CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

20211021-02 Vragenhalfuur D66- Bijlage 1 Rapport Omgevingsdiensten in beeld

Besluitvormende raadsvergadering 21 oktober 2021, gemeente DongenBij agendapunt: Vragenhalfuurtje - wordt schriftelijk afgehandeld20.666 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

RAPPORT

Omgevingsdiensten in beeld TwynstraGudde:

SPPS:

Jaco Blokland

Maarten de Hoog

Thijs Boertien

Roel van de Loo

Sophie de Jong

Piet Pasveer

Matthijs Koop Jelle Voets

Eindrapport, 1 september

Samenvatting

Algemeen beeld en mogelijke tekorten

Aanleiding

grote spreiding is in de wijze waarop omgevingsdiensten

De verzamelde data maken onder meer zichtbaar dat er een

Sinds 2013 worden in opdracht van gemeenten en

hun taken uitvoeren en hoe zij worden gefinancierd.

provincies de taken op het gebied van vergunningverlening,

Bijvoorbeeld de inspectiefrequentie, de actualiteit van

toezicht en handhaving (VTH-taken) voor bedrijven

vergunningen, de inzet van bestuurs- en strafrecht en het

landsdekkend door 29 regionaal werkende

melden van ongewone voorvallen, verschillen sterk per

omgevingsdiensten uitgevoerd.

regio. Er is een grote variatie in omvang en taken.

Het ministerie van IenW voert vanaf 2015 bij deze

Dit onderzoek bevestigt bovendien dat nog steeds niet alle

omgevingsdiensten tweejaarlijks een onderzoek uit naar

gemeenten het basistakenpakket aan de omgevingsdienst

de kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken waarmee

hebben overgedragen.

inzicht in de ontwikkeling van het VTH-stelsel wordt

Omvang en taken hebben te maken met het karakter

verkregen.

van de regio en zijn ook historisch gegroeid. Een aantal

Tot 2021 waren deze onderzoeken vooral gebaseerd op

omgevingsdiensten heeft een dusdanig klein takenpakket

gesprekken met betrokkenen en grotendeels kwalitatief van

dat zij op basis van de aangeleverde data niet voldoen

aard. Het algemene beeld was dat omgevingsdiensten goed

aan de landelijk geldende en wettelijk vastgelegde

op weg waren met uitvoering van de opgedragen taken.

kwaliteitscriteria.

De Adviescommissie VTH constateert in maart 2021 dat 1

de positie van omgevingsdiensten niet stevig genoeg

Omgevingsdiensten en maatschappelijke opgaven

Adviescommissie stelt een aantal maatregelen voor om de

in de gemeenschappelijke regeling van mening zijn dat

is om de rol te spelen die hen was toebedacht. De

Een klein takenpakket wil niet zeggen dat de deelnemers

kwaliteit van de uitvoering te verbeteren en te borgen. De

de betreffende omgevingsdienst de huidige taken in

Adviescommissie VTH constateert ook dat er op landelijk

de regio niet naar behoren kan uitvoeren. Echter, als

niveau nauwelijks data voorhanden zijn om de prestaties van

het gaat om grote maatschappelijke opgaven rondom

omgevingsdiensten te kunnen meten en vergelijken.

klimaat, energietransitie, zeer zorgwekkende stoffen en het

Het ministerie van IenW heeft SPPS/TwynstraGudde (SPPS/

bestrijden van regio-overstijgende milieucriminaliteit, is een

TG) de opdracht gegeven om, als onderdeel van het

zeker minimum uitvoeringsniveau gewenst.

wettelijk verplichte onderzoek naar de uitvoering van de

Het rapport Omgevingsdiensten in beeld laat de betekenis

VTH-taken, relevante data van alle omgevingsdiensten te

van de omgevingsdiensten voor de kwaliteit van de

verzamelen en te analyseren. Dit onderzoek is in de zomer

leefomgeving in Nederland zien. Met de juiste landelijke

van 2021 uitgevoerd en op 1 september 2021 is daarover

aanpak kunnen de omgevingsdiensten meer ingezet worden

gerapporteerd in dit rapport, Omgevingsdiensten in beeld.

om een bijdrage te leveren aan het realiseren van (inter) nationale milieudoelen.

Voor het eerst data over VTH op landelijk niveau Voor het eerst zijn nu op landelijk niveau én per

omgevingsdienst gegevens beschikbaar over aantallen

bedrijven, aantallen medewerkers, aantallen uitgevoerde inspecties, de jaarlijkse budgetten etc.

Het landelijk beeld laat onder meer zien dat er jaarlijks circa € 570 miljoen beschikbaar is voor onder meer het toezicht

op meer dan 350.000 bedrijven en vergunningverlening aan circa 15.000 bedrijven. Dat werk wordt door 4.600 mensen uitgevoerd.

1

Eindrapport ‘Om de leefomgeving’ d.d. 4 maart 2021 van de Adviescommissie Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) in het milieudomein, onder voorzitterschap van de heer J.J. van Aartsen.

2

Meer landelijke coördinatie en samenwerking Ook in verband hiermee wordt in dit rapport op meerdere terreinen gepleit voor meer landelijke coördinatie en

een eenduidig aanspreekpunt voor het Rijk. Dit kan door Omgevingsdienst NL, de vereniging van directeuren van omgevingsdiensten in Nederland, een grotere coördinerende rol te laten spelen en daarmee de

collectiviteit van omgevingsdiensten vorm te geven.

Daarvoor komen onder andere de volgende taken in

aanmerking: kennis en deskundigheid ontsluiten en delen,

kwaliteitsverbetering door onderlinge visitatie, transparantie en meer landelijke uniformiteit realiseren, digitalisering,

ketenbenadering in het toezicht en bestrijding van regio-

overschrijdende milieucriminaliteit. Met collectiviteit wordt efficiency bereikt en meer (geborgde) kwaliteit. Bovendien kan door meer samen te werken en door meer risico- en informatiegerichte sturing, meer worden bereikt met dezelfde middelen.

In het rapport wordt voor het realiseren van meer

coördinatie door Omgevingsdienst NL, een actieve en ondersteunende rol van het stelselverantwoordelijke

departement bepleit, ten minste voor de periode tot 2030.

Belangrijk is dat Rijk, IPO en VNG alle voornemens rondom verbetering en borging van VTH-taken en de transitie naar

een betekenisvolle rol in de grote maatschappelijke thema’s in een werkprogramma vastleggen.

3

Aanbevelingen

3. Meer uniform werken De verzamelde data laten een grote spreiding zien in

de uitvoering van taken door omgevingsdiensten. Dit

1. Een regionale risicoanalyse met ruimte voor landelijke prioriteiten

is een risico voor het level playing field voor bedrijven,

Omgevingsdiensten zijn met een gezamenlijk budget van

bescherming van burgers en de leefomgeving en de

circa € 570 miljoen en 4.600 medewerkers een factor van

aanpak van regio-overstijgende problemen, zoals de

belang in Nederland. De omgevingsdiensten werken vooral

energietransitie, de aanpak van milieucriminaliteit en het

aan de uitvoering van wettelijke taken. Deze uitvoering

terugdringen van de emissies van Zeer Zorgwekkende

zou meer gericht kunnen zijn op het versterken van een

Stoffen (ZZS).

duurzame, gezonde en veilige leefomgeving in de regio en in Nederland als geheel.

SSPS/TG adviseert: • het Rijk, IPO en VNG om in een gezamenlijk programma

een meer uniforme aanpak vast te leggen die moet leiden

SPPS/TG adviseert: • IPO, VNG en het ministerie van IenW om een gezamenlijke

tot een kleinere spreiding in de uitvoering. Dit geldt voor

aanpak te ontwikkelen waarin de programmering van

in ieder geval de volgende onderwerpen:

werkzaamheden van de omgevingsdiensten wordt

• inzet bestuurs- en strafrecht

gebaseerd op een gezamenlijke risicoanalyse op regionaal

• risicogericht toezicht

niveau, waarin ruimte is voor het aanpakken van landelijke

• melden van ongewone voorvallen

prioriteiten.

• actualiteit van vergunningen

• informatie-uitwisseling en digitalisering van werkprocessen

2. Omvang en taken omgevingsdiensten De omvang van omgevingsdiensten in aantallen inrichtingen

• ruimte voor kennisontwikkeling

heeft het verplichte basistakenpakket nog niet overgedragen

4. Landelijke normfinanciering

en medewerkers loopt sterk uiteen. Een aantal gemeenten aan omgevingsdiensten.

De bestaande financiering van omgevingsdiensten is

SPPS/TG adviseert:

regionale kengetallen per inrichting. De Adviescommissie

divers en bestaat veelal uit financiering op basis van

VTH beveelt aan om een landelijke normfinanciering te

• dat gemeenten onverwijld, voor zover dat nog niet heeft

ontwikkelen.

plaatsgevonden, het basistakenpakket conform de wet overdragen aan omgevingsdiensten

• provincies en gemeenten per omgevingsdienst een toets

SPPS/TG adviseert: • provincies en gemeenten om de financiering van de

uit te laten voeren op het voldoen aan de kwaliteitscriteria

omgevingsdiensten op te bouwen volgens een vast,

en, indien de diensten niet voldoen, te streven naar

landelijk uniform en herleidbaar stramien en hierbij een

samenvoeging van diensten op ten minste de schaal

duidelijk onderscheid te maken tussen budgetteren en

van een veiligheidsregio, tenzij er bestuurlijk geborgde

programmeren

afspraken kunnen worden gemaakt over een wijze

• het ministerie van IenW, IPO en VNG om een

van samenwerken of specialisatie waarmee wel aan de

minimumnorm vast te stellen voor de uitvoering van

kwaliteitseisen kan worden voldaan

het basistakenpakket die vervolgens de grondslag

• VNG en IPO te bevorderen dat de ‘zelfevaluatie’,

dient te vormen voor adequate financiering van de

waarmee getoetst wordt aan de kwaliteitscriteria, bij alle

omgevingsdiensten.

omgevingsdiensten periodiek wordt uitgevoerd.

4

5. Visitatie

7. Bestuurlijk versterken van collectiviteit, landelijke coördinatie en harmonisatie

Het eindrapport van de Adviescommissie VTH doet de

algemene aanbeveling om de uitvoering van VTH-taken

SPPS/TG adviseert: • IPO en VNG te overwegen om een ‘bestuurlijk

beter te borgen. De commissie spreekt de voorkeur uit voor

beraad omgevingsdiensten’ (naar voorbeeld van het

de introductie van een ‘stresstest’ voor omgevingsdiensten

Veiligheidsberaad) te starten waarin bestuursleden van

die onder regie van de ILT uitgevoerd zou moeten worden.

de omgevingsdiensten zijn vertegenwoordigd. Doel

In de VTH-onderzoeken van 2017 en 2019 is als aanbeveling

van een dergelijk ‘beraad’ is de afstemming tussen

opgenomen om onderlinge visitatie uit te voeren, zodat

omgevingsdiensten te bevorderen en als aanspreekpunt

omgevingsdiensten ook van elkaar kunnen leren. Combinatie

voor het Rijk te fungeren;

van stresstest en onderlinge visitatie ligt voor de hand.

• VNG en IPO een uitvoerende rol aan Omgevingsdienst NL te geven met het oog op het bevorderen van

SPPS/TG adviseert: • IPO en VNG een visitatiemethodiek te introduceren,

onderwerpen als collectiviteit, landelijke coördinatie en

gericht op continue verbetering, met duidelijke

uniformiteit onder regie van genoemd bestuurlijk beraad;

vastgelegde afspraken over frequentie, diepgang,

• het ministerie van IenW een actieve en ondersteunende rol

openbaarheid en verantwoording. Het uitvoeren van een

te laten vervullen bij het realiseren van deze nieuwe rol van

stresstest kan gecombineerd worden met de visitatie.

Omgevingsdienst NL, ten minste voor de periode tot 2030.

6. Tweejaarlijkse ‘staat van de omgevingsdiensten’

8. Registreren en verzamelen data

SPPS/TG adviseert:

De verzamelde data in dit onderzoek moeten met de

• de overkoepelende bestuurlijke partners binnen het

nodige voorzichtigheid beoordeeld worden; het blijkt dat

VTH-stelsel en het ministerie van IenW om tweejaarlijks

een aantal vragen niet voldoende eenduidig is beantwoord.

een ‘staat van de omgevingsdiensten’ uit te brengen

In een aantal gevallen ligt de oorzaak daarvan in een

waarin gerapporteerd wordt over de prestaties en de

onvoldoende heldere vraagstelling. Dit is een belangrijke les

verbeteracties van de omgevingsdiensten op individueel

voor het VTH-onderzoek over 2022 dat in 2023 zal worden

en op landelijk niveau. Ook de resultaten van de visitaties

uitgevoerd.

en van de zelfevaluaties kunnen hierin een plek krijgen;

• het ministerie van IenW op termijn te beoordelen of dit

SPPS/TG adviseert: • het ministerie van IenW om in het onderzoek over 2022

een rol kan gaan spelen in het IBT.

uit te gaan van de nu gehanteerde vragenlijst, maar de vragen wel specifieker te maken;

• Omgevingsdienst NL om met de omgevingsdiensten

afspraken te maken over een uniforme registratie van gegevens.

5

Inhoudsopgave 1. Inleiding

10

2. Leeswijzer

11

Deel A. Omgevingsdiensten in beeld: 29 foto’s van omgevingsdiensten

12

3. Inleiding

13

4. Onderzoeksmethodiek

13

5. Kwaliteit van de data en analyse van de data

14

6. De betekenis van omgevingsdiensten in Nederland, weergegeven in kerndata

15

6.1 Gegevens over financiën

17

6.2 Gegevens over organisatie en personeel

20

6.3 Gegevens over inrichtingenbestand

26

6.4 Gegevens over uitvoering V, T en H

29

7. Enkele analyses en observaties over de ‘foto’s’

34

Deel B. Onderzoek VTH 2021

35

8. Inleiding onderzoek VTH 2021

36

9. Onderzoeksaanpak

36

10. Resultaten VTH-onderzoek 2021 in vergelijking met eerdere onderzoeken

37

10.1 Stelsel

37

10.2 VTH uitvoeringsbeleid

38

10.3 Verordening kwaliteit en informeren gemeenteraden en

39

Provinciale Staten 40

10.4 Basistakenpakket en BRZO 10.5 Voldoende financiële middelen voor uitvoering en kennisontwikkeling

41

10.6 Informatie uitwisseling

43

10.7 Uniform uitvoerings-en handhavingsbeleid/toepassen Landelijke

44

Handhavingsstrategie 10.8 Beleids- en uitvoeringscyclus

44

10.9 Interbestuurlijk toezicht (IBT)

45

10.10 Strafrechtelijke handhaving

45

10.11 Andere rollen voor verantwoordelijkheden, taken en

46

bevoegdheden

6

11. Analyse onderscheid inrichtingen/ MBA

47

12. Benodigde data 2022

47

Deel C. Voorbereidende onderzoeken

48

13. Advies over normfinanciering

49

13.1 Inleiding

49

13.2 Advies

49

14. Advies over ondergrens

51

14.1 Inleiding

51

14.2 Omvang en taken van een omgevingsdienst

51

14.3 Kwaliteitscriteria

52

14.4 Voldoende budget voor uitvoering van taken (het

52

werkprogramma) 14.5 Omgevingsdiensten en de regio

52

14.6 Advies

53

15. Verkenning visitatiemodel

54

15.1 Inleiding

54

15.2 Resultaat analyse andere visitatiesystemen en advies

54

16. Aanvullende ideeën

56

16.1 Inleiding

56

16.2 Selectie aanvullende ideeën

56

16.3 Aanbevelingen, denkrichtingen en observaties

56

17. Samenvattende aanbevelingen

57

7

Controlefrequentie: gemiddeld aantal keer per jaar dat

Lijst van gebruikte afkortingen en begrippen AADVA: Altijd Actuele Digitale Vergunning. Door Provincie

een inrichting/MBA wordt geïnspecteerd, varieert per type

Zuid-Holland geïnitieerd project met als doel om

inrichting.

vergunningen digitaal te ontsluiten.

Actualiteitstoets: verplichting vastgelegd in het Bor

EZK/SODM: Ministerie van Economische Zaken en Klimaat,

om vergunningen regelmatig te actualiseren op nieuwe

Staatstoezicht op de Mijnen.

normstelling.

Adviescommissie VTH: de Adviescommissie

Fte: Full time equivalent, rekeneenheid waarmee de omvang

het milieudomein, onder voorzitterschap van de heer

uitgedrukt.

Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) in

van een functie of de personeelssterkte kan worden

J.J. van Aartsen (de commissie die het rapport ‘Om de leefomgeving’ d.d. 4 maart 2021 heeft geschreven).

GR: Gemeenschappelijke Regeling volgens de Wet

Amvb: Algemene maatregel van bestuur

Gemeenschappelijke Regelingen (Wgr)

ANVS: Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming

IPO: Interprovinciaal Overleg

BTP: basistakenpakket, taken die door provincies en

IBT: Interbestuurlijk toezicht

ILT: Inspectie Leefomgeving en transport

gemeenten bij een omgevingsdienst moeten zijn belegd,

IPPC: Integrated Prevention Pollution and Control (EU

vastgelegd in het Besluit omgevingsrecht (Bor, Besluit van

regeling 1996/61/EC), definieert bepaalde categorieën

21 april 2017 tot wijziging van het Besluit omgevingsrecht

inrichtingen waarvoor directe Europese regels van

(verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving).

toepassing zijn.

BTP-percentage: het deel van de begroting van een

omgevingsdienst dat voor de uitvoering van de BTP is bedoeld.

Inrichting: vastgelegd in de Wet milieubeheer (Wm), zal

Bedrijf: Uitvoeren van bedrijfsmatige activiteiten met

vervangen door het begrip Milieu Belastende Activiteit

Bor: Besluit omgevingsrecht

met de komst van de Omgevingswet grotendeels worden

(potentiele) impact op het milieu. Deze term heeft geen

(MBA).

juridische betekenis, maar is in dit rapport wel gebruikt om praktische redenen.

IPO-/VNG-kwaliteitscriteria 2.2: Invulling van

BRZO: Besluit Risico Zware Ongevallen (2015). Dit besluit

Modelverordening kwaliteit van gemeenten en provincies

Europese Seveso III richtlijn.

2019)

bevat onder andere de Nederlandse implementatie van de

voor beschrijving kwaliteitscriteria (2.2 verwijst naar versie

BRIKS: Bouwen, Reclame, Inritten, Kappen en Slopen. Het

IFV: Instituut Fysieke Veiligheid

begrip omvat echter alle activiteiten, genoemd in artikel 2.1 en artikel 2.2 van de Wabo, uitgezonderd milieuactiviteiten.

Klimaatrapport: rapport van UN/IPCC Klimaatverandering

Het kan bijvoorbeeld ook gaan om een afwijking van

2021: de fysieke wetenschappelijke basis, 7 augustus 2021.

het bestemmingsplan, een aanlegvergunning of een

monumentenvergunning. Daarnaast vallen ook sloop- en

LOD: Last onder Dwangsom

BRIKS-activiteiten.

landelijke afspraken uniforme toepassing interventiematrix.

gebruiksmeldingen op grond van het Bouwbesluit onder

LHS: Landelijke Handhavingsstrategie. Onderdeel van

BOA: Buitengewoon opsporingsambtenaar

BSB: Bestuurlijke Strafbeschikking zoals vastgelegd in het

Ministerie van IenW: Ministerie van Infrastructuur en

BRZO-omgevingsdienst: Omgevingsdienst belast met

Mor: Ministeriële regeling omgevingsrecht

Wetboek van Strafverordening.

Waterstaat

vergunningverlening en toezicht voor Brzo-inrichtingen en

MBA: Milieu Belastende Activiteit, begrip onder

RIE-4 bedrijven.

Omgevingswet

Meldingen art 8.40: Wet Milieubeheer, meldingsplicht voor bedrijven waarvoor algemene regels gelden conform het Activiteitenbesluit milieubeheer.

8

Nbw: Natuurbeschermingswet

Uitvoeringsagenda VTH: door de staatssecretaris

Omgevingsdienst NL: vereniging van directeuren van

de uitvoering van VTH taken. In combinatie met aanpak

ingesteld programma ter verbetering van de kwaliteit van

omgevingsdiensten in Nederland

Milieucriminaliteit, samengevat in document ‘Liever een

OD: Omgevingsdienst, in sommige gevallen Regionale

goede buur’ (december 2020).

Uitvoeringsdienst genoemd.

Ongewoon voorval: Bedrijven moeten een ongewoon

VTH-taken: taken op het gebied van vergunningverlening,

bedrijfsvoering) melden aan het Wabo - bevoegd gezag.

VNG: Vereniging van Nederlandse Gemeenten

voorval (incident of afwijking van de reguliere

toezicht en handhaving

Verordening kwaliteit: vastgelegd in Wabo voor provincies

Plustaken: overige taken die omgevingsdiensten uitvoeren

en gemeenten om kwaliteitsnormen in een verordening vast

die niet behoren tot het BTP.

te stellen.

PV: Proces Verbaal

VR: Veiligheidsregio

PDC: product- en dienstencatalogus. Overzicht van

producten en diensten die omgevingsdiensten aanbieden

Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

POKB: Platform Overheid en Kwaliteit Bodembeheer

Wrgt: Wet revitalisering generiek toezicht

aan de opdrachtgevers, in casu gemeenten en provincies.

Wgr: Wet gemeenschappelijke regelingen

Risicogericht: gerichtheid op de risico’s die ertoe doen en

ZZS: Zeer Zorgwekkende Stoffen

deze risico’s op adequate wijze beinvloeden, veelal op basis van een (regionale) risicoanalyse.

RUD: Regionale Uitvoeringsdienst, andere benaming voor omgevingsdienst.

RIE-4: Richtlijn Industriële Emissies, categorie 4.

Het zijn complexe chemiebedrijven die werken met

milieuverontreinigende stoffen. RIE-4 bedrijven kunnen tegelijkertijd vallen onder het Brzo, maar zijn in dit onderzoek cijfermatig apart genoemd.

Taskforce Bodem: ingesteld naar aanleiding van verbeteringen tbv Bodembesluit.

type A-bedrijven: zijn inrichtingen die minder

milieubelastende activiteiten uitvoeren, zoals veel kantooren schoolgebouwen. Ze hoeven bij de oprichting of een

wijziging geen melding te doen aan het bevoegd gezag.

type B-bedrijven: zijn inrichtingen die bij de oprichting of

een wijziging een melding moeten doen aan het bevoegd

gezag. Ze hebben geen omgevingsvergunning milieu nodig. Soms hebben ze een omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) nodig.

type C-bedrijven: zijn inrichtingen die een

omgevingsvergunning milieu nodig hebben.

9

1. Inleiding

Over deze gegevens zal SPPS/TG met instemming van de

opdrachtgever in een later stadium rapporteren. Reden is

In juni van dit jaar heeft het ministerie van IenW naar

dat de hiervoor benodigde informatie niet tijdig geleverd

aanleiding van het rapport van de Adviescommissie VTH

kon worden door de omgevingsdiensten.

2

een opdracht aan de combinatie SPPS/TwynstraGudde

(SPPS/TG) verstrekt tot het uitvoeren van een kwantitatief

Vooraf:

onderzoek bij omgevingsdiensten, zoals aanbevolen

• de focus ligt in dit onderzoek op de omgevingsdiensten.

door deze commissie. Onderdeel van de opdracht is het

VTH-taken die door de opdrachtgevers (gemeenten,

interpreteren van en adviseren over de in het onderzoek

provincies) zelf worden uitgevoerd, zijn niet opgenomen;

verzamelde gegevens.

• in zijn algemeenheid geldt dat de kwaliteit van de

Tevens is SPPS/TG gevraagd in het kader van deze opdracht

aangeleverde gegevens goed is. Echter, doordat niet alle

een aantal onderzoeksvragen te beantwoorden.

vragen eenduidig zijn geïnterpreteerd en ook niet door

Daarnaast heeft het ministerie een aantal deelonderzoeken

alle omgevingsdiensten volledig zijn beantwoord, moeten

door SPPS laten uitvoeren die deel uitmaken van deze

de verzamelde data met de nodige voorzichtigheid

rapportage. De resultaten van deze deelonderzoeken zijn

worden beoordeeld;

opgenomen in het Bijlagenrapport 1.

• rijkstaken zijn niet meegenomen.

In dit rapport komen de volgende deelopdrachten aan de orde:

Het rapport is in korte tijd tot stand gekomen. Dit

• maak een ‘Foto’ per omgevingsdienst, samengevat in een

was niet mogelijk geweest zonder de grote inzet van

totaaloverzicht

alle omgevingsdiensten en de coördinerende rol die

• voer een quick scan uit naar de stand van zaken 2021 over

Omgevingsdienst NL hierin heeft gespeeld. SPPS/TG

de uitvoering van VTH-taken door omgevingsdiensten op

bedankt alle omgevingsdiensten voor het tijdig aanleveren

basis van de verzamelde data. Om praktische redenen is

van de gegevens. Zonder de aandacht en prioriteit die

in overleg met de omgevingsdiensten gekozen voor een

aan onze vraag is gegeven, was dit rapport niet tot stand

representatief jaar (2019 of 2020);

gekomen.

• geef een advies over de data die partijen in het VTH-

stelsel vanaf 2022 moeten gaan verzamelen ten behoeve

Het project is ondersteund door een door het ministerie

van de kwantitatieve beschouwing;

ingestelde begeleidingscommissie, bestaande uit

• geef adviezen over ondergrens, visitatie en

vertegenwoordigers van de Vereniging van Nederlandse

normfinanciering;

Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO), de

• maak een overzicht van mogelijk ‘aanvullende ideeën op

Omgevingsdienst NL (ODNL) en de Inspectie Leefomgeving

de adviezen van de Adviescommissie VTH’ die binnen het

en transport (ILT), het Ministerie van Binnenlandse Zaken

werkveld leven.

en Koninkrijksrelaties (BZK), het Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) en het Ministerie van Infrastructuur en

Waterstaat (IenW), geleid door een onafhankelijk voorzitter.

Deze analyse dient te leiden tot een inhoudelijk en

Ondanks de vakantieperiode is het gelukt om drie keer bij

organisatorisch advies aan Rijk, IPO en VNG over uitvoering

elkaar te komen. De reacties van de begeleidingscommissie

van de aanbevelingen van de Adviescommissie VTH.

zijn, voor zover mogelijk, in het rapport verwerkt.

Twee onderzoeksvragen waarvoor opdracht is gegeven als

onderdeel van de ‘foto’, zijn niet in dit rapport opgenomen, te weten:

• de onderzoeksvragen uit de uitvoeringsagenda VTH (waaronder 3.4.2 en 3.8.10);

• de onderzoeksvragen van de taskforce Bodem

2

Eindrapport ‘Om de leefomgeving’ d.d. 4 maart 2021 van de Adviescommissie Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) in het milieudomein, onder voorzitterschap van de heer J.J. van Aartsen.

10

2. Leeswijzer Het rapport is opgebouwd uit drie delen en voorzien van twee Bijlagenrapporten:

• deel A gaat in op de resultaten van de ‘foto’ van de

omgevingsdiensten met als titel Omgevingsdiensten in beeld (hoofdstukken 3 t/m 7);

• deel B heeft betrekking op de uitgevoerde quick scan

naar de stand van zaken 2019/2020 over de uitvoering van VTH-taken door omgevingsdiensten op basis van

de verzamelde data. Er wordt ingegaan op de wettelijke eisen, zoals opgelegd in het Wabo/Bor/Mor. In dit deel

is een vergelijking gemaakt tussen eerdere onderzoeken

(2017 en 2019), het rapport van de Adviescommissie VTH en de verzamelde gegevens uit deel A (hoofdstukken 8 t/m 12);

• deel C bevat de resultaten van een aantal onderzoeken dat de afgelopen maanden is uitgevoerd, mede

ter voorbereiding op het onderhavige onderzoek

(hoofdstukken 13 t/m 16). Dit deel bevat de resultaten van het onderzoek naar de uitgangspunten voor

de minimale omvang van omgevingsdiensten, een financieringssystematiek (normfinanciering) en

uitgangspunten voor het uitvoeren van visitaties. Daarnaast zijn de resultaten van de ‘ideeënbus’

opgenomen en is een overzicht gemaakt van de gegevens die in de komende jaren nodig zijn;

• in hoofdstuk 17 zijn de samenvattende aanbevelingen uit de delen A, B en C opgenomen;

• de onderliggende documenten en gegevens zijn opgenomen in twee Bijlagenrapporten:

• Bijlagenrapport 1 waarin de rapporten integraal zijn opgenomen;

• Bijlagenrapport 2 waarin de vragenlijst die aan de omgevingsdiensten is gestuurd is opgenomen,

alsmede een weergave van de kerngegevens per omgevingsdienst. Noot

Dit rapport gebruikt afwisselend de begrippen ‘bedrijven’ en ‘inrichtingen’.

Het begrip ‘Milieubelastende Activiteit’ (MBA) uit de Omgevingswet is niet gebruikt.

11

Deel A. Omgevingsdiensten in beeld: 29 foto’s van omgevingsdiensten Voor het in beeld brengen van de omgevingsdiensten is het begrip ‘foto’ gebruikt. Deze analogie geeft aan dat de details kunnen wisselen, sommige onderdelen vaag in beeld zullen komen en andere onderdelen juist helder. Maar het belangrijkste is dat een ‘foto’ een momentopname laat zien en geen dynamisch beeld van de ontwikkelingen die bij een omgevingsdienst plaatsvinden. Sommige omgevingsdiensten zijn van recente datum, andere omgevingsdiensten bestaan al meer dan 40 jaar. Op basis van de eerdere onderzoeken zijn met name kwalitatieve beelden opgehaald met een beperkte scope op het verzamelen van gegevens. Zowel het ministerie van IenW als de Adviescommissie VTH heeft aangegeven dat er, aanvullend op de meer kwalitatieve onderzoeken, behoefte is aan meer gegevens over de omgevingsdiensten omdat een totaalbeeld van begrotingen, personeel, geleverde producten etc. ontbreekt. Voor het eerst in de geschiedenis van de milieuwetgeving is dit soort cijfers samengebracht en in samenhang geïnterpreteerd in één rapport; als totaal maar ook per omgevingsdienst. Dit onderzoek vormt de basis voor meer kwantitatief onderzoek in de komende jaren.

Met deze gegevens is het nu mogelijk om andere onderzoeksvragen te stellen, benchmarks te doen en te onderzoeken waar de spreiding in data en eventuele verschillen door veroorzaakt wordt. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling om een oordeel te vellen over de individuele omgevingsdiensten.

12

3. Inleiding

Op 5 juli 2021 is per e-mail aan de directeur van elke

In Nederland houden 29 omgevingsdiensten toezicht

en binnen twee weken terug te sturen. Daarbij is

omgevingsdienst verzocht de gegevens te verzamelen

op de activiteiten van in totaal bijna 350.000 bedrijven.

ondersteuning vanuit het onderzoeksteam van SPPS/

Dit betreft alle bedrijven die vallen onder de typen A

TG aangeboden. Alle omgevingsdiensten hebben aan

t/m C, IPPC-bedrijven en BRZO/RIE4. Uitgezonderd

dit verzoek voldaan. Dat is gezien de korte termijn én de

zijn de bedrijven waarvoor het Rijk bevoegd is, zoals

vakantieperiode in onze ogen een zeer goed resultaat en

mijnbouwinstallaties (EZK/SODM), defensie-inrichtingen

een compliment waard aan zowel de omgevingsdiensten

(IenW/ILT) en nucleaire installaties (ANVS). Circa 95% van

als Omgevingsdienst NL.

deze bedrijven valt onder de algemene regels van het

De gegevens zijn vervolgens verzameld in één

Activiteitenbesluit waarvoor geen vergunning is vereist.

databestand. Het onderzoeksteam heeft de gegevens

Omgevingsdiensten verlenen omgevingsvergunningen

handmatig gecontroleerd op opvallende afwijkingen, deze

aan ruim 15.000 bedrijven. Op alle bedrijven houden

gemarkeerd en naar de omgevingsdiensten teruggestuurd

de omgevingsdiensten toezicht op de naleving van

met het verzoek de gemarkeerde gegevens te controleren.

de algemene regels van het Activiteitenbesluit en de

Dat verificatieproces is gestart op 12 augustus 2021, met

omgevingsvergunning. Hierbij geldt een onderscheid in

opnieuw het verzoek aan de omgevingsdienst om de

typen die variëren van type A (geringe milieu-impact) tot

verificatie zo snel mogelijk af te ronden.

BRZO/RIE4 (zeer grote milieu- en veiligheidsimpact).

De omgevingsdiensten voeren deze taken in mandaat

Met de aangeleverde gegevens zijn analyses uitgevoerd

totale budget bedraagt circa € 570 miljoen, waarvan

van het Basistakenpakket (BTP), personeel, aantal

uit voor alle gemeenten en provincies. Het jaarlijkse

over onderwerpen als begroting, inbreng en omvang

circa de helft bestemd is voor het uitvoeren van het

geproduceerde producten etc. Naar aanleiding van een

Basistakenpakket3. De directeuren van omgevingsdiensten

vraag van één omgevingsdienst is aangegeven dat voor

hebben een vereniging opgericht, Omgevingsdienst NL,

het aantal geleverde producten het jaar 2019 waarschijnlijk

die zich inzet voor het versterken en verbinden van de

representatiever is dan het jaar 2020 vanwege COVID-19.

gezamenlijke kennis en expertise.

Dat geldt zeker voor het aantal uitgevoerde inspecties.

Daarnaast is een aantal dwarsberekeningen uitgevoerd

die inzicht geven in de verhouding en de spreiding tussen omgevingsdiensten. Als referentiejaar is in beginsel 2020 gehanteerd, tenzij naar inzicht van de omgevingsdienst

4. Onderzoeksmethodiek

het jaar 2019 een representatiever beeld geeft. In de aangeleverde gegevens staat dit apart vermeld.

Het doel van dit onderzoek is het zo goed mogelijk

verzamelen en in kaart brengen van kwantitatieve gegevens

Dit rapport streeft ernaar de gegevens zo feitelijk mogelijk

te krijgen heeft SPPS/TG een conceptvragenlijst met

die onderwerpen waarover, op basis van de data, heldere

over de 29 omgevingsdiensten. Om inzicht in deze gegevens

te presenteren en er is alleen nadere duiding gegeven op

gewenste gegevens opgesteld, die vervolgens door het

conclusies getrokken konden worden. Een aantal algemene

ministerie en de begeleidingscommissie is vastgesteld. In

observaties van SPPS/TG op basis van de verzamelde data is

deze vragenlijst zijn de gewenste gegevens opgenomen van

in het rapport opgenomen in hoofdstuk 7.

onder andere de samenstelling van de organisatie, financiën, het aantal inrichtingen in verschillende typen en het aantal

In een separaat Bijlagenrapport (Bijlagenrapport 2) zijn alle

geproduceerde producten (vergunningen, inspecties etc.).

verzamelde gegevens per omgevingsdienst vastgelegd.

De lijst van gevraagde gegevens is in Bijlagenrapport 2 opgenomen.

3

Het basistakenpakket (BTP) betreft taken die door provincies en gemeenten

omgevingsrecht (Bor, Besluit van 21 april 2017 tot wijziging van het Besluit

bij een omgevingsdienst moeten zijn belegd, vastgelegd in het Besluit

omgevingsrecht (verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving).

13

5. Kwaliteit van de data en analyse van de data

Toelichting per parameter: 1. BTP: elke omgevingsdienst heeft met een percentage aangegeven welk deel van de totale begroting besteed wordt

De kwaliteit van de aangeleverde data is over het algemeen

aan het BTP. Dat BTP-percentage is vervolgens gebruikt om

redelijk tot goed. De gegevens in dit rapport zijn op dit

de overige analyses uit te voeren, maar geeft geen inzicht

moment de best mogelijke verzameling. Wel moeten de

in de exacte besteding van de VTH-taken onderling. SPPS/

volgende aandachtspunten in acht genomen worden bij de

TG adviseert om dit in de data-uitvraag over 2022 specifiek

beoordeling en het gebruik van de data:

per basistaak te vragen zodat een betere analyse van de data

• ondanks de verificatie door de omgevingsdiensten,

mogelijk is;

constateert SPPS/TG dat er data zijn aangeleverd die

niet (kunnen) kloppen (bijvoorbeeld de opgave dat alle

2. fte: de omgevingsdiensten is verzocht aan te geven

medewerkers een juridische opleiding hebben gevolgd).

hoeveel fte bij de omgevingsdienst in dienst zijn en hoeveel

Bij de analyses is in dergelijke gevallen een correctie

uitbesteed is aan externen. Uit de antwoorden blijkt echter

toegepast indien de niet kloppende data tot een

dat onder ‘externen’ soms ook de ‘interne’ adviseurs

vertekend beeld leiden;

(bijvoorbeeld medewerkers met een specialisatie geluid,

• de data moeten met enige voorzichtigheid beoordeeld

luchtkwaliteit of externe veiligheid) zijn opgenomen. Ook hier

worden. Het blijkt dat een aantal vragen niet voldoende

wordt geadviseerd om dit in de data over 2022 aan te passen

eenduidig is beantwoord. In een aantal gevallen ligt de

door een eenduidige definitie van de begrippen te geven;

oorzaak in een onvoldoende heldere vraagstelling. Dit is een belangrijke les voor de uit te vragen data 2022 (zie

3. Inrichtingenbestand: type A-bedrijven vallen weliswaar

hoofdstuk 12);

onder de milieuwetgeving, maar hebben veelal weinig impact

• de aangeleverde gegevens geven een goed totaalbeeld

op het te programmeren werk van een omgevingsdienst,

van de omgevingsdiensten in Nederland, maar zijn in de

uitgezonderd bepaalde gevallen als gevolg van meldingen

huidige vorm onvoldoende geschikt voor benchmarking;

van burgers of anderszins, bijvoorbeeld in het geval van

• bij de gepresenteerde gegevens is per onderwerp

geluidshinder of geurhinder van een type A-bedrijf. Daarom

aangegeven hoeveel omgevingsdiensten informatie

is besloten om type A-inrichtingen (ongeveer 80.000) niet

hebben aangeleverd (met het cijfer N). Dit aantal

mee te nemen in de berekeningen, aangezien dit een

kan wisselen omdat is gebleken dat niet alle

onevenredige invloed zou hebben op de analyses. Het

omgevingsdiensten gegevens over een bepaald

merendeel van de bedrijven valt onder type B (circa 250.000).

onderwerp hebben aangeleverd of dat de gegevens

Het totaal aantal bedrijven met een (zeer) grote impact op

onvoldoende zijn uitgesplitst.

de omgeving bedraagt circa 12.000 (type C, IPPC en Brzo/ RIE4). Bij het uitvoeren van analyses moet daarom goed

Bij nagenoeg alle analyses is in essentie gebruikgemaakt van

worden opgelet op welke type inrichtingen de analyses zijn

de volgende vier parameters:

uitgevoerd;

1. begrotingsomvang (BTP of hele begroting); 2. aantal fte;

4. VTH-producten: de focus van het onderzoek ligt op de

3. inrichtingenbestand;

VTH-taken binnen het basistakenpakket. De overige taken die

4. geleverde VTH-producten;

omgevingsdiensten uitvoeren (de zogenaamde plustaken) zijn wel verzameld, maar niet nader geanalyseerd. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om bouwtaken en advieswerkzaamheden die door omgevingsdiensten in opdracht van provincies en gemeenten worden uitgevoerd. Er is geconstateerd dat sommige omgevingsdiensten ook gegevens hebben meegeteld over bijvoorbeeld de bouwvergunningen. Het is dus mogelijk dat er bij een volgend onderzoek enigszins andere getallen boven water komen. Ook kan de omvang van de door de omgevingsdiensten uitgevoerde plustaken in de toekomst wijzigen.

14

6. De betekenis van omgevingsdiensten in Nederland, weergegeven in kerndata Met de beschikbaar gestelde gegevens is het mogelijk

om, naast een ‘foto’ per omgevingsdienst, een ‘foto’ van Nederland te maken door de 29 ‘foto’s’ bij elkaar op te

tellen en met elkaar te vergelijken. In de volgende tabel zijn de kerndata samengevat. Met deze getallen wordt

naar de mening van SPPS/TG de betrokkenheid van de omgevingsdiensten op de leefomgeving in Nederland zichtbaar. Aspect

Aantal

N omgevingsdiensten

Totaalbegroting 2020

€573.435.886

29

Totaalbegroting OD’s die BTP kunnen uitsplitsen

€474.616.189

23

Totaalbegroting voor BTP 2020 (1)

€241.905.471

23

Bijdrage provincies aan totaalbegroting 2020 (2)

€166.659.621

29

Bijdrage gemeenten aan totaalbegroting 2020 (2)

€371.895.538

29

Externe inhuur diensten in 2020

€87.555.031

29

Totaal aantal FTE diensten

4.684 FTE

29

Aantal FTE voor vergunningen in 2020

1.461 FTE

29

Aantal FTE voor Toezicht en Handhaving in 2020

1.600 FTE

29

Aantal FTE voor BOA’s in 2020 (3)

98,41 FTE

28

Aantal FTE voor juristen in het primair proces 2020

298 FTE

29

Tabel 1 Kerndata omgevingsdiensten Nederland

Toelichting op tabel 1

(1) N = 23: zes omgevingsdiensten maken geen uitsplitsing naar BTP in de begroting

(2) Bijdrage provincies en gemeenten in 2020 is niet gelijk

aan de totaalbegroting 2020. Dit heeft twee redenen: a) Het ontbreken van de gegevens van één OD; en b) De

begroting van één omgevingsdienst kent ook bijdragen van derden / projecten, etc.

(3) Voor één omgevingsdienst geldt dat er medewerkers

zijn die naast hun bestuursrechttaken ook strafrechtelijk

kunnen optreden op grond van BOA-aanstelling, domein 2. Dit is niet in fte’s terug te rekenen.

15

Aspect

Aantal

N omgevingsdiensten

Totaal aantal Type A-inrichtingen (1)

85.768 inrichtingen

24

Totaal aantal Type B-inrichtingen (2)

267.316 inrichtingen

28

Totaal aantal Type C-inrichtingen (Geen IPPC/BRZO) (2)

10.412 inrichtingen

28

Totaal aantal Type IPPC-inrichtingen (3)

4.622 inrichtingen

26

Totaal aantal BRZO-/RIE4-inrichtingen (4)

530 inrichtingen

6

Totaal aantal meldingen art 8.40 p/j (2019 of 2020)

15.537 meldingen

29

Totaal aantal vergunningen p/j (2019 of 2020)

15.379 vergunningen

29

Totaal aantal maatwerkbesluiten p/j (2019 of 2020)

1.396 Mbs

29

Totaal aantal inspecties p/j (2019 of 2020) (5)

74.381 inspecties

25

Totaal aantal Last onder Dwangsom p/j (2019 of 2020) (5)

1.986 LoD

25

Totaal aantal Bestuursdwang p/j (2019 of 2020) (6)

118 Bestuursdwang

24

Totaal aantal bestuurlijke strafbeschikking p/j (2019 of 2020) (5)

278 BsB

25

Totaal aantal proces verbalen p/j (2019 of 2020) (7) Tabellen 2 Kerndata omgevingsdiensten Nederland

969 PV

27

Tabel 2 Kerndata omgevingsdiensten Nederland

Toelichting op tabel 2

Deze cijfers geven aan dat de omgevingsdiensten een

(1) N  = 24 – van vijf omgevingsdiensten zijn geen data

gezamenlijke begroting hebben van circa € 570 miljoen

beschikbaar

voor het uitvoeren van alle taken met betrekking tot

(2) N  = 28 – voor één omgevingsdienst geldt dat er geen

ruim 350.000 bedrijven en het geven van adviezen aan

data beschikbaar zijn over het aantal inrichtingen

opdrachtgevers. Daarbij zijn circa 4.600 fte betrokken.

(3) N  = 26 – voor één omgevingsdienst geldt dat er geen

Bij het totaal aantal afgegeven vergunningen heeft een

data beschikbaar zijn over het aantal inrichtingen en

aantal omgevingsdiensten waarschijnlijk ook de afgegeven

door twee omgevingsdiensten is aangegeven dat IPPC-

bouwvergunningen meegenomen. Dat maakt het getal van

inrichtingen niet van toepassing zijn op de betreffende

ruim 15.000 afgegeven vergunningen voor Wabo-taken niet

omgevingsdienst.

waarschijnlijk. Jaarlijks worden er circa 75.000 inspecties

(4) N = 6: Er zijn zes BRZO-omgevingsdiensten in Nederland

uitgevoerd.

(5) N  = 26: van drie omgevingsdiensten zijn geen data beschikbaar

(6) N  = 25: van vier omgevingsdiensten zijn geen data beschikbaar

(7) N  = 27: van twee omgevingsdiensten zijn geen data beschikbaar

16

6.1 Gegevens over financiën

€ 71.341.000

Totaal: €573.435.886 (N=29)

€ 80.000.000

€ 51.211.000

€ 70.000.000

€ 28.290.609

€ 26.740.300

€ 5.795.0002

€ 21.543.859

€ 20.981.000

€ 19.508.640

€ 17.112.000 OD - West-Holland

€ 19.050.348

€ 16.116.000 FUMO

€ 18.750.000

€ 15.131.647 RUD - Drenthe

€ 18.409.200

€ 14.700.000 OD - Regio Utrecht

€ 17.339.000

€ 14.099.000

€ 11.185.930 RUD - Zuid Limburg

OD - De Vallei

€ 11.090.153 OD - IJmond

€ 13.640.966

€ 10.241.648 OD - Twente

RUD Utrecht

€ 10.241.648 OD - IJsselland

€ 12.560.000

€ 9.863.379 RUD Zeeland

€ 8.229.000

€ 6.340.798 OD - Veluwe IJssel

€ 10.000.000

€ 5.201.803

€ 20.000.000

OD - Noord-Veluwe

€ 30.000.000

OD - OGV

€ 40.000.000

€ 21.897.606

€ 50.000.000

€ 32.766.000

€ 60.000.000

DCMR - Rijnmond

OD - Noorzeekanaalgebied

OD - OMWB

OD - Brabant Noord

OD - Haaglanden

OD - Zuid Holland Zuid

OD - Midden Holland

OD - ZOB

OD - Regio Nijmegen

OD - Rivierenland

OD - Noord-Holland-Noord

RUD - Limburg-Noord

OD - Regio Arnhem

OD - Groningen

OD - Achterhoek

€0

Figuur 1. Totaalbegroting omgevingsdiensten 2020 (N = 29)

De in figuur 1 getoonde bedragen betreffen de hele

Omdat zes omgevingsdiensten geen onderscheid maken

overhead. De begrotingen variëren van circa € 5

dit figuur 23. Het percentage van de uitvoering van het BTP

begroting, dus inclusief overige adviestaken en alle

tussen de totaalbegroting en de begroting BTP, is de N in

miljoen (Omgevingsdienst Noord-Veluwe) tot ruim €

varieert per omgevingsdienst van 20% (omgevingsdienst

70 miljoen (DCMR Milieudienst Rijnmond). De meeste

Midden-Holland) tot 90% (RUD Drenthe), met een

omgevingsdiensten hebben een begroting van € 13

gemiddelde van iets meer dan 50%. Dat betekent dat het

tot € 20 miljoen.

BTP gemiddeld genomen een belangrijk onderdeel van

de begroting is, maar dat de meeste omgevingsdiensten

aanvullende taken voor de opdrachtgevers uitvoeren. Dat

betreft onder andere bouwtaken, adviestaken voor ruimtelijke ontwikkeling, de uitvoering van de Natuurbeschermingswet

17

91,93% RUD - Drenthe

OD - Achterhoek

81,63% OD - Regio Utrecht

64,74%

60,36% FUMO

OD - OMWB

60,00% RUD Utrecht

64,17%

58,33% OD - Groningen

RUD - Zuid Limburg

57,67%

55,40% OD - Noorzeekanaalgebied

Figuur 2. Percentage BTP op begroting 2020 (N = 23)

OD - Noord Veluwe

55,13%

51,79% OD - Rivierenland

OD - Zuid Holland Zuid

50,93%

47,31%

39,73% OD - Regio Arnhem

OD - Veluew IJssel

39,73% OD - IJsselland

46,30%

37,68%

30,55% OD - ZOB

OD - Regio Nijmegen

30,14% OD - Brabant Noord

24,48% OD - De Vallei

OD - Midden Holland

21,82%

begroting BTP

DCMR - Rijnmond

totaalbegroting en

RUD - Limburg-Noord

onderscheid maken tussen

RUD Zeeland

energieadvies. N=23 omdat 6 OD’s geen

75,25%

zoals circulaire economie en

86,35%

en aanvullende taken in meer recente beleidsvelden

€ 41

€ 45

N=23 omdat 6 OD’s geen

€ 40

onderscheid maken

€ 18 RUD - Limburg-Noord

€ 23

€ 22

€ 18 OD - Achterhoek

€ 19

€ 18 OD - OMWB

€ 17 OD - Groningen

€ 15 FUMO

€ 17

€ 15 OD - Noord-Veluwe

€ 14 OD - Brabant Noord

€8 OD - ZOB

€ 14

€8 OD - IJsselland

OD - Midden Holland

€7 RUD - Zuid Limburg

€6

€ 10

€ 12

€ 15

€ 13

€ 20

OD - Regio Arnhem

€ 25

€ 22

tussen totaalbegroting en

€ 31

€ 28

€ 30

€ 25

€35

begroting BTP

€5

Figuur 3. Budget BTP 2020 per inwoner (N = 23)

OD - Rivierenland

OD - Zuid Holland Zuid

RUD - Drenthe

DCMR - Rijnmond

OD - Regio Nijmegen

OD - Noorzeekanaalgebied

OD - Regio Utrecht

RUD Zeeland

OD - De Vallei

OD - Veluwe IJssel

RUD Utrecht

€0

Omdat zes omgevingsdiensten geen onderscheid maken

Omdat zes omgevingsdiensten geen onderscheid kunnen

figuur 23.

omgevingsdienst geen onderscheid maakt tussen het

tussen de totaalbegroting en de begroting BTP, is de N in dit

maken in de begroting in relatie tot het BTP en één

Als de begroting van het BTP afgezet wordt tegen het

type inrichtingen, zijn 22 omgevingsdiensten in dit figuur

aantal inwoners, blijkt dat deze varieert van € 6 tot € 41 per

opgenomen.

inwoner. Een verklaring zou kunnen zijn dat er in bepaalde gebieden relatief veel bedrijvigheid is ten opzichte van

Uit de figuur blijkt dat de begroting per inrichting varieert

heeft een vergelijking op deze wijze weinig meerwaarde.

(FUMO). Gemiddeld is het beschikbare budget ongeveer

het aantal inwoners. Maar zonder een diepgaande analyse

van € 251 (Omgevingsdienst IJsselland) tot ruim € 2.683

Op termijn kan deze parameter, gecombineerd met andere

€ 1.500 per inrichting per jaar. Daarbij moet aangetekend

data, wellicht relevant worden om inzicht te krijgen in de

worden dat dit een gemiddeld bedrag is over zowel type

maatschappelijk kosten van de uitvoering van deze taken.

B-bedrijven als IPPC-bedrijven (en voor de zes BRZO-

omgevingsdiensten inclusief de BRZO/RIE4-inrichtingen). Het verschil in tijdsbesteding binnen deze categorieën is

18

€ 2.683 FUMO

RUD - Zuid Limburg

OD - Noorzeekanaalgebied

€ 1.782

€ 1.701 RUD Utrecht

DCMR - Rijnmond

€ 1.699 OD - Zuid Holland Zuid

€ 1.537 OD - Regio Nijmegen

Figuur 4. Begroting BTP 2020 per inrichting (exclusief type A, N = 22)

OD - Groningen

€ 1.515

€ 1.214 OD - Regio Utrecht

€ 867 RUD Zeeland

RUD - Drenthe

€ 835 OD - OMWB

€ 989

€ 797 OD - Achterhoek

OD - Regio Arnhem

€ 770 OD - Noord-Veluwe

€ 675 OD - Veluwe IJssel

€ 543 RUD - Limburg-Noord

€ 659

€ 539 OD - Midden Holland

OD - Brabant Noord

€ 525 OD - De Vallei

OD - IJsselland

€ 251

type inrichtingen.

€ 1.120

en een 1 OD geen onderscheid maakt tussen

OD - Rivierenland

onderscheid kunnen maken in begroting/BTP

€ 1.592

N = 22 omdat sommige 6 OD’s geen

€ 2.574

€ 2.353

vanzelfsprekend groot.

* N=29. Niet alle gemeenten hebben aan OD-ZOB

100,00%

100,00%

100,00%

100,00%

100,00%

100,00%

100,00%

100,00%

100,00%

100,00%

100,00%

100,00%

100,00%

100,00%

100,00%

100,00%

100,00%

100,00%

100,00%

100,00%

OD - Veluwe IJssel

RUD Zeeland

OD - IJsselland

OD - Twente

RUD - Zuid Limburg

OD - OGV

OD - De Vallei

RUD - Drenthe

FUMO

OD - Regio Arnhem

RUD - Limburg-Noord

OD - Noord-Holland-Noord

OD - Rivierenland

OD - Regio Nijmegen

OD - Midden Holland

OD - Zuid Holland Zuid

OD - Haaglanden

OD - OMWB

OD - Noorzeekanaalgebied

93,33% OD - IJmond

87,50% OD - Brabant Noord

92,31%

86,67% DCMR - Rijnmond

OD - West-Holland

86,67% OD - Regio Utrecht

50,00%

50,00% OD - Groningen

50%

OD - Achterhoek

*

72,73%

100%

OD - Noord-Veluwe

alle basistaken overgebracht. Onduidelijk is om hoeveel % van de gemeenten het gaat.

RUD Utrecht

OD - ZOB

0%

Figuur 5. Percentage gemeenten dat alle basistaken heeft overgedragen (N = 29)

Figuur 5 toont aan dat bij circa 70% van de

omgevingsdiensten de gemeenten de taken uit het BTP voor uitvoering heeft overgedragen aan de omgevingsdiensten. Bij zeven omgevingsdiensten is dit niet het geval omdat bijvoorbeeld bepaalde administratieve taken bij (een deel van) de gemeenten is achtergebleven of dat de taken omtrent asbest niet zijn overgedragen. Uit de

beantwoording van de vragen is hiervan geen eenduidig

beeld ontstaan. Bij de Omgevingsdienst Zuid-Oost Brabant is het percentage van gemeenten die het BTP niet hebben overgedragen, onbekend.

19

6.2 Gegevens over organisatie en personeel Afgerond op hele FTE

N=29 523

600

472

500

400

129

130

130

134

140

147

OD - West-Holland

OD - Rivierenland

OD - De Vallei

OD - OFGV

RUD - Limburg-Noord

OD - Regio Arnhem

225

215

205

205

185

185

174

128 OD - Regio Utrecht

172

126 RUD - Drenthe

115 OD - IJmond

126

113 RUD Utrecht

FUMO

110 RUD - Zuid Limburg

96 OD - IJsselland

79 RUD Zeeland

89

71 OD - Achterhoek

OD - Twente

57

42

100

OD - Veluwe IJssel

200

162

300

DCMR - Rijnmond

OD - Zuid Holland Zuid

OD - OMWB

OD - Haaglanden

OD - Brabant Noord

OD - Midden Holland

OD - Noorzeekanaalgebied

Figuur 6. Totaal aantal fte 2020 (N = 29)

OD - Noord-Holland-Noord

OD - ZOB

OD - Regio Nijmegen

OD - Groningen

OD - Noord-Veluwe

0

Het totaal aantal fte varieert per omgevingsdienst van

Omdat zes omgevingsdiensten geen onderscheid kunnen

Milieudienst Rijnmond), met een gemiddelde van circa 150

omgevingsdiensten in dit figuur opgenomen.

47 (Omgevingsdienst Noord-Veluwe) tot 575 (DCMR

maken in de begroting in relatie tot het BTP, zijn 23

fte. Bij één omgevingsdienst (RUD Limburg Noord) zijn de

Dit figuur toont aan dat bij toepassing van het BTP-

genoemde fte grotendeels werkzaam bij de aangesloten

percentage het aantal fte voor de uitvoering van het BTP

gemeenten en niet direct in dienst van de omgevingsdienst

varieert van 24 fte (Omgevingsdienst Noord-Veluwe) tot 261

(de aangeleverde cijfers zijn in dit overzicht gebruikt). De

(Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied). Het gemiddelde

vraag of deze omgevingsdienst voldoet aan de door de wet

aantal fte voor de uitvoering van de BTP-taken is ongeveer

gestelde voorwaarden, is niet in dit onderzoek behandeld.

80.

Afgerond op hele FTE

Berekening: (BTP 2020/Begroting 2020)*#FTE 2020

250

261

139

300

116

95

104

150

124

139

200

65

67

69

71

71

OD - Regio Nijmegen

OD - Rivierenland

RUD Utrecht

RUD - Zuid Limburg

RUD - Limburg-Noord

76

62

61 OD - Achterhoek

OD - Brabant Noord

59

OD - Midden Holland

RUD Zeeland

OD - IJsselland

58

OD - De Vallei

OD - Regio Arnhem

OD - Veluwe IJssel

53 32

40

27

37

24 OD - Noord-Veluwe

50

OD - ZOB

100

20

DCMR - Rijnmond

OD - OMWB

OD - Zuid Holland Zuid

RUD - Drenthe

OD - Regio Utrecht

OD - Noorzeekanaalgebied

Figuur 7. BTP-fte: Aantal fte voor uitvoering Basistakenpakket (N = 23)

OD - Groningen

FUMO

0

OD - Noorzeekanaalgebied

147,94

DCMR - Rijnmond

108,00

OD - Haaglanden

69,88

OD - Regio Nijmegen

64,50

RUD - Limburg-Noord

58,65

13,88

OD - Zuid Holland Zuid

58,60

8,90

OD - ZOB

57,80

10,80

RUD - Drenthe

54,92

4,39

RUD - Zuid Limburg

51,75

6,12

OD - Groningen

51,47

13,00

OD - Rivierenland

49,95

18,50

OD - OMWB

47,05

RUD Utrecht

45,96

OD - De Vallei

39,85

OD - Noord-Holland-Noord

39,00

OD - Brabant Noord

35,30

OD - Regio Arnhem

32,70

OD - OFGV

31,90

FUMO

28,00

8,00

OD - Achterhoek

23,39

3,90

RUD Zeeland

23,00

3,00

OD - IJsselland

22,60

OD - Twente

18,56

OD - Regio Utrecht

18,55

OD - IJmond

8,78

1,00

OD - West-Holland

7,40

1,83

OD - Midden Holland

6,34

1,34

45,66 28,00 27,59 12,50

0,00 8,49 4,00 6,50 5,80 1,67

3,00 10,60

OD - Veluwe IJssel

5,29 - 0,00

OD - Noord-Veluwe

3,20 - 2,10 0

50,00

100,00

Figuur 8. Fte voor vergunningen (in dienst + inhuur, N = 29))

In deze figuur is het aantal fte opgenomen van vaste

medewerkers (rood) en externe inhuur (roze) voor de

taak vergunningverlening. Het aantal varieert van circa 5 fte (Omgevingsdienst Noord-Veluwe) tot ongeveer 190 fte (Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied),

waarbij de externe inhuur is vertaald in aantal fte. De

gemiddelde externe inhuur voor vergunningverlening

voor alle omgevingsdiensten bedraagt 17%. Hierbij dient

aangetekend te worden dat de definitie van intern/extern door de vraagstelling voor meerderlei uitleg vatbaar was.

21

150,00

200,00

DCMR - Rijnmond

161,00

OD - Noorzeekanaalgebied

134,08

12,30 31,91

OD - OMWB

81,51

OD - Haaglanden

84,04

RUD - Limburg-Noord

65,51

OD - Regio Arnhem

57,90

RUD Utrecht

52,47

0,00

FUMO

52,00

15,00

OD - Zuid Holland Zuid

49,90

7,20

OD - Groningen

49,83

7,20

OD - Regio Nijmegen

44,70

RUD Zeeland

44,00

OD - Rivierenland

41,45

15,61

OD - Brabant Noord

40,50

6,50

OD - ZOB

38,90

12,00

OD - OFGV

37,89

1,86

OD - IJsselland

36,50

OD - IJmond

36,00

RUD - Zuid Limburg

34,65

OD - Regio Utrecht

33,50

9,50

RUD - Drenthe

32,45

6,34

OD - Achterhoek

31,00

OD - Twente

30,67

OD - De Vallei

27,50

OD - Midden Holland

24,80

OD - West-Holland

21,40

2,11

OD - Noord-Veluwe

18,50

3,80

OD - Veluwe IJssel

17,81 0

2,02 16,36 10,20

13,70 4,00

1,00 4,90

4,50 13,11 9,53 4,58

0,00 20,00

40,00

60,00

80,00

Figuur 9. fte voor Toezicht en handhaving (in dienst + inhuur, N =29)

In deze figuur is het aantal fte opgenomen van vaste

medewerkers (rood) en externe inhuur (roze) voor de

toezicht- en handhavingstaken. Het aantal varieert van circa

18 fte (Omgevingsdienst Veluwe IJssel) tot ongeveer 180 fte (DCMR Milieudienst Rijnmond), waarbij opnieuw de externe

inhuur is vertaald in fte. De gemiddelde externe inhuur voor toezicht voor alle omgevingsdiensten bedraagt 13%.

22

100,00

120,00

140,00

160,00

180,00

Omgevingsdienst Gooi en Vechtstreek heeft negen

medewerkers die, naast hun bestuursrechttaken, ook

strafrechtelijk konden optreden op grond van een BOAaanstelling, domein 2. Dit is niet in fte terug te rekenen.

In deze figuur is het aantal fte opgenomen voor BOA-taken. Het aantal varieert van circa 0,3 fte (Omgevingsdienst De

omgevingsdiensten met relatief veel BOA’s in dienst geldt

12,00

dat deze vooral toezicht houden op de groentaken en niet

OD - Brabant Noord

OD - Zuid Holland Zuid

RUD Zeeland

RUD Utrecht

OD - Midden Holland

RUD - Limburg-Noord

3,00

OD - Groningen

6,00

3,00

OD - Noorzeekanaalgebied

OD - IJmond

3,00

OD - West-Holland

OD - OMWB

3,00

OD - Regio Arnhem

23

OD - Noord-Holland-Noord

2,00

OD - ZOB

4,00 2,00

OD - Regio Utrecht

Figuur 10. Fte BOA’s (2020, N = 28)

FUMO

2,00

3,50

1,70 OD - Achterhoek

1,00 OD - Twente

1,67

1,00 OD - IJsselland

OD - Veluwe IJssel

1,00 RUD - Drenthe

1,50

1,00 OD - Haaglanden

OD - Noord-Veluwe

0,64 OD - Rivierenland

0,50 OD - Regio Nijmegen

0,50 RUD - Zuid Limburg

OD - De Vallei

0,30

Dit is niet in FTE’s terug te rekenen.

4,00

5,00

optreden op grond van BOA-aanstelling, domein 2.

6,00

bestuursrechttaken ook strafrechtelijk konden

DCMR - Rijnmond

7,10

*OFGV heeft 9 medewerkers die naast hun

12,00

N= 28

13,10

8,90

op de milieutaken.

13,10

Vallei) tot 13 fte (Omgevingsdienst Brabant Noord). Voor

Totale FTE dienst

FTE BOA’s

Figuur 11. Fte BOA’s, afgezet tegen totaal aantal fte per dienst

In deze figuur is het aantal BOA’s (X-as) afgezet tegen het

Het aantal juristen voor het primaire proces varieert

een grote spreiding in het aantal BOA’s per omgevingsdienst

(Omgevingsdienst De Vallei), met een gemiddelde van

totaal aantal fte per omgevingsdienst. Uit deze figuur blijkt

van 2 (Omgevingsdienst Midden-Holland) tot 27

met een concentratie van weinig BOA-capaciteit rondom de

circa 10 fte. Deze cijfers moeten nader onderzocht worden,

kleinere omgevingsdiensten.

17 OD - Haaglanden

19

18

17 12

13

13

13

OD - Zuid Holland Zuid

RUD - Zuid Limburg

RUD - Limburg-Noord

10 OD - Brabant Noord

FUMO

10 RUD - Drenthe

12 10 6

6

7

RUD Utrecht

OD - IJmond

OD - Rivierenland

RUD Zeeland

6

OD - IJsselland

OD - OFGV

OD - West-Holland

6 5

OD - Noord-Veluwe

OD - Achterhoek

5

5

5

4 3 OD - Veluwe IJssel

OD - Noord-Holland-Noord

3

24

OD - De Vallei

DCMR - Rijnmond

OD - Regio Nijmegen

OD - Noorzeekanaalgebied

Figuur 12. Fte juristen primair proces (2020, N = 29)

OD - Regio Arnhem

OD - Regio Utrecht

OD - Midden Holland

2 OD - Twente

9 OD - Groningen

N= 29* Afgerond op hele getallen

OD - ZOB

14 OD - OMWB

23

28

aangezien de variatie erg groot is en moeilijk te duiden.

OD - Noorzeekanaalgebied DCMR - Rijnmond OD - Haaglanden RUD - Limburg-Noord OD - Regio Nijmegen OD - OMWB OD - Zuid Holland Zuid OD - Groningen OD - Rivierenland OD - ZOB OD - Regio Arnhem FUMO RUD Utrecht OD - De Vallei OD - Brabant Noord RUD - Zuid Limburg RUD - Drenthe OD - Regio Utrecht OD - OFGV RUD Zeeland OD - Achterhoek OD - Twente OD - IJsselland OD - IJmond OD - Noord-Holland-Noord OD - Midden Holland OD - West-Holland OD - Noord-Veluwe OD - Veluwe IJssel 0

50,00

100,00

150,00

200,00

250,00

300,00

Figuur 13. Fte-verdeling Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving, BOA’s en juristen primair proces (totaal N = 29)

Als de figuren 8, 9, 10 en 12 bij elkaar worden opgeteld,

FTE vergunningverleners (intern)

ontstaat het complete beeld voor het aantal fte dat belast

FTE vergunningverleners (extern)

is met de uitvoering van het BTP. De fte bestaan uit (interne

FTE T en H (intern)

en externe) vergunningverleners, toezichthouders, BOA’s

FTE T en H (extern)

en juristen. De Omgevingsdienst Veluwe IJssel voert deze

FTE BOA’s

taken uit met ongeveer 25 fte en de Omgevingsdienst

FTE juristen primair proces

Noordzeekanaalgebied met ongeveer 380 fte. Het gemiddelde ligt rond de 120 fte.

25

350,00

400,00

6.3 Gegevens over inrichtingenbestand 1%

3%

3% 3%

5%

1%

6%

5%

3% 2%

6%

2%

21%

74%

94%

89%

95%

92%

FUMO

OD - Achterhoek

ODBN

OD - De Vallei

RUD Drenthe

0,9% 0,1%

3%

3%

1%

95%

DCMR 3% 2%

2% 2%

3%

8%

87%

99%

97%

96%

94%

99%

OD - Groningen

OD - Haaglanden

OD IJmond

OD IJsselland

RUD Limburg N.

ODMH

2%

4% 1%

0,6% 3% 0,4%

4% 1%

2,7%

2% 0,3%

5% 1% 10%

98%

95%

96%

96%

95%

OD NHN

OD N. Veluwe

OD NZKG

OFGV

OMWB

3% 1%

2% 1%

3% 1%

3% 1%

84%

ODRN

0,3% 1,7%

ODZOB maakt geen onderscheid in type inrichtingen 97%

96%

96%

96%

98%

ODRU

OD Rivierenland

OD Twente

OD Veluwe IJssel

OD West Holland

0,5% 2,5%

5%

2%

4%

2%

4%

ODZOB

1%

= % type B inrichtingen

9%

= % type C inrichtingen = % type IPPC inrichtingen (Geen BRZO/RIE4) 97%

84%

94%

95%

OZHZ

RUD Z. Limburg

RUD Utrecht

RUD Zeeland

= % type BRZO/RIE4 inrichtingen

Figuur 14. Complexiteit inrichtingenbestand per omgevingsdienst (ex type A, N = 28)

Dit figuur geeft inzicht in de verhouding tussen de

B-bedrijven het merendeel van het inrichtingenbestand.

typen C, IPPC en BRZO (de overige kleuren). Enkele

omgevingsdienst, agrarisch, industrieel, landelijk/stedelijk,

aantallen type B-bedrijven (oranje) en de overige

De typologie van het werkgebied van de betreffende

omgevingsdiensten hebben relatief veel zwaardere typen

heeft logischerwijs veel invloed op het aantal en het

in het pakket, maar geen enkele omgevingsdienst heeft

type bedrijven. Dit zegt vanzelfsprekend weinig over de

meer dan 30% zwaardere inrichtingen. Ook bij de grootste

tijdsbesteding aan de verschillende typen.

omgevingsdiensten (DCMR Milieudienst Rijnmond en

De Omgevingsdienst Twente heeft geen data over het

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied) is het aantal type

inrichtingenbestand aangeleverd.

26

227 237 250

OD - Regio Utrecht

OD - IJmond

OD - Zuid Holland Zuid

27 531

OD - Groningen

€ 80.000.000 807

774

4244 4335

OD - Veluwe IJssel OD - Regio Nijmegen

6550 7000 7302 8081 8130 8394 8738 9614

OD - IJmond OD - Regio Arnhem OD - West-Holland OD - Zuid Holland Zuid RUD Zeeland OD - Achterhoek OD - Midden Holland OD - Regio Utrecht

OD - OMWB

DCMR - Rijnmond

17642

16585

16485

RUD - Limburg-Noord OD - Haaglanden

15360

OD - IJsselland

14928

12650

OD - Noord-Holland-Noord OD - Twente

11553

11531

OD - Brabant Noord OD - Noorzeekanaalgebied

11453

RUD - Drenthe

10725

6373

OD - Rivierenland

OD - OFGV

6300

5522

OD - De Vallei

OD - Groningen

24117

15000

OD - Brabant Noord

RUD - Drenthe

667

€ 80.000.000

FUMO

667

€ 70.000.000

OD - OMWB

600

3688

OD - Noord-Veluwe

4671

2700

FUMO

RUD Utrecht

2645

0 RUD - Zuid Limburg

10000

DCMR - Rijnmond

521

RUD - Limburg-Noord

€ 60.000.000 520

501

475

Figuur 15. Totaal aantal type B-inrichtingen (N = 28)

OD - OFGV

OD - Regio Nijmegen

OD - Twente

400

€ 50.000.000

OD - IJsselland

350

OD - Noorzeekanaalgebied

€ 40.000.000 347

en varieert van 2.645 (RUD Zuid-Limburg) tot 24.117

RUD Zeeland

300

223

RUD Utrecht

OD - Noord-Holland-Noord

215

OD - De Vallei

294

208

OD - Rivierenland

OD - Achterhoek

194

OD - Haaglanden

278

Figuur 16. Totaal aantal type C-inrichtingen (N = 28)

RUD - Zuid Limburg

176

156

OD - Regio Arnhem

€ 30.000.000

OD - Noord-Veluwe

144

OD - Veluwe IJssel

€0 133

€ 10.000.000

OD - West-Holland

€ 20.000.000 124

5000

OD - Midden Holland

N = 28 (van 1 OD geen data beschikbaar)

25000

Totaal = 267.316 type B inrichtingen

20000

Het totaal aantal type B-inrichtingen bedraagt 252.388

Het totaal aantal type C-inrichtingen bedraagt 9.937 en

(Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant). (Omgevingsdienst Brabant Noord). Één omgevingsdienst

varieert van 124 (Omgevingsdienst Midden-Holland) tot 807

heef geen gegevens aangeleverd. N = 28 (van 1 OD geen data beschikbaar)

Totaal = 10.412 type C inrichtingen

N = 26 (van 3 OD’s zijn geen data beschikbaar of er is aangegeven dat de IPPC categorie niet van toepassing is)Totaal = 4.622 type IPPC inrichtingen 593

604 OD - Brabant Noord

524

600

RUD - Limburg-Noord

700

500 400

193

212

224

240

240

250

RUD - Drenthe

OD - Groningen

OD - Achterhoek

OD - Regio Arnhem

OD - IJsselland

OD - Regio Nijmegen

165

149

141

89 OD - Rivierenland

RUD - Zuid Limburg

81 RUD Zeeland

140

80 RUD Utrecht

OD - ZOB

73 OD - OFGV

134

59 OD - Veluwe IJssel

91

41

33 OD - Noord-Veluwe

OD - Zuid Holland Zuid

32 OD - West-Holland

41

21 OD - Haaglanden

100

OD - Regio Utrecht

200

DCMR - Rijnmond

300

OD - OMWB

FUMO

OD - De Vallei

OD - Noorzeekanaalgebied

0

Figuur 17. Totaal aantal IPPC-inrichtingen (exclusief BRZO/RIE4, N = 25)

Van vier omgevingsdiensten zijn geen data beschikbaar of er

Het totaal aantal BRZO-/RIE4-inrichtingen is 530

is aangegeven dat de IPPC-categorie niet van toepassing is.

en ongeveer gelijk verdeeld over de zes ‘BRZO-

omgevingsdiensten’, met een uitschieter van 165

Het totaal aantal IPPC-inrichtingen bedraagt 4.450 en

inrichtingen in het werkgebied van de DCMR Milieudienst

varieert van 21 (Omgevingsdienst Haaglanden) tot 604

Rijnmond.

(Omgevingsdienst Brabant Noord). De aanwezigheid

van relatief grote agrarische bedrijven is een belangrijke

165

N=6

89 OD - Groningen

DCMR - Rijnmond

85 67 RUD - Zuid Limburg

OD - OMWB

65

OD - Regio Nijmegen

59

Brabant, Overijssel en Gelderland.

OD - Noorzeekanaalgebied

Totaal: 530 BRZO/RIE 4 inrichtingen

verklaring voor de aantallen in de provincies Limburg,

Figuur 18. Totaal aantal BRZO-inrichtingen (inclusief RIE 4, N = 6)

28

6.4 Gegevens over uitvoering V, T en H

N= 22 – van 7 diensten zijn geen data bekend 150

139 *

* OD IJsselland maximaal 5 p.j. * OMWB varieert jaarlijks tussen 8 en 10 * OD IJmond circa 10 p.j. * OD ZHZ tussen de 10 en 30 p.j.

96

92

* RUD Drenthe tussen de 10 en 20 p.j. * OD De Vallei tussen de 25 en 30 p.j.

50 *

* OD-NZKG: Cijfer berekend o.b.v. gehanteerde formule: (10% x

32

30

28 *

25

21

20 *

20

20

19

18

18

15 *

12

9* OD - OMWB

10 *

5* OD - IJsselland

40

* OD-ZOB minder dan 50 p.j.

inrichtingenbestand type C+IPPC) + (20% x

DCMR - Rijnmond

OD - Noorzeekanaalgebied

OD - Groningen

RUD - Zuid Limburg

OD - ZOB

OD - Regio Nijmegen

OD - Veluwe IJssel

OD - Rivierenland

OD - De Vallei

FUMO

OD - Regio Arnhem

OD - Zuid Holland Zuid

OD - Regio Utrecht

OD - Noord-Holland-Noord

OD - Midden Holland

OD - West-Holland

OD - Twente

RUD - Drenthe

RUD Zeeland

OD - IJmond

inrichtingenbestand BRZO+RIE4)

Figuur 19. Aantal actualiteitstoetsen per jaar (N = 22)

Van zeven diensten zijn geen data bekend. Het aantal

Van zeven diensten zijn geen data bekend omtrent het

hand van een vastgesteld aantal (variërend van 5 tot 150

bekend omtrent het aantal vergunningplichtige inrichtingen.

actualiteitstoetsen is per omgevingsdienst bepaald aan de

aantal actualiteitstoetsen en van een dienst is geen data

per jaar) of met gebruik van een formule, zoals bijvoorbeeld

toegepast door de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

Het percentage actualisatietoetsen ten opzichte van

inrichtingenbestand BRZO+RIE4).

IPPC en BZRO/RIE4 varieert van 0,7% (OMWB) tot 27%

het aantal vergunningplichtige inrichtingen type C,

(10% x inrichtingenbestand type C+IPPC) + (20% x

(OD NZKG). Het gemiddelde is ongeveer 10% van het

Het aantal uitgevoerde actualiteitstoetsen varieert van

inrichtingenbestand per omgevingsdienst van type C, IPPC

circa 5 (Omgevingsdienst IJsselland) tot ongeveer 150

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10744483/1