Woningtypologie grondgebonden woningen

Kavelgrootte in m2

Oppervlakte hoofdgebouw (100% bebouwd)

Overige verharding (terras, berging, etc.) 80% van resterende oppervlakte kavel

Aantal woningen

Totale oppervlakte aan bebouwing in m2

Rijwoning

ca. 83 m2

ca. 45 m2

ca. 30,4 m2 ((83-45) x 0,8)

20

1.508 m2

Rijwoning

ca. 92 m2

ca. 50 m2

ca. 33,6 m2 ((92-50) x 0,8)

20

1.672 m2

Rijwoning

ca. 96 m2

ca. 50 m2

ca. 36,8 m2 ((96-50) x 0,8)

8

695 m2

ca. 1.110 m2

Totale oppervlakte grondgebonden woningen Verhardingen (wegen, voetpaden, etc.)

ca. 3.875 m2

Aantal m2

Aantal

Totale oppervlakte verharding

Parkeerplaatsen (haaks)

12,5 m2

88

1.100 m2

Parkeerplaatsen (langs)

12 m2

19

230 m2

Voetpaden

ca. 2.590 m2

n.v.t.

2.590 m2

Rijbaan

ca. 835 m2

n.v.t.

835 m2

Totale verhardingen

4.755 m2 Vastgesteld bestemmingsplan ‘‘Heuveleind te Dongen’’ - 19 juli 2022

37

Geconcludeerd kan worden dat het verhard en bebouwd oppervlak in de toekomstige situatie toeneemt met ca. 50 (9.680 - 9.730) m2. Op basis van het beleid van de gemeente dient ca. 760 m3 (9.730 m2 x 0,078 m) aan waterberging gerealiseerd te worden. De bodem van het plangebied is geschikt voor infiltratie. In de verschillende mogelijkheden om het hemelwater te laten infiltreren in de bodem liggen dan ook de meeste kansen. Dit kan door het aanleggen en/of realiseren van wadi’s, zaksloten, infiltratiekratten, infiltratievijvers, infiltratie- en transportriolen (IT-riolen), doorlatende bestrating en infiltratiekelders. Veiligheid en waterkeringen Het planvoornemen heeft geen invloed op de waterveiligheid. Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, nietuitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw-als de gebruiksfase. Daarom wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van milieuvriendelijke bouwmaterialen en worden uitlogende bouwmaterialen, zoals lood, koper, zink en zacht PVC niet toegestaan. Afvalwater en riolering Conform de Leidraad Riolering, vigerend waterschapsbeleid en het verbreed GRP Dongen is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt.

Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Op basis van het verbreed GRP Dongen geldt onderstaande voorkeursvolgorde met betrekking tot de omgang met hemelwater en ander afvalwater aan de bron: 1. Het ontstaan van afvalwater wordt voorkomen of beperkt; 2. Verontreiniging van hemelwater wordt voorkomen of beperkt; 3. Afvalwaterstromen worden gescheiden gehouden, tenzij het niet-gescheiden houden geen nadelige gevolgen heeft voor een doelmatig beheer van afvalwater; 4. Huishoudelijk afvalwater en daarmee vergelijkbaar afvalwater wordt ingezameld en naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie getransporteerd; 5. Ander afvalwater dan bedoeld onder 1.(in de praktijk dus vooral hemelwater) wordt hergebruikt (zo nodig na zuivering aan de bron); 6. Ander afvalwater dan bedoeld onder 1. wordt lokaal in het milieu teruggebracht (zo nodig na zuivering aan de bron); 7. Ander afvalwater dan bedoeld onder 1. wordt als stedelijk afvalwater ingezameld en naar een rwzi getransporteerd. Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor het planvoornemen. 4.3.5

Wegverkeerslawaai

Beleid In het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) moet voor het oprichten van geluidsgevoelige bestemmingen (woningen, scholen, ziekenhuizen, etc.), die binnen de onderzoekszone van (spoor)wegen liggen, een toets aan de geluidsnormen plaatsvinden. In de Wet Geluidhinder (Wgh) worden eisen gesteld aan de toelaatbare geluidsbelasting op de gevels van nog niet geprojecteerde woningen langs een bestaande weg of spoor in stedelijk en buitenstedelijk gebied. Voor woningen binnen een onderzoekszone is een maximaal toelaatbare geluidsbelasting (Lden) op de gevel ten gevolge van verkeerslawaai vastgesteld op 48 dB (voorkeursgrenswaarde) en een maximaal te verlenen ontheffingswaarde van 63 dB voor het binnenstedelijk gebied. Conclusie De wegen in en rondom de locatie (Planetenstraat, Rijensestraatweg, Dunantstraat, Pasteurstraat) betreffen allen 30 km/uur wegen, waarvoor in de zin van de wet geluidhinder geen onderzoeksplicht geldt. Geconcludeerd kan worden dat nader onderzoek naar wegverkeerslawaai niet noodzakelijk is. 38

Vastgesteld bestemmingsplan ‘‘Heuveleind te Dongen’’ - 19 juli 2022

4.3.6

Bedrijven en milieuzonering

Beleid Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieuhygiënische aspecten wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. Onder milieuzonering wordt verstaan een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen en anderzijds milieugevoelige gebieden zoals woonwijken. Om het begrip hanteerbaar te maken is gebruik gemaakt van de publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de VNG. Bedrijven zijn hierin opgenomen in een tabel, die is ingedeeld in milieucategorieën, waarbij per bedrijf is aangegeven wat de afstand tot een rustige woonwijk dient te zijn (de zogenaamde afstandentabel). Deze afstanden kunnen als basis worden gehanteerd, maar zijn indicatief. Er kan (enigszins) van afgeweken worden in situaties waarin geen sprake is van een rustige woonwijk of bij afwijkende bedrijven. In het algemeen wordt door middel van het aanbrengen van een zonering tussen bedrijvigheid en woonbebouwing de overlast ten gevolge van de bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk gehouden. Conclusie Ten zuidwesten van de locatie is aan de Rijensestraatweg op ca. 65 meter een categorie B1 bedrijf (vervaardigen van metaalproducten) gevestigd. Ten oosten van de locatie is op ca. 115 meter een categorie B2 bedrijf (lederfabriek) gevestigd. Ten zuiden van de locatie is op ca.

230 m een bedrijventerrein gelegen, met bedrijven in categorie 2 tot en met 4.2. In onderstaande tabel wordt de invloed van de verschillende bedrijven op de locatie weergegeven. Tabel: Richtafstanden VNG-uitgave “Bedrijven en milieuzonering” uit 2009 in vergelijking tot werkelijke planologische afstand Adres

Categorie VNG (functiemenging)

Richtafstand Afstand in m. tot locatie Heuin meters veleind (bestemmingsgrens bedrijven tot plangebied)

Rijensestraatweg 65

B1

15 m

ca. 65 m

voldoet

Heuvelstraat 5

B2

25 m

ca. 115 m

voldoet

Bedrijventerrein Tichelrijt

2

30 m

ca. 260 m

voldoet

Bedrijventerrein Tichelrijt

3.1

50 m

ca. 220 m

voldoet

Bedrijventerrein Tichelrijt

3.2

100 m

ca. 210 m

voldoet

Bedrijventerrein Tichelrijt

4.1

200 m

ca. 350 m

voldoet

Bedrijventerrein Tichelrijt

4.2

300 m

ca. 450 m

voldoet

Geconcludeerd kan worden dat de genoemde feitelijke afstanden tussen het plangebied en de diverse bedrijven op basis van de VNG-uitgave “Bedrijven en milieuzonering” uit 2009 als toereikend worden betiteld. Gezien het feit dat er reeds een gevoelige functie (wonen) mogelijk is op kortere afstand van de bedrijven, worden deze met de beoogde ontwikkeling niet verder in haar ontwikkelings-/uitbreidingsmogelijkheden belemmerd. Geconcludeerd kan worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woningen. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt daarmee geen belemmering voor de voorgenomen realisatie van het plan. 4.3.7 Luchtkwaliteit Een toetsing aan grenswaarden zoals opgenomen in bijlage 2 van de Wet Milieubeheer is in dit project niet aan de orde. De geringe omvang van het plan impliceert dat ‘in niet betekenende mate wordt bijgedragen’ aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Met de toevoeging van 10 woningen (84 bestaande woningen, 96 nieuw te realiseren woningen) ten opzichte van de bestaande situatie wordt de grens zoals gesteld in de Regeling- NIMB (gevallen zoals bedoeld in Artikel 4 lid 1 van AMvB-NIBM) van 1500 woningen niet overschreden. Een nader onderzoek wordt als niet relevant beschouwd.

4.3.8 Externe veiligheid Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten verbonden is voor niet bij de activiteit betrokken personen. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport. Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen of omstandigheden. Daarbij gaat het om de risico’s verbonden Vastgesteld bestemmingsplan ‘‘Heuveleind te Dongen’’ - 19 juli 2022

39

aan ‘risicovolle inrichtingen’, waar gevaarlijke stoffen worden geproduceerd, opgeslagen of gebruikt en anderzijds om het ‘vervoer van gevaarlijke stoffen’ via wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen. Wanneer er sprake is van een situatie waarin externe veiligheid een rol speelt en waarin de overheid als bevoegd gezag een beslissing dient te nemen, moet beoordeeld worden of de situatie niet in strijd is met de grenswaarden voor het plaatsgebonden risico en dient het groepsrisico te worden verantwoord. De ‘verantwoording van groepsrisico’ is ingevoerd met de inwerkingtreding van het Bevi (Besluit externe veiligheid inrichtingen). Kort gezegd komt het er op neer dat het bevoegd gezag verantwoording aflegt over het groepsrisico en de maatregelen die getroffen zijn om dat risico zoveel mogelijk te beperken. Wettelijk kader In het Besluit externe veiligheid inrichtingen is wettelijk vastgelegd dat de risico’s van de aanwezige risicobronnen (inrichtingen) moeten voldoen aan de veiligheidsnormen. In de bijbehorende Regeling externe veiligheid inrichtingen zijn deze bepalingen en toepassingen van de veiligheidsnormen uitgewerkt. De risiconormen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en binnenwater zijn opgenomen in het Besluit externe veiligheid transportroutes. Zo worden mensen die in de buurt van een risicobron wonen beschermd.

Hierdoor moet bij een ruimtelijke besluit of een omgevingsvergunning milieu rekening worden gehouden met de voorgeschreven veiligheidsafstanden ter bescherming van individuen en groepen. Aansluitend op het Besluit externe veiligheid is ook het Besluit externe veiligheid buisleidingen van toepassing. Het Besluit externe veiligheid buisleidingen regelt de taken en verantwoordelijkheden van de leidingexploitant en de gemeenten. Ook kan het Activiteitenbesluit richtlijnen bieden voor risicoafstanden (zoals bijvoorbeeld propaantanks).

Figuur 4.5: Uitsnede risicokaart, locatie zwart omcirkeld Onderzoek Tritium Advies heeft een quickscan externe veiligheid uitgevoerd (Quickscan externe veiligheid Heuveleind ong. te Dongen, Tritium Advies B.V., projectnr. 2010/153/TA-02.A, 16 november 2021). De locatie bevindt zich in de omgeving van een Bevi-inrichting, buisleiding en de Rijksweg A27. In het kader van de beoogde ontwikkeling en de daarbij horende juridisch-planologische procedure wordt het aspect externe veiligheid beschouwd. • Plaatsgebonden risico: Het plaatsgebonden risico is de kans dat iemand die zich op een bepaalde plaats bevindt, komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. • Groepsrisico: Het groepsrisico is een maat voor de kans dat een bepaald aantal mensen overlijdt als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. • Zelfredzaamheid: De zelfredzaamheid geeft aan in welke mate de aanwezigen in het plangebied in staat zijn zich op eigen kracht in veiligheid te brengen. • Beheersbaarheid: Beheersbaarheid richt zich op de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten in hoeverre zij in staat zijn hun taken goed uit te kunnen voeren en daarmee verdere escalatie van een incident kunnen voorkomen. 40

Vastgesteld bestemmingsplan ‘‘Heuveleind te Dongen’’ - 19 juli 2022

Conclusie Uit de uitgevoerde inventarisatie is gebleken dat er een aantal risicobronnen, namelijk een Bevi-inrichting, aardgasleiding Z-522-01 en de Rijksweg A27 in de omgeving van het plangebied zijn gesitueerd. Het plangebied is buiten het invloedsgebied gelegen van de buisleiding Z-522-01 en buiten zowel het invloedsgebied als de maximale effectafstanden van de over de transportroute vervoerde gevaarlijke stoffen van de Rijksweg A27. Wel ligt het plangebied binnen het invloedsgebied van de Bevi-inrichting, Chr. Vermeer Transport BV aan de Zool 15. Conform artikel 12 van het Bevi dient derhalve het groepsrisico (beperkt) verantwoord te worden. Gelet op het vorenstaande is de standaard verantwoording van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant van toepassing. Deze is als bijlage toegevoegd aan dit bestemmingsplan. 4.4 Verkeer en parkeren Door Groen Licht Verkeersadviezen is een parkeeronderzoek uitgevoerd (Parkeeronderzoek Planetenstraat e.o. Dongen, Groen Licht Verkeersadviezen, projectnr. Adv/Cas/01/20, 23 november 2021). Aanleiding voor het onderzoek is een confrontatie die plaats vindt tussen het huidige benodigde aantal parkeerplaatsen volgens de normen van de gemeente Dongen met het werkelijk aantal parkeerplaatsen én de werkelijke parkeerdruk.

Met de resultaten van de confrontatie én het genormeerd aantal parkeerplaatsen in de toekomstige situatie, wordt een advies gegeven over het werkelijk te realiseren toekomstig aantal parkeerplaatsen. Onderzoek Per meetmoment is eenmalig de parkeerbezetting gemeten. Door deze meting wordt inzicht verkregen in: • Absolute en procentuele parkeerbezetting gedurende het onderzoekstijdvak; • Aantal foutparkeerders (op plaatsen waar niet geparkeerd mag worden); • Aantal beschikbare lege parkeerplaatsen. Volgens de methodiek die de gemeente Dongen hanteert, conform de methodiek van het CROW, beschreven in publicatie 381, valt het onderzoeksgebied binnen zone C ‘rest bebouwde kom’. Binnen het plangebied zijn thans 84 woningen (12 grondgebonden woningen en 72 appartementen). Deze vallen allen in de categorie sociale woningbouw. In het toekomstige plan zijn 96 woningen opgenomen (eveneens sociale woningbouw; 48 grondgebonden en 48 appartementen). Uit het onderzoek komt naar voren dat de totale parkeerbezetting het hoogst is binnen het plangebied tijdens de late avonduren wanneer de meeste bewoners thuis zijn; 76% van de parkeerplaatsen zijn dan bezet. Op het moment dat het drukst is in het plangebied, bedraagt de parkeerbezetting in de omgeving van het plangebied (<100 meter) 43%. Op de overige momenten op de dag varieert de parkeerdruk in het plangebied tussen de 38% en 73%.

Buiten het plangebied komt de parkeerdruk niet boven de 51% uit. Voor het plangebied geldt dat op het drukste moment er nog 6 vrije parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Buiten het plangebied (binnen een straal van een 100 meter) zijn dan nog 96 parkeerplaatsen vrij. Gelet op lage parkeerdruk in het plangebied en in de directe omgeving kan worden gesteld dat enkel voor het toe te voegen aantal woningen parkeerplaatsen toegevoegd hoeven worden, uitgaande van de maximale parkeernormen volgens de CROW. Theoretisch aantal benodigde parkeerplaatsen Benodigde aantal parkeerplaatsen volgens de maximale normen Huidig aantal woningen

Toekomstig aantal woningen

Benodigd aantal pp huidig (theoretisch)

Benodigd aantal pp toekomstig (theoretisch)

Grondgebonden (max. norm: 2,0)

12

48

24

96

Appartementen (max. norm: 1,8)

72

48

129,6

86,4

Totaal (afgerond)

84

96

154

183

Toename aantal parkeerplaatsen ten opzichte tot huidig aantal

29

Bovenstaand overzicht laat zien dat –wanneer uitgegaan wordt van maximale normen- er in de toekomstige situatie 183 openbare parkeerplaatsen aanwezig zouden moeten zijn. Dit zijn er 29 meer dan de genormeerde 154 plaatsen in de huidige situatie. Vastgesteld bestemmingsplan ‘‘Heuveleind te Dongen’’ - 19 juli 2022

41

Feitelijke situatie Uit het parkeeronderzoek komt naar voren dat het plangebied thans 66 openbare parkeerplaatsen telt. Bij het vaststellen van de bestaande parkeercapaciteit dient ook rekening gehouden te worden met de aanwezige parkeerboxen. Bij de openbare parkeercapaciteit kan 0,5 maal het aantal parkeerboxen toegevoegd worden. De totale capaciteit in de bestaande situatie komt daarmee op 66 + (0,5 x 24 boxen) = 78 parkeerplaatsen. Conclusie Gezien het feit dat het aantal parkeerplaatsen in de huidige situatie een stuk lager is dan volgens de norm nodig zou moeten zijn, kan voor de toekomstige situatie in het plangebied uitgegaan worden van: • 66 openbare parkeerplaatsen + 24 garageboxen + 29 parkeerplaatsen ten gevolge van toename nieuwbouw of; • 78 openbare parkeerplaatsen (indien geen garage-boxen) + 29 parkeerplaatsen ten gevolge van toename nieuwbouw. Uit de parkeerbezettingsmetingen is gebleken dat de parkeerdruk in directe omgeving van het plangebied nooit boven de 51% uitkomt. Ook dit legitimeert om niet uit te hoeven gaan van het genormeerde totaal aantal van 183 parkeerplaatsen in de nieuwe situatie. Het kijken naar uitsluitend de noodzakelijke toename van 29 parkeerplaatsen is voldoende. Geconcludeerd kan worden dat er voor 96 woningen (48 grondgebonden + 48 appartementen) in totaal 107 parkeerplaatsen (78+29) gerealiseerd moeten worden.

4.5 Kabels en leidingen Binnen het plangebied zijn geen kabels of leidingen die vanuit planologisch opzicht van invloed kunnen zijn op de ontwikkeling. 4.6 Duurzaamheid Bij de ontwikkeling van de woningen zal worden voldaan aan de eisen van duurzaam bouwen. De gemeente Dongen heeft het Convenant Duurzaam Bouwen Midden-Brabant 2008-2011 ondertekend waarin specifieke duurzaamheidseisen zijn vastgelegd. Het convenant is op gemeentelijk niveau vertaald in het eerder genoemde ‘GPR-gebouw’ systeem. De ontwikkeling zal voldoen aan de eisen ten aanzien van milieukwaliteit, gebruikskwaliteit, gezondheid en toekomstgerichtheid. Daarnaast voldoet het initiatief aan de (energie)prestatie eisen uit het bouwbesluit. Ten aanzien van duurzaam veilig voldoet het plan aan de Kadernota Integrale Veiligheid 2015-2018 van de gemeente Dongen, waarin is bepaald dat nieuwbouw- en inbreidingsprojecten worden uitgevoerd conform het Politiekeurmerk Veilig Wonen. Onderhavig project zal conform dit keurmerk worden gerealiseerd. 4.7 Vormvrije MER beoordeling Op 21 februari 2011 heeft de wetgever het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit omgevingsrecht gewijzigd en op 7 juli 2017 is de herziene m.e.r.-richtlijn in werking getreden. De belangrijkste wijziging is onder andere: het meer in overeenstemming brengen van het Besluit m.e.r. met de Europese richtlijn m.e.r.

Hierbij hebben onder andere de zogenaamde drempelwaarde voor activiteiten een indicatief karakter gekregen. Met deze wijziging is bepaald dat voor activiteiten die op de bij het besluit m.e.r. behorende C- en D lijst zijn opgenomen, áltijd aandacht aan m.e.r. geschonken dient te worden. Hierbij dient te worden bepaald of een m.e.r. of m.e.r.beoordeling noodzakelijk is. In algemene zin komt het erop neer dat voor activiteiten die behoren tot de C-lijst een m.e.r.-plicht volgt en voor activiteiten op die op de D-lijst zijn vermeld volgt óf een m.e.r.-beoordelingsplicht óf een motivering dat een m.e.r.(beoordeling) niet noodzakelijk is. Hierbij is de bij de activiteit behorende drempelwaarde onder andere van belang. Om te bepalen of een activiteit m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig is, conform het aangepaste Besluit m.e.r., is het type plan en het soort ontwikkeling van het plan van belang, zoals opgenomen in de Structuurvisie Ruimte (SVIR). Onderhavig bestemmingsplan betreft een ontwikkelingsplan. De activiteiten die door dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt behoren niet tot de C-lijst, waardoor er geen directe m.e.r.-plicht is. De voorgenomen ontwikkeling, behoort echter wel tot de D-lijst, namelijk onder nummer 11.2 ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van een winkelcentra of parkeerterrein’. 42

Vastgesteld bestemmingsplan ‘‘Heuveleind te Dongen’’ - 19 juli 2022

De drempelwaarde voor een m.e.r.-beoordeling is opgenomen in lijst D van het besluit m.e.r.. Voor projecten groter dan 75 hectare en meer dan 2000 woningen dient altijd een m.e.r.- beoordeling plaats te vinden. De omvang van de woningbouw is zodanig beperkt dat er geen sprake is van overschrijding van de drempelwaarden. Voor de voorgenomen ontwikkeling dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld te worden. Conclusie Gelet op de geringe omvang van het project, de in het kader van dit bestemmingsplan uitgevoerde analyses en onderzoeken (zie ook de voorgaande paragrafen) én het verschil tussen de daadwerkelijke activiteit in relatie tot de drempelwaarden waaruit een m.e.r.-beoordelingsplicht voortvloeit (vanaf 75 ha.), kan geconcludeerd worden dat bij de vaststelling van dit bestemmingsplan geen onevenredige nadelige milieueffecten voortkomen die het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling dan wel het doorlopen van de m.e.r.-procedure noodzakelijk maken.

Vastgesteld bestemmingsplan ‘‘Heuveleind te Dongen’’ - 19 juli 2022

43

44

Vastgesteld bestemmingsplan ‘‘Heuveleind te Dongen’’ - 19 juli 2022

5

Juridische planbeschrijving

In dit hoofdstuk wordt allereerst aandacht besteed aan de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening en de bindende afspraken die dan bij het opstellen van bestemmingsplannen moeten worden gehanteerd: de wettelijke eisen (paragraaf 5.1). Daarna wordt ingegaan op de opzet van de bestemmingsregeling voor het plan (paragraaf 5.2) en vervolgens wordt een toelichting gegeven op de gehanteerde bestemmingen, de algemene regels en de overgangs- en slotregels (paragraaf 5.3, 5.4 en 5.5). 5.1 Wettelijke eisen Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en gaat vergezeld van onderhavige bestemmingsplan toelichting met bijlagen. In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is geregeld dat alle nieuwe ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen, digitaal moeten worden vervaardigd, met inachtneming van de daartoe wettelijk verplicht gestelde standaarden (thans SVBP2012, IMRO2012, STRI2012). Op die wijze zijn bestemmingsplannen onderling vergelijkbaar en ook digitaal uitwisselbaar. Daarnaast is in het Bro een aantal bepalingen opgenomen waaraan de regels van het bestemmingsplan moeten voldoen. Het gaat hierbij om een aantal begrippen, wijze van meten, regels ten aanzien van het overgangsrecht en de anti-dubbeltelbepaling. Belangrijke eis is dat het bestemmingsplan dient te voldoen aan de eis van rechtszekerheid.

Dit betekent dat een bestemmingsregeling duidelijk en voor één uitleg vatbaar dient te zijn. Ook de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is van belang voor bestemmingsplannen. 5.2 Opzet van de bestemmingsregeling Ten aanzien van de opzet van de bestemmingsregeling is het volgende van belang. Opzet verbeelding Belangrijke eis is dat het bestemmingsplan dient te voldoen aan de eis van rechtszekerheid. Dit betekent dat een bestemmingsregeling duidelijk en voor één uitleg vatbaar dient te zijn. In aansluiting hierop en in relatie tot de digitale verplichting verdient het de voorkeur zoveel mogelijk onderdelen van de regeling op de verbeelding zichtbaar te maken en de regels zo transparant mogelijk te houden. Voorts zijn de volgende eisen van toepassing: • de ondergrond waarop de verbeelding is gebaseerd, geeft informatie over de actuele (kadastrale) situatie; • op de verbeelding wordt met de bestemming en de aanduidingen aangegeven of, en zo ja welke bebouwing is toegestaan; • op het renvooi wordt de betekenis aangegeven van de bestemmingen en de aanduidingen; • de volgorde van de bestemmingen in het renvooi komt overeen met de volgorde zoals van de regels (alfabetisch).

Tevens wordt in een onderhoek op de verbeelding de naam van het bestemmingsplan aangegeven, de datum van terinzagelegging, vaststelling en (eventueel) van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ook is het identificatienummer van het bestemmingsplan en het kaartblad aangegeven. De kaart bestaat uit 1 kaartblad op een schaal van 1:1.000. De bestemming wordt door middel van hoofdletters aangeduid, zoals ‘W’ voor ‘Wonen’. Verder geldt het volgende: • Maatvoeringsaanduidingen zoals de maximum goot- of boeibordhoogte worden aangegeven door middel van een matrix bij het bouwvlak. • Op de verbeelding kunnen aanduidingen, zoals een plangrens of een gebied met wijzigingsbevoegdheid worden aangegeven. Opzet regels De indeling in hoofdstukken waarin de regels zijn opgenomen, kent de volgende vaste volgorde. Vastgesteld bestemmingsplan ‘‘Heuveleind te Dongen’’ - 19 juli 2022

45

• • • •

In Hoofdstuk 1 Inleidende regels worden in de regels gehanteerde begrippen, voor zover nodig, gedefinieerd en wordt de wijze van meten bepaald. In Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels worden in alfabetische volgorde van de naam van de bestemmingen de regels gegeven waarmee die bestemmingen zoals die op de verbeelding voorkomen, nader worden omschreven. Hoofdstuk 3 Algemene regels bevat een aantal regels (voorheen bepalingen genoemd) die voor alle bestemmingen gelden, zoals een anti-dubbeltelbepaling of de bepaling welke wettelijke regeling van toepassing). Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels geeft regels voor bestaand gebruik en bestaande bebouwing en de titel van het plan.

Op grond van de wettelijke standaarden moet bij de opstelling van een bestemmingsbepaling (de regels) de volgende vaste volgorde gebruikt worden: • bestemmingsomschrijving; • bouwregels; • nadere eisen; • afwijken van de bouwregels; • specifieke gebruiksregels; • afwijken van de gebruiksregels; • omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; • wijzigingsbevoegdheid. • een bestemmingsregel behoeft niet al deze elementen te bevatten. Dit is afhankelijk van de aard van de bestemming. Alle bestemmingen bevatten wel een bestemmingsomschrijving en bouwregels. 5.3

Toelichting op de gehanteerde bestemmingen

Groen De gronden met de bestemming ‘Groen’ zijn bestemd voor beplanting, water, waterberging en overige voorzieningen ten behoefte van de waterhuishouding en bij deze bestemming behorende voorzieningen. Ten behoeve van deze bestemming mogen uitsluitend bouwwerken ten behoeve van de bestemmingsdoeleinden met een maximale hoogte van 3 meter en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd met een maximale hoogte van 5 meter. Verkeer - Verblijfsgebied De gronden met de bestemming ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ zijn bestemd voor wegen met een verblijfs- en erftoegangsfunctie. Binnen deze bestemming zijn bestaande, niet-structurele groenvoorzieningen opgenomen en parkeervoorzieningen. Wonen De gronden met de bestemming ‘Wonen’ zijn bestemd voor (gestapelde) woningen met bijbehorende erven en parkeermogelijkheden. Binnen de bestemming is een bouwvlak opgenomen waarbinnen een hoofdgebouw gerealiseerd mag worden. Voor ieder bouwvlak is het maximum aantal wooneenheden opgenomen. Daarnaast zijn de maximale bouw- en goothoogte geregeld. Binnen de woonbestemming is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor waterberging. Gronden met de bestemming ‘Wonen’ mogen slechts worden bebouwd of gebruikt onder de voorwaarde dat binnen het plangebied een waterbergingscapaciteit van minimaal 760 m3 is gerealiseerd en in stand gehouden wordt.

5.4 Toelichting op de algemene regels Deze algemene regels bestaan uit een aantal algemene, niet aan specifieke bestemmingen gekoppelde, regels. Anti-dubbeltelregel Een antidubbeltelbepaling wordt opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. 46

Vastgesteld bestemmingsplan ‘‘Heuveleind te Dongen’’ - 19 juli 2022

De formulering van de antidubbeltelbepaling wordt bindend voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.2.4 Bro). Algemene bouwregels In de algemene bouwregels is opgenomen dat bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen worden overschreden ten behoeve van ondergeschikte bouwdelen. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld stoepen, balkons, entreeportalen, veranda’s en afdaken. Algemene gebruiksregels In dit artikel wordt genoemd welk gebruik van de gronden in ieder geval valt onder strijdig gebruik. Het gaat hierbij om onder andere het gebruik van de gronden ten behoeve van stort- of opslagplaats van goederen en aan het gebruik onttrokken machines of het gebruik ten behoeve van seksinrichtingen. Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan afgeweken kan worden. Het gaat hierbij om de bevoegdheid om bij omgevingsvergunning af te wijken van regels die gelden voor alle bestemmingen in het plan. Dit betreft bijvoorbeeld de vrijstelling ten behoeve van afwijking van de voorgeschreven maten en percentages. Afwijking is overigens alleen mogelijk wanneer hiermee geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan aspecten als de woon- en milieusituatie van aangrenzende percelen.

Algemene wijzigingsregels Dit artikel geeft het bevoegd gezag de bevoegdheid het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van geringe veranderingen in plaats, ligging of afmetingen van bestemmingsgrenzen. Overige regels In dit artikel is een parkeerregeling opgenomen.

Vastgesteld bestemmingsplan ‘‘Heuveleind te Dongen’’ - 19 juli 2022

47

48

Vastgesteld bestemmingsplan ‘‘Heuveleind te Dongen’’ - 19 juli 2022

6

Uitvoerbaarheid

6.1 Economische uitvoerbaarheid Naast de planologische haalbaarheid van de ontwikkeling zoals getoetst in voorgaande paragrafen, moet ook de financiële uitvoerbaarheid van de ontwikkeling aangetoond worden. In de Wet ruimtelijke ordening is de grondexploitatiewet opgenomen. Hierin is geregeld dat gemeenten de mogelijkheid krijgen om kosten van de planontwikkeling te verhalen op grondeigenaren. Het kostenverhaal dient verplicht door de gemeente opgesteld te worden. De gemeente legt dit kostenverhaal vast in een exploitatieplan. Van een exploitatieplan kan worden afgeweken door in het kostenverhaal anderszins te voorzien (overeenkomst met alle grondeigenaren in het plangebied of volledig grondeigendom). In een bestemmingsplan is sprake van kostenverhaal (6.2.3 tot en met 6.2.5 Bro) als een bouwplan (6.2.1 Bro) wordt mogelijk gemaakt. Van een exploitatieplan kan worden afgezien indien het verhaal van kosten op een andere wijze verzekerd is en/ of het instellen van inrichtingseisen via een exploitatieplan niet nodig is. De verplichting tot het opstellen van een exploitatieplan vervalt hierdoor. In het voorliggende geval zijn de gronden in eigendom van de gemeente en gronden in eigendom bij Stichting Casade.

De gemeente zal, om haar kosten te dekken, een anterieure overeenkomst afsluiten met de initiatiefnemers en hierin haar afspraken omtrent de gronden die in eigendom bij de gemeente zijn en de voorzieningen van openbaar nut die ten behoeve van de ontwikkeling worden aangelegd vast te leggen. 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Op grond van artikel 3.1.6 Bro dient inzicht te worden gegeven in de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Het gaat daarbij zowel om de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de planvoorbereiding zijn betrokken alsook om de resultaten van het overleg ex artikel 3.1.1 Bro. 6.2.1 Participatietraject Het project ‘Heuveleind’ is mede tot stand gekomen door een intensief participatietraject. Buurtbewoners hebben in een aantal werksessie mee kunnen denken over de invulling van het plangebied. Hier waren tevens afgevaardigden van de gemeente Dongen bij aanwezig. 6.2.2 Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro In het kader van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt het voorontwerpbestemmingsplan toegestuurd naar de vaste overlegpartners. De reactie worden verwerkt in deze paragraaf. 6.2.3

Terinzagelegging

Omgevingsdialoog In de periode van september 2020 tot december 2021 zijn er een drietal klankbordavonden georganiseerd waar bewoners en omwonenden zich voor konden aanmelden. Op deze avonden is in stappen gewerkt naar een definitief stedenbouwkundig ontwerp. Er werd door omwonenden aandacht gevraagd voor de parkeeroplossingen, groen en bouwhoogten van de appartementencomplexen. Met de opmerkingen is rekening gehouden in het plan. Voorontwerp Het voorontwerp bestemmingsplan heeft gedurende 6 weken ter inzage gelegen t/m 16 juli 2021. Hierbij heeft eenieder de gelegenheid gehad een reactie in te dienen. Er zijn geen reacties ingediend. Ontwerp Het ontwerp bestemmingsplan heeft gedurende 6 weken ter inzage gelegen van 8 april t/m 19 mei 2022. Hierbij heeft eenieder de gelegenheid gehad een zienswijze in te dienen. Er is één zienswijze ingediend. De zienswijze heeft niet geleid tot aanpassingen van het plan. Er zijn wel een aantal ambtshalve aanpassingen verwerkt. In de Nota van zienswijzen is de zienswijze samengevat en beantwoord en zijn de ambtshalve wijzigingen beschreven. De Nota van zienswijzen is als separate bijlage bijgevoegd. Het plan zal verder de procedure van artikel 3.8 en verder van de Wet ruimtelijke ordening doorlopen en naar verwachting op 19 juli 2022 worden vastgesteld. Vastgesteld bestemmingsplan ‘‘Heuveleind te Dongen’’ - 19 juli 2022

49

Regels

Bestemmingsplan “Heuveleind te Dongen” Planstatus: Vastgesteld Datum: 19 juli 2022 Plan identificatie: NL.IMRO.0766.BP2022000074-VG01 Auteur: WelmersBurg Stedenbouw

1 Inleidende regels................................................................................................................................... 3 Artikel 1 Begrippen .............................................................................................................................. 3 Artikel 2 Wijze van meten .................................................................................................................... 7 2 Bestemmingsregels ............................................................................................................................... 8 Artikel 3 Groen..................................................................................................................................... 8 Artikel 4 Verkeer-Verblijfsgebied ......................................................................................................... 9 Artikel 5 Wonen ................................................................................................................................. 10 3 Algemene regels ................................................................................................................................. 12 Artikel 6 Anti-dubbeltelregel..............................................................................................................

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11597021/1